[24bb003607] Bijlage 9 behorende bij 24bb003603 over jaarverslag BOOR 2023 (inclusief goedkeurendecontroleverklaring PwC)
Tekst van het document
3.3.1. Verantwoording (maatschappelijke) thema’s NPO: arbeidsmarkttoelage
Voor het versterken van de arbeidsmarktpositie van scholen met veel kwetsbare leerlingen, is door OCW met het onderwijsakkoord 2022 structureel budget beschikbaar gesteld. Dit is een vervolg op de arbeidsmarkttoelage die van toepassing is binnen het NPO. In het onderwijsakkoord is afgesproken dat sociale partners en de minister met elkaar in gesprek gaan over een mogelijke aanpassing van de huidige criteria voor de aanspraak op de middelen voor de schoolbesturen. Het gesprek hierover zal plaatsvinden op basis van de onderzoeksresultaten naar het effect van de arbeidsmarkttoelage. Naar verwachting komen deze resultaten in het eerste kwartaal 2024 beschikbaar. Voor het primair onderwijs is de toelage vanaf 1 augustus tot eind 2024 beschikbaar voor dezelfde vestigingen en functiegroepen als voorheen. Wel is de toelage ongeveer één derde lager dan voorheen.
Strategisch personeelsbeleid
Ons personeel bestaat uit professionele, betrokken medewerkers die werken vanuit hun eigen talent in een vitale organisatie. Het personeelsbeleid van BOOR faciliteert medewerkers en hun leidinggevenden om samen het best denkbare openbaar onderwijs van Rotterdam te realiseren. Strategisch personeelsbeleid vraagt om een grondige structurele aanpak. Voor 2024 is dit een essentieel onderdeel van onze nieuwe HR strategie. Maar ook in 2023 hebben in het kader van strategisch personeelsbeleid diverse activiteiten plaatsgevonden. De ontwikkelcyclus en de HR-review stonden daarbij centraal. De ontwikkelcyclus faciliteert medewerkers en hun leidinggevende om met elkaar de duurzame dialoog te voeren over professionele, persoonlijke en loopbaanontwikkeling. Door middel van trainingen worden schoolleiders gefaciliteerd in het voeren van de duurzame dialoog. Onderwerpen die daarin aan bod komen zijn: een inclusieve benadering van talent, bespreken van (door)groeimogelijkheden en het voeren van het goede gesprek over presteren. De uitdaging is om de juiste match te realiseren tussen talent (van de medewerker) en taak (vanuit de opgave en ambities van de organisatie). De HR-review is ook dit jaar weer ingezet als instrument om te sturen op ontwikkeling en groei binnen de organisatie.
Naast sturen is ook het kalibreren van talent en zicht krijgen op excellent functioneren een doel van de HR-review. Door met elkaar in gesprek te gaan over potentieel en prestatie van medewerkers ontstaat er een eenduidige wijze van kijken naar talent en prestatie en kan hier de juiste opvolging aan worden geven. Het geeft ook organisatiebreed inzicht in welk talent en potentieel er in huis is en in hoeverre dat aansluit bij de opgave waar BOOR voor staat.
48
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023
Aanpak personeelstekort
Wij kunnen het lerarentekort niet oplossen. Maar we kunnen er wel voor zorgen dat BOOR als werkgever aantrekkelijk en onderscheidend is. En dat is nodig, want in alle BOOR-scholen wordt het tekort aan leraren en schoolleiders gevoeld. Waar eerst het tekort vooral opliep in het (s)bao en (v)so, zijn de tekorten nu ook in het vo steeds vaker merkbaar. Het is steeds lastiger om voldoende en goed toegerust personeel te vinden. Niet alleen het aantal vacatures blijft hoog, maar ook de doorlooptijd om vacatures in te vullen wordt steeds langer. Dankzij initiatieven zoals ‘anders organiseren’ en het opleiden van eigen personeel (zie inleiding van deze paragraaf) lukt het ons om het aantal vacatures enigszins op het niveau van vorig jaar te houden. Ook gaan we als participant binnen de onderwijsregio’s de samenwerking met andere schoolbesturen en partijen verder intensiveren. In 2023 hebben we opnieuw een arbeidsmarktcampagne op basis van de koers ‘Sta open’ uitgerold. Het doel was om leerkrachten aan te spreken die openstaan voor diversiteit en verandering in het onderwijs. Eén van de grootste successen was dat het aantal bezoekers aan de ‘werken bij BOOR’-website meer dan verdubbelde. Zoals genoemd is in 2023 gewerkt aan de basis voor de nieuwe HR-strategie.
De strategie focust op de middellange termijn (2024-2026) en geeft onder andere antwoord op de vraag hoe we omgaan met de strategische uitdaging van het lerarentekort. We zetten niet alleen in op het vinden van nieuw talent, maar nadrukkelijk ook op het behouden van talent en het behouden van ex-medewerkers als ambassadeur van BOOR.
Uitkering na ontslag
BOOR kent geen boventalligheid van medewerkers. Gezien de tekorten op de arbeidsmarkt is ontslag veelal de laatste optie. Toch komt het voor dat vervroegd afscheid wordt genomen van medewerkers. Het streven is om dit in goed overleg met betrokkene te doen. Onderstaande tabel geeft de uitgaven aan kosten in euro’s voor uitkeringen na ontslag weer voor de afgelopen vijf jaar. 2019
2020
2021
2022
2023
vo10
219.929
258.439
269.651
257.596
170.299
po
282.546
308.139
316.007
237.660
189.674
Totale uitkeringslasten
502.475
566.578
585.658
495.256
359.973
In de sectoren (s)bao en (v)so hebben we te maken met de modernisering van het participatiefonds. Hiermee is het ‘van-werk-naar-werk’-traject een bepalende factor geworden of iemand uiteindelijk in de WW komt. Het voorkomen van een werkloosheid is het uitgangspunt.
Ziekteverzuim
Vitale medewerkers vormen het fundament van een gezonde organisatie en daarmee de basis voor kwalitatief goed onderwijs. Het gemiddelde verzuimcijfer van BOOR is voor het jaar 2023 6,40%. In het jaar 2022 was dit verzuimcijfer 6,67%. Zowel het kortdurende en middellange verzuim is afgenomen in 2023. Met betrekking tot het hoog verzuim is te merken dat er nog steeds sprake is van achterstanden bij het UWV. Medewerkers die langer dan 2 jaar ziek zijn blijven hierdoor langer ziek in dienst. Dit heeft een opdrijvende effect van 0,21% op het verzuimcijfer. In 2023 is het verzuimpercentage dus gedaald ten opzichte van 2022. Hierbij is de constatering wel dat medewerkers zich weliswaar minder vaak ziek melden, maar de werknemers die zijn uitgevallen door ziekte zijn langer ziek.
10
Exclusief de collectieve lasten (betreft een pro rata deel van de lasten van de gehele sector)
49
BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG
Juist nu de arbeidsmarkt krap is, steekt BOOR veel energie in het vroegtijdig signaleren van mogelijk verzuimrisico’s en het monitoren en begeleiden van het verzuim. Vanuit het arbojaarverslag van 2022 kwam het kort verzuim als aandachtspunt naar voren. Daar is in 2023 veel aandacht voor geweest met als resultaat verlaging van het kort- en middelverzuim. In 2024 blijft er aandacht voor om te komen tot verdere verlaging van het kort- en middelverzuim.
Werkdrukmiddelen (vo)
Voor collectieve werkdrukmiddelen vo heeft BOOR in 2023 € 1,8 mln. ontvangen. Deze middelen zijn aan de scholen toegerekend op basis van de ontvangen bedragen per leerling. Op de diverse vo-scholen zijn op basis van afspraken en/ of procesbeschrijvingen met medewerkers plannen opgesteld. Hierbij is rekening gehouden met de specifieke behoeftes en belangen. Deze zijn voorgelegd en besproken met de mr’s. De middelen zijn besteed aan de volgende doelen: • Extra ondersteuning leerlingen middels extra mentoraaturen • Verkleinen van groepen, klassen en clusters • Coaching van docenten • Realisatie van betere voorzieningen • Inzet leerling coördinatoren • Inhuur van surveillanten • Professionalisering van docenten • Extra ondersteuning van docenten door onderwijsondersteunend personeel Voor middelen die niet zijn besteed in 2023 wordt een bestemmingsreserve gevormd, zodat deze middelen in 2024 aan de genoemde doelen kunnen worden besteed.
3.3.2. Toekomstige ontwikkelingen
Voor het jaar 2024 staan onder andere de volgende onderwerpen op de agenda: • Implementeren van de nieuwe HR strategie • Doorontwikkeling van een professioneel indiensttredingsproces • Aanbesteding voor de arbodienstverlening • Implementeren van een digitaal leerplatform voor alle sectoren • Opstellen en implementeren van een beleidskader voor zowel opleiden als beloningsdifferentiatie • Verdere doorontwikkeling van AFAS • Implementatie generiek functiehuis voor de sector vo (incl. BOOR Services) • Een nieuwe opzet voor exit-enquêtes waaruit waardevolle data te genereren is
3.4.
Huisvestingsbeleid, inkoop en facilitaire zaken
BOOR heeft als doelstelling sterke scholen in de hele stad en voor de hele stad beschikbaar te stellen. Dit houdt in dat de scholen een goede onderwijskwaliteit leveren, de huisvesting minstens aan huidige standaarden voldoet en een juiste bezetting van leerlingen in klassen nastreeft. Om dit te bereiken wordt samengewerkt met onder andere de gemeente en andere schoolbesturen. Bij BOOR wordt stadsbreed en per gebiedsdeel gekeken naar de spreiding van het openbaar onderwijs. Het huidige IHP loopt tot 2024. Begin 2024 zal het nieuwe IHP 2024-2027 worden vastgesteld. Daarnaast is het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen (RPO) 2021-2026 -geldend voor het vo- relevant. Schoolgebouwen dragen in hoge mate bij aan een duurzaam, prettig en veilig leerklimaat. De verbetering van onze gebouwen heeft daarom continue aandacht. In 2023 zijn op diverse onderdelen goede resultaten behaald. Deze zijn beschreven bij doelstelling 11 van het (s)bao.
50
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023
3.4.1. Verantwoording (maatschappelijke) thema’s Vastgoed
Een gedeelte van de portefeuille dat in de komende vijf tot tien jaar wordt vervangen vanuit het IHP: • Van de volgende projecten is de nieuwbouw opgeleverd in 2023: » de Plevier, een nieuw gebouw van 2815 m2 is opgeleverd in augustus; » Wolfert Dalton, nieuwbouw van 5500 m2 is opgeleverd in oktober; » OBS Nelson Mandela, een nieuw gebouw van 2158 m2, is opgeleverd in december. » Renovatie Olympia College, fase 1 is opgeleverd in oktober. • Van de volgende projecten loopt de uitvoering in 2023 en is de verwachting in 2024 op te leveren: » Renovatie Olympia College » Renovatie VSO De Hoge Brug » Nieuwbouw ’t ROeR (Mytylschool De Brug - SO+VSO-p en Tyltylschool - SO+VSO) » Nieuwbouw De Archipel » Nieuwbouw Thorbecke Talentschool Rotterdam VMBO » Nieuwbouw Mytylschool De Brug VSO-t » Nieuwbouw Jan Antonie Bijloo » Nieuwbouw De Recon openluchtschool » Nieuwbouw 2e Balsemienstraat (OBS Bloemhof / Pantarijn) • Van de volgende projecten is in 2023 aan het ontwerp gewerkt: » Nieuwbouw OSBS De Kameleon » Nieuwbouw onderwijslocatie Laan op Zuid (Hugo de Groot) » Nieuwbouw De Piloot Merkelbachstraat » Nieuwbouw Piere Bayle/ De Vier Leeuwen » Renovatie OBS De Globe » Nieuwbouw Montessorischool Tuinstad » Nieuwbouw Park16Hoven / De Stern » Renovatie Daltonschool De Margriet • Van de volgende projecten is de businesscase gereed gekomen in 2023 en wordt de ontwerpfase in 2024 opgestart: »
Nieuwbouw OBS Over de Slinge » Nieuwbouw Daltonschool Overschie • Van de volgende projecten is in 2023 aan de businesscase gewerkt (afronding moet nog plaatsvinden): » Internationale Campus » Nieuwbouw OBS De Schalm • Van volgende projecten zijn in 2023 gesprekken gevoerd om te komen tot een startnotitie: » Libanon Lyceum » Uitbreiding Einstein Lyceum » De Triangel » ‘t Prisma, Sara Burgerhart » ‘t Prisma, Nieuwe Wetering
51
BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG
» Finlandia » Jacob Maris » Nieuwe locatie voor SBO Kindcentrum IJsselmonde (buiten IHP) • De volgende projecten staan in 2023 op een IHP. Hiervoor is nog geen actie ondernomen op de startnotities: » Erasmiaans Gymnasium (wel subsidie voor Goflow) » De Toermalijn » De Akkers » De Barkentijn » Jenaplanschool De Blijberg » Kindcentrum Blijvliet » OBS De Esch » INOVA » Kindcentrum de Klimop » De Korf Montessori » De Kruidenhoek » De Mare, dislocatie » Passe-Partout » De Phoenix » De Pijler » Obs Prins Alexander » Tyltylschool Rotterdam » Recon openluchtschool » Dr. A. van Van Voorthuysenschool De genoemde bouwprojecten uit het IHP worden volgens een standaardwerkwijze opgepakt. Er vindt met regelmaat afstemming plaats met de gemeente volgens een vaste fasering. In de businesscases staan alle uitgangspunten die uitgewerkt moeten worden in het ontwerp. Ook de financiële en stedenbouwkundige kaders worden hierin meegenomen. In de periode tot 2030 worden circa 35 schoollocaties vervangen of gerenoveerd met gemeentelijke IHP-middelen. Door deze grote vervangingsopgave ontstaat een portefeuille van gebouwen die veilig en voor een groot deel duurzaam en comfortabel zijn. Voor de overige locaties (totale huisvestingsportefeuille bevat 120 locaties en ca. 260.000 m2) is in kaart gebracht welke investering moeten worden gedaan om onze schoolgebouwen veilig, comfortabel en duurzaam te maken.
Duurzaamheid & maatschappelijk verantwoord ondernemen
BOOR pakt haar maatschappelijke rol op diverse manieren, bijvoorbeeld door actief participeren in de werkgroep CSRD11 van OCW. Daarnaast is gestart om beleid op te stellen op basis van Sustainable Goals. Hieronder een overzicht van diverse initiatieven: • Vanuit het MJOP zijn CV-installaties vervangen voor nieuwe, energiezuinigere installaties en er zijn voorbereidingen getroffen voor vervangingen begin 2024. Op twee locaties zijn de voorbereidingen gereed om begin 2024 met
11
52
De CSRD is een Europese richtlijn voor duurzaamheidsrapportage. Deze richtlijn verplicht ondernemingen te rapporteren over hun duurzaamheid door middel van verschillende duurzaamheidscriteria. In de CSRD komen drie gebieden aan bod: Environment (milieu), Social (sociaal), en Governance (bestuur), ook wel ESG genoemd.
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023
•
• • •
warmtepompen de gasgestookte installaties te vervangen en op twee locaties is de opdracht verstrekt om warmtepompen die bij de nieuwe CV installatie te plaatsen die in combinatie met zonnepanelen zorgen voor een deels energie neutrale warmte opwekking. De resultaten van deze eerste gebouwen met warmtepompen worden gebruikt om ervaring op te doen voor de verdere verduurzaming van bestaande locaties. Er zijn voorbereidingen getroffen om begin 2024 meerdere installaties te vervangen. In 2023 is gestart met de voorbereiding voor het plaatsen van zonnepanelen op 23 (bestaande) locaties. De eerste opdracht is verstrekt en begin 2024 worden de eerste installaties geplaatst. Deze installaties zullen bijdragen om in de toekomst de doelstelling van het energieakkoord van Parijs te halen. Bij drie gebouwen is een nieuw binnenklimaatconcept geïnstalleerd van GoFlow. Dit concept voorziet in een Frisse School met zeer energiezuinige verwarming/koeling. Deze drie gebouwen kunnen daardoor deels van het gas af. Bij basisschool de Korf wordt het gebouw aangesloten op stadverwarming en daardoor gasloos gemaakt. Alle voorbereidingen in samenwerking met Gemeente Rotterdam en Eneco zijn gereed. Door het in gebruik nemen van nieuwbouwlocaties in 2023 worden gebouwen met gas gesloopt of afgestoten. De nieuwe locaties zijn gasloos, energiezuinig en hebben meestal zonnepanelen.
Door de vele nieuwbouw en renovatieprojecten binnen BOOR zal het gasverbruik de komende jaren aanzienlijk dalen. In combinatie met nieuwe, zuinigere CV-installaties daalt het gasverbruik per vierkante meter en werkt BOOR toe naar de 50% CO2reductiedoelstellingen die vereist zijn in de routekaart klimaatakkoord.
Ontwikkeling energiekosten
De scholen werden in het najaar van 2022 geconfronteerd met een substantiële stijging van de energiekosten, mede doordat lopende contracten met het (voormalige) Gazprom Energy moesten worden opengebroken en op de top van de markt nieuwe contracten moesten worden afgesloten. Hiervoor ontvangt BOOR compensatie vanuit het Rijk voor de extra kosten in 2022. In 2023 zijn de energieprijzen enigszins ‘genormaliseerd’ en is de energiemarkt wat meer tot rust gekomen. De inkoopprijs is echter nog altijd hoger dan in 2022. Het is onzeker of ook in 2023 compensatie zal worden toegekend door het Rijk. Tegelijkertijd heeft actieve sturing op klimaatbeheersing op de scholen in 2023 geresulteerd in een aanzienlijke energiebesparing. Dit energiebewustzijn willen we in 2024 continueren. Zoals in voorgaande paragrafen beschreven, is BOOR hard bezig met het energiezuiniger maken van de (school)gebouwen. Dit zal naar verwachting resulteren in lagere energiekosten op termijn.
3.4.2. Toekomstige ontwikkelingen
Met het vaststellen van het nieuwe IHP 2024-2027 heeft BOOR voor de komende jaren een uitdagende nieuwbouw/ renovatie portefeuille. Op basis van goede ervaringen met de samenwerking in de afgelopen jaren is er binnen BOOR vertrouwen dat de geplande projecten in de komende jaren tot goede realisatie komen. BOOR zal zich blijven inspannen voor verdere verduurzaming.
3.5.
ICT en Digitale geletterdheid
Centrale ICT-organisatie
De centrale ICT-afdeling die in de afgelopen drie jaar is opgebouwd, “staat”. Er werken vakkundige mensen die de scholen op een professionele manier ondersteunen en ontzorgen met ICT-gerelateerde zaken. Daarbij staat de continuïteit, (digitale) veiligheid en kwaliteit van het onderwijs voorop. De diensten van de centrale ICT-servicedesk worden beoordeeld met een gemiddelde van 4,81 uit 5. Op de scholen zijn structureel ICT-stagiaires (digibuddies) ingezet om te ondersteunen bij ICT-werkzaamheden en -vragen. Zo wordt bijgedragen aan de maatschappelijke verantwoordelijkheid in het bieden en leren van een stageplek en ontlasten we onze scholen met ICT-werkzaamheden en -vragen. 53
BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG
Infrastructuur
Eind 2023 zijn alle (s)bao-scholen gemigreerd naar de centrale moderne en betrouwbare ICT-omgeving. In de sector (v)so zijn vijf scholengroepen over. Het streven is de migratie van de overige (v)so-scholen het eerste kwartaal van 2024 gereed te hebben. Alle scholen in het (s)bao en (v)so beschikken sinds dit verslagjaar over een veilige internetverbinding en een modern wifi-netwerk. Dit geldt tevens voor een groot deel van de vo-scholen.
Samenwerking en kennisdeling
De ICT-medewerkers van de (vo) scholen en BOOR Services werken nauw samen en delen kennis en expertise om kundig en effectief in te spelen op de steeds snellere groei in technologische ontwikkelingen die kansen en risico’s met zich meebrengt.
3.5.1. Verantwoording (maatschappelijke) thema’s
ICT bekwaamheid leerkrachten en ondersteunende medewerkers
Voor alle medewerkers binnen BOOR is het essentieel om over vaardigheden en kennis van (veilig) digitaal werken te bezitten. Hier is dan ook in 2023 veel aandacht voor geweest. Alle medewerkers van de scholen die gemigreerd zijn naar de centrale ICT-omgeving hebben een training gehad in het digitaal (samen)werken in de cloud. Op zeventien scholen hebben digitaal laaggeletterde leerkrachten gedurende een half jaar training gevolgd. Deze medewerkers hebben de training als zeer positief ervaren en het geleerde in praktijk weten te brengen. In januari 2024 start het ICT-trainingsprogramma dat zich richt op het onderwijzen van digitale geletterdheid, anders organiseren (ICT inzetten in de klas, efficiënt organiseren van administratief werk en digitaal samenwerken) en veilig digitaal werken.
Informatiebeveiliging
In 2023 zijn er geen grote beveiligingsincidenten of datalekken geweest. Er is één beveiligingsincident voorgevallen, waarbij we melding hebben gedaan bij de Autoriteit Persoonsgegevens. De impact was gelukkig gering en het incident is direct opgelost. Op basis van de geleerde lessen zijn maatregelen getroffen om kans op herhaling te verminderen. Naast de doorvoering van technische en procesmatige maatregelen, is er veel aandacht besteed aan het verhogen van de bewustwording van medewerkers. Dit is gedaan door de ontwikkeling van een video, een structurele phishingmailcampagne, bijscholing van privacy-ambassadeurs, voorlichting, training en procedurerichtlijnen. In de praktijk merkt de afdeling ICT steeds meer bewustwording en verzoeken voor ondersteuning en voorlichting op scholen. De invoering van de maatregelen uit het informatiebeveiligings- en privacy (IBP) plan 2023 is gerealiseerd, met uitzondering van dataclassificatie. Dit onderwerp heeft meer aandacht nodig en loopt door in 2024. Eind 2027 moet het funderend onderwijs voldoen aan niveau 3 van het landelijke normenkader IBP. BOOR scoort momenteel gemiddeld niveau 2,5 en is daarmee koploper. De aandachtsgebieden op gebied van IBP zijn opgenomen in het IBP plan 2024 en de activiteiten voor 2024 zijn een voortzetting van de ingezette lijn. Dit betreft onder meer leveranciersmanagement en fysieke beveiliging.
Naast inzet op preventie zijn voorbereidingen getroffen op eventuele incidenten en aanvallen. Zo is er bijvoorbeeld op BOORbreed niveau en op scholen in de vo-sector geoefend met crisissimulaties. Middels het Incident responseplan is een draaiboek opgesteld hoe bij een cybersecurity-incident te handelen en zijn procedures afgesproken.
54
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023
3.5.2. Toekomstige ontwikkelingen
Nu de basis van de veilige ICT infrastructuur en interne ICT dienstverlening in orde is, volgt in 2024 verdere borging en beheer. Met IBP werken we toe naar het voldoen aan het landelijke normenkader niveau 3 dat per 2027 vereist is. Vanaf 2024 verschuift de focus van ICT zich nog meer naar inzet en waarde toevoegen in het onderwijs. De inzet op het vergroten van de ICT-bekwaamheid van onze leerkrachten en medewerkers loopt door. Dit is immers randvoorwaardelijk voor de geplande implementatie van een gestructureerd programma voor de ontwikkeling van digitale geletterdheid bij basisschoolleerlingen. Parallel aan deze initiatieven is het tijd om een stap verder te gaan door (tijdrovende) administratieve taken op scholen verder te automatiseren, zodat er meer tijd vrijkomt voor het primaire onderwijsproces. Zo speelt BOOR in op de kansen, risico’s en mogelijke veranderingen die ontwikkelingen zoals kunstmatige intelligentie van het onderwijs vraagt. In 2024 wordt een ontwerp van een digitale leeromgeving voor onze leerlingen gemaakt dat beter aansluit bij de hedendaagse tijd. Deze inspanningen zijn een integraal onderdeel van ons streven naar een kwalitatieve, aantrekkelijke en innovatieve onderwijsomgeving.
3.6.
Financieel beleid
Het financieel beleid van BOOR is gericht op het maximaal inzetten van middelen voor het onderwijs. Daarnaast geeft het richting en inhoud aan versterking van het weerstandsvermogen als dat nodig en mogelijk is, om risico’s voldoende het hoofd te kunnen bieden. In 2023 is ingezet op het opzetten van een rolling forecast, de verbetering van stuurinformatie en de verdere stroomlijning van de financiële organisatie. Het invoeren van Bunq en Spendcloudpassen verloopt naar wens. Hiermee worden noodzakelijke decentrale betalingen via de decentrale Raborekeningen overbodig. De meeste van deze rekeningen konden hierdoor worden opgeheven. Daarnaast is ingezet op het maximaliseren van de renteopbrengst via schatkistbankieren. Dit wordt gedaan door de saldi op de nog overgebleven Raborekeningen zoveel mogelijk te minimaliseren en de betalingen en ontvangsten waar mogelijk te laten lopen via de hoofdbankrekening.
55
BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG
Net als in voorgaande jaren is een (meerjaren)begroting gemaakt voor een periode van vijf jaar. Voor het maken van deze begroting wordt een kaderbrief opgesteld. De kaderbrief geeft inzicht in de beleidsuitgangspunten waar de scholen rekening mee houden bij het opstellen van hun begroting. Enkele belangrijke en richtinggevende kaders hebben betrekking op: • Strategische kaders zoals opgenomen in de Koers van BOOR; • Inhoudelijke kaders rondom huisvesting, ICT, human resources, onderwijskwaliteit en financiën. • Een rendementseis als een scholengroep of sector niet voldoet aan de norm van ons weerstandsvermogen. • De allocatie van de budgetten bovenschools. • De allocatie van de budgetten voor BOOR Services en bestuur. • De meerjarenbegroting sluit aan bij de strategische plannen van BOOR.
3.6.1. Verantwoording (maatschappelijke) thema’s Treasury
Treasury heeft bij BOOR primair als doel het tijdig kunnen voldoen aan verplichtingen, het beheersen van de financiële risico’s en secundair het reduceren van de financieringskosten, oftewel het waarborgen van de financiële continuïteit van de organisatie. Overtollige middelen zijn voldoende rentedragend via schatkistbankieren, hierdoor is het niet noodzakelijk te beleggen. Het is hierbij van belang dat het saldo op de rekeningen die niet gekoppeld zijn aan schatkistbankieren tot een minimum wordt beperkt. Overtollig privaat geld wordt weggezet op een deposito of andere spaarvorm. Deze uitgangspunten sluiten volledig aan bij de criteria van de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016. Bij het voeren van het treasury-beleid zijn de volgende treasury-instrumenten toegestaan: • Onderhandse geldleningen • Rekening-courant krediet • Kasgeldleningen • Deposito’s • Obligaties • (Hypothecaire) leningen • Operational Lease • Financial Lease De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het treasurybeleid ligt bij het cvb, het (bovenschools) management en het team Financiën. Het besluit tot het aangaan van kredietovereenkomsten wordt genomen door het cvb, met uitzondering van geldleningen boven een miljoen euro. Hiervoor is goedkeuring van het algemeen bestuur en de gemeente nodig.
Treasurystatuut
Het treasurystatuut is in 2022 aangepast en opnieuw vastgesteld aangezien verschillende wijzigingen die doorgevoerd waren op het gebied van treasury binnen BOOR nog niet verankerd waren in het treasurystatuut.
Treasuryverslag
In 2023 lag de focus – naast het reguliere liquiditeitsbeheer – op het verder terugdringen van het aantal schoolrekeningen en kasgelden. Ook is aandacht besteed aan de uniformering van betalingen op scholen.
56
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023
Schatkistbankieren
De publieke middelen van de hoofdrekening van BOOR zijn gekoppeld aan de Schatkist. BOOR heeft een (niet gebruikte) kredietfaciliteit van € 23,7 miljoen bij de Staat der Nederlanden.
Beleggingen en leningen
In de toelichting op de balans is een overzicht gegeven van de liquide middelen op bankrekeningen en bij schatkistbankieren. Tevens is in de toelichting op de balans een overzicht opgenomen van de lang- en kortlopende schulden.
Allocatie van middelen
In de kaderbrief zijn de kaders en beleidsuitgangspunten voor allocatie van baten en lasten opgenomen. Het beleidsuitgangspunt voor de allocatie van middelen is gebaseerd op het subsidiariteitsbeginsel, waarbij de beslissingsbevoegdheid en dus ook de bijbehorende budgetten op een zo laag mogelijk niveau binnen de organisatie worden belegd. Binnen BOOR wordt (s)bao, vo en (v)so aangeboden. De verschillende financiële stromen zijn gescheiden. De Rijkssubsidies worden, na bekostiging van BOOR Services en Bestuur, volledig toegekend aan de sectoren en scholen. Scholen vragen voor specifieke doeleinden subsidies aan, deze worden volledig gealloceerd naar de scholen, de uitgaven als gevolg van die subsidies worden daar ook gedaan. Een belangrijk kader is het hanteren van een minimale grens voor het weerstandsvermogen van de stichting van 8% en het feit dat de exploitatie na resultaatbestemming minimaal nihil bedraagt. Alhoewel het subsidiariteitsprincipe leidend is, is een aantal zaken bovenschools of op stichtingsniveau georganiseerd. De mate waarin zaken bovenschools georganiseerd zijn, verschilt per sector. Deels komt dit door de aard van de sectoren, deels omdat het historisch op een bepaalde manier gegroeid is. De mate waarin zaken bovenschools georganiseerd zijn kan in de loop van de tijd veranderen.
Binnen BOOR Services wordt ondersteuning gegeven aan de sectoren en scholen op de gebieden onderwijskwaliteit, ICT, HR, huisvesting en inkoop en financiën. Nadere inzicht in de verdeling van middelen tussen bestuur, BOOR Services en de sectoren is opgenomen in het onderdeel ‘verantwoording van de financiën’.
Onderwijsachterstandenmiddelen
De middelen voor onderwijsachterstanden worden gealloceerd op basis van de achterstandsscores van het CBS. Dit is in lijn met het beleidsprincipe op basis van het subsidiariteitsprincipe. De keuze voor deze wijze van alloceren is verankerd in de kaderbrief en daarmee in de reguliere besluitvorming. Bij BOOR heeft de sector (s)bao een grote groep scholen die een schoolweging van 35 of hoger hebben. De volgende maatregelen worden door deze scholen genomen: • Klassenverkleining (dus inzet van meer fte personeel om de groepsgrootte kleiner te kunnen houden); • Inzet van klassen-assistenten (grotendeels in de onderbouw); • Specifieke materialen en scholing, denk aan ondersteunende taal- en rekenmethoden aanvullend op de bestaande methoden; • Inzet van externe specialisten; • Bezoeken aan musea etc. ter ondersteuning van het lesprogramma (kinderen de echte wereld laten ontdekken en de woordenschat-netwerkstructuur te ondersteunen). Voor deze maatregelen wordt gekozen omdat: • Klassenverkleining: De veronderstelling is dat met een bepaalde groepsgrootte beter tegemoet kan worden gekomen aan de onderwijsbehoefte van achterstandsleerlingen. Als de analyse is dat een grote groep kinderen verlengde instructie nodig heeft, is het zeer moeizaam om dit te realiseren in een groep van 30 leerlingen;
57
BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG
• Als de analyse is dat veel kinderen de school instromen en het Nederlands nog onvoldoende machtig zijn, wordt er eerder gekozen voor de inzet van een onderwijsassistent in de onderbouw. Hierdoor is het voor leerkrachten organisatorisch beter realiseerbaar om veel kleine kringactiviteiten aan te bieden om jonge kinderen te ondersteunen bij het uitbreiden van de woordenschat en het creëren van een taal- en rekenrijke leeromgeving; • Extra materiaal wordt ingezet om de achterstandsleerlingen extra ondersteuning te bieden om de achterstand op het taal- en rekenonderwijs in te lopen; • Inhuur van externen en het bezoeken van externe locaties (denk aan musea, maar ook het strand, de duinen en het bos etc.) heeft als doel achterstandsleerlingen kennis te laten maken met een wereld die hen van huis uit niet vanzelfsprekend geboden wordt.
3.7.
Risico’s en risicobeheersing
In deze paragraaf worden de verplichte onderdelen behandeld uit hoofdstuk B. Overige rapportages zoals beschreven in de handreiking continuïteitsparagraaf.
3.7.1. Intern risicobeheersingssysteem
Alle gebeurtenissen die BOOR kunnen hinderen om de strategische doelstellingen te behalen worden als risico’s beschouwd. Om inzicht in en grip op de risico’s te houden, is risicomanagement geïmplementeerd binnen BOOR. Dit omvat niet alleen het tijdig signaleren en identificeren van potentiële dreigingen, maar vooral het met een bepaalde mate van zekerheid ervoor zorgen dat de risico’s binnen aanvaardbare proporties blijven.
3.7.2. Belangrijkste risico’s en onzekerheden
De belangrijkste risico’s en onzekerheden zien wij op het terrein van Externe ontwikkelingen, Onderwijskwaliteit, Personeel en Bedrijfsvoering.
Externe ontwikkelingen
Externe ontwikkelingen hebben direct en indirect invloed op ons overall risicoprofiel. Zo ervaren we de impact van de geopolitieke instabiliteit door oorlogen en daarmee gepaard gaande migratie en vluchtelingenstromen. Dit zorgt voor extra instroom van leerlingen in het ISK. Tegelijkertijd ervaren we de gevolgen van de politieke onzekerheid, oplopende inflatie en toenemende armoede onder de bevolking. We hebben oprechte zorg over de toenemende polarisatie, ook onder onze leerlingen. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: • Inflatie / armoedeproblematiek. De inflatie en gestegen energie- en brandstofprijzen leiden tot meer armoedeproblematiek in gezinnen van onze leerlingen. De hulp van BOOR-scholen verschilt per locatie en per wijk, maar richt zich in het algemeen op signaleren, ondersteunen en stimuleren. Scholen zijn kritisch op de activiteiten die worden bekostigd vanuit de vrijwillige ouderbijdrage en de verplichte schoolkosten. • Vanuit goed werkgeverschap hebben wij extra oog voor de situatie van het onderwijspersoneel. Interventies kunnen heel praktisch van aard zijn, zoals de inzet van een budgetcoach, die een medewerker helpt om zijn financiële zaken op orde te krijgen.
Een interventie kan ook psychosociaal van aard zijn, bijvoorbeeld door de inzet van bedrijfsmaatschappelijk werk.
58
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023
Onderwijskwaliteit
Op het gebied van onderwijs zien we de volgende risico’s en onzekerheden. • De coronapandemie heeft grote gevolgen gehad voor de leerlingen. Om leervertragingen aan te pakken en de sociaal-emotionele ontwikkeling en welzijn van leerlingen te bevorderen bieden scholen extra ondersteuning op basis van de NPO-subsidiemiddelen. Dit programma loopt tot en met schooljaar 2024-2025. • Te veel leerlingen verlaten het funderend onderwijs zonder goede beheersing van de basisvaardigheden, zoals taal, rekenen, digitale geletterdheid en burgerschap. Dit is voor een leerling nodig om andere schoolvakken succesvol te kunnen volgen en klaar te zijn voor het vervolgonderwijs en de maatschappij in het algemeen. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: • Met de inzet van de NPO-middelen zijn op iedere school interventies ingezet om leerachterstanden in te lopen. Daarnaast is er veel extra aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling en het algehele welbevinden. In 2023 is extra ondersteuning gegeven om achterstanden weg te werken of om vertragingen verder in te lopen. • Voor alle scholen die aan de subsidievoorwaarden voldoen is subsidie basisvaardigheden aangevraagd. Inmiddels zijn activiteitenplannen opgesteld door de individuele scholen.
In alle gevallen gaat het hier om activiteiten rondom taal en rekenen. Daarbij maken we optimaal gebruik van de financiële middelen die vanuit het Masterplan Basisvaardigheden beschikbaar zijn gesteld.
Personeel
Op het gebied van personeel zien we de volgende risico’s en onzekerheden: • Allereerst blijft het personeelstekort een grote zorg. In alle BOOR-scholen wordt het tekort aan leraren en schoolleiders (steeds meer) gevoeld. Waar eerst het tekort opliep in het basis- en het speciaal onderwijs, zijn de tekorten ook in het voortgezet onderwijs op steeds meer plekken merkbaar. De schoolorganisatie blijft daardoor kwetsbaar en zet de onderwijskwaliteit onder druk. Positieve ontwikkeling is dat de regio Rotterdam in het algemeen en BOOR specifiek steeds meer controle krijgt over dit vraagstuk. Dit kan niet los gezien worden van onze inspanningen in het kader van het convenant ‘Slim organiseren’. Tegelijkertijd blijven de (landelijke) prognoses voor de middellange en lange termijn zorgelijk. De vraag naar leerkrachten is sterk toegenomen door uitvoering van het NPO en komt bovenop het tekort dat er al was. Ook BOOR ziet zich genoodzaakt nog veelvuldig gebruik te maken van externe inhuur om de continuïteit van het onderwijs te kunnen borgen. • We zijn content met het recent afgesloten onderhandelaarsakkoord voor de CAO 2023-2024. De afspraken maken het werken in het funderend onderwijs aantrekkelijker. In het onderhandelaarsakkoord is een voorschot genomen op verwachte loonindexatie door het Rijk in 2024.
Formeel is hiertoe nog niet besloten en derhalve als onzekerheid in de risicoparagraaf opgenomen. • Daarnaast hebben we nog steeds te maken met mutaties van personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie naar scholen met minder werkdruk. Personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie ontvangt een arbeidsmarkttoeslag. Deze toeslag is tijdelijk en is vooralsnog niet structureel geborgd. • Het 12-mnd voortschrijdend ziekteverzuim (incl. zwangerschapsverlof en personeel meer dan 2 jaar ziek) daalde -in lijn met de landelijke ontwikkeling- bij BOOR van 6,67% naar 6,44%. Corona heeft de afgelopen jaren een grote impact gehad op directie, leraren en onderwijsondersteunend personeel zelf. Dit leverde extra druk op. BOOR stelt alles in het werk om de risico’s met betrekking tot personeel adequaat te managen. Desondanks blijft het restrisico dat overblijft voor BOOR hoog. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: • Anders organiseren van het basisonderwijs. Daarbij richten we ons enerzijds op het vergroten van de instroom en het beperken van de uitstroom en anderzijds door het onderwijs anders te organiseren. Dit doen we onder andere
59
BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG
• • •
•
• • • •
met behulp van de inzet van anders bevoegden, digitale middelen en een grotere variatie qua achtergrond en expertise in de schoolteams. We leiden op grote schaal zij-instromers op en hebben de begeleiding van startende en zittende leerkrachten geïntensiveerd. Voor de aanpak van het lerarentekort ontvangen de G5-steden ook vanaf 2024 nog extra middelen. Uitwerken van de mogelijkheden voor ‘Anders Organiseren’ in het voortgezet onderwijs in 2023-2024. Uitwisselen van ervaringen om het onderwijsproces en de organisatie op school zo in te richten dat de kern van het onderwijs, lesgeven, zo goed mogelijk kan plaatsvinden. Participatie in de Opleidingsschool Rotterdam (OSR), waarin goed begeleide opleidingsplaatsen in de aangesloten scholen wordt geboden aan ambitieuze, gemotiveerde eerste- en tweedegraads studenten en docenten. Door regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt in het onderwijs; Participatie in het BOSS-traject, een samenwerkingsverband tussen de Pabo, het Kenniscentrum Talentontwikkeling (KCTO) van Hogeschool Rotterdam (HR) en stichtingen (besturen) voor primair onderwijs, waardoor de instroom uit de Pabo’s wordt vergroot; Uitvoering van Strategisch HR-beleid voor het binden, boeien en laten bloeien van medewerkers. Leiderschapsontwikkeling.
Uitvoering leiderschapstrajecten, interne en externe opleidingstrajecten om de medewerkers te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en daarmee een aantrekkelijk werkgever te zijn; Uitvoering actief mobiliteitsbeleid. Uitvoering actief beleid bij ziekteverzuim, met aandacht voor het herstel en welbevinden van medewerkers.
Bedrijfsvoering
Op het gebied van bedrijfsvoering zien wij als belangrijkste risico’s en onzekerheden: • De ontoereikendheid van de bekostiging voor het funderend onderwijs. De financiële kengetallen laten een vertekend beeld zien door allerlei ontvangen incidentele subsidies voor het funderend onderwijs. Dit biedt weliswaar een oplossing voor de korte termijn, maar is niet structureel van aard. Daarnaast brengt het een veelvoud aan regels en bestedingsvoorschriften met zich mee. Onder de motorkap is iets aan de hand: de structurele bekostiging van het funderend onderwijs is ontoereikend. Dit wordt in de langere termijnplanning zichtbaar vanaf 2025, nadat de incidentele middelen zijn stopgezet. Voor het funderend onderwijs is het van essentieel belang dat een volgend kabinet wél kiest voor structurele financiering. Het risico van ontoereikende bekostiging wordt in het basisonderwijs versterkt door de wijziging in het betaalritme in 2022 van OCW. Het tekort dat hierdoor in 2022 ontstond, is ten laste gegaan van het in de voorbije jaren opgebouwde weerstandsvermogen. • De ontoereikende bekostiging voor onderwijshuisvesting. Er liggen voor de komende jaren grote opgaven op het gebied van verbetering van de luchtkwaliteit (ventilatie-investeringen) en verduurzaming.
Naast de hieraan verbonden investeringen is de bekostiging voor onderwijshuisvesting ontoereikend om de panden duurzaam in stand te houden; de investeringen over de levensduur van een pand uitgesmeerd. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten van BOOR-scholen in Rotterdam. Dit neemt niet weg dat een groot deel van onze scholen de komende jaren worden geconfronteerd met hoge(re) kosten van onderhoud en afschrijvingskosten. • De financiële impact van het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud. De regeling is inmiddels definitief en wordt per 1-1-2024 van kracht. Voor 2023 wordt nog gebruik gemaakt van de overgangsregeling (RJO artikel 4 lid 1). In 2024 zullen we (aanvullend aan de additionele dotaties in de voorbije jaren) een extra dotatie moeten doen aan de onderhoudsvoorziening ten laste van het weerstandsvermogen. Dit is in de meerjarenbegroting verwerkt. • Onze scholen werden in het najaar van 2022 geconfronteerd met een substantiële kostenstijging van de energiekosten, mede doordat lopende contracten met het (voormalige) Gazprom Energy moesten worden opengebroken en op de top van de markt nieuwe contracten moesten worden afgesloten. In 2023 zijn de
60
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023
energieprijzen enigszins ‘genormaliseerd’, met dien verstande dat de inkoopprijs nog altijd hoger is dan in 2022. Tegelijkertijd heeft actieve sturing op klimaatbeheersing op de scholen in 2023 geresulteerd in een aanzienlijke energiebesparing. Het risicoprofiel kon dan ook neerwaarts worden bijgesteld. Ons energiebewustzijn willen we in 2024 continueren. • Daarnaast zien wij toenemende risico’s op het gebied van ICT (o.a. cybersecurity). • Kansen liggen er op het gebied van verdere doorontwikkeling van de interne bedrijfsvoering naar een volgend volwassenheidsniveau, waarmee de wendbaarheid kan worden vergroot. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: • Bezwaarprocedure tegen vervallen van de vordering op OCW als gevolg van wijziging in het betaalritme. Actualiteit is dat de minister het bezwaarschrift van de 230 schoolbesturen ongegrond heeft verklaard. Vanuit de PO-Raad is met ondersteuning van een advocatenkantoor een beroepsprocedure opgestart namens de 230 schoolbesturen. De zitting zal plaatsvinden op 15 februari 2024 waarna normaal gesproken binnen 6 weken een uitspraak volgt. • Bezwaarprocedure tegen het inconsistent beleid van de minister rondom het 5e sanctiepakket van de EU.
EZK heeft inmiddels compensatie toegezegd voor de financiële nadelen vanwege opzegging gascontract met Gazprom dat leidt tot een compensatie over 2022 van ca. € 1,1 miljoen. • Actueel houden van strategische huisvestingsplannen en uitvoering daarvan. • Opstellen meerjarig ventilatieplan (incl. de financiële impact daarvan). Bij BOOR voldoet de ventilatie van alle scholen aan het bouwbesluit voor bestaande bouw. Het LCVS (landelijk coördinatieteam ventilatie scholen) adviseert op aangeven van de GGD een hogere norm te behalen met alleen mechanische ventilatie. Die ventilatienorm is gelijk aan het bouwbesluit voor nieuwbouw. Een groot deel van de scholen, landelijk, binnen Rotterdam en dus ook bij BOOR kan hier nu en op korte termijn niet aan voldoen. Door een sterk verouderd gebouwenbestand ligt het percentage van schoolgebouwen dat niet voldoet aan de ventilatienorm van de GGD op 40%. De locaties die niet aan de nieuw opgelegde norm voldoen worden goed (op natuurlijke wijze) geventileerd. Dit wordt ook gemonitord met klimaatsensoren zodat gericht maatregelen kunnen worden genomen. Tevens bundelen Rotterdamse schoolbesturen de krachten met de gemeente om te komen tot inzicht en overzicht zodat middelen in het volgende IHP ook op ventilatienormen zo efficiënt mogelijk worden ingezet.
Er is een overzicht gemaakt in hoeveel gebouwen met behulp van SUVIS-subsidie de klimaatbeheersing op orde moet worden gebracht. Er is een beperkt aantal scholen waarvoor dit inmiddels is gebeurd of waar dit loopt. Tot slot wordt op plaatsen waar vanuit het MJOP grootschalige werkzaamheden plaatsvinden, extra geïnvesteerd in ventilatie. • Het ICT-versnellingsprogramma is in 2023 afgerond: iedere school beschikt inmiddels over een goede en veilige ICT-infrastructuur. Door een gelaagde aanpak en voortdurende evaluatie van beveiligingsmaatregelen en het bijwerken daarvan hebben we de risico’s op het gebied van cybersecurity verkleind. Dit is van cruciaal belang voor scholen, gezien de groeiende afhankelijkheid van digitale systemen en technologieën. Inmiddels wordt nagedacht over de volgende stap: het formuleren van een wenkend perspectief over hoe we ICT willen inzetten in het onderwijs met een sterkere nadruk op het onderwijskundig/didactisch vlak. • Uitvoering van het meerjarig programma ‘Harmonisatie Bedrijfsvoering’. Sinds 2022 werken we aan de doorontwikkeling van bedrijfsvoering. Daartoe is een BOOR-breed programma opgezet om tot meer harmonisatie van bepaalde bedrijfsvoeringsprocessen te komen. Op basis van onderzoeken is een visie en ambitie geformuleerd. Parallel hieraan is gewerkt aan het herladen van de besturingsfilosofie en het opstellen van een uitvoeringsagenda.
61
BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG
4. Continuïteitsparagraaf Dit hoofdstuk geeft inzicht in de financiële staat van BOOR. De eerste paragraaf gaat in op ontwikkelingen in meerjarig perspectief, de tweede paragraaf geeft een analyse van het afgelopen boekjaar en in de laatste paragraaf komt de financiële positie van de stichting aan bod.
4.1.1. Ontwikkelingen in meerjarig perspectief
BOOR is een financieel solide organisatie, ook als we kijken naar het meerjarig perspectief. Tegelijkertijd zien wij voor de toekomst wel een aantal uitdagingen en onzekerheden. • Met de inzet van de NPO-middelen en subsidie Basisvaardigheden zijn op iedere school interventies ingezet om leerachterstanden in te lopen. Hiervoor worden specifieke bestemmingsreserves benut. De interventieprogramma’s lopen door tot en met schooljaar 2024-2025. • Vanaf 2025 wordt meer zichtbaar dat de structurele bekostiging voor het funderend onderwijs ontoereikend is, met name in het (s)bao. De relatief grote hoeveelheid ontvangen incidentele middelen (onder andere NPO, Basisvaardigheden) verbloemden dit (structurele) knelpunt in de voorbije jaren. Scholen ervaren in toenemende mate moeite om meerjarig te blijven voldoen aan de financiële kaders. De afhankelijkheid van subsidies en tijdelijke middelen wordt groter. • Het huidige en geraamde personeelstekort op de langere termijn blijft zorgelijk, met name in de grootstedelijke context. De kosten voor werving, opleiden, begeleiden en (dure) externe inhuur zet in toenemende mate druk op onze exploitatie. Het aantal vacatures in het vo en (v)so loopt op. • De bekostiging voor onderwijshuisvesting is volstrekt ontoereikend.
Ondanks de grote hoeveelheid bouw- en renovatietrajecten in de komende jaren voldoet 40% van de schoolgebouwen niet aan de ventilatienorm van de GGD, waardoor additionele investeringen nodig zijn op het gebied van ventilatie en duurzaamheid. De financiële impact van het meerjarig ventilatieplan (incl. de financiële impact daarvan) is niet in de meerjarenbegroting opgenomen omdat hier vooralsnog geen financiële dekking voor is gevonden vanuit de reguliere exploitatie. • Het vervallen van de vordering op OCW (€ 8,3 miljoen) is in 2022 ten laste gebracht van het (eerder opgebouwde) weerstandsvermogen in het (s)bao en (v)so. De beroepsprocedure van 230 schoolbesturen loopt nog (zie nadere toelichting onder hoofdstuk ‘Niet in de balans opgenomen rechten en verplichtingen’). • Per 1 januari 2024 vervalt de tijdelijke overgangsregeling voorziening groot onderhoud (RJO artikel 4 lid 1), waarbij een additionele dotatie moet worden gedaan aan de voorziening groot onderhoud ten laste van het (eerder opgebouwde) weerstandsvermogen van ca € 8 miljoen. • Groot aantal renovatie- en nieuwbouwprojecten: meer dan twintig scholen krijgen in de komende jaren een nieuw gebouw, dat leidt tot meer investeringen en daarmee verwachte hogere afschrijvingen.
De combinatie van bovenstaande factoren maakt dat, bij ongewijzigd beleid, druk op de financiële soliditeit van BOOR op de middellange termijn ontstaat. Dit noopt tot heroverweging van keuzen en bijsturing. Naarmate de onzekerheden langer duren zullen we de geplande investeringen moeten uitstellen of andere vormen van bezuiniging moeten toepassen. Als financieel kader voor de stichting als geheel geldt dat het weerstandsvermogen (incl. bestemmingsreserves) > 8% blijft en een exploitatieresultaat (na mutatie bestemmingsreserves) wordt behaald van tenminste nihil.
62
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023
Het meerjarige vooruitzicht van BOOR kan tot uitdrukking worden gebracht in een aantal kengetallen, cijfers en indicatoren. Hierna gaan we kort in op de verwachte ontwikkeling van het aantal leerlingen, het aantal personeelsleden, de financiële resultaten, de kasstromen en de ontwikkeling van onze balans en financiële positie.
Ontwikkeling leerlingenaantal
De ontwikkeling van de leerlingenaantallen zoals ook vastgelegd in het jaarplan 2023 is per sector als volgt (onderdeel A1 uit de gegevensset handreiking continuïteitsparagraaf): Aantal leerlingen
2023
2024*
2025*
2026*
2027*
2028*
1-2-2022
1-2-2023
1-2-2024
1-2-2025
1-2-2026
1-2-2027
Sector (speciaal) basisonderwijs
17.253
17.202
17.453
17.696
17.915
18.074
Sector (voortgezet) speciaal onderwijs
2.313
2.376
2.477
2.597
2.627
2.627
Totaal primair onderwijs
Teldatum
19.566
19.578
19.930
20.293
20.542
20.701
Teldatum 1-10-2022
1-10-2023
1-10-2024
1-10-2025
1-10-2026
1-10-2027
11.191
11.431
11.589
11.783
11.923
12.068
344
290
405
405
405
405
Sector voortgezet onderwijs
11.535
11.721
11.994
12.188
12.328
12.473
Totaal
31.101
31.299
31.924
32.481
32.870
33.174
Regulier voortgezet onderwijs Nieuwkomers voortgezet onderwijs
* = prognoses
Vanaf het bekostigingsjaar 2023 wordt voor de vereenvoudigde bekostiging po de teldatum gehanteerd van 1 februari voorafgaand aan het bekostigingsjaar. Het aantal leerlingen in het primair onderwijs van de laatste jaren en de prognose op 1 februari laat het volgende beeld zien: • Het leerlingaantal in de sector (s)bao daalt licht per 1 februari 2023 ten opzichte van 1 februari 2022. Meerjarig wordt een kleine stijging van het leerlingenaantal verwacht als gevolg van demografische ontwikkelingen in de regio Rotterdam. • Het (v)so prognosticeert voor de komende jaren een behoorlijke groei van het aantal leerlingen. Door ingebruikname van nieuwe locaties kunnen meer leerlingen worden toegelaten. • Het vo verwacht de komende jaren eveneens een stijging van het aantal leerlingen als gevolg van demografische ontwikkelingen, ingebruikname van nieuwe gebouwen en ontwikkeling nieuwkomers.
Ontwikkeling personele bezetting
De personele bezetting binnen BOOR verloopt naar verwachting als volgt (onderdeel A1 uit de gegevensset handreiking continuïteitsparagraaf): Personele bezetting in fte
2023
2024*
2025*
2026*
2027*
2028*
Bestuur / management
187
199
199
200
201
198
Personeel primair proces
1.995
2.022
2.025
2.023
2.023
1.985
Ondersteunend personeel
1.079
1.019
1.001
991
989
973
Totale bezetting in fte
3.261
3.240
3.225
3.214
3.213
3.156
* = prognoses
Bron: 2023 is gebaseerd op het gemiddelde aantal fte’s; de aantallen 2024 t/m 2028 zijn gebaseerd op een prognose. De verwachte personele bezetting in fte voor de komende jaren is afkomstig uit het Meerjarig Bestuursformatieplan. De geschetste afname van het ondersteunend personeel is gerelateerd aan de afbouw het NPO-programma.
63
BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG
Ontwikkeling financiële resultaten
In het najaar van 2023 is de meerjarenbegroting opgesteld. De begroting 2023-2027 is als volgt (onderdeel A2 uit de gegevensset handreiking continuïteitsparagraaf): Bedragen x € 1.000
2023
2024*
2025*
2026*
2027*
2028*
Rijksbijdragen OCW
365.988
350.229
345.557
346.234
349.793
352.195
Overige overheidsbijdragen
20.345
19.818
18.971
18.927
18.904
19.105
Overige baten
17.897
14.325
12.802
12.942
13.068
13.299
Totaal Baten
404.230
384.372
377.330
378.103
381.764
384.599
Personele lasten
327.006
319.119
315.255
314.101
315.415
317.541
Afschrijvingslasten
7.636
8.679
9.084
8.967
8.664
8.001
Huisvestingslasten
27.581
25.687
25.358
25.359
25.222
25.212
Omschrijving Baten
Lasten
Overige lasten
41.997
38.063
35.351
34.696
35.038
35.515
Totaal lasten
404.220
391.548
385.048
383.122
384.340
386.269
10
-7.176
-7.718
-5.018
-2.576
-1.671
Financiële baten en lasten
2900
1655
1711
1732
1754
1775
Resultaat
2.910
-5.522
-6.007
-3.286
-822
104
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering
Mutaties bestemmingsreserves: Bestemmingsreserve Aanvullende bekostiging vo
169
72
67
42
17
0
Bestemmingsreserve NPO gelden**
-1.819
12.086
6.182
2.459
1.273
942
Basisvaardigheden
-3.226
-5.100
-1.757
578
475
456
Versnellingsprogramma ICT
1.222
Anders/ Slim organiseren
-770
Werkdrukmiddelen vo
-698 1.536
-1.515
-207
943
1.502
Privaat bestemmingsfonds internationaal onderwijs Resultaat naar algemene reserve
-23 -2.235
* = prognoses ** = Rekening houdend met de onzekerheden over de haalbaarheid van de werkzaamheden rondom de inzet van gelden NPO is een inschatting gemaakt wanneer deze gelden besteed zullen worden. Bron: jaarrekening 2023 en begroting 2024 – 2028. De meest opvallende ontwikkelingen zijn: • De Rijksbijdragen dalen in 2024 doordat de NPO-middelen alleen in de periode 2021-2023 ter beschikking zijn gesteld. De toename vanaf 2026 kan worden toegerekend aan de ontwikkeling van de leerlingaantallen. • Ontwikkeling personele lasten: Vanaf 2023 dalen de personele lasten door de afloop van de NPO bekostiging, die besteed is middels niet-structurele (incidentele) extra personele inzet. Vanaf 2026 stijgen de personele lasten door lichte groei van de formatie, die gelijke tred houdt met de ontwikkeling van de leerlingaantallen. • De afschrijvingskosten stijgen 2024 en 2025 door de ingebruikname van de nieuwbouw en renovaties, de investeringen in het kader van het ICT versnellings-programma en investeringen in het kader van NPO. Vanaf 2026 dalen de afschrijvingslasten omdat op dit moment investeringen nog niet bekend zijn. • De huisvestingslasten dalen vanaf 2024 per saldo door mondiale ontwikkelingen op de energiemarkt en iets gunstigere prijsafspraken. • In de CAO VO 23/24 is een bedrag voor verlichting van de werkdruk opgenomen. Hiervoor is een bestemmingsreserve gevormd.
Voor de besteding moeten nog plannen worden gemaakt. • De bestemmingsreserve van de NPO-gelden neemt af door besteding van de gelden in schooljaren 23/24 en 24/25.
64
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023
Ontwikkeling kasstromen
Om aan onze verplichtingen te kunnen voldoen is het noodzakelijk dat BOOR voldoende middelen beschikbaar heeft. Op ieder moment bestaat inzicht in onze liquide middelen en in de verwachte kasstromen op de korte en lange termijn. De verwachte ontwikkeling van kasstromen in de komende jaren is als volgt: Bedragen x € 1.000
Omschrijving Liquide middelen op 1 januari
2023
2024*
2025*
2026*
2027*
2028*
81.150
90.815
77.144
68.509
59.700
57.135
Operationele kasstroom
74.148
9.854
5.756
7.001
11.307
11.455
Investeringskasstroom
-63.915
-22.884
-13.750
-15.169
-13.231
-11.111
Financieringskastroom Liquide middelen op 31 december
-568
-641
-641
-641
-641
-641
90.815
77.144
68.509
59.700
57.135
56.838
* = prognoses; k asstromen o.b.v. de directe methode
De operationele kasstroom neemt richting 2027 af, doordat er geen NPO middelen meer worden uitgekeerd en we nog wel activiteiten in het kader van NPO verrichten. De hogere investeringskasstroom in 2023 en 2024 hebben te maken met enkele omvangrijke nieuwbouwprojecten. Bij de financieringskasstroom is in 2023 sprake een aflossing van langlopende verplichting ID-banen en daarnaast is er de komende jaren sprake van een aflossing op de lening voor de gebouwen van Wolfert Lansing en Wolfert Lyceum.
Ontwikkeling balans
Rekening houdend met de verwachte financiële resultaten, de ontwikkeling van de kasstromen en de investeringen, verwachten we de volgende ontwikkeling van onze balans (onderdeel A2 uit de gegevensset handreiking continuïteitsparagraaf): Bedragen x € 1.000
Activa
2023
2024*
2025*
2026*
2027*
2028*
Vaste activa Materiële vaste activa
75.133
85.486
91.761
97.963
102.530
105.640
Financiële vaste activa
1.053
1.030
1.007
984
961
938
Vlottende activa Voorraden
0
0
0
0
0
0
Vorderingen
23.604
19.752
21.361
21.361
21.361
21.361
Liquide middelen
90.815
77.144
68.509
59.700
57.135
56.838
Totaal activa
190.605
183.412
182.638
180.008
181.987
184.777
Passiva
2023
2024*
2025*
2026*
2027*
2028*
Eigen vermogen (incl. bestemmingsreserves)
63.089
49.567
43.560
40.274
39.452
39.556
Voorzieningen
32.475
43.617
45.750
46.727
49.849
52.856
Langlopende schulden
14.548
13.907
13.266
12.625
11.984
11.343
Kortlopende schulden
80.493
76.321
80.062
80.382
80.702
81.022
Totaal passiva
190.605
183.412
182.638
180.008
181.987
184.777
* = prognoses
De meest opvallende ontwikkelingen zijn: • De toename van de materiële vaste activa is het gevolg van nieuwbouw- en renovatieprojecten van scholen en daaraan verbonden eigen investeringen. • De relatief hoge liquiditeitspositie kan voor een belangrijk deel worden verklaard vanuit ontvangen NPO-middelen in de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023 in relatie tot de verlengde bestedingstermijn tot en met het schooljaar 2024-2025. Eind 2023 is de tweede tranche van de subsidie Basisvaardigheden uitgekeerd. Deze konden niet meer volledig in 2023 worden uitgegeven.
65
BOOR JAARVERSLAG 2023 - BESTUURSVERSLAG
• De sterke daling van het eigen vermogen in 2024 is het directe gevolg het vervallen van de tijdelijke overgangsregeling voorziening groot onderhoud per 1 januari 2024 (RJO artikel 4 lid 1), waarbij een additionele dotatie heeft plaatsgevonden ten laste van het vermogen ten gunste van de voorziening groot onderhoud van € 8 miljoen. Daarnaast komen bestemmingsreserves tot besteding. In de jaren 2024 -2027 zijn negatieve resultaten begroot. Dit leidt tot een afname van onze vermogenspositie. • De post voorzieningen betreft de personele voorzieningen en de voorziening voor het groot onderhoud van de gebouwen. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud is het gemiddelde over een onderhoudsperiode van 35 jaar. De onderhoudslasten zijn echter niet jaarlijks gelijk, waardoor de omvang van de voorzieningen ook niet jaarlijks gelijk is. Tot 2027 stijgt de voorziening onderhoud, omdat er minder onttrekkingen zijn gepland dan de hoogte van de dotatie. • De langlopende schulden nemen af door de aflossing van de leningen van Wolfert Lansing en Wolfert Lyceum.
Huisvestingsbeleid
In het Integraal Huisvestingsplan 2020-2023 zijn afspraken gemaakt over welke schoolgebouwen gerenoveerd worden en voor welke scholen er vervangende nieuwbouw gerealiseerd wordt. Dit betreft voor BOOR 28 scholen, verspreid over de drie sectoren. Voor deze bouw- en renovatieprojecten zijn businesscases opgesteld. Inmiddels zijn de contouren voor het IHP voor de planperiode 2024-2028 ook bekend, waarin twintig scholen van BOOR zijn opgenomen voor een renovatie- en/of nieuwbouw.
Investeringsbeleid
Er is een Meerjarig Inventarisplan (MIP) waarin de verwachte investeringen in inventaris voor de komende jaren zijn opgenomen. Bij de uitvoering van het MIP is het van belang dat scholen opdrachten plaatsen bij de uit een centrale aanbesteding gegunde partijen of bij de leveranciers, waarmee centraal raamcontracten zijn afgesloten.
Financieringsbehoeften
De financiering van huisvestingsprojecten gebeurt vanuit de exploitatie en eventuele geoormerkte subsidies. Alleen de panden van Wolfert Lansing en Wolfert Lyceum zijn extern gefinancierd door de BNG.
Ontwikkeling signaleringswaarden financieel continuïteitstoezicht
In het kader van het financieel continuïteitstoezicht volgt de onderwijsinspectie een aantal signaleringswaarden die een voorspellende waarde hebben voor de financiële gezondheid van een schoolbestuur. Op basis van de meerjarenbegroting ziet de ontwikkeling bij BOOR er als volgt uit: Omschrijving
2023
2024*
2025*
2026*
2027*
2028*
Weerstandsvermogen incl. bestemmingsreserves (1)
15,61%
12,90%
11,54%
10,65%
10,33%
10,28%
Weerstandsvermogen excl. bestemmingsreserves (1)
6,78%
6,55%
6,27%
6,20%
6,39%
6,73%
Solvabiliteit 2 (minimaal 30%) (2)
50,14%
50,81%
48,90%
48,33%
49,07%
50,01%
Liquiditeit (minimaal 50%) (3)
142,15%
126,96%
112,25%
100,84%
97,27%
96,52%
* = prognoses
1. Het interne toezichtskader vanuit de Gemeente Rotterdam omvat tevens de ontwikkeling van het weerstandsvermogen. De onderwijsinspectie hanteert dit niet meer als signaleringswaarde. Onze (interne) financiële sturing ziet erop toe dat het weerstandsvermogen (incl. bestemmingsreserves) meerjarig > 8% blijft. De signaleringswaarde vanuit het gemeentelijk toezichtkader bedraagt 5%. In de meerjarenprognose blijft het weerstandsvermogen > 10%.
66
BESTUURSVERSLAG - BOOR JAARVERSLAG 2023