CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003607] Bijlage 9 behorende bij 24bb003603 over jaarverslag BOOR 2023 (inclusief goedkeurendecontroleverklaring PwC)

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 3 juli 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Jaarstukken 2023 en 1e voortgangsrapportage BOOR 202438.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

2. De solvabiliteit wordt berekend door het eigen vermogen vermeerderd met de voorzieningen te delen door het balanstotaal (‘solvabiliteit 2’). Eind 2023 bedroeg de solvabiliteit 50,14%. De onderwijsinspectie hanteert voor het toepassen van het financieel continuïteitstoezicht een signaleringsgrens van de solvabiliteit van 30%. 3. De liquiditeit laat de verhouding tussen kortlopende vorderingen en schulden zien. De signaleringsgrens van de onderwijsinspectie is in 2023 voor de grootste schoolbesturen aangepast van 0,75 naar 0,5. Onze liquiditeit blijft hier komende jaren ruimschoots boven. Daarnaast heeft BOOR nog een kredietfaciliteit van € 23,7 miljoen bij de Staat der Nederlanden, waar tot dusverre geen gebruik van is gemaakt. De inspectie hanteert daarnaast een minimale omvang van liquide middelen van € 100 duizend. BOOR zit hier ruim boven.

67

BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG

5. Verantwoording van de financiën Het jaar 2023 wordt afgesloten met een positief resultaat van € 2,9 miljoen (begroot € - 3,4 miljoen). Het hogere resultaat wordt verklaard door additionele baten, financiële rentebaten en lagere energielasten. We hebben echter ook te maken met hogere kosten voor personeel niet in loondienst.

Totaal baten Totaal lasten Financiële baten en lasten Resultaat

2023 404.230 404.220 2.900 2.910

Bedragen x € 1.000

Begroting 358.746 361.719 -392 -3.365

2022 377.309 363.577 -365 13.367

In dit hoofdstuk en in de toelichting op de baten en lasten wordt hierop nader ingegaan. Analyse resultaat 2023 in vergelijking met begroting 2023 Begroting 2023

bedragen * €1.000

Stijging Rijksbijdragen Additionele baten uit NPO: arbeidsmarkttoelage Additionele baten Basisvaardigheden Additionele baten nieuwkomers/asielzoekers/vreemdelingen Additionele baten werkdrukverlichting vo Additonele baten overige Rijk Overige subsidies gemeente Overige baten Totale additionele baten

18.400 3.100 6.500 2.000 3.800 2.900 4.500 4.383

Stijging cao, sociale lasten en pensioenpremies Meer inzet personeel voor activiteiten NPO en Basisvaardigheden Div. overige pers. lasten (voornamelijk nascholing en reiskosten) Extra inzet personeel niet in loondienst Extra inzet personeel niet in loondienst zij-instroom Extra inzet personeel niet in loondienst: NPO en Basisvaardigheden Lagere huisvestingslasten energie Hogere huisvestingslasten: schoonmaak en onderhoud Hogere leerlinggebonden kosten leer- en hulpmiddelen Hogere leerlinggebonden kosten: activiteiten en ondersteuning Overige kosten (o.a. ICT tempoversnelling)

11.000 6.200 5.200 12.400 600 1.600 -5.800 2.000 2.900 4.900 708

-3.365

45.583

Totale additionele lasten

41.708

Financiele baten

2.400

Resultaat ultimo 2023

2.910 -5.145 -2.235

Dotatie bestemmingsreserves Resultaat na resultaatbestemming

68

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023

Een nadere analyse van het resultaat geeft het volgende beeld: In het najaar van 2022 is de begroting 2023 opgesteld met een negatief resultaat van € 3,4 miljoen. Het resultaat na bestemmingsreserve in deze begroting was € 4,1 miljoen negatief. Medio 2023 zijn de nieuwe cao’s afgesloten, waardoor zowel de baten als de lasten sterk gestegen zijn. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar de analyse van de sectorresultaten. Gedurende het jaar zijn twee voortgangsrapportages opgesteld die inzicht geven in het verloop van het resultaat. In 2023 zijn onderstaande resultaatverwachtingen gerapporteerd:

1. In de eerste voortgangsrapportage werd een resultaat (na bestemmings-reserve) verwacht dat ongeveer gelijk was aan de begroting. 2. In de tweede voortgangsrapportage werd een verwacht resultaat (na bestemmingsreserve) gepresenteerd van € 1,9 miljoen: € 5,2 miljoen hoger dan begroot. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn de lagere energielasten en de te verwachten rentebaten. 3. Het werkelijke resterend resultaat (na bestemmingsreserve) is € 1,8 miljoen beter dan begroot, maar 3,8 miljoen lager dan VGR2. Een belangrijk verschil met VGR2 heeft betrekking op de toegenomen kosten voor externe inhuur en de omvang van de dotaties aan de bestemmingsreserves. Bij VGR2 waren deze dotaties onvoldoende in beeld.

Analyse sectorresultaten

Het resultaat van de sector vo voor bestemmingsreserve is € 1,8 miljoen hoger dan begroot. Er was sprake van € 18,9 miljoen hogere baten dan begroot. Dit betreft de compensatie van de cao, additionele baten Basisvaardigheden en Werkdrukverlichting en hogere bekostiging voor nieuwkomers.

69

BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG

Tegenover deze hogere baten staan € 18,5 miljoen hogere lasten. Dit komt door de effectuering van cao-afspraken, hogere lasten voor personeel niet in loondienst, hogere overige personele lasten en hogere leerling gerelateerde kosten. De energielasten zijn daarentegen fors lager dan begroot als gevolg van tactische inkopen en lagere tarieven. De financiële baten zijn € 1,4 miljoen hoger dan begroot. Sinds eind 2022 ontvangen we rente op schatkistbankieren als gevolg van de gestegen rente. Dit was tijdens het opstellen van de begroting nog niet bekend. Het niet uitgegeven deel van de middelen Basisvaardigheden en Werkdrukmiddelen wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Vanuit de bestemmingsreserve NPO, gevormd in de voorgaande jaren, is een vrijval gerealiseerd. De lasten voor de gevormde bestemmingsreserve zullen in de komende jaren worden gerealiseerd. Het resultaat na de bestemmingsreserve is € 1,7 miljoen hoger dan begroot.

Het resultaat van de sector (s)bao voor bestemmingsreserve is € 2,4 miljoen hoger dan begroot. De hogere baten van € 20,0 miljoen in deze sector betreft voornamelijk de compensatie van de cao. Daarnaast zijn er hogere baten voor Basisvaardigheden en verlenging van de arbeidsmarkttoelage NPO en hogere subsidies en gemeentelijke bijdragen. De lasten van de sector (s)bao zijn € 18,8 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door de effectuering van cao-afspraken, meer kosten voor externe inhuur en hogere leerling gerelateerde kosten. De energielasten zijn daarentegen fors lager dan begroot als gevolg van tactische inkopen en lagere tarieven. De financiële baten zijn € 1,3 miljoen hoger dan begroot. Sinds eind 2022 ontvangen we rente op schatkistbankieren als gevolg van de gestegen rente. Dit was tijdens het opstellen van de begroting nog niet bekend. Het niet uitgegeven deel van de NPO-middelen, Basisvaardigheden en Anders Organiseren worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve. De bestemmingsreserve ICT-tempoversnelling is in 2023 deels vrijgevallen.

70

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023

Het resultaat van de sector (v)so voor bestemmingsreserve is € 2,1 miljoen hoger dan begroot. De baten van de sector (v)so zijn € 6,5 miljoen hoger dan begroot. Dit betreft voornamelijk verhoging van de tarieven ter compensatie van de cao verhoging. Daarnaast zijn er extra baten voor Basisvaardigheden, verlenging van de arbeidsmarkttoelage en hogere subsidies en gemeentelijke bijdragen. De lasten zijn € 5,0 miljoen hoger dan begroot. Dit komt door de effectuering van cao afspraken, meer kosten voor externe inhuur, hogere leerling gerelateerde kosten en hogere ICT-uitgaven ten behoeve van het versnellingsprogramma ICT. De financiële baten zijn € 0,6 miljoen hoger dan begroot. Sinds eind 2022 ontvangen we rente op schatkistbankieren als gevolg van de gestegen rente. Dit was tijdens het opstellen van de begroting nog niet bekend. Het niet uitgegeven deel van de Basisvaardigheden en NPO middelen wordt toegevoegd aan de bestemmingsreserve. Voor de hierboven genoemde ICT-tempoversnelling is in 2022 een bestemmingsreserve gevormd. Voor het deel van de gerealiseerde kosten in 2023 is deze reserve gedeeltelijk vrijgevallen.

Het resultaat voor bestemmingsreserve voor bestuur en BOOR Services is in lijn met de begroting. De baten voor bestuur en BOOR Services zijn € 0,2 miljoen hoger dan begroot door inkomsten voortkomend uit de gemeentelijke loonkostensubsidie voor participatiebanen. De lasten zijn € 0,3 miljoen hoger dan begroot door de hogere loonkosten vanuit de cao (gedekt vanuit bijdrage van de sectoren), hogere kosten voor personeel niet in loondienst en overige personele lasten.

71

BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG

Verdeling van de lasten over de sectoren

In onderstaande grafiek zijn de lasten 2023 met de vergelijkende cijfers 2022 verdeeld over de drie onderwijssectoren en de kosten voor ABB (Administratie, Beheer en Bestuur). De wijzigingen in de percentages worden veroorzaakt door een wijziging van het aantal leerlingen en de daarmee samenhangende verandering van kosten.

Financiële positie

De balans en staat van baten en lasten leiden tot onderstaande kengetallen. Deze kengetallen zijn vergeleken met de signaleringswaarde zoals de onderwijsinspectie deze hanteert. De inspectie heeft niet voor alle kengetallen een signaleringswaarde bepaald. Met behulp van de signaleringswaarde bepaalt de inspectie of er mogelijk sprake is van een financieel risico en of er aanleiding is om een nader onderzoek in te stellen. Bedragen x € 1.000

Kengetallen balans Eigen vermogen + voorzieningen Balanstotaal Solvabiliteit 2 Vlottende activa Kortlopende schulden Liquiditeit (current ratio) Absolute omvang liquide middelen

72

Signaleringswaarde 31 december 2023 31 december 2022 onderwijsinspectie € 95.564 € 90.367 € 190.605 € 166.040 50,14% 54,42% lager dan 30% € 114.419 € 98.101 € 80.493 € 58.901 142,15% 166,55% lager dan 50% € 90.815 € 81.150 minimaal € 100k

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023

De ratio’s zijn in lijn met de verwachtingen. Alle ratio’s scoren ten opzichte van de signaleringsgrens positief. De totale lasten per leerling en de huisvestingsratio ontwikkelen zich naar een scenario waar er meer lasten zijn. Dit is onder andere het gevolg van de NPO-gelden en de bouwactiviteiten binnen BOOR.

Er zijn momenteel geen indicaties van bovenmatig eigen vermogen.

73

BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG

6. Verslag van het algemeen bestuur Het bestuur van stichting BOOR is ingericht volgens het ‘one-tier board’ bestuursmodel. Daarin vormen het algemeen bestuur en het college van bestuur (dagelijks bestuur) samen het bestuur van de stichting. De samenstelling van het algemeen bestuur is te vinden in Hoofdstuk 1. De taken van het algemeen bestuur betreffen intern toezicht houden, advisering, afleggen van externe verantwoording en het vervullen van de werkgeversrol richting de leden van het college van bestuur. Het interne toezicht richt zich op de strategie, de doelen en het beleid van BOOR. In ieder geval één keer per jaar bespreekt het algemeen bestuur de invulling van de maatschappelijke opdracht van BOOR, de strategische koers en de risico’s en de beheersing daarvan. In de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs van de PO-Raad en de Code Goed Onderwijsbestuur VO van de VO-raad zijn basisprincipes vastgelegd voor de professionaliteit van bestuurders, toezichthouders en managers in respectievelijk het primair en het voortgezet onderwijs. Het bestuur handelt overeenkomstig deze codes. BOOR is lid van de PO-Raad en de VO-raad. De codes van de raden hebben allebei vier principes als uitgangspunt (verschillende principes in beide codes). Deze principes worden door het bestuur onderschreven.

6.1.

Kernprioriteiten: onderwijskwaliteit en onderwijscontinuïteit

De primaire focus van het algemeen bestuur richt zich op de kern van de opdracht van stichting BOOR, namelijk (de versterking van) de onderwijskwaliteit op alle scholen van BOOR. Een belangrijke afgeleide daarvan betreft de continuïteit van het openbaar onderwijs. Die heeft, zeker tegen de achtergrond van het tekort aan bevoegde leraren, de voortdurende aandacht van het bestuur. Goed werkgeverschap, gezonde financiën en een efficiënte bedrijfsvoering vormen voor kwaliteit en continuïteit belangrijke randvoorwaarden.

6.2.

Aandachtsgebieden in 2023

In 2020, 2021 en 2022 is er vanuit het algemeen bestuur noodzakelijkerwijs veel aandacht geweest voor coronagerelateerde onderwerpen. In 2023 is dit aandachtsgebied grotendeels naar de achtergrond verdwenen. Wat niet wil zeggen dat corona volledig weg is. Zo blijven leerachterstanden van leerlingen een aandachtspunt. Ook is er nog steeds sprake van corona-gerelateerd verzuim. Blijvende aandacht is er sinds corona ook voor goede ventilatie van schoolgebouwen. In de vergaderingen van het algemeen bestuur is in 2023 meerdere malen van gedachten gewisseld over de governance van BOOR en is de mogelijkheid verkend om over te stappen van een one-tier naar een two-tier bestuursmodel. Ook is meermaals gesproken over de ‘besturingsfilosofie’ van BOOR en over strategische scholenplanning. Belangrijke onderwerpen waren verder: onderwijskwaliteit, het lerarentekort, de wijze van inzet van de NPO-middelen en van de subsidie basisvaardigheden, leiderschap- en organisatieontwikkeling, identiteit en burgerschap, spreiding van de onderwijsvoorzieningen en de samenwerking met andere schoolbesturen. Op het gebied van bedrijfsvoering en

74

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023

huisvesting waren energielasten, ICT/digitalisering en cybersecurity, nieuwbouwprojecten, weerstandsvermogen en bedrijfsvoering prioriteiten. De maatschappelijke taak van BOOR en de openbare identiteit van de stichting zijn regelmatig terugkerende thema’s in de besprekingen van het algemeen bestuur. Tot slot is de werving voor de opvolging van Hamit Karakus besproken, evenals de herbenoeming van Jessica van Wingerden.

6.3.

Commissies van het algemeen bestuur

Het algemeen bestuur kent drie commissies: de auditcommissie, de onderwijscommissie en de remuneratiecommissie. De commissies hebben een voorbereidende en adviserende taak. Daarnaast adviseren en ondersteunen leden van het algemeen bestuur het college van bestuur incidenteel vanuit hun eigen expertise en achtergrond (waaronder onderwijsinhoudelijk, financieel, personeelsbeleid, huisvesting en communicatie).

6.3.1. Auditcommissie

De auditcommissie adviseert het algemeen bestuur gevraagd en ongevraagd over de rechtmatigheid en doelmatigheid van het financieel beheer en beleid van BOOR (besteding van de Rijksmiddelen, opbouw weerstandsvermogen, begrotingszaken, eventuele bezuinigingstaakstellingen), bedrijfsvoering, ICT, inkoop en huisvesting. In de auditcommissie is in 2023 gesproken over het jaarverslag en de jaarrekening 2022, het verslag bij de jaarrekening en de managementletter van de accountant (bespreking samen met de accountant), de financiële forecasts, de kaderbrief 2024, de (meerjaren)begroting 2024, het weerstandsvermogen, treasury, ICT/digitalisering en cybersecurity, stijgende energielasten, voortgang van en knelpunten bij bouwprojecten, het meerjarenonderhoudsplan (MJOP), duurzaamheidsmaatregelen, de aanbesteding van de accountantsdiensten, de voorziening voor groot onderhoud, de nieuwe bekostigingssystematiek voor het primair onderwijs, de verbetering van de (sturing op de) bedrijfsvoering, alsmede het algehele risicomanagement. Bij het toezicht op doelmatigheid wordt mede ingegaan op de waarborgen die in het begrotings- en verantwoordingsproces van BOOR zijn ingebouwd om de geplande resultaten met de beschikbare middelen te behalen.

6.3.2. Onderwijscommissie

De onderwijscommissie adviseert het algemeen bestuur gevraagd en ongevraagd over zaken die de onderwijskwaliteit betreffen. In 2023 is in de onderwijscommissie de aandacht uitgegaan naar het lerarentekort en de aanpak vanuit het project Anders Organiseren, de vorming van onderwijsregio’s, de inzet op leiderschapstrajecten, de Staat van het BOOR-onderwijs in het algemeen en schooladvisering specifiek, de Staat van het BOOR-personeel, HR-ontwikkelingen in het algemeen en de ontwikkeling van een HR-strategie specifiek, de inzet van primoren, het jaarverslag 2022, de voortgangsrapportages 2023, het jaarplan 2024, armoedeproblematiek, het medewerkerstevredenheidsonderzoek (MTO), Passend Onderwijs, de inzet van de subsidie basisvaardigheden, de inzet van ICT-toepassingen in het onderwijs en het nieuwe Rotterdamse Onderwijsbeleid.

6.3.3. Remuneratiecommissie

De remuneratiecommissie voert namens het algemeen bestuur, en met input van betrokkenen binnen en buiten de organisatie, de functionerings- en beoordelingsgesprekken met de leden van het college van bestuur. De basis daarvoor wordt gevormd door het koersdocument, het jaarplan en de bestuurscontracten. Ook voert de remuneratiecommissie de regie op de werving van nieuwe bestuursleden.

75

BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG

6.4.

Vergaderingen

In 2023 zijn zes bestuursvergaderingen geweest. Naast de vaststelling van het jaarplan en de (meerjaren)begroting 2024 en het jaarverslag en de jaarrekening 2022 van BOOR zijn onderwerpen op het gebied van personeelsbeleid, onderwijshuisvesting, onderwijskwaliteit, bedrijfsvoering, ICT en de actualiteit aan bod gekomen.12 In 2023 heeft aanvullend op de reguliere vergaderingen eenmaal een retraite plaatsgevonden. Het bestuur heeft in 2023 een themasessie gehouden over kansengelijkheid op een van de BOOR vo-scholen. Bij de bestuursvergaderingen zijn de leden van het algemeen bestuur en het college van bestuur aanwezig. Afhankelijk van de agendapunten zijn incidenteel ook medewerkers van BOOR Services aanwezig. De vergaderingen kennen een besloten gedeelte waarin vertrouwelijke zaken worden besproken en een openbaar deel. Het is mogelijk om als toehoorder het openbare gedeelte van de vergadering bij te wonen. Waar mogelijk wordt de uitkomst van de besprekingen in het besloten gedeelte medegedeeld in het openbare deel. In 2023 heeft geen zelfevaluatie plaatsgevonden van het algemeen bestuur. Deze staat gepland voor begin 2024.

6.5.

Overige contacten

BOOR is een publieke organisatie die verantwoording wil afleggen over de resultaten die worden bereikt met de inzet van publieke middelen. De voorzitters en leden van het algemeen bestuur en het college van bestuur leggen regelmatig schriftelijk en mondeling verantwoording af aan de gemeenteraad via de subcommissie BOOR (onderdeel van de commissie Werk en Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening, Armoedebestrijding en NPRZ (WIOSSAN)). Ook spreken de voorzitters van het algemeen bestuur en het college van bestuur periodiek met de wethouder Onderwijs en de directeur Sport, Onderwijs en Cultuur van de gemeente Rotterdam. De leden van het algemeen bestuur hebben in 2023 vergaderingen van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraden bijgewoond. Ook heeft de voorzitter van het algemeen bestuur in 2023 gesproken met de voorzitters van de drie gemeenschappelijke medezeggenschapsraden.

6.6.

Toezichtkader gemeente

De toezichthoudende rol van de gemeente is beschreven in een toezichtkader. Hierin is de informatie- en verantwoordingsplicht van het bestuur aan de gemeenteraad opgenomen. In 2018 is het toezichtkader bijgesteld, passend bij de ontwikkeling van BOOR in de laatste jaren. Het toezichtkader is te vinden op www.boorbestuur.nl/ toezichtkader. Bij de voortgangsrapportages wordt het gemeentelijk toezichtkader gebruikt.

6.7.

12

76

Toezicht op de doelmatige besteding van de Rijksmiddelen

Onderwerpen die tijdens de vergadering van het algemeen bestuur worden besproken, zijn voorbereid in de commissies. Zie onder ‘auditcommissie’ en ‘onderwijscommissie’ een uitgebreidere weergave van de onderwerpen waarover ook in het algemeen bestuur is gesproken.

BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023

Op basis van de advisering door de auditcommissie, en het gesprek daarover tijdens de eigen vergaderingen, heeft het algemeen bestuur vastgesteld dat de middelen doelmatig en rechtmatig zijn verkregen en verstrekt. Het algemeen bestuur heeft deze conclusie, naast interne informatie, mede getrokken op basis van de verslaglegging van de door het algemeen bestuur aangewezen externe accountant. Rotterdam, 24 april 2024 Algemeen bestuur, Mariëtte Hamer Voorzitter

77

BOOR JAARVERSLAG 2023 - JAARREKENING

B. Jaarrekening 7. Balans De balans per 31 december, na verwerking van het resultaat, is als volgt: Bedragen x € 1.000

Activa Vaste activa Materiële vaste activa (1) Financiële vaste activa (2)

31 december 2023

31 december 2022

75.133 1.053

66.864 1.075

Vlottende activa Vorderingen (3)

23.604

16.951

Liquide middelen (4) Totaal activa

90.815 190.605

81.150 166.040

31 december 2023 63.089 32.475 14.548 80.493

31 december 2022 60.179 30.188 16.772 58.901

190.605

166.040

Passiva Eigen vermogen (5) Voorzieningen (6) Langlopende schulden (7) Kortlopende schulden (8) Totaal passiva

78

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2023

8. Staat van baten en lasten De staat baten en lasten is als volgt: Bedragen x € 1.000

Baten Rijksbijdragen OCW (9) Overige overheidsbijdragen en subsidies (10) Overige baten (11) Totaal baten

2023

Begroting

2022

365.988 20.345 17.897 404.230

329.327 15.877 13.542 358.746

343.203 16.998 17.108 377.309

Lasten Personele lasten (12)

327.006

289.761

292.847

Afschrijvingen (13)

7.636

7.983

7.149

Huisvestingslasten (14)

27.581

30.400

26.918

Overige lasten (15) Totaal lasten

41.997 404.220

33.575 361.719

36.663 363.577

10 2.900 2.910

-2.973 -392 -3.365

13.732 -365 13.367

Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten (16) Resultaat

79

BOOR JAARVERSLAG 2023 - JAARREKENING

9. Kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht is als volgt:

Operationele kasstroom Saldo baten en lasten Correcties op resultaat: - Afschrijvingen (13) - Mutaties voorzieningen (6) - Discontering voorzieningen (16) Veranderingen in vlottende middelen: - Voorraden (2) - Vorderingen (3) - Kortlopende schulden exclusief bankkrediet (8) Kasstroom uit bedrijfsoperaties

Bedragen x € 1.000

2022

2023 10

13.732

7.636 2.287 831

7.149 7.425 67

0 -6.653 20.807 24.918

0 -255 11.618 39.736

Ontvangen rente (16) Betaalde rente (16) Totaal operationele kasstroom

2.502 -433 26.987

41 -473 39.304

Investeringskasstroom Investeringen in materiële vaste activa (1) Desinvesteringen vaste activa (1) Toename overige financiële vaste activa (2) Afname overige financiële vaste activa (2) Totaal investeringskasstroom

-15.960 55 0 23 -15.882

-11.812 89 0 22 -11.701

Financieringskasstroom Aflossing/opname bankkrediet (7) Opname langlopende schulden (7) Aflossing langlopende schulden (7) Totaal financieringskasstroom

0 0 -1.440 -1.440

0 0 -945 -945

Totaal kasstroom

9.665

26.658

80

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2023

Toelichting

Ten opzichte van 2022 is de kasstroom € 17 miljoen lager. Belangrijke factoren waardoor de kasstroom is afgenomen: • € 13,7 miljoen lager resultaat • € 5,1 miljoen minder toename van de voorzieningen voor toekomstige uitgaven • € 4,1 miljoen meer investeringen • € 6,6 miljoen toename overige vorderingen door afgeronde huisvestingsprojecten • € 1,1 miljoen vordering inzake de energiekosten Belangrijke factoren waardoor de kasstroom is toegenomen: • € 9,6 miljoen meer vooruit ontvangen subsidies dan in 2022 • € 2,4 miljoen meer rente ontvangen dan in 2022 In onderstaande tabel zijn de begin- en eindstanden van de geldmiddelen opgenomen: Bedragen x € 1.000

Kas- en banktegoeden op 1 januari Beginsaldo geldmiddelen

2023 81.150 81.150

2022 54.492 54.492

Kas- en banktegoeden op 31 december Eindsaldo geldmiddelen

90.815 90.815

81.150 81.150

Mutatie geldmiddelen

9.665

26.658

81

BOOR JAARVERSLAG 2023 - JAARREKENING

10. Grondslagen voor waardering Algemeen

Activiteiten van de rechtspersoon

Stichting BOOR verzorgt het openbaar (speciaal) basisonderwijs, voortgezet onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs in Rotterdam. In totaal zijn er 71 scholen, waar dagelijks aan ruim 31.000 leerlingen wordt lesgegeven. Stichting BOOR is feitelijk gevestigd op Schiekade 34, Postbus 23058 te Rotterdam en is ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 24424572.

Verslaggevingsperiode

De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode van een kalenderjaar.

Continuïteit

De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een continuïteitsveronderstelling.

Vergelijkende cijfers

De vergelijkende cijfers zijn ongewijzigd.

Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening

De jaarrekening over 2023 is opgesteld conform de richtlijnen van de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is bepaald dat de bepalingen van Titel 9 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De grondslagen die worden toegepast voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling zijn gebaseerd op historische kosten, tenzij anders vermeld in de verdere grondslagen. Baten en lasten worden tijdsevenredig toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat reguliere onderwijstaken gelijkmatig over het schooljaar zijn verspreid. Winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Lasten en mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De bedragen in de jaarrekening worden gepresenteerd in duizenden euro’s. Als gevolg van afrondingen zijn in sommige gevallen geringe verschillen ontstaan. Deze verschillen tasten het getrouwe beeld van de jaarrekening niet aan en zijn geen belemmering voor het verkrijgen van het vereiste inzicht.

In diverse tekstuele toelichtingen en in enkele tabellen worden nog bedragen in euro’s vermeld.

Bijzondere waardeverminderingen

Een financieel actief dat niet wordt gewaardeerd tegen reële waarde met waardewijzigingen in de staat van baten en lasten wordt op iedere verslagdatum beoordeeld om te bepalen of er objectieve aanwijzingen bestaan dat het actief een bijzondere waardevermindering heeft ondergaan. Een financieel actief wordt geacht onderhevig te zijn aan een

82

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2023

bijzondere waardevermindering indien er objectieve aanwijzingen zijn dat na de eerste opname van het actief zich een gebeurtenis heeft voorgedaan die een negatief effect heeft gehad op de verwachte toekomstige kasstromen van dat actief en waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt. Objectieve aanwijzingen dat financiële activa onderhevig zijn aan een bijzondere waardevermindering omvatten het niet nakomen van betalingsverplichtingen en achterstallige betaling door een debiteur, herstructurering van een aan de stichting toekomend bedrag onder voorwaarden die de stichting anders niet zou hebben overwogen, aanwijzingen dat een debiteur of emittent failliet zal gaan, en het verdwijnen van een actieve markt voor een bepaald effect. Aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen van vorderingen worden zowel op het niveau van specifieke activa als op collectief niveau in aanmerking genomen. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen wordt beoordeeld of deze individueel onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering. Van afzonderlijk belangrijke vorderingen die niet individueel onderhevig zijn gebleken aan bijzondere waardevermindering en van afzonderlijk niet belangrijke vorderingen wordt collectief beoordeeld of deze onderhevig zijn aan bijzondere waardevermindering, dit door samenvoeging van vorderingen met vergelijkbare risicokenmerken.

Bij de beoordeling van de collectieve waardevermindering gebruikt de stichting historische trends met betrekking tot de waarschijnlijkheid van het niet nakomen van betalingsverplichtingen, het tijdsbestek waarbinnen incassering plaatsvindt en de hoogte van gemaakte verliezen. De uitkomsten worden bijgesteld als het bestuur van oordeel is dat de huidige economische en kredietomstandigheden zodanig zijn dat het waarschijnlijk is dat de daadwerkelijke verliezen hoger dan wel lager zullen zijn dan historische trends suggereren. Verliezen worden opgenomen in de staat van baten en lasten. Rente op het aan een bijzondere waardevermindering onderhevige actief blijft verantwoord worden via oprenting van het actief met de oorspronkelijke effectieve rente van het actief. Een bijzonder waardeverminderingsverlies met betrekking tot een tegen geamortiseerde kostprijs gewaardeerd financieel actief wordt berekend als het verschil tussen de boekwaarde en de contante waarde van de verwachte toekomstige kasstromen, gedisconteerd tegen de oorspronkelijke effectieve rente van het actief.

Als in een latere periode de waarde van het actief, onderhevig aan een bijzondere waardevermindering, stijgt en het herstel objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de opname van het bijzondere waardeverminderingsverlies, wordt het bedrag uit hoofde van het herstel (tot maximaal de oorspronkelijke kostprijs) opgenomen in de staat van baten en lasten. De stichting maakt geen gebruik van financiële instrumenten (waaronder beleggingen en derivaten).

Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Daarnaast zijn andere sleutelfunctionarissen in het management van stichting BOOR en nauwe verwanten verbonden partijen. Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.

83

BOOR JAARVERSLAG 2023 - JAARREKENING

Grondslagen voor waardering van activa en passiva Algemeen

Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de staat van baten en lasten en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Een actief wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen naar de stichting zullen toevloeien en de waarde daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Een verplichting wordt in de balans opgenomen wanneer het waarschijnlijk is dat de afwikkeling daarvan gepaard zal gaan met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag daarvan betrouwbaar kan worden vastgesteld. Indien een transactie ertoe leidt dat nagenoeg alle of alle toekomstige economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot een actief of verplichting aan een derde zijn overgedragen, wordt het actief of de verplichting niet langer in de balans opgenomen. Verder worden activa en verplichtingen niet meer in de balans opgenomen vanaf het tijdstip waarop niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden van waarschijnlijkheid van de toekomstige economische voordelen en/of betrouwbaarheid van de bepaling van de waarde.

Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar.

Schattingen

De opstelling van de jaarrekening vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Bij de voorzieningen is aangegeven welke veronderstellingen de basis vormen voor de getroffen voorziening.

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen, ontvangen investeringssubsidies en eventuele bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingprijs, rekening houdend met eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname. Het minimumbedrag voor een investering bedraagt € 2.500 in het vo en € 500 in het (s)bao. De gebouwen en terreinen binnen Rotterdam zijn economisch eigendom van de gemeente Rotterdam en hebben vanuit dit oogpunt derhalve geen waarde op de balans van de stichting. Het juridisch eigendom lag ook bij de gemeente Rotterdam. Er zijn inmiddels afspraken gemaakt met de gemeente Rotterdam om het juridisch eigendom over te dragen aan BOOR. Dit zal gefaseerd, in meerdere tranches, plaatsvinden. De overdracht van de eerste tranche heeft in 2021 plaatsgevonden. De overdracht van de tweede tranche heeft in 2022 plaatsgevonden (zeventien panden), in 2023 zijn veertien panden overgedragen. Ook in 2024 zal er overdracht plaatsvinden.

84

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2023

De gebouwen en terreinen in de gemeente Lansingerland zijn door volledige doordecentralisatie eigendom van BOOR. Deze gebouwen worden gewaardeerd op verkrijgingprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen, ontvangen investeringssubsidies en eventuele bijzondere waardeverminderingen. Onder de materiële vaste activa zijn ook begrepen de investeringen in het voortgezet onderwijs, waarvoor geen vergoeding werd ontvangen en die plaatsvinden in of aan gebouwen die door het Rijk c.q. de gemeente zijn gefinancierd. Dit betreft de volgende investeringen: capaciteitsuitbreidingen, vervangen van installaties (niet onderhoud) en overige interne aanpassingen die levensduur verlengend zijn voor het betreffende pand of het complex. Uitgangspunt bij alle investeringen is dat deze, zoals aangegeven, levensduur verlengend zijn voor het betreffende pand of het complex. Overheidssubsidies worden in mindering gebracht op de kostprijs van de activa waarop de subsidies betrekking hebben.

Afschrijvingen

Materiële vaste activa worden vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Over terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijvingstermijn wordt gebaseerd op de economische levensduur. Op grond hiervan zijn afschrijvingstermijnen vastgesteld. Het is een school toegestaan een afwijkende afschrijvingstermijn te hanteren, indien de geprognosticeerde levensduur afwijkt van de vermelde termijn. De termijnen zijn als volgt: Omschrijving Gebouwen en terreinen

Activa

Gemiddeld %

Termijn

Aanpassing gebouwen

7%

10-55 jaar

Gebouwen en terreinen

Gymzalen

8%

37,5 jaar

Inventaris en apparatuur

Inventaris en stoffering

8%

3-25 jaar

Inventaris en apparatuur

Audiovisuele installaties

17%

3-25 jaar

Inventaris en apparatuur

Elektronische apparatuur

14%

3-25 jaar

Inventaris en apparatuur

Infrastructuur

11%

3-12,5 jaar

Inventaris en apparatuur

10%

6,25-15 jaar

23%

1-25 jaar

Andere bedrijfsmiddelen

Machines Hardware/software/ audiovisuele middelen Muziekinstrumenten

15%

5-10 jaar

Andere bedrijfsmiddelen

Lesmateriaal

11%

2,25-10 jaar

Inventaris en apparatuur

Op materiële vaste bedrijfsactiva in uitvoering en vooruitbetalingen op materiële vaste activa wordt afgeschreven op moment van ingebruikname.

Financiële vaste activa

De waarborgsommen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. Vervolgens worden deze gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Bijzondere waardeverminderingen worden in mindering gebracht op de staat van baten en lasten.

Langlopende vorderingen

De onder financiële vaste activa opgenomen vorderingen omvatten verstrekte leningen. Deze vorderingen worden initieel gewaardeerd tegen reële waarde. Vervolgens worden deze leningen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Bijzondere waardeverminderingen worden ten laste van het resultaat gebracht.

85

BOOR JAARVERSLAG 2023 - JAARREKENING

Waardeverminderingen

BOOR beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonderwaardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de staat van baten en lasten onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief. De opbrengstwaarde wordt in eerste instantie ontleend aan een bindende verkoopovereenkomst; als die er niet is, wordt de opbrengstwaarde bepaald met behulp van de actieve markt waarbij normaliter de gangbare biedprijs geldt als marktprijs. De in aftrek te brengen kosten bij het bepalen van de opbrengstwaarde zijn gebaseerd op de geschatte kosten die rechtstreeks kunnen worden toegerekend aan de verkoop en nodig zijn om de verkoop te realiseren.

Voor de bepaling van de bedrijfswaarde wordt een inschatting gemaakt van de toekomstige netto kasstromen bij voortgezet gebruik van het actief/de kasstroomgenererende eenheid; vervolgens worden deze kasstromen contant gemaakt waarbij een disconteringsvoet wordt gehanteerd. De disconteringsvoet geeft geen risico’s weer waarmee in de toekomstige kasstromen al rekening is gehouden. Indien wordt vastgesteld dat een bijzondere waardevermindering die in het verleden verantwoord is, niet meer bestaat of is afgenomen, dan wordt de toegenomen boekwaarde van de desbetreffende activa niet hoger gesteld dan de boekwaarde die bepaald zou zijn indien geen bijzondere waardevermindering voor het actief zou zijn verantwoord. Ook voor financiële instrumenten beoordeelt BOOR op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt BOOR de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen, en verwerkt dit direct in de staat van baten en lasten.

Bij een investering in eigen-vermogensinstrumenten gewaardeerd tegen kostprijs wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het financiële actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de actuele vermogenskostenvoet voor een soortgelijk financieel actief. Het bijzondere-waardeverminderingsverlies wordt slechts teruggenomen indien er aanwijzingen zijn dat een in voorgaande jaren in de jaarrekening verwerkt verlies als gevolg van waardevermindering niet meer aanwezig is of veranderd is.

Vervreemding van vaste activa

Voor verkoop beschikbare vaste activa worden gewaardeerd tegen boekwaarde of lagere opbrengstwaarde.

Vlottende activa Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. Als de ontvangst van de vordering is uitgesteld op grond van een verlengde overeengekomen betalingstermijn wordt de reële waarde bepaald aan de hand van de contante waarde van de verwachte ontvangsten en worden er op basis van de effectieve rente rente-inkomsten ten gunste van de staat van baten en lasten gebracht. Voorzieningen wegens oninbaarheid worden in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

86

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2023

Huisvestingsprojecten

Onder de vorderingen is ook de post huisvestingsprojecten opgenomen. Dit betreffen projecten waarvoor BOOR als bouwheer functioneert en waarvan de kosten op basis van een beschikking terug worden gekregen van de gemeente. Op het moment dat de kosten hoger zijn dan het door de gemeente beschikte bedrag wordt een voorziening getroffen. In de waardering van huisvestingsprojecten worden de kosten die direct betrekking hebben op het project (zoals personeelskosten voor werknemers direct werkzaam aan het project, kosten van constructiematerialen, kosten van grond en terreinen en afschrijving van installaties en uitrusting die bij de uitvoering van het project worden gebruikt), de kosten die toerekenbaar zijn aan projectactiviteiten in het algemeen en toewijsbaar zijn aan het project (onder meer verzekeringskosten, kosten van ontwerp en technische assistentie en overheadkosten van projectactiviteiten) en andere kosten die contractueel aan de gemeente kunnen worden toegerekend, begrepen. We rekenen geen rente op schulden over het tijdvak van het project. De presentatiewijze wordt per individueel project bepaald. De projecten worden als volgt gepresenteerd: • Als vordering met betrekking tot de huisvestingsprojecten voor de projecten die in 2023 doorlopen en waarvoor BOOR meer kosten heeft gemaakt dan het ontvangen subsidiebedrag.

• Als overige vordering voor de projecten die in 2023 zijn afgerond en waarbij nog een restant subsidiebedrag van de gemeente moet worden ontvangen. • Als kortlopende schuld voor de lopende projecten waarvoor een voorschot op de subsidie is ontvangen die hoger is dan de op dat moment gemaakte kosten. • Als overige schuld voor de afgeronde projecten indien het eindsaldo aan de gemeente moet worden terugbetaald.

Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas en banktegoeden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van BOOR tenzij anders vermeld.

Eigen vermogen

Onder het eigen vermogen zijn de algemene reserve en de bestemmingsreserves gepresenteerd. De algemene reserve bestaat uit de reserves die ter vrije beschikking staan van het bestuur. De bestemmingsreserves zijn door het bestuur gevormd voor een specifiek doel. Deze zijn omschreven in de toelichting op de balans.

Voorzieningen

Een voorziening wordt in de balans opgenomen wanneer er sprake is van: • een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting die het gevolg is van een gebeurtenis in het verleden; • waarvan een betrouwbare schatting kan worden gemaakt; en het waarschijnlijk is dat voor afwikkeling van die verplichting een uitstroom van middelen nodig is. Onder de voorzieningen worden de personele voorzieningen en de overige voorzieningen gepresenteerd. Tenzij anders aangegeven worden de voorzieningen opgenomen tegen de beste inschatting van uitgaven die vereist zijn om de bestaande verplichting af te wikkelen op balansdatum, dit tegen contante waarde. De toevoegingen vinden plaats door middel van een dotatie ten laste van de staat van baten en lasten. Uitgaven vinden rechtstreeks plaats ten laste van de voorzieningen, met uitzondering van de WW-voorziening. Voor alle voorzieningen, tenzij anders vermeld, is een disconteringsvoet van 2,66% gebruikt, waarbij dit toegepast is op de jaarlagen na jaar 1.

87

BOOR JAARVERSLAG 2023 - JAARREKENING

De volgende voorzieningen zijn in de jaarrekening opgenomen: • Voorziening jubilea: Medewerkers hebben recht op een jubileumuitkering bij een dienstverband van 25, 40 en 50 jaar. De voorziening jubilea dient ter dekking van deze financiële verplichting aan de medewerkers. Bij de berekening is rekening gehouden met de zogenaamde blijfkans van een medewerker, een verwachte salarisstijging per jaar en een disconteringsvoet waartegen de bedragen contant worden gemaakt. De disconteringsvoet waarmee is gerekend bedraagt 2,66% (2022: 1%). • Voorziening duurzame inzetbaarheid: voor medewerkers die hebben geopteerd om de extra uren uit de cao voor een langere periode op te sparen, is een voorziening op de balans gevormd. De voorziening is berekend aan de hand van het aantal gespaarde uren en het tarief zoals opgenomen in de cao voortgezet onderwijs. Voor medewerkers van 57 jaar en ouder in het primair onderwijs bestaat eveneens de mogelijkheid uren te sparen. Uit een inventarisatie onder de scholen blijkt dat er nagenoeg geen gebruik gemaakt wordt van deze mogelijkheid, waardoor is afgezien om hiervoor een voorziening te vormen. • Voorziening spaarverlof: voor medewerkers in het vo die ervoor gekozen hebben om jaarlijks een deel van hun verlofuren te sparen gedurende minimaal 4 jaar is een voorziening op de balans gevormd.

De voorziening is berekend aan de hand van het aantal gespaarde uren en het tarief zoals opgenomen in de CAO Voortgezet Onderwijs. Uit een inventarisatie onder de (s)bao scholen blijkt dat er nagenoeg geen gebruik gemaakt wordt van deze mogelijkheid, waardoor is afgezien om hiervoor een voorziening te vormen voor het (s)bao. Deze voorziening is tegen nominale waarde opgenomen. • Voorziening voormalig personeel in loondienst: Bij de verzelfstandiging in 2008 is een voorziening gevormd voor loonkosten van specifiek aangewezen medewerkers van de voormalige Dienst Openbaar Onderwijs (DOO) van de gemeente Rotterdam. De loonkosten van deze medewerkers komen voor rekening van BOOR zolang deze medewerkers in dienst van de gemeente blijven. Voor het bepalen van de omvang van de voorziening zijn de huidige loonkosten van betreffende medewerkers tot hun pensioendatum meegenomen. Deze voorziening is tegen nominale waarde opgenomen. • Voorziening WW ex-medewerkers: BOOR betaalt een kwart van de WW-uitkeringskosten van voormalig medewerkers uit het voortgezet onderwijs. De voorziening is gebaseerd op een inschatting van de toekomstige kosten voor BOOR van de huidige voormalig medewerkers. Voor de WW-uitkeringskosten van voormalig medewerkers in het primair onderwijs die niet door het participatiefonds worden vergoed is eveneens een inschatting van de toekomstige kosten gemaakt.

• Voorziening langdurig zieke medewerkers: BOOR betaalt de salarissen van een aantal medewerkers die al langere tijd ziek zijn en waarschijnlijk niet meer terug zullen keren in het arbeidsproces. Voor deze salarislasten is een voorziening gevormd. • Onderhoudsvoorziening gebouwen: In 2015 heeft BOOR (vanuit het weerstandsvermogen) een voorziening gevormd voor het voorziene onderhoud. Bij de bepaling van de voorziening groot onderhoud ultimo 2023 wordt gebruik gemaakt van de tijdelijke uitzonderingsbepaling in de RJO artikel 4 lid 1c. Er is een financieel overzicht gemaakt van de onderhoudskosten voor de komende 20 jaar. Voor panden die op korte termijn vervangen gaan worden, wordt niet meer gedoteerd aan de voorziening. Deze voorziening is tegen nominale waarde opgenomen. » Primair onderwijs. De meerjarenonderhoudsplannen (MJOP) voor het primair onderwijs zijn in de periode 20182022 herijkt conform de RGD-BOEI methodiek13 en met een tijdshorizon van 20 jaar. Na de inspectie van het totale gebouwenbestand is er een onderhoudsplan per pand opgesteld. Hiermee is de impact bepaald voor het meerjarenonderhoud en de benodigde dotatie voor de sector (s)bao van BOOR als geheel. » Voortgezet onderwijs. De actualisatie van de onderliggende meerjaren- onderhoudsplannen (MJOP) voor het

13

88

19 BOEI staat voor Brandveiligheid, Onderhoud, Energie en Inzicht in Wet- en Regelgeving. De methode heeft als doel alle vormen van inspecties te integreren in één vastgoedbeheersysteem.

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2023

voortgezet onderwijs (2015-2035) is in 2020 gerealiseerd. Op basis van de nieuwe schouw is een nieuw dotatie en onttrekkingsschema bepaald. • Overige voorzieningen: Onder overige voorzieningen is een aantal voorzieningen opgenomen waaronder voor het herontwerp Zuid. Daarnaast zijn voorzieningen opgenomen voor op balansdatum een lopende disputen met tegenpartijen. Deze voorzieningen zijn tegen nominale waarde opgenomen.

Lang- en kortlopende schulden

Schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de langlopende schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Langlopende en kortlopende schulden en overige financiële verplichtingen worden na eerste opname gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Baten en lasten worden tijdsevenredig toegerekend aan het jaar waarop ze betrekking hebben. Winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De activiteiten van BOOR zijn niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting. De meeste activiteiten van stichting BOOR betreffen activiteiten die vrijgesteld zijn van de BTW. Voor overige activiteiten (zoals detachering) wordt per activiteit vastgesteld of dit een BTW-belaste activiteit is.

Rijksbijdragen

Rijksbijdragen worden als baten verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft.

Overige overheidsbijdragen en -subsidies

Exploitatiesubsidies worden als bate verantwoord in de staat van baten en lasten in het jaar waarin de gesubsidieerde kosten zijn gemaakt of opbrengsten zijn gederfd, of wanneer een gesubsidieerd exploitatietekort zich heeft voorgedaan. De baten worden verantwoord als het waarschijnlijk is dat deze worden ontvangen en de instelling de condities voor ontvangst kan aantonen. Subsidies specifiek voor investeringen in materiële vaste activa worden in mindering gebracht op het desbetreffende actief en als onderdeel van de afschrijvingen verwerkt in de staat van baten en lasten.

Overige baten

Overige bedrijfsopbrengsten bestaan uit baten uit verhuur, sponsoring en schenkingen, detachering, ouderbijdragen en overige baten. Verantwoording van opbrengsten uit de levering van diensten geschiedt naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

Personeelsbeloningen

Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de staat van baten en lasten voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers. Toerekening vindt plaats op basis van geleverde prestaties. Voor zover nog niet uitbetaald wordt de personeelsbeloning als verplichting op de balans opgenomen. Indien de reeds

89

BOOR JAARVERSLAG 2023 - JAARREKENING

betaalde bedragen de verschuldigde beloningen overtreffen, wordt het meerdere opgenomen als een overlopend actief voor zover er sprake zal zijn van terugbetaling door het personeel of van verrekening met toekomstige betalingen door BOOR.

Ontslagvergoedingen

Ontslagvergoedingen zijn vergoedingen die worden toegekend in ruil voor de beëindiging van het dienstverband. Een uitkering als gevolg van ontslag wordt als verplichting en als last verwerkt als de stichting zich aantoonbaar onvoorwaardelijk heeft verbonden tot betaling van de ontslagvergoeding. Als het ontslag onderdeel is van een reorganisatie, worden de kosten van de ontslagvergoeding opgenomen in een reorganisatievergoeding. Zie hiervoor de grondslag onder het hoofd Voorzieningen. Ontslagvergoedingen worden gewaardeerd met inachtneming van de aard van de vergoeding. Als de ontslagvergoeding een verbetering is van de beloningen na afloop van het dienstverband, vindt waardering plaats volgende dezelfde grondslagen die worden toegepast voor pensioenregelingen. Andere ontslagvergoedingen worden gewaardeerd op basis van de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichting af te wikkelen.

Pensioenen

Op grond van de Nederlandse pensioenwet worden de Nederlandse regelingen primair volgens een “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering” in deze jaarrekening verwerkt. In deze benadering wordt de verplichting voortvloeiende uit een door de rechtspersoon gedane pensioentoezegging gebaseerd op de financieringsafspraken zoals vastgelegd in de uitvoeringsovereenkomst tussen BOOR en pensioenuitvoerder. BOOR heeft de verplichtingen inzake de pensioenrechten van haar personeel ondergebracht bij stichting Pensioenfonds ABP. BOOR betaalt hiervoor premies, waarvan de helft door de werkgever wordt betaald en de helft door de werknemer die in de staat van baten en lasten zijn verwerkt. De belangrijkste kenmerken van deze regelingen zijn: • pensioengevende salarisgrondslag is middelloon • er heeft per 1-1-2023 een indexatie plaatsgevonden van 11,96%. Per 1-1-2024 is de indexatie 3,03% • de dekkingsgraad van het ABP was per 29-12-2023 110,5% • overige kenmerken zijn te vinden op www.abp.nl Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basispremies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door de instelling. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn.

Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. BOOR heeft geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het pensioenfonds, anders dan het effect van hogere toekomstige premies.

Leasing

Een leaseovereenkomst waarbij de voor- en nadelen verbonden aan het eigendom van het leaseobject geheel of nagenoeg geheel door de lessee worden gedragen, wordt aangemerkt als een financiële lease. Alle andere leaseovereenkomsten classificeren als operationele leases. Bij de leaseclassificatie is de economische realiteit van de transactie bepalend en niet zozeer de juridische vorm.

90

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2023

Operationele leases

Als BOOR optreedt als lessee in een operationele lease, wordt het leaseobject niet geactiveerd. Leasebetalingen inzake de operationele lease worden lineair over de leaseperiode ten laste van de staat van baten en lasten gebracht.

Rentebaten en rentelasten

Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

Indeling in operationele segmenten

Conform de RJ 660.306 en RJ 660.307 hanteert de stichting de verplichte segmentatie. Niet direct aan de segmenten toe te rekenen baten en lasten worden verdeeld op basis van voorcalculatorische verdeelsleutels naar rato van het gemiddelde van de rijksbijdragen en aantal fte’s binnen het betreffende segment.

Grondslagen voor de opstelling van het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. De geldmiddelen in het kasstroomoverzicht bestaan uit de liquide middelen, met uitzondering van deposito’s met een looptijd langer dan drie maanden. Alle kasstromen zijn in euro’s, er zijn geen vreemde valuta. Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.

Begroting

De ter vergelijking opgenomen begrotingscijfers zijn ontleend aan de door het algemeen bestuur aan de gemeente Rotterdam aangeboden begroting 2023.

91

BOOR JAARVERSLAG 2023 - JAARREKENING

11. Toelichting op de balans Materiële vaste activa (1) Omschrijving

Bedragen x € 1.000 Totaal materiële vaste activa 103.649 36.785 66.864

Gebouwen en terreinen 47.122 11.022 36.100

Inventaris en apparatuur 47.335 22.649 24.686

Andere bedrijfsmiddelen 7.375 3.114 4.261

MVA - In uitvoering 1.817 0 1.817

Investeringen 2023 Desinvesteringen 2023 Afschrijvingen 2023 Afschrijvingen desinvesteringen 2023 Bijzondere waardevermindering Herrubricering 2023 Totaal mutaties 2023

6.142 -276 -1.676 120 0 1.734 6.044

6.036 -1.890 -4.951 1.825 0 84 1.104

840 -21 -836 13 0 0 -4

2.942 0 0 0 0 -1.817 1.125

15.960 -2.187 -7.463 1.958 0 1 8.269

Verkrijgingsprijs t/m 2023 Afschrijvingen t/m 2023 Boekwaarde 31 december 2023

54.722 12.578 42.144

51.565 25.775 25.790

8.194 3.937 4.257

2.942 0 2.942

117.423 42.290 75.133

Verkrijgingsprijs t/m 2022 Afschrijvingen t/m 2022 Boekwaarde 31 december 2022

Het verloop van de post materiële vaste activa in 2023 is als volgt: In 2023 is voor een bedrag van circa € 16,0 miljoen geïnvesteerd (2022: € 11,8 miljoen). De investeringen hebben voornamelijk plaatsgevonden in gebouwen, ICT en meubilair. Onder de materiële vaste activa in uitvoering zijn voornamelijk investeringen in de verbouwing van Wolfert Dalton en Wolfert College opgenomen. De desinvesteringen betreffen voornamelijk het administratief opschonen van afgeschreven activa en afstoot van activa als gevolg van het sluiten van scholen. Stichting BOOR heeft in het kader van volledige doordecentralisatie drie panden in bezit: School

Adres

WOZ

Boekwaarde

Verzekerde waarde*

Wolfert Lyceum

De Zijde 5, Bergschenhoek te Lansingerland

€ 13.811.000

€ 12.651.866

€ 24.408.000

Wolfert Lansing (PRO)

Boterdorpseweg 19, Bergschenhoek te Lansingerland

€ 11.970.000

€ 9.805.396

€ 14.038.000

Wolfert Lansing (tijdelijke locatie)

Boterdorpseweg 21, Bergschenhoek te Lansingerland

n.v.t.

€0

€ 5.961.000

* Inclusief inventaris Het pand aan de Boterdorpseweg 21 stond eind 2021 leeg. In 2022 is het pand tijdelijk gebruikt door de GGD. Met ingang van januari 2023 is het pand in gebruik genomen door Passer/Piloot als tijdelijke huisvesting tot hun nieuwe pand gereed is. Er is in 2021 een sloopvoorziening gevormd voor de verwachte kosten van de sloop van dit pand. De grond aan de Boterdorpseweg 21 is eigendom van de Gemeente Lansingerland. Op de panden ‘Wolfert Lyceum’ en ‘Wolfert Lansing’ rust een hypothecaire lening. Zie hiervoor de toelichting onder ‘langlopende schulden’. 92

JAARREKENING - BOOR JAARVERSLAG 2023

In 2021, 2022 en 2023 is het juridisch eigendom 41 onderwijspanden met een koopprijs van nihil overgegaan naar BOOR. Deze panden hebben derhalve geen boekwaarde. De Gemeente Rotterdam draagt zorg voor de verzekering van deze panden. Het economisch claimrecht blijft bij de gemeente.

Financiële vaste activa (2) Financiële vaste activa Waarborgsommen Overige vorderingen Totaal financiële vaste activa

Bedragen x € 1.000

31 december 2023 65

31 december 2022 65

988 1.053

1.010 1.075

De betaalde waarborgsom betreft de in 2017 betrokken huisvesting aan de Schiekade. Overige vorderingen Stand per 1 januari Mutatie lening u/g Minus aflossing Stand per 31 december

2023 1.010 0 23 987

Bedragen x € 1.000

2022 1.032 0 22 1.010

De overige vordering betreft lening u/g verstrekt aan de Stichting Thorbecke Trainingsaccommodatie voor een sportaccommodatie aan de Prinsenlaan 80. De in 2009 verstrekte annuïtaire lening heeft een resterende looptijd van 25 jaar (tot 2048). De rente is vast 4%. De aflossing in 2024 zal € 23.696 bedragen. De reële waarde van de financiële vaste activa benadert de boekwaarde.

Vorderingen (3)

De post vorderingen betreft debiteuren, de vordering op het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, huisvestingsprojecten en overlopende activa. Tevens is de voorziening voor debiteuren onder deze post gepresenteerd. De resterende looptijd van alle onder de vorderingen opgenomen bedragen is korter dan een jaar. Vorderingen Debiteuren

Bedragen x € 1.000

31 december 2023 2.450

31 december 2022 3.802

OCW

-89 2.361 0

-16 3.786 968

Subsidies gemeente

2.888

2.395

Waardering huisvestingsprojecten

7.220

7.158

Overige vorderingen

9.564 22.033

1.034 15.341

842

211

3

4

726 1.571 23.604

1.395 1.610 16.951

Voorziening wegens oninbaarheid

Overlopende activa: - Vooruitbetaalde kosten - Verstrekte voorschotten - Overige overlopende activa Totaal vorderingen

93

BOOR JAARVERSLAG 2023 - JAARREKENING

Debiteuren

Deze balanspost heeft betrekking op vorderingen op derden waaraan diensten zijn verleend, ruimten zijn verhuurd of personeel is gedetacheerd. Ook is voor een bedrag van € 1,35 miljoen (2022: € 0,99 miljoen) aan vorderingen inzake ouderbijdragen hierin opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=bfec589a-c44e-4dc1-95d0-c48663d388db