CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003525] Bijlage 1 behorende bij 24bb003523 - Vastgesteld bestemmingsplan Kern en Plassen

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het herstelbesluit van het bestemmingsplan Kern en Plassen.40.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie). Gebiedsgericht werken Een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van de Horecanota is gebiedsgericht werken; kennis uit de wijk is bepalend voor wat kan en wat niet. Deze werkwijze, waarbij maatwerk en flexibiliteit centraal staan, heeft in de afgelopen jaren reeds z’n vruchten afgeworpen op het gebied van horeca.

25

Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, kunnen bekende en nog onbekende horeca-ontwikkelingen worden beoordeeld en gerealiseerd. Het horecagebiedsplan biedt het kader hiervoor. 2.3.11 Horecagebiedsplan 2019-2021Gebied Hillegersberg-Schiebroek Vastgesteld door B&W op 25 juni 2019 In het horecagebiedsplan wordt er meer ingezoomd op het gebied zelf. Op deze manier wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een wijk bepalend is voor wat mogelijk is qua horeca-ontwikkeling. Meer concreet, in dit plan wordt de gewenste ontwikkeling van horeca in het gebied HillegersbergSchiebroek van de gemeente Rotterdam beschreven en op hoofdlijnen uitgewerkt. Het opstellen van het horecagebiedsplan wordt gedaan door de gebiedscommissies van de Rotterdamse gebieden, onder leiding van de gebiedsadviseurs horeca. Deze functionaris is de spin in het web. Deze adviseur fungeert binnen de gemeente Rotterdam als het (eerste) aanspreekpunt voor nieuwe en bestaande ondernemers. Op die manier is de lokale kennis bepalend voor wat er in een wijk, buurt en/of straat mogelijk is en is maatwerk de norm, in plaats van uitzondering. Alle plannen worden vastgesteld door het college van Burgemeester en Wethouders.

Aanvragen voor een nieuwe exploitatievergunning of wijzigingen van een bestaande exploitatievergunning worden door de burgemeester hieraan getoetst. Om tot een gedegen, gedragen en toekomstbestendig horecagebiedsplan te komen is participatie van bewoners, ondernemers, pandeigenaren en gemeentelijke en toezichthoudende instanties essentieel. Het gehele proces wordt begeleid door de gebiedsadviseurs horeca van de Directie Veiligheid van de gemeente. Dit zorgt voor een eenduidige werkwijze en uniforme opmaak en insteek van de horecagebiedsplannen. Het horecagebiedsplan benoemt het hoogwaardig woonmilieu en geeft aan dat het gebied in de meeste gevallen het 'dorpse' karakter nog heeft behouden. Wonen vormt in vrijwel het gehele gebied de primaire functie. De horeca in het gebied Hillegersberg-Schiebroek heeft een ondersteunende functie en moet die behouden. Meer concreet is het de bedoeling dat het de economie, maar zeker ook het woon- en leefklimaat in positieve zin bevordert. Mede door de horeca moet het voor bewoners en bezoekers prettig zijn om in een bepaald gebied te verblijven. Dit leidt tot de volgende algemene ontwikkelrichting voor het gebied Hillegersberg-Schiebroek: Kern en Plassen komt ruwweg overeen met Oud Hillegersberg in het horecagebiedsplan. Het is een water- en lommerrijke wijk die voor een belangrijk deel is gelegen aan de Bergse Voor- en Achterplas.

Het is primair een woongebied. Als algemene ontwikkelrichting geldt derhalve consolideren voor zowel nieuwe als bestaande inrichtingen. Voor inrichtingen die zijn vrijgesteld van de vergunningplicht is geen ruimte. De belangrijkste reden om voor deze ontwikkelrichting te kiezen is om te voorkomen dat het woongenot wordt verstoord, vooral in de achterliggende straten. Dat neemt niet weg dat voor een aantal grote(re) straten in vooral Oud-Hillegersberg ruimte is voor een beperkte ontwikkeling met (vergunde) horeca. In Oud-Hillegersberg is het dorpse karakter nog steeds zichtbaar en bepaalt dit in belangrijke mate de charme en uitstraling van dit deel van Hillegersberg-Schiebroek. Hier bevindt zich ook een belangrijk winkelgebied gelegen op en tussen de Bergse Dorpsstraat, de Weissenbruchlaan en de Streksingel. Het heeft een kwalitatief hoogwaardig aanbod van zowel detailhandel als horeca. Aangezien zich boven deze winkels woningen bevinden, is het te kwalificeren als een gemengd (woon)gebied. Om de aantrekkelijkheid en kwaliteit te waarborgen in de komende jaren en de concurrentie met andere winkelcentra in Rotterdam aan te kunnen, wordt gestreefd naar een kwaliteitsimpuls van zowel de detailhandel als de horeca. Ten aanzien van de horeca betreft dit in de eerste plaats een beperkte uitbreiding van het aantal inrichtingen.

Maar ook de uitbreiding van terrassen kan de levendigheid en uitstraling in positieve zin beïnvloeden. De straten waar in afwijking van de algemene ontwikkelrichting deze uitbreiding mogelijk is, zijn de Bergse Dorpsstraat, Freericksplaats en Weissenbruchlaan. Bergse Dorpsstraat De Bergse Dorpsstraat is een gezellige winkelstraat met een breed aanbod van luxe(re) winkels en

26

horeca. Momenteel zijn hier vijf horeca-inrichtingen gevestigd. Het betreft cafés en restaurants. Om de uitstraling en de variatie in het aanbod te verbeteren, is een beperkte uitbreiding met kwalitatief hoogwaardige vergunde horeca gewenst. Het aanbod van goede kwaliteit is gewaarborgd door goede afspraken met de pandeigenaren. Hierdoor kan ook worden voorkomen dat het woon- en leefklimaat in negatieve zin wordt beïnvloed. Freericksplaats De Freericksplaats ligt in het centrum van het winkelgebied. Er bevindt zich hier voornamelijk detailhandel met daarboven woningen. Qua horeca is er een kwalitatief hoogwaardig restaurant en een pizza-afhaal gevestigd. Met een exploitant die elders in de stal al twee succesvolle lunchrooms heeft, zijn concrete afspraken gemaakt voor de vestiging van een vergelijkbaar concept op de Freericksplaats. Dit concept, dat qua doelgroep vooral is gericht op jonge gezinnen met kinderen, wordt ondersteund. Dit vanwege het feit dat het een positieve invloed heeft op het woon- en leefklimaat. Weissenbruchlaan Op de Weissenbruchlaan zijn voornamelijk kwalitatief hoogwaardige winkels gevestigd. De daarboven gelegen woningen hebben een prachtig uitzicht op de Bergse Voorplas. Hoewel het verloop beperkt is, vindt de keuze van nieuwe winkeliers uiterst zorgvuldig plaats. Dit om het hoogwaardige niveau van de winkelstraat te waarborgen.

Momenteel zijn er in totaal drie horeca-inrichtingen gevestigd waarvan een direct aan de plas is gelegen. Dit aanbod kan worden uitgebreid met twee inrichtingen. Bij de bepaling van de specifieke locaties heeft een zorgvuldige afweging plaatsgevonden. Deze zorgvuldigheid wordt door de pandeigenaar ook betracht bij de keuze van de exploitanten. Daarbij wordt ook de gemengde functie betrokken, zodat aantasting van het woon- en leefklimaat wordt voorkomen. Kinderboerderij de Wilgenhof (Ringdijk 76) Door het verzelfstandigen van de kinderboerderij is er behoefte om de huidige horeca-activiteiten licht uit te breiden (zonder verstrekken alcoholische dranken). Deze activiteiten blijven ondersteunend aan de kinderboerderij. 2.3.12 Beleidsnota Archeologie 2008-2011, Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK), lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), Erfgoedverordening Rotterdam 2020 Vastgesteld op 17 juli 2008 door de Rotterdamse Gemeenteraad, vastgesteld op 31 januari 2006 en vastgesteld op 29 september 2009 door de Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, vastgesteld op 28 januari 2021 door de Rotterdamse Gemeenteraad In 1992 hebben de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen te Valletta (Malta) het Europese Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed ondertekend.

Met het Verdrag van Malta is het streven vastgelegd naar onder meer: het behoud van het archeologisch bodemarchief ter plaatse (in situ); het documenteren van het archeologisch bodemarchief, indien behoud niet mogelijk blijkt; het vroegtijdig en volwaardig betrekken van de archeologie bij ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening; het verbreden van het draagvlak voor de archeologie; het toepassen van het beginsel 'de verstoorder betaalt'. De afspraken van Malta zijn verwerkt in de Wet op de archeologische monumentenzorg, die op 1 september 2007 in werking is getreden. Het zwaartepunt van het archeologiebeleid is bij gemeenten komen te liggen. In een bestemmingsplan moet een gemeente aangeven welke archeologische waarden mogelijkerwijs aan de orde zijn. Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van het Rotterdamse archeologiebeleid is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden.

De gemeente Rotterdam bezit een vastgestelde Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK), een vastgestelde Beleidsnota Archeologie 2008-2011 en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de eveneens vastgestelde Erfgoedverordening Rotterdam 2020.

27

Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. 2.3.13 Beleidsnota "Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020"en de Erfgoedverordening Rotterdam 2020 Vastgesteld op 22 december 2016 en vastgesteld op 28 januari 2021 door de Rotterdamse gemeenteraad Rotterdam heeft een inmiddels volwassen monumententraditie. Er is sprake van een toenemend historisch bewustzijn in de stad. De karakteristieke vermenging van tijdlagen en de daarbij horende afwisseling van oud en nieuw zorgt voor een belangrijke en onderscheidende identiteit van het stadsbeeld. In de beleidsnota Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020 wordt de visie op het Rotterdams gebouwde erfgoed en de hieruit voortvloeiende ambities beschreven. Rotterdam verbindt de zorg voor behoud van het gebouwd erfgoed met de hedendaagse opgaven van de stad. Ingezet wordt op bescherming, behoud en hergebruik, en instandhouding van erfgoed. Steeds vaker wordt cultuurhistorie gekozen als uitgangspunt voor (gebieds-)ontwikkelingen, waardoor de historische gelaagdheid van de stad behouden blijft voor toekomstige generaties. Het wettelijke instrumentarium hiervoor is de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het planologisch instrumentarium.

28

Hoofdstuk 3 3.1

Archeologie

3.1.1

Beleidskader

Beschrijving van het plangebied

Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.

De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen. 3.1.2

Bewoningsgeschiedenis

Het bestemmingsplangebied omvat de restanten van een veengebied met uitgeveende plassen. In het westen van het bestemmingsplangebied, tegen de ringdijk van de voormalige Schiebroeksepolder, is een deel van de vermoedelijke bedding van een veenriviertje uit de periode vóór de grote ontginningen van de 10e-12e eeuw bewaard gebleven (de voormalige Vlietsloot). Vanuit dergelijke veenriviertjes werden de veengebieden in de genoemde periode ontgonnen en ontwaterd door het graven van parallelle sloten haaks daarop. In de ondergrond zijn twee andere voor de bewoningsgeschiedenis belangwekkende fenomenen aanwezig: een gebied met donkzand en een deel van een met zand opgevulde geul (Afzettingen van Gorkum). Het donkzand maakt deel uit van één van de meest westelijk gelegen rivierduinen in Nederland, die zo'n 14.000-12.000 jaar geleden zijn gevormd en in de prehistorie (gedurende het Mesolithicum en Neolithicum) veelvuldig als verblijfplaats werden benut. Ook op de donk van Hillegersberg zijn prehistorische bewoningssporen aangetoond. De geul in het zuiden van het bestemmingsplangebied is in latere tijd overgroeid met veen, maar ook hierlangs kunnen prehistorische bewoningssporen uit het Neolithicum of de Vroege of Midden-Bronstijd verwacht worden. Het gebied is vanaf de 10e eeuw definitief ontgonnen en bewoond. In grote lijnen is de structuur van het gebied toen bepaald.

Door het ontwateren van het veen daalde het maaiveld en kwam de donk van Hillegersberg relatief hoger te liggen. Op het hoogste punt werden kerk en kasteel van Hillegersberg gebouwd. De exacte ouderdom van de Hillegondakerk is niet bekend. Rond het midden van de 12e eeuw neemt Hillegersberg de kerkelijke functies over van het overstroomde Rotta en treedt later op als moederkerk voor de plaatsen Rotterdam, Kralingen, Bleiswijk en Zevenhuizen. De eerste vermelding van het kasteel dateert uit 1269. Het bestond uit een woontoren van 10x10 meter en was gelegen op een 6 meter hoge motte van zand, die opgeworpen is op het rivierduin. Vanaf de Late Middeleeuwen concentreert de bewoning zich vooral langs de Rottekaden en de dorpskern met donk van Hillegersberg. Zeer ingrijpende gevolgen voor het gebied hadden de veenwinningsactiviteiten in de 18e eeuw. Door de veenwinning ontstonden toen de Bergse Achterplas en de Bergse Voorplas, die in tegenstelling tot veel van het omringende uitgeveend gebied, niet werden drooggemaakt.

29

3.1.3

Archeologische verwachting

Voor de terreinen van de kerk, het kerkhof en de kasteelruïne, alsmede het terrein met aantoonbare prehistorische bewoningssporen in de ondergrond geldt dat ze opgenomen zijn op de gemeentelijke lijst van Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP-nummers 32, 33 en 34) en in die zin bescherming genieten op grond van de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Het bodemarchief ter plaatse dient behouden te blijven. Donken kennen vanwege hun intensieve bewoning in het Mesolithicum en Neolithicum een hoge archeologische verwachting. Ook langs de geulen zijn prehistorische bewoningssporen te verwachten. Op het veen, in het bijzonder langs de veenriviertjes, zijn sporen uit de IJzertijd te verwachten. Vanaf de 10e eeuw kunnen ook bewoningssporen in het veengebied voorkomen. De dorpskern van Hillegersberg in de omvang van 1850 is een gebied met een hoge archeologische verwachting. De meeste van de bewoningssporen zullen zich ter plaatse van de bebouwing bevinden, zoals die voor het eerst exact is weergegeven op de oudste kadastrale kaart van 1811-1832. 3.1.4

Aanbevelingen

Waarde - Archeologie 1 Voor de Hillegondakerk (deel van ABP-terrein 32) en het ABP-terrein 34 (donk met bewoningssporen; Waarde - Archeologie 1) geldt behoud in situ. Indien behoud in situ niet mogelijk is, geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld, ongeacht het verstoringsoppervlak van de ingreep. Waarde-Archeologie 2 Voor het ABP-terrein 33 (kasteelterrein) en het moderne kerkhof (deel van de ABP-terreinen 32 en 33; Waarde -Archeologie 2) geldt behoud in situ. Indien behoud in situ niet mogelijk is, geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 2,0 meter beneden maaiveld, ongeacht het verstoringsoppervlak van de ingreep. Waarde - Archeologie 3 Voor de locaties met de bebouwing die op de kadastrale kaart van 1811-1832 zijn weergegeven, alsmede het gebied waar de donk een hogere ligging heeft dan 5 meter - NAP (Waarde - Archeologie 3) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld, ongeacht het verstoringsoppervlak van de ingreep.

Waarde - Archeologie 4 Voor de rest van het plangebied (Waarde - Archeologie 4) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 200 vierkante meter en die tevens dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld, respectievelijk de huidige onderwaterbodem.

3.2

Huidige ruimtelijke structuur

De huidige functionele structuur van het plangebied is te duiden op basis van een globale onderverdeling in vier gebieden. Van deze gebieden vormen drie gebieden, te weten de historische kern, het lint langs de Straatweg en als derde de plassen, samen het historisch gebied van de voormalige deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek. Het vierde gebied gaat over de complexgewijze nieuwbouw uit de 20ste eeuw.

30

3.2.1

De historische kern (gebied rond de kerk/huidig winkelgebied)

Hillegersberg is ontstaan op een donk (zandheuvel) en heeft, binnen het veenlandschap, een compacte en duidelijk begrensde structuur. In Hillegersberg is men vanouds gericht geweest op de ontginning van het veen in de directe omgeving. Tijdens het hoogtepunt van de ontvening kende de kern een uitbreiding in noordelijke richting, maar toen de veenwinning geen inkomsten meer bood trok het dorp zich weer terug op zijn donk - ruimtelijk uitdrukkend wat zij in functionele zin was, namelijk een ietwat besloten geïsoleerde agrarische gemeenschap. De relatie met Rotterdam is tot de 19e eeuw van ondergeschikte betekenis. Na omstreeks 1900 verandert de kern van een agrarische nederzetting tot een centrum waarvan het verzorgingsgebied het wijkniveau overschrijdt. De Dorpsstraat heeft in die tijd een aanzienlijke uitbreiding van haar commerciële functies meegemaakt. De huidige bebouwing en inrichting zijn afgestemd op de ter plekke actieve winkelfuncties, hetgeen het straatbeeld bepaalt. De Kerkstraat geeft binnen de kern een bijna tegengestelde ontwikkeling te zien. Daar zijn een aantal representatieve functies die zij vroeger bezat verloren gegaan. Het Raadhuis is al in het begin van deze eeuw verplaatst naar de Straatweg/C.N.A. Looslaan en de kerk neemt tegenwoordig een veel minder centrale plaats in het sociale leven in dan vroeger.

Door het uitblijven van ingrijpende ruimtelijke ontwikkelingen heeft de Kerkstraat een historisch aandoend karakter behouden. De Weissenbruchlaan daarentegen heeft, als gevolg van een grootschalige stedenbouwkundige ingreep uit de periode 1950-1960, een andere sfeer gekregen. Hier is sprake van stedelijkheid, mede door de (winkel)centrumvoorziening. Ook is aan de Weissenbruchlaan de confrontatie van de stedelijke bebouwing met de open waterplas evident. Ruimtelijk en functioneel is sprake van een stedelijke omgeving. 3.2.2

De lintbebouwing langs de Straatweg

Tot de tweede helft van de 19e eeuw is de Straatweg een landweg dat als lint de veenplassen rond Hillegersberg met Rotterdam verbindt. De historie van het lint als stedelijk element is relatief jong. Toen Rotterdam als handels- en industriecentrum belangrijker werd, werd de invloed van de stad Rotterdam op Hillegersberg sterker. Deze relatie heeft zich ruimtelijk gemanifesteerd aan de Straatweg in de vorm van lintbebouwing. Aan deze oorspronkelijke verbindingsweg met het centrum van Rotterdam zijn toen buitenhuizen verrezen voor gegoede burgers uit Rotterdam die de drukte van de grote stad wilde ontvluchten. Zo vestigde een relatief welgestelde bevolking zich binnen de grenzen van het oude boerendorp Hillegersberg. Daarbij heeft de behoefte aan een zekere statusvorming ook meegespeeld. Sinds het begin van de 20ste eeuw is het lint aan de Straatweg steeds meer dichtgebouwd door de aanhoudende bouw van buitenhuizen, villa’s en forensenwoningen. Door verschillen in bouwvolumes en -stijlen heeft dit geleid tot een interessant divers beeld. Het zicht op de plassen (tussen de huizen) is vrijwel geheel ontnomen en heeft steeds meer een stedelijk karakter gevormd. Heden vindt er in toenemende mate vestiging van kantoren plaats in voormalige villa’s en buitenhuizen, doch de woonfunctie is veruit nog de meest voorkomende functie, hetgeen ook zo dient te blijven.

De Straatweg heeft inmiddels, ook onder invloed van het toegenomen verkeer, het karakter aangenomen van een lokale verkeersader (inclusief trambaan). Door de aanwezigheid van het water (de plassen) en de parken heerst er - achter het stedelijk decor van het lint - een landelijke sfeer en zijn er mogelijkheden voor diverse vormen van recreatie. Binnen het plangebied is een reeks recreatieve voorzieningen, zoals uitspanningen, een speeltuin of botenverhuurbedrijfjes, tot ontwikkeling gekomen. Ook is er een aantal bescheiden werfjes en havens (m.n. zeilboten) ontstaan. 3.2.3

De plassen

De plassen zijn ontstaan door afgraving van veen ten behoeve van brandstofwinning. De toentertijd als restruimte achtergebleven plassen hebben in het huidige ruimtelijk patroon grote landschappelijke en recreatieve waarden. Door de schaarsheid aan natuur in een stedelijke omgeving geeft het plassengebied alleen al door haar aanwezigheid ruimtelijke en landschappelijke waarde. Het plassengebied valt uiteen in twee gedeelten namelijk, de Bergse Voorplas en Bergse Achterplas. Elke plas kent een eigen ruimtelijke identiteit:

31

De Bergse Achterplas ligt ten westen van de Straatweg en omvat een rijk geheel aan eilanden, landtongen, verspringende oevers en open water. Het betreft ruimtelijk een gevarieerd gebied. Een groot gedeelte van de oevers is niet toegankelijk voor het publiek, mede vanwege toegenomen privé-bezit (ten behoeve van recreatief gebruik). Ook nagenoeg alle eilanden zijn in privé-bezit en in gebruik en bebouwd voor recreatieve doeleinden. Zo’n 200 percelen zijn in particulier bezit of gepacht van de gemeente Rotterdam. Om het groene karakter van de Bergse Achterplas te behouden is het niet gewenst dat de omvang van de bebouwing op de percelen en de groene oevers toeneemt. Daarom zijn er bebouwingsvoorschriften voor de eilanden en kavels langs de oever vastgelegd in het bestemmingsplan. De eilanden worden overigens ook gebruikt door verenigingen en clubs zoals jeugdscouting en roeiverenigingen. De Bergse Achterplas kan maar op enkele punten vanaf de oevers beleefd worden en door haar versnipperde ruimte nooit in haar geheel overzien worden. De plas heeft daardoor enigszins een besloten karakter. De Bergse Voorplas ligt ten oosten van de Straatweg en verschilt in ruimtelijk en functioneel opzicht op enkele belangrijke punten van de Bergse Achterplas.

Er liggen vrijwel geen eilanden, de watervlakte is open, en vanuit diverse punten aan de kant is de plas vrijwel in zijn geheel te overzien. De Bergse Voorplas kent een meer ruim en open karakter en wordt vooral voor watersport gebruikt. Aan beide zijden van de Straatweg liggen achter de lintbebouwing landtongen en oevers. Met name de landtongen aan de Bergse Achterplas zijn onbebouwd en in gebruik als tuin. De landtongen zijn vrijwel allemaal in privé-bezit. De andere oevers van de plassen zijn in principe toegankelijk. De Strekkade, met een karakteristieke ligging van het jaagpad op een dijkje, is omzoomd door een reeks heggen en daardoor visueel bijna geheel gescheiden van de plas. De Strekkade vormt met de Strekvaart en het Prinses Beatrixplantsoen ruimtelijk een geheel. De plassen vervullen verschillende recreatieve functies. In het begin van de ontwikkeling van de recreatieve functie bleef de recreatie op en aan de plassen beperkt tot het aanbieden van diensten voor dagrecreatie/-toerisme. Later, met het stijgen van de gemiddelde welvaart, werden de gronden van de eilanden verhuurd alsook privaat aangekocht en werden er recreatiewoningen op gebouwd. Langs de Straatweg werden steeds meer landhuizen en villa’s permanent bewoond.

Tegenwoordig vormen de plassen voor de bewoners van Rotterdam een verpozingsgebied voor dagrecreatie of het decor tijdens een fietstocht de stad uit/in. Ook functioneren de plassen als recreatieruimte voor bewoners van de direct aangrenzende wijken. Een geheel aparte functie vormt de waterrecreatie met alle voorzieningen die daarmee samenhangen. 3.2.4

De 20ste eeuw complexgewijs gebouwde wijken

In de 20ste eeuw wordt de relatie met Rotterdam steeds sterker en uiteindelijk overheersend hetgeen in 1941 leidde tot annexatie door Rotterdam. De wijk Berglust is in de periode tussen de beide wereldoorlogen tot stand gekomen en bevindt zich in het gebied ten westen van de kern. De wijk is volgens een bewuste, vooropgezette verkaveling gebouwd. Het stratenplan is vrij eenvoudig. De straten lopen evenwijdig aan of haaks op de oorspronkelijke kavelstroken. Er is sprake van gesloten en halfopen bouwblokken waarbij de straatwand vaak doorbroken is door de aanwezigheid van zij-ingangen en garages. De ontginningssloot Molensloot, die uitkomt bij de Prinsenmolen, is nog steeds herkenbaar en heet hier Hoyledesingel. Ook de sloten achter de andere tuinen zijn een herinnering aan de waterrijkdom die dit gebied vanouds kenmerkt. Hier en daar verwijden deze sloten zich tot ruime singels met veel groen. Juist de aanwezigheid van het water en de op sommige plaatsen ruime groenaanleg verlenen deze wijk een eigen karakter. Later worden er nieuwe complexgewijs gebouwde wijken gerealiseerd (zoals Hillegersberg-Noord), en zijn het niet langer alleen de meer welgestelde burgers die zich vestigen in Hillegersberg. Hillegersberg transformeert zich dan van een agrarische gemeente in een buurt van de grote stad tot een wijk/stadsdeel van die stad.

Ruimtelijk structureel sluiten de omliggende wijken grotendeels aan bij de op het oude cultuurlandschap geënte structuur van het plangebied. Uitzonderingen daarop vormen de uit 1950-1960 daterende wijken Schiebroek-Zuid en 110-Morgen. Deze wijken hebben een structuur die qua type en richting afwijken van die van de omliggende oudere wijken. Daar waar deze twee wijken grenzen aan het plangebied, wordt het overgangsgebied door een al dan niet bewust vormgegeven openheid gekenmerkt. Dit mede omdat de wijken min of meer

32

georiënteerd zijn richting de spoorlijn en minder frontaal naar de waterplas.

3.3

Huidig gebruik

3.3.1

Wonen

In het plangebied Kern en Plassen wonen zo'n 3400 mensen. De bevolkingsopbouw van het plangebied komt overeen met het algemene beeld van Hillegersberg-Schiebroek en de gemeente Rotterdam. 3.3.2

Verkeer

Autoverkeer Het plangebied is vanaf het nationale autowegennet (A20) matig te bereiken. Het plangebied zelf wordt doorsneden door de Straatweg. De Straatweg maakt deel uit van het binnenstedelijke hoofdwegennet en verbindt het Kleiwegkwartier en het Oude Noorden met het centrum van Hillegersberg en het Molenlaankwartier. De Straatweg is in het Verkeer en Vervoersplan aangeduid als gebiedsontsluitende weg. Voor de Bergse Dorpsstraat en Freericksplaats (kern Hillegersberg) geldt een verblijfsfunctie in verband met het ter plekke functionerende winkelgebied (30 km/u zone). Andere wegen met een ontsluitende functie zijn de Argonautenweg en de Ringdijk. Deze wegen begrenzen het plangebied overigens in respectievelijk het noorden en het westen. Wegen met een stroomfunctie en wegen met een gebiedsontsluitingsfunctie behoren tot de verkeersaders. Voor de wegen en verblijfsgebieden waar de verblijfsfunctie de prioriteit heeft zal zonodig, de dominante positie van het gemotoriseerde verkeer worden teruggedrongen. De verkeersafwikkeling van het gemotoriseerde verkeer wordt ondergeschikt aan activiteiten als winkelen, lopen en fietsen en de inrichting van deze gebieden wordt daarop aangepast. Parkeren Parkeren wordt zowel bezien vanuit (de kwaliteit van) de buitenruimte als vanuit mobiliteit. Uitgangspunt voor nieuwe bouwplannen is dat parkeren opgelost dient te worden op eigen terrein.

Daarbij gaat de voorkeur in eerste instantie uit naar een gebouwde parkeervoorziening. Rond het winkelgebied van de Bergse Dorpsstraat is sprake van betaald parkeren. Onder de nieuwe Albert Heijn aan de Argonautenweg/Grindweg is een parkeergarage gemaakt met enige overcapaciteit aan parkeerplaatsen. Dit heeft extra parkeercapaciteit voor het winkelgebied opgeleverd. Openbaar vervoer Per openbaar vervoer is het gebied redelijk bereikbaar. Een tramlijn doorsnijdt het gebied en verzorgt de verbinding tussen Hillegersberg via station Noord met het centrum van Rotterdam. Daarnaast rijden enkele stadsbuslijnen door en langs het gebied. Over de Straatweg en Bergse Dorpsstraat (laatste wordt Weissenbruchlaan) rijden ook regionale buslijnen die Rotterdam en Lansingerland (de B-driehoek Berkel en Rodenrijs, Bleiswijk en Bergsehoek) met elkaar verbinden. Over het westelijk deel van de Argonautenweg en het zuidelijk deel van de Ringdijk is een busverbinding tussen Hillegersberg (via Schiebroek) naar station Noord, en (via de Molenlaan) met Prins Alexander. Fietsverkeer In het plangebied zijn diverse fietsroutes gelegen met een regionaal belang. Over de Straatweg loopt een doorgaande regionale route in zuidelijke richting die Zoetermeer verbindt met de Heinenoordtunnel. De fietsroute over de Jasonweg en de Ringdijk verbindt het plangebied met het centrum van de stad.

Er zijn enkele fietsroutes met vooral een verdelende functie. Deze maken geen onderdeel uit van een doorgaande fietsroute. Daarnaast ligt er aan beide zijden van de Rotte (Prinsemolenpad en Bergse Linker Rottekade) een verdelende route, dit is overigens voor recreatiedoeleinden een erg aantrekkelijke route. De drie regionale fietsroutes in het gebied zijn alle voorzien van een fietsvoorziening in de vorm van bijvoorbeeld een vrijliggend fietspad. De Straatweg is aan beide zijden van de weg voorzien van fietsstroken. De Jasonweg en Ringdijk hebben aan de westzijde een vrijliggend fietspad in twee richtingen. Het Prinsemolenpad is uitsluitend bestemd voor fietsers. Naast de regionale routes is ook de Argonautenweg uitgerust met vrijliggende fietspaden aan beide zijden van de weg. De Johan de Wittlaan

33

is halverwege voor het autoverkeer afgesloten. 3.3.3

Groen en water

Binnen een stedelijke omgeving is groen en water veelal schaars. Het gebied Hillegersberg-Schiebroek wijkt daarvan af en kenmerkt zich juist door de aanwezigheid van groen en uiteraard de waterplassen. Ten aanzien van het aspect water wordt opgemerkt dat in deze paragraaf ingegaan wordt op ruimtelijkfunctionele kader. Aspecten inzake het waterbeheer worden behandeld in hoofdstuk 5. Bergse Voor- en Achterplas De openheid van de plassen geeft het plangebied een specifieke ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke waarde. Door de centrale ligging van de plassen binnen Hillegersberg-Schiebroek voelen bijna alle wijken de aanwezigheid van de plassen, ondanks de relatieve beslotenheid van de plassen. De plassen en oevers dienen op een aantal punten ook als wijkgroen. De Bergse plassen vormen een uniek landschappelijk gegeven binnen de stedelijke omgeving en zijn het landschappelijke hart van Hillegersberg-Schiebroek. Het lint van de Straatweg splitst het plassengebied in twee delen en de plassen verschillen onderling sterk van karakter. Aan de Bergse Achterplas ligt een aantal (grotere) functies binnen de water- en groenelementen: het Plaswijckpark, Berg- en Broekpark met de kinderboerderij (zie voor beide ook: parken) en Lommerrijk. De plassen tezamen met de plasranden en de parken kunnen overigens als een landschapspark worden beschouwd.

Prinsemolenpad Het Prinsemolenpad betreft een dijklichaam aan de zuidoostelijke zijde van de Bergse Voorplas. Door inklinking is het Prinsemolenpad enkele meters hoger komen te liggen dan het omliggende gebied. Het is een aantrekkelijke (recreatieve) route voor langzaam verkeer. Ook de bebouwingsconfiguratie bij de landtong tussen de Rotte en de Bergse Voorplas geeft het dijklichaam aan de westzijde een aantrekkelijk karakter. Lanen en singels (Berglustkwartier) In het woongebied Berglustkwartier van Oud Hillegersberg is een aantal lanen en singels aanwezig. Deze zijn evenwel niet als consequent systeem doorgezet. Ze zijn als zodanig dan ook niet structuurbepalend. Echter, de lanen en singels hebben wel betekenis als verbijzondering van de woonomgeving. Parken In het plangebied zijn de volgende vier parken te onderscheiden: Het Plaswijckpark, gesitueerd in het noordwesten van het plangebied, is een afgesloten park waar (tegen betaling) van attracties gebruik kan worden gemaakt (dierenpark, speeltuinen, rondvaartmogelijkheden en verhuur van roeiboten en waterfietsen). Het park heeft een intensieve inrichting, is vrij gesloten en heeft een min of meer stedelijk karakter. De ingang ligt aan de Ringdijk. Het Berg- en Broekpark, gesitueerd in het westen van het plangebied, is een veenweidegebied aan de rand van de Bergse Achterplas.

In het zuiden van het park ligt een kinderboerderij met een educatief centrum. Het park kent een ‘oorspronkelijk’ karakter en vormt naast het Schapeneiland het enige gebied langs de plas dat ruimtelijk nog open is en een relatief natuurlijke inrichting kent. Door het open karakter bestaat er vanaf de Ringdijk een herkenbare (visuele) relatie met de plas. Het gebruik van het park is extensief en de natuurwaarde relatief hoog. In opdracht van de voormalige deelgemeente is bij een aantal percelen de bovenlaag deels verwijderd (verschraling) om de aanwezige typerende natuurwaarden te behouden. Het Berg- en Broekpark zal overeenkomstig het deelraadbesluit van 23 september 2003 groen en onbebouwd blijven. Het Argonautenpark, gesitueerd tussen de bebouwing van 110 Morgen en de bebouwing van Oud Hillegersberg, is opgebouwd uit twee driehoeken. De westelijke driehoek is vrij gesloten door dichte beplanting. De oostelijke driehoek is relatief open met een parkachtig beeld dat is opgebouwd uit een gazon met boomgroepen. Hier is alleen aan de zuidzijde, in aansluiting op de bebouwing, beplanting aanwezig. Een kwaliteit van het park komt voort uit het hoogteverschil waardoor Oud Hillegersberg uitkijkt over het lager gelegen groen. Het park heeft een buurtfunctie voor Oud Hillegersberg en vervult

34

daarnaast een functie als groenbegeleiding van de Argonautenweg. Het Prinsemolenpark, gesitueerd in het zuidoosten van het plangebied, is een relatief smalle groene parkachtige strook en qua ligging bijzonder door de positie tussen de Rotte en de Bergse Voorplas. Door de hogere ligging van de Rotte oriënteert het park zich meer op de plas dan op de Rotte. De in het gebied aanwezige molen vormt een karakteristiek herkenningspunt in het park (landmark). Vanzelfsprekend is ter plekke sprake van een molenbiotoop. De Rotte dient vanouds als afwatering van het omliggende gebied (via de Boezem naar de Nieuwe Maas) en heeft een belangrijke functie voor de recreatievaart. De kaden van de Rotte zijn recreatief aantrekkelijk voor stad en ommeland, mede omdat het Prinsemolenpad alleen toegankelijk is voor langzaam verkeer. Steilrand De Steilrand loopt dwars door het plangebied en wordt gevormd door de scheiding tussen ingepolderde veenafgravingen, en de veenplassen die niet zijn ingepolderd (Bergse Voor- en Achterplas). 3.3.4

Voorzieningen

Detailhandel Het overgrote deel van de detailhandel in het plangebied is geconcentreerd in het winkelgebied van Hillegersberg. Dit gebied is het centrum van de Hillegersberg-Schiebroek en wordt gevormd door de driehoek Bergse Dorpsstraat, Weissenbruchlaan en Streksingel. Daarbinnen is ook de Freericksplaats gelegen. Het winkelcentrum bestaat uit circa 125 winkels en 15 horecagelegenheden (anno 2020). Dit maakt het winkelcentrum tot een bescheiden stadsdeelcentrum. Het verkoopvloeroppervlakte voor niet-dagelijkse goederen is van gemiddeld niveau. Gebieden zoals Overschie, Prins Alexander, Noord, Charlois en IJsselmonde hebben een hoger gemiddeld verkoopvloeroppervlak niet-dagelijkse artikelen. De branchering van het winkelcentrum Hillegersberg wijkt daarentegen af van andere stadsdeelcentra. Het huidige winkelaanbod kent een relatief sterke vertegenwoordiging van kwalitatief hoogwaardige zaken in kleding en mode-accessoires. De nadruk in het winkelcentrum Bergse Dorpsstraat / Weissenbruchlaan ligt op de niet-dagelijkse sector. Vooral het wat meer luxe assortiment van veel winkels is opvallend. Horeca Het gehele plangebied kent zo’n twintig horecavoorzieningen. Het merendeel van de horecavestigingen in het plangebied is geconcentreerd in het winkelcentrum Hillegersberg. De horeca in het winkelcentrum is vooral ondersteunend voor de detailhandel.

Daarnaast is er sprake van horeca ter ondersteuning van de recreatievoorzieningen in het gebied zoals aan de Straatweg (noordelijk) en de horecagelegenheden in het Plaswijckpark. Het restaurant bij de jachthaven is alleen toegankelijk voor leden en om gebruik te kunnen maken van de voorzieningen in het Plaswijckpark dient entree te worden betaald. Onderwijs en kinderopvang Aan de Hilleniussingel is de Emmaschool voor basisonderwijs gevestigd. Het Rotterdamcollege biedt aan de Aleyda van Raephorstlaan middelbaar onderwijs aan zeer moeilijk lerende leerlingen in de leeftijd van 12 tot 20 jaar. (De school is omringd door het plangebied). In het plangebied zijn ook enkele kinderdagverblijven, crèches en peuterspeelzalen gevestigd. Aan Kerkstraat 41 is de buitenschoolse opvang gevestigd in de dependance van de Emmaschool. De BSO Kerkstraat zit op nummer 12. Aan de Adriaen van der Doeslaan 15 zit de buitenschoolse opvang Zus&Zo. In het voormalig deelgemeentekantoor aan de C.N.A. Looslaan 1 zit kinderdagverblijf Kindergarden. Gezondheidszorg In het plangebied zijn meerdere praktijkruimten voor huisartsen, tandartsen, fysiotherapie en dergelijke, aanwezig. Aan de Bergse Dorpsstraat is een apotheek gevestigd. Aan de Ringdijk is een poliklinisch revalidatiecentrum voor kinderen gelegen (revalidatiecentrum Rijndam Adriaanstichting).

Sinds 2003 is in Hoeve Vruchtenburg (aan de Straatweg) een centrum gevestigd voor ondersteuning van mensen met een terminale ziekte. Tevens is hier Stichting Saphir gevestigd (centrum voor persoonlijke groei en begeleiding aan individuen en groepen). In het noorden van het gebied aan de Argonautenweg/Adriaen van de Doeslaan bevindt zich een serviceflat voor ouderen, de Olympusflat. Aan de Straatweg zit het

35

woonzorgcomplex Berghse Haven. Overige maatschappelijke voorzieningen In het plangebied zijn o.a. de volgende overige maatschappelijke voorzieningen aanwezig: de voormalige gemeentelijke bibliotheek, nu een school aan de Adriaen van der Doeslaan, het voormalige dorpshuis “Oud Hillegersberg”, nu kinderopvang aan de Kerkstraat, de Hillegondakerk met de begraafplaats aan de Kerkstraat, Centrum voor Natuur en MilieuEducatie De Wilgenhof aan de Ringdijk. Sport en recreatie Centraal in het gebied liggen de Bergse Voorplas en Bergse Achterplas. Deze beide plassen zijn van stedelijk recreatief belang. De eilanden worden niet alleen gebruikt voor privaat verblijfsrecreatie maar ook voor bijvoorbeeld clubs voor jeugdscouting of roeiverenigingen. In het plangebied zijn ook enkele jachthavens te vinden, met name in de Bergse Voorplas. In het westen ligt aan de Bergse Achterplas het Berg- en Broekpark waar zich kinderboerderij “De Wilgenhof” bevindt. Bij de boerderij is ook een Natuur- en Milieu Educatief Centrum gevestigd. Ten noordoosten van het Berg- en Broekpark ligt het Plaswijckpark: een afgesloten park waar tegen betaling van allerlei attracties, zoals een dierenpark, speeltuinen, rondvaartmogelijkheden en verhuur van roeiboten en waterfietsen, gebruik kan worden gemaakt. Voorts ligt aan de oostkant van de Bergse Voorplas het Prinsemolenpark.

Ook de oever van de Rotte, die de oostgrens van het plangebied vormt, worden met name tegen het Kleiwegkwartier aan gebruikt ten behoeve van recreatieve doeleinden, bijvoorbeeld door roeiverenigingen. Tevens loopt daar het Prinsemolenpad dat onderdeel uitmaakt van een recreatieve fietsroute. De overige recreatieve voorzieningen in het plangebied betreffen het openluchtzwembad ‘Het Zwarte Plasje’ in Oud Hillegersberg (toegankelijk voor abonnementhouders), tennispark Plaswijck aan de Plaswijcklaan en tennispark Lommerrijk op een landtong achter de Straatweg (aan de zijde van de Bergse Achterplas). Verder zijn er in de omgeving (Schiebroeksepark) meerdere sportaccommodaties gevestigd waaronder voetbalvelden, hockeyvelden, korfbalvelden, tennisvelden en een manege (het terrein is inmiddels heringericht tot een multifunctioneel sportpark). Bedrijvigheid en kantoren In het plangebied zijn drie locaties met een bedrijfsbestemming. Het betreffen bescheiden terreinen die geschikt zijn voor kleinere bedrijfslocaties. Ten aanzien van de kantoren geldt dat het gaat om vooral kleine kantoren. Deze zijn voornamelijk gelegen langs de Straatweg en gehuisvest in voormalige woonvilla’s. Het huidige gebruik is nog steeds overwegend wonen, ook aan de Straatweg. Een functiemenging tussen wonen en een kantoorfunctie aan huis wordt wel ondersteund.

3.4

Stadsgezichten en Monumenten

3.4.1

Algemeen

De gemeente Rotterdam kent een groot aantal panden en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd. Voor de bescherming wordt gebruik gemaakt van bestaand instrumentarium – Erfgoedwet (2016) en Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Daarnaast krijgen rijks beschermde stadsgezichten, wederopbouwaandachtsgebieden en beeldbepalende panden op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan de dubbelbestemming “Waarde – Cultuurhistorie”. Rijksmonumenten (RM) en Gemeentelijke monumenten (GM) Een rijks- of gemeentelijk monument kan zijn een gebouw, water, terrein of een ander object dat van nationaal belang is, of van algemeen belang voor Rotterdam is (gemeentelijk monument), vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Dit is vastgelegd in respectievelijk de Erfgoedwet (2016) en de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel buiten als van binnen. Voor een Rijksmonument geldt dat het object ten minste vijftig jaar oud moet zijn. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning. Beschermde stadsgezichten (BS) Rotterdam kent door haar stedelijke omgeving alleen beschermde stadsgezichten. Een beschermd

36

stadsgezicht is een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, onderlinge ruimtelijke structurele samenhang of wetenschappelijke waarde. De bescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en op een samenhangend geheel van straten en bebouwing. Het gaat om gebieden van voor 1945. Na aanwijzing van een beschermd stadsgezicht dient er binnen twee jaar een bestemmingsplan beschikbaar te zijn waarin de historische kwaliteiten en de relatie tot eventuele toekomstige ontwikkelingen vastliggen. Wederopbouwaandachtsgebieden Naast de van rijkswege beschermde stadsgezichten kent Rotterdam twee wederopbouwaandachtsgebieden van nationaal belang. Verder heeft de gemeente in de binnenstad een aantal wederopbouwaandachtsgebieden met een waardevolle samenhang tussen het stratenplan, de invulling van de bouwblokken en de architectuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden hoe deze historische kwaliteiten kunnen worden behouden. Betreffende gebieden hebben geen wettelijke bescherming. Beeldbepalende objecten (BO) In Rotterdam is een groot aantal gebouwen te vinden die geen status hebben als monument, maar wel cultuurhistorisch waardevol zijn, zogenaamde beeldbepalende objecten. Voor deze panden geldt geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich wel in om de waarden van deze panden te behouden. 3.4.2

Het plangebied

Hieronder zijn, op basis van gegevens van het gemeentelijke Bureau Monumenten, de gebouwen en gebieden genoemd die van cultuurhistorische waarde zijn binnen het plangebied. Uitgangspunt is behoud van de aanwezige waarden. Beschermd stadsgezicht Naar aanleiding van een ‘Burgerinitiatief’ heeft de gemeenteraad op 12 juni 2008 unaniem besloten om burgemeester en wethouders van Rotterdam op te dragen bij de ministers van VROM en OCW het verzoek in te dienen om de oude kern van Hillegersberg en de aangrenzende Voor- en Achterplas als beschermd stadsgezicht aan te wijzen. Dit verzoek is in 2009 om formele redenen afgewezen door de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed. Daarbij is aangegeven dat door de Rijksoverheid geen nieuwe beschermde stadsgezichten meer worden aangewezen, behalve de gezichten die nog in procedure waren. Rotterdam had en heeft geen vigerend beleid op het gebied van gemeentelijk beschermde stadsgezichten. De Erfgoedverordening Rotterdam 2020 bevat niet de mogelijkheid om gemeentelijk beschermde stadsgezichten aan te wijzen en dit wordt ook niet nagestreefd. Binnen het bestemmingsplangebied zijn geen als zodanig aangewezen gebieden aanwezig, maar grote delen van het plangebied kennen wel een onmiskenbare uitstraling en allure.

Het bestemmingsplan uit 2009/2012 is juist om die reden overwegend conserverend van aard, waarmee feitelijke het resultaat wordt bereikt dat ook bij een aanwijzing als beschermd stadsgezicht als voorwaarde wordt gesteld. In 2009 is aan de gemeenteraad een aangepaste versie van de Koepelnota Welstand ter vaststelling aangeboden, waarin een geactualiseerde versie van het beeldkwaliteitplan Kern en Plassen als gebiedsparagraaf is opgenomen. Bij de vaststelling (reparatie) in 2012 heeft de wethouder aangegeven bij de eerstvolgende actualisering van Kern en Plassen de cultuurhistorische waarden in het bestemmingsplan te willen beschermen. De cultuurhistorische waarden zullen dan worden geïnventariseerd en beoordeeld, waarbij belanghebbenden zullen worden betrokken. Monumenten en beeldbepalende objecten Het is verboden hier genoemd(e) beschermd(e) monument(en) te beschadigen of te vernielen, zonder of in afwijking een vergunning af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht.

37

Binnen het bestemmingsplangebied liggen de volgende monumenten en/of beeldbepalende objecten: Rijksmonumenten (RM): Bergse Rechter Rottekade (153): Houten schutsluis Berg- en Broekse Verlaat (1866) C.N.A. Looslaan 1-3: Villa Buitenlust, J.J. van Waning (1884) C.N.A. Looslaan 15: Villa, J.A. Brinkman en J.H. van den Broek (1939) Kerkstraat 10: Voormalig raadhuis met dienstwoning (1752) Kerkstraat 43: Hek van kerkhof (1626) Kerkstraat 43: Toren kerkgebouw (ca. 1300) Kerkstraat 43: Hillegondakerk (ca. 1300. Verwoest (1426) in 15e eeuw herbouwd Kerkstraat 43: Burchtruïne (13e eeuw) door brand verwoest (1426) Oude Raadhuislaan 1: Woonhuis (ca. 1775) Prinsemolenpad 72: Poldermolen (1648) Straatweg 206: Villa Margaretha met voortuin en tuinhek (1894) Gemeentelijke Monumenten (GM): Straatweg 171: Straatweg 230: Straatweg 244:

Hoeve Vruchtenburg (1797) Villa Elizabeth (1866) Villa Rozenberg (1886)

Beeldbepalende objecten (BO): Bergse Dorpsstraat 65-69: Bergse Dorpsstraat 91-99/ Freericksplaats 1-8: Bergse Dorpsstraat 98-106/ Kerkstraat 2-8/ Oude Raadhuislaan 2-22

Winkel-woonhuizen (19e eeuw) Winkel-woonhuizen (1937)

Complex met winkelruimten op bg en appartementen op de verdiepingen (1954) Bergse Rechter Rottekade 152: Elektrisch gemaal bij de “Berg- en Broekse Verlaat” (ca. 1881) Bergse Rechter Rottekade 153: Sluiswachterswoning (1866) Buitenzorg 23: Landhuis Saida (1921) Adriaan van der Doeslaan 17: Berglustschool door architect M.C.A. Meischke (1930-1938) Emmalaan 2-4/ Stadhouderslaan 1: Landhuizen door architect C. Brandes (1928) Freericksplaats 10-34, 15-35/ Freerickshof 1-13: Winkel-woonhuizen (1954-55) Hilleniussingel 23: Emmaschool door architect L.N. Krijgsman jr. (1928) Hilleniussingel 25-27: School met de bijbel door architect A. Kruithof (1911) Kerkstraat 13: Woonhuis (midden 19e eeuw) Kerkstraat 15-29: Rug-aan-rugwoningen (1881) Kerkstraat 31-33: Dubbel woonhuis (1881) Kerkstraat 41: Bewaarschool (1926) C.N.A. Looslaan 2-4: Voormalig koetshuis van Villa Buitenlust (1884) C.N.A. Looslaan 8: Landhuis door architect L.N. Krijgsman (1925-1930) Prinsemolenpad 74: Molenaarswoning (bouwjaar onbekend) Ringdijk 14: Landhuis (1926) Straatweg 79: Tuinderswoning (1895) Straatweg 101: Landhuis Zonnerijk (1839) Straatweg 125: Landhuis met wagenschuur (1897) Straatweg 127: Landhuis (1893) Straatweg 157-159: Dubbel woonhuis (1894) Straatweg 193: ’t Praethuys (voorheen Villa Suzanna) (19e eeuw) Straatweg 219: Villa Swaenhof door architect L.A.

Godron (1914) Straatweg 228: Transformatorhuisje met urinoir waarschijnlijk ontworpen door de gemeentearchitect van Hillegersberg (1932)

38

Straatweg 246: Straatweg 262-264: Straatweg 274: Strekkade 25-26: Strekkade 29-30: Strekkade 31: Strekkade 47-48: Weissenbruchlaan 2-4/ Bergse Dorpstraat 23: Weissenbruchlaan 10-148/ Freerickshof 4-28/ Freericksplaats 32-36: Weissenbruchlaan 154-168/ Freericksplaats 37-83/ Streksingel 221-265:

Woonhuis (tweede helft 19e eeuw) Landhuis (tweede helft 19e eeuw) Villa Irene, (1915) Dubbele arbeiderswoning (1894) Visserswoning (18e eeuw) Woonhuis (1922) Dubbele arbeiderswoning met gedeeltelijke onderbouw van papiermolen ‘t Lam (vóór 1890) Bedrijfsruimte met bovenwoningen (1938)

Portiekflat door architecten W.J. Fiolet en D.A. Vermeer (1962)

Portiekflat door architecten W.J. Fiolet en D.A. Vermeer (1962)

Beeldbepalende structuren Groenstructuur Beeldbepalende structuurlijnen

Laagveenlandschap, veenplassen, smalle landtongen, eilanden, donk Oude linten Straatweg-Bergse Dorpsstraat, Grindweg, Ringvaart, Rindijk, Strekvaart, Strekkade, Rechter Rottekade, Rotte Steilrand Hoogteverschil middeleeuwse polder en 18e-eeuwse droogmakerij Beeldbepalende ontworpen route Argonautenweg, Berglustlaan Beeldbepalend doorzichten Doorzichten op tot verblijfsruimte ingerichte oevers

Afbeelding overgenomen uit de Cultuurhistorische Verkenning Hillegersberg

39

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Opzet van het plan

De doelstelling van het nieuwe bestemmingsplan is een nieuw planologisch en juridisch kader voor het gebied voor de komende jaren. De basis voor het nieuwe bestemmingsplan is het bestemmingsplan Kern en Plassen uit 2009/2012, het projectbestemmingsplan uit 2011 voor de overdekte speelvoorziening en de parapluherzieningen voor horecaterrassen, parkeren en biologische veiligheid. Extra kaders volgen uit nieuw beleid op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau. Het bestemmingsplan zal net als het bestemmingsplan uit 2009/2012 gedetailleerd van aard zijn.

4.2

De verschillen tussen het oude en het nieuwe plan

Het uitgangspunt voor het nieuwe plan is het zo veel mogelijk overnemen van de geldende rechten uit de vorige bestemmingsplannen. Dit plan is vanzelfsprekend geen exacte kopie van het vorige plan en parapluplannen. Bepaalde zaken worden op een andere manier geregeld. Ook zijn er verschillen met de vorige plannen als gevolg van nieuw gemeentelijk, provinciaal en landelijk beleid ten aanzien van de ruimtelijke ordening. De belangrijke verschillen zijn in de volgende paragrafen beschreven. 4.2.1

Vergunde projecten

De afgelopen periode is een aantal projecten vergund, waarvan een deel in afwijking van het vorige bestemmingsplan of met behulp van een wijzigingsprocedure. De nieuwe planologische situatie wordt opgenomen in het nieuwe plan. 4.2.2

Overdekte speelvoorziening Plaswijckpark

Het Plaswijckpark aan de Ringdijk is ruim 10 ha groot en is opgebouwd uit drie delen: een deel met speelvoorzieningen, een deel met park en een deel met dierentuin. Om vooral in de wintermaanden meer bezoekers te trekken is aan de zuidzijde van het park een overdekte speelvoorziening gebouwd. Hierdoor kan het park in de toekomst zonder gemeentelijke subsidie worden geëxploiteerd. Het plan is gerealiseerd met behulp van een projectbestemmingsplan. Binnen het park zijn drie vlakken aangegeven die volledig bebouwd kunnen worden, voor de strook langs de plas geldt 0% en voor de rest van het park geldt een bebouwingspercentage van 3,5 procent voor gebouwen zoals entreegebouwen, bergloodsen en dierenverblijven. Voor alle gebouwen geldt een maximale goothoogte van 4 meter. Het gebouw voor de overdekte speelvoorziening is deels uitgevoerd in twee lagen en is niet hoger dan 11 meter. Het gebouw heeft een grondoppervlak van circa 1.700 m2. 4.2.3

Straatweg 171

De woning achter op het perceel Straatweg 171 kon niet op grond van de geldende bouwregels uit het bestemmingsplan “Kern en Plassen” opgericht worden. De in dat plan opgenomen wijzigingsbevoegdheid was wel toepasbaar, alleen diende de woning dan in het huidige park gerealiseerd te worden. Het park zou daardoor een groot deel van zijn functionaliteit verliezen en daardoor minder mogelijkheden bieden voor de aanwezige patiënten. Omdat dit onwenselijk was, is geen gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid. De woning is voor een groot deel onder maaiveld gerealiseerd (zo’n 810 m2). Op maaiveldniveau is sprake van een gebouw van zo’n 300 m2 met een bouwhoogte van circa 4 meter. 4.2.4

Hof van Cossee

Voor Hof van Cossee is de vergunning 1e fase in werking, 2e fase vergund 3-8-2020. Aan de Argonautenweg komt een gebouw met winkelruimte op de begane grond en daarboven appartementen (Blok F). De winkelruimte heeft een oppervlak van minder dan 600 m2 en komt als vervanging van de huidige winkel (Aldi supermarkt van circa 800 m2). In totaal neemt het oppervlak aan winkelruimte af met zo'n 200 m2. Het gebouw aan de Argonautenweg heeft een hoogte van circa 16

40

meter. In het projectgebied komen daarnaast drie gebouwen met appartementen met variërende hoogten en een parkeergarage op maaiveldniveau. Het gebouw in de hoek Bergse Dorpsstraat / Oude Raadhuislaan is circa 18 meter hoog (Blok B). In de hoek Oude Raadhuislaan / Adriaen van der Doeslaan komt een gebouw met een hoogte van zo’n 21 meter (Blok D). Bij de ingang van de parkeergarage, aan de zijde Adriaen van der Doeslaan, komt het derde appartementengebouw (Blok E). Deze heeft een hoogte van circa 18 meter. Naast de drie gebouwen met appartementen komen in het projectgebied ook 13 eengezinswoningen. gerealiseerd, verdeeld over twee rijen (Blokken A en C). Deze hebben een hoogte van circa 12 meter en komen aan de zijde van de Oude Raadhuislaan en Bergse Dorpsstraat. Voor alle woningen en appartementengebouwen geldt dat deze worden gebouwd op een nog te bouwen parkeergarage. Deze parkeergarage heeft een hoogte van circa 3 meter en heeft ook (fietsen)bergingen en diverse algemene voorzieningen zoals technische ruimten en containerruimte. Het dak van de parkeergarage wordt ingericht als een collectieve binnentuin. De daken van de overige gebouwen worden zo veel als mogelijk ingericht als ‘groen dak’. Onderstaande afbeelding geeft een impressie van het bouwplan.

Het deel van het complex gelegen aan de Argonautenweg is bestemd als 'Detailhandel', het overige is bestemd als 'Wonen' met een aanduiding voor de bovengrondse stallingsgarage. De verschillende maximale bouwhoogten zijn gedetailleerd op de verbeelding aangegeven.

Impressies Hof van Cossee, afbeelding Bureau Alsemgeest 4.2.5

Planologische reparatie situatie Strekkade

De Strekkade is een kwaliteitsdrager van de hoofdgroenstructuur, de groenzone waaraan veel waarde wordt gehecht qua landschap en openheid. Deze waarde komt voort uit de strategische ligging van de Strekkade. Enerzijds is de kade namelijk onderdeel van de ecologische verbindingszone 'De Steilrand' die loopt vanaf de Schie tot aan de Rotte. Anderzijds maken de kade en de Bergse Voor- en Achterplas deel uit van het recreatiegebied De Rotte (Landschapspark de Rotte). Nabij de Weissenbruchlaan met jachthaven, bedrijfswoning en bijgebouw staan aan de Strekkade drie woningen. Voor het overige kent de Strekkade een recreatief gebruik, door onder meer scouting, recreatiewoningen, recreatieve tuinen, openbare groenplekken met belangrijke doorzichten richting de Bergse Voorplas en wandelroute. Halverwege de Strekkade zijn ook twee reguliere woningen te vinden. Het gebiedsplan zet in op behoud en versterking van deze hoofdgroenstructuur, tevens ecologische verbinding. Deze vraagt om continu onderhoud, vanwege een direct effect op de woonkwaliteit en groene beleving en ecologische waarde. Voor deze ecologische waarde is o.a. een geleidelijke overgang naar het water essentieel. Het groen van de grotere kavels en de natuurlijke oevers samen zijn van belang voor het karakter. Uitbreiding van het aantal reguliere woningen langs de Strekkade past niet binnen de visie voor het gebied.

Bestemmingsplan vastgesteld in 2012 De situatie rond de Strekkade is met behulp van de beroepsprocedure bij de Afdeling

41

bestuursrechtspraak van de Raad van State voor zes locaties gerepareerd in 2012. Destijds is door de deelgemeente besloten niet handhavend op te treden tegen bestaande bebouwing. Er is vergunning verleend voor bestaande bebouwing en deze is gedetailleerd bestemd in het vorige bestemmingsplan. De bestaande recreatiewoningen zijn bestemd als 'Recreatie - 2', waarbij net als in het vorige bestemmingsplan voor recreatiewoningen speciale bouwregels zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Als onderdeel van het actualiseren van het bestemmingsplan is de landschappelijkheid van de groene oever opnieuw in zijn totaliteit bekeken. Dit is gedaan om kwalitatieve uitspraken te kunnen doen ten aanzien van (nieuwe) bouwmogelijkheden voor recreatiewoningen. Vanwege de bepalingen bij de gerechtelijke procedure kon in 2012 de reparatie bij enkele andere locaties niet worden doorgevoerd. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan in 2012 is door het college van B&W toegezegd dit te repareren bij een eerstvolgende herziening van het bestemmingsplan. Het gaat om negen kadastrale percelen waar voorheen de bestemming Tuin van toepassing was. Concreet betekent dit dat er in totaal 15 recreatieve percelen zijn waarop een recreatiewoning is toegestaan. De recreatiewoningen kunnen eventueel vervangen of aangepast worden op hetzelfde perceel.

De bebouwing op de locaties en het gebruik van de locaties is opnieuw geïnventariseerd. Het gebruik van de locaties aan de Strekkade is enigszins vergelijkbaar met het recreatieve gebruik op de eilandjes in de Bergse Achterplas. Strenge bouwregelingen ter bescherming van de landschappelijkheid van de groene oevers en het groene karakter zijn ook hier op zijn plaats, maar net als op de eilandjes is er ruimte voor het vervangen van de huidige (soms sleetse) bebouwing door een bouwvolume tot 40 m2 per perceel. Door gebouwen, overkappingen of luifels alleen toe te staan op afstand van de plasoever hoeft er geen aantasting te zijn van de groene en recreatieve karakter van de Strekkade. De (bouw)percelen aan de Strekkade zijn duidelijk groter dan die op de eilandjes. Een gemiddeld groter oppervlak is onvoldoende reden om een groter bouwoppervlak per recreatiewoning toe te staan. Net als op de eilandjes is de maat beperkt gehouden, teneinde te voorkomen dat de woningen voor permanente bewoning gebruikt worden. Het is wel reden om minder streng te zijn met maximale goothoogte en algemeen platte daken toe te staan bij een maximale bouwhoogte van 3 meter boven maaiveld. Het maaiveld van het terrein ligt maar iets boven het polderpeil van -2m85 NAP. De drie openbare plekken aan de plas zijn bestemd als 'Groen' vanwege de waarde als onderdeel van de hoofdgroenstructuur.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=3d2d12dc-a393-4136-ae3b-4f61e02e1544