CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb001674] Van Metropoolregio Rotterdam Den Haag MRDH een agenda voor de adviescommissie Economisch Vestigingsklimaat op 200324

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 20 maart 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Adviescommissies Metropoolregio Rotterdam Den Haag33.501 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De onder het tweede lid bedoelde verstrekking geschiedt schriftelijk door de eigen vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van de MRDH, vanuit diens rol van bestuurder van de MRDH, op de voor deze gemeente gebruikelijke wijze. De bevraagde vertegenwoordiger doet terstond melding aan de MRDH, van de gestelde vragen en eveneens van het daarop gegeven antwoord. Indien de vertegenwoordiger verzuimt binnen een termijn van 6 weken de gevraagde inlichtingen te verstrekken, of in het geval van het dagelijks bestuur er geen bestuurder van de betreffende gemeentezitting heeft in dit bestuursorgaan, kunnen de

leden zich schriftelijk richten tot het betreffende bestuursorgaan van de Metropoolregio zelf. 4. De onder het derde lid beschreven procedure wijzigt of vervangt niet de mogelijkheden, noch de procedures vanuit de Gemeentewet en gemeentelijke regelgeving die de vertegenwoordigende organen hebben vanuit de controlerende functie naar hun eigen gemeentelijke bestuursleden die als lokale vertegenwoordiger in de bestuursorganen van de MRDH zitting hebben. 5. De onder het derde lid gestelde vragen en de naar aanleiding daarvan gegeven antwoorden worden door de Metropoolregio gedeeld met de raden vertegenwoordigende organen via een online gedeelde lijst van vragen en antwoorden. 6. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de bestuurscommissies, bedoeld in artikel 2:7. Reactie op voorstellen van de adviescommissies ter voorbereiding op de evaluatie Het aanwijzen van burgerraadsleden als adviescommissieleden achten wij eveneens als onwenselijk. De waardevolle inzet van niet-gekozen inwoners is gericht op het ondersteunen en versterken van gemeenteraadsfracties. De inzet is niet gericht op de vertegenwoordiging van de gemeente in regionale verbanden. Reactie algemeen bestuur Het inzetten van steunraadsleden is als onderwerp niet beleidsarm. Raadsleden zijn direct door de burger gekozen, steunraadsleden zijn dat niet.

Dat betekent dat democratische legitimatie verandert als gemeenten steunraadsleden gaan inzetten. Uit de reacties van andere gemeenten en ook uit het eerder advies van de adviescommissies Va en EV blijkt dan ook dat er vele verschillende meningen zijn over het al dan niet accepteren van steunraadsleden als commissielid. Daarom past dit onderwerp meer bij de evaluatie GR 2024. Het algemeen bestuur zal dit onderwerp meenemen. Aanvullingen voor het concept-ontwerp Wij stellen voor om ‘gevraagd en ongevraagd’ toe te voegen aan de tekst van artikel 2:2, eerste lid, voor de tekst ‘alle informatie’. Reactie algemeen bestuur Dank voor uw suggestie, deze neemt het algemeen bestuur over. Dit is toegevoegd aan het betreffende artikel 2:2. Aanvullingen voor het concept-ontwerp Wij missen in artikel 5;3 de verplichting dat de zorg voor het archief gebeurt met inachtneming van artikel 40, lid 1 van de Archiefwet 1995, vast te stellen archiefregeling en wie deze archiefregeling geeft. Reactie algemeen bestuur Artikel 40, eerste lid van de Archiefwet 1995 stelt: “Een regeling als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen (Stb. 1989, 571) houdt ook een voorziening in omtrent de zorg voor de archiefbescheiden van bij die regeling ingestelde openbare lichamen of gemeenschappelijke organen.” Dit is precies wat artikel 5:3 beoogt, een aanpassing van de GR is daarmee niet nodig.

Het stellen van een archiefregeling of verordening is een bevoegdheid die vanuit de gemeenschappelijke regeling al bij het algemeen bestuur ligt. Voor alle duidelijkheid zal dit worden toegevoegd aan artikel 5:3. Het voorstel wordt dan: Artikel 5:3 Archief 1. Het algemeen bestuur stelt een archiefverordening vast. 2. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de Metropoolregio. 3. De secretaris-directeur is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de Metropoolregio voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 4. Voor de bewaring van de over te brengen archiefbescheiden wordt aangewezen de archiefbewaarplaats van de gemeente Rotterdam.

5. De archivaris van de gemeente Rotterdam is belast met het toezicht op het beheer van de in het eerste lid genoemde archiefbescheiden. Wij merken op dat bij artikel 6:4 de titel ‘Opheffing’ is weggevallen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de oplettendheid, dit is gecorrigeerd bij het betreffende artikel 6:4. Evaluatie, artikel 8:1 Wij stellen voor om artikel 8:1 Evaluatie te wijzigen in: a. Het algemeen bestuur kan, op verzoek van één of meerdere gemeenteraden, ieder vierde jaar van een zittingsperiode bepalen dat het omschreven doel van de regeling, het functioneren van de organisatie en/of de samenwerkingsrelatie met de deelnemers wordt geëvalueerd. Het algemeen bestuur, indachtig het belang van alle deelnemende gemeenten, beziet en beslist hoe aan een verzoek gehoor kan worden gegeven. Het verslag van een evaluatie vergezeld van conclusies en aanbevelingen wordt gedeeld met de colleges van B&W en de gemeenteraden van de deelnemers. b. Het dagelijks bestuur kan het functioneren van (delen van) de interne organisatie van de MRDH evalueren en daarvan verslag uitbrengen aan het algemeen bestuur, vergezeld van conclusies en aanbevelingen. Dit laatste vooral zodat de periode gelijkloopt met de zittingsperiode van de raden (4 jaar in plaats van 5 jaar).

Daarnaast om ervoor te zorgen dat de raden een expliciete rol hebben in het opstarten van evaluatie vanuit hun controlerende taak. Dit is naar onze mening passend in de geest van de wetswijziging die tracht om de positie van de raden te versterken ten opzichte van de gemeenschappelijke regelingen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw suggestie. De suggestie onder a en b zijn passend bij de evaluatie in 2024. In deze Evaluatie 2024 gaat het algemeen bestuur graag in gesprek hoe in het vervolg de evaluatie vorm kan krijgen. Evaluatie GR MRDH 2024 Wij kijken uit naar de evaluatie in 2024. Dat is het moment om met elkaar het inhoudelijke gesprek te voeren over hoe we onze samenwerking verder gaan verbeteren en de toekomst van deze samenwerking vormgeven. Reactie algemeen bestuur Ook het algemeen bestuur kijkt er naar uit om met alle deelnemende gemeenten van gedachten te wisselen over de samenwerking.

Lansingerland In uw brief van 11 september constateert u dat de impact van de wijziging Wgr op de GR MRDH beperkt is, omdat de MRDH als model voor de wetswijziging is gebruikt. Wij delen de opvatting dat de MRDH in dat opzicht inderdaad vooruitstrevend is. Zo werkt de MRDH reeds naar tevredenheid met Adviescommissies, neemt de doorgaans tijdige en volledige informatievoorziening de noodzaak voor een actieve informatieplicht grotendeels weg, en worden gemeenteraden reeds over diverse onderwerpen uitgenodigd om een zienswijze in te dienen. In uw brief stelt u dat de wijziging van de GR MRDH naar aanleiding van de wijziging Wgr beleidsarm zal zijn, en dat een ‘beleidsrijkere’ wijziging volgt naar aanleiding van de

evaluatie die reeds is geborgd in de GR MRDH. Wij constateren dat het niet samenvallen van deze twee wijzigingen, en in het verlengde daarvan de noodzaak om tweemaal een zienswijzeprocedure te starten, ongelukkig is. Tegelijkertijd erkennen wij dat de timing van de implementatie van de wijziging Wgr vanuit de landelijke politiek een factor is die de MRDH moeilijk kan beïnvloeden. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw positieve en uitgebreide reactie. Aanlevertermijnen Ten aanzien van de begrotingscyclus staat de wijziging Wgr een verruiming van de termijn voor waarbinnen gemeenteraden een zienswijze kenbaar kunnen maken. Het achterliggende idee is dat deze verruiming de begrotingsprocessen van gemeenten en gemeenschappelijke regelingen meer synchroon laat lopen. Volgens de wijziging Wgr krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de conceptbegroting in te dienen. In tegenstelling tot de gewekte suggestie blijft deze termijn in de GR MRDH echter ongewijzigd: gemeenteraden kregen, en krijgen, 8 weken de tijd om een zienswijze op de ontwerpbegroting in te dienen. Wij ervaren echter dat deze termijn in de praktijk niet altijd haalbaar is vanwege de duur van interne besluitvormingsprocessen en de reguliere vergadercycli van de raad.

We roepen de MRDH daarom op om de termijn te verruimen naar 12 weken, zodat gemeenten te allen tijde voldoende ruimte hebben om de zienswijzen op te werken. Reactie algemeen bestuur De wettelijke termijn van 12 weken voor de begrotingscyclus is uiteraard ook van toepassing op de MRDH. Het gewijzigde artikel 35, eerste lid uit de Wgr heeft directe werking en geldt dus al sinds inwerkingtreding van de wet in juli 2022. De MRDH heeft het dan ook al voor het jaar 2023 toegepast. Nu blijkt dat dit artikel toch anders is geïnterpreteerd en tot verwarring heeft geleid zal de volgende verduidelijking in artikel 4:1 worden opgenomen. Artikel 4:1 Begroting 1. Het algemeen bestuur stelt jaarlijks voorafgaande aan het jaar waarvoor deze gelden de begroting en de meerjarenbegroting Vervoersautoriteit vast. Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. De artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen zijn hierop van toepassing. De artikelen 189 tot en met 195 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing voor zover daarvan niet bij de Wet gemeenschappelijke regelingen is afgeweken. 2.

Bij wijziging van de begroting wordt slechts een zienswijze gevraagd aan de raden van de deelnemende gemeenten als de inwonerbijdragen van de gemeenten veranderen of er geschoven wordt tussen begrotingsprogramma’s. Alsdan zal de zienswijzetermijn 8 weken bedragen vanaf het moment van aanbieden door het dagelijks bestuur aan de vertegenwoordigende organen van de gemeenten. Tot slot zien wij uit naar de uitkomsten van de evaluatie van de GR, en verwelkomen wij de mogelijkheid om ook daarop een zienswijze in te kunnen dienen. Reactie algemeen bestuur Het doet het algemeen bestuur genoegen om te horen dat u uitkijkt naar de uitkomsten van de evaluatie GR MRDH 2024. Daarbij benadrukken we dat we hier een interactief proces zullen starten, waarbij een formele zienswijze inderdaad het sluitstuk vormt.

Leidschendam-Voorburg Wij danken het algemeen bestuur voor de uitgebreide documentatie en toelichting op de gemaakte wijzigingen. Uit de evaluatie en toelichting blijkt dat de wijzigingen beleidsarm zijn. De raad van Leidschendam-Voorburg zal op basis hiervan geen zienswijze op de voorgestelde wijziging indienen.

Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve reactie en de instemming met de voorgestelde wijzigingen.

Maassluis Wij kunnen u melden in te kunnen stemmen met dit ontwerp en af te zien van het geven van een verdere zienswijze. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de instemming met de voorgestelde wijzigingen.

Midden-Delfland De ontwerp regeling tot wijziging en daarbij behorende bijlagen zijn behandeld in de raadsvergadering van 31 oktober 2023. De gemeenteraad heeft besloten een instemmende zienswijze af te geven. Voor de inhoud en overwegingen verwijzen wij u naar de bijgevoegde ‘raadsoplegger’. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve reactie en de instemming met de voorgestelde wijzigingen. Informatieplicht Artikel 17 van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen verplicht om een regeling over de informatieplicht op te nemen. Vanuit de beleidsarme implementatie van de gewijzigde wet is de huidige werkwijze overgenomen in de ontwerp-voorstellen. In de huidige praktijk heeft deze werkwijze geen onoverkomelijke problemen opgeleverd. In theorie kan door de opgenomen regeling vertraging ontstaan in de beantwoording. Het indienen van de vragen en de beantwoording daarvan verloopt via de bestuurlijk vertegenwoordiger. Hierdoor kan vertraging ontstaan, die kan oplopen tot 6 weken. Tevens bestaat een mogelijkheid van bewerking van het antwoord dat vanuit de MRDH wordt gegeven. Om de zuiverheid van het proces en de informatie te garanderen is het verzoek om bij de uitvoering van de informatieplicht geen processuele tussenstappen bij gemeenten in te bouwen.

Aanpassing van artikel 2:2 kan meegenomen worden bij de voorstellen die voortvloeien uit de evaluatie van de MRDH waarvan het proces dit najaar start. Reactie algemeen bestuur

Het algemeen bestuur dankt u voor uw kritische bijdrage en uw suggestie. Omdat het voorstel dat u doet afwijkt van de huidige werkwijze binnen de MRDH wordt dit voorstel beschouwd als niet beleidsarm. Zoals u al terecht voorstelt, zal dit onderwerp dan ook meegenomen worden in de Evaluatie 2024. Betrokkenheid maatschappelijke organisaties en inwoners In de huidige maatschappelijke context wordt het betrekken van maatschappelijke organisaties en inwoners bij een deel van de taken van de MRDH steeds belangrijker. Het vastleggen in de GR van de mogelijkheden van het inspreken bij de bestuursorganen is positief. De mogelijkheden om participatie bij beleidsprocessen beter te benutten zijn naar verwachting aanwezig. Het verzoek is dan ook om bij de komende evaluatie van de GR over de mogelijkheden tot verbreding van de inspraak en participatie met elkaar het gesprek aan te gaan. Dit hoeft niet per definitie uit te monden in een wijziging van de GR. De uitkomsten van het gesprek tussen de 21 gemeenten is vooral bedoeld om de kwaliteit van de besluitvorming te vergroten door hierbij gebruik te maken van de kennis en betrokkenheid van maatschappelijke organisaties en inwoners van onze regio. Reactie algemeen bestuur De Evaluatie 2024 is bij uitstek de plek om het gesprek te voeren over beleidsrijke onderwerpen.

De onderwerpen democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden en bewoners (inspraak en participatie) worden daarin dan ook meegenomen.

Nissewaard Gezien het concept-ontwerp van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling (GR) beleidsarm van aard is, delen wij u mee geen zienswijze te zullen indienen. U geeft daarnaast aan binnenkort van start te gaan met de evaluatie van de GR, waarin aan ons de gelegenheid zal worden geboden om onze inbreng te geven. Van deze mogelijkheid zullen wij graag gebruik maken. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de instemming met de voorgestelde wijzigingen. Het doet het algemeen bestuur genoegen om te horen dat u uitkijkt naar de evaluatie GR MRDH 2024 en dat u in dat proces graag uw inbreng wilt leveren.

Pijnacker-Nootdorp In artikel 2:1 stelt u voor om in de gemeenschappelijke regeling niet meer op te nemen dat de gemeenteraden een zienswijze kunnen indienen op de begroting. Dit begrijpen wij, omdat de verplichting tot het ter zienswijze aanbieden van de begroting reeds via de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) geborgd is. In het eerste lid van artikel 4:1 van de ontwerp GR MRDH geeft u aan dat de artikelen 34 en 35 van de Wgr van toepassing zijn. Volgens artikel 35 eerste lid wordt de ontwerpbegroting twaalf weken voordat zij ter vaststelling aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. Echter, mocht u zich aan deze uiterste termijn houden, dan zou behandeling van de zienswijze midden in de zomervakantie vallen en daarmee feitelijk onmogelijk worden. Gelet hierop verzoeken wij u aan artikel 4:1 een lid toe te voegen waarin u opneemt dat u de ontwerpbegroting voor 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient aan de raden toezendt. Bij het hanteren van deze termijn stelt u ons als gemeenteraden in staat om voor het zomerreces zienswijzen op de ontwerpbegroting aan u kenbaar te maken.

Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur erkent dat de gemeenteraden goed in de gelegenheid moeten zijn om de zienswijze met betrekking tot de begroting kenbaar te maken. Het uitgangspunt van de MRDH bij inwerkingtreding van deze wet op 1 juli 2022 was dan ook om de zienswijzetermijn voor de ontwerpbegroting al voor het zomerreces te laten plaatsvinden. Sinds 1juli 2022 is dit dan ook op deze wijze geïmplementeerd in het zienswijzeproces. U kunt ervan uitgaan dat de zienswijze tijdig verstuurd wordt aan de gemeenteraden zodat behandeling voor het zomerreces mogelijk is. Ten aanzien van de overige door u voorgestelde wijzigingen in ontwerpregeling zijn wij akkoord. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de instemming met de voorgestelde wijzigingen.

Ridderkerk Zienswijzen bij besluiten Wij zijn van mening dat wij op dit moment al ruime mogelijkheden hebben om invloed uit te oefenen op het beleid. De termijn van tenminste acht weken om een zienswijze te geven vinden wij echter te kort gelet op onze eigen vergadercyclus. In de afgelopen jaren heeft Ridderkerk vanwege de krappe termijn noodgedwongen een zienswijze uit laten gaan van het college omdat er geen raadsvergadering haalbaar was binnen de door u gestelde termijn. Wij achten dit onwenselijk. Wij verzoeken u de termijn van ten minste acht weken uit artikel 2:1, derde lid te wijzigen in 10 weken Reactie algemeen bestuur In de GR is destijds om meerdere redenen gekozen voor 8 weken. Een termijn van 8 weken sluit aan bij wat door de wetgever als redelijk wordt beschouwd, zie daarvoor ook artikel 1 van de Wgr waarvoor het aangaan/wijzigen van gemeenschappelijke regelingen ook een zienswijze van 8 weken wordt aangehouden. De MRDH is te allen tijde bereid mee te denken over oplossingen als incidenteel 8 weken niet haalbaar blijken te zijn, zoals dat ook nu al gebruikelijk is. Het algemeen bestuur wenst echter wel vast te houden aan de termijn van 8 weken in artikel 2:1.

Informatieplicht In het artikel 2:2, eerste lid is opgenomen dat de begrotingen, de bestuursrapportages, de strategische agenda’s, de jaarrekening en de evaluaties van de gemeenschappelijke regeling in ieder geval beschouwd dienen te worden als informatie die voor een juiste beoordeling van het door het betreffende bestuur gevoerde en te voeren beleid nodig is. Om onze rol goed te kunnen vervullen verzoeken wij u om aan de onderwerpen van informatievoorziening in artikel 2:2, eerste lid de verslagen van het algemeen bestuur, de verslagen van de bestuurscommissies en de bij de jaarrekening behorende accountantsrapportage toe te voegen. Reactie algemeen bestuur In artikel 2:2, eerste lid worden de documenten genoemd, die voor een goede beoordeling in ieder geval benodigd zijn. Dat betekent dus ook dat, indien nodig, andere informatie op enig moment als dusdanige informatie kan worden beschouwd en behandeld. De vergaderverslagen zijn allen toegankelijk via de website van de MRDH. De MRDH kijkt naar mogelijkheden om te komen tot een nog betere vindbaarheid op de website. Daarnaast wordt deze informatie te allen tijde verstrekt aan de vertegenwoordigers van de eigen gemeenten in de verschillende gremia. Voor wat betreft de accountantsverklaring,

geldt dat de jaarrekening altijd inclusief de accountantsverklaring wordt gepubliceerd en dus ook op deze wijze aan de gemeenteraden zal worden verstrekt. Voor zover er behoefte is aan een uitgebreidere gedachtewisseling over dit onderwerp wordt voorgesteld dit mee te nemen in de Evaluatie 2024 Evaluatie In artikel 8:1 wordt bepaald dat het algemeen bestuur zorgdraagt voor een vijfjaarlijkse evaluatie van de regeling. In de oude regeling was de vijfjaarlijkse evaluatie gekoppeld aan het oprichtingsjaar 2015. Wij hechten aan een evaluatie in 2024, zeker omdat de voorliggende wijziging van de gemeenschappelijke regeling beleidsarm is. Wij verzoeken u om die reden aan artikel 8:1 toe te voegen dat het algemeen bestuur vanaf 2024 zorg draagt voor een vijfjaarlijkse evaluatie. Reactie algemeen bestuur In de nieuwe GR staat in artikel 8:1: Artikel 8:1 Periodieke evaluatie Het algemeen bestuur draagt zorg voor een vijfjaarlijkse evaluatie van de regeling. Bij deze evaluatie worden de deelnemende bestuursorganen betrokken. De evaluatie wordt aan de vertegenwoordigende organen voorgelegd.

Daarmee is een vijfjaarlijkse evaluatie gegarandeerd. Omdat in 2024 de eerstvolgende evaluatie plaatsvindt, zal de eerstvolgende evaluatie plaatsvinden 5 jaar later in 2029. Aan uw verzoek wordt dus al voldaan. Aanpassing begrotingscyclus In artikel 4:1, tweede lid van de regeling is bij wijziging van de begroting een zienswijze termijn opgenomen van 8 weken. Evenals bij de zienswijzetermijn bij besluiten van het bestuur van de regeling vinden wij deze termijn te kort. Wij verzoeken u de zienswijzetermijn van 8 weken van artikel 4:1, tweede lid, te wijzigen in een termijn van 10 weken Reactie algemeen bestuur In de GR is destijds om meerdere redenen gekozen voor 8 weken. Een termijn van 8 weken sluit aan bij wat door de wetgever als redelijk wordt beschouwd, zie daarvoor ook artikel 1 van de Wgr waarvoor het aangaan/wijzigen van gemeenschappelijke regelingen ook een zienswijze van 8 weken wordt aangehouden. De MRDH is te allen tijde bereid mee te denken over oplossingen als incidenteel 8 weken niet haalbaar blijken te zijn, zoals dat ook nu al gebruikelijk is. Het algemeen bestuur wenst echter wel vast te houden aan de termijn van 8 weken in artikel 2:1. Overigens komt een dergelijke begrotingswijziging waarbij een zienswijze gehanteerd wordt zelden voor. In de 9 jaar dat de MRDH bestaat is dit pas 1 keer voorgekomen.

De overige voorgestelde wijzigingen van de regeling geven ons geen aanleiding tot het geven van zienswijzen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de instemming met de voorgestelde wijzigingen.

Rijswijk Uit de begeleidende brief en bijlagen blijkt duidelijk dat de voorliggende wijzigingen in hoofdzaak technisch van aard zijn. Dit is ook de insteek: er is gekozen voor beleidsarme

wijzigingen. Het doel is om onze gemeenschappelijke regeling in overeenstemming te brengen met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) en om zaken aan te passen die feitelijk niet meer kloppen of niet meer overeenkomen met de praktijk en werkwijze van de MRDH. Deze beleidsarme insteek doet niet geheel recht aan de doelstellingen van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen om de controlerende en kaderstellende rol van volksvertegenwoordigers bij gemeenschappelijke regelingen te versterken. De raad van Rijswijk onderstreept het belang van dit thema. U geeft aan dat dit thema en ook andere inhoudelijke discussiepunten een plaats krijgen bij de Evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling MRDH, die in 2024 wordt gehouden. Indien de evaluatie noopt tot (beleidsrijke) aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling, dan volgt er opnieuw een wijzigingsronde. We ondersteunen deze insteek en spreken de verwachting uit dat het proces rond de Evaluatie van de MRDH ons als volksvertegenwoordigers voldoende gelegenheid biedt voor een zorgvuldige discussie op voor ons inhoudelijk relevante thema’s. Wij adviseren uw bestuur om tijdig en zorgvuldig te starten met de Evaluatie in 2024 waarbij over de wijze van evaluatie volksvertegenwoordigers en hun strategische adviseurs, de griffiers, een belangrijke rol krijgen.

Met betrekking tot de wijziging van de gemeenschappelijke regeling MRDH kunnen we instemmen met het voorliggende ontwerp. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve reactie en de instemming met de beleidsarme insteek van de wijziging en de voorgestelde wijzigingen. De Evaluatie GR MRDH 2024 is inderdaad de plek om het gesprek te voeren over beleidsrijke onderwerpen, waarbij uiteraard ook de raden en de adviescommissieleden betrokken worden bij de relevante thema’s.

Rotterdam We danken u en laten u hierbij weten geen opmerkingen te hebben naar aanleiding van de voorgestelde wijzigingen. De Rotterdamse raad kan zich vinden in de beleidsarme insteek van het conceptontwerp van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling en kijkt alvast uit naar de evaluatie van de gemeenschappelijke regeling MRDH. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve reactie en de instemming met de voorgestelde wijzigingen en de beleidsarme insteek van de wijziging. Ook het algemeen bestuur kijkt er naar uit om, in het kader van de evaluatie van de GR, met alle deelnemende gemeenten van gedachten te wisselen over de samenwerking. Evaluatie GR MRDH 2024 We vragen u bij de evaluatie in het bijzonder aandacht te geven aan de thema's democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden en inwoners bij de MRDH en zouden graag zien dat de volgende onderzoeksvragen worden betrokken bij de komende evaluatie van de gemeenschappelijke regeling MRDH: • Hoe is de democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden in de MRDH geborgd ten opzichte van andere governancemodellen, in het bijzonder een regioraad? • Welke mogelijkheden zijn er om de inspraak en burgerparticipatie in de MRDH te vergroten? Hierbij gaan wij ervan uit dat de focus van de MRDH gericht is en blijft op haar kerntaken, te weten economisch vestigingsklimaat en verkeer en vervoer.

Wij zien alvast uit naar verdere samenwerking in de toekomst. Reactie algemeen bestuur

De Evaluatie 2024 is bij uitstek de plek om het gesprek te voeren over beleidsrijke onderwerpen, hier worden de onderwerpen democratische legitimiteit en betrokkenheid van raden en bewoners ook in meegenomen. Op 3 november 2023 heeft het algemeen bestuur het plan van aanpak vastgesteld voor de evaluatie. Het externe onderzoeksbureau dat het factbased onderzoek zal uitvoeren is ook gewezen op het onderzoek van de Rekenkamer Rotterdam. Eveneens zullen aan het onderzoeksbureau de reflecties van de zienswijzen met betrekking tot het factbased onderzoek van de Evaluatie meegegeven worden. Hiertoe is aan het einde van deze Nota van Beantwoording een lijst met in de zienswijze aangedragen onderwerpen voor de evaluatie opgenomen.

Schiedam Van de gemeente Schiedam is geen zienswijze ontvangen.

Vlaardingen De MRDH gaat in 2024 een algemene evaluatie van de regeling uitvoeren. De belangrijkste overwegingen om de MRDH-samenwerking te optimaliseren vinden plaats op basis van deze algemene evaluatie. De, bij wetswijziging in 2022 geëntameerde, wettelijke prikkels tot mogelijke aanscherping van democratische legitimiteit en vergroting van controle en betrokkenheid van de gemeenteraad komen binnen het kader van die evaluatie aan bod. In dat perspectief heeft de MRDH ervoor gekozen om op dit moment, voor de implementatiedatum van 1 juli 2024, alleen die wijzigingen al door te voeren die ‘technisch’ noodzakelijk zijn van uit de wetswijziging zelf. Andere relevante afwegingen om de mogelijke verbeteringen aan te brengen worden ‘aangehouden’, dan wel opgeschort, om deze te betrekken bij de algemene evaluatie. Vanuit deze ‘beleidsarme’ benadering wordt o.a. een oordeel over suggesties van de Regionale Adviescommissies dan ook doorgeschoven naar de evaluatie in 2024. Wij hebben deze strategie binnen de MRDH eerder ondersteund en wij zien geen aanleiding dat nu anders te doen. Wij stemmen dan ook in met de voorgestelde wijzigingen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve reactie en de instemming met de voorgestelde wijzigingen en de beleidsarme insteek.

Voorne aan Zee Van de gemeente Voorne aan Zee is geen zienswijze ontvangen.

Wassenaar De raad is akkoord met de door u voorgestelde aanpassingen van de GR MRDH. De raad ziet dat de regeling voldoet aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor de positieve zienswijze en de instemming met de voorgestelde wijzigingen.

Westland Informatie- en verantwoordingsplicht aan gemeenteraden In artikel 2:2 derde lid is de praktische uitwerking van het verstrekken van inlichtingen aan de vertegenwoordigende organen opgenomen. U geeft aan dat dit overeenkomstig de werkwijze is zoals reeds is vastgelegd in de reglementen van orde van diverse (bestuurs)vergaderingen. Westland wil dat deze werkwijze volledig wordt doorgevoerd door ook (een uitwerking van) het tweede lid van artikel 35b van het reglement van orde van het algemeen bestuur op te nemen. Dit lid bepaalt dat één of meerdere leden van de raad van een deelnemende gemeente zich direct kunnen richten tot de voorzitter van het betreffende overleg als het verzoek om inlichtingen via de eigen vertegenwoordiging onverhoopt onbeantwoord blijft. Reactie algemeen bestuur Het derde lid van artikel 2:2 luidt: 3. De onder het tweede lid bedoelde verstrekking geschiedt schriftelijk door de eigen vertegenwoordiger van de gemeente in het bestuursorgaan van de MRDH op de voor deze gemeente gebruikelijke wijze. De aangeschreven vertegenwoordiger doet terstond melding aan de MRDH, van de gestelde vragen en eveneens van het daarop gegeven antwoord.

Indien de vertegenwoordiger verzuimt binnen een termijn van 6 weken de gevraagde inlichtingen te verstrekken, of in het geval van het dagelijks bestuur er geen bestuurder van de betreffende gemeentezitting heeft in dit bestuursorgaan, kunnen de leden zich schriftelijk richten tot het betreffende bestuursorgaan van de Metropoolregio zelf. De laatste zinsnede in dit lid regelt dat men zich direct kan richten tot het betreffende bestuursorgaan (inclusief diens voorzitter) als het verzoek om inlichtingen via de eigen vertegenwoordiging onverhoopt onbeantwoord blijft. In de praktijk zal de voorzitter van dat bestuursorgaan dan een voorstel voor afhandeling doen. Hiermee is uw verzoek naar mening van het algemeen bestuur dus al ingewilligd. Gemeenschappelijke regeling en reglementen van orde Westland constateert dat er diverse zaken in de Gemeenschappelijke Regeling MRDH verwerkt worden die reeds waren vastgelegd in het reglement van orde van het Algemeen Bestuur en/of de Bestuurs- en Adviescommissies. In die zin hebben de reglementen van orde een vooruitlopende rol gespeeld in de werkwijze van de verschillende commissies en het bestuur. Westland vraagt ook in de toekomst ruimte te laten om via de reglementen van orde aanvullende afspraken te maken over diverse onderwerpen zoals informatievoorziening, inspraak en zienswijzeprocedure.

Deze (beleidsarme) wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling mag niet beknellend werken in het implementeren van werkafspraken omtrent samenwerking en betrokkenheid. Reactie algemeen bestuur

De MRDH probeert altijd haar werkwijze te verbeteren waar dat kan. De voorkeur is daarbij, zoals u ook suggereert, om als eerste te kijken of wijziging mogelijk is via de lagere en dus gemakkelijker en sneller te wijzigen regelgeving zoals reglementen van orde. Evaluatie Gemeenschappelijke Regeling MRDH in 2024 U heeft aangegeven dat binnenkort de periodieke evaluatie van de Gemeenschappelijke Regeling wordt gestart. De regeling is eerder geëvalueerd in 2017 en 2021. Westland vindt het terecht dat de MRDH in deze evaluatie de tijd en ruimte wil nemen om dit traject zorgvuldig vorm te geven en uit te voeren met nauwe betrokkenheid van de gemeenteraden. Het behoeft geen nadere toelichting dat ook de Westlandse raad graag nauw betrokken wordt. Vooruitlopend hierop ondersteunt Westland het advies van de adviescommissies waarin zij aandacht vragen voor: • burgerparticipatie en het vergroten van de betrokkenheid bij de MRDH; •

passieve informatieplicht: te overwegen de mogelijkheid te scheppen dat schriftelijke vragen ook direct aan de MRDH gericht kunnen worden.

•

In artikel 2:8 Gemeenschappelijke Regeling MRDH de ruimte bieden om steunraadsleden (ofwel burgerraadsleden) als leden van de adviescommissies aan te wijzen.

Met betrekking tot dit laatste punt vraagt Westland om op korte termijn met een voorstel te komen om dit mogelijk te maken en niet te wachten tot een mogelijke aanpassing van de gemeenschappelijke regeling naar aanleiding van de evaluatie. De MRDH is gebaat bij goed functionerende en betrokken adviescommissies. Naar onze mening kan een mogelijkheid voor gemeenteraden om een bredere delegatie af te vaardigen daaraan bijdragen. Tot slot wijzen wij er op deze plek nog op dat wij het van belang achten dat er voldoende tijd is om de uitkomsten van evaluaties te verankeren in de werkwijze van samenwerking. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw inbreng voor de Evaluatie 2024. De Evaluatie 2024 is bij uitstek de plek om het gesprek te voeren over beleidsrijke onderwerpen, hier worden de onderwerpen die u noemt ook in meegenomen. Hiertoe is onderaan deze Nota van Beantwoording een lijst met in de zienswijze aangedragen onderwerpen voor de evaluatie opgenomen. Het inzetten van steunraadsleden is als onderwerp niet beleidsarm. Raadsleden zijn direct door de burger gekozen, steunraadsleden zijn dat niet. Dat betekent dat de werking van de democratische legitimatie verandert als gemeenten steunraadsleden gaan inzetten.

Uit de reacties van andere gemeenten en ook uit het eerder advies van de adviescommissies Va en EV (brief van 8 september 2023) blijkt dat er verschillende meningen zijn over het al dan niet accepteren van steunraadsleden als commissielid. Daarom past dit onderwerp meer bij de evaluatie GR 2024, waar er een open en goed gesprek gevoerd kan worden over dit onderwerp. Het algemeen bestuur zal dit onderwerp meenemen. Wij gaan er vanuit u hiermee voldoende inzicht te hebben gegeven in onze visie op het concept-Ontwerp eerste wijziging Gemeenschappelijke Regeling en vertrouwen erop dat onze aangedragen punten goed worden verwerkt in de definitieve conceptversie die u begin volgend jaar voorlegt aan alle bestuursorganen van de deelnemende gemeenten. De raad wordt hierover graag nader geïnformeerd. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw zienswijze en uw vertrouwen.

Zoetermeer Akkoord met voorliggend ontwerp Gezien het feit dat het voor dit moment gaat om hoofdzakelijk beleidsarme wijzigingen om tijdig te voldoen aan de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen en dat er na de reeds geplande evaluatie van de gemeenschappelijke regeling MRDH nog een zienswijzeprocedure voor meer beleidsrijke wijzigingen volgt, is onze raad akkoord met het voorliggende ontwerp. Reactie algemeen bestuur Het algemeen bestuur dankt u voor uw zienswijze en uw instemming met de wijziging. Algemene zienswijze met betrekking tot vertaling artikel 17 Wgr Wel delen we met u als algemene zienswijze dat in tegenstelling tot uw toezegging met betrekking tot de vertaling van artikel 17 uit de Wgr in de GR MRDH, vervat als ´Besluit verzoek om inlichtingen van raadsleden´ in uw brief aan onze raad d.d. 6 juli 2018 met kenmerk 49156, tot op heden nog steeds niet is uitgevoerd. We verzoeken u dan ook met klem om dit alsnog te realiseren. Reactie algemeen bestuur De verplichting tot passieve informatieverstrekking (art.17 Wgr) was al opgenomen in de GR MRDH in artikel 2:2, tweede lid. Wat echter verzuimd was op te nemen, was de wijze waarop dit zou moeten en de wijze waarop ook de andere raden van de overige deelnemers van vragen en antwoorden op de hoogte worden gesteld.

In de GR stond alleen maar dat hierover iets moest worden opgenomen in de RvO’s en dat was ook opgenomen. Alhoewel niet in de exacte woorden van de brief van 2018, omdat de wijze waarop concreter is gemaakt, is in artikel 2:2 wel degelijk de verplichting tot het inlichten van de raden van alle deelnemende gemeenten over vragen (met bijbehorende antwoorden) van andere raden en raadsleden. In het vijfde lid (voor zienswijzen was dit het vierde lid) van artikel 2:2 luidt daarom: 5. De onder het derde lid gestelde vragen en de naar aanleiding daarvan gegeven antwoorden worden door de Metropoolregio gedeeld met de raden vertegenwoordigende organen via een online gedeelde lijst van vragen en antwoorden. Dit is een nieuw voor te stellen werkwijze. Deze werkwijze kan alleen maar succes hebben als de bestuurders die vanuit de gemeente zitting hebben in de bestuursorganen van de MRDH de aan hen gestelde vragen tijdig en volledig melden.

Ambtshalve wijzigingen MRDH Aanpassen artikel 1 definities In de definities van artikel 1 het begrip Besluit Vervoerregio verwijderd. Deze definitie blijkt in de nieuwe GR toch eenmaal gehanteerd te worden. Daarom stelt het algemeen bestuur voor om dit begrip toch op te nemen in artikel 1 en het eerste lid van artikel 1 als volgt aan te passen: 1. In deze regeling wordt verstaan onder:

a. adviescommissie: een commissie als bedoeld in artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. Besluit Vervoersregio: art 36b van het Besluit personenvervoer 2000; c. bestuurscommissie: een commissie als bedoeld in artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen; d. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten; e. gedeputeerde staten: gedeputeerde staten van de provincie Zuid-Holland; f. gemeenten: de gemeenten Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, PijnackerNootdorp, Ridderkerk, Rotterdam, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Voorne aan Zee, Wassenaar, Westland en Zoetermeer; g. Metropoolregio: het openbaar lichaam, bedoeld in artikel 1:2, eerste lid; h. Meerjarenbegroting Vervoersautoriteit: Overzicht van beschikbare middelen per jaareinde voor het uitvoeren van de taken van de Vervoersautoriteit gedurende 20 jaar. De meerjarenbegroting is een resultante van de structurele inkomsten van het Rijk, de structurele uitgaven voor de exploitatie van het openbaar vervoer en de infrastructurele projecten die ofwel in de uitwerking- of realisatiefase zijn ofwel waarvoor een bestuurlijke toezegging voor een bijdrage is gedaan. i. minister: de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties; j.

portefeuillehouder verkeer en vervoer: het lid van het college van burgemeester en wethouders dat belast is met de taken op het gebied van verkeer en vervoer. k. regeling: de Gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Rotterdam Den Haag 2014; l. vertegenwoordigend orgaan: de gemeenteraden van de gemeenten; m. Vervoersautoriteit: de in artikel 2:7, derde lid, bedoelde bestuurscommissie; n. Zienswijzenprocedure: de procedure, bedoeld in artikel 2:1, derde lid, van de regeling. Aanpassing woord in het kader van consistentie Voor het overige is in artikel 2:2 vijfde lid (ontwerp) het woord raden vervangen door vertegenwoordigende organen. Dit in het kader van de consistentie

Overzicht te betrekken bij de Evaluatie GR MRDH 2024. Vanuit de zienswijzenreacties worden de volgende punten betrokken bij het proces van de Evaluatie GR MRDH 2024. Zij zullen dan ook aangemeld worden bij het externe adviesbureau: Onderwerp Initiëring adviescommissies Samen aanwijzen deskundig adviseur bij uittreden Steunraadsleden bij adviescommissies

Verkennen mogelijkheden voor vergoeding raadsleden Betrokkenheid raden en inwoners (participatie) bij besluitvorming

Aangedragen door Barendrecht Barendrecht Delft Krimpen aan den IJssel Westland Delft Den Haag Midden-Delfland

Rapport Rekenkamer Den Haag Evaluaties van de GR MRDH in de toekomst (frequentie en vorm) Uitvoering artikel 2:2 van de GR, o.a. passieve informatieplicht

Hoe is democratische legitimiteit en betrokkenheid van de raden in de MRDH geborgd ten opzichte van andere governancemodellen, in het bijzonder een regioraad?

Rotterdam Den Haag Krimpen aan den IJssel Ridderkerk Delft Midden-Delfland Westland Ridderkerk Den Haag Rotterdam

Adviescommissie EV Adviescommissie Va 20 maart 2024 Agendapunt 4.0

Onderwerp

Kadernota MRDH begroting 2025

Bestuurlijk trekker EV Bestuurlijk trekker Va Portefeuille Aard bespreking

Dhr. Bianchi Dhr. Varekamp Middelen Informatief

Gevraagd aan de adviescommissie Kennis te nemen van de concept Kadernota MRDH begroting 2025, ter voorbereiding op de MRDH begroting 2025, die zienswijzeplichtig is en die op 28 augustus a.s. in de adviescommissie wordt behandeld. Context In de Financiële verordening MRDH 2015 is opgenomen dat het algemeen bestuur, voorafgaand aan het voor zienswijze bij de gemeenten indienen van de concept begroting, een uitgangspuntennota vaststelt voor de kaders van het volgende begrotingsjaar. De Kadernota MRDH begroting 2025 (verder: kadernota) is deze bedoelde uitgangspuntennota en dient voor het opstellen van de begroting 2025 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna: MRDH). In de Kadernota staan uitgangspunten voor de MRDH begroting 2025 opgenomen voor onder meer strategisch kader, programma-indeling, indexering inwonerbijdrage, inhoud paragrafen en planning. Relatie met de Strategische Agenda De concrete activiteiten die volgen uit de Strategische Agenda worden jaarlijks geïntegreerd in de begroting van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag. Motivering De begroting 2025 dient te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) en de Financiële verordening MRDH. Autorisatie van de begroting door het algemeen bestuur vindt plaats op het niveau van de programma’s. In de begroting 2025 worden evenals in de begroting 2024 de volgende programma’s opgenomen: 1.

Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat De eerste twee programma’s betreffen de wettelijke taak verkeer en vervoer. Deze programma’s worden gefinancierd uit rijksmiddelen (met name BDU: brede doeluitkering verkeer en vervoer). Het derde programma betreft de taak economisch vestigingsklimaat waarvoor een inwonerbijdrage wordt geheven.

Strategisch kader De Strategische Agenda MRDH 2023-2026 Met elkaar, voor elkaar bepaalt de koers voor de komende vier jaar. Deze Agenda bevat zes opdrachten voor het versterken van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Deze ambities vormen dan ook het kader van de begroting en worden in samenhang met elkaar gepresenteerd. Versterking van de economie is alleen mogelijk als ook de bereikbaarheid verbetert en het verbeteren van de bereikbaarheid dient een maatschappelijk en economisch doel, namelijk het verbinden van wonen, werken en recreëren in het belang van de mensen die in de regio leven. De Strategische Agenda benoemt de volgende zes opdrachten: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Investeren in bereikbaarheid Toekomstbestendige economie stimuleren Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren Vernieuwen van werklocaties Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk Herstellen van OV-systeem

Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 besloten opdracht 6 af te ronden en daardoor komt deze opdracht niet meer terug in de begroting 2025. De opdrachten en resultaten uit de Strategische Agenda 2023-2026 worden uitgewerkt in begrotingsprogramma’s door het beantwoorden van drie vragen: 1. Wat willen we bereiken? (resultaten), 2. Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten) en 3. Wat mag dat kosten?

Financieel Kader Voor de jaarschijf 2025 dient het meerjarig kader uit de MRDH begroting 2024 als uitgangspunt. Dit meerjarig kader wordt aangepast aan de hand van: •

• •

•

de verwachte realisatiecijfers 2023. De jaarrekening 2023 betreft een peilmoment van de meerjarige projecten en hieruit volgt een eventuele bijstelling van de jaarschijven binnen de projectbegroting; de verwachte bijstellingen 1e begrotingswijziging 2024, voornamelijk in relatie tot de meerjarige projecten. Zie vorige punt; de aanvullende ontwikkelingen. Het gaat dan om voorstellen vanuit de bestuurscommissies waarover in de begroting nog een besluit moet worden genomen; de indexering.

Indexering programma Economisch Vestigingsklimaat De indexering van de inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat van prijspeil 2024 naar prijspeil 2025 sluit aan op het indexeringskader wat de MRDH namens de colleges van negen MRDH gemeenten (Haaglanden gemeenten) heeft ontvangen. De gemeente Zoetermeer heeft deze kaderstelling gecoördineerd en dit kader is gericht aan alle gemeenschappelijke regelingen in het Haagse deel van de regio. Zie hiervoor bijlage 2 van de kadernota. De colleges van de overige 14 MRDH gemeenten (Rotterdamse deel van de regio) sluiten zich hierbij aan (bijlage 3 van de kadernota). De gemeenten vragen om te

anticiperen op de tekorten aan gemeentelijke middelen. De MRDH is zich bewust van het financiële perspectief van de gemeenten. Voor de MRDH begroting 2025 is het niet noodzakelijk om de eerdere indexeringen 2022 t/m 2024 te actualiseren. Op deze manier kan de MRDH haar bijdrage leveren aan de financiële opgaven waarvoor de gemeenten gesteld staan, zonder dat dit tot uitholling van het programmabudget Economisch vestigingsklimaat leidt. In 2024 zal naar verwachting meer duidelijkheid komen over de inzet van het Rijk om tekorten bij gemeenten tegen te gaan. De scherpere keuzes die in de Strategische Agenda 2023-2026 zijn gemaakt voor het versterken van het Economisch vestigingsklimaat wierpen in 2023 reeds hun vruchten af. Gemeenten bleken beter in staat om goede projectvoorstellen in te dienen waardoor ten opzichte van voorgaande jaren een groter deel van de beschikbare middelen kon worden verplicht. De uitvoering van de opdrachten in de Strategische Agenda kende daardoor een goede start. Om deze goede uitvoering ook voor de toekomst te kunnen garanderen is een fundamentele discussie over de ontwikkeling van de beschikbare middelen voor de versterking van het economisch vestigingsklimaat noodzakelijk.

In aanloop naar de begroting 2026, rekening houdend met de uitkomsten van het proces van de herziening van de Bijdrageregeling versterking economisch vestigingsklimaat (voorzien medio 2024) en rekening houdend met de inzet van het Rijk bij gemeentelijke tekorten, zullen hiervoor bestuurlijke gesprekken worden georganiseerd. Op basis van bovenstaande uitgangspunten bedragen de indexeringspercentages voor 2025 ten opzichte van het basisjaar 2024: • •

4,9% voor de loonkosten (cMEV2024 bijlage 11, Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers) en 2,6% voor de materiële kosten (cMEV2024 bijlage 9, Nationale consumentenprijsindex (cpi)).

Op basis hiervan stijgt de inwonerbijdrage voor het programma Economisch Vestigingsklimaat met € 0,10 van € 2,97 in de begroting 2024 naar € 3,07 in de begroting 2025 (stijging van 3,4%). In bijlage 1 van de kadernota is een overzicht van de inwonerbijdrage per gemeente voor het begrotingsjaar 2025 opgenomen. Budgettair kader programma’s verkeer en openbaar vervoer Het budgettaire kader voor de begrotingsprogramma’s verkeer en openbaar vervoer betreft de beschikbare Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU middelen) van het Rijk. Voor het ramen van de lasten wordt de verwachte daadwerkelijke voortgang van de gesubsidieerde en nog te subsidiëren projecten als maatstaf genomen. Het bevoorschottingsritme kan hiervan afwijken. Voor de kleine investeringsprojecten geldt structureel een subsidieplafond van € 30 miljoen per jaar. Het kader voor overbesteding BDU-middelen bedraagt maximaal drie achtereenvolgende kalenderjaren. De BDU bijdrage van het Rijk en de daarmee samenhangende lasten worden op het verwachte prijspeil t-1 begroot. Dat wil zeggen dat in de Begroting 2025 (jaar t) volgens het verwachte prijspeil 2024 (jaar t-1) wordt begroot. In het begrotingsjaar zelf vindt via een begrotingswijziging de resterende prijspeilcorrectie naar het prijspeil 2025 plaats.

Als blijkt dat kostenstijgingen bij projecten en/of bij de exploitatie van het openbaar vervoer als gevolg van inflatie hoger zijn dan de indexering van de BDU bijdrage door het Rijk kan dit mogelijk leiden tot minder investeringsruimte. Indien dit risico zich voordoet kan de programmering worden aangepast, bijvoorbeeld door projecten te faseren. Twee ontwikkelingen in 2023 zijn bepalend voor het financiële kader voor de programma’s verkeer en openbaar vervoer:

•

•

met instemming van de motie Bikker wordt het regionaal openbaar vervoer structureel met € 300 miljoen extra ondersteund. Met € 300 miljoen is het landelijk mogelijk om de voor 2024 voorziene tariefstijging van 11,7% in het regionaal openbaar vervoer structureel af te wenden, waarbij er in 2025 weer reguliere indexatie van de tarieven zal plaatsvinden. De decentrale overheden verwachten dat hiervoor structureel circa € 160 miljoen nodig is. De resterende € 140 miljoen is jaarlijks beschikbaar voor een impuls aan het regionaal openbaar vervoer. De verwachting is dat van de € 300 miljoen extra middelen jaarlijks € 73 miljoen bij de MRDH terecht komt. Voor het afwenden van de tariefstijging is € 39 miljoen nodig, die één op één aan de vervoerders zal worden doorgezet. Voor het resterende deel geldt dat de MRDH richting het Rijk moet verantwoorden dat het geld wordt gebruikt ten behoeve van de exploitatie van het OV. Naar verwachting zal de bestuurscommissie vóór of net na het zomerreces voorstellen voor de inzet van deze middelen bespreken. het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 ingestemd met de besluiten in het kader van Borging toekomstbestendig OV in de hele regio. Financieel is besloten om een reservering in de OV-exploitatiebegroting op te nemen van € 145 miljoen.

Van de € 145 miljoen wordt € 137 miljoen gedekt uit de beschikbare financiële ruimte binnen het BDU saldo. Het besluit voor deze aanvullende middelen voor het OV zal uiteindelijk worden verwerkt in de subsidies voor de exploitatie van het openbaar vervoer.

Aanvullende kaders: • er worden geen reserveringen opgenomen voor risico’s met uitzondering van het indexeringsrisico openbaar vervoer omdat de MRDH risico loopt over het verschil tussen de indexering van het kostenniveau en het opbrengstenniveau binnen het openbaar vervoer; • projecten die zich in de verkennings-, planstudie-, uitwerkings- of de realisatiefase bevinden worden opgenomen in het meerjarenbeeld; • de fase waarin een project zich bevindt bepaalt waar het wordt opgenomen, ofwel in de begroting, ofwel in het financiële meerjarenbeeld (MJB). Projecten die onderdeel zijn van de onderzoeks- of initiatieffase leiden nog niet tot opname in begroting of MJB. In sommige gevallen is het van belang dat de financiële inzet van de MRDH eerder wordt vastgelegd in de begroting om zodoende te voldoen aan het budgetrecht van het algemeen bestuur. Dat geldt bijvoorbeeld voor MIRT projecten waarbij afspraken worden gemaakt tussen regio en Rijk. Ongeacht de fase waarin een MIRT project zich bevindt, wordt zo nodig een reservering gemaakt in de begroting. Overzicht overhead De formatie van de MRDH bedraagt in 2025 95,6 fte. Dit is inclusief besluitvorming van het dagelijks bestuur van 9 oktober 2023 en 15 januari 2024 om per 1 januari 2024 de HRMdienstverlening van de MRDH en het informatiebeheer intern te organiseren, waardoor de formatie stijgt van 92,6 fte naar 95,6 fte.

De structurele toevoegingen worden gedekt door een gelijktijdige verlaging van het materiële budget. Per saldo is dit een budget neutrale wijziging. Een aantal onderdelen van de bedrijfsvoeringslasten, waaronder huisvesting en salarislasten kennen een autonome – d.w.z. niet door de MRDH te beïnvloeden – stijging. Om deze lastenstijging te dekken hanteert de MRDH voor 2025 een indexering van 2,6% op de materiële lasten, in lijn met het indexeringsvoorstel voor de stijging van het materiële deel van de inwonerbijdrage. Voor de salarislasten volgt de MRDH de eigen Cao, die de Cao gemeenten volgt (inclusief uitzonderingen gemeente Rotterdam). De MRDH hanteert voor

2025 een indexering van 4,9%, in lijn met het indexeringsvoorstel voor het loonkostendeel van de inwonerbijdrage.

Vervolgproces De ontwerpbegroting MRDH 2025 wordt samen met de ontvangen gemeentelijke zienswijzen geagendeerd in de vergadering van de adviescommissie van 28 augustus 2024. Bijlagen Concept kadernota MRDH begroting 2025 Gevolgde procedure Bestuurscommissie Dagelijks bestuur Zienswijzetermijn

28 februari 2024 n.v.t. n.v.t.

Verdere procedure Zienswijzetermijn Dagelijks bestuur Algemeen bestuur Anders, te weten

n.v.t. 21 maart 2024 5 april 2024 Zie vervolgproces

Contactpersoon • Eveline Fokkema • 088 5445 100 • e.fokkema@mrdh.nl

kadernota MRDH begroting 2025

Inhoud 1.

Inleiding ........................................................................................................................................... 3

2.

Opzet programmabegroting ............................................................................................................ 3

3.

Strategisch kader ............................................................................................................................. 3

4.

Financieel kader .............................................................................................................................. 4 4.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer...................................................... 4 4.2 Financieel kader programma Economisch Vestigingsklimaat ....................................................... 7

5.

Begrotingsparagrafen ...................................................................................................................... 9

6.

Indicatoren .................................................................................................................................... 11

7.

BTW-compensatiefonds ................................................................................................................ 11

8.

Vennootschapsbelasting (Vpb)...................................................................................................... 11

9.

Planning begroting 2025 ............................................................................................................... 12

10. Besluit ............................................................................................................................................ 13 Bijlage 1: Inwonerbijdrage Economisch Vestigingsklimaat per gemeente ........................................... 14 Bijlage 2: Kaderbrief begroting 2025 gemeenschappelijke regelingen regio Haaglanden ................... 15 Bijlage 3: Kaderbrief begroting 2025 gemeenschappelijke regelingen regio Rotterdam-Rijnmond .... 24

Kadernota MRDH begroting 2025

Pagina 2 van 26

1. Inleiding In de Financiële verordening MRDH 2015 is opgenomen dat het algemeen bestuur een uitgangspuntennota vaststelt voor de kaders van het volgende begrotingsjaar voordat de ontwerpbegroting voor een zienswijze aan de gemeenten wordt aangeboden. Deze kadernota is de bedoelde uitgangspuntennota en dient voor het opstellen van de begroting 2025 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (hierna: MRDH).

2. Opzet programmabegroting De begroting 2025 dient te voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording (hierna: BBV) en de Financiële verordening MRDH. Autorisatie van de begroting door het algemeen bestuur vindt plaats op het niveau van de programma’s. Programma-indeling In de begroting 2025 worden evenals in de begroting 2024 de volgende programma’s opgenomen: 1. Infrastructuur verkeer en openbaar vervoer 2. Exploitatie verkeer en openbaar vervoer 3. Economisch Vestigingsklimaat De eerste twee programma’s betreffen de wettelijke taak verkeer en vervoer. Deze programma’s worden gefinancierd uit rijksmiddelen (met name BDU: brede doeluitkering verkeer en vervoer). Het derde programma betreft de taak economisch vestigingsklimaat waarvoor een inwonerbijdrage wordt geheven. De beleidstoelichtingen in de begroting 2025 zullen zoveel mogelijk compact en operationeel van aard zijn. De Strategische Agenda 2023-2026 vormt daarvoor de basis. Conform het BBV dient een apart overzicht van de kosten van overhead te worden opgenomen. In de programma’s wordt alleen het deel van de apparaatslasten opgenomen dat betrekking heeft op het primaire proces (het uitvoeren van de taken van de MRDH).

3. Strategisch kader De Strategische Agenda MRDH 2023-2026 Met elkaar, voor elkaar bepaalt de koers voor de komende vier jaar. Deze Agenda bevat zes opdrachten voor het versterken van de economie en het verbeteren van de bereikbaarheid. Deze ambities vormen dan ook het kader van de begroting en worden in samenhang met elkaar gepresenteerd. Versterking van de economie is alleen mogelijk als ook de bereikbaarheid verbetert en het verbeteren van de bereikbaarheid dient een maatschappelijk en economisch doel, namelijk het verbinden van wonen, werken en recreëren in het belang van de mensen die in de regio leven. De Strategische Agenda benoemt de volgende zes opdrachten: 1. Investeren in bereikbaarheid 2. Toekomstbestendige economie stimuleren 3. Actieve en collectieve vormen van mobiliteit stimuleren 4. Vernieuwen van werklocaties 5. Versterken van het regionale mobiliteitsnetwerk 6. Herstellen van OV-systeem Het algemeen bestuur heeft op 15 december 2023 besloten opdracht 6 af te ronden en daardoor komt deze opdracht niet meer terug in de begroting 2025.

Kadernota MRDH begroting 2025

Pagina 3 van 26

De opdrachten en resultaten uit de Strategische Agenda 2023-2026 worden uitgewerkt in begrotingsprogramma’s door het beantwoorden van drie vragen: • Wat willen we bereiken? (resultaten), • Wat gaan we daarvoor doen? (activiteiten) en • Wat mag dat kosten?

4. Financieel kader Voor de jaarschijf 2025 dient het meerjarig kader uit de MRDH begroting 2024 als uitgangspunt. Dit meerjarig kader wordt aangepast aan de hand van: • de verwachte realisatiecijfers 2023. De jaarrekening 2023 betreft een peilmoment van de meerjarige projecten en hieruit volgt een eventuele bijstelling van de jaarschijven binnen de projectbegroting; • de verwachte bijstellingen 1e begrotingswijziging 2024, voornamelijk in relatie tot de meerjarige projecten. Zie vorige punt; • de aanvullende ontwikkelingen. Het gaat dan om voorstellen vanuit de bestuurscommissies waarover in de begroting nog een besluit moet worden genomen; • de indexering (zie 4.1 en 4.2). Hierna wordt nader op programmaniveau aandacht besteed aan het financiële kader.

4.1 Financieel kader programma’s verkeer en openbaar vervoer Budgettair kader Het budgettaire kader voor de begrotingsprogramma’s verkeer en openbaar vervoer betreft de beschikbare Brede doeluitkering verkeer en vervoer (BDU middelen) van het Rijk. Voor het ramen van de lasten wordt de verwachte daadwerkelijke voortgang van de gesubsidieerde en nog te subsidiëren projecten als maatstaf genomen. Het bevoorschottingsritme kan hiervan afwijken. Voor de kleine investeringsprojecten geldt structureel een subsidieplafond van € 30 miljoen per jaar. Er mag incidenteel sprake zijn van overbesteding op de BDU middelen. Het kader voor dit (tijdelijke) tekort is bepaald in de begroting 2019 en sluit aan bij de wettelijke termijn voor structureel evenwicht. Dit houdt in dat de maximale periode voor het tijdelijke tekort drie achtereenvolgende kalenderjaren bedraagt. Een tekort in 2025 moet dus uiterlijk in 2028 aangezuiverd zijn.

Kadernota MRDH begroting 2025

Pagina 4 van 26

Meerjarenbeeld BDU Het financiële meerjarenbeeld BDU dient als instrument ter ondersteuning bij het nemen van investeringsbeslissingen, op te nemen in de begroting van de MRDH. Het financiële meerjarenbeeld BDU geeft inzicht in de match tussen de inhoudelijke opgaven en de beschikbare middelen. Voor het financiële meerjarenbeeld BDU worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: • de vastgestelde begroting MRDH dient als basis; • het gehanteerde prijspeil is begrotingsjaar t-1; • er wordt uitgegaan van gelijkblijvende BDU-inkomsten; • de huidige concessieafspraken aangevuld met de besluiten van het algemeen bestuur van 15 december 2023 over borging toekomstvast OV en de aanvullende structurele gelden voor het regionaal openbaar vervoer (motie Bikker) vormen de basis voor de subsidies voor de exploitatie van het openbaar vervoer; • er worden geen reserveringen opgenomen voor risico’s met uitzondering van het indexeringsrisico openbaar vervoer omdat de MRDH risico loopt over het verschil tussen de indexering van het kostenniveau en het opbrengstenniveau binnen het openbaar vervoer; • projecten die zich in de verkennings-, planstudie-, uitwerkings- of de realisatiefase bevinden worden opgenomen in het meerjarenbeeld. • Grote projecten (> €10 mln. subsidiabele kosten) doorlopen de onderstaande fases:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=fed2f684-69b2-4cdc-9223-2216a330d6bf