[23bb006753] Bijlage behorende bij 23bb6752 - definitieboekje collegetargets geactualiseerd 2023
Tekst van het document
Definitieboekje collegetargets
3-10-2023
Inhoud Een Veilige, schone en groene stad ......................................................................................................................2 1. Collegetarget Veiligheid .....................................................................................................................................2 2. Collegetarget Verminderen naastplaatsingen en zwerfafval............................................................5 3. Collegetarget 20ha meer groen in de stad ...............................................................................................8 Kansengelijkheid ...........................................................................................................................................................12 4. Collegetarget Schil om de school................................................................................................................12 5. Collegetarget Schuldhulpverlening ............................................................................................................16 6. Collegetarget Minder Rotterdammers in de bijstand .........................................................................19 Wonen en mobiliteit .....................................................................................................................................................22 7.
Collegetarget Woningbouwproductie ........................................................................................................22 8. Collegetarget Verkeersveiligheid ................................................................................................................25 Klimaat en energie .......................................................................................................................................................28 9. Collegetarget 25% CO2-reductie................................................................................................................28 Zorg, welzijn en sport ..................................................................................................................................................31 10. Collegetarget woonzorgconcepten ..........................................................................................................31 11. Collegetarget Jeugdpreventie....................................................................................................................36 12. Collegetarget Toename sportdeelname................................................................................................41 Economie, haven, ondernemerschap, toerisme en cultuur .....................................................................46 13.
Collegetarget Bedrijfsruimte .......................................................................................................................46 Bestuur, organisatie en financiën..........................................................................................................................51 14. Collegetarget Tevredenheid Concerndienstverlening ....................................................................51 15. Collegetarget Wijk aan Zet..........................................................................................................................55
1
Een Veilige, schone en groene stad 1. Collegetarget Veiligheid ▪ De Veiligheidsindex (VI) binnen het Wijkprofiel heeft in 2026 een gemiddelde score die gelijk of hoger is dan de gemiddelde score op de VI in 2022 (110). ▪ De 5 laagst scorende wijken *) op de VI van 2022 (Carnisse, Hillesluis, Tussendijken, Tarwewijk, Lombardijen) laten in 2026 een stijging van tenminste 5 punten zien t.o.v. 2022. Portefeuillehouder: burgemeester Aboutaleb Begrotingsprogramma: Veilig SDG: 16. Vrede, justitie en sterke publieke diensten Doelstelling: specifiek ▪ De Veiligheidsindex (VI) binnen het Wijkprofiel heeft in 2026 een gemiddelde score die gelijk of hoger is dan de gemiddelde score op de VI in 2022 (110). ▪ De 5 laagst scorende wijken *) op de VI van 2022 (Carnisse, Hillesluis, Tussendijken, Tarwewijk, Lombardijen) laten in 2026 een stijging van tenminste 5 punten zien t.o.v. 2022. *) hierbij worden de atypische wijken (Zuiderpark/Zuidrand, CS-kwartier, Cool, Zuidplein) buiten beschouwing gelaten. Er wordt gesproken over atypische wijken omdat er relatief veel bezoekers zijn. Wijken als CS-kwartier, Cool, Zuidplein, Zuiderpark en Zuidrand hebben door hun functie als werken voorzieningenknooppunt naar verhouding veel ‘bezoekers’.
Onder bezoekers verstaan we mensen die in het gebied komen werken, maar er niet wonen of er gebruik komen maken van winkels, horeca en culturele voorzieningen en evenementen. Alleen al het aandeel werkenden in deze wijken ten opzichte van het totaal van aantal inwoners plus werkenden ligt boven de 70 procent. Tel daar nog de grote (maar niet getelde) aantallen bezoekers van voorzieningen bij op. Wijken met een dergelijke functiemix van wonen, werken en voorzieningen (waarbij wonen het kleinste aandeel heeft) tellen ook veel veiligheidsincidenten die gepaard gaan met dergelijke grote bezoekersaantallen. Deze relatief hoge incidentie in deze wijken bepaalt in grote mate de lagere score op de veiligheidsindex. Met welke inspanningen wordt de doelstelling gerealiseerd De Veiligheidskoers 2023 – 2027 en het coalitieakkoord 2022-2026 vormen de basis voor het realiseren van onze ambities. Naast directie Veiligheid dragen vele onderdelen van de gemeentelijke organisatie hieraan bij, zoals de handhavers van Stadsbeheer. Daarnaast werken we nauw samen met veel (maatschappelijke) organisaties, waaronder de politie Samen met ondernemers en bewoners en andere professionals wordt bepaald welke problemen moeten worden aangepakt. Bewoners en ondernemers dragen ook bij aan de oplossingen.
Met hen maken wij afspraken over wat zij in hun eigen wijk kunnen doen, en welke inzet van de gemeente hen daarbij kan ondersteunen. Buurt Bestuurt, de wijkraden en de Stuurgroep Veilig in de Wijk zijn hiervan voorbeelden. We zetten ook in met cameratoezicht, studenten-en pleinstewards en jongerenwerkers. Afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de verbinding tussen sociaal, fysiek en veilig nog verder geïntensiveerd moet worden om nog beter invloed uit te kunnen oefenen op de veiligheidscomponent. Bijzondere aandacht verdient de veiligheidsbeleving die in meerdere wijken achterblijft. Vaak spelen persoonlijke factoren, zoals leeftijd, geslacht, gezondheid en sociale status een rol. Maar ook de kwaliteit van de buitenruimte, vertrouwen en zichtbaarheid van de overheid, anonimiteit in de openbare ruimte, berichtgeving in de media en maatschappelijke contexten blijken van grote invloed. Op slechts een klein aantal van deze factoren kunnen we invloed uitoefenen. Toch is het belangrijk om hier wel aandacht voor te hebben. De vraag is welke interventies hier op wijkniveau
2
tegenwicht aan kunnen bieden. De komende periode gaan we aan de slag met nieuwe methoden om veiligheidsbeleving te verbeteren en proberen deze uit in verschillende wijken. In de vijf laagst scorende wijken worden op basis van analyses maatregelen genomen. Naast de collega’s van de directie veiligheid en andere gemeentelijke collega’s, is in enkele gebieden een stadsmarinier als plus toegevoegd. Analyses vinden integraal plaats niet alleen op het gebied van Veilig maar ook Sociaal en Fysiek. Vaak geeft een probleem in een van de andere domeinen uiteindelijk (een gevoel van) onveiligheid. De accounthouders Veilig in de wijken werken nauw samen met de accounthouders uit de andere domeinen, politie en Toezicht en Handhaving. Daar waar noodzakelijk vindt extra inzet plaats en worden in voorkomende gevallen toezicht camera’s geplaatst of Mosquito’s opgehangen. Ook worden woonoverlast en ondermijnende activiteiten aangepakt en middels projecten in de focusgebieden onregelmatigheden opgespoord en opgelost in de (sociale) huursector. Verder is er een nauwe samenwerking in de wijk MT’s en worden de wijkraden ondersteunt bij het opstellen van hun wijkgerichte actieplannen” Nulmeting, mijlpalen en eindwaarde De Veiligheidsindex binnen het Wijkprofiel heeft in 2026 een gemiddelde score die gelijk of hoger is dan de gemiddelde score op de Veiligheidsindex in 2022 (110).
2022, nulmeting Score Veiligheidsindex 2022 (gaat over 2021)
2023 (peildatum)
2024 Score Veiligheidsindex 2024 (gaat over 2023)
Mijlpaal Nvt VI >=110 realisatie VI = 110 *eindwaarde beschikbaar bij eindverantwoording: december 2025 2022, nulmeting Score Veiligheidsindex 2022 (gaat over 2021)
Mijlpaal
2023 (peildatum)
2024
2025 (peildatum)
Nvt
2025 (peildatum)
Score Veiligheidsindex 2024 (gaat over 2023) Nvt
Carnisse = 87 Hillesluis = 90 Tussendijken = 91 Tarwewijk = 91 Lombardijen = 92
realisatie
Carnisse = 85 Hillesluis = 88 Tussendijken = 89 Tarwewijk = 89 Lombardijen = 90 *eindwaarde beschikbaar bij eindverantwoording: december 2025
3
2026/einde collegeperiode (12-01-2026)* Score Veiligheidsindex 2026 (gaat over 2025) VI >=110
2026/einde collegeperiode (12-01-2026)* Score Veiligheidsindex 2026 (gaat over 2025)
Nvt Carnisse = 90 Hillesluis = 93 Tussendijken = 94 Tarwewijk = 94 Lombardijen = 95
Bron, berekening en beschikbaarheid gegevens Het Wijkprofiel wordt iedere twee jaar samengesteld op basis van data van het voorgaande jaar. Het Wijkprofiel 2022 is dus gebaseerd op data uit 2021. De Veiligheidsindex is een van de drie pijlers van het Wijkprofiel en bestaat uit een subjectieve en een objectieve index. De subjectieve index wordt gebaseerd op enquêtes onder een representatieve en robuuste steekproef van Rotterdammers. De objectieve index wordt berekend op basis van een selectie van cijfers van Politie (BVH en GMS) en Brandweer over de periode november 2024 t/m oktober 2025. De veiligheidsindex (als onderdeel van het Wijkprofiel) komt in deze collegeperiode nog twee keer uit: in januari 2024 met incidentie-data van misdrijven en meldingen over de periode november 2022 t/m oktober 2023 en in januari 2026 met incidentie-data van misdrijven en meldingen over de periode november 2024 t/m oktober 2025 Nulmeting en mijlpalen zijn naar aard gelijk aan het target. Alle informatie over de totstandkoming van het Wijkprofiel is te vinden op wijkprofiel.rotterdam.nl. Rapportage en verantwoording - Over de target veiligheid, veiligheid in de stad en ontwikkelingen die wij in de stad zien, rapporteert het college eens per twee jaar aan de raad aan de hand van het wijkprofiel. - Op specifieke veiligheidsonderwerpen en programma’s wordt apart gerapporteerd aan de raad.
P&C cyclus/bestuursrapportages; hierin rapporteren we tussentijds aan de raad over inspanningen en de Veiligheidskoers 2023 – 2027 en het coalitieakkoord 2022-2026.
4
2. Collegetarget Verminderen naastplaatsingen en zwerfafval We verminderen naastplaatsingen en zwerfafval in de 20 wijken die het slechtst scoren. Doel in deze collegeperiode is een stijging van de CROW-score op naastplaatsingen en zwerfafval met gemiddeld 5 procentpunt over alle 20 wijken. Portefeuillehouder: wethouder Karremans Begrotingsprogramma: Beheer van de stad SDG: 11. Duurzame steden en gemeenschappen Doelstelling: specifiek We verminderen naastplaatsingen en zwerfafval in de 20 wijken die het slechtst scoren. Het doel is een stijging van de CROW-score van gemiddeld 5 procentpunt ultimo 2025 ten opzichte van het jaargemiddelde ultimo 2021. Een naastplaatsing is afval naast de containers en kan bestaan uit zakken, dozen en grofvuil. Zwerfafval is ‘klein’ afval dat mensen bewust of onbewust weggooien of achterlaten in de openbare ruimte op plaatsen die daar niet voor bestemd zijn. Voorbeelden zijn verpakkingsmaterialen, sigarettenfilters, kauwgomresten, blikjes en flesjes. Zwerfafval en naastplaatsingen zijn grote ergernissen van Rotterdammers. Meer naastplaastingen betekent ook meer kans op zwerfafval. Vanwege deze samenhang is het target op beide onderwerpen gericht. Voor de aanpak op naastplaatsingen is extra geld beschikbaar gesteld in het coalitieakkoord.
Met welke inspanningen wordt de doelstelling gerealiseerd De succesvolle NietRnaast-aanpak om naastplaatsingen aan te pakken wordt over heel Rotterdam uitgerold. In de wijken worden alle containers gecontroleerd. Medewerkers registreren de naastplaatsingen met behulp van een app en halen ze van straat. Er wordt samengewerkt met handhavers om boetes uit te schrijven. Analyse van de registraties wordt ingezet om het werkproces en de wijkgerichte dienstverlening te optimaliseren. Uit de metingen van de naastplaatsingen bleek dat 20 wijken slecht scoren. Dit heeft geleid tot deze target, waarbij naast de naastplaatsingen ook de aanpak van het zwerfvuil is betrokken omdat deze twee onderwerpen vaak hand in hand gaan waar het gaat om de vervuiling in de wijk. Naastplaatsingen pakken we ook aan door vaker en strenger te beboeten. Reinigingsmedewerkers leiden we op tot toezichthouder zodat zij kunnen optreden tegen naastplaatsingen. Met de introductie van de pop-up milieuparken krijgen bewoners de kans om kapotte of kringloopwaardige spullen op een laagdrempelige manier in te leveren in hun wijk. Het pop-up milieupark bestaat uit meerdere containers, elk voor een aparte grondstof, zoals textiel, oud papier en karton, elektrische apparaten en grofvuil. Ook kunnen bewoners spullen inleveren die nog bruikbaar zijn.
Tegelijkertijd maken we Rotterdammers bewust van het belang van afval scheiden en informeren we hen over de milieuparken waar ze het hele jaar terecht kunnen. In 2023 worden er minimaal 100 pop-up milieuparken georganiseerd. Samen met de verruiming van openingstijden van de milieuparken en de recente ingebruikname van te lenen bakfietsen (incl. reservering) zorgt deze wijkgerichte dienstverlening voor meer service naar en gemak voor de Rotterdammers. We gaan verder met onze aanpak van zwerfafval en het reinigen van de buitenruimte. We zetten de reinigingsteams vaker in, stadsbreed en ook in het weekend. We zetten bij de in- en/of uitgang van parken op piekmomenten grote containers neer. We investeren in zogenaamde ‘zakken vullen’ acties, waarbij bewoners en schoolkinderen voor een kleine tegenprestatie zwerfafval opruimen.
5
De landelijke invoering van statiegeld op plastic flesjes (sinds juli 2021) en blikjes (vanaf 2023) heeft invloed op de hoeveelheid zwerfafval. We zien het aantal flesjes in het zwerfafval afnemen. Tegelijkertijd heeft het zoeken van flesjes in afvalbakken door Rotterdammers die wat bij willen verdienen, weer nieuw zwerfafval tot gevolg. Nulmeting, mijlpalen en eindwaarde 2021 (nulmeting)
Mijlpaal
2022 (31-122022)
2023 (31-122023)
2024 (31-122024)
2025 (31-122025)*
2026/einde collegeperiode
80,25% niveau B of hoger
81,5% niveau B of hoger
82,75% niveau B of hoger
84% niveau B of hoger
84% niveau B of hoger
Realisatie
79% niveau B of hoger** Beeldkwaliteit naastplaatsingen en zwerfafval in de 20 slechtst scorende wijken *eindwaarde beschikbaar bij eindverantwoording ** jaargemiddelde van alle metingen Bron, berekening en beschikbaarheid gegevens CROW-systematiek Er wordt gemeten volgens de landelijke CROW-systematiek, die de gemeente sinds 2019 toepast om de beeldkwaliteit van de Rotterdamse buitenruimte te monitoren. De metingen worden steeksproefsgewijs gehouden en gedurende het hele jaar uitgevoerd op verschillende tijdstippen, dagen en seizoenen. Hierdoor kan het aantal metingen per wijk per jaar verschillen. Voor de metingen wordt gebruik gemaakt van standaard beeldmeetlatten en meetmethoden uit de landelijke CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte. Een beeldmeetlat beschrijft een kwaliteitscriterium met foto’s, beschrijvingen en prestatie-eisen. Bij elke beeldmeetlat wordt de score uitgedrukt in een kwaliteitsniveau. Deze kwaliteitsniveaus lopen van A+ tot en met D: • A+ = zeer goed • A = goed • B = voldoende • C = matig tot onvoldoende • D = onvoldoende tot achterstallig Er zijn beeldmeetlatten voor de reiniging van de openbare ruimte (Schoon), beheer verharding en beheer groen (Heel). Een onafhankelijk bedrijf meet volgens deze systematiek de buitenruimte op CBS-buurtniveau.
De gemeenteraad wordt conform de P&C-cyclus geïnformeerd over de gemeten CROWkwaliteitsniveaus op Schoon en Heel. De CROW-indicator Schoon en Heel staat in de begroting. De resultaten worden ook online gepubliceerd op een schouwkaart: Beeldkwaliteit meten | Rotterdam.nl. Metingen van het target Voor het collegetarget worden de metingen gebruikt voor de CROW-indicatoren op naastplaatsingen en zwerfafval. Voor naastplaatsingen betreft dit de beeldmeetlat Meubilair-container-bijgeplaatst afval rondom container. Voor zwerfafval wordt het gemiddelde van de 5 verschillende beeldmeetlatten over zwerfafval gehanteerd, te weten ‘Groen-beplanting-zwerfafval grof’, ‘Groen-gras en kruidachtigenzwerfafval fijn’, ‘Groen-gras en kruidachtigen-zwerfafval grof’, ‘Verharding-zwerfafval fijn’ en ‘Verharding-zwerfafval grof’. De realisatie is het gemiddelde van de scores op naastplaatsingen en zwerfafval, waarbij aan beide een even zwaar gewicht wordt toegekend.
6
De 20 slechtst scorende wijken zijn benoemd op basis van hun scores op naastplaatsingen over 2021, vanwege de focus van de NietRnaast aanpak en de aandacht voor dit onderwerp in het coalitieakkoord. De gehele collegeperiode blijft de focus liggen op deze 20 wijken. Dit betreft CBS-wijken. Het betreft de volgende wijken:
Wijk Pendrecht Oud Charlois Tarwewijk Carnisse Lombardijen Stadsdriehoek Provenierswijk Vreewijk Tussendijken Bergpolder Struisenburg Oude Noorden Rubroek Beverwaard Spangen Zuidwijk Bospolder Hillesluis Zuiderpark Nieuwe Westen
Gebied Charlois Charlois Charlois Charlois IJsselmonde Rotterdam Centrum Noord Feijenoord Delfshaven Noord Kralingen-Crooswijk Noord Kralingen-Crooswijk IJsselmonde Delfshaven Charlois Delfshaven Feijenoord Charlois Delfshaven
Gemiddelde top 20:
Gemiddelde CROW-score 2021 naastplaatsingen en zwerfafval 76,69% 80,40% 73,16% 73,23% 81,43% 79,45% 81,24% 82,47% 72,07% 80,71% 82,87% 74,89% 79,46% 82,83% 74,63% 86,25% 77,33% 74,40% 91,30% 81,75% 79,33% niveau B of hoger
NB. Het Witte Dorp scoorde ook niet goed op de metingen naastplaatsingen. Echter, deze wijk is niet opgenomen in bovenstaand overzicht vanwege het feit dat deze wijk in 2021 slechts 4 metingen op naastplaatsingen had. Dit ligt lager dan het minimale aantal van 8 metingen per wijk om een betrouwbaar cijfer te krijgen, waardoor het Witte Dorp niet geschikt is bevonden als onderdeel voor de uitvoering van het collegetarget. Nulmeting De nulmeting over 2021 betreft het gemiddelde van de scores op naastplaatsingen en zwerfafval voor deze 20 wijken. De gemiddelde score over 2021 is 79% niveau B of hoger. Deze score is gebaseerd op 8.311 metingen in 2021. Rapportage en verantwoording Jaarlijks in het eerste kwartaal wordt met een wethoudersbrief gerapporteerd aan de gemeenteraad over de inspanningen en voortgang op het target. De realisatie van het target is tevens beschikbaar in de jaarrekening. De verantwoording van dit target wordt opgenomen in de integrale eindverantwoording van het college.
7
3. Collegetarget 20ha meer groen in de stad In deze collegeperiode wordt 20 ha groen erbij gerealiseerd of wordt de planvorming afgerond en start de uitvoering ervan uiterlijk in 2026. Portefeuillehouder: wethouder Karremans Begrotingsprogramma: Stedelijke ontwikkeling, fijn leven en verblijven in de delta SDG: 11. Duurzame steden en gemeenschappen en 14. Leven op het land Doelstelling: specifiek Achtergrond van dit target is de behoefte aan en de meerwaarde die een groene aantrekkelijke leefomgeving biedt voor het vestigingsklimaat en de gezondheid van mensen en de bijdrage die groen levert aan verbetering van het klimaat en de biodiversiteit. Zeker in relatie tot de ambities van het college, om jaarlijks te starten met de bouw van 3500-4000 woningen, is het toevoegen van groene ruimte noodzakelijk. In deze collegeperiode wordt 20 ha groen erbij gerealiseerd of wordt de planvorming afgerond en start de uitvoering ervan uiterlijk in 2026. 20 ha: Het betreft 20 hectare toevoeging aan het areaal “groen” binnen de gemeentegrenzen. Het gaat om het saldo van toevoeging en afname aan het areaal groen in de openbare ruimte en op publieke en private daken. Exclusief de locaties die gereserveerd zijn voor bouwactiviteiten, volgens bestemmingsplannen. Extra vergroening van de openbare ruimte bij herontwikkeling van locaties via sloop-nieuwbouw worden wel meegerekend.
Hierbij meten we het verschil in areaal groen in de oude situatie (voor sloop) en na realisatie van de nieuwbouw. Het betreft daadwerkelijk gerealiseerd groen oppervlak tot 30-11-2025, inclusief: - Projecten die vanaf 1 juli 2022 uitgevoerd zijn of in uitvoering zijn, en die nog niet zijn meegeteld in de 20 hectare projecten van het college 2018-2022; - Projecten waarvan de uitvoering start op uiterlijk 01-03-2026; - Planvoorraad: plannen waarvan het Voorlopig Ontwerp (VO) of onderhoudsplan is vastgesteld vanaf 1-7-2022 tot uiterlijk 30-11-2025 en waarvan de uitvoering uiterlijk in 2026 start. Het vaststellen van een inrichtingsplan is gedelegeerd naar een ambtelijk team dat per gebied werkzaam is. Alleen bij grote inrichtingsplannen (zoals Coolsingel) blijft B&W hiervoor verantwoordelijk. Indien een Inrichtingsplan als Voorlopig Ontwerp is opgesteld, wordt na ambtelijk akkoord (vaststelling) dit VO via een centrale mailbox verzonden naar alle belanghebbenden, die er op kunnen reageren (zoals kabel- en leidingeigenaren, brandweer, waterschappen enz.). De datum dat een VO is verzonden via deze centrale mailbox wordt als datum genomen voor vaststellen VO. Vanwege de verantwoording aan de gemeenteraad wordt als einddatum 30 november 2025 genomen, vier maanden voor de collegeperiode eindigt. Dit was ook bij de vorige collegeperiode het geval.
Hierbij gaat het om het saldo van de vergroening bij de genoemde plannen en projecten, dus de toename verdisconteerd met de afname van groen. Groen: Het betreft hier de buitenruimte die is ingericht met natuurlijke, levende beplanting in al zijn verschijningsvormen, zoals grassen, bloeiende heesters en bomen. Het betreft groen in publiek eigendom, in de volle grond. Daarnaast gaat het om groen op niveau (zoals groene daken) bij publiek en privaat eigendom. Niet natuurlijk levend groen telt niet mee, zoals bijvoorbeeld kunstgrasvelden. Binnen de definitie groen definiëren we enkele verschillende soorten vergroening apart: Groen/begroeid dak:
8
Daken met daarop een dak begroeiing systeem, al dan niet in combinatie met verharde afwerking, zoals klinkers, tegels of vlonders. Begroeiing houdt in dat er verschillende soorten planten, zoals sedum, kruiden, heesters en grassen op het dak zijn aangeplant. Groene halfverharding: Een open waterdoorlatende wegverharding die bestaat uit elementenverharding met tussen die elementen ruimte voor lage beplanting, zoals gras of mos. De open elementenverharding geeft meer draagkracht aan de ondergrond, is goed voor de afwatering en geeft een groen uiterlijk. Groene halfverharding wordt bijvoorbeeld gebruikt voor parkeerplaatsen. Met welke inspanningen wordt de doelstelling gerealiseerd Omschrijving van de beleidstheorie: met welke inspanningen en maatregelen van de gemeente en andere partijen gaan we deze target bereiken? De gemeente Rotterdam heeft tot nu toe vooral ingezet op vergroening van de publieke openbare ruimte. De afgelopen 4 jaar heeft de gemeente met de vergroeningsopgave al veel bereikt in de beleving van het groen, met vergroening op meer dan 200 locaties, op straten, pleinen en binnenterreinen. De meerwaarde van groen in de stad is groot, zo draagt groen bij aan het economisch vestigingsklimaat, gezondheid en biedt het ruimte voor ontmoeting en ontspanning.
De meerwaarde van groen in de stad is ook benoemd in de Visie op de Openbare Ruimte die op 8 april 2021 is vastgesteld in de raad en in de Omgevingsvisie Rotterdam. De inspanning van de afgelopen 4 jaar om de openbare ruimte te vergroenen, moet deze collegeperiode voortgezet en geïntensiveerd worden om deze collegetarget van 20 hectare extra groen te kunnen realiseren. Bij alle inrichtings- en onderhoudsplannen die worden gemaakt, moet ‘standaard’ de opgave gelden om extra groen te realiseren. De vergroeningsmogelijkheden moeten zoveel mogelijk gevonden worden in op stapel staande inrichtings- en onderhoudsplannen. De gemeente staat voor een omvangrijke binnenstedelijke verdichtingsopgave. Om Rotterdam als stad voor bewoners en bedrijven aantrekkelijk te houden, is minimaal 20 hectare aan extra groen nodig. Ook omdat mensen steeds meer gebruik maken van de openbare ruimte voor sport, spel en recreatie. Zeker sinds de coronacrisis is het gebruik van de openbare ruimte en het groen aanzienlijk toegenomen. Als er winst in verdere vergroening van de stad te behalen is, is dat niet alleen in de publieke ruimte maar ook op daken en langs de rivieren en in privaat gebied. Rotterdam zal zelf de inzet op vergroening van de openbare ruimte intensiveren met extra focus op die plekken waar de meerwaarde het grootst is: de meest stenige wijken.
Daarnaast gaan we met corporaties, waterschappen, partners, bewoners en het bedrijfsleven alles op alles zetten om de stad verder te vergroenen, meer biodivers en klimaatbestendig te maken. Daarom werken we intensief samen met de programma’s Biodiversiteit en Rotterdams WeerWoord. Zo kunnen we zoveel mogelijk meekoppelen en effect bereiken. Hoewel privaat groen een belangrijk onderdeel is, kunnen we de exacte toename hiervan niet meten. Nulmeting, mijlpalen en eindwaarde 2022, nulmeting (peildatum)
2023 (peildatum)
2024 (peildatum)
Mijlpaal 5 5 realisatie 5 10 *eindwaarde beschikbaar bij eindverantwoording: december 2025 Bron, berekening en beschikbaarheid gegevens
9
2025 (peildatum)
2026/einde collegeperiode (peildatum)*
5 15
5 20
Welke bron/systeem van informatie, hoe wordt gemeten en hoe vaak en wanneer is de meting beschikbaar? 0-meting We hebben als doel om 20 hectare groen toe te voegen in de stad. Dat meten we door per plan in de openbare ruimte de toe- en afname van het areaal publiek groen inzichtelijk te maken. Omdat we geen betrouwbare 0-meting van het areaal publiek en privaat groen hebben kunnen opleveren, meten we alleen de mutaties die we kunnen verantwoorden. Alleen voor het areaal groene daken hebben we een betrouwbare 0-meting, die we gebruiken we om de mutaties in het areaal groene daken jaarlijks te berekenen. De luchtfoto van voorjaar 2022 gebruiken we als 0-meting. Ontwikkeling groen in de openbare ruimte: We hebben per project (inrichtingsplannen en onderhoudsplannen) van de gemeente inzichtelijk gemaakt wat de mutatie in het areaal openbaar groen is (saldo van toe- en afname in groen). We doen dit handmatig per project en tellen alle mutaties van gemeentelijke inrichtings- en onderhoudsplannen op. Dit blijkt een goed instrument voor de publieke plannen. Bij nieuwe Inrichtingsplannen die gemaakt worden, wordt op het IP aangegeven wat het saldo van oud en nieuw groen in vierkante meters is.
Bij inrichtings- en onderhoudsplannen, waarbij dit niet het geval is (omdat ze bijvoorbeeld al eerder zijn vastgesteld) worden de mutaties in de hoeveelheid groen berekend met een “tool” die hiervoor ontwikkeld is binnen de gemeente (De Kennisloods). Op basis van de autocadtekening van het inrichtings- of onderhoudsplan en de GISgegevens van de situatie voor uitvoering, kan op betrouwbare wijze worden berekend hoeveel groen er met het plan wordt toegevoegd (of met hoeveel dit afneemt). Groene daken: Het vergelijken van het areaal groene daken met luchtfoto’s door de tijd werkt goed. Daken liggen doorgaans hoog waardoor schaduwwerking en stand van de zon nauwelijks tot geen effect hebben. De luchtfoto’s worden in het voorjaar genomen bij helder weer, de datum van de vlucht verschilt per jaar. Na de vlucht worden de foto’s gekoppeld aan het gemeentelijke GIS-bestand waarin het areaal bebouwd en onbebouwd is weergegeven. Zo kan het areaal bebouwd en groen gefilterd worden. De vergelijkingen tussen 2020 en 2021 blijken na evaluatie solide en betrouwbaar. Verbeteringen in de luchtfoto’s en analyse daarvan leidt zo nodig tot correctie van metingen. Groene gevels worden niet meegenomen in de metingen, hiervoor is geen goede meetmethodiek voorhanden. Groene halfverharding: het voorstel is om nieuwe groene halfverharding die is aangelegd vanaf 1 juli 2022 voor 50% mee te tellen.
Bij gemeentelijke ontwikkelingen wordt het areaal groene halfverharding meegenomen en voor 50% bij het areaal groen toegevoegd. We gebruiken de volgende meetmethodes: - Overzicht van alle mutaties openbaar groen We maken jaarlijks een overzicht van alle inrichtingsplannen (IP’s) en onderhoudsplannen waarin we de (geplande) wijzigingen aan areaal groen in de openbare ruimte opnemen (zowel toe- als afname. Het resultaat hiervan voeren we op). We houden deze wijzigingen handmatig bij en tellen de resultaten op. Dat levert jaarlijks een overzicht van de mutaties in het areaal openbaar groen. Zo maken we ook de versnelling zichtbaar, het ontwerpproces voor een project in de openbare ruimte duurt zo’n 2 jaar. o Wijzigingen in areaal groen opnemen in elk IP of onderhoudsplan. o We nemen de planvoorraad vanaf vastgesteld VO op en onderhoudsplannen die vanaf 1 juli 2022 zijn gerealiseerd of opgeleverd en die nog niet meegenomen waren bij de 20 hectare uit de collegetarget van 2018-2022. (ter controle leveren we een overzicht van de projecten uit de periode 2018-2022) o Groene halfverharding wordt handmatig bijgehouden bij openbaar terrein op dezelfde wijze als de inrichtingsplannen.
10
-
Jaarlijkse luchtfoto We maken een jaarlijkse meting van het totale areaal van groene daken in de stad aan de hand van infrarood luchtfoto’s van de stad. De luchtfoto’s worden genomen in het voorjaar/zomer en vervolgens geanalyseerd. Er zit dus enige vertraging in het meetmoment en de rapportering hierover. De luchtfoto biedt inzicht in het aantal en de omvang groene daken in de stad + de mutaties ten opzichte van het voorgaande jaar.
Voor de tussentijdse metingen maken we gebruik van deze bronnen: - Inrichtings- en onderhoudsplannen met mutaties in het areaal groen in de openbare ruimte (som van toe- en afname) van de gemeente onderverdeeld naar: o Projecten die vanaf 1 juli 2022 zijn uitgevoerd of opgeleverd (ook waarvan het VO al eerder is vastgesteld maar deze nog niet zijn meegerekend met de 20 hectare van het vorige college). o Projecten waarvan het VO gereed is in het betreffende jaar. - Luchtfoto’s van nieuwe en voorgaande jaar voor mutaties in het areaal groene daken. Voor de eindmeting maken we gebruik van deze bronnen: - Inrichtings- en onderhoudsplannen met mutaties in het areaal groen in de openbare ruimte (som van toe- en afname) van de gemeente onderverdeeld naar: o Projecten waarvan de uitvoering start op uiterlijk 01-03-2026 o Planvoorraad: Voorlopig Ontwerp (VO) of onderhoudsplan uiterlijk vastgesteld op 3011-2025 en de uitvoering start in uiterlijk 2026 - Luchtfoto voorjaar 2025 voor het areaal groene daken afgezet tegen het voorgaande jaar. Er is enige vertraging tussen de meting eind 2025 en de luchtfoto begin 2025. Als in 2025 de gemeentelijke subsidie voor groene daken nog actief is, kunnen we van deze informatie gebruik maken.
We kunnen uit de subsidietoekenningen voor groene daken apart aangeven voor hoeveel m2 subsidie is toegekend in de periode tussen de laatste vlucht van voorjaar 2025 en eindmeting. Daarnaast zullen wij bij grote bouwprojecten die starten vanaf 1 april 2025 en waarbij groene daken zullen worden aangelegd (wat blijkt uit de omgevingsvergunning) ook apart aangeven. Rapportage en verantwoording Zo mogelijk tussentijds (4M en 8M) en jaarlijks bij de jaarverslaglegging die in het eerste kwartaal van elk kalenderjaar beschikbaar is en wordt verzonden aan de raadscommissie. De gegevens worden gebruikt ter ondersteuning van de inzet van het budget en benodigdheden in de P&C-cyclus.
11
Kansengelijkheid 4. Collegetarget Schil om de school In het schooljaar 2025/2026 hebben 100 basis- en voortgezetonderwijs scholen, met een achterstandsscore hoger dan 0, een schil om de school waarin minimaal 1 van onderstaande interventies is opgenomen: - Tutoren - Mentoren - Schoolzorgteams PO - Preventief Jongerenwerk op school - Slim organiseren met Kunstvakdocenten - Expeditie Digitaal Portefeuillehouder: wethouder Kasmi Begrotingsprogramma: Onderwijs SDG: 4. Kwaliteitsonderwijs Doelstelling: specifiek In het schooljaar 2025/2026 hebben 100 basis- en voortgezetonderwijs scholen, met een achterstandsscore hoger dan 0, een schil om de school waarin minimaal 1 van onderstaande interventies is opgenomen: - Tutoren - Mentoren - Schoolzorgteams PO - Preventief Jongerenwerk op school - Slim organiseren met Kunstvakdocenten - Expeditie Digitaal Met welke inspanningen wordt de doelstelling gerealiseerd We vergroten de kansengelijkheid in de stad door te investeren in scholen met leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben. De scholen krijgen de ruimte om uit verschillende interventies te kiezen, afhankelijk van de behoefte van hun leerlingen, waardoor ze hun schil om de school zo optimaal mogelijk kunnen inrichten. De schil om de school is een gemeentelijke ondersteuning aan scholen, die bijdraagt aan meer kansengelijkheid en daarbij de schoolteams waar mogelijk ontzorgt.
We versterken met deze interventies de inzet van partners rond de school. Daarmee ontzorgen we leerkrachten en verbeteren we de kwaliteit en effectiviteit van het onderwijs. Door ongelijk te investeren in de scholen bieden we kinderen en jongeren gelijke kansen op sociaal-emotionele, cognitieve en mentale ontwikkeling. Dit draagt bij tot hogere onderwijsresultaten en kleinere schoolverschillen. Tutoren: De tutoren zijn voornamelijk hbo- en wo-studenten, die kinderen ondersteunen bij hun leesen rekenvaardigheden. De uitvoering van deze interventie is door de gemeente overgedragen aan Stichting Student Mentoren Rotterdam. Zij leiden vanaf schooljaar 2021/2022 nieuwe studenten op tot tutoren. De tutoren worden geworven uit de populatie van mentoren. De tutoren krijgen zowel een taal- als rekentraining zodat zij optimaal voorbereid zijn op het bijstaan van leerlingen. Daarna worden de studenten zorgvuldig geplaatst op een school op basis van de vraag van de school en de beschikbaarheid van de student zelf. Hierdoor kunnen zo veel mogelijk tutoren geplaats worden op de scholen waar zij het hardste nodig zijn. Methodiek programma: Tutoring wordt uitgevoerd vanuit de effectieve methode van High Dosage Tutoring waarin een leerling één‐op‐één of één‐op‐twee wekelijks minimaal tweemaal een uur tutoring ontvangt gedurende 20 weken van een tutor.
12
Methodiek school: de lesmethodiek bepaalt de school voor de tutor. Op basis van de pilot is deze keuze gemaakt gegeven de grote diversiteit aan reken- en taalmethoden. Voortgang leerlingen: een formatieve toets rekenen of taal wordt bij de deelnemende leerlingen afgenomen op twee momenten: bij de start en aan het einde van het tutortraject. We maken voor rekenen gebruik van de toets geheten Basic Skills Assessment van Stichting Tutoring Educatie Rotterdam. Voor taal wordt een eenvoudige leespleziertoets gebruikt. Beide toetsen zijn ingevoerd in de pilotfase en overgenomen door de huidige organisatie. Mogelijk wordt hierin in de loop van de periode iets aangepast. Toetsresultaten worden door ons verwerkt en gebruikt om iets over de effectiviteit van het totaal te kunnen zeggen en kunnen desgewenst door een deelnemende school voor het geheel van hun school worden aangevraagd. Mentoren: Mentoren op Zuid (MOZ) is een mentorprogramma waarbij studenten uit het hoger onderwijs in Rotterdam mentor worden van leerlingen uit het voortgezet en primair onderwijs. Met de mentoren versterken we het toekomstperspectief van kinderen van het primair en het voortgezet onderwijs op Zuid en breder in de stad, die in kwetsbare omgevingen opgroeien.
Dit toekomstperspectief wordt versterkt door de kinderen regelmatig (wekelijks) tijdens schooltijd extra één op één begeleiding te geven door hbo-studenten. Sinds 2020 worden ook mbo-studenten ingezet. Zij worden vooraf getraind en tijdens hun mentoractiviteiten begeleid door een docent van de eigen opleiding. Hbo- en mbo-studenten vergroten hierdoor hun competenties op het gebied van coaching en begeleiding. Doordat zij werken op Zuid of vergelijkbare omgevingen, leren zij functioneren in een context van superdiversiteit. Schoolzorgteams PO: De schoolzorgteams zijn een samenwerking van het Samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs (PPO), aanbieders van schoolmaatschappelijk werk en de wijkteams. Het doel van de schoolzorgteams is om hulp eerder en efficiënter op de school in te zetten zodat leerlingen en hun gezinnen eerder en beter worden geholpen. Daardoor sluiten onderwijs en zorg beter op elkaar aan. In jeugd gespecialiseerde wijkteammedewerkers werken vanuit de school. Dit doen ze minimaal 4 uur per week. Zo zijn ze goed aanspreekbaar voor de zorgprofessionals in de school en voor de ouders die hulp zoeken voor hun kind of situatie. De wijkteammedewerker is dan deel van het schoolzorgteam. Waarin ook de schoolmaatschappelijk werker, de intern begeleider, de contactpersoon van het samenwerkingsverband en eventueel andere zorgprofessionals samenwerken.
De school stuurt dit team aan. Jongerenwerk op school: Preventief jongerenwerk op scholen behoorde binnen de voorgaande welzijnsopdrachten niet tot het standaardaanbod binnen de gemeente Rotterdam. Met ingang van de nieuwe welzijnsopdrachten bieden we die ruimte wel en verwachten we dit ook. Omdat de welzijnsopdrachten in juni 2022 zijn gestart en we gesprekken met scholen in het kader van dit collegetarget pas in het schooljaar 2022-2023 kunnen opstarten, kiezen we ervoor het schooljaar 2022-2023 als nulmeting aan te houden. We kiezen de beschrijving van de rol van het jongerenwerk uit de pilot ‘schil rond de school’ uit Rotterdam Noord als uitgangspunt voor het verder invullen van de rol van het preventief jongerenwerk op de scholen. We willen niet zonder betrokkenheid van het onderwijsveld en welzijnsaanbieders aantallen scholen noemen. In dit eerste schooljaar verkennen wij daarom het draagvlak hiervoor binnen het onderwijsveld. Aan het einde van dit schooljaar hebben wij in beeld voor welke scholen het preventief jongerenwerk van meerwaarde is en hebben wij geïnventariseerd wat de welzijnsaanbieders kunnen leveren (zij zijn immers gehouden aan het leveren van meerdere prestaties binnen een beperkte formatie). In samenspraak met scholen en welzijnsaanbieders formuleren wij op dat moment de concrete doelstelling voor het beoogde bereik.
U mag verwachten dat wij dit gesprek met de schoolbesturen en welzijnsaanbieders op korte termijn starten. In het schooljaar 2023-2024 ontwikkelen we een meetinstrument waarmee wij een kwalitatieve nulmeting kunnen uitvoeren om in beeld te brengen of het inzetten van jongerenwerk op scholen effectief en efficiënt is. In de loop van het schooljaar 2022-2023 zullen wij de indicatoren hiervoor vaststellen; we zullen indicatoren zoeken die bijdragen aan de doelen van het jongerenwerk: sociaalemotionele ontwikkeling, schoolsucces en een positief pedagogisch klimaat (kennis maken met sport en cultuur, opvoedvragen en voorkomen van overlast). Deze meting van het jongerenwerk is een deelmeting binnen de collegetarget.
13
In het schooljaar 2024-2025 voeren wij de eerste meting uit, op basis van het ontwikkelde meetinstrument. We zullen bij het opstellen hiervan gebruik maken van wetenschappelijke inzichten binnen Rotterdamse en landelijke kennisinstellingen. Ook starten wij in dit schooljaar met effectieve vormen gericht op het leren; zowel tussen scholen onderling, tussen welzijnsaanbieders onderling als gezamenlijk, om van daaruit verder te kunnen werken aan verbeteringen. Slim organiseren met kunstvakdocenten: De beschikbaarheid van personeel is een randvoorwaarde voor goed onderwijs en daarmee voor het inhalen van achterstanden. Het doel van deze interventie is het aanpakken van het lerarentekort. Vanuit het NPO-programma worden kunstvakdocenten ingezet voor het reguliere primair onderwijs. Het Kenniscentrum Cultuureducatie Rotterdam (KCR) coördineert dit programma en werkt hierin nauw samen met culturele instellingen waaronder Stichting Kunstzinnige Vormgeving Rotterdam (SKVR). Het programma is erop gericht kunstvakdocenten breder in te zetten dan tot nu toe gebruikelijk is geweest en daarmee oplossingen te bieden voor knelpunten op scholen. Zo kunnen kunstvakdocenten bijvoorbeeld: wekelijks een dagdeel worden ingezet om projectmatig te werken met een groep. Ze kunnen dit doen in meerdere groepen op school.
De leerkracht kan zo een dagdeel worden vrijgespeeld; als ondersteuner met een andere expertise samenwerken met de leerkracht gedurende één of meer dagdelen per week. Expeditie digitaal: Expeditie Digitaal is een traject waarin onderwijsprofessionals in het (s)po en vo intensief worden begeleid om voor hun specifieke school een plan van aanpak te ontwikkelen voor de implementatie van digitale geletterdheid in het eigen curriculum. Door kennis- en werksessies waarin de verschillende aspecten van digitale geletterdheid aan de orde komen (kennisoverdracht) en een intensieve begeleiding bij het schrijven van een plan van aanpak dat zowel door het eigen team als het onderwijsbestuur wordt gedragen, beoogt de IT Campus de noodzakelijke randvoorwaarden deze basisvaardigheid in het Rotterdamse onderwijsveld succesvol te implementeren. Nulmeting, mijlpalen en eindwaarde Nulmeting (peildatum 1 november 2022), mijlpaal 2022 (peildatum 1 november 2022).
2023 (peildatum 1 november 2023)
2024 (peildatum 1 november 2024)
2025/ einde collegeperiode1 (peildatum 1 november 2025)
Mijlpaal 74 87 100 Realisatie 61 *eindwaarde beschikbaar bij eindverantwoording: december 2025. Bron, berekening en beschikbaarheid gegevens
1 De eindwaarde wordt bepaald eind 2025. Deze waarde gaat over het schooljaar 2025/2026.
14
2026
Interventies: We meten het aantal scholen (met een positieve achterstandsscore op ondergenoemde peildata) die één of meerdere van de onderstaande interventies uitvoeren: - Tutoren - Mentoren - Schoolzorgteams - Preventief Jongerenwerk op school - Slim organiseren met Kunstvakdocenten - Expeditie Digitaal De interventies worden via subsidie- en inkoopproces beschikbaar gesteld aan de aanbieders van deze interventies. De gemeente ontvangt van de aanbieders een lijst met de deelnemende scholen met daarbij het unieke 6-cijferig Brinnummer van de deelnemende school. Deze lijst van deelnemende scholen wordt geverifieerd bij de schoolbesturen en/of scholen op correctheid. Doordat elke onderwijsinstelling een uniek 6-cijferig Brinnummer heeft, kunnen er geen dubbelingen ontstaan. Hierdoor weten we elk jaar in november het aantal scholen met een positieve achterstandsscore, dat één of meerdere interventies in dat schooljaar uitvoert. Daarnaast is de gemeente continue in gesprek met de aanbieders over de kwaliteit en voortgang van de interventies. Achterstandsscores: CBS levert jaarlijks de achterstandsscores met drempel voor het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Voor het target gebruiken we de scholen die een positieve achterstandsscore hadden op de peildatum 1 februari 20222 voor het basisonderwijs en voor het voortgezet onderwijs de data met als peildatum 1 oktober 2021.
Er zijn 132 basisscholen en 52 voortgezet onderwijsscholen met een positieve achterstandsscore in Rotterdam. (zie voor volledige lijst op Brinnummer en de uitleg over achterstandsscore in de voetnoot3) Rapportage en verantwoording In welke rapportage/monitor wordt aan wie gerapporteerd (raadscommissie, raad, ..) In welk P&C document is een maatwaarde beschikbaar (1e, 2e herziening, jaarverslag) Hoe en aan wie wordt in de tussentijd gerapporteerd als geen meetwaarde beschikbaar is: kwalitatief Eindverantwoording: welke meetwaarde wordt daarvoor gebruikt, uit welke rapportage/monitor? -
-
Via de planning-en-control cyclus (P&C-cyclus) wordt op een systematische wijze de planning van doelen en de realisatie daarvan gerapporteerd aan de raad. De maatwaarde van deze collegetargets is naar verwachting jaarlijks beschikbaar bij het jaarverslag. Via de Voortgangsrapportage Rotterdams Onderwijsbeleid wordt ook richting de raad gerapporteerd over de voortgang van het collegetarget. De voortgangsrapportage wordt jaarlijks aan het begin van een kalenderjaar aan de raad aangeboden.
2 Er is voor het basisonderwijs eenmalig een extra meting gedaan in februari 2022, vandaar dat deze afwijkt met
VO. 3 Achterstandsscores per school, 2022 (cbs.nl) en Achterstandsscores Nationaal Programma Onderwijs voschoolvestiging 2021 (cbs.nl)
15
5. Collegetarget Schuldhulpverlening In deze collegeperiode vergroten we de instroom in de schuldhulpverlening door in totaal 15.750 intakes af te nemen en pakken we schulden aan door in totaal 8.200 schuldregelingen te starten Portefeuillehouder: wethouder Mohamed-Hoesein Begrotingsprogramma: Armoede, Schulden Inburgering en Samenleving SDG: 1. Geen armoede Doelstelling: specifiek: Instroom in de schulddienstverlening vergroten en aanpak van problematische schulden Doelstelling(en) uit het begrotingsprogramma: Meer Rotterdammers zijn financieel redzaam Een intake is een gesprek door ETF met een Rotterdammer over schuldenproblematiek. Een schuldregeling is een traject waarin het doel is alle schuldeisers van de burger te verzoeken mee te werken aan de totstandkoming van een minnelijke overeenkomst (MSNP) zodat de burger een schuldenvrije toekomst tegemoet kan gaan. Met welke inspanningen wordt de doelstelling gerealiseerd Omschrijving van de beleidstheorie: met welke inspanningen en maatregelen van de gemeente en andere partijen gaan we deze target bereiken? Toelichting op ambitie De komende jaren is de verwachting dat helaas meer Rotterdammers te maken krijgen met betalingsproblemen en zich voor ondersteuning bij het aanpakken hiervan bij de gemeente melden.
Door alle aandacht in de media en in de stad over de stijgende kosten voor levensonderhoud en als gevolg hiervan moeite hebben met rondkomen zijn mensen eerder geneigd zich te melden bij de gemeente voor ondersteuning. Daarnaast willen we inzetten op samenwerking met partijen in de stad om ervoor te zorgen dat meer Rotterdammers de weg naar de gemeentelijke ondersteuning vinden. Dit doen wij door o.a. samen te werken met partijen die het vertrouwen hebben van Rotterdammers (geleend vertrouwen) en hierdoor makkelijker de stap maken naar het ondersteuningsaanbod van de gemeente. Ook denken wij door inzet op vroegsignalering van (problematische) schulden, zowel door herkenning hiervan door samenwerkingsorganisaties (doorverwijzen) als door het in contact komen met Rotterdammers met betalingsachterstanden in de vaste lasten, onze target te kunnen realiseren. Verder blijven wij in de stad communiceren over ons ondersteuningsaanbod. Tijdens het intakegesprek kan blijken dat iemand meer gebaat is bij andere ondersteuning dan die van ETF (ETF = Expertise Team Financien) of KBR (Kredietbank Rotterdam). Dan vindt een verwijzing plaats. Of het kan blijken dat iemand meer tijd nodig heeft om het ondersteuningsaanbod van Grip op Geldzaken te accepteren.
In die gevallen werkt ETF eerst gedurende een periode aan het (terug)winnen van vertrouwen en aan het motiveren om het aanbod te accepteren. Iemand wordt dan dus al wel begeleid bij zijn financiële vraagstukken Na intake en begeleiding ETF kan overdracht naar de KBR plaats vinden om een schuldregeling te starten. Ook beschermingsbewindvoerders en zorgaanbieders kunnen rechtstreeks, zonder tussenkomst van ETF, hun klanten aanmelden voor schuldregeling bij KBR. Zo is de target gericht op effectiviteit van de keten schulddienstverlening, met een ambitie op het verbeteren van de instroom van Rotterdammers met schulden en een ambitie op de uiteindelijke doorstroom van intake naar schuldregeling
16
Wij denken dat de komende periode eerst een stijging van het aantal schuldregelingen te zien zal zijn als gevolg van de energiecrisis en inflatie. Deze stijging zal daarna mogelijk als de energiecrisis, hoge inflatie en het na-effect daarvan wat is weggezakt wat afvlakken. Vandaar de daling tegen het einde van de collegeperiode (wat nog steeds flink meer is dan eerdere jaren). In geheel 2021 zijn er, volgens het jaarverslag van de KBR, 2193 schuldregelingen gestart, ter vergelijking en mate van ambitieus zijn. Nulmeting, mijlpalen en eindwaarde A. Intakes
Mijlpaal
Nulmeting* (peildatum), mijlpaal 2022 (peildatum). nvt startdatum 1-1-2023
2023 (peildatum)
2024 (peildatum)
2025 (peildatum)
2026/einde collegeperiode (peildatum)**
4.950
10.200 (cumulatief) 5.250 in 2024
15.750 (cumulatief) 5.550 in 2025
15.750
realisatie
nvt startdatum 1-1-2023 *eindwaarde beschikbaar bij eindverantwoording: 31-12-2025 B. Gestarte schuldregelinge n
Mijlpaal
Nulmeting* (peildatum) , mijlpaal 2022 (peildatum) . nvt startdatum 1-1-2023
2023 (peildatu m 31-122023)
2024 (peildatum 31-122024)
2025 (peildatum 31-122025)
2026/einde collegeperiod e (peildatum)**
2.700
5.500 (cumulatief ) 2.800 in 2024
8.200 (cumulatief ) 2.700 in 2025
8.200
realisatie
nvt startdatum 2023 *startdatum is per 1-1-2023 om zo enerzijds uit te gaan van een heel kalenderjaar en daarbij te kiezen voor het eerste kalenderjaar waarop het nieuwe beleidsplan van dit college (Rotterdam voor iedereen – Samen sterk tegen armoede en schulden – armoede en schuldenbeleid 2023-2026) betrekking heeft. **eindwaarde beschikbaar bij eindverantwoording: 31-12-2025 Bron, berekening en beschikbaarheid gegevens Welke bron/systeem van informatie, hoe wordt gemeten en hoe vaak en wanneer is de meting beschikbaar? Bronsysteem voor beiden targets is het systeem Allegro. De meting is dagelijks beschikbaar en actueel (1 dag vertraging) Meting intake: Als wij een Rotterdammer gezien of gesproken hebben wordt er een rapportage gemaakt en als volgt geregistreerd: “EG afgehandeld” met afhandelreden “start traject”, “adviesgesprek” of “geen doelgroep ETF”. Meting schuldregeling
17
De schuldregeling start op het moment dat alle schuldeisers van de burger aangeschreven worden om het actuele saldo van hun vordering op te geven. Dit wordt bekrachtigd met een (wijzigings-) beschikking aan de burger. Rapportage en verantwoording Naast rapportage in de P&C cyclus wordt uitgebreid gerapporteerd in de jaarlijkse monitor schuldenaanpak.
18
6. Collegetarget Minder Rotterdammers in de bijstand In deze collegeperiode (eind 2025) daalt het aantal bijstandsuitkeringen in Rotterdam naar 30.000 Portefeuillehouder: wethouder Versnel Begrotingsprogramma: Werk en Inkomen SDG 8. Eerlijk werk en economische groei Doelstelling: specifiek Binnen het begrotingsprogramma Werk en Inkomen worden twee hoofddoelen onderscheiden: 1. Door het verstrekken van een uitkering wordt inkomenszekerheid geboden die Rotterdammers in staat stelt om mee te doen naar vermogen. 2. Rotterdammers doen mee naar vermogen op de arbeidsmarkt of in de samenleving. Deze target is een doorvertaling van beide hoofddoelen: het vangnet van een bijstandsuitkering wordt geboden aan elke Rotterdammer die er recht op heeft, en we ondersteunen diezelfde Rotterdammers om betaald werk of een opleiding te vinden of we zetten – wanneer dat (nog) niet mogelijk is – in op maatschappelijke activering. Met welke inspanningen wordt de doelstelling gerealiseerd Dit college zal voortbouwen op het beleidskader Mensenwerk van het vorige college. In de eerste helft van 2023 is deze koers aangescherpt in ‘Werk is geweldig! Beleidskader Participatie 2023-2026’ en aan de gemeenteraad aangeboden ter vaststelling. Om onze ambitie te behalen gaan we uit van vijf actielijnen die de basis van het beleid vormen: 1.
Duurzame uitstroom stimuleren Werkzoekenden met een relatief sterke arbeidsmarktpositie helpen we zo snel mogelijk aan duurzaam werk met toekomstperspectief. We doen dat met een focus op de maatschappelijk cruciale sectoren. Zo leveren we ook een bijdrage aan het terugdringen van de personeelstekorten op de plekken waar het nu maatschappelijk het meest pijn doet. Het is in het belang van werkgevers en bedrijven om in plaats van de perfecte werknemer te zoeken bij het beschikbare werk, eerder te kijken naar hoe ze het werk passend kunnen maken bij de beschikbare mensen. We trekken samen met werkgevers op om deze omslag te maken. Dit doen we door: Richting werkzoekenden: • Voorkomen instroom (vanuit WW en door werkbehoud); • Vlot gesprek over werk; • Gaan voor duurzaam werk (minimaal 12 maanden); • Vergemakkelijken deeltijd werk; • Voorkomen herinstroom door nazorg. Richting werkgevers: • Pragmatisch werkgeverschap stimuleren; • Betere matching werkgevers en werkzoekenden; • Focus op maatschappelijk cruciale beroepen; • Meer aandacht voor skills (o.a. open badges). 2. Zorgen voor rechtmatige inkomensvoorziening We verstevigen de basis voor bestaanszekerheid door rechtmatige, tijdige en voorspelbare uitkeringsverstrekking.
Het ontvangen van een uitkering is daarbij niet vrijblijvend: wie een uitkering ontvangt doet naar vermogen mee en is op de hoogte van de rechten plichten die daarbij horen. Fraude mag nooit lonen, daarom vergroten we de pakkans bij opzettelijke onrechtmatigheden door middel van heronderzoek en een versterkte ketenaanpak. Dit doen we door: • Bieden toegankelijke dienstverlening met de menselijke maat; • Rechtmatige inkomensverstrekking;
19
• • • •
Actief informeren over rechten en plichten; Heronderzoeken; Fraudeonderzoeken; Ketenaanpak toezicht inkomen.
3. De ontwikkeling van mensen bevorderen Bijstandsgerechtigden die niet direct kunnen starten op de arbeidsmarkt helpen we stapsgewijs naar werk of anders naar ontwikkeling of activering (begeleid-, vrijwilligerswerk of mantelzorg). Kwetsbare groepen, zoals langdurig werklozen, jongeren, ouderen en mensen met fysieke of psychische problemen krijgen o.a. via leerwerktrajecten en LPC’s extra ondersteuning. Dit doen we door: • Leerwerktrajecten; • Leerpraktijkcentra; • Nederlandse taal; • Schulden; • Beschikbare kinderopvang. Wie bieden de volgende groepen extra ondersteuning: • Mensen met fysieke en psychische problematiek; • Jongeren; • Licht verstandelijke beperkten; • Ouderen; • Statushouders; • Niet-uitkeringsgerechtigden; • Langdurig werklozen met kwetsbare arbeidsmarktpositie. 4. Zorgen voor meer passend werk Betaald werk is niet meteen voor iedereen haalbaar. Om de drempel naar werk te verlagen, zetten we in op het creëren van passend werk. Dat doen we bij ons eigen sociaal ontwikkelbedrijf (RI) en door reguliere werkgevers te stimuleren om het beschikbare werk meer te laten aansluiten bij de kwaliteiten en mogelijkheden van werkzoekenden, bijvoorbeeld met loonkostensubsidie of jobcarving. Ook ondersteunen we Rotterdammers bij het verbeteren van hun arbeidsmarktpositie. Dit om op termijn toch de stap naar werk te kunnen maken.
Dit doen we door: • Detacheren; • (Nieuw) beschut; • Simpel switchen; • Supported Employment; • Zichtbare aanwezigheid op Zuid; • Intensivering inzet LKS; • Aanbieden aanvullende voorzieningen; Realiseren (gemeentelijke) garantiebanen; • Impact economie; • Rotterdamse werkgelegenheidsparagraaf; • Social return; • Jobcarving, functiecreatie en open hiring. 5. Meer focus en samenwerking op de regionale arbeidsmarkt Om werkloosheid te voorkomen richt de regionale dienstverlening zich op schoolverlaters die instromen op de arbeidsmarkt en werkenden die een volgende stap in hun loopbaan zetten. We bevorderen hun weerbaarheid, inzetbaarheid, ontwikkeling en kansen, bijvoorbeeld via het Regionaal Werkcentrum (RWC) en het Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectieffonds (RAP). Dit doen we door: • Het starten met het Rijnmonds Arbeidsmarktperspectieffonds; • Het opzetten van een Regionaal Werkcentrum; • Participatie in andere samenwerkingsinitiatieven.
20
Er zijn echter ook een aantal risico’s die het behalen van deze target kunnen bemoeilijken. Hierbij valt te denken aan: • De oorlog in Oekraïne: daarbij gaat het zowel om het aantal vluchtelingen dat naar Nederland en Rotterdam zal komen, alsook om de nog onvoorziene effecten op de economie; • De fors toegenomen taakstelling statushouders vanuit het Rijk; • Een omslag in de economische conjunctuur; • Onvoldoende vraag bij werkgevers om Rotterdammers in dienst te nemen op een baan met loonkostensubsidie; • Door krimpende budgetten hebben zijn de middelen ontoereikend om alle werkzoekenden tegelijk intensief te begeleiden. Nulmeting, mijlpalen en eindwaarde 2022, nulmeting (peildatum 01-07-2022)
2022 (peildatum 31-122022)
2023 (peildatum 31-122023)
2024 (peildatum 31-122024)
Mijlpaal 33.375 32.325 31.350 realisatie 34.028 *eindwaarde beschikbaar bij eindverantwoording: december 2025
2025 (peildatum 31-122025)
2026/einde collegeperiode (peildatum 3112-2025)*
30.000
30.000
Bron, berekening en beschikbaarheid gegevens De bron is de registratie in Socrates door gemeentelijke medewerkers, en het bijstandsvolume wordt via Cognos-rapportages op week- en maandbasis gerapporteerd. Als meetmoment houden we de 3e dag van de maand volgend op de peildatum aan. Er is een fotomoment van het uitkeringsbestand in Socrates per 01-07-2022 gegenereerd, zodat er een overzicht is van alle 34.028 uitkeringen per die datum. Bijstandsuitkeringen = Uitkeringen in kader van Participatiewet, IOAW, IOAZ en BBZ. 30.000: het aantal lopende uitkeringen, niet zijnde afgeschreven uitkeringen, inclusief stopzettingen. Iemand die parttime werkt telt mee als hele uitkering, een echtpaar telt als één uitkering. Dit is de standaard manier waarop de afgelopen jaren in Rotterdam en ook landelijk wordt gerapporteerd over het aantal verstrekte bijstandsuitkeringen. Rapportage en verantwoording Bij elk regulier P&C-moment (1e herziening, 2e herziening en jaarrekening) wordt er over de target gerapporteerd aan de gemeenteraad van Rotterdam. Eindverantwoording: mocht de Rotterdamse Rekenkamer op 1-12-2025 willen meten, dan wordt de laatste maand geëxtrapoleerd op basis van de gemiddelde bestandsontwikkeling in de 12 voorgaande maanden.
21
Wonen en mobiliteit 7. Collegetarget Woningbouwproductie Het college start de in de komende vier jaar met de bouw van 14.000 – 16.000 nieuwe woningen. Van deze woningen (uitgezonderd tijdelijke woningen) behoort 20% tot het sociale segment en 35% tot het middensegment. Portefeuillehouder: wethouder Zeegers Begrotingsprogramma: Stedelijke Ontwikkeling SDG: 11. Duurzame steden en gemeenschappen: Iedere Rotterdammer moet toegang hebben tot een woning die past bij hun inkomen. Dit stimuleren we door nieuwe woningen te bouwen in verschillende prijssegmenten en bijvoorbeeld afspraken te maken met woningbouwcorporaties en marktpartijen. Zo zorgen we er voordat starters, ouderen of sociale stijgers in Rotterdam kunnen blijven wonen. Doelstelling: specifiek Rotterdam groeit, volgens het principe goede groei, zoals vastgelegd in de omgevingsvisie. Daarbij wordt naast een integrale groei, van woningen, voorzieningen, werklocaties en groen, ingezet op een goede participatie en betrokkenheid van de rotterdammers. Veel rotterdammers zijn op zoek naar een betaalbare (Sociale of Midden-Categorie) woning. De ambitie is om de komende vier jaar te starten met de bouw van 14.000 – 16.000 nieuwe zelfstandige woningen.
Van deze woningen (uitgezonderd tijdelijke woningen) behoort minimaal 20% tot het sociale segment en minimaal 35% tot het middensegment.” Van zelfstandige woningen is sprake als in de woningen in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen de status zelfstandig hebben toegewezen gekregen. College zet daarnaast in op de startbouw van 1600 studentenwoningen in de komende periode. Indien de studentenwoningen zelfstandige woningen betreffen worden deze aantallen meegeteld in het target. Studentenkamer (onzelfstandige woningen) vallen niet binnen het target. Daarnaast zetten we in op de realisatie van tijdelijke woningen die voor de duur van ca15 jaar in Rotterdam worden geplaatst. De tijdelijke woningen tellen wel me in de productieaantallen, maar komen bovenop de afgesproken te realiseren percentages van de betaalbare woningen.