[24bb000590] Bijlage behorende bij 24bb000589 over eindrapport hervormen bijdrageregeling EV ERAC
Tekst van het document
5.5 Overzicht aanbevelingen en overwegingen 3.
Handhaving op projecten
Aanbeveling
Het verplicht ondertekenen van een
Verplichting opnemen als voorwaarde
3.1
Letter of Intent (LoI) OF
Opmerking: samenwerkingsovereenkomst is sterker
samenwerkingsovereenkomst
maar in praktijk lastiger vanwege hogere commitment eis.
Aanbeveling
Opnemen van maximale looptijd voor
Voordelen:
3.2
project van drie (of vier) jaar en:
•
Afbakening van project
Opnemen van mijlpalen en
•
Meer grip op voortgang project
bewijsstukken
Nadeel:
Verlenging van maximaal 1 jaar
•
• •
Meer control werkzaamheden MRDH
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 24
Aanbeveling
Opnemen van wijzigingsverzoeken
Voordelen:
3.3
(nieuwe ‘go’):
•
Afbakening
•
Concreet en controle
• •
Inclusief budgetveranderingen >10%
Nadeel:
Wijzigen van mijlpaalmomenten
•
Overweging
Het invoeren van sancties bij het foutief
3.1
en te laat aanleveren van financiële
Meer werkzaamheden MRDH
Voordeel: •
stukken.
Extra incentive om urenstaten op tijd en juist aan te leveren
Nadeel: •
Bestuurlijk lastig om sancties uit te moeten delen
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 25
6.
Administratieve lasten
In dit hoofdstuk staat deelvraag twee centraal. Deze deelvraag luidt: “Hoe kunnen de administratieve lasten van de gemeentes verlaagd worden zonder deze lasten door te schuiven naar de MRDH?”. Eerst worden alle knelpunten in kaart gebracht die op dit moment aanwezig zijn. Vervolgens wordt in paragraaf twee gekeken naar hoe de administratie vereisten bij andere regelingen ingeregeld zijn. In paragraaf drie wordt vanuit de ervaringen van paragraaf twee en de ervaring van ERAC gekeken naar mogelijke aanbevelingen.
6.1
Knelpunten
In dit hoofdstuk worden alle knelpunten behandeld die naar voren zijn gekomen tijdens feedbackgesprekken met gemeentes en de werksessie met gemeentes. Het is belangrijk om vanuit deze knelpunten op zoek te gaan naar mogelijke oplossingen. Vanuit de gemeentes wordt de administratie en verantwoording van projecten vaak gezien als een zware last. Dit komt aan de ene kant door een aantal knelpunten en de andere kant door de rol die de gemeentes binnen de Bijdrageregeling volbrengen. Gemeentes zijn bij de Bijdrageregeling een tussenstap in het verantwoordingsproces richting de MRDH. Dit betekent dat de gemeentes in sommige projecten niet meewerken aan de opdrachten, maar wel de aanvraag en verantwoording moeten volbrengen. Hierbij werd tijdens de werksessies wel duidelijk dat dit standpunt niet bij elke gemeente gedragen wordt. Zo waren er ook gemeentes die zich afvroegen waarom aan dit soort projecten wordt meegewerkt als er ook projecten zijn waarin de gemeentes wel ook een actieve rol kunnen hebben. Naast de rol van de gemeentes waardoor administratie als last voelt, zijn er ook daadwerkelijk knelpunten die opgelost kunnen worden in de Bijdrageregeling. Om te beginnen geven verschillende gemeentes aan moeite te hebben met in-kind (urenverantwoording).
Hierbij wordt aangegeven dat het veel tijd en moeite kost om achter alle urenstaten aan te gaan en deze allemaal goed en volledig af te laten tekenen. Maar daarnaast wordt ook de tariefberekeningen als lastig ervaren. Verder blijven de regels omtrent staatssteun en btw-situaties lastig. In de huidige situatie zijn de gemeentes allemaal individueel verantwoordelijk voor het uitzoeken van alle wet- en regelgeving. Hierin willen de gemeentes graag meer informatie zien en geven zij aan behoefte te hebben aan een soort handleiding. Zoals de formats voor staatssteunanalyse, kan ook een format of stroomschema helpen bij het bepalen of een organisatie wel of niet btw-plichtig is. Daarnaast worden tussentijdse verantwoordingsrondes ook als zware last gezien en willen de gemeentes af van de verplichte accountantscontrole. Het verantwoordingsproces neemt op dit moment veel tijd in beslag en gemeentes geven aan dat het beoordelingstermijn te lang is (8 maanden te lang). Over het algemeen willen de gemeentes de administratieve lasten omlaag, ondanks dat er ook gemeentes zijn die inzien dat de administratieve lasten nou eenmaal erbij horen. Ook wordt aangegeven dat het aanpassen van de verantwoordingsregels niet tussentijds zou moeten gebeuren. Zo willen de gemeentes vanaf start van een project duidelijke richtlijnen die gedurende de looptijd niet gewijzigd worden.
Zo kan de administratie vanaf het begin goed en volledig worden opgesteld waardoor de administratieve last gaande het project gereduceerd wordt.
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 26
6.2
Referenties naar andere regio’s/regelingen
In deze paragraaf wordt gekeken naar de verantwoordingseisen die andere regelingen stellen. Hierbij wordt gekeken naar de beste manier om enerzijds kwaliteit en risico zo goed mogelijk te borgen en anderzijds de administratieve lasten proportioneel te houden. Bij de MOOI-regeling van RVO wordt tussentijds alleen getoetst op inhoud van het project. Zo moet er verslag gegeven worden over de voortgang op de in de aanvraag vastgestelde mijlpalen. Pas bij de vaststelling wordt ook een financiële rapportage vereist. Hierbij wordt wel vereist dat projectpartners ten alle tijden hun administratie up-to-date hebben. EFRO is een subsidieregeling waarin Europees geld uitgezet wordt. Hierdoor wordt binnen deze regeling gebruik gemaakt van strenge verantwoordingseisen. Daarnaast zijn EFRO-projecten ook van een grotere omvang dan de projecten die binnen de Bijdrageregeling bijdrage ontvangen. Bij EFRO krijgen projecten bij de start een werkvoorschot van rond de 20% van de totale subsidie. Vervolgens kunnen de gemaakte kosten elk halfjaar gedeclareerd worden door middel van een voortgangsrapportage. Hierbij worden uren en facturen verantwoording opgevraagd die gecontroleerd worden. Aan de hand van de financiële realisatie worden vervolgens voorschotten gegeven tot aan 80% van de totale subsidie die bij beschikking is vastgesteld. De overige 20% kan bij vaststelling nog uitgekeerd worden.
Bij de einddeclaratie wordt ook een accountantsverklaring geëist. Naast de verantwoording zijn er bij EFRO ook checklists opgesteld die projecten kunnen gebruiken om te controleren onder welke AGVV (staatsteun) artikel zij vallen en of ze aan alle eisen voldoen. Deze moeten gebruikt worden in het aanvraagproces. Dit verlaagt niet alleen uitzoekwerk voor de gemeentes, maar ook controle tijd omdat overzichtelijk kan worden gecontroleerd of aan alle punten wordt voldaan. Zoals eerder al is vermeld heeft de metropoolregio Eindhoven als enige metropoolregio naast de Metropoolregio Rotterdam Den Haag een soortgelijke bijdrageregeling. Om de administratieve lasten te verlichten zijn er voor zowel de aanvraag als voor lopende projecten standaardformulieren opgesteld. Subsidies worden verstrekt tot maximaal de totale omvang van het in het desbetreffende jaar door het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur beschikbaar gestelde bedrag voor subsidiering van projecten.
6.3
Aanbevelingen
In deze paragraaf worden aanbevelingen beschreven die de knelpunten uit paragraaf 3.1 moeten reduceren. Vanuit paragraaf 3.2 en ervaring van ERAC op projectverantwoording worden aanbevelingen gegeven. Knelpunt één uit paragraaf 3.1 is ontstaan door de constructie die op dit moment gehanteerd wordt. Op het moment dat de Bijdrageregeling omgevormd zou worden tot subsidie zouden de gemeentes niet als tussenpersoon hoeven te fungeren. Private partijen zouden in dat geval zelfstandig een consortium kunnen samenstellen en aanvragen kunnen indienen. Echter, gemeentes willen grip houden op de projecten waardoor eenzelfde constructie als de Bijdrageregeling ook bij een subsidieregeling zal worden gebouwd. Op dit moment is het dan ook niet mogelijk om de administratieve lasten (volledig) weg te halen bij de gemeentes. Wel is er binnen de Bijdrageregeling budget om de administratieve lasten te dekken of uit te besteden. Echter, dit haalt niet de verantwoordelijkheid weg bij de gemeenten waardoor deze wel nog een
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 27
laatste check moeten doen. Bij de gemeentes is dit budget niet bekend waardoor er niet/nauwelijks gebruik van wordt gemaakt. Het advies is dan ook om vooraf duidelijk hierover te communiceren en dit duidelijker in de regeling op te nemen. Hierdoor kunnen de gemeentes hier ook al rekening mee houden tijdens het opstellen van de begroting. Om de lasten te verlagen op het gebied van tussentijdse en eindverantwoording van financiën wordt geadviseerd om gebruik te gaan maken van standaard format. Hiermee kunnen partijen overzichtelijk zien welke informatie noodzakelijk is. Daarnaast kunnen deze standaard formats ook gebruikt worden om in een systeem/ander format te laden om geautomatiseerd een aantal controles uit te voeren. De standaard formats voor uur- en factuurverantwoording kunnen bijvoorbeeld als ruwe data over gekopieerd en geplakt worden in een monitoringstool/bestand. Vervolgens kunnen, aan de hand van draaitabellen en gestandaardiseerde formules, allerlei snelle overzichten gecreëerd worden waardoor een deel van de controle geautomatiseerd verloopt. Mogelijk komen formats niet 1 op 1 overeen met de administratie data dumps van bedrijven, daarom is het belangrijk om in de regeling vooraf duidelijk te vermelden welke formats gebruikt moeten worden. De formats kunnen zo ingericht worden dat ze heel overzichtelijk en makkelijk in te vullen zijn.
Hierbij moet vanuit de MRDH in de regeling verplicht worden om te rapporteren door middel van de gefaciliteerde formats. Het helpt namelijk niet alleen de gemeentes/projectpartners met het opstellen van de financiële rapportage, maar het helpt ook met de lasten op het gebied van controleren. Voor het aftekenen van de urenstaten zijn niet direct mogelijkheden om dit makkelijker te maken. Een dubbele autorisatie van de urenstaten zijn van belang om de juistheid te kunnen vaststellen. Wat wel een mogelijk is, is het instellen van ‘sancties’ op te foutieve en te late aanleveringen. Hiermee kun je druk uitvoeren om partners te ‘dwingen’ om alle stukken juist en tijdig aan te leveren. Denk hierbij bijvoorbeeld aan een negatieve korting van 5% op de loonkosten die uit de onjuist ingevulde urenstaten tot stand zijn gekomen. (VB: iemand dient urenstaat van 100 uur in, maar er wordt alleen door de medewerker ondertekent. Dan worden 5/100 uur afgekeurd). Dit lijkt een kleine sanctie, maar dit kan in de kosten flink oplopen. Gemeentes geven aan dat ze het lastig vinden om streng te zijn tegen samenwerkingspartners en contacten warm willen houden. Echter, als deze sancties vastgelegd zijn in de regeling kan hier niet vanaf geweken worden en is het feitelijk of ze korting krijgen of niet.
Hier hoeft dan niet over beoordeeld te worden waardoor er geen ‘kwaad bloed’ kan ontstaan tussen partners en de gemeentes. Op het gebied van uurtariefberekening worden nu 4 manieren gehanteerd. Uit de werksessie met de interne werkgroep van de MRDH kwam naar voren dat deze overweging is genomen omdat hierdoor meer projecten konden aansluiten. Dit was een logische keuze aangezien er ook spraken was van onderbesteding. Echter, Op dit moment is er geen spraken meer van onderbesteding waardoor dit voordeel van meerdere tarieven vervalt. Ervaring uit andere regelingen leert dat het reduceren van het aantal berekeningsmethodes helpt om administratieve lasten te verlagen. Veel regelingen zoals ESF en EFRO zijn zelfs overgegaan op (uitsluitend) gebruik van vaste tarieven.
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 28
Een voorbeeld van de administratieve last als gekozen wordt voor de methode ‘loonkosten plus vaste opslagsystematiek’: Als een partner voor deze methode kiest moeten zij per medewerker door middel van een berekening en loonstrook aantonen dat het tarief juist berekend is, vervolgens zouden de gemeentes en de MRDH deze tarieven moeten her berekenen ter controle. Uit ervaring bij de EFRO-regelingen levert dit voorbeeld de meeste administratieve lasten op. Indien je in deze situatie alleen met een vast tarief werkt voorkom je dus het berekenen en aanleveren van loonstroken en daarnaast ook de controle hierop. Daarom wordt geadviseerd om nogmaals kritisch te kijken naar dit punt en de voor- en nadelen af te wegen. Als toch blijkt dat een vast tarief de gewenste oplossing is, is het advies om met het bestuur in gesprek te gaan om te kijken naar een marktconform vast uurtarief. Bij de EFRO-regeling OPZuid staat dit tarief in 2023 op €55,- per uur, of €7.800 per maand. Bij de Bijdrageregeling kan de optie ingebouwd worden om hiervan af te wijken bij kennisinstellingen aangezien zij via IKS vaak hogere tarieven hanteren en het voor deze partijen in te grote maten nadelig is om hetzelfde vaste tarief te krijgen.
Uit de laatste werksessie met de gemeenten is gebleken dat de administratieve last ook komt omdat gemeenten er pas later in het project achter kwamen dat ze niet voldeden aan de eisen vanuit het MRDH. Hierdoor moesten lopende projecten achteraf hun administratie nog anders inrichten of anders rapporteren. Daarnaast is het ook bij gemeenten onbekend dat projectmanagement en dus ook administratie declarabele activiteiten zijn. Ons advies is dan ook om vooraf duidelijker alle richtlijnen in de regeling op te nemen zodat projecten bij aanvang van het project alles goed kunnen inregelen (verplichte formats, declarabele activiteiten, etc.). Daarnaast kunnen projecten dan ook al vroegtijdig in de begroting van de aanvraag een post opnemen voor de verantwoording. Administratie is namelijk een doorlopend proces dat niet veel tijd hoeft te kosten tenzij het achteraf met terugwerkende kracht verricht moet worden. Tot slot is er nog gekeken naar aanvullende aanbevelingen om het knelpunt van de urenstaten op te lossen. Een mogelijkheid om de hoeveelheid urenstaten te reduceren is het gebruik van addenda. Hierbij kan vaste inzet doorgegeven worden waarna deze medewerkers niet meer uren hoeven te schrijven en door te geven. Een must hiervoor is dan wel vaste inzet van vaste medewerkers.
De gemeentes en ook de interne werkgroep van de MRDH gaven aan dat er binnen projecten te weinig spraken is van zulke structurele inzet. Hierdoor is het niet interessant om dit advies mee te nemen in de Bijdrageregeling. Wellicht dat toekomstige projecten wel met een dergelijk structurele inzet gaat werken, dan kan altijd nog gekeken worden naar addenda.
6.4
Overzicht aanbevelingen en overwegingen
Administratieve lasten Aanbeveling
Vooraf duidelijk maken dat
Door
4.1
projectmanagement ook declarabel is. Op dit
projectadministratie kunnen de administratieve
het
VOORAF
goed
inrichten
van
moment staat dit wel in de beschikking,
lasten aanzienlijk verlicht worden. Bij het ontbreken
maar dan is er al geen rekening mee
aan expertise is het aan te bevelen hier (MRDH)
gehouden in de begroting. Dit zou als
support in te schakelen. Eveneens aanvragers erop
activiteit in de regeling opgenomen moeten
wijzen om in de projectbegroting hiervoor middelen
worden. (Zie ook aanbeveling 1 van
te alloceren (bijv. werkpakket projectmanagement).
cofinanciering)
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 29
de
Aanbeveling
Stel standaard formats op voor de aanvraag en de
Voordeel:
4.2
verantwoording (bijv. uren- en facturenbijlages
•
Duidelijke kaders voor aanvragen en
van EFRO). Niet alleen aanvraag, maar ook voor de
verantwoording, sneller opstellen van
tussenverantwoording en einddeclaratie.
aanvraag
en
verantwoording
en
vervolgens makkelijker controleerbaar. Nadeel: •
Boekhouding sluit niet altijd aan op de formats, echter nadeel<voordeel
Overweging
Het reduceren van uurtarief bereken methodes.
Voordelen:
4.1
Hierbij is ons advies om te gaan werken met één
•
standaardtarief dat wordt vastgesteld voor een x aantal jaar.
Minder controleren van uurtarieven door gemeenten en de MRDH.
•
Makkelijker te begroten.
•
Minder
reken
werk
bij
de
verantwoording. Nadelen: •
Overige
partners
(MKB,
kennisinstellingen, ETC.) willen meer methodes zodat ze de meest voordelige optie kunnen kiezen.
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 30
7.
Verantwoordelijkheden
In dit hoofdstuk wordt deelvraag 5 behandeld, namelijk: “In hoeverre moeten de verschillende taken en verantwoordelijkheden van alle partijen gescheiden worden en wat wordt per partij verwacht?”. Hierbij wordt eerst gekeken naar de huidige situatie, vervolgens wordt naar andere regelingen en subsidies gekeken voor best practices. Tot slot worden verbeteradviezen gegeven die toegepast kunnen worden binnen de Bijdrageregeling.
7.1
Knelpunten
In deze paragraaf zijn alle knelpunten in kaart gebracht die in de huidige Bijdrageregeling spelen. Deze zijn uit gespreksverslagen tussen gemeentes en de MRDH gehaald en opgehaald tijdens werksessies met ERAC en de gemeentes en interne werkgroep. Op dit moment zijn gemeentes aanvragers, maar zijn zij ook betrokken bij de beoordeling van projecten. Hierbij zitten gemeentes deels voor eigen belang in de besturen. Het actief door de MRDH meeschrijven van de aanvragen kan bij de beoordeling hierdoor een knelpunt vormen. De rolverdeling tussen de MRDH en gemeentes moet scherper. Zo is nu niet duidelijk wat de rollen van de gemeentes zijn en wat van de MRDH. De gemeentes willen duidelijkere richtlijnen over wat van zij verwacht wordt vooraf, tijdens en na de projecten. Op dit moment leidt de regeling niet tot meer betrokkenheid van de gemeentes. Daarnaast geven de gemeentes aan dat zij meer betrokken willen zijn bij projecten dan alleen administratief.
7.2
Andere regelingen
In deze paragraaf wordt gerefereerd naar andere regelingen. Hierbij worden zowel andere metropoolregio’s als verschillende nationale en Europese subsidies bestudeerd. Vanuit deze deskresearch worden in deze paragraaf de belangrijkste aspecten opgesomd. Van de ‘best practices’ uit deze paragraaf worden vervolgens aanbevelingen opgesteld in paragraaf 3. Bij EFRO wordt gebruik gemaakt van een onafhankelijke adviescommissie. Uit ervaring is gebleken dat de kwaliteit van projecten de afgelopen jaren is gestegen. Daarnaast kunnen projecten gedurende de uitwerkingsfase van het projectplan en projectaanvraag contact opnemen met de programma managers. Zij kunnen advies geven op het gebied van staatssteun en het vormen van de activiteiten en werkpakketten. Bij de Metropoolregio Eindhoven evalueert de Adviesgroep evalueert alle aanvragen op basis van de fondscriteria en weegt ze ten opzichte van elkaar. De Adviesgroep bestaat uit zes leden, waarbij de samenstelling evenwichtig verdeeld is over kennisinstellingen, overheden en het bedrijfsleven. Na het advies van de Adviesgroep neemt het Dagelijks Bestuur van de MRE een formeel besluit over het al dan niet verlenen van de subsidie. De Metropoolregio München heeft geen aparte bijdrageregeling maar om de doelen te bereiken, worden verschillende netwerken opgezet voor verschillende onderwerpen en thema's.
Het is moeilijk om effectief te functioneren, via het organiseren van rondetafelgesprekken om alle overheden bij elkaar te brengen. Er
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 31
bestaat echter nog te veel egoïsme in sommige steden, en in tijden van financiële schaarste denkt elke stad voornamelijk aan haar eigen belangen.
7.3
Aanbevelingen en overwegingen
Door de actieve meeschrijf rol van de MRDH en de beoordelende rol kan er sprake zijn van vooroordeel en belangenverstrengeling. Om deze knelpunten te verhelpen is, een al eerder genoemd, advies om een externe en onafhankelijke adviescommissie op te richten. Echter, vanuit kosten/baten afweging is dit niet interessant voor de Bijdrageregeling. Wat wel geadviseerd wordt is om de rol van ‘mee schrijver’ weg te halen bij de MRDH. Hierdoor zijn zij minder bevooroordeeld. Hiervoor zou dan een beschikbaar budget/helpdesk functie ingesteld kunnen worden zodat projecten toch de nodige begeleiding kunnen krijgen. Alleen gemeenten kunnen aanvrager zijn in de huidige Bijdrageregeling. Naast dubbele toetsing (verantwoording van uitvoerende partijen aan gemeente en vervolgens van gemeente aan ons) is het nadeel dat gemeenten vaak door andere partijen gevraagd worden om een project aan te vragen en zij het vervolgens niet als hun eigen project zien. Daarom ervaren ze het project vooral als administratieve last en voelen zij zich niet verantwoordelijk voor een succesvolle afronding. Dit knelpunt is echter niet te verhelpen. Tijdens de werksessies was de conclusie op dit punt dat gemeentes zelf de afweging moeten maken of ze wel mee moeten willen werken aan dit soort projecten.
7.4
Overzicht aanbevelingen en overwegingen
Verantwoordelijkheden Aanbeveling
Functiescheiding:
de
MRDH
kan
Voordelen:
1
beoordelen en adviseren (supportfunctie
•
Beoordeling op criteria
en tussentijdsadviezen)
•
Politieke invloed sterk verminderen
Overweging
Elk project dient minimaal een financieel
Voordelen:
2
belang (cash) te hebben van minimaal
•
Kans op uitval reduceren
10%.
•
Commitment vergroten
Nadelen: •
Partners moeten kapitaal vrijspelen
•
Budgetakkoord kan vertraging van het project opleveren
•
Mogelijk negatieve invloed op projectenpijplijn
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 32
Bijlage I
Andere metropoolregio’s
In deze bijlage staan korte beschrijvingen van de doelstellingen en activiteiten van andere metropool regio’s om ‘best practices’ te kunnen vernemen. In Nederland bestaan er nog vijf andere metropoolregio’s: I.
Metropoolregio Eindhoven;
II.
Metropoolregio Amsterdam;
III.
Metropoolregio Utrecht;
IV.
Groene metropool regio Arnhem-Nijmegen;
V.
Metropoolregio Groningen.
Verder is er nog onderzoek gedaan naar de metropoolregio van München (Duitsland)
I.
Metropoolregio Eindhoven (MRE)5
De metropoolregio Eindhoven (MRE) telt 21 gemeenten en heeft als enige metropoolregio in Nederland een uitvoerende regeling zoals de Bijdrageregeling van de MRDH, echter hier wordt het Stimuleringsfonds genoemd om de economie in de regio Eindhoven te versterken door innovatie, samenwerking en de economische structuur te versterken. Het
Stimuleringsfonds
maakt
onderscheid
tussen
'Aanjaagprojecten'
(studies,
verkenningen,
voorbereidingen en pilots) en 'Uitvoeringsprojecten': •
Aanjaagprojecten kunnen tot 50% van de totaal subsidiabele kosten ontvangen, terwijl Uitvoeringsprojecten maximaal 15% kunnen krijgen.
•
Aanjaagprojecten hebben een absoluut subsidieplafond van €50.000,-.
•
Tot 50% van de subsidiabele projectkosten mag bestaan uit eigen ureninzet van de projectpartners. Uren van overheden zijn niet subsidiabel.
•
Het uurtarief voor eigen ureninzet van projectpartners is €50,-, met uitzondering van studenten en stagiaires, voor wie een tarief van €20,- geldt.
MRE hanteert een tendersysteem waarbij drie keer per jaar projectvoorstellen kunnen worden ingediend. Het dagelijks bestuur neemt het formele besluit tot openstelling van de volgende tender. Twee weken voor de sluitingsdatum van de betreffende tender is het verplicht contact op te nemen met de programmamanager voor informatie over de slaagkans en eventuele aandachtspunten.
5
https://metropoolregioeindhoven.nl/
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 33
Bij de indiening moeten de volgende documenten (als template beschikbaar op de website) als bijlagen worden toegevoegd: •
Een projectplan;
•
Een begroting en financieringsplan;
•
Cofinancieringsverklaringen van alle partners, inclusief de aanvrager;
•
Minimisverklaringen van alle partners die subsidie zullen ontvangen bij toekenning;
•
Een additioneel aanvraagformulier;
•
Optioneel: een video van maximaal 2 minuten/50MB waarin het project wordt gepitcht.
Tevens zijn beschikbaar ook voor de toegekende projecten standaardformulieren beschikbaar: •
Voorwaarden bij beschikking;
•
Standaard urenstaat;
•
Formulier Verzoek Begrotingswijziging;
•
Formulier Eindrapportage;
•
Accountantsprotocol Stimuleringsfonds;
•
Model Rapport van Bevindingen;
•
Formulier Voortgangsrapportage;
•
Standaard facturenlisting;
•
Verzoek looptijd verlenging.
De beoordeling wordt uitgevoerd door een Adviesgroep bestaande uit 6 personen, evenwichtig verdeeld over kennisinstellingen, overheden en het bedrijfsleven. Na het advies van de Adviesgroep neemt het Dagelijks Bestuur van MRE formeel een besluit over de subsidieverlening. Bij de beoordeling is de effectiviteit, efficiency, lange termijn impact en draagvlak en economisch toegevoegde waarde van een project van belang waarbij ook gekeken wordt naar de onderlinge verhouding van de partners. Er dient sprake van een evenwichtige samenwerking te zijn waarbij geen van de partners meer dan 70% van de totale projectkosten van zijn rekening neemt. Rapportgage: met regelmaat (geen specifieke periodes of data vermeld) en eindrapportage. Verder heeft de MRE nog een aparte adviesregeling (SAR). Deze regeling is bedoeld om vernieuwende ontwikkelingen in het individuele MKB met een meerwaarde voor de regio te stimuleren. SAR is een subsidieregeling die bijdraagt in de kosten voor een extern adviseur. De advisering in een SAR-project is gericht op het zoeken naar c.q. het realiseren van innovaties.
II.
Metropoolregio Amsterdam (MRA)6
MRA is het samenwerkingsverband tussen de provincies Noord-Holland en Flevoland, 30 gemeenten, en de Vervoerregio Amsterdam. Elke gemeente en deelregio draagt unieke kwaliteiten bij die het geheel versterken. De kracht van MRA ligt in de diversiteit, zowel op economisch als stedelijk en landschappelijk gebied. De samenwerkende overheden zetten zich in voor de versterking van de Metropoolregio Amsterdam als een internationale economische topregio met een hoge levenskwaliteit. Dit wordt bereikt door te investeren in een toekomstbestendige en evenwichtige metropool. Vier bestuurlijke opdrachten,
6
https://www.metropoolregioamsterdam.nl/
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 34
waaronder opdracht 1; ‘Werk maken van een veerkrachtige, inclusieve en schone MRA- economie’, zijn opgenomen in de agenda. Deze opdrachten leiden tot specifieke uitvoeringslijnen. Het is echter belangrijk op te merken dat de MRA geen soortgelijke regeling heeft zoals de Bijdrageregeling van de MRDH.
III.
Metropoolregio Utrecht (MRU)7
Metropoolregio
Utrecht
(MRU)
zet
in
op
het
thema
‘Gezondheid’
en
ambieert
om
een
gezondheidsmetropool te worden. De Metropoolregio Utrecht werkt aan een gezonde, duurzame en toekomstbestendige leefomgeving. Samen met nationale en internationale bedrijven, overheden en kennisinstituten in de regio’s Utrecht en Amersfoort richten zich op opgaven in het fysieke domein zoals wonen, werken, mobiliteit en groen die regio-overstijgend zijn, zoals •
Grootschalige woningbouwlocaties
•
Bouwen aan gezonde verstedelijking
•
Nederland en de regio bereikbaar houden
•
Succesvol groeien in balans o
Met oog voor betaalbaar wonen: meer woningen betekent meer werklocaties dichtbij huis; groen- en andere voorzieningen groeien mee.
o
Samenwerking tussenoverheden, innovatieve bedrijven en kennisinstellingen.
Het is echter van belang op te merken dat, in tegenstelling tot de Metropoolregio Den Haag (MRDH), de Metropoolregio Utrecht een vergelijkbare regeling heeft.
IV.
Groene Metropoolregio Arnhem-Nijmegen8
Tot de Groene Metropoolregio behoren achttien gemeenten. De metropoolregio Arnhem-Nijmegen werkt samen aan vijf belangrijke en urgente maatschappelijke opgaven. De focus ligt op het fysieke domein: verstedelijkingsopgave en woningbouw (Groene regio), leefbaarheid en vitaliteit (Ontspannen regio), circulariteit (Circulaire regio), economie en banengroei (Productieve regio) en duurzame mobiliteit (Verbonden Regio). Maar ook samenwerking op het gebied van cultuur en toerisme is een aandachtsveld. Metropool regio Arnhem-Nijmegen zet in op thema ‘circulair’, en wil toonaangevend worden in circulair denken en duurzaam handelen, in Nederland én Europa. Die ambitie vraagt om inzet van bedrijven, inwoners, maatschappelijke organisaties, de gemeenten en vele andere overheidsorganisaties.
7
https://www.metropoolregioutrecht.com/
8
https://www.groenemetropoolregio.nl/
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 35
De agenda van de Productieve regio bestaat uit zes speerpunten: 1.
Stimuleren ondernemerschap in het mkb;
2.
Human Capital: onderwijs en arbeidsmarkt;
3.
Doorontwikkeling van (inter)nationale clusters;
4.
Versterking van duurzame logistiek;
5.
Toekomstbestendige werklocaties;
6.
Regionaal Programma Werklocaties (RPW).
Er is echter in de begroting geen ‘Bijdrageregeling EV’ opgenomen.
V.
Metropoolregio Groningen (MRG)9
Groningen kent drie sterk ontwikkelde kernsectoren: energie, gezondheid en digitalisering. Daarnaast toont de
Groningse
innovatiekracht
zich
in
opkomende
sectoren
als
duurzame
voedselsystemen,
klimaatadaptatie en circulaire economie. Om deze ambitie te realiseren, zijn drie specifieke doelstellingen geformuleerd, allemaal gericht op de eerdergenoemde kernsectoren: •
In de metropoolregio Groningen worden de beste campussen, opleidingen en hybride leeromgevingen gerealiseerd, waarmee het kennis- en innovatie-ecosysteem wordt versterkt.
•
In samenwerking met partners werkt de metropoolregio Groningen aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt, waarin de regionale economie optimaal profiteert van getalenteerde professionals die in de metropoolregio zijn opgeleid, zowel nationaal als internationaal.
•
De metropoolregio Groningen streeft ernaar zich te positioneren als de mainport van Nederland, door het belang van Groningen voor het nationale verdienvermogen en de internationale concurrentiekracht van Nederland te vergroten en uit te dragen.
Belangrijk is echter op te merken dat er geen subsidieprogramma zoals de Bijdrageregeling in de MRDH beschikbaar is.
VI.
Metropoolregio München10
In München is een netwerk ontstaan dat de belangen van overheden, bedrijven en onderzoeksinstellingen overstijgt, met als doel de hele regio concurrerender en aantrekkelijker te maken voor haar inwoners. Dit gaat verder dan simpelweg streven naar groei; het gaat om duurzame groei. Hoewel München het centrum van de regio is, zijn er andere steden die hun potentieel moeten ontwikkelen, maar het plannen van toekomstige ontwikkelingen ligt in handen van individuele steden. De regio strekt zich uit tot 100 kilometer rond München, wat een uitdaging vormt om iedereen te bedienen. De organisatie, bestaande uit zes personen, speelt een cruciale rol in het bevorderen van samenwerking en innovatie. Zij creëert nieuwe werkplekken in steden waar organisaties en bedrijven kunnen 9
https://groningen.nl/akkoord/metropoolregio-groningen-koploper-in-transities
10
https://www.metropolregion-muenchen.eu/
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 36
samenwerken. Het doel is co-working te stimuleren, vaak in samenwerking met grote bedrijven. Een ander belangrijk doel is gericht op innovatie, waarbij ze zich afvragen waar de regio in uitblinkt, wat er nog ontbreekt en wat nodig is om de regio te laten floreren. Om de doelen te bereiken, worden verschillende netwerken opgezet voor verschillende onderwerpen en thema's. Het is moeilijk om effectief te functioneren, via het organiseren van rondetafelgesprekken om alle overheden bij elkaar te brengen. Er bestaat echter nog te veel egoïsme in sommige steden, en in tijden van financiële schaarste denkt elke stad voornamelijk aan haar eigen belangen. Het ontbreekt de organisatie aan voldoende financiële middelen om projecten zelf te initiëren, in vergelijking met andere metropoolregio's met ruimere budgetten. Ondanks deze uitdagingen blijft de organisatie vastbesloten om samenwerking te bevorderen en de ontwikkeling van de regio te stimuleren, omdat ze geloven in de kracht van gezamenlijke inspanningen.
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 37
Bijlage II I.
Andere (subsidie-)regelingen
MOOI (RVO)
De MOOI-regeling is een nationale regeling uitgevoerd door RVO. MOOI staat voor Missie gedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie. Binnen deze regeling zijn 3 subsidiethema’s vastgesteld: Elektriciteit, Gebouwde omgeving en Industrie. Bij de MOOI-regeling is een themabeschrijving aanwezig waarin in 18 pagina’s gedetailleerd ingegaan wordt op de 3 thema’s. Hiermee wordt een duidelijk kader geschetst waaraan een project moet voldoen om in aanmerking te komen voor subsidie. De voorwaarde die de MOOI regeling stelt aan projecten zijn: -
Binnen de regeling moeten minimaal 3 ondernemingen samenwerken;
-
De ontwikkelingen en oplossingen moeten een duidelijke samenhangende aanpak hebben gericht op de opgaven uit het klimaatakkoord;
-
Projectvoorstel met SMART-opgestelde mijlpalen;
-
Minimaal 2 miljoen aan kosten;
-
Onderzoeksorganisaties maken niet meer dan 50% van de subsidiabele kosten;
-
Minimale subsidie van €25.000 per deelnemende partij;
-
Maximum van 4 miljoen voor ieder MOOI-project.
MOOI aanvraag proces: 1.
Vooraanmelding;
2.
Beoordeling vooraanmelding (verbeter- of aandachtspunten worden meegegeven. Ook eventueel wijzen op mogelijke samenwerkingen met andere consortia die een soortgelijke vooraanmelding hebben gedaan);
3.
Indienen definitieve subsidieaanvragen;
4.
Beoordeling door adviescommissie (ook op adviezen uit vooraanmelding);
5.
Beschikking.
Tussen definitief voorstel en beschikking heeft de adviescommissie 3-4 maanden de tijd om met een beschikking te komen.
II.
Interreg Nederland - Vlaanderen (EFRO)
Interreg Nederland-Vlaanderen is een subsidieprogramma dat gericht is op het stimuleren van grensoverschrijdende samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse partners. Hier is een samenvatting van de belangrijkste punten: •
Doelstellingen: Het programma heeft tot doel de samenwerking tussen regio's aan weerszijden van de Nederlandse-Belgische grens te bevorderen, met een focus op het stimuleren van economische groei, innovatie, duurzaamheid en sociale inclusie.
•
Projectfinanciering: Het programma biedt financiële ondersteuning voor projecten die bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen. Deze projecten moeten grensoverschrijdend zijn en bijdragen aan de ontwikkeling van de betrokken regio's.
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 38
Thematische prioriteiten: Typische thema's binnen het programma omvatten onder meer
•
innovatie, duurzame energie, milieu, werkgelegenheid, en sociale inclusie. Projecten moeten zich richten op een of meerdere van deze prioriteiten. Samenwerking: Projecten moeten samenwerkingsverbanden omvatten tussen partners aan beide
•
zijden van de grens, zoals bedrijven, overheidsinstanties, kennisinstellingen, en maatschappelijke organisaties. Aanvraagprocedure: deze bestaat uit twee stappen. Organisaties dienen eerst een
•
vooraanmelding in. Deze vooraanmelding is al erg compleet. Deze vooraanmeldingen worden door een deskundigencommissie beoordeeld. Indien deze goedgekeurd wordt, mag men overgaan tot het indienen van een complete projectaanvraag. De procedure loopt volgens de vastgestelde aanvraagprocedures en deadlines. Er wordt beoordeeld of het project voldoet aan de criteria en past binnen de doelstellingen van het programma. Monitoring en evaluatie: Gefinancierde projecten worden nauwlettend gevolgd en geëvalueerd
•
om ervoor te zorgen dat ze bijdragen aan de beoogde resultaten en effecten. Het programma is bedoeld om een brug te slaan tussen regio's, het delen van kennis en ervaringen te bevorderen, en gezamenlijke oplossingen te vinden voor grensoverschrijdende uitdagingen.
III.
OP Zuid en Kansen voor West (EFRO)
Verantwoording Helpdeskfunctie, verantwoording formats Om een aanvraag te kunnen doen dienen er een aantal documenten te worden ingevuld: •
Bijlage A - Model projectplan;
•
Bijlage B - Begrotingsformat EFRO-aanvraag;
•
Bijlage C - Verklaring geen financiële moeilijkheden;
•
Bijlage D - Mkb-Verklaring;
•
Bijlage E - Model samenwerkingsovereenkomst.
Ook staat er formulier met tips van de adviescommissie voor het schrijven van het projectplan Verder staan er verschillende staatsteunformulieren financieel-technische toets op de website vermeld Beoordelingsproces MA: • •
•
•
Tussentijds: projectidee pitchen aan programmamanager. Hoofdzakelijk om te toetsen of het binnen de plannen van de aankomende openstelling past. Begin: Hoofdaanvrager(penvoerder) levert alle benodigde documentatie aan bij MA. Hieronder vallen de vaste verplichte bijlages zoals projectplan, begroting, etc. daarnaast vraagt MA bij bepaalde openstellingen additionele documenten. Als eerst wordt er een volledigheidstoets uitgevoerd. Hierbij wordt beoordeeld of alle vereiste informatie is aangeleverd en is voldaan aan de voorschriften voor het in behandeling nemen van de aanvraag. Als de volledigheidscheck is uitgevoerd begint de beoordeling. Voor de beoordeling is 26 weken termijn (bij first serve vanaf aanlevering en bij tender vanaf sluitingsdatum), de beoordeling bestaat uit: o Beleidsbeoordeling → past het project inhoudelijk bij de specifieke doelstellingen van het programma;
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 39
o o
Financieel technische beoordeling; Beoordeling door deskundigen.
Output- en resultaatindicatoren (par. 4.4 van het EFRO-handboek). •
Output: indicatoren die aangeven wat een project in directe zin oplevert. Het gaat dan bijvoorbeeld om het aantal ondernemingen dat wordt ondersteund.
•
Resultaatindicatoren: Deze zijn rechtstreeks gekoppeld aan een specifieke doelstelling uit het programma. Feitelijk vormen resultaatindicatoren een gestandaardiseerde weergave van de doelstelling van de beheers autoriteit.
Voor inspiratie over EFRO-indicatoren, zie “OPZuid-Programmadocument” Operationeel Programma ZuidNederland. Een aantal punten uit de regeling: •
Maximaal 35% van de subsidiabele kosten met een maximum van €1.000.000
•
Tenderperiode
•
Subsidieplafond
•
Verdeel criteria: Indien de binnen de tenderperiode ingediende volledige subsidieaanvragen het vigerende subsidieplafond te boven gaan, worden de aanvragen op basis van een onderlinge vergelijking gerangschikt naar geschiktheid als bedoeld.
VI.
ELENA (Energy Local Energy Assistance) - EIB
Het Europese ELENA-subsidieprogramma, beheerd door de Europese Investeringsbank (EIB), biedt technische bijstand aan grootschalige projecten gericht op duurzame energie, energie-efficiëntie en duurzaam vervoer. Belangrijke kenmerken zijn: •
Doelstellingen: ELENA ondersteunt projecten die bijdragen aan duurzame energieopwekking, energie-efficiëntie en duurzaam vervoer.
•
Technische bijstand: ELENA biedt expertise, advies en hulp bij ontwerp, implementatie en financiering, in plaats van directe financiële steun.
•
Projectscope:
Kwalificerende
projecten
moeten
grootschalig
zijn
en
aanzienlijke
duurzaamheidsimpact hebben in sectoren zoals hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en duurzaam vervoer. •
Aanvraagprocedure: Potentiële begunstigden, zoals lokale overheden, publieke instanties of private entiteiten, dienen voor een volledige aanvraag in om technische bijstand te ontvangen voor hun duurzame energieprojecten, eerst een goedkeur te verkrijgen op de ‘pre-application’. De EIB beoordeelt de aanvragen op basis van de relevantie en impact van het voorgestelde project, en de pre-applicatie is om te toetsen voldoet aan de eisen en voldoende impact heeft.
•
Samenwerking met financiële instellingen: ELENA moedigt samenwerking aan met financiële instellingen om projecten financieel haalbaar te maken.
•
Monitoring en evaluatie: Ondersteunde projecten worden gemonitord en geëvalueerd om te zorgen dat ze voldoen aan duurzaamheidsdoelen.
Het ELENA-programma bevordert duurzame energieprojecten door technische bijstand te bieden, waardoor de overgang naar een duurzamere energievoorziening in Europa wordt ondersteund.
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 40
VII.
CEF (Connecting Europe Facility) - EU
De Connecting Europe Facility is een belangrijk financieringsinstrument van de EU om groei, werkgelegenheid en concurrentievermogen te bevorderen door middel van investeringen in infrastructuur op Europees niveau. De faciliteit kent een drietal programma’s: CEF Energie, CEF Transport en CEF Digital CEF Transport verwijst naar de Connecting Europe Facility-transportsubsidie, een financieringsinstrument van de Europese Unie (EU) dat gericht is op het verbeteren van de connectiviteit en duurzaamheid van het Europese transportnetwerk. Het doel is om bij te dragen aan de totstandbrenging van een geïntegreerd, efficiënt en duurzaam Europees transportsysteem. De rol van RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) in dit verband omvat waarschijnlijk de ondersteuning en coördinatie van projecten die in aanmerking komen voor CEF-transportsubsidies in Nederland. RVO fungeert als nationaal contactpunt en helpt bij de aanvraagprocedure, het beheer van de subsidie en de coördinatie tussen nationale en Europese instanties. Om de slaagkans te vergroten en aandachtpunten te kunnen aangeven dient er voordat een aanvraag bij de Europese Unie MAG worden gedaan een ideeënformulier te worden ingevuld en goedgekeurd te zijn door het RVO. Samengevat speelt het RVO speelt een rol bij het ondersteunen en coördineren van projecten in Nederland die in aanmerking komen voor deze subsidie.
VII.
JTF (Just transition Fund) – EFRO
Het Just Transition Fund (JTF) is een EU-financieringsinstrument voor regio's die afhankelijk zijn van fossiele brandstoffen en industrieën met een hoge uitstoot. Het programma wordt ingezet om de sociaaleconomische gevolgen van de klimaattransitie op te vangen, waarbij een aspect van het programma zich ook richt op de arbeidsmarkt. Het doel is om hen te helpen zich voor te bereiden op de transitie die nodig is om in 2030 minimaal 55 % emissiereductie en klimaatneutraliteit in 2050 te realiseren. Het JTF is voor Triple Helix organisaties en prioriteert projecten die zicht richten op: -
Investeringen in het MKB;
-
Omscholing van werknemers en werkzoekenden;
-
Stimulering van onderzoek en innovatie;
-
Vervanging van fossiele brand- en grondstoffen in de industrie door duurzame alternatieven;
-
Het garanderen van betaalbare groene energie.
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 41
Bijlage III 1.
Overzicht voorstellen zonder draagvlak
Beoordeling/ toetsingskader en monitoring
Geen
Focus
op
draagvlak
(>€300K)
enkel
grote
projecten
1.1 •
Geen
Beschikbare
budget
splitsen
voor
draagvlak
grote en kleine projecten (2/3-1/3)
1.2
Voordelen: •
Grotere regionale samenwerkingsverbanden
•
Minder aanvragen ter beoordeling (lagere werklast)
Nadelen: •
Kleine projecten hebben mogelijk ook veel impact
•
Kleine gemeenten hebben minder toegang
Voordeel: •
Vergroten van divers draagvlak onder alle gemeenten
•
Hanteren van verschillende criteria tussen grote en kleine projecten
Nadelen: •
Klein budget nog kleiner maken
•
Mogelijke beperkingen in toewijzing van projecten
Geen
Introductie van een externe
Metropoolregio zelf blijft de projecten beoordelen. Vanuit
draagvlak
beoordelingscommissie bij
kostenefficiëntie en administratieve lasten oogpunt is dit
1.3
beoordeling ten behoeve van taak- en
een voordeel.
functiescheiding
Opmerking: Uit andere regelingen blijkt dat taak- en functiescheiding degelijk toegevoegde waarde heeft.
2.
Cofinanciering en staatssteun
Geen
Cofinancieringspercentage hoger dan
Nadelen:
draagvlak
50%, ondanks wellicht bij bepaalde
•
Geen maximaal mogelijke ondersteuning
2.1
activiteiten staatssteun technisch
•
Draagt niet bij aan commitment
mogelijk
•
Niet altijd (staatssteun)expertise aanwezig
3.
Handhaving op projecten
Geen
Startvoorschot
maximaal
60%
draagvlak
(momenteel 80%), na eerste jaar (evt.)
3.1
additioneel 20%
Voordelen: •
Incentive om het volledige project uit te voeren en wijzigingen en vaststelling goed in te dienen.
•
Betere handhaving op de doelen Strategische Agenda
Consensus: Ga ook bij inhoudelijke
Nadelen:
projectafwijkingen inhouden op de
•
Minder werkkapitaal bij start.
laatste 20% bijdrage.
•
Extra inspanning/tijd voor restant overige 20%.
•
Lastig
om
elkaar
aan
te
spreken
op
(gebrekkige)projectuitvoering 4.
Administratieve lasten
Geen
Ga werken met Addendum voor
Onvoldoende toegevoegde waarde, te veel verloop van
draagvlak
structurele personeel inzet, dan hoeft
projectleden tijdens projectuitvoering.
4.1
er niet elke maand een urenstaat ingevuld en afgetekend te worden.
Geen
Rapportageverplichting afstemmen op
Voordelen:
draagvlak
beschikkingsdatum of op tender call
•
Betere timing (januari is niet ideaal)
4.2
data
•
Beter werkverdeling voor de MRDH (niet meer alle rapportages tegelijk)
Nadeel: •
Niet eenzelfde moment voor allemaal, vergt betere of andere monitoring.
5.
Verantwoordelijkheden
Nvt.
Nvt,
-
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 42
Literatuurlijst/ bronnen Rapporten Rotterdams Rekenkamer Rapport
https://rekenkamer.rotterdam.nl/wpontent/uploads/2022/01/R.O.21.07-bijdragen-aan-deregionale-economie.pdf
Metropoolregio Rotterdam Den Haag; Met elkaar voor elkaar: Strategische Agenda 2023-2026:
https://mrdh.nl/sites/default/files/documents/strategische_age nda_mrdh_def_online_juni_2023.pdf
Partijen Innovation Quarter:
https://www.innovationquarter.nl/
Yes!Delft:
ttps://yesdelft.com/
Websites metropoolregio’s Metropoolregio Eindhoven:
Https://metropoolregioeindhoven.nl
Metropoolregio Amsterdam:
Https://www.metropoolregioamsterdam.nl
Metropoolregio Utrecht:
Https://www.metropoolregioutrecht.nl
Groene metropool regio Arnhem-Nijmegen:
Https://www.groenemetropoolregio.nl
Metropoolregio Groningen:
Https://groningen.nl/akkoord/metropoolregiogroningen-koploper-in-transities
Metropoolregio München:
Https://www.metropolregion-muenchen.eu/
Subsidieregelingen MOOI:
Https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/mooi
EFRO:
Https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/europesesubsidies/europese-structuur--eninvesteringsfondsen/europees-fonds-voor-regionaleontwikkeling-efro
Interreg Nederland-Vlaanderen:
Https://interregvlaned.eu/
OPZuid:
Https://www.stimulus.nl/opzuid-20212027/KansenvoorWest
ELENA:
Https://www.eib.org/en/products/advisoryservices/elena/index.htm
CEF:
Https://cinea.ec.europa.eu/programmes/connectingeurope-facility_en
JTF:
https://www.snn.nl/programmas/just-transition-fundjtf
Rapport – Hervormen Bijdrageregeling EV MRDH | 43