[23bb007686] Bijlage 2 behorende bij 23bb007684 over Nota van beantwoording PTT zoals door de MRDH vastgesteld op 5 juli 2023
Tekst van het document
METROPOOLREGIO
ROTTERDAM DEN HAAG
Hill
Nota van beantwoording Plan Toekomstvast Tramnet regio Rotterdam
ŕf'iUW
ţU—1*
■í?1
^ruispļein
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
Inhoudsopgave 1.
2.
Over deze nota van beantwoording.......................
.3
2.6
Aantrekkelijkheid metro als alternatief................... 13
1.1
Doel van de nota van beantwoording..............
.3
2.7
Aantrekkelijkheid bus als alternatief....................... 14
1.2
Opbouw van de nota van beantwoording........
.4
2.8
Sociale functie van het OV...................................... 16
1.3
Proces adviesaanvraag...................................
.5
2.9
Tramnet na 2030................................................... 17
2.10
Nieuwe mobiliteitsvisie........................................... 17
2.11
Nieuwe tramvoertuigen.......................................... 18
2.12
Participatie en betrokkenheid bewoners.................19
2.13
Sluiten bestuursovereenkomsten uitwerking PTT ....21
1.4 Wijze van beantwoording van de adviezen en reacties...................................................................
.6
Hoofdonderwerpen uit de adviezen en reacties......
.7
2.1
Hillegersberg en Schiebroek...........................
.7
2.2
Oude Noorden, Crooswijk en Kralingen...........
.9
2.3
Delfshaven en Centrum.................................
10
2.4
Rotterdam Zuid.............................................
11
2.5 Toekomst tramlijn 21 Schiedam en beter OV in Schiedam Noord......................................................
3.
Wijzigingen in het Plan Toekomstvast Tramnet............. 23 3.1 Wijzigingen naar aanleiding van de adviezen en reacties............................................................................ 23 3.2
12
4.
Overige (ambtshalve) wijzigingen.......................... 34
Overzicht reacties en beantwoording............................. 36
2
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
I.Over deze nota van beantwoording 1.1
Doel van de nota van beantwoording
Op 6 februari heeft de MRDH het concept Plan Toekomstvast Tramnet naar de vier tramgemeenten Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen en Barendrecht en het Metrocov gestuurd met het verzoek om op dit concept plan een advies uit te brengen. De Colleges van de vier tramgemeenten en het Metrocov hebben gereageerd met een advies op het conceptplan. De gemeenten Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen hebben ervoor gekozen om een concept advies met de gemeenteraad te bespreken. Het college van Rotterdam heeft voorafgaand hieraan ook de wijkraden gelegenheid gegeven op het plan te adviseren. Enkele wijkraden in Rotterdam en de gemeente Schiedam hebben ook bewonersbijeenkomsten georganiseerd om bewoners te informeren. Op verzoek is tijdens enkele bijeenkomsten een toelichting op het plan gegeven. Daarnaast hebben naar aanleiding van de adviesuitvraag ook individuele bewoners en enkele organisaties een reactie naar de Colleges, de RET en/of de MRDH gestuurd. Alle reacties worden beschouwd als advies. Er is geen sprake van de mogelijkheid tot inspraak en we spreken dan ook niet over zienswijzen. De reacties zijn gebruikt om waar mogelijk het plan toekomstvast tramnet beter te maken. In deze reactienota zijn alle adviezen van de tramgemeenten, het Metrocov en de adviescommissie Vervoerautoriteit (AcVA), opgenomen en beantwoord.
De reacties van individuele bewoners en organisaties zijn in een aparte bijlage opgenomen.
3
METROPOOLREGIO
ROTTERDAM DEN HAAG
1.2
Opbouw van de nota van beantwoording In het overige deel van hoofdstuk 1 staat een overzicht van de adviezen en reacties, de wijze van beantwoording en de vervolgprocedure voor de vaststelling van het plan toekomstvast tramnet.
In hoofdstuk 2 beantwoorden we thematisch de verschillende onderwerpen die naar voren zijn gekomen in de adviezen en reacties.
Hoofdstuk 3 geeft een overzicht van de wijzigingen die in het Plan Toekomstvast Tramnet zijn aangebracht naar aanleiding van de adviezen en reacties en nadere afstemming met andere projecten.
In hoofdstuk 4 staan alle adviezen in een tabel. Voor een groot deel van de beantwoording verwijzen we naar hoofdstuk 2, als het gaat om thema's die veel terugkomen. Bij specifieke vragen is de beantwoording bij het desbetreffende onderdeel van het advies aangegeven.
4
METROPOOLREGIO
ROTTERDAM DEN HAAG
1.3
Proces adviesaanvraag Op 6 februari 2023 heeft de MRDH het concept Plan Toekomstvast Tramnet aan de vier tramgemeenten en het Metrocov gestuurd met het verzoek om hierop een advies uit te brengen. De colleges van de tramgemeenten en het Metrocov hebben voor 19 april een advies aan de MRDH gestuurd. In de vergadering van 22 maart jl. heeft de adviescommissie Vervoersautoriteit (AcVA) gesproken over de aanpak van het proces en samenwerking met gemeenten en stakeholders bij grote aanpassingen in het openbaar vervoer, op basis van het voorbeeld Plan Toekomstvast Tramnetwerk. In een brief heeft de adviescommissie hierover advies uitgebracht aan de bestuurscommissie MRDH. Daarnaast hebben verschillende individuele bewoners en organisaties een reactie naar de MRDH gestuurd met daarin vragen, meningen en adviezen. De zes adviezen (vier tramgemeenten, Metrocov en AcVA) zijn in hoofdstuk 4 van deze nota van beantwoording opgenomen en van een antwoord van de MRDH voorzien. Alle overige reacties zijn in een aparte bijlage 'Reacties op het concept plan toekomstvast tramnet' opgenomen en eveneens van een antwoord voorzien. Deze bijlage wordt ter kennisgeving aangeboden aan de BcVA. Alle adviezen en reacties zijn meegewogen in het aanpassen van het concept plan toekomstvast tramnet naar een definitief plan toekomstvast tramnet. Deze aanpassing zijn beschreven in hoofdstuk 3.
Alleen de reacties die naar de MRDH zijn gestuurd zijn meegenomen. Reacties die naar het College of de gemeenteraad van de tramgemeenten of de RET zijn gestuurd, zijn in deze nota van beantwoording niet meegenomen, omdat die bedoeld waren voor het opstellen van de adviezen van die gemeenten. We gaan ervanuit dat in de adviezen van de gemeenten rekening is gehouden met die reacties. 5
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
1.4
Wijze van beantwoording van de adviezen en reacties
Een reactie bevat de mening, zorgen, wensen, vragen en suggesties van een indiener. Elke inspraakreactie is zorgvuldig bestudeerd, om te bezien of het Plan Toekomstvast Tramnet aangepast kan of moet worden. In deze nota van beantwoording wordt aangegeven welke aanpassingen van het plan zijn gedaan naar aanleiding van de reacties. De doorgevoerde wijzigingen of aanvullingen naar aanleiding van alle reacties zijn benoemd in hoofdstuk 3. Als een inspraakreactie vragen bevat, worden die in deze reactienota beantwoord.
6
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
2.Hoofdonderwerpen uit de adviezen en reacties In dit hoofdstuk komen veel voorkomende vragen en opmerkingen uit de adviezen en reacties aan de orde. Een tabel met alle reacties en antwoorden is opgenomen in hoofdstuk 4.
2.1
Hillegersberg en Schiebroek De gemeente Rotterdam kan niet instemmen met het voorstel om tramlijn 4 naar Hillegersberg in te korten en tramlijn op te heffen op de Kleiweg in Hillegersberg-Zuid, omdat hierdoor de enige rechtstreekse verbinding vanuit deze wijk met het centrum van Rotterdam dan verdwijnt. De gemeente verzoekt om deze tramlijnen in samenhang met elkaar te handhaven, in een passende frequentie. MRDH heeft het PTT als volgt aangepast: tramlijn 4 blijft rijden naar de Molenlaan in Hillegersberg. De helft van de ritten van lijn 4 zal naar de Kleiweg gaan rijden om het opheffen van lijn 8 te compenseren. Hillegersberg-Noord en -Zuid behouden hiermee de rechtstreekse verbinding naar het centrum. Door de ritten te verdelen over de tracés naar de Molenlaan en naar de Kleiweg ontstaan passende frequenties bij de te verwachten vervoervraag. Noodzakelijk gevolg hiervan is wel dat onderzocht moet worden of de tram naar Hillegersberg versneld kan worden (veiliger weginrichting, meer prioriteit, samenvoegen van haltes) en dat de tramhaltes die nu nog niet toegankelijk zijn wel toegankelijk gemaakt kunnen worden. Dit geldt met name voor de haltes op de Straatweg en de Bergse Dorpsstraat. Zo kan tramlijn 4 een toekomstvaste tramlijn worden.
Hiervoor is nodig: 1) versnellingsmaatregelen in Hillegersberg (zeker niet langzamer worden); 2) toegankelijke haltes; 3) verkeersveilige situatie. 7
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
Een potentieel andere oplossing was het doortrekken van een vervangende buslijn van Hillegersberg-Noord via station Noord naar Centraal Station. Dit is na onderzoek geen toekomstvaste oplossing gebleken: er ontstaat dan parallelliteit van tramlijn 4 en deze buslijn, waardoor op beide lijnen geen frequent product geboden kan worden. Tevens is een route van een dergelijke buslijn lastig in te passen door enerzijds de reconstructie van het Hofplein waardoor bussen hier niet meer gemakkelijk overheen kunnen en de herinrichting van veel straten in Noord als 30 km/u. Omdat de reizigers uit Hillegersberg-Noord met de tram naar het centrum van Rotterdam kunnen blijven gaan, zal buslijn 35 niet opgewaardeerd worden als vervanging van het opheffen van lijn 4. Eventuele opwaardering van lijn 35 kan in de toekomst alsnog plaatsvinden, maar niet het in het kader van het PTT. Daarnaast heeft het handhaven van de tramlijn naar Kleiweg een negatief vervoerkundig effect op de potentie van buslijn 50 tussen station Noord en metrostation Melanchtonweg. Het handhaven van de tram naar Hillegersberg en Kleiweg betekent dat er meer mensen met de tram reizen, maar minder met de bus (buslijnen 35 en 50). Doordat lijn 35 niet meer opgewaardeerd wordt, blijven de exploitatiekosten ongeveer gelijk.
In hoofdstuk 3 wordt beschreven hoe het handhaven van de tram naar Hillegersberg en Kleiweg in de rapportage PTT wordt verwerkt.
8
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
2.2
Oude Noorden, Crooswijk en Kralingen
De gemeente Rotterdam stelt als voorwaarde voor het opheffen van lijn 8 dat dit pas aan de orde kan zijn als er perspectief is op de herinrichting van de Zaagmolenstraat en Benthuizerstraat. Verder stelt de gemeente als voorwaarde voor het opheffen van tramlijn 7 over de Oudedijk dat zowel de nieuwe route als het nieuwe eindpunt voor tramlijn 7 als de precieze route van de beoogde buslijn 50 in nauwe samenwerking met de gemeente en de omgeving uitgewerkt wordt en om daarbij aan te sluiten bij de planning van de ontwikkeling van Nieuw Kralingen. Ook vraagt de gemeente aandacht voor het verbeteren van de veiligheid voor fietsers op de Oudedijk. De MRDH stemt in met deze voorwaarden en verzoekt de gemeente om zo spoedig mogelijk samen een proces te starten om met omwonenden en andere belanghebbenden om tot herinrichting van de Zaagmolenstraat en Benthuizerstraat te komen. De MRDH zal daarbij ook onderzoeken of en hoe de beoogde buslijn 50 doorgetrokken kan worden naar het Franciscus Gasthuis. Daarnaast zijn vragen gesteld over de route van buslijn 50. Deze stond in de kaartbeelden gerouteerd over de Jericholaan of de Ramlehweg. Dit is echter nog niet onderzocht. Daarom wordt de route in de kaartbeelden aangepast naar de route die tramlijn 7 in de huidige situatie rijdt: via de Boezemstraat, Goudse Rijweg en Vlietlaan. Daarmee ligt de route voor buslijn 50 nog niet vast.
In overleg met de omwonenden zal worden onderzocht wat de beste route en de beste locaties voor haltes zijn. Daarbij zal ook het verbeteren van de verkeersveiligheid voor fietsers worde meegenomen.
9
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
2.3
Delfshaven en Centrum
De gemeente Rotterdam stelt als voorwaarde voor het opheffen van lijn 4 op de Nieuwe Binnenweg dat dit pas aan de orde kan zijn als er perspectief is op de herinrichting van de Nieuwe Binnenweg. Tevens vraagt de gemeente om een onderzoek naar de OV-bereikbaarheid van de Nieuwe Binnenweg en op marktdagen van het Grote Visserijplein. Tevens vraagt de gemeente om het handhaven van tramlijn 8 naar Spangen, maar dan met een lagere frequentie, aangezien dit ongeveer evenveel kost als een vervangende buslijn. De MRDH stemt in met deze voorwaarden en is voornemens om samen met de gemeente zo spoedig mogelijk een proces te starten om met omwonenden en andere belanghebbenden na te denken over herinrichting van de Nieuwe Binnenweg. Hierbij kan ook met bewoners de mogelijkheden voor de OV-bereikbaarheid worden onderzocht, waarbij goed naar de behoefte van de omwonenden wordt gekeken. In dit proces kan ook het verbeteren van looproutes naar bushaltes en metrostations meegenomen worden. Het handhaven van tramlijn 8 en het onderzoek naar de OV-bereikbaarheid worden toegevoegd aan de tekst en kaartbeelden. Met het handhaven van tramlijn 8 in een lagere frequentie zijn extra kosten gemoeid.
10
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
2.4
Rotterdam Zuid
Bij de aanleg van tramlijn 25 is destijds gekozen voor een route over de Randweg en de Bree en niet via de Groene Hilledijk. Nu is er een belangrijke aanleiding om te verkennen of tramlijn 25 alsnog via de Groene Hilledijk moet gaan rijden. De route via de Bree is de beoogde route voor de nieuwe HOV Kralingse Zoom - Zuidplein. Vooralsnog is de aanname dat er veel nadelen zitten in het combineren van tramlijn 25 en de nieuwe HOV-lijn (naar verwachting ook een tramlijn) over hetzelfde traject. Als tramlijn 25 via de Groene Hilledijk zou gaan rijden, dan betekent dit voor de reizigers in de tram een rijtijdwinst van ongeveer 2 minuten. De gemeente Rotterdam verzoekt om samen en met betrokkenheid van de omgeving een raakvlakstudie uit te voeren naar tramlijn 25 en de HOV Kralingse Zoom - Zuidplein waarin diverse varianten, met en zonder doortrekking van lijn 25 over de Groene Hilledijk, worden uitgewerkt en geraamd, in termen van aanlegkosten en rijtijden voor zowel tramlijn 25 als de HOV Kralingse Zoom - Zuidplein. Dit onderzoek moet ook de gevolgen die dit heeft voor de inpassing op de Groene Hilledijk en omgeving en de afwikkeling van het overige verkeer in het bredere gebied, waaronder ook tramlijn 2 in beeld brengen.
Dit brede onderzoek heeft tot doel voldoende beslisinformatie te genereren op basis waarvan een transparante afweging kan worden gemaakt over de traminfrastructuur rondom de driehoek Groene Hilledijk, Bree en Randweg. De MRDH is bereid samen met de gemeente deze studie uit te voeren. Deze studie wordt in nauwe samenhang met het vervolg op de MIRT-verkenning Oeververbinding gedaan.
11
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
2.5
Toekomst tramlijn 21 Schiedam en beter OV in Schiedam Noord
De gemeente Schiedam en individuele bewoners vragen om behoud van tramlijn 21 in Schiedam-Noord (Woudhoek). Tegelijkertijd wordt onderschreven dat het OV in Schiedam Noord verbeterd moet worden. Ook wordt verondersteld dat tramlijn 21 een grote rol zou kunnen spelen in de ontsluiting van een potentieel nieuw station Kethel dat onderdeel is van de scope van de afgelopen najaar gestarte MIRT-verkenning Schaalsprong Oude Lijn. Omdat het vraagstuk van het OV in Schiedam Noord breder is dan alleen tramlijn 21, er nog veel onzekerheid is over de komst en het potentiële gebruik van station Kethel en onduidelijkheid over de ontsluiting van dat station en de mogelijk rol van het OV (bus en/of tram) daarbij, constateert de MRDH dat (conform het advies van de gemeente Schiedam) het nu niet mogelijk is om een besluit te nemen over de toekomst van tramlijn 21. De MRDH stelt daarom voor het vraagstuk van het verbeteren van het OV-netwerk in Schiedam Noord uit de scope van het PTT te halen en samen met de gemeente een aparte Verkenning naar het OV in Schiedam Noord te starten met een brede onderzoeksscope, waarin alle aandachtspunten uit het advies van de gemeente Schiedam een plek kunnen krijgen.
De MRDH en gemeente zullen als eerste samen een plan van aanpak met onderzoeksscope opstellen, met daarin tenminste de thema's bereikbaarheid, toegankelijkheid, vervoersstromen, exploitatie, vormgeving en inpassing en fasering. Bij deze verkenning zal de gemeente in de gelegenheid worden gesteld de bewoners van Schiedam Noord te betrekken. Besluitvorming over het verbeterde OV-netwerk in Schiedam Noord zal naar verwachting niet eerder plaatsvinden dan dat er meer bekend is over de resultaten en besluitvorming van de MIRT-verkenning Oude Lijn met betrekking tot de haalbaarheid en moment van in gebruik name van een potentieel station Schiedam Kethel. Bij de verkenning zal ook de bereikbaarheid van de ontwikkelingen op bedrijventerrein 's-Gravenlandse polder worden betrokken.
12
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
2.6
Aantrekkelijkheid metro als alternatief Uit de vele reacties is aandacht gevraagd voor de constatering dat veel ouderen en minder validen niet van de metro kunnen of willen gebruik maken. Veel geuite klachten zijn dat de metro niet goed toegankelijk is omdat de liften en roltrappen vaak buiten dienst zijn. Een dergelijke storing betekent dan dat de reis niet gemaakt kan worden. Dit is vooral vervelend als het een terugreis betreft. Tevens wordt aangegeven dat liften vaak niet schoon zijn. De gemeente Rotterdam vraagt in haar advies om normen in stellen voor de afhandeling van storingen en het schoonmaken. MRDH heeft met RET in de railconcessie voor de metro prestatie-afspraken over de beschikbaarheid, reinheid en uitval van liften en roltrappen. Die afspraken blijven binnen de gestelde grenswaarden. Waar mogelijk zoeken MDRH en de RET naar verbeteringen. De metro is in het algemeen net zo of zelfs beter toegankelijk volgens de landelijke toegankelijkheidsnormen dan de tram. De MRDH wil dat dit ook zo ervaren wordt, zodat de metro voor iedereen een aantrekkelijk en makkelijk te gebruiken vervoerwijze is. Er is immers niet altijd een andere vervoerwijze aanwezig in de buurt (zoals een bus of een tram). Daarnaast vraagt de gemeente Rotterdam aandacht voor overstapgemak bij knooppunten.
Dit betreft niet alleen de metro, maar de metro is in enkele gevallen wel een alternatief voor de tram. Het grootste overstapknooppunt voor de metro is station Beurs. MRDH, RET en gemeente zijn voornemens om de capaciteit, overstapgemak en toegankelijkheid van dit metrostation fors te verbeteren door het metrostation ingrijpend te verbouwen. In het PTT voegen we toe dat schoon zijn en goed functioneren van liften en roltrappen en makkelijke en comfortabel overstappen belangrijk zijn als we verwachten dat de metro als alternatief voor de tram gaat dienen.
13
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
2.7
Aantrekkelijkheid bus als alternatief Veel reacties over met name het vervallen van delen van tramlijnen gaan over de toegankelijkheid van de bus (als alternatief voor de tram). De bus wordt niet als even makkelijk toegankelijk als de tram ervaren. Duidelijke verschillen tussen bus en tram zijn dat de tram strak langs het perron halteert en dezelfde vloerhoogte heeft als het perron, waardoor het zeer gemakkelijk is om in- en uit te stappen, ook voor rolstroelen, rollators en kinderwagens. Ook is het bij de tram mogelijk om met een scootmobiel de tram in- en uit te rijden. Er wordt in de reacties gesteld dat de tram wél en de bus níet toegankelijk is voor minder validen en ouderen. De MRDH is van mening dat de bus óók toegankelijk is voor minder validen. Dit moet ook, want volgens het Bestuursakkoord Toegankelijkheid OV moet al het OV toegankelijk worden gemaakt. Aangezien een groot deel van het OV in Nederland per bus plaatsvindt, moet de bus dus ook toegankelijk zijn. Veel bushaltes in de regio Rotterdam voldoen aan de CROWontwerprichtlijnen voor een goede toegankelijkheid. Echter, ook in veel situaties valt de toegankelijkheid in de praktijk tegen, b.v. doordat de bus niet dicht tegen de perronrand halteert. Tevens hebben bussen als hulpmiddel een uitschuifplank. Maar deze is niet zelfstandig door minder validen te gebruiken en er is niet altijd hulp voorhanden.
De gemeente Rotterdam vraagt daarom hierbij ook aandacht voor de hulpvaardigheid van het personeel. De MRDH heeft het Bestuursakkoord Toegankelijk OV1 ondertekend. De MRDH wil deze ondertekening effectueren door het opstellen van een beleidskader Toegankelijk OV en een bijbehorende uitvoeringsprogramma (vaststelling voorzien eind 2023). Daarin zullen de aangegeven aandachtspunten een plek krijgen. In het PTT nemen we een verwijzing naar dit beleidskader op.
1 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/11/07/bijlage-bestuursakkoord-toegankelijkheid
14
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
Voor alle situaties waar in het PTT de bus als alternatief voor de tram wordt voorgesteld, zal in de uitwerking nadrukkelijk naar de toegankelijkheid van de bus gekeken worden, juist om te borgen dat ook minder valide reizigers nog steeds met het OV kunnen reizen. Een tweede verschil tussen bus en tram dat uit reacties naar voren komt is dat de tram vaak een goede doorstroming en betrouwbaarheid kent door een eigen, vrij baan en een bus vaak meerijdt met het autoverkeer en dan veel oponthoud ondervindt. Daardoor zou de bus juist langzamer en onbetrouwbaarder zijn. De MRDH vindt dit geen juiste vergelijking. Het klopt dat een OV-lijn sneller en betrouwbaarder is als er sprake is van vrije infrastructuur en b.v. prioriteit bij verkeerslichten. Dit hoeft echter voor bus en tram niet verschillend te zijn. Enerzijds zijn er in Rotterdam straten waar de tram langzaam en onbetrouwbaar is, juist omdat de tram geen eigen baan heeft en veel last heeft van overig verkeer. Anderzijds zijn er goede voorbeelden waar de bus met een eigen baan en veel prioriteit juist zeer snel en betrouwbaar is. Goede voorbeelden hiervan zijn de Zuidtangent tussen Haarlem-Oost, Hoofddorp en Schiphol en de vrije busbanen in Utrecht en Almere. In Rotterdam is de busbaan op de Vaanweg een goed voorbeeld.
De keuze voor snelheid en betrouwbaarheid is dus niet een keuze voor tram boven bus, maar voor vrije infrastructuur, ongeacht de vervoerwijze. In het plan voegen we explicieter toe dat een goede doorstroming voor busverkeer essentieel is en onderdeel van de uitwerking zal worden.
15
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
2.8
Sociale functie van het OV Een veelgehoorde reactie is dat het OV ook een sociale functie heeft. De MRDH erkent dit. Het OV moet beschikbaar zijn voor iedereen. Vaak lift de sociale functie mee op het vervoer van grote stromen reizigers. Dit is ook een belangrijke functie van het OV. Tramvervoer is bij uitstek geschikt voor het vervoeren van grote stromen en bij voorkeur met een hoge gemiddelde snelheid zodat die grote stroom reizigers snel bij zijn bestemming is én de exploitatiekosten in verhouding blijven met de opbrengsten. De tram is niet geschikt als er sprake is van dunne stromen en dus vooral het faciliteren van de sociale functie. Andere vormen (flexibeler, minder kapitaalintensief) zijn dan beter geschikt. Daarom kiest de MRDH in enkele situaties voor een vervangende buslijn, op verzoek van de gemeente Rotterdam ook voor Spangen en de Nieuwe Binnenweg. Dit zal wel een OV-verbinding zijn die past bij de specifieke vervoerstroom. Veel reacties gaan over de zorg dat er veel verder gelopen moet worden naar een OV-halte en dat er een norm van maximaal 400 m lopen gehanteerd zou moeten worden. De MRDH kent geen norm voor de maximum loopafstand naar een OV-halte. Er is door de maatregelen in het PTT echter geen sprake van dat loopafstanden toenemen tot 600 à 800 meter.
In de meeste gevallen blijft de loopafstand naar de dichtstbijzijnde OV-halte maximaal 400 m, in enkele gevallen loopt deze op naar 600 m. In het plan wordt bij de paragrafen waarbij verandering worden voorgesteld waarbij verwezen wordt naar OValternatieven toegevoegd wat dit betekent voor de loopafstanden naar het OV. Dit is aan de orde bij de Nieuwe Binnenweg, Spangen, Zaagmolenstraat en Scheepvaartkwartier.
16
METROPOOLREGIO
ROTTERDAM DEN HAAG
2.9
Tramnet na 2030 De verschillende gemeenten hebben in hun advies gevraagd voor ruimte om na 2030 nieuwe verbindingen aan het tramnet toe te voegen. Naar de suggestie van de gemeente Rotterdam zal de MRDH met de tramgemeenten een ontwikkelagenda 'Tramnet na 2030' (werktitel) gaan opstellen. Hierin kunnen o.a. de volgende wensen onderzocht worden: ^
Een nadere concretisering van de trambediening van het Merwe Vierhavengebied;
^
Het doortrekken van tramlijn 2 naar Charloisse Poort en/of via Pendrecht en Zuidwijk richting Lombardijen;
^
De bediening van het gebied rondom het beoogde station Stadionpark in nauwe afstemming met het vervolg op de MIRT-verkenning Oeververbindingen.
2.10
Nieuwe mobiliteitsvisie Een aantal reacties vinden een plan voor alleen de tram te beperkt en pleiten voor een OV-visie. Het is daarbij van belang op te merken dat PTT een uitwerking is van de vigerende OV-visie Rotterdam 2040 van gemeente Rotterdam en MRDH. Daarnaast is bij het opstellen van het PTT uitgegaan van alle bekende ontwikkelingen in het gehele OV-netwerken (inclusief bus en metro). Bovendien zijn de berekeningen aan reizigersstromen uitgevoerd met een verkeersmodel waarin al het openbaar vervoer zit, evenals de auto en de fiets. De voorstellen van het PTT komen dus wel degelijk voort uit een integraal kader. De MRDH gaat in 2024 een visie maken op het hele mobiliteitssysteem in onze regio voor 2040 voor zowel auto, fiets als OV (inclusief OV-knooppunten), als tactische uitwerking van de Strategische Agenda en mede gelet op de veranderingen die de coronacrisis teweeg heeft gebracht. De afgelopen jaren stonden in het teken van herstel van het openbaar vervoer. Nu wil de MRDH zo snel mogelijk gaan werken aan een vernieuwd perspectief voor het openbaar vervoer (inclusief OVknooppunten), in samenhang met de modaliteiten fiets en auto, waarbij thema's zoals deelmobiliteit, Smart mobility, MaaS en hubs worden meegenomen. 17
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
2.11
Nieuwe tramvoertuigen Een van de aanleidingen om het PTT te maken is om meer kader te hebben voor het bestellen van nieuwe trammaterieel dat in 2030 in gebruik genomen wordt. De RET gaat de komende jaren onderzoeken wat de eisen voor het nieuwe tramvoertuig moeten zijn. De gemeente Rotterdam heeft hiervoor een aantal aandachtspunten meegegeven: ^
De mogelijkheid om met lage vloer trams te rijden die beschikken over soepele draaistellen, zodat met name bogen met hogere snelheid bereden kunnen worden;
^
Hoe gegarandeerd kan worden dat de nieuwe voertuigen goed inpasbaar zijn in de stad met name op het punt van het produceren van zo weinig mogelijk geluid- en trillinghinder;
^
Of er voordelen zijn te behalen door dezelfde voertuigen aan te schaffen als die in het Haagse deel van de Metropoolregio gebruikt worden;
^
De mogelijkheid om met tweerichtingenvoertuigen te gaan rijden, zodat de flexibiliteit in het netwerk wordt vergroot en een eindpunt ook zonder keerlus kan worden uitgevoerd;
^
De mogelijkheid om tramvoertuigen (deels) zonder bovenleiding te laten rijden, zodat het mogelijk wordt om nieuwe trajectdelen zonder bovenleiding uit te voeren;
^
Te bezien in hoeverre de nieuwe trams kunnen worden uitgerust met andere innovatieve elementen, zoals mogelijkheden voor autonoom rijden.
^
De MRDH zal deze onderzoeksvragen meegeven in de opdracht aan de RET om te gaan onderzoeken.
18
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
2.12
Participatie en betrokkenheid bewoners De adviescommissie Vervoerautoriteit heeft in haar vergadering van 22 maart 2023 gesproken over de aanpak van het proces en samenwerking met gemeenten en stakeholders bij grote aanpassingen in het openbaar vervoer, zoals bij Plan Toekomstvast Tramnetwerk. Hierin geeft de adviescommissie aan dat bij de start van een traject er met de betrokken gemeenten duidelijke afspraken worden gemaakt over welke gremia, wanneer en op welke wijze betrokken zal worden en hoe burgerparticipatie vormgegeven wordt en tot welke besluitvorming wordt gekomen. De MRDH heeft hierbij een coördinerende en regisserende rol. Bij participatie wordt een grote rol voor de direct betrokken gemeente voorzien. Burgerparticipatie is hierbij altijd de verantwoordelijkheid van de gemeente. Het betrekken van reizigers is een andere verantwoordelijkheid. De MRDH vraagt hiervoor het Metrocov om het reizigersbelang te vertegenwoordigen. Een voorbeeld hiervoor is de jaarlijkse vervoerplanprocedure (zoals die voor de periode met Corona-maatregelen gold). De MRDH geeft gemeenten de gelegenheid om advies uit te brengen op de voorstellen die de RET aan de MRDH heeft gedaan. De gemeenten organiseren naar eigen goeddunken participatie. De opbrengst van de participatie wordt door de gemeenten in hun advies verwerkt.
De MRDH beantwoord deze adviezen en de RET past eventueel de voostellen aan op basis van het advies. De MRDH stelt het vervoerplan vast, rekening houdend met de adviezen. Veel adviezen stellen dat er bij het opstellen van het Plan Toekomstvast Tramnet niet of nauwelijks participatie of andere betrokkenheid van bewoners heeft plaatsgevonden. De wijze van participatie is afgestemd met de betrokken tramgemeenten. Zoals in de adviescommissie Vervoerautoriteit is besproken en vastgesteld is burgerparticipatie primair een rol van de gemeenten. Elke tramgemeente heeft bij de start van de laatste fase van het PTT een inschatting gemaakt hoe de eigen raad en bewoners in die gemeente betrokken zouden moeten worden. Deze keuze verschilt per gemeente, mede afhankelijk van de verwachte impact van de voorstellen in het PTT om dat moment.
19
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
Zo heeft de gemeenteraad van Rotterdam gevraagd om bij het opstellen van het PTT de wijken te betrekken en heeft Rotterdam er ook voor gekozen om de wijkraden te consulteren bij het opstellen van het advies aan de MRDH over het PTT. In veel reacties zijn ook zorgen te lezen over de consequenties van de voorstellen voor de buurt of wijk. Er zijn hier veel vragen over. Deze zorgen en vragen betreffen vaak een detailniveau dat in het kader van het PTT nog niet is uitgewerkt. Er lijkt veel onduidelijkheid te zijn over de status van het PTT en wat er met de vaststelling van het PTT besloten wordt. Het PTT is een kader voor de verdere ontwikkeling van het tramnet; de MRDH is met de vaststelling van plan om het tramnet te veranderen, enerzijds met versnelling en een enkel nieuw traject, maar ook met het voornemen om enkele tramtrajecten op te heffen. Omdat het OV-netwerk als een gemeente overstijgend netwerk functioneert en niet als een verzameling losse lijnen hebben we ervoor gekozen om eerst een netwerkanalyse uit te voeren en een visie voor het tramnetwerk te maken en hierop advies van vertegenwoordigde organen te vragen. Het resultaat hiervan is het PTT. Het PTT geeft vervolgens richting aan meer gebiedsgerichte en straatgerichte studies.
In deze studies willen we met betrokkenheid van de directe omgeving onderzoeken hoe de fysieke maatregelen die nodig zijn voor het PTT eruit komen te zien. Dit kan bijvoorbeeld gaan om de herinrichting van een straat, inpassing van een bushalte etc. Bij die uitwerking worden bewoners en stakeholders nadrukkelijk betrokken. Bovenstaande komt overeen met het advies van de adviescommissie Vervoerautoriteit (AcVa) dd 6 april 2023. Deze brief van de AcVa staat als reactie 6 in de tabel in hoofdstuk 4. Naar aanleiding van het PTT is met Metrocov afgesproken om te verkennen hoe Metrocov nog beter de mening van de reiziger op plannen van de MRDH (en RET) kan inventariseren.
20
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
2.13
Sluiten bestuursovereenkomsten uitwerking PTT
Het Plan Toekomstvast Tramnet omvat een reeks maatregelen om het tramnetwerk te verbeteren. Om ervoor te zorgen dat deze maatregelen effectief zijn, is het cruciaal dat het plan als een samenhangend geheel wordt uitgevoerd. Tramgemeenten geven aan dat een duidelijke koppeling moeten wordt gelegd tussen dat lijnen en haltes worden geschrapt en het investeren in de beloofde alternatieven en verbeteringen. De MRDH wil dan ook met de tramgemeenten en de RET bestuursovereenkomsten (BOK) sluiten om goede afspraken te maken over de uitwerking en de doelen van het PTT te borgen. De BOK betreft afspraken over alle elementen in PTT waarbij de gemeente als wegbeheerder en beheerder openbare ruimte bevoegd gezag is. De gemeente Rotterdam stemt in met het sluiten van een bestuursovereenkomst over de uitwerking en uitvoering van het PTT. Deze bestuursovereenkomst zal in ieder geval de volgende elementen moeten bevatten: ^
Alle locaties waar aanleg van nieuwe infrastructuur voorgesteld wordt;
^
De concrete invulling van de beoogde versnellingsambitie, waaronder als quickwin de verkeerslichtinstallaties waar met eenvoudige aanpassingen de wachttijd voor de tram geminimaliseerd kan worden;
^
Het op diverse plekken verwijderen van traminfrastructuur en herinrichten van de buitenruimte met als hoogste prioriteit de Nieuwe Binnenweg en Zaagmolenstraat/Benthuizerstraat;
^
Alle overige punten uit het PTT die raken aan de gemeentelijke taken van wegbeheerder en beheerder van de openbare ruimte;
^
De timing en fasering van alle bovenstaande elementen.
De MRDH stelt voor te starten met een plan van aanpak voor de uitwerking van de verschillende elementen van het PTT als onderdeel van een dergelijk bestuursovereenkomst.
21
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
Notie hierbij is dat voor veel elementen van het PTT eerst een uitwerkingsslag moet plaatsvinden om een indicatie te krijgen van benodigde investeringskosten. Pas daarna kunnen financiële afspraken worden gemaakt (verdeling van de kosten).
22
METROPOOLREGIO
ROTTERDAM DEN HAAG
3.Wijzigingen in het Plan Toekomstvast Tramnet In dit hoofdstuk staat een overzicht van de wijzigingen die naar aanleiding van de adviezen, reacties of ambtshalve (tekstuele verduidelijkingen en laatste inzichten) zijn doorgevoerd in het Plan Toekomstvast Tramnet.
3.1
Wijzigingen naar aanleiding van de adviezen en reacties
In onderstaande tabel staan de wijzigingen naar aanleiding van de adviezen en reacties.
Pagina oud
Was
Wordt
Motivatie
2 en 35
Op een aantal andere trajecten met weinig reizigers en/of slechte doorstroming zal de tram verdwijnen. Dit betreft delen van de huidige lijnen 4,
Op een aantal andere trajecten met weinig reizigers en/of slechte doorstroming zal de tram verdwijnen. Dit betreft delen van de huidige lijnen 4, 7 en 8.
Wijziging tramnet (lijn 21) in Schiedam Noord is uit het PTT gehaald omdat er te veel onzekerheden zijn om een besluit te kunnen nemen. Er zal een aparte verkenning gestart worden.
In delen van de regio is dat een grote verbetering, zoals in Carnisselande (zie bereikbaarheidskaart paragraaf 3.5).
Wijziging tramnet (lijn 21) in Schiedam Noord is uit het PTT gehaald omdat er te veel onzekerheden zijn om een besluit te kunnen nemen. Er zal een aparte verkenning gestart worden. In Hillegersberg zal met het handhaven
7, 8 en 21.
3
In delen van de regio is dat een grote verbetering, zoals in Schiedam Noord, Hillegersberg en Carnisselande (zie bereikbaarheidskaart paragraaf 3.5).
Pagina nieuw
23
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG van tramlijn 4 de OV-bereikbaarheid min of meer gelijk blijven.
3
In straten waar de tram vervalt, zoals de Nieuwe Binnenweg, Zaagmolenstraat of de Bergse Dorpsstraat, ontstaan kansen voor een ander ruimtegebruik.
In straten waar de tram vervalt, zoals de Nieuwe Binnenweg of de Zaagmolenstraat, ontstaan kansen voor een ander ruimtegebruik.
Tramlijn 4 door Bergse Dorpsstraat vervalt niet meer.
4 en 41
Netto gaat het naar verwachting om een besparing van ongeveer 2-4% ten opzichte van de exploitatiekosten tram.
2-47 wordt 1 -370
Handhaven tramlijnen 4 naar Hillegersberg en 8 naar Spangen zorgt voor toename kosten en dus een lagere besparing.
4 en 41
Deze middelen vallen niet vrij. Er lag reeds een bezuinigingstaakstelling voor de tram.
Deze middelen vallen niet vrij, maar zijn nodig voor het bekostigen van de bestaande rail-concessie.
Het is geen doel voor het PTT om een bezuinigingstaakstelling te realiseren.
5 en 36
Kaartbeeld 1 respectievelijk 3 Eindbeeld tramnetwerk 2030
Aangepast aan handhaven tramlijn 4 Molenlaan/Kleiweg en tramlijn 8 Spangen, onderzoek OV-bereikbaarheid Nieuwe Binnenweg en geen wijziging Schiedam Noord. Alle tramlijnen een Tramplusnummer.
Tramlijn 4 Molenlaan/Kleiweg en tramlijn 8 Spangen vervalt niet meer, verzoek extra buslijn Nieuwe Binnenweg en Spangen, Schiedam Noord uit PTT
6 en 3l
Lijn 4 wordt ingekort tot het traject Kootsekade (station Noord) Eendrachtsplein. Het traject tussen Kootsekade en Hillegersberg vervalt, hiervoor komen twee alternatieven: een snelle en frequente busverbinding van Hillegersberg met Melanchtonweg (metro) en Alexander (metro en trein),
Lijn 4 wordt gesplitst, de helft van de ritten gaat naar eindpunt Molenlaan, de andere helft naar eindpunt Kleiweg. Daarmee komt de inzet van trams meer in verhouding met het reizigersaanbod op elk deel van de route. Op de Straatweg en Bergse Dorpsstraat krijgt de tram veilige, toegankelijke haltes.
Tramlijn 4 Molenlaan vervalt niet meer. Nieuwe invulling van lijn 4.
24
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG als opwaardering van de huidige buslijn 35. Tevens komt er een lokale busverbinding met station Noord via de Straatweg. Het vervallen van de tram biedt kansen voor een betere inrichting van de Straatweg en de Bergse Dorpsstraat. 6 en 37
Het traject tussen Eendrachtsplein en Marconiplein vervalt. Alternatief voor de reizigers zijn de nabij gelegen bestaande halten van andere lijnen, met name de metro, de tramlijnen 8 en 24 en buslijn 32 over de Mathenesserlaan.
Toegevoegd: Onderzoek OV-bereikbaarheid Nieuwe Binnenweg en op marktdagen Groot Visserijplein.
Op verzoek van gemeente Rotterdam.
6 en 38
Alternatief voor het Kleiwegkwartier is de nieuwe HOV-buslijn Melanchtonweg - station Noord - Kralingse Zoom
De bediening van het Kleiwegkwartier wordt overgenomen door de helft van de ritten van tramlijn 4.
Nieuwe invulling van lijn 4 op verzoek van gemeente Rotterdam.
7 en 38
Alternatief voor de twee vervallen haltes in Spangen is gebruik maken van de bestaande haltes van tramlijn 24 of buslijn 38.
Verwijderd vanwege handhaven tramlijn 8.
Op verzoek van gemeente Rotterdam.
7 en 38
Lijn 21 en lijn 24 worden samengevoegd tot één lijn over de huidige route van lijn 24 (De Esch - Vlaardingen Holy). Hierdoor neemt de frequentie in Holy toe. De trambediening tussen Bachplein en Woudhoek vervalt. Daarvoor in de plaats krijgt Woudhoek een verbeterde snelle busverbinding met station Schiedam Centrum waarvan ook de
Voor de toekomst van Lijn 21 naar Schiedam Noord wordt een aparte verkenning naar het verbeteren van het OV in Schiedam Noord gestart.
Wijziging tramnet (lijn 21) in Schiedam Noord is uit het PTT gehaald omdat er te veel onzekerheden zijn om een besluit te kunnen nemen. Er zal een aparte verkenning gestart worden.
Lijn 24 wordt versterkt door een hogere frequentie naar Vlaardingen Holy en mogelijk spitsversterking tussen Marconiplein en de Erasmus Universiteit.
25
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG Kerkbuurt profiteert. Met slimme doorkoppelingen ontstaat een verbeterd OV-netwerk voor geheel SchiedamNoord, zodat het al jaren geleidelijke afschalen van de OV-dienstregeling in dit stadsdeel omgekeerd wordt met een significante bereikbaarheidsverbetering tot gevolg. 7 en 39
Door aanleg van een nieuw traject over de Groene Hilledijk (in samenhang met de HOV Oeververbinding over de Strevelsweg en Bree) wordt de route korter en sneller.
Door de komst van het HOV Oeververbinding kan tramlijn 25 waarschijnlijk niet meer via de Bree en Randweg rijden, omdat beide lijnen niet gecombineerd kunnen worden op dezelfde infrastructuur. Een route via de Groene Hilledijk is mogelijk een korter en sneller alternatief.
Op verzoek van gemeente Rotterdam vindt eerst onderzoek plaats naar de samenhang van lijn 25 en HOV Oeververbinding.
8
Zoekgebieden verder uitwerken
Toegevoegd: aparte verkenning naar OV in Schiedam Noord en samenhang HOV Oeververbinding en tramlijn 25.
Wijziging tramnet (lijn 21) in Schiedam Noord is uit het PTT gehaald omdat er te veel onzekerheden zijn om een besluit te kunnen nemen. Er zal een aparte verkenning gestart worden. Op verzoek van gemeente Rotterdam vindt eerst onderzoek plaats naar de samenhang van lijn 25 en HOV Oeververbinding.
9 en 75
MRDH en Rotterdam kiezen daarbij specifiek voor het opstellen van een Bestuursovereenkomst (eind 2023)
Eind 2023 wordt 2024/2025 en toegevoegd: Deze uitwerkingen moeten ook leiden tot financiële afspraken of cofinanciering.
In zo'n bestuursovereenkomst worden ook financiële afspraken gemaakt. Daarvoor moet eerst meer onderzocht worden over wat diverse 26
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG maatregelen kosten. Voor afspraken over gezamenlijk onderzoek worden plannen van aanpak opgesteld. 9 en 75
Voorbereiden bestelling nieuwe tramvoertuigen
Toegevoegd: en diverse innovaties
Op verzoek van gemeente Rotterdam
25
Kaartbeeld 2 verstedelijkingsopgave
Kaartbeeld aangepast aan gewijzigde lijnvoering
Kaartbeelden consistent met aanpassingen aan PTT
31
De trend is al jaren dat steeds meer mensen eerder bereid zijn verder te lopen of te fietsen naar de halte van een hoogwaardige OV-lijn dan naar een laagfrequente bus op de hoek.
Toegevoegd: Niet alle reizigers kunnen overigens verder lopen naar een halte. Het blijft belangrijk dat de loopafstanden naar de dichtstbijzijnde OV-halte niet te groot worden.
Oog hebben en houden voor minder validen en ouderen.
32
Bus en tram hebben een vergelijkbaar kwaliteitsniveau.
Bus en tram hebben een vergelijkbaar kwaliteitsniveau en zijn (net als de metro) toegankelijk volgens de landelijke richtlijnen voor toegankelijkheid).
Naar aanleiding van opmerkingen participatie over minder goede toegankelijkheid bus in relatie tot tram.
37
Het traject tussen Eendrachtsplein en Marconiplein vervalt. Alternatief voor de reizigers zijn hier de nabij gelegen bestaande halten van andere lijnen, met name de metro, lijn 8 en buslijn 32 over de Mathenesserlaan (die vaker gaat rijden), in combinatie met een verbetering van loop- en fietsroutes in de wijk.
Toegevoegd: Looproutes blijven overwegend maximaal 400 m, maar soms tot 600 m indien men kiest voor het lopen naar de metro.
Inzicht geven in hoe ver reizigers extra moeten lopen.
27
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG 37 en 61
Alternatief voor het Scheepvaartkwartier is om gebruik te maken van lijn 8 (verplaatste halte Vasteland) of de metro (station Leuvehaven).
Toegevoegd: Looproutes nemen toe tot
37
Alternatief is hier de nieuwe busverbinding van Kralingse Zoom naar Station Noord en Melanchtonweg. Daarnaast kunnen reizigers ook gebruik maken van de metro.
Toegevoegd: Voor een goede doorstroming
Kaartbeeld 4 bereikbare arbeidsplaatsen en kaartbeeld 5 bereikbare inwoners
Toegevoegd cirkels met toelichting Schiedam
Het toekomstvaste tramnet 2030 als onderdeel van het totale OV-netwerk (inclusief nieuwe en verbeterde buslijnen) biedt aan het merendeel van de inwoners een acceptabele loopafstand van 600-800 m, ook na de aanpassingen aan het tramnet. De wijzigingen in het tram leiden in sommige gevallen tot langere loopafstanden naar de dichtstbijzijnde OV-halte dan momenteel het geval is, b.v. in Spangen en rondom de Nieuwe Binnenweg.
Het toekomstvaste tramnet 2030 als onderdeel van het totale OV-netwerk (inclusief nieuwe en verbeterde buslijnen) biedt aan het merendeel van de inwoners een acceptabele loopafstand van 400 m, ook na de aanpassingen aan het tramnet. De loopafstand naar de metro als alternatief voor een vervallen tramlijn kan soms tot 600 m bedragen.
41
42
maximaal 600 m.
van deze buslijn zijn mogelijk specifieke doorstromingsmaatregelen nodig. Looproutes naar de alternatieve buslijn zijn vergelijkbaar met die van tramlijn 7. Reizigers die voortaan liever naar de metro lopen, lopen maximaal 600 m.
Noord en Hillegersberg
Inzicht geven in hoe ver reizigers extra moeten lopen.
Inzicht geven in hoe ver reizigers extra moeten lopen.
Wijziging tramnet (lijn 21) in Schiedam Noord is uit het PTT gehaald en tramlijn 4 Molenlaan is gehandhaafd. Voorkomen misverstanden dat MRDH uitgaat van loopafstanden naar de tram van 600-800 m (dit is een norm voor tram naar nieuwbouwlocaties).
De wijzigingen in het tram leiden in sommige gevallen tot langere loopafstanden naar de dichtstbijzijnde OV-halte dan momenteel het geval is.
28
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG 43
Aandacht voor ouderen en minder validen
Toegevoegd: Aandachtspunt voor het gebruik van de metro voor ouderen en minder validen is dat liften en roltrappen een hoge beschikbaarheid hebben en ook schoon en sociaal veilig zijn. Dit vergt een onverminderd hoge aandacht
Op basis van klacht uit participatie.
47
Schiedam: Hoe komt het OV-netwerk eruit te zien? En kaartbeeld 6.
Uit de analyse is duidelijk geworden dat het OV-netwerk in Schiedam Noord verbeterd moet worden. Dit is een vraagstuk dat breder is dan alleen de tram. Ook speelt hier de mogelijkheid dat tussen 2030 en 2040 er een station Kethel wordt gerealiseerd. Mogelijk kan de tram een rol spelen in de ontsluiting van station Kethel. Het is daarom in het kader van het PTT niet mogelijk om een keuze te maken voor de tram in Schiedam Noord. MRDH zal samen met de gemeente Schiedam een aparte verkenning naar de verbetering en ontwikkeling van het OVnetwerk in Schiedam Noord starten.
Wijziging tramnet (lijn 21) in Schiedam Noord is uit het PTT gehaald omdat er te veel onzekerheden zijn om een besluit te kunnen nemen. Er zal een aparte verkenning gestart worden. Wel is vastgesteld dat er iets moet verbeteren.
Kaartbeeld 6 overeenkomstig aangepast. 47-48
Paragrafen Hoe veranderen de reistijden, welke kansen biedt dit voor SchiedamNoord en Toekomstvastheid
Vervallen
Wijziging tramnet (lijn 21) in Schiedam Noord is uit het PTT gehaald omdat er te veel onzekerheden zijn om een besluit te kunnen nemen. Er zal een aparte verkenning gestart worden.
29
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG 51
52
Alle ritten van lijn 21/24 rijden naar Vlaardingen Holy, Daarmee krijgt Holy dubbele frequenties waardoor de tramlijn veel aantrekkelijker wordt.
Holy krijgt dubbele frequenties waardoor de tramlijn veel aantrekkelijker wordt.
In PTT wordt geen keuze meer
Hillegersberg: Hoe komt het OV-netwerk eruit te zien? En kaartbeeld 8
Teksten vervangen door: Lijn 4 wordt gesplitst, de helft van de ritten gaat naar eindpunt Molenlaan, de andere helft naar eindpunt Kleiweg. Daarmee komt de inzet van trams meer in verhouding met het reizigersaanbod op elk deel van de route. Op de Straatweg en Bergse Dorpsstraat krijgt de tram veilige, toegankelijke haltes. Het noordelijke deel van tramlijn 8 naar de Kleiweg wordt opgeheven. De bediening van het Kleiwegkwartier wordt overgenomen door de helft van de ritten van tramlijn 4.
Tramlijn 4 Molenlaan vervalt niet meer. Nieuwe invulling van lijn 4.
gemaakt over lijn 21 naar Woudhoek, alleen over tramlijn 24 op zich. Wijziging tramnet (lijn 21) in Schiedam Noord is uit het PTT gehaald omdat er te veel onzekerheden zijn om een besluit te kunnen nemen. Er zal een aparte verkenning gestart worden.
Kaartbeeld overeenkomstig aangepast. 55
Voor reizigers uit Hillegersberg-Noord veranderen de reistijden zowel positief als negatief; de reistijd naar het centrum van Rotterdam neemt met enkele minuten toe. Dit komt omdat de rechtstreekse tramlijn 4 verdwijnt. Reizigers kunnen met een even snelle
Tekst aangepast naar: Voor reizigers uit Hillegersberg-Noord veranderen de reistijden niet. Vanuit Hillegersberg-Zuid wordt het mogelijk zonder overstap en binnen enkele minuten naar metrostation Melanchtonweg te gaan. Ook ontstaat een nieuwe directe en
Tramlijn 4 Molenlaan vervalt niet meer. Nieuwe invulling van lijn 4.
30
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG buslijn reizen, maar moeten wel overstappen bij de Kootsekade of station Noord. Het wordt voor deze reizigers interessanter om met buslijn 35 naar metrostation Melanchtonweg te reizen (per frequente bus of per fiets) en daar de E-lijn te pakken die vanaf 2026 de hele dag twaalf keer per uur gaat rijden. Dat geldt zowel voor reizen met de E-lijn naar Rotterdam Centraal, Centrum en Zuid, maar ook richting Den Haag. De reistijd vanaf Hillegersberg naar station Alexander wordt ongeveer 10 minuten korter en de bus gaat vaker rijden. Reizen naar Alexander, Gouda en Utrecht wordt veel makkelijker. Vanuit Hillegersberg-Zuid wordt het mogelijk zonder overstap en binnen enkele minuten naar metrostation Melanchtonweg te gaan.
snelle verbinding met het Kralingse Bos en Kralingse Zoom.
Ook ontstaat een nieuwe directe en snelle verbinding met het Kralingse Bos en Kralingse Zoom. Voor een directe rit naar het Centrum zal met 5 minuten verder moeten lopen naar de Kootsekade of via Melanchtonweg moeten reizen (even snel ondanks overstap), want de directe verbinding met lijn 8 vervalt.
31
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG 55
Impressie 1 mogelijke herinrichting Bergse Dorpsstraat
Vervallen
Tramlijn 4 Molenlaan vervalt niet meer. Nieuwe invulling van lijn 4.
55
Welke kansen biedt dit voor de Hillegersberg en Schiebroek
Tekst vervangen door: Het realiseren van toegankelijke en veilige tramhaltes in de Straatweg en Bergse Dorpsstraat biedt kansen om de situatie ook voor de fietsers te verbeteren, evenals het invoeren van 30 km/u op de Straatweg.
Teksten herinrichting niet meer van toepassing door handhaven lijn 4.
57
Kaartbeeld 9
Kaartbeeld aangepast n.a.v. alle wijzigingen
Handhaven tramlijn 4 en ambtshalve routewijziging lijn 50
61
Spangen: Hierbij is een aandachtspunt dat reizigers eerst de dijk op moeten lopen naar de tramhalte. Deze looproute zou verbeterd moeten worden.
Verwijderd in verband met handhaven tramlijn 8.
Op verzoek van gemeente Rotterdam.
61
Het traject van lijn 4 tussen Eendrachtsplein en Marconiplein vervalt. Alternatief voor de reizigers zijn hier de
Aangevuld met: onderzoek OVbereikbaarheid Nieuwe Binnenweg en op marktdagen Groot Visserijplein.
Op verzoek van gemeente Rotterdam.
nabij gelegen bestaande halten van andere lijnen, met name de metro, lijn 8 (blijft op de Schiedamseweg rijden) en buslijn 32 over de Mathenesserlaan (die vaker gaat rijden), in combinatie met een verbetering van loop- en fietsroutes in de wijk en het beter toegankelijk maken van de bushaltes van lijn 32. 32
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG 62
Kaartbeeld 10
Aangevuld met: onderzoek OVbereikbaarheid Nieuwe Binnenweg en op marktdagen Groot Visserijplein.
op verzoek van gemeente Rotterdam.
70
Naast algemene versnellingsmaatregelen zoals beschreven in hoofdstuk 3 zijn we van plan om lijn 25 een snellere route te geven via de Groene Hilledijk, dus niet meer via de Bree. Dit is ook noodzakelijk om de op de Strevelsweg en Bree geprojecteerde HOV Oeververbinding goed in te kunnen passen.
Door de komst van het HOV Oeververbinding kan tramlijn 25 waarschijnlijk niet meer via de Bree en Randweg rijden, omdat beide lijnen niet gecombineerd kunnen worden op dezelfde infrastructuur. Een route via de Groene Hilledijk is mogelijk een korter en sneller alternatief.
Op verzoek van de gemeente Rotterdam
73-74
Tabel fasering
Schiedam lijn 21 en opheffen tramlijn 4 Hillegersberg eruit gehaald.
Herindeling heeft te maken met verwerken adviezen van gemeenten Schiedam en Rotterdam.
Opheffen tramlijn 8 Kleiweg gekoppeld aan besluit herinrichting Zaagmolenstraat. Opheffen tramlijn 4 Nieuwe Binnenweg gekoppeld aan besluit herinrichting Nieuwe Binnenweg. Herroutering tramlijn 8 gekoppeld aan opheffen tramlijn 7 Scheepvaartkwartier Inkorten tramlijn 8 verwijdered
33
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
3.2
Overige (ambtshalve) wijzigingen In het Plan Toekomstvast Tramnet zijn ten opzichte van de versie van 6 februari 2023 (adviesaanvraag) een aantal wijzigingen doorgevoerd. De wijzigingen hebben tot doel om het plan te verduidelijken, aan te scherpen, te actualiseren (o.b.v. nieuwe inzichten) en tekst en afbeeldingen beter met elkaar in overeenstemming te brengen. De ambtshalve wijzigingen zijn in onderstaande tabel weergegeven.
Pagina oud
Was
Wordt
Motivatie
3
Berekeningen met het V-MRDH verkeersmodel laten zien dat met dit tramnetwerk een reizigersgroei (gemeten in reizigerskilometers) van circa 20% haalbaar is ten opzichte van de 'referentie'.
2507o
Consistent maken met paragraaf 3.5
6, 26, 36, 51, 54, 63
In kaartbeeld: route buslijn 50 via Jericholaan of Ramlehstraat
Route buslijn 50 via Boezemstraat, Goudse Rijweg en Vlietlaan.
Route buslijn 50 is nog niet onderzocht. Daarom wordt de route zoveel mogelijk conform huidige route tramlijn 7 weergegeven.
1
Sinds het Contourenplan is in een proces van co-creatie en participatie dit toekomstplan opgesteld.
Sinds het Contourenplan is in een proces van ambtelijke co-creatie en participatie dit toekomstplan opgesteld.
Voorkomen misverstand dat er cocreatie met bewoners of wijkraden heeft plaatsgevonden.
Pagina nieuw
34
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG divers
P+R
P+R
Officiële spelling
40
Meer vrije trambanen is ook een kans voor nood- en hulpdiensten of een kans voor vergroening.
Toegevoegd: Met nood- en hulpdiensten zal bij de uitwerking van de versnellings- en de verwijderingsstudies overlegd worden hoe nood- en huldiensten goed gefaciliteerd kunnen worden.
Voor nood- en hulpdiensten is van belang om beschikking te hebben over snelle en betrouwbaarheid routes door de stad. Vrije tram- en busbanen kunnen mits goed ingericht hierin voorzien.
46
Doorkijk naar 2040
Opsomming explicieter gemaakt door alle mogelijkheden een aparte bullet te geven
Overzichtelijkheid
35
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG
4.Overzicht reacties en beantwoording In dit hoofdstuk staat een overzicht van de reactie en bijbehorende beantwoording. In de beantwoording wordt regelmatig verwezen naar de thema's die in hoofdstuk 2 zijn beschreven.
Nummer
Reactie/advies/vra ag
Antwoord
reactie
1 gemeente Rotterdam
De kaders en aanleiding van PTT
We stellen vast dat de uitgangspunten van het PTT in lijn zijn met zowel onze vigerende OV-visie als met de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak. We onderschrijven de door u weergegeven kaders van PTT en zijn het met u eens dat er een visie nodig is op het tramnet in 2030 en verder. Ook zien wij, net als u, in dat de vervanging van de helft van de tramvloot een terechte aanleiding is om het tramnet kritisch door te lichten, met als oogmerk om de tram weer een doeltreffende bijdrage aan de stad te laten leveren. Wij vinden het daarbij van belang dat het hele OV-netwerk goed functioneert en dat metro, tram en bus daarbinnen de rol krijgen die past bij de kenmerken van de betreffende vervoerwijzen. De versnellingsambitie
We onderschrijven de geformuleerde versnellingsambitie naar een gemiddelde snelheid van 21 km/h. Dit omdat een korte reistijd één van de kernaspecten is van aantrekkelijk openbaar vervoer. Over de uitvoering maken we graag concrete afspraken in de door u gesuggereerde op te stellen bestuursovereenkomst. We verzoeken u om de Versnellingsambitie aan te grijpen om op diverse plekken de verkeersveiligheid en kwaliteit voor o.a. fietsers te verbeteren, o.a. op de Oostzeedijk-Honingerdijk en de
Dat doen we graag We stellen voor om dit samen op te pakken in de uitwerking.
36
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG Straatweg. Hillegersberg en Schiebroek
Ten aanzien van Hillegersberg kunnen wij niet instemmen met de door u voorgestelde opheffing van de tramlijnen 4 en 8 in deze wijk dit omdat deze tramlijnen voor Hillegersberg de enige rechtstreekse verbinding met het Centrum vormen. Wij verzoeken u dan ook deze tramlijnen in samenhang met elkaar te handhaven, in een passende frequentie.
Zie beantwoording in paragraaf 2.1
Oude Noorden, Crooswijk en Kralingen
We staan in beginsel positief tegenover de door u voorgestelde uitfasering van tramlijn 8 over de Zaagmolenstraat en Benthuizerstraat. Wel stellen we als voorwaarde dat we afspraken met u maken over de mogelijkheden tot herinrichting van deze straten. Verder stellen we als voorwaarde dat zowel de nieuwe route als het nieuwe eindpunt voor tramlijn 7 als de precieze route van de beoogde buslijn 50 in nauwe samenwerking met de gemeente en de omgeving uitgewerkt wordt en om daarbij aan te sluiten bij de planning van de ontwikkeling van Nieuw Kralingen. Ook voeren we graag het gesprek over het verbeteren van de veiligheid voor fietsers op de Oudedijk. Vanzelfsprekend gaat dit alles in volgorde vooraf aan de door u voorgestelde uitfasering van het Kralingse deel van tramlijn 7. Verder vragen wij u na te gaan of de beoogde buslijn 50 doorgetrokken kan worden naar het Franciscus Gasthuis.
Zie beantwoording in paragraaf 2.2
Delfshaven en Centrum
Wij staan in beginsel positief tegenover de door u voorgestelde uitfasering van tramlijn 4 over de Nieuwe Binnenweg en Schiedamseweg. Wel staan wij op het standpunt dat aan de omgeving een duidelijk perspectief moet worden geboden over de verwijdering van het tramspoor en herinrichting van de Nieuwe Binnenweg. We stellen dan ook als voorwaarde dat er wordt geïnvesteerd in de herinrichting van de Nieuwe Binnenweg tot een__________
Zie beantwoording in paragraaf 2.3
37
METROPOOLREGIO
ROTTERDAM DEN HAAG verblijfsvriendelijke, autoluwere en groene winkelstraat. Daarbij geldt ook dat er pas sprake kan zijn van het uitfaseren van de tram op de Nieuwe Binnenweg op het moment dat er voldoende concreet zicht is op de realisatie hiervan. We gaan daar vanzelfsprekend graag met u over in gesprek. Ook stellen we als voorwaarde dat er als alternatief een busverbinding via (een deel van) de Nieuwe Binnenweg gaat lopen, primair gericht op de bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen zoals de markt op het Grote Visserijplein en qua vormgeving passend bij het éénrichtingverkeer voor auto's waar we voor de Nieuwe Binnenweg op inzetten. Verder vragen we u prioriteit te geven aan het verbeteren van looproutes naar metrostations en de bestaande bushaltes in het gebied. Ten aanzien van Spangen vinden wij het belangrijk dat hier een OVvoorziening in stand blijft. We verzoeken u dan ook om in Spangen een alternatieve busverbinding in het leven te roepen, zodat de bereikbaarheid voor de bewoners hier op voldoende niveau blijft. Het ligt voor de hand na te gaan of deze gekoppeld kan worden aan de bovengenoemde busverbinding via de Nieuwe Binnenweg. Aanvullend verzoeken wij u op de wedstrijddagen van Sparta t.b.v. de supporters wel met trams naar Het Kasteel te blijven rijden.
Verder verzoeken we u om samen met ons te onderzoeken of de aanleg van een tram over de Westblaak een alternatief kan vormen voor de tramroute over de Van Oldenbarneveltstraat en -plaats, waarbij in ogenschouw moet worden genomen dat de herinrichting van de Westblaak als Stadsproject is aangewezen.
Hiertoe zijn we bereid.
Zuid
Wij vinden het belangrijk dat tramlijn 25 goed functioneert en dat in de toekomst de HOV Kralingse Zoom - Zuidplein goed gaat functioneren. Wij verzoeken u om gezamenlijk met ons en met betrokkenheid van de omgeving een raakvlakstudie uit te voeren naar tramlijn 25 en de HOV Kralingse Zoom Zuidplein waarin diverse varianten, met en zonder
Zie beantwoording in paragraaf 2.4
38
METROPOOLREGIO ROTTERDAM DEN HAAG doortrekking, worden uitgewerkt en geraamd, in termen van aanlegkosten en rijtijden voor zowel tramlijn 25 als de HOV Kralingse Zoom - Zuidplein. Ook de gevolgen die dit heeft voor de inpassing op de Groene Hilledijk en omgeving en de afwikkeling van het overige verkeer in het bredere gebied, waaronder ook tramlijn 2, moeten hierin worden betrokken. Dit alles heeft tot doel voldoende beslisinformatie te genereren op basis waarvan een transparante afweging kan worden gemaakt. Het voorstel om een bestuursovereenkomst te sluiten met het oog op de uitwerking en invoering van PTT
Zie beantwoording in paragraaf 2.13
We zijn het met u eens dat het nodig is om een bestuursovereenkomst met elkaar te sluiten over de uitvoering van diverse elementen van PTT. In deze bestuursovereenkomst moeten wat ons betreft in ieder geval de volgende zaken geadresseerd worden: - Alle locaties waar aanleg van nieuwe infrastructuur voorgesteld wordt; - De concrete invulling van de beoogde versnellingsambitie, waaronder als quickwin de verkeerslichtinstallaties waar met eenvoudige aanpassingen de wachttijd voor de tram geminimaliseerd kan worden; - Het op diverse plekken verwijderen van traminfrastructuur en herinrichten van de buitenruimte met als hoogste prioriteit de Nieuwe Binnenweg en Zaagmolenstraat; - Alle overige punten uit het concept PTT die raken aan de gemeentelijke taken van wegbeheerder en beheerder van de openbare ruimte; en - De timing en fasering van alle bovenstaande elementen. Aandachtspunten voor de toekomst na 2030