CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb006762] Bijlage 2 behorende bij 23bb6760 - Reflectie onderzoek Feyenoord City ( Arcadis/TUD, september 2023)

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 25 oktober 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Projecten20.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

doelen van de stichting. Gangbaar in het vakgebied is het werken met BV’s

en ideële setting van de stichting – behoefte te zijn aan meer transparantie in

(of CV/BV’s), waardoor private partijen en PPS-en wel winstnemingen kunnen

doelen, activiteiten, organisatie en financiën. Dat heeft geleid tot aanvullende

doen. Hierbij ontstaat de prikkel tot winstoptimalisatie, wat op gespannen voet

informatievoorziening. Deze spanning tussen overlaten en transparantie is

kan komen te staan met kwaliteitsaspecten. Naast de rechtsvorm hangt veel af

gedurende het project aanwezig geweest. Transparantie kan vooroordelen weg­

van de overwegingen bij de oprichting, de missie en de doelstellingen van de

nemen en voor meer draagvlak zorgen. Ook in de beeldvorming ligt mogelijk een

stichting. Die bepalen in welk belang de stichting handelt en zijn een permanent

verbeterpunt, wanneer in het openbaar vraagtekens worden gezet bij scheiding

referentiepunt voor het bestuur bij complexe besluiten. Ook gelden de afspraken

van belang door bestuurs- of RVT-leden, omdat deze in het verleden (top)ambte-

in de Driepartijenovereenkomst en de Raamovereenkomst als kader voor het

naar waren voor de gemeente. Alhoewel voorstelbaar is dat dit voor expertise en

handelen.

continuïteit zorgde voor het project, kan het wegnemen van de schijn van belangenverstrengeling ook bijdragen aan draagvlak voor de organisatie­vorm.

27

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Wanneer de gemeente wel (financieel) zou participeren in de stichting, kunnen

Leiderschap, vertrouwen en onafhankelijk procesmanagement

alle voorwaarden met betrekking tot openbaarheid en transparantie worden

Sommige respondenten geven aan dat er te weinig gemeenschappelijk vertrouwen

geregeld (dat is bij een stichting met ANBI-status ook verplicht), en krijgt de

kon ontstaan tijdens het jarenlange proces van Feyenoord City, zeker in de periode

gemeente tevens een (extra) prikkel om de gebiedsontwikkeling tot een succes

vanaf 2018. Ook is daar naar hun beleving weinig op gestuurd. Toekomstige

te maken. Anderzijds leidt een grotere, risicodragende rol voor de gemeente in de

complexe gebiedsontwikkelingen vragen een breed leiderschapsprofiel (zowel

stichting ook tot beperkingen bij andere keuzes. Dit vraagt om een zorgvuldige

privaat als publiek, bestuurlijk als ambtelijk) met in het bijzonder mensgerichte,

afweging. Tenslotte zou de stichting zichzelf na oplevering van projecten dan

verbindende competenties. De vereiste leiderschapsvaardigheden lopen uiteen

ook met recht kunnen omvormen tot gecommitteerd beheerder van het gebied,

en kunnen niet altijd allemaal in één persoon gevonden worden. Daarom is het

wat voor beleggers en corporaties interessant kan zijn.

van belang om complementaire, diverse teams samen te stellen. Leiderschap vergt niet alleen het gezamenlijk ontwikkelen van visies, maar ook het werken aan het omgaan met verschillen. Neuzen staan nooit helemaal dezelfde kant op, dat hoeft ook niet. Overcommitment kan zelfs leiden tot tunnelvisies. Daarom is diversiteit aan mensen en inzichten van belang. Leiderschap vraagt ook om het werken aan vertrouwen. Vertrouwen kun je niet zomaar geven, het is een kenmerk van relaties waar constant aan moet worden gewerkt, zodat het kan groeien. Het is belangrijk om binnen projecten niet alleen over de inhoud te praten (dat is vaak de comfortzone) maar ook over het samenwerkingsproces, emoties en de onderlinge relatie. Met interesse in de persoon zelf. Organiseer, gebruik en benut (formele en/of informele) incheckmomenten om bijvoorbeeld te vragen hoe het gaat met de ander. Een onafhankelijk procesbegeleider, of netwerkmanager, die door alle partijen wordt gesteund, kan hierin ook een belangrijke rol spelen. Formuleer samen met de partijen de opdracht en stel hem of haar samen aan. Deze persoon en de afspraken/uitspraken over verwachtingen over en weer kan vertrouwen en onderlinge verbinding borgen.

28

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Externe bronnen

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

4 Project en programma’s die te veel zijn gebaseerd op enkele individuen zijn

In aanvulling op deze externe reflectie zijn inzichten vanuit externe bronnen

kwetsbaar, hoe belangrijk op dat moment hun formele positie ook is. Vanuit

waardevol:

een procesmanagementbenadering van grote projecten is verankering van commitment een activiteit waar aan het begin, maar ook gedurende het

1

Binnen de casus Feyenoord City geven respondenten indicaties van fenomenen

proces aan gewerkt moet worden (De Bruijn et al, 2008). Tegelijkertijd kan

die soms bij grote projecten worden gezien. Soms neemt een afvaardiging van

niemand commitment afdwingen en is overcommitment ook een risico,

partijen, die niet volledig de achterban vertegenwoordigen, besluiten.

zo benadrukt het wetenschappelijke Reflectieteam van de TU Delft. Bij over­ commitment schieten personen of organisaties door in hun commitment

2 Er zijn meer indicaties die worden geassocieerd met begrippen uit de weten-

terwijl er al signalen op rood staan. Beperkte steun of een kritische houding

schap van psychologie en management van grote projecten. Dat smeulende

in de organisatie kan de planmakers en besluitvormers scherp houden om

kritiek en twijfel onvoldoende werden gezien of opgepakt, kan wijzen op

hun eigen veronderstelling te testen.

‘optimism bias’ en ‘escalatie van commitment’ (zie o.a. het wetenschappelijk werk van Flyfbjerg, 2021; Staw, 1982, e.a.). ‘Het komt vast wel goed als we maar

5 Bij een unieke en onvervangbare eindgebruiker is het belangrijk dat hun

doorzetten op eerder gemaakte afspraken’, lijkt bij grote projecten die met

betrokkenheid gedurende het hele proces zakelijk wordt gewaarborgd.

tegenslag worden geconfronteerd de gedachtegang te zijn bij hoofdrolspelers.

We kunnen ook leren van de rol van de eindgebruikers in het project ­Marinierskazerne Vlissingen (2018). De gemeente Vlissingen werkte jarenlang

3 Bij grote projecten die vroegtijdig zijn gestopt, blijkt uit onderzoek vaak dat

zelfs al afspraken met te verplaatsen bedrijven op de beoogde locatie, maar

de leiderschapstop, de collega, of de andere partij in een netwerksamenwerking

na ongeveer 10 jaar besloot het kabinet de verhuizing uit Doorn toch niet

dat onvoldoende heeft gehoord of er geen gevolgen aan heeft verbonden

door te zetten op basis van protest binnen het korps en dreigende leegloop.

(Verheul & Schonau, 2021) (zie ook Waterfront/Boompjeskade, Floriade Almere, en vele andere (inter)nationale projecten). In hoofdstuk 7 gaan we nader in op het al dan niet gehoord voelen van sommige betrokkenen.

29

aan de voorbereidingen voor de komst van de kazerne. De gemeente maakte

mensen aangeven al hun twijfels en kritiek eerder te hebben geuit, maar dat

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

4

PARTICIPATIE EN DRAAGVLAK

“Start zo vroeg mogelijk met participatie en houd dat tot het eind toe vol. Organiseer voortdurend instapmomenten, geef kritiek een plaats, en houd rekening met het verleden.”

30

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

4.1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Inzicht en toekomstgerichte les

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Een veelheid aan participatieavonden en informatiemomenten gaven ruimte om op de hoogte te zijn van de planontwikkeling van Feyenoord City en daarop te reageren.

Inzicht . Gebiedsontwikkelingen beginnen vaak (te) laat met omgevings­ participatie en bieden (te) weinig rekenschap van het voortraject. Vanaf de start van Feyenoord City in 2017 is hard gewerkt om uit­ gebreide en inclusieve participatie­activiteiten te organiseren, die overwegend positief zijn ontvangen. Toch werd oud zeer en ervaren gebrek aan omgevingsparticipatie in de jaren voordat Feyenoord City startte daarmee niet volledig ongedaan gemaakt.

2 Sommige respondenten hekelen de late start, aangezien in de voorfase (al vanaf

ongeveer 2005) over een nieuw stadion werd gesproken en er in die jaren te weinig participatie zou zijn georganiseerd bij stadionplannen. Zo werd in 2013 een toenmalig stadionplan afgewezen in de gemeenteraad door een gebrek aan participatie. Ook voelen participanten zich overvallen door de locatiekeuze van het stadion. Kritische respondenten ervoeren het participatietraject als een manier om binnen de marges van het plan een mening te geven, zonder dat ze het stadionplan zelf ter discussie konden stellen. Dat noemen ze een weeffout in de planontwikkeling.

Toekomstgerichte les . Bij grote (gebieds)projecten is het belangrijk om zo vroeg mogelijk te starten met participatie. Goede participatie kent meerdere ‘instapmomenten’, ­gevarieerde participatievormen en geeft rekenschap van het voortraject van de ontwikkeling op die plek. Dit laatste is van belang om te voorkomen dat de ‘burden of the past’ van oude plannen, sociale verhoudingen en sentimenten richting overheden en private partijen, de participatie negatief beïnvloeden. Laat kritiek toe en organiseer een goede structuur hiervoor.

3 Bewoners van de buurt De Veranda, die grote invloed zouden ondervinden van

Feyenoord City, waren aanvankelijk kritisch op het te laat betrokken worden. Zo hadden ze het gevoel dat ze met de definitieve afweging van de locatie van het nieuwe stadion als een voldongen feit werden geconfronteerd, ondanks voorafgaande omgevingsparticipatie. Ook enkele zittende ondernemers die met verplaatsing werden geconfronteerd ervoeren dit zo. Later werden bewoners uit de Veranda positiever door de uitgebreide participatieronden, waarin met een deel van hun bezwaren rekening gehouden werd door de gemeente. 4 In een andere buurt, Sportdorp, waren bewoners vooral bezorgd over de

mobiliteitsontwikkelingen en bang dat hun huizen gesloopt zouden worden.

4.2

Bevindingen

Desondanks geven respondenten aan dat ze veel mogelijkheden hadden om te participeren en hun zorgen te uiten, maar dat lang niet iedere buurtbewoner

1

Veel respondenten waarderen de inzet van gemeente en stadion voor de opzet

daar gebruik van maakte.

van omgevingsparticipatie Feyenoord City in de periode 2017-2022. Participanten uit omliggende wijken zijn volgens respondenten overwegend positief over de hoeveelheid participatie (in contrast met ervaringen bij andere projecten).

5 Verscheidene respondenten geven aan dat de supportersgroepen van

­Feyenoord geen onderdeel uitmaakten van de omgevingsparticipatie door STIGAM en de gemeente. De BVO had daarvoor een eigen traject opgezet.

31

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

6 Over de aard van de omgevingsparticipatie lopen de beoordelingen van

9 Diverse voor- en tegenstanders van Feyenoord City vonden dat te onduidelijk

respondenten uiteen. Een deel is zeer te spreken over de hoeveelheid

bleef wat er met feedback uit participatiebijeenkomsten werd gedaan. Soms

­bijeenkomsten en informatievoorziening. Andere respondenten vonden

duurde het heel lang voordat ze iets hoorden, anderen hadden het idee dat er

participatiebijeenkomsten waar zij aanwezig waren te veel naar marketing

niets met hun feedback werd gedaan. Tegelijkertijd zijn er ook bewoners in de

neigden en te weinig echt open om mee te denken.

buurten Veranda en Sportdorp die zagen dat op onderdelen hun bezwaren serieus werden genomen en er aanpassingen plaatsvonden.

7 Onder meer het externe kwaliteitsteam van Feyenoord City (het Q-team)

heeft de gemeente gewezen op het belang van meer en vollediger vormen van participatie voor moeilijk bereikbare groepen in de omgeving.

10 De respondenten die kritisch zijn op het nieuwe stadionplan en Feyenoord

City, zijn van mening dat er te weinig is gedaan met kritische tegenspraak. In hun ogen waren er bij belangengroepen zoals Stadion op Zuid of De Feyenoorder

8 De participatiebijeenkomsten richtten zich vooral op mobiliteitsissues, overlast,

ook hoogopgeleide vakdeskundigen betrokken die naar eigen zeggen niet of

bouwhoogtes, openbare ruimtes en andere ruimtelijke aanpassingen. De

nauwelijks gehoor vonden bij de BVO, het nieuwe stadion en de gemeente.

maatschappelijke issues, zoals ook onderdeel van het sociaaleconomisch

Hun bezwaren betroffen inhoudelijk onder meer de principiële locatiekeuze,

programma, kregen minder aandacht van de organisatoren, maar ook van

de technische kwaliteit van het stadionplan en de business case, die voor de

bewoners zelf.

STIGAM als uitgangspunt golden. De inspraakmogelijkheden waren volgens hen zeer beperkt vergeleken met de ruimte die de private samenwerkingspartners kregen. Deze respondenten adviseren de gemeente bij volgende controversiële projecten om een ‘Raad van Tegenspraak’ op te richten, waarin kritische geluiden van burgers en hun alternatieve voorstellen voldoende een plek kunnen krijgen. 11 Iedereen die wilde participeren, kon dat doen. Wel ziet men het als lastig om

voldoende mensen te laten aanhaken. De non-participanten zijn vaak te druk met de zorg voor hun gezin, of hebben te weinig vertrouwen in de overheid. Daarnaast werd ervaren dat veel aspecten relatief technisch zijn, met begrippen zoals bestemmingsplan, business case, Position Paper, etc. die voor leken veel inleeswerk vergen om goed te kunnen meedoen.

32

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

4.3

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Externe reflectie en bronnen

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Externe bronnen In aanvulling op deze externe reflectie zijn inzichten vanuit externe bronnen

Ontwikkelpunten voor participatie

waardevol:

In het vakgebied zien we dat omgevingsparticipatie bij gebiedsontwikkelings­ projecten al veel wordt toegepast en vaak verder gaat dan alleen de planologische

1

Naar aanleiding van de ontwikkelpunten en reikwijdte voor participatie zien

en juridische vereisten. Dit geldt ook voor Feyenoord City, waar er veel aandacht is

we in andere grote, ruimtelijke projecten vaak een te late start van de partici-

besteed aan omgevingsparticipatie sinds 2017, mede op aandringen van de raad

patie, of een te smalle interpretatie van participatie. Omgevingsparticipatie

door eerdere ervaringen.

vanuit een sociaal-communicatieve en bestuurskundige denkwijze is veel­ omvattender dan vanuit een juridische interpretatie van inspraakprocedures.

Gebiedsontwikkelingsprojecten vragen om vroegtijdige en permanente partici-

Dat betekent dat participatie niet alleen veel eerder moet starten, maar

patie, met het liefst meerdere instapmomenten en typen participatiemomenten.

ook dat vormen van co-creatie (zie participatieladder Arnstein, 1960) een

In de participatie moeten de organisatoren de invloedrijke aanwezigheid van oud

plek moeten krijgen, als meer invloed van burgers, ondernemers en maat­

zeer onderkennen en actief terugkoppelen wat er gebeurt met de inbreng van

schappelijke verbanden is gewenst.

participatie. 2 Net als bij Feyenoord City speelt er rondom grote projecten vaak een belangrijke

Reikwijdte van participatie

voorgeschiedenis. Bij geslaagde participatie is het belangrijk om rekenschap te

Elke plek is belangrijk voor de gebruikers en verschillende betrokkenen vanwege

geven van de geschiedenis en de ‘eigenlogica’ van de plek blijkt uit een analyse

de betekenis, inclusief de historische betekenis. Deze betekenis speelt een grote

van geslaagde en minder geslaagde participatietrajecten in Nederland en

rol in omgevingsparticipatie. Soms gaat het belang zelfs de gemeentegrenzen

Europa (Duyvendak & Van der Veen, 2021).

over, zoals bij de achterban van BVO Feyenoord die uit heel Nederland afkomstig is. Wanneer veranderingen worden aangebracht die invloed hebben op deze

3 Net als bij Feyenoord City is een vaak gehoorde klacht van participanten rond

betekenis, ontstaat er vaak weerstand in gebiedsontwikkeling. Het niet (tijdig)

grote projecten dat te weinig of te laat wordt teruggekoppeld wat er met de

activeren van weerstand of het negeren ervan kan leiden tot het ontstaan van

input wordt gedaan (zie Kennisknooppuntparticipatie.nl). Dit verkleint het

tegenstand en protest.

vertrouwen in participatie, het project en het openbaar bestuur in het algemeen.

Bij Feyenoord City is het belangrijk om kritisch te kijken naar hoe de participatie van de achterban van BVO Feyenoord is vormgegeven. Het werken aan een nieuw stadion, een majeure verandering, vereist het ontwikkelen van goede samenwerkingsverbanden tussen het bestuur en de diverse achterban om escalatie van onvrede te kunnen beteugelen.

33

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

5

REFLECTIE EN ADAPTIVITEIT

“Organiseer periodiek rust- en reflectiemomenten, zodat er ruimte ontstaat om in te spelen op mogelijke weeffouten, veranderingen in de omgeving, wijzigende (economische) ­ ­omstandigheden en voortschrijdende inzichten.”

34

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

5.1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Inzicht en toekomstgerichte les

5

5.2 1

Inzicht . De gebiedsontwikkeling Feyenoord City met een nieuw stadion kent een transformatieproces met een lange doorlooptijd. Dat vraagt om proces­management en een programmatische en adaptieve aanpak, om mee te kunnen bewegen met ontwikkelingen die zich in de context voordoen. Er is behoefte gebleken aan periodieke reflectie, evaluatie, herijking en bijsturing.

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Bevindingen

Door de lange doorlooptijd had Feyenoord City te maken met veranderende omstandigheden op de financiële markt en de bouwmarkt, het maatschap­ pelijke draagvlak en de voorkeuren en sentimenten die daar spelen, plus het bestuurlijk draagvlak (zowel wat betreft publiek bestuur als privaat bestuur). Daarnaast waren er intern veel personele wisselingen, voornamelijk binnen het college en de gemeenteraad na verkiezingen en de directie van de BVO Feyenoord.

2 Enkele respondenten wijzen erop dat er voor hen niet zichtbaar aan scenario­

planning is gedaan. Scenarioplanning betekent niet dat er meerdere scenario’s worden geschetst en een waarschijnlijke (of een te prefereren) variant wordt

Toekomstgerichte les . Bij grote projecten is het belangrijk om scenario’s te plannen, het project op te knippen in kleinere delen en ruimte te bieden voor aanpassingen. Op die manier kunnen bestaande en nieuwe uit­ dagingen met elkaar worden ver­bonden. Bovendien moet je rust voor expliciete reflectie bewust organiseren. Weeffouten in proces, structuur en inhoud en ook voortschrijdend inzicht, zijn er altijd. Verschaf de mogelijkheid om daar het proces en de doelen op bij te stellen. In de metafoor bergbeklimmen wordt de top ook niet in één keer gehaald. Via (tussen)plateaus wordt de gelegenheid geboden om in rust en veiligheid te leren van de afgelegde route. Vragen zijn dan relevant als: moet het doel, de aanpak, of het eindresultaat ­bijgesteld worden? Zijn de juiste randvoorwaarden (nog) aanwezig? Hebben we de juiste samenstelling van het team? Etc.

gekozen. Bij scenarioplanning blijven meerdere scenario’s in de strategie naast elkaar in het vizier blijven en worden ze waar mogelijk worden benut, om adaptief te blijven. Bijvoorbeeld het werken met een terugvaloptie, zoals aan de orde kwam na het zich terugtrekken van BVO Feyenoord. 3 Enkele respondenten wijzen er ook op dat in het de wereld van grote (infra)

projecten steeds gangbaarder is om projecten in deelprojecten op te knippen met verschillende verantwoordelijkheden, omdat het grote project als geheel niet beheersbaar is. De strategie van opknippen verdient in het algemeen overweging, hoewel tegelijkertijd bij deelprojecten de samenhang moet worden geborgd. Hier moet worden vermeld dat het deelproject ‘nieuw stadion’ niet met losknippen faseerbaar was, zoals toegelicht in les 1. 4 Enkele respondenten geven aan dat in de laatste jaren wel gevoeld werd dat

het draagvlak voor een nieuw stadion begon af te nemen, ook binnenskamers. Bijsturen, of eerder gemaakte afspraken opnieuw ter discussie stellen, vonden respondenten om verschillende redenen echter lastig.

35

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5 Respondenten gaven aan dat er in al die jaren geen ‘heidagen’ of andere

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

7 Het Q-team functioneerde als integrale commissie die op basis van verschillende

reflectiedagen met de externe samenwerkingspartners werden gehouden.

expertises advies formuleren aan de gemeenten. Vanwege haar onafhankelijke

De vergaderingen waren altijd op kantoor van de gemeente of private partij,

rol om te integraliteit en verschillende doelstellingen van het masterplan te

maar nooit op een rustige plek of neutraal terrein. De gesprekken werden gevoerd

bewaken, signaleerde de commissie in het vroege begin van het project dat

over de onderhavige inhoudelijke kwesties van dat moment, er waren geen

de marktpartijen veel regie hadden in het proces. Daardoor kwamen sommige

bijeenkomsten waar meer vanuit distantie werd gereflecteerd op fundamentele

onderdelen van het masterplan en de integraliteit niet goed tot uiting. Om hier

zaken zoals de belangen van de partijen, samenwerkingsrelaties en dergelijke.

tegenwicht aan te bieden heeft het Q-team de grotere capaciteitsbehoefte en menskracht bij de gemeente geagendeerd, welke redelijk snel is opgevolgd.

6 Daarbij tekenden enkele respondenten ook aan dat men niet altijd de rust en

Daarmee streefde het Q-team naar het intact en in balans houden van de

de veiligheid ervoer om reflectiesessies te houden en dat men voortdurend de

driehoek (marktpartij, gemeente, commissie) die op elkaar reageren en elkaar

(politieke) druk voelde om door te gaan, knopen door te hakken, plannen in te

ondersteunen.

dienen en businesscases rond te maken. De tijd drong en politieke en private entiteiten en financiële verplichtingen vroegen hierom.

8 Uit de interviews is het dilemma naar voren gekomen tussen continuïteit en

vernieuwing. Waar enkele kritische respondenten opmerkten op dat meer roulatie in het projectteam wat hen betreft wenselijk was geweest om frisse blikken te organiseren, Waardeerden anderen daarentegen de continuïteit van betrokkenen, hun hoge professionaliteit, kennisniveau en commitment aan het project.

5.3

Externe reflectie en bronnen

Tussenstops, aanpassingsvermogen en vertrouwen Gebiedsontwikkelingsprojecten duren vaak lang. In die tijd zijn er maatschappelijke en economische ontwikkelingen, veranderen inzichten en ontwikkelen stake­holders zich in termen van leiderschap en belangen. Een externe project­ omgeving die altijd verandert, vraagt om het bewust organiseren van aanpassings­ vermogen. Soms moeten de doelen, structuur en het gewenste eindresultaat aangepast worden op de veranderingen – dat vraagt moed en regelmatige, goed voorbereide reflectiemomenten met de betrokken stakeholders. Organiseer reflectiemomenten ook (of vooral) in de luwte en niet alleen als de druk op de ketel staat. Dan is er vaak weinig ruimte voor rustige en open reflectie.

36

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Reflectie vraagt om onderling vertrouwen, want door open en eerlijk te zijn stel je

infraproject van het afgelopen decennium) werden regelmatig reflectie-­

jezelf ook kwetsbaar op. Een open cultuur en onderling vertrouwen tussen actoren

evenementen gehouden, om met het netwerk van betrokken partijen te

hoeft geen voorwaarde te zijn om te kunnen reflecteren. Er moet wel van begin af

praten of men nog op de goede weg zat.

aan worden gewerkt, soms juist door je kwetsbaar op stellen. 2 In de wetenschappelijke literatuur wordt ook gesproken over het belang van

Externe bronnen

obligatory passing points; niet alleen bij formele beslismomenten reflectie

In aanvulling op deze externe reflectie zijn inzichten vanuit externe bronnen

organiseren, maar ook op het moment dat je een nieuwe fase in gaat met een

waardevol:

project. Of als er nieuwe omstandigheden, personen of partijen opdoemen, met elkaar nadenken wat het betekent voor het project en een eerder gevormde

1

Grote projecten worden altijd anders uitgevoerd dan vooraf bedacht. Zie ook

koers en (intern of extern) netwerk bijstellen.

de Kop van Zuid, waar initiële programma-ambities uit de jaren tachtig en negentig nu ook deels anders zijn gerealiseerd. Of zie het Utrecht Centrum

37

3 Organiseer reflectiemomenten zowel binnen de organisatie, met externen, als

Plan (UCP), waar zelfs een projectliquidatie plaatsvond en men is doorgestart

in het netwerk: Blijf de fundamentele ‘why?’ op de agenda houden en durf van

in een andere structuur. Of zie het Zuidasdok Amsterdam, waar aanzienlijke

koers te wijzigen. Waarom doen wij dit, welk probleem lossen we op, waarom

wijzigingen in de scope, risicoverdeling en bouwmarkt plaatsvonden. In het

deze strategie, rol structuur en allianties? Welke denkfouten (‘biases’) of

Schiphol-Amsterdam-Almere (SAA) wegenproject (het grootste Nederlandse

tunnelvisies liggen er op de loer?

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

6

VERHAAL EN BETEKENIS

“Storytelling is een succesfactor voor gebiedsontwikkeling. Het verhaal is de ‘motor’ die de gebiedsontwikkeling in beweging brengt én houdt. Het verhaal moet groeien en zich verbinden met de belangen van de diverse stakeholders, de omgeving en de stad, zodat tegenslagen en tegenwind kunnen worden overwonnen.”

38

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

6.1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Inzicht en toekomstgerichte les

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

2 De stimulerende werking van de verhaallijn ‘Nieuw stadion als aanjager’ was

zichtbaar door de toegenomen publieke en private aandacht voor dit deel van de stad. Die aanjaagfunctie was wenselijk voor dit relatief rommelige gebied,

Inzicht . Het projectverhaal (in vakjargon: het narratief) van Feyenoord City was niet statisch. Het heeft zich in de loop der jaren ontwikkeld en meerdere stakeholders hebben zich eraan verbonden. Tegelijkertijd is het narratief van de gebieds­ontwikkeling nooit van alle Rotterdammers geworden. Er waren weinig publieke verhalen­vertellers binnen de club, de politiek, het stadsbestuur en de samen­leving die actief de bühne op gingen voor Feyenoord City. Toekomstgerichte les . Verwoord de noodzaak en betekenis van het project in een overtuigend verhaal, waaraan ook anderen hun eigen verhaal kunnen verbinden. Zet verhalenvertellers in en houd het verhaal actueel door ruimte te geven voor aanpassing en verbinding. Een overtuigend projectnarratief werkt als een sleepnet dat partijen en middelen meeneemt. Een over­ tuigend verhaal is nooit een verhaal van een enkele initiatiefnemer, maar wordt gevormd en doorverteld door cirkels van betrokkenen, waar ieder zijn eigen verhaal aan kan verbinden. Een robuust narratief weet zich bovendien aan veranderende omstandigheden aan te passen, zonder betekenis te verliezen.

gedomineerd door bedrijventerreinen en infrastructuur, met weinig interesse uit zowel de markt als de politiek ten opzichte van andere stedelijke gebieden in Rotterdam (zie ook les 1 ‘Aanjagen en vervlechten’). 3 Het narratief heeft zich bovendien ontwikkeld van een smalle focus op een

nieuw stadion (vooral in de periode tot 2017), tot een breder programma en gebiedsontwikkeling (periode na 2017). Dat aanjagende narratief van stadion en omliggend gebied was er in eerdere stadionplannen ook wel, maar was toen nog vrij algemeen. In de loop der tijd werd het concreter. 4 Hoewel de concept-gebiedsvisie al sinds eind 2015 bestond, voordat er een keuze

voor een stadion werd gemaakt, verschillen respondenten in hun interpretatie van de volgorde en relatie tussen het stadion en de gebieds­ontwikkeling in het verhaal. Sommige respondenten geloofden dat het ­narratief vanaf het begin gericht was op het stadion als drijvende kracht achter de gebiedsontwikkeling. Voor andere respondenten groeide het verhaal van het gebied later. Voor sommige respondenten was het verhaal van een nieuw stadion primair gericht op de club Feyenoord, de stadiondirectie en enkele enthousiaste bestuurders. Het idee van het stadion als aanjager voor Rotterdam-Zuid werd er later bij betrokken om de lobby voor een nieuw stadion sterker te maken en meer steun te krijgen op economisch, politiek en maatschappelijk gebied. 5 Het is moeilijk om de exacte volgorde van het verhaal te achterhalen, omdat er

geen eenduidig verhaal bestaat voor Feyenoord City gedurende de hele periode.

6.2

Bevindingen

Het verhaal bestaat eerder uit een verzameling van verschillende verhalen waar verschillende belanghebbenden zich mee konden identificeren. Voor

1

39

‘Het verhaal’ van Feyenoord City heeft zich kunnen ontwikkelen in de loop der

sommigen spreekt het verhaal van het nieuwe stadion als stimulans voor de

jaren. Uiteenlopende stakeholders konden zich eraan verbinden, het was zeker

voetbalclub aan en vertellen zij dat door. Anderen benadrukken vooral de

niet statisch. Tegelijkertijd is het nooit een echt stadsbreed narratief geworden.

positieve impact van Feyenoord City op het gebied in Rotterdam-Zuid. Weer

Deze dubbele observatie komt terug in de gesprekken met respondenten.

anderen zagen de verplaatsing van het stadion als een ruimtelijk ordenings­

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

verhaal, waarbij er meer ruimte ontstond voor woningbouw, infrastructuur en andere functies in het gebied. Sommige respondenten gaven aan dat een nieuw stadion effectiever zou zijn in het beheersen van problemen zoals voetbal­ geweld en drugsgebruik in vergelijking met de Kuip. Wat het ook is, de kracht van een verhaal is dat verschillende partijen en individuen erachter kunnen staan met hun eigen overtuigingen, waardoor een project mogelijk wordt en niet afhankelijk is van slechts één (soms kwetsbaar) belang. Vooral een verhaal dat publiekelijk wordt gevormd en verteld door het stadsbestuur moet goed aansluiten bij een brede groep stadsbewoners en uiteenlopende belangen. 6 Hoewel het verhaal van Feyenoord City zich steeds verder heeft ontwikkeld

dan alleen een verhaal over een nieuw stadion, blijkt uit zowel media-analyses als gesprekken met respondenten dat andere delen van de Rotterdamse samenleving en gemeenteraad zich niet konden vinden in Feyenoord City als een overtuigend en aansprekend verhaal. Dit geldt voor delen van de Feyenoord-­ fans, zoals de groepen De Feyenoorder, Stadion op Zuid en Red de Kuip (hoewel veel kritische supporters buiten de stad wonen). Maar ook politieke partijen en burgers die kritisch waren op overheidssteun voor voetbal-gerelateerde zaken, zoals een stadion, voelden zich niet verbonden met het plan en verhaal van Feyenoord City. Ze hadden kritiek op de bouwtechnische, economische of planologische aspecten van het plan en het verhaal van Feyenoord City met een nieuw stadion op de voorgestelde locatie en met de beoogde zakelijke haalbaarheid (ze zagen de voorgestelde plannen als financieel of bouw­ technisch te riskant). 7 Wat opvalt is dat, zoals sommige respondenten ook aangaven, het verhaal van

Feyenoord City zich, ondanks pogingen tot verbreding, te veel bleef concentreren op het nieuwe stadion. Het was niet duidelijk op welke doelgroepen het bestaande verhaal gericht was, zelfs met de bredere focus. Ondanks inspanningen om het te hebben over gebieds­ontwikkeling als geheel, werd het publieke debat in de media en de politieke arena steeds gedomineerd door discussies over het nieuwe stadion. Het verhaal over het gebied zelf bleek niet sterk genoeg en niet interessant genoeg voor de media om invloed uit te oefenen op het stadiondebat.

40

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

aanjagen en vervlechten

1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

8 De formele uitingen van het stadsbestuur over Feyenoord City, zoals de Position

Paper, de voortgangsrapportages en de reacties van wethouders in de gemeente­ raad, hebben deels het narratief Feyenoord City steviger onderbouwd. Dat zorgde voor meer overtuigingskracht voor afwachtenden en twijfelaars binnen de politiek en samenleving. De Position Paper liet aan twijfelaars zien dat de gemeente geen ‘blanco cheque’ zou tekenen en duidelijke voorwaarden aan stadion en gebiedsontwikkeling stelde. 9 Tegelijkertijd zijn critici en twijfelaars onvoldoende in het narratief getrokken,

blijkt uit gesprekken met respondenten. Critici of tegenstanders vinden dat de initiatiefnemers en bestuurders te weinig met hen samenwerkten aan een narratief waar eigen verhalen en voorkeuren in konden worden opgenomen. In hun ogen was het narratief van Feyenoord City meer marketing dan open en uitnodigend om er een eigen verhaal aan te verbinden. 10 Het verhaal van Feyenoord City was volgens een aantal respondenten te

rationeel-economisch om iedereen te kunnen raken. Rond Feyenoord spelen veel emoties die om erkenning vragen. Denk bijvoorbeeld aan de voor sommigen ‘heilige grond’ van de Kuip. Bij die personen kwam het zakelijke verhaal over de nieuwbouw als beste voor de club en de stad niet aan. Dat zakelijke verhaal werd ook weinig kleur gegeven door de BVO. Veel respondenten vinden het ingewikkeld om die gevoelens goed te verwoorden in een narratief. 11 Een overtuigend narratief bestaat niet alleen uit woorden maar ook uit

­aansprekende beelden, stellen enkele respondenten die erop wijzen dat de renders (artist impressions) te weinig aansloten bij het Feyenoord-publiek. 12 Voorstanders van het Feyenoord City plan hekelen dat er binnen de club en

het stadsbestuur te weinig krachtige verhalenvertellers waren die het narratief van Feyenoord City op de bühne brachten. Daardoor kon het narratief niet over­genomen worden door verschillende betrokken stakeholders. Vooral toen de tegenstand heftiger werd, hadden leidinggevenden zowel aan de BVO- en de politiek-bestuurlijke zijde meer tijd en energie in de beleving en reproductie

41

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

van het narratief moeten steken, aldus enkele uitgesproken voorstanders onder

Het is dusdanig belangrijk dat een project een herkenbaar verhaal heeft waaruit

de respondenten. Voorstanders misten boegbeelden die voor het plan gingen

noodzaak en betekenis spreekt, dat het ontwikkelen daarvan een integraal

staan en het wisten uit te leggen aan alle (felle) tegenstanders. Ook in de hoop

onderdeel van het project moet zijn, dat niet alleen bij de communicatie- of

dat supporters uit de harde kern zich zouden bedaren toen intimiderende

marketingafdelingen ligt. Activeer verhalenvertellers en werk continu aan een

activiteiten werden gemanifesteerd (zie ook hoofdstuk identiteit en sentimen­ten).

overtuigend, gezamenlijk en robuust verhaal waaraan zoveel mogelijk betrokkenen

Dat geldt niet alleen voor verhalenvertellers in de formele arena’s van gemeente­

hun eigen verhaal kunnen verbinden, omdat het meest overtuigende verhaal het

­raad en reguliere media, maar ook in stadsdebatten en op sociale media.

verhaal is dat wordt overgenomen en doorverteld. Blijf zoeken naar het juiste verhaal, wees nieuwsgierig naar wijzigingen in het verloop van tijd.

13 Betrokken initiatiefnemers geven aan dat er wel vanaf het begin van het

project naar gezaghebbende verhalenvertellers is gezocht, maar dat die niet

Externe bronnen

(bereid) zijn gevonden om op de voorgrond te treden. In een later stadium

In aanvulling op deze externe reflectie zijn inzichten vanuit externe bronnen

heeft in ieder geval de intimiderende sfeer invloed gehad op de bereidheid.

waardevol: 1

6.3

Externe reflectie en bronnen

Als we uitzoomen bij grote stadsprojecten dan zien we naast de harde i­nstru­men­­ten zoals grond en kapitaal een belangrijke rol weggelegd voor taal, symbolen en verhalenvertellers. In een netwerkcontext waarin geen enkele actor voldoende

Het projectverhaal als motor

beslissing- en uitvoeringsmacht heeft, vragen grote projecten om allianties van

De kracht van ‘storytelling’ is een wezenlijke succesfactor voor gebiedsontwikkeling.

groepen met verschillende talen, beelden en symbolen (in jargon: discourscoalities),

Het verhaal is de ‘motor’ die de gebiedsontwikkeling in beweging brengt en houdt.

waarin verschillende verhalen worden opgenomen. Een krachtig narratief is dus

Het verhaal en de betekenis moet groeien en zich verbinden met de belangen

meer dan enkel een verhaal dat top down wordt bedacht (Hajer, 2010; Hemel,

van de diverse stakeholders, de omgeving en de stad, zodat de initiatief­nemers

2021; Verheul, 2012). De overtuigende werking van verhalen zal partijen moeten

tegenslagen en tegenwind overwinnen.

bewegen tot financiële, electorale en personele toewijding aan projecten.

4

10

3 1 5

2

9 11

8

7

6

42

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

2 Krachtige verhalencoalities bij ruimtelijke projecten kunnen we onder meer

zien in Eindhoven bij de transformatie van Philipsterreinen Strijp S en de High Tech Campus, de wederopbouw van Roombeek in Enschede, of de Erasmusbrug/Kop van Zuid. Hier ontstonden narratieven waar betekenis van de plek, verschillende sub-narratieven en lokale identiteiten werden verpakt in een vernieuwend, aansprekend discours. Daarbij wisten vertellers en boegbeelden zoals Riek Bakker, Bram Peper, Pi de Bruin, Peter Kuenzli dat zowel in bestuurlijke echelons overtuigend te brengen als op meer participatieve wijze te doen ontwikkelen. 3 Robuuste narratieven en verhalenvertellers (juist ook de boegbeelden) dienen

rekenschap te geven van emoties van de plek en het ook (of vooral) laten vertellen door anderen als de eigen positie als verhalenverteller controversieel is. Zie hoe in Roombeek Enschede niet de stadsbestuurders maar anderen het verhaal op de bühne brachten en daarbij ook ruimte gaven aan conserverende sentimenten rondom de plek en de historische bebouwing. Verhalenvertellers kunnen zowel formele verhalenvertellers zijn (de publieke en private initiatiefnemers en bestuurders) als de informele vertellers uit de samenleving (zie bijvoorbeeld hoe bij het stadion in Brooklyn Atlantic Yards de artiest Jay-Z een belangrijke verteller is geweest). Dergelijke informele verhalenvertellers kunnen niet zomaar een verhaal van een ander vertellen; ze moeten uit eigen overtuiging de bühne op gaan.

43

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

7

IDENTITEIT EN SENTIMENTEN

“Erken de sentimenten rond plekken, mensen en projecten. Werk preventief aan vertrouwen en spelregels en treed collectief op als door grensoverschrijdend gedrag veiligheid in het gedrang komt.”

44

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

7.1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Inzicht en toekomstgerichte les

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

2 Ook al (ver) voor 2017, spelen voortdurend verschillende voorkeuren in het

maatschappelijk debat wat betreft nieuwbouw of vernieuwbouw van De Kuip. Delen van supportersgroepen keerden zich tegen het plan omdat zij meer

Inzicht . Bij grote projecten spelen altijd sentimenten rondom de plek en betrokken partijen een rol. Die sentimenten worden uitgedrukt in sociaalpsychologische begrippen als ‘place-attachment’ en ‘burden of the past’. Bij Feyenoord City komen deze sentimenten vooral samen bij de door velen gewaardeerde voetbaltempel ‘De Kuip’. Feyenoord City raakt de identiteit van plekken en mensen, met weerstand als gevolg. De ervaren onvoldoende erkenning van weerstand leidde (ongewild) tot stereotypering, een toename van tegenstand en zelfs tot onveilige situaties.

zagen in renovatie van De Kuip in plaats van nieuwbouw. Sommigen verenigden zich in belangengroepen zoals ‘Red de Kuip’, waar ook enkele architecten, advocaten en hoogleraren deel vanuit maakten en waar vanuit alternatieve plannen werden ontwikkeld. Anderen, verenigd in onder meer Stadion op Zuid en de Feyenoorder, keerden zich niet per se tegen nieuwbouw, maar wel op de plek en in de vorm en businesscase zoals werd voorgesteld. 3 Onder de kritische Feyenoordsupporters bestond bij een deel de overtuiging

dat Feyenoord in de Kuip moet blijven spelen als ‘onvervangbare thuishaven’. Bij een ander deel voerde vooral de zorg over de business case en het spelersbudget de boventoon. De zorg was dat nieuwbouw en de gevreesde kostenoverschrijding daarvan de club in problemen zou brengen en Feyenoord

Toekomstgerichte les . Erken de meervoudige identiteit van de plek, de verschillende ­sentimenten (senses of place) en emoties en geef die een plek in het projectverhaal. Werk preventief samen aan vertrouwen op basis van het proces om persoonlijke conflicten te voorkomen. Stel spelregels op en versterk participatiekennis en -vaardigheid. Creëer een veilige setting voor alle actoren. Treed daadkrachtig en collectief op bij grensoverschrijdend gedrag (onveiligheid).

minder spelersbudget zou overhouden. 4 De tegenstand en twijfel nam in de loop der jaren toe nadat door de gestegen

bouwkosten de plannen van het door OMA ontworpen stadion werden aan­ gepast en in de ogen van critici en twijfelaars werden uitgekleed. Hierdoor werd in hun ogen de nieuwbouwvariant steeds minder aantrekkelijk en niet het gedroomde iconische stadion waarop werd gehoopt. 5 Respondenten geven aan dat de tegenstand ook een identiteitskwestie betreft

doordat de club en de Kuip een sterke emotionele betekenis hebben onder supportersgroepen. Voor sommigen is de Kuip ‘sacrale’ grond en daar kan

7.2

Bevindingen

een nieuwbouwplan niet tegenop. Een dergelijk place attachment is zo sterk dat onder fanatieke supporters de gedachte leeft dat Feyenoord beter geen

1

45

Bij Feyenoord City spelen uitgesproken sentimenten over de voetbalclub,

landskampioen kan worden en in de Kuip blijft spelen, dan kampioen worden

een oud en een nieuw stadion en betrokken personen en partijen een grote

in een ander stadion. Enkele respondenten wijzen erop dat zij achteraf een

rol. Deze sentimenten werden in de loop van het project intenser.

(te) zakelijk verhaal hadden waarom nieuwbouw het beste was. Dit zakelijke

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

verhaal werd op een andere golflengte gecommuniceerd en kon daardoor de supporters voor wie de Kuip heilige grond was, onvoldoende bereiken. ‘Een voetbalstadion is een tempel en geen utilitair ding’, zo gaf een respondent aan. 6 De twijfel en tegenstand was er ook in de politieke arena. Gemeenteraads­

leden uitten namens hun partij of als individu, zich kritisch over het plan voor een nieuw stadion. Daarbij spelen ook andere sentimenten een rol. Zoals die onder de niet-voetbalfans, die zich afvroegen of de gemeente überhaupt wel financieel of organisatorisch mee moet werken aan een voetbalstadion terwijl sterspelers hoge salarissen krijgen en er voetbalgeweld plaatsvindt met hoge publieke beveiligingskosten. Ook speelden sentimenten rond voorgaande grote projecten een rol waar sprake was van grote vertragingen of kosten­ overschrijdingen. Vanuit deze ervaringen keek men extra kritisch naar andere grote projecten, zoals Feyenoord City. 7 Onder de supporters waren er ook volop voorstanders van de plannen voor

nieuwbouw. Zij zagen dat de Kuip aan vervanging toe was, zowel qua comfort als wat betreft de mogelijkheden om te groeien. Het steekt voorstanders van nieuwbouw dat er nauwelijks supporters waren die zich publiekelijk uitspraken, dan wel dat de tegenstanders de voorstanders hebben overstemd. Het totaal aantal Nederlandse Feyenoord-fans (het zogenoemde ‘legioen’) zou rond de 2 miljoen mensen bedragen, waarvan maar een kleine minderheid zich krachtig uitsprak tegen de plannen. Sommige respondenten stellen dan ook dat een klein deel uit de harde kern van Feyenoord te veel invloed heeft op de gehele club. 8 Door bedreigingen ontstond een verharde situatie. De bedreigingen werden

in de periode na 2017 heviger, maar waren niet nieuw: al in 2013 werden stads­ debatten over een nieuw stadion in debatcentrum Arminius georganiseerd waarbij door bedreigingen extra politie en beveiliging werd ingezet. Tijdens de coronajaren werden de bedreigingen heftiger. Bij hoofdrolspelers worden stenen door de ruit gegooid en er wordt een zogenoemde speurtocht ­georganiseerd langs hun huizen.

46

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

9 Sommige respondenten stelden dat angst voor de harde kern en wantrouwen

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

12 Respondenten noemen verschillende oorzaken van het stoppen van het

naar tegenstanders ertoe leidden dat kritische supporters in het algemeen

nieuw­bouwplan. Volgens sommigen was het een puur zakelijke beslissing:

niet serieus werden genomen. Andere respondenten wijzen erop dat veel

de gestegen bouwkosten en rentes maakten de businesscase van nieuwbouw

kritische supporters zelf niet in de omgeving van het stadion (of überhaupt in

in najaar 2022 onverantwoord. Anderen wijzen er op dat indirect de kritiek,

Rotterdam) wonen, dus dat hun stem ook minder van belang was dan direct

twijfel en intimidaties meespeelden, omdat publieke en private investeerders

belanghebbenden in de gemeente. Ook wordt teruggegeven dat erkenning

afhaakten die anders de gestegen bouwkosten hadden kunnen opvangen.

wel plaatsvond, maar ook geconcludeerd werd dat de kritiek principieel was

Het maakte dat veel betrokken besluitvormers en financiers heel conservatief

en de aandacht daarom op andere groepen moest worden gericht.

naar de plannen zijn gaan kijken, aldus voorstanders. Respondenten benadrukken dat er behoefte was aan rust in de Feyenoord-gelederen, en dat de directie

10 Zowel voor- en tegenstanders van een nieuw stadion/Feyenoord City kregen

daarom koos voor het afblazen van de plannen, in plaats van het pauzeren ervan.

te maken met stereotyperingen en karaktermoorden. Volgens respondenten deden die vaak geen recht aan de variëteit en intenties van de partijen. Zo

13 Een deel van de respondenten wijst erop dat clubiconen publiekelijk de

ervoeren tegenstanders, zoals de belangengroep Stadion op Zuid, dat zij werden

intimidaties hadden moeten veroordelen en zich duidelijker voor de nieuwbouw­

weggezet als hooligans, terwijl zij zich vreedzaam gedroegen, in de materie

plannen hadden moeten uitspreken. Ook had volgens respondenten de over­

verdiepten en met onderbouwde kritiek en alternatieven kwamen. Anderzijds

heid duidelijker moeten optreden tegen bedreigers, zoals in het Engelse

werden publieke bestuurders beschuldigd van persoonlijk profiteren door hun

voetbal gebeurt. Weer anderen gaven aan dat de intimiderende sfeer niet

medewerking aan Feyenoord City, wat zij op hun beurt als een aanval op hun

goed was, maar ook overdreven werd neergezet in de media.

karakter beschouwden. 14 Vrijwel alle respondenten gaven aan dat door alle politieke en media-aandacht 11 Respondenten noemen de impact van de onveilige situatie en bedreigingen,

voor het stadion het vaak weinig ging over de hele gebiedsontwikkeling.

maar de precieze invloed op beslissingen wordt weinig in beeld gebracht.

De woningbouw of het sociale programma kreeg weinig aandacht en werd

Sommige respondenten geven aan zich niet te hebben laten gijzelen of

overvleugeld door de voortdurende discussies over het stadion.

intimideren, anderen geven aan dat er wel degelijk invloed is geweest op de

47

besluitvorming en publieke steun. Veel betrokkenen kwamen in een lastige,

15 Door enkele respondenten (ook voorstanders van het stadion) wordt aangegeven

onprettige situatie terecht, waardoor overleg en besluitvorming moeilijker

dat de discussies rond het nieuwe stadion en de gebiedsontwikkeling Feyenoord

werd. De bedreigende situatie leidde tot het aftreden van een directeur bij

City tot veel polarisatie en wantrouwen in de stad leidde. Ze denken dat er een

de BVO Feyenoord en het terugtrekken van private financiers bij Vrienden

helingsproces nodig is voor de toekomst van dit gebiedsproject (en mogelijk

aan de Maas, die het nieuwe stadion deels mogelijk moesten maken.

andere grote projecten).

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

7.3

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

Externe reflectie en bronnen

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Externe bronnen In aanvulling op deze externe reflectie zijn inzichten vanuit externe bronnen

Erkenning en optreden

waardevol:

Grote projecten kunnen sentimenten en emoties oproepen vanwege de betekenis van de plek voor gebruikers en actoren. Dat is van alle tijden en gebeurt overal.

1

Het is van belang dat conflicten zoveel mogelijk inhoudelijk plaatsvinden en

Bij een groot stadion in een stad met een intense voetbalcultuur is dat zeker het

niet over de processen/procedures gaan, laat staan over de relaties. (zie figuur).

geval. In zekere zin is de casus Feyenoord City uniek, denk aan sterke sentimenten

Vanuit theorieën over conflicthantering is de gedachte dat er best inhoudelijk

en excessieve gedragingen. Anderzijds zijn er ook meer grote projecten die

conflict mag bestaan over een project, maar dat dit het beste kan als het

tegenstand en emoties oproepen. Denk aan de plaatsing van windmolens of

conflict niet relationeel van aard is. Andersom ontstaat vertrouwen als de basis

AZC’s, die de publieke en private initiatiefnemers nopen om zich beter voor te

van de relatie goed is en er vertrouwen is in de processen om aan inhoudelijke

bereiden op de mogelijke emoties en conflicten die er spelen. En te voorkomen

verschillen te kunnen werken (zie o.a. Wolf, 2018).

dat de projectbesluitvorming en de legitimiteit van het bestuur worden over­ vleugeld. Sentimenten moeten niet worden genegeerd, maar erkend, mede door middel van goede participatieprocessen. Weerstand en conflict kunnen ook een nuttige bron van informatie zijn over voorkeuren van participanten. Daarnaast is een

INHOUD

kundige omgang met grensoverschrijdend gedrag nodig voor de veiligheid van

PROCES

alle betrokkenen.

RELATIE

2 Pasklare oplossingen zijn niet te geven, zeker niet op basis van dit beknopte

onderzoek. Wel is het nodig dat daadkrachtig en collectief opgetreden wordt als de veiligheid van personen in het geding komt. Daar zal de gemeente als publieke actor met bevoegdheden iets mee moeten doen voor toekomstige controversiële projecten. De basisveiligheid van betrokkenen moet zoveel mogelijk worden gegarandeerd en escalaties moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Naast het belang van goede en tijdige participatie in het algemeen, is gezien de toename van hevige maatschappelijke uitingen extra kennis en kunde van belang over conflictbeslechting (public mediation) (zie oa Podziba, 2012; Wolf, 2020).

48

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

1

aanjagen en vervlechten

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

8

(NETWERK)LEREN EN IMPLEMENTEREN

“Herstel ‘oud zeer’ en geef leren een plek tijdens het project én na afloop. Organiseer het leren binnen het netwerk en in de projectorganisatie en zorg voor borging in de lijnorganisatie.”

49

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

8.1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

Inzicht en toekomstgerichte les 2 Diverse respondenten zijn van mening dat de gemeente Rotterdam niet zo

goed is in leren. De gemeente moet beter worden in het bespreken van de

Inzicht . De gesprekken binnen dit onderzoek waren voor het merendeel van de respondenten de eerste serieuze poging om lessen te overdenken, te expliciteren en te bediscussiëren. Dat vroeg wat hen betreft om een vervolg. Soms waren er kleinschalige, interne reflectiemomenten, maar niet binnen het bredere netwerk met alle actoren.

effectiviteit, doelmatigheid en legitimiteit van beleid en beleidsuitvoering, het terugblikken op eerdere projecten en het inbedden van lessen uit project­ evaluaties. Doordat de gemeente hier volgens respondenten nu niet goed in is, volgt het lessen uit onderzoeksrapporten van vorige projecten soms ­onvoldoende op. Respondenten verwijzen naar eerdere rapporten over grote projecten zoals het Warmtebedrijf, de Museumparkgarage, de Boompjeskade of het Schiekadeblok, waarin soms overeenkomstige lessen zijn opgetekend. Deze constatering is op zichzelf een belangrijke uiting van reflectief leren.

Toekomstgerichte les . Organiseer tijdens én na afloop van een project ruimte om te leren van zowel successen als mislukkingen. Zorg voor een veilige sfeer en behandel zowel de hard als de soft controls. Een ruimte creëren voor herstel van (mogelijk) beschadigde verhoudingen binnen de eigen organisatie en tussen de actoren is hierbij een randvoorwaarde. Zorg er ook voor dat leren zich niet beperkt tot de interne organisatie, maar ook tussen afdelingen en actoren in het netwerk. Vooral ­netwerkleren vraagt bij gebiedsontwikkeling bewuste aandacht. En geef deze leerfunctie een plek in de structuur en inrichting van het (gebieds) project, verbonden met de lijnorganisatie, in termen van processen, producten en ­persoonlijke vaardigheden.

Respondenten gingen niet alleen in op het instrumenteel leren, maar keken ook naar het wezen van de organisatie zelf. 3 Voor Feyenoord City geven enkele respondenten aan dat voor de strategie juist

heel specifiek instrumenteel is geleerd van grote projecten zoals het Warmtebedrijf, Schiekadeblok en Hart van Zuid. 4 Respondenten, ondersteund door een analyse van 10 jaar rekenkamerrapporten,

geven aan dat het gebrekkige leren ook in de cultuur zit. Het naoorlogse Rotterdam zou een stad zijn van doorgaan, doorbouwen, geen woorden maar daden, altijd meteen verder met de volgende projecten. Deels heeft deze cultuur de stad veel gebracht, maar anderzijds maakt de stad ook dure fouten of mist het kansen. En soms worden fysieke projecten wel gerealiseerd, maar sociale processen van samenwerking, afstemming en draagvlak veronachtzaamd. Ook de rekenkamer wijst erop dat de ‘hard controls’ beter zijn ontwikkeld dan

8.2 1

50

Bevindingen

Leren binnen de gemeente vraagt ook om het evalueren van sturings- en

de ‘soft controls’. 5 Een andere dimensie van leren van projecten die enkele respondenten aan-

controleprocessen tussen gemeenteraad, college en ambtelijke organisatie,

droegen, is het zoeken naar waarden, betekenis, publiek belang en inbedding

gericht op verbetering van rollen en de kwaliteit van grote projecten. Volgens

in grotere beleidsverhalen en ambities van de stad. De cultuur van projecten

sommige respondenten wijzen de raad en het college te veel naar elkaar en

realiseren leidt er volgens hen toe dat projecten nog te veel op zichzelf staan.

kijken ze te weinig naar zichzelf. Leren vraagt ook om kritische introspectie.

Het stadionproject stond aanvankelijk te veel op zichzelf, maar werd geïntegreerd

Leren van Gebiedsontwikkeling Feyenoord City

aanjagen en vervlechten

1

2

kaders en controle

3 samenwerking en (schijn)consensus

4

participatie en draagvlak

5

reflectie en adaptiviteit

6

verhaal en betekenis

7

identiteit en sentimenten

8

(netwerk)leren en implementeren

in een gebiedsontwikkeling. Tegelijkertijd geven enkele respondenten aan dat Feyenoord City onvoldoende aangehaakt was op Rotterdam Zuid als geheel, NPRZ, de stad en de metropoolregio. De vraag bij dergelijke projecten moet steeds zijn: aan welke grotere gebiedsidentiteit en ontwikkelstrategie op hogere ruimtelijke schaalniveaus kan het (gebied)project bijdragen, en hoe? Welke publieke waarden spelen een rol en hoe worden deze geborgd in het project? 6 Enkele respondenten wijzen ook op de complexe verhoudingen en sentimenten

die een rol speelden tussen betrokken actoren, specifiek rondom het nieuwe stadion. Vanwege het wantrouwen en de polarisatie zou er eerst ruimte moeten komen voor genezing, voordat er verder wordt gegaan in het gebied en daarbuiten. Respondenten die kritisch zijn ten opzichte van Feyenoord City, vinden dat er in het proces Feyenoord City fouten zijn gemaakt. Niet alleen op inhoudelijk vlak, maar ook wat betreft communicatie en momenten van afstemming tussen publieke, private en maatschappelijke partijen. Sommige respondenten geven daarbij aan dat erkenning als onderdeel van reflectie nodig is om vertrouwen te herstellen tussen partijen. Daarmee is erkenning van bestaande pijn uit het (nabije) verleden en bijbehorende reflectie belangrijk om te kunnen ‘genezen’ met elkaar en door te kunnen in de toekomst. Het is belangrijk om partijen terug te brengen naar speaking terms. Een dergelijke kijk staat in contrast met die van andere respondenten, die stellen dat er geen gemeentelijke fouten zijn gemaakt bij Feyenoord City en dat de koers slechts is verlegd doordat de nieuwbouw van het stadion niet doorgaat. Het is belangrijk om serieus en opnieuw in gesprek te gaan met partijen in de omgeving die zich in het verleden niet begrepen voelden. Dit is zowel aan te raden voor de toekomst van Feyenoord City als voor andere grote projecten.

7 Na de interviews voor dit reflectieonderzoek gaven veel respondenten aan

dat het gesprek een goede start was en dat zij het goed zouden vinden als er steviger, in kleiner verband doorgesproken zou wordt over wat er is gebeurd en wat er in de toekomst beter kan. Specifiek geven sommige respondenten aan dat dit onderzoek een tussentijdse reflectie is op een proces dat doorloopt, zij het met een andere scope. Aangezien dit onderzoek bedoeld is om Rotterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a49991e9-2125-4b09-b3b6-ecb90a8dae8e