[24bb002719] Afschrift brief wijkraad Bloemhof met ongevraagd advies over Rol Gemeente, Overheden en grondbeleid bij bodemdaling
Tekst van het document
5. Kosten van het stedelijk watersysteem
Inkomsten uit de rioolheffing dekken de kosten voor de rioleringszorg in Rotterdam. Alle woningeigenaren en bedrijven ontvangen jaarlijks een aanslag voor de riool heffing. Daarvan betalen we het beheer en onderhoud van de riolering. En we voeren maatregelen uit voor het in stand houden van een robuust en klimaatbestendig rioolstelsel. Nu en in de toekomst.
Jaar
De totale begrote lasten bedroegen in 2020 € 67 miljoen, exclusief BTW. De grootste kostenposten zijn het vervangen van de bestaande riolering en de exploitatielasten voor onderhoud, inspectie en dergelijke. De gemeente Rotterdam schrijft de jaarlijkse vervangingsinvesteringen voor de vrijvervalriolering in één keer af. Dat voorkomt dat er rente wordt berekend over kosten die vooruitgeschoven worden. Voor de uitvoering van veertig kilometer rioolvervanging én het beheersbaar houden van riooltarief, maakte het college in 2015 de keuze om een deel van de jaarlijkse investering direct uit de rioolheffing te betalen en het andere gedeelte tijdelijk te lenen, met de intentie dit bedrag weer zo snel mogelijk af te lossen. We hanteerden daarbij de volgende strategie: • Een geleidelijke tariefsverhoging. We verhoogden jaarlijks het tarief tussen 2016 en 2020 met vijf euro – dit is exclusief de inflatiecorrectie. Zie Tabel 6. Het tarief aan het eind van de planperiode van het GRP4 in 2020 bedraagt € 215,90, (prijspeil 2020); • Daarbij gingen we uit van een jaarlijkse tariefverhoging van het riooltarief, zoals aangegeven in GRP4, vanaf 2021. De verhoging met eers vier procent loopt uit eindelijk op naar zes procent per jaar. In 2027 bereiken we dan het maximale tarief van € 292,37 (prijspeil 2015). In de periode 2027 tot en met 2036 blijft het tarief gelijk.
Vanaf 2037 kan het tarief dan weer licht dalen; • De lening lossen we zo snel mogelijk weer af. Dat kan door de geleidelijke toename van het tarief en de rioolbaten. Door de snelle aflossing betaalt de gemeente Rotterdam weinig rentelasten. Er is dus geen afschrijving en er zijn geen rentelasten over dertig jaar. Het opgebouwde deel dat niet uit het tarief betaald werd tussen 2016 en 2023, is in 2037 volledig afgelost; • Deze systematiek past binnen het ‘Besluit begroting en verantwoording’ – oftewel: de financiële gemeentelijke spelregels; hiermee hanteren we zoveel mogelijk het uitgangspunt de lasten niet door te schuiven naar de toekomst. Stand van zaken De tariefsverhoging van de rioolheffing vond plaats conform de strategie zoals die is opgenomen in het GRP. Dat komt neer op een jaarlijkse verhoging van vijf euro – exclusief inflatiecorrectie – per huishouden. De lasten voor ver vanging van bestaande riolen en de instandhouding van het robuuste rioolstelsel vormen de grootste kostenpost.
2016
2017
2018
2019
2020
Tariefontwikkeling conform GRP4 (exclusief inflatiecorrectie, cpi)
183,90
188,90
193,90
198,90
203,90
Werkelijke tariefontwikkeling (inclusief inflatiecorrectie)
183,60
189,90
198,20
207,80
215,90
Tabel 8 Ontwikkeling van de rioolheffing (in euro) per huishouden in de planperiode 2016 – 2020
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
70
Bijlagen
Bijlage 7 Samenwerkingsverbanden Samenwerking binnen de gemeente De ontwikkeling en het beheer van de stad zijn onlos makelijk met elkaar verbonden. Water is daarbij ordenend voor de stedelijke ontwikkeling. Het bepaalt mede de kwaliteit van de leefomgeving. Denk aan de kwaliteit van het oppervlaktewater en adaptatiemaatregelen. Bovendien zorgt een goede afvoer en verwerking van water voor een gezonde leefomgeving. Samenwerking tussen stadsontwikkelaars en stadsbeheerders is daarom essentieel. Deze samenwerking vindt plaats op verschillende manieren. Enerzijds door gezamenlijke visie- en planvorming, zoals de programma’s Rivieroevers en het Rotterdams Weerwoord. Anderzijds: via inrichtingsplannen voor buitenruimte. Maar ook op uitvoerend niveau door het gezamenlijk opstellen van onderhoudsplannen voor de openbare ruimte voor de verschillende Rotterdamse gebieden. Samenwerking met overheden Het Rijk, provincies, waterschappen, gemeenten en drinkwaterbedrijven hebben elk hun taken en verantwoordelijkheden op het gebied van waterbeheer. Alle stakeholders werken intensief samen.
De belangrijkste samenwerkingsverbanden en deelnames van Rotterdam zijn de volgende: • Overleggen Water & Klimaat met drie Rotterdamse waterschappen, gemeente Capelle aan de IJssel en waterbedrijf Evides • Vervolg samenwerking na het Programma Rotterdamse Samenwerking Afvalwaterketen (RoSA) • Het Rotterdams Weerwoord (Klimaatadaptatie in brede zin) • (Nationale) Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en Rijnmond-Drechtsteden over de klimaatadaptatie op regionale/nationale schaal • Nationale Klimaatadaptatiestrategie (NAS) • City Deals • Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) • Nationaal kennis- en innovatieprogramma water en klimaat (NKWK) • Het Havenbedrijf Rotterdam Samenwerking met professionele, private organisaties Het waterbeheer in de stad raakt de verantwoordelijkheden en het eigendom van professionele, private organisaties. Denk aan eigenaren van nutsinfrastructuur en woning corporaties. Het afstemmen van zowel nieuwe aanleg als onderhoudsplannen is nodig om een bereikbare stad te houden en effectief met financiële middelen om te gaan. Deze afstemming vindt plaats via de Stedelijke programmering openbare ruimte, het Programma Overleg Buitenruimte (POB) en ook op projectniveau. Onder de vlag van het Rotterdams Weerwoord werken diverse organisaties samen aan een klimaatbestendig Rotterdam. Zowel de bijkomende opgaven als de aanpak en maatregelen staan hierbij voorop.
De samenwerking gaan uit van gelijkwaardigheid. De inbreng van elke organisatie is van even groot belang en onmisbaar voor een goed resultaat. We maken gebruik van nieuwe vormen van samenwerking en interactie.
Met name klimaatadaptatie in de stad legt kennishiaten bloot. Ook de doorgaande digitalisering en het beschikbaar komen van nieuwe technologieën stellen water beheerders voor nieuwe vraagstukken. Daarom werken we structureel samen met kennis-, onderzoeks- en onderwijsorganisaties binnen en buiten Rotterdam. Een voorbeeld is de samenwerking in het kennisprogramma Urban Drainage van de Technische Universiteit Delft. We werken daarnaast samen in programma’s en projecten met de Hogeschool Rotterdam, Erasmus Universiteit en de Wageningen niversiteit. U Samenwerking met bewoners, ondernemers en organisaties in de wijk Het stedelijk waterbeheer staat ten dienste van de bewoners, bedrijven en organisaties van Rotterdam. Er is veel kennis en ervaring over het stedelijk watersysteem aanwezig bij professionele overheidsorganisaties. Maar de opgaven waar Rotterdam voor staat – met name door de klimaatverandering – vragen om een veel intensievere samenwerking met de inwoners en bedrijven. Bijdragen van particulieren zijn van belang voor de aanpak van stedelijke opgaven op het gebied van vergroening, de verwerking van hemelwater en het sluiten van de waterkringloop. Eigenaren krijgen daarom meer verantwoordelijkheden. Het aanpassen aan de klimaatverandering is alleen mogelijk als de private ruimte ook zoveel mogelijk benut wordt voor noodzakelijke maatregelen.
Gemeente Rotterdam en waterschappen stimuleren dat onder andere met specifieke financiële stimuleringsregelingen. De gemeente zoekt al in een vroeg stadium actief de samenwerking op met bewoners, ondernemers en organisaties in de wijk. Deze samenwerking begint al bij het maken van plannen en gaat door tot en met de daadwerkelijke uitvoering van maatregelen. De gemeente doet dat via het uitgebreide netwerk dat zij heeft in de wijken. Met name de wijkconciërges en de wijkregisseurs van stadsbeheer, de wijknetwerkers en wijkmanagers van de gebiedsorganisatie en de bedrijfs contactfunctionarissen van stadsontwikkeling kennen de betrokken bewoners, ondernemers en organisaties goed. Ook bij de voorbereiding en uitvoering van reguliere onderhoudsprojecten betrekken we, meer dan voorheen, particulieren. Zij beschikken over vaak waardevolle kennis over de plek waar ze wonen. Op deze manier levert de wijk een bijdrage aan planvorming, communicatie en uitvoering vanuit het perspectief van de wijk. Samenwerking met Evides Het waterbedrijf is eigenaar en beheerder van de drink waterinfrastructuur. Het gaat daarbij in hoofdzaak om pompstations, transportleidingen – met appendages – en distributieleidingen. Voor een goed beheer van de infrastructuur is duidelijke afstemming van werkzaamheden met de gemeente van groot belang.
Tevens liggen bij incidenten zoals leidingbreuken leidingen vaak in elkaars invloedssfeer.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025 Bijlagen
De gemeente en Evides weten elkaar steeds vaker te vinden in de zoektocht naar toepassingen van hemelwater. De Urban Waterbuffer in Spangen is een mooi resultaat van dat contact. Evides verzorgt het beheer van de installatie en de levering van het water.
Colofon Van buis naar buitenruimte Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025 Oktober 2020 Stadsbeheer Rotterdam, afdeling Water Samenstelling en redactie Stadsbeheer, team Water Strategie en Ontwikkeling Ingenieursbureau Rotterdam, team Stedelijk water en geotechniek Vormgeving Publiquest, Leene Communicatie Fotografie Pagina 1 (voorkant) en 42: Marc Nolte Pagina 4, 8, 10, 11, 16, 20, 23, 27, 32, 36, 39, 45, 47, 51, 54 en 58: Eric Fecken Pagina 17 en 40: David Rozing Pagina 30: Peter Schmidt
www.rotterdam.nl/waterloket
71
Herijking beleid (grond)uitgiftepeilen in buitendijks gebied Beleid en onderbouwing
Datum Januari 2018
Versie Definitief
Opgesteld door: Stadsbeheer, Afdeling Water:
Stadsontwikkeling, I-bureau:
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
2 van 36
Managementsamenvatting Aanleiding De gemeente Rotterdam is bij ruimtelijke ontwikkelingen in buitendijks gebied verantwoordelijk voor de afweging van overstromingsrisico’s. Via het zogeheten ‘uitgiftepeilenbeleid’ kan de gemeente deze risico’s beheersen. Het mandaat voor afgeven van gronduitgiftepeilen (‘hoogte van de weg’) ligt bij de directeur Buitenruimte van Stadsbeheer. In de huidige situatie is het uitgiftepeilenbeleid – naast risicocommunicatie – een van de weinige instrumenten die de gemeente tot haar beschikking heeft om de overstromingsrisico’s te beïnvloeden. Omdat de oude methodiek van de afleiding van uitgiftepeilen leidden tot overmatige risicobeperking, dure investeringen en grote verscheidenheid aan uitgiftepeilen is een beter onderbouwd en veel praktischer toepasbaar beleid opgesteld voor de uitgiftepeilen op basis van de laatste inzichten rond waterveiligheid. Deze inzichten komen voort uit de Rotterdamse adaptatiestrategie (Rotterdam Climate Proof, 2013) en het Nationale Deltaprogramma (2015). Differentiatie in veiligheid: basis en basis+ peil Het nieuwe beleid gaat uit van een onderscheid in een basis en een basis+ uitgiftepeil (maaiveldhoogte t.o.v. NAP) in buitendijks gebied. Het basispeil is bedoeld voor reguliere, niet kwetsbare functies en is lager dan het basis+ peil.
Het basis+ peil geldt voor kwetsbare functies (zoals nutsvoorzieningen, risicovolle bedrijven) waarbij overstroming effecten kan sorteren die de omgeving cq maatschappij kunnen raken en niet alleen de functie op zichzelf. Dit basis+ peil ligt hoger waardoor er meer veiligheid tegen overstroming wordt geboden ten opzichte van het basispeil. Door de aanwezigheid van stormvloedkeringen in het riviersysteem (Maeslant- en Hartelkering) is het tevens noodzakelijk om onderscheid te maken tussen peilen voor (zeekant) en achter de stormvloedkeringen. In tabelvorm ziet het nieuwe beleid er als volgt uit: Uitgiftepeil
Buiten de stormvloedkering
Achter de stormvloedkering
Basis+ niveau
NAP + 5,50
NAP + 3,90
Basisniveau
NAP + 5,10
NAP + 3,60
Ongeacht dit uitgiftepeilenbeleid: er geldt altijd een ‘eigen risico’ voor de gebruiker voor de gevolgen van een overstroming.
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
3 van 36
Figuur: Basis en Basis+ beschermingsniveaus (uitgiftepeilen) voor (paars) en achter (roze) de stormvloedkeringen
Verplicht maar wel flexibel Het uitgiftepeil is in beginsel verplicht voor alle nieuwe ontwikkelingen in het buitendijks gebied. Bijstellen of afwijken van de uitgiftepeilen is echter altijd mogelijk indien: 1) dat nodig blijkt te zijn op basis van nieuwe kennis (bijvoorbeeld nieuwe klimaatscenario’s of andere zichttermijnen voor ruimtelijke functies zoals in het havengebied); 2) dat onderbouwd en/of bevestigd is door gebruikers en zij de overstromingsrisico’s volledig voor eigen rekening (kunnen) nemen en er geen nadelige gevolgen zijn voor de omgeving; 3) er (geborgde) alternatieven worden geboden om overstromingsrisico’s afdoende te kunnen beheersen. Denk aan het meenemen van overstromingsrisico’s in milieuvergunningen door de vergunningverlener, of het aanpassen van calamiteitenplannen of kwetsbare onderdelen van bedrijven. Ook kunnen nieuwe inzichten vanuit de Strategische agenda Buitendijks (Deltaprogramma) leiden tot wijzigingen of gebiedsspecifieke aanpakken (zoals bv de Voorkeursstrategie Botlek die in 2017 is opgesteld). 4) er in de praktijk in de omgeving van het ontwikkelgebied actuele, hogere uitgiftepeilen gelden (hierdoor blijft aansluiting op de bestaande buitenruimte behouden). Indien wordt afgeweken van het uitgiftepeil voor het maaiveld blijft de verplichting overeind staan om onroerende zaken ‘waterdicht’ te maken tot het basis of basis+ peil.
Dit is onder andere noodzakelijk om aan het provinciale beleid (eis t.a.v. slachtofferrisico te voldoen) te voldoen. Alternatieven dienen in beginsel overlegd te worden met de gemeente (uitgiftepeilencommissie). In geval de wens bij
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
4 van 36
initiatiefnemers bestaat om onroerende zaken niet ‘waterdicht’ te maken dan dient dit door initiatiefnemer met de Provincie Zuid-Holland te worden besproken.
Motivatie Er zijn verschillende argumenten voor de gemeente om voor deze standaardisatie van uitgiftepeilen te kiezen: •
•
•
•
•
Het biedt veiligheid: de overstromingskansen bij deze peilen zijn zeer laag, waardoor de buitendijkse stad en haven internationaal tot de veiligste deltagebieden blijven behoren (overstromingskansen in het jaar 2100 zijn minimaal 1:1.000 bij basis en 1:4.000 bij basis+). Hoge maatstaven zijn belangrijk omdat een groot deel van de Rotterdamse bevolking (40.000 inwoners) buitendijks woont, de haven één van de motoren van de Nederlandse economie betreft en zeer kapitaalintensieve bedrijven herbergt. Er is sprake van gedifferentieerde veiligheid (vitale en kwetsbare voorzieningen worden beter beschermd) en overal geldt een basisveiligheid voor de mensen (slachtofferrisico van 10-5/jaar). Daarmee voldoet het aan het provinciale beleid voor buitendijks bouwen. Het is goed voor het investeringsklimaat: er zijn minder ophoogkosten voor ontwikkelaars en gemeente t.o.v. het oude uitgiftepeilenbeleid op basis van advieshoogten van Rijkswaterstaat (3.90 - 4.10 versus 3.60m+NAP voor het basisniveau). Met name het westelijke deel van het havengebied ligt gemiddeld al vrijwel op het basispeil. Hier zijn veelal objectgerichte maatregelen nodig om vitale en kwetsbare functies beter te beveiligen. Van ophoging is vooral sprake in de oostelijke buitendijkse gebieden (haven en stad) die van oudsher lager liggen.
Het is organisatorisch beter beheersbaar: via ophoging is de strategie gebaseerd op ‘preventie’ waarmee voorkomen wordt dat de kosten van crisisbeheer drastisch gaan stijgen in de toekomst. Hoogwater treedt onregelmatig op en het Rotterdamse buitendijks gebied is simpelweg te groot om te vertrouwen op een strategie van crisisbeheersing. Het is klimaatadaptief en robuust: het houdt rekening met gemiddelde zeespiegelstijging en waar mogelijk met aanpassingen in het riviersysteem vanuit het Deltaprogramma (op lange termijn). Het vormt daarmee een belangrijke basis voor de Rotterdamse adaptatiestrategie (kader Rotterdam Climate Proof). Het stimuleert en geeft duidelijkheid over de verdeling van verantwoordelijkheden: uitgiftepeilen zijn goed onderbouwd en verplicht voor nieuwbouw. Het beleid stimuleert andere partijen om eigen verantwoordelijkheden op te pakken en maatregelen door te voeren (naast bewoners, ontwikkelaars en bedrijven ook partijen als Havenbedrijf, DCMR).
Gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat bij de toepassing van het uitgiftepeilenbeleid het doel centraal staat: een verantwoorde ruimtelijke ontwikkeling van het buitendijks gebied (stad en haven) ten behoeve van een waterveilige en duurzame toekomst. Voorkomen dient te worden dat het beleid tot grote administratieve lasten leidt voor partijen. Implementatie In het beleid voor buitendijks bouwen van de provincie ZH is het bestemmingsplan(proces) als instrument aangewezen om implementatie te bewerkstelligen. Ook het gemeentelijke beleid rond (herijkte) uitgiftepeilen grijpt in eerste instantie aan op het bestemmingsplan voor de juridische
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
5 van 36
borging. In het Rotterdamse bestemmingsplan Nieuwe dorp Heijplaat (pilot meerlaagsveiligheid) zijn in 2013 voor het eerst harde randvoorwaarden opgenomen t.a.v. adaptief bouwen (o.a. uitgiftepeil). In de toekomst zullen zich naar alle waarschijnlijkheid andere instrumenten aandienen zoals bouwvergunningen, anterieure overeenkomsten, of het Omgevingsplan. Komende jaren zal hier meer duidelijk over ontstaan, o.a. via trajecten als Omgevingswet, BRZO2015 (SEVESO) en het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie. Te zijner tijd zullen de gevolgen hiervan voor het uitgiftepeilenbeleid worden bezien. Relatie met de Strategische adaptatieagenda buitendijks Het herijkte uitgiftepeilenbeleid is primair bedoeld voor nieuwe ontwikkelingen (incl. herstructurering). In bestaande, stedelijke en havengebieden zijn - i.v.m. het ontbreken van ruimtelijke dynamiek aparte strategieën noodzakelijk om deze gebieden voldoende veilig te houden. Deze worden momenteel ontwikkeld in kader van de Strategische adaptatieagenda Buitendijks (opgesteld in 2017). Wanneer in dit kader specifieke gebiedsstrategieën opgesteld worden (zoals bijvoorbeeld de adaptatiestrategie Kop van Feijenoord of Botlek) dan kan dit leiden tot afwijkingen cq maatwerktoepassing van het uitgiftepeilenbeleid.
Interimbeleid in het havengebied Voor toepassing van het uitgiftepeilenbeleid in het havengebied heeft gemeente de volgende afspraken over een ‘interimbeleid’ met het Havenbedrijf Rotterdam gemaakt: Tot en met het jaar 2020 geldt dat in het havengebied, mede in kader van het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden (Strategische adaptatieagenda buitendijks) en het beleid buitendijks bouwen (van gemeente en Provincie): o Analyse van het havengebied plaatsvindt door Havenbedrijf, gemeente en bedrijven t.a.v. de huidige en toekomstige overstromingsrisico’s (impact klimaatverandering); o Meerlaagse strategieën (preventie/ruimtelijke ontwikkeling/crisisbeheersing) ontwikkeld en geïmplementeerd worden waarmee op de korte tot lange termijn de overstromingsrisico’s beheerst kunnen worden. Dit geldt voor het hele havengebied, onder te verdelen in de deelgebieden Botlek/Vondelingenplaat, Merwe-Vierhavens, Waal-Eemhaven, Europoort, en Maasvlakte 1 en 2. Na 2020 bepalen Havenbedrijf en gemeente Rotterdam gezamenlijk hoe wordt omgegaan met overstromingsrisico’s in relatie tot de ruimtelijke ontwikkeling in het havengebied. Tot en met 2020 geldt dat gemeente voor het havengebied in algemene zin adviseert uit te gaan van de gemeentelijke uitgiftepeilen bij nieuwe ontwikkelingen.
Het al of niet overnemen van het advies alsook de afstemming met of verantwoording hierover naar andere partijen (Provincie Zuid-Holland, bedrijven in het havengebied) laat gemeente over aan het Havenbedrijf Rotterdam. Bovenstaande afspraken zullen door de gemeente Rotterdam via een formele briefwisseling tussen gemeente en Havenbedrijf worden bevestigd.
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
6 van 36
Inhoudsopgave Managementsamenvatting
3
Inhoudsopgave
7
1
Inleiding
8
1.1
Aanleiding
8
1.2
Doel
8
1.3
Leeswijzer
9
2
Herijking gronduitgiftepeilen
10
2.1
Karakteristieken van overstromingsrisico’s
10
2.2
Oud en vigerend beleid
11
2.3
Nieuw beleid: herijkte uitgiftepeilen
13
3
Toepassing van het beleid in de praktijk
18
3.1
Verplicht maar wel flexibel
18
3.2
Bestemmingsplan en overige instrumenten
18
3.3
Beleidstoepassingen
19
3.4
Overgangsperiode
21
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
7 van 36
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Rotterdam beschikt over een groot areaal aan buitendijks gebied. Veertigduizend Rotterdammers wonen buitendijks en ook de haven van Rotterdam (de grootste van Europa) ligt buitendijks. Er vinden veel ruimtelijke ontwikkelingen plaats in het buitendijks gebied, zowel in het stedelijke gebied als in het havengebied. De transformatie van het gebied Stadhavens (1.600 ha) is daar een goed voorbeeld van. Anders dan bij binnendijkse gebieden wordt geen bescherming geboden door dijken, maar door verhoogde ligging van het buitendijkse landschap en de stormvloedkeringen (o.a. de Maeslantkering; deze beschermende rol is niet formeel). Gebruikers van het buitendijks gebied (inwoners, bedrijven) zijn zelf verantwoordelijk voor de overstromingsrisico’s, zoals overstromingsschade aan de roerende en onroerend goederen. De gemeente is verantwoordelijk voor de communicatie over de risico’s en de afweging van risico’s bij nieuwbouw/herstructurering. Met betrekking tot dit laatste geeft de gemeente uitgiftepeilen af en worden ontwikkelingen geadviseerd om hierop aan te sluiten. Bij de ontwikkelingen is het voor de gemeente noodzakelijk om de waterveiligheid dan wel het risico van overstromen van functies en gebieden op een gedegen manier af te wegen. Het overstromingsgevaar is reeds beperkt door ophogingen in het verleden.
Dit is te danken aan het vigerende ‘uitgiftepeilen’ beleid van de gemeente voor de buitenruimte en nieuwbouw. Deze gronduitgiftepeilen waren in het verleden gebaseerd op wateradviezen van Rijkswaterstaat. Inmiddels is er meer kennis beschikbaar over de waterstanden nu en in de toekomst. Ook is men nu in staat om de daadwerkelijke risico’s van overstromen beter in te schatten door recente kennisontwikkelingen in kader van het Waterplan Rotterdam, het Rotterdam Climate Proof programma (Van Barneveld, 2013) het Deltaprogramma (Stuurgroep Rijnmond-Drechtsteden, 2014; Programmateam Rijnmond-Drechtsteden, 2014) en het beleidskader Buitendijks Bouwen van de Provincie Zuid-Holland (2014). Deze kennisontwikkeling heeft geleid tot de conclusie dat de oude uitgiftepeilen erg hoog uitvallen en er in feite sprake is van overbeveiliging en -investering voor de waterveiligheid wanneer een heel gebied wordt opgehoogd. Differentiatie is goed mogelijk door strengere eisen te stellen aan functies waar de gevolgen van een overstroming groter zijn en lagere eisen aan functies met kleinere gevolgen. In deze notitie wordt de onderbouwing geleverd voor de ‘herijkte’ gronduitgiftepeilen welke een belangrijke basis vormt voor een (water)veilig en aantrekkelijk Rotterdam, nu en in de toekomst.
1.2
Doel Dit rapport beschrijft het nieuwe beleid voor de gronduitgiftepeilen en geeft daarvoor de onderbouwing weer voor het hele buitendijkse gebied van Rotterdam op basis van de laatste inzichten in de overstromingsrisico’s en rekening houdend met toekomstige veranderingen in het watersysteem door klimaatverandering en aanpassingen in het regionale rivierwatersysteem in het kader van het Deltaprogramma.
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
8 van 36
De doelgroep van dit rapport bestaat uit beleidsafdelingen binnen Stadsontwikkeling Rotterdam die zich bezighouden met RO, de uitgiftepeilencommissie van Stadsbeheer, het Havenbedrijf Rotterdam, particulieren en projectontwikkelaars. Voor deze partijen geldt dat de uitgiftepeilen verplichte uitgangspunten betreffen voor alle soorten ruimtelijke plannen en projecten. Deze uitwerking is onderdeel van de ontwikkeling van het Integraal Beleid Buitendijks Rotterdam, welke reeds is aangekondigd in het Waterplan Rotterdam en het Rotterdam Climate Proof programma. Het vormt daarmee onderdeel van de Rotterdamse Adaptatiestrategie. Andere onderdelen van het Integraal Beleid Buitendijks zijn risicocommunicatie en de uitwerking van adaptatiestrategieën voor bestaande gebieden (waar weinig tot geen ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt). Deze onderdelen zijn momenteel in ontwikkeling.
1.3
Leeswijzer Hoofdstuk 2 geeft uitleg over het beleidsvoorstel voor de nieuwe, herijkte uitgiftepeilen. In hoofdstuk 3 zijn de regels voor beleidstoepassing door de gemeente opgenomen en wordt ingegaan op de implementatie van uitgiftepeilen. De bijlagen bieden inzicht in de uitgangspunten en bronnen waarop de analyse van het buitendijks gebied is gebaseerd en zijn voor alle deelgebieden factsheets opgenomen met alle gebiedskenmerken en de uitgiftepeilen (basis en basis+).
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
9 van 36
2
Herijking gronduitgiftepeilen
2.1
Karakteristieken van overstromingsrisico’s Overstromingsrisico’s worden bepaald door te kijken naar de kans op een overstroming en de gevolgen ervan (in formule: risico = kans x gevolg). De kans op een overstroming wordt beïnvloed door het weer en het klimaat, de aard van het watersysteem (zee/rivier) en de ligging van een gebied daarbinnen. De gevolgen van een overstroming bestaan uit verschillende aspecten: schade (direct/indirect; bijvoorbeeld aan fysieke objecten als gebouwen), getroffenen en slachtoffers, milieuschade (bijvoorbeeld door uitloging van chemicaliën) en maatschappelijke ontwrichting (direct doordat water op straten staat of indirect door uitval van elektriciteit). De overstromingsrisico’s in buitendijks gebied zijn anders dan in binnendijkse gebieden. Door de ligging aan het water is de overstromingskans in buitendijks gebied doorgaans hoger, maar zijn de gevolgen anders. Door de hogere ligging van het maaiveld (zie figuur 2.1) blijven de waterdieptes bij een overstroming kleiner dan in geval van een overstroming in binnendijks gebied. Hierdoor is de kans op dodelijke slachtoffers bijvoorbeeld beperkt in buitendijks gebied, ondanks de hogere frequentie van overstromen.
Figuur 2.1. Hoogtebeeld in 3d van de buitendijkse gebieden (rood) en de omliggende, binnendijkse polderlandschappen (rood en blauw). Rood landschap ligt hoger dan het blauwe.
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
10 van 36
Naast de hoogteligging van het buitendijkse gebied worden de risico’s in het watersysteem in de regio Rotterdam sterk bepaald door de aanwezigheid van de stormvloedkeringen. De Maeslantkering sluit bij een sluitpeil van 3,00 m+NAP en zorgt ervoor dat de waterstanden achter de kering niet verder stijgen als gevolg van een stormvloed. De Maeslantkering heeft echter een faalkans (van 1 op 100) en bovendien zou het sluitpeil kunnen veranderen in de toekomst (bv om de stijging van de zeespiegel op te vangen). Het huidige sluitpeil is dus geen garantie voor de toekomst. Nadere informatie met betrekking tot buitendijkse overstromingsrisico’s is te vinden in het Themadocument Waterveiligheid (Barneveld, 2013) behorende bij de Rotterdamse adaptatiestrategie (RAS) en rapporten in kader van het Deltaprogramma Rijnmond-Drechtsteden (Synthesedocument en adviesrapport buitendijks gebied).
2.2
Oud en vigerend beleid Er bestaan geen wettelijke normen voor buitendijkse waterveiligheid (voor binnendijkse gebieden is dat wel het geval via de dijknormen). Tot enkele jaren geleden werden uitgiftepeilen in het buitendijkse gebied bepaald op basis van een advies van Rijkswaterstaat. In 2012 heeft de Provincie Zuid-Holland nieuw beleid voor buitendijks bouwen opgesteld. Sindsdien geeft Rijkswaterstaat geen adviezen meer af onder verwijzing naar het Provinciale beleid. Oud: advieshoogten Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat gaf in het verleden advies over de hoogten van waterstanden in relatie tot nieuwbouw. Hiervoor gebruikte Rijkswaterstaat Maatgevende Hoogwaterstanden (MHW) uit de Hydraulische randvoorwaarden met een toeslag voor klimaatverandering voor het jaar 2200. Het noorden van Rotterdam heeft vanwege de hoge waarde en potentiële gevolgen van het achterliggende gebied een hogere norm (1/10.000 jaar) dan het zuidelijke gedeelte (1/4.000 jaar). Hierdoor is de maatgevende hoogte voor noord hoger dan voor zuid. Door toepassing van de MHW kwam dit onderscheid terug in de uitgiftepeilen voor beide oevers. Een dergelijk onderscheid is echter niet logisch aangezien er weinig tot geen verschil is in de eigenschappen van beide buitendijkse oevers.
Voor een voorbeeldgebied als Lloydkwartier leidde de oude methodiek op basis van het advies Rijkswaterstaat tot de volgende advieshoogte: - De norm van 1/10.000 komt overeen met een maatgevende hoogwaterstand op deze locatie van +3,60 meter NAP. - Op basis van het zichtjaar 2200 wordt de zeespiegelstijging geschat op 1,20 meter (2 eeuwen met 60 cm stijging), met een doordringingspercentage van 35%. De waterstandsstijging op locatie komt daarmee uit op 0,42 meter. - De klimaattoeslag moet minimaal 0,5 meter zijn, waardoor de advieshoogte neerkwam op +4,10m+NAP ( = 3.60 + 0.50). De gemeente vertaalde deze advieshoogte in het verleden door in het uitgiftepeil.
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
11 van 36
Vigerend: buitendijks bouwen Provincie Zuid-Holland Om nader invulling te geven aan het beleid voor buitendijks bouwen is in 2012 in de Provinciale Structuurvisie Zuid-Holland een ‘norm’ (referentiewaarde) vastgesteld voor het slachtofferrisico in buitendijks gebied die alleen geldt voor nieuwe ontwikkelingen. Hierbij is bepaald dat de kans op overlijden door overstroming maximaal 10-5 per jaar (één honderduizendste per jaar; dit is gelijk aan de gestelde eis m.b.t. ‘basisveiligheid’ voor binnendijkse gebieden in het nieuwe waterveiligheidsbeleid). Deze norm houdt echter geen rekening met andere typen schades zoals economische schade en milieuschade, terwijl een schadefactor als economische schade veel bepalender is voor het totale risico1. Op basis van de referentiewaarde 10-5 en met behulp van een provinciale rekentool, de Risicoapplicatie Buitendijks (RAB), kan voor functies een ‘waterdichte hoogte’ worden afgeleid. Dit leidt voor gebieden als Heijplaat en Merwe-Vierhavens tot een ‘eis’/waterdichte hoogte van ca. 3.30m+NAP. In figuur @ zijn afgeleide hoogtes van overige gebieden weergegeven. Opvallend is dat de bestemmingsplanfunctie relatief weinig invloed lijkt te hebben op de toetsingsuitkomst. Achtergrondinformatie m.b.t. de berekende RAB waarden is opgenomen in Trouwborst et al, 2014).
Figuur 2.2.: Afgeleide hoogtes op grond van Lokaal Individueel Risico (LIR 10 -5 ) en de Risicoapplicatie buitendijks (RAB, Provincie Zuid-Holland). Bron: Trouwborst et al, 2014.
1
Maatschappelijke ontwrichting kan met behulp van het provinciale beleid wel worden bepaald (indicatief in termen van getroffenendagen), maar hiervoor is geen eis opgelegd door de provincie. Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
12 van 36
2.3
Nieuw beleid: herijkte uitgiftepeilen Uitgangspunten en overwegingen De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd om nieuwe uitgiftepeilen voor het grondgebied van de gemeente Rotterdam vast te stellen: 1. Vanuit de zorgtaak voor een goede ruimtelijke ordening behoort de taak aan de gemeente om tot een goed en veilig beleid voor nieuwbouw in buitendijks gebied te komen, rekening houdend met de waterveiligheid nu en in de toekomst. 2. Het beleid geldt alleen voor nieuwe ontwikkelingen of herstructureringen. 3. Het beleid geeft in termen van maaiveldhoogtes de minimum vereisten voor het behoud van de waterveiligheid in een gebied aan. 4. Boven de minimum maaiveldhoogte wordt de verdere afweging van aanvullende veiligheidsmaatregelen overgelaten aan de gebruiker/ontwikkelaar. 5. Het ‘eigen risico’ voor de gebruiker t.a.v. overstromingsgevolgen is altijd van kracht. 6. Het beleid dient uniform, doelmatig en eenvoudig toepasbaar te zijn. 7. Er dient voldaan te worden aan de referentiewaarde voor slachtofferrisico van de Provincie Zuid-Holland (basisveiligheid) en er wordt vanuit de gemeente aanvullend rekening gehouden met risicoreductie van economische schade, ontwrichting/overlast, en milieuschade. 8. Er wordt uitgegaan van een gemiddeld klimaatscenario tot 2100 (KNMI 2006) voor de bepaling van overstromingskansen. Hierbij is rekening gehouden met het feit dat: a.
het kostentechnisch en bestuurlijk onwenselijk is onder- of bovengrenzen op te zoeken (leidend tot resp. onder- en oververzekeren); b. ruimtelijke functies in de regel 50-100 jaar voortbestaan. 9. Er wordt op de volgende manier rekening gehouden met de stormvloedkeringen: a. De stormvloedkeringen hebben een reducerend effect op de waterstanden achter de stormvloedkeringen (aan de zeekant stuwt het water op zee in storm(vloed)situaties; dit effect is reeds verdisconteert in de Maatgevende waterstanden (MHW); b. Het sluitpeil van 3.00m+NAP (bij Rotterdam) van de stormvloedkeringen zou richting het jaar 2100 o.b.v. zeespiegelstijging mogelijk naar boven worden bijgesteld om een toename van het aantal sluitingen te voorkomen (aanpassing naar beneden is hoogst onwaarschijnlijk i.v.m. toename van de sluitfrequentie). c. Er wordt uitgegaan van de huidige ligging van de keringen en er wordt voorlopig niet voorgesorteerd op toekomstige wijzingen in aantal of locatie van de stormvloedkeringen. Het Deltaprogramma heeft bepaald dat de huidige Maeslantkering op z’n vroegst in de tweede helft van deze eeuw plaatsvindt (locatie vooralsnog onbekend). 10.
Voorkomen dient te worden dat de gemeente geconfronteerd wordt (op korte of lange termijn) met noodzakelijke uitbreidingen van de hoogwaterprocedure en/of crisisbeheersing doordat lager gebouwde gebieden grotere kans op overstroming hebben of krijgen. Uitgiftepeil Basis en Basis+ Praktisch wordt hier invulling aan gegeven door ‘acceptabele’ overstromingskansen te kiezen voor twee niveaus van bescherming:
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
13 van 36
1. Basisniveau: aanleghoogte geldend voor alle ruimtelijke ontwikkelingen m.u.v. kwetsbare functies en vitale infrastructuur. Uitgangspunt is de aanleghoogte die resulteert in een overstromingskans van 1:1.000 onder gemiddeld klimaatscenario G+ in 2100 (KNMI scenario uit 20062). 2. Basis+ niveau: hogere aanleghoogte voor kwetsbare functies en vitale infrastructuur (ter reductie van maatschappelijke ontwrichting en milieugevaar/Externe Veiligheid). Uitgangspunt is de aanleghoogte die resulteert in een overstromingskans van 1:4.000 onder gemiddeld klimaatscenario G+ in 2100. Opmerkingen: 1) Afleiding van ‘acceptabele’ overstromingskansen maar ook doorrekening van strategieën (ophogen en anderszins) kan via maatschappelijke kosten-baten analyses. Deze analyses zijn in het verleden in verschillende gebieden en door verschillende typen onderzoeken (o.a. Heijplaat, Maasvlakte, Kop van Feijenoord, Deltaprogramma)3 wel uitgevoerd, maar zijn doorgaans complex. Hier is nog veel wetenschappelijke discussie over aannames van schade(getallen) en kosten van maatregelen. En nog belangrijker: deze analyses houden onvoldoende rekening met complexiteit van de bestaande governance.
Een ontwikkelaar kan in theorie goedkoop bouwen door lagere aanleghoogtes te hanteren, maar hierdoor ontstaat een toename van overstromingsrisico in de toekomst en de toenemende kosten voor crisisbeheer die op last komen van respectievelijk de toekomstige gebruiker en gemeente (of Veiligheidsregio). In 2017 is een nadere analyse naar het ‘economische optimaal uitgiftepeil’ uitgevoerd (RoyalHaskoningDHV, 2017): hieruit is gebleken dat de voorgestelde uitgiftepeilen economisch optimaal zijn (rekening houdend met een kleine bandbreedte; zie bijlage 1) 2) Overstromingen kunnen ook ontstaan door golfwerking, opstuwing in het watersysteem. Dit is ‘verdisconteert’ in de keuze voor de bovengenoemde overstromingskansen bij beide beschermingsniveaus. Het basis en basis+ niveau zijn hieronder schematisch weergegeven.
Er is gebruik gemaakt van de KNMI scenario’s uit 2006 omdat deze scenario’s zijn doorvertaald naar Maatgevend Hoogwaterstanden (dat geldt niet voor KNMI scenario’s uit 2014). KNMI 2014 gaat uit van 80 cm zeespiegelstijging in 2085. 3 o.a. Boer, 2006; Ham, 2012; Gemeente Rotterdam, 2012; Wolthuis, 2011; Kester, 2014, Pohl et al, 2014; Jeuken et al, 2011; Veelen en Linden, 2014). 2
Titel
Dossiernummer
Versie
Datum
Pagina
Herijking uitgiftepeilenbeleid
-
Definitief
Jan 18
14 van 36