CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb001260] Bijlage 1 behorende bij 24bb001259 over Rapportage evaluatie Lekker Fit! 2005-2017

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 20 maart 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Sport24.892 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

rotterdam.nl/onderzoek

Rapportage evaluatie Lekker Fit! 2005-2017 Onderzoek & Business Intelligence

1

Rapportage evaluatie Lekker Fit! 2005-2017

B.E. Stam, P. Kreijen, O. Erdem Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Januari 2018 In opdracht van de directie Sport & Cultuur 2

© Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Project: 5203

Telefoon: E-mail: Website:

(010) 267 15 00 onderzoek@rotterdam.nl www.rotterdam.nl/onderzoek 3

Inhoudsopgave

Inleiding

5

1

Overgewicht in Rotterdam vergeleken met G4 en Nederland

6

2

Lekker Fit!-programma-onderdelen en bereik

7

2.1 Het programma Lekker Fit! 7 2.2 Lekker Fit! Jonge kind (-9 maanden tot 2 jaar en ouder) 8 2.3 Lekker Fit! Jonge kind (0- tot 4-jarigen met hun ouders, kinderopvang locaties) 10 2.4 Lekker Fit! Kleuters (4- tot 6-jarigen) 11 2.5 Lekker Fit! Basisonderwijs (4- tot 12-jarigen) 12 2.6 Lekker Fit! Voortgezet onderwijs (12- tot 14-jarigen) 15 2.7 Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) 17 2.8 JOGG: Lekker Fit! Gebied 18 2.9 JOGG: Aansluiting Preventie en Zorg 21 2.10 Overige maatregelen 23 2.11 Conclusie 25

3 Implementatie van Lekker Fit! Basisonderwijs en de relatie met overgewicht 3.1 3.2 3.3

4

27

De implementatie van Lekker Fit! op Rotterdamse Lekker Fit! basisscholen 27 De relatie tussen de implementatie van Lekker Fit! en de trend in overgewicht 29 Conclusie 31

De leefstijl van Rotterdamse kinderen

32

4.1 Het aandeel Rotterdamse kinderen dat voldoet aan een actieve leefstijl 32 4.2 Het aandeel Rotterdamse kinderen dat voldoet aan kenmerken van een gezond voedingspatroon 35 4.3 Conclusie 37

5

6

Lekker Fit in breder perspectief

39

5.1 5.2 5.3 5.4

39 40 41 43

Succesfactoren Onderzoek naar effectiviteit is lastig Nationale Preventieprogramma’s Conclusie

Discussie en conclusie

Bijlage 1 Definities prestatie indicatoren Lekker Fit! Basisonderwijs

45 49

Bijlage 2 Het aandeel Rotterdamse kinderen dat voldoet aan kenmerken van een actieve leefstijl 53 Bijlage 3 Het aandeel Rotterdamse kinderen dat voldoet aan kenmerken van een gezond voedingspatroon 64 Bijlage 4 Partners Lekker Fit!

4

73

Inleiding Overgewicht en obesitas zijn de afgelopen decennia sterk toegenomen onder volwassenen en kinderen in de Westerse wereld; Nederland vormt hierop geen uitzondering. De afgelopen jaren is er in de grote steden waar dit probleem zich extra manifesteert zwaar ingezet op beleid en programma’s om overgewicht te “bestrijden”. In Rotterdam resulteerde dit onder andere in groep 2 van het basisonderwijs tot een daling in het percentage overgewicht van 20% in 2008-2009 naar 12% in 2015-2016. Desondanks blijft de algemene prevalentie van overgewicht onder Rotterdamse kinderen nog steeds hoog en blijven intensieve programma’s en beleidsaandacht hard nodig1 [1]. Kinderen leren nog relatief makkelijk gezonde voedings- en beweeggewoonten aan. Vanaf 2006 bestrijdt de gemeente Rotterdam overgewicht onder jongeren met het actieprogramma Rotterdam Lekker Fit!. Een centraal onderdeel van dit actieprogramma is Lekker Fit! Basisonderwijs in die wijken waar de prevalentie van overgewicht het hoogst is. Op deze scholen wordt extra aandacht besteed aan een gezonde en actieve leefstijl van alle leerlingen. Het programma Lekker Fit! bestaat ruim 10 jaar, tijd om de balans op te maken en een overzicht te geven met de opbrengsten van het programma. De volgende onderzoeksvragen worden beantwoord in deze rapportage: 1. Wat is het bereik van het programma Lekker Fit! Rotterdam? 2.

Welk aandeel van de Rotterdamse kinderen voldoet aan kenmerken voor een actieve leefstijl? 3. Welk aandeel van de Rotterdamse kinderen voldoet aan kenmerken van een gezond voedingspatroon? 4. In welke mate zijn de Lekker Fit! pijlers op de Lekker Fit! scholen geïmplementeerd? En hangt een daling in overgewichtpercentage in de groepen 3-8 van de Lekker Fit! scholen samen met de kwaliteit van de implementatie van de Lekker Fit! pijlers? 5. Hoe verhoudt de prevalentie van overgewicht onder Rotterdamse kinderen zich tot de landelijke prevalentie in overgewicht onder kinderen en de prevalenties van de andere G4 steden? 6. Welke landelijke initiatieven / ontwikkelingen hebben er parallel aan Rotterdam Lekker Fit! gelopen die mogelijk van invloed zijn geweest op de Rotterdamse overgewichtprevalentie onder kinderen? Opbouw van de rapportage In het eerste hoofdstuk van deze rapportage wordt de prevalentie overgewicht van Rotterdamse kinderen vergeleken met de prevalentie overgewicht in de andere grote steden en met landelijke cijfers. Vervolgens wordt een overzicht gegeven van de meest actuele LF-programma-onderdelen en het bereik hiervan. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de mate van implementatie van het Lekker Fit! programma op de Lekker Fit! basisscholen en wordt de relatie tussen de mate van implementatie en de trend in overgewicht op deze scholen bekeken.

Vervolgens biedt hoofdstuk 4 inzicht in het aandeel Rotterdamse kinderen dat voldoet aan een actieve leefstijl en aan kenmerken van een gezond voedingspatroon. In hoofdstuk 5 wordt Lekker Fit! in breder perspectief bekeken en gaan we op basis van beschikbare onderzoeken na wat de succesfactoren zijn van (nationale) bewegingsstimuleringsprogramma’s en leggen we de link naar het Rotterdamse initiatief Lekker Fit!

1

CJG Rijnmond Overgewicht factsheet Rotterdam. CJG Rijnmond, Rotterdam (2017).

5

1 Overgewicht in Rotterdam vergeleken met G4 en Nederland Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) meet en weegt kinderen tijdens de preventieve gezondheidsonderzoeken (PGO) die worden uitgevoerd bij alle Rotterdamse kinderen van 2 jaar en alle leerlingen van groep 2 en groep 7 van de basisschool en bij alle leerlingen uit de eerste klas van het voortgezet onderwijs. Trendonderzoek2 liet zien dat de prevalentie overgewicht onder 2-jarigen in de periode van 2007 tot 2016 is afgenomen van 13% naar 10%. Ook in groep 2 is een daling zichtbaar van het percentage kinderen met overgewicht van 20% in het schooljaar 2008-2009 naar 12% in het schooljaar 20152016. In het schooljaar 2015-2016 had 27% van de kinderen uit groep 7 overgewicht. Dit percentage is niet veranderd ten opzichte van schooljaar 2008-2009. In vergelijking met landelijke cijfers is het percentage kinderen in Rotterdam met overgewicht hoger. Uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat in 2016 11,9% van de Nederlandse kinderen van 4- tot 12-jarigen matig of ernstig overgewicht had. Ernstig overgewicht kwam voor bij 2,6% van de kinderen in deze leeftijdsgroep. Meisjes van 4 tot 12 jaar hebben vaker overgewicht dan jongens3. Ook in Rotterdam is er bij meisjes vaker sprake van overgewicht dan bij jongens.

Landelijk is er tussen 1981 en 2015 een lichte stijging te zien van het percentage kinderen (4 tot 20 jaar) met overgewicht. Het voorkomen van obesitas is in deze periode nauwelijks veranderd4. Hierbij moet echter wel de opmerking worden gemaakt dat het CBS gebruik maakt van zelf gerapporteerde gegevens over lengte en gewicht. Omdat mensen vaak de lengte overschatten en het gewicht onderschatten kan dit de prevalentie verlagen5,6. Andere studies tonen aan dat zelf gerapporteerde metingen bij vooral kinderen met overgewicht niet betrouwbaar zijn7,8. In vergelijking met de andere grote steden in Nederland komt in Rotterdam vaker overgewicht voor. In Amsterdam had in 2015 8,0% van de 2-jarigen, 12,8% van de 5-jarigen en 20,9% van de 10-jarigen overgewicht9. Bij Amsterdamse 5- en 10-jarigen daalde het percentage overgewicht met 3% in de periode 2012-2015. In 2012-2013 had 9% van de Utrechtse kinderen uit groep 2 overgewicht en 15% van de kinderen uit groep 710. Ook in Utrecht is er sprake van een daling van het aantal kinderen met overgewicht en dan vooral bij kinderen uit groep 2. In Den Haag heeft bijna 20% van de kinderen tussen de 2 en 15 jaar overgewicht. Dit percentage is gelijk gebleven in de periode 2007-201511.

2 Trendanalyse overgewicht onder Rotterdamse kinderen 2006-2017. B.E. Stam. Onderzoek en Business Intelligence, gemeente Rotterdam; 2017. 3 Gezondheidsenquête CBS 2016 4 https://www.volksgezondheidenzorg.info/onderwerp/overgewicht/cijfers-context/trends#node-trend-overgewicht-kinderen 5 Jansen W, van de Looij-Jansen PM, Ferreira I, de Wilde EJ, Brug J. Differences in measured and self-reported height and weight in Dutch adolescents. Ann Nutr Metab. 2006;50(4):339-46. Epub 2006 Jun 28. 6 S Gorber C, Tremblay M, Moher D, Gorber B. A comparison of direct vs. self-report measures for assessing height, weight and body mass index: a systematic review. Obes Rev. 2007;8(4):307-26. 7 Shannon B, Smiciklas-Wright H, Wang MQ. Inaccuracies in self-reported weights and heights of a sample of sixth-grade children. J Am Diet Assoc. 1991;91:675–678. 8 Lee K, Valeria B, Kochman C, Lenders CM. Self-assessment of height, weight, and sexual maturation: validity in overweight children and adolescents. J Adolesc Health. 2006;39:346–352. 9 Staat van gezond gewicht en leefstijl van Amsterdamse kinderen. Outcome monitor Amsterdamse aanpak gezond gewicht 2017. Ilona Steenkamer, Sanne Franssen, Hilde Stegeman, Gusta Wachter. GGD Amsterdam. Amsterdam, februari 2017. 10 Factsheet Overgewicht bij Utrechtse jeugd in het basisonderwijs. Gemeente Utrecht. Januari 2014.

11 Factsheet Investeren in een gezonde leefstijl voor ieder kind in Den Haag. GGD Haaglanden. Den Haag, 2017.

6

2 Lekker Fit!-programma-onderdelen en bereik

Inleiding Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de (actuele) programma-onderdelen van Lekker Fit!. Van de onderdelen is een beschrijving en een stand van zaken gegeven. Dit hoofdstuk geeft verder inzicht in hoeverre de interventies effect hebben gehad op de doelen op basis van verschenen effectstudies en evaluaties. Ook wordt ingegaan op hoeveel kinderen met de Lekker Fit!-interventies zijn bereikt.

2.1

Het programma Lekker Fit!

Rotterdam investeert sinds 2005 in het gezondheidsprogramma Lekker Fit!: Rotterdam is van mening dat het om, een gezond en fit kind te zijn, van belang is om van jongs af aan gezonde gewoonten te ontwikkelen. Ouders en verzorgers zijn in de eerste plaats verantwoordelijk voor een gezond opvoedklimaat voor hun kind, maar ook de gemeente en haar partners hebben een rol daar waar het gaat om de omgeving van het gezin. De gezonde keuze zou een makkelijke keuze moeten zijn, die aansluit bij de leefwereld van ouders en kinderen. Hierbij zoekt de gemeente Rotterdam als potentiële partners (voor-)scholen, sportverenigingen, gezondheidsinstellingen, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven. Een lekker fitte basis betekent:  Dat gezond gewicht het uitgangspunt is;  Dat de jeugd een actieve leefstijl heeft;  Dat de jeugd een gezond voedingspatroon heeft. Dit leidt ertoe dat het is normaal is om Lekker Fit! te zijn. De huidige inzet is erop gericht dat een generatie verder geen speciale gezondheidsaanpak meer nodig heeft. Dat betekent dat de volgende generatie het zelf kan. Gezond gedrag moet vanzelfsprekend worden. Het programma Rotterdam Lekker Fit! heeft vanaf 2005 een grote rol gespeeld in de preventie van overgewicht onder de Rotterdamse jeugd.

De focus ligt met name op die kinderen die een grotere kans hebben om overgewicht te ontwikkelen of al (ernstig) overgewicht hebben ontwikkeld. Inzet vindt derhalve plaats in die wijken waar men een hoog percentage overgewicht vindt. Dit is met name het geval in de lage SES- wijken. Voor wat betreft de rol van het programma en die van partners is er over de jaren heen een verschuiving opgetreden. Voor de periode 2015-2018 is de coördinatie van de inzet steeds meer in het veld komen te liggen. De rol van de gemeente is steeds meer in het teken komen te staan van kennis delen, co-creëren en verleiden. Kennis delen houdt in dat Rotterdam de kennis en ervaring die ze heeft opgedaan met de ontwikkeling van verschillende methoden om de stijgende overgewichttrend onder de Rotterdamse jeugd te doen stoppen, breder beschikbaar wil maken en delen. Hiervoor is onderzoek leidend. Het uitgangspunt van co-creëren is dat de gemeente Rotterdam partners in de stad uitdaagt om te komen tot oplossingen voor de overgewichtproblematiek in Rotterdam. Het streven hierbij is zoveel mogelijk te komen tot een publiek-private samenwerking. De gemeente kan hierin ondersteunen met kennis, middelen en mankracht. Verleiden wil zeggen dat de gemeente Rotterdam probeert met de inzet van sociale marketing in alle Lekker Fit! aanpakken om ouders, kinderen te verleiden tot gezond gedrag.

De samenwerkingspartners worden verleid om de gezonde keuze de makkelijke keuze te maken voor de Rotterdamse jeugd en gezinnen.

7

Hieronder zijn de programma-onderdelen uiteengezet waar op is ingezet gedurende 2006 - 2017.

Programma-onderdelen Lekker Fit! 

Jonge kind - -9 maanden tot 2 jaar - 0 tot 4 jaar

Basisonderwijs - 4 tot 6 jaar (kleuters) - 6 tot 12 jaar

Voortgezet onderwijs - 12 tot 14 jaar

Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) - Gebiedsaanpak - Aansluiting Preventie en zorg

Overige Maatregelen - Publiek Private Samenwerking (PPS) - Onderzoek en monitoring - Communicatie

In de afgelopen jaren zijn er verschillende methoden ontwikkeld, die passen in een doorlopende Lekker Fit! lijn voor kinderen van 2 tot 14 jaar en hun ouders. Het streven voor 2018 is dat nog meer kinderen en ouders kunnen profiteren van de Lekker Fit! aanpak. De huidige prestatieafspraken zijn een resultante van voorgaande jaren. Voor de periode 2015-2018 zijn onder meer de volgende prestatieafspraken gemaakt: • Ontwikkelen en implementatie van een aanpak in co-creatie; • Meer dan 50% van de Rotterdamse basisscholen Lekker Fit! zijn; • 100% van de Lekker Fit! scholen werken volgens de Lekker Fit! kleuter aanpak; • 45% van de Rotterdamse kinderopvanglocaties Lekker Fit! zijn; • 65% van de Rotterdamse peuterspeelzalen Lekker Fit! zijn; • 6 Lekker Fit! gebieden; • 10 Wijken maken ketenafspraken; • Ontwikkelen visie Publiek Private Samenwerking (PPS).

2.2

Lekker Fit! Jonge kind (-9 maanden tot 2 jaar en ouder)

Meer en meer wordt bekend dat ‘The first 1.000 days’, oftewel de eerste duizend dagen van een kind, een belangrijke periode is. In deze periode vanaf de conceptie tot aan de leeftijd van 2 jaar vindt een enorme groei en aanzienlijke ontwikkeling plaats. Om gezond op te groeien wordt het belang van goede voeding, een gezonde leefstijl en een goede ouder/kind interactie steeds duidelijker. Investeringen in de gezondheid en het welzijn van kinderen zijn in deze periode dan ook essentieel om een gezonde en kansrijke toekomst te waarborgen.

8

De eerste 1.000 dagen zijn essentieel voor een goede ontwikkeling van vele functies van het lichaam. Hier wordt de basis gelegd voor een gezonde toekomst. Voeding tijdens de zwangerschap en in de eerste jaren van het leven van een kind vormt de essentiële bouwstenen voor de ontwikkeling van de hersenen, een gezonde groei en een sterk immuunsysteem. Een groeiende hoeveelheid wetenschappelijk bewijs toont aan dat de fundamenten van een persoons levenslange gezondheid met inbegrip van hun aanleg voor obesitas en bepaalde chronische ziekten- grotendeels zijn ingesteld tijdens dit 1.000 dagen venster. Kinderen ontwikkelen zich gelijktijdig op fysiek, intellectueel, sociaal en emotioneel vlak. Deze ontwikkelingsprocessen zijn met elkaar verbonden, van elkaar afhankelijk en versterken elkaar. De gezondheid en het welzijn van een kind kunnen positief worden beïnvloed door het gelijktijdig aanpakken van de basisbehoeften, zoals goede voeding, een verzorgende en veilige omgeving, en het vermogen zich aan te passen aan hun omgeving12 Lekker Fit! zet zich in voor gezonde en fitte Rotterdamse jeugd. Het is dan ook logisch dat Rotterdam zich ook richt op de eerste 1.000 dagen van een kind.

In samenwerking met G4 collega’s en het landelijk Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG) bureau heeft de gemeente Rotterdam geïnventariseerd welke partners een bijdrage kunnen leveren aan een Lekker Fitte basis voor deze jonge ouders en hun kinderen en welke ondersteuningsvraag zij hierbij hebben. In deze inventarisatie zijn tevens partijen meegenomen, die toekomstige ouders bereiken. Vanuit de inventarisatie wordt gestart met de ontwikkeling van een aanpak voor deze doelgroep in co-creatie met uitvoerende partijen en in samenwerking met het gemeentelijke programma Stevige Start. Insteek is dat relevante partners eigenaar worden van de aanpak. In het programmaplan Lekker Fit! 2015 – 2018 is als doel gesteld een aanpak te ontwikkelen en te implementeren ten bate van een Lekker Fitte basis voor de aller jongsten en hun ouders. Deze ontwikkeling gebeurt in co-creatie met uitvoerende partijen. De uitvoering voor de Lekker Fit! jonge kind/ ouders aanpak ligt bij partners in het veld. Het bereik van jonge kinderen en hun ouders is afhankelijk van het bereik van de betreffende partners. Stand van zaken/bereik In dit project is als uitgangspunt gesteld dat de partners gestimuleerd, geïnspireerd en ondersteund worden om met gezonde leefstijl aan de slag te gaan en het projectmanagement van LF! dus zelf niet de ontwikkeling van interventies op zich neemt.

In 2016 is een procesplan geschreven waarin de te nemen stappen hiervoor zijn opgeschreven. Eind 2016 is gebleken dat er duidelijkere keuzes gemaakt moeten worden om partners te overtuigen met het onderwerp aan de slag te gaan. Er is een netwerkbijeenkomst voor mogelijke stedelijke partners georganiseerd en er is aan de hand van gesprekken bekeken welke de meest relevante spelers zijn. Verder is er samengewerkt met de G4 op dit onderwerp en met Stevige Start. Om te kunnen komen tot co-creatie is het belangrijk om de doelgroep in beeld te hebben. Het social marketing onderzoek onder de doelgroep en onder professionals is inmiddels afgerond.

12

Bronnen over de eerste 1000 dagen van een kind:

http://thousanddays.org/the-issue/why-1000-days/ https://time.tno.nl/nl/artikelen/hoe-de-eerste-1000-dagen-bijdragen-aan-een-gezonde-toekomst/

9

2.3

Lekker Fit! Jonge kind (0- tot 4-jarigen met hun ouders, kinderopvang locaties)

De gemeente Rotterdam heeft in 2010 besloten om een Lekker Fit!- aanpak voor kinderen van 0 tot 4 jaar te ontwikkelen. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die op jonge leeftijd gezonde gewoonten aanleren in toekomst vaker gezond zijn. Fittere kinderen zitten beter in hun vel en ontwikkelen zich beter. Deze aanpak is onder andere belegd bij peuterspeelzalen en kinderdagverblijven. De materialen van dit programma zijn ontwikkeld met behulp van de sociale marketing methode. De interventie richt zich op voeding- en bewegingsaspecten en bestaat uit:  een beweegtraining voor pedagogisch medewerkers;  de Smakelijke Moestuin met een voorlichtingsbijeenkomst over gezonde voeding;  borstvoedingsvriendelijk beleid van kinderdagverblijf;  het Belegspel voor pedagogisch medewerkers voor gezond beleg;  Gezonde voedingstips voor pedagogisch medewerkers en ouders;  het invoeren van richtlijnen voor gezonde traktaties op het kinderdagverblijf. Onderzoek De interventie LF! Jonge kind op de kinderopvang locaties is beoordeeld als een effectieve interventie; ze is als “goed onderbouwd” opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. Uit de procesevaluatie blijkt op drie van de vier kinderdagverblijven die het traject hebben afgerond een positieve verandering van de situatie met betrekking tot voeding laten zien13. Hetzelfde geldt voor beweging.

Medewerkers op het kinderdagverblijf vonden het Belegspel (leren van gezonde keuzes van broodbeleg) en de beweegtraining (training in effectieve gestructureerde beweegactiviteiten aanbieden aan kinderen) leuk en leerzaam. Ze zijn zich meer bewust van het nut en de noodzaak van beweging en van gezonde keuzes van beleg. Door de Smakelijke Moestuin lijken kinderen meer geneigd groenten te proeven en te eten14. In een effectstudie naar een Amerikaanse interventie voor pre-schools (twee tot vier jarigen) waar Lekker Fit! Kinderdagverblijf op is gebaseerd, werd voor kinderdagverblijven die het grootste deel van het programma hadden afgerond een significant interventie-effect gevonden op de totale voedingsscore. Voor beweging werd voor de kinderdagverblijven die het grootste deel van het programma hadden afgerond een (niet significante) positieve verandering gevonden in de interventiegroep, en een (niet significante) negatieve verandering in de controlegroep15. Bereik Er zijn met Lekker Fit!-activiteiten voor het jonge kind in totaal ruim 6.000 jonge kinderen bereikt in de leeftijd van nul tot vier jaar door 145 kinderdagverblijven en peuterspeelzalen in de periode van 2012 tot 201716. Dat betekent dat 41% van alle kinderdagverblijven en peuterspeelzalen in Rotterdam Lekker Fit! activiteiten doet17.

Overall kan worden geconcludeerd dat de aanpak Lekker Fit! Jonge kind (kinderdagopvang) interventies kent die voornamelijk een significant effect hebben op het gebied van voeding en (niet-significant) effectief zijn op het gebied van beweging en die daarnaast een substantieel aantal kinderen bereiken.

13 Lekker Fit! 0-4 jaar. Vervolgevaluatie 1e tranche kinderdagverblijven en 2e tranche kinderdagverblijven en

peuterspeelzalen. Bianca Stam. Onderzoek en Business Intelligence (OBI). 2013 14 Procesevaluatie ‘Makkelijke moestuinen voor peuters’ GGD-Rotterdam Rijnmond. 2011. 15 Uit: Databank Effectieve Jeugdinterventies. Lekker Fit! kinderdagverblijf. Nederlands Jeugdinstituut. 16 Uit: Registratiebestand LF! Kinderdagverblijven 17 Berekening op basis van Feitenkaart VVE-monitor 2016. Gemeente Rotterdam 2017 10

2.4

Lekker Fit! Kleuters (4- tot 6-jarigen)

Ook voor kleuters, kinderen van 4 tot 6 jaar, is een Lekker Fit!-onderdeel ontwikkeld. Lekker Fit Kleuters! is sinds schooljaar 2012-2013 een belangrijke pijler van de schoolaanpak geworden. De aanleiding voor deze ontwikkeling was het relatieve hoge percentage van kinderen met overgewicht in de onderbouw van de basisscholen (26% op de Lekker Fit! scholen). De interventie Lekker Fit Kleuters! bestaat uit activiteiten voor leerkrachten, ouders en kleuters en richt zich op het vergroten van kennis, bewustzijn, vaardigheden en/of eigen effectiviteit met betrekking tot een gezond voedingspatroon en beweging bij kleuters. Daarbij richt de interventie zich op het aanpassen van de fysieke (gezonde uitstraling) en politieke omgeving (schoolbeleid). Bij bewegen gaat het over extra, gericht bewegingsonderwijs: minimaal 90 minuten per week aan de hand van een onderbouwde methode.

Het materiaal dat wordt gebruikt is:  Handleiding;  Jaarplan;  Werkwijze bewegingsonderwijs;  Fotobeweegplan met gefotografeerde lesopstellingen;  Digitale nieuwsbrief;  Lekker Fit! lespakket;  Traktatierichtlijn: introductieblad, instructievideo en stappenplan, verjaardagskaart, receptenkaarten voor verantwoorde traktaties;  Vier sets vertelplaten met verhalen over de Groentefroetels en instructievideo;  KleuterKit met materialen voor aanpassingen in de omgeving en begeleidende brief;  Fitmeter: instructie en elektronische fitmeter, toestemmingsformulier en kleurplaten met de resultaten;  Doorverwijzing naar schooldiëtist bij overgewicht  Thermometer om de voortgang van de school te monitoren. Een verschil tussen de ‘kleuteraanpak’ en het onderdeel Lekker Fit! Basisonderwijs (zie hieronder) is dat bij de kleuteraanpak de groepsleerkrachten 1 en 2 persoonlijk gecoacht worden door een LF! kleuterconsulent. Als onderdeel van het kleutercertificaat worden prestatieverplichtingen van groepsleerkrachten gevraagd. Het certificaat LF! Kleuters is gekoppeld aan de school. Een school verdient het certificaat als een goede basis is gelegd voor zelfstandige voortzetting van LF! Kleuters (zonder begeleiding van een LF!-kleuterconsulent).

Onderzoek De interventie LF Kleuters is beoordeeld als een effectieve interventie en is als “goed onderbouwd” opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. Eén van de onderdelen van Lekker Fit! Kleuters is het interactief voorlezen van verhalen over de Groentefroetels waarin groente of fruit gepromoot wordt. De effectiviteit van dit onderdeel is onderzocht onder totaal 160 kleuters van 4-6 jaar. Uit onderzoek18 naar het verhaal waarin wortels gepromoot worden, blijkt dat kinderen die worden voorgelezen over de Groentefroetels vaker wortels eten dan kinderen die niet worden voorgelezen. Kinderen die interactief worden voorgelezen, kiezen vaker voor wortels dan kinderen die passief worden voorgelezen.

18 Enhancing children’s vegetable consumption using vegetable-promoting picture books. The impact of

interactive shared reading and character–product congruence Simone M. de Droog a, Moniek Buijzen a, Patti M. Valkenburg 2014 11

Bereik In totaal hebben de 94 Lekker Fit BO!-scholen een bereik van ongeveer 6.678 kinderen in de leeftijd van 4 tot 6 jaar. In totaal zijn er 13.556 schoolgaande kinderen in Rotterdam in de leeftijd van 4 tot 6 jaar in schooljaar 2016-2017. Dit betekent dat 49% van alle Rotterdamse kinderen in het basisonderwijs van 4 tot 6 jaar wordt bereikt met deze Lekker Fit!- interventie19.

2.5

Lekker Fit! Basisonderwijs (4- tot 12-jarigen)

Lekker Fit! voor het Rotterdamse basisonderwijs is het omvangrijkste en langstlopende project van het gehele programma. In 2005 werd gestart met de basisschoolaanpak. In 2010 was de helft van de Rotterdamse basisscholen Lekker Fit!. De scholenaanpak vormt de basis van het Rotterdamse Lekker Fit! Programma. Lekker Fit! Basisonderwijs (Lekker Fit! BO) wordt inmiddels uitgevoerd op 94 scholen. Deelname is vrijwillig; als een school meedoet, moet die wel het gehele programma implementeren. Niet voor alle scholen met belangstelling voor LF! is ruimte om deel te nemen aan het programma. Scholen die niet deelnemen kunnen gebruik maken van onderdelen van het programma die zij zelfstandig zonder inzet van een LF! vakleerkracht kunnen uitvoeren. Een aantal van deze scholen is actief benaderd en er bleek belangstelling en mogelijkheden te zijn om items zoals LF! Water zelfstandig in te voeren. Lekker Fit! BO wordt op de basisschool uitgevoerd door een HBO gediplomeerde vakleerkracht Lichamelijke Opvoeding (gymleraar nieuwe stijl (GNS)), een schooldiëtist en sportdocenten van een (school)sportvereniging (uitvoerders) en door de schooldirectie en de groepsleerkrachten (intermediaire doelgroepen).

De interventie bestaat uit tien verschillende pijlers en richt zich op het vergroten van kennis, attitude, bewustzijn, vaardigheden en/of eigen effectiviteit van ouders en kinderen met betrekking tot een gezond voedingspatroon en beweging bij kinderen. Daarbij richt de interventie zich op het aanpassen van de fysieke (gezonde uitstraling) en politieke (schoolbeleid) omgeving. De 10 pijlers waarop de Lekker Fit! aanpak in het basisonderwijs is opgebouwd zijn: 1. Extra bewegingsonderwijs tijdens en na schooltijd;  Voor elk kind geldt: o 3x per week 45 minuten gymles; o Tenminste 1x per week 45 minuten een naschoolse beweegactiviteiten op school of binnen een SSV (facultatief). 2. De ‘gymleraar nieuwe stijl’;  geeft de beweeglessen op school van pijler 1;  neemt deel aan deskundigheidsbevordering om de kwaliteit van het bewegingsonderwijs te waarborgen (jaarlijks 4 themamiddagen van 4 uur, 2 intervisiebijeenkomsten van gemiddeld 1,5 uur en een EHBO cursus van 4 (basisopleiding) of 2 (herhaling) hele dagen);  coördineert de implementatie van de interventie op de school. 3. Lespakket Lekker Fit!;  Het lespakket bevat een boekje over voeding, beweging en gezonde keuzes;  De groepsleerkracht behandelt per schooljaar 2 lesboekjes met 3 lessen van 1,5 uur. 4.

Sportlessen als opstap naar de sportvereniging (clinics) (naschoolse activiteit);  Een externe sportdocent verzorgt per schooljaar 1 tot 2 beweegclinics per klas bestaande uit 3 opeenvolgende lessen in dezelfde sport van 45 minuten per les. 5. Sportverenigingen terug in de wijken (schoolsportverenigingen (SSV)) (naschoolse activiteit);

19

Bron: DUO 2017.

12

De SSV biedt wekelijks 4 naschoolse trainingen van minimaal 60 minuten en 4 verschillende sporten aan. 6. Monitoring: leerlingvolgsysteem;  De schooldiëtist en vakleerkracht nemen elk schooljaar de Lekker Fit! test (lengte, gewicht, uithoudingsvermogen) af bij de kinderen (jaarlijks 45 minuten per klas);  De vakleerkracht neemt elk schooljaar minimaal 10 leerlijnen voor motorische ontwikkeling af bij de kinderen (jaarlijks 10x 45 minuten per klas). 7. Onderzoek;  De schooldirectie stelt tijd beschikbaar voor onderzoek ter evaluatie en doorontwikkeling van de interventie. 8. Inzet van een schooldiëtist De schooldiëtist:  signaleert overgewicht en obesitas bij afname Lekker Fit! test (zie pijler 6);  geeft consulten (45 minuten per consult);  geeft oudervoorlichting (jaarlijks minimaal 1 uur). 9. Voeding en gezonde keuzes, zoals Lekker Fruit! en de watercampagne;  Kinderen eten elke ochtendpauze alleen groente of fruit;  Kinderen drinken 2x per dag water op school;  De school hanteert de Lekker Fit! traktatierichtlijn Eén is genoeg en klein is oké. 10. Oudervoorlichting.  De school organiseert elk schooljaar tenminste 1 ouderbijeenkomst van 1 uur over het thema fruit, water, ontbijten, trakteren of bewegen.

Naast de 10 pijlers worden de kinderen van de Lekker Fit! scholen, peuterspeelzalen en kinderdagverblijven tijdens de jaarlijkse Rotterdam Lekker Fit! week gestimuleerd door middel van activiteiten om lekker te gaan bewegen én gezond te eten. Jaarlijks staat er een thema centraal zoals ‘bewustwording van de gezonde leefstijl’. Met de publiciteit wordt ingezet op nudging (met een duwtje in de rug de gewenste gedragsverandering te realiseren). Het is ook een week waarin vernieuwing in het programma wordt gepresenteerd dan wel uitgeprobeerd. Voorbeelden hiervan zijn: rekenen en taal in de gymles, actief buitenspelen en kookclinics waar populaire recepten in een gezond jasje worden gemaakt. Onderzoek De meeste effectstudies zijn uitgevoerd voor het onderdeel Lekker Fit Basisonderwijs!20 In 2006 is door de gemeente Rotterdam een tussentijdse evaluatie uitgevoerd van Lekker Fit! BO21. Hieruit blijkt onder andere dat overgewicht bij kinderen stabiel bleef, fitheid bij kinderen toenam en dat scholen meer bewegingsactiviteiten tijdens en na schooltijd zijn gaan aanbieden. In 2008 is door de GGD Rotterdam-Rijnmond een tevredenheidsonderzoek uitgevoerd onder ouders, directieleden/locatieleiders, vakleerkrachten en sportcoördinatoren22.

Hieruit blijkt dat al deze betrokkenen over het algemeen tevreden zijn over Lekker Fit! en dat Lekker Fit! volgens ouders een positieve invloed heeft op de eet- en beweeggewoonten van hun kind. In 2009 is door de gemeente Rotterdam onderzoek gedaan naar de inzet van de schooldiëtist23. Hieruit komt naar voren dat begeleiding van de schooldiëtist kan leiden tot gewichtsafname bij kinderen. Uit dit onderzoek blijkt

20 De interventie LF! Basisonderwijs is met de aanduiding “effectief volgens eerste aanwijzingen” opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut. 21 Elke Dag Bewegen in 2005-2006, Laurens van Buren, Wilma Jansen en Anke van Berkel Gemeente Rotterdam, dienst Sport & Recreatie. 2006 22 Lekker Fit! Evaluatie 2007-2008. Arnoud van Amersfoort en Claudia de Grauw. Gemeente Rotterdam, dienst Sport & Recreatie. 2008 23 Procesevaluatie Overbruggingsplan: De inzet van de schooldiëtist op Lekker Fit! scholen in de begeleiding van kinderen met overgewicht. Nandani Cals en Wilma Jansen. GGD Rotterdam-Rijnmond. 2009 13

ook dat de interventie in het basisonderwijs in totaal 42% van de kinderen met overgewicht heeft bereikt, dus zijn doorverwezen naar een diëtist. Uit promotieonderzoek van Jansen et al.24blijkt dat Lekker Fit! BO effectief is. Bij kinderen in groep 3 t/m 5 nam het percentage kinderen met overgewicht en de buikomvang significant minder toe in de interventiegroep t.o.v. de controlegroep. Verder blijkt uit trendonderzoek van de gemeente Rotterdam25 dat het percentage kinderen met overgewicht op Lekker Fit! Scholen (groep 3 t/m 8) en in heel Rotterdam (groep 7) in de periode van schooljaar 2006-2007 tot 2011-2012 stabiel is gebleven. In schooljaar 2012-2013 was het percentage overgewicht bij kinderen op Lekker Fit! Scholen gedaald ten opzichte van het schooljaar daarvoor. In de jaren daarna lijkt dit lagere percentage te stabiliseren. Vanaf het schooljaar 2015-2016 lijkt het percentage kinderen met overgewicht weer toe te nemen en in de schooljaren 2015-2016 en 20162017 is het percentage kinderen met overgewicht weer vergelijkbaar met de eerste jaren van Lekker Fit!26. In de periode van schooljaar 2006/2007 tot schooljaar 2016/2017 is het percentage kinderen met overgewicht namelijk gedaald van 28% naar 27%.

Daarnaast zijn er effecten gerapporteerd op het gebied van voeding (minder snoepen, ouders geven aan dat het gezin vaker gezond eet27, meer meisjes op de basisschool zijn gaan ontbijten28, 5x per week groente en fruit eten is toegenomen onder 5- en 10 jarigen). Ook zijn er significante effecten op het gebied van beweging. Kinderen die hun beweegrapport kennen; zij bewegen meer en doen vaker mee aan naschoolse activiteiten29. Een ander significant effect is dat 5 x per week buitenspelen onder 4 t/m 11 jarigen is toegenomen van 51% naar 60% in de periode 2011 tot 2014. Negatief is echter de ontwikkeling van het 1x per week sporten door 10-jarigen op LF!-basisscholen. Dat is gedaald van 68% naar 65% in 2008 tot 2014. Net als het lidmaatschap van een sportvereniging door 10-jarigen. Dat is gedaald van 68% naar 65% in de periode 2008- 2014. Bereik De 94 Lekker Fit BO!-scholen hebben een bereik van 18.091 kinderen in de leeftijd van 6 tot 12 jaar. In totaal zijn er 38.515 schoolgaande kinderen in deze leeftijdscategorie in Rotterdam in schooljaar 2016-2017. Dit betekent dat 47% van alle Rotterdamse kinderen in het basisonderwijs van 6 tot 12 jaar wordt bereikt met deze Lekker Fit!- interventie30.

Wanneer we kijken naar het bereik van Lekker Fit! voor het gehele Rotterdamse basisonderwijs, dus voor basisschoolleerlingen van alle leeftijdscategorieën, dan hebben de 94 Lekker Fit BO!-scholen een bereik van ongeveer 25.000 kinderen. In totaal zijn er 52.071 schoolgaande kinderen in de leeftijd van 4 tot 12 jaar in Rotterdam. Dit betekent dat bijna de helft (48%) van alle Rotterdamse kinderen in het basisonderwijs wordt bereikt met deze Lekker Fit!- interventie31. Overkoepelend kan worden geconcludeerd dat het bereik van de interventie in het basisonderwijs groot is. Dit blijkt ook uit het feit 24 Effectiveness of a primary school-based intervention to reduce overweight. Wilma Jansen, Gerard Borsboom,

Abraham Meima, Evelien Joosten-Van Zwanenburg, Johan P. Mackenbach, Hein Raat, & Johannes Brug. Erasmus MC, GGD Rotterdam-Rijnmond & VUmc. In: the International Journal of Pediatric Obesity, 2011 25 Overgewicht van Rotterdamse kinderen over de jaren. Bianca Stam, Anke Dommisse-van Berkel en Petra van de Looij-Jansen Organisatie: GGD Rotterdam - Rijnmond 26 Trendanalyse overgewicht onder Rotterdamse kinderen 2006-2017. Bianca Stam. Onderzoek en Business Intelligence, gemeente Rotterdam; 2017. 27 Lekker Fit! Evaluatie 2007-2008. Arnoud van Amersfoort en Claudia de Grauw. Gemeente Rotterdam, dienst Sport & Recreatie. 2008. 28 Effectevaluatie van Lekker Fit! in Rotterdam. Een project voor basisscholieren ter bevordering van een gezonde leefstijl. A. (Bram) Meima, E. (Evelien) Joosten - van Zwanenburg, W. (Wilma) Jansen. 2008. 29 Lekker Fit! Evaluatie 2007-2008. Arnoud van Amersfoort en Claudia de Grauw. Gemeente Rotterdam, dienst Sport & Recreatie. 2008. 30 Bron: DUO 2017. 31 Bron: DUO 2017. 14

dat 18.000 kinderen 3x per week gymles krijgen en dat ruim 14.000 kinderen gezond trakteren. Er zijn in verschillende effectstudies bewezen significante effecten gerapporteerd op voeding, bewegen en overgewicht, waardoor het legitiem is om te zeggen dat Lekker Fit! Basisonderwijs een effectieve interventie is met een groot bereik.

2.6

Lekker Fit! Voortgezet onderwijs (12- tot 14-jarigen)

De Lekker Fit! Voortgezet Onderwijs (VO) aanpak was een structureel beweeg- en voedingsprogramma voor eerstejaars leerlingen van het voortgezet onderwijs in Rotterdam. De LF!VO-aanpak was gestart in 2008 en richtte zich met name op leerlingen in het praktijkonderwijs en het VMBO (23 Rotterdamse scholen). Bewustwording en motivatie rondom meer bewegen en gezonder eten staan centraal. Belangrijke elementen in de Lekker Fit! VO aanpak zijn sport, voeding en uitdaging/competitie. Middelbare scholieren waren tot schooljaar 2015-2016 een doelgroep van Lekker Fit! Uit interne evaluatie is gebleken dat de 14 VO-scholen die uiteindelijk Lekker Fit! waren, zich in tegenstelling tot basisscholen minder betrokken voelden bij de aanpak. Hierdoor kon de aanpak niet stevig genoeg geborgd worden. Onderzocht is welke succesvolle onderdelen, zoals: de scholencompetitie, het lespakket en de gezonde schoolkantine, zoveel mogelijk door de scholen zelf kunnen worden doorgezet. Uitgangspunt hierbij was, dat hierdoor de contacten met de scholen en de leerlingen in stand blijven en de gezonde leefstijl wel op de agenda van de VO-scholen blijft staan. De belangrijkste Lekker Fit VO! programma doelen waren oorspronkelijk: 1. In 2010 zouden 25 VO-Scholen meedoen aan het programma; 2. Een wezenlijke conditieverbetering bij de leerlingen van de deelnemende scholen; 3.

Het voedingspatroon van de leerlingen en de kwaliteit van de schoolkantines zijn bij de deelnemende scholen verbeterd; 4. De leerlingen van de deelnemende scholen hebben een gezondere leefstijl; 5. Op de deelnemende scholen is een actieve organisatie van sportteams; 6. Er is een actieve stedelijke schoolsportcompetitie op zowel recreatief als competitief niveau; 7. Er is een actieve samenwerking tussen (sport-) verenigingen en VO- en MBO-scholen.

15

Het Lekker Fit! programma van VO-scholen bestond in schooljaar 2015-2016 uit: 1. Een scholencompetitie: de leerlingen werden onder schooltijd door de LF! vakdocent of eigen docent LO voorbereid op de competitie. Er werden geen clinics of trainingen gegeven door externe partijen. Veertien scholen namen deel aan de scholencompetitie. 2. Voedingslessen (DOiT). Het DOiT programma waar 14 VO-scholen aan deelnamen was afgestemd op jongeren en richtte zich op het voorkomen van overgewicht. Deze voedingslessen konden voortgezet worden maar zonder personele en financiële inzet vanuit het programma Rotterdam Lekker Fit!. 3. VO 2.0 Dit concept was bedoeld om meisjes in de VO brugklassen structureel meer te laten bewegen. Het Lekker Fit! bood een gesloten online Facebook omgeving aan een groep meisjes waarin ze demo’s en ‘how to’ video’s aangeboden kregen om het thuis dansen op Youtube filmpjes te stimuleren. De aanpak was gericht op brugklassers en de begeleiding lag bij een derdejaars leerling. Uiteindelijk is één school met dit project gestart. Tot 2014 waren scholen die meededen aan het Actieprogramma Rotterdam Lekker Fit VO! project verplicht het aanbod van de schoolkantine door te lichten en te verbeteren. De GGD hanteerde hiervoor de methode Gezonde Schoolkantine van het Voedingscentrum.

Er werd gewerkt vanuit een integrale aanpak waarbij niet alleen wordt gekeken naar het aanbod in de schoolkantine, maar eveneens werd gezorgd voor inhoudelijke ondersteuning in de lessen: aandacht voor gezonde voeding en voor het maken van een verantwoorde keuze. Er namen in totaal 25 VO-scholen aan deel. De Gezonde Schoolkantine had vier aandachtspunten: 1. Een gezonder aanbod; 2. Een veiliger aanbod als het gaat om hygiëne; 3. Integratie van lessen en de kantinepraktijk; 4. Het samenbrengen van betrokkenen om duurzaam beleid te maken en uit te voeren. De Gezonde Schoolkantine (GSK) is in 2014 ondergebracht bij team Gezonde School van de directie Jeugd & Onderwijs. Onderzoek Er is geen evaluatie-onderzoek gedaan naar de Scholencompetitie, wel naar de opvolger van dit project (Challenge010). Toen de scholencompetitie stopgezet werd, bleven de deelnemende LF! VOscholen niet verstoken van extra beweegaanbod: twaalf van de veertien scholen namen deel aan Challenge010 dat zich hoofdzakelijk richtte op 12- tot 16-jarige jongeren die nog geen lid zijn van een sportvereniging. De Universiteit Utrecht onderzocht de effecten van het eerste jaar Challenge010. Van de deelnemende scholieren was 67 procent nog geen lid van een sportvereniging. Van alle deelnemers gaf 88 tot 94 procent zelfs aan te willen blijven sporten na Challenge010.

Daarmee leek het programma een bijdrage te leveren aan structurele sportparticipatie van de jongeren. De deelnemers gaven aan dat Challenge010 hen aansprak vanwege onder meer de elementen plezier, de competitie tegen andere scholen en de mogelijkheden om gescout te worden. Ook de grote betrokkenheid van de vakleerkrachten en de ‘streetcredibility’ van de Challenge010-coördinatoren waren succesfactoren. Deze coördinatoren stonden dicht bij de leerlingen; ze kwamen bijvoorbeeld uit dezelfde buurt en ze spraken de taal van de straat. Dat sprak de jongeren aan32. Het aantal deelnemende scholen bleef echter beperkt tot 14 scholen.

32 Challenge010 werkzame mechanismen en de resultaten van het eerste jaar. Frank van Eekeren, Bake Dijk,

Anne van de Vijver. Universiteit Utrecht. 2014. 16

Uit een evaluatie-onderzoek naar de voedingslessen (DOiT) van Van Nassau die van 2011 tot 2013 twintig Nederlandse scholen volgde die met het aangepaste DOiT programma gingen werkten, blijkt dat het programma niet leidde tot significante interventie effecten zoals gemeten twintig maanden na de start van het oorspronkelijke programma. Wel werd een significant verschil gevonden in het drinken van suikerhoudende drankjes bij meisjes en een verbetering van het ontbijtgedrag bij jongens vergeleken met jongeren die het programma niet kregen. Effecten op gewicht waren nog niet zichtbaar. Uit het onderzoek bleek ook dat docenten ongeveer de helft van de geplande DOiT-lessen gaven. De hoeveelheid gegeven lessen nam bovendien af gedurende de twee schooljaren. Als reden hiervoor gaven docenten: andere onvoorziene prioriteiten, uitval van docenten en een hoge werkdruk. De docenten waren tevreden over de lessen en het lesmateriaal, de jongeren waren hierover slechts matig tevreden33. Ten aanzien van het onderdeel VO 2.0 kan gesteld worden dat de scholen niet enthousiast waren om mee te doen, waardoor het als interventie nauwelijks effectief is geweest. Voor het VO-project de Gezonde schoolkantine geldt dat het bereik relatief hoog is.34 Bereik Veertien VO-scholen hebben Lekker Fit!-activiteiten uitgevoerd vanaf 2008.

In schooljaar 2015-2016 zijn deze activiteiten gestopt of in een andere vorm gecontinueerd. Het bereik van Lekker-Fit!activiteiten van leerlingen in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs betrof naar schatting 734 leerlingen35. In totaal zijn er 6.460 leerlingen in het eerste jaar van het voortgezet onderwijs in Rotterdam in schooljaar 2015-2016. Dat betekent dat 11% van de leerlingen in het eerste jaar van het Rotterdamse voortgezet onderwijs werd bereikt in schooljaar 2015-2016 in het kader van Lekker Fit!36 Gezonde school Naast het programma Lekker Fit! bestaat er landelijk de Gezonde Schoolaanpak. De GGD-regio’s werken samen aan deze aanpak. In totaal doen in Rotterdam ca 27 scholen hieraan mee. Een Gezonde School (PO, VO of MBO) besteedt structureel aandacht aan gezondheid. Dit doen ze aan de hand van de vier Gezonde School-pijlers. Een school is een Gezonde School als zij het vignet Gezonde School hebben behaald. Dit vignet is een kwaliteitskeurmerk voor scholen die werken aan het verbeteren van de gezondheid van hun leerlingen.

2.7

Jongeren Op Gezond Gewicht (JOGG)

Rotterdam heeft zich sinds 2010 aangesloten bij het landelijke JOGG (Jongeren Op Gezond Gewicht). JOGG is de beweging waarbij iedereen in de stad, dorp of wijk zich inzet om gezond eten en bewegen voor jongeren gemakkelijk en aantrekkelijk te maken. Jongeren, hun ouders en hun omgeving staan hierbij centraal. Het is een lokale aanpak waarbij niet alleen ouders en gezondheidsprofessionals zich bezighouden met het bevorderen van gezond gewicht bij kinderen, maar bijvoorbeeld ook winkeliers, bedrijven, scholen en de gemeente zelf. De vijf uitgangspunten (pijlers) van het Nederlandse JOGG zijn:

33

Barriers and facilitators to implementation of DOiT. Femke van Nassau. 2015

34 Relaties van de fysieke omgeving met leefstijl, redzaamheid en sociale verbindingen. Een samenvatting van

de wetenschappelijke literatuur in opdracht van de Raad voor de Volksgezondheid en zorg door C.B.M. Kamphuis et al. 2014 35 Bron: DUO 2017 (van 5 scholen ontbreken leerlingengegevens). 36 Bron: DUO 2017. 17

1 2 3 4 5

Landelijk en lokaal politiek-bestuurlijk draagvlak. Zowel landelijk als lokaal worden ambassadeurs en kwartiermakers ingezet om gemeentelijke bestuurders te enthousiasmeren voor JOGG; Publieke en private samenwerking wordt gestimuleerd, onder andere tussen scholen, gezondheidsdiensten, supermarkten, bedrijfsleven, sportverenigingen en ziekenhuizen; Sociale marketing; het toepassen van marketingconcepten en technieken om positieve maatschappelijke of sociale veranderingen te bewerkstelligen; Wetenschappelijke begeleiding van projecten en interventies (evaluatie); Verbinding preventie en zorg.

Het onderdeel ‘jongeren op gezond gewicht’ binnen het programma Lekker Fit! krijgt in Rotterdam vorm door middel van de aanpak Lekker Fit! Gebied en Aansluiting Preventie en Zorg. In de volgende twee hoofdstukken worden deze onderdelen nader toegelicht.

2.8

JOGG: Lekker Fit! Gebied

De doelstelling van het programma-onderdeel Lekker Fit! Gebied is om met behulp van de JOGGmethodiek te starten in twee Rotterdamse wijken de prevalentie van overgewicht van kinderen terug te dringen. Via JOGG bieden gemeenten activiteiten in de wijk. In deze integrale aanpak werkt de gemeente Rotterdam samen met publieke en private partners om meer kinderen en jongeren op een gezond gewicht te houden en/of te krijgen. De LF! Gebied aanpak vindt plaats in de gebieden Feijenoord en Delfshaven. In IJsselmonde heeft de watercampagne ook plaatsgevonden. September 2017 is een aanzet gemaakt voor de start in Kralingen-Crooswijk. Het is de bedoeling dat er in 2018 wordt opgeschaald naar de gebieden Charlois en Noord. Bij de keuze van deze gebieden is gekeken naar de prevalentie overgewicht en obesitas bij kinderen. Activiteiten die plaatsvinden in een gebied hebben betrekking op onder andere de watercampagne, voeding en meer bewegen. In de gebiedsaanpak worden ook de niet-Lekker Fit! scholen betrokken. Deze worden hieronder toegelicht. Watercampagne Rotterdam is met de watercampagne gestart in de wijken Delfshaven en IJsselmonde. Daar is in de loop van de tijd Feijenoord bij gekomen. Er is expliciet gekeken naar bestaande aanpakken die zich effectief hebben bewezen.

Een belangrijk thema waar de gebiedsaanpak zich op richt is water drinken (waar mogelijk is er aansluiting bij landelijke en stedelijke watercampagne). Activiteiten die in dit kader zijn ontwikkeld om het water drinken te stimuleren zijn: Spelen met water, Leuke bekertjes en rietjes, Waterkaraffen versieren, Waterdrinken = de norm, Gratis watertappen, Leren lezen & waterdrinken. Ook is er in samenwerking met SO en SB een werkgroep opgericht voor het vergemakkelijken van het plaatsen van watertappunten op verblijfs- sport en speelplekken die druk bezocht worden. Er zijn reeds enkele watertappunten door Evides geplaatst, momenteel wordt gekeken hoe dit verder uit te rollen. Bereik en effecten Watercampagne De watercampagne is een interventie met een behoorlijk groot bereik. In totaal zijn er honderden organisaties of instellingen hierbij betrokken bij. Er zijn veel kinderen en ouders bereikt en veel bezoekers van speeltuinen, educatieve tuinen en kinderboerderijen. De effecten van de gebiedsgerichte interventies zijn minder goed vast te stellen, aangezien er weinig effectstudies zijn uitgevoerd op dit vlak. Er is wel een effectstudie geweest naar de Watercampagne, een van de belangrijkste interventies op het gebied van Lekker Fit! Gebied. De evaluatie gebeurde op pilotscholen in twee Rotterdamse wijken: het Nieuwe Westen en Hordijkerveld en dateert uit 201437.

37 Rotterdam Lekker Fit! Derde nameting Watercampagne pilotscholen 2014. Ineke Vogel en Petra van de Looij-

Jansen. O&BI. 2014. 18

Hieruit blijkt dat kinderen het drinken van gezoete dranken in 2013 significant “slechter” vinden en als “onprettiger” waarderen vergeleken met de vorige meting en dat ze zeker van zijn dat ze het komende half jaar minder gezoete dranken gaan drinken. Uit deze studie blijkt ook dat ze het gemakkelijker vinden om geen gezoete dranken te drinken. Dit is een goede stap in de richting van gedragsverandering. Maar in de derde nameting van de Watercampagne in 2014 wordt ook geconcludeerd dat kinderen het drinken van gezoete dranken niet per se vervangen door het drinken van water; de attitude en intentie wat betreft het drinken van water waren in 2013 niet veranderd ten opzichte van 2012. Uit de observaties bleek wel dat tijdens latere metingen er significant minder vaak gezoete dranken worden meegenomen voor de pauze van 10 uur en significant vaker water. Eerder onderzoek van de Watercampagne38 liet al zien dat kinderen van interventiescholen na één jaar minder gezoete dranken dronken dan kinderen van controlescholen (gebaseerd op observaties en ouder vragenlijsten). Deze studie liet ook een toename zien in de waterconsumptie. Deze toename was echter zichtbaar in zowel de interventie- als de controlegroep; een effect van de interventie kon niet worden aangetoond. Het bereik van de watercampagne is niettemin groot.

De campagne richt zich ook op grote groepen, zoals bezoekers van speeltuinen, kinderdagverblijven en educatieve tuinen. Voeding In 2017 is naast de aandacht voor het bevorderen van water drinken ook begonnen met het aandacht geven aan gezonde voeding. Hierbij wordt samengewerkt met diverse partijen: school, NME en gebied. Aandacht voor voeding is van belang, maar is een lastig onderwerp. Naast het feit dat voeding voor mensen een privé-aangelegenheid betreft en het daardoor lastig kan zijn om bespreekbaar te maken zijn er ook veel uiteenlopende meningen over wat gezonde voeding is. De eenvoud van de boodschap die bij de watercampagne succesvol is: water is goed voor de dorst, suikerhoudende dranken leveren veel loze calorieën en suikers, is bij overige voeding lastiger te formuleren. Daarnaast blijkt dat een lesje in de klas alleen niet voldoende is, maar dat de kinderen zelf moeten ervaren: bijvoorbeeld op excursie naar een boerderij of zelf koken. Vanwege het belang van voeding voor de gezondheid en gesteund door landelijke aandacht voor voedseleducatie, is in het voorjaar van 2017 door Lekker Fit! en NME een pilot gestart waarbij een samenwerking gezocht werd tussen scholen, NME, ouders en lokale organisaties: de kookclinics. Hierbij staat het plezier van samen koken (kinderen met kinderen, ouders met kinderen, of ouders met elkaar) voorop.

Tegelijkertijd is een kookclinic een moment om op een positieve, niet veroordelende manier het gesprek over gezonde voeding aan te gaan. De boodschap die hierbij gegeven wordt is: eet meer groente, minder suiker en minder vet. De pilot werd goed ontvangen, met name de samenwerking tussen de verschillende partijen. De kookclinic is in het najaar 2017, met enkele aanpassingen, nogmaals gegeven als een train-de-trainers aan groepjes ouderconsulenten, ambassadeurs (vrijwilligers) uit de 4 gebieden met het hoogste overgewicht (Delfshaven, Feijenoord, IJsselmonde, Crooswijk) en educatief medewerkers van NME. Eind 2017 is een train de trainer workshop gegeven, waarbij de doelstelling is ca 35 mensen te trainen om zelf een kookclinic te geven. De verwachting is als een groot percentage daarvan zelf weer kookclinics geeft er een aanzienlijk bereik zal worden gerealiseerd. Vanaf 2018 zal NME de kookclinics overnemen van Lekker Fit! en door ontwikkelen als NME product als onderdeel van de verzelfstandiging, waarbij de samenwerking met andere partijen blijft bestaan. Deze clinic kan worden gecombineerd met bijvoorbeeld schooltuinieren of naschoolse activiteiten. Bovendien ligt de koppeling met groente zaaien, oogsten klaarmaken en opeten ook voor de hand.

38

V.M. van de Gaar, W. Jansen, A. van Grieken, G.J.J.M. Borsboom, S. Kremers, H. Raat. Effects of an intervention aimed at reducing the intake of sugar-sweetened beverages in primary school children: a controlled trial. International Journal of Bahavioural Nutrition and Physical Activity; 2014 (11;98). 19

Daarnaast dienen zich, met name vanaf de zomer 2017, diverse (particuliere) initiatieven en partners aan op het gebied van voedingseducatie. Een van de grote partners is het landelijke Jong Leren Eten (EZ). Binnen de gemeente wordt inmiddels afdelingsoverstijgend de ingekomen initiatieven beoordeeld en, indien zinvol, aan elkaar gekoppeld. In september 2017 is een pilot gestart waarbij studenten van Hogeschool InHolland Smaaklessen geven (ontwikkeld door universiteit Wageningen) in diverse settings. Mogelijk leidt dit tot een duurzame inzet van een jaarlijkse stroom 2e-jaars studenten (circa 50) van de afdeling Food technology and marketing. Bewegen Naast de watercampagne zijn er in het gebied vanuit het programma Lekker Fit! activiteiten die zich specifiek op bewegen richten. Het gaat hier om activiteiten aanvullend op de bewegingsactiviteiten vanuit de pijlers Lekker Fit! BO (clinics, schoolsportverenigingen), zoals het ouder-kind toernooi en Lekker Fit! met Feijenoord. Uit de evaluatie van Lekker Fit! met Feijenoord komt naar voren dat het een succesvolle pilot is geweest: op basis van voor- en nametingen is gebleken dat de BMI bij meer dan de helft van de deelnemende kinderen (58%) is gedaald. In 3% gevallen is de BMI gestabiliseerd en in 39% is de BMI gestegen.

De helft van de deelnemende kinderen nam gedurende de 13 weken structureel minimaal eenmaal per week deel aan een sportactiviteit. 39. LekkerFitter maken van de niet-Lekker Fit! scholen Het uitgangspunt van Lekker Fit! Gebied is het betrekken van de partners, bewoners en organisaties die actief zijn in het gebied (community) bij het stimuleren van gezonde leefstijl bij kinderen. Dit betekent bijvoorbeeld dat ook niet-Lekker Fit! scholen kunnen deelnemen. Om de mogelijkheden te verkennen van deze basisscholen die geen Lekker Fit! locatie zijn, is de pilot ‘LekkerFitter’ maken van de niet-Lekker Fit! scholen’ gestart. Uit een eerste verkenning onder niet-Lekker Fit! scholen blijkt het volgende: - Directeuren geven aan dat er nog veel winst te behalen valt op de kwaliteit van het bewegingsonderwijs. Het ontbreekt bij veel scholen vaak aan een goede kwalitatieve gymdocent en een trekker op het gebied van de gezonde leefstijl om dit structureel te stimuleren; - De meesten scholen willen LF! school worden; - Meer bewegen door leerlingen heeft positieve gevolgen voor hun gezondheid, voor het leerklimaat en voor het welbevinden in de klas. Smartbreaks is een heel mooi voorbeeld van een product dat helemaal aansluit op de behoefte van de directies en de groepsleerkrachten. Het kost geen geld, weinig tijd en energie om dit toe te passen binnen de school.

Het is een product wat de groepsleerkrachten juist ondersteunt om de energie en de concentratie in de klas in balans te houden door leerlingen vaker tussendoor te laten bewegen. Het online platform SmartBreaks maakt dat erg makkelijk. Met een paar drukken op de knop laat de meester of juf een filmpje zien op het Smartboard met instructies voor een leuk beweegtussendoortje; - Veel scholen geven weinig tot geen aandacht aan het stimuleren van water drinken; - Scholen geven aan dat er te grote verschillen zijn ontstaan tussen LF!- en niet-LF!- scholen. De LF!- scholen ontvangen namelijk subsidie in het kader van het LF!-programma. Dit in tegenstelling tot de niet-LF! scholen.

39

Evaluatieverslag Lekker Fitter! met Feyenoord 2016-2017, Dennis Besems. 2017

20

-

De productencatalogus LF! is een praktisch en bruikbaar hulpmiddel. Deze catalogus geeft een overzicht van alle Lekker Fit! Materialen, activiteiten en verdere informatie op het gebied van stimuleren van de gezonde leefstijl waar scholen gebruik van kunnen maken.

Bereik pilot Lekker Fitter maken van niet-Lekker Fit!- scholen Door middel van de pilot, die is gestart in schooljaar 2016-2017, worden 10 niet-LF!- basisscholen bereikt met activiteiten zoals: advies over de richtlijn en implementatie van Lekker Fit!- trakteren, stimuleren van water drinken, uitleg over daily mile (dat als doel heeft om kinderen te helpen fit te blijven door vijftien minuten per dag te wandelen of hard te lopen op school), een workshop voor ouders over gezonde voeding, smart breaks, het uitdagender maken van het schoolplein (om het bewegen van de kinderen te stimuleren) en het begeleiden van de niet LF!-school vanuit het Lekker Fit!-netwerk om een kwalitatief goede gymdocent aan te trekken. Bereik Lekker Fit!-gebied De overall conclusie is dat Lekker Fit! Gebied een aantal interventies bevat met een behoorlijk groot bereik. Dit geldt met name voor de interventies in het kader van de Watercampagne, omdat die zich ook op bezoekers richten.

2.9

JOGG: Aansluiting Preventie en Zorg

Wat betreft preventie en zorg heeft Rotterdam sinds 2010 aansluiting gezocht bij de JOGG-aanpak. Hieronder gaan we in op de aansluiting preventie en zorg in de verschillende gebieden. Pilot Delfshaven In Delfshaven is in 2016 een doorstart gemaakt met de ketenaanpak. In eerste instantie richtte deze zich op de wijk Bospolder-Tussendijken in Delfshaven, omdat hier een percentage overgewicht erg hoog is, zowel onder volwassenen als kinderen. Er is een netwerk gevormd van huisartsen, fysiotherapeuten, wijkverpleegkundigen, diëtisten, sportaanbieders, wijkwerkers welzijn, CJG en vanuit de gemeente PGW&Z, LF! en sportregie. Zorgimpuls had en heeft de opdracht om dit netwerk bijeen te roepen. Het eerste jaar was dit circa eens per 6 weken, nu is het 4 x per jaar. De kracht van dit netwerk ligt vooral in het leren kennen van een groot deel van het ketennetwerk in 1 wijk. Het opkomstpercentage op de bijeenkomst was redelijk hoog, wat aangeeft dat de deelnemers het nut van de bijeenkomsten zien. Er is een verwijsschema gemaakt met de groep en er is veel kennis gedeeld, zoals bijvoorbeeld positieve gezondheid van Machteld Huber, wat vervolgens door een aantal deelnemers getest is in de praktijk, zij het zeer spaarzaam. Ook is er een poging ondernomen om en gezondheidsfestival met elkaar te organiseren, dit bleek niet haalbaar, ondanks inspanningen van een aantal groepsleden.

Al met al moet geconstateerd worden dat het heel zinvol is om elkaar te (leren) kennen, een netwerk op te bouwen, maar dat het daadwerkelijke samenwerken nog heel lastig is. Vaak komt dit alles bij het gewone werk en is er simpelweg niet voldoende ruimte om experimenten van samenwerken goed in te bouwen in de dagelijkse praktijk. Ook werken de deelnemers op heel verschillende (mandaat) niveaus, wat samenwerking niet altijd vanzelfsprekend maakt, en de verwachtingen zijn zeer verschillend naar elkaar. Binnen de ketenaanpak speelt daarnaast dat veel afspraken en beleid op landelijk vlak ligt, dat niet op lokaal/ wijk niveau opgelost kan worden. Denk bijvoorbeeld aan juridische afspraken ten aanzien van delen van dossiers bijvoorbeeld tussen CJG en LF! Scholen, of tussen diëtisten en CJG/ huisartsen/ maatschappelijk werk. Het is een complexe opgave, de ketenaanpak, maar elkaar leren kennen is een eerste voorwaarde en daarin voorziet dit netwerk. Feijenoord - Samen één in Feijenoord Voor het gebied Feijenoord is vanuit het programma Lekker Fit! geen invulling gegeven aan pijler 5 21

(ketensamenwerking verbinding preventie-curatie). In relatie tot de verbinding van het sociale en medische domein is van belang te noemen dat in het gebied Feijenoord sinds 2007 het netwerk ‘Samen één in Feijenoord’ actief is. Er zijn inmiddels meer dan 30 partijen aangesloten die actief zijn in de sectoren zorg, welzijn, wonen en participatie. Samen één in Feijenoord faciliteert professionals in de deelgemeente met als uiteindelijke doel om de gezondheid en de kwaliteit van leven van de inwoners van Feijenoord te verbeteren. Zij werken daarom vanuit een integraal netwerk, waarin organisaties vanuit verschillende sectoren, werkend op verschillende leefgebieden, vertegenwoordigd zijn. Op die manier kunnen ze de bewoner op de verschillende leefgebieden zo goed mogelijk ondersteunen. Samen één in Feijenoord bestaat uit verschillende organisaties op het gebied van zorg, welzijn, wonen en onderwijs. Samen één in Feijenoord staat voor het verbinden en creëren van een sluitend netwerk tussen organisaties uit uiteenlopende sectoren. Het delen van kennis en vaardigheden staan hierin centraal. Door verschillende diensten te verbinden en een sluitend netwerk te creëren, versterken de partijen elkaar. LF! heeft 1 keer per maand zitting in het overleg van Samen één in Feijenoord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c23143f3-d564-452b-8b9a-0fdabac66cf8