CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb003176] Bijlage 1 behorende bij 24bb003189 over ontwerpbestemmingsplan Colosseumweg

Gemeenteraad 11 juli 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan Colosseumweg.30.200 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Bij afwezigheid van broedende vogels vrijgave van het werkterrein door de ecoloog; Veel methoden om tijdens het broedseizoen door te kunnen werken, zijn niet “waterdicht”; het is vaak niet te garanderen dat broedgevallen niet zullen optreden. Buiten het broedseizoen werken heeft dan ook de voorkeur om overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van broedvogels te voorkomen.

Vleermuizen Om het verstoren van foeragerende of overvliegende vleermuizen te voorkomen zijn de volgende maatregelen nodig: » De aanlegwerkzaamheden bij daglicht uit te voeren van zonsopkomst tot zonsondergang of bij nachtelijke werkzaamheden aangepaste verlichting te gebruiken die gericht is op de bouwplaats en niet op het omringende landschap. » Bovenstaande maatregel is van toepassing indien gewerkt wordt in de actieve periode van vleermuizen, indien buiten de actieve periode van vleermuizen gewerkt wordt, dus in de winterrustperiode van half november t/m half maart, zijn geen aanvullende maatregelen nodig en kan regulier licht worden toegepast, met de aantekening dat het voorkomen van verstrooiing naar de omgeving ook in de winterperiode nodig blijft ten aanzien van leefgebieden van bijvoorbeeld zoogdieren en vogels. » De toekomstige verlichting na inrichting van het gebied te beperken tot het hoognodige daarbij uitstraling na de omgeving te voorkomen. Conclusie Gezien de uitkomsten van de onderzoeken staat de Wet natuurbescherming de uitvoering van het bestemmingsplan niet in de weg. Waar nodig zullen vanwege de sloop- en bouwwerkzaamheden mitigerende/compenserende maatregelen worden getroffen.

81

5.3.9

Circulariteit en energie

Toetsingskader Rotterdam heeft ambities op gebied van energietransitie en circulariteit. In 2030 is de Rotterdamse C02 -uitstoot 490Zo lager ten opzichte van 1990. In 2050 is Rotterdam klimaatneutraal en is er grondstoffenhergebruik. Hiertoe worden energievisies op regionaal niveau en stedelijk niveau uitgewerkt en zijn transities nodig in bestaande bebouwde omgeving.

Conclusie Bij de verdere stedenbouwkundige uitwerking wordt concreet invulling gegeven aan circulariteit en duurzame energie. Op gebouwniveau wordt voldaan aan de vigerende energieprestatienormen. Voor het energiesysteem dient in principe aangesloten te worden op de stadsverwarming. Er vindt nog onderzoek plaats naar de haalbaarheid van een gezamenlijk energiesysteem (energie, warmte en koude) voor de grotere gebiedsontwikkeling in gebied van Feyenoord City. Koeling is bij hoogbouw noodzakelijk en daarin wordt bij voorkeur via een collectief systeem voorzien.

Er wordt ingezet op een duurzame identiteit en een goede aansluiting op de bestaande wijken. De principes van circulair ontwerp worden dan ook toegepast op de ontwikkeling. De aanwezige te verwijderen basismaterialen worden beoordeeld op mogelijk hergebruik. Gedacht wordt verder aan gebruik van secundaire basismaterialen (materialen die aan het eind van hun levenscyclus opnieuw kunnen worden gebruikt). Het streven is om toe te passen materialen voor minimaal 50o7o te laten bestaan uit secundaire/gerecyclede materialen. De overige materialen bestaan uit primaire grondstoffen met een lange levensduur en die in de toekomst te hergebruiken/recyclen zijn.

5.3.10 Hittestress, klimaatadaptatie en biodiversiteit Toetsingskader Rotterdams Weerwoord

Een Rotterdam dat klimaatbestendig en weerbaar voor klimaatverandering vraagt onder meer om meer groen en meer onverharde ruimte. Dit draagt tevens bij aan een gezonde leefomgeving voor bewoners, zowel mens als dier, gezonde ecosystemen en een grotere biodiversiteit. Tegelijkertijd heeft Rotterdam een verdichtingsopgave om de vraagstukken rond wonen, werken en mobiliteit op te lossen. Klimaatadaptieve maatregelen zijn onderdeel van plan- en beleidsdocumenten, klimaatbestendigheid is een uitgangspunt bij ontwikkelingsprojecten. Er moet getoetst worden aan wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte, droogte en de effecten van deze risico's op het risico van bodemdaling.

Conclusie In de waterparagraaf is ingegaan op waterveiligheid en de verwerking van hemelwater. Het uitgiftepeil is afgestemd om toekomstige waterstanden. De ontwikkelingslocatie voldoet hiermee aan het uitgiftepeilenbeleid van de gemeente Rotterdam en aan de minimale waterdichte hoogte om aan de referentiewaarde voor het individueel overstromingsrisico te voldoen.

Voor de ontwikkeling geldt de openbare ruimte zoveel mogelijk groen wordt ingericht. Dit draagt bij de aan de gemeentelijke ambities voor vergroening van de stedelijke omgeving en de bestrijding van hittestress. Planten en bomen kunnen hoge temperaturen tijdens hittegolven in de stad verlagen. De groene zone langs de Colosseumweg kan doorlopen langs de moskee en de Colosseumplot. Daken en gevels kunnen diverse duurzame toepassingen hebben zowel voor energiesystemen als vergroting van biodiversiteit door vergroening. Het huidig ontwerp voorziet in gezamenlijke geluidluwe buitenruimten, ook deze kunnen groen worden ingericht. Bij de verdere stedenbouwkundige uitwerking wordt concreet invulling gegeven aan deze mogelijkheden. Dit draagt tevens bij aan het infiltreren van hemelwater en het significant verlagen van het waterpeil. Hiermee kan onder andere ervoor gezorgd worden dat eventuele bodemdaling beperkt wordt.

82

5.3.11 Bezonning en schaduwwerking Toetsingskader In Nederland bestaat geen wetgeving ter voorkoming van schaduwwerking. Op basis van artikel 3.1. Wro dient in het kader van de zorg voor een goede ruimtelijke ordening echter bij het opstellen van ruimtelijke plannen het aspect bezonning c.q. schaduwwerking te worden meegenomen in de afwegingen, indien aard of omvang van de bebouwing en van de omgeving hiertoe aanleiding geeft. Gelet op de bouwhoogte en verdichting bij dit bestemmingsplan, wordt nader ingegaan op dit aspect.

Voorde bezonning van de openbare ruimte is de Rotterdam de Hoogbouwvisie 2019 van toepassing. Voor de bezonning van de bestaande woningen in de omgeving is het Afwegingskader Bezonning van toepassing.

Hoogbouwvisie 2019

In de Hoogbouwvisie zijn er zogenaamde 'sunspots' en representatieve ruimtes aangewezen. Dit zijn openbare ruimten met een dusdanige functie voor haar omgeving, dat voor ieder van deze locaties is bepaald of een afname in bezonning is toegestaan, binnen welke tijden en met welke duur. Indien geen sprake is van sunspots of representatieve ruimtes, dient uitgegaan te worden van de 'bas is kwaliteit' waarvoor de Hoogbouwvisie een afname met maximaal 2 uur aan bezonning acceptabel acht. De Hoogbouwvisie is van toepassing vanaf bouwhoogtes van 70 meter (gemeten op de hoogste verdiepingsvloer).

Afwegingskader bezonning

De gemeente Rotterdam heeft in juni 2021 het afwegingskader bezonning vastgesteld. Het afwegingskader komt voort uit een veel gebruikte richtlijn, de lichte TNO-norm. De toetsingsdag is gelijk getrokken aan de ongunstigste datum van periode uit de hoogbouwvisie, 21 september. Het afwegingskader biedt naast een kwantitatieve beoordeling de ruimte om de gevolgen van de afname van de bezonning af te zetten tegen het belang van de nieuwbouw.

In het afwegingskader staan de voorwaarden voor de toetsing van de bezonning van bestaande woningen: » Een toetsing is nodig als geplande bebouwing (binnen bepaalde voorwaarden) 50o7o hoger is dan de gemiddelde omgevingshoogte. » Bestaande woningen worden getoetst tot een afstand van 3 maal de hoogte van de nieuwbouw, met een maximum van 500 meter. » De meethoogte is 0,75 meter in het midden de gevel met ramen van de onderste woonlaag. » De opgetelde bezonning van de verschillende gevels van de woning wordt beoordeeld. » De bezonning wordt gemeten op 21 september van zonsopgang tot zonsondergang. » Bij een bezonning van minimaal 2 uren voldoet de bezonning. » Een afname van de bezonning ten opzichte van de bestaande situatie van minder dan 1507o voldoet ook. » Als de bezonning niet voldoet wordt er door de gemeente een afweging gemaakt of de voordelen van het nieuwbouwplan opwegen tegen de afname van de bezonning van de bestaande woningen. Hierbij gaat het overeen 'proportionele afweging', een 'verdichtingsafŵeging' en een 'typologische afweging'. Onderzoek Voor de beoogde ontwikkeling is een bezoningsonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 8. Het onderzoek beschouwt het aantal zonuren en beschaduwing van de Colosseumplot en nieuwbouw op de omliggende gebouwen. Ook is de beschaduwing onderzocht van de Colosseumweg op de Rosestraat en vice versa.

Voor beide plots is zowel de maximale planologische situatie in beeld gebracht (op basis van de bestemmingsplanverbeelding) als een mogelijke stedenbouwkundige uitwerking (het

83

ontwerp). Hieruit blijkt het volgende:

Hooqbouwvisie 2019 inclusief addendum 2022 Er bevindt zich een representatieve ruimte ten noordwesten van, en tussen de plots Colosseumweg en Rosestraat. De situaties met verbeelding Colosseumweg of Rosestraat voldoen niet aan de eis uit de Hoogbouwvisie. De representatieve ruimte ligt gedeeltelijk over de Rosestraatplot. De situatie met het ontwerp Colosseumweg en Rosestraat voldoet wel aan de eis uit de Hoogbouwvisie.

Er bevindt zich een sunspot aan de zuidkant van de projecten Rosestraat en Colosseumweg. Er is geen sprake van verslechtering van het aantal uren zon als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen (zowel het ontwerp als de verbeelding). Er wordt voor dit aspect voldaan aan de eisen uit de hoogbouwvisie.

Plot Rosestraat en Colosseumweg (zowel ontwerp als de verbeelding ) voldoen niet aan de eis uit de Hoogbouwvisie. Aangezien de gebouwen in het gebied geplaatst zijn waarvoor een bas is kwaliteit geldt en volledig onbelemmerd zijn, is het onmogelijk om voor dit gehele gebied te voldoen aan een eis van maximaal 2 uur verslechtering, ongeacht de vorm of de hoogte van de gebouwen.

Afwegingskader bezonninq In de bestaande situatie zijn er 38 verschillende gevels waarop minder dan 2 uur zon aanwezig is. Het betreft afscherming van de bestaande bebouwing zelf. De nieuwbouw heeft hier geen invloed op.

De verbeelding van de Colosseumweg zorgt voor een vermindering (1-5 uur) in het aantal zonuren op de gevels langs de Putselaan. Het betreft een van de nieuwe bouwblokken binnen de ontwikkeling Parkstad Zuid, direct ten ten westen van de Colosseumplot. Deze gevels krijgen nog steeds meer dan 2 zonuren per etmaal. Daarmee wordt aan het afwegingskader voldaan.

De aanwezigheid van zowel het ontwerp van de Rosestraat als het ontwerp Colosseumweg resulteert nog steeds in een aantal zonuren groter dan 2 uur per etmaal op de gevels van de bestaande en geprojecteerde bebouwing in de directe omgeving. Daarmee voldoet het bouwplan aan het afwegingskader. Daarnaast ontvangen de zuidelijke gevels van beide ontwerpen, in de aanwezigheid van beide ontwerpen, meer dan 2 zonuren per etmaal.

Conclusie De effecten op bezonning van bestaande en geprojecteerde woningen in de omgeving van het plangebied zijn acceptabel. Er is geen effect op de sunspots uit de Hoogbouwvisie. Er is wel sprake van meer dan 2 uur verslechtering in een klein gebied met zogenaamde 'basiskwaliteiť. Dit komt omdat het hele plangebied ligt in het gebied 'basiskwaliteiť. Dit effect zou in dit gebied altijd optreden ongeacht de vorm en de hoogte van de gebouwen en is om die reden acceptabel.

5.3.12 Windhinder Toetsingskader Toetsing van windhinder en -gevaar vindt plaats in overeenstemming met de Norm NEN8100 'Windhinder en windgevaar in de gebouwde omgeving'. Volgens de NEN8100 voor gebouwen met een hoogte vanaf 30 m moet het windklimaat met een kwantitatief onderzoek bepaald worden. De NEN8100 geeft eisen en bepalingsmethoden voor de toetsing van het lokale windklimaat in de gebouwde omgeving op loop- respectievelijk verblijfsniveau in relatie tot het effect van wind op voetgangers. Uitgangspunt voor de bepaling van de mate van windhinder is het soort activiteit dat wordt uitgeoefend.

84

Onderzoek Voor de ontwikkeling is een windklimaatonderzoek uitgevoerd, zie bijlage 9. In dit onderzoek zijn de ontwikkelingen van het plangebied Colosseumweg en Rosestraat in samenhang bekeken omdat deze ontwikkelingen elkaar kunnen beïnvloeden. Het plan is om woningen te bouwen tot een hoogte van circa 80 meter hoog op plot Colosseumweg en tot een hoogte van circa 120 meter op plot Rosestraat. In het ontwerp Colosseumweg ligt de bovenkant van de vloer van het hoogst gelegen verblijfsgebied lager dan 70 meter en hoeft volgens de Hoogbouwvisie van Rotterdam niet op windhinder onderzocht te worden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is dit ontwerp ook onderzocht. Er zijn in de windstudie vijf situaties in beeld gebracht: 1. Verbeelding Colosseumweg (maximaal bouwvolume) en plot Rosestraat leeg. 2. Ontwerp Colosseumweg en plot Rosestraat leeg. 3. Verbeelding Rosestraat (maximaal bouwvolume) en plot Colosseumweg leeg. 4. Ontwerp Rosestraat en plot Colosseumweg leeg. 5. Ontwerp Colosseumweg en Rosestraat. Verbeelding versus ontwerpen

Uit het onderzoek komt naar voren dat bij realisatie van de ontwerpen een beter windklimaat ontstaat dan bij de verbeeldingen (maximale bouwvolumes). De grotere volumes van de verbeelding zijn hiervoor bepalend.

Ontwerp Colosseumweg

Windqevaar Er is geen sprake van windgevaar.

Windhinder Aan de noordwestkant van het gebouw ontstaat een gebied met windklasse D (matig windklimaat) en nabij de moskee ontstaat een matig windklimaat (windklasse D). De meeste toegangen hebben een goed windklimaat (windklasse A en B). De toegang aan de westkant heeft een matig windklimaat (windklasse C). De toegangen nabij de moskee hebben een matig windklimaat (windklasse D).

Ontwerp Colosseumweg en ontwerp Rosestraat

Windqevaar Er is geen sprake van windgevaar.

Windhinder De combinatie van de twee ontwerpen is over het algemeen gunstig voor het windklimaat buiten het plangebied. Aan de oost- en westkant van de gebouwen wordt het windklimaat gunstiger. Alleen aan de oostkant van Rosestraat blijft een klein gebied aanwezig met windklasse E (slecht windklimaat). De grootte van het gebied is sterk verminderd. De doorgangen op het middenterrein van de Colosseumweg naar het Varkenoordseviaduct hebben nu een gunstiger windkimaat door de remmende werking van de Rosestraat. Nabij de moskee blijft een gebied aanwezig met een matig windklimaat (windklasse D). De toegangen op het middenterrein en aan de noordkant van de Colosseumweg verslechteren als gevolg van de Rosestraat. Een aantal toegangen gaat van een goed windklimaat naar een matig windklimaat.

Maatregelen De oostkant van plot Rosestraat is nog aan veranderingen onderhevig. Het windklimaat ter plaatse zal dan ook nog geoptimaliseerd kunnen worden door wijzigingen van het ontwerp. Het gebied tussen Colosseumweg en de moskee is niet eenvoudig te optimaliseren. Zolang de

85

volumes en plaats van de oostelijke toren van Colosseumweg en het oostpunt van Colosseumweg niet gewijzigd kunnen worden, is het windklimaat tussen Colosseumweg en de moskee niette verbeteren met oplossingen aan het gebouw zelf, met bijvoorbeeld luifels. Dan kan alleen door optimalisatie van de inrichting in het gebied tussen Colosseumweg en de moskee het windklimaat verbeterd worden. De toegangen aan de zuidkant van Colosseumweg, tussen Colosseumweg en de moskee kunnen verbeterd worden met een luifel of door de toegangen verdiept naar binnen toe te laten springen, Ook de toegangen op het middenterrein van Colosseumweg kunnen verbeterd worden door deze naar binnen toe te laten springen. Voor de toegangen aan de kant van het Varkenoordseviaduct kunnen luifels mogelijk het windklimaat verbeteren. Een andere optie is de toegangen verdiept naar binnen toe te laten inspringen.

Conclusie In de windstudie zijn de mogelijke gevolgen van het bestemmingsplan voor het windklimaat in beeld gebracht. Windgevaar kan op voorhand worden uitgesloten. Plaatselijk kan wel sprake zijn van windhinder. De daadwerkelijk optredende effecten zijn sterk afhankelijk van het uiteindelijke ontwerp van de gebouwen en de te treffen maatregelen om windhinder te beperken. In de planregels is geborgd dat sprake zal zijn van een aanvaardbare windhindersituatie.

5.3.13 Trillingshinder Toetsingskader Voor trillingshinder gelden geen wettelijke normen. Een veel gebruiks beoordelingskader is de richtlijn van Stichting Bouwresearch (SBR-richtlijn) 'Meet- en beoordelingsrichtlijnen voor trillingen'. Trillingshinder wordt beoordeeld aan de hand van het maximale trillingsniveau en gemiddeld trillingsniveau. Voor een aantal typen trillingen en verschillende gebouwfuncties (zoals wonen, onderwijs) staan in de richtlijn grens- en streefwaarden.

Onderzoek en conclusie Bij de realisatie van de woningen op korte afstand van het spoor zal aandacht besteed moeten worden aan trillinghinder en contactgeluid. In algemene zin wordt 150 m aangehouden als richtafstand waarbinnen trillingshinder op kan treden. Trillingen ten gevolge van de passages van treinen zijn goed op te vangen door constructieve maatregelen bij de ontvanger. Hoe trillingshinder inzichtelijk gemaakt moet worden en kan worden getoetst, is aangegeven in de Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Op dit moment wordt een verkennend trillingshinderonderzoek uitgevoerd. De resultaten zullen in de volgende fase (voorafgaand aan de vaststelling) worden verwerkt in het bestemmingsplan.

In de regels van het bestemmingsplan is vastgelegd dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van woningen alleen kan worden verleend wanneer er is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat conform SBR richtlijn B gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillingshinder.

5.3.14 Planologisch relevante leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden.

86

Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig.

87

88

Hoofdstuk 6

Juridische planbeschrijving

6.1

Juridische planbeschrijving

6.1.1

Opzet regels

De regels van het plan bestaan uit de volgende onderdelen: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels; 4. overgangs- en slotregels. ad. 1 In de Inleidende regels worden in de regels gehanteerde begrippen, voor zover nodig, gedefinieerd en wordt de wijze van meten bepaald.

ad. 2 In de Bestemmingsregels worden in alfabetische volgorde van de naam van de bestemmingen de regels gegeven waarmee die bestemmingen zoals die op de verbeelding voorkomen, nader worden omschreven.

ad. 3 Algemene regels bevat een aantal regels die voor alle bestemmingen gelden, zoals een anti-dubbeltelbepaling of de algemene bouwregels.

ad. 4 Overgangs- en slotregels ten slotte geven overgangsrecht voor bestaand gebruik en bestaande bebouwing en de titel van het plan.

6.1.2

Gemengd- Colosseumweg

Deze bestemming is toegekend aan de ontwikkelplot. Naast wonen zijn hier in de plint ook horeca, detailhandel, maatschappelijke voorzieningen en dienstverlening toegestaan. In de regels is het maximum bvo en/of de maximale aantallen per functie vastgelegd Voortvloeiend uit de sectorale toetsing (paragraaf 5.3) zijn specifieke regels opgenomen ten aanzien van geluid en windhinder.

In de planregels is voorts een regeling voor aan-huis-gebonden beroep en bedrijf opgenomen bij de woonfunctie. Deze regeling gaat uit van een zo groot mogelijke flexibiliteit in toegestane bedrijfsactiviteiten, mits de omgeving geen gevaar loopt en geen onevenredige hinder ondervindt van de activiteit. De bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in alle woningen, ongeacht het type woning of het gebied waar de woning staat. De belangrijkste voorwaarden zijn dat maximaal 30o7o van de woning voor beroeps-Zbedrijfsactiviteiten mag worden gebruikt en dat de woning er aan de buitenkant als woning uit blijft zien. Reclame-uitingen aan de buitenzijde van de woning zijn niet toegestaan. Verder worden detailhandelsactiviteiten en bedrijfsmatige reparatie en onderhoud aan motorvoertuigen nadrukkelijk uitgesloten.

89

6.1.3

Verkeer

Tot slot zijn de bestemmingen 'Artikel 4 Verkeer - Spoor- en wegverkeer' en Artikel 5 Verkeer Wegverkeer opgenomen. Met de bestemming Verkeer - Spoor- en wegverkeer wordt de toekomstige herinrichting van de Colosseumweg gefaciliteerd. De bestemming Verkeer - Wegverkeer grenst aan de noordwestzijde aan de woningbouwplot. Binnen de bestemming zijn tevens uitstekende delen van de woonbebouwing toegestaan.

6.1.4

Waarde - Archeologie

In paragraaf 2.2 zijn de archeologische verwachtingen beschreven in het plangebied. Dit resulteert in de volgende regeling:

Waarde - Archeologie 1

Voor het lagergelegen gebied ten westen van de Colosseumweg (Waarde - Archeologie 1) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 200 m2 en die tevens dieper reiken dan 1,0 m beneden maaiveld.

Waarde - Archeologie 2

Voor de rest van het landgedeelte van het plangebied (Waarde - Archeologie 2) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 200 m2 en die tevens dieper reiken dan 2,0 m beneden maaiveld.

6.1.5

Waterstaat - Waterkering

Dit artikel is opgenomen in verband met de in het plangebied aanwezige waterkering.

6.1.6

Aan-huis-gebonden beroep en bedrijf

In de planregels is een regeling voor aan-huis-gebonden beroep en bedrijf opgenomen. Deze regeling gaat uit van een zo groot mogelijke flexibiliteit in toegestane bedrijfsactiviteiten, mits de omgeving geen gevaar loopt en geen onevenredige hinder ondervindt van de activiteit. De bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in alle woningen, ongeacht het type woning of het gebied waar de woning staat. De belangrijkste voorwaarden zijn dat maximaal 30o7o van de woning voor beroeps-Zbedrijfsactiviteiten mag worden gebruikt en dat de woning er aan de buitenkant als woning uit blijft zien. Reclame-uitingen aan de buitenzijde van de woning zijn niet toegestaan. Verder worden detailhandelsactiviteiten en bedrijfsmatige reparatie en onderhoud aan motorvoertuigen nadrukkelijk uitgesloten.

6.1.7

Parkeerregeling

In de regels van het bestemmingsplan is de regel 'Voorwaardelijke verplichting over parkeren' opgenomen. In deze regeling wordt voor de parkeernormen verwezen naar de Beleidsregeling parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2022'.

90

Hoofdstuk 7

Financiële uitvoerbaarheid

De grond waarop de woningbouwontwikkeling is voorzien, is grotendeels in eigendom van de gemeente. Slechts kleine delen zijn in eigendom bij Prorail. Zelfrealisatie is gelet op de vorm niet mogelijk op de gronden van Prorail. Gesprekken over aankoop van de gronden zijn gaande en verwacht wordt dat de gronden voor vaststelling van het bestemmingsplan kunnen worden aangekocht. Gelet op het voorgaande wordt verwacht dat kostenverhaal zoals bedoeld in artikel 6.12 lid 1 Wro, plaats vindt via gronduitgifte.

Het besluit tot de aanleg van de Roseknoop en Verlegde Colosseumweg (onderdeel plangebied) is genomen en de uitvoering is gestart. De sporen van Prorail zijn inmiddels losgekoppeld.

Voorts wordt opgemerkt dat de kosten voor sanering en bouwrijp maken van de grond, lager zijn dan verwachte grondopbrengsten. Het plan is dan ook economisch uitvoerbaar.

91

92

Hoofdstuk 8 8.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Betrekken belanghebbende partijen en omwonenden

Het infomeren en betrekken van omgevingspartijen is een continu proces. Dit wordt op verschillende manier vormgegeven. Eén op één gesprekken met onder andere ondernemers, maatschappelijke organisaties, welzijnswerkers, wijkmanagers. 6- wekelijks voortgangsoverleg met diverse wijkraden en bewonersvertegenwoordigers, kleinere bijeenkomsten in de wijk en bredere themabijeenkomsten. Naast de bijeenkomsten worden via de bouw-app Feijenoord City de omwonenden zo goed mogelijk geïnformeerd over de voortgang van de gebiedsontwikkeling. Met andere grote projecten in de omgeving wordt afstemming gezocht over de manier van participatie met omgeving. Zowel om goed op de hoogte te zijn als ook om slimme combinaties te maken.

Insteek van de participatie is om input op te halen voor de plannen en deze mee te nemen in de uitwerking. Hierbij wordt voortgebouwd op de input die opgehaald is bij de vorige bestemmingsplan procedure. Voor Colosseumplot hebben vanaf november 2022 onderstaande overleggen plaatsgevonden: » » » » » » » » »

Inloopavond in de wijk 2 x wijkraad bijeenkomst 2x gesprekken met de Hand in Hand Alliantie Gesprek met Basisschool 4 bijeenkomsten over 'verplaatsen ingang garage' 3 bijeenkomsten met de Moskee Structureel voortgangsoverleg Toelichting bij bewonersbijeenkomst in de wijk Tijdens een netwerkbijeenkomst van wijkprofessionals in Hillesluis, hen geïnformeerd over de plannen

In oktober vindt een inloopavond plaats en vervolgens wordt het ingezette proces met stakeholders gecontinueerd.

8.2

Vooroverleg

Het concept van het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan alle relevante overlegpartners en overheidsinstanties, zoals de provincie Zuid-Holland en Rijkswaterstaat. De resultaten van het vooroverleg zijn in bijlage 11 samengevat en van beantwoording voorzien.

93

94

Bijlagen toelichting

Bijlage 1

Mer-beoordelingsnotitie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=7f6ab3a5-0814-46bf-b41d-0c1f06421012