[23bb007315] Bijlage 3a behorende bij 23bb7325 - 311023 Aanvulling ROER Verstedelijking
Tekst van het document
5.3.2 Woonomgeving Openbare ruimte In de huidige situatie zijn er flinke verschillen tussen wijken. Het Lage Land kent een vrij groene, ruime opzet. Bloemhof en Hillesluis zijn daarentegenjuist vrij stenig, maar kennen ook een aantal aantrekkelijke groenstructuren. In de referentiesituatie worden hier en daar wat ingrepen gepleegd wat betreft de openbare ruimte. Hierdoor zal de kwaliteit van de openbare ruimte vooruit gaan. Te gelijkertijd wordt hier en daar ook verdicht, wat extra druk op de openbare ruimte legt. In de Alexanderknoop worden woningen en arbeidsplaatsen toegevoegd, en worden de kantoorlocaties vergroend. Per saldo is dat een neutraal effect. In Het Lage Land wordt verdicht en wordt het winkelcentrum vergroend, per saldo ook een neutraal effect. In deelgebied Kralingse Zoom wordt fors verdicht en zijn in de refe rentiesituatie nog geen forse openbare ruimte-ingrepen voorzien, waardoor de situ atie verslechtert. Bij Feyenoord City gaat de verdichting hand in hand met vergroe ning (Stadionweg en Marathonweg, Rondje Stadionpark), hierdoor wordt het per saldo beter. In Bloemhof en Hillesluis wordt de Kokerstraat vergroend, waardoor het heel lichtjes beter wordt. Ook in Hart van Zuid gaan verdichting en vergroening (Gooilandsingel, Zuiderparkweg en groen dak Startmotor) hand in hand, waardoor de situatie verbetert.
Hitte In de huidige situatie is te zien dat de situatie qua hitte nogal verschilt tussen de deelgebieden binnen A - Z. Het Kralingse Bos, Kralingen Oost en De Esch kennen een vrij groot verkoelend effect van groen en water. Ook wijken als Het Lage Land en Prinsenland hebben relatief veel groen en water, en zijn daardoor relatief koeler. Op de noordoever is vooral de Alexanderknoop en omgeving steniger, en daardoor war mer. Op de Zuidoever springen de wijken Bloemhof en Hillesluis er negatief uit, om dat groen en water relatief schaars zijn en het verkoelend effect daarmee klein is. Ook de omgevingen van de grote ov-knopen zijn over hget algemeen vrij stenig en daardoor warmer. In de referentiesituatie zullen de beperkte maatregelen die auto noom zijn voorzien lokaal tot kleine verbeteringen leiden in vergelijking met de hui dige situatie.
Bij de ontwikkeling van A - Z gaat verdichting hand in hand met een kwaliteitsslag in de openbare ruimte. Dat betekent niet noodzakelijk meer groen, maar wel kwalita tief hoogwaardiger groen. In gebieden als de Alexanderknoop en Feyenoord City is hier ook sterk behoefte aan. In de Alexanderknoop wordt flink verdicht wat meer druk zet op de openbare ruimte, maar die wordt dan ook flink heringericht. De Hoofdweg, Alexanderplaats en de Prins Alexanderlaan worden allemaal aangepakt. Dit levert per saldo een plus op. In de Alexanderknoop wordt fors verdicht in beide varianten, maar gelijktijdig flink geïnvesteerd in de openbare ruimte. Hierdoor verbetert de situatie ten opzichte van de referentie. In het spreidingsmodel wordt in Het Lage Land verdicht maar ook krijgt de Prinsenlaan (transformatie tot 'Bos-as' in het alternatief Spreiden) een kwa liteitsslag. Dit levert een plus op. In het alternatief Concentreren wordt minder ver dicht in Lage Land en ook minder geïnvesteerd in de openbare ruimte; een neutrale score. In de Boszoom wordt in het spreidingsmodel fors verdicht maar wordt ook de Bos-as gerealiseerd. De openbare ruimte wordt op die manier intensiever benut maar ook kwalitatief verbeterd; een licht negatieve score.
In het concentratiemodel wordt in de Boszoom iets geïntensiveerd qua voorzieningen en werkgelegenheid en vinden er minder grote ingrepen plaats in de openbare ruimte (geen Bos-as, maar bijvoorbeeld wel betere toegang tot het Kralingse Bos en betere langzaam
In A - Z gaat verdichting hand in hand met een kwaliteitsslag in de openbare ruimte, waarbij groen een verkoelend effect kan hebben. In gebieden als de Alexanderknoop is hier ook sterk behoefte aan. Er zal een positief effect optreden door met ingrepen als de herprofilering van de Hoofdweg en de vergroening van de Alexanderplaats bij de Alexanderknoop. Dit zal het gebied wat minder stenig maken, en daardoor voor de Alexanderknoop een licht verkoelend effect hebben. Dit geldt voor beide alterna tieven. In het Lage Land veranderd met lichte verdichting en lichte vergroening niet
Gemeente Rotterdam 60
zoveel wat betreft hitte. Voor de Boszoom geldt voor alternatief Spreiden dat de situ atie enigszins verslechtert; er wordt verdicht en dat wordt niet volledig gecompen seerd door groen- of wateringrepen. De Boszoom scoort neutraal in het alternatief Concentrereren. In knopen als Kralingse Zoom en Feyenoord City wordt fors ver dicht maar worden ook grote groeninvesteringen gepleegd, waardoor de situatie ge lijk blijft. Voor De Esch verslechtert de situatie licht in alternatief Spreiden en sterk in het alternatief Concentreren, door de grote verdichting die er plaatsvindt. In Bloem hof en Hillesluis wordt kleinschalig vergroend, wat een licht positief effect heeft op het verminderen van hittestress. In Hart van Zuid verandert er nauwelijks wat in de plannen na 2030.
voorzieningen meer draagvlak door het toevoegen van nieuwe bewoners; dit geldt bijvoorbeeld in De Esch, waar de bestaande voorzieningenstructuur kwetsbaar is. In variant concentratie zullen nieuwe voorzieningen meer rond knooppunten gereali seerd worden (Alexanderknoop, Kralingse Zoom, Stadionpark en Hart van Zuid). Dit is vooral gunstig voor stedeljke voorzieningen, waar veel mensen (ook uit de regio) gebruik van kunnen maken, en voor de mensen die nabij deze knopen wonen. Zo zal de Veranda, die nu een gebrek heeft aan dagelijkse voorzieningen nabij, sterk profi teren van nieuwe voorzieningen bij Feyenoord City. De toenemende ruimtedruk door verstedelijking maakt meervoudig gebruik en/of intensiever gebruik van voorzienin gen noodzakelijk. Betaalbaarheid van maatschappelijke voorzieningen is een aan dachtspunt; dit in meerdere mate voor variant concentratie dan voor de variant spreiding. Met de stijgende prijzen per vierkante meter dreigen bepaalde voorzienin gen die door de markt moeten worden gerealiseerd buiten de boot te vallen. Sturing hierop is belangrijk in het vervolg om te zorgen dat alle benodigde voorzieningen er ook echt komen, zeker in de concentratievariant.
Voorzieningen Informatie over de voorzieningen (beschikbaarheid, afstand, bereikbaarheid e.d.) is opgenomen in de wijkmonitor. Met betrekking tot de voorzieningen het volgende worden waargenomen: » grosso modo ligt de tevredenheid over de voorzieningen ten zuiden van de Maas lager dan ten noorden van de Maas; » in de periode 2014-2022 is er voor beide delen van het studiegebied geen stij gende of dalende trend waarneembaar; » ten zuiden van de Maas ligt de beoordeling voor één wijk duidelijk lager dan voor de andere wijken; dit is Oud-IJsselmonde ; deze wijk is ook op de kaart beelden zichtbaar met relatief negatieve beoordelingen.
5.3.3 Mobiliteit Verkeersveiligheid Het aantal door de politie geregistreerde verkeersgewonden in Rotterdam neemt de laatstejaren af. Dit is onder andere een gevolg van de Rotterdamse aanpak die zich vooral richtte op het aanpakken van black spots - locaties waar veel ongelukken ge beuren. Ondanks deze daling is het aantal verkeersslachtoffers, ca 1.000 in 2020, te hoog. Vooral voetgangers, fietsers, bromfietsers en snorfietsers zijn kwetsbaar en dan met namejongeren en ouderen. Op hoofdljnen zijn er drie ontwikkelingen die effect hebben op het aantal verkeersslachtoffers in de autonome situatie: 1. Door de groei van de stad zal ook de mobiliteit voor alle verkeersmodaliteiten groeien. Als de groei van de stad wordt gerealiseerd door een verdere verdich ting en zonder aanvullende maatregelen, neemt de beschikbare ruimte voor verkeer af; modaliteiten komen letterlijk dichter bij elkaar te rijden. Het wordt drukker met meer kans op ontmoetingen tussen verschillende vervoerswijzen en daardoor mogelijk meer ongevallen met ernstige afloop. 2. Meer ouderen in het verkeer. Ouderen zijn kwetsbaarder danjongeren. Een on geval waar een oudere bij betrokken is zal daarom eerder tot een gewonde lei den dan een ongeval met eenjongere. Daarnaast kennen ouderen een vermin derende rijvaardigheid en gevaarherkenning door afnemende functiestoornis sen. 3. Technologische ontwikkelingen.
Nu al zijn veel nieuwe auto's (en soms fietsen!) voorzien van slimme veiligheidssystemen die communiceren met andere weg gebruikers en de rijsnelheid in toom houden. Voorbeelden zijn adaptieve
Alternatief Spreiden De nieuwe voorzieningen die in A-Z gerealiseerd worden komen ook ten goede aan bewoners van de bestaande, omliggende wijken. Tegelÿkertjjd krijgen bestaande voorzieningen meer draagvlak door het toevoegen van nieuwe bewoners; dit geldt bijvoorbeeld in De Esch, waar de bestaande voorzieningenstructuur kwetsbaar is. In variant spreiding ontstaat een fijnmazigere spreiding van voorzieningen, hierdoor kunnen ook huidige knelpunten in bestaande wijken zoals De Esch beter worden op gelost. De toenemende ruimtedruk door verstedelijking maakt meervoudig gebruik en/of intensiever gebruik van voorzieningen noodzakelįjk. Betaalbaarheid van maat schappelijke voorzieningen is een aandachtspunt; dit geldt in mindere mate voor de variant spreiding dan voor de variant concentratie. Met de stijgende prijzen per vier kante meter dreigen bepaalde voorzieningen die door de markt moeten worden ge realiseerd buiten de boot te vallen. Sturing hierop is belangrijk in het vervolg, om te zorgen dat alle benodigde voorzieningen er ook echt komen. Alternatief Concentreren De nieuwe voorzieningen die in A-Z gerealiseerd worden komen ook ten goede aan bewoners van de bestaande, omliggende wijken. Tegelįjkertįjd krijgen bestaande
Gemeente Rotterdam 61
cruisecontrol en ISA. ISA zorgt ervoor dat het moeljker wordt of zelfs ónmoge lijk om op wegen harder te rijden dan wetteljk is toegestaan. Na 2030 is het wa genpark verhoudingsgewijs merendeels voorzien van dergelijke systemen. Deze technische innovaties kunnen een positief effect hebben op de verkeers veiligheid. Hoe groot de effecten de komende twintigjaar kunnen zijn van elk van deze ontwik kelingen op de verkeersonveiligheid is moeilijk aan te geven. Per saldo is het de ver wachting dat deze ontwikkelingen op het schaalniveau van heel Rotterdam elkaar opheffen. Dat betekent dat verkeersveiligheidssituatie in de autonome situatie niet verbetert en hetzelfde wordt beoordeeld als in de huidige situatie.
Alternatieven In alternatief Spreiden is gekozen voor verdichting binnen de bestaande stad en meer gespreid. Tegelijkertijd is er meer ruimte voor voetgangers en fietsers, voorzie ningen nabij, en wordt het ov sterk verbeterd (o.a met het doortrekken van de tram van Kralingse Zoom naar de Alexanderknoop). Dit zorgt ervoor dat bovenop de auto nome groei van schone voertuigen nog meer schone verplaatsingen plaatsvinden, omdat meer mensen voor andere modaliteiten dan de auto kiezen. In alternatief Concentreren is gekozen voor een nog stevigere verdichting binnen de bestaande stad. Tegelijkertijd komt er meer ruimte voor voetgangers en fietsers, voorzieningen nabij, en wordt het ov verbeterd (minder fors dan in alternatief Spreiden; geen tram tussen Krralingse Zoom en Alexanderknoop). Dit zorgt ervoor dat bovenop de auto nome groei van schone voertuigen nog meer schone verplaatsingen plaatsvinden, omdat meer mensen voor andere modaliteiten dan de auto kiezen.
Alternatief Spreiden In het alternatief Spreiden wordt de stad verder verdicht, en tegelijkertijd krijgen fietsers, voetgangers en ov een prominentere plek. Voorzieningen komen meer in de nabijheid, waardoor het nog gemakkelijk wordt om de auto te laten staan en een an dere modaliteit te gebruiken. Er komen echter wel veel mensen bij, wat betekent dat het aantal autobewegingen grofweg hetzelfde zal blijven als dat op dit moment het geval is. Het anders inrichten van straten met meer ruimte voor fiets en voetganger en waar de auto minder hard rijdt - is positief voor de verkeersveiligheid. Als er al een ongeval plaatsvindt, is de afloop naar verwachting minder erg.
Bereikbaarheid Om de bereikbaarheid te duiden is gekeken naar herkomst-bestemmingsrelaties. Deze geven aan hoe lang het duurt om van één punt naar een ander punt te komen. Dit is gedaan voor de modaliteiten auto, ov en fiets voor een aantal maatgevende punten in het studiegebied en daarnaast ook Den Haag Centraal. De reistjdverschillen zijn berekend en gemiddeld voor elk punt als herkomst, en voor elk punt bestem ming. De cijfers geven aan hoeveel sneller of langzamerje vanuit een punt gemid deld naar al die andere punten komt, of hoeveel sneller of langzamerje gemiddeld vanuit de andere punten naar dat punt komt. De reistjdwinsten of -verliezen zijn be rekend in minuten.
Alternatief Concentreren In het alternatief Concentreren wordt de stad verder verdicht - nog meer dan in de spreidingsvariant, en tegelijkertijd krijgen fietsers, voetgangers en ov een meer pro minentere plek. Voorzieningen komen meer in de nabijheid, waardoor het nog ge makkelijk wordt om de auto te laten staan en een andere modaliteit te gebruiken. Er komen echter wel veel mensen bij, wat betekent dat het aantal autobewegingen grofweg hetzelfde zal blijven als dat op dit moment het geval is. Het anders inrichten van straten met meer ruimte voor fiets en voetganger - en waar de auto minder hard rijdt - is positief voor de verkeersveiligheid. Als er al een ongeval plaatsvindt, is de afloop naar verwachting minder erg.
De referentiesituatie in 2040 (inclusief al meer dan de helft van het totale verstedeljkingsprogramma van A-Z) is vergeleken met twee varianten. Allereerst gaat het om het voorkeursmodel uit de MIRT-verkenning oeververbindingen, met een nieuw sta tion stadionpark en een nieuwe brug met een HOV-tram tussen Zuidplein en Kra lingse Zoom. Daarnaast hebben is gekeken naar een duurtrekking van de tram naar de Alexanderknoop (in alternatief Spreiden). De verstedelijking wijkt in het verkeers model (MIRT voorkeursmodel en pakket A-Z) iets af van de alternatieven Spreidenen Concentreren. De cijfers laten zien dat voor de herkomst-bestemmingsrelaties niet zozeer de verstedelijking effect heeft op de reistijden, maar vooral de mobiliteitsingrepen..
Schone verplaatsingen Schone verplaatsingen zijn gedefinieerd als verplaatsingen met schone motorvoer tuigen, OV, fiets (elektrisch en niet-elektrisch) en lopen. Er is sprake van een geleide lijke groei van het aandeel schone verplaatsingen. Deze wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door meer fietsgebruik (elektrisch en niet-elektrisch). Op de lan gere termijn is een verdergaande verschoning van de verplaatsingen te verwachten, met name door de verdergaande elektrificatie van het autopark, de groei van het fiets- en OV-gebruik en het weren van oude, vervuilende auto's. Autonoom wordt de situatie dus beter.
Alternatief Spreiden In alternatief Spreiden zijn een station Stadionpark, een brug en een HOV-tramljn van Zuidplein via Kralingse Zoom naar station Rotterdam Alexander opgenomen. Dit zorgt voor zeer forse reistjdverbeteringen voor het openbaar vervoer, zeker voor be paalde deelgebieden. Zo gaan Het Lage Land, de Boszoom, Feyenoord City en
Gemeente Rotterdam 62
Bloemhof en Hillesluis er flink op vooruit. In andere deelgebieden verbeteren de reistijden ook, maar iets minder sterk. Den Haag Centraal wordt beter bereikbaar vanuit A-Z; zo'n 6 minuten reistjdwinst. Het is een indicatie dat met de voorgestelde ingrepen dit deel van A-Z sterker wordt aangetakt op de Randstad. Ook voor fietsers worden reistijden korter; dit geldt het meest voor Feyenoord City, maar zeker ook voor De Esch en Bloemhof en Hillesluis. Ook voor alle andere gebieden zien we een verbetering. Dit heeft uiteraard te maken met de nieuwe brug, die Noord en Zuid ver bindt. Voor automobilisten blijft de reistijd grofweg hetzelfde, maar verbetert heel erg licht voor Bloemhof en Hillesluis, Feyenoord City en De Esch, waarschijnlijk als gevolg van de mogelijkheid die de nieuwe stadsbrug (beperkt gebruik door auto's) biedt.
5.3.4 Welzijn Inclusiviteit In de huidige situatie zijn er op het gebied van inclusiviteit grote verschillen tussen wijken, en tussen Noord en Zuid. Het aantal sterke schouders en het bereikbare ba nen is op de noordoever veel groter dan op de zuidoever. Bloemhof en Hillesluis wor den subjectief negatief beoordeeld op het vlak van bijvoorbeeld participatie en zelf redzaamheid. In Het Lage Land is de situatie voor veel van de indicatoren in de soci ale index een stuk beter. De Esch scoort redelijk, en Kralingen Oost scoort zeer posi tief. Daarnaast speelt het aantal voorzieningen een rol in de beoordeling. In de referentiesituatie zullen er meer banen en meer woningen toegevoegd worden binnen AZ. Dit leidt ertoe dat de baanbereikbaarheid licht zal verbeteren. Ook zullen er meer gemengde wijken kunnen ontstaan, wat de inclusiviteit ten goede kan komen. Tege lijkertijd is ook de vrees dat de stad nauwelijks betaalbaar blijft voor bepaalde groe pen, waardoor de stad moeiljker toegankelijk wordt. het draagvlak voor voorzienin gen zal toenemen, waar op verschillende plekken verschillende mensen gebruik van kunnen maken.
Alternatief Concentreren Alternatief Concentreren gaat uit van een station Stadionpark, een brug en een HOVtramljn van Zuidplein naar Kralingse Zoom. Dit zorgt voor reistjdverbeteringen voor het openbaar vervoer. Vooral voor De Esch is de reistjdverbetering fors (gemid deld zo'n 14 minuten). Maar ook in Bloemhof en Hillesluis, Feyenoord City en de Bos zoom zien we flinke verbeteringen. Voor elk deelgebebied geldt dat de reistijd met openbaar vervoer korter wordt. Voor fietsers zien we ook forse verbeteringen in reis tijd, die gelijk zijn aan de spreidingsvariant. Dit geldt het meest voor Feyenoord City, maar zeker ook voor De Esch en Bloemhof en Hillesluis. Ook voor alle andere gebie den zien we een verbetering. Tenslotte zien we voor de auto hetzelfde beeld als voor de spreidingsvariant: de reistijd blijft grofweg hetzelfde, maar verbetert heel erg licht voor Bloemhof en Hillesluis, Feyenoord City en De Esch, waarschijnlijk als ge volg van de mogelijkheid die de nieuwe stadsbrug (beperkt gebruik door auto's) biedt.Alternatief Concentreren gaat uit van een station Stadionpark, een brug en een HOV-tramljn van Zuidplein naar Kralingse Zoom. Dit zorgt voor reistjdverbeteringen voor het openbaar vervoer. Vooral voor De Esch is de reistijdverbetering fors (gemiddeld zo'n 14 minuten). Maar ook in Bloemhof en Hillesluis, Feyenoord City en de Boszoom zien we flinke verbeteringen.
Voor elk deelgebebied geldt dat de reistijd met openbaar vervoer korter wordt. Voor fietsers zien we ook forse verbeteringen in reistijd, die gelijk zijn aan de spreidingsvariant. Dit geldt het meest voor Feyenoord City, maar zeker ook voor De Esch en Bloemhof en Hillesluis. Ook voor alle andere gebieden zien we een verbetering. Tenslotte zien we voor de auto hetzelfde beeld als voor de spreidingsvariant: de reistijd blijft grofweg hetzelfde, maar verbetert heel erg licht voor Bloemhof en Hillesluis, Feyenoord City en De Esch, waarschijnlijk als gevolg van de mogelijkheid die de nieuwe stadsbrug (beperkt gebruik door auto's) biedt.
Alternatief Spreiden In alternatief Spreiden verbetert het openbaar vervoer sterk, en zal er een behoorlijk woon- werk- en voorzieningenprogramma worden toegevoegd. Dit zorgt ervoor dat er voor heel veel inwoners veel meer banen binnen bereik komen; dat komt de inclu siviteit ten goede. Dit effect is sterker op de zuidoever dan op de noordoever, omdat daar de Vervoersarmoede' groter is. Ook kunnen nu eenzijdige deelgebieden meer gemengd worden, waardoor verschillende delen van A-Z bereikbaar worden voor verschillende doelgroepen, meer dan nu het geval is. Daarnaast groeit het aantal voorzieningen. Ook hier blijft de (financiële) toegankelijkheid van wonen, werken, voorzieningen en vervoer een belangrijk aandachtspunt. Alternatief Concentreren Ook in alternatief Concentreren verbetert het openbaar vervoer sterk, en zal er een zeer fors woon- werk- en voorzieningenprogramma worden toegevoegd op goed be reikbare plekken. Dit zorgt ervoor dat er voor heel veel inwoners veel meer banen binnen bereik komen; dat komt de inclusiviteit ten goede. Dit effect is sterker op de zuidoever dan op de noordoever, omdat daar de ’vervoersarmoede' groter is. Ook kunnen nu eenzijdige deelgebieden meer gemengd worden, waardoor verschillende delen van A-Z bereikbaar worden voor verschillende doelgroepen, meer dan nu het geval is. Daarnaast groeit het aantal voorzieningen.
Ook hier bljft de (financiële) toe gankelijkheid van wonen, werken, voorzieningen en vervoer een belangrijk aan dachtspunt.
Gemeente Rotterdam 63
Sociale samenhang Randvoorwaardelijk voor sociale samenhang is de ontmoeting tussen verschillende groepen mensen. Dit kan bijvoorbeeld in de openbare ruimte, bij voorzieningen of andere soorten ontmoetingsplekken. Ook hier zijn de cijfers van het wijkprofiel nut tig, enerzijds in het duiden van plekken die ontmoeting faciliteren, zoals groen om te picknicken of voorzieningen, anderzijds door te kijken naar de sociale binding.
5.3.5 Overzicht In onderstaande tabellen is de beoordeling van de referentiesituatie en de effecten van de bouwstenen (verschil met de referentiesituatie) opgenomen.
Tabel 5.10: Beoordeling van de referentiesituatie per deelgebied
Voor beide alternatieven geldt dat er flink wat woningen, arbeidsplaatsen en voor zieningen bijkomen. Parallel daaraan wordt geïnvesteerd in het aantrekkelijker ma ken van de openbare ruimte. Als dit zorgvuldig gedaan wordt, kan dit bijdragen aan de sociale samenhang. Dit geldt voor alle deelgebieden. Daarom een licht positieve score voor beide alternatieven.
05
C
CD
05
E
O c o o
-Q
O
Ņ CD
deelgebied
Sociale veiligheid De sociale veiligheid van een plek wordt onder andere bepaald door ’ogen op straat'. A-Z kent een behoorlijk aantal vrij desolate plekken die weinig sociale controle ken nen - en daardoor kunnen leiden tot een gevoel van (sociale) onveiligheid. In de hui dige situatie scoort de noordoever iets beter dan de zuidoever voor deze indicator. De verwachting is dat verdichting over het algemeen zal zorgen voor sociaal veili gere plekken, hoewel een kanttekening gemaakt moet worden dat dit niet altijd overal zal gelden.
Alexanderknoop
© © ©
Lage Land
Boszoom
Kralingse Zoom
In de beide alternatieven wordt op de knopen fors verdicht. Grofweg geldt dat hoe meer er verdicht wordt, hoe beter de score voor sociale veiligheid wordt. In de Alexanderknoop en Feyenoord City zorgt Concentreren (bouwstenen AK1, FCPLus) daarom voor een forse verbetering, en Spreiden (bouwstenen AK2, FC Basis) voor een lichte verbetering. In de Kralingse Zoom verbeterd de situatie ook, net als Hart van Zuid in de referentiesituatie al. In Het Lage Land en Bloemhof en Hillesluis ge beurt wat betreft sociale veiligheid in beide varianten niet zoveel; een neutrale score. In De Esch is de situatie al vrij positief; nauwelijks een verbetering daarom, ondanks de verdichting. In de Boszoom verbetert de situatie fors door een nieuwe wijk in alternatief Spreiden (BZ2); in alternatief Concentreren (BZ1) verbetert de si tuatie licht door een intensiever gebruik wat betreft voorzieningen en werken.
De Esch
©
Feyenoord City
© ©
Bloemhof/Hillesluis Hart van Zuid
© ©
Gemeente Rotterdam 64
5.4. Economische omgeving
Tabel 5.11: Beoordeling van de effecten van de bouwstenen (ten opzichte van de referentiesituatie)______________________________________________
bouw steen
w onen
w oonom geving
m o b ilite it
w e lz įjn
5.4.1 Ruimtegebruik
AK1
+
+
±
+
AK2
+
+
+
+
LL 1
+
±
±
±
LL 2
+
+
+
+
BZ 1
±
±
±
±
BZ 2
+
±
++
+
KZ
++
+
+
+
E1
+
-
++
±
E2
+
±
++
±
FC Ba sis
++
+
++
±
FC Plus
++
+
++
+
Bloemhof/Hillesluis
B/H
+
+
++
±
Hart van Zuid
HvZ
±
±
+
±
deelgebied
Ruimtebeslag Voor een goed draaiende economie moet voldoende ruimte voor bedrijvigheid be schikbaar zijn op dejuiste locaties . Van belang zijn bereikbaarheid, planologische beschikbaarheid (ook gezien de milieucategorisering en de ruimtelijke structuur (ka vels e.d.) maar ook steeds meer de verbljfskwaliteit (voorzieningenniveau). De hoe veelheid ruimte voor bedrijven staat onder druk door autonome ontwikkelingen, zo als het omzetten van bedrijfspanden naar een woonfunctie. Het beleid van de ge meente komt er kort gezegd op neer dat er voldoende en bereikbare ruimte voor be drijvigheid moet zijn en moet blijven: hetjuiste bedrijf op dejuiste plek. Belangrijk
Alexanderknoop
daarbij is dat er ook voor praktisch geschoolde Rotterdammers voldoende banen dicht bij hun woning moeten zijn. Dat impliceert dus dat ook ruimte voor bedrijvig heid -die deze banen kan bieden- ook bereikbaar moet zijn voor praktisch ge schoolde Rotterdammers. Relevante factoren hierbij zijn de situering van de bedrijfs ruimte ten opzichte van de woongebieden en de multimodale bereikbaarheid (infra structuur voor OV, fiets en auto).
Lage Land
Boszoom
Kralingse Zoom
De Esch
Feyenoord City
Bij de bouwstenen AK1 en KZ gaat (bestaande) ruimte voor bedrijvigheid verloren door omzetting naar gebieden met meer gemengd wonen en bepaalde soorten van (kleinschalige) bedrijvigheid. Voor dit aspect is dat licht negatief beoordeeld in ver gelijking met de referentiesituatie. Bij bouwsteen AK2 blijft een deel van de be staande ruimte voor bedrijvigheid aanwezig. De beoordeling van deze bouwsteen is daarom neutraal in vergelijking met de referentiesituatie. De beoordeling van de bouwstenen LL1 en LL2 is licht negatief omdat de inpassing van bedrijfsruimte hier minder kansrijk wordt. Concentratie werklocaties Uit de analyse van economische informatie blijkt dat concentratie van bedrjfsonroerend goed op multimodaal ontsloten en goed bereikbare locaties met hetjuiste vesti gingsmilieu bijdraagt aan het succes van bedrijven en aan de werkgelegenheid. Door dejaren is er sprake van een steeds sterkere concentratie van bedrjfsonroerend goed in Rotterdam. Dit is deels het gevolg van gemeentelijk beleid, maar ook het gevolg van de wens van bedrijven en organisaties om gevestigd te zijn in gebie den die hiervoor specifiek zijn ingericht en beschikken over het gewenste vestigings milieu. Ook op lokaal niveau blijkt hierbij sprake te zijn van agglomeratie-effecten: in
Gemeente Rotterdam 65
prioritaire concentratiegebieden groeit werkgelegenheid sterker dan daarbuiten.4 In kantoren concentratiegebieden groeit de kantorenwerkgelegenheid zelfs twee keer zo snel als daarbuiten.5
(zoals methaan) zijn nagenoeg afwezig. De beschrijving en beoordeling van de CO2uitstoot vindt plaats op basis van de principes van het Greenhouse Gas Protocol6. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen scope 1 (directe emissie vanuit het be schouwde gebied), scope 2 (indirecte emissies, bijvoorbeeld als gevolg van het ge bruik van elders met behulp van fossiele brandstoffen opgewekte elektriciteit) en scope 3 (’downstream' emissies die elders plaatsvinden). Actuele gegevens voor Rot terdam zijn opgenomen in figuur 5.27. Na een daling in de afgelopenjaren is in 2021 er weer een lichte toename van de emissie zichtbaar.
De verwachting voor Rotterdam als geheel is dat het bedrjfsonroerend goed auto noom steeds sterker in concentratiegebieden geconcentreerd zal zijn. Bedrijven en organisaties zullen zich bij voorkeur in een concentratiegebied vestigen vanwege de specifiek aanwezige vestigingskwaliteiten. Bovendien zullen in deze gebieden eige naren eerder geneigd zijn om de investeringen te plegen die nodig zijn om het bedrjfsonroerend te verduurzamen. Buiten concentratiegebieden ligt transformatie naar wonen meer voor de hand waardoor relatief gezien een steeds groter deel van de voorraad bedrijfsonroerend goed in concentratiegebieden zal zijn geconcen treerd.
Scope 1
In het gebied van A-Z bieden de deelgebieden Alexanderknoop, Kralingse Zoom,Feyenoord City en Hart van Zuid al geconcentreerde ruimte voor bedrijvig heid. In de Kralingse Zoom (Brainpark 1) is een proces van omvorming van kantoor ruimte naar woningen aan de gang. Daardoor neemt op korte termijn de hoeveelheid ruimte voor werkgelegenheid hier af. De overige deelgebieden (Het Lage Land, Bos zoom, De Esch. Bloemhof/Hillesluis) spelen geen rol als onderdeel van de geconcen treerde werklocaties maar zijn daaraan wel gerelateerd vanwege woon-werkrelaties.
in-boundary waste 8, wastewater
agriculture, forestry 8. other land use
out-of-boundary waste à wastewater other indirect emissions
stationary fuel combustion
transmission 8, distribution
industrial processes 8. product use
De effecten van de bouwstenen waarin veel programma wordt toegevoegd bij de knopen (dit zijn de bouwstenen AK2 en AK1, KZ en FCPlus) zijn voor dit aspect zeer positief beoordeeld. Voor de overige bouwstenen is de inschatting dat er geen groot verschil is met de referentiesituatie. In de bouwsteen AK2 (alternatief Spreiden) in de Alexanderknoop (Metaalbuurt) blijft ruimte voor bedrijvigheid in de hogere milieucategorieën aanwezig. Bij de bouwsteen AK1 vervalt dat ten koste van wonen en (in mindere mate) kantoorachtige werktypen.
out-of-boundary transportation
—" Inventory boundary (rxáudng scopes 1. 2 and 3)
— Geographic aty boundary (including iccpe I)
^“Ord supplied energy from a region^ gnd (scope 2)
Figuur 5.26: Scope voor de beoordeling van de emissie van broeikasgassen
Energie en broeikasgassen Bij dit aspect wordt gekeken naar het (totale) energiegebruik en de daaraan gerela teerde emissie van broeikasgassen. Voor de bebouwde omgeving van A-Z gaat het hierbij eigenlijk alleen om de emissie van CO2. Bronnen van andere broeikasgassen
Voor A-Z is vooral de CO2-emissie gerelateerd aan de bebouwde omgeving en de mobiliteit relevant. Voor de bebouwde omgeving gaat het om de emissie uit de wo ningen, emissies gerelateerd aan dienstverlening (publiek en commercieel), de bouw en de zuivering van afvalwater (AWZI). Daarnaast is er een relatie met de emissie die verband kan houden met inwoners als werknemer: deels is dat al meegenomen in de sectoren dienstverlening (waar een deel van de inwoners werkzaam is c.q. zal zijn), maar deels is dat verbonden aan de emissies door de industrie. Dergeljke
4 Zie o.a. Bal, G.J. (2018), Verbreding Rotterdamse economie zet door en Manshanden et al. (2018), Rotterdam centrum aanjager van de regionale economie.
5 Gemeente Rotterdam (2019), Nota kantoren. 6 zie https://ghgprotocol.org/
5.4.2 Energie en grondstoffen
Gemeente Rotterdam 66
relaties met de emissie van CO2 staan echter los van het verstedeljkingsvraagstuk en zijn niet van belang voor de keuzes op het niveau van A - Z. De afgelopenjaren is de emissie van scope 1 ongeveer op het gelijk niveau gebleven (figuur 5.27 links). De emissie van scope 2 is tot 2020 gedaald, maar de dalende trend lijkt gestopt (figuur 5.27 rechts). Vanwege de doelstellingen voor de energietransitie is de verwachting dat de emissie van CO2 de komendejaren substantieel zal afnemen.
Bij de beoordeling van de bouwstenen voor het aspect CO2-emissie en energie is het noodzakelijk om niet alleen naar de emissie van CO2 te kijken maar ook naar de to tale energievraag. Immers, hoe groter de vraag naar energie hoe meer ruimte nodig is voor duurzame opwek. Bij de beoordeling kan gebruik worden gemaakt van de (mede) voor de energiestrategie A-Z ontwikkelde 'tegels' voor de het energiegebruik en de CO2-emissie vanuit de bebouwde omgeving (woningen). Uit deze analyse blijkt dat als gevolg van de ontwikkelingen ten aanzien van de bouw- en installatietechniek (en de regulering daarvan) de verschillen tussen de verschillende woningtypologieën en woningdichtheden kleiner worden als het gaat om het energiegebruik en de CO2-emissie. Wel is het zo dat de mogelijkheden om duurzame energie te produceren (zon op dak en ge vels) verschillen: bij minder grote woningdichtheden is daarvoor meer ruimte be schikbaar.
C02 - uitstoot gebouwde omgeving
C02 - uitstoot gebouwde omgeving
per sector, scope 2
per sector, scope 1
2.000 1.800 1.600
Op hoofdlijnen: * compacter bouwen (zoals in alternatief Concentreren) geeft als gevolg van de doorgaande ontwikkelingen in duurzaam, energiezuinig bouwen niet of nauwe lijks meer voordelen ten opzichte van minder compact bouwen als het gaat om het gebruik van energie (per woning/inwoner); * bij een minder grote bouwopgave is er (per woning c.q. inwoner/gebruiker) meer ruimte beschikbaar voor het lokaal opwekken van duurzame energie; eventueel in combinatie met andere functies; * de energievraag als gevolg van mobiliteit is meer maatgevend en onderschei dend voor de beoordeling (wat zijn de potenties voor duurzame verplaatsin gen); * deze energievraag is vooral gerelateerd aan de locatie van de verstedelijking (aantal verplaatsingen, verplaatsingsafstand, bereikbaarheid voor OV en fiets) en de voorzieningen voor duurzame verplaatsingen (OV, fiets).
1.400 1.200 Publieke dienstverlening El Commerciële dienstverlening
Winn yen
m AWZI a Bouwnijverheid
3ouwm verheid 2 1.000 800 600
m Publieke dienstverlening d Commerciële dienstverlening
m Woningen
400 200
Figuur 5.27: CÜ2-emissie Rotterdam, gebouwde omgeving periode 2012 - 2021. Links scope 1, rechts scope 2 (bron: DCMR, 2022)
Effecten en beoordeling Uitgangspunt voor de nieuwe woningen in alle bouwstenen is dat deze goed geïso leerd, gasloos en energieneutraal zullen worden. Scope 1-emissies van CO2 uit de nieuwe woningen zijn daardoor gering. Daartegenover staat dat de nieuwe wonin gen zullen leiden tot een toename van de elektriciteitsvraag. In hoeverre dat leidt tot de emissie van CO2 (scope 2) hangt af van de mogelijkheden om via duurzame op wek aan deze energievraag te voldoen. Een afgeleide vraag is welke ruimte daarvoor nodig zou zijn binnen of -als dat niet past - buiten het gebied van A - Z..
Tabel 5.12: Beoordeling energie
CO2uitstoot scope 1 (bebouwde omge ving)
Daarnaast zal de mobiliteit van de bewoners en gebruikers van de nieuwe woonge bieden leiden tot een energievraag. De omvang daarvan is onder andere afhankelijk van de modal split (verdeling fiets - OV - auto) en de afstanden die worden afgelegd (vervoersprestatie per modaliteit).
Potenties lokale opwek Emissie CO2 scope 2 (woningen)
Concentreren Nieuwe woningen: geen emissie
Spreiden Nieuwe woningen: geen emissie
Klein door relatief klein bruik Relatief meer ruimte beschik baar oppervlak (per inwoner/ge baar per inwoner/gebruiker bruiker) Afhankelijk van de herkomst van de elektriciteit. Gebruik per woning/inwoner geen relevante verschillen
Gemeente Rotterdam 67
Emissie CO2 scope 2 (mobiliteit)
Concentreren
Spreiden
Door de situering van de wonin gen veel mogelijkheden voor duurzame verplaatsingen;
Mogelijkheden voor duurzame verplaatsingen zijn goed;
Effect (vooral) gerelateerd aan de nieuwe oeververbinding en de situering van de woningen ten opzichte daarvan
Verder is ruimte voor circulaire bedrijvigheid van belang; dit vraagt om plekken waar zowel fysieke ruimte als milieuruimte aanwezig is. In die zin verschilt de referentiesituatie niet veel van de huidige situatie; voor elk deelgebied een neutrale score. Alternatief Spreiden In het alternatief Spreiden wordt gekozen voor verdere verdichting binnen de be staande stad. Er worden op sommige bestaande bedrijventerreinen binnen A - Z wo ningen gebouwd: denk bijvoorbeeld aan bedrijventerrein Prinsenland en een deel van bedrijventerrein Hoofdweg/Koperstraat. Dit beperkt de mogelijk in de toekomst gewenste ruimte voor circulaire bedrijvigheid met een hogere milieucategorie. Wel wordt er op die plekken ruimte gecreëerd - en in nieuwe ontwikkelingen elders in de zone -voor bedrijvigheid die wel mengbaar is met wonen, waardoor er circulaire ac tiviteiten met een lagere milieucategoriejuist meer ruimte kan ontstaan. Tegelijker tijd blijft er in deze variant op bepaalde plekken in A tot Z wel ruimte voor (circulaire) bedrijventerreinen met een hoge milieucategorie: bijvoorbeeld bij de HoofdwegWest/Chroomdistrict en de Stadionweg. De beoordeling is hierdoor neutraal.
Effect (ook) gerelateerd aan de nieuwe oeververbinding, maar relatief meer gebruik van be staande voorzieningen
Dit samengenomen is er voor CO2 een lichte voorkeur voor alternatief Concentreren, met name vanwege de (in beperkte mate) betere beoordeling vanwege mobiliteit. Doordat bij Concentreren het zwaartepunt van de nieuwe woningen en voorzienin gen wat centraler in de stad ligt en de deelgebieden Feyenoord City en De Esch (met het grootste programma)is dit model wat gunstiger voor de duurzame mobiliteit. Daartegenover staat dat alternatief Concentreren minder mogelijkheden voor duur zame opwek heeft (in de verhouding aantal inwoners/gebruikers versus beschikbaar oppervlak voor zon of wind).
Alternatief Concentreren In alternatief Concentreren wordt gekozen voor een nog stevigere verdichting bin nen de bestaande stad. Verder worden op de meeste bestaande bedrijventerreinen binnen A - Z woningen gebouwd: bedrijventerrein Prinsenland, bedrijventerrein Hoofdweg/Koperstraat, de Autostrada en bedrijventerrein Stadionweg. Dit beperkt de mogelijk in de toekomst gewenste ruimte voor circulaire bedrijvigheid met een hogere milieucategorie. Wel wordt er op die plekken ruimte gecreëerd - en in nieuwe ontwikkelingen elders in de zone -voor bedrijvigheid die wel mengbaar is met wonen, waardoor er circulaire activiteiten met een lagere milieucategoriejuist meer ruimte kan ontstaan. Bedrijven met een hogere milieucategorie zullen veelal elders in de stad en regio moeten worden gehuisvest. De flexibiliteit om in de toe komst een circulaire economie vorm te geven wordt daardoor beperkt. Daarmee scoort alternatief Concentreren minder positief voor materiaalvoetafdruk dan de va riant spreiding.
Grondstoffen (materiaalvoetafdruk) We zullen steeds meer richting een circulaire economie moeten, waarbij afval een grondstof is. De keuzes in A-Z hebben hier invloed op, maar vertellen zeker niet het hele verhaal. Het realiseren van nieuwe woningen én arbeidsplaatsen zorgt voor een grotere materiaalvoetafdruk. Tegelijkertijd worden deze woningen in A tot Z gereali seerd. Als dat niet het geval was werden ze mogeljk elders gerealiseerd, waarbij ze ook een negatief effect op materiaalvoetafdruk zouden hebben. Daarbij is de keuze voor verstedelijking in deze zone al eerder beschreven en beoordeeld in de omgevingsvisie en ROER uit 2021. Ook is het in bepaalde dichtheid mogelijk om efficiën ter met materiaal om te gaan. Met een aantal aandachtspunten is de materiaalvoetafdruk te beperken: » Ga in de gebieden waar woningen worden toegevoegd uit van wat er nu als is. Transformatie of renovatie heeft de voorkeur boven sloop-nieuwbouw. » Bouw zo flexibel mogelijk. Woningen zetje neer voor 100jaar, dus bouw ze zo de gebouwen flexibel genoeg zijn om met veranderende woningbehoefte rich ting de toekomst kunnen omgaan. » Zet daarnaast in op alternatieve materialen die minder effecten hebben op kli maatverandering, zoals hout.
5.4.3 Economische vitaliteit Werkgelegenheid De beschrijving van de bestaande situatie met betrekking tot de werkgelegenheid is gebaseerd op CBS-cjfers en van gegevens uit de EVR (2022). Deze informatie is niet beschikbaar op het niveau van de deelgebieden7. In de afgelopenjaren is de
7 De gebiedsindelingen (bijvoorbeeld van het CBS) komen niet overeen met de indeling in deelgebieden die in deze Aanvulling ROER zjn gebruikt.
Gemeente Rotterdam 68
werkloosheid flink gedaald, maar Rotterdam steekt nog steeds negatief af tegen het landelijk gemiddelde.
FIGUUR 14; WERKLOOSHEID NAAR OPLEIDING 2003-2020, RIJNMOND, LAGER OPGELEIDEN ROTTERDAM. De werkloosheid onder lager opgeleiden in Rotterdam daalt juist in de coronacrisis. Zij melden zich af van de arbeidsmarkt - of krijgen juist flexibel werk ir de gig-economy. De werkloosheid neemt daarentegen toe onder hoger en lager opgeleiden in 2020 in Rijnmond.
Het studiegebied ten zuiden van de Maas heeft een lagere deelname aan het ar beidsproces en een groter aandeel van werkenden met flexibele contracten. De werkloosheid is de laatstejaren afgenomen, maar ligt in Rotterdam nog boven het landelijk gemiddelde. De werkloosheid is het hoogst onder lager opgeleiden (figuur 5.29).
Middelbaar
Lager
» m Lager, Rotterdam
Het beschikbaar zjn van voldoende gekwalificeerde werknemers is cruciaal voor het bedrijfsleven. Voor de toekomst wordt de schaarste aan arbeidskrachten als één van de grote risico's gezien voor een vitaal bedrijfsleven. Dat houdt onder andere ook in dat woon-werkafstanden (of beter: reistijden) niet te groot mogen zjn. Bron figuur 12, 13 en 14: CBS, bewerking NEO Observator/
FIGUUR 9: ONTWIKKELING WERKLOOSHEID NEDERLAND, RIJNMOND EN ROTTERDAM, 1995-2020 EN PROGNOSE 2021-2022. De werkloosheid in Rijnmond en Rotterdam nam in 2020 zeer bescheiden toe. Deze daalt naar verwachting verder in 2021 en 2022. Hoewel de werkloosheid in Rijnmond en in het bijzonder Rotterdam structureel hoger is dan in geheel Nederland, is er in Rijnmond en Rotterdam sprake van een uiterst krappe arbeidsmarkt.
Figuur 5.29: Werkloosheid naar opleidingsniveau (bron: EVR, 2022
ļr
Statistische informatie over de werkgelegenheid en arbeidsparticipatie is niet be schikbaar op het niveau van de deelgebieden van de gebiedsontwikkeling, maar wel voor de (deels daarmee overlappende) wijken. De figuren 5.30 en 5.31 laten zien dat de arbeidsdeelname in de wijken ten zuiden van de Nieuwe Maas gemiddeld lager is dan in de wijken op de andere oever.
....... ....... .... —-...... .... ........ ....... .... .. -
....... ....... ........ ....... .... .. .... ....... . ......
Rijnmond
Nederland
—* Rotterdam
Voor de werkgelegenheid betekent de gebiedsontwikkeling een duidelijke verbete ring. Door het toevoegen van woningen en ruimte voor bedrijvigheid ontstaat meer en (door de multimodale oeververbinding) beter bereikbare werkgelegenheid. Deze positieve impuls komt vooral door de bouwstenen AK1 en AK2 (met overigens een andere invulling dan AK1 doordat bij deze bouwsteen het bestaande bedrijventer rein bij de Metaalstraat aanwezig blijft), KZ, E1 en FCPlus. Op het niveau van de twee alternatieven is de beoordeling van het alternatief Concentreren positiever dan van alternatief Spreiden doordat meer en ook beter bereikbare werkgelegenheid wordt toegevoegd.
Figuur 5.28: Werkloosheid in Rotterdam in perspectief (bron: EVR, 2022)
Gemeente Rotterdam 69
voor een structurele impuls voor de kwantiteit en de kwaliteit van het arbeidsaan bod. Naast arbeid noemt de EVR innovatie als bron van voortgezette groei. Daarbij wordt een relatie gelegd met de energietransitie die grote kansen biedt voor de ha ven. De EVR gaat over Rotterdam en de regio Rijnmond als geheel, en zoomt niet in op het detailniveau van het gebied A-Z.
70 60 50 ro 40
Voor de referentiesituatie bestaan er als gevolg van de actuele toestand in de wereld veel onzekerheden. De oorlog in Oekraïne en de maatregelen tegen Rusland hebben grote impact op de markten van (fossiele) energie. Dat kan de energietransitie ver snellen en kansen bieden voor Rotterdam, maar is ook een risico. Voor het gebied AZ is de impact op de activiteiten in de haven van minder direct belang. TABEL 1: KERNCIJFERS ECONOMISCHE ONTWIKKELING RIJNMOND. Realisatie 2014-2020 en prognose 2021* en 2022* ■ geen arbeidsdeelname
b vaste arbeidsrelatie
«flexibele arbeidsrelatie
«zelfstandig Rijnmond
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
Figuur 5.30: Arbeidsparticipatie voor het studiegebied ten noorden van de Maas (bron: CBS) Nederland 70 60
Bbp in mln euro (marktprijzen 2020)
50
Reële bbp groei in 76 (CBS, CPB sept '21)
743,2
757,8
774,4
796,9
815,7
831,7
800,1
831,3
860,4
1,4
2
2,2
2,9
2,4
2
-3,8
3,9
3,5
59,4
62,6
63,5
65,1
66,4
67
65,4
66,7
69,1
-1
5,4
1,4
2,5
2
1
-2.4
2
3,5
Werkzame personen (x 1.000)
631
639
652
665
691
705
701
703
706
Groei in 76
-0,3
1,3
1,9
2
3,9
2
-0,6
0,3
0,5
cõ 40
Rijnmond (raming dec 2021)
Brp in mln euro (marktprijzen, 2020) Reële groei in 74
■ geen arbeidsdeelname
«vaste arbeidsrelatie
«flexibele arbeidsrelatie
«zelfstandig
Figuur 5.32: Kerncijfers economische ontwikkeling Rijnmond
Figuur 5.31: Arbeidsparticipatie voor het studiegebied ten zuiden van de Maas (bron: CBS) In de referentiesituatie verandert de bijdrage van de deelgebieden van A-Z aan de economische groei van Rotterdam en regio niet wezenlijk in vergelijking met de be staande situatie. De bestaande clusters (Alexanderknoop, Feyenoord City en in min dere mate ook de Kralingse Zoom) blijven een bijdrage leveren aan de economische groei, maar kunnen wellicht negatieve effecten ondervinden van een gebrek aan per soneel.
Economische groei Informatie opgenomen in Economische Verkenning Rotterdam8 laat zien dat het met de economie van Rotterdam - ondanks corona - goed gaat. De werkloosheid ligt op het laagste niveau van de afgelopen 20jaar. De EVR noemt personeelstekort als be langrijke rem op de verdere economische groei. In de EVR wordt daarom gepleit 8 EVR 2002: De economie van Rotterdam tijdens en na corona, Stadsontwikkeling gemeente Rotterdam
Gemeente Rotterdam 70
De ontwikkelingen zoals opgenomen in de bouwstenen kunnen de bijdrage van het gehele gebied A-Z aan de economische groei versterken. Daarbij gaat het zowel om de ruimte die in de knopen wordt gegeven aan bedrijvigheid (bouwstenen AK1 en AK2, KZ, E1 en FCPlus) als de uitbreiding van de woningbouw in (alle) deelgebieden. De nieuwe woningen kunnen bijdragen aan het op peil houden en vergroten van het arbeidsaanbod. De stedeljke ontwikkeling biedt kansen voor (ook kleinschalige en innovatieve) bedrijvigheid in het gebied van A-Z zelf. Daarnaast kan de combinatie van verbeterde bereikbaarheid van werkgebieden (door de oeververbinding) en de groei van het aantal inwoners op bereikbare afstanden van de werkgebieden bijdra gen aan het verminderen van de dreigende tekorten aan werknemers.
De voorgenomen ontwikkeling van A-Z kan een sterke impuls geven tot het verbete ren van het vestigingsklimaat. De opzet van de bouwstenen is zodanig dat ruimte wordt geboden aan nieuwe en innovatieve vormen van bedrijvigheid, op locaties die goed en multimodaal bereikbaar zijn. Dit positieve aspect wordt verwacht bij alle bouwstenen. Alleen voor de bouwstenen BZ1, BZ2 en E2 wordt een neutraal effect verwacht.
5.4.4 Ruimtelijk economische structuur Bereikbaarheid economische clusters Bij de bereikbaarheid van de economische clusters wordt gekeken naar de bereik baarheid per auto, OV en fiets.
Voor de effecten op de economische groei is het alternatief Concentreren wat gun stiger dan het alternatief Spreiden. Bij Concentreren is de groei van het aantal poten tiële werknemers wat groter en op (enigszins) beter bereikbare locaties dan bij Spreiden. Voor Rotterdam-Zuid biedt de oeververbinding kansen: betere baanbereikbaarheid vanuit zuid van bedrijvigheid in noord, groter arbeidspotentieel voor de bedrijven ten noorden van de Nieuwe Maas doordat de verbinding tussen noord en zuid veel inniger wordt.
De economische clusters in het gebied A-Z worden gekenmerkt door een goede be reikbaarheid. De Alexanderknoop en de campus van de Erasmus Universiteit en Brainpark onderscheiden zich met een goede auto-bereikbaarheid. Deze clusters zijn met de auto binnen 45 minuten door ruim 4 miljoen personen te bereiken. Zuidplein is voor meer dan 1 miljoen mensen met het ov te bereiken binnen 45 minuten, terwijl ook Brainpark/EUR en de Alexanderknoop een zeer goede OV-bereikbaarheid kennen. Met de fiets is de relatief centraal gelegen locatie Brainpark vrij goed bereikbaar, de Alexanderknoop scoort hierjuist minder positief op. De kanttekening hierbij is dat de Nieuwe Maas een barrière is binnen het gebied A-Z. In de referentiesituatie treden er geen wezenlijke veranderingen in de bereikbaarheid op.
Vestigingsklimaat In het ROER is dit aspect beoordeeld op basis van het aantal bedrijven (het saldo van oprichtingen en opheffingen) en het aantal snelgroeiende vestigingen (per 1000 vestigingen). Het aantal snelgroeiende vestigingen bleef als aandeel van het totaal aantal vesti gingen afgelopenjaren relatief constant. Rekening houdend met de (forse) toename van het totale aantal vestigingen nam ook het aantal snelgroeiende vestigingen toe. Maar waar het aantal snelgroeiende vestigingen in Rotterdam een aantal jaren gele den nog ver boven het landelijk gemiddelde en dat in andere grote steden lag, is dit inmiddels niet meer het geval. Anders is de situatie voor wat betreft het saldo van oprichtingen en opheffingen. Dit ligt in Rotterdam ver boven het landelijk gemid delde en inmiddels ook boven het niveau in andere grote steden. Dit duidt op een re latief goed startersklimaat in Rotterdam. Deze informatie in het ROER heeft betrek king op Rotterdam als geheel. De ruimteljk-economische structuur van het gebied A-Z is voor starters minder gunstig dan van de stad als geheel. De verwachting is daarom dat het startersklimaat in de deelgebieden van A-Z (waarschijnlijk uitgezon derd Kralingse Zoom en Alexanderknoop) onder het Rotterdams gemiddelde ligt.
Informatie over de effecten van de oeververbinding op de bereikbaarheid van banen en onderwijsinstellingen kan worden ontleend aan Buck (2022)9. Door de nieuwe oe ververbinding verbetert de banenbereikbaarheid van alle economische clusters. Dit geldt zowel voor OV als fiets. Onderstaande figuren RES1 en RES2 laten zien dat de grootste effecten optreden bij de buurten in de directe omgeving van de oeverver binding. Het effect is het grootst voor OV op de zuidoever en op de noordoever tus sen de Maas en de Kralingse Zoom. De oeververbinding leidt daarnaast tot een verbetering van de bereikbaarheid van (hoger) onderwijs per fiets en OV. Dit effect treedt vooral op voor de wijken ten zui den van de Maas. Door de oeververbinding komen de onderwijsinstellingen op de noordoever (Erasmus, vestiging Hogeschool Rotterdam) veel meer binnen het bereik
9 MIRT Verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam. Effectbeoordeling Verstedelijking & Kansen voor Mensen, Buck Consultants International, 2022. Voor de beoordeling voor A - Z wordt uitgegaan van de
beoordeling van alternatief 2 Trambrug A. In dit alternatief is geen autoverbinding opgenomen die wel in het voorkeu rsalternat ief zit
Gemeente Rotterdam 71
vanuit zuid. Voor de wijken ten noorden van de Maas heeft de oeverbinding in dit op zicht weinig meerwaarde.
Deze effecten kunnen worden toegeschreven aan het realiseren van de oeververbin ding, conform het effectenonderzoek in de MIRT-Verkenning Oeververbindingen re gio Rotterdam. Gerelateerd aan de effecten van de bouwstenen kan worden gecon stateerd dat de bouwstenen die het meeste programma toevoegen op (mede door de oeververbinding) goed bereikbare locaties de grootste bijdrage leveren aan de be reikbaarheid van de economische clusters. Het gaat dan om de bouwstenen AK1 en AK2, KZ, E1 en FCPlus. Op het niveau van de alternatieven is de beoordeling van al ternatief Concentreren wat gunstiger dan dat van het alternatief Spreiden.
Ontwikkeling bereikbare banen met het OV (45mm) Alternatief 2; TramBrugA (StedRef 2040H) Ontwikkeling
:
..
' isKtpt sok
Infrastructuur
Opleidingsniveaus Evenals voor de andere sociaal-economische indicatoren zijn geen gegevens be schikbaar op het niveau van de deelgebieden van deze Aanvulling ROER. Het ROER geeft aan dat in de Rotterdamse beroepsbevolking het aantal personen met een hoog onderwijsniveau de afgelopenjaren fors is toegenomen. Het gemiddelde oplei dingsniveau blijft weliswaar nog achter bij dat in Amsterdam en Utrecht, maar ver houdt zich inmiddels wel tot het landelijke gemiddelde. Ook het gemiddelde be roepsniveau van banen in Rotterdam stijgt. Tegelijkertijd blijft deze stijging in tempo wat achter bij de stijging van het onderwijsniveau van de beroepsbevolking. Dit ver groot de (potentiële) mismatch op de arbeidsmarkt: op het elementaire en lage ni veau is er sprake van een steeds groter overschot aan banen, op middelbaar en hoog niveau is er sprake van een tekort aan banen.
Figuur 5.33: Ontwikkeling banenbereikbaarheid OV (bron: Buck 2022) Ontwikkeling bereikbare banen met de fiets (30mm; Alternatief 2: TramBrugA (StedRef 2040H)
Als wordt gekeken naar de deelgebieden van A-Z kan worden geconstateerd dat de gegevens van het CBS (in figuur 5.35 en figuur 5.36) het beeld dat bestaat met be trekking tot Rotterdam ten zuiden en ten noorden van de Maas bevestigen. Ten zui den van de Nieuwe Maas is het opleidingsniveau gemiddeld lager (30 - 50 Vo lage opleiding) met relatief kleine verschillen tussen de wijken en buurten. Ten noorden van de Nieuwe Maas is het aandeel inwoners met een middelbare en hoge opleiding groter en zijn ook de verschillen tussen de wijken en buurten groter.
Ontwikkeling
Figuur 5.34: Ontwikkeling banenbereikbaarheid fiets (bron: Buck 2022)
Gemeente Rotterdam 72
Door de ontwikkelingen die zijn opgenomen in de bouwstenen ontstaat werkgele genheid voor alle opleidingsniveaus. Daarnaast is van belang dat de door de ontwik keling van de multimodale oeververbinding de barrière tussen noorden en zuid gro tendeel wordt weggenomen. Dat vergroot het areaal waarin kan worden gezocht naar passende werkgelegenheid. De bouwstenen met de grootste toevoegingen van ruimte voor bedrijvigheid (AK1 en AK2, KZ.E1 en FCPlus) worden voor dit aspect als meest positief beoordeeld. Bij bouwsteen AK2 wordt het behoud van het bedrijven gebied bij de Metaalstraat positief beoordeeld, omdat daar naar verachting ook ar beidsplaatsen voor praktisch opgeleiden aanwezig blijven.
■ laag
Vestigingslocaties In het ROER is aangegeven dat er in Rotterdam sprak is van een toenemende schaarste van bedrjfsonroerend goed. Ook de opgaven voor verduurzaming van be drijfspanden kan ten koste gaan van (betaalbare) ruimte voor bedrijvigheid. In de toekomst is (ook) ruimte nodig voor bedrijven die actief zijn in de circulaire econo mie. De verwachting is dat in de referentiesituatie het aanbod verder zal afnemen waardoor schaarste en stagnatie van de gewenste circulaire ontwikkeling dreigt. Dit geldt ook voor de deelgebieden van A-Z.
m middelbaar «hoog
Figuur 5.35: Opleidingsniveaus van wijken ten noorden van de Nieuwe Maas (bron: CBS)
De verwachting is dat door de autonome ontwikkelingen de opleidingsniveaus gelei delijk zullen stijgen. De verwachting is echter dat de groei van het aantal banen voor werknemers met een elementair en laag opleidingsniveau zal achterblijven.
De bouwstenen van de beide alternatieven kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het op peil houden en uitbreiden van de vestigingslocaties. Alternatief Concen treren is hierbij wat positiever beoordeeld dan alternatief Spreiden omdat dit alter natief wat meer ruimte biedt.
dl
I m laag
lil
m middel baar
m hoog
Figuur 5.36: Opleidingsniveaus van wijken ten zuiden van de Nieuwe Maas (bron: CBS)
Gemeente Rotterdam 73
Tabel 5.14: Beoordeling van de effecten van de bouwstenen (ten opzichte van de referentiesi tuatie)____________________________________________________________________________ ruimtelįjkruimte energie en grond economische economische gebruik stoffen vitaliteit structuur
5.4.5 Overzicht In onderstaande tabellen is de beoordeling van de referentiesituatie en het effect van de bouwstenen (relatief, verschil met referentiesituatie) weergegeven.
bouw steen
ruimtebeslag
concentratie werklocaties
energie/broeikassen ge bouwd
energie.broeikasgassen
mobiliteit
grondstoffen
werkgelegenheid
economische groei
vestigingsklimaat
bereikbaarheid economi
sche clusters
opleidingsniveaus
vestigingslocaties
Tabel 5.13: Beoordeling van de referentiesituatie per deelgebied
AK1
-
+
±
+
-
++
+
+
+
+
+
AK2
±
++
±
+
±
+
±
++
+
+
+
LL 1
-
-
±
±
±
±
±
±
±
±
±
LL 2
-
-
±
±
±
±
±
±
±
±
±
BZ 1
±
±
±
±
±
±
±
±
±
±
±
BZ 2
±
±
±
±
±
±
+
±
±
±
±
KZ
-
++
±
±
±
+
+
++
+
+
+
E1
±
±
±
+
±
+
+
+
+
+
+
E2
±
±
±
±
±
±
±
±
±
±
±
FC Ba sis
±
+
±
+
±
+
+
+
+
±
+
FC Plus
+
++
±
+
-
++
++
++
+
+
++
±
±
±
±
±
±
±
±
±
+
±
+
+
±
±
±
+
+
+
+
+
+
ruimtelijkruimte-
energie en
economische
gebruik
grondstoffen
vitaliteit
economische
deelgebied Alexanderknoop deelgebied
©
Alexanderknoop Lage Land
©
©© ©
Boszoom
Kralingse Zoom
©©
De Esch
Feyenoord City Bloemhof/Hillesluis Hart van Zuid
©
© ©
Lage Land
© ©© ©©
Boszoom Kralingse Zoom De Esch
©©© © ©© © © © ©©
Feyenoord City Bloemhof/Hillesluis
B/H
Hart van Zuid
HvZ
Gemeente Rotterdam 74
Deze figuur laat zien dat -zoals beschreven in het ROER - voor de meeste aspecten het voorgenomen beleid van de omgevingsvisie leidt tot een verbetering ten op zichte van de referentiesituatie. Aandachtspunten zijn aanwezig bij bodem en ge luid. We zijn bij de beoordeling van de alternatieven uitgegaan van de 'worst case' voor verschillende aspecten; als er niet expliciet gemaakt wordt welke maatregelen worden genomen om bepaalde negatieve effecten te mitigeren, pakken de scores zo negatief uit als zonder maatregelen te verwachten is. Dit geldt bijvoorbeeld op het gebied van bodem en water, waar niet automatische keuzes uit het Rotterdams WeerWoord verankerd zijn.
6 Beoordeling alternatieven 6.1. Werkwijze en verbeelding In dit hoofdstuk is de beoordeling van de alternatieven opgenomen. In hoofdstuk 3 is aangekondigd dat hierbij gebruik is gemaakt van 'schuifjesfiguren'. Deze figuren, ook al toegepast in het ROER, geven aan de hand van beoordelingskader een beeld van de Staat van de leefomgeving. Per aspect van het beoordelingskader is een schuifje opgenomen. De verticale positie van de schuifjes laat zien in hoeverre de ambities voor het betreffende aspect worden gerealiseerd; de breedte van het schuifje representeert de onzekerheid.
6.2. Beoordeling van de referentiesituatie De beoordeling van de referentiesituatie in het ROER heeft betrekking op de stad als geheel. Omdat in dit rapport wordt ingezoomd op de keuzes voor het gebied A - Z is - aanvullend op het ROER een beoordeling gemaakt van de referentiesituatie in het gebied A-Z (figuur 6.2).
In het ROER is een schuifjesfiguur opgenomen voor de beoordeling van de effecten van de omgevingsvisie ten opzichte van de beoordeling van de referentiesituatie. Deze figuur is gereproduceerd in figuur 6.1. Goede Omgevingskwaliteit
s
Veilige, gezonde fysieke leefomgeving
Woonomgeving
Deze beoordeling is gebaseerd op de beschrijving van de Staat van de leefomgeving in hoofdstuk 5 en de daar onder liggende technische deelrapporten. In deze beoor deling van de referentiesituatie is niet uitgegaan van het effect dat het beleid van de omgevingsvisie. Dat is gedaan omdat het hier gaat om een verdere uitwerking van dat beleid.
Economische omgeving
ĩ
De beoordeling in figuur 6.2 laat zien dat voor een aantal aspecten de beoordeling van de referentiesituatie voor het gebied A-Z negatiever is dan voor de stad als ge heel. Dat geldt voor de aspecten water, bodem, veiligheid, gezond gedrag, mobiliteit en voor aspecten van de economische omgeving in de rechterkant van de figuur. Vanuit de ambities en doelen van de Omgevingsvisie zou de ontwikkeling van A-Z er op gericht kunnen (of moeten) zijn de relatief negatief beoordeelde aspecten te ver beteren, zonder dat de relatief goed beoordeelde aspecten negatief worden beïn vloed.
»ïľľffSHPÏ
De schuifjes voor de referentie A-Z zijn als de referentie opgenomen in de figuren 6.3 en 6.4 voor de beoordeling van de twee alternatieven.
Figuur 6.1: Beoordeling van het voorgenomen beleid van de Omgevingsvisie, ten opzichte van de referentiesituatie (bron: ROER).
Gemeente Rotterdam 75
Goede Omgevingskwaliteit
leefomgeving
Vanuit de onderlaag - die wordt gerepresenteerd door de linkerkant van het beoor delingskader - is het bouwen in zettingsgevoelige en (deels) laaggelegen gebieden negatief beoordeeld. Dit vraagt om het toepassen van stringente ontwikkelprincipes om ervoor te zorgen dat de te ontwikkelen gebieden klimaatadaptief worden. De ontwikkeling kan daarbij ook leiden tot een verbetering in de bestaande woonwijken Het Lage Land en Alexanderknoop in de diepe Prins Alexanderpolder. Bij dit alterna tief blijft de Boszoom vrij van nieuwe bebouwing. Daardoor blijft in de diepe polder ruimte beschikbaar die eventueel in de toekomst kan worden ingezet voor de wateropgave. Door de groene kwaliteitsmaatregelen (in combinatie met maatregelen voor water) is er een licht positief oordeel voor de effecten op natuur.
Economische omgeving
In hoofdstuk 6 is al geconstateerd dat voor enkele onderdelen van bouwstenen aan dachtspunten aanwezig zijn vanuit de netwerklaag en de (ontwikkeling van de) occupatielaag. Dit geldt vooral voor het woonprogramma dat wordt gesitueerd tussen de snelweg en de spoorlijn in Alexander (geluid, externe veiligheid), langs de A16 (Kralingse zoom) en in De Esch (vooral effect door stedeljke hoofdontsluiting). Het ontwikkelprincipe is hier het rekening houden met afscherming (gebouwen, scher men) en het beperken van de bouwhoogte (’achter en onder' de afscherming blijven). De bebouwing in De Esch gaat ten koste van landschappelijke en groene waarden. referentie A-Z