CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[24bb000403] Bijlage behorende bij 24bb000382 - Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 7 februari 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Integraal Huisvestingsplan (IHP) Onderwijs 2024-202724.811 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

Urgentie Huisvestingsprogramma Onderwijs Scope Terugblik IHP 2020-2023 Wettelijk kader Leeswijzer IHP

2 Ambitie en doelstellingen 2.1 2.2

Centrale ambitie Drie doelen

3 De kernopgave 3.1 3.1.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.3 3.3.1

Vervangingsopgave Nulmeting Herschikkings- en uitbreidingsopgave Groei en krimp; de prognoses Capaciteit en omvang Aandachtspunten Gebiedsontwikkeling Nieuwe scholen en verdeling over schoolbesturen 

4 Meerwaarde creëren 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5

Onderwijsbeleid Duurzaamheid en toekomstbestendigheid Omgeving van de school Koppelkansen  Eisen aan het gebouw

4 5 5 5 5 6 6

8 8 9

11 11 11 13 13 21 22 22 23

24 24 27 29 31 33

5 Gebiedsuitwerking 5.1 Primair Onderwijs  5.1.1 Centrum 5.1.2 Charlois 5.1.3 Delfshaven 5.1.4 Feijenoord 5.1.5 Hillegersberg-Schiebroek 5.1.6 Hoek van Holland 5.1.7 Hoogvliet 5.1.8 IJsselmonde 5.1.9 Kralingen-Crooswijk 5.1.10 Noord 5.1.11 Overschie 5.1.12 Pernis 5.1.13 Prins Alexander 5.1.14 Rozenburg 5.2 Gespecialiseerd onderwijs 5.3 Voortgezet onderwijs 5.3.1 Voortgezet onderwijs op de noordoever 5.3.2 Voortgezet onderwijs op de zuidoever 5.4 Bewegingsonderwijs

35 35 35 39 43 48 53 56 59 62 66 70 74 77 79 83 86 93 94 98 103

6 Randvoorwaarden 6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3 6.2 6.2.1 6.2.2 6.3 6.3.1 6.3.2 6.4 6.5 6.6 6.7 6.7.1 6.7.2 6.7.3

105

Geld Stabiel investeringsprogramma Normbedragen en afwijkingen  Tijdelijke huisvesting Risico’s Voortbestaan scholen Omgevingsfactoren Organisatie Uitvoeringsteam Onderwijshuisvesting Bouwheerschap  Tijd  Informatie Communicatie Kwaliteit Degelijk, bruikbaar en kostenbewust Basiskwaliteitsniveau Standaardisering

105 105 105 106 106 106 107 107 107 107 107 108 108 108 108 109 109

7 Financieel overzicht en pandenlijst

110

7.1 7.2 7.3

Benodigde investeringen en kosten  Dekking en monitoring Pandenlijst

8 Bijlagen 8.1 Lijst met afkortingen/verklarende woordenlijst 8.2 Panden waar al besluitvorming over heeft plaatsgevonden die nog niet zijn opgeleverd/gestart – uit eerdere IHP’s of HVP’s 8.3 Lijst van alle benoemde projecten in de gebiedsgesprekken  8.4 Procesbeschrijving toewijzing nieuwe schoollocaties in de stad 8.6 Parkeerbeleid  8.7 Sociale index 2022

110 110 111

113 113 114 119 123 129 131

1 Inleiding Rotterdam is een stad met veel dynamiek en ontwikkeling. De stad staat voor een grote opgave om de bevolkings­groei op een goede manier binnen de stadsgrenzen op te vangen. De prognose laat zien dat Rotterdam tot 2040 nog groeit met 75.000 inwoners tot ruim 730.000 inwoners (bevolkingsprognose gemeente Rotterdam 2022). Meer inwoners betekent ook meer kinderen die onderwijs zullen volgen. Er moeten dus nieuwe scholen gerealiseerd worden, met name in die gebieden waar de bevolking het hardst groeit. Tegelijk is er op andere plekken in de stad onderwijsaanbod dat niet goed meer aansluit op de vraag van de Rotterdamse ouders en kinderen. Dit is in een notendop de reden om een samenhangend langetermijnplan te maken voor de huisvesting van de scholen in Rotterdam: het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (verder IHP). Het onderwijs speelt een cruciale rol in de ontwikkeling van Rotterdammers én in de aantrekkelijkheid van de stad om te wonen en te werken. Het is de wettelijke taak van de gemeente om te zorgen voor voldoende geschikte schoolgebouwen voor scholen voor primair, voortgezet en gespecialiseerd onderwijs. Zodat alle leerplichtige kinderen naar school kunnen. Dit noemen we de zorgplicht voor de onderwijshuisvesting.

Een belangrijk uitgangspunt voor dit IHP is inclusiever onderwijs, waarin kinderen met en zonder ondersteunings­behoefte met elkaar naar school gaan en minder kinderen worden doorverwezen naar het gespecialiseerd onderwijs. Dat vraagt iets van onderwijshuisvesting. Schoolgebouwen mogen geen belemmerende factor zijn in het bieden van inclusiever onderwijs; zij moeten worden toegerust met dat wat nodig is voor inclusief onderwijs. Overigens blijft gespecialiseerd onderwijs noodzakelijk, omdat een deel van de leerlingen behoefte heeft aan zeer specialistische zorg en ondersteuning.

Schoolgebouwen zijn vaak kenmerkende gebouwen in een wijk. Een nieuw of gerenoveerd gebouw draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de omgeving. Het kan ook het startpunt zijn voor de aanpak van het gebied. Bij het bouwen van scholen streven we naar goede huisvesting, die voldoet aan de eisen van de toekomst. Denk aan andere manieren van lesgeven met gevolgen voor de wijze van inrichting van gebouwen. Daarnaast is het ook van belang om thema’s als hittestress, vergroening en klimaat mee te nemen. Bijvoorbeeld door het direct bij de bouw aanleggen van een groenblauw schoolplein. In een verdichtende stad is het steeds lastiger locaties te vinden die geschikt zijn voor onderwijs. Een van de oplossingen is bijvoorbeeld scholen een plek te geven in de plint van hoogbouw. Op dit soort locaties moeten we altijd zoeken naar goede ontwerp­ oplossingen en flexibiliteit. Dit betekent dat gemeente en schoolbesturen in een vroeg stadium actief betrokken moeten zijn bij de gebiedsontwikkelingen om te kunnen garanderen dat er een goede plek is voor een eventueel benodigde toekomstige school. De gebiedsontwikkeling overstijgt met een planningstermijn van zeven tot tien jaar, en soms zelfs langer, ruim de termijn van het IHP Onderwijs 2024-2027. In Rotterdam stellen we elke vier jaar een nieuw IHP op.

In dit IHP kijken we gedetailleerd naar het tijdvak 2024-2027, met een doorkijk naar de periode tot 2040. Dit IHP Onderwijs is in nauwe samenwerking met de Rotterdamse schoolbesturen opgesteld. In een stevige, intensieve dialoog met respect voor de soms verschil­lende belangen van schoolbesturen en gemeente. Het IHP heeft nog geen wettelijke status. Het is te zien als een planningsinstrument. Ook is er vanuit verschillende betrokken gemeentelijke afdelingen input gegeven. Tegelijkertijd met het opstellen van dit Integraal Huisvestingsplan Onderwijs is het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid (NROB) opgesteld. Dat is vastgesteld door de raad

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

4

op 30 november 2023. Speerpunten in het beleid zijn: vergroten doelgroepbereik voorschoolse educatie (ve), tegengaan personeelstekort in het onderwijs en kinderopvang, verbeteren aansluiting tussen onderwijs, preventie en jeugdhulp en verhogen onderwijskwaliteit.

1.1

Urgentie

In Rotterdam is meer dan 50% van de onderwijsgebouwen ouder dan 45 jaar. Dat is ouder dan de 40 jaar die gebruikelijk is in de vastgoedsector en doorgaans wordt gebruikt om de gebouwen financieel af te schrijven. De leeftijd zegt niet alles, maar geeft wel een goede indicatie voor de bouwtechnische kwaliteit, duurzaamheid en de noodzaak van een investering in het gebouw. Daarbij hebben we te maken met veranderende eisen en verwachtingen aan gebouwen. Denk aan de klimaat­ doelstellingen en andere manieren van lesgeven, die effect hebben op de wijze van inrichting van gebouwen.

1.2

Huisvestingsprogramma Onderwijs

Onderwijshuisvesting laat zich niet altijd plannen. In de loop van de tijd komen er scholen en leerlingen bij of gaan er juist af, gebouwen moeten vervangen worden of zijn op een andere plek nodig. Jaarlijks stelt de gemeente (het college van B&W) daarom een huisvestingprogramma vast. Daarin worden op basis van aanvragen van school­besturen huisvestingsvoorzieningen toegekend. Dit jaarlijkse, wettelijk verplichte programma geeft school­besturen en gemeente weinig zekerheid om voor langere termijn te plannen. Om wel verder vooruit te kunnen kijken, stellen we een IHP Onderwijs op, waarin er meer strategisch naar de onderwijshuisvesting wordt gekeken. Het IHP is een voorbereiding op de jaarlijkse besluit­vormingsprocedure via het Huisvestings­programma (HVP) Onderwijs. Formele besluitvorming over de projecten die jaarlijks in uitvoering genomen worden, verloopt via het Huisvestingsprogramma Onderwijs. Het besluit van de raad over het IHP gaat over de voorgenomen meerjareninvesteringsplannen, waaruit de jaarlijks toe te kennen investeringen voortvloeien. Deze worden vervolgens via het HVP voor specifieke projecten aan de schoolbesturen toegekend.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

1.3

Scope

Dit IHP Onderwijs gaat over de investeringen voor de komende vier jaren, de projecten die volgens planning in die periode worden opgestart. Een goed lopend project duurt 5 à 6 jaar van start tot oplevering. Voor grote en complexe projecten is dit langer. Voor een deel van deze projecten zijn er dus gedurende de looptijd van het IHP nog geen fysieke resultaten te zien. De gemeente is via vervanging en grootschalige renovatie verantwoordelijk voor ongeveer 350 schoolgebouwen voor primair, voortgezet en gespecialiseerd onderwijs in Rotterdam en zo’n 300 zalen voor bewegingsonderwijs. Het onderhoud is de verantwoordelijkheid van de betreffende schoolbesturen. Het IHP kijkt vooruit naar 2040 en maakt een concrete vertaling naar de investeringen voor de periode 2024-2027. Dit IHP is het vervolg op het IHP 2020-2023.

1.4

Terugblik IHP 2020-2023

In het IHP 2020-2023 waren twee centrale ambities opgenomen: evenwichtiger onderwijsaanbod en kwaliteit van onderwijshuisvesting. Op beide ambities zijn stappen gezet, maar we zijn er nog niet. Daarom nemen we deze ambities nogmaals op, maar dan aangepast aan de ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Het onderwijs­ aanbod is gevarieerder geworden. Bijvoorbeeld met de uitbreiding van basisonderwijs voor hoogbegaafden, meer vrijeschoolonderwijs (ook op Zuid), meer integrale kindcentra, een categoraal gymnasium op Zuid en meer islamitische basisscholen. Aan de verbetering van de kwaliteit van de huisvesting werken we continue. De afgelopen jaren is het aantal projecten dat van start is gegaan fors toegenomen ten opzichte van de periode voor 2018. Er zijn nog 84 projecten uit het Integraal Huisvestingsplan 2020-2023 en 2015-2019 waaraan wordt gewerkt of die nog moeten starten. Daarnaast wordt gewerkt aan 13 projecten vanuit de jaarlijkse huisvestings­ programma’s en vier projecten van het IHP gym. In bijlage 8.2 staat een overzicht van de projecten waarover besluitvorming al heeft plaats­gevonden. Periodiek informeren we de gemeenteraad over de voortgang van deze projecten. In overleg met de schoolbesturen heeft een herijking plaatsgevonden. Voor een aantal projecten is er een goede reden dat ze nog niet gestart zijn.

De projecten die nog in de initiatieffase zijn of nog niet zijn gestart, worden in de geest van dit nieuwe IHP opgestart en uitgevoerd.

5

1.5

Wettelijk kader

Gemeentelijke zorgplicht onderwijshuisvesting Op basis van de wet is de gemeente verplicht om te voorzien in voldoende huisvesting voor het onderwijs aan leerplichtige leerlingen. Het gaat dan om scholen voor primair, voortgezet en gespecialiseerd onderwijs. Dit kan in de vorm van nieuwbouw, het beschikbaar stellen van een bestaand gebouw of een gedeelte daarvan, uitbreidingen, terreinen en de eerste aanschaf van onderwijs­leerpakketten en meubilair. Ook betaalt de gemeente het herstel van constructiefouten aan het gebouw, het herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, onderwijsleerpakketten en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden. De gemeentelijke regels hiervoor zijn uitgewerkt in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2021.

Grondwet artikel 23

en toezicht onderwijs is taak van overheid · Zorg Vrijheid onderwijs te geven op levensbeschouwelijke grondslag · Overheidombehandelt alle onderwijs gelijk ·

Wetgeving funderend onderwijs (VWO, WPO en WEC)

plicht gemeente voor onderwijshuisvesting · Zorg Zorg instandhouding en eigendom huisvesting bij schoolbesturen · Economisch gemeente (teruglevering bij stoppen onderwijs · en verbod opclaimrecht vervreemding) tot opstellen verordening en jaarlijks vaststellen · Verplichting onderwijshuisvestingsprogramma

Gemeentelijke zorgplicht bewegingsonderwijs De gemeente heeft ook de zorgplicht voor gebouwen voor het bewegingsonderwijs (gym) voor primair, voortgezet en gespecialiseerd onderwijs. De gemeente is, met uitzondering van de gebouwen voor het voort­gezet onderwijs, ook verantwoordelijk voor de instand­houding, dus voor het onderhoud. Dit is anders dan bij de school­ gebouwen. Daar ligt de verantwoordelijkheid voor instandhouding bij de school­ besturen. Naast gemeentelijke sportaccommodaties zijn voor het bewegingsonderwijs ook gymzalen of sportzalen in eigendom van schoolbesturen, sportbedrijf en derden beschikbaar.

1.6

Leeswijzer IHP

Het Integraal Huisvestingplan (IHP) bestaat uit een aantal hoofdstukken. In de eerste hoofdstukken beschrijven we welke ambities we willen realiseren, met als horizon 2040. De opgave werken we op basis van een analyse uit. We stellen een aanpak voor in hoofdstuk 4 om ook een meerwaarde op verschillende aspecten te verwezenlijken. In hoofdstuk 5 werken we de ambities uit tot concrete plannen en afspraken op gebiedsof stedelijk niveau. In hoofdstuk 6 volgen de randvoorwaarden die van belang zijn om de projecten te realiseren. In hoofdstuk 7 staan de financiën. Bij het IHP hoort de financiële vertaling in de Voortschrijdende Indicatieve Meerjaren InvesteringsPlanning Onderwijshuisvesting (VIMIP). Deze wordt jaarlijks geüpdatet en hierin zijn ook de financiële effecten van de vorige IHP’s onderwijs opgenomen.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

Verordening Voorzieningen huisvestingsOnderwijs

uitwerking zorgplicht (omvang en prioritering) · Lokale Procedure toekennen huisvestingsvoorzieningen (nieuwbouw, · uitbreiding,jaarlijks clamiteiten)

Integraal huisvestingsplan onderwijshuisvesting (IHP)

tussen gemeente en schoolbestuur over · Meerjarenafspraken vervangingsopgave geen wettelijke basis, wel vastgesteld beleid door gemeenteraad · Nog · Geeft meer zekerheid langetermijnperspectief dan jaarlijks programma

Gemeentelijke beleidsregels

Educatie (VE) · Voorschoolse · Frisse scholen – Rotterdams ambitieprofiel

6

De Plevier

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

7

2 Ambitie en doelstellingen Investeren in schoolgebouwen betekent ook nadenken over de lange termijn. Hoe zorgen we dat we de knel­punten van nu aanpakken, maar de schoolgebouwen ook voor de toekomst relevant blijven? Er is daarom een centrale ambitie geformuleerd, die concreet is gemaakt in drie doelstellingen. Deze doelstellingen zijn (en worden) op verschillende thema’s uitgewerkt in maatregelen voor de komende periode. En ze zijn in samenhang met de vervangingsopgave en analyse van de leerlingenpopulatie uitgewerkt per gebied.

2.1

Centrale ambitie

Het college legt een grote focus op renovatie en vernieuwing van schoolgebouwen. In het coalitieakkoord staat: ‘We gaan door met het renoveren en vernieuwen van scholen en gymzalen en het aanleggen van groene schoolpleinen. In de buurt van scholen die zelf geen speelvoorzieningen hebben (bijvoorbeeld door ruimte­gebrek), richten we, vooral op Rotterdam-Zuid, de buitenruimte zo in dat scholen daar gebruik van kunnen maken voor sport- en spelactiviteiten.’ In de afgelopen jaren is het aantal projecten onderwijs­huisvesting dat van start is gegaan, fors toegenomen. Voor de komende jaren willen we met het IHP: 1. Het huidige tempo van uitvoering van projecten vasthouden 2. Meerwaarde creëren in gebouwen en gebieden waar kansen liggen 3. Bijdrage leveren aan stedelijke opgaven, zoals duurzaamheid en verkeersveiligheid rondom de school

De centrale ambitie in dit IHP is In Rotterdam leren alle kinderen in een toekomstbestendige onderwijsomgeving, die stimulerend, gezond en passend is.

We bouwen in dit IHP voort op het Masterplan Onderwijs. Dit is in 2017 door de gemeenteraad vast­gesteld. Het Masterplan schetst een visie en is vertrek­punt voor het gemeentelijk onderwijsbeleid. In het Masterplan zijn bouwstenen opgenomen die richting en ruimte geven aan de vorming van Rotterdam onderwijs­stad 2030. Vier in het Masterplan Onderwijs genoemde bouwstenen zijn relevant voor het IHP. Hieronder een samenvatting van deze bouwstenen.

De beste basisschool is altijd in de buurt Met nieuwe scholen in de groeiwijken en vernieuwd aanbod in de oude stadswijken rond het centrum en de oudere groeiwijken. We kiezen waar mogelijk voor grotere basisscholen. Want er is op grotere scholen meer expertise te organiseren, er zijn gemengde teams en er is meer ondersteuning voor leerkrachten en pedagogisch medewerkers op administratief, ICT- en ander gebied. We hanteren daarbij 250 leerlingen per school als richtminimum. Dit aantal geeft voldoende body voor een stevig management, voor continuïteit en voor een professionele ondersteuning van leerkrachten. Alle Rotterdamse scholen moeten van zeer goede kwaliteit zijn.

Sterk en gevarieerd voortgezet onderwijs in de hele stad Kijkend naar de verwachte bevolkingsgroei en het streven om het opleidingsniveau op Zuid te verhogen en er aantrekkelijke en gemengde wijken te creëren, moet het scholenaanbod worden aangepast. Daarmee worden hoger opgeleiden en maatschappelijke succesvolle mensen verleid om op Zuid te blijven of er te gaan wonen

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

8

en wordt alle kinderen keuze geboden. Er is overcapaciteit op Zuid, mede doordat er veel kinderen uit Zuid op de noordoever of in omliggende gemeenten naar school gaan. Dat betekent dat er op Zuid vernieuwing van het aanbod moet plaatsvinden.

Zorgvragen niet in de klas, maar jeugdhulp en andere expertise wel op school. We bundelen waar mogelijk de specialistische kennis van gespecialiseerd onderwijs.

Gebouwd voor de toekomst Inclusief onderwijs We verkennen in welke mate gespecialiseerd en regulier onderwijs kunnen samen­ werken en hun werkzaamheden kunnen integreren om passend onderwijs te realiseren. De grotere basisscholen die we nastreven maken het mogelijk om in en rondom de school meer expertise te organiseren en van scholen een passende school te maken.

We staan voor onderwijsgebouwen met meer variëteit in ruimtes en meer flexibiliteit in het gebouw. Waar mogelijk is meervoudig sociaal gebruik het uitgangspunt, bijvoorbeeld met vormen van naschoolse opvang. We hanteren dit perspectief bij alle plannen voor nieuwbouw en renovatie, bij alle schuifoperaties en bij het samen­voegen van (kleine) scholen. We maken de huisvesting van voorschool of kinderopvang waar mogelijk onderdeel van de school, zodat van één regie, één manier van denken en één team sprake is. We werken aan betere en nieuwere onderwijs/zorgcombinaties. We werken aan een meer flexibele inzet van onderwijshuisvesting en efficiënt leerlingenvervoer rondom de onderwijs/zorg­combinaties.

2.2

Drie doelen

Het IHP draagt via goede huisvesting van scholen bij aan het verbeteren van de onderwijskwaliteit van scholen in Rotterdam. Het IHP kent drie hoofddoelen richting 2030 en verder, waar in de periode 2024-2027 flinke stappen in gezet worden.

1. Goede kwaliteit huisvesting Schoolgebouwen moeten duurzaam, gezond, toegankelijk en flexibel gebouwd zijn, zodat groei, krimp en mede­gebruik makkelijker op te vangen en in te passen zijn. Verouderde schoolgebouwen worden vervangen of opgeknapt tot een aan nieuwbouw gelijkwaardig niveau.

2. Evenwichtig onderwijsaanbod Door een goede geografische spreiding over de stad en in de gebieden van sterk, gevarieerd en kwalitatief goed onderwijs sluiten we vraag en aanbod goed op elkaar aan. Het uitgangspunt is dat ieder kind in het basis­onderwijs in het eigen gebied naar school kan. Waar mogelijk worden functies die voor de ontwikkeling van het kind belangrijk zijn, samen gebracht in één gebouw. Zoals een voorziening voor voorschoolse educatie, maar ook andere maatschappelijke functies, zoals het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Dit komt de aansluiting van onderwijs en zorg en de doorlopende leerlijn

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

9

ten goede. Het samenbrengen van functies in onderwijsgebouwen vraagt om een bredere business case met partners in de stad en andere beleidsafdelingen.

moeten worden. Dus zoveel mogelijk toegankelijk voor iedereen, ook leerlingen, leraren of ouders met een beperking.

Ook voor het voortgezet onderwijs en gespecialiseerd onderwijs is spreiding over de stad en een evenwichtig aanbod van bereikbare scholen een belangrijk uitgangs­punt. Daarnaast is het wenselijk om in het kader van inclusief onderwijs, de afstand tussen het gespecialiseerd en het regulier onderwijs zoveel mogelijk te verkleinen. Denk aan huisvesting onder één dak of op dezelfde locatie, en het waar mogelijk delen van faciliteiten. Dit betekent dat ook bestaande schoolgebouwen waar mogelijk inclusiever

3. Bijdrage leveren aan een aantrekkelijke stad Een kwalitatief hoogwaardig voorzieningenniveau sluit aan op de behoeften van de huidige en toekomstige inwoners. Goede onderwijshuisvesting draagt bij aan een aantrekkelijke stad om in te wonen, werken en leven. Daarom werken we aan toekomstbestendige voor­zieningen en zoeken we naar slimme combinaties van onderwijs met andere functies.

CBS Onze Wereld

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

10

3 De kernopgave De kernopgave van de gemeente voor onderwijs­huisvesting bestaat uit: De vervangingsopgave: panden die in aanmerking komen voor vervanging vanwege de staat van de gebouwen De herschikkings- en uitbreidingsopgave: het aanpassen van aanbod in bepaalde gebieden op basis van leerlingprognoses. De opgave is bepaald in overleg met het onderwijsveld. De prioritering van de vervangingsopgave en aanpassing op groei en krimp van de leerlingpopulatie is uitgewerkt in de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam 2021. De eerste prioriteit is het opheffen van capaciteitstekorten. Er moet altijd voldoende plaats zijn voor alle leerplichtige leerlingen. We kijken daarom naar de groei en krimp van de leerlingpopulatie. Liggen de scholen op de juiste plek, zodat elk kind binnen redelijke afstand naar school kan? De tweede prioriteit is het handhaven van een adequaat niveau. Zijn de school­gebouwen nog van voldoende kwaliteit? Daarvoor is een nulmeting uitgevoerd naar de staat van de gebouwen.

· ·

3.1

Vervangingsopgave

De levensduur van de schoolgebouwen is niet oneindig. Financieel worden de gebouwen in 40 jaar afgeschreven. De technische levensduur is meestal langer, maar dat vraagt wel om zorgvuldig onderhoud en periodieke investeringen. Landelijk is een schoolgebouw bij de vervanging gemiddeld rond de 70 jaar oud. Bij het bouwen van nieuwe scholen moeten we hiermee rekening houden, door ervoor te zorgen dat er een school gebouwd wordt die toekomstbestendig is. Denk hierbij aan thema’s als slimme combinatie, klimaat en hittestress en flexibiliteit in ontwerp. Om een goed beeld van de vervangingsopgave te krijgen heeft de gemeente een nulmeting laten uitvoeren voor alle schoolgebouwen in Rotterdam. Rotterdam heeft een relatief oud schoolgebouwenbestand. Met de vervangingsopgave wil Rotterdam

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

zo veel mogelijk tempo maken om niet verder achterop te raken. Dit om goed onderwijs te kunnen faciliteren en andere manieren van lesgeven mogelijk te maken, waarbij gestreefd wordt naar zoveel mogelijk inclusief onderwijs. Oudere gebouwen kunnen nog een goede gebruikswaarde hebben, maar vergen vaak forse investeringen om ze bouwkundig, energetisch en functioneel op peil te houden. Om de klimaat­ doelstellingen voor 2030 en 2050 te halen, maar ook om aan eisen voor bijvoorbeeld ventilatie te voldoen, is het noodzakelijk vaart te blijven maken met de vervanging van de verouderde voorraad. De opgave is groot en vraagt onze volledige aandacht om niet verder achterop te raken.

3.1.1

Nulmeting

Het doel van de nulmeting is om een goed beeld te krijgen van het gebouwenbestand en daarmee een afweging te kunnen maken over de vervanging en/of verbetering. Het uitvoeren van deze nulmeting is een van de aanbevelingen uit het Rekenkamer­ onderzoek Gefundeerd bouwen uit 2020. De nulmeting is voorbereid en begeleid door een werkgroep met deelnemers vanuit de gemeente en schoolbesturen. In het voorbereidingstraject is de werkgroep ondersteund door Kenniscentrum Ruimte-OK1. De nulmeting zelf is uitgevoerd door Republiq BV. De nulmeting is uitgevoerd op basis van gegevens die hierna worden toegelicht en een enquête onder de gebruikers van de onderwijsgebouwen.

1 Ruimte-OK is een kennisorganisatie voor scholen en gemeenten met betrekking tot financiering en huisvesting van onderwijs, opgericht in 2012 op mede-initiatief van het Waarborgfonds Kinderopvang, de PO-Raad, VO-raad en de VNG.

11

In de nulmeting zijn alle gebouwen getoetst op drie hoofdcriteria. Daarbij is aangesloten op landelijk beleid en algemeen geaccepteerde kaders. Het gaat om de volgende criteria: Functionaliteit Duurzaamheid Kwaliteit

· · ·

Deze hoofdcriteria zijn getoetst door middel van verschillende kritieke prestatieindicatoren (KPI’s). Er is daarbij de keuze gemaakt om uit te gaan van beschikbare gegevens van de gemeente, schoolbesturen en openbare bronnen. Er is voor gekozen om geen fysieke schouw of bouwkundige opname te laten plaatsvinden. Dit omdat een fysieke schouw altijd een momentopname is. Wordt het dak bijvoorbeeld de dag erna vervangen, dan is de situatie direct heel anders. De beoordeling zou met een fysieke schouw ook te veel afhankelijk zijn van de individuele inspecteur, bereikbaarheid van installaties en weersomstandigheden. Een gebouw waarin weinig is geïnvesteerd in onderhoud zou op deze manier hoger in de prioritering kunnen komen dan een gebouw waarin wel is geïnvesteerd. Dit is onwenselijk en daarom kijken we naar de toekomstige onderhoudsbehoefte via de meerjarenonderhoudsbegroting bij het criterium Kwaliteit.

Functionaliteit Functionaliteit is een lastig te definiëren begrip en bijvoorbeeld ook afhankelijk van het schoolconcept en de aanpasbaarheid van het gebouw. Er is daarom gekeken naar de over- en ondercapaciteit als indicator van de mate waarin het gebouw nu en in de toekomst ingezet kan worden voor onderwijs.

Duurzaamheid Bij dit onderdeel is met name gekeken naar de mate waarin het gebouw kan voldoen aan de eisen uit het klimaatakkoord in 2050. Daarbij is gekeken naar het energie­ verbruik per vierkante meter. Op basis van het bouwjaar is een aanname gedaan over de energetische waarde van het gebouw en de inzet die nodig is om energieneutraal te worden. Er is vanuit gegaan dat hoe ouder een gebouw is, hoe moeilijker het is om een gebouw volledig energieneutraal te krijgen. Een eventueel uitgevoerde renovatie kan een ander beeld geven.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

Kwaliteit Er is gekeken naar de meerjarenonderhoudsbegrotingen (MJOP) en de kosten die het schoolbestuur de komende jaren verwacht te maken aan het gebouw. Belangrijk voor de kwaliteit is ook het binnenklimaat. Een goed binnen­klimaat heeft een aantoonbaar positief effect op de leerprestaties. Tijdens de coronapandemie is een inventarisatie gedaan naar de ventilatie van de school­gebouwen. De resultaten van deze inventarisatie zijn gebruikt als indicator voor de luchtkwaliteit.

Gebruikersenquête De beschikbare gegevens zijn naast de uitkomsten van een gebruikersenquête gezet. In de gebruikersenquête zijn de gebruikers van de onderwijsgebouwen bevraagd over hun beleving van het gebouw. In de enquête zijn de gebruikers net als bij de KPI’s bevraagd op de drie hoofdcriteria. In de enquête zijn bijvoorbeeld vragen opgenomen over hoe geschikt het gebouw is voor het huidige onderwijsgebruik, toegankelijkheid, flexibiliteit en over meerdere aspecten van het binnenklimaat.

Weging en interpretatie De werkgroep Onderwijshuisvesting heeft ervoor gekozen het meeste belang te hechten aan het criterium kwaliteit. Dit heeft met de taakverdeling tussen gemeente en schoolbesturen te maken. Hierbij geeft de gemeente (volgens de verordening) prioriteit aan de vervanging van de bouwkundig ‘slechtste’ gebouwen. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor een optimale inrichting en aanpassing op het eigen onderwijs. Deze verantwoordelijkheid ligt daarom naar mening van de werkgroep zwaarder bij de schoolbesturen dan bij de gemeente. Alle criteria tezamen geven een beeld van de school­gebouwen, waar: de instandhouding het grootste beslag legt op de financiële middelen van een schoolbestuur de grootste investering nodig is om deze op peil te brengen de beleving door de gebruikers het minst is

· · ·

Bij de slechtst scorende gebouwen is daarmee de meeste aanleiding om tot vervanging over te gaan.

12

Resultaten Op de enquêtes is veel respons gekomen, maar niet voor elke school voldoende. De scores van de enquêtes wijken soms ook af van de resultaten van de KPI’s. De KPI- en enquête-scores zijn daarom niet gemiddeld, maar beide in beeld gebracht. De scores zijn op een schaal van 0 tot 10. De KPI’s zijn op basis van een interne benchmark. Dat wil zeggen dat de resultaten onderling zijn vergeleken. De nulmeting geeft een beeld van de hele portefeuille onderwijsgebouwen van de gemeente. Het is niet mogelijk gebleken om alle bijzonderheden en specifieke situaties in de nulmeting te vangen. Schoolbesturen hebben gelegenheid gehad om te reageren op de resultaten van hun gebouwen. De resultaten en de opmerkingen met betrekking tot individuele school­gebouwen hebben, samen met de overige gegevens, zoals de prognoses en tellingen, als basis gediend voor de gebiedsgesprekken.

3.2

Het totaal aantal leerlingen per 1 oktober 2022 is 92.882. Dit is een toename van 232 leerlingen ten opzichte van 1 oktober 2021. De toename is het grootst in het voortgezet onderwijs, terwijl in het basisonderwijs sprake is van krimp.

Basisonderwijs Als we kijken naar het aantal leerlingen in de afgelopen jaren, zien we dat het totaal aantal leerlingen in het Rotterdamse basisonderwijs in de periode 2018-2022 licht gedaald is. Figuur 1 · Aantal leerlingen basisonderwijs

Herschikkings- en uitbreidingsopgave

Los van de vervangingsopgave groeit ook de basis­populatie in de stad en is de huisvesting soms op een andere plek nodig dan de huidige locatie van een school. In deze paragraaf gaan we dieper in op de groei en krimp van het aantal leerlingen en van de basispopulatie. Ook wordt in deze paragraaf geanalyseerd of het aanbod aansluit op de behoefte en of de scholen toekomst­bestendig zijn qua omvang en ligging.

3.2.1

Groei en krimp; de prognoses

De leerlingprognoses2 geven inzicht in de ontwikkeling van leerlingenaantallen en de bijbehorende ruimte­behoefte per school. Deze prognoses zijn bepalend voor de huis­vestings­behoefte van scholen. Ze zijn gebaseerd op onder meer actuele bevolkings­ prognoses van Rotterdam en omgeving (inclusief woningbouwprogrammering) en de laatste leerlingentellingen. De ontwikkeling van leerlingen in het (voortgezet) gespecialiseerd onderwijs laat zich moeilijker voorspellen, omdat hierbij regionale en beleidsmatige ontwikkelingen van grote invloed zijn en Rotterdam een regiofunctie heeft.

2

In het speciaal basisonderwijs (sbo) zien we een ontwikkeling van groei van het aantal leerlingen. Deze groei is al enkele jaren zichtbaar, maar lijkt minder te worden. De omvang en groei verschillen per vestiging. Drie sbo’s zijn inmiddels geïntegreerd met het regulier basisonderwijs. Dit is een goede ontwikkeling op weg naar inclusiever onderwijs en vraagt verdere inzet. Vanuit de leerlingtellingen zien we dat deze scholen groeien en kennelijk een aantrekkelijke voorziening voor ouders vormen.

Bron: leerlingprognoses Rotterdam 2023, Pronexus.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

13

Figuur 2 · Aantal leerlingen SBO

Op de langere termijn verwachten we, door de groei van de stad, een groei van de basisgeneratie 4- tot 12-jarige kinderen. Dit zal voornamelijk op de langere termijn zijn, na 2030. De ontwikkeling wordt onzekerder naarmate dit verder in de tijd is. Per 1 januari 2023 wonen in Rotterdam 55.801 kinderen in de basisgeneratie (4- tot 12-jarigen). Groei en krimp verschilt sterk per gebied. Groei is te verwachten waar gebouwd wordt, zoals Katendrecht, Kop van Zuid, Afrikaanderwijk, (Nieuw) Kralingen, Centrum, Hoek van Holland, Hoogvliet, IJsselmonde. Krimp wordt verwacht in meerdere wijken in Delfshaven. Maar ook in Nesselande, waar scholen hard gegroeid zijn, zien we nu een behoorlijke krimp ontstaan.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

14

Figuur 3 · Ontwikkeling basisgeneratie 4- tot 12-jarigen per wijk 2023-2040

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

15

Figuur 4 · Ontwikkeling basisgeneratie 4- tot 12-jarigen per gebied

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

16

Voortgezet onderwijs Het aantal leerlingen in het voortgezet onderwijs groeide de laatste jaren niet of nauwelijks. De laatste leerling­telling, van 1 oktober 2022, laat wel een groei zien. Deze houdt min of meer gelijke tred met de groei van de basis­generatie 12- tot 18-jarigen. Per 1 januari 2023 wonen in Rotterdam 44.977 kinderen in de basis­ generatie. Tot 2040 wordt hierin een groei verwacht van 4,95%. Figuur 5 · Aantal leerlingen voortgezet onderwijs

Op de langere termijn wordt, door de groei van de stad, een groei van de basisgeneratie 12- tot 18-jarigen verwacht. De ontwikkeling wordt onzekerder naarmate dit verder in de tijd is. Groei en krimp verschillen sterk per gebied. Groei is te verwachten waar wordt gebouwd, zoals in Feijenoord, Park 16Hoven, Hoek van Holland, Hoogvliet, IJsselmonde. Maar ook, verder in de tijd, in (Nieuw) Kralingen. Krimp wordt vooral verwacht in Delfshaven en Noord.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

17

Figuur 6 · Ontwikkeling basisgeneratie 12- tot 18-jarigen per gebied

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

18

Gespecialiseerd onderwijs Voor het gespecialiseerd onderwijs wordt geen prognose gemaakt, omdat deze leerlingen geplaatst worden via een toelaatbaarheidsverklaring, die afgegeven wordt door een samenwerkingsverband.

Het gespecialiseerd onderwijs kent een indeling in vier clusters. Cluster 1: blinde, slechtziende leerlingen Cluster 2: dove, slechthorende leerlingen of met een taal-spraakontwikkelingsstoornis Cluster 3: lichamelijk gehandicapte en/of verstandelijk gehandicapte en langdurig zieke leerlingen (somatisch) Cluster 4: kinderen met psychische stoornissen en gedragsproblemen

Montfort College

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

19

Het aantal leerlingen in het (voortgezet) gespecialiseerd onderwijs is als volgt:

Figuur 8 · Aantal leerlingen (voortgezet) gespecialiseerd onderwijs per cluster

Figuur 7 · Aantal leerlingen gespecialiseerd onderwijs

Teldatum

Aantal leerlingen gespecialiseerd onderwijs Cluster 1

Cluster 2

Cluster 3 en 4

Totaal

SO

VSO

SO

VSO

SO

VSO

1-10-2018

47

56

502

133

1.657

2.016

4.411

1-10-2019

52

63

474

105

1.762

2.062

4.518

1-10-2020

57

62

459

88

1.795

2.069

4.530

1-10-2021

51

57

432

79

1.719

2.228

4.566

1-10-2022

45

54

442

88

1.688

2.301

4.618

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

20

3.2.2

Capaciteit en omvang

Zijn er voldoende vierkante meters voor huidige en toekomstige leerlingen binnen de vastgestelde omvang van de scholen? Deze vraag geldt zowel voor de totale stad als in de afzonderlijke gebieden. Sluit de capaciteit aan bij de behoefte? Hebben de scholen een gezonde omvang? Dit zijn de vragen die we in deze paragraaf behandelen.

In het algemeen is er geen sprake van een tekort aan capaciteit. In sommige gebieden is er in het primair onderwijs ruimteoverschot, vooral in Delfshaven, Feijenoord, Charlois en Noord. Met het oog op de groei van de bevolking is er wel behoefte aan uitbreiding van de capaciteit in gebieden waar de bevolking sterk stijgt of sprake is van grootschalige gebiedsontwikkeling. Daarnaast ontstaan er nieuwe scholen als gevolg van de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen. Tegelijkertijd zien we dat in sommige gebieden sprake is van een overschot aan capaciteit. Daarover voeren we gesprekken met de schoolbesturen hoe dit opgelost kan worden; bijvoorbeeld door fusies of het sluiten van scholen. Dit neemt niet weg dat er zo nu en dan knelpunten zijn op schoolniveau, nu en in de toekomst. Deze lossen we zoveel mogelijk op binnen de beschikbare capaciteit. De omvang van de scholen verschilt sterk van elkaar. Een school kan op BRIN-niveau een gezond leerlingen­aantal hebben. Maar op locatieniveau kan het zijn dat deze school bestaat uit een hoofdlocatie en een neven­vesting of aantal dislocaties, die als locatie onder de opheffingsnorm zitten. In sommige gevallen opereren de neven­ vestigingen of dislocaties onder een eigen schoolnaam.

Deze scholen en hun neven­ vestigingen of dislocaties zijn in de gesprekken per gebied in kaart gebracht en waar nodig opgenomen in de project­voorstellen ten behoeve van dit IHP. De gemeente investeert in principe niet in dislocaties en/of kleine scholen (<182 leerlingen3) in het basisonderwijs. Er kunnen echter redenen zijn om hiervan af te wijken. Bijvoorbeeld als een school de enige basisschool is in een gebied, of de enige school van een bepaalde denominatie. Als we in afstemming uitzonderingen hebben gemaakt, is dit toegelicht in de gebiedsuitwerking in Hoofdstuk 5. Bij de start van een project maken we afspraken over een passende en maximale omvang van de school, vaak omdat er op het terrein geen toekomstige uitbreidings­ ruimte beschikbaar is. Daarmee wordt het mogelijk om bijvoorbeeld in het basis­ onderwijs een, twee of drie stroomscholen4 in te richten (groep 1 t/m 8). Dit biedt voorspelbaarheid en daarmee rust en continuïteit. De kwaliteit van het onderwijs is daarbij gebaat.

3 182 leerlingen is de wettelijke opheffingsnorm voor de gemeente Rotterdam. 4 Dit gaat over het aantal klassen per leerjaar. Bijvoorbeeld een twee stroom school heeft per leerjaar twee klassen.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

21

Goede spreiding Niet alle Rotterdamse leerlingen zitten op een Rotterdamse school. Daarnaast zijn er leerlingen die niet in Rotterdam wonen, maar wel in Rotterdam naar school gaan. Dit is vaker het geval in het voortgezet onderwijs dan in het basisonderwijs. In het basisonderwijs is sprake van een grotere uitstroom dan instroom. In het voortgezet onderwijs houden in- en uitstroom elkaar redelijk in evenwicht. Voor het gespecialiseerd onderwijs heeft Rotterdam een regiofunctie. In de regiogemeenten is vrijwel geen aanbod. De gebieden met de grootste uitstroom van leerlingen naar buiten Rotterdam liggen voornamelijk aan de randen van de stad. Daar is ook de instroom het grootst (Prins Alexander, IJsselmonde, Delfshaven en Charlois). Dit zien we ook in het voortgezet onderwijs. Daarbij merken we op dat een randgemeente als Albrandswaard geen voortgezet onderwijs heeft en het gebied Rozenburg geen bovenbouw. Daarnaast zien we in het basisonderwijs uitstroom van leerlingen uit Centrum, Noord, Overschie, Feijenoord en Delfshaven naar aangrenzende gebieden in de stad. In sommige situaties is dit logisch, dan ligt de dichtstbij zijnde school toevallig net in een ander gebied. De basisscholen in het Centrum trekken leerlingen uit de hele stad. Dit wordt vooral veroorzaakt door het werk van de ouders in het Centrum. Rotterdam heeft ook een regiofunctie.

Dit zien we vooral in het voortgezet onderwijs, bij de scholen met een specifiek aanbod, zoals bijvoorbeeld het vrijeschoolonderwijs, islamitisch onderwijs en de havo/vwo voor muziek en dans. Kijkend naar de spreiding van de voorzieningen zien we geen echte ‘lege vlekken’ in het regulier basis- en voortgezet onderwijs. Op dit moment wordt gewerkt aan de realisatie van twee grote nieuwbouw­projecten voor het voortgezet onderwijs op Zuid. We verwachten dat daardoor meer Rotterdamse leerlingen die op Zuid wonen ook zullen kiezen voor een school op Zuid.

· · · · · · ·

In bijlage 8.5 wordt een overzicht gegeven van leerling­stromen.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

3.2.3

· · · · · ·

Aandachtspunten

Zo’n 40 basisscholen zitten onder de opheffingsnorm (< 182 leerlingen). Dit concentreert zich in Noord, Delfshaven en Feijenoord, maar ook in Rubroek en Oud-Crooswijk. Opvallend in met name Delfshaven is dat er zowel hele grote basisscholen zijn, als relatief veel kleine scholen. Op de noordoever van de stad zijn (relatief) veel concept-scholen (denk aan Montessori, vrijeschool). Sommige concept-scholen (met name de vrije scholen) laten een behoorlijke groei zien. De islamitische scholen laten een forse groei zien in het aantal leerlingen. Belangrijke doelstelling voor het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid is vergroting van het bereik van doelgroeppeuters (met een CJG-indicatie) voor deelname aan de voorschoolse educatie. Prioriteit ligt in eerste instantie bij de gebieden Prins Alexander, Hoogvliet en Feijenoord.

3.3

Gebiedsontwikkeling

De stad groeit en voor een goede groei is het nood­zakelijk dat onze maatschappelijke voorzieningen daarin blijven meegroeien. Dit uitgangspunt is verankerd in ‘De verander­stad’, de Rotterdame omgevingsvisie. De Referentiewaarden Maatschappelijke Voorzieningen vormen de basis om te bepalen welke maatschap­ pelijke voorzieningen nodig zijn, gegeven het aantal woningen in een gebied. We passen de referentiewaarden toe bij gebiedsontwikkelingen vanaf 500 woningen. Maatschappelijke voorziening Basisschool

2.350 m2 BVO per 3.075 inwoners

Voortgezet onderwijs

5.100 m2 BVO per 10.000 inwoners

Speciaal onderwijs

1.205 m2 BVO per 10.000 inwoners

22

Met de uitkomsten van de doorrekening wordt vervolgens een voorzieningen­ programma gemaakt dat onder andere rekening houdt met: De invulling van het woningprogramma, voor gezinnen, eenpersoonshuishoudens en ouderen Bevolkingssamenstelling en kenmerken in aangrenzende wijken en de mate waarin de al aanwezige voorzieningen aansluiten bij de vraag - zijn er bestaande maatschappelijke voorzieningen in de directe omgeving waar overcapaciteit is? Of die de groei kunnen opvangen doordat ze binnen afzienbare tijd uitgebreid (kunnen) worden? - wordt de verwachte behoefte opgevangen in (niet buurt- of wijkgebonden) voorzieningen elders in de stad?

afwijkende prioritering. Dit proces vindt plaats onder regie van het schoolbestuur dat de betreffende nieuwbouwlocatie toegewezen heeft gekregen.

Voor nieuwe, extra voorzieningen is de gebieds­ontwikkeling leidend om de noodzaak en behoefte te bepalen. Het blijft echter altijd maatwerk. In enkele gevallen kan een gebiedsontwikkeling in de buurt van een bestaande voorziening ertoe leiden dat deze school eerder dan gepland aangepakt moet worden voor uitbreiding of vervanging. In dit IHP is gekeken welke gebiedsontwikkelingen concreet genoeg zijn om rekening mee te houden.

· ·

3.3.1

Schoollocatie

Geprioriteerd schoolbestuur

Katendrecht

BOOR

Stadionpark · Locatie Noordzijde · Locatie Veranda · Locatie Sportcampus

BOOR BOOR BOOR BOOR

Centrum (Schoterboshof)

BOOR

Nieuw Kralingen

Kind & Onderwijs Rotterdam

Merwevierhavens

RVKO

Hoek van Holland

Kind & Onderwijs Rotterdam

Nieuwe scholen en verdeling over schoolbesturen

In zes binnenstedelijke woningbouwgebieden zijn volgens de bevolkingsprognoses Rotterdam 2022 in de komende jaren uitbreidings- of dislocaties van basis­scholen nodig. Katendrecht, Stadionpark, Centrum, Nieuw Kralingen, Merwevierhavens en Hoek van Holland. Het is van belang dat de gemeente en betrokken schoolbesturen hierop nu al actief anticiperen. Dit omdat de planningstermijn van gebiedsontwikkelingen veel langer is dan die van het IHP Onderwijs. Als de onderwijs­behoeften niet op tijd in de gebiedsontwikkeling worden meegewogen, is er het risico dat scholen niet meer op geschikte locaties kunnen worden geplaatst omdat deze locaties al ‘bezet’ zijn door woningbouw. Per woningbouwontwikkeling is door toepassing van een beleidsmatige prioritering bepaald welk school­bestuur in aanmerking komt voor huisvesting om een nieuwe uitbreidings- of dislocatie te gaan exploiteren. Hiervoor zijn uitgangspunten vastgesteld in een proces en prioritering. In bijlage 8.4 is dit nader beschreven. Indien gewenst kunnen de po schoolbesturen een gezamenlijk en onderbouwd voorstel doen voor een

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

23

4 Meerwaarde creëren Het realiseren van een nieuw schoolgebouw en het vervangen of renoveren van een bestaand schoolgebouw biedt kansen, zowel voor de school als de omgeving. Waar mogelijk zoeken we naar meerwaarde voor de stad en haar inwoners. Dit doen we samen met school­besturen en andere partners. Een nieuw gebouw kan als vliegwiel dienen voor de versterking van het onderwijs, de samenwerking met partners en de ontwikkeling van een gebied. Dit kan door de combinatie met andere maatschappelijke voorzieningen. Maar ook door de investering in een beeldbepalend gebouw te koppelen aan de (her)ontwikkeling van een gebied. Hierna worden de mogelijkheden beschreven om realisatie van schoolgebouwen te koppelen aan andere gemeentelijke doelstellingen. Waar mogelijk en wenselijk wordt er aangesloten bij gebiedsontwikkeling. Dit is dan altijd met een concrete aanpak opgenomen in de uitwerking van de projecten. Voor het gemeentelijk maatschappelijk vastgoed onderzoeken we wat de financiële consequenties zijn van in dit hoofdstuk genoemde ambities op het gebied van duurzaamheid en toegankelijkheid. Als de raad hiervoor de benodigde extra middelen ter beschikking stelt, stellen we voor deze ambities een aanvullende regeling op.

4.1

Onderwijsbeleid

Gelijktijdig met het opstellen van dit IHP is het Nieuw Rotterdams Onderwijsbeleid (NROB) tot stand gekomen. Het NROB heeft vier speerpunten:

1. 2. 3. 4.

Vergroten doelgroepbereik voorschoolse educatie (VE) Tegengaan personeelstekort in onderwijs Verbeteren aansluiting tussen onderwijs, preventie en jeugdhulp Verhogen onderwijskwaliteit

Hierna wordt voor deze vier speerpunten en het uitgangspunt Schil om de school de vertaling naar de inrichting of normering van schoolgebouwen weer­gegeven. Met name op de onderwerpen vergroten bereik van de doelgroep peuters aan de VE en de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp versterken het NROB en IHP elkaar.

1. Vergroten doelgroepbereik voorschoolse educatie (VE) Voorschoolse educatie is voor kinderen met (risico op) een taalachterstand belangrijk om hun onderwijskansen te vergroten. De gemeente wil zoveel mogelijk kinderen met een (risico) op een taalachterstand gebruik laten maken van de VE. De aanwezigheid van een Centrum voor Jeugd en Gezin in of in de nabijheid van het school­gebouw draagt bij aan de toeleiding van kinderen naar de VE. Het bevordert de doorgaande lijn van VE naar het basisonderwijs als de VE een vaste plek heeft in het schoolgebouw. Dit kan aangevraagd worden als sprake is van een hoge achterstandsscore van de school en als de VE-aanbieder een door de gemeente gesubsidieerd programma uitvoert.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

24

Bij nieuwbouw ligt het initiatief voor samenwerking in een Integraal Kindcentrum (IKC) bij de betrokken partners. Er is een regeling voor nieuwbouw (ook voor kinderdagopvang met VE) in voorbereiding. Op basis van de uitwerking van de vastgestelde beleidsregel kan in aanvullende ruimte worden voorzien. Hoe geven we voorschoolse educatie een plek in het IHP? Voor de VE is er een regeling om onder bepaalde voorwaarden VE-ruimte in bestaande schoolgebouwen beschikbaar te stellen. Deze regeling wordt voortgezet. Bij voorzieningen die zijn toegekend op basis van deze regeling, wordt de VE-ruimte onder voorwaarden ook meegenomen in de vervangingsopgave. We onderzoeken of de bestaande regeling voor VE-ruimte in schoolgebouwen kan worden uitgebreid met meer categorieën. Zo kan ruimte gemaakt worden voor zorgpartners met een maatschappelijke functie, die een subsidierelatie met de gemeente hebben en betrokken zijn bij ontwikkeling van het kind, zoals het CJG. Dit voor zover het past in het gebouw zonder dat er een tekort ontstaat aan lesruimte. Er is een regeling in ontwikkeling voor kinderopvang met voorschoolse educatie bij nieuwbouw van basisscholen.

· · ·

Koppeling Centra voor Jeugd en Gezin en nieuwbouwlocaties scholen Het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) heeft als belangrijkste functie het consultatie­ bureau. Bijna alle ouders komen hier een aantal keer met een baby of kind. Het CJG geeft ook de indicatie af of een kind in aanmerking komt voor ‘extra spelen en leren’. Als deze indicatie wordt afgegeven betekent dit dat het kind tot de doelgroep behoort. Door het kind toe te leiden naar peuteropvang met een programma voor voorschoolse educatie, kunnen mogelijke achterstanden worden ingehaald en begint ieder kind op een goede manier aan de basisschool. Niet alle kinderen die een indicatie ‘extra spelen en leren’ ontvangen gaan daadwerkelijk naar de peuteropvang. Een kans om het doelgroepbereik te verbeteren is het maken van strategische keuzes over de huisvesting van het CJG. Op dit moment zijn de CJG-locaties meestal niet gekoppeld aan basisscholen of VE-locaties. Wanneer de fysieke connectie hiertussen wel gelegd wordt, kan dit voor ouders en kind een barrière wegnemen. Denk aan het bijbouwen of integreren van een CJG-vestiging bij nieuwbouw­ locaties van basisscholen. Maar ook de aanwezigheid van het CJG op scholen gedurende bepaalde dagdelen kan een stimulerend effect hebben. Hierdoor wordt voor ouders

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

mogelijk de drempel naar de peuteropvang lager, ouders zien waar ze terecht kunnen, krijgen ze een indruk van de locatie en kunnen zich eventueel direct inschrijven. De doelgroeppopulatie (kinderen van 2 tot 4 jaar met de indicatie ‘extra spelen en leren’) is het grootste in de hierna genoemde gebieden. Op wijkniveau zijn er binnen de gebieden aanzienlijke verschillen. Feijenoord Charlois IJsselmonde Delfshaven Prins Alexander

· · · · ·

Het CJG heeft op dit moment in Delfshaven een concrete ruimtebehoefte. Dit biedt een directe aanleiding om dit gebied verder te onderzoeken. Ook in andere gebieden doen zich kansen voor. Samen met het CJG moeten we analyseren of en waar huisvesting en gedeeld ruimte­gebruik een oplossing kan zijn voor matig of slecht doelgroepbereik.

2. Tegengaan personeelstekort in onderwijs Ook leraren hebben behoefte aan een prettige werkplek. Een goed en aansprekend gebouw met een prettig binnenklimaat helpt bij het creëren van een aantrekkelijke werkplek voor leraren. De volgende aspecten spelen daarin een rol: Een goed en gezond binnenklimaat Een fijn gebouw met een duidelijke en overzichtelijke structuur Goede bereikbaarheid en waar nodig voldoende parkeerplekken

· · ·

3. Verbeteren aansluiting tussen onderwijs, preventie en jeugdhulp We streven naar inclusiever onderwijs waarin alle kinderen het onderwijs krijgen waar ze recht op hebben. Een toekomstbestendig schoolgebouw is inclusief. Er worden minder kinderen doorverwezen naar het gespecialiseerd onderwijs, kinderen met en zonder ondersteuningsbehoefte gaan met elkaar naar school. En zorg (zoals fysio, specifieke begeleiding) kan gedeeltelijk in het schoolgebouw plaatsvinden. Met de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en de schoolbesturen verkennen we hoe en in welke mate gespecialiseerd en regulier onderwijs kunnen samen­werken. Ook kijken we waar hun werkzaamheden en voorzieningen overlappen en mogelijk samen

25

kunnen gaan om passend onderwijs te realiseren. We kijken naar mogelijkheden om inclusiever onderwijs vorm te geven in nieuwbouw. Samen met schoolbesturen en samenwerkingsverbanden maken we een ideaaltype van een Rotterdams school­gebouw op het gebied van inclusiever onderwijs, duurzaamheid en groenblauwe schoolpleinen. Dit zal een handreiking opleveren die we meegeven aan de projecten binnen het IHP. Binnen de projecten moet worden bekeken op welke manier de handreiking (gedeeltelijk) gerealiseerd kan worden. Daarnaast is het de bedoeling om in andere delen van de stad nog twee inclusieve basisscholen te realiseren, zoals basisschool het Pluspunt. Deze reguliere basisschool is ook geschikt voor kinderen met een fysieke beperking. Dit in overleg met de samenwerkings­ verbanden en schoolbesturen.

4. Verhogen onderwijskwaliteit Om het geven en krijgen van goed onderwijs te faciliteren zijn nieuwe schoolgebouwen adaptief: voldoende toekomstbestendig, voor de leerlingen van nu en later. Meer variëteit in ruimten en meer flexibiliteit in gebouwen maken schoolgebouwen en de omgeving beter geschikt voor steeds veranderende eisen van gebruikers. Dit geldt ook voor de gymzalen. Aandacht is nodig voor gebouwen voor gespecialiseerd onderwijs. Vaak zijn hier extra voorzieningen nood­zakelijk. Dit vraagt om samenwerking en afstemming met zorgpartners. Ook voor nieuwkomersonderwijs moet voldoende ruimte zijn. De schakelklassen (po) en internationale schakel­klassen (vo) zijn ondergebracht in bestaande school­gebouwen en zijn onderdeel van een reguliere school. Instroom van leerlingen die de Nederlandse taal nog onvoldoende beheersen is een constante factor, maar fluctueert wel. We blijven de huisvesting van deze groepen de komende jaren faciliteren door medegebruik van beschikbare ruimte in huidige schoolgebouwen, volgens het onderwijshuisvestingsbeleid.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

26

4.2 Er is behoefte aan aanpasbaarheid van de gebouwen, zodat waar nodig en mogelijk ruimte ontstaat voor deze opgaven. Daarvoor is nodig: 1. Flexibel indeelbare gebouwen, die meervoudig gebruik van ruimten mogelijk maken. Aan de hand van de Verordening wordt het aantal vierkante meters van een gebouw bepaald. De gebruikers van het gebouw bepalen de indeling ervan. In de regelgeving is meervoudig ruimtegebruik in schoolgebouwen nog niet voorzien. 2. Om samenwerking met bijvoorbeeld zorgaanbieders mogelijk te maken wordt onderzocht of hiervoor een regeling opgesteld kan worden. Bijvoorbeeld door uitbreiding van de regeling voor VE-ruimte. Daarbij richten we ons op voor het onderwijs noodzakelijke (zorg)partijen en functies die bijdragen aan de ontwikkeling van het kind. Een groter gebouw realiseren dan de norm voorschrijft, betekent ook een grotere investering en dus extra gemeentelijke middelen. 3. In het primair onderwijs kunnen de speellokalen beter benut worden. Deze moeten multifunctioneel inzetbaar gemaakt en ingericht worden. 4. In het voortgezet onderwijs kunnen de gymzalen beter benut worden. Een deel van de gymzalen is in beheer bij een schoolbestuur. Ook deze gymzalen moeten buiten schooltijden door andere partijen gebruikt kunnen worden. Dit is nog niet altijd het geval.

Schil om de school Belangrijk uitgangspunt in het NROB is de Schil om de school. Naast het uitvoeren van wettelijke taken voor het onderwijs richt de gemeentelijke inzet zich op het ondersteunen van het onderwijs. Het gaat dan voor­namelijk om taken die vanuit de samenleving bij de school neergelegd worden, maar niet tot de kernopdracht van het onderwijs behoren. Zoals interventies vanuit veiligheid, jeugdzorg, armoedebeleid en sport en cultuur. De Schil om de School ontlast en ondersteunt, zodat de school zich kan richten op het leveren van het beste onderwijs.

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024-2027

Duurzaamheid en toekomstbestendigheid

Veel schoolgebouwen in Rotterdam zijn niet CO2-neutraal. Er wordt beperkt eigen energie opgewekt of gebruik gemaakt van hernieuwbare energiebronnen. Veel scholen ervaren in en rondom de school hittestress en wateroverlast. Duurzaamheid betekent het verminderen van energieverbruik en het vergroten van het gebruik van alternatieve energiebronnen. Het omvat ook anticiperen op effecten van klimaatverandering, circulair gebruik van bouwmaterialen, het efficiënt inzetten van bestaande gebouwen en capaciteit en het voorkomen van leegstand en sloop. Scholen hebben een verantwoordelijkheid naar de toekomst, zij leiden op voor toekomstige generaties. Het is dan ook belangrijk dat scholen leerlingen een besef van duurzaamheid meegeven. Het schoolgebouw en -terrein kunnen daar op allerlei onderdelen een belangrijk en inspirerend onderdeel van zijn.

Ambities De duurzaamheidsambities van de gemeente Rotterdam zijn verwoord in het ‘Duurzaamheidskompas’ en het ‘Klimaat Actieplan Rotterdam’ (KAR). Deze door de gemeenteraad vastgestelde documenten zijn leidend voor het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid. En daarmee ook voor de duurzaamheidsparagraaf van dit IHP Onderwijshuisvesting. In het Duurzaamheidskompas is opgenomen dat we blijven inzetten op de energie­transitie. En dat de gemeente blijft investeren in een toekomst­ bestendige economie, die onder meer energie­neutraal en circulair is. In het KAR geeft het college aan dat de urgentie hoog is. In 2030 moet de CO2-uitstoot met 55% zijn teruggebracht en in 2050 moet Rotterdam klimaatneutraal zijn. Doelstellingen die aansluiten bij internationale afspraken, waaronder het Klimaatakkoord van Parijs. De komende jaren investeert de gemeente Rotterdam honderden miljoenen euro’s in het vernieuwen of verbeteren van de onderwijshuisvesting. Deze investe­ringen dragen bij aan het dichterbij brengen van de Rotterdamse klimaatdoelstellingen. Daar is veel voor nodig, maar de gemeente kan het niet alleen. Zoals in het KAR al benoemd moeten krachten gebundeld worden. Door de ‘split incentive’ in de bekostigings­systematiek is het van belang dat de Rotterdamse schoolbesturen ook bijdragen aan duurzame en efficiënt te exploiteren schoolgebouwen.

27

Van BENG naar ENG en verder Uitgangspunt bij het IHP 2020-2023 was het bouwen op basis van BENG (Bijna Energie Neutrale Gebouwen). In dit IHP leggen we de lat – met het oog op 2030 – hoger. In de business case fase willen we voor elk project inzicht hebben in de (on)haalbaarheid van ENG (Energie Neutraal Gebouw) en het financiële verschil met BENG. Om het eventuele verschil in investering te overbruggen, zoeken we met de schoolbesturen, vanuit een TCO (Total Cost of Ownership)-benadering, naar mogelijkheden. Een schoolbestuur mag ‘boven bouwbesluit’ investeren in haar gebouw, mits deze investering vanuit te verwachten exploitatievoordelen kan worden ‘terug­verdiend’. Ook kunnen ze gebruik maken van de Energie­transitielening uit het gemeentelijk coalitieakkoord. Of de gemeente kan aanvullend bijdragen aan het onrendabele deel van de investering. De gemeente kan de investering door de schoolbesturen niet formeel afdwingen. Gelet op het maatschappelijk rendement, de investeringen door de gemeente en de gezamenlijke Rotterdamse duurzaamheidsopgave, is het niet meer dan redelijk dat de gemeente ook de schoolbesturen vraagt om de krachten te bundelen en bij te dragen. Diverse schoolbesturen hebben al aangegeven open te staan voor dit soort afspraken.

Bij de start van elk project worden de (on)mogelijkheden van hergebruik of renovatie onderzocht.

Afweegkader duurzaamheid bij nieuwbouw en renovatie In de initiatieffase van een project wordt onderzocht op welke manier minimaal ENG kan worden gerealiseerd. Het is van belang om realistische maar ambitieuze prestaties vast te stellen. In het bouwproces kunnen we dan goed onderbouwd van alle betrokken ketenpartners net dat stapje extra vragen. Zoals hierboven is omschreven voor de schoolbesturen. Met dit doel is het Afwegingskader Duurzaam en circulair ontwikkeld5. Het afwegings­ kader omvat het relevante duurzaamheidsbeleid, locatie specifieke uitdagingen (hittestress, waterberging, e.d.) en suggesties voor kansrijke specifieke projectambities. Ook worden op basis van de concrete uitgangspunten sterke en zwakke punten benoemd van de bovengenoemde thema’s. De focus ligt hierbij niet alleen op de ontwikkeling zelf, maar ook op bijdragen aan de opgave op grotere schaal, zoals gebieds­niveau. Het afwegingskader kan worden aangepast aan voortschrijdende ambities.

Energietransitie Adaptief bouwen Voor het IHP is duurzaamheid al van belang in de planvormingsfase en de prioritering. Bij het ontwerpen van een gebouw moet al goed nagedacht worden over maatregelen die een gebouw toekomstbestendig maken en positieve effecten hebben op de exploitatie. Het gaat om maatregelen vanuit vier thema’s: energietransitie, gezonde leefomgeving, circulair en klimaatbestendig. Het ontwerpen van een goed, duurzaam gebouw is ook niet duurder dan het ontwerpen van een minder duurzaam gebouw. Ook geeft het aandachtspunten mee voor de uitvoering. Het is in de uitvoering van belang om díe maatregelen te nemen, die het meeste rendement opleveren. In de toekomst zal steeds vaker sprake zijn van renovatie van gebouwen in plaats van nieuwbouw. Beschikbare locaties voor nieuwbouw worden schaars, ook vanwege de stikstofproblematiek. Het renoveren van een gebouw, of behoud van het bestaande casco is qua materiaal­gebruik een duurzamer keuze. Ook de cultuurhistorische waarde van sommige schoolgebouwen zorgt ervoor dat renovatie steeds belangrijker wordt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=9883c653-1781-4b3a-a18a-62f9359e1ca8