CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb007077] Bijlage 1 behorende bij 23bb7076 - Congestiemanagementrapport

Gemeenteraad 4 april 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Collegebrief over elektriciteitsnet rond Botlek en Europoort.12.024 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Congestieonderzoek Haven van Rotterdam Analyse naar beschikbare transportcapaciteit voor afname van elektriciteit onder toepassing van congestiemanagement j i»í*. nrr j! i . tįĩ

t, 'f

\V j

nr

In ļ ll 1 J1 JI

r:' r

•ĵ —

ľirr

H

'r“ ||,

i i s r 7* l i i

1»

~ 'i HS- 1

*“

wam

yr ^ ’ 1 fļļ

"

IJ]

rīrrfr

.iĮ ! H ■ļį k Mg

1J

BüwI

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 2 van 49

SAMENVATTING Aanleiding Op 17 november 2022 heeft TenneT met een vooraankondiging de markt geïnformeerd dat er naar verwachting onvoldoende transportcapaciteit beschikbaar zal zijn in de Rotterdamse haven en de regio's Voorne-Putten, Goeree-Overflakkee, Hoek van Holland en Hoogvliet voor afname. Dit zal duren tot 2027­ 2029. Na deze periode komen er bij Simonshaven, Botlek en Geervliet Noorddijk uitbreidingsprojecten gereed. Deze uitbreidingen zorgen voor voldoende extra transportcapaciteit en maken het mogelijk om een netsplitsing in twee deelnetten door te voeren. De transportschaarste wordt veroorzaakt door een grote hoeveelheid nieuwe aanvragen van grootverbruikers bij zowel Stedin als TenneT, met name ten behoeve van elektrificatie van bestaande en nieuwe industriële processen. Hoewel het congestiegebied groter is dan de Rotterdamse haven zit het grootste deel van de aanvragen en de knelpunten in het netwerk binnen het havengebied. In het vervolg van dit stuk zal het congestiegebied daarom omschreven worden als “de Rotterdamse haven”. In dit onderzoek heeft TenneT de vraag naar transportcapaciteit en de aanwezige transportcapaciteit in detail geanalyseerd en de eventuele noodzaak tot en mogelijkheden voor toepassing van congestiemanagement onderzocht. Dit onderzoek is uitgevoerd op basis van de Netcode die op 25 november 2022 in werking is getreden.

Hierbij dient TenneT zich te houden aan de in Netcode gestelde kaders en waar noodzakelijk en mogelijk congestiemanagement toe te passen tot aan de financiële en/of technische grens. Gevraagde transportcapaciteit kan niet gefaciliteerd worden Uit de berekeningen blijkt dat de benodigde capaciteit gefaciliteerd kan worden tot en met het einde van de congestieperiode. Dit is alleen mogelijk met volledige inzet van de beschikbaar gestelde flexibiliteit aangevuld met operationele maatregelen. De benodigde capaciteit bestaat uit de vraag van huidige aangeslotenen, geprognosticeerde vraag van aansluitingen in aanleg/opdracht en de verwachte groei in elektriciteitsvraag van kleinverbruikers. Uit de berekeningen blijkt dat de gevraagde extra transportcapaciteit van partijen op de wachtlijst (426 MW) in zijn geheel niet gefaciliteerd kan worden. In de berekeningen met enkel de benodigde transportcapaciteit blijkt namelijk al dat er overschrijdingen ver boven de technische grens van 1507 zullen optreden. Met technische maatregelen zijn deze te reduceren tot onder de 1507. Met inzet van zowel technische maatregelen als de aanwezige flexibiliteit, dalen de knelpunten verder maar blijkt het alsnog niet mogelijk deze allemaal tot onder de 1107 te reduceren. Deze overschrijding van de technische grens zorgt er dus voor dat er geen aanvullend vermogen van de wachtlijst aangesloten kan worden.

Netveiligheid wordt gewaarborgd Met inzet van de aanwezige flexibiliteit en door gebruik te maken van de dwarsregeltransformator kunnen de overbelastingen gereduceerd worden. Door middel van extra technische maatregelen, zoals het inzetten van een condensatorbank en het verschakelen van het net, kan de netveiligheid gewaarborgd worden. Hiermee kan op betrouwbare wijze voorzien worden in de benodigde transportcapaciteit. De benoemde maatregelen zijn benodigd om de leveringszekerheid te kunnen waarborgen, maar bieden helaas geen mogelijkheden om te kunnen voldoen aan de gevraagde transportcapaciteit van klanten op de wachtlijst.

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 3 van 49

Benodigde flexibiliteit beperkt aangeboden en slechts gedeeltelijk effectief Om congestiemanagement toe te kunnen passen, moet er voldoende regelbaar vermogen (flexibiliteit) beschikbaar zijn in de markt. Hiervoor is TenneT afhankelijk van aangeslotenen op het hoogspanningsnetwerk van TenneT en het distributienet van Stedin. Aangeslotenen die flexibiliteit leveren, dienen op verzoek van de netbeheerder tijdens piekmomenten tijdelijk meer elektriciteit te produceren of minder elektriciteit af te nemen. TenneT heeft een marktanalyse uitgevoerd om in kaart te brengen hoeveel flexibel vermogen er potentieel beschikbaar is voor congestiemanagement. Hoewel er 335 MW aan flexibiliteit aangeboden is, kan dit niet allemaal ingezet worden voor congestiemanagement. Deze flexibiliteit bestaat namelijk deels uit grootschalige gascentrales, die vanwege industriële behoeftes minimaal op de helft van het geïnstalleerde vermogen produceren. Van het resterende aandeel van potentiële flexibiliteit van 185 MW, is een aanzienlijk deel van deze flexibiliteit niet of beperkt bruikbaar. Inzetten van deze flexibiliteit reduceert het ene knelpunt, maar het verergert elders een ander knelpunt. In totaal is er 35 MW flexibiliteit (van de 185 MW) gevonden die effectief de knelpunten reduceert. TenneT zal deze flexibiliteit ook gaan contracteren ten behoeve van congestiemanagement.

Inzet van deze flexibiliteit is nodig om de verwachte overschrijdingen te reduceren die als gevolg van de benodigde transportcapaciteit zullen ontstaan, maar is onvoldoende om deze volledig op te lossen. Hierdoor leidt dit niet tot het beschikbaar maken van transportcapaciteit voor de aanvragers op de wachtlijst. Daarnaast leidt het grote aantal uren met overbelastingen tot veelvuldig benodigde inzet van de flexibiliteit en wordt de financiële grens in de loop van 2028 overschreden. Indien er meer flexibiliteit beschikbaar komt die effectief ingezet kan worden, dient te worden onderzocht hoe dit zich verhoudt tot de financiële grens en actuele projectplanningen. Programmaplan elektriciteitsinfrastructuur Havenindustrieel Complex (HIC) TenneT heeft samen met Stedin, het Havenbedrijf Rotterdam en ondernemersvereniging Deltalinqs een plan opgesteld voor aanvullende acties gericht op het versneld oplossen van congestie. In overeenstemming met het Landelijk Actieprogramma Netcongestie, bestaat dit uit drie sporen: sneller bouwen, gezamenlijk programmeren en het vergroten van flexibele capaciteit. Het eerste spoor zal de afhankelijkheden van diverse netinvesteringen en gebruik van de ondergrond beter in kaart gaan brengen, inclusief opties voor versnelling.

Het tweede spoor beoogt de toekomstig gevraagde capaciteit van de industrie en uitbreiding van het elektriciteitsnet beter op elkaar aan te laten sluiten. Het derde spoor is gericht op het vergroten van het aanbod aan flexibiliteit ten behoeve van congestiemanagement. De acties die uitgevoerd zullen worden als onderdeel van dit laatste spoor zijn nader beschreven in de conclusie (Ş7.2) TenneT en Stedin nemen contact op met aanvragers van transportcapaciteit TenneT en Stedin zullen contact opnemen met de aanvragers van transportcapaciteit over de implicaties van dit onderzoek voor de desbetreffende aanvraag. De wachtlijst per september 2023 bedraagt 426 MW aan gevraagd transportvermogen. De huidige conclusies wijzen uit dat deze aanvragen voor transportcapaciteit pas kunnen worden toegekend als de capaciteit van het hoogspanningsnetwerk in de regio is uitgebreid. De hierboven genoemde aanvullende acties zijn gericht op het uitbreiden van het aanbod van flexibiliteit met als doel transportaanvragen eerder te kunnen honoreren.

DATUM

TenneT

REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 4 van 49

Uitgangspunten en voorwaarden van het onderzoek De resultaten van dit onderzoek zijn afhankelijk van de gehanteerde inputdata en enkele aannames. Bij wijzigingen zal TenneT te allen tijde de veiligheid en leveringszekerheid voorop stellen en zich daarbinnen maximaal inspannen om gevraagde transporten te faciliteren. De conclusies van dit rapport zullen worden herzien zodra duidelijk is welk effect de benoemde aanvullende acties hebben. Samenvattend overzicht resultaten congestieonderzoek Rotterdamse haven Jaartal (netsituatie)

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

Aanwezige transportcapaciteit (MW)

570

570

570

658

658

658

658

Benodigde transportcapaciteit (MW)

573

596

701

735

818

886

888

-3

-26

-131

-77

-160

-228

-230

999

1.022

1.127

1.161

1.244

1.312

1.314

0,0

0,1

5,6

1,2

9,7

25,5

23,4

0,0

0,1

5,6

6,8

16,5

42,0

65,4

Beschikbare transportcapaciteit (MW) Gevraagde transportcapaciteit (MW)

Financiële aspecten congestiemanagement Verwachte jaarlijkse kosten toepassing van congestiemanagement (miljoenen C) Cumulatieve kosten (miljoenen C)

Financiële grens (miljoenen C)

38,8

DATUM

TenneT

REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 5 van 49

VOORWOORD Dit rapport bevat de bevindingen van het congestieonderzoek dat is uitgevoerd voor de verwachte transportschaarste ten gevolge van extra afname in het 150 kV-net in de Rotterdamse haven. Het doel van het onderzoek is om vast te stellen of en in welke mate er sprake is van congestie en te bepalen in hoeverre het mogelijk is om congestiemanagement toe te passen in het betreffende congestiegebied. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de eisen die aan een congestieonderzoek zijn gesteld in de Netcode elektriciteit. TenneT

en

Stedin

hebben

daartoe

gezamenlijk

onderzoek

gedaan

naar

de

toepassing

van

congestiemanagement. Hierbij heeft Stedin prognoses opgesteld en ondersteund bij het inventariseren van beschikbare flexibiliteit van aangeslotenen in het netwerk van Stedin. Mede op basis van deze gegevens heeft TenneT vastgesteld in welke mate er congestiemanagement uitgevoerd kan en dient te worden. De resultaten hiervan zijn opgenomen in dit rapport, waarbij er onderlinge afstemming heeft plaatsgevonden over de conclusies van dit rapport. De gewijzigde Netcode is op 25 november 2022 in werking getreden. Hierin zijn nieuwe regels voor congestiemanagement opgenomen. De gewijzigde regels hebben onder andere betrekking op nieuwe producten voor congestiemanagement, zoals capaciteitsbeperkingscontracten en de mogelijkheid tot het toepassen van niet-marktgebaseerd congestiemanagement. Ook zijn de regels voor congestieonderzoeken veranderd. Het uitvoeren van de onderzoeken en het toepassen van congestiemanagement conform de gewijzigde Netcode is relatief nieuw. Op de reeds gepubliceerde congestieonderzoeken heeft TenneT van verschillende stakeholders, waaronder de ACM, reacties ontvangen. In het voorliggende rapport is getracht in te spelen op de ontvangen reacties. TenneT zal in samenwerking met overheden, de ACM en andere relevante stakeholders continu blijven bezien hoe congestieonderzoeken verder verbeterd kunnen worden. Dit rapport is als volgt opgebouwd.

Hoofdstukken 1 en 2 behandelen de aanleiding en achtergrond van de verwachte congestie en de gehanteerde methodologie bij het uitgevoerde onderzoek. Vervolgens wordt in Hoofdstuk 3 de omvang en duur van de verwachte congestie behandeld. Hoofdstuk 4 behandelt de marktanalyse, waarin de uitkomsten van het marktonderzoek worden toegelicht. Congestiemanagement is immers afhankelijk van de deelname van marktpartijen. In Hoofdstuk 5 wordt de technische analyse beschreven. Hierin is getoetst hoeveel congestiemanagement toegepast kan worden in relatie tot de technische grens en zijn overige technische beperkingen en randvoorwaarden geanalyseerd. Hoofdstuk 6 behandelt de financiële analyse, waarin de financiële grens en geschatte kosten van congestiemanagement worden berekend. Tot slot wordt in Hoofdstuk 7 geconcludeerd of en in welke mate congestiemanagement kan worden toegepast in het congestiegebied voor het oplossen van de verwachte congestie.

^TenneT

datum referentie pagina

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 6 van 49

Inhoudsopgave

VOORWOORD

5

1. INLEIDING EN CONGESTIEGEBIED

7

2. METHODOLOGIE EN UITGANGSPUNTEN

8

2.1 Opbouw onderzoek

8

2.2 Inputdata en uitgangspunten

9

2.3 Netmodel en gehanteerde netontwerpcriteria

10

2.4 Onzekerheden

11

3. OMVANG VAN DE CONGESTIE

13

3.1 Aanwezige transportcapaciteit

13

3.2 Benodigde transportcapaciteit

15

3.3 Gevraagde transportcapaciteit

15

3.4 Verwachte belasting meest beperkende netcomponenten

16

3.5 Vaststelling en duur van fysieke congestie

18

4. MARKTANALYSE

19

4.1 Werkwijze marktconsultatie

19

4.2 Beschikbare flexibiliteit voor congestiemanagement

20

4.3 Analyse marktconsultatie

21

5. TECHNISCHE ANALYSE

22

5.1 Aanwezig regelbaar vermogen

22

5.2 Technische grens

23

5.3 Kortsluitvermogen

25

5.4 Technische maatregelen benodigd voor toepassen van congestiemanagement

26

6. FINANCIËLE ANALYSE

27

6.1 Financiële grens

27

6.2 Geschatte kosten van congestiemanagement

28

7. CONCLUSIE

29

7.1 Synthese uitgevoerde analyses

29

7.2 Aanvullende acties

31

8. NAWOORD

32

9. BIJLAGEN

34

DATUM

TenneT

REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 7 van 49

1. INLEIDING EN CONGESTIEGEBIED Zoals vermeld in de vooraankondiging van 17 november 2022 verwacht TenneT structurele congestie voor afname in de Rotterdamse haven in de periode tot 2027 en mogelijk tot aan 20291. Dit is afhankelijk van de realisatie van het project Loadpocket Simonshaven. De verwachte congestie wordt veroorzaakt doordat de gevraagde transportcapaciteit groter is dan de aanwezige transportcapaciteit. Dit komt door de verwachte grote vraag naar transportcapaciteit door elektrificatie van industriële processen. De verwachte congestie treedt op bij een aantal 150 kV-verbindingen in het netwerk van de Rotterdamse haven. In de Rotterdamse haven manifesteert de verwachte congestie zich voornamelijk op de 150 kV-verbindingen tussen Maasvlakte en Europoort en de 150 kV-verbindingen tussen Botlek en Geervliet (Noorddijk). Hiernaar wordt in dit onderzoek verwezen als de beperkende netcomponenten. In Figuur 1-1 is een uitsnede gemaakt van het relevante netdeel. De rode pijlen wijzen naar deze beperkende verbindingen. Het gearceerde deel betreft het congestiegebied. Dit onderzoek is gericht op het hoogspanningsnetwerk dat door TenneT beheerd wordt. Onderliggende distributienetten beheerd door regionale netbeheerders en gesloten distributiesystemen (GDS) zijn niet in beschouwing genomen.

Sassenhem

Alphen a/d R*i

Voofŭurg Gravenhage

Ypenburg

Gouda

.VatefTìgefi

Draetuven

0 110 kV 0 150 kV

Europoort De üer Gertrandyweg

Station

Ommoord || Krmpen # át a'd L'ssei

0 220 kV

0 380 kV

iMerţeyweg

AftUKemam Rdam

Geervfcet Oudetand Waalhaven

Centrum

Circuit ----- 110 kV

Mcnawdehaven

— 150 kV Dordrecht Zuk)

------ 220 kV 380 kV

Figuur 1-1: Deelnet Rotterdamse Haven

1 De congestie heeft betrekking op de stations Europoort, Tinte, Theemsweg, Merseyweg, Gerbrandyweg, Geervliet, Geervliet Noorddijk, Middelharnis, Oudeland, Botlek en Vondelingenweg. Dit geldt ook voor nieuw te bouwen stations Rotterdam Petroleumweg en Merwedeweg, indien deze stations gerealiseerd worden voordat de congestie opgelost is.

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 8 van 49

DATUM

TenneT

REFERENTIE PAGINA

2. METHODOLOGIE EN UITGANGSPUNTEN 2.1 Opbouw onderzoek Het congestieonderzoek start met een berekening van de te verwachte vermogensstromen in de referentiesituatie. Dit is de verwachte toekomstige situatie waarin de reeds toegewezen aansluit- en transportverzoeken bij TenneT en Stedin zijn afgerond en de door Stedin ingeschatte autonome groei voor (klein)verbruik is gerealiseerd. Aanvullende aansluit- en transportverzoeken zijn in de referentiesituatie niet meegenomen. Deze verwachte vermogensstromen worden getoetst aan de netontwerpcriteria. De vermogensstromen zijn berekend voor een geheel jaar, met een uurlijkse resolutie. Vervolgens wordt onderzocht of en in welke mate additioneel vermogen toegevoegd zou kunnen worden met toepassing van congestiemanagement. Hiertoe worden verschillende berekeningen gedaan, waarbij het toegevoegde vermogen onder toepassing van congestiemanagement sequentieel opgehoogd wordt. Dit wordt getoetst aan zowel de financiële als de technische grens. Netbeheerders zijn verplicht om waar nodig en mogelijk congestiemanagement toe te passen tot aan de financiële of technische grens. De financiële grens is een door de Netcode vastgestelde limiet aan de omvang van congestiemanagement dat door netbeheerders toegepast dient te worden.

Conform de Netcode zullen netbeheerders geen congestiemanagement toepassen om transporten te faciliteren waarmee de ingeschatte kosten van congestiemanagement de vastgestelde financiële grens overschrijden. Startende vanuit de referentiesituatie wordt getoetst hoeveel extra vermogen kan worden toegelaten totdat de verwachte kosten gelijk zijn aan de financiële grens. Om daadwerkelijk congestiemanagement toe te passen, is participatie van marktpartijen noodzakelijk. Deze marktpartijen leveren immers de flexibiliteit voor toepassing van congestiemanagement. Om dit flexibel vermogen in kaart te brengen is een consultatie bij marktpartijen gedaan, op basis waarvan geanalyseerd is in welke mate marktpartijen flexibiliteit beschikbaar zouden kunnen en willen stellen. Daarbij is het van belang dat deze flexibiliteit ook op de benodigde locaties en benodigde tijdstippen wordt aangeboden om daadwerkelijk fysieke congestie op te kunnen lossen. Ook dient dit vermogen afschakelbaar en/of aanstuurbaar te zijn om onderdeel uit te maken van het regelbare vermogen waarmee de technische grens bepaald wordt (zie Ş5.1). Aan de verplichting van netbeheerders om waar (nodig en) mogelijk congestiemanagement toe te passen, wordt ook een limiet gesteld door de technische grens. De technische grens zorgt ervoor dat het netwerk niet structureel overbelast wordt en beperkt daarmee veiligheidsrisico's.

Na de financiële- en marktanalyse worden de verwachte vermogensstromen, inclusief het (eventueel) toegevoegd vermogen, ook getoetst aan de technische grens. Ook deze grens stelt namelijk een limiet aan de omvang van congestiemanagement dat door de netbeheerder toegepast kan worden. Tijdens de simulaties wordt iteratief berekend hoeveel additioneel

vermogen

toegevoegd

zou

kunnen

worden

met

inzet

(congestiemanagement) zonder dat netcomponenten overbelast zouden raken.

van

regelbaar

vermogen

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 9 van 49

Vervolgens zijn de deelconclusies uit de financiële-, markt- en technische analyse gecombineerd om tot een oordeel te komen of en in welke mate congestiemanagement toegepast kan worden om te voorzien in de gevraagde transportcapaciteit. Daarbij is ook getoetst of er binnen de technische en financiële grens eventueel nog aanvullende ruimte beschikbaar is. Indien er naar verwachting, eventueel onder voorwaarden, nog mogelijkheden lijken te zijn voor het honoreren van aanvullende transportverzoeken, is dit ook aangegeven in deze conclusie. Daarnaast is ook getoetst op het toegestane kortsluitvermogen van het netwerk en is er geanalyseerd of er overige technische maatregelen noodzakelijk zijn om congestiemanagement veilig uit te kunnen voeren. 2.2 Inputdata en uitgangspunten Uitwisselingsprofielen per TenneT-hoogspanningsstation vormen de basis voor dit congestieonderzoek. Deze uitwisselingsprofielen geven de verwachte vermogensstromen weer per station, per uur. Dit zijn netto profielen, dat wil zeggen dat het de optelsom is van de op dat moment geldende elektriciteitsproductie en elektriciteitsverbruik verbonden aan het station. Dit bestaat in dit onderzoek uit een combinatie van de aangeslotenen van TenneT en klanten van Stedin.

De profielen met daarin de verwachte totale benodigde transportcapaciteit zijn door Stedin aan TenneT aangeleverd en zijn opgebouwd uit verschillende elementen: 1)

De meetgegevens van het meest recente jaar, in dit geval 2022;

2)

De klantaansluitingen (met bijbehorende transportcapaciteit) die reeds in aanleg zijn of in opdracht waren gegeven voor de vooraankondiging;

3)

De door Stedin ingeschatte autonome groei van afname en productie.2

Naast de geprognosticeerde uitwisseling tussen TenneT en Stedin is de verwachte transportvraag door aangeslotenen (zowel afname als productie) op het hoogspanningsnetwerk van TenneT van belang voor het bepalen van de totale benodigde transportcapaciteit. Hierbij is voor de huidige elektriciteitscentrales en (industriële) afnemers gewerkt met zowel historische data als met de te verwachten inzet hiervan, zoals gesimuleerd ten behoeve van het Investeringsplan Net op Land 2022-2031. In enkele gevallen is uitgegaan van historische meetgegevens uit 2022. Groei van transportvraag door industriële afnemers is voorzien van een zo realistisch mogelijk verbruiksprofiel op basis van de historische meetgegevens en scenarioprofielen uit het meest recente Investeringsplan.

2 Autonome groei bestaat uit veranderingen binnen het reeds gecontracteerde vermogen (grootverbruik), en prognoses voor woningbouw. Zowel de autonome groei als de aansluitingen in aanleg of opdracht representeren een te verwachten groei in transportbehoefte die door de netbeheerder niet kan worden beïnvloed (omdat hiervoor geen aanvragen tot transportcapaciteit worden gedaan).

TenneT

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 10 van 49

DATUM REFERENTIE PAGINA

Aanvragen tot verhoging van de reeds gecontracteerde transportcapaciteit door bestaande klanten of aanleg van nieuwe aansluitingen voor grootverbruikers zijn geregistreerd als ‘nieuwe aanvragen'. Dit geldt zowel voor aanvragen gedaan bij Stedin als bij TenneT. In het rapport is bestudeerd of aan de gevraagde transportcapaciteit voldaan kan worden. De transportbehoefte van grootschalige batterijsystemen (BESS) laat zich lastig voorspellen, aangezien deze op verschillende markten actief kunnen zijn. In dit rapport is gehandeld in overeenstemming met de aanpak zoals gehanteerd in eerdere congestieonderzoeken en voorgesteld door de speciaal coördinator congestie Noord-Brabant en Limburg (aangesteld door de minister voor Klimaat en Energie en de provincies NoordBrabant en Limburg). Dit betekent dat verondersteld is dat grootschalige batterijsystemen geen invloed uitoefenen op de congestie. Dit kan geëffectueerd worden door grootschalige batterijsystemen aan te sluiten met een alternatief transportrecht. 2.3 Netmodel en gehanteerde netontwerpcriteria Bij de bepaling van de aanwezige en benodigde capaciteit wordt rekening gehouden met de van toepassing zijnde

netontwerpcriteria

en

operationele veiligheidsgrenzen.

De

netontwerpcriteria

volgen

uit de

Elektriciteitswet en het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas3. De berekeningen voor dit congestieonderzoek zijn getoetst aan de reguliere ontwerpcriteria: bij normaal bedrijf dient een enkelvoudige storing aan circuits, transformatoren of productie-eenheden niet te leiden tot een onderbreking van transport. Hierop zijn enkele uitzonderingen toegestaan. In het gehanteerde netmodel kent elk netwerkcomponent een maximale belastbaarheid die van toepassing is in de zomermaanden (april t/m oktober) en in de wintermaanden (november t/m maart). Die waarden verschillen omdat de thermische belastbaarheid van de netwerkcomponenten samenhangt met de omgevingstemperatuur. De berekende belasting van een netwerkcomponent bij een enkelvoudige storing dient lager te zijn dan de maximale belastbaarheid van dit netwerkcomponent; anders is er sprake van een overschrijding. In dit congestieonderzoek is niet getoetst aan het N-2 criterium (‘operationeel N-1'). Dit criterium bestaat uit niet-beschikbaarheid wegens onderhoud van één willekeurig circuit, transformator, productie-eenheid of andere assets in combinatie met een storing van één willekeurig ander circuit, transformator of productieeenheid. Bij de beoordeling van het N-2 criterium wordt rekening gehouden met de mogelijkheid om onderhoud te plannen ten tijde van gunstige productie- en belastingsituaties.

Dat wil zeggen dat er sprake is van een knelpunt als onderhoud niet meer gepland kan worden zonder dat de enkelvoudige storingsreserve kan worden gegarandeerd. Om dan toch onderhoud mogelijk te maken dienen aangeslotenen te worden afgeregeld resp. afgeschakeld. Zwaarwegende beperkingen die voortkomen uit onderhoudsplanningen zouden invloed kunnen hebben op de kosten gerelateerd aan de onderhoudssituaties.

Zie Elektriciteitswet 1998, artikel 16, vierde lid en het Besluit investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.

TenneT

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 11 van 49

DATUM REFERENTIE PAGINA

2.4 Onzekerheden Een congestieonderzoek bevat inherent onzekerheid omdat toekomstige netwerk- en marktsituaties worden gesimuleerd. Tegelijkertijd dient het onderzoek te leiden tot een discrete conclusie - welke transportverzoeken kunnen worden gehonoreerd met toepassing van congestiemanagement? Daarom zijn de uitkomsten van dit congestieonderzoek geënt op prognoses, inschattingen op basis van historische data-analyses en beoordelingen van experts. De berekende resultaten kunnen zowel positief als negatief beïnvloed worden door verschillende factoren. Voorbeelden

hiervan

zijn

onvoorziene

niet-beschikbaarheid

van

netwerkelementen,

onvoldoende

mogelijkheden om onderhoud te verschuiven, veranderingen in gebruiksprofielen van grootverbruikers, onvoldoende beschikbaar regelbaar vermogen en afwijkingen ten opzichte van de veronderstelde gelijktijdigheid van variabele duurzame elektriciteitsproductie (i.e. het weer). Daarnaast laat het eerste moment waarop fysieke congestie optreedt zich moeilijk bepalen. Dit is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder: 1.

de snelheid waarmee aangeslotenen de transportcapaciteit gebruiken bij aangevraagde groei in gecontracteerd transportvermogen

2.

de snelheid waarmee Stedin en TenneT nieuwe aansluitingen realiseren en de snelheid waarmee deze aansluitingen daadwerkelijk gebruik maken van de gecontracteerde transportcapaciteit;

3.

hoe de voorziene autonome groei in de netwerken van Stedin zich daadwerkelijk manifesteert;

4.

andere afhankelijkheden, zoals (on)voorziene niet beschikbaarheid van netcomponenten; en

5.

weersinvloeden.

In dit onderzoek heeft TenneT op basis van huidige informatie de meest realistische inschatting van de toekomstige situatie gemaakt. Bij wijzigingen door onvoorziene invloeden, zal TenneT te allen tijde de veiligheid en leveringszekerheid van elektriciteit voorop stellen en zich daarbinnen maximaal inspannen om gevraagde transporten te faciliteren.

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 12 van 49

Tabel 2-1: Overzicht gebruikte definities Begrip

Definitie

Aanwezige

De maximale capaciteit dat een net aan kan, met inachtneming van de van

transportcapaciteit (MW)

toepassing zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen.

Benodigde

De transportcapaciteit nodig om aan de vraag naar transport van alle

transportcapaciteit (MW)

gecontracteerde aangeslotenen in een (deel)net te voldoen, als bedoeld in artikel 2.3 van de Regeling investeringsplan en kwaliteit elektriciteit en gas.

Beschikbare

Het deel van de aanwezige transportcapaciteit welke niet wordt ingezet om aan

transportcapaciteit (MW)

de benodigde transportcapaciteit te voldoen. De beschikbare transportcapaciteit is gelijk aan het verschil tussen de aanwezige transportcapaciteit en de benodigde transportcapaciteit.

Gevraagde

De transportcapaciteit nodig om aan alle vraag naar transport te voldoen als

transportcapaciteit (MW)

gevolg van additionele aansluitingen en/of groei in transportbehoefte van bestaande aansluitingen

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 13 van 49

3. OMVANG VAN DE CONGESTIE 3.1 Aanwezige transportcapaciteit De totale aanwezige transportcapaciteit voor afname in de Rotterdamse haven bedraagt 570 MW. Het vaststellen van de aanwezige transportcapaciteit in het vermaasde netwerk van TenneT is niet eenduidig. Hoewel de belastbaarheid (technische transportcapaciteit) van individuele netwerkelementen bekend is, is de aanwezige transportcapaciteit hier geen simpele optelling van. Zo is de actuele belasting van het netwerk van invloed op de verdeling van vermogensstromen over de verschillende componenten in het netwerk en daarmee van invloed op de aanwezige transportcapaciteit. De totale aanwezige transportcapaciteit is bepaald door rekening te houden met een voor deze congestie relevante situatie en is berekend bij een situatie met een typische belasting van het netwerk. Meerdere componenten in het 150 kV-net in het congestiegebied zijn beperkend, de voornaamste beperkingen zijn de verbindingen Maasvlakte-Europoort (260 MVA) en de verbinding Botlek-Geervliet (180 MVA). Het congestiegebied is bepaald op basis van de verbinding Maasvlakte-Europoort en omvat derhalve ook de stations Tinte, Middelharnis en Geervliet Noorddijk. Beide verbindingen raken echter regelmatig overbelast. De mate van overbelasting hangt sterk af van de lokale opwek en de stromen en stroomrichting van het 380 kV net.

Daarnaast zijn er via de stations Oudeland en Vondelingenweg via het tussenspanningsnet koppelingen met het 150 kV-station Rotterdam Waalhaven aanwezig en kan met de dwarsregeltransformator op Europoort vermogen bijgestuurd worden. Dit maakt het complex om eenduidig de aanwezige transportcapaciteit te bepalen. De transportcapaciteit is daarom vastgesteld door de vermogensstromen in dit deelnet te analyseren op basis van metingen. Hieruit blijkt dat de twee verbindingen Maasvlakte-Europoort die in ongestoorde toestand elk circa 250Zo van het totale vermogen van het congestiegebied transporteren, waarmee deze corridor de helft van het vermogen transporteert. Uit de loadflow-berekeningen blijkt dat de belasting van de verbinding Maasvlakte-Europoort na uitval van het nevencircuit 850Zo hoger is dan de ongestoorde toestand. Dit leidt tot een beschikbare transportcapaciteit van 570 MVA4. De rest van het vermogen wordt primair geleverd via de 380 kV transformator bij station Simonshaven. De komende jaren wordt de aanwezige transportcapaciteit in de Rotterdamse haven uitgebreid met de in tabel 3-1 genoemde projecten om structureel te kunnen voorzien in de groeiende vraag naar transportcapaciteit.

4 260 MVA verbinding delen door 185Zo (i.v.m. N-1 veiligheid) is 141 MVA per circuit Maasvlakte-Europoort in ongestoorde toestand. Er zijn twee circuits Maasvlakte-Europoort die in ongestoorde toestand elk 250Zo van het totale vermogen van het congestiegebied transporteren. 141 MVA delen door 25Z is 570 MVA.

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 14 van 49

DATUM

TenneT

REFERENTIE PAGINA

Met de in Tabel 3-1 genoemde projecten wordt het hoogspanningsnet uitgebreid om structureel te kunnen voorzien in de groeiende vraag naar transportcapaciteit. De geplande inbedrijfnamedatum is gebaseerd op het ‘Investeringsplan Net op land 2022-2031' d.d. 12 september 2022. Naast deze twee projecten zijn er nog diverse andere netverzwaringsprojecten in de Rotterdamse haven gepland, deze hebben echter geen significant effect op de congestie of zullen pas na de congestieperiode in bedrijf komen. Deze zijn daarom niet meegenomen in onderstaande tabel. Tabel 3-1. Geplande uitbreidingsprnjecten Provincie

Project

Geplande datum inbedrijfname

Zuid-Holland

A-1002974 Vervanging Europoort150

2025

Zuid-Holland

A-1002909 Loadpocket Simonshaven

2027-2029

De technische transportcapaciteit op de koppelpunten (koppeling tussen de 380 kV- en 150 kV-netwerken) zal groeien als gevolg van de geplande investeringen. Zie hiervoor onderstaande tabel met een overzicht van totale transportcapaciteit per koppelpunt; hierbij is een IBN van project Loadpocket Simonshaven in eind 2029 verondersteld, indien dit project eerder gerealiseerd wordt, is transportcapaciteit eerder beschikbaar. Het project Loadpocket Simonshaven gaat ook gepaard met een netsplitsing om doortransport op de verbinding Maasvlakte-Europoort te verhelpen. Het project Vervanging Europoort 150 zal in 2025 een onderliggende beperking in het 150 kV net verhelpen; de capaciteit van de verbinding Maasvlakte-Europoort zal stijgen van 260 MVA naar 300 MVA per circuit. Deze hogere belastbaarheid zorgt er voor dat de aanwezige transportcapaciteit stijgt naar 658 MVA. Tabel 3-2. Transportcapaciteit in de Rotterdamse Haven Overzicht ontwikkeling transportcapaciteit Jaartal (netsituatie) Aanwezige transportcapaciteit

2023-2025

2025-2029

2030

570

658

2.000

Vervanging beperkend componenten in de verbinding MaasvlakteReden toename transportcapaciteit

Europoort op station n.v.t

Europoort150. De 150 kV installatie krijgt 4 railsecties hetgeen benodigd is voor netsplitsing

In bedrijf name van 3 extra 380/150 kV transformatoren in Simonshaven in combinatie met extra 150kV-verbindingen tussen Simonshaven, Botlek en Geervliet Noorddijk. Netsplitsing bij 150 kV station Europoort

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 15 van 49

DATUM

TenneT

REFERENTIE PAGINA

3.2 Benodigde transportcapaciteit De benodigde transportcapaciteit is gedefinieerd als de capaciteit benodigd om aan de vraag van transport van alle gecontracteerde aangeslotenen te voldoen. Hieronder wordt verstaan de transportvraag van huidige aangeslotenen, de transportvraag van nog niet aangesloten maar reeds gecontracteerde aansluitingen en de transportvraag als gevolg van autonome groei (zie Ş 2.2). Hierin zit reeds verdisconteerd de lopende aansluittrajecten die reeds in aanleg zijn of in opdracht zijn gegeven en de door Stedin ingeschatte autonome groei. De benodigde transportcapaciteit in het congestiegebied is in Tabel 3-3 weergegeven. 3.3 Gevraagde transportcapaciteit De gevraagde transportcapaciteit bestaat uit de benodigde transportcapaciteit aangevuld met de openstaande (offerte)aanvragen voor transportcapaciteit door klanten van ofwel TenneT danwel Stedin (‘nieuwe aanvragen'). In de tabel hieronder zijn de benodigde en gevraagde capaciteiten weergegeven. De benodigde transportcapaciteit is bepaald door de som van de gebruikte profielen te gebruiken; hierbij is rekening

gehouden

met

gelijktijdigheid

van

nieuwe

en

bestaande

klantvragen.

De

gevraagde

transportcapaciteit is berekend door de wachtlijst integraal op te tellen bij de benodigde transportcapaciteit. De wachtlijst zoals bekend in september 2023 is hiervoor gebruikt. De gevraagde transportcapaciteit in het congestiegebied is in Tabel 3-3 weergegeven. Tabel 3-3. Gevraagde transportcapaciteit in de Rotterdamse Haven Overzicht ontwikkeling gevraagde transportcapaciteit Jaartal (netsituatie) Benodigde transportcapaciteit Wachtlijst (september 2023) Gevraagde transportcapaciteit

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

573

596

701

735

818

886

888

426

426

426

426

426

426

426

999

1.022

1.127

1.161

1.244

1.312

1.314

In het congestiegebied is daarmee de aanwezige transportcapaciteit niet voldoende om te voldoen aan de benodigde en gevraagde transportcapaciteit.

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 16 van 49

DATUM

TenneT

REFERENTIE PAGINA

3.4 Verwachte belasting meest beperkende netcomponenten In deze paragraaf wordt visueel weergegeven wat de verwachte belasting is op de beperkende netcomponenten in een situatie met de benodigde transportcapaciteit en zonder congestiemanagement. Hiermee wordt inzichtelijk gemaakt dat de verwachte belastingstromen tot overschrijdingen leiden van de beschikbare capaciteit. De benodigde transportcapaciteit kan dus niet toegestaan worden met toepassing van congestiemanagement. De verwachte belasting van de verbindingen wordt berekend met vermogensstroomberekeningen. Hierbij is gewerkt met de uitgangspunten uit Hoofdstuk 2. De basis van deze metingen vormen historische metingen op de uitwisselpunten, aangevuld met de benoemde elementen waaronder autonome groei, reeds gecontracteerd vermogen en de te verwachten transportvraag van industriële afnemers en thermische elektriciteitsproductie. Voor elk van deze categorieën is een reële inschatting gemaakt van het belastingpatroon op basis van metingen en/of scenario's5. Ook is bij deze berekeningen rekening gehouden met de van toepassing zijnde netontwerpcriteria en operationele veiligheidsgrenzen zoals beschreven in paragraaf 2.3. Onderstaande

figuren

tonen

de

verwachte

transportbelasting

met

toepassing

van

enkelvoudige

storingsreserve van de beperkende verbindingen voor steekjaar 2029. Hiermee wordt een gedetailleerd inzicht geboden in de ontwikkelingen van de benodigde transportcapaciteit de komende jaren. In onderstaande figuren is de belasting op de meest bepalende verbindingen te zien in het laatste steekjaar van het congestie-onderzoek. Dit zijn de verbindingen Maasvlakte-Europoort (260 MVA) en Botlek-Geervliet (180 MVA). In 2025 wordt het 150 kV station Europoort vervangen, waarmee ook de beperkingen in de verbinding Maasvlakte-Europoort verholpen worden; de verbinding zal dan tot 300 MVA belastbaar zijn. Naast deze twee verbindingen is er nog een aantal andere verbindingen met overbelastingen. Dit zijn de verbindingen Botlek-Geervliet Noorddijk (260 MVA) en de korte verbinding Geervliet-Geervliet Noorddijk (258 MVA). De stromen over deze verbindingen zijn vergelijkbaar met de stromen over de verbinding BotlekGeervliet (180 MVA). Deze verbindingen zijn echter hoger belastbaar, waardoor de overbelastingen significant lager zijn dan de overbelastingen op Botlek-Geervliet. Daarom zijn deze overbelastingen niet bepalend in het congestieonderzoek. Deze grafieken en de ontwikkeling van deze grafieken gedurende de 7 steekjaren van het congestieonderzoek zijn in de bijlage te vinden.

Bij deze berekening is geen rekening gehouden met het optimaliseren van de loadflows middels de dwarsregeltransformator in de verbinding Europoort-Theemsweg. Door deze dwarsregeltransformator bij te regelen, kan de belasting van Botlek-Geervliet gereduceerd worden. Hierdoor stijgt echter de belasting op de verbinding Maasvlakte-Europoort. Uit verdiepende analyses is gebleken dat de dwarsregeltransformator ingezet kan worden om de overbelastingen te mitigeren, maar dat er hierdoor geen ruimte ontstaat voor het faciliteren van de wachtlijst. 5 Belastingprofielen op basis van scenario's zijn gebaseerd op de scenario's en marktsimulaties conform het Investeringsplan Net op land 2022-2031.

DATUM

TenneT

REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 17 van 49

Belasting verbinding Maasvlakte-Europoort (2029) (N-1) 450 400 ş 350 2 300 pin i.iiii.iiimnn.i'Hiiiiiinniii urniniit c 250 CD g5 200 E 150 ^ 100

n ľni bb ■nil'll

iiľïiiiri r 1 "ii111

tri. ľ iiiii.iii.ii. i ii imiinir ľ' ili r imniii n

50

0 1

1001

2001

3001

4001

5001

6001

7001

8001

Uur (h) — Belasting (MW)

Limiet (100o7o)

Minimum technische grens (110o7o)

Maximum technische grens (150o7o)

Figuur 3-1: Verwachte belasting verbinding Maasvlakte-Europoort bij faciliteren van de benodigde transportcapaciteit (2029)

Belasting verbinding Botlek-Geervliet (2029) (N-1) 350 300 Ŝ 250

^200

■■l nu i. iimj'i

l IHjIUİBI

CD

o 150 E cď

100

> 50

0 1

1001

2001

3001

4001

5001

6001

7001

8001

Uur (h) — Belasting (MW) Minimum technische grens (110o7o)

Limiet (100o7)) Maximum technische grens (150o7o)

Figuur 3-2: Verwachte belasting verbinding Botlek-Geervliet bij faciliteren van de benodigde transportcapaciteit (2029)

DATUM

TenneT

REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 18 van 49

3.5 Vaststelling en duur van fysieke congestie Zoals eerder is toegelicht, is de aanwezige transportcapaciteit lager dan de benodigde transportcapaciteit. De conclusie is dat de huidige capaciteit van de beperkende netelementen in het congestiegebied ontoereikend is voor de voorziene vraag naar transportcapaciteit. Er is dus sprake van congestie. Met de in Tabel 3-1 genoemde projecten, zal het hoogspanningsnet de komende jaren gefaseerd worden uitgebreid. De aanwezige transportcapaciteit zal daarmee ook geleidelijk vergroot worden. Door deze structurele uitbreidingen, zal vanaf 2029 de aanwezige transportcapaciteit weer voldoende zijn om in de toekomstige verwachte transportcapaciteit te voorzien.6 Dit houdt in dat er naar huidige verwachting voor een periode van vijf tot zeven jaren fysieke congestie optreedt. Veranderingen in omstandigheden, zoals aanvullende aanvragen naar transport, kunnen de periode van congestie verlengen. Dit zal te zijner tijd opnieuw bestudeerd worden en leidt dan mogelijk tot herijking van dit onderzoek. Daarmee is er structurele congestie voor een periode langer dan 1 jaar. Onderstaande tabel toont de aanwezige, benodigde, beschikbare en gevraagde transportcapaciteit voor de komende jaren. Vanwege beperkingen in de gehanteerde inputdata, is bij de wachtlijst geen detaillering aangebracht op het gewenste aansluitjaar.

Dit heeft echter geen invloed op de conclusies. Tabel 3-4. Overzicht transportcapaciteit Overzicht ontwikkeling transportcapaciteit Jaartal (netsituatie) Aanwezige transportcapaciteit Benodigde transportcapaciteit Beschikbare transportcapaciteit Wachtlijst Gevraagde transportcapaciteit

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

570

570

570

658

658

658

658

573

596

701

735

818

886

888

-3

-26

-131

-77

-160

-228

-230

426

426

426

426

426

426

426

999

1.022

1.127

1.161

1.244

1.312

1.314

6 Voor het project loadpocket Simonshaven wordt een inbedrijfname datum van 2027-2029 verwacht gebaseerd op het vigerende investeringsplan. In het congestieonderzoek wordt daarom uitgegaan van een inbedrijfname eind 2029. Indien dit project eerder gerealiseerd wordt, wordt de congestie eerder opgelost.

DATUM

TenneT

REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 19 van 49

4. MARKTANALYSE Dit hoofdstuk geeft inzicht in het aanbod van flexibiliteit in Havengebied Rotterdam. Door middel van een consultatie

bij

marktpartijen

is

geïnventariseerd

welke

flexibiliteit

mogelijk

beschikbaar

is

voor

congestiemanagement. Vervolgens is bekeken welk gedeelte hiervan inzetbaar is op de benodigde momenten. Flexibiliteit aangeboden door marktpartijen als onderdeel van congestiemanagement kan bestaan uit biedingen voor redispatch of het sluiten van contracten met een capaciteitsbeperking. 4.1 Werkwijze marktconsultatie In Havengebied Rotterdam is een inventarisatie uitgevoerd naar de mogelijke flexibiliteit van marktpartijen om te kunnen bijdragen aan congestiemanagement. Deze inventarisatie is gedaan door middel van: ū

Openbare belangstellingsregistratie: op de website PartnersinEnergie.nl is eind november 2022 een formulier gepubliceerd waarmee belangstelling van marktpartijen in congestiemanagement geregistreerd

wordt.

Dit

is

een

gezamenlijke

belangstellingsregistratie van

alle

regionale

netbeheerders en landelijke netbeheerder. Alle partijen die zich binnen dit gebied hebben aangemeld zijn benaderd door TenneT om de aangeboden flexibiliteit goed in kaart te brengen. ū

Gesprekken met aangeslotenen TenneT: Naast de openbare belangstellingsregistratie, heeft TenneT ook gesprekken gevoerd met alle partijen in het gebied die naar inzicht van TenneT potentieel de grootste bijdrage zouden kunnen leveren aan congestiemanagement. In Havengebied Rotterdam betrof dit 4 partijen en daarmee alle direct aangesloten partijen van TenneT.

ū

Gesprekken met aangeslotenen van Stedin: Aanvullend op de gesprekken

met direct

aangeslotenen van TenneT is in samenwerking met Stedin een inschatting gemaakt van partijen die mogelijk flexibiliteit kunnen leveren ten behoeve van congestiemanagement. In samenwerking met Stedin heeft TenneT een tiental klanten samen bezocht voor een verdiepend gesprek omtrent mogelijk aanbod van flexibiliteit. ū

Webinar: Om zoveel mogelijk partijen te informeren en vragen flexibiliteit te bieden aan de netbeheerders heeft TenneT in samenwerking met Stedin, Deltalinqs en Havenbedrijf Rotterdam een webinar georganiseerd. Meer dan 100 partijen waren aanwezig tijdens deze webinar gehouden op 16 mei 2023, dit heeft geresulteerd in slechts enkele nieuwe aanmeldingen op partnersinenergie.nl.

ū

Havenbedrijf Rotterdam en Deltalinqs zijn betrokken geweest om partijen in dit gebied zoveel mogelijk te informeren/attenderen op de rol die zij kunnen spelen bij het oplossen van congestie in deze regio. Zij hebben meegewerkt om partijen te laten aansluiten bij de genoemde webinar en zich te laten melden bij de openbare belangstellingsregistratie.

Via de openbare belangstellingsregistratie heeft elke aangeslotene in dit gebied de mogelijkheid gehad aan TenneT te laten weten interesse te hebben in het leveren van congestiemanagementdiensten. De partij(en) waarmee een verdiepend gesprek is gevoerd is geselecteerd op basis van omvang, mogelijke flexibiliteit en vrijwillige aanmeldingen.

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 20 van 49

4.2 Beschikbare flexibiliteit voor congestiemanagement Uit de analyse blijkt dat er 322 aansluitingen in het gebied zijn die groter zijn dan 1 MW, bestaande uit 94 groter dan 1 MW voor invoeding en 228 aansluitingen groter dan 1 MW voor afname. In de marktconsultatie (combinatie belangstellingsregistratie en gesprekken) is een reactie ontvangen op 23 van deze aansluitingen. Flexibiliteit aangeboden door marktpartijen als onderdeel van congestiemanagement kan bestaan uit ofwel biedingen voor redispatch of het sluiten van contracten over capaciteitsbeperking. De gewenste verhouding tussen flexibiliteit uit redispatch en capaciteitsbeperking is niet op voorhand bepaald in dit onderzoek en zal ook kunnen variëren gedurende de looptijd van congestiemanagement. De gewenste verhouding is afhankelijk van meerdere factoren, waaronder voorspelbaarheid van congestie, voldoende beschikbaarheid van opregelvermogen, beschikbaarheid van voldoende partijen voor concurrerende prijsvorming en verwachte duur van de congestie. Het beschikbare vermogen voor congestiemanagement wordt bepaald door het opgegeven geïnstalleerd vermogen van markpartijen, maar ook door de beschikbaarheid van dat vermogen op de benodigde momenten.

Zo kunnen elektriciteitsproductie-eenheden die al op maximaal vermogen draaien, geen extra vermogen meer leveren en kunnen zodoende op dat moment geen opregelvermogen aanbieden ten behoeve van congestiemanagement. Anderzijds kan geen afregelvermogen worden geleverd op momenten dat elektriciteitsproductie-eenheden geen elektriciteit produceren. Andere voorbeelden van deze afhankelijkheid zijn dat flexibiliteit uit zon- en windproductie alleen onder bepaalde weersomstandigheden te benutten is en dat industriële vraagrespons niet altijd beschikbaar is. Deze afhankelijkheden zijn door TenneT meegenomen in het onderzoek. Op basis van de gegevens uit het Investeringsplan, is de flexibiliteit van conventionele productie-eenheden gebaseerd op prognoses en flexibiliteit uit zon- en windproductie is gerelateerd aan het verwachte productieprofiel van deze bronnen. Voor de overige flexibiliteit is een inschatting gemaakt van de beschikbare capaciteit op het meest kritische moment.

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 21 van 49

4.3 Analyse marktconsultatie Uit de marktanalyse blijkt dat relatief weinig aangeslotenen flexibel vermogen beschikbaar kunnen stellen. Het totale vermogen aan flexibiliteit is daarmee relatief beperkt (tientallen megawatten). In het congestie-gebied staan twee thermische productie-eenheden die ook zijn beschouwd in dit onderzoek. Deze eenheden zijn deels flexibel, maar hebben ook andere verplichtingen. Deze eenheden kunnen dus slechts beperkt geregeld worden. De inzet van deze gascentrales wordt gedeeltelijk al meegenomen in de berekening van de referentiesituatie, zoals toegelicht in paragraaf 2.2. Slechts een gedeelte van het geïnstalleerde vermogen kan dus daadwerkelijk gezien worden als ‘extra' beschikbare flexibiliteit. In het gebied zijn industriële klanten voor afname aangesloten op zowel het hoogspanningsnetwerk van TenneT als op het netwerk van Stedin. Met een aantal klanten hebben we in verdiepende gesprekken de mogelijkheden onderzocht. In deze gesprekken is aangegeven dat er slechts beperkt mogelijkheden zijn om afname te verminderen of elektriciteitsproductie te verhogen. Hierbij is aangegeven dat de industriële processen geoptimaliseerd zijn om volcontinu te produceren, waarvoor een constante afname van stroom nodig is. Sommige klanten kunnen een klein deel van hun afname reduceren of door inzet van hun warmtekrachtkoppeling meer produceren.

Het substantieel reduceren van de afname is niet mogelijk gebleken omdat klanten aangeven dat dan het volledige primaire productieproces stil komt te liggen. Gedurende de afronding van het onderzoek is er blijvend ingezet op het ontsluiten van flexibiliteit en de openbare belangstellingsregistratie via Partners in Energie. Daarnaast worden er aanvullende acties opgestart, zie daarvoor Ş7.2.

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 22 van 49

5. TECHNISCHE ANALYSE Netbeheerders zijn verplicht om waar mogelijk congestiemanagement toe te passen tot aan de financiële of technische grens. De technische grens wordt bepaald aan de hand van de aanwezige transportcapaciteit en het aanwezige regelbare vermogen. De technische grens bedraagt minimaal 1107 van de aanwezige transportcapaciteit en kan met het aanwezige regelbaar vermogen verhoogd worden tot maximaal 1507 van de aanwezige transportcapaciteit (zie Netcode artikel 9.10.2.d). 5.1 Aanwezig regelbaar vermogen Onder de in de Netcode genoemde definitie voor regelbaar vermogen - “Opgesteld vermogen van aangeslotenen dat in staat is om te reageren op een elektronisch sturingssignaal en door middel hiervan door de netbeheerder aangestuurd kan worden” - verstaat TenneT het volgende vermogen: ū

Productievermogen dat door de netbeheerder kan worden gewijzigd via een elektronisch interface naar de aangeslotene (bijvoorbeeld op basis van de implementatie van de NC RfG7) en

ū

Overig vermogen dat door de netbeheerder kan worden gewijzigd via een elektronisch interface naar de aangeslotene (op basis van de implementatie van de NC DCC8).

Het gaat hierbij om het regelvermogen dat geleverd kan worden in de juiste energierichting en voor de verwachte congestiemomenten. Vermogen beschikbaar uit vraagrespons, selectieve afschakeling van aangeslotenen door netbeheerders en marktafroep (via bijvoorbeeld GOPACS) vallen niet onder de bovenstaande definitie van regelvermogen. Het in de Rotterdamse Haven aanwezige vermogen dat onder deze definitie valt is nihil. TenneT acht het echter niet wenselijk dit als uitgangspunt te hanteren bij de bepaling of congestiemanagement toegepast kan worden. Binnen de kaders van veilig netbeheer en de geldende Netcode, vindt TenneT het belangrijk om zich maximaal in te spannen congestiemanagement mogelijk te maken. Daarom heeft TenneT geanalyseerd in welke mate er regelbaar vermogen beschikbaar is dat weliswaar niet voldoet aan de bovengenoemde technische eisen, maar wel bruikbaar is voor congestiemanagement. Daartoe heeft TenneT de omvang van het vermogen geanalyseerd dat voor de netbeheerder beschikbaar kan komen via contracten (conform bijlagen 11 en 12 van de netcode). Daarbij is het tevens van belang dat TenneT over voldoende op afstand bedienbaar vermogen kan beschikken om in een niet-normale systeemtoestand onder toepassing van onder andere het tweede lid van artikel 9.3 en het systeembeschermings- en herstelplan9 van TenneT af te kunnen schakelen en/of bij te kunnen sturen.

In het geval van aangeslotenen bij regionale netbeheerders, is het de regionale netbeheerder die op aanwijzing van TenneT zorgt dat het vermogen bijgestuurd of afgeschakeld wordt. De Real-Time Interface (RTI) kan hierbij gebruikt worden eventueel aangevuld door schakelhandelingen van de regionale netbeheerder. 7 Network Code - Requirements for Generators - Verordening (EU) 2016/631 8 Network Code - Demand Connection Code - Verordening (EU) 2016/1388 9 Zie website TenneT: pagina systeembescherming- en herstel

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 23 van 49

Met deze aanpak wordt een ruimere basis gehanteerd om te bepalen welk vermogen mogelijk inzetbaar is voor congestiemanagement. In dit onderzoek wordt ten behoeve van de leesbaarheid bij ‘regelbaar vermogen' ook verwezen naar het voor congestiemanagement inzetbare vermogen conform bovengenoemde werkwijze en niet alleen naar vermogen dat voldoet aan de bovenstaande definitie in de netcode. In de Rotterdamse haven heeft TenneT per hoogspanningsstation geanalyseerd hoe groot het potentiële vermogen is dat beschikbaar zou kunnen komen via contracten met aangeslotenen of via Congestion Service Providers. Deze omvang is bepaald op basis van de marktanalyse, waarbij ook partijen op de wachtlijst de mogelijkheid hebben gehad flexibiliteit aan te bieden. Er is gedurende de looptijd van dit onderzoek nog geen flexibiliteit gecontracteerd. Het potentiële aanwezige regelbare vermogen door middel van contracten is in deze situatie geanalyseerd voor alle stations in de Rotterdamse haven. Daarbij is het totale potentiële regelbare vermogen voorwaardelijk vastgesteld op 185 MW. Dit getal is vastgesteld op basis van het aangeboden (piek)vermogen en representeert dus niet per definitie het daadwerkelijk beschikbare regelbaar vermogen op ieder benodigd moment in de tijd. Een groot deel van dit vermogen wordt door één partij aangeboden vanaf één locatie.

Hoewel de inzet van dit aangeboden flexibele vermogen een deel van de knelpunten reduceert, laat het andere knelpunten toenemen. Deze flexibiliteit is derhalve beperkt toepasbaar (alleen onder specifieke omstandigheden). Deze flexibiliteit is dus niet meegenomen bij de bepaling van de technische grens. Het reguliere belastingpatroon van deze klant is wel meegenomen in de analyses. Het aanwezige regelbare vermogen in deze situatie is geanalyseerd voor alle stations in de Rotterdamse haven. Daarbij het totale regelbare vermogen vastgesteld op 35 MW. 5.2 Technische grens Op basis van het vastgestelde regelbaar vermogen en de aanwezige transportcapaciteit, is de technische grens vastgesteld op 662 MW in de eerste fase en 759 MW in de tweede fase. Dit bedraagt respectievelijk 11670 en 1157 van de aanwezige transportcapaciteit. Alle netwerkelementen zijn eerst getoetst aan het uiterste van de technische grens (1507). Een overschrijding van deze norm leidt ertoe dat de hoeveelheid vermogen, dat additioneel aangesloten zou worden onder toepassing van congestiemanagement, sowieso gelimiteerd dient te worden (zie ook Figuren 3-1 en 3-2). Vervolgens is met analyses getoetst of de belasting op alle netwerkelementen binnen de netontwerpcriteria valt bij activatie van het beschikbare regelvermogen. Dit is derhalve een toetsing op de van toepassing zijnde technische grens.

Hiertoe is een berekening gesimuleerd waarbij de profielen conform de benodigde capaciteit als uitgangspunt zijn genomen en vervolgens al het aanwezige regelvermogen werd geactiveerd. Dit is een simulatie van de situatie waarin maximale verwachte belasting onder toepassing van congestiemanagement optreedt en al het beschikbare regelvermogen geactiveerd is. Om de leveringszekerheid te waarborgen, dient dat een bedrijfsveilige netsituatie te zijn.

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 24 van 49

Tabel 5-1. Overzicht technische grens Overzicht ontwikkeling transportcapaciteit Jaartal (netsituatie)

2023-2025

2026-2029

Aanwezige transportcapaciteit (MW)

570

658

Regelbaar vermogen (MW)

35

35

Minimum technische grens (7)

1107

1107

Minimum technische grens (MW)

627

724

Technische grens (MW)

662

759

Technische grens (7)

1167

1157

Technische grens 150 kV-netwerk Het congestiegebied wordt beperkt door de verbindingen in het netwerk. Koppeltransformatoren zijn niet beperkend in dit congestiegebied. In de vermogensstroomberekeningen is getoetst of de 150 kV-verbindingen niet tot boven de van toepassing zijnde technische limiet belast worden. In eerste instantie is de gevraagde transportcapaciteit getoetst op de bovengrens van de technische grens (1507). In tweede instantie is ook getoetst of de belasting van de verbindingen met afroep van het regelbare vermogen aan de netontwerpcriteria voldoet. Met deze toetsing wordt het regelvermogen meegenomen in het verhogen van de technische grens. Deze toetsing is van belang omdat bij overschrijdingen op verbindingen het regelbare vermogen namelijk op een specifieke locatie in het netwerk aanwezig dient te zijn om de overbelasting te reduceren. Uit berekeningen blijkt dat zonder optimalisatie van de dwarsregeltransformatoren het benodigd vermogen leidt tot overbelastingen van 17170 op Botlek-Geervliet. Met optimalisatie van de dwarsregeltransformator is deze overbelasting tot onder de 1507 te reduceren. De technische bovengrens van 1507 is dus geen beperking in dit deelnet. Deze overbelastingen dienen met inzet van flexibiliteit of verdere optimalisatie van de dwarsregeltransformator gereduceerd te worden tot onder de 1107.

Het aanwezige regelbare vermogen op de juiste locatie is beperkt; er is een vermogen van 35 MW beschikbaar. Uit aanvullende berekeningen blijkt dat dit niet voldoende is om de belasting van de verbindingen Botlek-Geervliet en Maasvlakte-Europoort tot onder de 1107 te reduceren. In voorgaande paragraaf is geconcludeerd dat de gevraagde transportcapaciteit de technische grens op meerdere verbindingen zou overschrijden. Deze 150 kV verbindingen vormen samen de verbinding van het congestiegebied naar het landelijke 380 kV net. Het is op basis van de technische grens niet mogelijk om de gevraagde transportcapaciteit te faciliteren.

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 25 van 49

DATUM

TenneT

REFERENTIE PAGINA

Gefaciliteerde transporten De

verwachte

jaarlijkse

hoeveelheid

getransporteerde

elektriciteit

zonder

toepassing

van

congestiemanagement is 7.619.000 MWh. De verwachte jaarlijkse hoeveelheid niet getransporteerde elektriciteit zonder toepassing van congestiemanagement is 2.592.000 MWh in elk steekjaar. Dit is berekend aan de hand van te verwachten afname van de volledige interesselijst (426 MW) vermenigvuldigd met een industrieel profiel, aangezien dit vermogen zonder toepassing van congestiemanagement niet gefaciliteerd kan worden op het elektriciteitsnetwerk. Aangezien met congestiemanagement geen extra transportcapaciteit kan worden toegekend, wordt er 0 MWh extra getransporteerd op jaarbasis. Tabel 5-2. Overzicht gefaciliteerde transporten Overzicht gefaciliteerde transporten Jaartal

2023

2024

2025

2026

2027

2028

2029

4.983.000

5.135.000

5.964.000

6.233.000

6.927.000

7.520.000

7.619.000

2.592.000

2.592.000

2.592.000

2.592.000

2.592.000

2.592.000

2.592.000

Getransporteerde elektriciteit (in MWh) Niet getransporteerde elektriciteit (in MWh) 5.3 Kortsluitvermogen Naast de technische grens is er ook geanalyseerd of de toepassing van congestiemanagement zou leiden tot overschrijdingen van het toegestane kortsluitvermogen. Deze toets is uitgevoerd bij het referentiescenario van het laatst gepubliceerde Investeringsplan. De berekeningen laten geen additionele overschrijdingen van de kortsluitvastheid zien. Dit houdt in dat er de toetsing op kortsluitvastheid geen belemmering vormt voor het toepassen van congestiemanagement.

TenneT

DATUM REFERENTIE PAGINA

18 oktober 2023 PU-AMT 23-363 26 van 49

5.4 Technische maatregelen benodigd voor toepassen van congestiemanagement Voor de toepassing van congestiemanagement moet rekening gehouden worden met de operationele veiligheidsgrenzen. TenneT heeft de verantwoordelijkheid om de veiligheid en betrouwbaarheid van de netten en van het transport van elektriciteit over de netten te waarborgen. Om congestiemanagement in dit gebied uit te voeren, zijn technische maatregelen benodigd. Vanwege het industriële karakter van de belasting in de Rotterdamse haven, zijn er weinig pieken en dalen; het belastingprofiel is vrij vlak. De dalen die wel aanwezig zijn in het profiel worden veroorzaakt door het (tijdelijk) stopzetten van grote installaties of productie van het aanwezige duurzame productievermogen (zon en wind). Naast de jaarrondberekeningen heeft TenneT voor een geselecteerd aantal uren van het jaar aanvullende berekeningen uitgevoerd. Vanwege het zeer inductieve karakter en de lage arbeidsfactor van industriële partijen is het namelijk relevant om te kijken naar het getransporteerde blindvermogen in het 150 kV net. De volgende technische maatregelen worden genomen: -

Condensatorbank Botlek inschakelen. Door het inschakelen van de condensatorbank in Botlek wordt het inductieve karakter van de aangeslotenen gecompenseerd. De arbeidsfactor over de 150 kVverbindingen gaat hierdoor dichter naar 1. De verbindingen kunnen daardoor met dezelfde hoeveelheid stroom meer werkzaam vermogen (P) transporteren in plaats van blindvermogen (Q).

-

Dwarsregeltransformator bijregelen. In de 150 kV verbinding Europoort-Theemsweg is een dwarsregeltransformator opgenomen. Door met deze dwarsregeltransformator te regelen kan vermogen bijgestuurd worden. Door deze regelactie kunnen vermogensstromen verschuiven tussen Botlek-Geervliet en Maasvlakte-Europoort. Het reduceren van het vermogen door Botlek-Geervliet leidt tot een stijging van het vermogen door Maasvlakte-Europoort. Op momenten waarop een van beide verbindingen overbelast is, biedt deze regelactie een uitkomst en kan het overbelastingen verlichten of verhelpen. Op het moment dat beide verbindingen overbelast zijn, helpt deze regelactie niet meer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=fef20b0a-365f-4e9e-a431-26b48ca4260d