CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb006762] Bijlage 2 behorende bij 23bb6760 - Reflectie onderzoek Feyenoord City ( Arcadis/TUD, september 2023)

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 25 oktober 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Projecten20.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

51

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

te laten leren voor toekomstige complexe gebiedsontwikkelingen, is het

Herstel van ‘oud zeer’

kansrijk en nodig om dit (tussentijdse) moment aan te grijpen. In dat verband

Om te kunnen leren is herstel van ‘oud zeer’ een belangrijk aspect, wellicht zelfs

was de motie die ten grondslag ligt aan dit reflectief onderzoek een belangrijke

voorwaardelijk om weer on speaking terms te komen. Besteed bij het leren dan

aanzet tot leren.

ook nadrukkelijk aandacht aan herstel van verhoudingen die tijdens het project beschadigden. Deze beschadigde verhoudingen kunnen bij een volgende samenwerking verstorend werken en grote impact hebben.

8.3

Externe reflectie en bronnen Netwerkleren

Reflectief leren

Om het leren in complexe, grote projecten te verbeteren, is het belangrijk om

De gemeente heeft stappen gezet op instrumenteel leren. Lessen vanuit voor-

(netwerk)leren te organiseren en in te zetten om het leren te integreren in

gaande projecten zijn volgens respondenten toegepast in Feyenoord City en men

processen, producten en persoonlijke vaardigheden. Bij toekomstige grote,

was overwegend positief over het toegepaste instrumentarium. Daar waar de

complexe projecten is het daarom essentieel om gezamenlijk te reflecteren,

respondenten slechts beknopt ingingen op instrumenteel leren, legden ze vooral

te leren en de geleerde lessen toe te passen. Dit moet een specifieke rol en plaats

de nadruk op reflectief leren van henzelf en anderen in het proces. Er wordt

krijgen binnen het projectproces.

daarom ontwikkelruimte gezien op reflectief leren. Enkele concrete mogelijkheden hiervoor kunnen zijn: • het opstellen van collectieve doelen; • het benoemen van een verantwoordelijke rol of functionaris (naast groeps­

verantwoordelijkheid); • het organiseren van een collectief geheugen; • het organiseren van een overdracht van kennis en ervaringen bij personele

wisselingen; • het aanstellen van een onafhankelijk procesmanager die draagvlak heeft van

de betrokken samenwerkende partijen; • het organiseren van tussentafels (zie punt 1 onder ‘Externe bronnen’ h ­ ieronder); • het borgen van leren in de (toekomstige) samenwerking.

52

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Externe bronnen

zo con­cluderen ook Van Twist et al (2021). Bij grote projecten gaat het leren

In aanvulling op deze externe reflectie zijn inzichten vanuit externe bronnen

dus zowel om het organiseren van mogelijkheden daarvoor tijdens het proces,

waardevol:

bijvoorbeeld door middel van dwarskijksessies (zie hoofdstuk Reflectie en Adaptiviteit), als achteraf, met terugkijksessies. Om lessen (ook uit dit rapport)

1

Het wetenschappelijke Reflectieteam van de TU Delft wijst erop dat leren

niet te laten vervliegen, of hoofdlessen als tegeltjeswijsheden af te doen, is

binnen gemeentelijke organisaties vaak beter is georganiseerd en ontwikkeld

het belangrijk om het gesprek binnen en tussen organisaties te organiseren.

dan leren tussen organisaties betrokken bij gebiedsontwikkeling. Er is dus ook ‘netwerkleren’ nodig. Dat betekent dat leermomenten tijdens en na projecten

3 Leren kan worden afgedaan als minder belangrijk voor het primaire proces.

worden georganiseerd met betrokken partijen. Veel lessen uit deze rapportage

Daarom moet leren integraal onderdeel zijn (en dus worden gemaakt) van

hebben ook betrekking op het leren tussen partijen, dus dit vraagt om extra

de governance. Leren moet je organiseren en dat vraagt ook om kritisch naar

aandacht. In de literatuur wordt ook wel gesproken over het organiseren van

jezelf kijken. Duurzaam leren in organisaties kan alleen als er ook ruimte is om

‘tussentafels’ in netwerken (Van der Spek, 2023): het periodiek organiseren

zonder ‘blame game’ of politieke afrekening te leren (De Bruijn, 2007). Leren

van rondetafelgesprekken tijdens en na projecten om leren te stimuleren.

op basis van het verleden vraagt om goede overdracht van inzichten. Dat is voor iedere organisatie of afdeling met een snel personeelsverloop van belang,

2 Hoewel lang niet altijd voldoende wordt geleerd van formele evaluaties

53

en in dat verband zeker ook voor de gemeenteraad die iedere vier jaar voor

zoals die van de rekenkamer, een raadsenquête of externe audits, is de aan-

een groot deel wordt vervangen. Ook de gemeenteraad zal het leren op basis

dacht voor leren op deze momenten wel groot en moet het worden benut,

van voorgaande projecten moeten organiseren en doorgeven.

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

VERANTWOORDING EN TERUGBLIK

54

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

In deze verantwoording leggen we uit wat we hebben gedaan. Daarbij gaan we in op de opdracht, de aanpak, de interviews, het verloop van het onderzoek en de reflectie van de onderzoekers (terugblik).

Opdracht en aanpak Dit onderzoek is gebaseerd op de uitvraag van de gemeente Rotterdam van 28 februari 2023 en de onderliggende motie ‘Feyenoord City, lessons learned’. Het op 31 maart 2023 gehonoreerde voorstel van de onderzoekers van 22 maart 2023 bevat een Plan van Aanpak voorzien van uitgangspunten voor het onderzoek en liep van begin april tot begin juli. De centrale onderzoeksvraag is door de onderzoekers als volgt geformuleerd: ‘Welke lessen zijn te trekken uit het procesverloop van de publiek-private gebieds­ ontwikkeling Feyenoord City die bruikbaar zijn voor toekomstige complexe grote projecten in Rotterdam?’. De aanpak van de onderzoekers, zoals beschreven in het Plan van Aanpak, bestaat in hoofdlijnen uit het doorlopen van de navolgende volgordelijke stappen: • Gezamenlijke start met gemeentelijk begeleidingsteam • Deskresearch dossier met basis-achtergrondinformatie, zoals de Position Paper,

voortgangsrapportages, contracten, gemeentelijke besluitvorming, en externe audits, rapportages Rotterdamse Rekenkamer • Een media-analyse van verslaglegging van ontwikkelingen over Feyenoord City

in dagbladen en RTV Rijnmond • Interviews met eerstelijns sleutelpersonen • Tussentijdse validatie en reflectie met het Expertteam van Arcadis/Overmorgen,

het wetenschappelijke Reflectieteam van de TU Delft en het begeleidingsteam van de gemeente Rotterdam • Raadplegen relevante (wetenschappelijke) literatuur • Oplevering rapportage • Evaluatie met gemeentelijk begeleidingsteam

55

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

Interviews en respondenten

Respondenten

Rol

1

Wilco Verhagen

Ambtelijk Opdrachtnemer FC Gemeente Rotterdam

Het plan van aanpak voorzag in het houden van interviews met eerstelijns sleutel-

2

Theo Kion

Omgevingsmanager FC Gemeente Rotterdam

personen uit een viertal arena’s: politiek-bestuurlijk, publiek-privaat, maatschap-

3

Johanneke de Lint

Omgevingsmanager STIGAM

pelijk participatief en publiek-publiek. De beschikbare doorlooptijd, de ruimte in

4

Jan van Merwijk

Vm. Directeur Stadion Feijenoord NV, Nieuw Stadion BV

de agenda’s van respondenten en de gegeven budgettaire kaders, zijn mede van

5

Robert Winkel

Voorzitter Q-team FC, Voorzitter Commissie Ruimtelijke Kwaliteit

invloed geweest op het aantal gehouden interviews. De onderzoekers streefden

6

Roel Vollebregt

Vm. Directeur Nieuw Stadion BV

daarbij een zo groot mogelijke ‘meerstemmigheid’ na.

7

Arjan van Gils

Vm. Wethouder Gemeente Rotterdam

8

Chantal Zeegers

Wethouder gemeente Rotterdam

In het onderzoek is met de respondenten teruggeblikt om:

9

Hans van Rossum

Bestuurder STIGAM

• Reflectief te leren (het terugblikken op eigen gedrag en ervaringen);

10

Rob de Jong

Bestuurder STIGAM

• Instrumenteel te leren (terugkijken op toepassing en effectiviteit van specifieke

11

Pieter Smoorenburg

Financieel Directeur BVO Feyenoord Rotterdam NV

12

Raymond Salomons

Manager Media en Communicatie BVO Feyenoord Rotterdam NV

13

Maarten Struijvenberg

Wethouder Gemeente Rotterdam

14

Jaap Wils

Projectleider Rekenkamer Gemeente Rotterdam

15

Marjolein van Asselt

Directeur Rekenkamer Gemeente Rotterdam

Voor de reikwijdte van het onderzoek is daar vervolgens op doorgevraagd om

16

Kees Lau

Voorzitter FSV De Feijenoorder

de breedte en diepgang aan te brengen. Vanuit de persoonlijk geleerde lessen

17

Jos Melchers

Directeur Gebiedsontwikkeling Gemeente Rotterdam

van de respondenten hebben de onderzoekers een rode draad herleid, waarbij

18

Sander Geenen

Ambtelijk Opdrachtgever FC Gemeente Rotterdam

is geabstraheerd naar inzichten en lessen voor toekomstige grote projecten in

19

Mischa van der Waard

Informele Vertegenwoordiging Voorstanders Nieuw Stadion

Rotterdam. Daarbij is zoveel mogelijk aan meerstemmigheid recht gedaan.

20 Ellen Verkoelen

Raadslid Gemeente Rotterdam

21

Marcel Verhoef

Raadslid Gemeente Rotterdam

Er zijn 23 gesprekken gevoerd met de volgende 30 sleutelpersonen die een rol

22 Johanneke Mulder

Woordvoerder Stadion op Zuid

vervulden in de onderzochte periode, of een deel ervan. Er zijn 7 dubbelinterviews

23 Helmich Rigter

Vm. Voorzitter Bewonersbelangen Veranda

gehouden wanneer sleutelpersonen een gedeelde rol hadden. In chronologische

24 Bas Kurvers

Vm. Wethouder Gemeente Rotterdam

volgorde zijn de volgende interviews gehouden:

25 Ton Strooband

Manager Maatschappelijke Zaken Feyenoord Rotterdam NV

26 Arjan van den Berg

Beleidsadviseur Sport Gemeente Rotterdam, Coördinator SEP FC

27 Astrid de Vos

Bewoner Stadionpark, Sportdorp

28 Alexander van der Lely

Vm. Voorzitter Platform Vrienden Aan De Maas

29 Remco Schoonderwoerd

Vm secretaris Platform Vrienden aan de Maas

30 Adriaan Visser

Vm. Wethouder Gemeente Rotterdam

instrumenten en arrangementen); • En tenslotte waarderend te leren (terugkijken op gezochte en ongezochte

positieve en negatieve opbrengsten van beleid).

56

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

Op basis van een inventarisatie van sleutelpersonen door het begeleidingsteam,

begeleidingsteam. Het vierde concept is verzonden op dinsdag 5 september. De

hebben de onderzoekers in samenspraak met het begeleidingsteam een eerste

op 13 september gegeven feedback is verwerkt naar een definitief concept dat op

selectie gemaakt van de personen die bij voorkeur geïnterviewd moesten worden.

20 september is verstrekt aan de gemeente. Na finale feedback op 20 september

Bij de uiteindelijke selectie van sleutelpersonen is ook de mate van representativiteit

is de rapportage definitief gemaakt.

en meerstemmigheid die daarvan het gevolg zou zijn meegewogen. Vanuit de

Om een gevarieerd en evenwichtig beeld te krijgen, is door de onderzoekers

gemeente zijn de geselecteerde sleutelpersonen benaderd met het verzoek om

triangulatie toegepast: de inzichten uit dit rapport zijn gebaseerd op meerdere

medewerking te verlenen aan een interview, waarbij een begeleidend schrijven

methoden en bronnen. Dus naast het dossier van de gemeente met formele

namens onderzoekers en de gemeente is nagezonden. De interviews vonden

stukken, heeft de media-analyse een ruimere blik opgeleverd en zijn bewust

plaats tussen 8 mei en 13 juli 2023. Tijdens de interviews is aan de respondenten

uiteenlopende sleutelfiguren geïnterviewd.

ook gevraagd welke sleutelpersonen in hun optiek belangrijk zijn voor een representatief en meerstemmig beeld. Daaruit is in overleg met het begeleidings­ team de definitieve lijst vastgesteld. Met de respondenten hebben we afgesproken

Terugblik onderzoekers

geen verslagen te maken, maar wel eigen aantekeningen bedoeld voor het formuleren van inzichten en aanbevelingen zoals verwoord in deze rapportage.

Als onderzoekers kijken we terug op een onderzoeksproces waarbij de ruimte is

Door de gevoelige aard van het onderzoek en het belang van open gesprekken

gegeven om op onafhankelijke wijze te werken. Het gemeentelijke begeleidings-

zijn er geen transcripties van interviews gemaakt en zijn er geen quotes van

team heeft op concept-bevindingen bruikbare inhoudelijke feedback gegeven,

respondenten in deze rapportage opgenomen. Ook is met respondenten

vanuit hun rol als eerstelijns sleutelpersoon en als bewaker van de opdracht.

­afgesproken bijdragen geanonimiseerd weer te geven. Gegeven de beschikbare doorlooptijd en budgettaire kaders was er gelegenheid De onderzoekers hebben de concept-bevindingen ter review voorgelegd aan

voor interviews met een selectie aan sleutelpersonen. Een volledig representatief

een intern Expertteam van Arcadis/Over Morgen en het wetenschappelijk

beeld kan niet worden gegeven, noch kon op ieder sub­­thema even diep ingegaan

­Reflectieteam vanuit de TU Delft. Een eerste ronde van reflectie vond begin mei

worden. Wel is bij de selectie de mate van r­ epresentativiteit en meerstemmigheid

plaats en een tweede ronde ter bespreking van de conceptbevindingen vond

meegewogen. In de interviews hebben we als onderzoekers een diversiteit aan

eind juni plaats. Tussentijds zijn individuele leden van het Expert- en Reflectie-

perspectieven op en opvattingen over het procesverloop opgemerkt die ook in

team benaderd om met specifieke vraagstukken mee te kijken. Dit heeft geleid

het laatste interview niet eindig bleek. Desondanks werd de relevantie van de

tot een expert opinion over de bevindingen n.a.v. de interviews en o.b.v. eigen

acht thema’s in elk interview bevestigd.

expertise van de onderzoekers. De complexiteit en omvang van het jarenlange project, inclusief alle inzichten De resultaten daarvan zijn met de begeleidingscommissie van de gemeente

en reflecties daarop, zijn niet gemakkelijk in een paar pagina’s weer te geven.

gedeeld en besproken op 26 en 27 juni. De gegeven feedback is verwerkt in een

Zonder problemen zijn er honderden pagina’s te vullen. De onderzoekers hebben

tweede concept dat is besproken op 15 en 22 augustus. De gegeven feedback

geprobeerd recht te doen aan de vele indrukken en percepties die er over

is verwerkt naar een derde concept, dat op 28 augustus is verzonden aan het

­Feyenoord City bestaan en tegelijkertijd bondig te blijven. Hoewel aandacht

57

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

wordt besteed aan ‘hard’ instrumenteel leren (Position Paper, PPS/contracten,

Reflectieteam

bestemmingsplan etc.), valt het op dat respondenten (en onze experts) vooral lessen formuleren die eerder gaan over de zachte instrumenten (zie figuur

Het wetenschappelijke Reflectieteam van de TU Delft bestond uit de volgende

hiernaast over harde en zachte sturing bij meervoudige sturing van gebieds­

personen:

ontwikkeling). • Prof.dr. Alfons van Marrewijk, hoogleraar bouwcultuur TU Delft / organisatie­

Dat wil niet zeggen dat de ‘harde’ instrumenten er niet toe doen. Dit zijn doorgaans

wetenschap Vrije Universiteit

de noodzakelijke randvoorwaarden om gebiedsontwikkeling te doen slagen. Daarbovenop komen echter de kritische succesfactoren en die zijn vaak moeilijker

• Mr.dr. Fred Hobma, universitair hoofddocent omgevingsrecht, TU Delft

te beïnvloeden (Hobma, 2011), maar wel minstens zo belangrijk voor het slagen van een complex project. Denk daarbij aan verhaalvorming, consensusvorming, adaptief en reflectief vermogen organiseren, en andere zachtere instrumenten,

• Dr.ir. Tom Daamen, universitair hoofddocent gebiedsontwikkeling en directeur

Stichting Kennis Gebiedsontwikkeling

zoals in een deel van de bovenstaande tabel is weergegeven. We hopen met dit rapport vooral de lezer te helpen zelf ook lessen te formuleren voor toekomstige complexe projecten en daarmee te werken aan een reflectiever

• Dr. Wouter Jan Verheul, senior onderzoeker / docent gebiedsontwikkeling

TU Delft & senior consultant Arcadis

praktijk van stedelijke ontwikkeling. De auteurs bedanken alle respondenten en leden van het reflectieteam hartelijk Als onderzoekers benadrukken we tenslotte het belang van het organiseren van

voor hun bruikbare input, voor het definitieve rapport zijn zij niet verantwoordelijk.

gesprekken tussen actoren naar aanleiding van dit rapport, om met elkaar te leren en lessen te verankeren. Juist door met elkaar over te praten over deze rapportage, ontstaat persoonlijke toepassing en borging van de lessons learned.

Bron: TU Delft/SKG, 2017

58

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

Literatuur Overzicht van de literatuur waarnaar in deze rapportage verwezen wordt:

•

Marrewijk, A.H. van. (2015). Inside megaprojects: Understanding cultural practices in project management. In S.R. Clegg (Ed.), Advances in organization studies (pp. 13-32) Copenhagen:

• • •

of Planners, 35(4), 216–224.

•

Otten, M. (2000). Verstrikt in grote projecten. Den Haag: VNG.

Bruijn, H. (2007) Een gemakkelijke waarheid. Waarom we niet leren van onderzoekscommissies.

•

Podziba, S. (2012). Civic Fusion: Mediating Polarized Public Disputes. Chicago: ABA Publishing.

Den Haag: NSOB.

•

Smyth, N. (1994) Marketing the City: the role of flagship developments in urban regeneration. Londion: Routlegde.

Bruijn, H. de, Heuvelhof, E. ten & Veld, R. in ‘t (2008). Procesmanagement. Over procesontwerp en besluitvorming. Amsterdam: Boom Uitgevers.

•

Copenhagen Business School Press.

Arnstein, S. R. (1969). “A Ladder Of Citizen Participation.” In: Journal of the American Institute

•

vraagstukken. In: Bestuurskunde, 32 (2).

Compton, M., Douglas, S., Fahy, L., Luetjens, J., ‘t Hart, P., & Van Erp, J. (2022). New development: Walk on the bright side—what might we learn about public governance by studying its

•

achievements? Public Money & Management, 42(1), 49-51.

•

Doucet, B.M. (2010). Rich cities with poor people: Waterfront regeneration in the Netherlands Duijn, M. van, & Verheul, W.J. (2015). Stadions als aanjager voor stedelijke gebiedsontwikkeling?

•

Flyvbjerg, B. (2014). What you should know about megaprojects and why: An overview.

•

Flyvbjerg, Bent, (2021), “Top Ten Behavioral Biases in Project Management: An Overview,”

Veen, M. van der & Duyvendak, J.W. (red.) (2021) Participate! Portraits of citizens and cities in action. Rotterdam: Nai010 Publishers.

•

Project Management Journal, 45(2), 6-19.

•

Twist, M. van et al (2021) Leren van of door rapporten. Hoe de gemeente Rotterdam leert van raadsenquetes en rekenkamerrapporten. Den Haag: NSOB.

Bestuurskunde, 24(4), 70-81.

•

Staw, R. (1981). The escalation of commitment in a course of action. The Academy of Management Review, 6(4), 577-587.

and Scotland. Utrecht: KNAG.

•

Spek, M. van der (2023) Mind the Gap: de Tussentafel als tool voor samen werken aan complexe

Verheul, W.J. (2013). Op zoek naar de heilige graal van katalysatorprojecten in stadsontwikkeling. In: Real Estate Research Quarterly, 12(4).

•

Project Management Journal, vol. 52, no. 6, pp. 531–546.

Verheul, W. J., Daamen, T., Heurkens, E., Hobma, F. & Vriends, R. (2017). Durf en diversiteit: meervoudig sturen in gebiedstransformaties. Delft: TU Delft.

•

Hajer, M. (2000) Politiek als vormgeving. Amsterdam: Vossius Press.

•

Hart, P. ’t. (1994). Groupthink in government: A study of small groups and policy failure. Baltimore:

transformatie. Over sturingsdilemma’s en veerkracht in binnenstedelijke gebiedsontwikkeling.

John Hopkins University Press.

Den Haag: Platform31.

•

Hemel, Z. (2021) Er was eens een stad. Visionaire planologie. Amsterdam: Uitgeverij Pluijm.

•

Hobma, F. (2011). Successful Urban Area Development. In A. J. Franzen et al. (Eds.), Management of urban development processes in the Netherlands: Governance, design, feasibility. Delft: Techne Press.

59

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

•

•

Verheul, W.J., Daamen, T. Heurkens, E., Hobma, F. & Zoest, S. van (2019) Leren van Stedelijke

Verheul, W.J. & Schonau, W. (2021) In de schaduw van prestige. De noodzakelijke behoefte aan een volwassen vastgoedorganisatie. In: Bestuurskunde, 30(1).

•

Wolf, E. (2021). “How policy institutions filter conflict. The (de)escalation of policy conflict through closing down or opening up the space of contestation.” In: Built Environment. Vol. 47 (1).

60

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a49991e9-2125-4b09-b3b6-ecb90a8dae8e