[24bb001865] Bijlage behorende bij 24bb001864 over Schouwrapport Dagprogrammering tweede ronde 2023
Tekst van het document
Het is niet alleen belangrijk om te investeren in de kwaliteit van de aanbieders van de Dagprogammeringsactiviteiten, maar het gaat er natuurlijk ook om dat er voldoende mensen worden
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
38
Sardes en DSP-groep 2023
gevonden. Het vinden van goed personeel komt in schouwronde 2 naar voren als een grote uitdaging voor zowel scholen als aanbieders. Een van de geschouwde scholen heeft veel succes met het gericht zoeken van mensen in eigen kring: ouders, buurtbewoners en oud-leerlingen. Een reünie en wijkfeest leverden veel nieuwe en goede Dagprogrammeringsbegeleiders op, zoals een DP-docent Engels en techniek.
5.5
Afstemming tussen externe aanbieders en leraren “We willen het aanbod van Dagprogrammering meer koppelen aan het onderwijs, want vanuit samenhang krijg je kwaliteit. Dit zou kunnen door meer themagericht te gaan werken.” “Er zijn situaties geweest waarbij in de Dagprogrammering iets was gebeurd waar de groepsleerkrachten niets van wisten. Tot ze de volgende morgen ouders op de stoep hadden staan…” “In het vo speelt nog sterker dat Dagprogrammering min of meer los staat van de rest van de school. Een deel van de docenten is erbij betrokken omdat ze er wat mee hebben en zelf ook activiteiten aanbieden, maar een deel staat er ver(der) vanaf. Wens is om dat te verbeteren, zodat ook zij de meerwaarde ervan in gaan zien en we elkaar gaan versterken.”
Schouwronde 1 liet zien dat van een expliciete, structurele afstemming tussen externe Dagprogrammeringsaanbieders en groepsleerkrachten of leraren niet of nauwelijks sprake is. Hooguit spreken ze elkaar even kort tijdens overdrachtsmomenten. Dat is in schouwronde 2 niet anders. De behoefte aan meer afstemming is er van beide kanten wel, maar het ontbreekt over het algemeen aan natuurlijke overlegmomenten hiervoor. Die momenten moeten dus worden gecreëerd, meestal op initiatief van de coördinator of het kernteam Dagprogrammering. Op dit vlak komen we een aantal positieve uitzonderingen, voorbeelden en voornemens tegen: • “Het onderwijsteam en de vakkrachten lunchen samen. En de vakleerkrachten zijn ook meegegaan met het teamuitje. Daardoor voelen de vakleerkrachten zich ook echt deel van de school.” • “Goede contacten tussen vakkrachten en leerkrachten is essentieel. Als we alleen maar even langs komen en dan weer weggaan, dan worden we nooit onderdeel van het leren. In de pauzes, na schooltijd, in het keuzeprofiel: we zien elkaar op veel verschillende momenten en zo kunnen we ook samen de kwaliteit opzetten.” • “Voorafgaand aan elke Dagprogrammeringsactiviteit is een kwartier overdrachtstijd ingebouwd met de leerkracht. Dat werkt goed. Dan hoor je even wat er leeft en speelt en waar ze in de klas mee bezig zijn.
Daar kun je dan op aansluiten.” • “Een of twee keer per jaar gaan leraren en vakdocenten gezamenlijk op training of studiedag. Dat bevordert het teamgevoel en zorgt voor uitwisseling.” • “Het zou goed zijn om de wekelijkse intervisie met de vakkrachten onderling af en toe uit te breiden met de groepsleerkrachten. Het is vooral de vraag hoe we dat logistiek kunnen organiseren, omdat ze gescheiden programma’s draaien.” • “We moeten toe naar gezamenlijke evaluatiemomenten, per blok. Als we dat met elkaar implementeren, dan creëer je iets met elkaar." • “We sluiten als groepsleerkrachten nu af en toe aan bij de Dagprogammeringsactiviteiten. Dat is leuk en goed, want zo zie je leerlingen ook op een andere manier, met andere talenten. Dan begrijp je ook beter waar ze het over hebben als ze weer terugkomen. Zo zijn ze nu aan het programmeren. Ik snap nu ook hun trots.” • “In de kern gaat het erom dat de begeleiders van de Dagprogammeringsactiviteiten echt worden gezien als onderdeel van het schoolteam, niet als passanten die af en toe in- en uitvliegen. Daarbij helpt het dat ze een substantieel aantal uur op de school kunnen meedraaien en geen losse uurtjes hoeven te sprokkelen. Als grote school hebben we het in die zin makkelijker, want daardoor kunnen we meer massa maken en mensen langer inschakelen.”
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
39
Sardes en DSP-groep 2023
5.6
Communicatie met en betrokkenheid van ouders “Elke school is zoekende hoe handig met ouders te communiceren.” “Veiligheid is voor mij als ouder het belangrijkste. Dan geeft heet geen fijn gevoel als je steeds een ander gezicht ziet. Weten zij wel wie bij mijn zoontje hoort? Sturen ze hem niet met de verkeerde ouder mee?”
Ouderbetrokkenheid blijft ook in schouwronde 2 een uitdaging. Over het algemeen is de waardering van ouders voor het Dagprogrammeringsaanbod hoog – soms is het zelfs een belangrijke reden om voor een school te kiezen –, maar tenminste een deel van de ouders is onvoldoende op de hoogte van het aanbod en/of zou beter geïnformeerd willen worden. Ook hier weer een aantal goede voorbeelden: • Een jaarkalender waarin alle Dagprogammeringsactiviteiten worden aangekondigd. • Hanteer meerdere communicatiekanalen. Een deel van de ouders is digibeet, dus enkel online communiceren is niet afdoende. • Ouders kort informeren voorafgaand aan elke nieuwe Dagprogrammeringsactiviteit, zodat ze weten wat ze kunnen verwachten en aan de bel kunnen trekken als ze nog vragen hebben. “Zo hoorden ouders nu soms pas achteraf dat hun kind bij de kookles alles moest proeven, terwijl ze thuis vegetariër zijn of hun kind allergenen heeft.” • “We organiseren kijkdagen bij de start van een nieuwe activiteit. Daar komen veel ouders op af. Maar helaas is er ook een deel dat geen gebruik maakt van deze mogelijkheid.” • Besteed in ouder- en tienminutengesprekken met de leerkracht altijd kort aandacht aan Dagprogrammering: doet je kind mee, waarom niet, hoe loopt het? • Een ‘smoelenboek’ met de vakleerkrachten zodat ouders weten wie lesgeeft.
• Een contactpersoon van de aanbieder of rondom Dagprogrammering algemeen? Met wie ouders als er iets aan de hand is contact kunnen opnemen. • De meeste Dagprogammeringsactiviteiten werken toe naar een concreet eindproduct, zoals een schilderij, een optreden of een videoclip. Bij de afsluiting, bijvoorbeeld in het theater, kunnen ouders met eigen ogen zien wat hun kinderen hebben gemaakt en geleerd. • Alle uitgevoerde activiteiten en bijbehorende eindproducten worden gedeeld via een nieuwsbrief. Per schooljaar worden deze nieuwsbrieven ook weer gebundeld in een gids, die daarmee alle activiteiten, ervaringen en opbrengsten samenvat. • Breng na afloop van een Dagprogrammeringsactiviteit actief de mogelijkheden voor een regulier vervolgaanbod en fondsen onder de aandacht bij ouders. Vaak zijn ze daarmee niet bekend en/of is er koudwatervrees. • Huisbezoeken aan ouders van kinderen die nooit mee doen met het facultatieve Dagprogrammeringsaanbod. Vaak gaat het hier om ouders die sowieso weinig betrokken zijn bij school, dus het mes snijdt hier aan twee kanten.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
40
Sardes en DSP-groep 2023
6. Conclusies en aandachtspunten 6.1 Conclusies In dit hoofdstuk beschrijven we de conclusies. Daarvoor nemen we de onderzoeksvragen als uitgangspunt. Deze conclusies hebben betrekking op de scholen die in deze ronde geschouwd zijn. Daarbij maken we ook vergelijkingen met de conclusies uit de vorige schouw. Overall kunnen we concluderen dat deze schouw in grote lijnen hetzelfde beeld laat zien als de vorige. Wel zijn er accentverschillen. In de beantwoording van de onderzoeksvragen en de conclusies zullen we de nadruk leggen op de uitkomsten die in de vorige schouw minder of niet naar voren kwamen. De onderzoeksvragen 1. Hoe verloopt de uitvoering van de Dagprogrammering (het proces)? 2. Hoe verloopt de inhoudelijke invulling van de Dagprogrammering (het programma)? Zijn daarin verschillen tussen het aanbod voor leerlingen in groep 1 en 2 en leerlingen vanaf groep 3 (zoals intensiveren en extensiveren)? 3. Welke resultaten zien we bij kinderen die deelnemen aan de Dagprogrammering op de in de aanvraag geformuleerde doelstellingen van de Dagprogrammering en de gezamenlijke hoofddoelen van de Dagprogrammering? 4. Welke andere factoren, naast de inzet vanuit Dagprogrammering, beïnvloeden waargenomen resultaten, doelen en uitvoering van Dagprogrammering? 5. Zijn er nog verbeteringen die de scholen zelf willen inzetten? En zijn er aanvullende wensen t.a.v. het aanbod? 6.
Zijn de randvoorwaarden daarvoor ingevuld? 7. Welke extra verbeterstappen zijn gewenst? Daarnaast zijn er specifieke vragen opgesteld voor de Dagprogrammering in het vo: 1. De doelstelling is dat 33% van de leerlingen deelneemt aan het programma. Lukt het dat percentage te halen? En Komt Dagprogrammering terecht bij de leerlingen die dat het meest nodig hebben? 2. De Dagprogrammering moet in het vo veel meer concurreren met andere nuttige bezigheden, zoals huiswerk, sport en baantjes. Hoe zorgen de scholen dat de deelname vergroot wordt, zonder de andere nuttige vrijetijdsbesteding in gevaar te brengen?
1. Uitvoering van de Dagprogrammering verloopt steeds beter De geschouwde scholen krijgen meer grip op de organisatie van de Dagprogrammering. Ze kregen de afgelopen jaren steeds meer zicht op wat werkt en wat niet, en wat ze daaraan zouden kunnen doen. De keuzes die ze daarin maken verschillen wel per school en zijn soms ook tegengesteld aan elkaar. In deze ronde schouwen waren er meer dan in de vorige schouw scholen die de Dagprogrammering (deels) geïntegreerd hebben in de reguliere schooldag en scholen die overwegen om dat te doen. Andere scholen hebben er juist bewust voor gekozen om te stoppen met Dagprogrammeringsaanbod door de dag heen en alles na de reguliere schooldag aan te bieden, om onrust tijdens de schooldag te voorkomen. Voor zowel po- als vo-scholen geldt dat ze soms bewust afscheid hebben genomen van aanbieders met wie het niet lekker werkte. Zo ontstaan er steeds meer vaste partnerschappen van scholen en aanbieders die elkaar weten te vinden en langdurig met elkaar samenwerken. Op ongeveer een derde van de geschouwde po-scholen leidt dat er toe dat de ingehuurde vakleerkrachten steeds meer onderdeel worden van het team, maar andere po-scholen kiezen er juist bewust voor om de Dagprogrammering zoveel mogelijk uit te Schouwen Dagprogrammering ronde 2
41
Sardes en DSP-groep 2023
besteden en buiten het team te houden om zo de eigen groepsleerkrachten niet extra te belasten. Het uitgangspunt dat groepsleerkrachten geen extra werkdruk moeten ervaren door Dagprogrammering staat dan wel (enigszins) op gespannen voet met een ander uitgangspunt dat veel scholen belangrijk vinden, namelijk regelmatige uitwisseling tussen het team en de externe uitvoerders. Op vo-scholen wordt een aanzienlijk deel van de Dagprogammeringsactiviteiten door eigen docenten uitgevoerd, op po-scholen is dat op een enkele school het geval. De rol van de vakleerkracht Er wordt veel gevraagd van de vakleerkrachten, met name als de Dagprogrammering volledig aan het eind van de dag plaats vindt. Meerdere keren wordt aangegeven dat de concentratie en motivatie van leerlingen aan het eind van de schooldag lang niet altijd optimaal is. Dat is pittig, geven onder andere groepsleerkrachten en docenten ook aan, met name aan het eind van de week. Vakleerkrachten zijn doorgaans minder pedagogisch-didactisch geschoold dan groepsleerkrachten en zouden eigenlijk met halve groepen moeten werken. Op sommige scholen gebeurt dat ook, andere scholen geven aan hier onvoldoende geld en/of ruimte voor te hebben.
Verschillende scholen zetten stevig in op het ondersteunen en integreren van de vakleerkrachten, bijvoorbeeld door de eigen leraar of een onderwijsassistent ook aanwezig te laten zijn tijdens de lessen. Over en weer neemt het enthousiasme dan toe, met name als vakleerkrachten zich deel gaan voelen van het team. Ook stedelijk zijn er scholingstrajecten voor vakleerkrachten in de Dagprogrammering, zoals Level-Up. De rol van de ondersteuner Dagprogrammering Net als vorig jaar zien we dat de rol van de ondersteuner Dagprogrammering verschilt van school tot school. Dat lijkt op de nu geschouwde scholen nog sterker het geval te zijn. We schouwden op scholen waar de ondersteuner praktische hand-en-span-diensten verricht, het aanbod coördineert, strategisch meedenkt en/of intervisie organiseert voor vakleerkrachten, maar ook op scholen waar de ondersteuner nauwelijks betrokken is. In dat laatste geval gaat het in een enkel geval ook om scholen die de Dagprogrammering nog niet helemaal op orde hebben. Ook zien we ondersteuners activiteiten, zoals intervisie voor vakleerkrachten, op scholen uitvoeren waar ook andere scholen baat bij kunnen hebben. De ondersteuners kunnen dus nog meer dan nu een rol spelen in kennisuitwisseling tussen de Dagprogrammeringsscholen. De rol van de coördinator Goede coördinatie is van wezenlijk belang, zowel inhoudelijk als praktisch.
De inhoudelijke vormgeving van Dagprogrammering is doorgaans bij een Mt-lid belegd, maar de dagelijkse praktische coördinatie kost nogal eens hoofdbrekens. Een struikelblok hierbij is dat niet alle scholen weten hoe ze coördinatie kosten kunnen bekostigen uit het Dagprogrammeringsbudget, waardoor ze deze uren financieren uit de middelen van de school. Dat staat op gespannen voet met de kwaliteit van het totale aanbod op de school. Immers: de Dagprogrammering zou niet indirect ten koste moeten gaan van uren voor leiderschap en/of lesgeven. We zien dat op scholen waar de dagelijkse coördinatie duidelijk is belegd bij iemand die daar ook tijd en aandacht aan kán besteden de Dagprogrammering beter verloopt, knelpunten en incidenten sneller worden opgelost en er door zowel het team als de vakleerkrachten meer rust ervaren wordt t.a.v. de Dagprogrammering. 2. Gelijke kansen als uitgangspunt voor de inhoudelijke invulling Net als in de vorige schouw hebben vrijwel alle nu geschouwde scholen een duidelijke visie op de Dagprogrammering. Doorgaans wordt het bieden van gelijke kansen als visie genoemd. Dat concretiseren de scholen enerzijds als het bieden van extra ondersteuning bij de cognitieve vakken en anderzijds door het inzetten op talentontwikkeling door een veelheid aan het bieden van activiteiten.
Dit zien we terug in de door de scholen geformuleerde doelen, die uiteen vallen in doelen voor de brede ontwikkeling, sociaalemotionele doelen en cognitieve/remediërende doelen. Bij de doelen past een veelheid aan cognitieve, sociaal-emotionele, sportieve en culturele activiteiten, die we op de meeste scholen ook terug zien. Een enkele school kiest voor een gerichter programma passend bij het profiel van de school. Alle vo-scholen Schouwen Dagprogrammering ronde 2
42
Sardes en DSP-groep 2023
zetten in op huiswerkbegeleiding en de basisvaardigheden, met daarnaast in meer of mindere mate talentontwikkelingsactiviteiten. In het po ligt de nadruk meer op de talentontwikkeling, met daarnaast ook aandacht voor basisvaardigheden. Aandacht voor basisvaardigheden Meer dan in de vorige schouw vinden scholen aan het naast talentontwikkeling ook belangrijk om in te zetten op basisvaardigheden, met name taal/lezen en rekenen. Zij koppelen dit op verschillende manieren aan Dagprogrammering. Sommige scholen vullen een deel van de Dagprogrammering in met remediërende programma’s, ook maatwerk voor leerlingen die op een bepaald gebied extra aandacht nodig hebben. Dat geldt nog sterker in het vo. Andere scholen willen dat de reguliere groepsleerkrachten sterk inzetten op basisvaardigheden en hebben de onderdelen die hier niet direct aan bijdragen in de Dagprogrammeringsuren ondergebracht. Verbinding tussen reguliere curriculum en Dagprogrammering De nu geschouwde scholen benoemen vaker dat de relatie tussen de reguliere en de extra activiteiten een belangrijke succesfactor is voor leerlingresultaten, Een doorgaande inhoudelijke lijn tussen reguliere en extra lessen (bijv. op verschillende manieren aandacht besteden aan dezelfde worden) versterkt het aanbod en daarmee de resultaten, signaleren zij.
Om die relatie te versterken willen scholen uitwisseling tussen vakkrachten en groepsleerkrachten meer faciliteren. Ook speelt het een rol bij de keuze voor activiteiten. Niet alleen door uitwisseling tussen groepsleerkrachten en vakkrachten kan een verbinding tussen het reguliere en het extra programma worden aangebracht. Minstens zo belangrijk is om binnen de activiteiten voor leerlingen de verbinding duidelijk te maken. Sommige scholen doen dat door de vakkrachten met dezelfde thema’s te laten werken of door ze dezelfde taal en woorden te laten gebruiken, maar op dit gebied is nog winst te behalen. Met name door vakken te combineren, bijvoorbeeld taal en muziek, taal en bewegen of drama en leesbevordering, kan leerwinst geboekt worden. In Nederland zijn inmiddels tal van goede voorbeelden en sommige Dagprogrammeringsscholen zijn hiermee aan de slag gegaan. Behoefte aan maatwerk Een veel gehoord geluid is dat extensivering voor een deel van de leerlingen te intensief is. Sommige scholen en ouders pleiten om die reden voor meer maatwerk: niet verplicht tien uur Dagprogrammering voor alle leerlingen, maar rekening houden met wie wat aankan en wie wat nodig heeft. Vooral voor de leerlingen in de onderbouw van in het primair onderwijs zou de overgang naar groep 3 nu te groot zijn, o.a.
door verschillende professionals voor de groep, meerdere locaties en langere dagen .Uiteraard zou een verschillend aanbod voor verschillende kinderen ook allerlei praktische consequenties hebben, zoals verschillende schooltijden voor verschillende leerlingen en minder makkelijk groepsgebonden activiteiten organiseren. Van elkaar leren versus zelf ontdekken In deze en de vorige schouw wordt duidelijk dat elke school zelf een zoektocht onderneemt naar de beste manier om invulling te geven aan Dagprogrammering en daarbij regelmatig zelf ‘het wiel uitvindt’. Scholen zouden meer van elkaar kunnen leren. De ondersteuners Dagprogrammering kunnen daar nog een sterkere rol in vervullen. Aan de andere kant hebben scholen er juist ook behoefte aan om te ontdekken welke activiteiten wel en niet bij de school en de leerlingen passen en op welke manier deze dan het beste georganiseerd kunnen worden, dus de invulling van Dagprogrammering blijft altijd maatwerk. Intensiveren en extensiveren Alle geschouwde scholen intensiveren in groep 1 en 2, daarnaast zijn er enkele scholen die ook extensiveren in groep 1 en 2. Deze scholen merken daarbij geen problemen voor de kleuters. Andere scholen geven aan dat de dag veel te lang zou worden voor kleuters als er zou worden geëxtensiveerd. Eén school heeft er daarom voor jongere leerlingen voor gekozen om ook voor groep 3 over te gaan op
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
43
Sardes en DSP-groep 2023
intensiveren (niet betaald uit het Dagprogrammeringsbudget) en de extra activiteiten voor groep 3 facultatief te maken. De verschillende tijden waarop kinderen in de onderbouw en de midden- en bovenbouw vrij zijn brengt voor ouders met kinderen in de onderbouw én de middenbouw praktische vraagstukken met zich mee, omdat ze op verschillende momenten bij school moeten zijn om kinderen op te halen. Bereiken van de juiste leerlingen In het voortgezet onderwijs hoeven, anders dan in het primair onderwijs, niet alle leerlingen mee te doen aan de Dagprogrammering. Doel is om hier minimaal een derde van de leerlingen te bereiken. Nu lijkt dat soms vrijblijvend opgevat te worden: als een derde van de leerlingen mee doet, dan is het doel bereikt. Van belang is om wel te blijven monitoren of ook díe leerlingen bereikt worden die de Dagprogrammering het meest nodig hebben omdat ze weinig andere mogelijkheden hebben tot sportieve, culturele, onderwijsondersteunende of sociaal-emotionele ontwikkeling ondersteunende activiteiten te volgen. Nu wordt nog niet standaard bijgehouden of deze leerlingen bereikt worden met de Dagprogrammering in het vo. Wensen van ouders en leerlingen Anders dan op de vorige geschouwde scholen willen de ouders in het po die we dit jaar spraken vooral geïnformeerd worden, maar ze willen niet per se inbreng hebben.
De meesten vinden het aanbod zoals dat er nu is breed genoeg. Ook leggen de ouders die we dit jaar spraken minder nadruk op taal en rekenen dan in de vorige schouw het geval was. Nu werd vooral benoemd dat ze het fijn vinden dat kinderen met veel verschillende activiteiten kennis kunnen maken en zinvolle activiteiten kunnen doen in buurten die niet zo veel te bieden hebben na schooltijd Leerlingen, zowel in het po als het vo, zijn goed in staat genuanceerd na te denken over de Dagprogrammering. Zo geven sommige leerlingen in het po die niet zelf mogen kiezen voor activiteiten bijvoorbeeld aan dat ze het jammer vinden dat ze niet mogen kiezen, maar dat ze daardoor wel dingen leren kennen die ze heel leuk vinden en nooit zelf gekozen zouden hebben. Leerlingen in het vo benoemen dat ze na een lange schooldag vaak geen zin meer hebben in Dagprogrammering, maar ook dat het hen helpt en kansen geeft. Met name de activiteiten die te maken hebben met studiebegeleiding en voorbereiding op studie en beroep waarderen deze vo-leerlingen.
3. Meerwaarde duidelijk, maar resultaten bij leerlingen moeilijk in beeld te brengen Betrokkenen zijn er zonder uitzondering van overtuigd dat de Dagprogrammering veel oplevert, maar vinden het ook moeilijk is om te bepalen hoe groot de meerwaarde precies is: net als vorig jaar geven alle scholen aan dat ze niet specifiek bijhouden wat de opbrengsten van de Dagprogrammering bij leerlingen zijn. Verschillende scholen benoemen daarbij dat ze het lastig vinden dat de opbrengst van de Dagprogrammering op leerlingniveau niet te isoleren is, omdat ze veel meer doen op school dat invloed heeft op de ontwikkeling van leerlingen. Wel zijn de scholen overtuigd van de meerwaarde van de Dagprogrammering voor leerlingen als het gaat om het opdoen van verrijkende ervaringen, op het gebied van de sociaal-emotioneel ontwikkeling en soms ook op cognitief vlak. Die resultaten moeten uiteraard ook worden afgezet tegen het bereik van de Dagprogrammeringsactiviteiten: welk deel van de leerlingen profiteert ervan? In het primair onderwijs is het grootste deel van de Dagprogammeringsactiviteiten volgens de bedoeling verplicht voor alle leerlingen. De meeste activiteiten vormen een vast onderdeel van het onderwijsprogramma.
Daarnaast biedt een aantal geschouwde po-scholen ook facultatieve activiteiten aan, bijvoorbeeld later in de middag, in het weekend of tijdens vakanties en al dan niet in het kader van de Dagprogrammering. Deze facultatieve activiteiten worden logischerwijs door een veel kleiner deel van de leerlingen bezocht (5-50%). In het voortgezet onderwijs spitst de Dagprogrammering zich doorgaans toe op de gehele onderbouw of een deel ervan (bijvoorbeeld alle eersteklassers). Het streven om tenminste een derde van deze leerlingen te bereiken wordt over het algemeen gemakkelijk gehaald, omdat de activiteiten ook hier deel uitmaken van het reguliere onderwijscurriculum en voor deze leerlingen dus verplicht zijn. Aan de facultatieve naschoolse sport- en cultuuractiviteiten, die veel vo-scholen daarnaast nog aanbieden, Schouwen Dagprogrammering ronde 2
44
Sardes en DSP-groep 2023
neemt doorgaans maar een kleine groep leerlingen deel. De meeste vo-leerlingen zijn niet te verleiden voor deze in hun ogen ‘extra’ schooluren. Sommige scholen zoeken wel naar mogelijkheden om de resultaten van de Dagprogrammering op leerlingniveau beter in beeld te krijgen en één school doet hier met de universiteit van Rotterdam gericht onderzoek naar. Dat laatste is voor de meeste scholen een brug te ver. Realistischer lijkt het inzetten van meer kwalitatieve evaluatiemethoden, waarin de nadruk ligt op brede en diepgaande reflectie op en doorontwikkeling van de opzet van Dagprogrammering. Op alle geschouwde scholen zien we hier elementen van terug, maar de wijze waarop dit wordt ingevuld is sterk verschillend: van ad hoc, basaal en willekeurig tot periodiek, specifiek en systematisch; en alles daar tussenin. Daarbij valt op dat tijdens de terugblik op de schouwen meerdere keren wordt aangegeven dat de schouw het enige moment is dat men met ‘alle perspectieven’ om tafel zit. Er is dus ook weinig aandacht voor gezamenlijk terugblikken en vooruitkijken. Het gesprek over ‘doen we de goede dingen en doen we de dingen goed’ zou meer gevoerd kunnen en moeten worden met alle betrokkenen bij de Dagprogrammering op een school. Dat zien we ook terug in het feit dat monitoren, evalueren en registreren op veel scholen nog maar mondjesmaat gedaan wordt.
Duidelijk wordt dat op het vlak van evaluatie en reflectie nog veel valt te winnen en scholen hierin onderling ook van elkaar kunnen leren. Hoe kan de gemeente deze reflectie meer faciliteren? Bijvoorbeeld tijdens de jaarlijkse conferentie zou hier gelegenheid voor geboden kunnen worden, door een goede mix van informeren en uitwisselen te creëren, door scholen inzicht te geven in mogelijkheden voor evaluatie waarin de nadruk ligt op reflectie en doorontwikkeling en scholen daar in te faciliteren. Ook de ondersteuners Dagprogrammering, die nu vaak ook betrokken zijn bij de gegevensverzameling voor de outputmetingen, zouden daar wellicht een rol in kunnen spelen. 4. Personeelstekort en locatie mede bepalend voor Dagprogrammering Personeelstekorten in onderwijs en bij aanbieders Op een enkele school na worstelen alle scholen met het personeelstekort in het onderwijs, maar ook in alle aanpalende sectoren. Daardoor moet een interne coördinator of een leraar die deels is vrijgesteld voor Dagprogammeringsactiviteiten toch met regelmaat voor de klas, waardoor de Dagprogrammering minder goed verloopt of er activiteiten uitvallen. Ook de aanbieders hebben te maken met personeelstekorten, met uitval van activiteiten tot gevolg.
Aangezien er veel van vakleerkrachten gevraagd wordt en volgens scholen niet iedereen geschikt is om met (deze) leerlingen te werken, wordt het ook lastiger om geschikte mensen te vinden. De kwantiteit van het aanbod (en wellicht ook de kwaliteit) staat dus onder druk door een gebrek aan personeel op alle fronten. Invloed van locatie op het aanbod Hoe goed de scholen ook nadenken over de inhoudelijke vulling van de Dagprogrammering, de locatie en huisvesting van de school is sterk bepalend voor het aanbod: zijn er voldoende lokalen beschikbaar om groepen te splitsen? Kan er gebruik gemaakt worden van extra ruimtes in de directe omgeving? Is er voldoende en geschikte buitenruimte? Deze fysieke situatie draagt bij aan grote verschillen tussen de mogelijkheden van scholen met Dagprogrammering. Waar de ene school worstelt met te weinig binnen- en buitenruimte en groepen daardoor noodgedwongen groter moet laten zijn dan wenselijk voor de uitvoerders van de activiteiten, heeft de andere school voldoende ruimtes om in kleinere groepen te kunnen werken of heeft uitgebreide buitenruimte in de directe omgeving met bijvoorbeeld een Cruijff court. Dit heeft uiteraard consequenties voor de programmering en voor de omstandigheden waarin de leraren en vakleerkrachten hun werk moeten doen.
Ook eigen keuzes van invloed Zoals in hoofdstuk 5 beschreven benoemen de scholen net als in de vorige schouw ook nu kritische succesfactoren, waarbij het nu duidelijker is dat scholen daar eigen keuzes in maken die ook weer van Schouwen Dagprogrammering ronde 2
45
Sardes en DSP-groep 2023
invloed zijn op het verdere verloop van de Dagprogrammering. Het is de vraag of de scholen altijd voldoende op de hoogte zijn van alternatieven voor hun keuzes en wat de ervaringen op andere scholen daarmee zijn. Meer uitwisseling tussen scholen, bijvoorbeeld onder leiding van de ondersteuners, kan scholen helpen gerichtere keuzes te maken. 5. Nog in te zetten verbeteringen In de vorige schouw werden de volgende verbeteringen genoemd: • meer afstemming tussen externe uitvoerders/externe vakleerkrachten en de groepsleerkrachten/docenten; • meer communicatie met en betrokkenheid van ouders; • meer mogelijkheden voor maatwerk, zowel op school- als leerlingniveau, dus ruimere kaders; • hogere projectfinanciering. Op het laatste punt na zien we die verbeterpunten nu weer terug, met name de afstemming tussen vakleerkrachten en leraren en de mogelijkheden voor maatwerk. Een hogere projectfinanciering wordt nu niet genoemd, wellicht omdat na de vorige schouw de te vergoeden uurtarieven zijn verhoogd. Wel is het van belang dat voor alle scholen duidelijk wordt op welke manier ze ook coördinatie mee kunnen financieren uit het Dagprogrammeringsbudget.
Extra verbeterpunten die in deze ronde schouwen worden genoemd zijn: • De aanwezigheid van een kernteam Dagprogrammering waarin strategisch, beleidsmatig en evaluatief wordt nagedacht over de Dagprogrammering • Meer leren van goede voorbeelden van andere scholen. 6. Randvoorwaarden soms moeilijk te verwezenlijken Het afstemmen tussen externe vakleerkrachten en groepsleerkrachten/docenten kost tijd (en dus geld). Door personeelstekorten en werkdruk is de tijd er vaak niet. Deze randvoorwaarde is dus niet ingevuld en is ook niet één-twee-drie in te vullen. Tegelijkertijd ontbreekt het scholen ook aan goede voorbeelden en praktische handvatten hiervoor. Ook hiervoor geldt dus dat scholen nog meer van elkaar kunnen leren Ook de communicatie met ouders is een langer spelend punt, dat ook niet uniek is voor Dagprogrammeringsscholen. Vrijwel alle scholen worstelen met het informeren en betrekken van ouders, waarbij ook vaak wordt ervaren dat áls er dan iets voor ouders wordt georganiseerd maar weinig ouders komen en meepraten of de toegezonden informatie lezen. Ook de mogelijkheden die het gebouw biedt waar de school is gevestigd, is een belangrijke randvoorwaarde. Het is voor sommige scholen een knelpunt dat leerlingen naar een andere locatie moeten.
In welke mate en op welke locaties meer maatwerk mogelijk is, en of ook coördinatie uit het Dagprogrammeringsbudget bekostigd kan worden is aan de stuurgroepen CZ en VO-MBO NPRZ. 7. Ruim een derde van de leerlingen in het vo wordt bereikt Anders dan vorig jaar bieden alle geschouwde vo-scholen in deze schouwronde een deel van hun uren verplicht aan voor alle leerlingen, waardoor zij het beoogde percentage bereik binnen die activiteiten wel halen. Voor de uren die facultatief worden aangeboden is het lastiger om het beoogde bereik te behalen. Eén van de vo-scholen biedt alle Dagprogrammeringsactiviteiten facultatief aan, maar deze school heeft geen moeite om een derde van de leerlingen te bereiken, in tegenstelling tot de ervaring van de scholen uit de vorige schouwronde. De leerlingen zijn doorgaans enthousiast over de activiteiten, hoewel ze het soms ook zwaar vinden als ze daardoor met lange dagen te maken krijgen. De vo-scholen hanteren voor de meeste activiteiten geen gericht selectiebeleid waarbij ze leerlingen aanwijzen voor wie die activiteit van meerwaarde kan zijn, maar stellen deelname open voor alle leerlingen die graag mee willen doen. 8. Succesfactoren t.a.v. deelname in het vo Het blijft ook in deze ronde een uitdaging om bovenbouwleerlingen in het po en de leerlingen in het vo te motiveren voor deelname aan de Dagprogrammering.
In het vo hebben veel leerlingen het druk: ze gaan al naar sport of muziekles, hebben bijbaantjes, soms lange schooldagen en ze willen ook hun vrienden Schouwen Dagprogrammering ronde 2
46
Sardes en DSP-groep 2023
ontmoeten (live of online). Tegelijkertijd zien we dat het wat betreft deelname goed werkt om de Dagprogrammeringsuren in te bouwen in de schooldag en verplicht te maken voor iedereen. En een aanbod waar leerlingen zelf enthousiast over zijn draagt, ook bij facultatieve uren, bij aan een goede opkomst. Het is van belang om leerlingen daar zelf ook bij te betrekken. Anders dan volwassenen wellicht denken zijn leerlingen die we in deze schouw spraken (vooral) ook positief over activiteiten die te maken hebben met hun schoolse vaardigheden en ontwikkeling, zoals scheikunde en biologieproefjes, technieklessen, begeleide tijd voor het maken van huiswerk en coaching.
6.2 Aandachtspunten We doen in deze rapportage bewust geen aanbevelingen, omdat de verschillen tussen de Dagprogrammeringsscholen te groot zijn om algemeen geldende aanbevelingen te doen. Wel zien we een aantal punten waarvan we denken dat ze belangrijk zijn om mee te nemen in de gesprekken over en plannen voor de Dagprogrammering. Net als vorig jaar hoort daar ook het verkennen van mogelijkheden tot maatwerk in met name onderbouw en groep 3 bij, voor dit punt verwijzen we naar de rapportage over de eerste schouwronde. Hier beschrijven we nieuwe aandachtspunten of aandachtspunten met een iets andere invalshoek. Reflectie op Dagprogrammering door de school Een schouw vormt voor scholen een moment om met elkaar bewust stil te staan bij de visie op Dagprogrammering, de doelen die de school wil bereiken en de wijze van invulling. Op sommige scholen is Dagprogrammering onlosmakelijk verbonden met de visie op leren en ontwikkelen, het is verweven in het schoolconcept en samen met andere (gesubsidieerde) initiatieven een geïntegreerd onderdeel van de school. De scholen die op die manier werken, vinden het daarom lastig om Dagprogrammering op een geïsoleerde manier te bespreken, zeker als het om leerlingresultaten gaat. Andere scholen kiezen er bewust voor om Dagprogrammering uit te besteden en het reguliere curriculum en de extra activiteiten duidelijk te onderscheiden.
Welke keuzes je ook maakt, reflectiemomenten op een school met alle betrokkenen (ook ouders en leerlingen) zijn belangrijk en zouden vaker kunnen plaatsvinden, bijvoorbeeld begeleid door de ondersteuner Dagprogrammering. Op die manier is niet alleen helder waarom en hoe je iets doet, maar blijft er ook draagvlak en eensgezindheid over de uitvoering. Uitwisseling tussen scholen We zien dat alle scholen zoeken naar de optimale invulling van de Dagprogrammering. Wisselende omstandigheden als personeelswisselingen, locatiewisselingen en in het vo ook fusies spelen daar een rol in. We zien ook dat veel scholen bezig zijn met zelf het wiel uitvinden. Aan de ene kant is dat prettig: wat op de ene school een succes is, kan op een andere school totaal niet passen. Aan de andere kant maakt het ook dat scholen soms onvoldoende geïnformeerd keuzes maken. Als iets ergens anders al wordt gedaan of is geprobeerd, kun je daar ook je voordeel mee doen. Idealiter gebeurt dat door bijvoorbeeld leergemeenschappen van Dagprogrammeringsscholen op te zetten waarin directies, leerkrachten en/of vakleerkrachten ervaringen met elkaar delen en samen leren. Maar in een tijd van werkdruk en personeelstekorten draagt dat wellicht alleen nog maar verder bij aan werkdruk. De ondersteuners Dagprogrammering zouden hier wellicht nadrukkelijker een rol in kunnen spelen.
Zij komen allemaal op meerdere Dagprogrammeringsscholen en hebben daardoor een schat aan kennis en ervaring over wat wel en niet werkt en over de mogelijkheden die er zijn. Meer uitwisseling tussen de ondersteuners die vervolgens hun kennis weer doorbrengen naar de scholen kan ook helpend zijn in de uitwisseling en dus de verdere ontwikkeling van de Dagprogrammering. De (on)mogelijkheden van een locatie Zoals hierboven al aangegeven kan meer uitwisseling tussen scholen bijdragen aan verdere ontwikkeling van de Dagprogrammering, maar geldt ook dat wat op de ene school werkt niet noodzakelijk ook op de
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
47
Sardes en DSP-groep 2023
andere school werkt. Eén van de bepalende factoren hierin zijn het schoolgebouw en de ruimte om de school heen. De verschillen hierin tussen scholen zijn heel groot. Waar de ene school lokalen over heeft en dus makkelijk groepen in tweeën kan splitsen, worstelt de andere school sowieso al met de beschikbare ruimte. En waar de ene school aan park, plein of Cruijff court grenst en daar gebruik van kan maken, heeft de andere school alleen een betegeld plein als beschikbare buitenruimte. Dat zijn omstandigheden die niet te veranderen zijn en waar iedere locatie zijn weg in moet vinden. Tegelijkertijd kunnen scholen in vergelijkbare settingen ook hierin wel van elkaar leren: soms zijn al creatieve oplossingen gevonden voor ruimtelijke uitdagingen waar ook andere scholen in vergelijkbare situaties iets mee kunnen. Voor het overkoepelend niveau is het van belang dat de stuurgroepen CZ en VO-MBO NPRZ en anderen zich realiseren dat de beschikbare ruimte mede bepalend is voor het mogelijke aanbod en dus ook voor de te verwachten resultaten. Ook al biedt elke school extra uren aan, de te verwachten resultaten zijn van meer per school verschillende randvoorwaarden afhankelijk. Mogelijkheden voor coördinatie We hebben het eerder genoemd in deze rapportage: een goede en beschikbare coördinator is een cruciale randvoorwaarde voor de uitvoering van de Dagprogrammering.
Bij de coördinator komen alle lijnen samen, hij/zij heeft het overzicht, is een centraal aanspreekpunt voor zowel leraren, vakleerkrachten, directie als ouders en kan daardoor snel en effectief handelen. Dat zorgt voor rust in de dag en rust in het programma. Sommige scholen hebben hier een leerkracht (deels) voor vrijgesteld of er iemand speciaal voor aangetrokken, anderen besteden dit uit aan een van de aanbieders, en op nog weer andere scholen is dit een bijkomende taak voor de, doorgaans toch al drukke, directie. Het is belangrijk om na te gaan hoe deze belangrijke randvoorwaarde organisatorisch en financieel goed belegd kan worden. Ondersteuning van vakleerkrachten Ook in de eerste schouwronde werd aangegeven dat de kwaliteit van vakleerkrachten van belang is. Toen lag vooral de nadruk op het maken van goede afspraken en de verantwoordelijkheid van de aanbieders om vakleerkrachten goed te scholen. In de huidige ronde schouwen gaat het ook over de manier waarop de vakleerkrachten ondersteund kunnen worden vanuit de school. Bijvoorbeeld door groepen in tweeën te splitsen, ze te laten ondersteunen door een eigen groepsleerkracht of onderwijsassistent en door ze te betrekken in schoolbrede scholing. Voor al deze punten geldt wel dat het haalbaar moet zijn in ruimte en budget.
Op de scholen waar vakleerkrachten zich deel voelen van het team wordt dat zowel door leraren als vakleerkrachten als succes gezien, durven ze over en weer elkaar sneller om hulp te vragen, is er betere praktische en inhoudelijke afstemming en overdracht en worden probleempjes gedurende de dag sneller opgelost.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
48
Sardes en DSP-groep 2023
Bijlage 1 Toelichting op Dagprogrammering en op schouwen Over de Dagprogrammering Hoeveel kansen kinderen en jongeren krijgen om zich optimaal te ontwikkelen, hangt onder andere af van hun thuissituatie en de wijk waarin ze wonen. 35 Rotterdamse scholen voor primair onderwijs (po) en 8 scholen voor voortgezet onderwijs (vo) binnen het Nationaal Programma Rotterdam Zuid bieden hun leerlingen respectievelijk tien en zes uur extra leertijd per week. Dit doen ze sinds 2019-2020 onder de noemer Dagprogrammering (onderdeel van de Pijler School van het NPRZ)12. Voor de Dagprogrammeringsscholen in het primair onderwijs is de uitbreiding van tien uur per week verplicht voor alle leerlingen, in het voortgezet onderwijs wordt gestreefd naar het bereiken van een derde van de leerlingen op de deelnemende scholen. Zo krijgen leerlingen meer mogelijkheden om hun talenten, leerprestaties en sociaal- emotionele vaardigheden te ontwikkelen. Concreet doen de scholen dit door extra activiteiten aan te bieden in (een deel van) de volgende profielen: • Taal, rekenen en huiswerkbegeleiding • Sociaal-emotionele ontwikkeling • Sport, bewegen en gezondheid • ICT en Media • Kunst en Cultuur • Wetenschap en techniek • Democratisch burgerschap en Ken je stad • Natuur en Milieu • Beroepsleven
De grondslag van de Dagprogrammering Het doel van de Dagprogrammering is het bijdragen aan goede onderwijsresultaten, bredere vorming en een evenwichtige sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen die onderwijs volgen op scholen die deelnemen aan Dagprogrammering binnen NPRZ. Dagprogrammering wordt aangeboden aan alle po leerlingen uit groep één tot en met acht, en voor een derde van de leerlingen van de deelnemende scholen in het voortgezet onderwijs in de focuswijken op Rotterdam Zuid. Voor de groepen één en twee geldt dat in plaats van extensiveren, extra leertijd (uren), ook kan worden ingezet op intensiveren, het inzetten van meerdere leerkrachten/onderwijsassistenten per groep. De basisscholen binnen de Children’s Zone werden verplicht binnen de Dagprogrammering hun extra aanbod, dat vaak al zes uur per week bedroeg, uit te breiden naar tien uur per week. Scholen op Rotterdam Zuid buiten de Children’s Zone konden er voor kiezen om mee te doen aan de Dagprogrammering. Ook zij moeten voldoen aan de tien uur extra per week, maar kregen de tijd om daar naar toe te groeien. Ook de vo-scholen op Zuid konden zelf kiezen of ze wel of niet meedoen aan de Dagprogrammering.
Over de schouwen In 2020 voerde Sardes een procesevaluatie van de Dagprogrammering uit13. Een evaluatie op een ‘traditionele’ manier met vragenlijsten en interviews. De stuurgroep Children’s Zone met vertegenwoordigers van de schoolbesturen, het NPRZ-programmabureau en de gemeente Rotterdam heeft besloten tot een nieuwe evaluatie, maar dan in de vorm van bezoek aan en gesprek met scholen, met een uitgebreider panel van onderzoekers en vertegenwoordigers van andere scholen en schoolbesturen.
12
In het voortgezet onderwijs sinds 2020-2021. Kruiter, J., Mens, R., Hoogeveen, K. & Donkers, E. (2020). Procesevaluatie Dagprogrammering Rotterdam Zuid. Zicht op invoering en mogelijkheden in de toekomst. Utrecht: Sardes 13
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
49
Sardes en DSP-groep 2023
In de uitgevoerde schouwen staat inzicht krijgen in de uitvoering en ervaren opbrengsten van de Dagprogrammering op de geschouwde scholen voorop. Ook het van elkaar leren over de invulling en verbetering van de Dagprogrammering is nadrukkelijk een doel van de schouwen. Alle scholen geven op hun eigen manier vorm aan de Dagprogrammering en bevinden zich ook in hun eigen specifieke context, bijvoorbeeld de mate waarin ze te maken hebben en/of de manier waarop ze omgaan met: • Landelijke factoren, zoals het personeelstekort of de activiteiten en middelen vanuit het Nationaal Programma Onderwijs. • Lokale factoren, zoals initiatieven in de wijk of vakantiescholen. • Factoren op school, zoals het lerarentekort, onderwijsvisie en kwaliteitszorg. • Persoonlijke factoren, zoals de thuissituatie en motivatie van leerlingen. In de schouwen is daarom nadrukkelijk aandacht besteed aan de context waarbinnen Dagprogrammering wordt uitgevoerd. Voorafgaand aan de schouwen hebben we voor elke school de relevante documenten geanalyseerd, zoals visiedocumenten en websites van de scholen, gegevens vanuit de gemeente over de subsidieaanvragen en -verantwoording en gerealiseerde uren en profielen van de Dagprogrammering. Ook keken we naar openbaar beschikbare gegevens als zittenblijvers, slagingspercentages, eindcijfers, schoolweging, referentiewaarden, schooladvies en eindtoetsscores.
Om van elkaar te kunnen leren zijn de schouwen uitgevoerd door een panel van wisselende samenstelling, waarin o.a. schooldirecteuren, medewerkers van schoolbesturen en medewerkers van het NPRZ en de gemeente Rotterdam aanwezig waren. De schouwen werden geleid door twee onderzoekers, die ook verslag maakten. Dat verslag werd in concept aan de geschouwde scholen voorgelegd.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
50
Sardes en DSP-groep 2023
Bijlage 2 Resultaten van de geschouwde scholen Er kan op verschillende manieren naar de resultaten van de geschouwde scholen worden gekeken. We doen dat hier door naar de openbare gegevens over schoolweging, fundamentele en streefwaarden, eindtoetsscores, schooladviezen, doorstroom en slagingspercentages te kijken. Zoals eerder gemeld beschouwen we deze resultaten als kenmerk van de geschouwde scholen, en nadrukkelijk niet als resultaat van de Dagprogrammering. Om de link tussen Dagprogrammering en de output van de scholen te kunnen leggen is een ander type onderzoek nodig. De schoolwegingen van de geschouwde po- scholen liggen tussen de 33,43 en 38,10 en zijn daarmee bovengemiddeld tot zeer hoog. Dit betekent dat er relatief veel leerlingen zijn die binnen de doelgroep van het onderwijsachterstandenbeleid vallen14. Bij twee geschouwde scholen was er tussen 2019-2020 en 20212022 sprake van een stijging van het schoolgewicht, bij één school van een daling en bij de overige scholen bleef het schoolgewicht min of meer gelijk. In tabel b1 is te zien dat de geschouwde scholen gemiddeld genomen iets lagere eindtoetsscores hadden dan in 2021-2022. Datzelfde zien we bij de fundamentele niveaus15 taal en rekenen: ook dit ligt gemiddeld hoger in 2021-2022. Voor de streefniveaus is dat niet het geval, dat ligt gemiddeld lager in 2021-2022 dan in 2020-2021. Tabel b1
Eindtoetsscores, fundamentele en streefniveaus geschouwde po-scholen 2020-202116 2021-2022 17 Eindtoetsscores Laagste 10% 1 Laagste 10-25% 1 1 25-75% 3 2 Hoogste 25% 1 Fundamentele niveau Minimum 85% 95% Maximum 94% 99% Gemiddelde 92% 97% Streefniveau Minimum 49% 35% Maximum 69% 71% Gemiddelde 69% 53%
Een laatste gegeven waar we naar gekeken hebben in het po zijn de schooladviezen voor het voortgezet onderwijs. Doordat het vaak om relatief kleine groepen leerlingen gaat, is het lastig om duidelijke conclusies te trekken uit verschillen tussen scholen of tussen jaren (één leerling telt vaak voor 2,5-5%). Op hoofdlijnen zien we dat op zes van de geschouwde scholen zo’n 55% van de leerlingen een vmbo advies krijgt in 2021-2022. Over het algemeen was dat percentage in de jaren daarvoor wat lager18. Op twee
14 Het onderwijsachterstandenbeleid is erop gericht onderwijsachterstanden onder (basisschool)leerlingen ten gevolge van sociale, economische of
culturele oorzaken zoveel mogelijk te voorkomen en om eenmaal opgelopen achterstanden te verminderen. Zie: https://www.cbs.nl/nlnl/longread/rapportages/2022/herijking-onderwijsachterstandenindicator-primair-onderwijs-2021 15 Het fundamentele niveau (1F-niveau) is de basis die zo veel mogelijk leerlingen moeten beheersen. Het streefniveau (1S-niveau) heeft iedereen nodig om in de maatschappij mee te kunnen doen Zie: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/taal-en-rekenen/referentiekader-taal-enrekenen. 16 In 2019-2020 zijn vanwege de coronacrisis geen eindtoetsen afgenomen. Daardoor zijn voor dit jaar ook de fundamentele en streefniveaus niet berekend. Niet voor alle geschouwde scholen zijn de eindtoetsgegevens bekend, soms doordat de BRIN-code met een andere school gedeeld wordt, waardoor deze gegevens niet op locatieniveau bekend zijn in openbare data. 17 De geschouwde scholen maakten gebruik van verschillende eindtoetsen (IEP, Cito en Route 8). Omdat de scores niet onderling vergelijkbaar zijn laten we hier de indeling in percentielen zien. 18 Voor het schooljaar 2019/2020 kan hierbij meespelen dat er in dat jaar geen eindtoetsen zijn afgenomen vanwege de coronacrisis.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
51
Sardes en DSP-groep 2023
scholen krijgen ongeveer evenveel leerlingen een tl/havo of havo/vwo advies als een vmbo-advies. Op deze scholen is het beeld de jaren daarvoor wisselend. De verhouding in de gegeven adviezen komt overeen met die van de scholen in de Rotterdamse focuswijken19 en die van de scholen op Rotterdam Zuid in 2020202120. Leerlingen op de geschouwde scholen krijgen net als leerlingen op de overige scholen op Rotterdam Zuid minder vaak een havo/vwo-advies dan gemiddeld in Rotterdam het geval is. Dat geldt zowel voor leerlingen met hoogopgeleide ouders als voor leerlingen met laagopgeleide ouders op Rotterdam Zuid21. Op de geschouwde vo-scholen zien we net als in het po fluctuaties tussen en binnen scholen als het gaat om de resultaten. Ook de coronaperiode waarin vo-leerlingen meer dan po-leerlingen niet naar school konden kan hier mee samenhangen. Daarom nemen we ook voor het vo niet de resultaten van het schooljaar 2019-2020 mee. Dit is het schooljaar van de eerste lockdowns, en waarin ook geen centrale examens zijn afgenomen. De cijfers uit dat jaar zijn daardoor niet goed te vergelijken met de overige schooljaren. Tabel b2
Onvertraagde doorstroom onderbouw en bovenbouw geschouwde vo-scholen 2020-2021 2021-2022 Doorstroom onderbouw Minimum 81% 88% Maximum 97% 97% Gemiddelde 88,5% 95,5% Doorstroom bovenbouw Minimum 76% 78% Maximum 97% 92% Gemiddelde 86,5% 88,5%
Kijken we naar de doorstroom in de onderbouw en de bovenbouw van de geschouwde scholen, dan zien we dat er behoorlijke verschillen zijn tussen de scholen, maar ook tussen de jaren en tussen de bouwen. In de onderbouw ligt het percentage leerlingen dat onvertraagd doorstroomt hoger dan in de bovenbouw, met name in het schooljaar 2021-2022. Voor zowel de onderbouw als de bovenbouw geldt dat het gemiddelde percentage onvertraagde doorstroom in 2021/2022 hoger is dan het jaar er voor. Dit komt met name doordat het minimumpercentage (dus de school waarbij het laagste aandeel leerlingen onvertraagd doorstroomt) in 2021/2022 hoger is. Tabel b3
slagingspercentages geschouwde vo-scholen 2020-2021 Slagingspercentage vmbo basis Minimum 100% Maximum 100% Gemiddelde 100% Slagingspercentage vmbo kader Minimum 93% Maximum 100% Gemiddelde 98% Slagingspercentage havo Betreft één school 67%
19
2021-2022 100% 100% 100% 96% 100% 98% 76%
Vijf specifieke wijken in het Nationaal Programma Rotterdam Zuid
20
Boom, J. e.a. (2022). BasismonitorOnderwijs Nationaal Programma Rotterdam Zuid 2021. Rotterdam: Risbo, Erasmus Universiteit & OBI, gemeente Rotterdam. 21 Boom, J. e.a. (2022). BasismonitorOnderwijs Nationaal Programma Rotterdam Zuid 2021. Rotterdam: Risbo, Erasmus Universiteit & OBI, gemeente Rotterdam.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
52
Sardes en DSP-groep 2023
Betreft één school
Slagingspercentage vwo 91%
89%
In de (gemiddelde) slagingspercentages zien we geen grote verschillen tussen de beide schooljaren, behalve voor de havo. Daar ligt het percentage in 2021-2022 beduidend hoger dan in 2020-2021. De slagingspercentages zijn op de geschouwde scholen hoger in het vmbo dan op het havo en vwo. Landelijk zien we eenzelfde beeld: de slagingspercentages in het vmbo liggen in deze schooljaren rond de 99%, die in het havo rond de 90% en op het vwo rond de 93%. De percentages op het geschouwde havo/vwo scholen liggen dus wat lager dan landelijk. Gezien de leerlingpopulatie is dat niet per se opvallend. Tabel b4
gemiddelde eindcijfers geschouwde vo-scholen 2020-2021 Gemiddelde eindcijfer vmbo basis Minimum 6,1 Maximum 6,7 Gemiddelde 6,4 Gemiddelde eindcijfer vmbo kader Minimum 5,5 Maximum 6,6 Gemiddelde 6,0 Gemiddelde eindcijfer havo Betreft één school 5,7 Gemiddelde eindcijfer vwo Betreft één school 6,2
2021-2022 6,2 6,8 6,6 6,0 6,5 6,2 5,7 6,2
Ook bij de gemiddelde eindcijfers zien we geen grote verschillen tussen beide schooljaren voor de geschouwde scholen, al liggen de gemiddelden voor het vmbo in 2021-2022 net iets hoger dan in 20202021. Landelijk scoort het vwo in beide schooljaren het hoogste gemiddelde eindcijfer gevolgd door het vmbo en daarna het havo22, maar de verschillen zijn klein. Op de geschouwde scholen hebbende vmboopleidingen de hoogste gemiddelde eindcijfers gevolgd door het vwo en daarna het havo, maar aangezien het maar om een klein aantal scholen gaat, kunnen daar geen conclusies aan verbonden worden.
22
Bron: Dienst Uitvoering Onderwijs (2023). Examenmonitor Voortgezet Onderwijs 2023.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
53
Sardes en DSP-groep 2023
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
54
Sardes en DSP-groep 2023
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
55
Sardes en DSP-groep 2023
Colofon Titel Auteur Versie Datum Project
Schouwen Dagprogrammering ronde 2 Joke Kruiter, Paul Duijvestijn, Iris Wierdsma, Emiel Helmich, Karin Hoogeveen, Maud Pluijm, Emma Poelman 2 7-11-2023 [Projecttitel] ([Projectnummer])
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
56
Sardes en DSP-groep 2023
Sardes Postbus 2357 3500 GJ Utrecht Lange Viestraat 371 3511 BK Utrecht (030) 232 62 00 secretariaat@sardes.nl www.sardes.nl Sardes is onderdeel van Stichting CAOP Schouwen Dagprogrammering ronde 2
57
Sardes en DSP-groep 2023