[24bb001456] Bijlage 2 behorende bij 24bb001453 over Werk aan de wijk; lessen uit wijkprogramma's voor de Rotterdamse wijkdemocratie
Tekst van het document
WERK AAN DE WIJK Lessen uit wijkprogramma’s voor de Rotterdamse wijkdemocratie
INHOUDSOPGAVE Samenvatting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 1. Inleiding. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 2. Inzichten uit voorgaand onderzoek . . . . . 7 COLOFON Titel: Werk aan de Wijk: lessen uit wijkprogramma’s voor de Rotterdamse wijkdemocratie
3. Een eerste verkenning (fase 1) . . . . . . . . . 9
Erasmus Universiteit Rotterdam, Erasmus School of Social and Behavioural Sciences, Department of Public Administration and Sociology.
4. De verdieping: drie lessen uit wijkprogramma’s (fase 2). . . . . . . . . . . . . . 12
In opdracht van: rayondirecteur Monique van Hoof. In samenwerking met Gert Jongeneel en Elin Waning-Dedert.
5. Reflectie op bestuursmodel. . . . . . . . . . . 16
Juni 2023 Auteurs: Dr. Hans Joosse, Erasmus Universiteit Rotterdam
Literatuur. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 20
Manon Koopman MSc, Erasmus Universiteit Rotterdam Jacky Verhulst MSc, Erasmus Universiteit Rotterdam Mike Holleman MSc, Erasmus Universiteit Rotterdam
Bijlage . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 21
Prof.dr. Arwin van Buuren, Erasmus Universiteit Rotterdam GOVLAB010 GOVLAB010 is een samenwerkingsverband van de Gemeente Rotterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam. In GOVLAB010 wordt praktijkgericht onderzoek uitgevoerd naar organisatievraagstukken binnen de Gemeente Rotterdam: op wetenschappelijke basis, kritisch en reflectief, maar ook toepasbaar en ontwerpgericht. Contact joosse@essb.eur.nl, vanbuuren@essb.eur.nl www.govlab010.nl Vormgeving: PanArt communicatie en mediadesign Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door print-outs, kopieën, of op welke manier dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
2
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
3
SAMENVATTING
Organiseer een plek voor samenwerking tussen en met clusters
Immers, hoe wordt dan recht gedaan aan de behoefte
Wijkprogramma’s zijn gebaat bij een goede samen
op specifieke vraagstukken in bepaalde wijken? Oók
werking tussen wijkmanagers en programmaleiders
kan het stoppen met bestaande wijkprogramma’s
(en soms noodzaak) om tijdelijk extra inzet te plegen
Met ingang van 2022 zijn er 39 wijkraden in
wijkmanagers en vertegenwoordigers van clusters
enerzijds en clustervertegenwoordigers anderzijds,
worden ervaren als een terugtrekkende beweging van
Rotterdam, die democratisch gekozen worden
over de juiste vaardigheden en capaciteiten
maar ook tussen clusters onderling. Bij het vaststellen
de gemeente (zie het onderzoek naar Mooi Mooier
door bewoners van de wijk en bedoeld zijn als
beschikken om hun functie goed in te kunnen vullen.
en uitvoeren van wijkakkoorden is het zaak dat
Middelland). Belangrijk is om onder ogen te zien wat
brug tussen de wijk en de gemeente. Naast de plannen
Deze posities zijn essentieel bij het organiseren van
clusters zoeken naar een gezamenlijk belang in de wijk
er verloren gaat met wijkprogramma’s, hoe dat wel of
die wijkraden (en daarvoor gebiedscommissies,
goede samenwerking die niet alleen sectorale
en niet slechts hun ‘eigen’ acties uit het wijkakkoord
niet wordt opgevangen en hoe bewoners daarin
wijkcomités) zelf maken, zijn er de afgelopen jaren
belangen, maar ook het gezamenlijke belang van
selecteren en realiseren. In dat laatste geval is het
worden gekend.
in verschillende wijken ook andere programma’s
clusters, wijkmanagers en bewoners dient.
risico dat de acties van clusters los van elkaar in de
opgesteld en uitgevoerd, zoals wijkprogramma’s
wijk landen en daar niet goed op elkaar afgestemd
Het kan geen kwaad om zorgvuldiger en voorzichtiger
zijn. Een duidelijke samenwerkingsstructuur is daarbij
te zijn met wijkprogramma’s en deze alleen in te zetten
behulpzaam: een gremium waarin per wijk cluster
met een sterke onderbouwing en legitimatie
specifiek de rayondirectie van het cluster
Betrekken van bewoners vraagt om een passend plan en doel per wijk
Dienstverlening, stelt zich de vraag wat er geleerd
Er bestaat geen kant-en-klare oplossing als het op
vertegenwoordigers, wijkraad en wijkmanager zitting
(bijvoorbeeld via vaststelling door de gemeenteraad).
kan worden van deze wijkprogramma’s en hoe deze
participatie aankomt. Iedere wijk vraagt om een aanpak
hebben (zoals het wijk-MT) en als expliciete taak
Dit moet samen opgaan met het door-ontwikkelen
lessen benut kunnen worden bij het werken met de
die afgestemd is op de bewoners en de specifieke
hebben om gezamenlijk uitvoering te geven aan het
van het instrument wijkakkoord, zodat het een stevige
huidige wijkakkoorden en de bredere beweging Wijk
context. Volledige representativiteit van bewoners is
wijkakkoord. Essentieel is dat alle personen
basis wordt van samenwerking tussen gemeente en
aan Zet. Wat zijn de lessen uit het werken met
onmogelijk en misschien ook niet noodzakelijk. De
gelegitimeerd en bevoegd aan tafel zitten en dat
(gekozen) bewoners en andere partijen in de wijk.
wijkprogramma’s? En wat betekenen deze voor het
grote vraag voor betrokken ambtenaren is: hoeveel
duidelijk is wie welke beslissingsbevoegdheid heeft.
Daarvoor moet het wijkakkoord méér worden dan
huidige bestuursmodel en de interactie tussen stad
samenwerking met bewoners vinden we haalbaar en
en wijk? Hieronder geven we een samenvatting van de
noodzakelijk? Wat is daarin de behoefte van bewoners?
inzichten uit het onderzoek.
Hoe definiëren we of er voldoende draagvlak is? Hier
Investeer in de professionaliteit van wijkraadsleden
lijken de wijken op dit moment geen helder antwoord
In dit onderzoek, maar ook in eerdere onderzoek
stedelijke opgaven én wijkbehoeften bij elkaar komen,
op te hebben. Het antwoord op dit soort vragen
“Sterker door Strijd?” hebben respondenten hun zorg
verwerkt in een meerjarig plan waaraan de gemeente
vormen de kaders voor een passende participatie
geuit over de capaciteit van de wijkraden. Er wordt
zich (ook financieel) committeert.
aanpak in de betreffende wijk.
veel van hen verwacht, om ‘oren en ogen van de wijk’
of buurtverbeterplannen. De Gemeente Rotterdam,
Lessen uit het werken met wijkprogramma’s Wijkprogramma’s vragen om toegewezen (‘dedicated’) capaciteit Voor de voortgang en daarmee ook het succes van een wijkprogramma is het belangrijk dat er iemand
“een wensenlijstje uit de wijk” dat in stukjes bij verschillende clusters wordt neergelegd. Idealiter ontwikkelt het wijkakkoord zich tot het vehikel waarin
bouwen. Zelfs voor geoefende ambtenaren zijn dit
Maak werk van het verhelderen van de grenzen in het bestuursmodel
netelige vraagstukken. Dat is het zeker voor bewoners
Een bestuursmodel functioneert alleen goed als de
die hierin niet zijn opgeleid. Cruciaal is daarom dat er
grenzen van de onderdelen in het model goed zijn
geïnvesteerd wordt in training van wijkraadsleden en
begrensd. In gesprekken met wijkmanagers en
te zijn, participatie te organiseren en netwerken op te
wijkmanager is het raadzaam om een toegewezen
Reflectie op het huidige bestuursmodel Breng capaciteit en toewijding in lijn met de Wijk aan Zet ambities
projectleider op deze rol te zetten met voldoende
In het welslagen van wijkprogramma’s is capaciteit
dat kennis en hulpmiddelen op het gebied van
clustervertegenwoordigers blijkt dat er veel verwar
tijd en financiële middelen om diens taken uit te
in brede zin (bemensing, tijd en geld) een belangrijke
participatie aan hen beschikbaar wordt gesteld (zoals
ring is over de posities van wijkraden, wijkmanagers
kunnen voeren. Werken met wijkprogramma’s vraagt
factor gebleken. Taak en middelen horen bij elkaar.
ook aan ambtenaren).
en clusters in het bestuursmodel: wie doet wat, wie
om duidelijke toewijzing van personen, tijd en geld.
Zonder voldoende capaciteit kan een taak niet goed
Het is geen extraatje dat zich gemakkelijk laat
worden uitgevoerd. In het huidige bestuursmodel is
combineren met alle andere taken van ambtenaren
dit met name van toepassing op de posities van
Overdenk de relatie tussen wijkprogramma’s en wijkakkoorden
in wijken en clusters.
wijkraad en wijkmanagers. De beweging “Wijk aan Zet”
In een aantal wijken bestaan wijkprogramma’s en
wil de invloed van lokale volksvertegenwoordigers
wijkakkoorden naast elkaar. Dit kan de suggestie
Tot slot, wijkgericht werken is meer dan een structuur
vergroten, maar daar moeten ook de juiste middelen
wekken dat een wijkakkoord ‘slechts’ de basis is en
optuigen; het is een veranderproces dat om een lange
aan gekoppeld worden. Op dit moment lijkt de
dat er pas echt serieuze aandacht is voor een wijk
adem vraagt. Neem de tijd voor dit leerproces en
Een goede samenwerking in, tussen en met de clusters
financiële structuur achter te lopen op de Wijk aan
als er ook een wijkprogramma is. In dat geval wordt
gebruik de lessen hieruit voor de transformatie van
is fundamenteel voor een effectief wijkprogramma.
Zet-beweging. De vraag is of een wijkakkoord niet
de werking van het wijkakkoord ondermijnd door er
de organisatie.
Het complexe werkveld tussen clusters en wijken stelt
gepaard moet gaan met wijkgeld. Voorstelbaar is
allerlei andere plannen op na te houden, vaak met
hoge eisen aan personen met verschillende functies
om dit budget in handen te leggen van een
meer geld, tijd en bestuurlijk commitment. Het
in dit spanningsveld (gebiedsaccounthouder, gebieds
samenwerkingsverband met wijkmanagers en
opgeven van wijkprogramma’s en uitsluitend met
regisseur, wijkmanager). Het is daarom belangrijk dat
clustervertegenwoordigers, zoals een wijk-MT.
wijkakkoorden werken kent óók risico’s.
is gelegitimeerd en vrijgesteld om een trekkersrol te vervullen. Gezien het drukke takenpakket van de
Effectief samenwerken vraagt om integraliteit op sleutelposities
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
4
heeft welke verantwoordelijkheid en bevoegdheid? Het is belangrijk om in structuren zoals het Wijk-MT deze grenzen te bespreken en te verhelderen.
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
5
1. INLEIDING
2. INZICHTEN UIT VOORGAAND ONDERZOEK
De afgelopen jaren heeft de Gemeente Rotterdam
werken met de huidige wijkakkoorden en de bredere
veel aandacht besteed aan de lokale wijkdemocratie.
beweging Wijk aan Zet. Wat zijn belangrijke
Er zijn ingrijpende veranderingen doorgevoerd: van
elementen van het werken met een wijkprogramma
Om op zoek te kunnen gaan naar de randvoorwaarden
bewonersparticipatie, vooral in de vorm van
gebiedscommissies, wijkraden en wijkcomités tot weer
die ook in het huidige bestuursmodel geborgd moeten
voor effectieve wijkprogramma’s is het noodzakelijk
informatievoorziening richting bewoners, bestaan er
alleen de wijkraden sinds maart 2022 (Van Buuren et
worden? Het is zaak om de praktische wijsheid die in
om even stil te staan bij inzichten uit eerder onder
ook vormen waar burgers medeontwerper of
al., 2022). Met ingang van 2022 zijn er 39 wijkraden in
allerlei wijkprogramma’s door de jaren heen is
zoek. We richten ons hierbij op de volgende thema’s:
uitvoerder zijn van lokale initiatieven (Van Meerkerk,
Rotterdam, die democratisch gekozen worden door
ontwikkeld te boekstaven, zeker nu het wijkakkoord
de wrijving tussen lokale en stedelijke bestuurs
2019). Een belangrijk motief voor (lokale) overheden
bewoners van de wijk en bedoeld zijn als brug tussen
de standaard is geworden en Wijk aan Zet de ambitie.
structuren, de responsiviteit van clusters,
binnen deze benadering is het verhogen van de
de wijk en de gemeente. In het kader van Wijk aan Zet
Het doel van het onderzoek is dus tweeledig. Als
samenwerking tussen en met clusters (Van Buuren,
publieke acceptatie van een (lokale) overheid door
(WaZ) hebben deze 39 raden een wijkakkoord
eerste stellen we ons de vraag:
van Meerkerk, Schipper, van Steenbergen, Al Faidi,
bewoners. Het belangrijkste motief voor bewoners
voorbereid. Dit wijkakkoord vormt de basis van de
2022) en de verschillende posities die bewoners
om mee te doen aan dit type participatie is het
samenwerking tussen wijk en gemeente, waarin vast
Wat zijn de organisatorische randvoorwaarden voor
kunnen hebben in samenwerking tussen overheid
beïnvloeden van beleid (van Meerkerk, 2019). De
wordt gelegd wat er in de wijk moet gebeuren. De
een effectief wijkprogramma?
en bewoners (Van Meerkerk, 2019).
belangrijkste motieven van overheden en bewoners,
wijkraad is medeverantwoordelijk voor het schrijven
publieke acceptatie en beleid beïnvloeden, kunnen
van dit akkoord, geeft advies over participatie bij dit
Vervolgens maken we de vertaling naar wijkakkoorden
Onderzoek naar het bestuursmodel
akkoord en monitort het wijkprogramma (Gemeente
en Wijk aan Zet:
Het Rotterdamse bestuursmodel is de laatste jaren
voor het verliezen van invloed. Als verwachtingen
met elkaar in strijd zijn als een overheid bevreesd is
verschillende keren veranderd. Het onderzoek
over het beïnvloeden van beleid hoog zijn, zijn vormen
Welke lessen bevatten de wijkprogramma’s voor
“Sterker door strijd?” (Van Buuren e.a., Erasmus
van participatie met weinig daadwerkelijke invloed
Naast de plannen die wijkraden (en daarvoor gebieds
het werken met wijkakkoorden en de beweging
Universiteit Rotterdam, 2022) richt zich op de
juist schadelijk voor de publieke acceptatie (Van
commissies, wijkcomités) zelf maken, zijn er de
Wijk aan Zet?
democratische innovaties in Rotterdam in de periode
Meerkerk, 2019).
Rotterdam, 2022).
2018-2022. Onderdeel van deze lerende evaluatie
afgelopen jaren in verschillende wijken ook andere programma’s opgesteld en uitgevoerd, zoals wijk
In dit onderzoek beschrijven we de perspectieven van
was een vooruitblik op WaZ. Eén van de observaties
Van Meerkerk (2019) somt een aantal succesfactoren
programma’s of buurtverbeterplannen, waarbij het
betrokkenen bij wijkprogramma’s en buurtverbeter
in het onderzoek betreft “klein binnen groot” (p. 48),
op, waarvan er drie in deze paragraaf worden
initiatief meer aan de gemeentelijke kant lag. In
plannen op bovenstaande vragen. Voor de lessen uit
wat verwijst naar de wrijving tussen referentie
besproken. Een eerste voorwaarde is voldoende
wijkprogramma’s, zoals Mooi, Mooier Middelland of
het wijkprogramma Mooi Mooier Middelland
kaders, afwegingscriteria en agendasetting van lokale
aandacht voor verwachtingsmanagement. Om
Veerkrachtig Bospolder-Tussendijken, werd of wordt
verwijzen we naar het onderzoek vanuit GOVLAB010
structuren enerzijds (“klein”) en stedelijke structuren
teleurstelling en onvrede te voorkomen is het van
gedurende langere tijd gewerkt aan een set van
dat recent is afgerond (Van Meerkerk e.a., 2023).
anderzijds (“groot”). In deze dynamiek tussen wijk en
belang dat overheden vanaf het begin helder en
vraagstukken in de wijk, in samenspraak met
In voorliggend onderzoek kijken we naar een breder
stad nemen de gemeentelijke clusters vaak de lead
transparant communiceren wat de rol van bewoners
bewoners, vaak voorzien van een eigen budget en
palet aan wijkprogramma’s. Een belangrijke opmerking
bij het organiseren van participatie, terwijl ze
is. Hiermee kan een mismatch van verwachtingen
vaak ook van bestuurlijk commitment.
is dat dit onderzoek met name het ambtelijke
tegelijkertijd een beperkte responsiviteit tonen
voorkomen worden. Een tweede voorwaarde gaat
Buurtverbeterplannen, zoals Schiebroek-Zuid of
perspectief beschrijft (alleen bij de Pupillenbuurt zijn
richting wijkgerichte opgaven. Bovendien is er
een stap verder: het borgen van invloed op (beleids-)
Pupillenbuurt, focussen zich meestal op een beperkt
twee bewoners gesproken in hun rol als buurtproject
zelden de mogelijkheid om als wijk “samenwerking
beslissingen van deelnemende bewoners is belangrijk
aantal concrete doelen en activiteiten (zie ook Sollie,
leider). We voorzien dit ambtelijke perspectief van een
met clusters af te dwingen” (Van Buuren et al.,
om tot werkelijke participatie te komen. In dit licht
2022). In beide gevallen is er sprake van een gerichte
kritische wetenschappelijke reflectie. In het onder
2022, p.35).
wordt een derde voorwaarde genoemd, namelijk dat
aanpak voor een specifieke wijk waarbij samen
zoek hebben we een trechteraanpak gehanteerd.
gewerkt wordt tussen clusters, wijkmanagers,
We starten met een brede verkenning van veel
Onderzoek naar bewonersparticipatie
bewoners en partijen in de wijk. Hierna zullen we
verschillende wijkprogramma’s (fase 1) en analyseren
Een ander verwant concept aan onze onderzoeks
beslissingen (Van Meerkerk, 2019). Een belangrijke
spreken van ‘wijkprogramma’s’ als verzamelnaam
daarna een kleiner aantal wijkprogramma’s in de
vraag is bewonersparticipatie. Onderzoek van Van
capaciteit is het hebben van voldoende achtergrond
voor dit soort plannen.
diepte (fase 2). In deze notitie beschrijven we de
Meerkerk (2019) geeft een overzicht van de belang
kennis over het beleidsterrein waar beslissingen over
resultaten van het onderzoek, waarbij we steeds
rijkste inzichten over de inrichting, succes- en
genomen worden. Overheden kunnen deelnemers
aangeven hoe we te werk zijn gegaan.
deelnemers niet alleen invloed hebben, maar ook de capaciteiten hebben om te ‘engageren’ met de
faalfactoren in burgerparticipatie. Er bestaan
hierin ondersteunen door actief bij te dragen aan de
van het cluster Dienstverlening, stelt zich de vraag
diverse vormen van betrokkenheid van bewoners.
kennis van deelnemer.
wat er geleerd kan worden van deze wijkprogramma’s
Waar er soms sprake is van ‘schijninspraak’ door
De Gemeente Rotterdam, specifiek de rayondirectie
en hoe deze lessen benut kunnen worden bij het
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
6
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
7
3. EEN EERSTE VERKENNING (FASE 1)
Concluderend zien we dat een aantal factoren van invloed zijn geweest op het succes van het Rotterdamse bestuursmodel. De frictie die kan ontstaan in het geval “klein binnen groot” (Van Buuren
Tabel 1. Wijkprogramma’s in fase 1
et al., 2022, p.48) wordt duidelijk waargenomen als er
Dit hoofdstuk beschrijft onze verkenning van
wordt ingezoomd op soms de beperkte responsiviteit
een groot aantal wijkprogramma’s, op basis van
van clusters op wijkgerichte opgaven en de beperkte
documentstudie en gesprekken met trekkers van
mogelijkheid om samenwerking af te dwingen. Dit
deze plannen. We zijn op zoek gegaan naar inzichten
Plan van aanpak Veilig Beverwaard
lijkt op het eerste gezicht op gespannen voet te
over organisatorische randvoorwaarden die
Buurtverbeterplan Schiebroek-Zuid
staan met de voorwaarde voor succesvolle burger
essentieel zijn voor een effectieve uitvoering van
participatie zoals het borgen van invloed van burgers
wijkprogramma’s. Eerst leggen we uit hoe we te
Buurtverbeterplan Pupillenbuurt
op beleidsbeslissingen of uitvoering. In dit onderzoek
werk zijn gegaan.
zullen we zien in hoeverre dit ook in het geval van de wijkprogramma’s geldt.
Wijkprogramma
Programma Mooi, Mooier Middelland Plan van aanpak beter oud Crooswijk
Methode
Uitvoeringsprogramma Kleine Kernen
In deze fase van het onderzoek maakten we een
Programma Veerkrachtig BoTu (Bospolder-Tussendijken)
grove scan van een groot aantal wijkprogramma’s. We zijn begonnen met een korte vergelijkende
Verbeterplan Mathenesse aan de Maas
documentstudie naar elf wijkprogramma’s in verschil lende wijken binnen de gemeente Rotterdam.1 Vervolgens hebben we acht van de deze elf wijk
Zoals in de inleiding al is benoemd, worden er
programma’s geselecteerd op basis van looptijd,
verschillende benamingen gebruikt, zoals plan van
omvang en doelen voor nadere analyse in de vorm
aanpak, (buurt)verbeterplan en wijkprogramma’s.
van focusgesprekken, zie tabel 1. Van elk wijk
De verschillen in benaming wijzen deels op daad
programma hebben we de ‘’trekker’’ gesproken.
werkelijke verschillen in de aanpak: bottom-up versus
Onder trekkers verstaan we ambtenaren die
top-down, bredere scope versus beperkte scope,
werkzaam zijn (geweest) als wijkmanager of project
enzovoorts. Voor de leesbaarheid en herkenbaarheid
leider bij de genoemde wijkprogramma’s in de rol van
is deze notitie gekozen voor de term wijkprogramma’s
leider of eigenaar. We hebben hen gesproken in twee
als verzamelnaam.
groepen (focusgroepen), met als doel om in korte tijd zoveel mogelijk inzicht te krijgen in factoren die de
Organisatorische randvoorwaarden
effectiviteit van het wijkprogramma versterken ofwel
Hieronder bespreken we de belangrijkste inzichten uit
belemmeren. We hebben twee verschillende
fase 1. Een volledig overzicht van informatie uit fase 1
momenten georganiseerd om iedereen de kans te
is te vinden in de bijlage.
geven om een keer te kunnen aansluiten, ieder uniek wijkprogramma is dus een keer gerepresenteerd
De eerste randvoorwaarde die bepalend is voor het
geweest in een focusgroep.
verloop en de effectiviteit van een wijkprogramma is de aanleiding van het plan. In de verkenning zien we dat er sprake is van een grote diversiteit aan aanleidingen. We maken hierbij onderscheid tussen een aanleiding vanuit de wijk, een aanleiding vanuit de gemeente of een gedeelde aanleiding van wijk en stad samen. Een directe aanleiding vanuit de wijk zien
1
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
8
Eerste globale opzet analyse wijkprogramma’s (intern document), (juli, 2022).
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
9
we bijvoorbeeld als er sprake was van een incident,
Een andere voorwaarde voor een effectief wijk
erg lastig wordt ervaren. De respondenten geven
Volgens de respondenten heeft dit te maken met de
zoals de ontmanteling van een drugslab in de
programma is het hebben van voldoende capaciteit
aan dat deze verschillen in de positie van bewoners
geringe betrokkenheid vanuit de clusters bij de wijken.
Pupillenbuurt waardoor bewoners zich verenigden.
en bevoegdheid. De respondenten schetsen een
lijken samen te hangen met de aanleiding van het
Dit uit zich volgens hen bijvoorbeeld in het feit dat veel
In andere gevallen wordt een probleem in een wijk
beeld waarin een “toegewijd persoon of team” met
wijkprogramma. Als het plan voortkomt uit gemeentelijk
ambtenaren uit de clusters niet fysiek aanwezig zijn in
direct geagendeerd door een bestuurder, vaak naar
voldoende beschikbare tijd, meestal in de vorm van
initiatief zijn bewoners vaak minder betrokken dan
de betreffende wijk.
aanleiding van een incident zoals in de Beverwaard
een projectleider, belangrijk is om het wijkprogramma
wanneer het initiatief vanuit bewoners zelf komt. Het
waar de burgermeester in actie kwam na een dodelijk
aan te blijven jagen. Een voorbeeld hiervan is het
(succesvol) betrekken van bewoners is een belangrijke
steekincident. In andere wijken zien we dat de
kernteam met projectleider bij Veerkrachtig BoTu of
randvoorwaarde van een wijkprogramma, wel zien we
aanleiding bestond uit een cijfermatige analyse, zoals
het programma in Beverwaard. Bij afwezigheid van
dat het in de praktijk voor uitdagingen zorgt. In
een lager dan gemiddelde score op de fysieke, sociale
projectleiders komen de plan- of programmaverant
verdieping die volgt gaan we hier verder op in.
en veiligheidsindex in oud-Crooswijk of een
woordelijkheden vooral bij wijkmanagers terecht.
verhoogde instroom van kwetsbare bewoners in
Dit komt de uitvoeringskracht meestal niet ten goede,
Ook het budget van een wijkprogramma wordt vaak
Schiebroek-Zuid. In deze wijkprogramma’s neemt de
omdat de wijkmanagers onvoldoende tijd hebben om
genoemd als randvoorwaarde voor het snel en
gemeente vaak het initiatief. Een bijzonder wijk
beide rollen te vervullen. Nauw hiermee verbonden
situationeel aan kunnen pakken van onvoorziene
programma in deze context is de kleine kernen
is de continuïteit van een wijkprogramma. De respon
problemen en wensen in de wijken. In deze gevallen
aanpak, waarbij er een structurele wens voor meer
denten stellen dat een te frequente wisseling van
stapt de wijkmanager naar de clusters om op zoek te
maatwerk in stedelijk beleid in een programma is
de wacht ten koste gaat van de uitvoeringskracht van
gaan naar budget. De clusterbudgetten zijn echter niet
gegoten. Het type aanleiding (wijk, gemeente, of
de wijkprogramma’s. Naast capaciteit en continuïteit
flexibel genoeg om op dit soort issues in te kunnen
gezamenlijk) wordt door de respondenten niet
komt ook de autoriteit ter sprake. De respondenten
spelen, omdat deze budgetten vaak zijn geoormerkt
specifiek als faal- of succesfactor ervaren, maar lijkt
geven aan dat wijkmanagers een beperkte formele
en vastgesteld voor een periode van minimaal een jaar
wel sterk bepalend voor het verloop van het plan en
bevoegdheid hebben in de samenwerking met
waardoor er weinig ruimte bestaat om ad-hoc plannen
heeft gevolgen voor andere randvoorwaarden, zoals
clusters. Daardoor zijn ze afhankelijk van de bereid
te financieren. Voorbeelden hiervan zijn projecten uit
de bestuurlijke betrokkenheid.
heid van clusters om werk te maken van, en middelen
het wijkprogramma Kleine Kernen, die daadwerkelijk
vrij te spelen voor problemen in de wijk. Meer
stilvielen door een tekort aan financiële middelen.
In de analyse komt sterk naar voren dat bestuurlijke
bevoegdheden voor de wijkmanager zou de effectivi
De oplossing volgens de wijkmanagers is het hebben
betrokkenheid van bestuurders, zoals de burgemeester
teit van wijkprogramma’s, tenminste in hun beleving,
van een eigen budget om flexibeler in te kunnen
of wethouders, een succesfactor is voor een wijk
ten goede komen.
spelen op wat er in de wijk speelt. In de huidige
programma. Deze bestuurlijke betrokkenheid kan
situatie moeten wijkmanagers vaak op zoek naar geld
in de aanleiding gewaarborgd worden, maar ook in
In de wijkprogramma’s zien we uiteenlopende rollen
bij de clusters wat leidt tot vertraging en frustratie
andere fases van het project, zoals in de Beverwaard.
en posities van bewoners. De respondenten oordelen
onder zowel bewoners als de wijkmanager zelf.
Hier was de burgemeester niet alleen betrokken bij
verschillend over de gewenste mate van invloed van
Tijdens de focusgroep wordt een alternatieve situatie
het opstellen van het actieplan Veilig Beverwaard,
bewoners en de fasering hiervan. Sommige betrekken
geschetst bij het programma Veerkrachtig BoTu waar
maar is hij ook tijdens de looptijd van het plan
bewoners liever bij het ophalen van input, anderen bij
aangegeven wordt dat dit probleem dankzij eigen
betrokken gebleven door zo goed mogelijk op de
het uitvoeren van het wijkprogramma en/of de
financiële middelen zo goed als afwezig is.
hoogte te zijn. Het lijkt van belang te zijn dat een
evaluatie van het programma. Zo zien we in de
wijkprogramma ten minste op het netvlies van
Pupillenbuurt een vorm van betrokkenheid waar
Als laatste randvoorwaarde noemen de respondenten
bestuurders staat. Als dit niet het geval is, zoals in
bewoners een belangrijke rol krijgen door ze aan te
dat er een goede samenwerking tussen clusters en
Crooswijk wordt ervaren, kan het lastiger zijn om tijd
stellen als zogenaamde buurtprojectleiders2. In de
trekkers van het wijkprogramma moet bestaan om het
en middelen te vinden. De focusgroepen tonen aan
verdieping die volgt wordt duidelijk dat ook deze vorm
programma te laten slagen. Deze samenwerking wordt
dat voldoende bestuurlijke betrokkenheid urgentie
van betrokkenheid geen garantie geeft voor het
vaak genoemd in relatie tot de uitvoering van concrete
creëert bij betrokken partijen, zoals de clusters maar ook
succesvol betrekken van de overige buurtbewoners.
opgaven in een wijk. Wijkmanagers beschrijven dat er
externe partijen zoals de politie, wat de effectiviteit van
Daarnaast zien we wijken als oud-Crooswijk of
een spanning bestaat tussen clustergericht werken en
een wijkprogramma ten goede komt.
Beverwaard waar het betrekken van bewoners als
wijkgericht werken. Deze spanning wordt zichtbaar wanneer een dringend probleem uit de wijk niet vanzelfsprekend onder de verantwoordelijkheid van één cluster valt. Dit leidt vaak tot vertraging en
2
Buurtprojectleider in Pupillenbuurt = Bewoners uit de buurt die gedeeltelijk vrijwillig / gedeeltelijk betaald als projectleider werken in het kader van het buurtverbeterplan.
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
10
frustratie onder wijkmanagers en uiteindelijk bewoners wanneer de uitvoering (te) lang op zich laat wachten.
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
11
4. DE VERDIEPING: DRIE LESSEN UIT WIJK PROGRAMMA’S (FASE 2)
Een wijkprogramma vraagt dus om gerichte investering
Concluderend: effectieve wijkprogramma’s hebben
van mensen en tijd, en dus ook: geld. In wijkprogramma’s
een toegewijde trekker nodig en een vorm van
met meer budgettaire autonomie, zoals de
financiële autonomie, zeker als de macht ontbreekt
Pupillenbuurt, lijkt het wijkprogramma minder
om de aanwending van clusterbudgetten te
afhankelijk van de clusters waardoor de slagvaardig
beïnvloeden. Werken met wijkprogramma’s vraagt
heid groter is. Wensen uit de wijk kunnen sneller
om duidelijke toewijzing van personen, tijd en geld.
In de volgende fase zijn we de diepte ingegaan met
behoeften vanuit de wijk die ad hoc opkomen.
worden opgepakt, wat past bij de behoefte van
Het is geen extraatje dat zich gemakkelijk laat
een beperkt aantal wijkprogramma’s. Eerst beschrijven
De onderzochte wijkprogramma’s laten ons zien dat
wijkprogramma’s om bewoners effectief te kunnen
combineren met alle andere taken van ambtenaren
we hoe we te werk zijn gegaan. Vervolgens
hier twee essentiële elementen een rol spelen; een
helpen of om het vertrouwen in de overheid terug te
in wijken en clusters.
presenteren we drie lessen die onzes inziens volgen
trekker en een budget.
winnen. Vaak zijn dit acties die gerealiseerd kunnen
vormen de basis voor een kritische reflectie op het
Wijkprogramma’s komen vaak tot stand onder de
hebben. Zowel de wijkmanagers als accounthouders
Les 2: Effectief samenwerken vraagt om integraliteit op sleutelposities
bestuursmodel in het volgende hoofdstuk.
energieke leiding van een projectleider of programma
geven aan dat ze meer willen kunnen inspelen op dit
Een goede samenwerking in, tussen en met de clusters
manager. Na enige tijd, op verschillende momenten,
soort behoeften van bewoners. Zo werd het voor
is fundamenteel voor een effectief wijkprogramma.
uit de analyse van de wijkprogramma’s. Deze lessen
Methode
worden voor een relatief klein bedrag en veel impact
en om verschillende redenen, verlaten deze project
beeld gegeven door een van de respondenten van
Allereerst is de samenwerking tussen clusters en
In deze tweede fase van dit onderzoek richten we ons
leiders het project en valt de uitvoering van de acties
een extra snoeibeurt van het groen. Wanneer deze
wijkprogramma’s cruciaal. Concreet gaat het dan vaak
meer in het bijzonder op een viertal wijkprogramma’s:
uit het wijkprogramma daarna onder de verantwoor
extra snoeibeurt niet in vaststaande budgetten is
om de relatie tussen accounthouders en gebieds
Beverwaard, Pupillenbuurt, Oud Crooswijk en de
delijkheid van de wijkmanager. De wijkmanagers
opgenomen bij Stadsbeheer, is het erg lastig om dit te
regisseurs vanuit de clusters en de wijkmanagers.
Kleine Kernen. Belangrijke criteria voor deze selectie
hebben vanaf dat moment een dubbelrol: wijkmanager
verwezenlijken zonder eigen budget. Het nadeel van
Accounthouders en gebiedsregisseurs hebben daarbij
waren (diversiteit in) locatie, looptijd en initiatief
en projectleider. Naast hun reguliere werkzaamheden
een eigen wijkprogrammabudget is dat er een kloof
een belangrijke dubbele taak, op de grens van cluster
(gemeente/bewoners). Mooi Mooier Middelland en
zijn zij dus ook verantwoordelijk voor het wijk
kan ontstaan tussen de clusters en de wijk. In dit
en wijk. Enerzijds vertegenwoordigen zij hun cluster
Veerkrachtig BoTu vielen af omdat deze programma’s
programma. Wijkmanagers geven aan dat ze niet
spanningsveld opereren de wijkmanagers, maar ook
bij de vormgeving en uitvoering van wijkprogramma’s,
onderdeel zijn van ander onderzoek.
genoeg tijd hebben voor de combinatie van deze twee
in de clusters zien we een groeiende (h)erkenning van
anderzijds vertegenwoordigen zij de wijkprogramma’s
rollen. Dit betekent in de praktijk dat dingen blijven
dit probleem. Sommige clusters proberen al dichter bij
richting hun collega’s in de clusters. Het gebeurt
In deze fase verbreden we ons perspectief. Waar in
liggen, waardoor de effectiviteit van een wijkpro
de wijk en de behoefte van de bewoner te komen
regelmatig dat doelstellingen of ideeën uit de wijk niet
fase 1 alleen trekkers van de wijkprogramma’s zijn
gramma in het geding komt. Voor de voortgang en
door op eigen initiatief ruimte maken in hun budget.
in lijn liggen met doelstellingen of de zienswijze vanuit
gesproken, spreken we nu ook met vertegenwoor
daarmee ook het succes van een wijkprogramma is
De volgende uitspraak illustreert dit spanningsveld:
de clusters. Accounthouders en gebiedsregisseurs
digers van de clusters (gebiedsaccounthouders,
het dus belangrijk dat er iemand is gelegitimeerd en
gebiedsregisseurs, beleidsadviseurs) en (buurt)
vrijgesteld om een trekkersrol te vervullen. Gezien het
“Er wordt wel aan gedacht om toch een bedrag te gaan
van hun achterban (collega’s in de clusters) voor
projectleiders. We hebben hen gesproken in een
drukke takenpakket van de wijkmanager is het
vragen in de voorjaarsretraite omdat het budget van de
uitdagingen kan zorgen; ze ervaren dat er op
interview en hebben daarna de inzichten bij elkaar
raadzaam om een toegewezen projectleider op deze
clusters soms heel vastligt. En dan zeggen ze ja, er is
momenten uitsluitend vanuit eigen (cluster)doel
gebracht in een focusgroep. Daarbij waren ook
rol te zetten met voldoende tijd en financiële middelen
geen project of dat staat niet in de planning. En soms
stellingen wordt gedacht en niet vanuit de wijk.
wijkmanager/trekkers van de wijkprogramma’s
om zijn of haar taken uit te kunnen voeren.
wil je reageren op korte termijn op wat bewoners
De verticale sturing binnen het cluster is dan
aangeven. Ik zal een voorbeeld geven. Bewoners zeggen
dominant ten opzichte van de sturing vanuit de wijk.
geven aan dat, in dit soort situaties, het meekrijgen
aanwezig. Er waren soms praktische redenen waarom sommigen wel deelnamen aan een interview, maar
“Kijk, ik heb dat ook gehad in *naam wijk*. Eerst moest
bijvoorbeeld ja, dat groen ziet er niet uit er wordt haast
niet aan een focusgroep (of vice-versa). Tabel 2
ik het zelf trekken. Ja, maar ik heb heel IJsselmonde.
niet gesnoeid. Dan wil je een extra snoeibeurt. Nou,
Voor de effectiviteit van een wijkprogramma is
(bijlage) geeft een compleet overzicht van deelnemers.
Toen kwam er een programmaleider. Ja, dat is wel fijn.
daar is bij stadsbeheer geen geld voor. Want die zeggen,
samenwerking tussen wijk en cluster belangrijk, maar
Want die kan z’n volle aandacht aan dat programma
nee, dat ligt vast in onze planning en voor extra snoeien
ook tussen clusters onderling, om spanningen tussen
besteden en ja, dat helpt. Hoe meer handjes om het een
hebben we geen geld.”
sectorale doelen te voorkomen. Deze spanningen
Drie lessen uit wijkprogramma’s Hieronder presenteren wij de drie belangrijkste lessen
duw te geven hoe beter natuurlijk.”
komen bijvoorbeeld tot uiting bij de financiële
uit fase 2.
“Wat je eigenlijk ziet is een soort botsing met de rigide
sectorale indeling van de gemeente. Die lijkt haaks te
“Maar dat is wel iets: als je een programmamanager
financiële planning van clusters en het maatwerk in de
staan op de integrale blik die de gemeente beoogt op
hebt, die doet dat automatisch. Die zegt van “kom op
wijk. Kijk, ik weet dat stadsbeheer wel een klein
de wijken. Een van de respondenten benadrukt dit.
jongens”, dat is wel het goede daarvan. Doe je het bij
budgetje heeft voor onvoorziene zaken. Maar dat is
Wijkprogramma’s vragen om een investering van
een wijkmanager, die heeft ook nog zoveel andere
vaak niet genoeg voor die extra wensen in zo een wijk.”
mensen, middelen en tijd. Opgaven vanuit de wijk
taken. Loop je de kans dat die zegt “nou ja, ik kan er
maar puntje bij paaltje zit iedereen op zijn eigen beurs
programma’s zijn vaak niet ingebed in een stedelijk
minder op zitten, vanwege de tijd”.”
en portemonnee. En ja, jullie moeten het doen, maar
Les 1: Wijkprogramma’s vragen om toegewezen (‘dedicated’) capaciteit
structureel beleid, omdat het plan inspeelt op de
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
“De clusters moeten ontkokeren en integraal [werken],
wij houden het geld.”
12
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
13
Les 3: Betrekken van bewoners vraagt om een passend plan en doel per wijk
Een programma dat wordt gedragen door alle
Zij vormen een constante schakel in het programma,
problemen vanuit de wijk in de sectorale hokjes van
bewoners lijkt onhaalbaar. Het idee bestaat dat een
terwijl er veel doorloop lijkt te zijn van medewerkers
de clusters te plaatsen tijdens hun zoektocht naar
Het betrekken van bewoners bij de totstandkoming
deel van de bewoners niet wil participeren of er
vanuit de gemeente.
middelen. Het cluster beoordeelt vervolgens de vraag
en uitvoering van wijkprogramma’s vindt plaats op
geen mogelijkheden voor ziet. Ook gebeurt het
vanuit de wijkmanager op basis van hun eigen
verschillende niveaus, van informeren over de
dat bewoners die wel betrokken zijn bij het plan,
Er bestaat geen kant-en-klare oplossing als het op
planning en budget, waarbij de kans bestaat dat de
voorgenomen plannen tot een hoge mate van zeggen
gedurende het wijkprogramma afhaken, bijvoorbeeld
participatie aankomt. Iedere wijk vraagt om een
samenhang met andere vraagstukken in de wijk
schap over wat de plannen moeten gaan behelzen; in
omdat doelen niet behaald worden of omdat de
aanpak die afgestemd is op de bewoners en de
verloren gaat. De clusters kijken nog (te) vaak vanuit
een aantal gevallen nemen bewoners de uitvoering
discrepantie tussen hun leefwereld en de systeem
specifieke context. Honderd procent representativiteit
hun eigen doelstellingen en planning naar de wijk, zo
zelfs op zich. De aanpak per wijk verschilt van elkaar
wereld van de gemeente te groot blijkt, waardoor
van bewoners lijkt onmogelijk en is misschien ook niet
geven ook gebiedsregisseurs en gebiedsaccount
en ook de ervaringen hiermee zijn wisselend. Er
bewoners het bijvoorbeeld niet snel genoeg vinden
noodzakelijk. De grote vraag die betrokken ambte
houders uit de clusters aan. Noodzakelijk is dat
bestaat consensus dat de participatie van bewoners
gaan. Omdat programma’s een langere looptijd kennen
naren bij wijkprogramma’s hebben te stellen, is: wat
vertegenwoordigers van clusters samen met de
een essentieel onderdeel is van elk wijkprogramma.
en dus om meer doorgaande vormen van participatie
vinden we met elkaar haalbaar en noodzakelijk? Hoe
wijkmanagers een gezamenlijk perspectief ontwik
Tegelijkertijd bestaan er veel verschillende opvat
vragen, zien we ook dat bewoners afhaken omdat ze
definiëren we of er voldoende draagvlak is? Hoeveel
kelen en hierbij ook hun achterbannen weten mee
tingen over het type participatie, welke bewoners
een dergelijk langdurig commitment niet aan willen of
samenwerking met bewoners streven we na en op
te krijgen.
participeren en hoe dat georganiseerd moet worden.
kunnen gaan.
welke thema’s? Daar lijken de wijken op dit moment
Wijkmanagers zijn genoodzaakt om behoeftes en
Deze verschillen bestaan tussen de clusters, maar ook
geen helder antwoord op te hebben. Het antwoord
“En ik moet zeggen, daarin is de samenwerking met de
binnen de clusters zijn er verschillende opvattingen.
Het betrekken van bewoners blijft dan ook een
op dit soort vragen kunnen de kaders vormen voor
wijkmanager en de andere cluster accounthouders van
Uit de verhalen van de respondenten wordt duidelijk
uitdaging. Waar laat je bewoners over meepraten en
een meer situationele participatieaanpak van de
vitaal belang. Wij moeten elkaar heel goed begrijpen.
hoe groot de uitdaging is om (alle) bewoners bij
meebeslissen, hoe faciliteer je dit en zijn de bewoners
wijkprogramma’s.
We zitten allemaal met een andere rugzak in het
wijkprogramma’s te betrekken. Naar hun idee wordt er
die participeren representatief voor de hele wijk ofwel
gebied, maar wij moeten dit gezamenlijk voor elkaar
alles aan gedaan om bewoners te bereiken en
wanneer kun je zeggen dat een plan wordt gedragen
krijgen. Dus wij moeten echt als een gebiedsteam
betrekken bij het opstellen van plannen en acties, toch
door bewoners? Dit zijn vragen die leven onder de
functioneren en wij moeten begrijpen dat wij allemaal
is het geen uitzondering dat een groep bewoners (pas)
wijkmanagers en accounthouders. Onderstaande
ook een thuisfront hebben, wat misschien andere
van zich laat horen wanneer plannen zich in de
quote van een van de respondenten geeft het
dingen van ons wil. Maar wij moeten echt zorgen dat
uitvoeringsfase bevinden. Een aantal voorbeelden
sentiment goed weer:
we tussen de clusters en het gebied in, onze eigen
hiervan worden in de interviews gegeven. “Je wilt ook niet niks doen omdat een heleboel mensen
mening kunnen vormen. Daarom hoeft dit [interview] voor mij niet anoniem. Ik bedoel, dat moet elke
“Wat we wel vervolgens hebben gezien en dat is wat ik
iets niet willen, maar je wilt ook niet iets doen omdat
ambtenaar doen op het moment dat die tussen een
wel vaker meemaak, dat het soms best lastig is dat je
één iemand je altijd toevallig de hele tijd weet te
stedelijke opdracht en een gebied zit en van beide
zo’n project doet met een bepaalde groep. Je doet
vinden. Dat is altijd een zoektocht tussen doe je de
kanten iets moet.”
tijdens zo’n proces veel aan communicatie, dat is onze
goede dingen voor de juiste mensen.”
beleving, om mensen erbij te betrekken. Om mensen er Kortom, het complexe werkveld tussen clusters en
iets over te laten zeggen, om mensen mee te nemen in
Bij het buurtverbeterplan Pupillenbuurt zijn er
wijken stelt hoge eisen aan personen die de verschil
verschillende fases van zo’n project; wat gaan we doen,
buurtprojectleiders actief, een idee vanuit de
lende functies (gebiedsaccounthouder,
wilt u daar nog iets van vinden? Dat leek heel goed te
bewoners. Zij leggen verantwoording af aan de
gebiedsregisseur, wijkmanager) in dit spanningsveld
gaan en vervolgens in de uitvoering hebben we heel
trekker, vaak de wijkmanager. De buurtprojectleiders
bekleden. Het is daarom belangrijk dat wijkmanagers
veel negatieve reacties gehad.”
lijken een waardevolle schakel te vormen tussen de
en vertegenwoordigers van clusters over de juiste
bewoners en de gemeente, ze spreken ook de groepen
vaardigheden en capaciteiten beschikken om hun
aan in de wijk die meestal niet participeren. Toch biedt
functie goed in te kunnen vullen. Deze posities zijn
het aanstellen van buurtprojectleiders geen garantie
essentieel bij het organiseren van goede samen
dat alle bewoners worden bereikt. Buurtprojectleiders
werking waarbij niet alleen sectorale belangen, maar
kunnen niet iedereen betrekken; en ook ambtenaren
ook het gezamenlijke belang van clusters, wijk
zijn zich bewust van de risico’s om het organiseren van
managers en bewoners wordt gediend.
draagvlak voor programma’s op de schouders van enkele buurtprojectleiders te leggen. Wat opvalt is dat de buurtprojectleiders voor een langere tijd bij het programma betrokken zijn, vaak vanaf het begin.
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
14
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
15
5. REFLECTIE OP BESTUURSMODEL
Overdenk de relatie tussen wijkprogramma’s en wijkakkoorden
worden (bijvoorbeeld via vaststelling door de
In een aantal wijken bestaan wijkprogramma’s en
dit instrument te grijpen, maar in te zetten op
buurtverbeterplannen enerzijds en wijkakkoorden
de doorontwikkeling van het instrument wijk
gemeenteraad). Het is zaak om niet te snel naar
Als laatste onderdeel van dit onderzoek reflecteren
wijk-MT. De evaluatie van wijkprogramma’s laat zien
anderzijds naast elkaar. De grote vraag is hoe deze
akkoord, zodat dit een stevige basis wordt van
we op het huidige bestuursmodel en de lessen die wij
dat het de effectiviteit ten goede komt als taak en
plannen zich tot elkaar verhouden – een vraag waar
samenwerking tussen gemeente en (gekozen)
uit onze analyse van de wijkprogramma’s daarvoor
middelen dicht bij elkaar worden gehouden.
ook respondenten in dit onderzoek mee worstelen.
bewoners en andere partijen in de wijk.
Het instrument wijkakkoord is in de gehele stad
Daarvoor moet het wijkakkoord méér worden
ingevoerd. Een actuele vraag in de gemeentelijke
dan “een wensenlijstje uit de wijk” dat in stukjes
organisatie is of daarnaast ook (aanvullende) wijk
bij verschillende clusters wordt neergelegd.
kunnen destilleren. Een belangrijke opmerking daarbij functioneren van het bestuursmodel en het samen
Organiseer een plek voor samenwerking tussen en met clusters
spel tussen wijkraden, wijkmanagers en clusters.
Wijkprogramma’s zijn gebaat bij een goede samen
programma’s nodig zijn. We geven hierbij een aantal
Idealiter ontwikkelt het wijkakkoord zich tot het
Wél kunnen we de lessen uit de wijkprogramma’s
werking tussen wijkmanagers/projectleiders enerzijds
overwegingen mee.
vehikel waarin stedelijke opgaven én wijk
spiegelen aan de ambities van het bestuursmodel en
en clustervertegenwoordigers anderzijds, maar ook
de wijkakkoorden. Succesfactoren, valkuilen en
tussen clusters onderling. Bij het vaststellen en
dilemma’s die bij wijkprogramma’s een belangrijke rol spelen, vormen ‘agendapunten’ bij het nadenken over
is dat we geen onderzoek hebben gedaan naar het
behoeften bij elkaar komen, verwerkt in een Het naast elkaar laten bestaan van wijkprogramma’s
meerjarig plan waaraan niet alleen de gemeente
uitvoeren van wijkakkoorden is het zaak dat clusters
en wijkakkoorden kent risico’s. Het kan de
zich (ook financieel) committeert, maar ook de
zoeken naar een gezamenlijk belang in de wijk en niet
suggestie wekken dat een wijkakkoord ‘slechts’
wijk zelf. Daarmee is het ook een gezamenlijk
het huidige bestuursmodel. We baseren ons daarbij
slechts hun ‘eigen’ acties uit het wijkakkoord selec
de basis is en dat er pas echt serieuze aandacht is
product van wijk en organisatie, en dus ook een
op de verhalen van respondenten uit dit onderzoek
teren en realiseren. In dat laatste geval is het risico dat
voor een wijk als er een wijkprogramma wordt
gezamenlijke agenda.
en inzichten uit eerdere onderzoeken, zoals de
de acties van clusters los van elkaar in de wijk ‘landen’
opgericht. Met andere woorden: wordt de
EUR-evaluatie van het bestuursmodel uit de periode
en daar niet goed op elkaar afgestemd zijn. Een
werking van het wijkakkoord niet ondermijnd
2018-2022.
duidelijke samenwerkingsstructuur is daarbij
als de gemeente parallel allerlei andere plan
Het wijkakkoord als vehikel om samen werk te maken van de wijk
behulpzaam: een gremium waarin per wijk cluster
processen erop nahoudt (vaak met meer geld,
Kenmerkend voor de succesvolle wijkprogramma’s die
vertegenwoordigers, wijkraad en wijkmanager zitting
tijd en bestuurlijk commitment)? Ook bestaat het
wij bestudeerden is de dynamische werkwijze: het
hebben en als expliciete taak hebben om gezamenlijk
gevaar van “forum shoppen”: als partijen met
kunnen inspelen op wat er in de wijk speelt en leeft,
In het welslagen van wijkprogramma’s is capaciteit in
uitvoering te geven aan het wijkakkoord. Dit zou het
specifieke wensen bij een wijkakkoord buiten de
op basis van een doorgaande dialoog met burgers en
brede zin (bemensing, tijd en geld) een belangrijke
wijk-MT kunnen zijn. Essentieel is dat alle personen
boot vallen, kunnen ze gaan shoppen bij een wijk
partijen in de wijk. Het wijkakkoord brengt structuur
factor gebleken. Zonder voldoende capaciteit kan een
gelegitimeerd en bevoegd aan tafel zitten en dat
programma om alsnog gehoord te worden.
in die dialoog, maar uiteindelijk is die dialoog een
taak niet goed worden uitgevoerd. In het huidige
duidelijk wie welke beslissingsbevoegdheid heeft.
Het opgeven van wijkprogramma’s en uitsluitend
doorgaand proces en is het wijkakkoord hooguit de
met wijkakkoorden werken heeft eveneens
periodieke kristallisatie daarvan. Die kristallisatie is
risico’s. Wijkprogramma’s zijn structuren die het
belangrijk, maar tegelijk is het van belang om ook de
Breng capaciteit en toewijding in lijn met de Wijk aan Zet ambities
bestuursmodel is dit met name van toepassing op de
1.
2.
“Wijk aan Zet” wil de invloed van lokale volks
Investeer in de professionaliteit van wijkraadsleden
mogelijk maken om tijdelijk extra inzet te plegen
realisatie ervan te blijven zien als een gedeelde
vertegenwoordigers vergroten, maar daar moeten
In dit onderzoek, maar ook in het eerdergenoemde
op specifieke vraagstukken in de wijk. Als de
verantwoordelijkheid tussen wijk en gemeente.
ook de juiste middelen aan gekoppeld worden. Op dit
rapport “Sterker door Strijd?”, hebben respondenten
gemeente hiermee stopt, hoe wordt dan hieraan
We zagen bij de wijkprogramma’s hoe moeilijk het is
moment lijkt de financiële structuur achter te lopen
hun zorg geuit over de capaciteit van de wijkraden.
recht gedaan aan de behoefte (of noodzaak) om
om daadwerkelijk een gedeeld eigenaarschap tussen
op de Wijk aan Zet-beweging. Wijkraden zijn, samen
Er wordt veel van hen verwacht, om ‘oren en ogen
iets extra’s te investeren in bepaalde wijken? En:
wijk en gemeente te organiseren (wat ook als zodanig
met de wijkmanager, verantwoordelijk voor het
van de wijk’ te zijn, participatie te organiseren en
het stoppen met bestaande wijkprogramma’s kan
ervaren wordt). We zagen ook dat het risico bestaat
opstellen van wijkakkoorden, terwijl de budgetten in
netwerken op te bouwen. Zelfs voor geoefende
in de wijk worden ervaren als een terugtrekkende
dat er wel participatie aan de voorkant is, maar veel
handen zijn van de clusters. Een enkel cluster werkt
ambtenaren zijn dit netelige vraagstukken, zoals onze
beweging van de gemeente. Belangrijk is om
minder aan de achterkant. Beide lessen kunnen helpen
met een ‘maatwerkbudget’ waarmee het op een
analyse laat zien. Dan is het zeker voor bewoners die
onder ogen te zien wat er verloren gaat met
om het wijkakkoord te ontwikkelen tot een mecha
flexibele manier plannen uit wijkprogramma’s kan
hierin niet zijn opgeleid een enorme uitdaging om dit
wijkprogramma’s, hoe dat wel of niet wordt opge
nisme wat gemeente en wijk helpt om samen werk
financieren, maar ook in dit geval is er geen sprake van
goed aan te pakken. Cruciaal is daarom dat er
vangen en hoe bewoners daarin worden gekend.
te maken van de wijk.
(vrij besteedbare) wijkgelden (afgezien van participatie
geïnvesteerd wordt in training van wijkraadsleden
middelen). De vraag is of een wijkakkoord niet
en dat kennis en hulpmiddelen op het gebied van
vuldiger en voorzichtiger te zijn met de inzet van
gepaard moet gaan met wijkgeld om in te kunnen
participatie aan hen beschikbaar wordt gesteld
wijkprogramma’s en anderzijds meer gewicht te
spelen op relatief bescheiden, maar wel urgente
(zoals ook aan ambtenaren).
geven aan wijkakkoorden. Als er gekozen wordt
posities van wijkraad en wijkmanagers. De beweging
3.
Het is onzes inziens zaak om enerzijds zorg
issues. Voorstelbaar is om dit budget in handen te
voor een bijzondere, extra inzet van de gemeente
leggen van een samenwerkingsverband met wijk
in een bepaalde wijk (boven op het wijkakkoord),
managers en clustervertegenwoordigers, zoals een
dan moet dit goed onderbouwd en gelegitimeerd
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
16
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
17
Maak werk van het verhelderen van de grenzen in het bestuursmodel
Hieronder werken we de grenzen van autoriteit, taak
Helderheid over bovenstaande typen grenzen haalt
en rol kort uit. We geven geen antwoorden, maar
niet alle strijd en conflict uit de lokale democratie en
Als laatste wijzen we op het belang van heldere
reiken vragen aan waarmee partijen zelf én met elkaar
de samenwerking tussen wijk en stad (gelukkig niet!).
grenzen in het bestuursmodel. In gesprekken met
de grenzen kunnen verhelderen.
Wél ondersteunt het de samenwerking tussen de
wijkmanagers en clustervertegenwoordigers blijkt dat er veel verwarring is over de posities van wijkraden,
partijen in het speelveld en kan het onnodige teleur •
Taak: waartoe is de wijkraad op aarde? Wat is haar
stelling voorkomen. Bovenstaande vragen zijn vooral
wijkmanagers en clusters in het bestuursmodel: wie
missie? En wat is de primaire taak van een wijk
een handreiking om taken en rollen bespreekbaar te
doet wat, wie heeft welke verantwoordelijkheid en
manager of gebieds-accounthouder/regisseur?
maken en zo nodig te verhelderen (of aan te passen).
bevoegdheid? Een bestuursmodel functioneert alleen
Wie bepaalt uiteindelijk welke taak prioriteit heeft
Het wijk-MT is (in ieder geval) een belangrijke plek om
goed als het model en de onderdelen daarbinnen zo
(relateert aan autoriteit hieronder)? Wat is de
daarmee te starten. Het is belangrijk om hiervoor tijd
gezamenlijke taak van partijen in een wijk-MT?
en rust in te bouwen in het hectische proces van het
Autoriteit: wie dwingt binnen de gemeente
opstellen en uitvoeren van wijkakkoorden.
helder mogelijk zijn begrensd. We pleiten hier niet voor een ander model, maar voor een verheldering
•
van het huidige model. Hiermee sluiten we aan bij de
het gezag van de wijkakkoorden af? Wat is de
aanbeveling uit het EUR-rapport “Sterker door strijd?”
(beslissings)bevoegdheid van een wijkraad en een
Tot slot
(januari 2022): “het gaandeweg aanscherpen en
wijkmanager? Wat kan een gebiedsregisseur/
Wijkgericht werken is meer dan het vinden van een
verfijnen van het model heeft de voorkeur boven een
gebiedsaccounthouder afdwingen richting eigen
aantal passende werkvormen. Het heeft grote en veel
meer schoksgewijze vierjaarlijkse herziening”. Het sluit
cluster? Welke bevoegdheden zijn toegekend aan
meer systemische implicaties voor de organisatie, de
ook aan bij een aantal aanbevelingen hierboven.
een collectief verband, zoals wijk-MT’s bijvoor
wijze van sturing en het alloceren van taken en
beeld? Wie hakt er een knoop door in het
middelen. De zoektocht hoe dat moet gebeuren is in
Wijk-MT als deelnemers er niet uitkomen?
volle gang. Tegelijk is het veel meer dan een kwestie
Om hier invulling aan te geven, reiken we een aantal
Rol: welke rollen vervullen wijkraden en wijk
van “inregelen”. Het is ook een taai veranderproces,
grenzen. Uit de literatuur weten we dat grenzen (1)
managers? Denk hierbij aan ‘oren en ogen van
wat tijd kost en wat een leerproces vergt. Misschien
duidelijk gespecificeerd moeten zijn, (2) door partijen
de wijk’, ‘netwerker’, ‘regisseur’, et cetera. Dit
is dat wel de belangrijkste les die we trekken:
besproken en geaccordeerd moeten zijn en (3)
kunnen formele rollen zijn (vastgelegd), maar ook
organiseer een programma als Wijk aan Zet als een
nagekomen moeten worden (Green en Molenkamp,
informele rollen die partijen/personen zelf op
leerproces, neem dat leerproces serieus en zorg dat
2005). Voorbeelden van grenzen betreffen taak,
zich nemen.
de lessen daaruit de transformatie van de organisatie
inzichten aan. Eerst nog iets over het belang van
•
verder helpen.
autoriteit en rol. Als deze niet helder zijn en alle partijen hun eigen ‘organization in the mind’ hebben
Van belang is dat autoriteit, taak en rol goed op elkaar
(hun eigen beeld van zowel hun eigen taak/autoriteit/
aansluiten. Een wijkraad die een grote rol wil spelen
rol als die van anderen), is het risico op slechte samen
(of waarvan een grote rol verwacht wordt) maar
werking, misverstand, teleurstelling en conflict groot.
daartoe niet is bevoegd, zal teleurgesteld en
Ook in het eerdergenoemd onderzoek uit 2022 wordt
gefrustreerd raken. Een wijkmanager die zich als
nadrukkelijk gewaarschuwd voor de situatie waarin het
‘cowboy’ gedraagt, vervult deze rol mogelijk als
“bestuursmodel uiteindelijk het slachtoffer wordt van
compensatie voor onduidelijke of ontbrekende
verwachtingen die niet waargemaakt worden”.
bevoegdheden. Als de gemeenteraad is geautoriseerd om een besluit te nemen over allocatie van middelen aan de wijkakkoorden, is het zaak dat dit besluit ook wordt nagekomen en er geen strijd meer over deze middelen ontstaat.
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
18
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
19
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
20
2018-heden
Co-creatie
2019 – 2028 2021-2030
Actieve bewoners en ondernemers
Werk en activering
Communicatie
Levendig
Ondernemers
Leefbaarheid
Geweldig Beverwaard 2022-2026
2020-2022
Aantrekkelijke wijk voor iedereen
2019 - 2022 2021 - 2023 Looptijd
Ondernemerschap
Leefbaarheid/ veiligheid
Buitenruimte
Wonen (gezinnen en kwaliteit)
2020-2030
Infrastructuur en bereikbaarheid
Aantrekkelijk wonen
Sociaal
Veerkrachtige wijk
Financiële gezondheid
Zelfbewuste beleidsrichting
Jeugd, armoede en schulden
Zorg en ouderen Kwalitatief en divers wonen
Leefbare wijk Fysieke ruimte
Veiligheid
Wijk voor iedereen
Sociale en gezond Energietransitie
Groen/ duurzaam Buitenruimte
Bewoners (MMM 2014)
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
Zorgstructuur kwetsbare bewoners
BIJLAGE
modules/11/Regelgeving/706834
Werk en Inkomen
Geraadpleegd: https://rotterdambis.notubiz.nl/
Wonen (duurzaamheid)
Verordening op de Wijkraden. (2022, November 4).
Tabel 1. Overzicht bevindingen fase 1.
Middelland_3.pdf
Sociale verbinding
uploads/2023/05/36268_GOVLAB010_rapport_
Schiebroek
GOVLAB010, April 2023. https://govlab010.nl/app/
Pupillenbuurt
van het programma Mooi Mooier Middelland.
Onderwijs en jeugd Participatie
de meerwaarde van co-creatie. Opbrengsten en lessen
Thema’s
Drijfhout, Y. en Van Buuren, A. (2023). Middelland en
Gemeente
Van Meerkerk, I., Belabas, W., Van den Kieboom, T.,
Initiatief nemer
Kleine Kernen
019
Verhoogde instroom De ontmanteling van Mismatch stedelijk van kwetsbare een xtc-lab en sociale beleid. bewoners. problematiek.
149–167. https://doi.org/10.4337/9781788978583.00
Aanleiding
traps. Collaboration in Public Service Delivery,
Gemeente
citizens: reflecting on different participation
Gebiedscommissies
pathways to collaboration between governments and
Bewoners
Van Meerkerk, I. (2019). Top-down versus bottom-up
Een dodelijk steekincident.
Beverwaard
Research Institute for Transition (DRIFT).
Geestelijke en fysieke gezondheid
School of Social and Behavioural Sciences & Dutch
Ondernemende wijk
democratische innovatie in de Maasstad. Erasmus
Schoon en heel
strijd? De wijk, de stad en de Rotterdammer - vier jaar
Duurzaamheid/ energietransitie Vitaliteit
van Steenbergen & F. al Faidi. (2022). Sterker door
Gezond opgroeien
Van Buuren, M.W., I. van Meerkerk, K.A. Schipper, F.
Veiligheid/ buitenruimte
Oud-Mathenesse/ Witte Dorp
de-essenties-van-een-project-of-programma
Verbeteren SES van bewoners
Crooswijk
Sollie, H. (2022, 29 juli). De essenties van een project of programma. https://www.twynstragudde.nl/inzichten/
Leefbare wijk
authority, role and task. Retrieved December, 30, 2009.
?
system of group and organizational analysis: Boundary,
Gemeente
BoTu
Green, Z. G., & Molenkamp, R. J. (2005). The BART
Gemeente
rotterdam.nl/wonen-leven/wijkraden/
Opvolging Voortbouwend op veiligheids MMM 2014- 2018 gerichte aanpak.
nl. Geraadpleegd op 14-12-2022, via https://www.
Armoede en een aangenomen motie.
Gemeente Rotterdam. (2022). Wijkraden | Rotterdam.
Behoort tot laagste indexscores Rotterdam.
MMM 2.0
LITERATUUR
21
| WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
22 | WERK AAN DE WIJK: LESSEN UIT WIJKPROGRAMMA’S VOOR DE ROTTERDAMSE WIJKDEMOCRATIE
23
Direct lijnen met de clusters zijn er, maar betrokkenheid neemt snel af.
Clusters nodig in de uitvoering.
Financiële afhankelijkheid clusters.
Relatie trekker met clusters
Wethouder Economie, wijken, en Kleine kernen committeert
Wijkmanager legt verantwoording af aan de wethouder.
Jaarlijkse voortgangsrapportage.
Wijknetwerker
Bewoners namen initiatief voor het plan. Vervolgens opgenomen in gemeentelijke structuur als buurtprojectleiders en buurtcontactpersonen.
Beginfase aangestuurd door gebiedscommissie
Bestuurlijke betrokken heid
Accounthouder per cluster
(Tijdelijk) stads marinier
De gefaseerde budgettering heeft ervoor gezorgd dat bepaalde projecten stilvallen.
Financiële afhankelijkheid clusters.
Bewoners betrokken om informatie te verkrijgen.