[23bb007988] Bijlage 2 behorende bij 23bb008001 over Bodemenergieplan Merwe-Vierhavens
Tekst van het document
Merwe Vierhavens in Rotterdam Bodemenergieplan
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Betreft Behandeld door Gecontroleerd door Versienummer
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 Bodemenergieplan Merwe Vierhavens in Rotterdam Henk de Jonge Femke van Kasteel, Bastiaan Rus 1.4
OPDRACHTGEVER Gemeente Rotterdam Contactpersoon: Katelien van den Berge Wilhelminakade 179 Postbus 6575 3002 AN Rotterdam
ADVISEUR BODEMENERGIE IF Technology BV Postbus 605 6800 AP Arnhem Contactpersoon:
Henk de Jonge
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 3/30
INHOUDSOPGAVE 1 Inleiding 1.1 Kader 1.1.1 Deelgebieden M4H 1.1.2 Samenhang verschillendeinstrumenten 1.2 Probleemstelling 1.3 Doel van een bodemenergieplan 2 Gebruiksregels 3 Algemene toelichting 3.1 Principe bodemenergie 3.1.1 Open en gesloten bodemenergiesystemen 3.1.2 Indeling open systemen 3.2 Bodemeigenschappen 3.2.1 Bodemopbouw 3.2.2 Bodemgeschiktheid open bodemenergiesystemen 3.2.3 Overige geohydrologischeeigenschappen 3.3 Omgevingsbelangen 3.4 Wettelijke kaders 3.4.1 Open systemen 3.4.2 Gesloten systemen 3.4.3 Lozingen 3.4.4 Overige vergunningen enmeldingen 4 Inventarisatie vraag en aanbod 4.1 Ontwikkelingen 4.2 Warmte- en koudevraag 4.3 Warmte- en koudeaanbod 4.4 Match vraag/aanbod 5 Toelichting gebruiksregels Bijlage 1 - Plankaart Bijlage 2 - Omgevingsbelangen Bijlage 3 - Uitgangspunten deelgebieden Bijlage 4 - Energetische uitgangspunten
IF Technology Creating energy
4 4 4 5 7 7 9 11 11 11 12 12 13 14 14 14 18 18 20 20 22 23 23 23 25 25 27
Datum Referentie Pagina
1
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 4/30
Inleiding
1.1
KADER Het bodemenergieplan Merwe Vierhavens (M4H) maakt onderdeel uit van een bredere strategie om van M4H een innovatief en duurzaam woon-werkgebied te maken. Hiervoor zetten we een aantal instrumenten in die gezamenlijk de borging van de ambities moeten bewerkstelligen. Dit lichten we hieronder toe, zodat de context waarbinnen het bodemenergieplan zal functioneren helder is. De verschillende instrumenten zullen in de tijd worden bijgestuurd, daarom kunnen aan de hieronder beschreven invulling geen rechten worden verleend en zijn de brondocumenten, in hun laatste ver sie, de juiste bron van informatie.
1.1.1
Deelgebieden M4H M4H is een groot gebied: circa 78 hectare groot. Het is de ambitie om maximaal zo’n 9.000 wonin gen en tussen de 500.000 en 600.000 m2 werkvoorzieningen te realiseren. M4H is verdeeld in zeven deelgebieden die allen een eigen invulling en tempo van ontwikkeling zullen krijgen: Gustoweg: woon-werkmilieu. Nog geen ontwikkeling, naar verwachting vanaf 2032. Afhan kelijkheid van uitplaatsen andere bedrijvigheid. Merwehaven: voornamelijk wonen en ook kleinschalig werken. Ontwikkeling start in 2025. Galileipark: grotere maakbedrijven, is al in ontwikkeling. Marconikwartier: mix van woningen, werken, voorzieningen in hoge dichtheid. Is al in ont wikkeling. Keilekwartier: woon-werkmilieu, ontwikkeling vanaf 2032. FTR en Vierhavens: ontwikkellocaties voor lange termijn. Nog geen concrete planvorming, er wordt vanuit gegaan dat deze bedrijven hun erfpachttermijn uitzitten. Omdat diverse delen (Gustoweg, FTR en Vierhavens) pas op langere termijn ontwikkeld zullen wor den is er nog geen concreet genoeg inzicht in de activiteiten om de te verwachten energievraag te kunnen kwantificeren op basis van de toekomstige ontwikkeling. Voor de andere delen is dit wel weergegeven in het bodemenergieplan.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 5/30
Oud Mathenesse
Newton buurt u u rt
Spangen
Al*.
SS ìf ott erdamsedijk W i tt e
Dorp
Merwehaven Tussen Gustoweg Marconikwartier
Galileipark Nieuw-Mathenesse
Mathenes
Keilekwartier
B os F
Vierhavens
em on d
0 50100
700 m Esri Nederland, Community Map Contributors
Figuur 1.1 | Projectgebied en deelgebieden Merwe Vierhavens
1.1.2
Samenhang verschillende instrumenten Zoals al beschreven is het bodemenergieplan één van de beleidsinstrumenten die gezamenlijk wor den ingezet om de doelstellingen te halen. Dat zijn voornamelijk de beleidsinstrumenten energiestrategie M4H, MER, warmteplan, Bodemenergieplan, concessie en concessiebeheer, Masterplannen en NvU’s. Op termijn komen daar, naar verwachting, de instrumenten vanuit de Wet Collectieve Warmte en wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie nog bij. Energiestrategie M4H De energiestrategie beschrijft de wijze waarop we de hierboven benoemde instrumenten in samen hang zo goed mogelijk in te zetten om de ontwikkeling zo goed mogelijk in de richting van de ambi tie te sturen. MER In de MER voor M4H is ook een hoofdstuk energie vastgelegd, waarin negen ambities zijn gedefini eerd die de basis vormen voor de uitwerking: 1. Een systeem dat zo veel mogelijk is ingericht op het níet gebruiken van energie. 2. Uitfaseren van aardgas, voor nieuwbouw, ook waar nog aanwezig in bestaande bouw 3. Een systeem anticiperend op de warmte en koude vraag voor het gehele beoogde pro gramma, meegroeiend is met de ontwikkeling. 4. Een systeem dat, waar mogelijk, gebruik maakt van passieve oplossingen en reststromen.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 6/30
5. 6. 7.
8.
9.
Een systeem met een laag aandeel elektriciteitsgebruik. Dit vermindert de druk om buiten het gebied duurzame elektriciteit op te wekken. Maximaliseren van het opwekpotentieel van duurzame elektriciteit. Een systeem met minimale impact op de omgeving in het plangebied en daarbuiten. Deze impact heeft betrekking op overlast (geluid, geur, hitte, trillingen etc.) milieu-impact (o.a. CO2), ruimtegebruik en materiaalgebruik. Alle ontwikkelingen participeren in eventuele collectieve voorzieningen. Een collectief sys teem is het meest effectief als alle ontwikkelingen aansluiten, daarmee zijn individuele oplossingen in principe ongewenst. Inpandige inpassing van warmteoverdracht (WOS)-stations en waar mogelijk zo goed moge lijke inpassing van andere energie-infrastructuur.
Deze ambities zijn gefundeerd op het stedelijk beleid, maar aangescherpt en geconcretiseerd voor dit gebied, onderbouwd door de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd. Warmteplan Een warmteplan is een publiekrechtelijk document, zoals omschreven in het Bouwbesluit 2012, dat kan worden opgesteld voor een specifiek aan te leggen (collectief) warmtenet. Voor M4H wordt een dergelijk plan opgesteld. Met het plan heeft de gemeente de mogelijkheid om een aansluiting op dat bewuste warmtenet af te dwingen totdat het geplande aantal aansluitingen is bereikt. Daarmee borgen we een collectief energiesysteem. Het document is geldig voor 10 jaar en kan daarna op nieuw of deels gewijzigd worden vastgesteld. Het warmteplan kan geen technische oplossing voor schrijven, het is uiteindelijk aan een energiepartij om een oplossing (type en verdeling van bron nen, schaalgrootte en soort netwerk, kostenstructuur etc.) te realiseren binnen de kaders in het warmteplan. Concessie en concessiebeheer De lopende concessie met Eneco regelt een aansluitplicht voor industriële restwarmte. Om een in tegrale (W/K) oplossing te realiseren is een zorgvuldig proces met de huidige concessiehouder no dig. Heel M4H valt onder deze concessie. We verwachten om, op basis van het warmteplan, uitein delijk tot concessieverlening voor een geïntegreerd W/K systeem voor (een deel van) M4H te ko men.
In die concessie-afspraken zullen we ook weer de ambities uit het MER borgen. Hierin zal ook het bodemenergieplan als randvoorwaarde worden meegegeven. Masterplan In het masterplan wordt de ruimtelijke ontwikkeling van een deelgebied uitgewerkt en toegelicht. Ruimtelijke randvoorwaarden voor het energiesysteem (dus ook open bodemenergiesystemen) kun nen hier worden geconcretiseerd. Nota’s van uitgangspunten In gebieden waar de grond door gemeente Rotterdam wordt uitgegeven stelt de gemeente nota’s van uitgangspunten (NvU’s) op waarmee eisen worden gesteld aan de diverse ontwikkelingen. Voor Merwehaven is dit het geval, voor Galileïpark en Marconikwartier ligt de situatie anders. De NvU’s zijn documenten waarmee gemeente relatief veel invloed heeft, maar de locaties moeten ook aan trekkelijk blijven voor ontwikkelaars én er zijn meer belangen (circulariteit, biodiversiteit, mobili teit, gezondheid, etc.) die aandacht verdienen. Hierin worden de ambities in het MER zo goed mo gelijk vertaald naar het eisen op gebouwniveau. Hierin wordt ook het conformeren aan Bodemenergieplan en warmteplan nogmaals onder de aandacht gebracht.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 7/30
Deze instrumenten gezamenlijk sturen op het realiseren van een zo optimaal mogelijk energiesys teem.
1.2
PROBLEEMSTELLING Bij grootschalige toepassing van bodemenergie neemt de drukte in de ondergrond sterk toe. Voor komen moet worden dat bij een toename van het aantal bodemenergiesystemen negatieve interfe rentie tussen bodemenergiesystemen onderling of nadelige beïnvloeding van andere ondergrondse functies optreedt (Figuur 1.2). Regie is gewenst om een optimaal en duurzaam gebruik van de ondergrond te borgen, zodat zoveel mogelijk partijen die zich vestigen in Merwe Vierhavens gebruik kunnen maken van duurzame bodemenergie. Regie zorgt ervoor dat ongewenste interferentie (negatieve interactie) tussen bodemenergiesystemen onderling of met andere ondergrondse functies wordt voorkomen en dat de ondergrond zo doelmatig mogelijk ingezet wordt. Omdat op basis van de verwachte energievraag de vraag naar bodemenergie heel hoog is, is het zonder regie waarschijnlijk dat toekomstige par tijen die zich gaan vestigen in Merwe Vierhavens op een gegeven moment geen gebruik meer kun nen maken van bodemenergie.
Kabels en leidingen
Natuur
Verontreiniging Archeologie Sanering Bodemenergie: open systeem
Ondergrondse bebouwing
Figuur 1.2 | Overzicht ondergrondse functies
1.3
DOEL VAN EEN BODEMENERGIEPLAN Een bodemenergieplan geeft de gemeente de mogelijkheid om de ondergrondse inrichting van Merwe Vierhavens met betrekking tot bodemenergiesystemen te regisseren met als doel optimaal gebruik te maken van de ondergrond voor bodemenergie. De gemeente zet hierbij in op de toepas sing van (collectieve) open bodemenergiesystemen, omdat open bodemenergiesystemen het beste aansluiten bij de intensiteit van de warmte^koudevraag binnen dit gebied.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 8/30
Uitwerking van het bodemenergieplan vindt plaats door inventarisatie van de voornaamste (inrichtingbepalende) randvoorwaarden: bovengrondse inrichting projectgebied (beschikbare ruimte voor bronpositionering en be reikbaarheid van de bronnen); energievraag bouwontwikkelingen; bestaande en toekomstige overige ondergrondse functies/belangen; bodemopbouw en capaciteit. Afweging van deze randvoorwaarden leidt tot een bodemenergieplan waarbij kansen voor combina tie van functies worden benut en negatieve interactie tussen verschillende gebruikers wordt gemi nimaliseerd. Een bodemenergieplan wordt opgesteld met de kennis van nu. Omdat ontwikkelingen en inzichten kunnen veranderen is de gemeente voornemens om het plan periodiek (minimaal eens per 5 jaar) te evalueren om te bepalen of het plan optimaal ingezet wordt of dat aanpassing of bijstelling ge wenst is. Een aanpassing of bijstelling kan nodig zijn wanneer de bestemming van een deelgebied dusdanig wijzigt dat de ordening en gebruiksregels niet meer aansluiten of wanneer in de praktijk de gewenste toepassing van bodemenergie door ontwikkelaars afwijkt van de beoogde ordening. Daarnaast is de herijking van de bestemmingsplannen voor de deelgebieden Gustoweg, FTR en Vierhavens aanleiding voor een evaluatie.
Ook wanneer de eerste aanvragen voor open bodemenergiesysteem binnen deze gebieden worden ingediend, geven aanleiding om het bodemenergieplan te evalueren. Aanpassing en bijstelling heeft altijd tot doel de optimale inzet van bodemenergie voor alle ontwikkelingen binnen het plangebied. Indien aanpassing of bijstelling gewenst is, wordt in overleg met de provincie bepaald hoe dit vorm gegeven wordt.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
2
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 9/30
Gebruiksregels Onderstaande gebruiksregels stellen de voorwaarden voor toepassing van de verschillende vormen van bodemenergie binnen Merwe Vierhavens in Rotterdam. De gebruiksregels gelden binnen het ge bied zoals weergegeven op de plankaart (zie Figuur 2.1 en Bijlage 1). De gebruiksregels zijn aanvul lend op de wettelijke regels die worden gesteld aan bodemenergie. W i tt e
Dorp
śìít. .
SS! İ f
Merwenaveív Tu sse
ïĵustoweg Marconikwartier
Galileipark Mathenes
Keilekwartier
Bos
Vierhavens
c h iemond
I-
I plangebied
I»
l deelgebied
zoekgebieden
Omgevmgsbelangen primaire waterkering toekomstige beschermingszone (concept)
koude bronnen warme bronnen koude bronnen (voorlopig) warme bronnen (voorlopig)
beschermingszone kade Ä . Open bodemenergiesystemen n u koude bron n ^ warme bron
0 50100
200 m
Figuur 2.1 | Plankaart
Ontwikkelende partijen die in het gebied een bodemenergiesysteem willen realiseren, dienen zich te allen tijde te houden aan de wettelijke kaders voor bodemenergie. In paragraaf 3.4 is een sa menvatting van de algemene wettelijke kaders voor bodemenergie opgenomen. In paragraaf 3.4.4 worden nog mogelijk aanvullende vergunningen en meldingen genoemd. De initiatiefnemer van een bodemenergiesysteem is verplicht om te onderzoeken welke vergunningen en meldingen noodzake lijk zijn en dient er zorg voor te dragen dat hij deze tijdig aanvraagt of laat aanvragen bij het daar voor bevoegde gezag. Daarnaast dienen bodemenergiesystemen binnen de hieronder beschreven gebruiksregels te worden ontworpen, gerealiseerd en geëxploiteerd. Nadere toelichting op de onderstaande gebruikersregels staat beschreven in hoofdstuk 5.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 10/30
Voor het realiseren en het in werking hebben van een bodemenergiesysteem binnen de grenzen van het plangebied gelden de volgende locatie specifieke regels: 1.
Gesloten bodemenergiesystemen mogen tot een diepte van maximaal 80 m-mv gereali seerd worden.
2.
Het open bodemenergiesysteem moet worden uitgevoerd als een doubletsysteem. Open bodemenergiesystemen uitgevoerd als monobron- of recirculatiesystemen zijn niet toege staan.
3.
De bronfilters van een doubletsysteem moeten gerealiseerd worden in het gecombineerde tweede en derde watervoerende pakket met een minimale filterlengte van 35 meter.
4.
De warme en koude bron(nen) van een doubletsysteem moeten respectievelijk binnen de aangegeven warme (rode) en koude (blauwe) zones worden gepositioneerd.
5.
In het ontwerp van nieuwe open bodemenergiesystemen dient rekening te worden gehouden met een extra stijghoogteverandering van minimaal 2 meter in de bronnen ten gevolge van hydrologische invloed van andere open bodemenergiesystemen.
6.
Het open bodemenergiesysteem bereikt uiterlijk vijf jaar na de datum van ingebruikne ming een moment waarop de totale hoeveelheid warmte gelijk is aan de totale hoeveel heid koude die vanaf de datum van ingebruikneming door het systeem aan de bodem zijn toegevoegd. Het systeem herhaalt dit telkens uiterlijk vijf jaar na het laatste moment waarop die situatie werd bereikt.
7.
De bronnen en het leidingwerk moeten gerealiseerd worden op eigen terrein, gedeeld ter rein of, indien niet anders mogelijk, terrein van derden (waaronder de gemeente) mits de betreffende grondeigenaren hiervoor schriftelijk toestemming hebben gegeven.
8.
Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om aan alle gebruiksregels te voldoen, kan afge weken worden van de gebruiksregels. Een onderbouwing van de afwijking moet, samen met een schriftelijke goedkeuring van de gemeente, bij de vergunningaanvraag Waterwet gevoegd worden en ter goedkeuring aan de provincie worden voorgelegd.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 11/30
3 Algemene toelichting 3.1
PRINCIPE BODEMENERGIE Bodemenergiesystemen maken gebruik van de bodem om warmte en/of koude op te slaan in het aanwezig grondwater. Deze warmte en/of koude wordt gebruikt voor de klimatisering van gebou wen of processen. Hiermee worden aanzienlijke energiebesparingen ten opzichte van conventio nele verwarmings- en koelinstallaties gerealiseerd. Onderstaand figuur presenteert de verschil lende typen bodemenergiesystemen. opslag doublet recirculatie open systeem opslag
bodemenergie monobron gesloten systeem
recirculatie
Figuur 3.1 | Overzicht bodemenergiesystemen
Hieronder worden de verschillende typen bodemenergiesystemen nader toegelicht. 3.1.1
Open en gesloten bodemenergiesystemen Open systemen, ook wel warmte-Zkoudeopslag (WKO) genoemd, bestaan uit bronnen die grondwa ter onttrekken en infiltreren. Energie in de vorm van warmte en koude wordt opgeslagen in een on dergrondse watervoerende laag. Deze energie wordt vervolgens onttrokken om te verwarmen (in combinatie met warmtepompen) of te koelen. In de zomer wordt gekoeld met winterkoude en in de winter wordt verwarmd met zomerwarmte. Open systemen worden in Nederland meestal toege past op dieptes tussen de 20 tot 250 meter beneden maaiveld, in Rotterdam doorgaans vanaf circa 100 meter beneden maaiveld. Een open systeem is met name rendabel bij de grotere ontwikkelin gen vanaf circa 50 woningen, kantoren en andere utiliteitgebouwen. Gesloten systemen, ook wel bodemwarmtewisselaars genoemd, bestaan uit flexibele kunststof lus sen in de bodem waarmee warmte en koude aan de bodem wordt onttrokken door middel van gelei ding. Er wordt geen grondwater onttrokken. Gesloten systemen worden over het algemeen gereali seerd tot een maximale diepte van circa 200 meter beneden maaiveld, afhankelijk van de energie vraag. Een systeem kan al interessant zijn voor één woning.
Daarnaast worden gesloten systemen ook toegepast bij kleine utiliteitsbouw (scholen, kleine kantoren), maar in toenemende mate ook bij grotere ontwikkelingen, zoals kantoorgebouwen en appartementen complexen.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
3.1.2
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 12/30
Indeling open systemen De categorie van open systemen kan nader onderscheiden worden naar concepten met één of meer bronnen en met wél of géén opslag van de warmte of koude. Doublet en monobron Open systemen zijn onderverdeeld in doubletten en monobronnen. Bij een doubletsysteem worden twee bronnen horizontaal ten opzichte van elkaar geplaatst, zodat de warme en koude bellen zich naast elkaar vormen. Een monobron bestaat uit slechts één bron, waarbij twee filters op ongelijke diepte in de bodem gepositioneerd worden. Hierbij vormen de warme en koude bel zich onder el kaar. Opslagsystemen en recirculatiesystemen Bij een opslagsysteem wordt de warmte en koude opgeslagen bij de bronnen. Eén bron is de zoge noemde warme bron, de andere bron de koude bron. Deze bronnen onttrekken en infiltreren afwis selend, afhankelijk van het seizoen. Een recirculatiesysteem is een alternatief systeem dat bestaat uit een onttrekkings- en een infiltratiebron. Er is geen sprake van opslag. Er wordt namelijk continu grondwater onttrokken uit de ene bron en geïnfiltreerd in de andere bron. Met het onttrokken grondwater, met een temperatuur gelijk aan de natuurlijke grondwatertemperatuur, wordt in de zomer gekoeld en in de winter verwarmd. In Figuur 3.2 zijn de hierboven beschreven concepten schematisch weergegeven. Open: doublet (opslag)
Open: monobron (opslag)
I_ŵŵŵ__I
Open: doublet (recirculatie)
L***_I
I_įţŵ*_I
Gesloten: bodemwarmtewisselaars III
III
Figuur 3.2 | Schematische weergave verschillende varianten van bodemenergie
3.2
BODEMEIGENSCHAPPEN Het technisch functioneren van een bodemenergiesysteem is afhankelijk van een aantal bodemeigenschappen. De belangrijkste voorwaarde voor open bodemenergiesystemen is dat in de bodem een geschikte watervoerende zandlaag aanwezig is die voldoende capaciteit biedt voor de opslag van koude en warmte.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 13/30
Een ander aspect dat een rol speelt is grondwaterstroming. Voor open bodemenergiesystemen zijn de snelheid en de richting van de grondwaterstroming van belang bij het positioneren van de bron nen. Bij een hoge grondwaterstroming kan thermische interactie tussen de warme en koude bellen optreden, of kan de opgeslagen energie sneller afstromen. Dit dient in verband met rendementsverlies te worden voorkomen. Tenslotte is voor open bodemenergiesystemen de grondwaterkwaliteit van belang. De chemische samenstelling en de temperatuur van het grondwater zijn van belang voor het goed functioneren van een open systeem. Daarnaast mag een open systeem geen verzilting veroorzaken, dus moet ook gekeken worden naar de invloed op het zoeWbrak-Zzoutgrensvlak. Bovengenoemde aspecten worden verder in dit hoofdstuk behandeld. Daarbij wordt aangegeven in hoeverre ze de haalbaarheid van open bodemenergiesystemen in Merwe Vierhavens kunnen beïn vloeden. Elke initiatiefnemer van bodemenergie binnen het projectgebied dient zelf de benodigde onderzoeken uit te voeren om de specifieke haalbaarheid van het beoogde bodemenergiesysteem voor een bepaalde locatie te toetsen. Onderstaande informatie is daarom ter indicatie weergege ven. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend. 3.2.1
Bodemopbouw De bodemopbouw in de directe omgeving van Merwe Vierhavens is beschreven op basis van de vol gende gegevens: ^ Grondwaterkaart van Nederland; ^ Regionaal Geohydrologisch Informatie Systeem (REGIS); ^ boorbeschrijvingen uit het archief van TNO Bouw en Ondergrond via DINOLoket; ^ boorbeschrijvingen van gerealiseerde open bodemenergiesystemen in de omgeving (o.a. Nolet, Hogeschool Rotterdam, Erasmus Universiteit, Lloydpier en systemen in het centrum van Rotter dam). Op basis van deze gegevens is de bodemopbouw geschematiseerd in een aantal watervoerende pak ketten en scheidende lagen. Tabel 3.1 geeft de globale bodemopbouw in het plangebied weer. Lo kaal kan de bodemopbouw variëren. De lokale bodemopbouw dient bij de vergunningaanvraag voor elk individueel systeem nader te worden beschouwd, zodat de effecten goed in kaart gebracht kun nen worden. Tabel 3.1 | Bodemopbouw diepte [m-mv]*
lithologie
geohydrologie
0 - 20
klei, veen en matig fijn tot matig grof zand, mogelijk puin
deklaag
20 - 30
matig fijn tot uiterst grof zand
1e watervoerende pakket
30 - 95
afwisseling van klei, kleiig zand en veen
1e scheidende laag
95 - 100
matig fijn tot matig grof zand
2e watervoerende pakket
100 - 230
matig fijn tot matig grof zand met kleilagen
3e watervoerende pakket
> 230
klei en zeer fijn zand
hydrologische basis
* het maaiveld bevindt zich op circa 3,3 m+NAP
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
3.2.2
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 14/30
Bodemgeschiktheid open bodemenergiesystemen Eerste watervoerende pakket In de provincie Zuid-Holland is het in principe niet toegestaan gebruik te maken van het eerste wa tervoerende pakket voor open bodemenergiesystemen in stedelijk gebied. Hiervan kan afgeweken worden als een bodemenergieplan opgesteld wordt voor een gebied, waarin aangetoond wordt dat toepassing van bodemenergie in het eerste watervoerende pakket geen ondiepe belangen schaadt (beleidsregel open bodemenergiesystemen provincie Zuid-Holland art 3, lid 3). In dit bodemenergieplan is ervoor gekozen om het eerste watervoerende pakket niet open te stel len voor open bodemenergiesystemen, omdat vanwege de beperkte dikte het pakket niet geschikt is voor de grootschalige toepassing van open bodemenergiesystemen. Tweede en derde watervoerende pakket De bodem bestaat uit verschillende formaties. De eerste scheidende laag en het tweede watervoe rende pakket behoren tot de formatie van Peize en Waalre. Alleen het onderste deel, dat aansluit op de daaronder gelegen formatie van Maassluis, bestaat uit zand dat geschikt is voor het plaatsen van bronfilters. Het overige deel bestaat klei en kleiig zand en veen.
Er is geen scheidende laag aanwezig tussen het tweede en derde watervoerende pakket en ook de karakteristieken (zoals stijghoogte en waterkwaliteit) van het tweede watervoerende pakket en de bovenkant van het derde watervoerende pakket zijn vergelijkbaar. Daarom wordt er in dit bodemenergieplan uitge gaan van een gecombineerd tweede en derde watervoerend pakket. Binnen het watervoerende pakket kunnen meerdere kleilagen aanwezig zijn. Het pakket is hetero geen van opbouw, waardoor de dikte en diepte van de aanwezige kleilagen per locatie kan varieren. De verwachte haalbare broncapaciteit bedraagt circa 80 - 120 mVuur.
3.2.3
Overige geohydrologische eigenschappen De overige geohydrologische eigenschappen die belangrijk zijn voor de toepassing van een open bodemenergiesysteem zijn weergegeven in Tabel 3.2. Tabel 3.2 | Geohydrologische eigenschappen voor een open bodemenergiesysteem parameter
toelichting
grondwaterstand
1,9 m NAP (1,4 m-mv) (bron: peilbuis 126566-99)
stijghoogten
2/30 watervoerende pakket: -1,0 m NAP (bron: REGIS)
stromingssnelheid- en richting
2/30 watervoerende pakket: 5 m/jaar in noordnoordoostelijke richting (bron: REGIS)
temperatuur
12 - 15 0C (95 - 230 m-mv) (bron: Database temperatuurmetingen TNO en IF Technology)
redox
geen redoxovergang in opslagpakket (bron: waterkwaliteitsmetingen DINOloket)
zoet/brak/zoutgrensvlak
zoet/brak: circa 15 m-mv en brak/zout: circa 40 m-mv (bron: waterkwaliteitsmetingen DINOloket)
© geschikt, geen belemmering of aandachtspunt
3.3
9 aandachtspunt of risico
hoog risico of belemmering
OMGEVINGSBELANGEN In Tabel 3.3 zijn de relevante belangen opgenomen die van invloed kunnen zijn op de werking van een open bodemenergiesysteem in Merwe Vierhavens. Het gaat om zowel technische als juridische aspecten. Elke initiatiefnemer van een open bodemenergiesysteem moet de actuele situatie van
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 15/30
omgevingsbelangen en de daaruit volgende knelpunten inventariseren en gebruiken voor zijn ont werp. Aan de onderstaande inventarisatie kunnen geen rechten worden ontleend en zijn gebruikt voor het ordenen van het plangebied. Tabel 3.3 | Technische en juridische aspecten bodemenergiesysteem onderwerp
toelichting o
open bodemenergiesysteem gelegen binnen plangebied, enkele open bo-
bodemenergiesystemen
demenergiesystemen nabij plangebied. Geen gesloten bodemenergiesystemen in of nabij plangebied.
interferentiegebied
gelegen binnen een interferentiegebied 9
geen zetting verwacht die invloed kan hebben op de stabiliteit en het ge
zettingen
bruik van omliggende belangen
grondwaterbeschermi ng
niet gelegen in een grondwaterbeschermingsgebied Nieuwe Maas aangewezen als beschermde natuur, maar vormt geen belem
natuurbelangen archeologie/aardkundig waardevol
mering voor toepassing bodemenergie 9
deels zeer hoge archeologische verwachting, geen aardkundig beschermde
9
geen diepe grondwaterverontreinigingen bekend, ondiep wel verontreinigin
gebied
gebied gelegen binnen plangebied
verontreinigingen
gen aanwezig 0
waterkering
locatie ligt binnen beschermingszone waterkering en kademuren vormen aandachtspunt
spoor
9
tramsporen ten noorden van projectgebied, geen belemmering
begraafplaats
9
geen begraafplaats gelegen in plangebied
ondergrondse infrastructuur
meerdere kwetsbare leidingen aanwezig
niet gesprongen explosieven
deel plangebied verdacht
© geschikt, geen belemmering of aandachtspunt
9 aandachtspunt of risico
O hoog risico of belemmering
Bodemenergiesystemen Bij de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) is een overzicht opgevraagd van open bodemenergiesystemen in de omgeving van de projectlocatie. Uit het overzicht van ODH blijkt dat binnen en in de omgeving van het plangebied vier open bodemenergiesystemen aanwezig zijn. Deze systemen zijn in Tabel 3.4 en bijlage 2 weergegeven. Tabel 3.4 | Open bodemenergiesystemen binnen en nabij het plangebied bedrijfsnaam
afstand en richting t.o.v.
debiet
vergunde waterhoeveelheid
plangebied
[m37uur]
[mVjaar]
pakket
Europoint
binnen
61
200.000
2/3
Rotterdam Science Tower
binnen
205
999.800
2/3
Beagle Marconi
binnen
125
494.600
2/3
Justus van Effencomplex
350 m ten noorden
30
110.000
2/3
Nolet
350 m ten westen
125
400.000
2/3
watervoerend
De open bodemenergiesystemen die buiten het plangebied zijn gelegen liggen op dusdanige afstand van het plangebied dat hiermee geen rekening gehouden hoeft te worden bij de inrichting van het plangebied met zoekgebieden. Voor de twee open bodemenergiesystemen binnen het plangebied is bij de positionering van de zoekgebieden rekening gehouden met deze systemen. Voor de ligging van gesloten bodemenergiesystemen verwijst DCMR Milieudienst Rijnmond naar de wkotool.nl. Hierin zijn geen gesloten bodemenergiesystemen opgenomen binnen het plangebied.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 16/30
Interferentiegebied Het plangebied ligt binnen een interferentiegebied (zie Bijlage 2). Met het aanwijzen van het ge bied als interferentiegebied worden alle gesloten bodemenergiesystemen vergunningplichtig. In de Verordening bodemenergiesystemen Rotterdam is opgenomen dat binnen interferentiegebieden de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen alleen doelmatig wordt geacht tot een diepte van 80 m-mv. Vanaf 80 m-mv mogen open bodemenergiesystemen worden aangebracht. Indien een vergun ning wordt aangevraagd voor een gesloten bodemenergiesysteem binnen een interferentiegebied dat dieper reikt dan 80 m-mv, wordt in beginsel geen vergunning verleend. Archeologie Binnen het plangebied liggen gebieden met een zeer hoge archeologische verwachting (zie Bijlage 2). De rest van het gebied heeft een redelijke tot hoge archeologische verwachting. In de Erfgoedverordening Rotterdam 2020 is opgenomen dat verstoring van de bodem verboden is tenzij voor de activiteit een omgevingsvergunning is verleend, met vooronderzoek is aangetoond dat er geen archeologische waarden aanwezig zijn of is aangetoond dat aanwezige waarden niet geschaad worden. De initiatiefnemer van een bodemenergiesysteem is verantwoordelijk voor het (tijdig) uit voeren van de benodigde onderzoeken en aanvragen van de toestemmingen.
Verontreinigingen Bij de gemeente zijn geen diepe mobiele verontreinigingen bekend die een belemmering kunnen vormen voor het toepassen van een open bodemenergiesysteem in het gecombineerde tweede en derde watervoerende pakket. Ondiep kunnen er wel verontreinigingen aanwezig zijn. Elke initia tiefnemer voor een open bodemenergiesysteem moet alle belangen, waaronder de verontreinigin gen, zelf inventariseren op basis van de meest actuele informatie. Indien hier ten aanzien van de verontreinigingssituatie aanleiding voor is moet de initiatiefnemer in overleg met de gemeente be palen of en welke maatregelen er nodig zijn. De verontreinigingssituatie kan hiermee een aan dachtspunt vormen voor de realisatie. Bij het boren van bronnen voor een open bodemenergiesysteem dient de booraannemer zich te houden aan de BRL SIKB 2100 met bijbehorende Protocol 2101 Mechanisch boren. Hierin is ook opgenomen dat de aannemer van tevoren de verontreinigingssituatie in beeld moet brengen, hoe de aannemer dient om te gaan met eventuele verontreinigingen en welke veiligheidsmaatregelen genomen moeten worden. Dit om verspreiding van deze verontreini gingen tijdens het boren te voorkomen en veiligheidsrisico’s te vermijden. Waterkering De projectlocatie is gelegen in het waterstaatkundig beheergebied van het Hoogheemraadschap van Delfland.
Uit de legger van Hoogheemraadschap van Delfland blijkt dat zich aan de noordkant en aan de westkant van het plangebied een primaire waterkering (de Delflandsedijk) bevindt (zie Bijlage 2). Het plangebied ligt binnen de beschermingszone van de primaire waterkering. Voor de aanleg van een open bodemenergiesysteem is een keurvergunning van het Hoogheemraadschap van Delfland benodigd. Deze vergunning kan tegelijkertijd aangevraagd worden met de vergunning Waterwet. Bij een eventuele vergunningaanvraag in het kader van de Waterwet moeten de hydrolo gische effecten en de potentiële zetting van het bodemenergiesysteem op de waterkering gekwan tificeerd worden. Het Hoogheemraadschap is bezig met het opstellen van nieuw beleid ten aanzien van de waterke ringen. Hierin wordt rekening gehouden met een ruimtereservering voor een verhoging van de dijk op termijn. Binnen 50 meter van de grens van het waterstaatwerk (zie arcering in de kaart in bij lage 2) geldt dan een “nee-tenzij”-beleid voor bodemenergiesystemen. Dat wil zeggen dat
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 17/30
toestemming alleen mogelijk is als er een belangrijk maatschappelijk doel wordt gediend en door middel van simulaties kan worden aangetoond dat het effect op de stabiliteit van de waterkering verwaarloosbaar is. Bij de inpassing van de zoekgebieden is hier rekening mee gehouden door de zoekgebieden zodanig te plaatsen dat in basis voor alle ontwikkelingen bodemenergiesystemen in gepast kunnen worden. In de praktijk kan het zijn dat er toch onvoldoende ruimte is om de bron nen in te passen en er gebruik gemaakt moet worden van de beschermingszone. In dat geval moet de ontwikkelaar dit voornemen voorleggen aan het Hoogheemraadschap en de benodigde toestem ming hiervoor regelen. De projectlocatie bestaat uit meerdere pieren met kademuren. Deze zijn uitgevoerd als caissonconstructies en aangelegd in 1931. Als gevolg van de constructie is het niet mogelijk om direct langs de kade bronnen te realiseren. De constructies verschillen per locatie. Door de gemeente wordt gesteld dat een minimale afstand variërend van 16 - 20 m vanaf de kade aangehouden moet worden. In het bodemenergieplan is hier rekening mee gehouden door een zone van 20 m langs de kades vrij te houden van zoekgebieden. Per ontwikkeling zal in de ontwerpfase de invloed op de constructieve integriteit van de bestaande kadeconstructie beschouwd en afgestemd moeten wor den met de gemeente.
Ondergrondse infrastructuur Binnen het plangebied zijn meerdere kwetsbare leidingen aanwezig, zoals stadsverwarming, hogedruk gasleidingen en persriolen (zie Bijlage 2). Met name in de Marconistraat zijn dermate veel lei dingen aanwezig dat het realiseren van bronnen in deze straat niet mogelijk is en het kruizen van deze weg met leidingen niet of onder voorwaarden mogelijk is. Hier is rekening mee gehouden met de inpassing van de zoekgebieden. Elke initiatiefnemer is verplicht om alle aanwezige kabels en lei dingen te onderzoeken en indien nodig afstemming te zoeken met de eigenaar van kabels of leidin gen. De in Bijlage 2 opgenomen leidingen zijn niet compleet en kunnen hiervoor niet gebruikt wor den. Niet gesprongen explosieven (NGE) Op basis van de Bommenkaart (https://rotterdam.geostart.nl/bommenkaart) van de gemeente Rot terdam is een deel van het plangebied verdacht gebied ten aanzien van niet gesprongen explosieven. Binnen dit gebied moet de initiatiefnemer of aannemer een controleverzoek aanvragen bij de gemeente. De gemeente controleert of de beoogde werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden of dat eerst gezocht moet worden naar mogelijke ontplofbare oorlogsresten.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 18/30
Witte Dorp
Tusst
lieuw-Mathenesse
Nteuw-Malbenesse
rhaven
Figuur 3.3 | Bommenkaart gemeen te Rotterdam (bron: h t tps: f /rotterdam. geostart. nl /bommenkaart)
3.4
WETTELIJKE KADERS De aanleg en bedrijfsvoering van bodemenergiesystemen raakt aan diverse belangen, zoals milieu, drinkwater, bodemkwaliteit, etc. Voor de aanleg ervan is daarom meestal een vergunning vereist. Ook gelden specifieke procedures. Hieronder volgt een beknopte beschrijving van de te volgen pro cedures en vergunningsplichten bij de aanleg van een open bodemenergiesysteem. Daarna volgt ook een kort overzicht van de regels die gelden voor lozingsactiviteiten. Steeds is hierbij ook aan gegeven welk orgaan het bevoegd gezag is.
3.4.1
Open systemen Het onttrekken en infiltreren van grondwater bij een open bodemenergiesysteem is vergunningplichtig in het kader van de Waterwet. Als bijlage bij de vergunningaanvraag dienen de effecten van het systeem in een effectenstudie te worden gekwantificeerd. De belangrijkste aspecten bij een vergunningaanvraag in het kader van de Waterwet zijn samengevat in Tabel 3.5 en daaronder nader toegelicht.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 19/30
Tabel 3.5 | Belangrijkste aspecten vergunning open systemen aspect
toelichting
bevoegd gezag
provincie Zuid-Holland
vergunningplicht
alle open bodemenergiesystemen
doorlooptijd
reguliere procedure: 8 weken tot publicatie definitieve beschikking uniforme openbare voorbereidingsprocedure: 6 maanden tot publicatie definitieve be schikking
leges/publicatiekosten
de provincie rekent geen leges voor open bodemenergiesystemen
juridische voorwaarden
- de gemiddelde infiltratietemperatuur in de bronnen mag niet hoger zijn dan 25 0C, de provincie heeft de mogelijkheid om een hogere temperatuur toe te staan; - bodemenergiesystemen mogen geen ontoelaatbare negatieve invloed hebben op reeds aanwezige bodemenergiesystemen of andere belanghebbenden in de omgeving; - verzilting van het zoete grondwater dient te worden voorkomen; - een koudeoverschot is in principe toegestaan en een warmteoverschot verboden, de pro vincie heeft de mogelijkheid om het koudeoverschot te beperken.
Een deel van deze (en andere) voorwaarden gesteld aan het installeren en het in werking hebben van een open systeem staan in meer detail in de artikelen 6.11a tot en met 6.11i van het Waterbesluit. In paragraaf 3.4.3 en 3.4.4 zijn mogelijk andere benodigde vergunningen of toestemmingen opgenomen die nodig zijn voor de realisatie of het in gebruik hebben van een open bodemenergiesysteem. Procedure Voor een vergunningaanvraag Waterwet geldt de reguliere procedure van de Algemene wet be stuursrecht. Deze procedure duurt circa 8 weken. De provincie heeft de mogelijkheid om op de aanvraag te beslissen met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure (Afd. 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht). Deze procedure duurt circa 6 maanden. Binnen deze proce dure wordt, afwijkend van de reguliere procedure, eerst een ontwerpbesluit ter inzage gelegd, voordat het definitieve besluit uitkomt. Bij afwijking op de gebruiksregels van het bodemenergieplan kan door het bevoegd gezag worden gekozen voor een uitgebreide procedure, waarbij aanvul lend afstemming zal plaatsvinden met belanghebbenden. Voor elke vergunningaanvraag voor een bodemenergiesysteem in het kader van de Waterwet dient een formele m.e.r.-beoordeling uitgevoerd te worden.
Voor systemen met een waterverplaatsing van minder dan 1.500.000 m3Zjaar geldt een vormvrije m.e.r.-beoordeling en hoeft bij het indie nen van de vergunningaanvraag Waterwet geen m.e.r.-beoordelingsbesluit toegevoegd te worden. De m.e.r.-beoordeling kan plaatsvinden parallel aan de procedure van de vergunningaanvraag Wa terwet. Middels een korte notitie wordt het initiatief aangemeld voor de m.e.r.-beoordeling. Voor elke vergunningaanvraag voor een bodemenergiesysteem met een waterverplaatsing van meer dan 1.500.000 m^/jaar moet een notitie opgesteld worden waarin de belangen en (milieu)effecten zijn omschreven. Deze notitie moet ingediend worden bij de DCMR Milieudienst Rijnmond. De proceduretijd voor het beoordelen van deze notitie en het opstellen van het m.e.r.-beoordelingsbe sluit bedraagt zes weken. Indien besloten wordt dat geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te wor den, kan de vergunningaanvraag Waterwet, voorzien van een effectenstudie en een kopie van het m.e.r.-beoordelingsbesluit, ingediend worden bij de provincie.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 20/30
Nadat het bodemenergieplan door de provincie is verankerd in een provinciale beleidsregel, zal de provincie nieuwe vergunningaanvragen Waterwet voor open bodemenergiesystemen toetsen aan de gebruikersregels uit het bodemenergieplan. 3.4.2
Gesloten systemen Gesloten systemen zijn meldings- en soms vergunningplichtig. Alle gesloten systemen moeten ten minste gemeld worden (conform het Besluit lozen buiten inrichting of Activiteitenbesluit milieube heer). Voor gesloten systemen met een bodemzijdig vermogen groter dan of gelijk aan 70 kW, als mede alle systemen die in een interferentiegebied (wat geldt voor Merwe Vierhavens) worden gere aliseerd, moet ook een Omgevingsvergunning Beperkte Milieutoets (OBM) worden aangevraagd bij het bevoegd gezag (gemeente Rotterdam). De gemeente Rotterdam heeft de beoordeling van deze aanvragen gedelegeerd aan de Omgevingsdienst Rijnmond (DCMR). De belangrijkste aspecten voor de melding en vergunningverlening voor gesloten systemen zijn samengevat in Tabel 3.6 en daaron der nader toegelicht. Tabel 3.6 | Belangrijkste aspecten melding en vergunning gesloten systemen aspect
toelichting
bevoegd gezag
gemeente Rotterdam
melding
alle systemen
vergunningplicht
^ 70 kW of ligging in interferentiegebied
doorlooptijd
melding: 4 weken voor start werkzaamheden vergunning: 8 weken tot publicatie definitieve beschikking (OBM)
belangrijkste algemene regels
- de temperatuur van de circulatievloeistof mag niet hoger zijn dan 30 X en niet lager zijn dan -3 X, de gemeente heeft de mogelijkheid om een hogere temperatuur toe te staan; - bij vermoedelijke lekkage: onmiddellijk buiten werking stellen en circulatievloeistof ver wijderen (tenzij de circulatievloeistof uit alleen water bestaat); - gesloten bodemenergiesystemen mogen geen ontoelaatbare negatieve invloed hebben op reeds aanwezige bodemenergiesystemen of andere belanghebbenden in de omgeving; - een koudeoverschot is in principe toegestaan en een warmteoverschot verboden, de ge meente heeft de mogelijkheid om het koudeoverschot te beperken.
Deze (en andere) voorschriften gesteld aan het installeren en het in werking hebben van gesloten bodemenergiesystemen zijn opgenomen in hoofdstuk 3a van het Besluit lozen buiten inrichting en paragraaf 3.2.8 uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In paragraaf 3.4.3 en 3.4.4 zijn mogelijk andere benodigde vergunningen of toestemmingen opgenomen die nodig zijn voor de realisatie of het in gebruik hebben van een gesloten bodemenergiesysteem. 3.4.3
Lozingen Er zijn verschillende momenten waarop lozingen, en daarmee de wettelijke kaders voor lozingsactiviteiten, aan de orde zijn. Elke initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het onderzoeken en rege len van de vereiste toestemmingen voor het lozen van grondwater. Boren van de bronnen (boorspoelwater) Voor de aanleg van de bronnen van open bodemenergiesystemen en bodemlussen van gesloten bodemenergiesystemen moet worden geboord. Tijdens het boren komt spoelwater vrij (boorspoelwater). De hoeveelheid water die hierbij vrijkomt is beperkt, maar bevat vaak boorspoeling (bentoniet en polymeren) en vrijgekomen grond (zand, klei).
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 21/30
Ontwikkelen van open bronnen (ontwikkelwater) Direct na het boren worden de bronnen van een open systeem eenmalig schoon gepompt (ontwikke len). Het doel hiervan is om resten van het geboorde materiaal uit de bronnen te verwijderen (zand en slibdeeltjes), zodat deze niet voor verstoppingen kunnen zorgen. Tijdens het ontwikkelen komt grondwater vrij met een debiet tot maximaal 130% van het ontwerpdebiet. Dit grondwater moet geloosd worden. Om de lozingshoeveelheid en het lozingsdebiet te verlagen kan gebruik worden ge maakt van filtertechnieken om vaste bestanddelen te verwijderen, waarbij het water grotendeels weer geïnfiltreerd wordt in de bodem. Het blijft echter noodzakelijk dat een gedeelte van het vrij komende grondwater geloosd kan worden, om onder andere de filterunits terug te spoelen. Door deze manier van ontwikkelen kan het lozingsdebiet beperkt worden. Onderhoud van open bronnen (spuiwater) In verband met preventief onderhoud van de bronnen worden deze een aantal keer per jaar ge spoeld. Bij deze actie wordt uit de bronnen enige tijd grondwater onttrokken met het maximale debiet. Dit grondwater moet geloosd worden. Voor nieuwe bodemenergiesystemen staat de ge meente Rotterdam niet toe dat het grondwater dat vrijkomt bij het periodiek onderhoud op de rio lering wordt geloosd.
Middels een onderhoudsfilter in de technische ruimte kan ervoor gezorgd wor den dat er geen grondwater geloosd hoeft te worden. Bij een onderhoudsfilter wordt het vuil afge vangen met een mechanisch filter met zeer kleine poriën. Het grondwater wordt uit de bronfilters opgepompt en wordt via het onderhoudsfilter in de bypass van het leidingcircuit in een andere bron geïnjecteerd. Regulering van lozingen en voorkeursroutes Met de inwerkingtreding van de AMvB Bodemenergie zijn voorkeursvolgordes voor lozingen gedefini eerd. Hierbij worden twee type lozingen onderscheiden: - lozen van boorspoelwater (open en gesloten systemen); - lozen van ontwikkel- en beheerwater (alleen open systemen). Door de specifieke kenmerken van deze stromen geldt er een voorkeursvolgorde voor de lozingsroute. Onderstaande tabel geeft de voorkeursvolgorde weer. Tabel 3.7 | Voorkeursvolgorde lozen vanuit AMvB Bodemenergie type afvalwater
voorkeursvolgorde lozing (bevoegd gezag)
Boorspoelwater
1. vuilwaterriool (gemeente)
(open en gesloten systemen)
2. op de bodem (gemeente) 3. overige lozingsmethoden In de bodem en op het schoonwaterriool is niet toegestaan
Ontwikkel- en beheerwater
1. in de bodem (provincie)
(open systemen)
2. oppervlaktewater (Waterschap of Rijkswaterstaat) 3. schoonwaterriool (gemeente) 4. vuilwaterriool (gemeente) 5. externe verwerker
Het Besluit lozen buiten inrichtingen bevat regels voor een groot aantal categorieën van lozingen die het gevolg zijn van activiteiten die plaatsvinden buiten inrichtingen in de zin van de Wet mili eubeheer. Lozingen vanuit inrichtingen vallen onder het Activiteitenbesluit. Het besluit geldt voor alle lozingsroutes: zowel lozingen op oppervlaktewater, de bodem als de riolering.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 22/30
Het openbare rioolstelsel in Rotterdam heeft op veel plaatsen onvoldoende capaciteit om de om vangrijke lozingen vanuit bodemenergiesystemen te kunnen verwerken. Voor nieuwe bodemenergiesystemen staat de gemeente Rotterdam niet toe dat het grondwater dat vrijkomt bij het perio dieke onderhoud van de bronnen op de riolering wordt geloosd. Voor het grondwater dat vrijkomt bij de aanleg van de bronnen is meestal geen alternatief aanwezig voor lozing op de riolering. Er dient in een zo vroeg mogelijke fase met gemeente Rotterdam, afdeling Water van Stadsbeheer, met betrekking tot lozingen in contact getreden te worden. Dit dient ter afstemming van de lozingsroute(s) voor het water dat vrijkomt bij het aanbrengen van de bronnen én het periodiek on derhoud ervan. De lozingen van het water voor het ontwikkelen van open bronnen geeft de grootste lozingsvolumes. Conform de voorkeursvolgorde voor lozingen heeft het terugbrengen van het grondwater de voorkeur. Dit is echter een kostbare methode en door het beperken van het ontwikkeldebiet kun nen de bronnen niet optimaal ontwikkeld worden. Daarnaast is het nog steeds nodig om een kleine waterhoeveelheid te lozen. Conform de voorkeursvolgorde uit de AMvB Bodemenergie heeft het lo zen van het ontwikkelwater op het oppervlaktewater hierna de voorkeur.
Mocht dit niet mogelijk zijn, moet het grondwater geloosd worden op een vuilwaterriool of gemengd rioolstelsel. Aanbevo len wordt om in een vroeg stadium in overleg te treden met het bevoegd gezag om de mogelijkhe den voor lozen te bespreken. Het beleid ten aanzien van het lozen op oppervlaktewater is beschreven in het Besluit lozen buiten inrichtingen. Dit beleid wordt in het geval van Merwe Vierhavens gehanteerd en uitgevoerd door het Hoogheemraadschap van Delfland. Het beleid en het indienen van een vergunning of doen van een melding staat beschreven op de website van Hoogheemraadschap van Delfland. 3.4.4
Overige vergunningen en meldingen Naast genoemde vergunningen zijn er mogelijk aanvullende vergunning noodzakelijk voor de aanleg van een bodemenergiesysteem, zoals bijvoorbeeld een omgevingsvergunning, keurvergunning, tij delijke verkeersmaatregel en bouwplaatsvergunning. In Rotterdam dient altijd een leidingvergunning aangevraagd te worden bij de gemeente, ook wanneer de bronnen en het leidingwerk op eigen terrein gerealiseerd worden. Daarnaast is een omgevingsvergunning vereist voor bouwwerken in de openbare ruimte. De initiatiefnemer van een bodemenergiesysteem is verplicht om te onderzoeken welke vergunningen en meldingen noodzakelijk zijn en dient er zorg voor te dragen dat hij deze tij dig aanvraagt of laat aanvragen bij het daarvoor bevoegde gezag.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 23/30
4
Inventarisatie vraag en aanbod
4.1
ONTWIKKELINGEN Het te onderzoeken gebied betreft Merwe Vierhaven in Rotterdam. De gemeente Rotterdam heeft de informatie met betrekking tot de omvang van de toekomstige ontwikkelingen aangeleverd. Bin nen de deelgebieden Gustoweg, FTR en Vierhavens zullen in de toekomst ook nieuwe ontwikkelin gen komen, maar de gemeente heeft nog geen concrete informatie beschikbaar over de omvang van de toekomstige ontwikkelingen. In dit plan wordt wel rekening gehouden met verduurzaming van de bestaande gebouwen binnen deze deelgebieden. In Figuur 4.1 zijn de verschillende deelge bieden weergegeven.
ÉS İT
*ott erdamsedijk
Witte
Dorp
Merwehaven
Gustoweg Marconikwartìer
Galileipark Mathenes
.vi ä t h e ^
Keilekwartier
Vierhavens
em o n d
CD plangebied I
I deelgebied bestaande bebouwing 0 501ÖÖ'
700 m
nieuwe ontwikkelingen ttn NcdetUnd, Cotnn
Contributor! y
Figuur 4.1 | Deelgebieden binnen Merwe Vierhavens in Rotterdam
4.2
WARMTE- EN KOUDEVRAAG Door Techniplan is voor dit gebied een studie uitgevoerd naar de energievraag binnen het gebied op basis van verschillende energieconcepten. Op basis van deze studie en in overleg met de gemeente is op basis van de oppervlaktes van de ontwikkelingen de gebouwzijdige energievraag en benodigde vermogens per deelgebied bepaald, zie 0. Deze energievraag en vermogens zijn met behulp van
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 24/30
kentallen, energetische uitganspunten en de jaarlijkse verdeling van vermogens vertaald naar de bodemzijdige vraag. Voor de deelgebieden Merwehaven, Galileipark, Marconikwartier en Keilekwartier is dit gebaseerd op de verwachte toekomstige ontwikkelingen en voor de deelgebieden Gustoweg, FTR en Vierhavens op de bestaande gebouwen. In Figuur 4.2 is de verwachte bodemzijdige warmte- en koudevraag weergegeven per deelgebied. De verschillen per deelgebied wordt be paald door de verhouding van het aandeel woon- en werkfunctie. In Tabel 4.1 zijn beknopt de re sultaten van de voorgaande berekeningen weergeven. De gebruikte kentallen, energetische uitganspunten en jaarlijkse verdeling van de vermogens zijn ter informatie opgenomen in Bijlage 4.
Ou d
Míthenesse
W i tt e
Spangen
Dorp
Tussen 17.700 MWht
11.870 MWht 12.290 MWht'
k0 MWht
8.660 MWht 5.830 MWht
15.840 MWht 12.240 MWht
12.810 MWht
Mathenes
BosF 1-1.540 MWht 3.350 MWht 2.550 MWht 0 MWht 0 MWht
ch ie m o nd
warmtevraag 0 50100
700 m
koudevraag Eiri Nederland. Community Map Contributors y
Figuur 4.2 | Berekende bodemzijdige warmte- en koudevraag in MWht per deelgebied
De bepaalde bodemzijdige warmte- en koudevraag is vervolgens vertaald naar de jaarlijkse grondwaterverplaatsing en benodigde grondwaterdebieten, die weergegeven zijn in Tabel 4.1. Hierbij is uitgegaan van een bodemzijdige energiebalans. Daarnaast is aangegeven hoeveel doubletten er, uitgaande van de verwachte maximale broncapaciteit van 80 - 120 mF/uur, per deelgebied nodig zijn.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 25/30
Tabel 4.1 | Benodigde waterverplaatsing en debiet in Merwe Vierhavens deelgebied
waterverplaat
debiet warmtele
debiet koeling
aantal
warmtelevering
sing koeling
vering [mVuur]
[mVuur]
doubletten
[mVjaar]
[mVjaar]
Marconikwartier
3.052.000
3.052.000
2.250
2.510
21 - 31
Keilekwartier
2.111.000
2.111.000
1.580
1.800
15 - 23
Galileipark
2.209.000
2.209.000
1.610
1.990
17 - 25
Merwehaven
2.047.000
2.047.000
1.310
1.170
11 - 16
Gustoweg
394.000
394.000
270
160
3-4
FTR
440.000
440.000
310
180
3-4
Vierhavens Totaal
4.3
waterverplaatsing
578.000
578.000
400
240
4-5
10.831.000
10.480.000
7.730
8.050
74 - 108
WARMTE- EN KOUDEAANBOD Het bodemzijdige aanbod met een open bodemenergiesysteem kan berekend worden op basis van de verwachte dikte van de bodem waarin de warmte en koude opgeslagen wordt (circa 50 m), een gemiddelde delta T van 5T tussen onttrekking en infiltratie en het oppervlakte van het projectgebied (circa 120 hectare). Hieruit volgt dat in potentie circa 70.000 MWh aan warmte en 70.000 MWh aan koude geleverd kan worden uit het gecombineerde tweede en derde watervoerende pakket binnen het plangebied. Dit is exclusief het potentieel voor gesloten bodemenergie. Deze is niet opgenomen, omdat de toe passing van een gesloten bodemenergiesysteem voor het hele plangebied niet voor de hand ligt en dit alleen toegepast zal worden voor mogelijk kleine individuele ontwikkelingen. Hierbij is het be schikbare potentieel voor een groot deel afhankelijk van de beschikbare ruimte voor het plaatsen van de bodemlussen. Dit verschilt per locatie, waardoor het bepalen van een reëel potentieel niet mogelijk is.
4.4
MATCH VRAAG/AANBOD Uit de inventarisatie (paragraaf 4.2) volgt een totale bodemzijdige warmtevraag van circa 60.000 MWh en een koudevraag van circa 45.000 MWh. De bodemzijdige warmte- en koudevraag is de hoeveelheid warmte en koude die een gebouw uit de bodem nodig heeft, waarbij rekening wordt gehouden met het gebruik van een warmtepomp voor de warmtevraag. Uitgaande van een open bodemenergiesysteem uitgelegd op de warmtevraag en een energiebalans, zal in combinatie met een regeneratievoorziening circa 60.000 MWh aan warmte en 60.000 MWh aan koude aan de bodem onttrokken worden. In Tabel 4.2 is de match tussen vraag en aanbod per deelgebied opgenomen. Hierin is ook aangege ven hoeveel procent van de vraag met het bodemzijdige aanbod gedekt kan worden (dekkings graad). Hieruit volgt dat in een aantal deelgebieden de vraag het aanbod overstijgt (lage dekkings graad). Om de vraag te kunnen dekken is ruimte in andere deelgebieden nodig. Ook geeft dit aan leiding om de mogelijkheden voor een collectief bodemenergiesysteem te onderzoeken om het bodempotentieel zo optimaal mogelijk in te kunnen zetten binnen het totale gebied van Merwe Vierhavens.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 26/30
Tabel 4.2 | Match vraag en aanbod per deelgebied deelgebied
vraag [MWh]
aanbod [MWh]
dekkingsgraad
Marconikwartier
17.700
6.500
377o
Keilekwartier
12.240
8.500
697o
Galileipark
8.660
15.100
1747o
Merwehaven
11.870
13.000
1m
Gustoweg
2.290
6.000
2627o
FTR
2.550
8.500
3337o
Vierhavens
3.350
12.000
3587o
58.660
69.600
uw.
Totaal
Op basis van de geschatte energievraag en het bodemzijdige aanbod kan in theorie de beoogde vraag uit de bodem onttrokken worden. Opgemerkt wordt dat het werkelijke potentieel in de prak tijk lager kan uitvallen vanwege fysieke obstakels ten aanzien van de inpassing van bronnen (zoals gebouwen, wegen, kabels en leidingen, groen, waterpartijen, bestaande open bodemenergiesystemen en dergelijke). Aan de andere kant kan het potentieel toenemen omdat ook de bodem direct rond het plangebied gebruikt wordt voor het opslaan van warmte en koude wanneer een deel van de bronnen op de rand van het plangebied geplaatst worden. Omdat er op basis van de inventarisa tie geen grote bodemzijdige overcapaciteit is, is ordening van belang om het aanwezige potentieel optimaal te benutten voor alle ontwikkelingen.
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
5
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 27/30
Toelichting gebruiksregels In hoofdstuk 2 zijn de gebruiksregels voor open en gesloten bodemenergiesystemen opgenomen. In dit hoofdstuk wordt per gebruiksregel een onderbouwing gegeven waarom een bepaalde gebruiksre gel is opgenomen. 1.
Gesloten bodemenergiesystemen mogen tot een diepte van maximaal 80 m-mv gereali seerd worden.
In het bodemenergieplan is het tweede en derde watervoerende pakket gereserveerd voor open bodemenergiesystemen. Om thermische interferentie tussen open en gesloten bodemenergiesystemen te voorkomen wordt er een verticale scheiding tussen deze systemen aangehouden. Daarom worden de gesloten bodemenergiesystemen toegestaan tot een diepte van maximaal 80 m-mv. Dit is reeds vastgelegd door de gemeente in het kader van het vastge legde interferentiegebied waarbinnen Merwe Vierhavens is gelegen. 2.
Het open bodemenergiesysteem moet worden uitgevoerd als een doubletsysteem. Open bodemenergiesystemen uitgevoerd als monobron- of recirculatiesystemen zijn niet toege staan.
Gezien de beoogde omvang van de ontwikkelingen is de verwachting dat de toepassing van (collectieve) open bodemenergiesystemen het beste aansluit bij de intensiteit van de warmte/koudevraag. Dit omdat met dergelijke systemen relatief hoge capaciteiten gehaald kunnen worden en het bodempotentieel optimaal ingezet kan worden. Het gebruik van recirculatiesystemen is niet toegestaan, omdat het rendement van deze sys temen lager is. Dit komt doordat geen gebruik gemaakt wordt van de in de bodem gebrachte warmte en koude. Het betreft geen opslagsysteem. Hierdoor wordt het beschikbare bodempotentieel niet optimaal benut. Recirculatiesystemen worden wel toegepast in gebieden met een hoge grondwaterstroming waar de opgeslagen warmte en koude afstroomt en het rendement vergelijkbaar zal zijn met een doubletsysteem. Gezien de beperkte grondwaterstroming in het plangebied, speelt dat hier niet en is opslag van warmte en koude goed mogelijk. Gezien de omvang van de ontwikkelingen bestaat de voorkeur voor het toepassen van doublet ten boven monobronnen. Door het toepassen van doubletten kunnen relatief grote capaciteiten per bron gerealiseerd worden en kan het aanwezige bodempotentieel zo optimaal mogelijk ge bruikt worden. De toepassing van monobronnen wordt daarom niet toegestaan. 3.
De bronfilters van een doubletsysteem moet gerealiseerd worden in het gecombineerde tweede en derde watervoerende pakket met een minimale filterlengte van 35 meter. Voor het grootschalig toepassen van open bodemenergiesystemen wordt gekozen voor het ge combineerde tweede en derde watervoerende pakket. Dit vanwege het geldende juridische ka der en de bodemtechnische geschiktheid. De schematische dieptes van de watervoerende pak ketten zijn weergegeven in Tabel 3.1. Iedere initiatiefnemer dient op basis van de meest
IF Technology Creating energy
Datum Referentie Pagina
19 oktober 2023 PR09138/BR/20231019 28/30
recente en relevante informatie een inschatting te maken van de ligging van de watervoerende pakketten en scheidende lagen. Het aanbod aan warmte en koude uit de bodem is beperkt hoger dan de vraag vanuit de gebou wen. Om het beschikbare bodempotentieel zo optimaal mogelijk te benutten, is het nodig om zoveel mogelijk van de bodem hiervoor te gebruiken. Daarom wordt een minimum gesteld aan het te plaatsen filterlengte van 35 m. Dit is gebaseerd op de in de praktijk geplaatste filterlengtes in Rotterdam. Met deze regel wordt ook gestimuleerd om bronnen met een zo hoog mogelijke capaciteit te realiseren en mogelijk samenwerking met andere partijen te zoeken om een collectief systeem te realiseren. 4.
De warme en koude bron(nen) van een doubletsysteem moeten respectievelijk binnen de aangegeven warme (rode) en koude (blauwe) zones worden gepositioneerd.
De ruimtelijke ordening van open bodemenergiesystemen in het gecombineerde tweede en derde watervoerende pakket vindt plaats op basis van een oriëntatie-patroon in zones. Deze zones zijn uitgewerkt in een kaart die is opgenomen in Bijlage 1. Zonering van de bronnen biedt zowel sturing alsmede een stuk flexibiliteit wat betreft inpassing. Het is sturend in de ruimtelijke ondergrondse ordening door het regisseren van het specifiek opslaan van warmte of koude in een bepaalde zone. Dit zodat negatieve interferentie tussen warmte en koude wordt voorkomen en daarmee het behalen van het totale potentieel niet verhinderd wordt. Het biedt vrijheid in de praktische ruimtelijke inpassing in het terrein. Door het definiëren van een zone en geen vaste bronposities, blijft het mogelijk de ruimtelijke inpassing af te wegen met andere ordeningsbehoeftes voor gebouwen, inrichting openbare ruimte en aanwezige en toekomstige infrastructuur. Er is gekozen voor een zonering, omdat hiermee het ondergrondse potentieel beter wordt be nut dan bij alternatieve ordeningsmethodes zoals bijvoorbeeld het kruislings plaatsen van bronnen. Vanwege de relatief diepe ligging van de open bodemenergiesystemen, vormen de hydrologische effecten geen directe belemmering.