CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb006647] Bijlage 3 behorende bij 23bb6615 - Rapport Opkomst en vertegenwoordiging van Rotterdammers 300623

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 16 november 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bestuur27.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Impressie uit de wijk: net hier komen wonen Voor de ingang van supermarkt Hoogvliet, in een winkelgebied in Beverwaard, spreken we met een vrouw van 33 jaar. Ze is vier maanden geleden vanuit Curaçao verhuisd naar deze wijk en is kassamedewerker bij een andere supermarkt. Ze woonde nog niet in Rotterdam bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022. Of ze een volgende keer wel zou gaan stemmen, weet ze nog niet. ‘Ik heb in Curaçao ook maar één keer in mijn leven gestemd. Er verandert toch niks, het heeft geen zin om te stemmen.’ De meeste mensen die ze kent, stemmen niet. Hoe ervaart ze de wijk tot nu toe? Ze is er wel tevreden over. ‘Het is wel een fijne wijk, het is hier rustig.’ Ze vindt wel dat de gemeente vaker het vuilnis zou kunnen ophalen: ‘dat blijft te lang op straat staan.’ stemmers. En onder zowel stemmers als niet-stemmers komen we veel bewoners tegen die niet bezig zijn met participatie in de wijk.

3.6 Redenen om in de toekomst wel of niet te gaan stemmen Over het algemeen zeggen mensen die de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen gestemd hebben, dat ze in de toekomst zullen blijven stemmen. Ze zeggen bijvoorbeeld: ‘dat vind ik normaal, ik ga niet stoppen’ en ‘ik blijf gewoon stemmen.’ Gevraagd naar omstandigheden waaronder ze niet zullen gaan stemmen, noemen ze meestal incidentele omstandigheden, zoals ziekte. Sommige stemmers twijfelen over het stemmen in de toekomst. Zo vindt een stemmer de politiek te gefragmenteerd en partijen weinig onderscheidend: ‘Alles lijkt op elkaar. Er zijn te veel eenmansfracties. Dat zou voor mij een reden kunnen zijn om niet meer te gaan stemmen’ (man, 65+, gepensioneerd, Carnisse-Zuiderpark). Onder niet-stemmers is er meer verdeeldheid over stemmen in de toekomst. Sommige niet-stemmers zijn vastberaden en zeggen dingen als ‘ik zal nooit gaan stemmen, ben je gek’, andere zijn gematigder en zeggen ‘ik denk dat ik voorlopig niet ga stemmen’. Hun opvattingen over het gebrek aan belang of nut van stemmen veranderen niet zomaar. Er zijn ook niet-stemmers die

Conceptversie 22 mei 2023

P 21

onder bepaalde omstandigheden wel zouden gaan stemmen. Sommigen van hen leggen de verantwoordelijkheid hiervoor bij zichzelf (‘ik ga me er meer in verdiepen’), anderen vinden dat politici hiervoor aan zet zijn (‘zij moeten het verdienen’). Voorbeelden van bewoners die het wel of niet stemmen koppelen aan het beschikken over informatie: ‘Ik ben niet zo lang geleden begonnen als jongerenwerker en ik merk dat ik steeds meer in contact kom met ambtenaren van de gemeente. Hierdoor heb ik een beter beeld van wat er zich allemaal afspeelt. Bij de volgende verkiezingen woon ik zes jaar in Rotterdam en ik zal tegen die tijd gewoon naar de stembus gaan.’ (vrouw, 30, jongerenwerker, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek)

-

-

‘In de toekomst ga ik stemmen als ik weet wat de plannen zijn.’ (vrouw, 21, hb0-student, Beverwaard) Een voorbeeld van een bewoner die afwacht of een bepaalde partij haar stem waard is: “50PLUS doet veel voor het recreatieoord bij Hoek van Holland. Misschien stem ik die in maart wel [bij de Provinciale Statenverkiezingen van 2023]. Nu zeg ik het wel, maar ik weet niet of ik dan ga stemmen, het hangt er vanaf wat er in de aankomende maanden gebeurt.’ (vrouw, Centrum)

-

in het bijzonder, gebrek aan ervaren urgentie, en wel willen stemmen maar obstakels ervaren (zoals geen stempas ontvangen, taalbarrière). De meest genoemde redenen om wel te stemmen: je uitspreken om een verschil te kunnen maken (‘anders mag je niet klagen’) en stemrecht als een recht dat je moet koesteren door het te benutten. Een deel van de stemmers spreekt ook een gebrek aan vertrouwen uit en denkt dat hun stem er eigenlijk niet toe doet. Stemmers en niet-stemmers leven niet in gescheiden werelden of afgesloten bubbels. We zien wel dat ‘van huis uit meegekregen’ een belangrijke rol speelt, zowel onder stemmers als niet-stemmers. Tegelijkertijd geven stemmers aan mensen in hun omgeving te hebben die niet stemmen, en andersom. Een indeling maken van stemmers versus niet-stemmers heeft als risico dat we niet-stemmers wegzetten als ‘afhakers’, terwijl het wel of niet stemmen in veel gevallen weinig zegt over hun lokale betrokkenheid in bredere zin. Structurele stemmers zeggen meestal dat ze in de toekomst zullen blijven stemmen. Structurele en incidentele niet-stemmers noemen verschillende redenen om een volgende keer wel te gaan stemmen. Sommigen leggen vooral de verantwoordelijkheid bij lokale politici (‘ze moeten mijn vertrouwen eerst verdienen’), anderen zien vooral een rol voor zichzelf (‘ik moet me er meer in verdiepen’).

3.7 Kortom, Puntsgewijs de belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk: -

De motieven van stemmers en niet-stemmers zijn gelaagd en overlappen elkaar deels. De meest genoemde redenen om niet te stemmen zijn: gebrek aan vertrouwen dat je stem ertoe doet, gebrek aan belangstelling voor politiek in het algemeen en de lokale politiek

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 22

4. Wat bewoners bezighoudt in de vier wijken Ervaringen met problematiek en het aankaarten daarvan In hoofdstuk 3 lieten we de algemene patronen van stemmen of niet stemmen zien, in dit hoofdstuk kijken we breder naar wat er speelt onder bewoners, met aandacht voor de eigenheid van de vier wijken. Hoe mensen hun leven in de wijk ervaren, heeft ook invloed op hun opvattingen over de gemeente en lokale politiek. In dit hoofdstuk baseren we ons niet alleen op de straatgesprekken met 90 wijkbewoners, maar benutten we ook de diepte-interviews met 15 sleutelfiguren in de wijk (zoals wijkmanagers, wijknetwerkers, wijkraadsleden, sociaal werkers en actieve buurtbewoners) en inzichten uit de 4 groepsgesprekken (zie meer informatie over de diepte-interviews en groepsgesprekken in Bijlage 6.2).

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 23

4.1 Wat houdt wijkbewoners bezig? In het vorige hoofdstuk zagen we dat veel niet-stemmers niet (meer) stemmen, omdat ze denken: ‘er verandert toch niets’. Maar wat zouden zij dan willen dat verandert? Uit de gesprekken blijkt dat hier belangrijke verschillen in bestaan tussen de wijken, die samenhangen met de problematiek die bewoners in de wijken ervaren. In de wijken CarnisseZuiderpark en Beverwaard ervaren veel bewoners bestaansonzekerheid en onveiligheid, en gebrek aan voorzieningen en toekomstperspectief voor jongeren. In Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek zijn er grote verschillen tussen arm en rijk, wat ook is terug te zien in wat er leeft onder bewoners. In Hillegersberg is de basis voor de meeste mensen goed op orde en is de problematiek – ook volgens veel bewoners zelf – van een andere orde. Een fijne wijk Wat opvalt in de straatgesprekken, is dat bewoners op de vraag wat er speelt in de wijk vaak (ook) zeggen dat ze in een fijne wijk wonen. Tenminste, dat horen we in Hillegersberg, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek en Beverwaard. In Carnisse-Zuiderpark noemen bewoners dit niet spontaan. In Hillegersberg komt de tevredenheid het duidelijkst naar voren in de gesprekken.

‘Ik vind het wel een lekker buurtje hier in Hillegersberg, alleen met dat hele chique heb ik wat minder.’ (man, 33, werkt in bedrijfsleven, Hillegersberg) ‘Het is fijn wonen hier, het is hier schoon, netjes. Maar in andere wijken is het woonplezier wel een stuk minder dan hier.’ (vrouw, rond de 60, werkt in financiële sector, Hillegersberg) In Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek waarderen bewoners de wijk ook, maar de redenen verschillen per buurt. In Cool en Stadsdriehoek is het vooral de levendigheid die bewoners waarderen, in Scheepvaartkwartier de rust en reinheid.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

‘Het is prettig wonen hier, wel heel stads, de torens zijn dorpjes op zich. De VVE organiseert burenborrels, opruimacties in de buurt. Verder organiseert de commissie van het Maritiem District concerten, openluchtbioscoopavonden, en andere leuke dingen in de buurt. Er zijn niet zoveel problemen in de wijk gelukkig, en veel van het lokale partijprogramma gaat over het centrum, hier speelt alles veel meer dan bijvoorbeeld in de buitenwijken. Denk aan infra, duurzaamheid, dus ik heb wel het gevoel alsof de gemeente met de wijk bezig is. Centrum heeft prioriteit nummer 1 voor de gemeente, dit is geen verwaarloosd deel van de stad. De vuilnisbakken zijn weleens vol maar dat is het dan ook.’ (man, 43, ambtenaar, Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek) ‘Het [Scheepvaarkwartier] is een degelijke wijk, er zijn degelijke horeca en er wordt geen drugs gedeald.’ (straatgesprek met 3 mannen, 70+, gepensioneerd, Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek) In Beverwaard waarderen bewoners het dorpse karakter van de wijk. ‘Ik voel mij hier heel fijn, ik zou in geen enkele andere wijk willen wonen. (…) Als je de Beverwaard in gaat, lijkt het net een dorp. Hier heerst echt een ons-kent-ons-gevoel. Bijna iedereen kent iedereen.

Al gebeurt er iets kleins in de wijk, in een paar seconden weet iedereen er in de wijk van.’ (lid wijkraad Beverwaard) ‘Er zijn niet echt problemen in de wijk, ik vind het gewoon fijn hier. Ik voel me thuis.’ (man, 22, werkt in de bouw, Beverwaard) Als bewoners vertellen over wat ze fijn vinden aan wonen in Beverwaard, wordt dit wel vaker dan in Hillegersberg en Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek gevolgd door een ‘maar’. ‘Ik vind het wel een fijne wijk, het is hier rustig. Maar de gemeente zou wel vaker de vuilnis kunnen ophalen, nu blijft het te lang op straat staan.’ (vrouw, 33, kassamedewerker, Beverwaard)

Conceptversie 22 mei 2023

P 24

Ik vind het een fijne wijk, maar veel mensen ervaren de wijk als onveilig, vooral ’s nachts. (man, 45, afgekeurd voor betaald werk, Beverwaard) Zoals hierboven aangegeven, karakteriseren bewoners van CarnisseZuiderpark hun wijk niet als ‘fijne wijk’. In het groepsgesprek, waarin we deelnemers expliciet vroegen naar positieve kenmerken van hun wijk, noemden bewoners bijvoorbeeld ‘er wonen leuke mensen in de wijk’ en ‘er worden steeds meer dingen georganiseerd’. Maar de opstapeling van sociale problematiek is vaak het eerste dat bij bewoners opkomt als ze gevraagd worden om hun mening over de wijk. Veiligheid: ‘niet meer bekend staan om criminaliteit’ In alle wijken noemen bewoners veiligheid als een belangrijk thema. Sommige bewoners zien een verbetering van de veiligheid, vaker noemen zij dat zij zich er zorgen over maken. Vooral in Beverwaard en Carnisse-Zuiderpark komt dit vaak terug in de gesprekken. In beide wijken noemen bewoners een toename van onveiligheid en verzwaring van de criminaliteit. ‘Het is sinds vijf jaar minder veilig in de wijk. Vooral voor kinderen. Daar maak ik me zorgen om.’ (vrouw, 42, vrijwilliger, Beverwaard) Ik maak me zorgen om schietpartijen in de wijk, vooral in de avond. Zelf heb ik er niet veel last van, maar het beangstigt mij wel.

Je weet niet wie er hier met een blaffer rondloopt.’ (man, 48, afgekeurd voor betaald werk, Beverwaard) ‘Een paar jaar geleden was hier dichtbij een schietpartij terwijl de kinderen net uit school kwamen. Mijn zoontje heeft er een tijd lang nachtmerries over gehad waardoor hij ook niet meer naar school durfde.’ (man, 45, afgekeurd voor betaald werk, Beverwaard) Een dubbele moord aan de Rhijnauwensingel, eind 2017, zit bij veel bewoners van Beverwaard ook nog vers in het geheugen. Twee tieners zijn hier

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

uiteindelijk voor veroordeeld. Ook in Carnisse zien bewoners een toename van geweld door jonge daders. ‘Er is zoveel geweld. Niemand durft iets te zeggen. Vroeger was belletje trekken een kwajongensstreek. Nu hebben ze een mes bij zich. Er is heel veel veranderd.’ (vrouw, 75+, gepensioneerd, CarnisseZuiderpark) Het verschil tussen objectieve en subjectieve veiligheid, dat naar voren komt uit de Wijkprofielen (zie kaders over Beverwaard en Carnisse-Zuiderpark), is voor verschillende lokale sleutelfiguren herkenbaar. Veel mensen in beide wijken voelen zich onveilig, ook als het volgens de cijfers van de veiligheidsindex objectief gezien wel veilig is. ‘Kinderen in de wijk voelen zich onveilig. Ik sprak laatst met een groep kinderen die aangaf dat ze zich onveilig voelen door steekincidenten en wapenbezit. Kinderen bedenken soms ook dingen die niet gebeurd zijn, maar die hen wel angstig maken.’ (welzijnswerker, CarnisseZuiderpark) Naast (verhalen over) schietpartijen en steekpartijen die het veiligheidsgevoel beïnvloeden, is verkeersveiligheid een thema dat veel bewoners benoemen, in alle vier de wijken. Zij geven meerdere voorbeelden van wegen waar ‘straatraces’ worden gehouden en waar je moet uitkijken dat je niet ‘platgereden’ wordt. Ook te hard rijdende deelscooters zijn een bron van ergernis.

Maar over het algemeen zijn bewoners van CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek en Hillegersberg tevreden over de veiligheid in hun wijk. ‘Ik voel me hier veilig, je fiets wordt hier niet genakt [gestolen].’ (vrouw, 22, hbo-student, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) ‘Ik ben eigenlijk wel tevreden over mijn wijk. We hebben geen last van criminaliteit, dak- en thuislozen. Ook al is er een opvangplek vlakbij.’ (vrouw, 70+, gepensioneerd, Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek)

Conceptversie 22 mei 2023

P 25

Beverwaard: een fijn dorp, maar ook gevoelens van onveiligheid Beverwaard ligt in stadsdeel IJsselmonde en is gebouwd tussen de jaren ’70 en jaren ’90 van de vorige eeuw. De wijk is vrij ruim opgebouwd met veel groen en heeft een dorpse sfeer. Er is vooral laagbouw, met veel eengezinswoningen. Het is een wijk met veel kinderen. Er wonen zo’n 12.000 mensen. Het gemiddeld inkomen ligt relatief laag. Het aandeel bewoners met een migratieachtergrond ligt hoger dan het stedelijk gemiddelde. • Veiligheidsindex: De objectieve veiligheid in de wijk ligt hoog (boven het Rotterdamse gemiddelde), de veiligheidsbeleving ligt echter een stuk lager. • Sociale index: Op het gebied van zelfredzaamheid, samenredzaamheid, binding en participatie scoort Beverwaard objectief goed. Ook hier zien we een verschil tussen deze objectieve maatstaven en de beleving van bewoners: zij zijn niet zo positief over de kwaliteit van leven in de wijk. • Fysieke index: Op basis van objectieve factoren scoort Beverwaard op wonen en milieu boven het Rotterdamse gemiddelde en op openbare ruimte en voorzieningen onder dit gemiddelde. Bewoners beoordelen de woonbeleving onder gemiddeld. Bewoners van Beverwaard noemen het een fijne wijk en net een dorp, waar iedereen elkaar kent. Tegelijkertijd zijn veel bewoners vooral met hun eigen leven bezig, zeggen lokale sleutelfiguren.

Er wonen veel jonge gezinnen en er is een instroom van nieuwe bewoners die minder binding met de wijk hebben. Thema’s die spelen in de wijk zijn volgens bewoners en lokale sleutelfiguren: • Veiligheid: Bewoners noemen gebeurtenissen, zoals een schietpartij, die ervoor hebben gezorgd dat veel mensen zich minder veilig voelen op straat. • Jongeren: Gebrek aan faciliteiten en perspectief voor de jeugd. Er zijn veel kinderen en jongeren in de wijk, maar relatief weinig speel- en ‘chill’-plekken. • Politieke besluitvorming: Bij verschillende bewoners en professionals bestaat het gevoel dat ideeën van bewoners snel aan de kant worden geschoven en besluitvorming buiten bewoners om wordt doorgedrukt.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Carnisse-Zuiderpark: diepgeworteld gevoel in de steek gelaten te zijn Carnisse is een vooroorlogse wijk in Charlois. Aan de zuidrand ligt het Zuiderpark. De wijk telt zo’n 11.000 inwoners. Er zijn veel portiekwoningen in de wijk, veelal twee- en drie kamerwoningen. Er wonen veel starters en vergeleken met andere vooroorlogse wijken weinig kinderen. Het gemiddelde inkomen ligt lager dan in Rotterdam als geheel. Het aandeel mensen met een migratieachtergrond ligt hoger dan gemiddeld. • Veiligheidsindex: Hoewel de objectieve veiligheid in Carnisse rond het stedelijk gemiddelde ligt, is de veiligheidsbeleving een stuk lager. • Sociale index: Op basis van maatstaven van zelfredzaamheid, samenredzaamheid en participatie ligt de sociale index van Carnisse relatief hoog. Maar de subjectieve beleving hiervan ligt lager. De kwaliteit van leven wordt vrij laag beoordeeld. • Fysieke index: Ook de woonbeleving wordt niet zo positief beoordeeld. Milieu en voorzieningen scoren objectief en subjectief goed, maar wonen en openbare ruimte niet. Veel bewoners ervaren Carnisse-Zuiderpark als een onveilige wijk, die verder achteruitgaat. Lokale sleutelfiguren zijn niet verbaasd over de lage opkomst in de wijk. Zij verklaren die deels vanuit de samenstelling van de bevolking. Zo wonen er veel arbeidsmigranten, die weinig lokale binding hebben.

Ook wonen er veel mensen met weinig vertrouwen in de overheid. Thema’s die spelen in de wijk zijn volgens bewoners en lokale sleutelfiguren: • Veiligheid: Veel bewoners voelen zich onveilig in de wijk en zien geweld toenemen. Ze durven dit niet altijd aan te kaarten, uit angst voor vergelding. • Armoede: Het wordt drukker bij de voedselbank, er is sprake van energiearmoede, schulden nemen toe. • Wonen: De kwaliteit van de woningen is gering. Er is overbewoning en er zijn huisjesmelkers actief. Weinig doorstroommogelijkheden binnen de wijk. • Aandacht voor de wijk: Er zijn diverse maatschappelijke organisaties actief en de gemeente heeft extra aandacht voor de wijk. Het gevoel in de steek gelaten te zijn is echter diepgeworteld bij veel bewoners en de geboden oplossingen worden niet altijd als ‘echte’, structurele oplossingen ervaren.

Conceptversie 22 mei 2023

P 26

In Hillegersberg zien sommige bewoners de kleine criminaliteit toenemen, zoals vuurwerkhandel. Bewoners merken zelf op dat het vergeleken met andere wijken wel meevalt, maar het beïnvloedt wel hun woonplezier. ‘Er zijn hier gelukkig niet zoveel problemen, maar de gemeente zou wel wat kunnen doen aan auto’s die aanstaan en bestellingen leveren, dat is gewoon criminaliteit en daar is geen handhaving op.’ (vrouw, rond de 60, werkt in financiële sector, Hillegersberg) We keren tot slot nog even terug naar Carnisse-Zuiderpark, waar veel bewoners de wijk als onveilig ervaren. Een vrouw die niet gestemd heeft, antwoordt op de vraag wat voor haar een reden zou zijn om de volgende keer wel te gaan stemmen: ‘Een reden waarom ik wel zou stemmen, dat is lastig. Ik denk voor de maatschappij. Dat de buurt niet bekend staat om criminaliteit. Dat het hier wat gezelliger wordt. Er gebeurt hier nogal veel. Ambulances, steekpartijen.’ (vrouw, 22, hbo-student, Carnisse-Zuiderpark) Armoede, wonen en migratie: ‘ze bouwen voor de verkeerde groepen’ Drie grote thema’s, die in de verhalen van bewoners vaak aan elkaar gekoppeld worden, zijn toenemende armoede, problematiek rond huisvesting, en de instroom van vluchtelingen en (arbeids)migranten.

Lokale sleutelfiguren in Carnisse-Zuiderpark, Beverwaard, CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek (vooral Stadsdriehoek) en Hillegersberg (110-Morgen) zien armoede onder bewoners toenemen. Ze noemen bijvoorbeeld de stijgende energieprijzen als oorzaak, maar ook het niet kunnen vinden van een werk dat loont. In een gesprek over wat er nodig is in de wijk, geeft de coördinator van een buurthuis aan dat mensen niet zitten te wachten op raadsleden of wethouders die vaker langskomen. Bewoners ervaren bestaansonzekerheid en wat ze willen is een oplossing voor hun problemen.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

‘In gesprek gaan heeft geen zin. Politici bezoeken bijeenkomsten, maar mensen willen dat niet meer. Dat heeft echt geen nut. Mensen denken: wat heb ik aan een wethouder die zegt “hier ben ik”? Mensen hebben hier zorgen om hun inkomen, geen geld voor kleding voor hun kinderen, ontbijt voor hun kind. Als je bij de Roteb [Rotterdams vuilverwerkingsbedrijf, bestaat niet meer onder deze naam] werkt verdien je 1800 euro per maand. Zo’n wethouder verdient 7000 euro per maand. Mensen hebben veel te weinig geld om te leven. En dat zijn geen mensen die gekke dingen doen.’ (coördinator buurthuis, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) De coördinator ziet het aantal mensen met schulden toenemen. Ook in de straatgesprekken – vooral in Carnisse en Beverwaard – noemen bewoners armoede en schulden als problemen die spelen in de wijk. Veel bewoners leven zelf van een uitkering. Een bewoner van Carnisse zegt dat een vriendin van haar, ‘zoals velen in mijn omgeving (…) in de schulden zit’ door ‘slechte bewindvoering’. Rondkomen, dat is wat hen dagelijks bezighoudt. Vaak noemen bewoners en lokale sleutelfiguren armoede en de kloof tussen rijk en arm in één adem met huisvesting. Er wordt volgens hen wel gebouwd voor de hoge inkomensgroepen, terwijl er een tekort aan woningen is voor mensen met lagere inkomens.

‘Arme mensen worden de stad uitgedrukt naar de buitenwijken.’ (vrouw, 45, werkzoekend, Beverwaard) ‘Ik woon nu al vijf jaar in een tijdelijke woning hier, ik wil weer terug naar de stad, naar Crooswijk, waar ik ook ben opgegroeid. Het lukt me alleen steeds niet om via Woonnet iets te vinden daar, het is zo moeilijk. (man, 43, in ziektewet, Beverwaard) ‘Ik hoorde een ambtenaar zeggen: “De stad wordt rijker”. Dat klopt wel, maar dat komt niet omdat de arme mensen rijker worden. Het komt omdat je dure woningen neerzet.’ (lid wijkraad, CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek)

Conceptversie 22 mei 2023

P 27

‘Er worden dure woningen gemaakt, niet voor Jan Modaal. Dure woningen zijn er genoeg in Rotterdam. Ik zie dure appartementen die leeg staan, want de huren zijn te hoog.’ (lid bewonersorganisatie, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) Vooral bewoners en sleutelfiguren in Carnisse-Zuiderpark noemen de omvang en slechte staat van woningen als een groot probleem. ‘Ik heb enkel glas. Mijn huis is in slechte staat. Maar ik heb een particuliere huisbaas. Die doet helemaal niks.’ (bewoner actief in buurthuis, Carnisse-Zuiderpark) ‘Verder verwacht mevrouw van een gemeenteraadslid dat er voor meer huisvesting wordt gezorgd, want hun huis is te klein voor een gezin met vijf kinderen, zoals mevrouw vertelde.’ (notities van gesprek met vrouw van 30, zorgt voor haar kinderen en volgt Nederlandse les, Carnisse-Zuiderpark) Uit gesprekken met bewoners van verschillende wijken blijkt dat velen het huisvestingsbeleid onrechtvaardig vinden. Niet alleen dat er voor rijken meer gebouwd wordt dan voor armen, maar ook omdat ‘nieuwkomers’, ‘vluchtelingen’ en ‘asielzoekers’ wel snel een woning kunnen krijgen, en zijzelf (of mensen in hun omgeving) niet. ‘Nieuwkomers krijgen een huis, maar Nederlanders niet.’ (bewoner actief in buurthuis, Carnisse-Zuiderpark) ‘Mevrouw zou graag zien dat er iets meer “Nederlanders” in de huizen komen die vrijkomen.

Volgens haar zijn er nu te grote gezinnen in de huizen en veel Bulgaren. (notities van gesprek met een vrouw, 50+, werkt niet meer, Carnisse-Zuiderpark) ‘Het stel vindt dat de wijk “het afvoerputje van Rotterdam begint te worden”. “Er wonen te veel immigranten en heel veel mensen in één huis. Beleggers hebben huizen opgekocht en vullen die met

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

studenten. Er is ’s nachts veel herrie.”’ (notities van gesprek met echtpaar, 65+, gepensioneerd, Carnisse-Zuiderpark) ‘Als voorbeeld noemt een van de bewoners de Schiekade (ten noorden van het centrum), daar staan veel kantoorpanden leeg. Die worden gesloopt voor nieuwe kantoorpanden. Maar zij vinden: laat ze staan en maak er betaalbare appartementen van. Later zegt een ander nog: “Betaalbare huizen voor onze jongeren.” De man voegt toe: “Niet voor VVD-jongeren.” Daarmee bedoelt hij jongeren met rijke ouders, legt hij uit. Hij vervolgt: “In heel Nederland is onvrede, asielzoekers krijgen een huis. Jongere asielzoekers krijgen een huis en een iPhone.” Een ander zegt dat dat laatste inmiddels niet meer zo is.’ (notities gesprek met vier bewoners, 70+, gepensioneerd, Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek) Bovenstaande uitspraken zijn afkomstig uit gesprekken met Rotterdammers met een Nederlandse achtergrond. Maar het gevoel dat er voor ‘nieuwkomers’ wel gebouwd wordt, en voor ‘gevestigde Rotterdammers’ niet, komen we ook tegen onder bewoners die zelf een migratieachtergrond hebben. Mevrouw is bijna 80 en woont in Feijenoord. Ze wacht tot de school uitgaat, ze haalt haar kleinkind op. Mevrouw is in Argentinië geboren. Ze vindt het de verkeerde kant opgaan met Nederland. Als voorbeeld noemt ze de opvang van vluchtelingen.

“Er zijn steeds meer vreemdelingen.” Nederland is “zo” (geeft met haar handen klein aan) en andere landen zijn “zo” (geeft met haar handen groot aan). “Waarom doet Nederland dat, helpen?” Ze vindt dat vluchtelingen het zelf moeten weten, dat ze hierheen komen, maar “anderen hebben er last van.” Ze licht toe: “Kinderen van vluchtelingen krijgen wel woningen, maar mijn eigen kleinkinderen kunnen geen woning vinden.” Vluchtelingen dragen niets bij, vindt ze. “Ze doen niks, wat hebben wij eraan? We hebben een mooi land, maar morgen gaat het allemaal het water in.” Ze benadrukt een paar keer dat ze geen “engerd” is, ze is niet tegen buitenlanders. “Ik ben geen engerd, niet chagrijnig, ik ben gewoon normaal. Ik heb goed gewerkt, maar nu is

Conceptversie 22 mei 2023

P 28

het allemaal minder.” Ze noemt ook de dure woningen. “Er wordt veel gebouwd voor 600.000 euro, maar niet voor de mensen met minder.” (gespreksnotities, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) Mevrouw is 35 jaar, geboren in Pakistan. Ze woont nu anderhalf jaar in de wijk. Ze heeft geen betaald werk, zorgt voor haar dochter en volgt taalles. Ze vertelt dat ze alleenstaand is en met haar dochter in een “sharing apartment” woont. Ze heeft de gemeente al vaak gebeld, maar die geeft aan dat ze haar niet met betere huisvesting kan helpen. “They say they are powerless.” Tegelijkertijd ziet mevrouw dat nieuwkomers wel aan huisvesting worden geholpen. “They help Ukranian people, but they don’t help the people of their own country.” Mevrouw geeft aan dat ze ook snapt dat het voor de gemeente een moeilijke situatie is. (gespreksnotities, Carnisse-Zuiderpark) Het gevoel dat de gemeente er wel voor ‘de ander’ is, maar niet voor ‘ons’, is een belangrijke bron van wantrouwen onder bewoners van verschillende wijken. Dit komt overeen met de bevindingen uit eerder onderzoek onder niet-stemmers (Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022) en onderzoek naar de verhalen van burgers met weinig vertrouwen in instituties (Peeters e.a. 2020).

Gebrek aan voorzieningen voor jongeren: ‘geef ze een plek om samen te komen’ In de straatgesprekken en diepte-interviews worden jongeren regelmatig genoemd als doelgroep waar meer aandacht voor moet komen vanuit gemeentelijk beleid. Sommige bewoners ervaren overlast van rondhangende jongeren en willen dat daar iets aan gedaan worden. Andere bewoners en lokale sleutelfiguren maken zich vooral zorgen om het toekomstperspectief van jongeren. Ze zien dat er minder voorzieningen zijn voor jongeren dan vroeger, en dat jongeren die in armoede leven vatbaar zijn voor het criminele circuit. ‘Houd jongeren langer op school. Nu zitten ze met 30, 40 duizend euro schuld. Ze kunnen geen huis kopen. Gaan zwerven op straat. Het criminele pad op. Iemand vraagt “breng dit en dat daar”

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

[drugskoeriers].’ (coördinator buurthuis, Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek) Hoewel jongeren in alle wijken genoemd worden – als probleem en/of als doelgroep met problemen – is dit vooral in Beverwaard onderwerp van gesprek. Er wonen veel kinderen en jongeren in de wijk, maar lokale sleutelfiguren en bewoners hebben het voorzieningenniveau voor hen achteruit zien gaan. ‘Wijkbewoners en winkeliers klagen vaak dat deze jongeren zoveel overlast veroorzaken, maar ze hebben ook geen plek om samen te komen. Als je geen plek hebt, ga je buiten chillen in een groep. Zij zeggen: wij doen geen kwaad, chillen wat met elkaar. Maar veel mensen beleven dat anders, hebben daar een onveilig gevoel bij en lopen met een bocht om die groep heen.’ (medewerker school, Beverwaard) ‘House of Hope [sociaal initiatief in Rotterdam-Zuid, o.a. gericht op steun bij armoede en eenzaamheid] houdt zich ook bezig met de jeugd maar er mag meer gedaan worden voor hen. Er was hier tegenover de Hoogvliet een jeugdhonk maar door overlast voor de buren is die weggehaald. Er werden beloftes gedaan over een nieuwe locatie maar die is er nooit gekomen.’ (vrouw, rond de 45, werkt in thuiszorg, Beverwaard) Volgens de medewerker van de school proberen jongerenwerkers wel een plek voor de jongeren te initiëren, maar heeft dat tijd nodig.

Een lid van de wijkraad heeft zich verkiesbaar gesteld, juist om nog meer voor de doelgroep jongeren te kunnen betekenen. Ze ziet dat vooral jongeren het gevoel hebben dat ze vergeten worden, dat er niets voor hen gedaan wordt en wil eraan bijdragen dat ze ‘het belief’ krijgen dat ‘er iets gebeurt’. Ze zet zich al jaren in voor meer activiteiten en voorzieningen voor jongeren in de wijk, van speeltuinen voor kinderen van verschillende leeftijden, tot basketbal- en voetbalvelden. Het zal nog wel even duren voor alle plannen gerealiseerd zijn, denkt ze, maar door kleine concrete oplossingen te bieden, probeert zij het vertrouwen terug te winnen.

Conceptversie 22 mei 2023

P 29

Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek: haves en have nots De wijk Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek ligt in Rotterdam Centrum. In Cool wonen bijna 6.000 mensen. Naast het Park bij de Euromast ligt de wijk Nieuwe Werk, vaak aangeduid als Scheepvaartkwartier, hier wonen zo’n 3.000 mensen. In Stadsdriehoek wonen meer dan 17.000 mensen. In Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek wonen voornamelijk alleenstaanden en paren zonder kinderen. Er wonen relatief veel studenten. In Scheepvaartkwartier ligt het gemiddelde inkomen van bewoners hoger dan in de andere twee buurten, die qua inkomen rond het Rotterdams gemiddelde liggen. CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek wordt dagelijks bezocht door mensen die er werken, studeren of recreëren. Er werken zo’n 70.000 mensen in de wijk. • Veiligheidsindex: Op basis van objectieve indicatoren (vooral vandalisme en overlast) scoort de wijk slechter dan gemiddeld. De veiligheidsbeleving ligt echter hoger dan gemiddeld in Rotterdam. • Sociale index: Objectief gezien scoort de wijk hoger dan gemiddeld (op zelfredzaamheid, samenredzaamheid en participatie). De beleving hiervan ligt op verschillende indicatoren juist onder het Rotterdams gemiddelde. • Fysieke index: Op de meeste fysieke aspecten scoort de wijk gemiddeld tot bovengemiddeld, zowel objectief als subjectief.

In Stadsdriehoek zien lokale sleutelfiguren toenemende armoede, ook onder bewoners met een baan. Bewoners van Cool en Stadsdriehoek waarderen over het algemeen de levendigheid van hun buurt, terwijl bewoners van Scheepvaartkwartier juist de rust en het groen als pluspunten noemen. Thema’s die spelen in de wijk volgens bewoners en lokale sleutelfiguren: • Wonen: Gebrek aan betaalbare woningen. Er wordt vooral gebouwd voor hogere inkomensgroepen. Het verschil tussen de ‘haves’ en de ‘have nots’ wordt groter. • Fysieke omgeving: Bewoners storen zich aan afval op straat en het verdwijnen van groen. • Politieke besluitvorming: Bewoners noemen voorbeelden van beleid dat tegen de wens van veel bewoners ingaat, zoals woningbouw rondom de Euromast.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Hillegersberg: geen grote problemen, maar meer ongelijkheid dan vaak gedacht Hillegersberg ligt in het stadsdeel Hillegersberg-Schiebroek. De wijk Hillegersberg bestaat uit verschillende buurten met een eigen karakter: Zuid, Noord, Molenlaankwartier en Terbregge. De gemiddelde WOZwaarde van woningen ligt in Hillegersberg (vooral in Hillegersberg Noord) een stuk hoger dan het Rotterdams gemiddelde. De wijk kent echter ook buurten met goedkopere woningen, zoals 110-Morgen. Hillegersberg telt zo’n 16.000 inwoners. De bevolking is ouder dan gemiddeld in Rotterdam. Het aandeel mensen met een migratieachtergrond ligt lager dan het stedelijk gemiddelde. • Veiligheidsindex: De algehele veiligheid (objectief en subjectief) is zeer positief. Hillegersberg scoort ruim boven het Rotterdamse gemiddelde. • Sociale index: Ook op sociaal vlak (zelf- en samenredzaamheid, participatie en binding) scoort Hillegersberg ruim boven het Rotterdams gemiddelde, zowel volgens objectieve maatstaven als in de beleving van bewoners. • Fysieke index: Wat betreft wonen scoort Hillegersberg objectief en subjectief ruim boven Rotterdams gemiddelde. Wat betreft openbare ruimte en voorzieningen ligt dit rond het Rotterdams gemiddelde. Bewoners van Hillegersberg noemen vaak dat ze in een fijne wijk wonen, met weinig problemen, bijvoorbeeld als ze het vergelijken met de naastgelegen wijk Schiebroek.

Tegelijkertijd wijzen bewoners op de heterogeniteit van de wijk zelf. Zo krijgt ongeveer een derde van de bewoners van 110-Morgen huurtoeslag. Thema’s die spelen in de wijk volgens bewoners en lokale sleutelfiguren: • Bereikbaarheid: Meerdere bewoners ervaren problemen met de bereikbaarheid van de wijk, bijvoorbeeld rolstoelvriendelijkheid, wegwerkzaamheden en een tekort aan parkeerplaatsen. • Infrastructuur: De aanleg van de A16 en plannen om Rotterdam The Hague Airport uit te breiden houden bewoners bezig. • Afstand tot gemeente: Met de komst van de wijkraad als vervanger van de gebiedscommissie, ervaren bewoners meer afstand tot de gemeente en onduidelijkheid over bij wie je waarvoor kunt aankloppen.

Conceptversie 22 mei 2023

P 30

‘We doen geen beloften, maar gaan na wat de wijk nodig heeft en kijken welke oplossing ervoor is, hoe wij dat kunnen oplossen.’ (lid wijkraad, Beverwaard) Afval en losliggende klinkers: ‘als ze dat al niet kunnen oplossen…’ In alle wijken noemen bewoners een rommelige openbare ruimte als bron van ergernis. Vaak betreft het rondslingerend afval – alleen in Hillegersberg wordt dit nauwelijks genoemd. Een greep uit de antwoorden: ‘de gemeente moet vuilnis vaker ophalen’, ‘er ligt veel afval in het portiek’, ‘overal liggen bierblikjes’, ‘prullenbakken, niks wordt geleegd’, ‘de nieuwe plantenbakken zijn een uitlaatplek voor honden geworden’. Daarnaast noemen bewoners slechte bereikbaarheid als probleem; vooral ouderen en mensen met een fysieke beperking hebben hier last van. Bewoners hebben het over ‘losliggende klinkers’ en de gemeente die wel een schouw doet om de bereikbaarheid te controleren ‘maar dat doen ze dan met de auto’, en ‘mooie bomen hoor, maar je komt er niet langs met je rollator’. Vaak worden problemen als loszittende tegels, rondslingerend afval en hondenpoep afgedaan als luxeproblemen: als er niks anders in de wijk aan de hand is, noemen bewoners dergelijke ergernissen.

Ook een medewerker van de gemeente die werkzaam is in een van de onderzochte wijken noemde dit: ‘Als ik hoor dat het in een vergadering over hondenpoep gaat, dan denk ik: mooi, als dat het grootste probleem is, dan valt het dus wel mee.’ (medewerker gemeente, Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek) De straatgesprekken bevestigen deze redenering deels. In Beverwaard en Carnisse-Zuiderpark noemen bewoners vaak veiligheid, huisvesting en armoede als de belangrijkste problemen, en niet hondenpoep. Toch is het om meerdere redenen belangrijk om ook ogenschijnlijk ‘kleine’ problemen serieus te nemen. Ten eerste worden rondslingerend afval en hondenpoep vaak samen genoemd met andere problematiek, zoals overbewoning en gevoelens van onveiligheid. Het gaat dus niet om een geïsoleerd probleem, maar om

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

met elkaar samenhangende kwesties die de ervaren kwaliteit van wonen en leven beïnvloeden. Ten tweede staan deze relatief ‘simpele’ problemen voor veel mensen symbool voor de onkunde van de overheid. Zij redeneren: als de gemeente dit niet eens kan oplossen, hoe moet het dan met de grote vraagstukken? (zie ook Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022). Het is belangrijk om signalen over verloedering of ontoegankelijkheid van de openbare ruimte serieus te nemen.

4.3 Bij wie kloppen bewoners aan als zij problemen ervaren? We hebben bewoners in de straatgesprekken ook gevraagd naar wie zij toegaan als zij problemen in de wijk ervaren. Zijn er mensen of organisaties die voor hun belang opkomen? Een deel van de bewoners antwoordde met ‘geen idee’ of ‘niemand’ (bijvoorbeeld: 'Wie kan je helpen? Niemand!’; ‘Volgens mij is er niemand die wat aan de wijk doet’). De meeste bewoners geven wel voorbeelden van naar wie ze toegaan – of zouden gaan – als ze problemen ervaren. Dit levert informatie op over gekozen en ongekozen vertegenwoordigers in de wijk (Van de Bovenkamp en Vollaard 2017). Vertegenwoordiging is een belangrijke kwestie, zeker in een gemeente waar een minderheid van de bevolking naar de stembus gaat en er sprake is van ‘participatieve ongelijkheid in de stad’ (Vermeulen, Kaulingfreks en Redan 2023, p. 3). Gemeente Het vaakst noemen bewoners de gemeente als instantie om te benaderen als er problemen zijn. ‘Ik bel de gemeente’, zeggen meerdere bewoners. Voor veel bewoners is ‘de gemeente’ één, vrij abstract, geheel. Zo zegt een ouder echtpaar dat zij hun weg wel weten te vinden als er iets speelt, en dat er vlakbij ‘iets van de gemeente’ zit, waar ze naartoe kunnen gaan (echtpaar, 65+, Carnisse-Zuiderpark).

Sommige bewoners noemen een specifieke app (zoals de BuitenBeter-app) of een telefoonnummer (het gemeentelijke nummer 14010) om de gemeente te bereiken. Over dat telefoonnummer zegt een bewoner: ‘Dat levert iets op, ik was het ergens niet mee eens. Je moet de juiste mensen hebben, dit was iemand die ging over de buitenruimte in heel

Conceptversie 22 mei 2023

P 31

Rotterdam, niet iemand daaronder.’ (vrouw, 60+, werk onbekend, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) Lang niet alle bewoners zijn tevreden over hoe de gemeente met hun meldingen omgaat, of in bredere zin over het contact dat zij met de gemeente hebben. Omdat dit een belangrijke factor is bij het gevoel ‘niet gezien en gehoord’ te worden, gaan we daar in paragraaf 4.4 dieper op in. Wijkagent In Beverwaard, Carnisse-Zuiderpark en Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek noemen bewoners ook de politie, wijkagent of handhaver als aanspreekpunt voor problemen in de wijk. Sommige bewoners geven expliciet aan dat ze naar de wijkagent en niet naar de gemeente gaan, als er iets speelt. Benaderbaarheid speelt hierbij een rol. Zo zegt een vrouw met een Turkse achtergrond dat ze het belangrijk vindt dat de politieagent in het buurthuis vertelt wat er speelt in de wijk en wat ze doen aan veiligheid: ‘Dat begrijp ik beter dan over de telefoon, als ik ze spreek, begrijp ik het beter, anders is er een taalbarrière’ (vrouw, 42, vrijwilliger, Beverwaard). Sommige bewoners missen de politie als aanspreekpunt, zij vinden dat de politie zichtbaarder zou moeten zijn in de wijk. ‘Volgens mij is er niemand die wat aan de wijk doet. We hebben hier een soort wijkgebouw maar daar kun je weinig mee, een ID of paspoort aanvragen kan daar niet meer. Overal moet ik voor de stad in, daar kom ik niet graag.

Vroeger hadden we in de wijk een postkantoor, banken, wijkagenten op straat maar dat heb je allemaal niet meer, of je ziet de wijkagenten in ieder geval niet. Daardoor voel ik me ook niet meer verbonden met de wijk. Ouderen net als ik willen hier weg, het voelt niet meer als mijn wijk. (man, rond de 70, gepensioneerd, Hillegersberg)

‘Geen idee wie opkomt voor problemen hier in de wijk. Politie zie je hier niet. Oké, een meisje dat op de fiets belt wordt beboet, maar verder niet.’ (vrouw, 21, mbo-student, Beverwaard) Buurthuis en welzijnsorganisatie Bewoners in Beverwaard en Carnisse-Zuiderpark noemen buurthuizen als een belangrijke plek om informatie te verkrijgen over wat er speelt in de wijk, en om zelf iets aan te kaarten als zij een probleem ervaren. Tijdens het veldwerk in de wijken zagen we ook dat buurtcentra, zoals Huizen van de Wijk, een belangrijke ontmoetingsplek zijn en een plek waar bewoners met vragen terecht kunnen. Zo werd het interview met de coördinator van een buurthuis in Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek meerdere keren onderbroken door bewoners die een vraag hadden, of die gewoon even gedag wilden zeggen. Een welzijnswerker die vanuit een Huis van de Wijk in CarnisseZuiderpark werkt, geeft aan dat mensen bijvoorbeeld bij haar aankloppen als het ze niet lukt om energietoeslag te krijgen. Zoals hierboven al bleek zijn buurthuizen ook een plek om andere lokale sleutelfiguren, zoals wijkagenten, te spreken. Wijkraad Elke wijk in Rotterdam heeft sinds 2022 een wijkraad, waarvan de leden zijn verkozen in maart, tegelijkertijd met de gemeenteraadsverkiezingen. De wijkraden zijn volgens de gemeentelijke website ‘het middelpunt in de samenwerking tussen de wijk en de gemeente.

Via de wijkraad kunnen bewoners, organisaties en ondernemers bij de gemeente aandacht vragen voor dingen die zij belangrijk vinden in de wijk.’9 We hebben in elke wijk een lid van de wijkraad geïnterviewd als lokale sleutelfiguur. In de straatgesprekken noemen bewoners wijkraden een enkele keer als organisatie waar zij contact mee opnemen als zij iets willen aankaarten. Of beter gezegd: zij kloppen bij specifieke personen in de wijkraad aan, meestal omdat zij die persoonlijk kennen.

9 https://www.rotterdam.nl/wijkraden

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 32

De leden van de wijkraden beamen dat het instituut wijkraad voor veel bewoners nog onbekend is. Zij zien wel het belang van het zijn van de schakel tussen wijk en gemeente. Zo zegt een lid van de wijkraad CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek: ‘Als individu is het nog lastiger om iets aan te kaarten, zonder de juiste connecties, dan ben je overgeleverd aan Rotterdam.nl’. Tegelijkertijd plaatsen verschillende lokale sleutelfiguren – onder wie wijkraadsleden zelf – kanttekeningen bij de rol die wijkraden hebben gekregen, en bij hun functioneren. Zij noemen de wijkraad vanwege haar adviserende rol een ‘tandeloos orgaan’ zonder ‘slagkracht’ (lid wijkraad, CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek), ‘ze hebben niks te zeggen’ (medewerker gemeente, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) en ‘hangt achteraan de staart van de olifant’ (lid wijkraad, Hillegersberg). Daarnaast hebben sommige wijkraadsleden volgens critici ‘een beperkt netwerk’ in de wijk (medewerker gemeente, Beverwaard) en weten zij ‘van toeten noch blazen’ (lid bewonersorganisatie, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek). Ook noemen verschillende (actieve) bewoners en lokale sleutelfiguren de wijkraad ‘politiek gekleurd’ (groepsgesprek Hillegersberg), en hekelen ze de vele veranderingen die hebben plaatsgevonden in de vertegenwoordiging op wijkniveau.

Van deelgemeente naar gebiedscommissie, en van gebiedscommissie naar wijkraad: ‘Mensen weten het ook niet meer: op het moment dat ze net begonnen te wennen aan de gebiedscommissie, werd het alweer afgeschaft’ (lid wijkraad, Hillegersberg). Bewonersorganisatie Naast de wijkraad zijn er op wijk- en buurtniveau andere collectieven van burgers, zoals bewonersorganisaties (bijv. Bewonersorganisatie Scheepvaartkwartier [BOS] en Bewonersorganisatie 010-Morgen) en Buurt Bestuurt Comités (bijv. in Beverwaard). Anders dan de wijkraad zijn de leden van deze organisaties niet verkozen. Ook richten ze zich op het lagere buurtniveau, in plaats van op het wijkniveau, dat meer een administratieve

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

afbakening is. In de straatgesprekken noemen enkele bewoners een bewonersorganisatie als aanspreekpunt als er problemen zijn in de wijk. Hoewel sommige bewonersorganisaties vooral gericht zijn op het vergroten van de sociale cohesie in de buurt, vervullen zij ook de functie van vertegenwoordiger van de buurt richting de wijkraad en de gemeente. Zo zegt een lid van Bewonersorganisatie Scheepvaartkwartier, die we spraken tijdens een door BOS georganiseerde koffieochtend: ‘Wij krijgen als BOS wel wat voor elkaar, zo zijn de drempels verhoogd en de avondoverlast van autocrossen is minder geworden.’ (man, 70+, gepensioneerd, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) Waar de organisaties tegenaanlopen, is dat de actieve leden veelal ‘een bepaalde leeftijd’ hebben, zoals een ander lid van BOS het noemt. ‘De jongeren zijn aan het werk, wij hebben tijd om te zeuren.’ Jongeren, mensen met jonge kinderen, en bewoners met een migratieachtergrond (in sommige wijken ook expats), zijn lastiger te bereiken voor de organisaties. Wie het roer op termijn over zal nemen, is vaak onduidelijk. Overige vertegenwoordigers Tot slot zijn er bewoners die aangeven dat als zij problemen ervaren in de wijk, zij in eerste instantie bij bekenden aankloppen. Bijvoorbeeld bij familieleden en vrienden (helemaal als die bij de gemeente of politie werken), buren en mensen binnen de kerkgemeenschap.

Het belang van deze informele contacten als bron van informatie en als vertegenwoordigers kwam ook in eerder onderzoek naar voren (Van Bochove e.a. 2022a; Custers 2021).

4.4 Bewoners en sleutelfiguren over contact met de gemeente ‘De gemeente’ is enerzijds de instantie waar mensen het meest van verwachten bij de aanpak van problemen, en anderzijds ook de meest verguisde. Zoals een medewerker van de gemeente, werkzaam in Beverwaard het verwoordt: ‘Het wantrouwen richting overheid is groot, maar er zijn ook

Conceptversie 22 mei 2023

P 33

hoge verwachtingen van diezelfde overheid.’ In de straatgesprekken noemen bewoners vaak voorbeelden van contact met de gemeente (meestal met een uitvoerende dienst, soms met de gemeenteraad) dat niet naar verwachting verliep. Die ervaringen spelen een belangrijke rol in hun vertrouwen in de gemeentelijke overheid. We noemen enkele veel genoemde ergernissen, en voorbeelden van contact dat wel gewaardeerd wordt. Standaardbriefjes, wisselende contactpersonen en nep-participatie Meerdere bewoners geven voorbeelden van een ‘standaardbriefje’ of ‘standaardbericht’ dat ze per mail ontvingen na het doen van een melding. Vaak iets in de trant van ‘bedankt, maar het kan niet’. Omdat het vaak een korte, algemene reactie is op een langere, specifieke klacht, hebben bewoners al snel het gevoel dat ze niet serieus worden genomen. Dergelijke ervaringen beïnvloeden ook hun bereidheid om in de toekomst weer iets aan te kaarten. ‘Je krijgt toch een standaardbriefje terug’, zegt een bewoner die eerder meldingen heeft gedaan over verkeersoverlast (vrouw, 74, gepensioneerd, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek). Nog erger dan een onpersoonlijke standaardreactie vinden bewoners het helemaal niet krijgen van een antwoord op hun mail, iets dat meerderen hebben meegemaakt. Een ander pijnpunt is het grote verloop in contactpersonen.

Als individuele bewoners of bewonersorganisaties eindelijk weten wie ze waarvoor kunnen benaderen, dan zijn ze vaak alweer weg. Zowel bewoners als lokale sleutelfiguren merken dit gebrek aan continuïteit op. Problemen moeten daarom vaak opnieuw aangekaart worden. ‘De wisseling van ambtenaren en uitvoerders in de wijk is enorm. Dan heb ik het over de partijen van de gemeente die hier werkzaam zijn. Dan heb je net wat opgebouwd en dan zijn ze weer weg. Hoe vaak hebben we wel niet de politie en handhavers moeten voorstellen. Ik ben de langst zittende hier met drie-en-een-half jaar.’ (medewerker gemeente tijdens groepsgesprek, Beverwaard) Gebrekkige communicatie rondom participatietrajecten met bewoners, is een derde probleem dat meerdere keren genoemd wordt. Bewoners en lokale sleutelfiguren zien dat de intentie er is om bewoners te laten participeren in

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

besluitvorming over de wijk, maar vinden de uitvoering hiervan vaak ondermaats. ‘De gemeente verdient het ook [het wantrouwen]. Als het [ideeën] van onderop komt, is het moeilijk te verwezenlijken. Dat zie ik keer op keer, terwijl ze wel hun mond vol hebben van de wijk betrekken. Je moet niet zeggen dat je naar de wijk luistert, maar het echt doen.’ (medewerker gemeente, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) Een bewoner heeft dezelfde ervaring: ‘ze betrekken burgers er wel bij, maar als het erop aankomt, is het moeilijk’ (vrouw, 39, zzp’er, gesproken in CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek, woont in Blijdorp). Een lid van een bewonersorganisatie, die zelf regelmatig meedoet aan door de gemeente georganiseerde bijeenkomsten, zegt: ‘Ze hebben het allemaal over participatie, ook met het plan over Parkhaven [bouw van woningen in het park bij de Euromast]. Maar het plan lag er al lang. Het is informatie, geen participatie.

We gingen eerder weg [tijdens een voorlichtingsavond], toen kwam er een ambtenaar achter ons aan: “Waarom gaan jullie weg?” Ik zei: "Het heeft geen zin, wij zitten hier voor Jan met de korte achternaam, dit is geen participatie.” De ambtenaar zei: “Zo worden wij geacht het aan te leveren.” Mensen krijgen een hekel aan hoe er over ons gesproken wordt.’ (lid bewonersorganisatie, Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek) Meldingen oppakken, nette communicatie en persoonlijk contact Sommige bewoners hebben over het algemeen goede ervaringen met wat de gemeente voor de wijk doet en wat er met hun meldingen wordt gedaan. ‘Ik heb wel het idee dat de gemeente Rotterdam bezig is met deze wijk, in de vorm van leefgeld, voedselpakketten, op het nieuws zie je ook dat mensen worden geholpen met hun energierekening.’ (man, 43, in ziektewet, Beverwaard)

Conceptversie 22 mei 2023

P 34

‘De gemeente lost wel dingen op in de buurt als we een melding maken. Dingen worden wel aangepakt.’ (man, 33, bloemist, Hillegersberg) Tijdige en heldere communicatie over wat er in de wijk gaat gebeuren – vooral als het gaat om belangrijke veranderingen zoals bouw- en sloopwerkzaamheden – is voor bewoners belangrijk. Als dit goed gedaan wordt, waarderen bewoners dat. ‘Tot slot vertelde meneer dat er in zijn straat nieuwbouwwoningen komen en de huidige woning waar hij in woont wordt gesloopt vanwege de doorgezakte grond en dat de gemeente alles hierover op een nette manier heeft geïnformeerd aan de bewoners in de wijk.’ (gesprek met man, 56, werkt in technische sector, CarnisseZuiderpark) Direct contact met een persoon van vlees en bloed in plaats van met een abstracte instantie, waarderen bewoners ook. Verschillende bewoners en lokale sleutelfiguren noemen hun contact met wethouders en de burgemeester. Een vrouw, die we eerder aanhaalden toen het ging over de schuldenproblematiek van veel mensen in haar omgeving als gevolg van slechte bewindsvoering, vertelt over contact met een wethouder hierover. ‘Ze [haar beste vriendin] is een echte pitbull en blijft strijden, dus ze had de wethouder een brief gestuurd. Hij heeft gelijk gereageerd op haar brief. Veel mensen weten dus niet dat dat kan.’ (vrouw, 45, werkzoekend, Beverwaard)

Een persoonlijke reactie terugkrijgen, is voor bewoners belangrijk. Ook als blijkt dat er niet direct een oplossing voor een probleem gevonden kan worden. ‘Ik had een gesprek met de afdeling communicatie van de gemeente, daar staan ook wethouders, en als ik dan weg ga denk ik “Ja en nu? Niks, dat was het.” Ik begrijp dat je niet overal wat aan kan doen, maar het blijft stil. Robert Simons [Wethouder Haven, Economie, Horeca en Bestuur - wijken en kleine kernen] vind ik wel een topper, als ik hem een appje stuur heb ik binnen een kwartier een antwoord. En dat mis ik wel heel erg van anderen.’ (bewoner tijdens groepsgesprek, Beverwaard) In Carnisse-Zuiderpark waarderen veel bewoners en lokale sleutelfiguren de betrokkenheid van burgemeester Aboutaleb. De burgemeester komt sinds 2020 regelmatig in de wijk om met verschillende bewonersgroepen in gesprek te gaan en met oplossingen te komen. Hoewel de cijfers in het Wijkprofiel nog niet verbeterd zijn, wordt er stapje voor stapje gewerkt aan verbetering. Een proces van de lange adem, gaf Aboutaleb zelf eerder aan.10 In de wijk horen we concrete voorbeelden van geboden oplossingen, en meer algemene lof voor zijn betrokkenheid. ‘[Mijn aanbeveling is] dingen die heel simpel zijn, heel simpel te organiseren zijn, oppakken. Een voorbeeld: Twee bewoners uit deze flat lukte het niet om energietoeslag aan te vragen.

Dat heeft burgemeester Aboutaleb aangehoord. Twee weken later was er hier een team om mensen te helpen met hun energietoeslag.’ (sociaal ondernemer, Carnisse-Zuiderpark) ‘Mevrouw heeft niet gestemd, want: “Geen zin. Ik hou het niet in de gaten.” Mevrouw stemt nooit. Mevrouw geeft aan dat ze de

10 https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/wat-heeft-de-bemoeienis-van-aboutaleb-de-

wijk-carnisse-nou-opgeleverd~b42c18aa/

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 35

burgemeester “de beste burgemeester ever” vindt. Zolang hij er is, ziet mevrouw geen reden om te gaan stemmen. “Hij doet wat hij zegt. Hij komt zijn woord na.” Als de burgemeester zou vertrekken, zou mevrouw misschien wel gaan stemmen. (notities van gesprek met vrouw, 51, schoonmaakster, Carnisse-Zuiderpark)

4.5 Wat is er nodig, volgens bewoners en lokale sleutelfiguren? Gevraagd naar wat er nodig is om de opkomst te verhogen, doen bewoners en sleutelfiguren vooral aanbevelingen om de relatie tussen burger en overheid te verbeteren. Daarbij ligt de bal bij de lokale overheid en politiek, vinden velen. We bespreken de aanbevelingen kort – veel punten overlappen met wat in het voorgaande besproken is – en lichtten er één punt uit: vertellen waarom iets niet lukt.

vooraf wel gewekt wordt. Ook de nieuwe wijkraden, bedoeld als schakel tussen de wijk en de gemeente, hebben alleen een adviserende rol. De gemeente zou volgens diverse betrokkenen meer durf moeten tonen om ideeën van onderop echt tot bloei te laten komen. Het eerlijke verhaal vertellen Terughoudendheid bij de ‘empowerment’ van bewoners komt vaak voort uit de angst dat bewoners onrealistische plannen hebben en boos worden als ze hun zin niet krijgen (Van Bochove e.a. 2022a). Uit de straatgesprekken en interviews blijkt echter dat bewoners vooral eerlijke, transparante communicatie verwachten, ook – of juist vooral – als iets dat eerder beloofd was, niet doorgaat. Een van de lokale sleutelfiguren die we spraken, geeft een voorbeeld. ‘Leg uit waarom iets niet gaat dat kinderen of jongeren bedacht hebben. Zeg bijvoorbeeld: “Dit moet nu even een maandje wachten, want er is even geen geld voor.” Dan kweek je veel meer begrip dan als je zegt: “Sorry, kan niet.” Zo moet het ook in het groot zijn: leg uit waarom iets niet kan. (…) Daarom vond ik het zo mooi dat de wethouder afgelopen vrijdag zei: “Ik ga mijn uiterste best doen, maar kan niet beloven dat het ook daadwerkelijk gaat gebeuren. Ik ga mijn uiterste best doen, het is fijn als het lukt, maar als het niet lukt geef ik u een terugkoppeling waarom dat niet is gelukt.”’ (medewerker school, Beverwaard)

Weten wat er speelt in de wijk Veel bewoners ervaren een afstand tussen hun dagelijkse realiteit en het beleid dat vanuit de gemeente wordt ontwikkeld. ‘Ze zouden hier eens een tijdje moeten komen wonen’, hoorden we meerdere bewoners zeggen. Doorleefde kennis van de problematiek en praten met echte mensen, in plaats van beleid gebaseerd op cijfers, dat is wat volgens bewoners nodig is. Met echte oplossingen komen Regelmatig langskomen en weten wat er speelt is echter niet voldoende. Wat aan de betrokkenheid van Aboutaleb in Carnisse wordt gewaardeerd, is dat observaties opgevolgd w0rden door acties. Veel problemen rond veiligheid, armoede, huisvesting en overbewoning zijn niet van de ene op de andere dag op te lossen. Maar relatief eenvoudige ingrepen kunnen voor bewoners vaak een groot verschil maken. Bewoners écht betrekken Bewoners die zich inzetten voor verbetering van de wijk, voelen zich niet altijd serieus genomen. Bewonersparticipatie staat vaak op een lage trede van de participatieladder (Arnstein 1969): het gaat om bewoners informeren of hun advies vragen. Echt meebeslissen is er vaak niet bij, terwijl die verwachting

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

4.6 Kortom, Puntsgewijs de belangrijkste bevindingen uit dit hoofdstuk: -

-

De motieven om wel of niet te stemmen zijn – als we uitzoomen – grotendeels vergelijkbaar in de vier onderzochte wijken. Maar als we inzoomen en kijken wat bewoners en lokale sleutelfiguren in de wijken bezighoudt, zien we ook belangrijke verschillen. Bewoners van Hillegersberg en Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek zijn het meest tevreden over hun wijk, velen noemen het ‘een fijne wijk’, waar geen urgente problemen zijn. In Beverwaard

Conceptversie 22 mei 2023

P 36

-

-

-

-

waarderen veel bewoners het dorpse karakter van hun wijk. Hier worden positieve punten over de wijk echter vaak gevolgd door een ‘maar’. In Carnisse-Zuiderpark zijn er geen bewoners die hun wijk typeren als ‘fijn’. Gevraagd naar wat er speelt in de wijk, noemen veel bewoners van Beverwaard en Carnisse-Zuiderpark het thema veiligheid. Veel bewoners voelen zich onveilig en zien een toename van criminaliteit en geweld. In deze twee wijken en ook in Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek maken bewoners en sleutelfiguren zich verder zorgen om toenemende armoede en gebrek aan betaalbare huisvesting. Bewoners vinden het vaak onrechtvaardig dat er wel woningen zijn voor nieuwkomers (zoals vluchtelingen), maar niet voor de ‘eigen’ Rotterdamse bevolking (inclusief gevestigde migranten). In verschillende wijken, maar vooral in Beverwaard, noemen mensen het gebrek aan voorzieningen voor jongeren. In alle wijken storen bewoners zich aan afval op straat en in bredere zin een slecht toegankelijke en/of slecht onderhouden publieke ruimte. Sommige bewoners weten niet bij wie zij kunnen aankloppen als er problemen zijn in de wijk. Zij hebben vaak het idee dat niemand voor hun belang of het wijkbelang opkomt. Andere bewoners noemen vooral ‘de gemeente’ (als abstract geheel) of de politie/wijkagent als aanspreekpunt.

Buurthuizen spelen vaak een belangrijke rol in de ontmoeting met dergelijke sleutelfiguren. Wijkraden en bewonersorganisaties worden minder vaak genoemd; wijkraden zijn nog beperkt bekend onder bewoners. In het contact met de gemeente storen bewoners zich aan standaardbriefjes in reactie op hun meldingen, aan de wisselingen in contactpersonen waardoor er geen collectief geheugen is, en aan gevraagd worden om ergens in te participeren terwijl het besluit eigenlijk al genomen is. Wat zij waarderen is persoonlijk contact, concrete oplossingen die geboden worden, en ‘nette’ (tijdige en transparante) communicatie over besluitvorming. De aanbevelingen die bewoners en lokale sleutelfiguren doen om de opkomst te verhogen en in bredere zin de betrokkenheid tussen burgers en gemeente(politiek) te versterken, zijn in lijn met het bovenstaande. Ze pleiten voor lokale bestuurders en ambtenaren die

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

weten wat er speelt in de wijk, die met échte oplossingen komen in plaats van loze beloften, die burgers en burgerparticipatie serieus nemen en die open en transparant zijn over waarom iets niet kan of (nog) niet gedaan wordt. Wijkraden kunnen een schakel zijn tussen de wijk en de gemeente, maar bewoners én wijkraadsleden hebben tijd nodig om hun weg te vinden naar en binnen dit nieuwe orgaan.

Conceptversie 22 mei 2023

P 37

Intermezzo: Gemeenteraad, kom op voor alle Rotterdammers11 Via de lokale verkiezingen wijzen inwoners aan wie van hen gemeenteraadslid mogen worden. Artikel 7 van de Gemeentewet geeft vervolgens aan wat de opdracht van de gemeenteraadsleden gezamenlijk is: ‘De raad vertegenwoordigt de gehele bevolking van de gemeente.’ De gemeenteraad moet dus opkomen voor alle Rotterdammers. Maar wat vinden Rotterdammers, zowel gemeenteraadsleden als hun mede-inwoners, hoe de gemeenteraad in de praktijk de vertegenwoordigende rol invulling geeft, juist nu de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen relatief laag is? Gesprekken in diverse wijken, schriftelijke inbreng van en een groepsgesprek met raadsleden (N = 15) geven een eerste antwoord op deze vraag. In het landsbrede onderzoek naar de lokale niet-stemmer (Vollaard e.a. 2022) kwam naar voren dat ook bij een hogere opkomst bij gemeenteraads-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=0e50073a-8815-4541-afe6-3ea2e5774de6