[24bb003525] Bijlage 1 behorende bij 24bb003523 - Vastgesteld bestemmingsplan Kern en Plassen
Tekst van het document
Kern en Plassen Bestemmingsplan
Opgesteld door:
datum:
16 december 2022
16 decemberStadsontwikkeling Bouw- en Woningtoezicht, Bureau Bestemmingsplannen
Vastgesteld d.d.:
15 december 2022
Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk1
7 Inleiding
7
1.1
Samenvatting
7
1.2
Aanleiding
7
1.3
Ligging en begrenzing
7
1.4
Vigerende bestemmingsplannen
8
1.5
Gekozen planopzet
9
1.6
Leeswijzer toelichting
9
Beleid
10
2.1
Rijksbeleid
10
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
11
2.3
Gemeentelijk beleid
14
Beschrijving van het plangebied
29
3.1
Archeologie
29
3.2
Huidige ruimtelijke structuur
30
3.3
Huidig gebruik
33
3.4
Stadsgezichten en Monumenten
36
Hoofdstuk4
Planbeschrijving
40
4.1
Opzet van het plan
40
4.2
De verschillen tussen het oude en het nieuwe plan
40
4.3
Ontwikkelingen
44
4.4
Niet of onvoldoende concrete ontwikkelingen
49
4.5
Juridische planbeschrijving
49
Water
62
5.1
Beleidskader
62
5.2
Samenwerking met de waterbeheerder
62
5.3
Huidige watersysteem
63
5.4
De wateropgave
65
Hoofdstuk6
Milieu
67
6.1
Inleiding
67
6.2
Milieu effectrapportage
67
6.3
Milieuzonering
69
6.4
Geluid
71
6.5
Luchtkwaliteit
78
Hoofdstuk2
Hoofdstuk3
Hoofdstuk5
2
6.6
Bodem
79
6.7
Externe veiligheid
80
6.8
Natuur
82
Hoofdstuk7
Financiële uitvoerbaarheid
84
Hoofdstuk8
Handhaving
85
8.1
Recreatiewoningen op eilanden in Bergse Achterplas
85
8.2
Overkappingen / botenhuizen
86
8.3
Aanlegsteigers
87
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
89
9.1
GS, Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, directie DRM
89
9.2
VRR, Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond
89
9.3
DCMR, Milieudienst Rijnmond
90
9.4
LVNL, Luchtverkeersleiding Nederland
90
9.5
Participatie en informatie
91
Hoofdstuk9
Regels
93
Hoofdstuk1
INLEIDENDEREGELS
94
Artikel 1
Begrippen
94
Artikel 2
wijze van meten
102
Hoofdstuk2
BESTEMMINGSREGELS
103
Artikel 3
Bedrijf - 2
103
Artikel 4
Bedrijf - Molen
104
Artikel 5
Bedrijf - Nutsvoorziening
105
Artikel 6
Cultuur en ontspanning - Kinderboerderij
106
Artikel 7
Cultuur en ontspanning - Speeltuin
107
Artikel 8
Detailhandel
109
Artikel 9
Gemengd - 1
111
Artikel 10
Gemengd - 2
113
Artikel 11
Gemengd - 3
115
Artikel 12
Groen
116
Artikel 13
Horeca
117
Artikel 14
Kantoor
118
Artikel 15
Maatschappelijk - 1
119
Artikel 16
Maatschappelijk - 2
120
Artikel 17
Maatschappelijk - Begraafplaats
121
Artikel 18
Natuur
122
Artikel 19
Recreatie
123
Artikel 20
Recreatie - 1
124
Artikel 21
Recreatie - 2
126
3
Artikel 22
Recreatie - Jacht- en passantenhaven
128
Artikel 23
Recreatie - Nutstuin
129
Artikel 24
Sport - Tennisbaan
130
Artikel 25
Sport - Zwembad
131
Artikel 26
Tuin
132
Artikel 27
Tuin - 1
135
Artikel 28
Verkeer - Erf
136
Artikel 29
Verkeer - Garagebox
137
Artikel 30
Verkeer - Parkeergarage
138
Artikel 31
Verkeer - Verblijfsgebied
139
Artikel 32
Verkeer - Wegverkeer
140
Artikel 33
Water - 1
141
Artikel 34
Water - 2
142
Artikel 35
Wonen
143
Artikel 36
Wonen - Bijzonder woongebouw
145
Artikel 37
Woongebied
146
Artikel 38
Leiding - Water
150
Artikel 39
Waarde - Archeologie 1
152
Artikel 40
Waarde - Archeologie 2
154
Artikel 41
Waarde - Archeologie 3
156
Artikel 42
Waarde - Archeologie 4
158
Artikel 43
Waarde - Cultuurhistorie 1
160
Artikel 44
Waarde - Cultuurhistorie 2
161
Artikel 45
Waterstaat - Waterkering
162
Artikel 46
Waterstaat - Waterstaatkundige functie
163
Hoofdstuk3
ALGEMENEREGELS
164
Artikel 47
Algemene aanduidingsregels
164
Artikel 48
Anti-dubbeltelregel
166
Artikel 49
Algemene bouwregels
167
Artikel 50
Algemene gebruiksregels
169
Artikel 51
Algemene afwijkingsregels
170
Artikel 52
Overige regels
171
Hoofdstuk4
OVERGANGS-EN SLOTREGELS
172
Artikel 53
Overgangsrecht
172
Artikel 54
Slotregel
173
Bijlagen Bijlage 1
Afbeelding Archeologie
4
Bijlage 2
m.e.r.-beoordelingsbesluit
Bijlage 3
Watertoets Kern en Plassen
Bijlage 4
Onderzoek geluid
Bijlage 5
Notitie Luchtkwaliteit NIBM 20200921
Bijlage 6
Externe veiligheid en verantwoording groepsrisico
Bijlage 7
Voortoets Natura 2000
Bijlage 8
Onderzoek Flora en Fauna
Bijlagen Bijlage 1
Toelichting lijst bedrijfsactiviteiten
Bijlage 2
Lijst bedrijfsactiviteiten milieucategorie 1 en 2
Bijlage 3
Perceelindeling Recreatie - 1 (2009)
Bijlage 4
Oppervlak Recreatie - 1
Bijlage 5
Oppervlak Recreatie - 2
Bijlage 6
Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria
Bijlage 7
Toetsingsvlakken communicatieapparatuur
Bijlage 8
Toetsingsvlakken navigatieapparatuur
Bijlage 9
Besluit Hogere waarden Wet geluidhinder
5
6
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Samenvatting
De gemeente maakt een bestemmingsplan voor de kern en de plassen van Hillegersberg-Schiebroek. Een nieuw bestemmingsplan is nodig, omdat het plan uit 2009/2012 niet meer actueel is en niet aan de wettelijke digitale standaard voldoet. Het nieuwe plan geeft de kaders voor de ruimtelijke situatie en de ontwikkelingen. Het bestemmingsplan uit 2009/2012 dient als basis voor het nieuwe plan en ontwikkelingen die voldoende concreet zijn, zijn opgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Zo zorgt het nieuwe bestemmingsplan voor een kleiner winkelgebied waar de voormalige winkels kunnen veranderen naar bijvoorbeeld bedrijfsruimten of woningen. In het winkelgebied is wat extra horeca toegestaan. Landschappelijke en cultuurhistorische waarden krijgen een extra bescherming om de samenhangende groenstructuren te beschermen of een drempel op te werpen tegen sloop van beeldbepalende panden. Het nieuwe bestemmingsplan moet ook meer duidelijk aangeven welke bouwmogelijkheden er wel en niet zijn rond bijvoorbeeld botenhuizen, aanlegsteigers en recreatiewoningen en de relatie aangeven met vergunningvrij bouwen.
1.2
Aanleiding
De nu geldende bestemmingsplannen zijn niet meer actueel. Het opstellen van het bestemmingsplan gebeurt in het kader van het Meerjarenprogramma ter actualisering van bestemmingsplannen.
1.3
Ligging en begrenzing
Het plangebied draagt de naam Kern en Plassen en ligt midden in Hillegersberg-Schiebroek. Het gebied omvat het winkelgebied Hillegersberg, de Bergse Achterplas, de Bergse Voorplas, het bebouwingslint Straatweg en de woonwijk Oud Hillegersberg. Het plangebied ligt ruwweg tussen de Ringdijk, Argonautenweg, Strekkade, Rotte en Kleiwegkwartier. Het plangebied sluit aan op de naastgelegen bestemmingsplannen Schiebroek, Honderdentienmorgen, Molenlaankwartier en Lage Limiet, Terbregge, Kleiwegkwartier. Het projectbestemmingsplan 'Overdekte speelvoorziening Plaswijckpark (nr 2046)' wordt meegenomen in het nieuwe plan, zodat voor het hele recreatiepark een eenduidige regeling gemaakt kan worden. Het projectbestemmingsplan 'KOZ Aleyda van Raephorstlaan (nr 2064)' wordt volledig omsloten door het nieuwe bestemmingsplan. Dit projectbestemmingsplan uit 2013 is nog voldoende actueel en maakt geen onderdeel uit van het nieuwe plan.
7
1.4
Vigerende bestemmingsplannen
De volgende bestemmingsplannen zijn geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied van het bestemmingsplan gelegen. Bij elk plan is aangegeven wanneer het is vastgesteld door de gemeenteraad en wanneer het is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland:
In het gebied van het nieuwe bestemmingsplan geldt het bestemmingsplan: 0590
Kern en Plassen
8
vastgesteld 17-09-2009, Reparatie vastgesteld 20-12-2012 2046
onherroepelijk 16-03-2013.
Overdekte speelvoorziening Plaswijckpark vastgesteld 13-12-2011
onherroepelijk 03-02-2012
alsmede de Parapluherzieningen: 1077
Terrassen
vastgesteld 11-11-2014
onherroepelijk 25-04-2015;
1097
Parkeernorming Rotterdam
vastgesteld 14-12-2017
onherroepelijk 31-03-2018;
1104
Biologische Veiligheid
vastgesteld 14-06-2018
onherroepelijk 18-08-2018;
1137
Evenementen
vastgesteld 03-02-2022
onherroepelijk pm.
1.5
Gekozen planopzet
Dit bestemmingsplan vervangt het in 2009/2012 vastgestelde bestemmingsplan Kern en Plassen en het in 2011 vastgestelde projectbestemmingsplan voor de overdekte speelvoorziening. Het nieuwe bestemmingsplan is in grote lijnen gelijk aan het oude plan, maar dan zonder een deel waarvoor in de tussentijd een projectbestemmingsplan is vastgesteld. Tevens vervangt dit plan de drie parapluherzieningen. Daarmee is dit plan geen kopie van het vorige plan. Bepaalde zaken worden op een iets andere manier geregeld en op bepaalde locaties worden de mogelijkheden verruimd of juist beperkt aan de hand van koerswijzingen op uiteenlopende beleidsvelden, waaronder de parapluherzieningen.
1.6
Leeswijzer toelichting
Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in het tweede hoofdstuk een beschrijving van het geldende beleidskader dat als randvoorwaarden is meegenomen bij het opstellen van dit bestemmingsplan. In het derde hoofdstuk wordt de bestaande situatie van het plangebied beschreven en in het vierde hoofdstuk wordt ingegaan op ruimtelijke ontwikkelingen in het plangebied. Voorts wordt in het vijfde hoofdstuk ingegaan op het aspect water en in hoofdstuk zes volgt een toelichting op milieuaspecten. In hoofdstuk zeven wordt uitleg gegeven over de financiële haalbaarheid van dit bestemmingsplan en in het achtste hoofdstuk wordt het aspect handhaving behandeld. In het negende hoofdstuk wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid besproken met daarbij aandacht voor de reacties uit het wettelijk vooroverleg.
9
Hoofdstuk 2 2.1
Beleid
Rijksbeleid
Algemeen Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 zijn de juridische mogelijkheden van het Rijk gewijzigd. Structuurvisies zullen voortaan de hoofdlijnen van het nationale ruimtelijk beleid aangeven en de nationale belangen die met dat beleid worden behartigd proberen veilig te stellen. Ter verwezenlijking daarvan heeft het Rijk de beschikking over nieuwe juridische mogelijkheden. Het Rijk kan een bestemmingsplan opstellen, een zogenaamd rijksinpassingsplan. Daarnaast zijn er instrumenten die uitvoering van het rijksbeleid kunnen verzekeren zoals de bevoegdheid tot het stellen van algemene regels in een algemene maatregel van bestuur (amvb) en het opleggen van aanwijzingen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is in werking getreden en geeft de rijksbelangen weer die doorwerken in gemeentelijke bestemmingsplannen. 2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Vastgesteld op 11 september 2020 Nederland staat voor een aantal urgente opgaven die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland voorlopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld: ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel; sterker en leefbaarder maken van steden en regio's; toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied. 2.1.2
Beleidsvisie Erfgoed en Ruimte
Vastgesteld op 15 juni 2011 In de jaren 2012-2016 heeft de Rijksdienst in vijf programmalijnen uitvoering gegeven aan de beleidsnota Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter. In de beleidsnota schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. De beleidsvisie is complementair aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het ministerie van I&M. Het programma Erfgoed en Ruimte wordt met een paar jaar verlengd, tot aan de invoering van de Omgevingswet. De komende jaren werkt de Rijksdienst aan drie programmalijnen: Water en erfgoed Landschap: transformatie van het landelijk gebied Transformatie in de stad en in krimpgebieden 2.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Vastgesteld op 22 augustus 2011, geconsolideerde versie 5 juni 2014 Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridische vertaling van nationaal ruimtelijk beleid. Het besluit bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang.
10
2.1.3.1 Relevant beleid voor het plangebied Net als de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid alleen aan de orde op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten (zoals het project 'Randstad 380 kV'). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied. 2.1.4
Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking)
In werking getreden op 1 oktober 2012, gewijzigd per 1 juli 2017 Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de Ladder. Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wanneer deze ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt, moet gemotiveerd worden waarom er niet binnen het stedelijk gebied voorzien kan worden in de behoefte. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. 2.1.4.1 Toetsing Het bestemmingsplan maakt de volgende ontwikkeling mogelijk: de transformatie van gebouwen en delen van gebouwen tot maximaal circa 221 extra woningen. De mogelijkheden voorzien in een duidelijke behoefte.
Deze afspraken zijn ook opgenomen in de door regiogemeenten van de toenmalige Stadsregio Rotterdam opgestelde woonvisie 'Dat spreken we af! Woningmarktstrategie Regio Rotterdam 2014-2020' (vastgesteld op 12 februari 2014 door de stadsregio Rotterdam), opgesteld ter uitwerking van het provinciale beleid. In april 2014 is deze woonvisie aanvaard door de provincie en daarmee als regionale woonvisie te beschouwen. Uit de woonvisie blijkt dat er een substantiële behoefte is aan nieuwe woningen in de stad en regio: het gaat om 28.000 nieuwe woningen tot 2020. Daardoor zijn de planologische mogelijkheden voor nieuwe woningen in overeenstemming met de ladder.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
Algemeen Het provinciale omgevingsbeleid voor de fysieke leefomgeving bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Deze kaders zijn vastgesteld door provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 en zijn op 1 april 2019 in werking getreden. Naast de kaders maken uitvoeringsprogramma's en plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit, onderdeel uit van het provinciale omgevingsbeleid. In de uitvoeringsprogramma's en plannen staan operationele doelstellingen opgenomen om zichtbaar te maken op welke wijze het beleid wordt gerealiseerd. Het Omgevingsbeleid krijgt vorm via een opgave gerichte aanpak. Vanuit maatschappelijke opgaven wordt er, samen met belanghebbenden, bepaald welke onderdelen van het omgevingsbeleid worden toegepast. Op deze wijze wordt er een uitnodigend perspectief geboden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De ambities geven vorm aan de volgende provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit': 1. Landschap en cultuurhistorie Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische
11
waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving. 2. Gezondheid en veiligheid Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder 3. Natuur en recreatie Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren. 4. Ruimte en verstedelijking Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. 5. Wonen Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen. 6. Bodem en ondergrond Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. 7. Cultuurparticipatie en bibliotheken Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken. 8. Klimaatadaptatie Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen. 9. Zoetwater en drinkwater Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater. 10. Bereikbaarheid Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders. 11. Regionale economie Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie. 12.
Energievoorziening Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen. In het kader van dit bestemmingsplan zijn de volgende artikelen relevant: molenbioto(o)p(en regionale waterkeringen archeologie en Romeinse limes Als antwoord op de overige vragen gesteld in het e-formulier van de Provincie Zuid-Holland: Er wordt geen gebruikt gemaakt van een ontheffing van de provincie Er is in het plan een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Het plan bevat ruimtelijke ontwikkelingen in de vorm van transformatiemogelijkheden naar woningen. De ontwikkelingen liggen in bestaand stadsgebied. Er vinden geen ruimtelijke ontwikkelingen plaats binnen beschermingscategorie 1. Er is sprake van inpassen. De ruimtelijke kwaliteit blijft per saldo gelijk. Aanvullende ruimtelijke maatregelen worden niet getroffen. Er is geen beeldkwaliteitsparagraaf opgenomen in het plan. Door de ruimtelijke ontwikkeling worden de wezenlijke kenmerken en waarden niet significant aangetast van belangrijke weidevogelgebieden, recreatiegebieden rond de stad of karakteristieke landschapselementen. Het groepsrisico (rond inrichtingen, buisleidingen, transportassen en luchthavenactiviteiten) neemt niet toe als gevolg van een stedelijke ontwikkeling, waarbij de berekende waarde voor het groepsrisico boven de oriëntatiewaarde ligt. 2.2.1
Omgevingsvisie Zuid-Holland
Vastgesteld door Provinciale Staten in 2019
12
Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het provinciaal omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). 2.2.2
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Vastgesteld door Provinciale Staten in 2019 Het provinciaal beleid wordt planologisch geborgd door de Omgevingsverordening. Hierin is de Ladder voor duurzame verstedelijking juridisch geborgd. Verder worden regels gesteld ten aanzien van (nieuwe) functies. Afdeling 6.2 heeft betrekking op Bestemmingsplannen Bestaand en Nieuw. Ladder voor duurzame verstedelijking: Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Bij elk project dient allereerst te worden bepaald of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit is gedefinieerd als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Hiernaast dient te worden beoordeeld of het project ook gezien zijn schaal en aard moet worden getoetst aan de Ladder. Als sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dan dient de toetsing aan de Ladder plaats te vinden. De provincie verwijst naar artikel 3.1.6 van het Bro. De provincie Zuid-Holland heeft de Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in artikel 6.10 van de Omgevingsverordening.
Een bestemmingsplan gericht op stedelijke ontwikkeling moet worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hierbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; b. indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van locaties die zijn opgenomen in het Programma ruimte. 2.2.3
Toetsing provinciaal beleid
De transformatie van gebouwen en delen van gebouwen die in dit bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt is een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Het gaat hier om transformatie van bedrijfsruimte, winkelruimte of kantoorruimte tot circa 221 extra woningen. Toetsing van de beoogde herontwikkeling aan de Ladder leidt tot de hierna beschreven conclusie. Woningbouw De regiogemeenten hebben de woonvisie "Dat spreken we af! - Woningmarktstrategie Regio Rotterdam 2014-2020" (vastgesteld op 12 februari 2014 door de stadsregio Rotterdam) opgesteld ter uitwerking van het provinciale beleid. Deze Woonvisie is als regionale woonvisie te beschouwen en in april 2014 aanvaard door de provincie. Plannen die overeenstemmen met de nota "Dat spreken we af" voldoen op
13
basis van de Omgevingsverordening aan het onderdeel verantwoording van de behoefte en regionale afstemming daarvan voor wonen uit de Ladder voor Duurzame Verstedelijking.
2.3
Gemeentelijk beleid
Algemeen Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 kunnen ook gemeenten hun gemeentelijk beleid vastleggen in structuurvisies. Ter verwezenlijking van de doelen in het ruimtelijk beleid stelt de gemeente bestemmingsplannen op. In Rotterdam zijn er twee typen bestemmingsplannen te onderscheiden het zogenoemde gebiedsbestemmingsplannen en projectbestemmingsplannen. Gebiedsbestemmingsplannen worden opgesteld door het cluster Stadsontwikkeling naar aanleiding van een meerjarenplanning. Wanneer een bepaalde ontwikkeling buiten het opstellen van een gebiedbestemmingsplan valt, kan daar een projectbestemmingsplan voor opgesteld worden of een omgevingsvergunningprocedure voor doorlopen worden, door een initiatiefnemer. 2.3.1
Stadsvisie Rotterdam: Ruimtelijke ontwikkelingsstrategie 2030
Vastgesteld op 29 november 2007 door de Rotterdamse gemeenteraad De Stadsvisie vormt het ruimtelijk kader voor alle investeringen, projecten en plannen die in de stad worden gerealiseerd. De Stadsvisie is een ontwikkelingsstrategie voor de stad Rotterdam, voor de periode tot 2030. De Stadsvisie heeft als missie een sterke economie en een aantrekkelijke woonstad. Deze missie is uitgewerkt in een aantal kernbeslissingen op de onderwerpen wonen en economie en deze bepalen wat er de komende jaren op deze gebieden gebeurt in de stad. Veel van de kernbeslissingen zullen de komende vijftien jaar worden omgezet in de uitvoering van een aantal (bouw) projecten in de stad, waardoor Rotterdam over pakweg vijftien jaar inderdaad een sterke economie heeft en aantrekkelijke woongebieden kent, ook voor haar hoogopgeleide bewoners. Op basis van effectmeting zijn dertien gebiedsontwikkelingen aangewezen die het belangrijkst zijn voor de realisatie van de doelen 'sterke economie' en 'aantrekkelijke woonstad', zogenoemde VIP-gebieden. Deze dertien grote gebiedsontwikkelingen krijgen prioriteit in de nabije toekomst (de komende 10 jaar). 2.3.2
Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020
Vastgesteld op 15 december 2016 door de Rotterdamse gemeenteraad De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld. Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen; te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; en woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid. Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad; ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden; en energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen.
De basis op orde houden door: het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; betaalbaarheidproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk; goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken;
14
toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt; en woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning. De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. De Woonvisie is een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambitie van de Stadsvisie te helpen realiseren. 2.3.3
Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 - 2030+
Vastgesteld op 11 mei 2017 door de Rotterdamse Gemeenteraad Het Stedelijk Verkeersplan is een plan waarbij bereikbaarheid in dienst van een economisch sterk en gezond Rotterdam staat. Het Stedelijk Verkeersplan zet de lange termijnvisie neer, waarbij het uitgangspunt is dat mobiliteit geen doel op zich is, maar een belangrijke randvoorwaarde voor een economische sterk, gezond en aantrekkelijk Rotterdam. De Rotterdamse Mobiliteitsagenda kent een drietal vertrekpunten: de groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035; de economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie; de stedelijke mobiliteitstransitie naar meer fiets en ov-gebruik. Bovengenoemde ontwikkelingen zijn vertaald in een verschillend aantal kansen en bereikbaarheidsmaatregelen die bijdragen aan Rotterdam als levendige en sterke economische stad. Een goede balans in modaliteiten, oftewel een nieuw evenwicht tussen fietsers, voetgangers, auto’s en het openbaar vervoer is daarbij vertrekpunt. Dit betekent dat de verdichting met woningen binnen het stedelijk gebied prioriteit krijgt en de transitie naar de Next Economy het regionaal en stedelijk vervoersnetwerk vorm geeft. Hierbij staat de gezondheid van de Rotterdammer voorop en wordt geïnvesteerd in slimme mobiliteit, waarbij de stad functioneert als proeftuin.
De structuuringrepen binnen het Stedelijk Verkeersplan bieden de meeste kansen om een stedelijk en regionaal infrastructuur netwerk te vormen dat voldoende flexibel en genoeg adaptief is om de stad van de toekomst (Next City) vorm te geven. De mobiliteitsstrategie ontstaat vanuit de gewenste ruimtelijke en economische ontwikkeling van stad en regio en wordt -wanneer de bereikbaarheidsopgave in de toekomst verandertsteeds opnieuw aan de tijdgeest aangepast, omdat het geen volgordelijkheid kent. Dit leidt tot de volgende beleidskeuzen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
City Lounge versterkt: stimuleren van fiets en ov; een samenhangend regionaal en stedelijk netwerk: wegen en ov in evenwicht; regionale en stedelijke oeververbindingen: nieuwe en transformatie van bestaande; aantrekkelijke en levendige (Binnen)stad: de City Lounge versterkt; versterken nieuwe vervoerswijzen: vervoer over water en Last Mile; geen vervoersarmoede: sociale en maatschappelijke participatie versterkt; gezonde leefomgeving: versterken ruimtelijke kwaliteit, luchtkwaliteit en Zero Emissie; slimme mobiliteit: technologische innovatie en ict; gebieden Buiten de Ring: duurzaam verbinden.
2.3.4
Gebiedsplan Hillegersberg-Schiebroek 2014-2018, Dorps Wonen in een Wereldstad
Vastgesteld 15 juli 2014 door de gebiedscommissie Hillegersberg-Schiebroek Het plangebied komt voor een belangrijk deel overeen met Oud Hillegersberg als onderdeel van Hillegersberg-Noord. Het is een water- en lommerrijke wijk inclusief de beeldbepalende Bergse Voor- en Achterplas. Aan de oostzijde vormt de rivier de Rotte een natuurlijke grens. Langs de Straatweg staan enkele fraaie historische panden, monumentale herenhuizen en villa’s. Dit draagt bij aan het landelijke en dorpse karakter van het gebied. Er staan echter ook lage flats, afgewisseld met eengezinswoningen en nieuwbouw. Er is veel ruimte voor water en groen. Voor Oud Hillegersberg geldt de Behoud-DIN. De oude dorpskern van Oud Hillegersberg vormt een mooie enclave in het groen en wordt als zodanig gekoesterd. De relatie tussen de bebouwing en de hoofdgroenstructuur is erg sterk. Het water van de rivier en het groen van de achtergelegen weiden heeft een direct effect op de woonkwaliteit en de groene beleving. Daarnaast is het groen van de grotere kavels van belang voor het karakter. Naar aanleiding van een ‘Burgerinitiatief’ heeft de gemeenteraad op 12 juni 2008 unaniem besloten om de oude kern van
15
Hillegersberg en de aangrenzende Voor- en Achterplas als beschermd stadsgezicht aan te laten wijzen door het Rijk. (Zie verder 3.4 Stadsgezichten en Monumenten.) Oud Hillegersberg is het oudste deel van Hillegersberg Noord en heeft een dorpsachtige sfeer. Het winkelcentrum biedt een fraai uitzicht op de Bergse Voorplas en geniet goede naamsbekendheid in Rotterdam en omstreken. De oude dorpskern rond de Hillegondakerk is nog goed herkenbaar. Kenmerkend zijn goed onderhouden jaren ’20/’30 woningen, rustige straten, ingekapseld in een groene omgeving. Voor de behoud DIN is de uitdaging is om het bijzondere en aantrekkelijke karakter op peil te houden. Dit in het belang van de eigen inwoners en van de Rotterdammers. Bereikbaar exclusief blijven betekent met durf en visie bovengemiddeld investeren en uiteindelijk als stad voordeel hebben van de opbrengst van die investering. De gebiedscommissie heeft de (o.a.) voor Oud Hillegersberg de ambitie goed en hoogwaardig wonen gesteld. Het bestemmingsplangebied (e.a. wijken) zijn in 2030 rustige woonwijken waar mensen met midden- en vooral hogere inkomens graag wonen, met internationale voorzieningen (ten behoeve van expats) in een groene, waterrijke omgeving en met veel mogelijkheden voor extensieve recreatie.
Van de doelen in het gebiedsplan is voor het bestemmingsplan van belang dat de kwaliteitsdragers zoals de Rotte, singels, plassen en parken blijven behouden en worden verstevigd. Tevens de doelen gericht op een vitale lokale economie en voorzieningen. De lokale economie die gericht is op de talrijke zzp’ers, de evenementen en op het versterken van een vitaal winkelgebied in Oud Hillegersberg. 2.3.5
Welstandsnota Rotterdam 2012
Vastgesteld op 11 oktober 2012 door de Rotterdamse gemeenteraad De Rotterdamse welstandsnota bestaat uit twee delen. Het eerste bevat het welstandsbeleid en -criteria. In het tweede deel staan beschrijving ruimtelijke karakteristieken van de verschillende Rotterdamse gebieden. Een stad als Rotterdam moet haar aantrekkelijkheid blijven vergroten voor bewoners, bedrijven en bezoekers. Met de welstandsnota werd het belang van ruimtelijke kwaliteit onderschreven. Het welstandsbeleid is één van de instrumenten om op deze kwaliteit te sturen. Daarnaast zou de gemeente zonder welstandsbeleid geen invloed hebben op de manier van bouwen. Niet bij nieuwbouw, niet bij transformatie, niet bij reclames. Ook zouden excessen niet meer bestraft kunnen worden zonder welstandsbeleid. Kern en Plassen is getypeerd als bijzonder gebied Het gebiedstype is een abstractie, gebaseerd op de kenmerken van alle gebieden die tot het type behoren. Een aantal plekspecifieke nuances verdwijnt dus. Vandaar dat voor gebieden, die vanwege hun unieke karakter of kwaliteit in aanmerking komen voor het niveau ‘bijzondere welstand’, aanvullende beschrijvingen en specifieker welstandsbeleid zijn geformuleerd. Het gebied Kern en Plassen omvat de Bergse Voor- en Achterplas en het gebied rond de dorpskern van Hillegersberg.
De ontwikkelingsgeschiedenis van het gebied is zichtbaar aanwezig in de vorm van bebouwing, de veenplassen, kleine niveauverschillen, enkele agrarische verkavelingsstructuren en het landschappelijke karakter van het groen. De diversiteit aan typen gebieden en de variatie aan bouwperioden zorgen voor grote verschillen in verschijningsvorm van straten, bouwblokken en gebouwen. De vele aanwezige natuurwaarden zijn karakteristiek voor het plangebied. Voor het gebied Kern en Plassen is in 2009 door de gemeenteraad een conserverend bestemmingsplan vastgesteld met voor een aantal ontwikkelingslocaties een wijzigingsbevoegdheid. In het bestemmingsplan worden ruimtelijke kenmerken van het gebied vastgelegd. Naast het bestemmingsplan is door de voormalige deelgemeente het Beeldkwaliteitplan Kern en Plassen vastgesteld. Dit beeldkwaliteitplan is als onderlegger gebruikt voor de gebiedsuitwerking en de criteria vermeld in de Welstandsnota Rotterdam. Het beeldkwaliteitplan geeft aan dat extra bebouwing langs de Strekkade ongewenst is en dat langs de Straatweg de toepassing van de bebouwingstypologieën van de ‘dwarsstraat’ en de ‘teruggelegde villa’ in principe ongewenst is. Ook staat er aangegeven dat langs de oevers van de Bergse Achterplas
16
hekwerken, oeverbeschoeiing en andere bouwwerken niet zijn toegestaan. Het gebied Kern en Plassen heeft het bijzondere welstandsniveau; de koers is behoud van en respect voor het bestaande. Een restauratieve aanpak van straatgevels (en indien van toepassing zij- en achtergevels) en kap is het uitgangspunt; de oorspronkelijke gevelelementen moeten daarbij worden gehandhaafd of zo nodig hersteld met authentieke materialen. Nieuwbouw zal moeten inspelen op de karakteristieken van het bestaande. De ruimtelijke kwaliteit wordt verankerd in een aantal documenten naast de welstandsnota, het bestemmingsplan en het beeldkwaliteitplan.
Straatweg (deelgebied 1) De Straatweg maakt onderdeel uit van de route Straatweg-Grindweg en was van oorsprong een agrarische lintbebouwing die nog steeds in een proces van transformatie verkeert. Die transformatie heeft geleid tot kenmerkend verschillende onderdelen, waardoor er nog wel sprake is van één route, maar een route met de nodige profielwisselingen en de nodige verschuivingen in de bebouwingskarakteristiek. De groene uitstraling van de Straatweg wordt gevormd door de beplanting in de tuinen die de woningen van de Straatweg scheiden. De Straatweg heeft een belangrijke verkeersfunctie voor Hillegersberg. Door de grote periode waarin de bebouwing langs de Straatweg tot stand is gekomen kent deze een grote variatie in verschijningsvorm en architectuurstijl. Elk pand heeft zijn eigen expressie. De bebouwing staat vrijwel op één lijn, maar kent een lichte verspringing per rooilijn. Ondanks de verschillen zijn er ook overeenkomsten, zo kent de bebouwing een rijke detaillering en een duidelijke beëindiging van de dakrand. Ringdijk (deelgebied 2) Het grote peilverschil tussen de dijk en de naastgelegen woonwijk zorgt voor een grote diversiteit in het profiel van de Ringdijk. De Ringdijk heeft een belangrijke verkeersfunctie en scheidt de Achterplas van de ernaast gelegen woonwijk. De dijk heeft een vrij solitaire inrichting.
De bestemmingen langs de Ringdijk oriënteren zich op de dijk. De manier van oriënteren verschilt echter per locatie en bestemming.
17
Plaswijcklaan (deelgebied 3) De Plaswijcklaan is een oud lint dat ligt op de steilrand die de overgang vormt tussen de Achterplas en het omliggende gebied. Het gebied ten noorden van de laan ligt enkele meters lager dan de bebouwing aan de laan. De bebouwing kent een grote variatie in omvang en in verschijningsvorm, van losstaande bebouwing tot geschakelde woningen, de dakvorm varieert maar kent wel een duidelijke begrenzing. De straat heeft een groene uitstraling door de tuinen gelegen tussen straat en bebouwing. Centrum dorps (deelgebied 4) Het Centrum dorps bestaat uit het gebied rond de Dorpsstraat, inclusief de nieuwbouw op de kruising Argonautenweg en Grindweg en de directe omgeving van de Hillegondakerk. De omgeving van de Hillegondakerk vormt de kern van de oorspronkelijke nederzetting Hillegersberg, ontstaan op een donk. In cultuurhistorische zin is dit het belangrijkste onderdeel van Hillegersberg, dat bovendien ook het meest zijn authentieke karakter heeft behouden. Hier is de kleine schaal van het oude ‘dorp’ nog terug te vinden in de straatprofielen en de daaraan liggende bebouwing, met hun individuele verschijningsvorm per pand of als samenhangend ensemble van 3 tot 5 panden die samen een architectonische eenheid vormen.
Dit uit zich in variatie in bouwstijl en bouwperiode, goothoogte, kaprichting en een directe ontsluiting aan de straat van de winkels en woningen. Parkeren en expeditie vindt plaats op maaiveld. In de Bergse Dorpsstraat is daarnaast de aanwezigheid van de trambaan een belangrijk element. Om deze basis zijn projectmatige uitbreidingen uit verschillende perioden, met als meest recente toevoeging het blok met de AH aan de Argonautenweg. Deze uitbreidingen zijn zowel voor wat betreft de winkels als de woningbouw aanmerkelijk groter van schaal en betekenen een uitbreiding van het centrum met een verschuiving van het zwaartepunt richting het noorden. Centrum stads (deelgebied 5) De bebouwing tussen Bergse Dorpsstraat en Voorplas behoort tot het gebiedstype stempel- en strokenbouw. De ensembles van samenhangende bebouwing omvatten hier het totale blok, met plinten die over de volledige lengte van het blok doorlopen. De bebouwing kent een mix laag- en (middel) hoogbouw. Wel zijn de entrees van de boven de plint gelegen woningen in de gevel geaccentueerd. De bebouwing heeft overwegend platte daken. Straat en gevel vormen één geheel. Berglust (deelgebied 6) Berglust is de wijk gelegen tussen de Achterplas, het Argonautenpark en het Centrum van Hillegersberg.
De wijk is gebouwd in de jaren ‘30 en kenmerkt zich door ruime groene profielen en statige, veelal geschakelde woningen uit deze periode, met een expressieve gevelopbouw. De wijk Berglust is een gewaardeerd woonmilieu dat gekenmerkt wordt door veel grote grondgebonden woningen en ruime, groene profielen. De architectuur heeft de kenmerkende stijl uit de jaren ’30, met veel detaillering, reliëf in de gevel en grote kappen, met een duidelijke beëindiging. Belangrijk voor het beeld is de grootte van de tuin en de aanwezigheid van een hek of een haag als erfafscheiding. Bergse Voorplas (deelgebied 7) De Bergse Voor- en Achterplas zijn beide het resultaat van vervening. Veel andere veenplassen in de omgeving zijn op den duur omgezet in polder, maar de Bergse Voor- en Achterplas zijn blijven bestaan. De Voorplas maakt onderdeel uit van de Rotte Wig en kenmerkt zich door een open karakter met een grote maat en met zichtlijnen over de totale breedte van de plas en het wat meer publieke gebruik ervan. De oevers van de plas kennen aan alle zijden een andere verschijningsvorm en gebruik. De noordelijke oever, langs de Strekkade, wordt gevormd door een smal stuk land met daarop tuinen en daartussen af en toe een openbare plek aan de plas. De overzijde heeft meer het karakter van een stedelijk plantsoen.
Aan de oostzijde ligt, begrensd door de Rotte, het Prinsemolenpark met daarin enkele clubhuizen van de scouting en een belangrijke langzaam verkeersverbinding langs de Rotte. Aan deze zijde is de oever van de plas vrijwel overal toegankelijk. Langs de zuidoever loopt een straat met daaraan rijtjeswoningen en een groen talud aan de plas. De westzijde is het meest besloten, met vrijwel over de totale lengte privé-tuinen aan de plas. De beslotenheid van deze oever wordt alleen ter hoogte van de Weissenbruchlaan opgeheven. Hier is sprake van een zeer prominent zicht op de plas en vindt de koppeling tussen plas en het centrum van Hillegersberg plaats. Bergse Achterplas (deelgebied 8) Het proces van vervening heeft in de Achterplas een veel minder volledig karakter gehad, waardoor veel veeneilanden zijn blijven bestaan. Hierdoor kenmerkt de Achterplas zich door kleine maten in combinatie met een meer besloten recreatief gebruik. De Achterplas levert daardoor een belangrijke
18
bijdrage aan de woonkwaliteit van de voormalige deelgemeente. De kleinschaligheid van de plas met zijn vele privé-oevers en de volkstuinen op de eilanden is bepalend voor de beeldkwaliteit. Het geeft een bonte verzameling private eigendommen in een natuurlijke omgeving. Door die combinatie ontstaat een weinig voorspelbaar, maar verrassend en interessant beeld. Naast de privé-aanlegsteigers van veelal woonhuizen zijn langs de oevers diverse functies te vinden: commerciele functies (o.a. horeca), recreatieve functies en openbare functies. Het geheel is sterk informeel, zowel qua functies als de vormgeving ervan. Argonautenpark / Argonautenweg (deelgebied 9) Het Argonautenpark is gelegen op de overgang van veengebied naar droogmakerij, deze overgang is terug te vinden in het grote hoogteverschil aanwezig binnen dit gebied. Deze steilrand is een belangrijke karakteristiek van het Argonautenpark. Het park heeft door de ligging langs de Argonautenweg en het grote hoogteverschil ten opzichte van de naastgelegen woonwijk een enigszins in zichzelf gekeerd karakter. Het park kent een extensief gebruik en is te verdelen in een meer bebost westelijk deel en een meer open oostelijk deel. In het park liggen enkele grotere functies, waarvan de uitwisseling met het omliggende park zeer gering is.
Het gaat om beperkt toegankelijke voorzieningen, zoals het Zwarte Plasje aan de centrumzijde en Tennisvereniging Plaswijck '62 aan de andere zijde. De ambitie van de gemeente is het gebied een waterrijke natuurlijke inrichting te geven, met extensief gebruik geconcentreerd op enkele locaties in het park. De Argonautenweg is een belangrijke oost-west verbinding binnen Hillegersberg en ligt redelijk solitair ten opzichte van de aanliggende functies. Met de ontwikkeling van 110 Morgen en het AH-blok is deze solitaire positie van de weg aan het verschuiven. 2.3.6
CultuurhistorischeVerkenning Hillegersberg (2020)
Vastgesteld op 3-3-2020 door B&W Rotterdam Sinds 2007 brengt de gemeente Rotterdam de geschiedenis, waardevolle architectuur en ruimtelijke karakteristieken van haar deelgebieden in beeld door middel van cultuurhistorische verkenningen. Deze historische verkenningen met hun waarderingen en aanbevelingen worden gebruikt als afwegingskader bij (her-)ontwikkelingen en als input voor beschermende maatregelen in bestemmingsplannen. De cultuurhistorische verkenning voor Hillegersberg d.d. 25-2-2019 is in opdracht van Gemeente Rotterdam uitgevoerd door Lara Voerman en Evelien van Es. (Te downloaden via: Ingekomen stukken gemeenteraad 3 maart 2020) Waarderingscriteria Om te kunnen bepalen wat beeldbepalende objecten zijn, is gebruik gemaakt van de standaard die de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft ontwikkeld voor het waarderen van bouwkunst. Met deze standaard kunnen de monumentale waarden van een gebouw helder en eenduidig vastgesteld worden. De standaard is in principe ontwikkeld voor de aanwijzing van een gebouw als monument. De rijks- en gemeentelijke monumenten in het onderzoeksgebied zijn reeds volgens deze standaard gewaardeerd. Het ligt voor de hand om deze standaard ook voor beeldbepalende objecten te hanteren. Ieder monument of beeldbepalend object krijgt een eigen palet van waarden.
19
Afbeelding overgenomen uit de Cultuurhistorische Verkenning Hillegersberg 2.3.7
Afwegingskader Bouwen aan een groen Hillegersberg-Schiebroek (2013)
Vastgesteld door deelgemeenteraad Hilegersberg-Schiebroek 12-02-2013 ‘Bouwen aan een groen Hillegersberg – Schiebroek’ legt het groene raamwerk van de hele voormalige deelgemeente vast. Om te zorgen voor behoud en transformatie van het groen van Hillegersberg Schiebroek zijn er daarnaast regels voor het bouwen opgesteld. Met deze regels wordt vormgegeven aan een model, dat zelfs bij maximale druk vanuit het bouwprogramma een ´overal groen´-gevoel garandeert. Deze regels bewaken een minimum aan ruimtelijke kwaliteit. Van deze regels mag alleen worden afgeweken indien er een bestuurlijk gedragen voorstel ligt waarin de afwijking wordt onderbouwd. In het afwegingskader worden de hoofdregels aangevuld met overige regels voor het bouwen. Er zijn twee hoofdregels voor het bouwen vanuit het groenperspectief: In het groene raamwerk mag niet worden gebouwd. Elk initiatief bevat minimaal een groene bouwsteen. De groene kwaliteit van de wijk is niet alleen afhankelijk van het groene raamwerk. Juist waar het gaat om de inrichting van een gewone straat en de aansluiting van een bouwplan aan het openbaar gebied wordt een grote bijdrage geleverd aan het groene karakter van Hillegersberg - Schiebroek. De groene bouwstenen zijn ook een middel om de kwaliteit voor de toekomst vast te houden. Daarbij gaat het om meer dan bomen alleen.
De groene kwaliteit wordt bepaald door al het groen in een wijk; van voortuinen tot aan een groot park. De regels voor het bouwen dragen hier zorg voor.
20
Uitsnede "Grenslijn van het groene raamwerk" 2.3.8
Nota Detailhandel 2017
Vastgesteld op 22 en 29 juni 2017 door de Rotterdamse gemeenteraad De Nota Detailhandel uit 2013 is in 2017 geactualiseerd. De nota bestaat uit een algemeen deel dat de stedelijke ambities ten aanzien van dit onderwerp bevat en 13 separate gebiedsgerichte uitwerkingen, die het detailhandelsbeleid per gebied beschrijven. De nota en de gebiedskoersen doen geen uitspraken over het centrum, hiervoor blijft de nota 'WNKLN N RTTRDM' het relevant beleidskader. Stedelijke ambities en spelregels ten aanzien van detailhandel Het detailhandelsbeleid bestaat in de basis uit een beleidskader, waarin op grond van de trends en ontwikkelingen de visie en ambitie van Rotterdam op de detailhandelsstructuur wordt uitgesproken. Met dit kader zet Rotterdam in op een krachtige, toekomstbestendige winkelstructuur, waarbij de consument centraal staat en sprake is van complete, compacte comfortabele en levensvatbare centra.
Om deze ambities te realiseren, is een aantal spelregels onontbeerlijk en zijn vier stedelijke ambities geformuleerd: Een evenwichtige detailhandelsstructuur (aantrekkelijk, levensvatbaar, complementair) Meer flexibiliteit en dynamiek ter versterking van de detailhandelsstructuur Detailhandelsbeleid als kader voor ruimtelijke ontwikkelingen Een bruisende Binnenstad! De spelregels die nodig zijn om de ambities te behalen zijn: Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk in de winkelconcentratiegebieden zoals in de Gebiedskoersen Detailhandel zijn vastgesteld. Creëren van nieuwe winkelgebieden is enkel onder strikte voorwaarden mogelijk. Geen nieuwe solitaire vestiging van winkels buiten de detailhandelsstructuur van winkelgebieden. In kleine kernen kan maatwerk vereist zijn, om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden. Vestiging van grootschalige detailhandel bekijken we kritisch. Geen nieuwe perifere concentratiegebieden. Tuincentra en bouwmarkten buiten de aangewezen winkelgebieden zijn onder voorwaarden bespreekbaar. Geen detailhandel op bedrijventerreinen. Winkels in tweedehandsgoederen vestigen we in winkelgebieden; uitzondering voor kringloopwinkels. Internetwinkels en -afhaalpunten met een (beperkte) bezoekersfunctie worden enkel toegestaan in
21
de winkelgebieden en op trafficlocaties. Voor winkels geldt in de horecanota Rotterdam 2017-2021 de basisvrijstelling. Gebiedskoersen De stedelijke ambities zijn het uitgangspunt voor de gebiedsgerichte uitwerking voor detailhandel. In de gebiedskoersen detailhandel zijn de winkelgebieden ruimtelijk begrensd, zodat voor iedereen duidelijk is wat de winkelgebieden in de stad zijn en wat de gemeentelijke koers daarbij is. De keuzes op gebiedsniveau vormen de basis voor het gemeentelijk handelen ten aanzien van enerzijds het versterken van winkelontwikkelingen (door bijvoorbeeld mee te werken aan nieuwe winkelvestiging) en anderzijds de transformatieopgave. 2.3.9
Gebiedskoers Detailhandel 2017-2020Hillegersberg-Schiebroek
Vastgesteld op 22 en 29 juni 2017 door de Rottedamse gemeenteraad Buiten de winkelconcentraties is er in Hillegersberg Schiebroek verspreid aanbod te vinden. Een deel van dit aanbod is gelegen in woonbuurten en langs doorgaande stadsstraten. In HillegersbergSchiebroek hebben we deze buurtsteunpunten in functie en profiel zien veranderen, waarmee ze in de huidige situatie niet meer als ‘echte’ winkelconcentratie worden gedefinieerd maar feitelijk tot verspreide bewinkeling zijn geworden (bijvoorbeeld Meijersplein). Verspreide detailhandelsvestiging buiten de winkelgebieden wordt in het stedelijk beleid als ongewenst getypeerd. In de toekomstbestendige winkelgebieden is algemeen genomen ruimte te vinden waar deze winkeliers een plek kunnen innemen, zodat het toekomstperspectief van de winkelgebieden en ondernemers wordt vergroot. De Bergse Dorpsstraat en omgeving is de voornaamste winkelconcentratie qua aard en omvang in het gebied. Door de ‘historische’ koopkracht van de bevolking en aantrekkingskracht van buiten het gebied wordt het boodschappenaanbod aangevuld met meer niet-dagelijkse artikelen. De Bergse Dorpsstraat en omgeving is daarmee meer dan een boodschappencentrum en te typeren als easyshopping winkelgebied. De consument kiest voor dit soort complete winkelgebieden voor gemak en nabijheid.
Er zijn veel verschillende branches vertegenwoordigd, maar het aanbod is in dit type winkelgebied gemiddeld genomen niet zodanig dat de consument met een recreatief doel komt. In omvang wordt een groot deel van het aanbod bepaald door dagelijkse artikelen met supermarkten en vers speciaalzaken. De concentratie van dagelijks aanbod is grotendeels gesitueerd in de hoek aan de Argonautenweg. Het aanvullende en niet-dagelijkse aanbod is grotendeels te vinden aan de Bergse Dorpsstraat zelf. Anders dan andere easyshopping winkelgebieden is het niet-dagelijkse aanbod in de Bergse Dorpsstraat, met winkels in de branche kleding en mode in het luxe segment, van een onderscheidend niveau. In combinatie met de horeca en ligging aan de plas kan het bijna als recreatief winkelen bestempeld kan worden. De Bergse Dorpsstraat en omgeving blijft de belangrijkste winkelconcentratie in Hillegersberg. De basis van het centrum wordt gevormd door een compleet aanbod aan dagelijkse artikelen, met supermarkten en vers speciaalzaken. Een goede bereikbaarheid per auto en openbaar vervoer horen daarbij. Naast de basis als boodschappencentrum, zijn er van oudsher diverse winkels in het luxe niet-dagelijkse segment in het centrum aanwezig. Voor een specifiek marktgebied als Hillegersberg past dat bij de sfeer en uitstraling.
Om op termijn de aantrekkelijkheid en beleving optimaal te houden, is koppeling met de kwaliteit van het water een uitdaging. Uitdaging daarbij blijft om door middel van optimale concentratie van de winkelvoorzieningen het gebied compact, leesbaar en aantrekkelijk te houden. Een belangrijke opgave in het stedelijk beleid is te komen tot verdere concentratie in compacte en aantrekkelijke winkelgebieden. Deze opgave geldt ook voor de winkelgebieden in HillegersbergSchiebroek, zoals in de eerdere punten specifiek is benoemd. Verspreide bewinkeling wordt beleidsmatig zo veel mogelijk tegengegaan. Voor winkelvastgoed dat in het verleden in de stad is geland, betekent dat niet dat dat aanbod actief wordt gesaneerd. Wel zijn het plekken waar door middel van transformatie en functieverandering actief door de gemeente wordt meegewerkt.
22
Uitsnede figuur gebiedskoers detailhandel 2017-2020 2.3.10 Horecanota Rotterdam 2017-2021 Vastgesteld door B&W op 1 november 2016 In de Horecanota 2017-2021 staat de balans tussen levendigheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat centraal. De nota beschrijft het instrumentarium dat hieraan invulling geeft. Gebiedsgericht werken, een verdere vereenvoudiging van het vergunningstelsel, verfijning van het handhavingskader en stimulering van eigen initiatief door experimenten zijn hiervan de elementen. Belang voor de stad Rotterdam is een levendige stad met een aantrekkelijke binnenstad, een groot cultureel aanbod en een gevarieerde samenstelling van bewoners, ondernemers en bezoekers. Horeca speelt een cruciale rol: een goede mix van kwaliteit en kwantiteit, een balans met andere stedelijke functies en openbare orde en veiligheid, bevordert de populariteit van Rotterdam. Bovendien levert de horecasector werkgelegenheid op en stimuleert het de lokale economie. De aantrekkingskracht van de stad is de afgelopen jaren toegenomen. Er wordt weer geld uitgegeven door bezoekers, Rotterdam voert de goede lijstjes aan en is in 2015 uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijkertijd verdicht de bewoning en is ruimte schaars. Het is dus van belang alles in goede banen te leiden en deze schaarse ruimte optimaal te benutten.
De positieve ontwikkelingen van Rotterdam weten sommige delen van de stad onvoldoende te bereiken vanwege de aanwezigheid van malafide ondernemingen, georganiseerde criminaliteit en overlast. Dit vraagt om extra aandacht en stevig optreden. Visie en ambities Met dit horecabeleid borduurt Rotterdam voort op de goede ontwikkelingen in onze stad. Met oog voor ondernemerschap en aandacht voor een prettig woon- en leefklimaat voor onze bewoners zijn aan de hand van een aantal uitgangspunten vier ambities bepaald waarmee Rotterdam invulling geeft aan de visie op horeca voor de komende jaren. De Horecanota 2017-2021 geeft invulling aan de visie van Rotterdam ten aanzien van de horeca voor de komende vijf jaar. De horecanota staat niet op zichzelf. Het is een kader dat samen met andere gemeentelijke kaders en visies moet zorgen voor het behoud en de verdere ontwikkeling van Rotterdam als aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken en te verblijven. Op basis van de visie en aan de hand van onderstaande uitgangspunten realiseert Rotterdam de ambities van balans in de wijk, een veerkrachtige binnenstad, verantwoord ondernemerschap en de stad als laboratorium. Rotterdam bruist!; de wijk is het uitgangspunt bij het bepalen van de mogelijkheden en onmogelijkheden; bewoners en ondernemers hebben inspraak en nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid;
23
ruimte voor innovatie en experimenten ter bevordering van het ondernemerschap en woon- en leefgenot; minder regels, minder lasten en een vereenvoudigd vergunningenstelsel; uitgaan van vertrouwen en sturen op naleving (high trust); wanneer regels en afspraken worden geschonden, dan wordt stevig opgetreden (high penalty). Uiteenzetting horecastelsel (vergunningen) In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken. Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting. De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen.
Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel. Exploitatievergunning of niet? In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is. Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak. Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0.
Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk.
24
Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten (limitatief): muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is.)
Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. Dit gebeurt door middel van een aanwijzingsbesluit dat voor bepaalde of onbepaalde tijd van kracht is. De aanwijzing wordt genomen op basis van het Horecagebiedsplan (zie ook paragraaf 2.3.11) dat ter plaatse van kracht is, waarin ook gemotiveerd is waarom het gebied wordt aangewezen. In die gevallen is altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren, ook al is er sprake van één van de hierboven beschreven situaties. Exploitatievergunning Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten. Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf.