[24bb003052] Bijlage 1 behorende bij 24bb003051 - Ontwerpbestemmingsplan Dynamoblok - Fase 1
Tekst van het document
Dynamoblok - Fase 1 Ontwerpbestemmingsplan
Opgesteld door: KuiperCompagnons
datum:
5 oktober 2022
Stadsontwikkeling Ruimte & Wonen, Bureau Bestemmingsplannen
Vastgesteld d.d.:
........
Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam
Toelichting
INHOUDSOPGAVE TOELICHTING
1.
INLEIDING ................................................................................................................................................ 1 1.1 1.2 1.3 1.4
2.
AANLEIDING .............................................................................................................................................. 1 GEKOZEN PLANOPZET .................................................................................................................................. 1 LIGGING EN BEGRENZING.............................................................................................................................. 1 VIGEREND BESTEMMINGSPLAN ...................................................................................................................... 2
BELEIDSKADER ......................................................................................................................................... 3 2.1 2.2 2.3
NATIONAAL BELEID ..................................................................................................................................... 3 PROVINCIAAL BELEID ................................................................................................................................... 5 GEMEENTELIJK BELEID.................................................................................................................................. 8
3. BESCHRIJVING VAN HET PLANGEBIED ........................................................................................................ 13 3.1 3.2 4.
PLANBESCHRIJVING ............................................................................................................................... 15 4.1 4.2 4.3
5.
ARCHEOLOGIE .......................................................................................................................................... 13 STADSGEZICHTEN EN MONUMENTEN............................................................................................................ 14
HUIDIGE SITUATIE ..................................................................................................................................... 15 PROJECTBESCHRIJVING............................................................................................................................... 15 JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING.................................................................................................................... 16
TOETSING AAN OMGEVINGSASPECTEN ................................................................................................. 19 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
M.E.R.-BEOORDELING ............................................................................................................................... 19 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .................................................................................................................. 19 GELUID ................................................................................................................................................... 21 VERKEER EN PARKEREN .............................................................................................................................. 22 LUCHTKWALITEIT ...................................................................................................................................... 24 EXTERNE VEILIGHEID.................................................................................................................................. 25 BODEMGESCHIKTHEID................................................................................................................................ 27 WATER ................................................................................................................................................... 28 FLORA EN FAUNA ......................................................................................................................................
30 OVERIGE BELEMMERINGEN ......................................................................................................................... 31 DUURZAAMHEID....................................................................................................................................... 32
6.
HANDHAVING ........................................................................................................................................ 34
7.
FINANCIËLE UITVOERBAARHEID ............................................................................................................. 35
8.
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ............................................................................................... 36 8.1 8.1 8.2
PARTICIPATIE ........................................................................................................................................... 36 VOORBEREIDINGSFASE ............................................................................................................................... 36 ONTWERPFASE ......................................................................................................................................... 36
BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11
Ontwikkelvisie Motorstraatgebied 2030, gemeente Rotterdam, juli 2021 Massastudie Locatie Korpershoek, Bolton ontwikkeling/Klunder Architecten/Dunavast, 3 oktober 2022 Nota van Uitgangspunten CONCEPT, gemeente Rotterdam, september 2022 Aanmeldnotitie, KuiperCompagnons, 5 oktober 2022 Flora- en faunaonderzoek Rotterdam – Cilinderstraat, ABO milieuconsult, 16 mei 2022 Stikstofdepositie-onderzoek bestemmingsplan 'Dynamoblok – Fase 1’, KuiperCompagnons, 5 oktober 2022 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, KuiperCompagnons, 5 oktober 2022 Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 17 augustus 2022 Plantoets, Archeologie Rotterdam (BOOR), 13 juni 2022 Plan van Aanpak Archeologisch vooronderzoek, Vestigia, 17 augustus 2022 Historisch bodemonderzoek, ABO Milieuconsult, 19 juni 2022
1
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
Het project Dynamoblok – Fase 1 bevindt zich in Rotterdam-Feijenoord in de wijk Vreewijk. De ontwikkeling is onderdeel van een grotere opgave genaamd Motorstraatgebied. Het Motorstraatgebied ligt centraal in Rotterdam-Zuid nabij winkelcentrum en openbaar vervoersknooppunt Zuidplein, en Rotterdam Ahoy. Het gebied wordt begrensd door de Vaanweg, de Strevelsweg, de Dordtsestraatweg en de Valkeniersweide en huisvest een mix aan bedrijfsruimtegebonden bedrijven, kantoorgebonden bedrijven, onderwijsinstellingen en andere consumentgerichte (maatschappelijke) voorzieningen. Voor het Motorstraatgebied is een ontwikkelvisie opgesteld. Deze ontwikkelvisie is opgenomen als bijlage 1. De gemeente Rotterdam heeft voor het Motorstraatgebied een massastudie uitgevoerd. De voorgenomen ontwikkeling geeft een invulling hieraan. Op de locatie bevinden zich momenteel bedrijfsbestemmingen en ligt een weg die de Cilinderstraat met de Dynamostraat verbindt. De bestaande gebouwen in het plangebied worden gesloopt, waarna het beoogde appartementengebouw kan worden gerealiseerd. De massastudie voor de Korpershoek is opgenomen als bijlage 2.
1.2
Gekozen planopzet
Dit bestemmingsplan biedt een globale juridisch-planologische regeling, zodat flexibiliteit bestaat om de geplande herontwikkeling te realiseren. De regeling geschiedt door middel van de bindende planstukken, te weten de planregels en de verbeelding. Zij omvatten enerzijds een vertaling van de beleidsvoorwaarden (hoofdstuk 2) en anderzijds een juridisch kader voor de te realiseren ontwikkeling (hoofdstuk 3). De bindende planstukken worden nader onderbouwd met de toelichting op zowel de planregels als de verbeelding. Wat betreft de planopzet sluit het bestemmingsplan aan op de gangbare systematiek binnen de gemeente Rotterdam, met inachtneming van de standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen (SVBP 2012) en het Informatie Model Ruimtelijke Ordening (IMRO 2012).
1.3
Ligging en begrenzing
Afbeelding 1.1: globale ligging en begrenzing van het plangebied.
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
2
1.4
Vigerend bestemmingsplan
Voor het plangebied geldt momenteel het bestemmingsplan “Motorstraatgebied”, dat op 30 november 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld. De verschillende functies in het plangebied zijn voorzien van de bestemmingen ‘Bedrijf’ en ‘Verkeer – Wegverkeer’. Daarnaast heeft het gehele plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van het vigerende bestemmingsplan weergegeven. Het bestemmingsplangebied (hierna plangebied) is rood omkaderd.
Afbeelding 1.2: uitsnede vigerend bestemmingplan
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
3
2.
Beleidskader
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste beleidsstukken aangehaald die betrekking hebben op Rotterdam en in het bijzonder die voor het onderhavige project.
2.1
Nationaal beleid
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Ook in de toekomst moet Nederland een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving bieden en economisch kunnen floreren. Daarom is het van belang om inzicht te hebben in de opgaven waar Nederland voor staat. De druk op de ruimte, de leefomgeving, vraagt voortdurend om afweging van verschillende belangen. Ook internationale ontwikkelingen, de invloed van technologie en de groeiende verschillen tussen regio's vragen om snellere, creatieve en integrale afwegingen. Het klimaat verandert en er moet zorgvuldiger worden omgaan met energiebronnen en grondstoffen. Ook daaruit vloeien nieuwe opgaven. In aanloop naar de Omgevingswet is op 11 september 2020 één rijksvisie op de leefomgeving vastgesteld: de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. • De NOVI schetst een duurzaam toekomstperspectief voor de leefomgeving in Nederland in 2050. Dit toekomstperspectief voor Nederland is: • Een klimaatbestendige delta; • Duurzaam, concurrerend en circulair; • Kwaliteit van leven in stad en dorp; • Nabijheid en betrouwbare verbindingen; • Veilig en gezond, herkenbaar en natuurlijk. Het realiseren van een fysieke leefomgeving die dit toekomstperspectief mogelijk maakt, is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van alle overheden.
In de NOVI benoemt het Rijk 21 nationale belangen voor het omgevingsbeleid, inclusief de opgaven en de rol van het Rijk in het realiseren van deze opgaven. Deze opgaven komen samen in vier prioriteiten. Deze prioriteiten vormen complexe, omvangrijke en dringende opgaven die voortkomen uit of samenhangen met grote transities. Deze prioriteiten zijn: 1. Naar een duurzame en concurrerende economie; 2. Naar een klimaatbestendige en klimaatneutrale samenleving; 3. Naar een toekomstbestendige en bereikbare woon- en werkomgeving; 4. Naar een waardevolle leefomgeving. Deze vier opgaven kunnen alleen in samenhang verder worden gebracht wanneer aandacht is voor thema's die hier dwars doorheen lopen, zoals omgevingskwaliteit, gezondheid, cultuurhistorie, klimaatadaptatie, water, bodem, (nationale) veiligheid en milieukwaliteit. Hierbij worden drie inrichtingsprincipes gehanteerd die helpen om in een specifieke casus of gebied bij botsende belangen een zorgvuldige weging tussen nationale belangen te maken. Die inrichtingsprincipes zijn: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; 3. Afwentelen voorkomen. De komst van de Omgevingswet maakt het mogelijk om het beleid en aanpak rondom de gezonde leefomgeving steviger te verankeren, rekening houdend met de samenstelling van de wijk en de behoeften van inwoners.
Gemeenten krijgen onder de Omgevingswet namelijk meer ruimte voor lokaal maatwerk doordat taken worden gedecentraliseerd. Volgens het Rijk is een gezonde leefomgeving een omgeving waar inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Voor gemeenten is onder andere de 'Handreiking Gezonde Gemeente' door het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgesteld om te ondersteunen bij het sturen op een gezonde fysieke en sociale leefomgeving. De NOVI is zelfbindend voor het Rijk. De rijksoverheid zet er wel op in dat provincies en gemeenten bij het vaststellen van hun eigen omgevingsvisies rekening houden met wat er in de NOVI staat. Voorliggend plangebied wordt niet specifiek benoemd in de NOVI. Wel draagt de beoogde ontwikkeling van een nieuw appartementengebouw, in een binnenstedelijke omgeving in algemene zin bij aan de kwaliteit van leven Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
4
in stad en dorp. Daarbij is de inrichting van het gebied integraal vormgegeven en gebaseerd op de bestaande karakteristieken van het gebied. Er worden daarin verschillende functies gecombineerd, waaronder wonen en commerciële en/of maatschappelijke voorzieningen. Beleidsvisie Erfgoed en Ruimte In de jaren 2012-2016 heeft de Rijksdienst in vijf programmalijnen uitvoering gegeven aan de beleidsnota Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter. In de beleidsnota schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. De beleidsvisie is complementair aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het ministerie van I&M. Het programma Erfgoed en Ruimte wordt met een paar jaar verlengd, tot aan de invoering van de Omgevingswet in (naar verwachting) 2023. De komende jaren werkt de Rijksdienst aan drie programmalijnen: • Water en erfgoed • Landschap: transformatie van het landelijk gebied • Transformatie in de stad en in krimpgebieden Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is vastgesteld op 22 augustus 2011 en geconsolideerd op 5 juni 2014. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridische vertaling van nationaal ruimtelijk beleid. Het besluit bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen.
Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang. Relevant beleid voor het plangebied Net als de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid alleen aan de orde op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten (zoals het project 'Randstad 380 kV'). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied. Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking) Het beleid met betrekking tot verstedelijking heeft het rijk onder het motto ‘decentraal wat kan, centraal wat moet’ overgelaten aan de lagere overheden. Wel is er sprake van een ’ladder’ voor duurzame verstedelijking (gebaseerd op de ’SERladder’). Deze is vastgesteld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening en bestond oorspronkelijk uit 3 treden. Per 1 juli 2017 is de ladder gewijzigd waarbij de afzonderlijke treden zijn komen te vervallen. Daarnaast is het begrip actuele regionale behoefte vervangen door behoefte. De behoefte moet worden bepaald binnen het ruimtelijke verzorgingsgebied van de beoogde ontwikkeling.
Sinds 1 juli 2017 luidt de formulering van de Ladder in genoemd artikel van het Bro: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Deze ontwikkeling voorziet in de realisatie van circa 128 woningen boven commerciële en/of maatschappelijke functies. Vanaf 12 woningen is sprake van een stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling wordt dus aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling waardoor een ladderonderbouwing benodigd is. Het Motorstraatgebied is de laatste tien jaar een gebied in transitie. Dit is te merken aan de herontwikkeling en (door-)verkoop van bedrijfsmatig vastgoed dat kleurt van bedrijfsmatige functies als autogarages naar functies voor onderwijs, dienstverlening, zorg en wonen. Het gebied transformeert hierdoor langzaam van een gemengde werklocatie naar een gemengd woon-werkmilieu. De gemeente Rotterdam heeft in 2021 een ontwikkelvisie voor het Motorstraatgebied opgesteld. Deze is opgenomen als bijlage 1.
De ontwikkelvisie biedt handvatten voor het doorontwikkelen van de reeds in gang gezette transitie van het Motorstraatgebied naar een levendig stukje stad als een hoogwaardige ‘leer-, werk- en Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
5
zorgcampus’. Door een hernieuwd perspectief te ontwikkelen kan het Motorstraatgebied, als onderdeel van het stedelijk knooppunt Hart van Zuid, het komend decennium verder worden doorontwikkeld en verstedelijkt. Hart van Zuid én het Motorstraatgebied zijn in de Strategische Verkenning Verstedelijking (2019) aangemerkt als locaties voor verdere verstedelijking rondom bestaande OV-knooppunten en metrolijnen. Door het bestaande openbaar vervoernetwerk optimaal te benutten kunnen nieuwe stedelijke knooppunten met een mix aan functies, zoals wonen, werken, voorzieningen en openbare ruimte/groen worden toegevoegd. De huidige woningvoorraad in het Motorstraatgebied kenmerkt zich - net als de rest van Vreewijk - door veel woningen van het sociale huursegment. De doelgroep is overwegend jong (zoals bij Startmotor) of oud (zoals bij Simeon en Anna). De bestaande woningvoorraad van de wijk Vreewijk - waar het Motorstraatgebied in ligt - heeft een sterke disbalans en heeft een tekort aan woningen in het midden- hoger en topsegment. In de Gebiedsatlas wordt het woningaanbod in het Motorstraatgebied verbreed naar midden- en hogere marktsegmenten en is er plek voor stedelijke gezinnen. Het gebied is hier een stedelijk woonmilieu met een mix aan hoog- en laagbouw dat ruimtelijk en sociaaleconomisch aansluit op zowel Hart van Zuid als Vreewijk.
Er is een gevarieerd woningaanbod voor verschillende doelgroepen (starters, sociale stijgers, stedelijke gezinnen en senioren) in diverse prijssegmenten. De doorontwikkeling van het Motorstraatgebied, waarbij niet alleen in kwalitatieve zin maar ook in kwantitatieve zin woningen aan de voorraad worden toegevoegd, biedt kansen tot doorstroming voor sociale stijgers en ouderen uit de aangrenzende buurten, zoals de Landbouwbuurt, Tuindorp Vreewijk en Bloemhof. Hiermee kan de balans in de omliggende buurten ook verbeterd worden. In het kader van de Ontwikkelvisie is met behulp van een globaal teken- en rekenmodel verkend wat het potentieel aantal woningen voor de middellange termijn voor de ontwikkelplots is. Dit zijn circa 700 woningen. De voorgenomen ontwikkeling draagt hier aan bij. Daarnaast wordt ook voorzien in de wens van commerciële en/of maatschappelijke functies in de plint, zoals beschreven in de Ontwikkelvisie van het Motorstraatgebied. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de verbetering van de kwantitatieve en kwalitatieve woningvoorraad en het woon- en leefklimaat van zowel Vreewijk als omliggende wijken. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de herontwikkeling van de bestaande bebouwing tussen de Cilinderstraat, de Dynamostraat en het Vliegwielpad.
Omdat het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied is sprake van een intensivering van de bestaande ruimte. Verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking is niet benodigd.
2.2
Provinciaal beleid
Omgevingsbeleid Zuid-Holland Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma’s en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma’s en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen.
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
6
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland Door het samenvoegen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De Omgevingswet verplicht het Rijk, de provincies en gemeenten een omgevingsvisie te maken. De provinciale Omgevingsvisie bestaat uit de volgende onderdelen: • Een beschrijving en kaartbeelden van de ruimtelijke hoofdstructuur; • De ontwikkelrichting van het omgevingsbeleid: ambities en sturing; • Een beschrijving van de omgevingskwaliteit van Zuid-Holland, waaronder de provinciale inzet voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit; • De samenhangende beleidskeuzes voor de fysieke leefomgeving. Ad. 1
Ruimtelijke hoofdstructuur
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
7
Ad. 2
Omgevingsbeleid: ambities en sturing
De ambitie van de provincie is een slim, schoon en sterk Zuid-Holland. De Provincie gaat uit van zes richtinggevende ambities, waarbinnen een aantal opgaven zijn geformuleerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6. Ad. 3
Naar een klimaatbestendige delta Naar een nieuwe economie: the next level Naar een levendige meerkernige metropool Energievernieuwing Best bereikbare provincie Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving Omgevingskwaliteit
Centraal doel van het integrale omgevingsbeleid is het verbeteren van de omgevingskwaliteit. Onder ‘omgevingskwaliteit’ wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. Ofwel een samenvoeging van ruimtelijke kwaliteit (belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde) en milieukwaliteit (gezondheid en veiligheid). De Omgevingskwaliteit bestaat uit de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland, het toepassen van de leefomgevingstoets (beleidscyclus en monitoring) en een nadere uitwerking van het provinciale beleid. Dit laatste gebeurt door middel van een ‘kwaliteitskaart’ en bijbehorende ‘richtpunten ruimtelijke kwaliteit’. Kwaliteitskaart, richtpunten en gebiedsprofielen De provincie geeft richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en omgevingskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit.
Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten (de laag van de ondergrond, de laag van de cultuur- en natuurlandschappen, de laag van de stedelijke occupatie en de laag van de beleving), samengevat in één integrale kwaliteitskaart, bijbehorende richtpunten en een aantal bepalingen in de verordening. Ontwikkelingen moeten rekening houden met deze richtpunten. De kwaliteiten zijn uitgewerkt in de gebiedsprofielen. Het plangebied is opgenomen in twee van de vier kwaliteitskaarten. In de laag van de ondergrond is plangebied aangeduid als ‘Rivierdeltacomplex – Jonge zeeklei. Ontwikkelingen dragen bij aan het behoud van ruimte voor dynamische natuurlijke processen en zoet-zoutovergangen in de Deltawateren en natuurlijke buitendijkse gebieden. Voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in een verslechtering hiervan. In de laag van de stedelijk occupatie is het plangebied aangeduid als ‘steden en dorpen’. Relevante richtpunten voor voorgenomen ontwikkeling zijn: • • •
•
Ontwikkelingen dragen bij aan de karakteristieke kenmerken/identiteit van stad, kern of dorp. Hoogteaccenten (waaronder hoogbouw) vallen zoveel mogelijk samen met centra (zwaartepunten) en interactiemilieus in de stedelijke structuur. Daar waar hoogbouw niet samenvalt met “zwaartepunten” in de stedelijke structuur geeft een beeldkwaliteitsparagraaf inzicht in de effecten, invloed en aanvaardbaarheid van hoogbouw op de (wijde) omgeving. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en stedenbouwkundige patronen worden behouden door ze waar mogelijk een functie te geven die aansluit bij de behoeften van deze tijd.
De hoogte van de bebouwing is gezien de ligging van de locatie en bestaande hoogbouw in de omgeving legitiem. Het complex wordt ingepast in de bestaande stedenbouwkundige structuur. Hiermee wordt aangesloten bij de richtpunten.
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
8
Tevens ligt het plangebied binnen de laag van stedelijke occupatie binnen de aanduiding ‘Historische centra en kernen’. De historische centra en kernen met hun compacte bebouwingsstructuur zijn waardevolle woon- en vestigingsmilieus in Zuid-Holland en dragen bij aan de toeristische kwaliteit. Als ontwikkelingen plaatsvinden in of in de nabijheid van het historisch centrum dan dragen deze bij aan behoud en versterking van de vitale stadsen dorpscentra met een gevarieerd functioneel en ruimtelijk beeld. De bestaande bedrijfspanden maken plaats voor een appartementencomplex met commerciële en/of maatschappelijke functies in de plint. Er vindt een kwaliteitsverbetering plaats die beter bij een stedelijk centrumgebied hoort. Ad. 4
Beleidskeuzes
De provincie heeft 12 provinciale opgaven gedefinieerd, die elk bestaan uit samenhangende beleidskeuzes. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma’s en regels in de verordening. Hieronder zijn de voor het plangebied relevante opgaven uiteengezet: • • • •
Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen. Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied.
De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan bovengenoemde punten. Zo worden commerciële en/of maatschappelijke functies in de plint gerealiseerd, waardoor een concentratie van voorzieningen ontstaat. Daarnaast is bij het opstellen van het bestemmingsplan voor deze ontwikkeling getoetst aan de relevante milieuaspecten, waardoor de ontwikkeling een bijdrage levert aan een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder. De diverse relevante milieuaspecten worden in hoofdstuk 5 verder uiteengezet en afgewogen. Tot slot wordt binnen bestaand stedelijk gebied voorzien in de vernieuwing van verouderde bedrijven. Het woningaanbod neemt hierdoor toe en daarnaast wordt de aantrekkelijkheid van de leefomgeving en de woningen zelf vergroot. Hiermee draagt de voorgenomen ontwikkeling bij aan de provinciale opgaven. Programma ruimte Het Programma ruimte is parallel aan de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening opgesteld. Het Programma ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Het is enerzijds een beleidsdocument, namelijk uitwerking van de beleidsbeslissingen, en anderzijds gericht op uitvoering. Het document is toegespitst op de thema’s Bebouwde ruimte en mobiliteit, Landschap, groen en erfgoed en Water, bodem en energie.
Op basis van het programma dient voor bestemmingsplannen die voorzien in een stedelijke ontwikkeling een toelichting op de ladder voor duurzame verstedelijking worden gegeven. Aan de ladder voor duurzame verstedelijking is in paragraaf 2.1 reeds aandacht besteed. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de verbetering van de kwantitatieve en kwalitatieve woningvoorraad en het woon- en leefklimaat van zowel Vreewijk als omliggende wijken. De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op de herontwikkeling van de bestaande bebouwing. Omdat het plangebied is gelegen binnen bestaand stedelijk gebied is sprake van een intensivering van de bestaande ruimte.
2.3
Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Rotterdam: De Veranderstad De Omgevingsvisie is vastgesteld door de gemeenteraad op 2 december 2021. Als opvolger van de Stadsvisie en met het oog op de Omgevingswet heeft de gemeente Rotterdam een gemeentebrede omgevingsvisie opgesteld. In 2018 is de ‘Verkenning Omgevingsvisie Rotterdam’ gepubliceerd, gevolgd door het gespreksdocument ‘De Veranderstad’ in 2019. Als volgende stap richting de daadwerkelijke omgevingsvisie is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld, waarna vervolgens de effecten van de keuzes in de omgevingsvisie zijn beoordeeld in het Rotterdamse Omgevingseffectrapport (ROER). Al het bovenstaande heeft, samen met de opbrengsten uit Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
9
een uitgebreid participatietraject, geleid tot de omgevingsvisie: ‘De Veranderstad, werken aan een wereldstad voor iedereen’. De definitieve omgevingsvisie is op 2 december 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. Met de omgevingsvisie kiest de gemeente Rotterdam voor ‘goede groei’. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en identiteit ondersteunt en versterkt waarbij Rotterdammers betrokken worden in het proces van verandering. Om vanuit een integraal perspectief richting te geven aan deze ‘goede groei’ en de toekomst van de fysieke leefomgeving, worden vijf perspectieven gehanteerd. Deze vormen een ‘kompas’ waarmee koers kan worden bepaald. Daarbij moet in de praktijk worden gezocht naar de juiste balans; de vijf perspectieven kunnen nooit in dezelfde mate worden nagestreefd, maar elke ontwikkeling wordt wel door de vijf brillen bekeken. De perspectieven geven richting aan het handelen van het stadsbestuur en bieden houvast aan mensen, organisaties en bedrijven die iets willen doen in de stad. Ze zijn flexibel genoeg om invulling te geven aan nieuwe ideeën en ontwikkelingen. Ze maken de impact van grote trends, beleid en initiatieven op de fysieke leefomgeving inzichtelijk. En ze maken de ruimtelijke impact van plannen en keuzes vergelijkbaar.
De vijf perspectieven zijn: • Compacte stad: Rotterdam als een compacte, aantrekkelijke stad aan de rivier. • Inclusieve stad: Rotterdam is een stad waar niemand in de meerderheid is. • Duurzame stad: Rotterdam groeit uit tot een stad en haven die leiderschap toont in de transitie naar • duurzame energie circulaire processen en een klimaatneutrale maatschappij. • Gezonde stad: Rotterdam maakt gezond leven voor alle inwoners in de stad mogelijk. • Productieve stad: Rotterdam biedt ruimte aan de nieuwe economie. ‘Goede groei’ betekent ook dat rondom een aantal grote opgaven richtinggevende, soms rigoureuze, keuzes gemaakt worden. In de Rotterdamse omgevingsvisie staan vijf hoofdkeuzes centraal. Dit zijn de belangrijkste keuzes voor de ontwikkeling van de stad in de komende decennia. Voor elke hoofdkeuze fungeren de drie principes van goede groei (samen stadmaken, ontwikkelen vanuit eigen identiteit en groeien op basis van de vijf perspectieven) als leidraad. In de omgevingsvisie worden de volgende hoofdkeuzes gemaakt: • Rotterdam zet in op prettig leven in de delta; • Rotterdam gaat verstedelijken en verbinden; • Rotterdam zet in op vitale wijken; • Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie; • Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen.
Daarnaast is een drietal gebieden nader uitgewerkt, waar meerdere grote opgaven bij elkaar komen en tegelijkertijd kansen liggen om verschillende stedelijke doelstellingen te realiseren. Deze strategische gebieden vragen om gebiedsspecifieke richtinggevende keuzes. Het gaat om de binnenstad, zone Alexander - Zuidplein en Rotterdam Zuid. Voor deze gebieden beschrijft de omgevingsvisie de koers en gebiedskeuzes die gemaakt zijn of moeten worden. Voor Zuid zijn de lange termijnambities vastgelegd in Zuid werkt!, de afsprakenset waaraan onder meer het Rijk, gemeente en corporaties zich in 2011 verbonden hebben. Die ambities blijven onverminderd van kracht. Het betekent dat tot en met 2030 35.000 woningen moeten worden verbeterd. Afbeelding 2.1 toont de omgevingsvisiekaart voor het stedelijk gebied van Rotterdam. Hierin zijn de belangrijkste ontwikkelingsrichtingen aangegeven, op basis van de perspectieven en hoofdkeuzes uit de omgevingsvisie.
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
10
Afbeelding 2.1: Omgevingsvisiekaart stedelijk gebied (bron: Omgevingsvisie Rotterdam, december 2021). Het plangebied is wit omcirkeld.
Voorliggend plangebied is op de visiekaart aangeduid als locatie voor verdichting binnen de bestaande stad nabij hoogwaardig openbaar vervoer, en als (ontwikkelingslocatie voor een) stedelijk centrum. Met de voorgenomen ontwikkeling van de realisatie van een nieuw woongebouw met in de plint commerciële en/of maatschappelijke functies wordt een stedelijke verdichting gerealiseerd. Door de toevoeging van circa 128 woningen wordt de woonfunctie van het gebied uitgebreid, waarbij in de plint ruimte is voor voorzieningen. De ontwikkeling draagt bij aan de verdere ontwikkeling van het Motorstraatgebied. Zodoende geeft de ontwikkeling in de eerste plaats invulling aan het perspectief van de compacte stad. Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020 en Thuis in Rotterdam - Addendum Woonvisie Rotterdam 2030 De woonvisie is vastgesteld op 15 december 2016 door de Rotterdamse gemeenteraad. Het addendum is in mei 2019 vastgesteld. De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad.
In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld. Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: • de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen; • te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; en • woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid. Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: • een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad; • ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden; en • energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen.
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
11
De basis op orde houden door: • het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; • betaalbaarheidproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk; • goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken; • toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt; en • woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning. De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. De Woonvisie is een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambitie van de Stadsvisie te helpen realiseren. In mei 2019 is een Addendum op de Woonvisie vastgesteld, 'Thuis in Rotterdam'. De ambities uit de Woonvisie 2030 blijven daarin de leidraad, wel zijn er enkele wijzigingen doorgevoerd aansluitend bij actuele ontwikkelingen. De belangrijkste actualiteiten op het gebied van groei van de woningvoorraad en aantrekkelijke woonmilieus is de voortgang op de Woonvisie. Besloten is de Woonvisie 2030 op basis van het Coalitieakkoord ‘Nieuwe energie voor Rotterdam’ aan te passen op de onderdelen voorraadontwikkeling en duurzaamheid in de vorm van een Addendum en een Agenda 2022.
Zo zijn in het Addendum aanpassingen doorgevoerd door in te zetten op het versnellen van de woningvoorraadontwikkeling, energiezuinig en milieuvriendelijk wonen bevorderen, en zijn er nieuwe en aangescherpte korte termijnacties in een Agenda 2022 opgenomen. In het Addendum op de woonvisie ‘Thuis in Rotterdam’ zijn de aangepaste acties uit de Agenda 2022 opgenomen. Om de ambities voor de korte termijn te concretiseren, heeft de gemeente in relatie tot de geformuleerde ambities en doelstelling een agenda geformuleerd voor de komende vijf jaar. De nieuwe acties vloeien voort uit de situatie op de woningmarkt, een nieuw college, nieuwe instrumentontwikkeling, landelijke ontwikkelingen in wet- en regelgeving en acties naar aanleiding van de behandeling van de Begroting 2019. Het nieuwbouwprogramma aan zelfstandige woningen zal tot 2030 een stuk groter moeten zijn dan 30.000 woningen. Uitgaande van een vervangingsopgave van 10.900 zelfstandige woningen tot en met 2030, zorgt de gemeente er voor dat er in 2030 in totaal 42.000 woningen zijn bijgekomen als gevolg van nieuwbouw. Met de voorgenomen ontwikkeling van circa 128 appartementen wordt invulling gegeven aan de doelstelling uit (het Addendum op) de Woonvisie om gericht nieuwe woningen toe te voegen. De nieuwbouw zal aansluiten op het Motorstraatgebied waardoor een aantrekkelijk nieuw woonmilieu gerealiseerd wordt.
Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 – 2030+ (februari 2017) en Rotterdamse Mobiliteit Aanpak (februari 2020) Het Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 – 2030+ geeft richting aan de wijze waarop de Rotterdamse mobiliteit zich op de lange termijn ontwikkelt (2030+) en welke keuzen de gemeente maakt. Vanuit de Rotterdamse Mobiliteitsagenda zijn er een drietal vertrekpunten voor het Stedelijk Verkeersplan: • De groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035; • De economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie; • De stedelijke mobiliteitstransitie naar meer fiets- en OV-gebruik. Rotterdam ontwikkelt zich en groeit. De Rotterdamse MobiliteitsAanpak (RMA) is een aanpak om te werken aan een betere bereikbaarheid van de groeiende stad. De RMA is een uitwerking van bestaand beleid voor mobiliteit zoals geformuleerd in het Stedelijk Verkeersplan Rotterdam (SVPR) en de OV-visie 2040. Daarnaast geeft de RMA invulling aan diverse kernopgaven van de Rotterdamse Omgevingsvisie. In dit plan is ruim voorzien in fietsenbergingen. Daarnaast worden de woningen nabij ov-knooppunt Zuidplein gerealiseerd, waardoor het gebruik van het openbaar vervoer gestimuleerd wordt. Welstandsnota Rotterdam Het welstandsbeleid is op 11 oktober 2012 door de gemeenteraad vastgelegd in de ‘Welstandsnota Rotterdam’.
Op de kaart Welstandsniveaus behorende bij deze nota is aangegeven welk welstandsregime van toepassing is: vrij, regulier of bijzonder. De als bijzonder aangemerkte gebieden en structuren zijn van bijzonder belang voor Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
12
de stad Rotterdam. Deze gebieden worden in de Welstandsnota apart beschreven en er is een uitgebreider welstandsbeleid op van toepassing. Dan zijn er de gebieden waar geen welstandstoets zal plaatsvinden: de welstandvrije gebieden. Voor de overige gebieden geldt het welstandsniveau regulier. Naast de welstandskaart met de verschillende niveaus, zijn in een afzonderlijke kaart de verschillende gebiedstypen aangegeven. Elk gebiedstype heeft eigen karakteristieken en kenmerken. Hierdoor zijn er per gebiedstype verschillende welstandsregels (aanvullende gebiedscriteria) van toepassing. Uit afbeelding 2.2 valt op te maken dat het plangebied binnen het welstandsniveau ‘ontwikkeling’ valt (groen). In de gebiedstypenkaart is het plangebied aangeduid als ‘stedelijke knooppunten’. Gelet op het voorgaande wordt het voorliggende bouwplan bij de aanvraag van de omgevingsvergunning getoetst aan de welstandscriteria voor het gebiedstype ‘stedelijke knooppunten’.
Afbeelding 2.2: Uitsneden welstandskaart ‘welstandniveaus’ (links; het plangebied is zwart omcirkeld) en welstandskaart ‘gebiedstypen’ (rechts; het plangebied is wit omcirkeld).
Argumentatie en conclusie gemeentelijk beleid ten aanzien van dit bestemmingsplan De gemeente Rotterdam heeft in 2021 een ontwikkelvisie voor het Motorstraatgebied opgesteld. De voorgenomen ontwikkeling draagt bij aan de ambities genoemd in deze ontwikkelvisie. De woningen dragen bij aan de wens om in dit gebied 700 woningen te realiseren. Tevens dragen de voorzieningen in de plint bij aan het creëren van een aantrekkelijk woonmilieu.
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
13
3. Beschrijving van het plangebied 3.1
Archeologie
Beleidskader Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP’s), die opgenomen zijn in de gemeentelijke archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese ‘Verdrag van Malta’ is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureauonderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.
De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen. Onderzoek In het vigerende bestemmingsplan ‘Motorstraatgebied’ is aan de percelen de archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ toegekend. In de bijbehorende bestemmingsregeling is bepaald dat voor een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport van een archeologisch deskundige moet worden overlegd, waarin de archeologische waarde van het terrein in voldoende mate is vastgesteld. Ook wordt een vergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden pas verleend nadat een dergelijk rapport is overlegd. Dit geldt voor bouwwerken c.q. werkzaamheden die dieper reiken dan 1,5 m beneden maaiveld en tevens een terreinoppervlak groter dan 200 m2 beslaan. De grondroerende werkzaamheden bestaan uit de bouw van een (vooral) appartementencomplex op de locatie Korpershoek tussen de Cilinderstraat en de Dynamostraat in Rotterdam. De footprint van het complex bedraagt zo’n 1500 m2. Onder het appartementencomplex komt een kelder met parkeervoorzieningen met een oppervlakte van zo’n 500 m2. De vloer van de kelder wordt op een diepte van zo’n 3,6 m – maaiveld geconstrueerd.
Onder de huidige bebouwing is geen ondergrondse parkeergarage aanwezig. Vestigia heeft een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd voor het plangebied, zie bijlage 8. Tevens is advies ingewonnen bij Archeologie Rotterdam (BOOR). De beoordeling is opgenomen als bijlage 9. Het bovenstaande maakt duidelijk dat de verstoringsmarges van oppervlakte en diepte van het bestemmingsplan bij de nieuwbouw worden overschreden. De bouwwerkzaamheden vormen daarmee een bedreiging voor eventueel in de ondergrond aanwezige archeologische waarden. Archeologie Rotterdam acht een archeologisch vooronderzoek op de locatie Korpershoek noodzakelijk. Het archeologisch vooronderzoek wordt na de sloop van de bestaande bebouwingen uitgevoerd. Wel is voorafgaand aan het vooronderzoek een Plan van aanpak opgesteld, zie bijlage 10. Conclusie Na de sloop van de bestaande bebouwing wordt een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek, zullen (wanneer benodigd) de juiste maatregelen toegepast worden. Bij ‘toevalsvondsten’ tijdens de werkzaamheden dient op basis van de Erfgoedwet het BOOR (Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam) geïnformeerd te worden.
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
14
3.2
Stadsgezichten en Monumenten
Beleidskader De gemeente Rotterdam kent een groot aantal panden en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd. Voor de bescherming wordt gebruik gemaakt van bestaand instrumentarium – Erfgoedwet (2016) en Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Daarnaast krijgen rijks beschermde stadsgezichten, wederopbouwaandachtsgebieden en beeldbepalende panden op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan de dubbelbestemming “Waarde – Cultuurhistorie”. Rijksmonumenten (RM) en Gemeentelijke monumenten (GM) Een rijks- of gemeentelijk monument kan zijn een gebouw, water, terrein of een ander object dat van nationaal belang is, of van algemeen belang voor Rotterdam is (gemeentelijk monument), vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Dit is vastgelegd in respectievelijk de Erfgoedwet (2016) en de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel buiten als van binnen. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning. Beschermde stadsgezichten (BS) Rotterdam kent door haar stedelijke omgeving alleen beschermde stadsgezichten. Een beschermd stadsgezicht is een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, onderlinge ruimtelijke structurele samenhang of wetenschappelijke waarde.
De bescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en op een samenhangend geheel van straten en bebouwing. Het gaat om gebieden van voor 1945. Na aanwijzing van een beschermd stadsgezicht dient er binnen twee jaar een bestemmingsplan beschikbaar te zijn waarin de historische kwaliteiten en de relatie tot eventuele toekomstige ontwikkelingen vastliggen. Wederopbouwaandachtsgebieden Naast de van rijkswege beschermde stadsgezichten kent Rotterdam twee wederopbouwaandachtsgebieden van nationaal belang. Verder heeft de gemeente in de binnenstad een aantal wederopbouwaandachtsgebieden met een waardevolle samenhang tussen het stratenplan, de invulling van de bouwblokken en de architectuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden hoe deze historische kwaliteiten kunnen worden behouden. Betreffende gebieden hebben geen wettelijke bescherming. Beeldbepalende objecten (BO) In Rotterdam is een groot aantal gebouwen te vinden die geen status hebben als monument, maar wel cultuurhistorisch waardevol zijn, zogenaamde beeldbepalende objecten. Voor deze panden geldt geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich wel in om de waarden van deze panden te behouden. Onderzoek Binnen het bestemmingsplangebied is geen beschermd stadsgezicht gelegen. Tevens zijn binnen het bestemmingsplangebied geen monumenten en/of beeldbepalende objecten gelegen.
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
15
4.
Planbeschrijving
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de bestaande situatie, het huidige gebruik van de omgeving en de beoogde nieuwe situatie.
4.1
Huidige situatie
Het voorliggende plangebied is gelegen aan de Cilinderstraat en de Dynamostraat, die onderdeel uitmaakt van het Motorstraatgebied. De locatie is kadastraal bekend als: Gemeente Charlois, sectie I, nummers 453, 560, 773 en 1541 (ged.). Binnen het plangebied bevinden zich op dit momenteel bedrijfsbestemmingen. Het betreft een garagebedrijf en een autoverhuurbedrijf inclusief trafo.
Afbeelding 4.1: Steetview foto van het plangebied (bron: Google)
4.2
Projectbeschrijving
De huidige bedrijven worden gesloopt. Hiervoor komt een appartementengebouw in de plaats met in de plint circa 430 m2 commerciële en/of maatschappelijke functies. Vanaf de tweede verdieping zijn circa 128 appartementen voorzien. De appartementen worden circa 40 m2 tot circa 65 m2 groot. Parkeren vindt plaats in de parkeerkelder, op de begane grond en op de eerste verdieping. Op de begane grond en op de eerste verdieping is verder ruimte voorzien voor een fietsenstalling. Een deel van het nieuwe gebouw krijgt 8 verdiepingen met een bouwhoogte van circa 24 meter. Het andere deel zal bestaan uit 10 verdiepingen met een bouwhoogte van circa 30 meter. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de massastudie opgenomen waarbij alle verdiepingen zichtbaar zijn. Voor de huidige weg in het plangebied (Dynamoblok – Fase 1) wordt een onderdoorgang door het nieuwe gebouw gerealiseerd. Voor voorliggend plan is een (concept) Nota van Uitgangspunten opgesteld. In de Nota van Uitgangspunten staan belangrijke zaken om tot realisatie van een bouwplan te kunnen komen. In het document staan de uitgangspunten omschreven waaraan bouwplannen van ontwikkelaars en particuliere opdrachtgevers moeten voldoen.
Het document wordt gebruikt als toetsingskader, bijvoorbeeld wanneer een ontwikkeling niet in het bestemmingsplan past en/of om gemeentelijke ambities, bijvoorbeeld programma en beeldkwaliteit te borgen wanneer de gemeente aan gronduitgifte doet.
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
16
Tenslotte zorgt het opstellen van uitgangspunten ervoor dat de inbreng van de verschillende vakafdelingen (Stedenbouw, Wonen, Planologie, Landschap, Duurzaamheid, Mobiliteit) is afgestemd. De Nota van Uitgangspunten wordt vastgesteld en is daarmee het bestuurlijk bekrachtigde kader voor ontwikkeling van bouwplannen. De Nota van Uitgangspunten is opgenomen als bijlage 3. De voorgenomen ontwikkeling voldoet aan de randvoorwaarden zoals opgenomen in de Nota van Uitgangspunten.
Afbeelding 4.2: massastudie van de negen verdiepingen
4.3
Juridische planbeschrijving
4.3.1
Inleiding
Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd. 4.3.2
De opzet van de planregels
De regels bestaan uit vier hoofdstukken: • Inleidende regels (hoofdstuk 1); • Bestemmingsregels (hoofdstuk 2); • Algemene regels (hoofdstuk 3); • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4). De regels zijn in overeenstemming met de gemeentelijke standaard. Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende bestemmingen. Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard die worden gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
17
artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Tevens zijn, waar mogelijk, flexibiliteitsbepalingen opgenomen. Onder de bestemmingsomschrijving is aangegeven voor welke functies de gronden bestemd zijn. Voor sommige functies is een functieaanduiding opgenomen op de verbeelding. In de bouwregels zijn de bebouwingsmogelijkheden bepaald. Voor de bebouwing zijn bouwvlakken op de verbeelding aangegeven. De bebouwing dient in principe binnen het bouwvlak gesitueerd te zijn. Hieronder wordt kort ingegaan op de verschillende bestemmingen. Gemengd Binnen de bestemming “Gemengd” zijn woningen op de eerste en hoger gelegen verdiepingen toegestaan. Daarnaast zijn bedrijfsactiviteiten uit categorie 1 en 2 en dienstverlening op de begane grond mogelijk. Voor de onderdoorgang is een aanduiding “specifieke bouwaanduiding – onderdoorgang” opgenomen. Binnen deze bestemming zijn parkeervoorzieningen ook mogelijk. Verkeer – Wegverkeer De hoofdwegen in het plangebied hebben de bestemming "Verkeer - Wegverkeer" gekregen.
Binnen de bestemming “Verkeer – Wegverkeer” worden onder andere voorzieningen ten behoeve van wandelen en verblijven, zoals trottoirs, paden en trappen toegestaan. Algemene regels In dit hoofdstuk worden, in aanvulling op de bestemmingsbepalingen, aanvullende regels gesteld. Overige regels Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - akoestiek' moet een geluidafschermende voorziening opgericht worden en in stand worden gehouden waarvan de hoogte van de geluidafschermende voorziening minimaal de hoogte bedraagt van de nieuwe aangrenzende bebouwing. Met een akoestisch onderzoek kan afgeweken worden van de situering, hoogte en/of afmetingen. Wanneer de bedrijfsvoering aan de Dynamostraat 27 is beëindigd en geen nieuwe bedrijfsvoering mogelijk wordt gemaakt, is een geluidafschermende voorziening niet meer verplicht. Anti-dubbeltelregel In deze regel is vastgelegd dat grond die in aanmerking moest worden genomen bij het verlenen van een omgevingsvergunning, waarvan de uitvoering heeft plaatsgevonden of alsnog kan plaatsvinden, bij de beoordeling van een andere aanvraag om omgevingsvergunning niet opnieuw in beschouwing mag worden genomen. Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal algemene regels opgenomen met betrekking tot het bouwen.
Zo staan in artikel 7.1 regels met betrekking tot parkeren (zoals de parkeernorm) en bevat artikel 7.2 een bepaling omtrent de afdekking van gebouwen. Algemene afwijkingsregels Dit artikel is een aanvulling op de specifieke afwijkingsregels uit de bestemmingen. In het artikel is een aantal algemene afwijkingen opgenomen, dat met een ‘reguliere omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan’ kan worden verleend. Het betreft een standaardregeling die het mogelijk maakt om bij de uitvoering van bouwplannen beperkte afwijkingen van het plan bij een omgevingsvergunning mogelijk te maken. Het gaat bijvoorbeeld om een geringe overschrijding van de toegestane bouwhoogte of het mogelijk maken van de bouw van bouwwerken voor het openbaar nut in het openbare gebied.
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
18
Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 4.3.3
Geometrische plaatsbepaling / verbeelding
Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een GBKN-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden (en in dit geval ook wateren) een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.
Bestemmingsplan ‘Dynamoblok – Fase 1’ Toelichting - Ontwerp
19
5.
Toetsing aan omgevingsaspecten
In de volgende paragrafen worden de omgevingsaspecten behandeld die binnen de ruimtelijke ordening, en daarmee dus ook voor dit bestemmingsplan, van belang zijn. Veel aandacht gaat daarbij uit naar de milieuaspecten, aangezien de beleidsvelden milieu en ruimtelijke ordening de laatste decennia steeds meer naar elkaar toe zijn gegroeid. Het milieubeleid stelt randvoorwaarden aan ruimtelijke ontwikkelingen en is primair bedoeld om een zo optimaal mogelijke leefomgeving te realiseren. Rotterdam is een compacte stad. Compact bouwen biedt aan de ene kant grote voordelen voor milieu en duurzaamheid op een hoger schaalniveau (minder mobiliteit, minder aantasting van natuur en landelijk gebied). Aan de andere kant kan door compact bouwen de milieubelasting in de stad toenemen; dit wordt de paradox van de compacte stad genoemd. Rotterdam moet bovenal een leefbare stad zijn. Een woonomgeving met weinig milieuhinder is één van de aspecten die de leefbaarheid bepalen naast bijvoorbeeld bereikbaarheid en sociale veiligheid. Het milieubeleid in Rotterdam is erop gericht om ondanks de verdichting en intensivering van de stad toch de milieubelasting terug te dringen. Duurzame ontwikkeling is daarin een cruciale factor.
Gestreefd wordt naar een goede balans tussen sociale (people), ecologische (planet) en economische (profit) belangen bij het nemen van beslissingen en het uitvoeren van activiteiten. Deze ambities zijn vastgelegd in het zogenaamde Programma Duurzaam.
5.1
M.e.r.-beoordeling
Het voorkómen van aantasting van het milieu is van groot maatschappelijk belang. Het is daarom zaak om het milieubelang volwaardig in de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk vorm aan te geven is het instrument milieueffectrapportage of te wel m.e.r. ontwikkeld. De m.e.r.-beoordeling is een instrument met als hoofddoel het milieubelang volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Het voornemen bestaat om de bestaande bebouwing binnen het plangebied te slopen om plaats te maken voor nieuwbouw. In de plint worden commerciële en/of maatschappelijke functies voorzien. Op de bovenliggende verdiepingen zijn appartementen voorzien. De ontwikkeling kan worden aangemerkt als een stedelijk ontwikkelingsproject zoals voorkomend in de eerste kolom van de D-lijst horende bij het Besluit m.e.r. (categorie 11.2). Hoewel de verschillende drempelwaardes (kolom 2) niet worden overschreden, dient evenwel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden opgesteld. Dit dient plaats te vinden aan de hand van drie criteria: • • •
Kenmerken van het project; Plaats van het project; Kenmerken van het potentiële effect.
Dit kan niet meer uitsluitend in de vorm van een paragraaf in de toelichting. Er is een ‘aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling’ benodigd. Deze wordt opgenomen als bijlage 4. Er dient hierover door de gemeente een apart besluit genomen te worden.