CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb006733] Bijlage behorende bij 23bb006731 over Nota van Uitgangspunten Lecke vd Stoep (Kralingen west)

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 25 oktober 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen12.227 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Lecke v/d Stoep

Nota van Uitgangspunten - augustus 2023

Colofon Deze Nota van Uitgangspunten van de Lecke v/d Stoep locatie opgesteld door het cluster Stadsontwikkeling, afdeling Ruimtelijk Ontwerp en Advies van de Gemeente Rotterdam.

Lecke v/d Stoep

Gebiedsontwikkelaar:

Debbie Ginter

Projectmanagement:

Mathieu van Waterschoot

Planeconomie:

Junyi Li

Markt & contracten:

Vincent Quist

Stedenbouw:

Esther Heemskerk & Colin Kesteloo

Landschap:

Hester Annema & Rachel Backbier

Wonen:

Ingrid de Bont

Mobiliteit:

Roman Hussain

Duurzaamheid:

Jeroen van Gorp & Guido Slokkers

Ingenieursbureau:

Alex Langerak

Communicatie:

Robert Anemaet

Verantwoording beeldmateriaal: De auteur van het beeldmateriaal is vermeld in het hoofdstuk beeldverantwoording. Indien niet anders vermeld is het beeldmateriaal opgesteld door de gemeente Rotterdam.

Afbeelding met projectgrens en label met projectnaam

2

terug naar index

Projectnaam NvU

Inhoud Samenvatting ................................... 4 1. Introductie.................................... 6 1.1 Aanleiding

7

1.2 Opgave

7

1.3 Participanten

7

2. Plangebied .................................... 8 2.1 Locatie

11

2.2 Historie

11

2.3 Huidige situatie

11

2.4 Context

11

3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten ................ 12

5. Mobiliteit ..................................... 28

8. Technische uitgangspunten ... 38

5.1 Voetganger & Fiets

29

8.1 Afval

39

5.2 Auto

29

8.2 Peilmaat

39

8.3 Nutsvoorzieningen, trafo’s en installaties

39

8.4 Kabels en leidingen

39

6. Duurzaamheid ............................31 6.1 Energietransitie

32

6.2 Circulair bouwen

32

9. Proces ........................................... 41

6.3 Klimaatbestendige stad

33

9.1 Procedure

42

6.4 Gezonde leefomgeving

33

9.2 SMP en IP

42

9.3 Participatie en

42

communicatie

42

7. Milieu ............................................ 35 7.1 Geluid

35

7.2 Luchtkwaliteit

35

10. Bijlagen...................................... 43

7.3 Externe veiligheid

35

10.1 Vuistregels

7.4 Bodem

35

10.2 Concept Stedenbouwkundig Matenplan (SMP) 46

44

3.1 Programma

13

7.5 Wet natuurbescherming

35

10.3 Parkeernormen auto en fiets

48

3.2 Stedenbouw

14

7.6 Water

35

10.4 Welstandsnota gebiedscriteria

54

3.3 Landschap

20

7.7 Milieuzonering

35

7.8 Bezonning

35

4. Beeldkwaliteit ........................... 24 4.1 Refernties

Inhoud

25

7.9 Windhinder

36

7.10 M.e.r. beoordeling

36

terug naar index

3

Samenvatting Op deze pagina is een samenvatting te vinden van de belangrijkste uitgangspunten voor deze ontwikkeling. .In de rest van het NvU worden de uitgangspunten toegelicht. Dit is niet het gehele verhaal voor de ontwikkeling daarvoor zal het gehele NvU gelezen moeten worden.

Opgave Het plangebied betreft 5 blokken gelegen aan de Van de Lecke-, van der Stoepstraat en de Gerdesiaweg in bezit van Woonstad. Het bestaande wooncomplex is gebouwd in 1949 tijdens de wederopbouw-periode. Omdat er woningnood was moest snel en met goedkope materialen gebouwd worden. De levensduur van de gebouwen is daardoor na ruim zeventig jaar aan zijn einde gekomen. De gebouwen zijn zeer gehorig, het dak lekt en de gevel is – onder de beplating ernstig beschadigd. Ook is de indeling van de woningen gedateerd. Vanwege de slechte bouwkundige kwaliteit van de gebouwen en woningen is renoveren te duur. Sloop/nieuwbouw is dan ook de beste en enige optie om een groter en toekomstbestendig woonprogramma te realiseren op deze locatie. De NvU is intern afgestemd met de vakafdelingen (o.a. Stedenbouw, Wonen, Mobiliteit, Duurzaamheid) en met Woonstad Rotterdam.

Ruimtelijke uitgangspunten Bij de nieuwbouw is het van belang dat de bebouwing met het te

Programma

handhaven westelijke beeldbepalende blok een herkenbare een-

Het huidige complex bevat 114 woningen in het sociaal segment

heid vormt. Met deze reden staat de ensemble-waarde van het ge-

(100%), Het gewenste programma voor dit project bestaat uit ca.

heel van de drie bestaande woonblokken voorop, waarbij er binnen

180 woningen, waarvan ca. 130 stuks in het sociale segment. De

de ontwerpopgave ruimte wordt Geboden voor een hedendaagse

huurwoningen in het sociale segment worden deels in het sociaal

interpretatie van de bestaande (vroege) wederopbouwarchitec-

basis en deels in het sociaal plus-segment gerealiseerd. De reste-

tuur.

rende ca 50 woningen zullen in de vrije sector gerealiseerd worden.

· verschil.

Drie kenmerkende bouwhoogtes met een duidelijk hiërarchisch

4

aanzichten in harmonie ontwerpen met de bestaande · Dak daken, met extra aandacht voor de overhoekse aanzichten. bebouwing aan de Gerdesiaweg wordt voorzien van een, · De kenmerkende, set back op de bovenste bouwlaag. terrasvorming aan de Gerdesiaweg wordt in · Kenmerkende stand gehouden. parkeren wordt zoveel mogelijk voorzien op het binnen· Auto terrein van het westelijke bouwblok. parkeren wordt op een aantal locaties geclusterd. · Fiets De collectieve binnentuinen worden zoveel mogelijk behouden. · Bestaande bomen worden, waar mogelijk, behouden. · De randen van de collectieve binnentuinen worden zoveel · mogelijk omrand met woningen. wordt ingezet op behoud van de groene kwaliteit aan de · ErWeteringstraat. gevel uitstraling worden zoveel mogelijk in harmonie · De ontworpen. zoveel mogelijk in hetzelfde ritme laten terug komen · Entrees als in de bestaande blokken. voor de autoparkeergelegenheid worden voorzien in · Entrees de laagbouw. de Oostzijde wordt ruimte gelaten om de bestaande door· Aan gang toegankelijker te maken.

terug naar index

Het streven is om hiervan zoveel mogelijk in het middenhuursegment te realiseren.

Lecke v/d Stoep

Randvoorwaardenkaart

1. Introductie 1.1 Aanleiding 1.2 Opgave 1.3 Participanten 1.4 Beleidskaders

6

terug naar index

Lecke v/d Stoep

In de Nota van Uitgangspunten (NvU) staan belangrijke zaken om tot realisatie van een bouwplan te kunnen komen. In dit document staan de uitgangspunten omschreven waaraan bouwplannen van ontwikkelaars en particuliere opdrachtgevers moeten voldoen. Dit document wordt gebruikt als toetsingskader, bijvoorbeeld wanneer een ontwikkeling niet in het bestemmingsplan past en/of om gemeentelijke ambities, bijv. programma, architectuur, etc. te borgen wanneer de gemeente aan gronduitgifte doet. Tenslotte zorgt het opstellen van uitgangspunten ervoor dat de inbreng van de verschillende vakafdelingen (Stedenbouw, Wonen, Planologie, Landschap, Duurzaamheid, Mobiliteit) is afgestemd. De Nota van Uitgangspunten wordt vastgesteld en is daarmee het bestuurlijk bekrachtigde kader voor ontwikkeling van bouwplannen.

gemerkt als Lecke v/d Stoep.

1.2 Opgave Bij de herontwikkeling van deze locatie wordt voorzien dat de bestaande 114 woningen, 10 bedrijfsruimten en 20 bergingen ruimte maken voor nieuwbouw van ca. 180 woningen. De doelstelling is het slopen en opnieuw bouwen van twee bouwblokken, gelegen aan weerszijden van de Van de Leckestraat, de oostzijde van de Marinus van der Stoepstraat en de twee aansluitende blokken langs de Gerdesiaweg. Het meest westelijk bouwblok blijft gehandhaafd. Bij de nieuwbouw is het van belang dat de bebouwing samen met het te handhaven westelijke beeldbepalende blok een herkenbare eenheid vormt. De waarde van het huidige ensemble – het geheel van de huidige drie woonblokken- is medebepalend

1.1 Aanleiding

voor deze ontwikkeling, waarbij er ruimte wordt geboden voor een hedendaagse interpretatie van de bestaande (vroege) wederopbouwarchitectuur.

Twee wooncomplexen aan de Gerdesiaweg , Van de Leckestraat en de Marinus van der Stoepstraat in Kralingen-West zijn aangemerkt als herontwikkelingslocatie. Er zijn veel technische klachten, de woonkwaliteit is gedateerd en er zijn veel beheerklachten en zor-

1.3 Participanten

gen over het complex. De panden zijn gebouwd in 1949 tijdens de

Eigenaar grond huidige bebouwing:

wederopbouwperiode. Omdat er woningnood was moest snel en

Ontwikkelende partij:

Woonstad Rotterdam Woonstad Rotterdam

met goedkope materialen gebouwd worden. De levensduur van de

Architect:

Architectuur Maken.

gebouwen is daardoor na ruim zeventig jaar aan zijn einde geko-

(n.b. de architect start

men: de gebouwen zijn zeer gehorig, het dak lekt en de gevel is - on-

met de planontwikke

der de gevelbeplating - ernstig beschadigd. Ook is de indeling van

ling na vaststelling van

de woningen gedateerd. Vanwege de slechte bouwkundige kwaliteit van de gebouwen en woningen is renoveren te duur. Sloop/

de NvU) Adviseurs :

nog niet bekend

nieuwbouw is dan ook de beste en enige optie om een groter en toekomstbestendig woonprogramma te realiseren op deze locatie. Stedenbouwkundige randvoorwaarden c.q. de Nota van Uitgangspunten zijn noodzakelijk voor een goede inpassing en het borgen van de ruimtelijke ambities. Zij vormen het toetsingskader voor de realisatie van de ontwikkeling. Deze ontwikkeling zal worden aan-

1. Introductie

terug naar index

7

2. Plangebied 2.1 Locatie 2.2 Historie 2.3 Huidige situatie 2.4 (Toekomstige) ontwikkelingen

8

terug naar index

Lecke v/d Stoep

De Nieuwe Plantage

W et

er

in

gs

tr a

at

Lecke v/d Stoep

KRALINGEN-WEST

Gerdesiaweg

Metrostation gerdesiaweg

Locatie

2. Plangebied

terug naar index

9

Cultuurhistorische verkenning

10

terug naar index

Lecke v/d Stoep

2.1 Locatie

2.3 Huidige situatie

De locatie Lecke van der Stoep ligt in het midden van Kralin-

Het stedenbouwkundige ensemble bestaat uit drie bouwblokken

gen-West en maakt deel uit van de visie op grotere schaal van

waarvan er twee een gesloten collectieve binnentuin hebben.

Kralingen-west en Crooswijk. Het project wordt omsloten door

Het derde bouwblok grenst aan een openbare buitenruimte. De

de Gerdesiaweg en de Weteringstraat. Op de locatie staan nog

bebouwing heeft een planmatige opzet en eenduidig karakter in

drie bouwblokken waarvan er voor twee een sloopvergunning is

architectuur. In de tussenstraten is er een doorlopende kap vorm

aangevraagd

met eenduidige hoogte. Aan de Gerdesiaweg is de bebouwing hoger dan de bebouwing in de tussenstraten. Door de veel lager

2.2 Historie

tussengelegen bebouwing wordt het hiërarchisch onderscheid tussen de twee bebouwingsvormen benadrukt. Verder heeft deze bebouwing de bergingen in een souterrain. Dit zorgt voor een

Kralingen-West is een veelzijdige en historisch gelaagde Rotter-

opgetilde begane grond in deze bouwblokken. Waar deze aan de

damse wijk. Het is het Kralingen van de eindeloos lange straten in

Gerdesiaweg goed op zijn plaats is gezien de hogere verkeersin-

plaats van het meer oostwaarts gelegen Kralingen van de lommer-

tensiteit, is deze in de tussenstraat minder gelukkig omdat deze tot

rijke lanen. Stedenbouwkundige Sam van Embden schreef in 1946:

een anonimisering leidt in de buitenruimte. Een andere zwakte in

‘Hoewel de naam ‘Kralingen’ in het algemeen de gedachte aan een

het gebied is de matige profilering van de Weteringstraat. Dit biedt

wijk van welgestelden oproept, is het hier getroffen stadsdeel toch

Begeleiding van de groenewig doormiddel van bebouwing.

een kans om het aanzicht vanaf deze straat te verbeteren. Verder

allerminst als zodanig te kwalificeren. Het betreft één dier slecht

is er een kans voor een verbeterde verbinding van de Gerdesiaweg

gebouwde, nauw verkavelde woonbuurten van slechte kwaliteit,

richting Nieuwe Plantage door de bestaande doorgang vanaf het

waarmede de 19e eeuwsche grond- en woningspeculatie ons heeft

metrostation een breder profiel te geven.

opgescheept, aanvankelijk gebouwd voor den middenstand, doch

2.4 Context

ten gevolge van de slechte volkshuisvestingskwaliteiten spoedig in een proces van pauperiseering geraakt.’ Nadat in 1940 het bombardement op de stad het hart uit deze wijk sloeg werd er met een tomeloze sociale en ruimtelijke ambitie gewerkt aan de herbouw.

Er zijn geen ontwikkelingen die recent in de directe omgeving

Deze tijdslaag leverde een van de meest rijke wederopbouwgebie-

gerealiseerd zijn. Op dit moment loopt er een stedenbouwkundige

den op, en een collectie woon- en werkgebouwen van uitzonderlijk

verkenning van het gebied Kralingen-West en Crooswijk ten na-

hoog niveau. Hier is het wederopbouwplan van Van Traa voor

volging van de cultuurhistorische verkenning. Hieruit is voortge-

gebruikt. Hierbij speelde de ‘groene wig’ die het gebied voorzag

komen dat de drie bouwblokken gelegen aan de Marinus van der

van een ruime groene ruimte een belangrijke rol. De bebouwing op

Stoepstraat en de van de Leckestraat tezamen een beeldbepalend

deze locatie zorgde met zijn heldere en consistente wandvorming

ensemble vormen waarbij het meest westelijke blok in zichzelf een

voor een begeleiding van deze groene wig. Door de aanleg van de

beeldbepalend gebouw is. Het middelste en oostelijke bouwblok

metro in de jaren zeventig raakte de heldere opbouw vertroebeld

zullen worden gesloopt en worden vervangen voor nieuwbouw.

en werd met nieuwe gebouwen geprobeerd de samenhang terug

De twee genoemde aspecten (het beeldbepalend stedenbouw-

te brengen. Het probleem werd niet opgelost, waardoor het gebied

kundig ensemble en het westelijke beeldbepalende gebouw) zijn

rond de Gerdesiaweg nog steeds een complex stedenbouwkundig vraagstuk is.

2. Plangebied

Omranding collectieve binnenruimtes.

startpunt voor de ontwerpopgave voor de nieuwbouw, waarbij de ensemblewaarde van groot belang blijft .

terug naar index

11

3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten 3.1 Programma 3.2 Stedenbouw 3.3 Openbare ruimte

12

terug naar index

Lecke v/d Stoep

3.1 Programma

baar te zijn met een lift en levensloopbestendig te worden gebouwd (drempelvrij), zodat ze geschikt zijn voor ouderen en toegankelijk voor iedereen.

Het plangebied betreft 6 blokken gelegen aan de Van de Lecke-, van der Stoepstraat en de Gerdesiaweg in bezit van Woonstad.

Het huidige complex bevat 114 woningen in het sociaal segment

Er worden 114 woningen in het sociale segment gesloopt en daar-

(100%), Het gewenste programma voor dit project bestaat uit ca.

voor in de plaats komen ca. 180 nieuwbouwwoningen.

180 woningen, waarvan ca. 130 stuks in het sociale segment. De huurwoningen in het sociale segment worden deels in het sociaal

Wonen

basis en deels in het sociaal plus-segment gerealiseerd. De reste-

Voor iedere Rotterdamse wijk is bepaald wat de gewenste ontwik-

rende ca 50 woningen zullen in de vrije sector gerealiseerd worden.

keling in prijssegmenten zou moeten zijn om uiteindelijk tot ‘wijken

Het streven is om hiervan zoveel mogelijk in het middenhuurseg-

voor iedereen’ te komen. ‘Wijken voor iedereen’ betekent een stad

ment te realiseren.

waar in alle gebieden een plek is voor zowel mensen met een kleine als veel ruimere beurs én elk gebied mogelijkheden biedt voor het

De woningen voldoen aan het Nieuw Kwaliteitsbeleid Wonen, dat

maken van een wooncarrière. In het coalitieakkoord is vastgelegd

betekent dat ze minimaal gemiddeld 60m2 gbo zijn en altijd groter

dat nieuwe woningbouw-ontwikkelingen binnen de gemeente van-

dan 50 m2 gbo.

af 2026 voldoen aan de volgende verdeling: 25% sociaal , 40 % middenhuur , 20 % hoger segment , 15 % topsegment.

Omdat het om een relatief grote ontwikkeling gaat is differentiatie in plattegronden gewenst. De herontwikkeling dient in ieder geval

Kralingen West is een wijk met relatief veel woningen in het sociaal basis segment en relatief weinig woningen in het middeldure segment. Het is dus wenselijk dat er in het middensegment woningen worden toegevoegd. Omdat de sociale voorraad ook hard nodig is voor de huisvesting van de sociale doelgroep, is het belangrijk dat er niet te veel woningen uit het sociaal basissegment verdwijnen. De groep die is aangewezen op een woning in dit goedkope segment groeit namelijk en het is een grote uitdaging om deze woningen aan de woningvoorraad toe te voegen vanwege gestegen bouwkosten. Met name de grotere woningen voor gezinnen in dit segment zijn schaars. Daarnaast is er ook grote behoefte aan toegankelijke woningen met een lift zodat ouderen in de wijk kunnen doorstromen. In Kralingen Crooswijk is namelijk een groot tekort aan geschikte woningen voor ouderen. Het aanbod dat hier gerealiseerd wordt zou in principe zoveel mogelijk doelgroepen moeten bedienen: kleine woningen voor één- en tweepersoonshuishoudens en grotere woningen voor gezinnen. Het streven is om alle woningen op de verdieping dienen bereik-

ruimte te bieden aan de volgende doelgroepen:

en tweepersoons-huishoudens die zijn aangewezen op · Eéneen huurappartement in het sociaal basis- segment; één- en tweepersoons-huishoudens die zijn aangewe· Oudere zen op een levensloopbestendige woning; die zijn aangewezen op een huurwoning in het socia· Gezinnen le segment (minimaal 85m2 gbo). huurprijs voor het sociaal-basis segment is maximaal · De €693,60 per maand (prijspeil 2023) huurprijzen voor het sociaal plus segment liggen tussen · De €693,60- €808,06- per maand (prijspeil 2023). huurprijzen voor het middensegment liggen tussen · De €808,06- €1075,- per maand (prijspeil 2023).

3.2 Stedenbouw Ensemble waarde Een waardevol ensemble is een compositorisch geheel; het bestaat uit meerdere fragmenten zoals gebouwen met annexen, structuurelementen en openbare ruimten die een duidelijke onderlinge samenhang hebben. Deze onderlinge samenhang is historisch gegroeid of binnen één stedenbouwkundig ontwerp tot stand gekomen en uit zich in een herkenbare ruimtelijke karakteristiek die stilistisch en/of functioneel is. In het geval van Lecke v/d Stoep wordt deze gekenmerkt door vier elementen: 1. Herkenbaar profiel en silhouet als begeleiding van de Gerdesiaweg. 2. Duidelijk hiërarchisch verschil tussen de bebouwing aan de Gerdesiaweg en bebouwing aan de tussen straten. 4 3

3. Een harmonisch beeld in de tussenstraten. 4. Groene allure aan de Weteringstraat.

2

1

Ensemblewaarde kaart van de huidige situatie

14

terug naar index

Lecke v/d Stoep

Herkenbaar profiel als begeleiding van de Gerdesiaweg.

3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten

terug naar index

15

Kenmerkende hiërarchie en herkenbaar silhouet.

16

terug naar index

Lecke v/d Stoep

Harmonisch straatbeeld.

3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten

terug naar index

17

Groene allure Westeringstraat.

18

terug naar index

Lecke v/d Stoep

Bebouwingslijnen en rooilijnen

is het verder wenselijk dat een aantal van de woningen ook een di-

Dit betekent; geen onoverzichtelijke hoeken, voldoende verlichting

Voor de nieuwbouw worden de huidige rooilijnen gehanteerd, met

recte entree heeft naar deze binnentuinen. Alle bewoners moeten

overzichtelijke entrees, afsluitbaarheid van de stallingsgarage en

een aanvulling aan de Weteringstraat. Bij de rooilijn aan de Wete-

toegang hebben tot de collectieve binnentuin zonder dat zij hier-

voldoende zicht vanuit de woningen op het openbare gebied.

ringstraat zal de rooilijn van het gebouw vier meter van de huidige

voor het complex moeten verlaten. Om het binnen parkeerterrein

kavelgrens te komen staan. Binnen beide bouwvelden blijft een on-

te ontsluiten wordt de laagbouw die de hogere bebouwing aan de

bebouwd binnenhof vrij op de bestaande karakteristieke kwaliteit

Gerdesia weg scheidt van de bebouwing aan de tussenstraten ge-

van een tuin met volle grond te borgen. Aan de Gerdesiaweg zijn set

zien als beste locatie om een inrit te realiseren.

backs een kenmerkend onderdeel van de bebouwing en zijn daarmee onderdeel van de ensemble waarde van het geheel. Aan de zij-

Vijfde gevel

de van Metrostation Gerdesiaweg wordt iets meer ruimte geboden

De verschijningsvorm van de daken zijn een kenmerkend onder-

om de bestaande wandeldoorgang te verbreden om de doorgang

deel van het historische ensemble en zal daarom met zorg moeten

toegankelijker te maken.

worden ontworpen. Hierbij is de samenhang van het straatbeeld leidend, de overhoekse aanzichten van bebouwing aan de tussenstra-

Bouwvolume

ten zullen hierbij van cruciaal belang zijn. Aan de Gerdesiaweg is

Om de stedenbouwkundige eenheid in het ensemble te bewaren

het van belang dat er aansluiting wordt gezocht met het te behou-

blijft de hoogte in de tussen straten ondergeschikt aan de bouw-

den deel van het ensemble.

hoogte aan de Gerdesiaweg. Door het dak profiel van de nieuwbouw visueel te laten mee gaan met het te behouden bouwblok

Buitenruimte behorende bij het gebouw

wordt de eenheid in het ensemble verder geborgd. De nieuwbouw

Beide bouwblokken worden voorzien van collectieve tuinen die

ontwikkeling kent, net als de bestaande bebouwing, drie hoogtes.

deels kunnen worden voorzien van parkeermogelijkheden. Bij de

Waarbij die aan de Gerdesiaweg het hoogste is en deze gescheiden

positionering van de bergingen is het hier van belang dat deze de

wordt van de bebouwing aan de tussenstraten met een tussenge-

collectieve binnenruimtes niet volledig worden afgesloten van de

bouw van aanzienlijk lagere maximale hoogte.

woningen, maar dat deze collectieve ruimtes juist zoveel mogelijk worden begrensd door woningen.

Silhouet Voor de begeleiding van de Gerdesiaweg is het belangrijk dat het

Flexibiliteit

huidige silhouet van de bestaande bebouwing wordt aangehou-

Nieuwe ontwikkelingen moet niet alleen duurzaam zijn op het ge-

den. Hierbij zijn de kenmerkende teruggezette bovenste laag, de

bied van energie en klimaat. Maar ook in de levensduur van het

alzijdigheid van de hoekoplossing en het kenmerkende zadeldak

gebouw, de flexibiliteit in de inrichting en het gebruik is hierin be-

leidend.

palend. Gebouwen moeten met de stad en tijd mee kunnen groeien. Het moet daarom in de toekomst mogelijk zijn om het gebouw een

Entrees

andere functie te geven zonder dat er majeure (en vaak te dure) in-

Aan de Gerdesiaweg is het vooral belangrijk dat de entrees in het-

grepen nodig zijn. Denk hierbij aan verticale leidingtransport, ver-

zelfde ritme voorkomen als die van het te behouden blok (297 - 343)

diepingshoogtes voor diverse functies etc.

aan de Gerdesiaweg. Entrees in de tussenstraten worden ontwerpen in overeenstemming met het gevelbeeld aan de overzijde van

Sociale Veiligheid

de straat. Dit wordt gedaan om het harmonische beeld in de tus-

Bij het ontwerp van de nieuwbouw dient rekening te worden ge-

senstraten niet te verstoren. Om binnentuinen levendig te houden

houden met de sociale veiligheid van het gebied en zijn bewoners.

3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten

terug naar index

19

20

terug naar index

Lecke v/d Stoep

3.3 Landschap

Parkeren De groene kwaliteit van de binnentuinen moet zoveel mogelijk be-

Groenstructuur

houden blijven. Om de groene kwaliteit te behouden zal parkeren

De huidige groenstructuur in het gebied wordt gekenmerkt door

in de binnentuinen op een groene manier moeten worden opgelost,

de binnentuinen en de verbinding met de openbare ruimte. In

bijv. d.m.v. pergola, groen/natuur dak met gebruiksfunctie, ver-

deze binnentuinen staan er een aantal grote bomen die de tuinen

diept parkeren met een groen (gebruiks)dak. Een in- en uitrit van

en de aangrenzende straat voorzien van schaduw. Deze bestaan-

een parkeerplaats of parkeerkelder komt uit op de Marinus van der

de bomen dienen, zoveel mogelijk, behouden te blijven om de

Stoepstraat of van de Leckestraat, geïntegreerd in de bebouwing

groen kwaliteit in het gebied te borgen. De open binnentuinen

en de gevellijnen. Eventueel gecombineerd met een entree naar de

en grote bomen zorgen voor een groene ruimtelijke kwaliteit aan

gezamenlijke binnentuin voor voetgangers.

de Weteringstraat. De Nieuwe Plantage aan de noordzijde heeft daarmee ook een sterke visuele relatie met deze groene ruimtelijke kwaliteit. De gemeente heeft hiermee een sterke voorkeur voor een openbaar toegankelijke binnentuin.

Klimaatadapatatie De binnentuinen in dit gebied kunnen last hebben van wateroverlast bij hevige regen. Bij een herinrichting van de binnentuinen zal het water opgevangen en geborgen moeten worden, bij voorkeur in het groen. Hiervoor zijn verschillende oplossingen te bedenken, zoals kratten of een wadi. Warme zomers dragen in het stedelijk gebied bij aan het stedelijke hitte-eiland effect. De grote bomen en groen dragen bij aan verkoeling van de ruimte. Grote bomen met een brede en dichte kroon geven de meeste schaduw en dragen bij aan een prettige temperatuur op maaiveld. Het is daarom wenselijk dat eventueel te verwijderen bomen in en rond de bouwblokken worden verwijderd en herplant dan wel worden gecompenseerd.

Biodiversiteit Door de nieuwbouw worden de binnentuinen langs de Weteringstraat meer omsloten. Verbonden groen is belangrijk voor de biodiversiteit, omdat flora en fauna zich tussen groene plekken makkelijk en veilig kunnen verplaatsen. Hier kan op worden ingespeeld door middel van openingen in het bouwblok en inzetten op natuur inclusief bouwen.

3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten

terug naar index

21

KRALINGEN - WEST

De Nieuwe Plantage

W et

er

i ng

s tr

aa t

van de Leckestraat

Marinus van de r Steopstr aat

Gerdesiaweg

22

terug naar index

Lecke v/d Stoep

Uitgangspunten

Nokhoogte ca 16.6m Nokhoogte ca 16.0m

bebouwing aan de Gerdesiaweg wordt voorzien · De van een, kenmerkende, set back op de bovenste bouwlaag.

Goothogte ca 12.0m

Goothogte ca 12.0m

terrasvorming aan de Gerdesiaweg · Kenmerkende wordt in stand gehouden. kenmerkende bouwhoogtes met een duidelijk · Drie hiërarchisch verschil. aanzichten in harmonie ontwerpen met de be· Dak staande daken, met extra aandacht voor de overhoekse aanzichten.

parkeren wordt zoveel mogelijk voorzien op het · Auto binnenterrein van het westelijke bouwblok. parkeren wordt op een aantal locaties geclusterd. · Fiets De collectieve binnentuinen worden zoveel mogelijk · behouden. van een bovenverdieping dienen zo direct · Bewoners mogelijk via de centrale ontsluiting direct toegang te krijgen tot de collectieve binnentuinen.

bomen worden, waar mogelijk, behouden. · Bestaande De collectieve binnentuinen worden zoveel mogelijk · omrand met leeftruimtes. ingezet op behoud van de groene kwaliteit · Eraanwordt de Weteringstraat. gevel uitstraling worden zoveel mogelijk in harmo· De nie ontworpen. zoveel mogelijk in hetzelfde ritme laten terug · Entrees komen als in de bestaande blokken. voor de autoparkeergelegenheid worden · Entrees voorzien in de laagbouw, waarbij de impact van deze entrees zo klein mogelijk wordt gehouden.

de Oostzijde wordt ruimte gelaten om de bestaan· Aan de doorgang toegankelijker te maken.

3. Ruimtelijke en programmatische uitgangspunten

terug naar index

23

4. Beeldkwaliteit 4.1 Referenties

24

terug naar index

Lecke v/d Stoep

4.1 Referenties

Rust, eenvoud en leesbaarheid door een spel van herhaling en afwisseling van elementen in de gevel. The Hudsons, Rotterdam - Orange

Compositie kappen en kenmerkende silhouet van bestaande bebouwing werken beeldbepalend in het ensemble. Rotterdam - Meischke & Schmidt

4. Beeldkwaliteit

terug naar index

25

Galerijgevels woroden vormgegeven als ondereel van de architectuur in ritmiek en materialisatie. Pius, Woerden - opZoom

Terughoudende ornamentiek in de gevel maakt de bouwmethode leesbaar en complementeert de architectuur in de omgeving. De Boezemweg, Rotterdam - de Zwarte Hond

26

terug naar index

Lecke v/d Stoep

Aansluiting van woningtypologie op maaiveld omzo wel het straat beeld als de collectieve binnenruimte levendig te houden. Groenstrook als referentie naar de originele open kamstructuur van het ensemble Valley Park, Diemen - Mecanoo

Terrassen op de eerste en vierde verdieping doorlopende buitenruimtes op het zuiden met uitzicht op de voormalige groene wig en parkway. Gerdesiaweg, Rotterdam - H. Sutterland

4. Beeldkwaliteit

terug naar index

27

5. Mobiliteit 5.1 Voetganger & Fiets 5.2 Auto

28

terug naar index

Lecke v/d Stoep

Mobiliteit staat in dienst van een goede bereikbaarheid, een gezonde leefomgeving, energietransitie, kwaliteit openbare ruimte en de ruimtelijke verdichting. Het aantrekkelijk houden van Rotterdam voor diverse gebruikers van de stad is steeds belangrijker. Dit betekent dat we de fietser, voetganger en het openbaar vervoer meer ruimte geven en minder ruimte wordt geboden aan het autoverkeer. Er wordt in Rotterdam ingezet op nieuwe, schone vervoersmiddelen en ander reisgedrag.

Het realiseren van een werkbare oplossing voor fietsparkeren is in principe een oplossing op maat waarbij de fietsparkeereis, be-

5.2 Auto

staande fietsparkeerdruk, soort gebruiker, gebruikersduur, loopafstand, locatie, bestemming, kwaliteit, ligging, sociale veiligheid en

Het Rotterdamse mobiliteitsbeleid is erop gericht mensen meer te

gebiedskarakter belangrijke criteria zijn. Indien de combinatie van

voet, per fiets en met het openbaar vervoer te laten verplaatsen.

factoren niet meegewogen worden zal de fietsparkeeroplossing

Echter ook per auto dient de locatie goed te bereiken zijn.

niet of onvoldoende gebruikt worden en zal “overlast” en verrommeling van de buitenruimte, aantasting groen veroorzaakt worden

Duurzame mobiliteit

in betreffend gebied. Hiernaast is het (financieel) van belang dat de

Bewoners, werknemers en bezoekers worden gestimuleerd ge-

fietsparkeeroplossing voorafgaand aan de)ontwikkeling meege-

bruik te maken van duurzame vervoersmiddelen zoals (elektrische)

5.1 Voetganger & Fiets

nomen wordt en niet achteraf pas in beeld komt. Om deze reden is

fiets, OV en elektrische (deel)auto. Het autobezit (van 2e of 1e auto)

afstemming tussen de gemeente (afd. Mobiliteit cluster fietsparke-

wordt overbodig gemaakt door het bieden van alternatieven in de

ren) en de ontwikkelaar in een vroeg stadium wenselijk.

vorm van deelauto’s. Bij de fiets- en autoparkeerplaatsen dienen

Het is van belang dat zowel de voetgangers als fietsers zich middels

uitgangspunten meenemen in het uitwerkingsvraagstuk voor het

Parkeernormen

een breed trottoir of fietspad kunnen verplaatsen en het gebouw

onderdeel fietsparkeren, waarbij in de meeste gevallen, naast de

Voor bouwplan Lecke v/d Stoep gelden parkeernormen waar mini-

binnen kunnen gaan. De toegankelijkheid voor zowel voetgangers

Beleidsregeling Parkeernormen, het Bouwbesluit 2012 mede be-

maal aan voldaan dient te worden op eigen terrein. Zowel de nor-

als fietsers naar het gebouw/entrees moet goed en veilig ingericht

palend is.

men voor autoparkeren als voor fietsparkeren zijn opgenomen in

dan ook voldoende oplaadmogelijkheden geboden te worden. De adviseur van het cluster fietsparkeren zal de bovenstaande

worden.

de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotter-

Extra fietsparkeren

dam 2022. Het bouwplan valt in Gebiedstype B. Voor wonen zijn de

Indien een ontwikkeling in betaald parkeergebied voorziet in extra

normen afhankelijk van het aantal m² gebruiksoppervlakte van de

De fietsparkeervraag van gebruikers (in dit geval bewoners) dient

fietsparkeerplaatsen op eigen terrein, kan de autoparkeereis met

woning. In sommige situaties is reductie op de parkeernorm moge-

binnen de plangrenzen van de ontwikkeling te worden gefacili-

ten hoogste 10% worden verlaagd, in de verhouding twee fiets-par-

lijk. Hieronder zijn de reductiemogelijkheden voor bouwplan Lecke

teerd. Voor deze locatie is de fietsparkeervraag beperkt voor wo-

keerplaatsen in plaats van één autoparkeerplaats. Deze extra fiets-

v/d Stoep beschreven. De genoemde percentages mogen bij elkaar

ningen en zal er mogelijk een gemeenschappelijke stalling gerea-

parkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein en zijn be-

worden opgeteld om tot een totale reductiefactor te komen.

liseerd worden. Voor een gemeenschappelijke fietsenstalling is het

doeld voor lang parkeren.

Fietsparkeervraag

Nabijheid OV-halte

belangrijk dat deze fietsenstalling de ingang op de juiste locatie is. Denk hierbij aan de loopafstand, de doorsteek naar een centrale

Het Rotterdamse fietsbeleid staat beschreven in de Fietskoers

Indien een ontwikkeling wordt gerealiseerd in de nabijheid van een

hal, het hellingspercentage maar ook bijvoorbeeld aan de sociale

2025, te downloaden via https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/

OV-haltes kan de autoparkeereis verminderd worden met een be-

veiligheid. Verder dient er ook rekening mee gehouden te worden

fietsstad/

paald percentage. Door de ligging van het bouwplan op 400- 800

dat er 40% van de fietsparkeerplaatsen geschikt moeten zijn voor

meter van metrostation Gerdesiaweg mag een reductie op de par-

buitenmodelfietsen (10% sterk afwijkend, 15% beperkt afwijkend

keernorm van 30% worden toegepast.

en 15% sterk/beperkt op basis van doelgroep). Bij buitenmodelfietsen is het belangrijk dat de sterk afwijkende fietsen (scooters en

Deelauto’s

bakfietsen) op begane grondniveau gerealiseerd moeten worden

Indien bij een woningontwikkeling in betaald parkeergebied voor

(zijn niet omhoog te tillen).

ten minste 10 jaar, commercieel aangeboden deelauto’s beschikbaar worden gesteld op geoormerkte deelautoparkeerplaatsen in

5. Mobiliteit

terug naar index

29

de bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening, kan de autoparkeereis met ten hoogste 20% verlaagd worden in de verhouding één deelautoparkeerplaats in plaats van vijf gewone autoparkeerplaatsen.

Mobility as a Service (MaaS) Indien bij een ontwikkeling in betaald parkeergebied gebied voor alle toekomstige gebruikers van MaaS, voor ten minste 10 jaar beschikbaar wordt gesteld, kan de autoparkeereis met ten hoogste 20% worden verlaagd. Voor de eisen die hieraan worden gesteld kan contact worden opgenomen met de adviseur Mobiliteit van de gemeente Rotterdam. Als hulpmiddel voor het bepalen van de parkeereis voor de ontwikkeling is een tool beschikbaar. Zie: https://concern.ir.rotterdam.nl/ parkeereis Uiteindelijk dient de ontwikkelaar een autoparkeerplan en autoparkeerbalans op te stellen en te laten goedkeuren door de gemeente Rotterdam.

30

terug naar index

Lecke v/d Stoep

6. Duurzaamheid 6.1 Energietransitie 6.2 Circulair bouwen 6.3 Klimaatbestendige stad 6.4 Gezonde leefomgeving

6. Duurzaamheid

terug naar index

31

Duurzaamheid is van fundamenteel belang voor de leefbaarheid

Voor de stedelijke omgeving betreffen de alternatieven voorna-

druk, waaronder hoogwaardig

in Rotterdam: nu en in de toekomst. Bij nieuwe ontwikkelingen is

me¬lijk batterij elektrisch aangedreven voertuigen en voor speci-

hernieuwbare materialen.

duurzaam bouwen integraal onderdeel van de ontwerpopgave.

fiekere toepassingen kan gedacht worden aan waterstof.

Een integraal duurzaam bouwproces vraagt om een andere kijk en

Alle parkeervoorzieningen op privaatterrein worden (constructief)

Om dit te realiseren is het de ambitie om in te zetten op levensduur,

aanpak die meer gericht is op bewustwording en ketensamenwer-

voorbereid op laadinfrastructuur waarbij het doel is dat 20% van

flexibiliteit en op gezonde materialen met een lage milieubelasting.

king. Een multidisciplinaire benadering verhoogt de technische

alle parkeerplaatsen gelijktijdig kan laden.

en financiële haalbaarheid om integrale duurzaamheidsoplos-

Er wordt rekening gehouden met elektrisch vervoer en daarom wor-

Voor de bestaande te slopen bebouwing geldt dat het de ambitie is

singen succesvol toe te passen. Het is daarom belangrijk dat de

den extra elektranetten met vol¬doende capaciteit aangelegd voor

om de materialen op een zo efficiënt en effectief mogelijke wijze her

verschillende duurzaamheidsthema’s vroeg in het proces aan bod

laadinfrastructuur.

te gebruiken. Om dit voor elkaar te krijgen, is het van belang om een

komen en dat de juiste experts op de juiste momenten aangehaakt worden.

hergebruikte materialen en

waarde-scan te doen. Dit is een inventarisatie van wat er al in het Er is een overschot aan duurzame warmte uit onze haven en warmte

gebied is en wat behouden kan worden; als product, als materiaal

is voor het grootste deel van Rotterdam het maatschappelijk meest

of als grondstof. Slopen en demonteren van bestaande bouwwer-

Het Rotterdams Duurzaamheidskompas is overkoepelend voor

betaalbare alternatief. De ontwikkeling van dit nieuwbouwproject

ken gebeurt op slimme en circulaire wijze. Hierbij wordt gestuurd

al het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rotterdam. Hierin

valt in het concessie¬gebied van Eneco en is daarom verplicht om

op waardebehoud en het beperken van afval. Van de uitkomende

geven we de richting aan hoe we de komende jaren werken aan

op stadsverwarming aangeslo¬ten te worden. Warmteoverdracht-

materialen wordt bij voorkeur zoveel mogelijk hergebruikt binnen

een duurzame stad. Duurzaamheid is grofweg met vier thema’s te

stations worden inpandig gerealiseerd. In straatprofielen is vol-

de eigen ontwikkeling en anders zo dicht bij de slooplocatie als mo-

omschrijven: energietransitie, circulaire economie, klimaatbesten-

doende ruimte gereserveerd voor (toekomstige) warmteleidingen.

gelijk.

dige stad en gezonde leefomgeving. Deze thema’s hebben invloed

In dit projectgebied vraagt dit extra aandacht omdat

op elkaar en kunnen dus ook niet los van elkaar worden gezien.

(delen van) de ondergrond meer dan 75% van de ruimte al benut is.

6.1 Energietransitie 6.2 Circulair bouwen

Om demontage en hoogwaardig hergebruik na einde gebruiksduur mogelijk te maken voor relevante gebouwonderdelen, kan men dit digitaal vastleggen zodat o.a. een demontageplan en relevante informatie voor hergebruik bekend en geborgd is (materialenpaspoort).

In 2050 hebben we een klimaatneutraal energiesysteem. Onze

energievoorziening is schoon, slim, resilient en rechtvaardig. We

Levensduur en flexibiliteit

kijken daarbij naar het opwekken, transporteren, opslaan en ge¬-

Het is de ambitie om flexibele en toekomstbestendige gebouwen te

bruiken van schone energie. De wijze van klimatiseren van de wo-

Het is de ambitie om bij de ontwikkeling van dit terrein extra in te

realiseren. Dit houdt in dat de ontwikkeling multifunctioneel, aan-

ningen sluit aan bij de beoogde prettige en gezonde omgeving.

zetten op circulariteit. Zo zal er met een circulaire strategie worden

pasbaar en veranderbaar is voor verschillende gebruiksscenario’s.

De koelbehoefte van gebouwen wordt beperkt door doelgericht

ontworpen en gebouwd.

De nieuwbouw wordt bewust ontworpen, zodat de gebouwen een

ontwerp (integratie van oriëntatie, isolatie, buitenzonwering, groen

De impact van materialen in de bouwketen in zowel de bebouwde

lange levensduur hebben.

en water) en op duurzame wijze opgewekt.

omgeving als openbare ruimte is groot. Het doel van circulair ont-

We gebruiken de beschikbare ruimte multifunctioneel; er komen

wikkelen is om de milieu-impact van materialen en producten te

Gezonde materialen met een lage milieubelasting

minimaal twee functies op het dak. Daken, gevels en infrastructuur

verlagen door:

De gebruikte materialen hebben bij voorkeur een zo laag mogelijke

worden benut voor de opwek van duurzame elektriciteit, waarbij ook wordt gekeken hoe het ontwerp de opwek kan vergroten.

32

milieubelasting. Door toepassing van biobased en hergebruikte of 1.

Het voorkomen en het verminderen van het gebruik van pri-

gerecyclede materialen wordt de milieubelasting van het gebouw

maire grondstoffen,

verlaagd. Het gebruik van primair beton wordt zoveel mogelijk be-

Voor mobiliteit betreft de energietransitie met name groei van Nul

2.

Het verlengen van de levensduur van producten en

perkt, zodat de milieu-impact afneemt Het kiezen van gezonde ma-

emissie mobiliteit en het afscheid nemen van fossiele brandstoffen.

3.

Het toepassen van materialen met een lage milieu-voetaf-

terialen is daarnaast een uitgangspunt, om toxiciteit tegen te gaan.

terug naar index

Lecke v/d Stoep

6.3 Klimaatbestendige stad

zullen voorzieningen moeten worden getroffen voor het bufferen

cument opgesteld.

van regenwater in de droge perioden. Het inspiratiedocument geeft in grote lijnen voorbeelden en ideeën Bodemdaling zorgt daarnaast voor extra kwetsbaarheid bij wa-

inzake de mogelijkheden voor natuurinclusief bouwen. Aangezien

ter¬overlast, hitte, droogte en overstroming. De nadelige effecten

natuurinclusief bouwen vaak maatwerk is, afgestemd op specifie-

Rotterdam is kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverande-

van bodemdaling worden zoveel mogelijk voorkomen en het door

ke soorten, wordt aanbevolen om voor een goede uitwerking een

ring en de gevolgen raken iedereen in de stad. Aan de hand van

de gemeente bepaalde uitgiftepeil wordt aangehouden. Het uit-

ecoloog in te schakelen voor advies. Dit dient te gebeuren zodra er

zes kli¬maatthema’s: extreme neerslag, droogte, hitte, grondwa-

giftepeil voor nieuwbouw ligt 1,20 meter boven het waterpeil van

meer duidelijkheid is over de mogelijke bebouwingsvormen en in-

terfluctua¬tie, bodemdaling en overstroming werken we aan het

de singel in het gebied. Hierbij wordt uitgegaan van NAP hoogtes.

richting van het terrein.

minimaliseren van de nadelige (toekomstige) gevolgen van kli-

Wanneer groene buitenruimte meer dan 0,4 meter verschilt van het

maatverandering.

uitgiftepeil, vraagt dit om maatregelen in het project.

Om extreme neerslag het hoofd te kunnen bieden is het algemeen

Biodiversiteit

tuurbescherming. Het advies is daarom om zo vroeg mogelijk een

uitgangspunt dat tenminste 50mm van al het hemelwater binnen

Biodiversiteit is essentieel voor de natuur, de mens en de economie.

project fauna onderzoek te starten.

het plangebied opgevangen en vastgehouden dient te worden. Het

Achteruitgang van biodiversiteit samen met klimaatverandering

afval- en regenwater worden gescheiden afgevoerd.

vormt een bedreiging voor de leefbaarheid in de stad. De huidige

Daarnaast kan er ook extreme droogte en hitte ontstaan in een ge-

bouwopgave zorgt voor verdichting van de stad en drukt op het

bied.

beschikbare groen. Om de leefbaarheid te verbeteren wordt extra

Vergroening van gebouwen en buitenruimte, schaduw creëren in

groen toegevoegd aan het stedelijk weefsel. Daarnaast wordt ge-

de buitenruimte en beperken van de gebouwschil gaan hittestress

keken hoe divers en klimaatbestendig groen en een gezonde bo-

tegen.

dem kan bijdragen aan de biodiversiteit.

Natuurbehoudend slopen In geval van sloop geldt bescherming van fauna door de wet na-

6.4 Gezonde leefomgeving Voor een aantrekkelijke, leefbare en gezonde stad zijn een aangenaam bezonnings-, wind- en akoestisch klimaat en een goede lucht-

Verkoelende verblijfsruimte worden gerealiseerd/gehandhaafd en gecombineerd met waterberging. Bewust ontwerp van gebouwen

De opgave en ambitie verschilt per kernbiotoop en gebied in de

kwaliteit essentieel. Daarnaast zijn groen, natuur en biodiversiteit

draagt bij aan het beperken van de koelvraag van gebouwen.

stad. Net als voor mensen, is de volledige leefomgeving van flora en

cruciaal voor de leefbaarheid en toekomstbestendigheid van onze

fauna van belang. Werk daarom aan kwaliteit van plekken én ver-

stad en stimuleert Rotterdam de toepassing van multifunctionele

Om de droogte tegen te gaan zullen maatregelen moeten worden

bindingen op basis van álle vijf V’s (Verblijven, Verbindingen, Voed-

daken.

genomen zodat nadelige gevolgen worden tegengegaan. Zo zal de

sel, Veiligheid en Variatie), dit betekent Natuurinclusief ontwerpen,

beplanting aanpast worden op klimaatverandering, bijvoorbeeld

ontwikkelen en beheren en integraal ontwerpen tussen gebouw en

Geluid en luchtkwaliteit

door assortiment keuzes en goede groeicondities t.a.v. bodem en

straat.

Het is de ambitie om langzaam verkeer (fiets, voetganger) te stimu-

grondwater. Ook de sponswerking zal moeten worden vergroot om

leren en gemotoriseerd verkeer te beperken, waardoor er afstand

water langer vast te houden voor droge periodes. Vervolgens zal de

Natuurinclusief

gehouden wordt tot deze mogelijke geluidsbron. Bij de inrichting

bebouwing tijdens hitte een koele, gezonde en aantrekkelijke plek

Natuurinclusief bouwen is het rekening houden met fauna en flora

van de openbare ruimte wordt ook rekening gehouden met geluid-

zonder nadelige gevolgen voor de omgeving eromheen zijn.

bij de inrichting van de stad en ontwikkeling van gebouwen. Rotter-

beleving. Mensen waarderen de openbare ruimte niet alleen op ba-

dam wil met het natuurinclusief bouwen een stimulans geven aan

sis van wat zij zien, maar juist ook op basis van wat zij horen.

Aangezien ook het aantal droge zomers naar verwachting tot 2050

natuurontwikkeling van de stad. Daarmee wil de gemeente ervoor

verder toe zal nemen kan lokaal de grondwaterstand hierdoor uit-

zorgen dat de bijzondere flora en fauna in woningen en gebouwen

Multifunctionele daken

zakken. Hierdoor zal de inrichting en de bouw afgestemd moeten

van de stad behouden blijft en uitgebreid wordt. De gemeente heeft

Rotterdam stimuleert de realisatie van multifunctionele daken.

worden op de lokale grondwaterstand en de fluctuaties daarin. Er

t.b.v. het stimuleren van natuurinclusief bouwen een inspiratiedo-

Door functies op daken te combineren ontstaan deze multifunctio-

6. Duurzaamheid

terug naar index

33

nele daken, die oplossingen bieden voor meerdere stedelijke opgaven. Wij onderscheiden de volgende functies: daken (groene/beplante daken om hittestress tegen te · Groene gaan en biodiversiteit te bevorderen) daken (wateropvang om wateroverlast tegen te gaan, · Blauwe hergebruik hemelwater en waterbeschikbaarheid voor bijv. vogels en insecten)

daken (energieopwekking uit zonnepanelen of wind) · Gele Rode daken (sociale functies, zoals een speelplaats of restau· rant) daken (dakbruggen, mobiliteit) · Oranje Paarse daken (optoppen of ‘tiny houses’) · Grijze daken (zendmasten, glazenwasinstallaties e.d.) · Afhankelijk van het ontwerp, dient te worden verkend welke functies er aan het dakenlandschap toegevoegd worden. Voor deze ontwikkeling lijken groene, blauwe, gele daken het meest kansrijk.

Uitgangspunten

quickscan duurzame gebiedsontwikkeling helpt · De om vastgesteld beleid en ambities voor de locaties inzichtelijk te maken.

· zie: https://duurzaam.bouwenaanrotterdam.nl/

34

terug naar index

Lecke v/d Stoep

7. Milieu 7.1 Geluid 7.2 Luchtkwaliteit 7.3 Externe veiligheid 7.4 Bodem 7.5 Wet natuurbescherming 7.6 Water 7.7 Milieuzonering 7.8 Bezonning 7.9 Wind 7.10 M.e.r. beoordeling

35

terug naar index

Lecke v/d Stoep

7.1 Geluid

7.4 Bodem

7.8 Bezonning

Voor de te doorlopen ruimtelijke procedure is een akoestisch on-

In het bestemmingsplan moet worden aangegeven dat de beoogde

De waardering van bezonning op bestaande woningen dient on-

derzoek nodig waarin wordt aangetoond dat de ontwikkeling vol-

bestemming haalbaar is gezien de kwaliteit van de bodem.

derzocht en afgewogen te worden tegen de positieve effecten

doet aan de Wet geluidhinder. Als een hogere waardenbeluit nodig is, moet de ontwikkeling voldoen aan de eisen uit het gemeentelijke Ontheffingenbeleid. Dit beleid schrijft voor dat alle nieuwe woningen in principe over tenminste één geluidsluwe gevel moeten beschikken. De slaapkamers van een woning moeten zoveel mogelijk

7.5 Wet natuurbescherming

aan een geluidsluwe zijde worden gesitueerd. Om aan het Onthef-

van het verdichte nieuwbouw programma, tegen wijk-specifieke woonkwaliteiten, tegen eventuele negatieve beleving van bezonning (zoals oververhitting in de zomer), en dient in proportie te zijn tot het aantal nieuwbouwwoningen. Deze kwalitatieve afwegingen zijn uitgewerkt in een nieuw afwegingskader bezonning. Bij de besluitvorming over nieuwbouw moet inzichtelijk worden gemaakt

fingenbeleid te kunnen voldoen is het van belang om bij de situe-

Er moet een stikstofonderzoek worden gedaan waarbij moet aan-

dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening waarbij er een

ring en vormgeving van woningen rekening te houden met geluid.

getoond dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen voor de in-

evenwichtige afweging is gemaakt van alle belangen, waaronder

De DCMR stelt het hogere waardenbesluit op.

standhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000-gebieden heeft.

de toetsing van de effecten van hoge(re) gebouwen op omringen-

Er moet worden onderzocht door middel van een ecologische

de woningen. Voor bestemmingsplannen/omgevingplannen geldt

In de te doorlopen ruimtelijke procedure moet worden aangetoond

quickscan of de nieuwe ontwikkelingen geen onoverbrugbare strij-

dat de gehele voorgestelde bouwenvelop, inclusief planologische

dat er geen knelpunten ontstaan tussen de nieuwe ontwikkeling en

digheden met de Wet natuurbescherming opleveren.

ruimte voor balkons, getest moet worden op bezonning.

7.6 Water

Bouwhoogte grenzend aan openbaar gebied

de bestaande woningen

7.2 Luchtkwaliteit

De effecten op de bezonning van bestaande woningen als gevolg van nieuwbouw worden alleen getoetst als de geplande nieuw-

In overleg met de waterbeheerder wordt een watertoets opgesteld.

bouw hoger is dan 1,5 maal de gemiddelde bouwhoogte van de be-

In de te doorlopen ruimtelijke procedure moet worden aangetoond

Als er water gecompenseerd dient te worden in de vorm van opper-

staande omliggende bebouwing in een straal van 1 maal de bouw-

dat de ontwikkeling niet voor een overschrijding van de normen uit

vlaktewater of waterberging, dan moet dit in de te doorlopen ruim-

hoogte van de nieuwbouw.

de Wet Luchtkwaliteit zorgt, of als dit wel het geval is de ontwik-

telijke procedure worden opgenomen.

keling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging.

7.3 Externe veiligheid

7.7 Milieuzonering

Afstand tot omliggende bebouwing Alleen de bezonningssituatie van woningen die vallen binnen een afstand van 3 maal de bouwhoogte van de nieuwbouw (tot een maximale afstand van 500 meter) wordt in beeld gebracht en be-

Onderzoek welke bedrijven (denk ook aan horeca), in de omgeving

trokken bij de afweging.

hinder kunnen veroorzaken en onderzoek of de afstand tot de nieuwe bestemmingen aanvaardbaar is aan de hand van de bedrijven-

Toetspunten op gevels

lijst van de VNG. Dit geldt ook voor geurhinder als dit relevant is.

De bezonning van alle gevels met ramen van een woning wordt op-

Voor de ontwikkeling moet het plaatsgebonden risico en het

geteld, met het midden van de buitengevel op 75 cm hoogte t.a.v.

groepsrisico inzichtelijk worden gemaakt en het groepsrisico moet

maaiveld als meetpunt. Ruimtes waar niet gewoond wordt (garges,

verantwoord worden aan de hand van een advies van de VRR, het

bergingen, gebouwfaciliteiten, etc.) worden niet getoetst. Het gaat

Externe veiligheidsbeleid” (2013) van de VRR en het Beleidskader

om een representatieve toets, niet een exacte weergave van het

Groepsrisico Rotterdam.

aantal woningen waar een afname is. De onderste laag woningen wordt hiervoor gemeten. Als deze boven andere functies zitten

7. Milieu

terug naar index

36

wordt de eerste of tweede laag gemeten, maar niet hoger. Dus niet

In Nederland is in de norm NEN 8100 de beoordeling van het wind-

alle woningen worden getoetst.

klimaat voor nieuwbouw vastgelegd. De nieuwbouw moet voldoen aan de Nen norm met betrekking tot windhinder en windgevaar.

Lengte meting Er wordt op 21 september gemeten van zonsopgang tot zonsondergang.

Hebben de toetspunten in de bestaande situatie op 21 september minimaal 2 uur zon? JA

NEE

7.10 M.e.r. beoordeling Afhankelijk van de te doorlopen ruimtelijke procedure stelt de DCMR op basis van de resultaten uit bovenstaande onderzoeken een (vormvrije) m.e.r. beoordeling op. Het is aan te bevelen van tevoren met de DCMR te overleggen of het aannemelijk is dat de con-

Hebben de toetspunten in de nieuwe situatie op 21 september minimaal 2 uur zon?

clusie van de m.e.r.-beoordeling is dat er wel/geen m.e.r. nodig is.

NEE JA Is de procentuele afname tov bestaande situatie minder dan 15% op 21 september?

Bouwplan voldoet

JA

NEE

Bouwplan vraagt mogelijk nadere afweging op volgende criteria: • proportionele afweging • verdichtings afweging • typologische afweging

7.9 Windhinder Er dient in de SO fase een windhinder-onderzoek te worden gedaan voor de locatie en de directe omgeving. Op basis van dit onderzoek kan tijdens het ontwerpproces door kleine verschuivingen in de volumeopbouw of door andere ingrepen gezocht worden naar een zo goed mogelijk windklimaat.

37

terug naar index

Lecke v/d Stoep

8. Technische uitgangspunten 8.1 Afval 8.2 Peilmaat 8.3 Kabels en leidingen 8.4 Nutsvoorzieningen, trafo’s en installaties

8. Technische uitgangspunten

terug naar index

38

8.1 Afval

Waar de standaard inzamelmiddelen niet passen in de nieuwe ont-

Voor het ophalen van huisvuil is Stadsbeheer Schone Stad verant-

ontwikkelaar en de ontwerper van Stadsontwikkeling alternatieve

woordelijk. Dit is mogelijk middels (ondergrondse) wijkcontainers

oplossingen voor het inzamelen van de verschillende afvalstromen

in de openbare ruimte of (rol-)containers gestald in een inpandige

in te richten. Het is aan te raden om dit vroegtijdig in het ontwerp-

ruimte.

traject te doen zodat er ruimte is voor verschillende oplossingen.

wikkeling is het mogelijk om in afstemming met Schone Stad, de

Een aantal voorbeelden van (toekomstige) alternatieven zijn:

8.2 Peilmaat Het uigifte/vastgestelde peil ligt op -1.05 meter + NAP.

8.3 Nutsvoorzieningen, trafo’s en installaties

een gemeenschappelijke inpandige opslagruimte voor huishoude-

containers met grote capaciteit, dit zijn contai· Ondergrondse ner die bovengronds het zelfde zijn als de standaard wijkcon-

lijk afval komen te vervallen. Deze wijziging heeft zowel gevolgen

tainers maar ondergronds een grote capaciteit hebben. Voor-

voor nieuwbouw als bestaande bouw. Nu in de regelgeving de eis

deel hiervan is dat er bovengronds met minder inzamelpunten

ontbreekt van een gemeenschappelijke containerruimte, hoeven

een grotere capaciteit kan worden geleverd. Met name voor

Momenteel ligt er ter hoogte van deze ontwikkeling een leiding-

noch de eigenaren bij bestaande bouw noch de projectontwikke-

ontwikkelingen op een relatief kleine oppervlakte een hoge

kelder die onderdeel is van het grondwatersanering-systeem in

laars bij nieuwbouw te voorzien in een dergelijke functionaliteit. Dit

dichtheid van woningen wordt ingericht kan dit aantrekkelijk

Kralingen. Er is een formeel besluit genomen dat het grondwa-

betekent een grotere aanslag op de buitenruimte als er niks gere-

zijn voor de inzameling van huishoudelijk restafval. Hierbij zijn

tersaneringssysteem dat aanwezig is op deze locatie stopgezet

geld wordt.

er bovengronds minder inzamelpunten nodig. Wel dient er tij-

gaat worden. Het grootste deel van de verontreiniging is inmiddels

dens de inrichting en ontwerp fase rekening gehouden worden

verwijderd en de verspreiding van de resterende verontreiniging in

met de ondergrondse ruimte behoefte.

het diepe grondwater wordt afgeremd door afbraak door bacteriën.

Inpandige voedselvermaler / grinder, deze techniek wordt in

Als de bezwaartermijn op het formele besluit is afgelopen, worden

Na de inwerkingtreding van het bouwbesluit van 2012 is de eis van

Voor Schone Stad is het uitgangspunt voor afvalinzameling voor leid, als volgt; Het inzamelen van de verschillende afvalstromen

· het buitenland al breder ingezet maar is in Nederland eigenlijk

(Huishoudelijk restafval, glas, papier en groente-, fruit- en etensres-

nog niet toegepast. Voor de toepassing van deze techniek is

Ook als de verwachtingen tegen blijken te vallen wordt het grond-

ten) voor gestapelde nieuwbouw projecten dient in de buitenruimte

het van belang om aan het begin van het ontwerp traject stil te

watersanering-systeem niet opnieuw geactiveerd.

worden gefaciliteerd. Bij een nieuwe ontwikkeling dient gekeken

staan bij het ruimtebeslag van een dergelijk systeem binnen

te worden of er mogelijk al voldoende inzamelcapaciteit in de na-

het gebouw. Daarnaast moet er goed stilgestaan worden

De kelder in het plangebied wordt niet meer gebruikt, en is naar alle

bije omgeving aanwezig is. Als dit niet het geval is zal er o.b.v. de

bij de aspecten van eigendom en beheer en onderhoud van

waarschijnlijkheid al leeg. Wel lopen er nog leidingen langs/door

uitgebreide behoefte aan inzamelcapaciteit door Schone Stad (in

het systeem. Momenteel loopt er een traject bij Schone Stad

het gebied. De kelder mag niet onder/in de nieuwbouw worden

afstemming met de ontwikkelaar en ontwerper van Stadsontwik-

waarin naar een pilot wordt gewerkt waar dit systeem kan

opgenomen en dient voor aanvang van de bouw en in afstemming

keling) een nieuwe voorziening moeten worden ingericht voor de

worden toegepast zodat ervaring kan worden opgedaan met

met het Ingenieursbureau van de gemeente Rotterdam te worden

afvalinzameling. In gebieden met een zeer hoge dichtheid waar er

een dergelijk systeem zodat ervaring kan worden opgedaan

verwijderd.

zeer beperkte ruimte is in de openbare ruimte, zoals bij hoogbouw,

met het systeem.

nieuwe gestapelde bouw, als gevolg van de aanpassing in het be-

de pompen stilgezet en wordt de voortgang gerichter gemonitord.

zal er mogelijk gekeken moeten worden naar een oplossing op

De bebouwing dient EV-ready te zijn voor het toekomstig gebruik

maat waarbij inpandige inzameling tot de mogelijkheden behoort.

van elektrisch vervoer. Raadpleeg voor een op maat advies het team Rotterdam Elektrisch via rotterdamelektrisch@rotterdam.nl.

Het inzetten van de “standaard” ondergrondse (pers)containers is hierbij het uitgangspunt voor de afvalstromen huishoudelijk restafval, papier en glas. Voor de inzameling van groente-, fruit- en etensresten wordt de GFE cocon toegepast.

39

terug naar index

Lecke v/d Stoep

8.4 Kabels en leidingen Kabels en leidingen hordende bij het grondwatersaneringssysteem binnen het plangebied zijn ook nog een aandachts punt. Mogelijk zit er nog verontreiniging in de kabels en leidingen. Deze zullen daarom ook zorgvuldig verwijderd moeten worden.

8. Technische uitgangspunten

terug naar index

40

9. Proces 9.1 Procedure 9.2 SMP en IP 9.3 Participatie en communicatie

41

terug naar index

Lecke v/d Stoep

Deze Nota van Uitgangspunten is erop gericht het initiatief voor de ontwikkeling van Woonstad tot uitvoering te brengen. Dit hoofdstuk geeft uitleg over het proces richting de realisatie.

9.1 Procedure

9.3 Participatie en communicatie Gemeente en Woonstad Rotterdam stemmen onderling de communicatie over dit project af. Communicatie rondom de NvU is door de gemeente gedaan. De concept-NvU is door de gemeente gepresenteerd tijdens twee inloopmomenten (3 juli 2023 en 12 juli 2023)

Het initiatief pas niet binnen het vigerende bestemmingsplan, er

in de gemeentehub in Kralingen. Stakeholders (bewoners van het

zal een ruimtelijke procedure doorlopen moeten worden, zoals

complex en omwonenden) zijn hiervoor uitgenodigd per brief.

vastgelegd in de OW.

Stakeholders zijn hier geïnformeerd over de NvU en gevraagd om

De Nota van Uitgangspunten wordt gebruikt als toetsingskader

feedback. Van deze gelegenheid is door ca. 12 personen gebruik

voor met name het privaatrechtelijke traject behorende bij dit pro-

gemaakt. Er zijn enkele vragen gesteld, maar er zijn geen inhou-

ject.

delijke opmerkingen naar voren gekomen over de NvU, behoudens een persoon die bezwaar heeft gemaakt tegen de voorgenomen

9.2 SMP en IP

bebouwing langs de Weteringstraat, omdat deze het uitzicht uit de

Bij de Nota van Uitgangspunten wordt een concept stedenbouw-

van openbaar groen. De NvU is tevens toegelicht aan de Wijkraad

kundig matenplan (SMP) opgesteld. In het SMP staan onder andere

Kralingen op 21 augustus 2023.

eigen woning zou beperken. Tevens is via mail een aantal opmerkingen gemaakt over bouwhoogte, bezonning, parkeren en gebruik

de volgende elementen aangegeven:

bebouwingscontouren en bouwhoogtes · Rooilijnen, Huidig peil en uitgiftepeil aangrenzend openbaar gebied · Omgeving en landmeetkundige assen (coördinaten) · Uitgiftegrenzen ·

Het initiatief past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Het participeren/communiceren met betrekking tot de procedure rondom het wijzigen van het bestemmingsplan, om het initiatief planologisch mogelijk te maken, is een verantwoordelijkheid van de gemeente.

Van een IP (Inrichtingsplan) is in dit geval geen sprake. Wel dient een schets gemaakt te worden van het aanhelen van de buitenruimte.

9. Proces

terug naar index

42

10. Bijlagen 10.1 Vuistregels 10.2 Concept Stedenbouwkundig Matenplan (SMP) 10.3 Parkeernormen auto en fiets 10.4 Welstandsnota gebiedscriteria 10.5 Beeldverantwoording

43

terug naar index

Lecke v/d Stoep

10.1 Vuistregels

10. Bijlagen

terug naar index

44

45

terug naar index

Lecke v/d Stoep

10.2 Concept Stedenbouwkundig Matenplan (SMP) BR

NK

SPT

NK

BR

PA

NK

BR

FT FT

A

NK

BR BR NK

NK

BR BR NK NK

A NK

BR BR NK

BR

A SPT

SPT

SPT

BR BR

SPT

FT

SPT SPT

SPT

PA SPT

SPT

A SPT

SPT

NK

SPT

SPT

NK

SPT

NK

SPT SPT SPT

SPT

SPT NK

A

BR

A

NK

SPT

A SPT SPT NK

BR

FT FT P

BR SPT

BR A NK

NK

SPT

NK

SPT

NK

NK

-1.05 NK

NK

A

SPT SPT

NK NK

BR NK

BR A

-1.05

SPT

BR NK

BR NK NK

SPT SPT

BR

NK

BR

BR PA SPT

A

SPT SPT

BR

SPT

VERKLARING

NK

SPT

A

-1.05 NK

BR

A NK

NK

PROJECTGRENS NK

SPT

BR

BEBOUWING NK

UITGIFTEGRENS TEVENS TOEKOMSTIGE BEBOUWING ( STREEPLIJN IS FICTIEF )

NK

BOUWHOOGTESCHEIDING NK

-1.05

H= <15

BALKON / GALERIJ / LOGIA BIJ TOEKOMSTIGE BEBOUWING

H= <15 H= <15

TOPOGRAFIE (GEEN BEBOUWING)

NK

H= <15

BR

BR

A

AS LANDMETEN EVENT. MET COORDINATEN ( SO-SB Afd. Basisinformatie ) A

A

H= 5

VASTGESTELD PEIL T.O.V. N.A.P.

8.000

H= 5

MAATVOERING LANDMEETKUNDIGE AS

NK

H= 5

BR

NK

4.95 _

BR

H= 5 NK

FT

NK

8.00

MAATVOERING IN METERS

NK

-1.05

NK

BR

H= >15.5

55.35°

MAATVOERING HOEKEN IN GRADEN (360°)

H= 10m

BOUWHOOGTE IN METERS TEN OPZICHTE VAN NAP

NK

-1.05

BR

H= >15.5

BESTAANDE BOOM

-1.05

BR

PA

NK

BR

ENTREE

NK

BR BR

NUTSKAST

BR R

NK NK

A

BR PA

BR

BR NK

NK

NK NK NK

BR BR

NK

NK

A

M

R

BR

A NK

BR BR

NK

NK NK

NK

NK

BR BR BR A

NK

NK

Gebied: ...................... Planteam:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5f734e0a-da49-49a3-9232-65949971c6a0