CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003748] Bijlage 4 behorende bij 24bb003750 over zienswijzenota en Nota van Wijzigingen Windwinning Hoeksebaan

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 26 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen29.957 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

5.6 in de Toelichting bij het bestemmingsplan en bijlage 6 bij de Toelichting. Deze landschappelijke effectbeoordeling biedt onder meer inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van de voorgenomen bouw van twee windturbines op de (wijde) omgeving, zoals in de Kwaliteitskaart van de provincie Zuid-Holland wordt voorgeschreven. Een landschappelijke effectbeoordeling is een kwalitatieve beoordeling, gebaseerd op expert judgement. Er gelden geen ‘harde’ normen voor een landschappelijke effectbeoordeling. In de toelichting op de beoordelingsmethodiek is aangegeven hoe er te werk is gegaan, aan de hand van welke criteria de beoordeling heeft plaatsgevonden en hoe die beoordeling is ingedeeld. Die criteria zijn afgestemd op de aspecten die mede de ruimtelijke kwaliteit in de regio bepalen. Het initiatief is inderdaad zoals reclamant aangeeft op meerdere criteria (licht) negatief beoordeeld. Aangegeven is waarom dat zo is. En er is aangegeven welke mogelijkheden tot mitigatie er zijn. Zoals ook in de reactie op zienswijze 1.4 is aangegeven heeft toetsing aan de gemeentelijke Leidraad windenergie plaatsgevonden. Er is weliswaar niet sprake van een ideale situatie, maar wel van aanvaardbaar effect op het landschap, daarmee is voldaan aan de eerdergenoemde Leidraad. De windturbines hebben per definitie invloed op het landschappelijk beeld.

Beschouwd is in hoeverre er mogelijkheden zijn dat beeld te verbeteren, er zijn echter praktisch gezien geen schuifmogelijkheden voor de windturbines waarmee het beeld verbeterd kan worden. Het beeld is inherent aan de ontwikkeling van windenergie in een bestaande bebouwde omgeving. Voor eventuele waardedaling ten gevolge van windturbines kan een verzoek om planschade in het kader van de Wet ruimtelijke ordening worden gedaan na het onherroepelijk worden van het plan. Deze wettelijke regeling is bedoeld om tegemoet te komen in de schade als gevolg van een planologisch besluit. Een verzoek om planschade kan worden ingediend binnen 5 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Conclusie

24 Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze 10. De indiener van deze zienswijze is eigenaar van het tuinbouwbedrijf gelegen aan de Bonnenweg 30 in Hoek van Holland. Het perceel van reclamant ligt buiten het gebied van onderhavige parapluherziening.

10.1. Waardedaling Als direct gevolg van de plaatsing van de twee windturbines op korte afstand van de ontwikkelingsmogelijkheden voor wonen op kavels van reclamant zal er sprake zijn van een significante waardedaling zijn van de huidige en toekomstige eigendommen binnen het gebied. Reactie Voor eventuele waardedaling ten gevolge van windturbines kan een verzoek om planschade in het kader van de Wet ruimtelijke ordening worden gedaan na het onherroepelijk worden van het plan. Deze wettelijke regeling is bedoeld om tegemoet te komen in de schade als gevolg van een planologisch besluit. Een verzoek om planschade kan worden ingediend binnen 5 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 10.2 Geluidhinder Reclamant heeft zorgen over geluidhinder, wat het wooncomfort aanzienlijk kan verminderen. Reactie Representatief voor de geluidbelasting op de woning van reclamant is het dichter bij de windturbine gelegen toetspunt Dwarshaak 10 (toetspunt 6. Op dat toetspunt wordt voldaan aan de norm. Op grond daarvan mag er van worden uitgegaan dat dat ook geldt voor de woning van de indiener van de zienswijze. Voor de volledigheid is echter ook de geluidbelasting op de woning van reclamant berekend. Deze bedraagt (ongemitigeerd) 42 dB Lden en 36 dB Lnight.

Er wordt ruimschoots voldaan aan de norm van Lden 47 dB en Lnight 41 dB. Ook cumulatief met andere geluidbronnen is er sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De cumulatieve geluidbelasting in de

25 referentiesituatie is 56 dB. De Lcum na toevoeging van de windturbines bedraagt 57 dB. Zowel in de bestaande als in de toekomstige situatie is er sprake van een redelijke akoestische omgeving volgens de methode Miedema. Er is dan zonder meer nog sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Wij wijzen er nogmaals uitdrukkelijk op dat voor geluidsbelasting op een woning geldt dat voldaan moet worden aan de wettelijke norm van maximaal Lden 47 DB, ongeacht voor welk type windturbine (binnen de bandbreedte) uiteindelijk gekozen wordt). Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 10.3 Horizonvervuiling De aanwezigheid van zulke grote structuren heeft een negatieve impact op het esthetische landschap en het uitzicht vanuit de toekomstige woonkavels. Het karakteristieke landschap van Hoek van Holland wordt door horizonvervuiling aangetast en de visuele aantrekkelijkheid van de omgeving vermindert. Dit is nadelig voor de leefkwaliteit van de toekomstige bewoners en kan ook de toeristische waarde van het gebied schaden. Reactie Zie reactie onder zienswijzen 1.4 en 9.3. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 10.4 Ecologie Er zijn zorgen over de mogelijke ecologische en milieu impact.

Het is cruciaal dat er een gedegen onderzoek wordt verricht naar de effecten van de windturbines op de lokale flora en fauna, vooral gelet op de nabijheid van natuurgebieden die gevoelig kunnen zijn voor verstoringen. Reactie Zie de reactie bij zienswijze 1.6. Conclusie Wij stellen voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze 11. Advocatenkantoor Zwinkels namens Stichting Loswal de Bonnen en Hoeksebaan B.V. Indieners zijn eigenaar van het bedrijventerrein Hoeksebaan. Dit bedrijventerrein is gelegen tussen beide windturbines in. 11.1 Bedrijventerrein Hoeksebaan Reclamanten zijn eigenaar van het bedrijventerrein Hoeksebaan. Dit bedrijventerrein is gelegen tussen beide windturbines in. Sinds 2019 hebben reclamanten in nauw overleg met de gemeente gewerkt aan het verruimen van de bedrijfsbestemming van het bedrijventerrein, waardoor zich meer bedrijven en kantoren kunnen vestigen. Het ontwerpbestemmingsplan om dit mogelijk te maken wordt binnenkort ter inzage gelegd. Reclamanten zullen vervolgens de uitvoering van het plan ter hand nemen. De oostelijke windmolen (op het bedrijfsterrein van Renewi) is gelegen op ca. 200m ten zuidoosten van het

26 bedrijventerrein van reclamanten. De veiligheidszone van de windmolen strekt zich uit tot slechts 15m van de erfgrens. De westelijke windmolen op het bedrijventerrein De Kulk ligt op 330m ten noordwesten van de erfgrens van het bedrijventerrein van reclamanten. Het ontwerpbestemmingsplan Hoeksebaan wordt in het plan niet genoemd. Evenmin wordt er berekend of aan de normen ten aanzien van de nieuwe bedrijven op bedrijventerrein wordt voldaan. Een partij die vergevorderde afspraken heeft gemaakt met de gemeente over de ontwikkeling van een gebied heeft een rechtstreeks en actueel belang als bedoeld in artikel 1.2 Awb en is belanghebbende bij een bestemmingsplan nu een reële kans bestaat dat zij door het plan in haar belangen kan worden geschaad. Zie ABRvS 23 januari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:187 ro. 5 en 6.1 e.v. Dit geldt voor reclamanten die een anterieure overeenkomst over het ontwerpbestemmingsplan hebben gesloten. De gemeenteraad dient bij het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met een initiatief voor ruimtelijke ontwikkelingen voor zover dat initiatief voldoende concreet is, tijdig kenbaar is gemaakt en ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan de ruimtelijke aanvaardbaarheid daarvan kan worden beoordeeld.

De nieuwe ontwikkelingen voor bedrijventerrein Hoeksebaan zijn voldoende kenbaar bij de raad, daar het ontwerpbestemmingsplan klaar is en aan de gemeente is voorgelegd. Reclamanten hebben overleg gevoerd met de initiatiefnemers van de windturbines, zodat de plannen bij hen bekend zijn. De raad dient derhalve rekening te houden met de gewenste inrichting van bedrijventerrein Hoeksebaan en dient de belangen van kantoren en bedrijven daar mee te wegen. Reactie Het perceel van reclamanten ligt geheel buiten het plangebied van het nu voorliggende bestemmingsplan ‘Windwinning Hoeksebaan’, het ligt tussen de beide windturbines in buiten de veiligheidszones. Het perceel ligt in het gebied waar het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland- Bedrijventerreinen Oost’ van kracht is en heeft hierin de bestemming ‘Bedrijf 3’. Deze gronden zijn aangewezen voor grond- en slibbank. Hier mag niet gebouwd worden behoudens de bij de grond- en slibbank behorende voorzieningen, zoals een weegbrug en spoelplaats.

Het perceel is rood omlijnd.

27 Er is in het bestemmingsplan wel degelijk aandacht besteed aan de mogelijke verdere ontwikkeling van het gebied Loswal – De Bonnen. In paragraaf 3.2 van de Toelichting wordt onder het kopje ‘Plangebieden omgeving’ beschreven dat voor het gebied planvorming wordt voorbereid voor het omvormen van De Loswal tot een duurzaam bedrijventerrein van 27 hectare, waarvan circa 17 hectare bebouwd zou moeten worden. Het type bedrijven dat is voorzien zal zich waarschijnlijk gaan richten op de distributie en opslag van agrarische goederen en op hoogwaardige recycling. Maar deze ontwikkeling is op dit moment nog niet zodanig concreet dat deze als een autonome ontwikkeling in het nu voorliggende bestemmingsplan meegenomen had moeten worden. Dat wil overigens niet zeggen dat de eventuele ontwikkeling van Loswal De Bonnen belemmerd wordt door de windturbines. Door de ligging van het perceel buiten het plangebied van het nu voorliggende bestemmingsplan, ligt het perceel ook tevens buiten de veiligheidscontouren van het bestemmingsplan. Vanuit externe veiligheid is er dus geen enkele belemmering voor de realisatie van bedrijfspanden en eventuele kantoren op het terrein Loswal De Bonnen. Voor geluid en slagschaduw geldt dat bedrijfspanden geen gevoelige objecten zijn. Desalniettemin zijn in het kader van het ruimtelijk spoor de gevolgen in beeld gebracht.

Uit de contourkaart blijkt wat de mogelijke geluids- en slagschaduwbelasting kan gaan zijn ter plaatse van de bedrijfsbestemming. Zie voor geluid Figuur 5.1 en voor slagschaduw Figuur 5.2 in de Toelichting van het bestemmingplan. Deze belasting is op voorhand niet onacceptabel omdat deze belasting ook voor bestaande bedrijven nabij de windturbines aanvaardbaar wordt geacht. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 11.2 Regelgeving In de toelichting wordt ervan uitgegaan dat het Activiteitenbesluit milieubeheer van toepassing is omdat er maar 2 windturbines worden geplaatst. Reclamanten maken bezwaar tegen de overweging dat het project als een nieuw windproject wordt gezien en niet als een uitbreiding van het windpark die op de landtong Rozenburg is gerealiseerd. Dit windpark is mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan “Europoort en Landtong” en biedt de mogelijkheid om op de Landtong 10 windmolens te plaatsen. Op de Landtong zijn inmiddels meerdere windmolens gerealiseerd en in november 2023 is daar nog een nieuwe vergunning voor verleend. Ook in bestemmingsplan Oranjebonnen dat in 2021 is vastgesteld zijn 7 windturbines langs de nieuwe waterweg mogelijk gemaakt. Enkele van de locaties voor een windturbine op de Landtong of langs de nieuwe waterweg zijn op slechts een afstand van nog geen kilometer van de nu geplande winturbines gelegen.

Vanwege de nabijheid is er dus alle reden om de twee nieuwe windturbines als een uitbreiding van het bestaande windpark te beschouwen. In de toelichting wordt gesteld dat er geen sprake is van een uitbreiding van een uitbreiding van een bestaan windpark omdat er ten tijde van het realiseren van het windpark op de landtong nog geen uitzicht was op het realiseren van deze nieuwe windturbines. In de toelichting van het bestemmingsplan “Europoort en Landtong” blijkt dat de doelstelling neergelegd in de Nota Wervelender (versie 2 maart 2010) is om fors in te zetten op uitbreiding van het aantal windmolens tot 1.000 MW opgesteld vermogen. Deze uitbreiding zal binnen Zuid-Holland vooral in de haven van Rotterdam plaatsvinden. Het zoekgebied is specifiek gelegen op de private bedrijventerreinen in de Rotterdamse haven, zowel ten noorden als ten zuiden van de Nieuwe Waterweg. Hiermee is voorgesorteerd op de

28 plaatsing van deze windturbines op deze private bedrijventerreinen. Hierdoor kan worden gesteld dat de plaatsing van deze windturbines een uitbreiding is van een bestaand windpark. Gevolg hiervan is dat de normen uit het “Besluit wijziging milieuregels windturbines” dwingend van toepassing is. In 2010 zijn deze regels vastgesteld door het Rijk. In 2021 heeft de Raad van State geoordeeld dat het Besluit niet correct tot stand is gekomen en daarmee niet kan worden gebruikt voor besluitvorming. Door deze uitspraak gelden er op dit moment formeel geen voorschriften en dient het bevoegd gezag iedere normstelling zelf te motiveren. Inmiddels is het ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving van 12 oktober 2023 opgesteld. De regels hebben betrekking op geluidhinder, slagschaduwhinder, externe veiligheid en hinder door obstakelverlichting en lichtschittering, en omvatten ook een norm voor de vaste afstand tussen een windturbine en woningen. Deze regels treden per 1 juli 2025 in werking, maar worden nu al toegepast, omdat er geen andere normen zijn. Reclamanten zijn van mening dat deze nieuwe regels van toepassing zijn. Niet alleen vanwege de aanwijzing van dit gebied voor uitbreiding van het windpark, maar ook uit de nabijheid volgt de noodzaak van strengere normen voor windturbines.

De bewoners en gebruikers van het gebied worden immers wel geconfronteerd met extra geluidsbelasting, nu het niet om twee windturbines, maar om ten minste zes windturbines gaat binnen een straal van 1 km vanaf bijvoorbeeld de woningen aan het Nieuw Oranjekanaal. In het bestemmingsplan is ook de bestemming “windturbinepark” opgenomen als bestemmingsomschrijving. In het geluidsonderzoek wordt er echter van uitgegaan dat de nieuwe voorschriften niet verplicht hoeven te worden toegepast. Reactie De twee windturbines zijn een op zichzelf staand project en vormen geen uitbreiding van het bestaande windpark in de zin van de m.e.r.-regelgeving. Als gevolg hiervan vallen deze twee windturbines niet onder de reikwijdte van de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak inzake Windpark Delfzijl Zuid Uitbreiding, daardoor blijven de rechtstreeks werkende milieunormen van het Activiteitenbesluit en de -regeling van toepassing op dit project (zie ook paragraaf 1.4 van de Toelichting op het ontwerpbestemmingsplan). Of deze twee windturbines een uitbreiding van het bestaande windpark vormen, is afhankelijk van het zogeheten samenhang- en voorzienbaarheidscriterium. Dit criterium geldt voor de vraag of er op grond van het Besluit mer sprake is van één activiteit of project waarvoor de m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt.

In dit geval wordt niet voldaan aan dit criterium, aangezien het huidige windpark in 2014 al is gerealiseerd en toen nog geen concreet voornemen was voor de twee nieuwe windturbines. Daarmee vormen de twee nieuwe windturbines een op zichzelf staand initiatief. Hiernaast is er op inrichtingsniveau volgens de Wet milieubeheer evenmin sprake van één windpark. Windwinning Hoeksebaan dient dan ook, onder andere in relatie tot de m.e.r.-regelgeving en de omgevingsvergunning, beschouwd te worden als nieuw te realiseren windpark en derhalve als een nieuwe aparte inrichting. Om te beoordelen of sprake is van één inrichting moet niet alleen gekeken worden naar nabijheid maar tevens naar de technische-, organisatorische- en functionele samenhang tussen de inrichtingen op basis van de Wet milieubeheer. Technische binding.

29 Er zijn geen gemeenschappelijke voorzieningen voor de twee inrichtingen. Beide sluiten separaat aan op het elektriciteitsnet en daarnaast is er geen sprake van andere gezamenlijke voorzieningen, zoals bijvoorbeeld de elektriciteitsvoorzieningen de opslag van afvalstoffen of riolering. Er wordt ook geen gebruik gemaakt van dezelfde toegangsweg. Er is geen sprake van een technische binding. Organisatorische binding. De bedrijfsvoering zal verschillend zijn gezien het verschil in leeftijd van de windturbines, type windturbines en de daarbij behorende beheers-, onderhouds- en administratieve organisatie. Er is geen sprake van een organisatorische binding. Functionele binding Er is geen sprake van enige uitwisseling van goederen, diensten, personeel of bedrijfsmiddelen. Er is geen sprake van een functionele binding. Nabijheid Indien er sprake is van een organisatorische en technische of functionele binding dienen de windturbines daarnaast in elkaars onmiddellijke nabijheid te zijn gelegen wil er sprake zijn van één inrichting. Er is hier geen sprake van technische-, organisatorische dan wel functionele binding. Bovendien gelden er geen strikte normen voor de beoordeling van de directe nabijheid en is er geen eenduidige afstand af te leiden wanneer hieraan is voldaan.

Voor de volledigheid wordt erop gewezen dat er in het kader van de cumulatieve effecten uiteraard wel rekening is gehouden met het bestaande windpark. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 11.3 Geluidsnormen (Deze zienswijze richt zich ook op de ontwerpomgevingsvergunning.) Reclamanten maken bezwaar tegen het feit dat in het bestemmingsplan niet is aangetoond dat aan de geluidsnormen zal en kan worden voldaan en dat dat ook niet duidelijk wordt uit de vergunning. In het bestemmingsplan zijn geen geluidsnormen opgenomen. Het is noodzakelijk dat uit geluidsonderzoek blijkt dat bij de gevoelige bestemmingen in de buurt aan de geluidsnormen wordt voldaan, zodat een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Uit het geluidsonderzoek blijkt dat zich een fors overschrijding van de geluidsnormen voordoet. Dit maakt dat het bedrijventerrein Hoeksebaan minder goed bruikbaar wordt. Zo zal er geen kinderdagverblijf gevestigd mogen worden, terwijl daar misschien wel behoefte aan is. Ook de medewerkers op het bedrijventerrein zijn onvoldoende beschermd. Hetzelfde geldt voor de medewerkers van bedrijventerrein De Kulk en van Renewi.

Een kantoor is in de Wet geluidhinder weliswaar niet aangemerkt als een geluidgevoelig object maar bedrijfsruimten waar gedurende een langere periode van de dag personen verblijven die een zekere bescherming tegen onaanvaardbare geluidhinder behoeven dienen wel als geluidgevoelig te worden aangemerkt, zij het dat die ruimten niet dezelfde bescherming behoeven te krijgen als een woning of een andere geluidsgevoelige bestemming. Zie ABRvS 5 april 2013, ECLI:NL:RVS:2010:BN0443, ro. 2.6.2. Ditzelfde geldt voor slagschaduwhinder. Er is ten onrechte geen aandacht besteed aan het woon- en leefklimaat van de medewerkers van de bedrijven op de 3 bedrijventerreinen die door de windturbines worden aangetast.

30 In het Ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving van 12 oktober 2023 zijn nieuwe geluidswaarden gesteld, die afwijken van de normen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. De standaardwaarde is 45 dB Lden en 39 dB Lnight. Van deze standaardwaarden kan worden afgeweken tot een maximale grenswaarde van 47 dB Lden en 41 dB Lnight. Dit geeft ruimte voor maatwerk tot aan de maximale grenswaarde. Hierbij is dus sprake van een maatwerkvoorschrift, waarbij de afwijking van de standaardwaarden uiteraard wel goed dienen te worden onderbouwd. In het geluidsonderzoek wordt echter zonder meer uitgegaan van een maximale grenswaarde van 47dB Lden, zonder dat hiervoor een motivering is opgesteld. Dit is in strijd met de verplichting om een maatwerkvoorschrift op te nemen en de afwijking te motiveren. De maximale grenswaarde doet zich voor op twee adressen aan de Dwarshaak. Op Dwarshaak 26 is het geluidsniveau 48 dB Lden en wordt zelfs de maximale grenswaarde overschreden. Om aan de normstelling te voldoen kan er volgens het onderzoek voor worden gekozen om een andere windturbine te nemen of een met een lagere ashoogte. Uit het onderzoek blijkt dus wel dat niet aan de norm wordt voldaan maar niet dat wel aan de norm kan worden voldaan. Hierdoor kan de bestemming niet worden opgenomen. Ook 2 woningen aan de Nieuw Oranjekanaal hebben een geluidsbelasting van 46 dB Lden.

Ook voor deze woningen dient gemotiveerd te worden waarom van de standaardgrenswaarde wordt afgeweken. De gecumuleerde geluidsbelasting had moeten worden berekend. Er zijn 10 windmolens aanwezig / mogelijk gemaakt op de Landtong op 1 kilometer afstand en 7 langs de Nieuwe Waterweg die in het verlengde staan van deze 2 windturbines. Dit levert grote overschrijdingen van de maximale grenswaarde op die zich voordoen op wel 7 woningen. Er doen zich dan geluidswaarden van 49 en 50 dB Lden voor op 2 woningen aan Nieuw Oranjekanaal. De woning Nieuw Oranjekanaal 99 gaat door toevoeging van deze windturbines van 48dB Lden naar 50 dB Lden. (Reclamanten verwijzen naar bijlage 1 bij de zienswijze voor alle overschrijdingen.) Reactie Vooropgesteld wordt dat op het moment van besluitvorming over deze twee windturbines de rechtstreeks werkende normen van het Activiteitenbesluit en de -regeling nog van toepassing zijn. Aan de hand van die normen is voor dit project getoetst of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarmee van een goede ruimtelijke ordening. Aangezien deze normen van toepassing zijn, is het voor deze twee windturbines niet noodzakelijk project- en locatiespecifieke normen te stellen. Nadere borging van de naleving van deze normen is niet noodzakelijk, aangezien de windturbines deze normen moeten naleven vanaf het moment dat zij in gebruik worden genomen.

De wijze waarop naleving plaatsvindt hoeft niet nader te worden vastgesteld. Uit het verrichte onderzoek blijkt dat ter plaatse van gevoelige objecten kan worden voldaan aan de geldende geluids- en slagschaduwnormen. Voor zover wordt gewezen op nietgeluidsgevoelige objecten, zoals bedrijfsgebouwen en kantoren, blijkt uit het verrichte onderzoek wat de mogelijke effecten aldaar gaan zijn. Die effecten zijn niet zodanig dat dit aan het gebruik van deze bedrijfsgebouwen in de weg staat. Daarmee is nog steeds sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dus een goede ruimtelijke ordening. De verwijzing van reclamanten naar het ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving is voor het voorliggende project niet van belang. De daarin geformuleerde normen zijn nog niet geldend recht en het is vooralsnog niet voorzienbaar dat deze normen voor 1 juli 2025 in werking zullen treden. Daarom wordt het voorliggende besluit getoetst aan het huidige recht.

31 Er is getoetst aan de wettelijke norm van Lden 47 dB. Daar waar deze waarde op basis van de in geluidonderzoek gehanteerde voorbeeldwindturbine de waarde van Lden 47 dB wordt overschreden dient wettelijk verplicht mitigatie naar de wettelijke norm te worden toegepast. Windwinning Hoeksebaan veroorzaakt derhalve nooit meer dan 47 dB Lden op gevoelige objecten, los van de uiteindelijke keuze van windturbinetype. In paragraaf 2.7 van bijlage 1 bij het bestemmingsplan staan de voorziening voor geluid beschreven om aan de wettelijke norm Lden 47 dB te kunnen voldoen. Gecumuleerde geluidbelasting op woningen is wel degelijk berekend, zie daarvoor tabel 5.2 in de plantoelichting bij het bestemmingsplan. De geluidbelasting van alle bestaande windturbines staat weergegeven in kolom LWT en na toepassing van de rekenregel voor extra hinderlijkheid van windturbinegeluid in kolom L*WT. De gegevens zijn ook terug te vinden in Tabel 2.5 van Bijlage 1 bij het bestemmingsplan (zie uitsnede hieronder). Als er sprake is van cumulatie van geluid als gevolg van een andere windturbine of een combinatie van windturbines dan kan (hoeft niet) volgens artikel 3.14a lid 2 het bevoegd gezag bij maatwerkvoorschrift normen met een lagere waarde vaststellen ten aanzien van een van de windturbines of een combinatie van windturbines.

Wel hebben wij geconstateerd dat de motivatie ontbreekt of er al dan niet maatwerkvoorschriften worden gesteld voor cumulatie met andere windturbines op basis van het Activiteitenbesluit. Deze wordt alsnog toegevoegd aan het vast te stellen bestemmingsplan en hieronder ook gemotiveerd.

32

De cumulatieve toetsing van bestaande en toekomstige windturbines zegt niet direct veel in het kader van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat omdat er voor de berekening van de geluidbelasting door windturbines geen rekening wordt gehouden met achtergrondgeluid. Een cumulatieve overschrijding van de niet cumulatieve norm hoeft niet een directe aanleiding te zijn om maatwerkvoorschriften op basis van het Activiteitenbesluit voor te stellen of om gebruiksregels in de omgevingsvergunning op te nemen. Echter, in die gevallen waar de cumulatieve geluidbelasting op woningen van derden onaanvaardbaar toeneemt kan er aanleiding zijn om maatwerk voor te stellen dan wel regels op te nemen. Op dertien toetspunten van woningen van derden (tp01, tp07, tp08, tp11 t/m tp19B) is er cumulatief geen sprake van overschrijding van de niet-cumulatieve normen voor de referentiewindturbine. Cumulatieve geluidbelasting met nabijgelegen windparken is op deze toetspunten hoe dan ook aanvaardbaar. Op twee toetspunten woningen van derden (tp02 en tp06) is er cumulatief sprake van een overschrijding van de niet cumulatieve norm Lden 47 dB, maar wordt wel voldaan aan Lnight 41 dB. Omdat geluid van windturbines ’s nachts meer hinderlijk is wordt deze belasting cumulatief acceptabel geacht en zijn geen nadere maatregelen noodzakelijk.

Op vier toetspunten (tp03, tp04, tp05, tp06) van woningen van derden is er cumulatief sprake van overschrijding van de niet-cumulatieve norm van zowel

33 Lden als Lnight met slechts 1 dB. Het is algemeen bekend dat een toename van 1 dB in geluid door het menselijk oor niet of nauwelijks wordt gehoord waardoor ook hier geen noodzaak bestaat maatregelen te treffen. Voor toetspunten tp09 en tp10 geldt dat de cumulatieve geluidbelasting met bestaande windturbines (aanzienlijk) hoger is dan de niet-cumulatieve norm. Bij toetspunt tp09 verandert de cumulatieve geluidbelasting met andere windturbines niet met de toevoeging van Windwinning Hoeksebaan, het is dus ook niet evenredig om hier een nader voorschrift te stellen. Bij tp10 geldt dat het niet doelmatig is om hier een nader voorschrift te stellen voor Windwinning Hoeksebaan om de cumulatieve geluidbelasting te verlagen doordat de cumulatieve geluidbelasting toch vooral wordt bepaald door andere windturbines. Op toetspunten tp09 en tp10 geldt dat er met Windwinning Hoeksebaan ook al zonder mitigatie aan de norm Lnight 41 dB en Lden 47 dB wordt voldaan. De bijdrage in de cumulatieve geluidbelasting wordt niet of nauwelijks door Windwinning Hoeksebaan veroorzaakt (zie Tabel 5.1 toelichting cumulatie met andere bronnen) waardoor het ook niet doelmatig is om hier een nader voorschrift te stellen. Voor de beoordeling van het woon- en leefklimaat is de cumulatieve geluidbelasting met alle bronnen veel meer relevant omdat dan ook rekening wordt gehouden met achtergrondgeluid.

De kwaliteit van de leefomgeving verandert ook niet op deze punten met toevoeging van Windwinning Hoeksebaan. Conclusie Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. Wel wordt ambtshalve voorgesteld de toelichting in het bestemmingsplan aan te vullen voor wat betreft het aspect cumulatie met andere windturbines, zoals aangegeven in de hierboven weergegeven reactie. 11.4 Slagschaduw (Deze zienswijze richt zich ook op de ontwerpomgevingsvergunning.) In het ontwerpbesluit Windturbines leefomgeving van 12 oktober 2023 zijn normen voor slagschaduw opgenomen. De 'hinderlijke’ slagschaduw, waarvoor de norm geldt, treedt pas op bij een zonintensiteit van meer dan 120 watťm2. Voor slagschaduw geldt een maximaal aantal van 6 uur slagschaduw per jaar voor alle windturbines van een windpark (activiteit) gezamenlijk. Daarnaast geldt een maximum van 20 minuten slagschaduw per dag. Dus maximaal 6 uur per jaar en een op zichzelf staand maximum van 20 minuten per dag. De afstand tot waarop slagschaduw nog moet worden beoordeeld is bepaald op 12 maal de rotordiameter. Deze normen worden opgenomen in een nieuw artikel 4.430İ van het Besluit activiteiten leefomgeving. Uit het onderzoek voor slagschaduw blijkt dat deze norm alleen wordt gehaald als de turbines een deel van het jaar worden uitgezet. Dat is voor omwonenden en gebruikers van het bedrijventerrein niet te controleren.

Naar verwachting zullen ook de gebruikers van de bedrijventerrein slagschaduwhinder ondervinden. De bouwhoogte mag 250 meter worden en de afstand van de oostelijke windturbine tot de erfgrens van het bedrijventerrein bedraagt slechts 200 meter, dus minder dan de hoogte van de turbine. Dit zal vooral voor de kantoormedewerkers veel hinder opleveren. Reactie Het bestemmingsplan ‘Windwinning Hoeksebaan’ is ter inzage gelegd op 8 december 2023 dus voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Dit betekent dat het ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving niet van toepassing is. Ten aanzien van deze herziening is het Activiteitenbesluit milieubeheer en de Activiteitenregeling milieubeheer van toepassing.

34 Voor slagschaduw geldt op basis van het Activiteitenbesluit-/regeling een norm van maximaal 17 dagen per jaar niet meer dan 20 minuten. In praktijk wordt uitgegaan van maximaal 6 uur per jaar op gevoelige objecten, zoals woningen. De panden op het bedrijventerrein zijn geen voor slagschaduw gevoelige objecten, het ligt dan ook niet in rede hier dezelfde norm te hanteren. Desalniettemin zijn in het kader van het ruimtelijk spoor de gevolgen in beeld gebracht. Uit de contourkaart blijkt wat de mogelijke geluids- en slagschaduwbelasting kan gaan zijn ter plaatse van de bedrijfsbestemming zie voor geluid Figuur 5.1 en slagschaduw Figuur 5.2 in de Toelichting. Deze belasting is op voorhand niet onacceptabel omdat de belasting ook voor bestaande bedrijven nabij de windturbines aanvaardbaar wordt geacht. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 11.5 Externe veiligheid (Deze zienswijze richt zich ook op de ontwerpomgevingsvergunning.) Het belangrijkste bezwaar van reclamanten is externe veiligheid, omdat dit tot een bouwverbod op bedrijventerrein Hoeksebaan kan leiden indien niet aan de normen wordt voldaan. De risiconorm is zowel op woningen als bedrijven van toepassing. Kantoren en bedrijfsgebouwen waar personen gemiddeld een groot deel van de dag verblijven zijn te beschouwen als een beperkt kwetsbaar object.

Het risico als gevolg van mastfalen reikt tot 250m (de tiphoogte van de turbine, terwijl de oostelijke turbine op slechts 200 meter van de erfgrens van het bedrijventerrein Hoeksebaan ligt. Hierdoor ligt nog 50 meter van de risicocirkel op het bedrijventerrein. Het bedrijventerrein ligt ook binnen de risicocirkel bij bladworp bij nominaal toerental (203m) en bij overtoeren (520m). Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de veiligheidszone PR10'5 en voor kwetsbare objecten de veiligheidszone PR10'6. Het vreemde is dat de veiligheidszone op de plankaart (Veiligheidszone-windturbine PR10-6) niet over de erfgrens heen loopt, terwijl in de tekening in afb. 4 een veiligheidszone (Max generieke PR 10-06) wel 50 m over de erfgrens heen ligt. De veiligheidszone PR10-6 die geldt voor kwetsbare objecten ligt voor een fors deel over de bedrijven van het bedrijventerrein De Kulk heen, en de norm voor beperkt kwetsbare objecten ligt ook over veel bedrijven en kantoren, dus beperkt kwetsbare objecten heen. De windmolen op bedrijventerrein De Kulk voldoet niet aan de voorschriften. Dit geldt ook voor de windmolen op het Renewi terrein daar de veiligheidszone is gelegen op het bedrijventerrein van reclamanten waar zij kantoren mogen bouwen. Reactie Het invloedsgebied van de windturbines (overtoeren) is het gebied dat maximaal voor externe veiligheid wordt onderzocht.

Daarbuiten zijn effecten uit te sluiten. Voor beperkt kwetsbare objecten wordt een grenswaarde van het Plaatsgebonden Risico (PR) gehanteerd van maximaal 10-05 per jaar. Het maximale PR voor kwetsbare objecten is 10-06 per jaar. Op basis van generieke gegevens uit het handboek Risicozonering Windturbines (HRW) kan de (generieke) afstand van een halve rotordiameter tot beperkt kwetsbare objecten worden gehanteerd en een afstand van de tiphoogte tot aan kwetsbare objecten. Deze afstanden kunnen op basis van het HRW ook specifiek worden berekend en liggen voor grotere windturbines over het algemeen op kortere afstanden dan de generieke afstanden. De generieke PR-contouren zijn gebruikt als eerste indicatie, terwijl de specifieke PR-contouren een realistischer beeld geven van de daadwerkelijke PR-contouren die met deze windturbines gerealiseerd gaan worden. De worst-case specifieke PR-contouren zijn bepaald op basis van beschikbare windturbines binnen de bandbreedte van afmetingen. De worstcase specifieke PR10-05 bedraagt 75 meter en de worst-case specifieke PR10-06 contour

35 bedraagt hier 204 meter. Het bedrijventerrein blijft volledig buiten de specifieke PR10-6 contour van de windturbines waardoor er geen sprake is van enige belemmering van de ontwikkeling van het bedrijventerrein. De perceelsgrens ligt op een afstand van 220 meter van de windturbine en dus het midden van de veiligheidszone. Het perceel van reclamanten en het door hen beoogde bedrijventerrein ligt dan ook zoals aangegeven onder zienwijze 11.1 geheel buiten het plangebied van onderhavige herziening. Hiermee ligt het tevens buiten de veiligheidscontouren Veiligheidszone-windturbine PR10-6. Binnen deze zone zijn er geen kwetsbare objecten (zoals bijvoorbeeld kantoren met een oppervlakte groter dan 1500m2) toegestaan. Bedrijfsgebouwen zijn bovendien beperkt kwetsbaar. Vanuit externe veiligheid is er dus geen enkele belemmering voor de realisatie van bedrijfspanden en eventuele kantoren op het terrein Loswal De Bonnen. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. Zienswijze 12. Stichting Achmea Rechtsbijstand namens Hecmar Group B.V. Kwelder 15 Hoek van Holland. 12.1 Beperkingen Het bedrijf van reclamant is een bedrijf in ontwikkeling en heeft uitbreidingsmogelijkheden nodig voor de verdere ontwikkeling. De huidige kantoorruimtes, totaal ca 600m2, zijn in het jaar 2021 in gebruik genomen. Op dit moment zijn alle werkplekken dagelijks bezet.

In de huidige planning is/wordt voorzien in een volgende uitbreiding van de kantoren en bedrijfshallen op de huidige locatie. De huidige locatie aan de Kulkweg, waar nu nog een groot gedeelte onbebouwd is, biedt de bedrijfsgroep de benodigde ruimte om de verdere groei van de bedrijfsgroep en al haar activiteiten te kunnen realiseren. Het perceel biedt alleen aan de voorzijde de mogelijkheid de kantoren te situeren met een vrij uitzicht. De toekomstige uitbreiding voorziet in een forse toename van kantoorruimte van mogelijk 2000m2 of meer en de rest van het perceel wordt dan bebouwd met bedrijfshallen voor de benodigde ruimte voor op- en overslag van producten. Voor het onbebouwde terrein voor de benodigde uitbreiding van de oppervlakte bedrijfshallen en kantoren zullen aanzienlijke beperkingen gaan gelden. Aan de kant van de windturbine zal reclamant geen kantoor aan de voorzijde kunnen realiseren. De komst van een XXL windmolen in de directe nabijheid zal deze mogelijkheden ernstig beperken en schaadt de ontwikkeling het bedrijf. Dit betekent dat een verdere uitbreiding met kantoren en bedrijfshallen op de huidige locatie dan niet meer kan en ook niet zal worden gerealiseerd. De komst van de windturbine staat de gewenste bebouwing in de toekomst in de weg.

Reclamant wenst geen enkele beperking inzake het huidige gebruik en de gebruiksmogelijkheden van het perceel en beperkingen van de toekomstige inrichting dan wel alternatieve aanwendbaarheid in de toekomst voor mogelijke andere alternatieve activiteiten van eigendommen. Reclamant is voornemens om alle rechtsmiddelen aan te wenden ten einde nadelige effecten te voorkomen. Reactie Het perceel van reclamant ligt in het gebied van onderhavige parapluherziening binnen de veiligheidszone-windturbine PR10-6. Binnen deze veiligheidszone zijn beperkt kwetsbare objecten toegestaan en kwetsbare objecten niet toegestaan. Tevens ligt het perceel in het gebied waar het bestemmingsplan ‘Hoek van Holland-Bedrijventerreinen’ van kracht is en heeft hierin de bestemming ‘Bedrijf 2’, bestemd voor bedrijven t/m categorie 4.2 van de lijst

36 van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels en bedrijfsgebonden kantoren met per bedrijf niet meer dan 50% van het bruto vloeroppervlak met een maximum van 3000m2. Het perceel is in de afbeelding hieronder aangegeven met een omrande rechthoek.

De voorliggende herziening dient wat betreft woningen te voldoen aan de geldende geluids-, slagschaduw- en externe veiligheidsnormen. In de herziening en bijbehorende onderzoeken is hieraan getoetst en geconcludeerd dat aan de normen wordt voldaan. Bedrijven zijn geen gevoelige bestemmingen voor geluid en slagschaduw, waardoor de windturbines in principe niet beperkend zijn voor toegestane en toekomstige bedrijfsactiviteiten vanuit die aspecten. Hoewel bedrijven geen gevoelige objecten zijn, dient echter vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wel te worden beoordeeld of de geluid en slagschaduwhinder op de bedrijven aanvaardbaar zal zijn. Wat betreft het aspect externe veiligheid, wordt bedrijfsbebouwing in lijn met de begripsbepaling uit het Bevi in principe aangemerkt als een beperkt kwetsbaar object. Beperkt kwetsbare objecten mogen volgens het bestemmingsplan niet worden opgericht binnen de contour PR10-5 van de windturbines. De contour ligt generiek volgens het handboek risicozonering windturbines op een afstand van een halve rotordiameter (90 meter) en specifiek op een afstand van 75 meter (zie figuur 5.5 toelichting BP) maar is uiteindelijk in het bestemmingsplan vastgelegd op een maximale afstand van 55 meter vanwege bestaande bebouwing op het bedrijventerrein (zie paragraaf 5.5.2. onder ‘toekomstige bebouwing').

Om de omliggende bedrijven zo min mogelijk te raken. Hierdoor gaat de cirkel maar beperkt over het perceel van reclamant. Reclamant wordt dus in zijn toekomstige bedrijfsbebouwing in die zin beperkt, dat op die gronden geen kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten meer gerealiseerd kunnen worden. Daarbij wordt betrokken dat er op dit moment niet dergelijke objecten gerealiseerd zijn ter plaatse van de contour van de windturbines. De bestaande bedrijfsbebouwing is beperkt kwetsbaar en ligt buiten de PR105 contour van de windturbine. Hiermee heeft het bestemmingsplan geen effect op de huidige bedrijfsbebouwing van reclamant. In de herziening is een maximale specifieke PR10-6 contour van 204 meter opgenomen, waarin kwetsbare objecten worden uitgesloten, tenzij ze deel uitmaken van de inrichting waar ook de windturbine deel van uitmaakt. Dit komt doordat de enige mogelijk te realiseren kwetsbare objecten in de zin van het Bevi kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak groter dan 1.500 m2 zouden kunnen zijn. Daaromtrent is in het bestemmingsplan “Hoek van

37 Holland – Bedrijventerreinen” bepaald dat bedrijfsgebonden kantoren per bedrijf niet meer dan 50% van het bruto vloeroppervlak mogen innemen, met een maximum van 3.000 m2. Momenteel is 2300m2 van het perceel bebouwd met bedrijfsbebouwing en een klein ondergeschikt kantoor. Uit kadastrale gegevens blijkt dat gelet op de oppervlakte van het perceel het realiseren van een kantoor met een oppervlakte groter dan 1500m2 planologisch mogelijk is. Hiervoor dient wel tevens het bedrijfsgebouw uitgebreid te worden. Met de realisatie van deze windturbines wordt een bijdrage geleverd aan de gemeentelijke, provinciale en Rijksdoelstelling voor windenergie op land en daarmee aan de energietransitie. In dit kader zijn alle betrokken belangen afgewogen en is een bepaalde beperking acceptabel geacht. In het kader van de Wet ruimtelijke ordening kan een verzoek om planschade worden gedaan na het onherroepelijk worden van het plan. Deze wettelijke regeling is bedoeld om tegemoet te komen in de schade als gevolg van een planologisch besluit. Een verzoek om planschade kan worden ingediend binnen 5 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

12.2 Milieueffectrapportage (MER) ontbreekt In de toelichting is aangegeven dat een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling en het nemen van een m.e.r.- beoordelingsbesluit niet noodzakelijk is, omdat geen sprake zou zijn van een windpark. Er worden 2 windturbines met een gezamenlijk vermogen tussen de 9 en 18 MW mogelijk gemaakt. Het gezamenlijk vermogen is boven de 15 MW. Bovendien is er sprake van een uitbreiding van het windpark Nieuwe Waterweg. In paragraaf 5.6 wordt juist gesteld dat het park mooi aansluit bij Windpark Nieuwe Waterweg. Een MER-beoordeling is noodzakelijk om het bestemmingsplan in procedure te brengen. Nu de aanmeldingsnotitie en/of MER ontbreekt bij de gepubliceerde stukken kan het bestemmingsplan niet in procedure worden gebracht. Reactie In de Toelichting bij het bestemmingsplan is in paragraaf 1.4 uitgelegd waarom voor deze twee windturbines geen MER of m.e.r.-beoordeling nodig is. De bouw van een nieuw windturbinepark is in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) aangewezen als categorie D22.2; voor windparken met drie of meer, en minder dan tien, windturbines en met een gezamenlijk vermogen van minder dan 15 MW dient door middel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling (aanmeldingsnotitie) onderbouwd te worden of er al dan niet een formele m.e.r.-(beoordeling) doorlopen dient te worden voor de omgevingsvergunning en het ruimtelijk plan.

Bij dit project is er sprake van twee windturbines, en dus niet van een 'windpark' volgens de definitiebepalingen uit het Besluit m.e.r. waardoor er geen m.e.r. (beoordelings)plicht is ontstaan. Er is ook geen sprake van een uitbreiding van het bestaande windpark Nieuwe Waterweg waardoor een m.e.r.-(beoordelings)plicht kan ontstaan. Verwezen. wordt daarvoor naar Kader 1.2 in paragraaf 1.4 (Juridisch kader) in de plantoelichting. Voor de vraag of er sprake is van één windturbinepark in de zin van de m.e.r.-regelgeving is bepalend of aan het zogeheten ‘samenhang- en voorzienbaarheidscriterium’ is voldaan. Dat criterium geeft, kort en goed, aan dat bij een bepaalde samenhang tussen de windturbines en het bestaande windpark, plus als voorzienbaar is dat deze windturbines en het windpark binnen afzienbare tijd na elkaar worden gerealiseerd, er sprake is van één windturbinepark. Op basis van huidige

38 inzichten is de conclusie dat de windturbines en het huidige windpark niet één windturbinepark in de zin van het Besluit m.e.r. vormen. Daarvoor is doorslaggevend dat er ten tijde van de besluitvorming over het bestaande windpark Nieuwe Waterweg in 2014 geen plannen waren om binnen afzienbare tijd de windturbines van Windwinning Hoeksebaan te realiseren. Het enkel opgenomen zijn van de locatie aan de Nieuwe Waterweg als potentiële locatie voor de ontwikkeling van windenergie in de provinciale omgevingsverordening, de gemeentelijke structuurvisie en het Convenant van de Stadsregio is onvoldoende om te spreken van voorzienbaarheid. Er is derhalve sprake van twee aparte projecten op basis van het Besluit m.e.r. en het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling (nemen van een m.e.r.-beoordelingsbesluit) is dus niet noodzakelijk. Enkel het feit dat er ruimtelijk/landschappelijk sprake is van samenhang met het bestaande Windpark Nieuwe Waterweg betekent niet dat er op basis van m.e.r.-regelgeving een m.e.r.(beoordelings)-plicht is. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.3 Geluidsoverlast Voor windturbines geldt een gemiddelde geluidsbelasting van maximaal 47dB(A)Lden (’s nachts 41dB(A)Lden). Dit is een gemiddelde norm. Het geluid van windturbines hangt af van de wisselende windsnelheid.

Dit betekent dat er ook meer geluid wordt geproduceerd bij meer wind. Cumulatie Hierbij is geen rekening gehouden met het cumulerend geluid van de reeds geplaatste windmolens in deze regio en de aanwezige geluidsbronnen die er al zijn in de directe omgeving havengebied met de Stena Line, waar dagelijks duizenden trailers worden gelost en herscheept, waardoor de werkelijkheid qua geluid, uitgedrukt in dB's, fors hoger uitkomt dan de in dit plan opgenomen waardes. Aan deze cumulatie van geluidhinder is geen aandacht besteed. Bij de beoordeling van een goede ruimtelijke ordening dient deze cumulatie van geluidbronnen onderzocht te worden. Zie (ECLI:NL:RVS:2010:BN85861 (r.o. 2.9.3). Laagfrequent geluid Evenmin is er aandacht besteed aan de mogelijke schadelijke effecten van het laagfrequent geluid dat windmolens produceren. Gelet op de negatieve gevolgen voor de gezondheid is deze locatie niet geschikt voor het plaatsen van windmolens omdat deze in de nabijheid van woningen en bedrijven waar mensen werken ligt. De afstand tussen de windturbines en de bebouwde omgeving dient voldoende te zijn, 1500200m. In wetenschappelijk onderzoek (dr. Nina Pierpont) wordt geadviseerd om een afstand van 1500 meter aan te houden. Hoe hoger hoe meer laagfrequent geluid, waardoor een grotere afstand tot geluidsgevoelige objecten noodzakelijk is.

Ook blijkt uit onderzoek dat het zoevende zwiepende geluid als extra hinderlijk wordt ervaren. Geluidshinder zorgt voor stress en is schadelijk voor de gezondheid. Uit onderzoek van het LUMC blijkt dat hartklachten kunnen verergeren onder invloed van langdurige blootstelling aan laagfrequent geluid. Indien de norm teruggaat naar 35dB er veel minder klachten zullen zijn. Een alternatief is een minimale afstand van 10 maal de ashoogte aan te houden, wat uitkomt op een afstand van 1500 tot 2000 meter.

39 Het Activiteitenbesluit kent geen norm voor laagfrequent geluid voor in de woning. Dat betekent dat bij een planologisch besluit onderzocht moet worden bij welke norm men dan het beste kan aansluiten de nadelige effecten voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Geluidreducerende maatregelen Uit de rekenresultaten blijkt dat bij toepassing van geluidreducerende maatregelen kan worden voldaan aan de Lden-grenswaarde van 47 dB en de Lnight-grenswaarde van 41dB. Er is gerekend met mitigerende maatregelen. Maar in de planvoorschriften zijn deze geluidreducerende maatregelen niet opgenomen. Uit het akoestisch onderzoek blijkt wel dat de cumulatieve geluidsoverlast wel toeneemt zonder mitigerende maatregelen. Het is nog niet duidelijk of de mitigerende maatregelen wel uitgevoerd kunnen worden. Daarnaast is geen enkele aandacht besteed aan de permanente lage bromtoon en de monotone geluidsproductie vanuit de rotorbladen. Zoals hiervoor beschreven heeft dit grote nadelige gevolgen voor de gezondheid van medewerkers die dagelijks tussen 8.00 uur en 17.00 uur worden blootgesteld aan dit geluid. Reactie Lden 47 dB en Lnight 41 dB zijn inderdaad theoretische jaargemiddeldes inclusief zogenaamde straffactoren, zoals uitgelegd bij de reactie op zienswijze 1.2. Een windturbine is continu in bedrijf.

Daar waar het in theorie mogelijk is om aan het gemiddelde te voldoen met een korte hoge piekbelasting en een lange tijd heel weinig geluid, zal dat in de praktijk niet gebeuren. Het geluid van de windturbine wordt namelijk bepaald door de slag van de wiek door de lucht en wordt direct bepaald door het bronvermogen van de windturbine en de actuele windsnelheid. Een windturbine kan dus niet harder worden gezet. Daarmee is het dus feitelijk onmogelijk om een hogere geluidsbelasting te creëren als ‘compensatie’ voor momenten waarop de geluidsbelasting laag is De jaargemiddelde geluidbelasting is dus goed voorspelbaar en berekenbaar op basis van meerjarige KNMI gegevens. Cumulatie Zoals blijkt uit paragraaf 5.2 van de plantoelichting is onderzoek gedaan naar de cumulatie van geluid met andere bronsoorten op woningen. Cumulatie met andere bronnen wordt beschouwd als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron conform de rekenregels uit het Reken- en meetvoorschrift windturbines (Activiteitenregeling milieubeheer9 Bijlage 4). In het geval van dit project zijn dat wegverkeer, industrielawaai en een ander windpark. De methode berekent de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in dosis-effectrelaties van de verschillende geluidbronnen. Er zijn geen normen voor de cumulatie van geluid.

Op vijf van de toetspunten treedt een cumulatieve verslechtering op, dat is inherent aan de realisatie van windturbines in een omgeving waar al veel geluidbronnen aanwezig zijn. De verslechtering van de akoestische kwaliteit is in alle gevallen één stap van redelijk naar matig volgens de methode Miedema. Daar waar cumulatief in de bestaande situatie een relatief goede situatie is neemt deels de geluidbelasting cumulatief toe maar er ontstaat geen slechte akoestische situatie. Gezien het belang van het realiseren van de windturbines als bijdrage aan de gemeentelijke, provinciale en landelijke duurzame energiedoelstelling en de samenhang met de beleidsmatige keuze om de zone langs de Nieuwe Waterweg tussen Hoek van Holland en Maasssluis aan te wijzen als (VRM-)locatie voor windenergie, wordt de toekomstige

40 cumulatieve akoestische situatie bij woningen van derden acceptabel geacht. In de berekeningen is uitgegaan van een realistische luide situatie. Wanneer met de definitieve windturbine keuze gekozen wordt voor realisatie van een 'stillere' windturbine neemt in zijn algemeenheid ook de cumulatieve geluidbelasting af. Dit is echter niet noodzakelijk voor de ruimtelijke effecten van het project, zodat hiervoor geen nadere borging is opgenomen in de planregels. Hoewel de bedrijven van reclamanten geen geluidgevoelige objecten zijn, dient vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening wel te worden beoordeeld of de geluidhinder op die bedrijven aanvaardbaar is. Voor de vaststelling van het bestemmingsplan kan in ieder geval in redelijkheid aansluiting worden gezocht bij de normering in het Activiteitenbesluit en in redelijkheid een cumulatieve geluidgrenswaarde (met andere geluidbronnen) worden aangehouden van 65 dB voor woningen, voor bedrijven kan deze dus ook hoger zijn. Voor kantoren kan ook specifiek aansluiting gezocht worden bij de berekende geluidbelasting van de windturbines gedurende de dagperiode (Lday) en het bijbehorende binnenniveau. In Bijlage 1 bij het bestemmingsplan is wel degelijk de geluidbelasting op een aantal kantoren bij bedrijfspanden in beeld gebracht (Tabel 2.11), zo ook op het pand van reclamanten (toetspunten b04 en b05).

De geluidbelasting op de niet-gevoelige objecten is inzichtelijk gemaakt als indicatie voor het leef- of werkklimaat. De berekende geluidbelasting gedurende de dagperiode (Lday) als gevolg van de windturbines is waarschijnlijk merkbaar, maar er wordt verondersteld dat de toevoeging van het windturbinegeluid niet zal leiden tot onaanvaardbare hinder naast de al aanwezige geluidniveaus op het bedrijventerrein. De geluidbelasting op toetspunten b04en b05 bedraagt respectievelijk Lden 53 en 55 dB, Omdat het bedrijven zijn, ligt het voor de hand vooral te kijken naar de dagperiode, wanneer er over het algemeen bedrijvigheid is. Op de gevel is de gemiddelde geluidbelasting respectievelijk 46 en 49 dB Lday. Met het doorgerekende turbinetype is het maximale geluidniveau 2,4 dB hoger dan Lday, dus dat betekent maximaal 48,4 en 51,4 dB(A) op de gevel. Uitgaande van een gevelisolatie van 20 dB (op basis van het Bouwbesluit), bedraagt het binnenniveau als gevolg van windturbinegeluid circa 28,4 respectievelijk 31,4 dB(A). Een binnenniveau van 40 dB(A) bij kantoorruimten, dan wel andere bedrijfsruimten, is nog zonder meer aanvaardbaar . Er is derhalve sprake van een aanvaardbaar leefklimaat ter plaatse van de bedrijven van reclamanten. Laagfrequent geluid Het Activiteitenbesluit kent geen norm voor laagfrequent geluid voor in de woning.

Dat betekent dat bij een planologisch besluit onderzocht moet worden of en zo ja bij welke norm men dan het beste kan aansluiten de nadelige effecten voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Bedrijfspanden genieten niet dezelfde bescherming als woningen. In het ‘Onderzoek akoestiek en slagschaduw’ (bijlage 1 bestemmingsplan) voor het project is onder meer gekeken naar laagfrequent geluid. Daaruit volgt dat met de naleving van de geluidsnorm van 47 dB Lden ook voldoende bescherming wordt geboden tegen laagfrequent geluid. Daarmee is het niet noodzakelijk nader onderzoek uit te voeren naar laagfrequent geluid bij woningen, dus ook niet bij bedrijven. De door reclamant aangehaalde stukken vormen hier ook geen aanleiding voor nader onderzoek naar laagfrequent geluid. Ten aanzien van Pierpont kan worden gewezen naar eerdere rechtspraak, waaruit volgt dat hierin geen reden ligt voor nader onderzoek naar de effecten van geluid (zie o.a. ABRvS 17 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:141; ABRvS 11 januari

41 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BV05632). Hetzelfde geldt voor de stellingen van De Laat (zie o.a. ABRvS 12 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1433). In hetgeen reclamant hierover naar voren brengt wordt geen reden gezien thans te vrezen voor andere of meer effecten vanwege laagfrequent geluid. Er is al eerder geconstateerd dat er geen reden is om voor bedrijven dezelfde norm te hanteren als voor woningen voor geluid. Er is mede om die reden ook geen reden aan te nemen dat windturbines zorgen voor een aanleiding om laagfrequent geluid bij bedrijven wel te moeten onderzoeken. Geluidreducerende maatregelen Zoals eerder beschreven gelden voor deze twee windturbines rechtstreeks werkende milieunormen. Op basis van die milieunormen moeten de windturbines noodzakelijke mitigerende maatregelen te treffen om na te leven. De wijze waarop deze naleving wordt geborgd, hoeft geen verdere uitwerking in de planregels. De permanente lage bromtoon waar reclamant het over heeft is geen onderdeel van het normale geluidspectrum van windturbines. Mocht een dergelijke toon zich voor doen als gevolg van de windturbines dan dient dat nader beschouwd te worden in het kader van handhaving of er een defect aan de windturbine is. Geluid van de windturbines wordt veroorzaakt door de slag van de draaiende wieken door de lucht.

De monotone geluidsproductie vanuit de rotorbladen zoals reclamant die benoemd is juist de karakteristiek van het geluid van de windturbines waar de wettelijke norm juist tegen beschermd. Dit geluid wordt in de nacht, wanneer de bedrijven overigens gesloten zijn, als extra hinderlijk ervaren en daarom zit er in de wettelijke norm een straffactor in de avond en nacht en is er ook een extra norm voor de nacht Lnight. Als het gaat om geluid bij bedrijven is het daarom ook logischer te kijken naar het jaargemiddelde geluid gedurende de dag: de Lday. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze ongegrond te verklaren. 12.4 Onvoldoende onderzoek naar omliggende kantoren en gebruiksmogelijkheden. In de nabijheid van een kantoorgebouw waar meer dan 50 mensen werkzaam zijn is op grond van wet- en regelgeving de bouw van een XXL-windmolen niet toegestaan. In de nabijheid van een gelegenheid waar meer dan 50 personen in de nacht kunnen verblijven is de bouw van een XXL-windmolen evenmin toegestaan. In een naastgelegen kantoorgebouw zijn nu reeds ca. 55 personen werkzaam en er is een uitbreidingsplan voor dit kantoorgebouw naar ca 160m2 kantooroppervlakte en meer dan 70 werkplekken. In de vrijwaringszone is momenteel met een tijdelijke vergunning een parkeerplaatsen waar, zeker in het weekend, aanzienlijk meer dan 50 personen overnachten in hun vrachtwagen.

Voor de bewoner van Hoek van Holland is het van belang dat deze voorziening, parkeren buiten de dorpskern door vrachtwagens van buiten Nederland, behouden blijft. Indien de windmolen er komt zou deze functie mogelijk verdwijnen. Dit is zeer onwenselijk voor de omgeving. Reactie Binnen de veiligheidszone-winturbine PR10-6 zijn kwetsbare objecten niet toegestaan en beperkt kwetsbare objecten wel toegestaan. In artikel 1 van het Bevi is bepaald wat kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten zijn. Gebouwen waarin doorgaans een groot gedeelte van de dag grote aantallen mensen aanwezig zijn zijn kwetsbare objecten. Bij

42 kantoren gaat het om gebouwen die omgerekend naar oppervlakte bestemd zijn voor meer dan 50 personen. Het gaat dan om kantoorgebouwen met een oppervlakte van meer dan 1500m2. Kantoren met een oppervlakte tot en met 1500m2 zijn beperkt kwetsbaar. Voor de duidelijkheid: Kwetsbare objecten worden in het Bevi in artikel 1 als volgt gedefinieerd: a. woningen, woonschepen en woonwagens, niet zijnde woningen, woonschepen of woonwagens die aangemerkt worden als beperkt kwetsbare objecten. Dit zijn: verspreid liggende woningen, woonschepen en woonwagens van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen, woonschepen of woonwagens per hectare, en dienst- en bedrijfswoningen van derden. b. gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen 2. scholen 3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen c. gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, waartoe in ieder geval behoren: 1. kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m2 per object; 2.

complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m2 per winkel, voorzover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd d. kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen. Op andersoortige objecten dan de in artikel 1, eerste lid, onderdelen a en m, genoemde heeft dit besluit geen of beperkte betrekking. Het betreft hier: a. Objecten die tot een risicoveroorzakende inrichting behoren b. Infrastructurele voorzieningen, zoals wegen, parkeerplaatsen en fietspaden. De reden van die beperking is dat verkeersdeelnemers doorgaans gedurende een korte tijd op een bepaalde plaats aanwezig zijn. Het desbetreffende terrein wordt verhuurd aan de gemeente Rotterdam en is (tijdelijk) beschikbaar voor kortdurend verblijf van individuele chauffeurs die wachten op de veerboot van Stena Line en daar enkele uren hun rust kunnen pakken. Omdat individuele chauffeurs daar kortdurend aanwezig zijn is er ook geen reden het terrein als gevoelig/kwetsbaar te beschouwen. Met het uitbreidingsplan voor het naastgelegen kantoorgebouw tot ca. 160m2 wordt waarschijnlijk het kantoorgebouw bedoeld aan de Kulkweg 60 te Hoek van Holland.

Er is op 18 augustus 2023 een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van het kantoorgebouw tot een oppervlakte van 1499,55m2. Hiermee is er sprake van een beperkt kwetsbaar object. Zie tevens zienswijze 13.7. Conclusie Wij stellen voor deze zienswijze ongegrond te verklaren.

43 12.5 De gronden met de aanduiding ‘Vrijwaringszone- windturbine’ niet gelijkmatig verdeeld. De gronden met de aanduiding ‘Vrijwaringszone-Windturbine’ zijn niet rond maar ovaal ingetekend. De vrijwaringszone is aan de westkant ca. 80 meter en aan de oostkant van reclamant ca. 70 meter. De vrijwaringszone dient aan alle zijden gelijkgesteld te worden. Reclamant krijgt nu voor een veel groter deel op zijn perceel te maken met de negatieve gevolgen van deze ontwikkeling. Reactie Reclamant maakt hier een terechte opmerking. Hier is iets misgegaan in de digitale dataset zoals die op ruimtelijkeplannen.nl is gepubliceerd bij ter inzagelegging. De cirkel met de aanduiding ‘vrijwaringszone - windturbine’ bij beide windturbines is enigszins verschoven ten opzichte van het middelpunt van de bestemming 'Bedrijf –Windturbinepark'. Dit wordt gecorrigeerd. Conclusie Wij stellen u voor deze zienswijze gegrond te verklaren en de verbeelding aan te passen. Hierbij wordt tevens verwezen naar de ambtelijke wijzigingen. 12.6 Meer onderzoek noodzakelijk Op grond van het voorzorgsbeginsel is meer onderzoek noodzakelijk naar megawindturbines Er dreigen windturbines te komen met een tiphoogte van maar liefst 250 meter. Alleen in de Maasvlakte staan zulke hoge windturbines, maar daar wonen en werken geen mensen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=6d272384-45eb-49c0-9327-c5bcb2875c8e