[24bb001865] Bijlage behorende bij 24bb001864 over Schouwrapport Dagprogrammering tweede ronde 2023
Tekst van het document
Rapportage schouwen Dagprogrammering Rotterdam 2023
Sardes & DSP-groep
Trf7\4
Schouwronde 2:
Schouwen bij 9 po-scholen en 6 vo-scholen December 2023
Rapportage schouwen Dagprogrammering Rotterdam 2023
Ronde 2: schouwen bij 9 po-scholen en 6 vo-scholen
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
2
Sardes en DSP-groep 2023
Inhoudsopgave Managementsamenvatting
5
Het wat en waarom van Dagprogrammering en de schouw: achtergrond, doel en aanpak
5
1. Inleiding
10
1.1 Onderzoeksvragen 1.2 Beschrijving van de geschouwde scholen 1.3 Leeswijzer
10 10 12
2. Doelen en uitgangspunten
13
2.1 Doelen NPRZ, Children’s Zone en Dagprogrammering 2.2 Doelen Dagprogrammering van de scholen 2.3 De visie op Dagprogrammering 2.4 Uitgangspunten voor Dagprogrammering van de scholen
13 13 15 16
3. Organisatie en aanpak
18
3.1 Organisatie Dagprogrammering 3.1.1 Financiering 3.1.2 Intern organiseren versus gebruikmaken van externe aanbieders 3.1.3 Communicatie en processtructuur 3.1.4 Ondersteuner Dagprogrammering 3.1.5 Intensivering in groep 1 en 2 3.2 Aanpak en uitvoering 3.2.1 Plaats van Dagprogrammering in het rooster: po 3.2.2 Plaats van Dagprogrammering in het rooster: vo 3.2.3 Veranderingen over tijd 3.2.4 Ouder- en leerlingbetrokkenheid 3.2.5 Deelname en keuzevrijheid 3.3 Inhoudelijke invulling 3.3.1 Invulling Dagprogammeringsactiviteiten 3.3.2 Kwaliteit aanbieders Dagprogrammering
18 18 18 19 20 21 22 22 22 23 23 24 25 25 25
4. Resultaten: wat levert Dagprogrammering op?
27
4.1 Leerlingbereik 4.2 Brede ontwikkeling en talentontwikkeling – verbreden van de blik op de wereld 4.3 Verbeteren van leervaardigheden en -prestaties 4.4 Bevorderen van sociaal-emotionele ontwikkeling 4.5 Andere, bijkomende resultaten
29 30 31 31 32
5. Scholen kunnen leren van elkaar: kritische succesfactoren in beeld
34
5.1 Uitgaan van eigen kracht: Dagprogrammering als integraal onderdeel van de schoolvisie 5.2 Strakke coördinatie, heldere organisatie en keuzes 5.3 Dagprogrammering: volledig verplicht voor iedereen of deels facultatief? 5.4 Voldoende én goede mensen voor de groep 5.5 Afstemming tussen externe aanbieders en leraren 5.6 Communicatie met en betrokkenheid van ouders
34 35 37 38 39 40
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
3
Sardes en DSP-groep 2023
6. Conclusies en aandachtspunten
41
6.1 Conclusies 6.2 Aandachtspunten
41 47
Bijlage 1
49
Toelichting op Dagprogrammering en op schouwen
Over de Dagprogrammering Over de schouwen
49 49
Bijlage 2
51
Resultaten van de geschouwde scholen
Colofon
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
56
4
Sardes en DSP-groep 2023
Managementsamenvatting Het wat en waarom van Dagprogrammering en de schouw: achtergrond, doel en aanpak Om kinderen en jongeren in Rotterdam Zuid – onafhankelijk van hun thuissituatie – te stimuleren in hun leerprestaties, talenten en sociaal- emotionele vaardigheden, bieden 35 Rotterdamse scholen voor primair onderwijs (po) en zeven scholen voor voortgezet onderwijs (vo) hun leerlingen extra leertijd voor extra activiteiten. Dit noemen we Dagprogrammering. In het primair onderwijs is sinds 2019-2020 de uitbreiding van tien uur per week verplicht voor alle leerlingen. In het voortgezet onderwijs gaat het sinds 2021-2022 om zes uur per week extra, waarbij wordt gestreefd naar het bereiken van een derde van de leerlingen. Om inzicht te krijgen in de ervaren opbrengsten, kritische succesfactoren en verbeterpunten van de Dagprogrammering is in 2022 een eerste ronde schouwen uitgevoerd bij vier po- en twee vo-scholen. In 2023 zijn in een tweede ronde nog eens negen po- en zes vo-scholen geschouwd. Een schouw bestaat uit een bezoek aan een school met een panel van wisselende samenstelling, waarin o.a. schooldirecteuren, medewerkers van schoolbesturen en medewerkers van het NPRZ en de gemeente Rotterdam zijn vertegenwoordigd.
Onder leiding van onderzoekers van Sardes en DSP-groep zijn gesprekken gevoerd met alle bij de Dagprogrammering betrokken perspectieven (directie, coördinatoren, ondersteuner, uitvoerders, leraren, vakkrachten, ouders en leerlingen) en een aantal van de Dagprogrammeringslessen en -activiteiten bezocht. Zodoende ontstaat een goed beeld van de invulling van de Dagprogrammering in de praktijk op deze scholen. Bovendien is het een manier om van elkaar te leren. Het voorliggende rapport doet verslag van de tweede schouwronde in 2023. Waar de bevindingen en conclusies in schouwronde 1 nog met de nodige voorzichtigheid moesten worden gepresenteerd gezien het beperkte aantal geschouwde scholen (6), is het beeld nu robuuster en representatiever, aangezien inmiddels bijna de helft van alle scholen met Dagprogrammering zijn geschouwd. Het valt op dat het beeld dat uit deze tweede schouwronde naar voren komt vergelijkbaar is met het beeld uit schouwronde 1. Daarom besteden we in dit rapport beknopt aandacht aan de aspecten die vergelijkbaar zijn met de vorige ronde, en gaan we uitgebreider in op aspecten die nu voor het eerst naar voren zijn gekomen.
Op welke doelen zetten scholen met Dagprogrammering in? Op de nu geschouwde scholen zien we op hoofdlijnen weer terug dat in de Dagprogrammering aan dezelfde doelen wordt gewerkt als in de vorige schouw. Daarbij gaat het om accentverschillen, want de scholen combineren meestal meerdere doelen. De nadruk ligt op de meeste scholen op doelen voor de brede ontwikkeling, zoals kennismaken met activiteiten, kennis van de wereld vergroten en talentontwikkeling. Daarna volgende cognitieve doelen op gebieden als taal, leesplezier, woordenschat, rekenen en leren leren. Scholen geven aan dat Dagprogrammering helpt om nog beter en gerichter te werken aan het verbeteren van de schoolresultaten. Tenslotte noemen de scholen sociaal-emotionele doelen, zoals het vergroten van zelfredzaamheid, zelfvertrouwen en ‘goed in je vel zitten’. Bij deze laatste categorie doelen moet worden aangetekend dat deze vaak secundair zijn: door te werken aan brede ontwikkelings- en cognitieve doelen komen min of meer vanzelf ook sociaal-emotionele doelen aan bod. Andere, bijkomende doelen die enkele scholen noemen zijn het bieden van een zinvolle vrijetijdsbesteding en jeugd van de (onveilige) straat houden.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
5
Sardes en DSP-groep 2023
Wat levert de Dagprogrammering op? Resultaten in beeld Betrokkenen zijn er zonder uitzondering van overtuigd dat de Dagprogrammering veel oplevert, maar benadrukken dat het moeilijk zo niet onmogelijk is om te bepalen hoe groot de meerwaarde precies is. De Dagprogrammering vormt immers (een belangrijk) onderdeel van een groter geheel; daaruit valt te afzonderlijke bijdrage van alle verschillende factoren niet af te leiden.
Kwantitatief onderzoek naar het effect van Dagprogrammering is dus een burg te ver. Realistischer lijkt het inzetten van meer kwalitatieve evaluatiemethoden, waarin de nadruk ligt op brede en diepgaande reflectie op en doorontwikkeling van de opzet van Dagprogrammering. Op alle geschouwde scholen zien we hier elementen van terug, maar de wijze waarop dit wordt ingevuld is sterk verschillend: van ad hoc, basaal en willekeurig tot periodiek, specifiek en systematisch; en alles daar tussenin. Duidelijk wordt dat op het vlak van evaluatie en reflectie nog veel valt te winnen en scholen hierin onderling van elkaar kunnen en ook willen leren. Ook de schouwen zijn als een vorm van reflectie op te vatten. Veel scholen geven aan dat ze hierdoor voor het eerst in beeld krijgen hoe de verschillende betrokken perspectieven aankijken tegen (de bijdrage van) Dagprogrammering. De schouwen maken duidelijk dat vrijwel alle perspectieven een groei bij de deelnemende leerlingen zien op het vlak van: 1. Brede ontwikkeling en talentontwikkeling (verbreden van de blik op de wereld) “Ze komen in aanraking met ervaringen, activiteiten en materialen die anders buiten hun bereik zouden liggen. Sommige leerlingen ontdekken verborgen talenten!”
Het algemene beeld is dat leerlingen en ouders de brede ontwikkelingsactiviteiten hoog waarderen, maar natuurlijk spreekt de ene activiteit meer aan dan de andere. Wat leuk en wat saai wordt gevonden, is voor iedereen verschillend. Leerlingen in het voortgezet onderwijs (vo) zijn over het algemeen kritischer over wat ze van een activiteit vinden. Waar in schouwronde 1 een deel van de ouders van leerlingen in het primair onderwijs (po) liever zag dat de Dagprogrammering zich meer zou richten op het verbeteren van leerprestaties, komt dit in schouwronde 2 niet meer naar voren. Juist de mix van doelen, waaronder dus ook brede ontwikkeling, wordt gewaardeerd. Waar dit verschil vandaan komt is niet duidelijk. 2. Leervaardigheden en -prestaties “Leerlingen komen makkelijker mee, lezen dieper en hebben bijvoorbeeld meer leesplezier. Het kan niet anders dan dat Dagprogrammering hierin een belangrijke rol speelt.”
Hoewel dit niet duidelijk uit de cijfers blijkt (referentieniveaus en streefwaarden taal- en rekenen, eindtoetsscores, schooladviezen, doorstroom en slagingspercentages), zijn betrokkenen er alom van overtuigd dat de extra taal- en rekenuren, extra begeleiding bij groep 1 en 2 (intensivering) en de ingezette studiebegeleiding (leren leren) goed besteed zijn. Hierdoor gaan leerlingen meer ‘naar vermogen’ presteren. Ook geven scholen aan dat dit ervoor zorgt dat leerlingen met een hogere kans op onderwijsachterstanden1 beter meekomen. Nogmaals wijzen we er in dit verband op dat op schoolprestaties zoveel meer factoren van invloed zijn, dat ze in het kader van de schouwen uitdrukkelijk als kenmerk van de scholen en niet als resultaat van de Dagprogrammering moeten worden gezien.
1
Zoals verwacht vallen veel leerlingen op de geschouwde scholen binnen de doelgroep van het onderwijsachterstandenbeleid (OAB).
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
6
Sardes en DSP-groep 2023
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling “De activiteiten zijn in het begin vaak nog onbekend en spannend, maar op het einde zijn leerlingen enthousiast en zijn ze trots wat ze hebben geleerd. Dat geeft een boost aan hun eigenwaarde.”
Net als in schouwronde 1 benoemen betrokkenen ook in schouwronde 2 veel (kwalitatieve) resultaten die onder de brede noemer sociaal-emotionele ontwikkeling vallen; van leren samenwerken en het vergroten van zelfvertrouwen tot het je goed leren verhouden tot andere leerlingen en leraren en het vinden van een balans tussen inspanning en ontspanning. Leerlingbereik Bovenstaande resultaten moeten worden afgezet tegen het bereik van de Dagprogrammeringsactiviteiten: welk deel van de leerlingen profiteert ervan? Afgaand op de cijfers uit de verantwoording en outputmeting lukt het de meeste scholen in het primair onderwijs om met Dagprogrammering – conform afspraken – vrijwel alle leerlingen tien uur extra leertijd te bieden. Doordat het grootste deel van de Dagprogammeringsactiviteiten onder reguliere schooltijd plaatsvindt, vormt het een vast onderdeel van het verplichte onderwijsprogramma. Daartoe rekken veel scholen de schooldag iets op en/of hebben ze een 5-gelijke-dagen-rooster2. Ook pauzes worden vaak (deels) ingevuld met Dagprogrammeringsactiviteiten. Daarnaast biedt circa driekwart van de geschouwde scholen tevens naschoolse Dagprogammeringsactiviteiten aan, bijvoorbeeld later in de middag, in het weekend of tijdens vakanties.
Deze facultatieve activiteiten worden logischerwijs door een veel kleiner deel van de leerlingen (variërend van 5 tot 50%) bezocht: het zit dan niet ‘in het systeem’ van ouders en leerlingen. Ook horen we terug dat veel ouders met meer kinderen op de basisschool het in verband met halen lastig vinden als hun ene kind door naschoolse Dagprogrammeringsactiviteiten langer op school moet blijven dan het andere. Dat kan een reden zijn om hun kind er niet voor op te geven. Een gelijk rooster voor alle groepen heeft in dat opzicht soms voorkeur. In het voortgezet onderwijs spitst de Dagprogrammering zich doorgaans toe op de gehele onderbouw of een deel ervan (bijvoorbeeld alle eersteklassers). Het streven om tenminste een derde van deze leerlingen te bereiken wordt over het algemeen gemakkelijk gehaald, omdat de activiteiten ook hier deel uitmaken van het reguliere onderwijscurriculum en voor deze leerlingen dus verplicht zijn. Aan de facultatieve naschoolse sport- en cultuuractiviteiten, die veel vo-scholen daarnaast nog aanbieden, neemt doorgaans maar een kleine groep leerlingen deel. De meeste vo-leerlingen zijn niet te verleiden voor deze in hun ogen ‘extra’ schooluren. Dit was in schouwronde 1 niet anders.
Kritische succesfactoren c.q. leerpunten “De opzet van Dagprogrammering blijft in ontwikkeling. We weten steeds beter wat werkt en wat niet werkt.”
Een aantal factoren blijkt sterk bepalend voor het succes van Dagprogrammering. Tegelijkertijd gelden die factoren voor andere scholen juist als belemmering of verbeterpunt. Elke school heeft sterke en minder sterke punten. In dat opzicht kunnen scholen dus van elkaar leren. Als belangrijke kritische succesfactoren én dus tegelijk ook leer- en verbeterpunten komen naar voren: •
2
Uitgaan van eigen kracht: Dagprogrammering als integraal onderdeel van de schoolvisie De scholen met een duidelijke visie zien Dagprogrammering vooral als kans. Zij gaan uit van eigen kracht, zetten Dagprogrammering in om hun eigen schooldoelen te verwezenlijken, knopen verschillende subsidiebudgetten aan elkaar en gaan creatief om met de gestelde eisen.
Eerder waren leerlingen bijvoorbeeld op woensdag vanaf 12 uur vrij.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
7
Sardes en DSP-groep 2023
Aan de andere kant zijn er scholen waar Dagprogrammering primair als extra taak en dus extra belasting wordt gezien. Een taak die weliswaar meerwaarde heeft omdat het ook de leerlingen iets extra’s biedt, maar tevens een taak die min of meer “op het bestaande onderwijsprogramma is geplakt” en erbij komt. Deze scholen lopen meer aan tegen de gestelde eisen en kaders, zoals de urennorm en het aantal te bereiken leerlingen in het vo. Ook de verantwoording richting de gemeente ervaren zij als grotere last. De meeste scholen zitten tussen deze twee uitersten in. Het blijkt dus belangrijk om af en toe uit te zoomen en stil te staan bij de vraag hoe Dagprogrammering aansluit bij de bredere schoolvisie en welke keuzes daarbij passen (zie verder onder het kopje ‘Expliciete keuze voor invulling Dagprogrammering’). •
Strakke coördinatie en heldere organisatie De meeste scholen bieden een breed en divers Dagprogrammeringsaanbod aan. Dat vraagt het nodige aan coördinatie en organisatie. Om ervoor te zorgen dat alles goed loopt, iedereen geïnformeerd is, betrokkenen terecht kunnen bij een vast aanspreekpunt, linken worden gelegd met de wijk en er regelmatig gereflecteerd wordt, is inzet van een kernteam Dagprogrammering met een of twee coördinatoren onontbeerlijk. Op de ene school is die coördinatierol beter c.q. nadrukkelijker belegd dan op de andere. Verder is niet bij alle scholen bekend dat ze de kosten voor coördinatie mogen verdisconteren in de uurprijs van de activiteiten. Grotere scholen met meer formatie en meer financieringsmogelijkheden zijn in het voordeel als het gaat om bijkomende kosten als coördinatie, omdat ze meer makkelijker kunnen schuiven met personeel en in de begroting.
•
Gelijke kansen vraagt om ongelijke behandeling Een veel gehoord geluid is dat extensivering voor een grote groep leerlingen te intensief is. Vooral voor de onderbouw in het primair onderwijs zouden de dagen door Dagprogrammering te lang worden. Sommige scholen en vooral ouders pleiten om die reden voor meer maatwerk: niet verplicht tien uur Dagprogrammering voor alle leerlingen, maar rekening houden met wie wat aankan en wie wat nodig heeft.
•
Voldoende en goede mensen voor de groep Het succes van elke Dagprogrammeringsactiviteit staat of valt met degene die het aanbiedt. Passie voor de activiteit in combinatie met pedagogisch-didactische vaardigheden en affiniteit met de doelgroep zijn cruciale competenties om leerlingen te enthousiasmeren én iets bij te brengen. Het vinden van voldoende goed personeel komt in schouwronde 2 naar voren als grote uitdaging. Scholen (po en vo) lossen dat onder andere op door meer eigen personeel in te zetten (bijv. een groepsleerkracht met passie voor gitaar), te werven binnen eigen kring (bijv. inzet van oud-leerlingen en ouders), begeleiding te bieden aan externe aanbieders op pedagogisch-didactisch vlak en intervisie te organiseren.
•
Afstemming tussen externe aanbieders en leraren Dagprogrammering zou nog sterker verbonden moeten worden met het reguliere onderwijs en het schoolcurriculum, zo wordt ook in schouwronde 2 benadrukt. Van expliciete, structurele afstemming tussen externe Dagprogrammeringsaanbieders en groepsleerkrachten of leraren is nog onvoldoende sprake, terwijl iedereen het voordeel ziet van gezamenlijkheid wat betreft inhoudelijke thema’s, taal(gebruik) en gedragsregels. Om dit te bevorderen moeten gezamenlijke uitwissel- en overlegmomenten worden gecreëerd. Dit staat op de meeste scholen nog in de kinderschoenen, maar er wordt hier en daar wel geëxperimenteerd met onder andere het inbouwen van een overdrachtskwartiertje, gezamenlijke trainingen en periodieke evaluatie en intervisie.
•
Communicatie met en betrokkenheid van ouders ouderbetrokkenheid in het primair onderwijs blijft ook in schouwronde 2 een uitdaging. Een deel van de ouders wordt goed bereikt, maar er is ook een deel dat zich niet of nauwelijks op school laat zien. Het gevolg is dat deze laatste groep ouders onvoldoende op de hoogte is van het Dagprogrammeringsaanbod en hun kinderen voor een eventueel facultatief deel zelden opgeeft. Goede voorbeelden op dit vlak zijn er ook, zoals een jaarkalender en smoelenboek
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
8
Sardes en DSP-groep 2023
Dagprogrammering, Dagprogrammering als vast onderdeel van de tienminutengesprekken en huisbezoeken aan ouders die nooit op school komen.
Expliciete keuzes voor invulling Dagprogrammering Scholen kunnen op veel verschillende manieren invulling geven aan Dagprogrammering. Het is belangrijk dat ze hierin een aantal expliciete en afgewogen keuzes maken. Daarbij geldt dat de ene keuze niet beter is dan de andere. Het gaat erom dat de verschillende keuzes op elkaar zijn afgestemd (een geheel vormen) en aansluiten op de visie, leerlingpopulatie, mogelijkheden en specifieke context van de school. Relevante keuzevragen in dit verband (waarbij tussenvarianten uiteraard ook mogelijk zijn): • • • • • •
• • •
•
• •
•
Alleen extensiveren (langere schooldagen) of ook intensiveren (extra menskracht op de groep) in groep 1/2 en mogelijk ook andere groepen in het primair onderwijs3? Focus op brede ontwikkeling en talentontwikkeling of op verbeteren van leerprestaties en schoolpresteren? Bij brede ontwikkeling: zoveel mogelijk verschillende ervaringen voor leerlingen of diepgaande kennismaking op beperkt aantal activiteiten? Vormt toeleiding naar regulier verenigingsaanbod een expliciet doel of niet? Dagprogammeringsactiviteiten inweven in schooldag/-week of bundelen aan eind van de dag/week? Kleine groepen voor een intensievere kennismaking met een activiteit of grote groepen om meer leerlingen te bereiken en kosten te drukken? Veelal worden de groepen bij de Dagprogrammeringsactiviteiten in tweeën gesplitst, deels ook om het hanteerbaarder te maken voor externe aanbieders, maar dit levert vaak weer ruimteproblemen op (te weinig lokalen). Leerlingen letterlijk meenemen naar de buitenwereld of de buitenwereld binnen de school halen? Aansluiten bij wensen en behoeften van leerlingen zelf of inschatten wat leerlingen nodig hebben en nieuwe behoeften creëren? Leerlingen al dan niet zelf laten kiezen uit verschillende activiteiten? Keuzevrijheid bevordert de motivatie, zo geven sommige scholen aan.
Maar veel scholen hebben het keuze-element losgelaten, omdat het scheve gezichten kan opleveren als leerlingen niet bij de activiteit van hun keuze worden ingedeeld en het organisatiewerk scheelt voor de scholen. Vooral externe aanbieders inzetten voor Dagprogrammering (zodat eigen personeel focus kan blijven houden op basisvakken) of meer inzetten van eigen docenten voor meer vastigheid (o.a. op pedagogisch-didactisch vlak)? Samenwerken met één grote aanbieder of inzet van veel verschillende losse aanbieders? Dagprogrammering volledig verplicht binnen het curriculum om meer leerlingen te bereiken en/of deels facultatief na schooltijd voor extra motivatie en kleinere groepen? Deze keuze geldt met name binnen het voortgezet onderwijs. Een (deel van het) aanbod voor alle leerlingen of focus op specifieke groepen (bijv. alleen klas 1 in het vo of bepaalde activiteiten alleen voor de groep leerlingen die het het hardste nodig heeft)?
Het is in eerste instantie aan scholen zelf om bij deze keuzes stil te staan. Daarnaast kan uitwisseling tussen scholen, bijvoorbeeld onder leiding van de ondersteuners, scholen inzicht bieden in de voor- en nadelen van elke variant en helpen gerichtere keuzes te maken. Op die manier kunnen scholen hun Dagprogrammeringsaanbod verder verbeteren en daarmee het effect vergroten.
3
In het voortgezet onderwijs zijn we op de geschouwde scholen geen voorbeelden van intensivering tegengekomen.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
9
Sardes en DSP-groep 2023
1. Inleiding Dit rapport gaat over de tweede ronde schouwen op scholen in het primair en voortgezet onderwijs met Dagprogrammering. Net als in de eerste ronde in 2022 willen de stuurgroep Children’s Zone en de wethouder met deze schouwen een beeld krijgen van hoe de Dagprogrammering loopt, wat de opbrengsten zijn en hoe we de kwaliteit van de Dagprogrammering de komende vier jaar verder kunnen versterken. In deze tweede ronde schouwden we 9 scholen in het primair onderwijs en 6 in het voortgezet onderwijs die nog niet eerder geschouwd zijn. Het gaat hier dus niet om een tweede meting als vervolg op de eerste ronde schouwen. Wel is het beeld dat uit de huidige schouwen naar voren komt op hoofdlijnen vergelijkbaar met het beeld van de eerste geschouwde scholen. Daarom besteden we in dit rapport beknopt aandacht aan de aspecten die vergelijkbaar zijn met de vorige ronde, en gaan we uitgebreider in op aspecten die nu voor het eerst naar voren kwamen. In bijlage 1 geven we voor de lezers die hier nog onbekend mee zijn een beknopte toelichting op de Dagprogrammering en op de aanpak van de schouwen.
1.1 Onderzoeksvragen Met de schouwen willen we de onderstaande onderzoeksvragen te beantwoorden. 1. Hoe verloopt de uitvoering van de Dagprogrammering (het proces)? 2. Hoe verloopt de inhoudelijke invulling van de Dagprogrammering (het programma)? Zijn daarin verschillen tussen het aanbod voor leerlingen in groep 1 en 2 en leerlingen vanaf groep 3 (zoals intensiveren en extensiveren)? 3. Welke resultaten zien we bij kinderen die deelnemen aan de Dagprogrammering op de in de aanvraag geformuleerde doelstellingen van de Dagprogrammering en de gezamenlijke hoofddoelen van de Dagprogrammering? 4. Welke andere factoren, naast de inzet vanuit Dagprogrammering, beïnvloeden waargenomen resultaten, doelen en uitvoering van Dagprogrammering? 5. Zijn er nog verbeteringen die de scholen zelf willen inzetten? En zijn er aanvullende wensen t.a.v. het aanbod? 6. Zijn de randvoorwaarden daarvoor ingevuld? 7. Welke extra verbeterstappen zijn gewenst? Daarnaast zijn er specifieke vragen opgesteld voor de Dagprogrammering in het vo: 1. De doelstelling is dat 33% van de leerlingen deelneemt aan het programma. Lukt het dat percentage te halen? En Komt Dagprogrammering terecht bij de leerlingen die dat het meest nodig hebben? 2. De Dagprogrammering moet in het vo veel meer concurreren met andere nuttige bezigheden, zoals huiswerk, sport en baantjes.
Hoe zorgen de scholen dat de deelname vergroot wordt, zonder de andere nuttige vrijetijdsbesteding in gevaar te brengen?
1.2 Beschrijving van de geschouwde scholen In deze tweede ronde schouwen hebben we 9 scholen in het primair onderwijs en 6 scholen (waarvan twee scholen zijn samengevoegd in het afgelopen schooljaar) in het voortgezet onderwijs geschouwd. Omdat de schouwen niet als beoordeling zijn bedoeld, noemen we de namen van de geschouwde scholen niet in deze rapportage. Wel beschrijven we hier een aantal kenmerken van de geschouwde scholen. In bijlage 2 zijn als achtergrondkenmerk ook de resultaten van de geschouwde scholen opgenomen.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
10
Sardes en DSP-groep 2023
Bij het selecteren van de te schouwen scholen in het po hebben we gestreefd naar een verdeling over verschillende wijken, omvang en bestuur. In onderstaande tabel laten we zien dat er scholen geschouwd zijn in meerdere wijken en meerdere besturen. Wat betreft de omvang van de scholen valt op dat we vooral op kleinere scholen geschouwd hebben. Er zijn ook meer kleine scholen met Dagprogrammering dan scholen met een gemiddelde of grote omvang, en in de vorige schouwronde waren ook al enkele grote scholen betrokken. Tabel 1.1 Kenmerken geschouwde po-scholen Omvang Klein (tot 215 leerlingen) Groot (319 en meer leerlingen) Gemiddeld (216 t/m 318 leerlingen)
Aantal geschouwde scholen 6 2 1
Wijk Tarwewijk Hillesluis Oud-Charlois Groot IJsselmonde Bloemhof Carnisse/Zuidplein
Aantal geschouwde scholen 1 1 2 2 2 1
Bestuur PCBO BOOR RVKO SIOZ SIPOR
Aantal geschouwde scholen 2 4 1 1 1
Verder vallen zeven van de negen geschouwde po-scholen in de Children’s zone. Zij startten in 2019-2020 met de Dagprogrammering. De twee scholen buiten de Children’s zone startten in 2021-2022 met de Dagprogrammering. Over de Children’s Zone en de Dagprogrammering Children’s Zone is onderdeel van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid. De pijler School van NPRZ heeft als overkoepelende doelstelling: het realiseren van betere leerprestaties in het basis- en voortgezet onderwijs door het inrichten van Children’s Zones in de zeven focuswijken op Zuid (Feijenoord, Afrikaanderwijk, Hillesluis, Bloemhof, Tarwewijk, Carnisse en Oud Charlois). In deze zones rondom scholen is het doel: het creëren van adequate omstandigheden voor het (beter laten) leren van kinderen, zowel op school als thuis, zodat zij net zulke onderwijsresultaten halen als kinderen in de andere grote steden van Nederland.4 De basisscholen binnen de Children’s Zone werden verplicht binnen de Dagprogrammering hun extra aanbod, dat vaak al zes uur per week bedroeg, uit te breiden naar tien uur per week. Scholen op Rotterdam Zuid buiten de Children’s Zone konden er voor kiezen om mee te doen aan de Dagprogrammering. Ook zij moeten voldoen aan de tien uur extra per week, maar kregen de tijd om daar naar toe te groeien.
4
Terugblik op Pijler School Ten behoeve van de Midterm Review Nationaal Programma Rotterdam Zuid; https://www.nprz.nl/activity/children-s-zone
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
11
Sardes en DSP-groep 2023
Voor het voortgezet onderwijs zijn in deze en de vorige schouwronde samen alle 8 scholen met Dagprogrammering geschouwd. Daarom is hier niet gestreefd naar spreiding. De geschouwde vo-scholen vallen onder de besturen LMC, Sivor, CVO. Het aantal leerlingen van de geschouwde vo-scholen loopt sterk uiteen. Er is een aantal (zeer) kleine scholen en een tweetal grotere scholen. Aantal uur deelname Het aantal uur deelname aan de Dagprogrammering verschilt enigszins per school en per outputmeting. Omdat de subsidievoorwaarden verschillen tussen het po en het vo is er ook hier een verschil in gemiddelde aantal uur deelname. In tabel 1.2. zien we dat het aantal uur Dagprogrammering waaraan kinderen mee doen verschilt per outputmeting. Dit heeft met verschillende zaken te maken: programmering rondom vakanties, schoolspecifieke situaties en in het vo meer of minder belangstelling van leerlingen om mee te doen aan de facultatieve activiteiten. In het po ligt het gemiddelde aantal uren deelname in elke halfjaarlijkse outputmeting rond de vereiste tien uur. In het vo fluctueert dit van iets meer dan vijf tot iets meer dan zes uur per week. Tabel 1.2
Aantal uur deelname aan Dagprogrammering 6e outputmeting 7e outputmeting PO Minimum aantal uur 8,6 uur 8,9 uur Maximum aantal uur 11,2 uur 10,7 uur Gemiddelde 9,7 uur 10,1 uur VO Minimum aantal uur 2,7 uur 4,2 uur Maximum aantal uur 6,8 uur 7,5 uur Gemiddelde 5,3 uur 6,3 uur
8e outputmeting 9,1 uur 12,1 uur 10,4 uur 3,9 uur 6,6 uur 5,2 uur
1.3 Leeswijzer In dit rapport beschrijven we de opbrengsten van de vijftien schouwen. Zoals we in de inleiding al noemden, staat dit rapport los van het rapport over de vorige ronde schouwen. Wel hebben we er voor gekozen om aspecten die in het vorige rapport uitgebreid aan de orde kwamen en die we nu weer terug zien deze keer minder uitgebreid te beschrijven. We geven in dat geval in kaders beknopt aan wat hier in de vorige ronde schouwen over is beschreven. We starten in hoofdstuk 2 met een de doelen en uitgangspunten van de Dagprogrammering in het algemeen en specifiek op de geschouwde scholen. Aansluitend volgen een beschrijving van de organisatie en aanpak (hoofdstuk 3) en de ervaren resultaten daarvan (hoofdstuk 4). Het laatste resultatenhoofdstuk gaat over succesfactoren en belemmerende factoren (hoofdstuk 5). In hoofdstuk 6 beantwoorden we de onderzoeksvragen, trekken we conclusies en beschrijven we een aantal aandachtspunten. Zowel bij de beschrijving van de resultaten als bij het beantwoorden van de onderzoeksvragen vergelijken we de resultaten waar mogelijk en relevant met de uitkomsten van de eerste schouw. Ook benoemen we welke resultaten specifiek zijn voor de sectoren po en vo zijn en welke voor beide sectoren gelden.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
12
Sardes en DSP-groep 2023
2. Doelen en uitgangspunten 2.1 Doelen NPRZ, Children’s Zone en Dagprogrammering De pijler ‘School’ van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid (NPRZ) heeft als overkoepelende doelstelling: ‘Het realiseren van betere leerprestaties in het basis- en voortgezet onderwijs door het inrichten van Children’s Zones in de zeven focuswijken op Zuid (Feijenoord, Afrikaanderwijk, Hillesluis, Bloemhof, Tarwewijk, Carnisse en Oud Charlois)’. In deze zones rondom scholen is het doel: het creëren van adequate omstandigheden voor het (beter laten) leren van kinderen, zowel op school als thuis, zodat zij net zulke onderwijsresultaten halen als kinderen in de andere grote steden van Nederland.5 Sinds schooljaar 2019-2020 bieden alle dertig basisscholen in de Children’s Zone hun leerlingen tien uur extra (verplichte) leertijd per week: Dagprogrammering. Daarnaast zijn er scholen op Rotterdam Zuid buiten de Children’s Zone die ook Dagprogrammering bieden. Naast taal, rekenen, sociaal-emotionele ontwikkeling en oriëntatie op beroepen zijn er onder andere lessen natuur, gezondheid, sport, bewegen, cultuur en techniek.6 In schooljaar 2020-2021 zijn twee scholen voor voortgezet onderwijs gestart met Dagprogrammering, gevolgd door zes scholen voortgezet onderwijs in schooljaar 2021-2022.
Zij bieden zes extra uren per week voor één derde van de leerlingen en mogen de gelden inzetten voor leerlingen van de eerste drie leerjaren. NPRZ, de gemeente en de schoolbesturen hebben de volgende afspraken gemaakt over de Dagprogrammering7: Dagprogrammering heeft tot doel de onderwijsresultaten, de sociaal-emotionele vaardigheden van de kinderen te verbeteren en de wereld van leerlingen te vergroten door: • Meer inzet op de cognitieve vakken. • Meer aandacht voor de motorische en sociaal-emotionele ontwikkeling. • Hun culturele ontwikkeling te verbreden. • Belangstelling voor techniek te wekken. • Gevoel voor democratisch burgerschap te kweken. • Een oriëntatie op het beroepsleven te bieden. De ambities betreffen een breed terrein en beslaan de cognitieve, fysieke, psychische, culturele, technische en democratische ontwikkeling van kinderen en jongeren.
2.2 Doelen Dagprogrammering van de scholen Naast de breed geformuleerde doelen uit paragraaf 2.1, hebben we de geschouwde scholen gevraagd: Wat wil de school specifiek bereiken met de Dagprogrammering naast de algemene hoofddoelen? Daarbij hebben we onderscheid gemaakt in doelen op leerlingniveau, op schoolniveau en in de samenwerking met partners.
Terugblik op Pijler School Ten behoeve van de Midterm Review Nationaal Programma Rotterdam Zuid; Midterm Terugblik Pijler School.pdf Dagprogrammering - Onderwijs010 7 Deze zijn vastgelegd in het Uitvoeringsprogramma NPRZ 2019-2022 en het coalitieakkoord Nieuwe Energie voor Rotterdam. 5 6
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
13
Sardes en DSP-groep 2023
Uitkomsten vorige schouwronde Op leerlingniveau was er een driedeling in doelen, namelijk doelen die betrekking hebben op 1) brede ontwikkeling en 2) sociaal-emotionele vaardigheden en 3) cognitieve vaardigheden. Op schoolniveau ging het om: verbetering klasseklimaat en sfeer op school, verlaging werkdruk leerkrachten, verbeteren werkplezier leerkrachten. Op het niveau van samenwerking met partners waren geen expliciete doelen geformuleerd, maar de scholen vonden het wel belangrijk om een goede samenwerkingsrelatie op te bouwen. Op de nu geschouwde scholen zien we op hoofdlijnen dezelfde doelen als in de vorige schouw weer terug: 1. Doelen gericht op een brede ontwikkeling, zoals kennismaken met activiteiten, kennis van de wereld vergroten en talentontwikkeling. 2. Sociaal-emotionele doelen, zoals plezier maken, zelfredzaamheid vergroten, werken aan executieve functies. 3. Cognitieve of remediërende doelen, zoals verbetering op cognitieve vakken en extra ondersteuning aan leerlingen. Als we alle genoemde doelen ordenen van vaakst naar minst vaak genoemd, dan bestaat de top vier van vaakst genoemde doelen geheel uit doelen voor de brede ontwikkeling.
Daarna volgen doelen die te maken hebben met taal, leesplezier en woordenschat (cognitieve en remediërende doelen), op hun beurt weer gevolgd door sociaal emotionele doelen als zelfredzaamheid vergroten en executieve functies verbeteren. Een enkele school noemt het bieden van een zinvolle vrijetijdsbesteding en kinderen van de straat houden als doelen en wijst op de omstandigheden waaronder de kinderen in de betreffende wijk opgroeien, bijvoorbeeld met ouders die veel zorgen hebben en in een buurt die niet altijd veilig is. Door een goed naschools aanbod aan te bieden geef je deze kinderen een zinvol alternatief en ouders wat meer ruimte om aan de eigen zorgen te werken. Het gaat dan in feite om meer dan ‘alleen kinderen van de straat houden’. Scholen combineren meestal meerdere doelen. Het komt niet voor dat een school alleen cognitieve doelen of alleen doelen voor de brede ontwikkeling nastreeft, wel zien we accentverschillen tussen de scholen. Hieronder gaan we nader in op de drie hoofddoelen. Doelen voor de brede ontwikkeling De geschouwde scholen willen hun leerlingen kennis laten maken met een wereld buiten de school (sport, kunst & cultuur, wetenschap & techniek) die veel leerlingen niet of veel minder goed kennen dan leerlingen in wijken en gezinnen waar dit meer vanzelfsprekend is.
Voor een aantal scholen is dit de kern en een succesfactor van Dagprogrammering: kinderen zien en doen dingen die ze normaal gesproken niet zien en doen. Daar hoort het ontdekken van de eigen kwaliteiten en talenten ook bij. Door Dagprogrammering ervaren kinderen wat zij leuk vinden en waarin zij zich verder willen en kunnen ontwikkelen. Talentontwikkeling is voor vrijwel alle scholen gerelateerd aan brede ontwikkeling, het gaat dus niet zozeer om het scouten van toekomstige topvoetballers of talentvolle violisten, maar om kennismaking met zoveel mogelijk verschillende terreinen, waardoor leerlingen kunnen ervaren wat goed bij ze past. Een enkele school noemt wel de mogelijkheid dat kinderen op die manier kunnen excelleren, op deze school heet Dagprogrammering ‘Excellentieprogramma’. Deze school wil kinderen uitdagen om zich verder te ontwikkelen. Ook ouders benoemen dat ze het fijn vinden dat kinderen met veel verschillende activiteiten kennis kunnen maken en zinvolle activiteiten kunnen doen in buurten die niet zo veel te bieden hebben na schooltijd. Sociaal-emotionele doelen Veel scholen refereren aan de sociaal-emotionele ontwikkeling van leerlingen als zij de doelen van Dagprogrammering verwoorden. Sommige scholen willen dat het welbevinden van leerlingen omhoog gaat en dat kinderen ‘beter in hun vel’ komen te zitten (zodat ze beter kunnen leren).
Anderen spreken over het vergroten van de zelfredzaamheid. En weer andere scholen hebben meer remediërende doelen voor ogen,
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
14
Sardes en DSP-groep 2023
zoals extra tijd en begeleiding om aan taal- en rekenachterstanden te werken en het werken aan executieve functies8. Cognitieve doelen De geschouwde scholen in de tweede ronde hechten veel belang aan de basisvaardigheden taal/lezen en rekenen. Dat geldt voor al het onderwijs op hun scholen, dus ook voor Dagprogrammering. Het verbeteren van de schoolresultaten staat bovenaan de agenda en door Dagprogrammering kunnen ze daar nog beter aan werken. Dat doen ze op verschillende manieren. Een aantal scholen heeft alle vakken die niet tot de basisvaardigheden behoren in Dagprogrammering ondergebracht, zodat de groepsleerkracht zich volledig kan richten op taal en rekenen (burgerschap wordt niet genoemd). Andere scholen besteden een deel van de Dagprogrammeringstijd aan extra ondersteuning voor de basisvaardigheden, soms op maat voor één of enkele leerlingen (‘gemiste lesstof oppikken’). In dat laatste geval is de aansluiting op behoeften van leerlingen een essentieel doel. Een school heeft als doel: het bieden van een kwaliteitsimpuls aan taal, lezen en woordenschat. Een andere school heeft als concreet doel: een grotere uitstroom op 2F niveau.
Een school verbindt cognitieve doelen aan doelen voor de brede ontwikkeling, want deze school wil leerlingen stimuleren om geoefende en gemotiveerde lezers te zijn, niet alleen vanwege de leesvaardigheid maar ook door het verruimen van hun blik op de wereld.
2.3 De visie op Dagprogrammering We vroegen de geschouwde scholen ook naar hun visie: vanuit welke (onderwijskundige) visie wordt de Dagprogrammering ingezet? Uitkomsten vorige schouwronde De geschouwde scholen voelen zich verantwoordelijk voor de doelgroep waarvoor zij werken en realiseren zich dat dit dikwijls kinderen zijn die in minder gunstige omstandigheden opgroeien. Zij verbinden hun missie – het bieden van gelijke kansen – aan de uitgangspunten voor Dagprogrammering en hebben de Dagprogrammering ingericht vanuit de bestaande visie op onderwijs. Een deel van de geschouwde scholen ziet de Dagprogrammering ook als mogelijkheid voor groepsleerkrachten om de focus te houden op de basisvakken, omdat een deel van de schoolse activiteiten nu wordt uitgevoerd door externe aanbieders. Ook de nu geschouwde scholen hebben het bieden van gelijke kansen als missie/visie en werken vanuit die visie ook aan de Dagprogrammering. Een aantal van de geschouwde scholen vertaalt de gelijke kansen visie expliciet als ‘kennis van de wereld vergroten’. Zo lezen we in een van de documenten van een school: ‘De leerlingen die bij ons naar school komen hebben extra baat bij goede kwaliteit van de lessen (instructie) en hebben het nodig om hun kennis over de wereld te vergroten. Kennis werkt als mentaal klittenband. Hoe meer kennis, hoe sneller je leert.
Pas als er voldoende kennis is, kunnen leerlingen hun vaardigheden verder ontwikkelen.’ Op een groot deel van de geschouwde scholen is de Dagprogrammering net als in de vorige schouwronde een integraal onderdeel van een bredere en duidelijke schoolvisie. De schoolleiding heeft nagedacht over hoe zij de Dagprogrammering zo inricht dat het aansluit bij het concept van de school, al komt dit op de ene school explicieter naar voren dan op de andere. Bij enkele geschouwde scholen krijgt de Dagprogrammering wat minder aandacht, omdat het sterk neerzetten van de basis van de school nog aandacht behoeft en de school hier prioriteit aan geeft. Zolang een visie op onderwijs of een onderwijsconcept nog moet aarden op een school, of zolang de randvoorwaarden voor het bieden van
8
Bij executieve functies gaat het om vaardigheden zoals samenwerken, beslissingen nemen en kritisch denken..
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
15
Sardes en DSP-groep 2023
goed onderwijs nog niet allemaal stevig staan, vinden scholen het lastig om een stevige, zinvolle en beredeneerde Dagprogrammering te organiseren. In de schoolgids van één van de geschouwde scholen staat verwoord wat we in veel interviews horen: ‘De school moet een plaats zijn waar kinderen ritme, rust en duidelijke regels ervaren. Ook leren wij de kinderen de wereld te ontdekken door kennis op te doen en vaardigheden te leren. Dat kan op diverse gebieden als rekenen en taal, maar ook bij wereldoriëntatie, muziek, zang, dans en bewegen.’
2.4 Uitgangspunten voor Dagprogrammering van de scholen Een van de vragen tijdens de schouw luidde: Wat zijn de onderliggende uitgangspunten van Dagprogrammering? Uitkomsten vorige schouwronde De uitgangspunten betreffen: 1) het leren van kinderen en jongeren, 2) de keuze voor en organisatie van activiteiten en 3) de uitvoerders. Scholen combineren meestal twee uitgangspunten, namelijk het aanbieden van allerlei verschillende niet-cognitieve activiteiten met de inzet op leren, met name taal. De visie op leren en ontwikkelen verschilt per school en daar moet de invulling van Dagprogrammering op aansluiten, bijvoorbeeld bij thema’s of bij kernconcepten. Datzelfde geldt voor de visie op de wijze waarop Dagprogrammering georganiseerd wordt: van alles in eigen hand houden tot alles bij één organisatie beleggen. Ook in deze ronde schouwen gaan de uitgangspunten die de geschouwde scholen hanteren bij de realisering van Dagprogrammering enerzijds over de manier waarop de school kinderen wil laten leren en anderzijds over de wijze waarop Dagprogrammering in de schoolorganisatie een plaats krijgt. Beide soorten uitgangspunten hebben consequenties voor te maken keuzes, zowel voor het samenstellen van het aanbod als voor de organisatie. We beschrijven de uitgangspunten hieronder verder.
Inhoud en vorm aanbod sluiten aan op reguliere lesstof en wijze van werken Veel van de geschouwde scholen vinden het van groot belang dat Dagprogrammering verbonden is met het reguliere onderwijs. Dat geldt in de eerste plaats voor de inhoud van het aanbod, zodat Dagprogrammering aansluit op de aandachtsgebieden of thema’s van het reguliere onderwijs. Ook de ‘taal’ van de activiteiten moet aansluiten bij de schoolthema’s, geven verschillende scholen aan. Met andere woorden: de aanbieders gebruiken dezelfde woorden als de school. Niet alle scholen hebben echter zo’n concrete verbinding tussen het schoolse leren en het leren in de Dagprogrammering. Zij willen de Dagprogrammering nog sterker verbinden met het reguliere onderwijs. Uitgangspunten voor de uitvoerders De aansluiting tussen het reguliere aanbod en het aanbod in de Dagprogrammering geldt ook voor de gedragsregels op school. Scholen willen dat de externe uitvoerders goed op de hoogte zijn van de regels op school en zich daaraan houden. Wellicht heeft dit ook te maken met het grote belang dat veel van de geschouwde scholen hechten aan veiligheid: de school moet een veilige omgeving bieden. Daarnaast zien scholen graag een hoge kwaliteit van de Dagprogrammeringslessen en ze willen vaste gezichten voor de leerlingen.
Dagprogrammering moet niet tot extra werkdruk leiden Een aantal geschouwde po-scholen geeft aan dat een belangrijk uitgangspunt bij de inrichting van de Dagprogrammering is dat het de werkdruk van het onderwijspersoneel niet mag verhogen. Deze scholen richten waar mogelijk de Dagprogrammering zo in dat leerkrachten niet alleen binnen hun lesuren meer ruimte hebben voor de basisvakken, maar ook buiten hun lesuren meer ruimte voor het voorbereiden van de lessen. In het vo lijkt dit minder te spelen. Dat komt doordat leerlingen daar zelfstandiger zijn (ze gaan
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
16
Sardes en DSP-groep 2023
bijvoorbeeld zelfstandig naar de activiteiten), er is minder bemoeienis van de docenten tijdens en rondom de activiteiten nodig, en leerlingen zijn veel meer gewend om elk uur van een andere docent les te hebben. De ‘onrust’ die de Dagprogrammering soms op po-scholen met zich meebrengt, speelt daardoor niet op het vo. Ouderbetrokkenheid als uitgangspunt Een aantal po-scholen vindt ouderbetrokkenheid een belangrijk uitgangspunt voor succesvolle Dagprogrammering. Als de ouders er niet achter staan, wordt het heel lastig. Overigens lijkt het op de meeste geschouwde scholen goed gelukt om de ouders mee te krijgen in het idee van de Dagprogrammering: er zijn niet veel discussies over de verplichte extra leertijd.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
17
Sardes en DSP-groep 2023
3. Organisatie en aanpak In dit hoofdstuk beschrijven we op hoofdlijnen hoe de Dagprogrammering wordt georganiseerd en gefinancierd, voor welke aanpakken wordt gekozen en hoe de geschouwde scholen dat ervaren.
3.1 Organisatie Dagprogrammering 3.1.1 Financiering Uitkomsten vorige schouwronde Veel geschouwde scholen geven aan creatief en flexibel om te moeten gaan met de beschikbare middelen om de Dagprogrammering rond te krijgen. Sommige scholen maken ook gebruik van andere middelen, zoals de gelden uit het Nationaal Programma Onderwijs. Als deze (of andere niet-structurele subsidiemiddelen) wegvallen, heeft dit gevolgen voor de continuïteit van het programma. Mede naar aanleiding van de uitkomsten van de vorige ronde schouwen, ontvangen de scholen nu meer subsidie per uur per kind voor het organiseren van Dagprogrammering (5,- per uur i.p.v. 3,73 per uur). Er wordt in de huidige ronde schouwen, op één vo-school na, niet meer aangegeven dat het uurbedrag per kind te laag is. Wel valt ook nu op dat een deel van de scholen creatief en flexibel omgaat met de financiën: deze scholen maken gebruik van verschillende subsidies en regelingen om extra aanbod (binnen en buiten de Dagprogrammering) te financieren. Een directeur van een po-school geeft aan dat de kosten van het aanbod niet altijd in verhouding staat met de opbrengsten ervan. Deze school heeft ook een duidelijk standpunt ingenomen als het gaat om de kosten van uitvoerders: “Ik ga principieel niet meer uitgeven aan een externe partij dan aan mijn eigen leerkrachten.
Dan doe ik iets fout.” Een andere school geeft aan zich vooral zorgen te maken over de beschikbaarheid van mensen om het aanbod daadwerkelijk uit te voeren; middelen zijn er op deze school op zich genoeg.
3.1.2 Intern organiseren versus gebruikmaken van externe aanbieders Uitkomsten vorige schouwronde Voor de invulling van de extra Dagprogrammeringsuren wordt op de geschouwde po-scholen veelal gebruikt gemaakt van externe vakdocenten of aanbieders, zodat groepsleerkrachten de focus kunnen blijven houden op de basisvakken en vaardigheden. Dit werkt goed zolang de vakleerkrachten goede pedagogisch-didactische vaardigheden hebben, maar dat is niet altijd het geval, wat tot ontevredenheid leidde. Scholen hebben liever een stabiel aanbod met goede vaste krachten dan een divers en wisselend aanbod. Vakleerkrachten krijgen daardoor grotere aanstellingen binnen specifieke scholen, waardoor er voor andere scholen minder mogelijkheden overblijven. De extra Dagprogrammeringsuren worden op de geschouwde vo-scholen opgevuld door eigen vakdocenten, waarvan de aanstelling is vergroot. Dit scheelt scholen veel afstemming met externe aanbieders. Vrijwillige extra activiteiten buiten het gewone rooster worden ook op de geschouwde voscholen wel door externe organisaties aangeboden. De bevindingen van deze schouwronde komen overeen met die van de vorige schouwronde. Alle poscholen maken veel gebruik van externe partijen en beleggen regelmatig de coördinatie van de Dagprogrammering bij hen. Organisaties waarmee po-scholen vaak samenwerken zijn Dynamic Activities, Schouwen Dagprogrammering ronde 2
18
Sardes en DSP-groep 2023
SKVR, Techniek en Kunst Educatie (KITE), Feyenoord-Sport, ROAA, Halo Jobbing, Free to Move, schoolsportverenigingen (SSV’s) en Beweegwijs. Het voortgezet onderwijs laat daarentegen de uren die onder schooltijd vallen vaker door eigen docenten oppakken. Daar kiezen de vo-scholen voor, omdat deze lessen uitermate goed kunnen worden ingevuld door een interne vakdocent. Bovendien zien zij, anders dan de meeste po-scholen waar leerkrachten de hele dag lesgeven aan een vaste groep, ruimte en flexibiliteit in de aanstelling van hun docenten. Tot slot gaf één vo-school aan het afgelopen schooljaar alleen eigen docenten te hebben ingezet voor de Dagprogrammering, omdat ze geen goede ervaring hadden met externe aanbieders. De school is echter van plan in de toekomst weer met externen te gaan werken, omdat er al zo veel op de school en de eigen docenten afkomt. Enkele andere geschouwde vo-scholen hebben het afgelopen schooljaar wel externe partijen ingezet voor activiteiten na schooltijd. Vo-scholen werken samen met of kopen lessen in bij sporten beweeglocaties zoals Skateland, Adventure City en Snowworld en organisaties zoals SKVR en Kleinkunstig voor de cultuurvakken. Eén van de geschouwde po-scholen heeft ook leerkrachten binnen hun aanstelling ruimte gegeven om een deel van de Dagprogrammering activiteiten op zich te nemen.
Dit zijn groepsleerkrachten die een aantal dagen voor de klas staan en de overige dagen Dagprogrammeringsactiviteiten geven, zoals muziekles. Deze dubbele functie maakte het voor een aantal leerkrachten aantrekkelijker om op de school te blijven werken omdat hun baan afwisselender wordt en ze meerdere talenten kunnen inzetten. Dat deze leerkrachten ook de leerlingen en doelgroep goed kennen, komt volgens verschillende betrokkenen op de school ook de kwaliteit van de Dagprogrammeringsactiviteiten ten goede. In deze schouwronde benadrukt ruim de helft van de po-scholen het belang van een goede en langdurige relatie met externe aanbieders en externe vakleerkrachten. Zij ervaren dat het het aanbod ten goede komt als groepsleerkrachten en vakleerkrachten elkaar beter kennen en over en weer van elkaar leren. In een paar gevallen krijgt dat ook vorm door een vastgelegde procedure voor de overdracht tussen de groepsleerkracht en de vakdocent of door gezamenlijke scholing en op één van de scholen is er een intervisiegroep voor de vakleerkrachten onder leiding van de ondersteuner Dagprogrammering. Deze scholen merken op dat de binding tussen de school en de vakleerkracht versterkt wordt, waardoor de vakleerkracht langdurig met hen blijft samenwerken en zich in een aantal gevallen ook deel voelt van het team. Ook vakleerkrachten zelf ervaren dat zo.
De geschouwde scholen ervaren dat deze verbinding met de vakleerkrachten bijdraagt aan de kwaliteit van de Dagprogrammering. Op de Vo-scholen worden de eigen docenten vaker ingezet voor de Dagprogrammeringsactiviteiten, en als er vakleerkrachten zijn, dan is er vaak geen duidelijke verbinding met de overige docenten. Uit deze schouwronde blijkt dat de locatie van de school bepalend is voor de keuze voor externe aanbieders: meerdere scholen geven aan graag samen te werken met aanbieders in de wijk. Daarnaast hebben de scholen op een locatie waar veel externe aanbieders en andere faciliteiten in de buurt zijn, de luxe dat sommige naschoolse activiteiten ook buiten de school plaats kunnen vinden. Deze scholen hebben minder last van een gebrek aan ruimte voor de Dagprogrammeringsactiviteiten, waar andere scholen (vooral po) wel mee te maken hebben. Doordat de Dagprogrammeringsactiviteiten die gegeven worden door externen vaak in halve groepen worden georganiseerd, komen veel scholen in hun eigen gebouw ruimte tekort.
3.1.3 Communicatie en processtructuur Uitkomsten vorige schouwronde De meerderheid van de geschouwde scholen heeft een coördinator aangesteld voor de Dagprogrammering. Deze persoon maakt onder andere de roosters en is de contactpersoon voor de externe aanbieders. Het contact met de externe aanbieders wordt over het algemeen als prettig ervaren.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
19
Sardes en DSP-groep 2023
Ook op de recent geschouwde scholen is vaak een coördinator aangesteld. Dit is soms een docent of leerkracht die hier extra uren voor heeft gekregen, maar het komt ook voor dat er apart iemand voor is aangesteld. Drie geschouwde po-scholen werken met een hoofdaanbieder voor de Dagprogrammeringsactiviteiten die ook de praktische coördinatie van de Dagprogrammering op deze school op zich neemt. Niet iedere geschouwde school heeft een aparte coördinator, op deze scholen neemt de (adjunct-)directeur deze taak op zich. Eén van deze directeuren heeft met ingang van het nieuwe schooljaar een nieuwe interne trekker aangewezen, om de taak voor zichzelf te verlichten. Een andere school heeft ervaren dat de aanstelling van een coördinator een grote impuls heeft gegeven aan de Dagprogrammering: “Praktische problemen worden veel sneller opgelost.” Meerdere geschouwde scholen geven wel aan dat de financiering van de coördinator ingewikkeld is. Ze betalen de kosten voor de coördinatie uit de eigen middelen van de school omdat ze ten onrechte veronderstellen dat deze kosten niet betaald mogen worden betaald vanuit de subsidieregeling voor de Dagprogrammering9. Op de meeste geschouwde scholen hebben de coördinatoren Dagprogrammering met name de taak om de Dagprogrammering praktisch te organiseren.
Zij zijn aanspreekpunt Dagprogrammering op de school voor alle betrokkenen, maken roosters, informeren ouders en hebben contact met externe aanbieders. Dit lijkt met name te gelden voor scholen waarvan de hoofdaanbieder ook de coördinatie op zich neemt. Meerdere scholen spreken voor de toekomst de wens uit dat de inhoud van de Dagprogrammering sterker wordt verbonden met het curriculum van de school. Hiervoor is naast een praktische coördinatie ook een inhoudelijke coördinatie nodig. Daar waar de coördinator Dagprogrammering door de school zelf is aangesteld, lijkt de inhoudelijke verbinding van de Dagprogrammering met het aanbod van de school sterker: het is vaker onderwerp van gesprek tussen coördinator en aanbieder. Het contact met de externe aanbieders is over het algemeen goed. De meeste geschouwde scholen hebben inmiddels samenwerkingspartners met wie zij al een langere tijd samenwerken en waar goed contact mee is. Daarnaast hebben de scholen inmiddels ruime ervaring met werken met externe aanbieders, waar ze hun lessen uit hebben getrokken. Zodra de scholen nieuwe samenwerkingen aangaan, kunnen zij duidelijk communiceren wat zij van de aanbieder verwachten en wat de aanbieder van hen kan verwachten.
Korte lijntjes met aanbieders en regelmatig met elkaar evalueren wordt door zowel de scholen als de aanbieders van groot belang gezien, al gebeurt dat in de praktijk niet altijd ook daadwerkelijk.
3.1.4 Ondersteuner Dagprogrammering Uitkomsten vorige schouwronde Elke Dagprogrammeringsschool heeft een ondersteuner vanuit het team Dagprogrammering (gemeente Rotterdam). De rol van deze ondersteuner is voor de scholen helder. Het verschilt enorm per school in hoeverre zij de ondersteuning nodig hebben. Niet elke school heeft er evenveel behoefte aan. Ook bij de recent geschouwde po- scholen verschilt de inzet van de ondersteuner Dagprogrammering sterk. De schouwen bleken voor sommige ondersteuners ook informatief omdat hun betrokkenheid bij de betreffende school klein is. De redenen waarom de ondersteuner op deze vier po-scholen niet tot nauwelijks betrokken is, heeft verschillende oorzaken. De school heeft bijvoorbeeld een eigen interne coördinator of heeft alles zelf al goed geregeld. Ook is er een enkele school waar ogenschijnlijk de ondersteuning van de ondersteuner Dagprogrammering goed kan worden ingezet, maar waar de school er niet om vraagt.
De coördinatiekosten kunnen opgenomen worden in de totaalprijs per activiteit. Hetzelfde geldt voor kosten voor materiaal en ruimte. 9
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
20
Sardes en DSP-groep 2023
Op andere scholen wordt wel regelmatig gebruik gemaakt van de ondersteuners. De ondersteuning die de ondersteuners op deze scholen bieden is heel divers. Veel gehoord is dat ondersteuners helpen bij de outputmeting en de verantwoording naar de gemeente en het zoeken van partners. Maar ook biedt een ondersteuner op één van de geschouwde scholen hulp in de vorm van extra handen op de vloer op de woensdagmiddag. Op weer een andere school houdt de ondersteuner op één van de geschouwde scholen wekelijks een intervisiebijeenkomst met de vakleerkrachten. De beschikbaarheid en het contact met de ondersteuner wordt door de meeste geschouwde scholen die er gebruik van maken erg gewaardeerd.
3.1.5 Intensivering in groep 1 en 2 Uitkomsten vorige schouwronde De Dagprogrammering bestaat uit langere schooldagen (extensivering), maar voor de groepen 1 en 2 mag ook worden gekozen voor intensieve begeleiding door extra menskracht op de groep (intensivering). De meeste po-scholen kozen voor intensivering in de onderbouwgroepen. Een tweetal po-scholen biedt daarnaast extra uren aan voor de jongste kinderen. Vanaf groep 3 tot en met groep 8 en in het vo kan alleen worden ingezet op extensivering. Sommige scholen zijn daar heel blij mee, andere scholen zouden liever ook een deel van de Dagprogrammering uren willen inzetten voor intensivering in de andere groepen. Net zoals in de vorige schouwronde kiezen veel geschouwde scholen voor intensivering in de onderbouwgroepen. Eén van de geschouwde scholen zet met ingang van huidig schooljaar zelfs in op intensivering tot en met groep 3, weliswaar met andere middelen aangezien dit niet past binnen de subsidieregels van de Dagprogrammering. Sommige scholen bieden in de onderbouwgroepen naast intensivering, ook een aantal extra uren extensivering. Eén school biedt de extra tien uur per week volledig aan bij de kleuterklassen, de andere scholen beperken het aantal extra uren voor kleuters. Eén van de geschouwde scholen biedt alleen voor groep 2 leerlingen een aantal extra uren aan, niet voor de jongste kleuters.
Een aantal ouders van leerlingen op de scholen die wij tijdens de schouw hebben gesproken vindt de extra onderwijstijd soms wel lang voor de kleuters, maar scholen merken dat het goed te organiseren is en dat de kleuters nog goed deelnemen aan de activiteiten. De geschouwde scholen die in de onderbouwgroepen niet extensiveren, kiezen hier bewust niet voor omdat zij vinden dat lange schooldagen te zwaar zijn voor de jongste leerlingen. Eén school heeft in het verleden wel kleuteractiviteiten aangeboden na schooltijd, maar ervaarde dat dit voor hen te veel was. Twee geschouwde scholen geven aan dat zij, maar ook de ouders, vinden dat extensivering ook voor groep 3 leerlingen te veel is. Eén van deze scholen heeft er daarom voor gekozen om met ingang van dit schooljaar de Dagprogrammering uren voor groep 3 langzaam op te bouwen. Een gevolg van het verschil in aanbod voor kleuters en leerlingen vanaf groep 3 is dat er verschillende lestijden zijn. Voor ouders is dit soms lastig: als zij kinderen hebben in zowel de onderbouw als de midden- of bovenbouw, betekent dit voor hen dat zij op verschillende tijden hun kinderen op moeten halen. Dit is een organisatorische uitdaging, waar veel scholen nog geen oplossing voor hebben. Eén school heeft ervoor gekozen om opvang te bieden aan onderbouwleerlingen met oudere broers of zussen en waarvan de ouders werken.
Dit doen zij met eigen personeel. Afgelopen schooljaar liep dit, naar eigen zeggen, ‘de spuigaten uit’, doordat ouders om allerlei redenen gebruik wilden maken van de opvangmogelijkheid. Daarom vraagt deze school ouders nu een bewijs dat zij werken en een kleine toelage, om het aantal kinderen waar zij opvang voor moeten regelen binnen de perken te houden. De geschouwde school die speciaal basisonderwijs biedt, zet de Dagprogrammering voornamelijk in op intensivering. Ook hun leerlingen volgen kortere dagen dan de leerlingen van de reguliere school.
Schouwen Dagprogrammering ronde 2
21
Sardes en DSP-groep 2023
3.2 Aanpak en uitvoering 3.2.1 Plaats van Dagprogrammering in het rooster: po Uitkomsten vorige schouwronde De geschouwde scholen geven de tien extra uren per week op verschillende manieren vorm en bij de meerderheid is tien uur Dagprogrammering vanaf groep 3 verplicht voor iedereen. Er zijn ook geschouwde scholen die een deel van de Dagprogrammeringsuren ‘na schooltijd’ organiseren. Deze activiteiten zijn doorgaans facultatief. Het is niet wenselijk en haalbaar al deze activiteiten verplicht aan te bieden, vinden de geschouwde scholen. Het buitenschoolse aanbod is niet altijd voor de kleuters, hun dagen zijn dan iets korter. Deze uren worden gecompenseerd door intensivering in de groepen. Net zoals in de vorige schouwronde verweeft een deel (in deze schouwronde ongeveer de helft) van de geschouwde po-scholen de extra uren Dagprogrammering met het reguliere rooster: de lesdagen gaan op vaste tijden uit, en de reguliere lesuren en Dagprogrammeringsuren wisselen elkaar af. Voor leerlingen en ouders hoort alles dan ‘gewoon bij school’. De andere helft van de po-scholen organiseert een deel van de Dagprogrammeringsuren na de reguliere schooltijd: de reguliere schooldag en de Dagprogrammering zijn duidelijk van elkaar te onderscheiden, ook voor ouders en leerlingen.