[24bb002487] Bijlage behorende bij 24bb002486 over Horecanota Stedelijk beleidskader vergunningen, toezicht en handhaving
Tekst van het document
Als de burgemeester besluit de openings- en sluitingstijden van een horeca-inrichting in te korten, dan kan de inrichting geen gebruik maken van het afkoelhalfuurtje.
Kwaliteitseisen terrassen Terrassen 19 zijn een essentieel onderdeel van een levendige stad. Met het afgeven van een exploitatievergunning regelt de burgemeester de ligging, de afmeting en de openingstijden van een terras.20 Maar voor een goed, aantrekkelijk terras is natuurlijk meer nodig dan alleen dat. De aankleding, het gebruik van loungebanken, schotten, parasols en algehele
Definities terrassen Terrasscherm
een smal verticaal staand raamwerk als bescherming tegen de wind
Loungebank
een lange bank met een hoge rugleuning
Handelsreclame
reclame voor een merk anders dan de eigen inrichting
Stadsstraten
straten met een gemengd programma zoals voorzieningen, winkels en woningen. De bebouwing is middelhoog met 4 tot 5 verdiepingslagen en meestal zonder voortuinen. Deze straten zijn vastgelegd in het handboek Rotterdamse Stijl (zie tekening) In de bijlage staat een opsomming van alle stadsstraten zoals Meent, Nieuwe Binnenweg, Zwart Janstraat, enz.
Uitzonderingsgebied grote wateren
In de bijlage staat een opsomming van alle uitzonderingsgebieden grote wateren, zoals Maaskade, Rijnhavenkade, enz.
19 Coffeeshops, seksinrichtingen en inrichtingen bedoeld in artikel 1 van de Verordening beperking drankverstrekking zijn uitgesloten van de mogelijkheid om gebruik te maken van de afkoelperiode.
Horecanota Rotterdam
22
Januari 2024
Legenda Terrassen welke liggen in stads straten en daardoor meer dan helft van het trottoir kunnen innemen. De minimale terrasvrije ruimte blijft wel 1.80 meter.
Open en uitnodigend
geen omgevingsvergunning20 nodig. Maar het is wel belangrijk dat de schermen binnen 24 uur weggehaald kunnen worden, bijvoorbeeld bij grote evenementen, of voor bereikbaarheid van kabels en leidingen. Op sommige plaatsen in de stad, vooral aan open water, zijn terrasschermen rondom een gevelterras wel toegestaan (zie kaart extra terrasschermen). Uiteraard geldt ook hier dat de schermen voor het grootste deel transparant moeten zijn. Een schone openbare buitenruimte is belangrijk voor de verblijfskwaliteit van de stad. Daarom moet de exploitant zwerfafval binnen een straal van 25 meter van de inrichting verwijderen.
Terrassen maken de stad een prettige plek om te verblijven. Daar passen terrassen bij met een open en uitnodigend karakter, zodat er interactie mogelijk is tussen terras en voorbijgangers. Een goed zicht op het terras en vanaf het terras draagt bij aan een veilige omgeving. Terrasschermen aan de voorkant van een gevelterras en bij een overterras zijn niet toegestaan. Als een exploitant, bijvoorbeeld vanwege de wind, schermen aan de zijkant van het gevelterras wil plaatsen, dan moeten deze voor het grootste deel transparant zijn. Zo blijft het terras onderdeel van de openbare ruimte. Voor deze schermen is in beginsel
20 Voor terrassen in havengebieden, particulier terrein en sportverenigingen gelden geen eisen voor kwaliteit (let op: er gelden uiteraard wel ver plichtingen bij verankering in de grond en/of het plaatsen van bouwwerken).
Horecanota Rotterdam
23
Januari 2024
Legenda Gevelterrassen waarbij de terrasschermen over de volledige terrasdiepte en aan de voorzijde zijn toegestaan
Bouwwerken
de openbare ruimte beperkt is. Tijdens openingstijden van de horeca is de terrasruimte exclusief in gebruik door horeca. Buiten openingstijden is deze ruimte te gebruiken zonder te betalen. Er zijn drie soorten terrassen: een gevelterras, een overterras en een vlonderterras. Elk type terras heeft zijn eigen bijzonderheden en dus ook zijn eigen kwaliteitseisen.
De afgelopen jaren is het wind- en waterdicht maken van terrassen sterk toegenomen. Dat zorgt ervoor dat bezoekers de terrassen vaker en langer kunnen gebruiken. En dat brengt op veel plekken meer gezelligheid met zich mee. Maar het is niet de bedoeling dat een terras onderdeel gaat uitmaken van de binnenruimte, door het gebruik van terrasschermen, parasols, zonwering of verwarming. Daarom mogen er ook geen grote bouwwerken op een terras staan. Terrassen zijn onderdeel van de openbare ruimte die we met elkaar delen en niet alleen een uitbreiding van het aantal vierkante meters van een horeca-inrichting. Veel terraselementen zijn voor de wet eigenlijk bouwwerken, maar we behandelen ze als terrasmeubilair. Onder voorwaarden zijn ze toegestaan. Dat zijn terrasschermen, ingegraven parasolvoeten, een buitenbar, kassa, opslag en uitgifteloket.
gevelterras grenst direct aan de horecaon· Een derneming. Bij dit type terras wordt de openbare
· ·
Soorten terrassen Terrassen blijven onderdeel van de openbare ruimte en deze ruimte mag niet geprivatiseerd worden, omdat
Horecanota Rotterdam
24
ruimte het meest bij de horeca-inrichting getrokken. Een gevelterras wordt na sluitingstijd maar beperkt voor andere doelen gebruikt. Een overterras sluit niet direct aan op de horecaonderneming. Tussen terras en horecaonderneming is een wandelroute die geen onderdeel is van het terras. Die strook moet veilig en goed zijn over te steken. Die strook is een trottoir en geen rijweg, water of groenstrook. Een vlonderterras is alleen in de zomerperiode van 15 mei tot en met 15 oktober toegestaan. Een vlonderterras ligt op een parkeervak. Voor een ter-
Januari 2024
rasvlonder is een terrasvlondervergunning nodig en dat is een aanvulling op de bestaande exploitatievergunning en eventueel verleende Alcoholwetvergunning.21 Zo is het gebruik van de terrasvlonder gebonden aan dezelfde voorwaarden als de rest van de inrichting en het eventueel aanwezige reguliere terras. Voor de aanvraag moet de ondernemer leges betalen. Een aanvraag voor een terrasvlonder wordt net zoals een aanvraag voor een regulier terras beoordeeld op de eventuele aantasting van de openbare orde, dan wel de druk op het woon- en leefklimaat. Ten slotte worden eventueel lopende procedures bij het besluit voor de aanvraag meegewogen. Als in het jaar ervoor objectief gezien overlast was door het gebruik van de terrasvlonder, dan kan dat aanleiding zijn om een terrasvlondervergunning te weigeren. Als er
werkzaamheden of evenementen zijn, waardoor de parkeerplaats niet bereikbaar is of in gebruik is, moet de exploitant de terrasvlonder verwijderen zolang de werkzaamheden of de evenementen duren. Overige voorwaarden met betrekking tot terrasvlonders staan in de tabel kwaliteitseisen terrassen Rotterdam. In onderstaande tabel staan kwaliteitseisen duidelijk opgeschreven. Deze duidelijkheid is wenselijk omdat ondernemers en andere belanghebbenden daardoor weten waar ze aan toe zijn. Er blijft echter altijd ruimte om met de gemeente in gesprek te gaan over een afwijking ten opzichte van deze kwaliteits eisen. Daartoe dient een ondernemer een aanvraag tot individueel maatwerk in bij het Team Ondernemers Maatwerk (zie hoofdstuk 4).
Kwaliteitseisen terrassen Rotterdam22 Algemeen Locatie
terras ligt recht voor de zaak, uitgezonderd het strand van Hoek van Holland. · Het De situering het terras mag niet leiden tot een verkeersonveilige situatie. Een · terras aan devan overzijde van de weg of fietspad is toegestaan als op een aanvraag
· · · · Afmetingen
voor individueel maatwerk positief is besloten (zie hoofdstuk 4). Ook is een omgevingsvergunning noodzakelijk. Er is alleen terrasmeubilair en terrasinrichting op of boven het terras. Een vlonderterras ligt op een parkeervak. Een vlonderterras op invalidenparkeerplaats, laad- en loszone of parkeerplaats met een elektrisch laadpunt is niet toegestaan. De exploitant laat het terras elke dag na sluitingstijd in goede orde, schoon en opgeruimd achter. Binnen een straal van 25 meter vanaf de ingang van de zaak verwijdert de exploitant zwerfafval23
de helft van de stoep (kade geldt als stoep), met uitzondering van stads· Maximaal straten en het strand van Hoek van Holland. Maximaal de breedte van de gevel van de inrichting. · Minimaal 1.80 obstakelvrije doorloopruimte buiten het terras. · Minimaal 0,5mmruimte tussen terras en rijweg/fietspad, om aanrijdingen te · voorkomen. tussen vlonderterras en rijweg/fietspad is niet nodig, het vlonderterras · Ruimte wordt gezien als een tijdelijk geparkeerd object en heeft net als een voertuig geen schrikruimte nodig.
21
Parkeervakterrassen – tafels en stoelen in een parkeervak zonder vlonder, bijvoorbeeld op een laad- en loszone buiten de venstertijden – zijn in principe niet toegestaan. Een uitzondering kan aangevraagd worden bij het Team Ondernemers Maatwerk (zie hoofdstuk 4). Daarnaast is voor parkeervakterrassen een terrasvlondervergunning vereist.
22 Voor terrassen in havengebieden, particulier terrein en sportverenigingen gelden geen eisen voor kwaliteit (let op: er gelden uiteraard wel verplichtingen bij verankering in de grond en/of het plaatsen van bouwwerken). 23 Parkeervakterrassen – tafels en stoelen in een parkeervak zonder vlonder, bijvoorbeeld op een laad- en loszone buiten de venstertijden – zijn in principe niet toegestaan. Een uitzondering kan aangevraagd worden bij het Team Ondernemers Maatwerk (zie hoofdstuk 4). Daarnaast is voor parkeervakterrassen een terrasvlondervergunning vereist.
Horecanota Rotterdam
25
Januari 2024
Inrichting Terrasoverkappingen24
parasols, markiezen en uitvalschermen (zonneschermen) zijn toegestaan, · Alleen alleen bij gevelterrassen en overterrassen. Niet toegestaan op vlonderterrassen
· · · Terrasschermen (terrasschotten)
· · toegestaan aan de zijkant van een gevelterras tot 2/3 diepte van terras, uitge· Alleen zonderd terrassen op strand Hoek van Holland. terrasschermen over overige 1/3 van de diepte, de semi- · Semi-permanente permanente schermen met de permanente terrasschermen gaan over de volledige · · · ·
Bouwwerken
vanwege de beperkte ruimte tussen rijbaan en terras. Bouwwerken zijn niet toegestaan. Transparante zeildoeken mogen tijdens openingstijden worden bevestigd aan parasols en zonneschermen. Dat mag aan maximaal twee zijden. Markiezen en zonneschermen in principe boven het terras, maar mogen maximaal 2m ruimte tussen gevel- en overterras overkappen. De ruimte onder markies of zonnescherm moet in de hoogte dan minimaal 2.40m obstakelvrij zijn. Parasols alleen boven het terras. Parasols mogen aan elkaar geritst worden.
terrasdiepte. Semi-permanente terrasschermen alleen tijdens de openingstijden van het terras, deze inklappen of inschuiven na sluitingstijd. Maximale hoogte schermen 1,50m; boven de 0,6m altijd transparant. In uitzonderingsgebieden (grote wateren) zijn terrasschermen op gevelterrassen over de volledige diepte en aan de voorzijde toegestaan. Zie kaart terrasschermen op pagina 23 en de opsomming van de locaties in de bijlage. Als een terras in een uitzonderingsgebied (grote wateren) ligt, zijn terrasschermen toegestaan tot maximaal 2.50m hoogte door gebruik van semi-permanente terrasschermen, deze moeten ingeklapt/ingeschoven zijn na sluitingstijd. Op andere plekken zijn hogere terrasschermen toegestaan als op een aanvraag voor individueel maatwerk positief is besloten (zie hoofdstuk 4), bijvoorbeeld omdat hogere (transparante) schermen bijdragen aan de veiligheid van bezoekers. In natuursteenverharding ingraven alleen door Stadsbeheer, of in nauw overleg met Stadsbeheer.
· toegestaan, behalve windschermen, verlichtingspalen, ingegraven parasol · Niet voeten, buitenkassa, bar, opslag/uitgifteloket, mits die aan de kwaliteitseisen voldoen. (uitvalscherm) is toegestaan aan de gevel van een horecapand, mits · Zonnescherm toestemming van pandeigenaar. In beschermd stadsgezicht en bij een monument is ook een omgevingsvergunning noodzakelijk.
Terrasombouw vlonderterras
eventuele ombouw van een terrasvlonder heeft een open karakter en mag niet · De hoger zijn dan 1.20m. De ombouw moet niet uitnodigen tot plaatsen van voorwerpen op de bovenrand. Overkappingen zijn niet toegestaan.
Vlonders en vloerbedekking
toegestaan op gevelterrassen en overterrassen, uitgezonderd strand Hoek · Niet van Holland. de vlonder toegankelijk te maken mag het hoogteverschil tussen vlonder en · Om trottoir niet meer dan 1cm zijn. Daarnaast mag de ruimte tussen de trottoirband en de vlonder ook niet meer dan 1cm zijn.
Parasolvoeten
mogen in het vergunde terras worden ingegraven, maar niet als de · Parasolvoeten verharding van natuursteen is. Ingraven moet volgens de afbeelding in de bijlage. · LIS-aanvraag is altijd nodig. Aanvragen via de website: · www.rotterdam.nl/loket/leidingvergunning.
24 Voor terrasoverkappingen, -schermen en overige genoemde toegestane bouwwerken in een beschermd stadsgezicht en bij een monument kan een omgevingsvergunning noodzakelijk zijn.
Horecanota Rotterdam
26
Januari 2024
Meubilair/accessoires Zitmeubilair
maximale hoogte van tafels, stoelen en banken is 1.00m, statafels mogen · De maximaal 1.20m hoog zijn. Het meubilair mag het terras niet afsluiten en mag
· Opslag meubilair
daarom richting voetgangersgebied maximaal 2m aaneengesloten zijn. Het zitmeubilair is bij voorkeur stapelbaar of inklapbaar, zodat het bij overlast weg te halen is, en ook niet gebruikt kan worden buiten sluitingstijd, uitgezonderd het strand van Hoek van Holland. Loungebanken van 1.20m hoog mogen gebruikt worden tegen de gevel en als afscherming naar een drukke weg of fietspad. Niet haaks op de gevel. De afstand tussen bank en rijweg is minimaal 0,5m.25
mag het hele jaar blijven staan in gebruiksopstelling, voorwaarde is · Meubilair dat dit niet leidt tot overlast. sluitingstijd mag het terrasmeubilair op het terras worden opgestapeld of · Na inpandig worden opgeslagen. het terras langer dan 2 weken niet in gebruik is, moet het meubilair van · Als overterrassen in zijn geheel op het gevelterras, inpandig of in een opslagruimte worden opgeslagen.
Buitenbar / kassa / opslag / uitgifteloket / bak- en braadinstallatie
toegestaan op vlonderterrassen. · Niet Toegestaan · meer dan 2mmits. mobiel, maximaal 1,20m hoog en met een oppervlakte van niet 20% van het terrasdeel. · Maximaal Als meerdere elementen geplaatst worden mag geen aaneengesloten geheel · ontstaan (gelijkmatig verdeeld over gehele terras). en braadinstallatie mag onderdeel uitmaken van de buitenbar, mits omwo· Baknenden geen (geur)overlast ervaren en altijd in overeenstemming met de eisen 2
van DCMR. Opslag van afval en afvalcontainers is niet toegestaan.
Verlichting
· zolang de lichtoverlast beperkt is en stroomdraden niet over de · Toegestaan bestrating lopen. Stroomdraden buiten het terras moeten minimaal 3m hoog hangen. Bij een calamiteitenroute moeten de stroomdraden op 4,5m hangen. Het gebruik van gemeentelijk meubilair of gemeentelijke bomen om de verlichting in op te hangen is niet toegestaan. Verticale staanders tot maximaal 3.50m hoog zijn toegestaan, maar zonder horizontale verbindingen, een pergola mag dus niet. Om gevaar te verkleinen is alleen zwakstroom toegestaan.
Decoratiemeubilair groot (oldtimers, kruiwagen, etc.) Reclame Plantenbakken
toegestaan na positief advies van de gemeente via een uitzonderingsaan· Alleen vraag (zie hoofdstuk 4) en alleen op het terras. reclameborden van maximaal 0,7m bij 1,0m zijn toegestaan maar wel · Staande altijd op het terras. maar niet aaneengesloten (maximaal 2m aaneengesloten en mini· Toegestaan, maal 1m onderlinge afstand) en de bak is niet hoger dan 0,6m (beplanting mag net zo hoog als terrasscherm zijn namelijk 1,5m).
Bomen
staat buiten de boomspiegel en heeft een minimale afstand van · Terrasmeubilair 0,75m tot hart van boom. · Er moet volledig zicht zijn op de boom zodat visuele inspectie mogelijk blijft.
25 In beschermd stadsgezicht en bij een monument kan een omgevingsvergunning noodzakelijk zijn.
Horecanota Rotterdam
27
Januari 2024
Hoofdstuk 3
Balans in de wijk Om te zorgen dat Rotterdam een aantrekkelijke en veilige stad is en vooral blijft, wordt gebiedsgericht gewerkt. Maatwerk en flexibiliteit staan hierin centraal. In dit hoofdstuk staat hoe wijkraden, bewoners, ondernemers, gemeente en ketenpartners samen de balans in het gebied vinden en behouden. Horecanota Rotterdam
28
Januari 2024
Horecagebiedsplannen
activiteiten, en tussen volledig nieuwe horeca-inrichtingen en al bestaande inrichtingen die veranderingen willen aanbrengen. De toegestane activiteiten in het omgevingsplan spelen hierin uiteraard ook een belangrijke rol.26
Het horecagebiedsplan is zowel een visie- als uitvoeringsdocument. Het geeft een perspectief op de ontwikkeling van horeca in de komende jaren, rekening houdend met het karakter van het gebied. Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, zijn bekende en nog onbekende horecaontwikkelingen te beoordelen en te realiseren, daarbij ook rekening houdend met de ruimtelijke ontwikkeling, de economische situatie of het vestigingsklimaat en de veiligheid. In het plan staan ook concrete stappen voor de uitvoering van deze ontwikkeling.
Horecamogelijkheden staan niet op pandniveau beschreven. Het doel is een wijk, buurt, straat of zelfs een deel van een straat zo te beschrijven dat het nooit aankomt op individuele belangen van een pand eigenaar, exploitant of een enkele bewoner. Wel is het bijvoorbeeld mogelijk aan te geven dat bepaalde typen panden zich niet lenen voor horeca wat betreft geluidskarakteristieken. Een verdere specificering kan bijvoorbeeld ook gemaakt worden voor hoekpanden, omdat de rest van de straat een woonstraat is, een maximum aantal inrichtingen of vestiging nabij andere horeca (niet direct grenzend aan of juist alleen grenzend aan andere horeca-inrichtingen). Het uitgangspunt is een zo algemeen mogelijke beschrijving, maar per geval wordt beoordeeld welke specificering nodig is.
Het uitgangspunt is dat de wijk bepalend is voor wat mogelijk is qua horeca-ontwikkeling. Het karakter, de aard en functie van een wijk, buurt of straat bepaalt primair hoeveel en welke soort horeca gerealiseerd kan worden. De balans tussen levendigheid en een prettig woon- en leefklimaat staat dan ook in alle plannen centraal. Het doel is een goede en duurzame match tussen wijk, buurt of straat en horeca-ontwikkeling.
Ontwikkelen Uitbreiding van het aantal horeca-inrichtingen en activiteiten, en ook de uitbreiding van het aantal m2 vloeroppervlakte en het aantal m2 terras van bestaande inrichtingen is mogelijk. Een verdere differentiatie is mogelijk door specifieke exploitatiecategorieën en/of activiteiten te benoemen.
Ontwikkelrichtingen Horecagebiedsplan Er zijn drie ontwikkelmogelijkheden: meer horeca, minder horeca of de bestaande situatie houden. Per wijk, buurt of straat kan één van de ontwikkelrichtingen gekozen worden. Daarbinnen is verder onderscheid te maken aan de hand van specifieke
Definities bestaande/nieuwe inrichting Nieuwe inrichting
Een nieuwe inrichting betreft een locatie waar niet eerder een exploitatievergunning is verleend (inclusief locaties waar vrijgesteld van de vergunningplicht werd geëxploiteerd) of het overnamerecht is komen te vervallen vanwege langdurige leegstand. Voor een nieuwe inrichting zal er een toetsing aan het geldende horecagebiedsplan en het omgevingsplan plaatsvinden.
Bestaande inrichting
Een bestaande inrichting is een locatie waar een geldige exploitatievergunning op rust of waar het mogelijk is om een exploitatievergunning over te nemen of uit te breiden (bijvoorbeeld uitbreiding in m2 binnenruimte door betrekken naastgelegen pand of bovengelegen verdieping). Gedurende de geldigheidsduur kan een exploitatievergunning van een bestaande inrichting in principe worden overgenomen. Ook wanneer een exploitatie officieel is gestopt en/of de exploitatievergunning komt te vervallen, kan de bestaande inrichting worden overgenomen door een nieuwe exploitant volgens de leegstaande panden regeling (zie bijzondere situaties), mits er geen verminderingsbeleid van toepassing is en de exploitatie nog steeds past binnen het omgevingsplan.
26 De ontwikkelrichting zoals opgenomen in het horecagebiedsplan is ook een toetsingscriterium voor de vestiging van nieuwe seksinrichtingen. Zie voor de overige vestigingsvoorwaarden voor seksinrichtingen de Nota prostitutie en seksbranche Rotterdam 2015. Terrasvlonders gedurende de zomer periode (15 mei t/m 15 oktober) vallen niet binnen de ontwikkelrichting, maar dienen separaat uitgesloten te worden.
Horecanota Rotterdam
29
Januari 2024
Horecanota Rotterdam
30
Januari 2024
Verminderen Bij het veranderen of stoppen van een horeca-exploitatie wordt ingezet op het terugdringen van het aantal horeca-inrichtingen, vloeroppervlakte en terras of het terugdringen van specifieke exploitatiecategorieën en activiteiten. Als is besloten om een bepaalde exploitatiecategorie te verminderen, dan geldt voor al het overige de ontwikkelinrichting consolideren, tenzij expliciet anders bepaald. Omdat de basis voor een verminderingsbeleid altijd gebaseerd is op het feit dat de openbare orde en/of het woon- en leefklimaat onder druk staan, kan bij het stoppen van een exploitatie in een pand dat in het omgevingsplan alleen aangeduid is voor de activiteit horeca, een nieuwe ondernemer maximaal een exploitatievergunning categorie 1 krijgen. In zo’n geval zal ook met de pandeigenaar overlegd worden over een andere invulling dan horeca. Voor alle andere gevallen, dat zijn panden met gemengde of dubbele activiteiten, geldt dat een exploitatievergunning niet meer wordt verleend na beëindiging van de exploitatie.
dan wel een grote impact hebben op het woon- en leefklimaat. Ook kan het zijn dat in delen van de stad de openbare orde door (vergunde) horeca al onder druk staat en nieuwe horeca-inrichtingen de druk verder opvoeren. Om bovenstaande situaties te voorkomen kan de burgemeester delen van de stad aanwijzen waar horeca die is vrijgesteld van de vergunningplicht niet gewenst is. De burgemeester doet dit op basis van het horecagebiedsplan en in ieder geval in gebieden waar de ontwikkelrichting verminderen is vastgesteld. Als dit betekent dat een pand waar in het omgevingsplan exclusief de activiteit horeca op rust niet geëxploiteerd kan worden, dan is maximaal een exploitatievergunning in categorie 1 mogelijk (horeca vrijgesteld van de vergunningplicht niet). panden · Leegstaande Als een pand waarvoor eerder een exploitatievergunning is verleend leeg komt te staan of niet wordt geëxploiteerd29, dan komt het pand niet automatisch in aanmerking voor overname van de laatst afgegeven exploitatievergunning. Staat een pand langer dan twee jaar leeg en/of wordt langer dan twee jaar niet geëxploiteerd, dan geldt de ontwikkelrichting zoals in het horecagebiedsplan is vastgesteld.
Als dat de ontwikkelrichting consolideren of verminderen is, dan is geen nieuwe exploitatie meer mogelijk, tenzij het omgevingsplan op het specifieke pand exclusief horeca toestaat, dan is maximaal een vergunning in categorie 1 mogelijk. Staat een horecabedrijf minder dan twee jaar leeg en is er geen sprake van een verminderingsbeleid op grond van het geldende horecagebiedsplan, dan spreken we over het hervatten van de exploitatie. In het geval van consolideren is een verzwaring van activiteiten en/of categorieën niet mogelijk.
Consolideren Er zijn geen nieuwe horeca-inrichtingen toegestaan. Ook is een verzwaring van activiteiten en/of categorieën niet mogelijk en kan het vloeroppervlakte en terras van bestaande inrichtingen in principe niet toenemen. Tenzij het om een klein27 aantal inpandige m2 gaat of eisen worden gesteld in landelijke wetgeving waardoor ondernemers gedwongen worden aanpassingen in het pand aan te brengen.
Bijzondere situaties Bovenstaande ontwikkelmogelijkheden gaan over vergunde horeca. Rotterdam kent ook bepaalde vormen van horeca die zijn vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht. Ook kan het voorkomen dat een pand (lange) tijd leegstaat op het moment dat een horecagebiedsplan wordt vastgesteld. Hier gelden twee aparte regels voor:
·
Proces, format en loopduur Vrijgesteld van de vergunningplicht (categorie 0) Dit gaat om een zeer lichte28 categorie horeca. In veel gebieden is het dan ook geen probleem als deze inrichtingen zich zonder exploitatievergunning vestigen in panden waar horeca niet strijdig is met het omgevingsplan. Een concentratie van vergunningvrije horeca kan tot overlast leiden
De horecagebiedsadviseur van Directie Veiligheid stelt het horecagebiedsplan op. De lokale kennis is bepalend voor wat er in een wijk, buurt of straat mogelijk is. Maatwerk is de norm en niet de uitzondering. Alle plannen worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, voor zover het zijn bevoegdheden betreft. Aanvragen voor
27 Onder geringe uitbreiding wordt verstaan: een interne uitbreiding van het voor publiektoegankelijke vloeroppervlakte van niet meer dan 10% ten opzichte van de bestaande situatie, met een maximum van 20m2. 28 Voor meer informatie over exploiteren zonder exploitatievergunning, zie hoofdstuk 1. 29 De exploitatie is officieel gestopt als (1) de rechtsvorm is uitgeschreven uit het handelsregister van de KvK, (2) een nieuwe exploitant toetreedt tot de BV, VOF of NV, (3) wanneer de exploitant kenbaar maakt zijn exploitatie te beëindigen (APV, art. 2:30c, eerste lid onder a) of (4) wanneer langer dan 1 jaar, anders dan overmacht, geen exploitatie heeft plaatsgevonden.
Horecanota Rotterdam
31
Januari 2024
Onvoorziene ontwikkelingen Soms zijn er fysiek-ruimtelijke, sociale en economische ontwikkelingen die we niet hadden voorzien op het moment dat het horecagebiedsplan werd vastgesteld. En soms is dan een aanpassing in het horecagebiedsplan nodig. Minimaal één keer per jaar wordt beoordeeld of dit nodig of wenselijk is. Het gaat dus om situaties of ontwikkelingen die niet waren voorzien op het moment van vaststelling van het horecagebiedsplan. En ze zijn niet onredelijk bezwarend voor het woon-leefklimaat en de openbare orde in het gebied.
een nieuwe of wijzigingen van een bestaande exploitatievergunning toetst de burgemeester hieraan.30 Om tot een gedegen, gedragen en toekomstbestendig horecagebiedsplan te komen is participatie van wijkraden, bewoners, ondernemers, pandeigenaren en gemeentelijke en toezichthoudende instanties essentieel. Ook dit proces wordt door de horecagebiedsadviseurs van de gemeente begeleid. Na vaststelling is een horecagebiedsplan minimaal drie jaar geldig. Tot vaststelling van een nieuw plan blijft het horecagebiedsplan van kracht.
Stap 1: Opstellen
Stap 2: Beoordelen
Stap 3: Vaststelling en publicatie
De horecagebiedsplannen worden in concept opgesteld door de horecagebied adviseur, in afstemming met Stadsontwikkeling, Stadsbeheer, politie en DCMR.
De participatie met belanghebbenden vindt plaats. De wijkraden worden hier nauw bij betrokken. Er worden bijeenkomsten georganiseerd en het is mogelijk om online te participeren via mijn.rotterdam.nl. De gemeente weegt alle opbrengsten van de participatie zorgvuldig af en past het horecagebiedsplan indien wenselijk aan.
De (eventueel aangepaste) horecagebiedsplannen worden vastgesteld en gepubliceerd. Vanaf dit moment toetst de burgemeester vergunningaanvragen aan het plan. Wijkraden worden hierover geïnformeerd.
Aanvulling op en wijziging van een lopend horecagebiedsplan
De horecagebiedsadviseur stelt zo’n aanpassing op en vraagt advies aan Stadsontwikkeling, Stadsbeheer en partners zoals de politie en de DCMR. De mate van overlast en de economische stimulans voor een gebied worden beoordeeld op basis van informatie van deze partijen. Ook de wijkraad wordt betrokken.
Een eenduidig en gedragen participatieproces moet bijdragen aan een horecagebiedsplan dat klaar is voor de toekomst. In dit plan staat een duidelijke visie en ambitie voor elke wijk, buurt of straat. Maar de praktijk heeft ons geleerd dat er soms ontwikkelingen in het gebied of in de horeca plaatsvinden, die we niet konden voorzien op het moment van vaststelling van het horecagebiedsplan. Denk aan nieuwbouw, veranderende prioriteiten en ambities van de stad of problemen die om een nieuwe koers van horeca-ontwikkeling vragen. In zulke gevallen kan het horecagebiedsplan worden aangepast. Als een horecagebiedsplan voor een bepaalde wijk, buurt of straat niet toereikend is vanwege de grote dynamiek van het gebied of juist het uiterst fragiele evenwicht, dan kan de burgemeester advies vragen aan een lokale adviescommissie.
Een ontwikkelrichting kan niet worden veranderd op pandniveau, zodat het nooit aankomt op individuele belangen van pandeigenaren, exploitanten of enkele bewoners. Een wijziging in het horecagebiedsplan wordt ook vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester, voor zover het zijn bevoegdheden betreft. Adviescommissie Wanneer een horecagebiedsplan voor een bepaalde wijk, buurt of straat niet voldoende is, kan de burge-
30 Het horecagebiedsplan is niet de enige toetsingsgrond. Alle aanvragen worden getoetst aan de Algemene Plaatselijke Verordening en het geldende omgevingsplan, ook zal de burgemeester informatie en/of adviezen inwinnen bij politie en toezichthouders. Meer informatie over de geldende eisen kunt u vinden in hoofdstuk één.
Horecanota Rotterdam
32
Januari 2024
Horecagebiedsplan en omgevingsplan
meester advies vragen aan een lokale adviescommissie. Dan geeft het horecagebiedsplan alleen de algemene kaders en toetst een adviescommissie de daadwerkelijke invulling per geval. Dit gebeurt alleen in gebieden met een unieke horecaconcentratie of wanneer sprake is van wijken, buurten of straten waar de openbare orde onder druk staat. En waar een nieuwe horeca-ontwikkeling de situatie kan helpen of juist nog verder verstoren; wijken waar sprake is van een fragiel evenwicht. Het overgrote deel van een gebied dient gewoon aan de hand van ontwikkelrichtingen beschreven te worden in het horecagebiedsplan. Werken met een speciale adviescommissie gebeurt alleen bij hoge uitzondering, zodat willekeur wordt voorkomen.
Een aanvraag voor een exploitatievergunning wordt niet alleen getoetst aan het horecagebiedsplan, ook het omgevingsplan moet horeca toestaan. Grofweg is het onderscheid dat in het omgevingsplan staat waar horeca zich kan vestigen en in het horecagebiedsplan wat voor horeca zich daar kan vestigen. Een nadere specificering van toegestane horeca-activiteiten kan ook onderdeel zijn van het omgevingsplan. Als op een locatie de activiteit horeca verricht mag worden en het horecagebiedsplan biedt geen ruimte voor ontwikkeling van horeca op die locatie, dan is het horecagebiedsplan leidend. Als een ondernemer een horeca-inrichting wil beginnen op een plek waar het omgevingsplan de activiteit horeca niet toestaat, dan kan hij een ontheffingsaanvraag doen met een omgevingsvergunning. Bij positief besluit krijgt de ondernemer toestemming om horeca-activiteiten te ontplooien. Bij het beoordelen van een ontheffingsaanvraag wordt nagegaan welke horeca-ontwikkeling op basis van het horecagebiedsplan wenselijk is. Als ontwikkelen van horeca in dat gebied gewenst is, wordt waarschijnlijk positief besloten op de aanvraag. Als in het horecagebiedsplan de ontwikkelrichting verminderen of consolideren is gekozen, wordt waarschijnlijk negatief besloten.
Een adviescommissie heeft als taak aanvragen voor nieuwe exploitatievergunning en/of wijzigingen van bestaande horeca-inrichtingen integraal te beoordelen en de burgemeester hierover te adviseren. Het advies van een adviescommissie is geen weigeringsgrond in de APV. Wel kan een negatief advies van een adviescommissie worden overgenomen wanneer dit is gebaseerd op openbare orde en veiligheid en woon-leefklimaat gegronde argumenten. De burgemeester neemt zelf het uiteindelijke besluit om een vergunning te verlenen of te weigeren. Het instellen van een adviescommissie gebeurt op basis van het horecagebiedsplan. De burgemeester kan ook tussentijds op eigen initiatief een gebied aanwijzen waar hij, bij aanvragen voor een exploitatievergunning, een integraal advies van een adviescommissie ontvangt. Het belangrijkste verschil met de reguliere werkwijze is dat geen ontwikkelrichting beschreven staat en dat een adviescommissie geacht wordt gezamenlijk tot één advies te komen waarin alle actuele, lokale ontwikkelingen zijn meegenomen.
Het verkrijgen van een omgevingsvergunning betekent niet dat de ondernemer automatisch ook een exploitatievergunning krijgt. Deze aanvraag wordt getoetst aan de hand van andere criteria.
In een adviescommissie zitten medewerkers van de gemeente31, het gebied en de politie. Het gebied is verantwoordelijk voor het betrekken van bewoners en ondernemers. Als het voor een specifieke aanvraag nodig is, worden ondernemers(verenigingen) en bewoners ook rechtstreeks gevraagd om deel te nemen aan een adviescommissie. Ditzelfde geldt voor andere toezichthoudende instanties zoals de DCMR. Door deze samenstelling is lokale en recente kennis verzekerd, zonder op inhoudelijke expertise in te boeten. Een adviescommissie wordt, namens de burgemeester, door Directie Veiligheid van de gemeente voorbereid en voorgezeten. 31
Ten minste bestaande uit Directie Veiligheid, Stadsontwikkeling en Stadsbeheer.
Horecanota Rotterdam
33
Januari 2024
Hoofdstuk 4
Dienstverlening De gemeente hecht waarde aan een goede dienst verlening aan horecaondernemers en bewoners. Met het uitvoeringsplan horeca zet de gemeente in op ruimte voor ondernemerschap. De dienstverlening van de gemeente sluit hierbij aan, door een transparant vergunningverleningsproces en mogelijkheden tot maatwerk. In dit hoofdstuk staat de gemeentelijke dienstverlening toegelicht. Horecanota Rotterdam
34
Januari 2024
Horecagebiedsadviseur
behandeltermijn met nog eens acht weken worden verlengd. De aanvrager wordt hiervan altijd snel op de hoogte gesteld via een verdagingsbrief.
De horecagebiedsadviseurs zijn het vaste en eerste aanspreekpunt voor horecaondernemers, ook voor startende ondernemers die nog zoeken naar een goede manier om hun horeca-ideeën werkelijkheid te laten worden. Zo voeren horecagebiedsadviseurs met alle nieuwe exploitanten kennismakingsgesprekken. Ze vertellen hoe het gemeentelijk horecabeleid eruitziet, hoe het werkt en welke regels er voor de ondernemer gelden. De horecagebiedsadviseur is dus het eerste aanspreekpunt en kan als dat nodig is een ondernemer met specifieke vragen in contact brengen met de juiste gemeentelijke afdeling. De adviseur is ook intermediair tussen verschillende partijen als een casus daarom vraagt. Ook bewoners kunnen met vragen over horeca bij de horecagebiedsadviseur terecht.
De gemeente bewaakt de termijnen van vergunningverlening en wint als dat nodig is, advies of informatie in bij verschillende gemeentelijke diensten zoals Stadsontwikkeling (onder andere over activiteit in omgevingsplan en het terras), Stadsbeheer (objecten in de openbare ruimte, constateringen bij toezicht in het verleden), politie (onder andere over levensgedrag van personen en openbare orde), brandweer (brandveiligheid) en DCMR (onder andere over geluidsproductie) voor bepaalde aspecten van de vergunningaanvraag. Een exploitatievergunning ziet in beginsel op de bescherming van de openbare orde en veiligheid en de invloed op het woon- en leefklimaat in de omgeving van de horeca-inrichting. Een aanvraag voor een exploitatievergunning wordt getoetst op:
De horecagebiedsadviseur is verantwoordelijk voor het opstellen van het horecagebiedsplan en vervult daarbij een brugfunctie tussen de kaders van het stedelijke beleid en de wensen in het gebied, zoals van ondernemers en bewoners. Hierbij vindt overleg plaats tussen de verschillende diensten van de gemeente en worden andere doelen van de stad meegewogen. Tijdens grootschalige evenementen zoals de marathon en Koningsdag, is een horecagebiedsadviseur beschikbaar en denkt mee met ondernemers over naleving van geldende wet- en regelgeving.
/ levensgedrag van betrokken exploitan· Moraliteit ten en beheerders/leidinggevenden. Wet Bibob. · De Omgevingsplan. · Geldend horecagebiedsplan (zie hoofdstuk drie: · Balans in de wijk). en gezondheidsrisico’s (zoals geluid op · Milieueisen basis van het Activiteitenbesluit bij de Wet milieu-
Proces vergunningaanvraag De exploitatievergunning en eventueel de Alcoholwetvergunning en aanwezigheidsvergunning kansspelautomaten, zijn digitaal aan te vragen via Mijn Loket. Directie Veiligheid behandelt de aanvragen zoveel mogelijk tegelijk, zodat de ondernemer maar één aanvraagprocedure hoeft te doorlopen. Met een digitale handtekening via e-Herkenning kan de aanvrager wanneer het uitkomt de aanvraag invullen, de benodigde gegevens bijvoegen en opsturen. Ook betaalt de ondernemer de verschuldigde leges zo mogelijk digitaal via iDeal. Van de digitale aanvraag ontvangt de ondernemer altijd een ontvangstbevestiging.
· · · ·
Leges en precario De gemeente berekent kosten om de vergunning in behandeling te nemen (leges). Deze leges worden gerekend voor de handelingen die nodig zijn. De aanvrager is deze leges ook verschuldigd als de vergunning niet wordt verleend. In de legesverordening van de gemeente wordt elk jaar vastgelegd hoe hoog de leges per aangevraagde vergunning zijn. Bij de bepaling van de leges zijn de aangevraagde activiteiten het uitgangspunt.
In uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld wanneer de aanvraag erg complex is en veel verschillende documenten moeten worden overgelegd, kan de gemeente de ondernemer vragen om de aanvraag uit te leggen en verder aan te vullen in een persoonlijk gesprek.
De gemeente heft precariobelasting als vergoeding voor het gebruik van openbare grond, dat geldt ook voor terrassen. Terrassen tot 50m2 worden niet belast, boven de 50m2 wordt per m2 betaald. Jaarlijks stelt de gemeenteraad de verordening precario- en reclame belasting vast. De tarieven staan op de website: www.rotterdam.nl/belastingen-ondernemers.
De gemeente beoordeelt de aanvraag en bekijkt of alle benodigde stukken zijn ontvangen. Ook moeten de verschuldigde leges zijn betaald. Voor de behandeling van een vergunningaanvraag geldt een termijn van acht weken. Soms is meer tijd nodig en kan de
Horecanota Rotterdam
beheer en te hoge concentraties van koolmonoxide in shishalounges). Kwaliteitseisen terrassen (hoofdstuk 2). Alcoholwet (indien van toepassing). Wet op de Kansspelen (indien van toepassing). Overlast en openbare orde.
35
Januari 2024
Maatwerk terrassen
Experimenteren
De gemeente Rotterdam stimuleert ondernemers om met goede, innovatieve ideeën te komen. Het is mogelijk dat het terrasconcept dat een exploitant heeft, niet past binnen de kwaliteitseisen. Voor dit soort situaties is een aanvraag tot individueel maatwerk mogelijk. Speciaal voor deze gevallen bestaat er een Team Ondernemers Maatwerk (TOM) dat terrasideeën beoordeelt die afwijken van de eisen.
Rotterdamse ondernemers en bewoners houden van dóen. Lokale regelgeving kan in sommige gevallen het uitvoeren van nieuwe ideeën belemmeren. Ideeën die zorgen dat de stad bruist, horeca steeds beter wordt en de stad in zijn geheel vernieuwt. De gemeente biedt Rotterdammers de mogelijkheid om een goed idee of een slimme oplossing voor een lokaal probleem uit te proberen. Uiteraard in goed overleg, want regels zijn er niet voor niets en de veiligheid van bewoners, ondernemers en bezoekers mogen niet in het geding komen. Gemeente Rotterdam heeft in haar lokale regelgeving opgenomen dat, met instemming van het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester, kan worden afgeweken van lokale regels. Een verzoek of idee wordt integraal voorbereid voordat dit aan het stadsbestuur wordt voorgelegd.
Als het om een individueel geval gaat, kan de exploitant een uitzonderingsaanvraag doen. Dat doet hij of zij voorafgaand aan de aanvraag van de exploitatievergunning. Wanneer meerdere ondernemers samen willen afwijken van de kwaliteitseisen, vragen we hen een terrassenplan op te stellen. TOM beoordeelt het terrassenplan op de specifieke lokale omstandigheden. Ook kan het vóórkomen dat de gemeente zelf aanvullende eisen wil stellen aan terrassen in een bepaald gebied, bijvoorbeeld bij de herinrichting van een groot plein of boulevard. Dan neemt de gemeente zelf het initiatief om samen met de betrokken ondernemers een terrassenplan op te stellen. Na vaststelling van een terrassenplan geldt dit plan ook voor eventuele toekomstige ondernemers. In een individuele uitzonderingsaanvraag of in een terrassenplan kan in principe van elke kwaliteitseis worden afgeweken. Het TOM hanteert bij het beoordelen van aanvragen of onderliggende plannen voldoet aan de uitgangspunten: Terrassen moeten in balans zijn met de omgeving en moeten open en uitnodigend zijn.
Horecanota Rotterdam
Rotterdammers met een idee voor een (horeca)experi ment kunnen zich melden bij de horecagebiedsadviseur, die denkt en werkt graag met Rotterdammers mee om een experiment uit te voeren. Als het succes vol is, dan onderzoekt de gemeente samen met belanghebbenden of het mogelijk en wenselijk is om het structureel (in het beleid) mogelijk te maken.
36
Januari 2024
Horecanota Rotterdam
37
Januari 2024
Hoofdstuk 5
Toezicht De horeca is een dynamische sector die bijdraagt aan een aangenaam uitgaansleven en een levendige en aantrekkelijke stad, maar die ook voortdurend balanceert om overlast, criminaliteit en schade aan de volksgezondheid te beperken en te voorkomen. Toezicht en handhaving is bedoeld om naleefgedrag te bevorderen en zo het evenwicht te vinden en te bewaren tussen levendigheid en leefbaarheid, de belangen van de horeca en omwonenden. In dit hoofdstuk staat hoe het gemeentelijke toezicht op de horeca is georganiseerd, passend bij het uitgangspunt high trust – high penalty. Horecanota Rotterdam
38
Januari 2024
High trust, high penalty
ligheidspartners. In de gebiedsgerichte horeca-overleggen met verschillende toezichthoudende partijen wordt besproken welke vorm van toezicht nodig is en welke ketenpartner(s) hierbij wordt betrokken. De grootste inzet gebeurt bij de inrichtingen met het hoogste risico. Hoe ernstiger het incident of de overtreding is geweest, hoe langer die blijft meewegen bij het bepalen van het risicoprofiel. Gaat het een lange tijd goed, dan wordt de inrichting uiteindelijk minder vaak gecontroleerd. Klachten en meldingen over overlast zijn altijd aanleiding voor toezicht.
Het exploiteren van een horeca-inrichting brengt verantwoordelijkheid met zich mee. Een professionele ondernemer draagt deze verantwoordelijkheid en beschikt over kennis en ervaring met horeca-exploitatie, bekendheid met wet- en regelgeving en goed contact met de buurt, andere horecaondernemers en de overheid. ‘High trust, high penalty’ is het uitgangspunt bij het gemeentelijk toezicht- en handhavingsmodel. Exploitanten die de regels naleven krijgen vertrouwen. Bij misstanden, stelselmatige overtreding van wet- en regelgeving, criminaliteit en ondermijnende activiteiten wordt toezicht intensiever en wordt hard opgetreden.
Reguliere controles gebeuren op vergunningsvoorwaarden en de toezichtsprioriteiten die gebiedsgericht op basis van een risicoanalyse worden bepaald. Daarnaast heeft het college stedelijk prioriteiten bepaald, waar inzet van toezicht belangrijk is. Dit heeft te maken met het effect dat overtredingen hebben op de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat.
Coachend handhaven blijft onderdeel van de handhavingsstrategie. Waar de situatie gemakkelijk hersteld kan worden met een gesprek, heeft dit de voorkeur. Als sprake is van herhaling van overtredingen, een gebrek aan vertrouwen of ernstige overtredingen, dan is het uitgangspunt snelle handhaving en lik-op-stukbeleid.
Er gaat veel aandacht naar toezicht op momenten dat de gevolgen voor de openbare orde en veiligheid het grootst zijn, zoals in de nacht, de weekenden en bij grootschalige evenementen. Het gaat dan bijvoorbeeld om geluidsoverlast, doorschenken van alcohol aan personen onder invloed, schenken aan minder jarigen en het overtreden van openingstijden. Ook de controle op terrassen is vanwege toegankelijkheid, verkeersveiligheid en leefbaarheid een prioriteit.
Toezichtsmodel Ruimte en vertrouwen geven waar het kan en toezicht houden waar het nodig is, is de essentie van het toezichtsmodel. Het risicoprofiel van een onderneming en hoe vaak de gemeente een onderneming bezoekt, wordt risicogestuurd bepaald. Dit risicoprofiel wordt niet alleen bepaald op basis van openbare orde en veiligheidsaspecten (onder andere geweld, drugs, overlast) maar ook op basis van signalen van ondermijnende activiteiten (uitkeringsfraude, witwassen, schulden, illegale arbeid etc.). We maken onderscheid in drie niveaus. Hoe hoger het niveau hoe vaker we een inrichting controleren.
Informatiegestuurd werken We zetten in op het optimaal delen van informatie tussen betrokken ketenpartners. Door het samenbrengen van informatie bepalen we gerichter het risicoprofiel van een onderneming en kunnen we ook beter toezicht houden.
een laag aandachtsniveau zijn er geen tot weinig · Bij overlastklachten of andere meldingen en signalen.
· ·
Versterken samenwerking
Er is een grote mate van vertrouwen in de exploitant. Controle van deze inrichtingen gebeurt dan ook incidenteel. Bij een gemiddeld aandachtsniveau zijn er meldingen van partners, bewoners en/of bedrijven. Uit oogpunt van beheersbaarheid van het woon- en leefklimaat vindt vaker toezicht plaats. Bij een hoog aandachtsniveau vindt op basis van verschillende meldingen, klachten of constateringen regelmatig toezicht plaats. Er is een verhoogd risico op aantasting van de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat. Deze casussen worden regelmatig besproken in het horecagebiedsoverleg.
Om stevig handhavend te kunnen optreden, versterken we de samenwerking tussen toezichthouders, horecagebiedsadviseurs en de politie in de gebieden. Om de controlelast voor ondernemers te beperken, stemmen de verschillende toezichthouders controles zo veel mogelijk op elkaar af en sluiten relevante partijen bij elkaar aan. Stadsbeheer – Team Drank en Horeca coördineert in principe de samenwerking tussen de verschillende toezichthoudende partijen en de controles in het gebied. Waar mogelijk kijken toezichthouders van Stadsbeheer voor andere organisaties. Dit betekent dat Stadsbeheer een signaalfunctie heeft voor overtredingen waarop Stadsbeheer niet specifiek toezicht op houdt. Als zij bijvoorbeeld zien dat er geen brandblussers aanwezig zijn, dan noteren zij dat en geven het door aan de brandweer.
De risico’s worden onder andere bepaald op basis van de zwaarte van de vergunning, geschiedenis van een locatie, meldingen, signalen en adviezen van de vei-
Horecanota Rotterdam
39
Januari 2024
Als het gaat om signalen van ondermijnende activiteiten, dan is het bestuurlijk toezichtsteam (BTT) aan zet. Team Drank en Horeca werkt nauw samen met Team Ondermijning van Stadsbeheer en het BTT. De regie met betrekking tot signalen van ondermijning in de horeca ligt bij Directie Veiligheid - team Aanpak Ondermijnende Criminaliteit. De horecagebiedsadviseur is het informatieknooppunt waar alle meldingen en signalen van bewoners en ketenpartners samenkomen. Ook coördineert en regisseert de horecagebiedsadviseur de horecagebiedsoverleggen. In samenspraak met ketenpartners wordt een aanpak bepaald.
Toezicht door verschillende instanties De burgemeester heeft de toezichthouders van Stadsbeheer – Team Drank en Horeca aangewezen als de gemeentelijke toezichthouders op horeca. Onder regie van Directie Veiligheid houden zij toezicht op een goede naleving van de verstrekte vergunningen en de regels zoals die in de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam zijn vastgelegd. Ook controleren zij op de kwaliteitseisen van terrassen. Bouw en Woningtoezicht van Stadsontwikkeling controleert bouwwerken op terrassen. In sommige gevallen voert Stadsbeheer samen met politie een controle uit. De politie is en blijft verantwoordelijk voor het voorkomen van (ernstige) aantasting van de openbare orde en het woon- en leefklimaat. Team Ondermijning speelt een rol in het weren en bestrijden van ondermijnende criminaliteit in de horeca.
houden, zonder dat toezicht en handhaving noodzakelijk zijn. Zo willen we een betere naleving bereiken van NIX18 en van het verbod op doorschenken van alcohol in de horeca. De belangrijkste maatregelen staan in het Preventie- en Handhavingsplan Alcohol en andere Drugs. Naast de inzet van toezichthouders, zet de gemeente ook middelen in zoals de horecastewards in uitgaansgebieden en een geluidsmonitoringssysteem bij horecagelegenheden aan het Stadhuisplein en omgeving. Ook als ondernemers uit het gebied samenwerken, bijvoorbeeld om een vervelende klant te weren, of gastheren/-vrouwen inzetten (dus naast de bediening) heeft dit een positief effect op het woonen leefklimaat van het gebied. In het bepalen waar en op welke manier toezicht nodig is, kan de inzet van dergelijke instrumenten en daarmee de verantwoordelijkheid die een ondernemer neemt, invloed hebben op de toezichtsfrequentie.
Erfelijke belasting Overtredingen en/of overlast veroorzaakt door een horeca-inrichting hangt samen met de bedrijfsvoering en dus de exploitant. Een nieuwe exploitant is in beginsel niet verantwoordelijk voor de eventuele misstanden die zijn of haar voorganger heeft toegelaten of veroorzaakt, maar dat wil niet zeggen dat elke nieuwe exploitatie vanaf ‘nul’ begint. Door van exploitant te wisselen kan het namelijk gebeuren dat een overlastgevende situatie kan voortbestaan. Uiteraard is dat onwenselijk. Verantwoord ondernemerschap geldt ook voor verhuurders of pandeigenaren. Als een pandeigenaar onvoldoende betrokken is en zich te weinig inzet om te voorkomen dat de opvolgende exploitatie niet voor dezelfde klachten en/of overlast zorgt, dan wordt op deze locatie frequenter toezicht gehouden.
Onheuse bejegening ambtenaren en toezichthouders Toezichthouders bezoeken tijdens een controle een horeca-inrichting en spreken met exploitanten, personeel en bezoekers. Ook andere ambtenaren van de gemeente hebben regelmatig contact met horecaondernemers. In dit contact staat vertrouwen en wederzijds respect centraal. Gelukkig is dit over het algemeen hoe het contact tussen overheid en horecaondernemers in Rotterdam verloopt.
Samen werken aan Veilig Uitgaan In Rotterdam sturen we op zo goed mogelijke naleving van wet- en regelgeving. De gemeente stimuleert ondernemers en bezoekers om zich aan de regels te
Horecanota Rotterdam
40
Januari 2024
Soms is het nodig om ondernemers en bezoekers aan te spreken op hun gedrag en bejegening van ambtenaren en toezichthouders. Geweld tegen en intimidatie van ambtenaren en toezichthouders, in welke vorm dan ook, is volstrekt ontoelaatbaar. Als gedrag van personeel, leidinggevenden of andere betrokkenen van de horeca-inrichting daarvoor aanleiding geeft, zal de exploitant worden aangesproken. Bij ernstige situaties wordt aangifte gedaan bij de politie. Het gevolg is ook dat de inrichting vaker wordt gecontroleerd. Als onheuse bejegening naar ambtenaren en toezichthouders blijft bestaan, kan de burgemeester het vertrouwen in de ondernemer opzeggen en de exploitatievergunning intrekken.
waar overlast is door toedoen of gebrek aan inzet van de exploitant, vooral waar veel winkels en horeca- inrichtingen bij elkaar zitten. We verwachten van alle ondernemers dat zij hun inrichting, terras en directe omgeving schoonhouden en overlast en wanorde beperken. Dit past bij verantwoord ondernemen en een samenleving die meer verantwoordelijkheid bij bewoners en ondernemers legt. Dat betekent dat een ondernemer voldoende prullenbakken beschikbaar stelt. Ook moet de ondernemer het gebied rondom de inrichting of het terras (beide 25 meter) schoonhouden van afval dat uit de horeca-inrichting komt. Andere vormen van overlast bij horeca-inrichtingen waar vooral omwonenden last van ervaren, zijn wildplassen, roken, overlastgevend geparkeerde fietsen en geluidoverlast op straat door horecabezoekers. Ook kan sprake zijn van verkeersoverlast, zoals bij laden en lossen bij de bevoorrading van horecazaken. Van exploitanten verwachten wij dat zij tegen deze vormen van overlast optreden en hun gasten en leveranciers op hun overlastgevende gedrag aanspreken. Toezichthouders van Stadsbeheer zien hierop toe.
Schone buitenruimte De gemeente zet zich sterk in om de buitenruimte schoon en netjes te houden. Een schone en nette buitenruimte is van grote waarde voor de stad, zowel qua kwaliteit als beleving. Bewoners, bezoekers en ondernemers profiteren van een schone, aantrekkelijke buitenruimte. De meeste Rotterdamse ondernemers houden zich aan de regels, waaronder het schoonhouden van hun omgeving. Helaas zijn er toch gebieden waar afval op straat achterblijft of
Horecanota Rotterdam
41
Januari 2024
Hoofdstuk 6
Handhaving Het handhavingsarrangement sluit aan bij de zoektocht naar balans tussen veiligheid, levendigheid en een prettig woon- en leefklimaat. Het is dan ook nadrukkelijk de bedoeling om maatwerk te bieden. Ruimte waar het kan, (coachend) handhaven en optreden waar het nodig is: ‘high trust – high penalty’. De burgemeester is verantwoordelijk voor de openbare orde en veiligheid in de gemeente en beschikt over een aantal bestuursrechtelijke instrumenten om deze te beschermen. In dit hoofdstuk worden deze instrumenten verder uiteengezet. Horecanota Rotterdam
42
Januari 2024
Uitgangspunten
de burgemeester ook naar de handelswijze van de ondernemer voor, tijdens en na het incident. Hoe heeft de ondernemer gehandeld? Wat heeft hij gedaan om het incident te voorkomen? Wat is de geschiedenis van de betreffende horeca-inrichting? De openbare orde en veiligheid zijn altijd leidend. Het kan dus zijn dat de ondernemer heeft gedaan wat hij kon, maar dat toch een maatregel genomen moet worden om de openbare orde en veiligheid in en rond de inrichting te herstellen.
De uitgangspunten van het handhavingsarrange ment zijn: 1. Hoe ernstiger de overtreding, des te korter is het handhavingstraject, dus des te sneller wordt besloten tot een maatregel. 2. Hoe ernstiger de overtreding, des te zwaarder de maatregel. 3. Afhankelijk van de feiten en omstandigheden kan de burgemeester besluiten af te zien van een maatregel of te volstaan met een waarschuwing. Dat geldt zelfs als volgens het handhavingsarrangement een sluiting of intrekking gerechtvaardigd zou zijn. De burgemeester kan ook besluiten een stap in het handhavingsarrangement over te slaan en bijvoorbeeld wel een maatregel nemen waar normaal gesproken eerst een waarschuwing zou volgen.
Erfelijke belasting Als een ondernemer zijn onderneming tussentijds overdraagt aan een ander, dan begint de nieuwe exploitant bij een overtreding vooraan in het stappenplan. Dit is om te voorkomen dat de ondernemer wordt belast met de ‘erfenis’ van zijn voorganger. In bepaalde gevallen kan een ondernemer wél worden belast met de ‘erfenis’ van zijn voorganger(s). Bijvoorbeeld bij precieze eisen (maatwerkvoorschriften) aan de geluidsproductie. Of bij langdurige en terugkerende locatiegebonden vormen van overlast of verstoringen van de openbare orde. ‘Erfelijke belasting’ geldt in ieder geval als een ondernemer zijn ondernemingsvorm verandert, bijvoorbeeld als er een vennoot bij komt. Deze nieuwe exploitant krijgt dan ook te maken met het verleden van zijn compagnon. Dat geldt ook als een ondernemer in de tussentijd zijn vergunning verandert of vernieuwt. En als een beheerder of de partner van de exploitant op dezelfde locatie het gevestigde horecabedrijf overneemt. We mogen verwachten dat hij of zij bekend is met het handhavingsverleden van de inrichting.
Primair handhavingsproces De burgemeester beschikt over een scala aan bestuursrechtelijke instrumenten om de openbare orde en veiligheid te beschermen. Zo kan hij de exploitatievergunning schorsen of intrekken. Ook kan hij beperkingen opleggen of voorschriften verbinden aan de vergunning. En de burgemeester kan een last onder dwangsom of een bestuurlijke maatregel opleggen en hij kan bevelen om de openbare inrichting te sluiten. Een bevoegde toezichthoudende partij dient een verzoek in bij de burgemeester om een bestuurlijke maatregel te nemen. Belanghebbenden krijgen de mogelijkheid om hun zienswijze te geven over het voorliggende dossier. Vervolgens worden alle feiten en omstandigheden afgewogen en afgezet tegen wet- en regelgeving en het handhavingsarrangement. Vervolgens neemt de burgemeester een beslissing. Het besluit wordt bekend gemaakt aan de exploitant, eventuele andere belanghebbenden en de toezichtpartners. Als de exploitant van een inrichting of een andere belanghebbende zich niet kan verenigen met het besluit van de burgemeester, dan kan die persoon hiertegen bezwaar maken.
Last onder dwangsom / bestuursdwang Bij toepassing van een last onder dwangsom wordt de exploitant aangeschreven om de overtreding (bijvoorbeeld ten aanzien van terrassen of sluitingstijden) te stoppen en/of om voortzetting of herhaling te voorkomen. Als de ondernemer niet stopt met de overtreding of bij een volgende overtreding, dan wordt de dwangsom verbeurd. Dat betekent dat de exploitant de opgelegde dwangsom moet betalen. De hoogte van de dwangsom staat in redelijke verhouding tot de ernst van de overtreding en moet voldoende prikkel geven om de overtreding te stoppen en herhaling van de overtreding en daarmee aantasting van het woonen leefklimaat te voorkomen. Afhankelijk van de overtreding kan worden bepaald dat bij elke volgende overtreding een dwangsom wordt verbeurd, of dat een dwangsom per tijdseenheid (bijvoorbeeld per dag) wordt verbeurd. In de last onder dwangsom wordt een maximumbedrag opgenomen dat aan dwangsommen
Afweging van belangen Het doel van handhaving is het voorkomen van (verdere) aantasting van de openbare orde en veiligheid en het woon- en leefklimaat. En ook het herstel van de openbare orde als die is geschaad. In zijn besluitvorming over een bestuurlijke maatregel weegt de burgemeester het belang van de ondernemer en derden af tegen dat van de openbare orde. De openbare orde weegt daarbij zwaar. Bij incidenten kijkt
Horecanota Rotterdam
43
Januari 2024
verbeurd kan worden. Als de overtreding ondanks het verbeuren van dwangsommen door blijft gaan, kan de burgemeester aanvullende maatregelen nemen. De last onder dwangsom geldt voor een periode van twee jaar. Als een jaar lang geen dwangsommen zijn verbeurd, kan de exploitant een verzoek indienen tot intrekking van de last onder dwangsom. Er kan ook worden gekozen voor het opleggen van een last onder bestuursdwang. Bij een last onder bestuursdwang kan het bestuursorgaan de overtreding zelf feitelijk beëindigen (bijvoorbeeld het weghalen van een illegaal terras) als de ondernemer dat niet zelf doet.
is om de openbare orde en veiligheid in en rond de inrichting te laten herstellen. En om meer informatie te krijgen over de toedracht van het incident. In deze periode maakt de politie een dossier op voor de burgemeester en wordt onderzocht of verdergaande maatregelen nodig zijn. Als na het politieonderzoek en uit de zienswijze van de exploitant blijkt dat het gevaar voor de openbare orde en veiligheid voldoende is weggenomen, kan de sluiting worden opgeheven.
Schorsen en intrekken exploitatievergunning In dit handhavingsarrangement wordt een onderscheid gemaakt tussen schorsing en intrekking van de exploitatievergunning. De burgemeester schorst de exploitatievergunning als hij vindt dat voor deze vergunning een maatregel voor bepaalde tijd nodig is. Er mag bijvoorbeeld voor één maand niet worden geëxploiteerd. De burgemeester trekt de vergunning in als hij vindt dat de ondernemer niet meer over een exploitatievergunning mag beschikken. Bijvoorbeeld omdat de ondernemer strafbaar heeft gehandeld of omdat uit opeenvolgende incidenten blijkt dat de ondernemer niet in staat is om zijn bedrijf zonder gevaar voor de openbare orde te exploiteren. Het intrekken van de vergunning is definitief.
Meerdere maatregelen bij overtredingen en incidenten Het kan voorkomen dat bepaalde feiten en omstandigheden aanleiding geven voor meerdere bestuurlijke maatregelen of verschillende handhavingsstappen. Als er een incident plaatsvindt of een overtreding wordt begaan terwijl er al een maatregel van de burgemeester van kracht is, dan wordt dit de exploitant zwaar aangerekend. In deze gevallen kan de burgemeester besluiten de bestaande maatregel te verlengen, te verzwaren en/of een andere maatregel toe te passen.