[23bb006655] Bijlage behorende bij 23bb6270 - tweede herziening 2023 en begroting 2024
Tekst van het document
Financiering De ervaring van de laatste jaren leert dat, zeker onder deze huidige marktomstandigheden, een deel van de voorgenomen investeringen trager verloopt dan gedacht. Dit achterlopen van de realisatie op de begroting wordt planningsoptimisme genoemd. In deze begroting is reeds gedeeltelijk rekening gehouden met dit fenomeen. Komende periode zal onderzocht worden welke maatregelen op het gebied van project- en budgetbeheer kunnen worden getroffen om de mate van planningsoptimisme verder terug te dringen. Nadere toelichting is te vinden in de paragraaf Financiering.
Financiële bijstellingen Algemene middelen (x 1.000)
€ 25.169
Taakmutaties meicirculaire
€ 25.471
Actualisatie kapitaallasten
€ 1.309
Actualisatie rente
€ 2.639
Afronding Tower hotel Rotterdam
€ 176
Pagina 88 van 856
Bijstelling dividendramingen
€ 81
Teruggaaf dividendbelasting
€ 25
Technische wijzigingen, taakmutaties, kasschuiven en kleine bijstellingen
- € 6.060
Een negatief bedrag (met een – ervoor) is een financiële tegenvaller: de gemeente geeft meer geld uit of er komen minder opbrengsten binnen. Een positief bedrag is een financiële meevaller: de gemeente geeft minder geld uit of er komen meer opbrengsten binnen. Voor een uitgebreide toelichting zie het blokje Financiën onder dit programma.
Gemeentefonds Het Rijk verdeelt het gemeentefonds tussen de gemeenten op basis van verschillende maatstaven. Vanaf 2026 past het Rijk een nieuwe financieringssystematiek toe. De VNG heeft het Rijk laten weten dat deze nieuwe financieringssystematiek niet volstaat. Daarnaast wordt de VNG opgeroepen de inzet richting het Rijk, om de korting op het gemeentefonds vanaf 2026 te repareren, te intensiveren. Nadere toelichtingen op het gemeentefonds kunt u lezen in het hoofdstuk Gemeentefonds.
RET De RET stelt dat zij er financieel niet goed voor staat. In samenspraak met Rotterdam en MRDH werkt de RET aan een oplossing. In december 2023 volgt een definitief besluit. De gemeenteraad wordt tijdig meegenomen in de discussie. Voor nadere toelichting zie hoofdstuk Projecten en de paragraaf Verbonden Partijen.
Stedin Voor de overgang naar schonere energie heeft netbeheerder Stedin extra vermogen nodig. Stedin en bestaande aandeelhouders zijn in overeenstemming met het Rijk over een investering van € 500 mln. Naar verwachting wordt de storting van het Rijk voor het eind van 2023 afgerond. Voor nadere toelichting zie hoofdstuk Projecten en de paragraaf Verbonden Partijen.
Organisatieopgave Bij de voorjaarsnota 2023 is gemeld dat het college zich een doel stelt om te besparen op de kosten van de gemeentelijke organisatie. Deze besparing op de organisatie van opgeteld € 150 mln komt bovenop de besparing op de organisatie in het coalitieakkoord. De besparingen moeten zo min mogelijk ten koste gaan van de
Pagina 89 van 856
dienstverlening aan de Rotterdammers en worden de komende periode verder uitgewerkt. De raad zal separaat worden geïnformeerd over de voortgang van de organisatieopgave. a
Bestuurlijke hoofdlijnen 2024-2027
Pagina 16
Bestuurlijke hoofdlijnen 2024-2027 Financiële uitgangspunten Wij zorgen dat de structurele lasten niet groter zijn dan de structurele baten. Wij streven naar een weerstandsvermogen van minimaal 1,0 in alle jaren. Wij respecteren als college van burgemeester & wethouders het budgetrecht van de gemeenteraad. Middelen worden doelmatig en efficiënt ingezet. Wij zijn hierbij kritisch in onze rol als gemeente: wij vullen niet zonder meer de gaten die andere overheidsinstanties/-lagen laten vallen. Tegenvallers worden zo veel mogelijk binnen de eigen portefeuille opgelost. Meevallers vallen in principe altijd in het algemeen beeld.
Rijkstaken worden uitgevoerd met Rijksmiddelen. Bij het wegvallen van Rijksmiddelen vallen in principe ook taken weg. Wij compenseren alleen met eigen gemeentelijke middelen als we hiervoor als college expliciet over besluiten. Wij doen zo min mogelijk aan kaasschaven: wij maken doelbewuste keuzen om beleid minder of niet te doen. Wij houden vast aan de uitgangspunten van het huidige investeringsbeleid: We gebruiken 1/3e deel van de groei van de algemene dekkingsmiddelen voor investeringen in het kader van groei van de stad. Wij hanteren de vastgestelde kaders rondom de verkoopopbrengst van Eneco. Wij brengen en houden de budgetten voor kapitaallasten van ons huidig bezit, op peil. a
Doel: Stabiele en rechtvaardige financiering van de Pagina 17 gemeente (Gemeentefonds) Doel: Stabiele en rechtvaardige financiering van de gemeente (Gemeentefonds)
Pagina 90 van 856
AlgemeenHerziening gemeentefonds en onderhoud verdeling gemeentefondsFinancieringssystematiek tot en met 2025Financieringssystematiek vanaf 2026/2027VNG-advies: Problematiek niet-taakgebonden kortingen RijkVal kabinet
Algemeen Het gemeentefonds van het Rijk is de grootste, jaarlijkse inkomstenbron van de gemeente. De ontwikkeling van het gemeentefonds bepaalt in belangrijke mate hoeveel financiële ruimte de gemeente heeft. Tot het gemeentefonds behoren de algemene uitkering, integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen. Met het geld kunnen gemeenten zelfstandig beleid voeren. Gemeenten moeten echter wel de hen wettelijk opgedragen taken betalen met het geld dat zij uit het gemeentefonds ontvangen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om de betaling van de jeugdzorg en het verstrekken van bijstandsuitkeringen. Minimaal drie keer per jaar informeert het Rijk de gemeenten over het gemeentefonds: in mei/juni op basis van de Voorjaarsnota van het Rijk; in september op basis van de Miljoenennota van het Rijk; in december op basis van de Najaarsnota van het Rijk. De financiële effecten van de meicirculaire 2023 voor het lopende jaar en volgende jaren zijn verwerkt in de Begroting 2024/Tweede Herziening 2023. Over de effecten van de septembercirculaire voor zowel 2023 als voor latere jaren krijgt de gemeenteraad in oktober 2023 nadere informatie. Het moment van verschijnen van de circulaire maakt het onmogelijk de effecten te verwerken in de Begroting 2024/Tweede Herziening 2023. De effecten voor 2023 van de september- en decembercirculaire 2023 worden pas bij jaarrekening 2023 verwerkt.
De effecten voor 2024 en volgende jaren worden meegenomen in de Voorjaarsnota 2024/Eerste Herziening 2024.
Herziening gemeentefonds en onderhoud verdeling gemeentefonds De onderlinge verdeling van het gemeentefonds tussen de gemeenten gebeurt op basis van verdeelmaatstaven. Deze maatstaven zijn kenmerken van gemeenten en hun inwoners, zoals het aantal inwoners, het aantal bijstandsgerechtigden, de oppervlakte en zo meer. Het Rijk stelt de maatstaven meerdere keren per jaar bij. Regelmatig vindt ook een herijking plaats om de verdeling tussen de gemeenten zo accuraat mogelijk te maken.
De laatste herijking van de verdeelmaatstaven is doorgevoerd op 1 januari 2023. Voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en een lagere sociaaleconomische status, waaronder Rotterdam, geldt tot en met 2025 een aangepast ingroeipad om de effecten van deze herijking te verminderen. Met dit ingroeipad is meerjarig rekening gehouden in de begroting 2023. Het negatieve effect voor Rotterdam wordt hierdoor beperkt tot in totaal € 22,50 per inwoner voor de periode 2023 tot 2025. De verdeling van dit effect over de verschillende jaren is: € 5 per inwoner in 2023, € 7,50 per inwoner in 2024 en € 10 per inwoner in 2025.
Deze nieuwe verdeling is geen eindstation maar vraagt om voortdurend onderhoud. Doel is dat de verdeling van het gemeentefonds een zo actueel mogelijke weerspiegeling blijft van de gemeentelijke stand van zaken. Een
Pagina 91 van 856
eerste evaluatie van het nieuwe model is in voorbereiding. De komende jaren komt er onderzoek naar gemeentelijke kenmerken als grootstedelijkheid, centrumfunctie sociaal domein, eenpersoonshuishoudens.
Financieringssystematiek tot en met 2025 Ontwikkelingen in de totale rijksuitgaven hadden tot voorkort direct invloed op de algemene uitkering vanuit het gemeentefonds, het zogenaamde ‘trap-op-trap-afsysteem’. Heeft het Rijk meer geld beschikbaar, dan komt er meer geld in het gemeentefonds. En andersom werd het gemeentefonds kleiner als het Rijk minder geld beschikbaar had. Deze jaarlijkse toe- of afname van het gemeentefonds heet ‘het accres’. Deze afhankelijkheid van het Rijk biedt gemeenten weinig financiële zekerheden.
Om voor gemeenten juist meer financiële zekerheden te krijgen, heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) vlak voor de zomer 2022 met het Rijk afgesproken het accres voor de periode 2022-2025 vast te zetten op de standen van de meicirculaire 2022. De algemene uitkering uit het gemeentefonds varieert nog wel beperkt. Dat komt door aanpassingen van de verdeelmaatstaven en de compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen.
Financieringssystematiek vanaf 2026/2027 Het Rijk wil vanaf 2026 het gemeentefonds niet langer aanpassen via het ‘trap-op trap-af-systeem’. In de Rijks Voorjaarsnota 2023 staat een beschrijving op hoofdlijnen van een nieuwe financieringssystematiek. Het Rijk heeft aangegeven dat nadere uitwerking van de financieringssystematiek volgt in de Miljoenennota 2024 van het Rijk.
Vooruitlopend op deze nieuwe financieringssystematiek heeft het kabinet in de septembercirculaire 2022 voor 2026 eenmalig € 1 mld beschikbaar gesteld. Daarvan gaat ca. € 47 mln naar Rotterdam. Het kabinet heeft bovendien aangekondigd dat dit bedrag vanaf 2027 elk jaar beschikbaar komt. Dit is verwerkt in het financieel beeld van de gemeentelijke Voorjaarsnota 2023/Eerste Herziening 2023. In 2026 wordt alleen een accres voor loon- en prijsontwikkeling verstrekt, geen volumeaccres. De compensatie voor LPO wordt gebaseerd op basis van de door het CPB geraamde ontwikkeling van het prijs bruto binnenlands product (pBBP). Vanaf 2027 wordt het gemeentefonds ook weer bijgesteld voor volumeontwikkelingen op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (BBP). In de Voorjaarsnota 2023 heeft het Rijk aangekondigd dat nadere uitwerking van de financieringssystematiek volgt in de Miljoenennota 2024 van het Rijk. Wel is het door de val van het kabinet ook mogelijk dat dit pas op een later moment zal gebeuren. De VNG heeft het Rijk duidelijk laten weten dat de nieuwe financieringssystematiek, zoals deze tot dusver is uitgewerkt, niet volstaat. De VNG heeft gemeenten een begrotingsadvies gegeven.
VNG-advies: Problematiek niet-taakgebonden kortingen Rijk Pagina 92 van 856
Op de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) van 14 juni jl. is de resolutie ‘Naar een rechtvaardig, duurzaam en solide meerjarig financieel perspectief’ met grote meerderheid aangenomen. In navolging hiervan heeft de VNG op 14 juli jl. een begrotingsadvies verzonden aan haar leden (de gemeenten) voor het opstellen van de programmabegroting 2024-2027. Vooralsnog luidt het advies van de VNG om voor de jaren 2026 en 2027 het tekort dat als gevolg van de niettaakgebonden korting van het gemeentefonds door het Rijk te tonen – dat wil zeggen: het tekort in die jaren te presenteren zonder nu al maatregelen te nemen om dit tekort te compenseren en zo tot een sluitende begroting te komen. Voordat dit VNG-advies er was gingen gemeenten op verschillende wijzen om met deze naderende korting. Zo heeft Rotterdam er bij het afsluiten van het coalitieakkoord Eén Stad in 2022 voor gekozen om de voorziene korting reeds in te passen. Rotterdam geeft daarom op een andere wijze invulling aan het advies van de VNG. Met deze toelichting wordt de gekozen werkwijze waar in Rotterdam voor is gekozen toegelicht. In het Rotterdamse coalitieakkoord Eén Stad zijn reeds meerdere maatregelen getroffen om een sluitende begroting te presenteren.
Deze maatregelen zijn niet een-op-een te koppelen aan de korting van het Rijk, maar de korting op het gemeentefonds droeg wel bij aan de noodzaak om maatregelen te treffen. Het betreft maatregelen in het zorgdomein, een verhoging van de parkeerbelasting en een bezuiniging op de organisatie. Ondanks de reeds geformuleerde maatregelen in het zorgdomein is er de komende jaren alsnog sprake van een tekort op de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), een taak in medebewind. Om die reden is een reeks in de gemeentelijke begroting opgenomen die uitgaat van extra rijksbijdragen. Deze reeks bedraagt in 2026 en latere jaren € 60 mln. per jaar. Door de gekozen manier van verwerking in de begroting geeft Rotterdam hier invulling aan, hetgeen onverlet laat dat Rotterdam zich in de lobby naar het rijk sterk inspant kortingen ongedaan te maken.
Val kabinet Door de val van het kabinet-Rutte IV is er een tijd van bestuurlijke onzekerheid aangebroken. De discussie met het Rijk rondom de ontwikkelingen van het gemeentefonds loopt waarschijnlijk vertraging op. Op 12 september jl. is de nieuwe financieringssystematiek van het gemeentefonds door de Tweede Kamer controversieel verklaard. Zolang dit onderwerp controversieel verklaard blijft zal de behandeling van dit onderwerp pas terug opgepakt kunnen worden door een volgend kabinet. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de Tweede Kamer op elk moment kan beslissen om de status van een onderwerp te herzien en zodoende alsnog kan overgaan tot behandeling ervan. De inzet om een stabiele en rechtvaardige financiering van gemeenten te waarborgen na 2025 blijft echter onverminderd doorgaan. Het college maakt zich hiervoor hard in relevante overleggen.
a
Doel: Bestendig beheer Algemene middelen
Pagina 93 van 856
Doel: Bestendig beheer Algemene middelen
Pagina 18
Doel: Bestendig beheer Algemene middelen Wat willen we bereiken?Wat gaan we daarvoor doen?IndicatorenToelichting indicatoren
Wat willen we bereiken? Het programma Algemene Middelen draagt bij aan de manier waarop het college werkt aan structureel houdbare gemeentefinanciën. De basis voor houdbare gemeentefinanciën is gelegen in een meerjarenbegroting. Die is structureel en reëel in evenwicht is. Houdbare gemeentefinanciën vergen echter meer dan dat. Zo wil de gemeente in geval van financiële tegenslag voldoende middelen hebben om de eerste klappen op te vangen. De houdbaarheid van gemeentefinanciën kent twee aspecten: Voldoende weerbaarheid. Het betreft de mogelijkheden om op korte termijn financiële tegenvallers op te vangen zonder direct in de begroting en in de beleidsambities te hoeven ingrijpen. Voldoende flexibiliteit in de begroting. Het betreft de snelheid waarmee de lasten kunnen worden verlaagd en de baten kunnen worden verhoogd. De flexibiliteit van de begroting (ook wel wendbaarheid genoemd) wordt beperkt door verplichtingen die voor meerdere jaren zijn of worden aangegaan. Het betreft dan om verplichtingen als gevolg van schulden (rente en aflossing van opgenomen geldleningen), kapitaallasten van investeringen en om beheer- en onderhoudslasten. Voor de houdbaarheid van gemeentefinanciën zijn weerbaarheid en flexibiliteit dus belangrijk. Daartoe wordt gestreefd naar: Sluitende begroting en meerjarenraming. Wij zorgen dat de structurele lasten niet groter zijn dan de structurele baten.
Gedegen beheer van deelnemingen en verbonden partijen. De Raad wordt bij de P&C producten en het beheerslag deelnemingen hierover geïnformeerd. Weerstandvermogen van minimaal 1,0 in alle jaren. Gedegen treasury- en financieringsfunctie. Zorgen voor voldoende en gedegen financiële ruimte om investeringen mogelijk te maken, om samen met andere partijen te kunnen werken aan de toekomst van de stad. De uitdaging is om het beschikbare investerend vermogen zo in te zetten dat we een hefboom creëren om daarmee andere partijen mee te krijgen om samen te investeren. Wenselijk is dat de gemeenteraad een integraal beeld krijgt van de consequenties van beslissingen voor de houdbaarheid van de begroting. Kengetallen en indicatoren kunnen de gemeenteraad ondersteunen bij het nemen van beslissingen.
Wat gaan we daarvoor doen?
Pagina 94 van 856
Zorgdragen dat de hiervoor geldende indicatoren en kengetallen blijven binnen de geldende wettelijke normen en bestuurlijke kaders en de actuele streefwaarden zoals bepaald door de toezichthouder, de Provincie Zuid-Holland. Hierover verantwoording afleggen in de P&C-producten.
Indicatoren De gemeente maakt gebruik van financiële kengetallen voor de sturing op en de verantwoording over de financiële positie. De volgende kengetallen en indicatoren zijn behorend tot het programma: Weerstandsvermogen Structurele exploitatieruimte Solvabiliteitsrisico EMU-saldo (vorderingssaldo) Kasgeldlimiet Renterisiconorm Schatkistbankieren Netto schuldquote
Toelichting indicatoren Voor verdere informatie daartoe kunt u terecht bij de paragrafen: Financiering, Weerstandsvermogen en risicobeheersing en Financiële Kengetallen. a
Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen
Pagina 19
Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) Het programma Algemene middelen draagt via het gedegen beheer van bestaande deelnemingen en verbonden partijen, waarmee een verscheidenheid aan publieke belangen wordt gerealiseerd, aan de volgende Duurzame ontwikkelingsdoelstelling: SDG 17 Partnerschappen om diensten te bereiken Voor een uitgebreide toelichting zie de paragraaf Sustainable development goals. a
Projecten: Aan de orde zijnde deelnemingen
Pagina 20
Projecten: Aan de orde zijnde deelnemingen Pagina 95 van 856
RET In mei 2023 heeft de RET haar toekomstperspectief 2024-2030 opgesteld. De RET stelt dat zij er financieel niet goed voor staan. dat komt door afgenomen reizigersaantallen, gestegen energiekosten en hogere personeelskosten. De RET werkt met concessieverlener Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en de gemeente Rotterdam als grootaandeelhouder aan een oplossing om de RET weer financieel gezond te krijgen. De gemeente Rotterdam zal als aandeelhouder afhankelijk van de gekozen oplossingsrichtingen door de MRDH actie moeten ondernemen. Er moet worden bepaald of een extra kapitaalstorting noodzakelijk is. In november 2023 komen alle oplossingsrichtingen op tafel in de Advies- en Bestuurscommissie Vervoersautoriteit en het dagelijks bestuur van de MRDH. In december 2023 het Algemeen Bestuur van de MRDH een definitief besluit. De gemeenteraad wordt tijdig meegenomen in deze discussie door informatiesessies en in raadsbrieven. Voor nadere toelichting zie paragraaf Verbonden Partijen.
Stedin Voor de overgang naar schonere energie heeft netbeheerder Stedin extra vermogen nodig. Rotterdam is een van de aandeelhouders van Stedin. Stedin vraagt gemeenten en provincies uit het verzorgingsgebied die nog geen aandeelhouder zijn geld te storten. Dat zou een aanvulling zijn op de € 200 mln die Rotterdam en bestaande aandeelhouders in 2021 al hebben gestort en de €251 mln aan winst vanuit de verkoop van een dochteronderneming die door de aandeelhouders in Stedin is gelaten. In september hebben de vertegenwoordigers van de aandeelhouders, Stedin en de Staat overeenstemming bereikt over een storting vanuit de Staat van € 500 mln om daarmee het eigen vermogen van Stedin te versterken. De voorwaarden en condities voor deze storting worden nu voorgelegd aan de Eerste en Tweede Kamer en de colleges en gemeenteraden van de 42 aandeelhoudende gemeenten die tot december 2023 hebben om daarover te besluiten. Naar verwachting wordt de storting van het Rijk voor het eind van 2023 afgerond als alle benodigde goedkeuringen zijn verkregen. Vooralsnog vraagt Stedin geen nieuwe bijdrage van Rotterdam en de 41 andere gemeentelijke aandeelhouders. Met de bijdrage van het Rijk kan Stedin de komende periode vooruit. Door de omvangrijke investeringen in de energietransitie is de kans reëel dat in de toekomst aanvullend geld nodig heeft.
De gemeenteraad is in september over geïnformeerd en in de besluitvorming betrokken. Een positieve ontwikkeling is dat de provincie Utrecht in haar recent gepubliceerde Coalitieakkoord heeft aangegeven aandeelhouder van Stedin te willen worden, ook de provincies Zeeland en Zuid Holland bekijken deze mogelijkheid.
Het dividend dat door Stedin aan Rotterdam uitkeert, wordt door veel factoren beïnvloed. Naast de daling van het relatieve aandelenbelang van Rotterdam (verwatering) ten gevolge van het geld dat de Staat stort en de aandelen die het Rijk daarmee verkrijgt, gaat het onder meer om een mogelijke boekhoudkundige stelselwijziging die van invloed is op het dividend, aanpassing van het dividendbeleid en de financiële performance van Stedin. Omwille
Pagina 96 van 856
van deze onzekerheden is het wenselijk om pas bij de volgende herziening van de begroting te besluiten over eventuele wijzigingen als de besluitvorming van de betrokken partijen is afgerond. Voor nadere toelichting zie paragraaf Verbonden Partijen. a
Financiën
Pagina 21
Financiën Overzicht baten en lastenProgramma en Rotterdamse taakveldenToelichting overzicht baten en lastenFinanciële bijstellingenToelichting financiële bijstellingen
Overzicht baten en lasten
Overzicht van baten en lasten Algemene middelen
Realisatie
Begroting
Begroting
Raming
Raming
Raming
2022
2023
2024
2025
2026
2027
Baten exclusief reserves
2.287.066
2.259.666
2.366.967
2.364.709
2.275.917
2.271.039
Bijdragen rijk en medeoverheden
2.195.890
2.159.773
2.269.551
2.266.537
2.175.057
2.166.304
Dividenden
87.080
96.585
96.801
97.901
100.901
104.901
Financieringsbaten
4.290
4.173
1.662
1.319
1.007
882
92
7
2
0
0
0
-286
-872
-1.048
-1.048
-1.048
-1.048
23.978
-15.112
-18.629
-188
-2.951
1.878
Apparaatslasten
66
0
0
0
0
0
Inhuur
66
0
0
0
0
0
Intern resultaat
47
0
0
0
0
0
Intern resultaat
47
0
0
0
0
0
Programmalasten
23.864
-15.112
-18.629
-188
-2.951
1.878
Financieringslasten
13.868
22.415
41.337
55.226
64.251
69.205
Inkopen en uitbestede werkzaamheden
3.071
6.462
8.849
19.567
14.340
18.758
Kapitaallasten
-43.081
-44.929
-69.155
-75.321
-81.881
-86.425
Overige programmalasten
50.006
340
340
340
340
340
Overige opbrengsten derden
Overige baten
Lasten exclusief reserves
Pagina 97 van 856
Subsidies en inkomensoverdrachten
0
600
0
0
0
0
Saldo voor vpb en reserveringen
2.263.088
2.274.778
2.385.596
2.364.897
2.278.868
2.269.161
Vennootschapsbelasting
0
0
0
0
0
0
Saldo voor reserveringen
2.263.088
2.274.778
2.385.596
2.364.897
2.278.868
2.269.161
Reserves
-358.193
-1.467
-55.693
-99.976
-80.032
-85.413
Onttrekking reserves
36.332
191.736
53.818
53.058
52.546
45.251
Toevoeging reserves
394.925
195.103
109.511
153.035
132.578
130.664
400
1.899
0
0
0
0
1.904.895
2.273.311
2.329.903
2.264.921
2.198.836
2.183.748
2022
2023
2024
2025
2026
Tweede herziening 2022 / Begroting 2023
1.999.228
2.027.398
2.099.024
2.063.397
2.020.468
Jaarstukken 2022 (realisatie)
1.904.895
Eerste herziening / Voorjaarsnota 2023
2.248.142
2.150.194
2.092.552
2.036.182
2.017.255
Tweede herziening 2023 / Begroting 2024
2.273.311
2.329.903
2.264.921
2.198.836
2.183.748
Begroting
Begroting
Raming
Raming
Raming
2023
2024
2025
2026
2027
Algemene middelen
2.273.311
2.329.903
2.264.921
2.198.836
2.183.748
Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
2.159.765
2.269.568
2.266.555
2.175.075
2.166.321
Overige baten en lasten - Beheer algemene middelen
34.189
-16.323
-74.198
-50.018
-59.611
Treasury
79.357
76.658
72.564
73.780
77.038
0
0
0
0
0
2.159.765
2.269.568
2.266.555
2.175.075
2.166.321
Overige baten en lasten - Beheer algemene middelen
34.189
-16.323
-74.198
-50.018
-59.611
Treasury
79.357
76.658
72.564
73.780
77.038
Vrijval reserves
Saldo
VERGELIJK SALDO ×
Vergelijking begrotingssaldi
2027
Programma en Rotterdamse taakvelden
Saldo programma/Rotterdams taakveld
Vennootschapsbelasting (VpB)
Algemene uitkeringen en overige uitkeringen gemeentefonds
Pagina 98 van 856
Vennootschapsbelasting (VpB)
0
0
0
0
0
Toelichting overzicht baten en lasten Baten De baten bestaan uit de bijdragen van het Rijk en medeoverheden - onder andere de algemene uitkering uit het gemeentefonds - , uit dividenden en uit financieringsbaten over verstrekte leningen en garanties.
Lasten De twee grootste posten zijn de financieringslasten over aangegane geldleningen en de kapitaallasten, waaronder de interne doorbelasting van de rente die gemeente betaald aan zijn financiers. Verder vormen de organisatiebrede stelposten de belangrijkste posten onder ‘Inkopen en uitbestede werkzaamheden’. De organisatiebrede stelposten zijn bedoeld om de nog over de programma’s te verdelen taakstellingen voor de organisatie en de trendcorrecties op te vangen.
Reserves Onder het programma Algemene middelen is een aantal organisatiebrede reserves opgenomen. Het gaat hoofdzakelijk om de Algemene reserve, de Kredietrisicoreserve, de Rotterdamse Investeringsmotor (RIM) en de bestemmingsreserve Taakmutaties Gemeentefonds.
Meerjarig verloop Door toename van de rijksbijdragen stijgen de totale baten in 2024 ten opzichte van de begroting 2023. Vanaf 2025 nemen, ondanks stijgende dividendopbrengsten, de totale baten af door dalende rijksbijdragen en financieringsbaten. De totale lasten dalen in 2023 ten opzichte van de realisatie 2022. Dit heeft te maken met de financiële afwikkeling van de verkoop van het Warmtebedrijf Rotterdam in 2022. De daling van de lasten in 2024, 2026 en 2027 komt door hogere kapitaallasten. In 2025 is er een stijging ten opzichte van 2024; deze stijging komt vooral door hogere financieringslasten. Verder beïnvloeden diverse stelposten het meerjarige saldo. Deze stelposten zijn vooralsnog centraal verwerkt.
Financiële bijstellingen Een negatief bedrag (met een – ervoor) is een financiële tegenvaller: de gemeente geeft meer geld uit of er komen minder opbrengsten binnen. Een positief bedrag is een financiële meevaller: de gemeente geeft minder geld uit of er komen meer opbrengsten binnen.
Bijstellingen Algemene middelen
Begroting
Begroting
Raming
Raming
Raming
2023
2024
2025
2026
2027
Pagina 99 van 856
Eerste Herziening / Voorjaarsnota 2023
Bijstellingen Tweede Herziening 2023 / Begroting 2024
2.248.142
2.150.194
2.092.552
2.036.182
2.017.255
25.169
179.709
172.369
162.654
166.493
Actualisatie gemeentefonds
Ramingsbijstellingen onvermijdelijk
0
9.150
3.130
0
0
Actualisatie kapitaallasten
Ramingsbijstellingen onvermijdelijk
1.309
-558
-382
444
2.337
Actualisatie rente
Ramingsbijstellingen onvermijdelijk
2.639
-924
-5.080
-5.898
-7.047
Afdracht Rotterdamse Investeringsmotor
Ramingsbijstellingen onvermijdelijk
0
4.290
4.620
4.400
3.430
Afronding Tower Hotel Rotterdam
Ramingsbijstellingen onvermijdelijk
176
0
0
0
0
Bijstelling dividendramingen
Ramingsbijstellingen onvermijdelijk
81
50
200
200
200
Teruggaaf dividendbelasting
Ramingsbijstellingen onvermijdelijk
25
0
0
0
0
Actualisatie rente
Reserves
0
0
0
0
0
Algemene reserve
Reserves
1.528
-2.045
-9.361
-530
9.192
Bestemmingsreserve Duurzaamheidstransitiebudget
Reserves
-5.295
0
0
0
0
Bestemmingsreserve Energietransitie
Reserves
-63
0
0
0
0
Bestemmingsreserve Gebiedsontwikkeling
Reserves
-600
0
0
0
0
Bestemmingsreserve Rotterdam Circulair
Reserves
-400
0
0
0
0
Bestemmingsreserve Rotterdamse Investeringsmotor
Reserves
827
18.211
20.315
21.294
21.408
Kredietrisicoreserve
Reserves
0
0
0
0
0
Bijdrage centrale financiering GDI
Taakmutaties
-280
-297
-312
-297
-297
Taakmutaties meicirculaire
Taakmutaties
25.471
11.867
20.967
6.795
214
Technische wijzigingen
-250
139.964
138.273
136.247
137.056
2.273.311
2.329.903
2.264.921
2.198.836
2.183.748
Technische wijzigingen
Begroting na wijzigingen
Toelichting financiële bijstellingen Actualisatie Gemeentefonds Vooruitlopend op aanpassingen van loon- en prijsontwikkelingen door het Rijk en het actualiseren van waarden van maatstaven in het gemeentefonds zijn hiervoor bij de Voorjaarsnota 2023 bedragen geraamd. Op basis van een recente berekening vallen de geactualiseerde bedragen voor 2024 met € 9,2 mln en voor 2025 € 5,1 mln gunstiger uit dan destijds is ingeschat.
Actualisatie kapitaallasten De afschrijvingen en rente op investeringen vormen de kapitaallasten. De kapitaallasten zijn aangepast vanwege
Pagina 100 van 856