CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb006647] Bijlage 3 behorende bij 23bb6615 - Rapport Opkomst en vertegenwoordiging van Rotterdammers 300623

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 16 november 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bestuur27.553 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Opkomst en vertegenwoordiging van Rotterdammers Kwalitatief onderzoek naar de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2022 Juni 2023 Marianne van Bochove, Hans Vollaard, Christine Bleijenberg, Hans Moors EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Inhoudsopgave 1. Inleiding

3

2. Inzichten uit eerder onderzoek

8

3. Wel of niet stemmen, nu en in de toekomst: algemene patronen in de vier wijken

13

4. Wat bewoners bezighoudt in de vier wijken: ervaringen met problematiek en het aankaarten daarvan

23

Intermezzo: Gemeenteraad, kom op voor alle Rotterdammers

38

5. Conclusies en aanbevelingen

41

6. Bijlagen

47

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P2

1. Inleiding De opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 was ‘historisch’ laag, zo kopten verschillende kranten. Het landelijk gemiddelde lag op 51 procent, 5 procent lager dan in 2018. In sommige gemeenten lag de opkomst ruim onder het gemiddelde en was de daling nog groter. Rotterdam had met 38,9 procent de laagste opkomst van heel Nederland; een daling van bijna 8 procent t.o.v. 2018.1 De opkomst bereikte dus een dieptepunt, maar was tegelijkertijd niet helemaal verrassend. De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen ligt structureel een stuk lager dan bij de Tweede Kamerverkiezingen. Bovendien is er sinds het midden van de jaren 1990 al sprake van een geleidelijke daling (Vollaard e.a. 2022, p. 14). In Rotterdam ligt de opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen al decennia onder die van de andere drie grote steden, met uitzondering van de oplevingen in 2002 (opkomst Leefbaar Rotterdam) en 2006 (tweestrijd Leefbaar Rotterdam-Partij van de Arbeid) (OBI 2022, p. 10).

1 https://www.verkiezingsuitslagen.nl/.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P3

1.1 Incidenteel of structureel? Mogelijke verklaringen voor de lage opkomst in Rotterdam Voor de lage opkomst in Rotterdam in 2022 werden vlak na de verkiezingen zowel structurele als incidentele verklaringen gegeven. Online tijdschrift Vers Beton noemde het relatief grote aandeel bewoners die tot de ‘vlottende bevolking’ gerekend worden, zoals arbeidsmigranten, expats en internationale studenten. Daarnaast was er dit keer geen ‘polariserende politieke strijd’ die Rotterdammers naar de stembus bracht, die er vooral in 2002 en 2006 was, maar ook nog in 2018.2 Ook het dalende vertrouwen in de landelijke en lokale overheid kan een verklaring bieden. Tijdens de coronapandemie steeg het vertrouwen in de overheid aanvankelijk – het bekende rally-‘round-the-flag-effect. Maar gaandeweg nam de kritiek op het overheidsbeleid toe. Het vertrouwen in de landelijke overheid daalde van 69 procent in april 2020 naar 29 procent in september 2021 (Engbersen e.a. 2021, p. 20). Het vertrouwen in de lokale overheid piekte minder hoog en daalde minder diep, maar volgde eenzelfde ontwikkeling: van 66 naar 42 procent (p. 21).

Naast de pandemie speelden de toeslagenaffaire – met Rotterdam als stad met meeste slachtoffers – en het woningbouwbeleid van de stad (het verminderen van de sociale woningvoorraad) mogelijk een rol.3 Met dit onderzoek, in opdracht van de gemeenteraad van Rotterdam, onderzoeken we op systematische wijze welke motieven Rotterdammers hebben om wel of niet te stemmen. We plaatsen dit in het bredere perspectief van vraagstukken van lokale participatie en vertegenwoordiging.

1.2 Inzichten uit al verricht onderzoek elders in Nederland

kwalitatieve casestudy in vijf gemeenten laat zien dat er naast en achter deze algemene patronen ook motieven zijn die met de specifieke lokale context te maken hebben. Voorbeelden zijn het gevoel ‘een vergeten wijk’ te zijn, teleurstelling over het niet nakomen van beloften rondom voorzieningen in de gemeente, en het gevoel dat een gemeente die ‘de basis’ (vooral afvalvoorziening) niet op orde heeft, al helemaal geen oplossingen gaat bieden voor grotere problemen (bijvoorbeeld rond armoede en veiligheid) (Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022). We gaan in hoofdstuk 2 dieper in op deze en andere bevindingen uit al verricht onderzoek naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2022.

1.3 Onderzoek in vier Rotterdamse wijken Met dit onderzoek bieden we inzicht in de vraag of de verwachte factoren die een rol speelden in Rotterdam ook daadwerkelijk genoemd worden, of dat heel andere motieven spelen. Naast het feit dat we specifiek ingaan op de Rotterdamse situatie, is de toegevoegde waarde van dit onderzoek dat we naar het lagere schaalniveau van de wijk en de buurt kijken. Want hoewel Rotterdam het laagste opkomstpercentage van heel Nederland had, zijn er aanzienlijke verschillen tussen wijken. De verschillen tussen buurten en wijken blijken groter te zijn, dan de verschillen tussen gemeenten (Van der Hulst en Van Zuydam 2022). Zo lag het opkomstpercentage in Hillegersberg op 59,9 procent en in Carnisse-Zuiderpark op 20,5 procent (OBI 2022, p. 24). Dit verschil past bij een algemener beeld van Rotterdam: een relatief hoge opkomst in het noorden (boven de rivier de Nieuwe Maas) en relatief lage opkomst in het zuiden (onder de rivier).

Inmiddels heeft onderzoek meer inzicht geboden in de achterliggende verklaringen voor de lage opkomst op landelijk en gemeentelijk niveau. Uit kwantitatief onderzoek gebaseerd op een landelijke streekproef blijkt dat belangrijke verklarende factoren net als in 2018 waren: politiek wantrouwen, weinig tot geen interesse in de lokale politiek, een gebrek aan lokale verbinding en onbekendheid met de campagne (Vollaard e.a. 2022). Een 2 https://www.versbeton.nl/2022/03/wat-verklaart-de-historisch-lage-opkomst-in-rotterdam/.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

3

https://www.versbeton.nl/2022/03/wat-verklaart-de-historisch-lage-opkomst-in-rotterdam/.

Conceptversie 22 mei 2023

P4

De vier wijken die we hebben onderzocht, zijn in bovenstaande figuur aangegeven. We hebben deze vier wijken (onderdeel van de in totaal 39 wijken met een wijkraad4) uitgekozen op basis van hun overeenstemming met of afwijking van het opkomstpercentage in Rotterdam als geheel (38,9 procent). Daarnaast hebben we gekeken naar demografische kenmerken en geografische spreiding. Van noord naar zuid en van hogere naar lagere opkomst: •

•

•

• Figuur 1: Opkomstpercentage per Rotterdamse wijk (bron: OBI 2022, p. 12, eigen bewerking) Aangezien we weten dat opkomst samenhangt met demografische kenmerken, zoals leeftijd, opleiding en migratieachtergrond (eerste generatie) (Vollaard e.a. 2022), is deze verdeling geen verrassing. RotterdamZuid kent een jongere bevolking, een hoger aandeel mensen met een migratieachtergrond, en relatief veel mensen met een lagere sociaaleconomische status dan Rotterdam-Noord. Tegelijkertijd vertellen demografische factoren niet het hele verhaal. In dit onderzoek gaan we dieper in op wat er speelt in verschillende wijken, hoe bewoners dat ervaren, en hoe dit zich verhoudt tot het vraagstuk van wel of niet stemmen.

4 De wijkraden zijn in 2022 ingesteld als schakel tussen wijk en gemeente. De eerste

verkiezingen voor de wijkraden vonden tegelijkertijd plaats met de gemeenteraads-

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Hillegersberg: relatief hoge opkomst (59,9 procent); relatief hoog gemiddeld inkomen; relatief laag percentage migratieachtergrond; relatief oude bevolking; meer dan gemiddeld koopwoningen. Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek: opkomt rond stedelijk gemiddelde (41,6 procent); relatief veel alleenstaanden; overige kenmerken wijk en bewoners rond stedelijk gemiddelde. Beverwaard: relatief lage opkomst (23,4 procent); relatief laag gemiddeld inkomen; relatief hoog percentage migratieachtergrond; relatief jonge bevolking; meer dan gemiddeld koopwoningen. Carnisse-Zuiderpark: relatief lage opkomst (20,5 procent); relatief laag gemiddeld inkomen; relatief hoog percentage migratieachtergrond; relatief jonge bevolking; meer dan gemiddeld huurwoningen.

1.4 Straatgesprekken, diepte-interviews en groepsgesprekken We zijn in de vier wijken op verschillende manieren in gesprek gegaan met bewoners en met lokale sleutelfiguren die de wijk goed kennen. Straatgesprekken zijn een laagdrempelige manier om met een gevarieerde groep mensen in gesprek te komen; ook met mensen die niet zo snel aan een enquête of interview zouden meedoen. Het gaat in deze gesprekken om de betekenis die mensen zelf geven aan het wel of niet stemmen (zie ook verkiezingen, dus in maart 2022. In dit onderzoek richten we ons vooral op de gemeenteraadsverkiezingen, maar komen de wijkraden ook ter sprake.

Conceptversie 22 mei 2023

P5

Kemmers 2022). In deze gesprekken komt de gelaagdheid van motieven naar voren en blijkt dat stemmers en niet-stemmers geen homogene categorieën vormen. Zo blijken mensen die zeggen niet gestemd te hebben omdat ze ‘er geen vertrouwen in hebben’ daar uiteenlopende redenen voor te hebben. Zoals cultuursocioloog Willem de Koster betoogt in zijn oratie Over de betekenis van betekenis: ‘Bij allerlei maatschappelijke kwesties zien we grote diversiteit onder mensen die hetzelfde standpunt innemen’ (De Koster 2022, p. 7). In de diepte-interviews met sleutelfiguren in de wijk – zoals wijkmanagers, wijknetwerkers, wijkraadsleden, leden van bewonersorganisaties en medewerkers van buurthuizen – stond de context van de wijk centraal, in aanvulling op wat we in de straatgesprekken hoorden. Wat kenmerkt de wijk, wat betreft inwoners en thematiek die speelt of speelde? In zowel de straatgesprekken als de diepte-interviews vroegen we de deelnemers ook om aanbevelingen om de opkomst te verhogen en/of in bredere zin de verbinding tussen burgers en politiek te versterken. In vier groepsgesprekken met bewoners en sleutelfiguren en in aanwezigheid van een of meerdere gemeenteraadsleden, hebben we de bevindingen per wijk voorgelegd om deze te valideren (herkenbaar of niet, missen we iets?) en om gezamenlijk verder na te denken over mogelijke handelingsperspectieven.

Tot slot hebben we een vijfde groepsgesprek georganiseerd, waaraan gemeenteraadsleden deelnamen. Hierin stond de rol van raadsleden zelf centraal: wat verwachten bewoners van raadsleden, en welke invulling geven raadsleden aan hun volksvertegenwoordigende rol? Dit gesprek had tot doel gezamenlijk te reflecteren op de implicaties van het onderzoek en discussie op gang te brengen, niet alleen over opkomst, maar over representatie in bredere zin. In Bijlage 6.2 staat een uitgebreide verantwoording van de wijze waarop we het onderzoek hebben opgezet en uitgevoerd. Na afronding van dit

kwalitatieve onderzoek heeft onderzoeksbureau Citisens aanvullend kwantitatief onderzoek verricht in Rotterdam, o.a. in de vier wijken waar het kwalitatieve onderzoek plaatsvond. De bevindingen van dat onderzoek staan beschreven in een separate rapportage (Van der Hulst, Van Zonneveld & Boogers 2023).5

1.5 Doelstelling en onderzoeksvragen De lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 vormt de directe aanleiding voor dit onderzoek. De focus van dit onderzoek is echter breder dan alleen het opkomstpercentage. We zien een lage opkomst vooral als een symptoom van dieperliggende problemen in de relatie tussen burgers en lokaal bestuur. Dit onderzoek wil niet alleen bijdragen aan inzicht in de factoren die een rol hebben gespeeld bij de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022, maar ook aan het leren hiervan en het toepassen van deze kennis in de stad. Dit is belangrijk om de gemeenteraad als volksvertegenwoordigend orgaan te versterken. De overkoepelende onderzoeksvraag is: Wat zijn de onderliggende redenen van de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2022 in Rotterdam en wat zijn handelingsperspectieven om bewoners meer te betrekken bij hun volksvertegenwoordiging? Deze vraag beantwoorden we aan de hand van de volgende deelvragen: 1. Waarom gingen Rotterdammers wel/niet stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen? 2. Wanneer zouden mensen wel (weer) gaan stemmen? 3. Waarom zijn de verschillen in opkomstpercentages per wijk zo groot? Hoe hangt dit samen met kenmerken van wijken en bewoners?

5 Naast twee afzonderlijke rapporten, is er een korte publieksversie verschenen met de

belangrijkste bevindingen en aanbevelingen uit beide onderzoeken.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P6

4. Welke verklaringen zijn er voor de dalende trend in Rotterdam? Hebben we te maken met een algemene trend of zijn er ook specifieke Rotterdamse verklaringen? 5. Wat zijn bewezen middelen die we kunnen inzetten om Rotterdammers meer te betrekken bij hun volksvertegenwoordiging, onder meer (maar niet alleen) om de opkomst te verhogen? 6. Welke rol kunnen gemeenteraadsleden spelen bij het verbeteren van de opkomst onder, en vertegenwoordiging van, Rotterdammers?

1.6 Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven we relevante inzichten uit eerder onderzoek op landelijk en gemeentelijk niveau. In de daaropvolgende hoofdstukken bespreken we de bevindingen van ons onderzoek in de vier wijken. Hoofdstuk 3 gaat over de motieven van Rotterdammers om wel of niet te stemmen, nu en in de toekomst. We kijken hierbij naar hoe de bevindingen in Rotterdam passen bij de motieven die in eerder kwalitatief onderzoek gevonden zijn: geen vertrouwen, geen interesse, zich niet gehoord en gezien voelen. In hoofdstuk 4 gaan we in op de ervaringen van bewoners in de vier wijken, waarbij we het breder trekken dan stemmen: wat speelt er volgens bewoners in hun wijk en wie komt er voor hun belangen op? We bespreken hier ook aanbevelingen die door bewoners en professionals gedaan zijn. Daarna volgt een intermezzo over wat bewoners van gemeenteraadsleden verwachten, en hoe gemeenteraadsleden hun volksvertegenwoordigende rol willen invullen. In hoofdstuk 5 sluiten we af met de belangrijkste conclusies en bespreken we handelingsperspectieven voor de korte en lange termijn. We sluiten hierbij aan bij het belang van de drie R-en van een goed werkende overheid (Den Ridder e.a. 2022): responsief en rechtvaardig zijn en resultaat boeken.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P7

2. Inzichten uit eerder onderzoek Dit onderzoek past in een reeks van onderzoeken verricht naar aanleiding van de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022. We delen enkele relevante inzichten uit deze studies, zonder volledigheid te willen suggereren. Ook bespreken we bevindingen uit eerder onderzoek verricht in Rotterdam, over de verkiezingsopkomst en breder over vraagstukken rond burgerparticipatie en vertrouwen in de overheid.6

2.1 Landelijk onderzoek naar lokale verkiezingen Het onderzoeksrapport De lokale niet-stemmer: Een analyse van de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 (Vollaard e.a. 2022) is gebaseerd op eerdere studies in binnen- en buitenland en een uitgebreid kiezersonderzoek rondom de gemeenteraadsverkiezingen. Enkele belangrijke inzichten uit dit onderzoek: -

6 In bestaand onderzoek worden ook handelingsperspectieven aangereikt voor het verhogen

van de opkomst en het versterken van de betrokkenheid tussen burgers en gemeente. Deze

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Niet-stemmers vormen een diverse groep: Deze diversiteit betreft zowel de achtergrondkenmerken van niet-stemmers, als hun opvattingen over politiek en de motieven om niet te gaan stemmen. Onder bepaalde groepen inwoners zijn er wel vaker niet-stemmers te vinden bij gemeenteraadsverkiezingen, zoals onder jongeren en

bespreken we in hoofdstuk 5, waar we ook de handelingsperspectieven op basis van ons eigen onderzoek presenteren.

Conceptversie 22 mei 2023

P8

mensen met een praktische opleiding of een migratieachtergrond. Niet-stemmers dragen verschillende motieven aan om niet te gaan stemmen, zoals praktische belemmeringen (vakantie, ziekte, etc.), niet weten op welke partij ze zouden moeten stemmen, gebrek aan vertrouwen in lokale politiek en gebrek aan interesse in lokale politiek. Stemmers noemen vooral plichtsbesef als burger als motief om te gaan stemmen. Uit de verklarende analyse komt naar voren dat er verschillende factoren van invloed zijn op opkomst. De kans dat inwoners niet stemmen neemt vooral toe als ze in het buitenland geboren zijn (eerste generatie migranten), geen informatie opzoeken over gemeenteraadsverkiezingen, geen interesse in lokale politiek hebben of geen vertrouwen in lokale politiek hebben. -

Opkomstbevorderende maatregelen: Het rapport bevat ook een bespreking van bewezen middelen om de opkomst te bevorderen. Dat is deels gebaseerd op onderzoek dat eerder is verricht voor de gemeente Rotterdam over opkomstbevorderende maatregelen (Van Ostaaijen e .a. 2016). Opkomstplicht (zoals tot voor kort in gemeentelijk Vlaanderen) en de combinatie van verkiezingen (zoals het samenvallen van lokale, regionale en landelijke verkiezingen in Zweden) blijken de opkomst fors te kunnen verhogen. Andere middelen zoals verkiezingsdagfestivals, langs deuren gaan en brieven sturen naar inwoners vergen vaak veel extra moeite en veel geld om de opkomst enigszins omhoog te krijgen, voor zover dat al te bepalen is. Daarnaast hebben sommige opkomstbevorderende maatregelen nog een andere prijs. Het vergemakkelijken van het stemmen door verkiezingen over meer dagen te spreiden, briefstemmen of digitaal stemmen kan het vertrouwen in het verkiezingsproces juist ondermijnen, omdat dan sneller de gedachte post kan vatten dat er gerommeld is met de verkiezingsuitslag. Het is overigens niet verwonderlijk dat dergelijke middelen maar beperkt invloed hebben. Gebrek aan interesse in lokale politiek is een belangrijke factor om niet te gaan stemmen. En al zo’n veertig jaar schommelt die interesse rond de 50 procent.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

-

Lokale democratie in bredere zin: Het rapport wijst er ook op dat met een hogere opkomst, een aantal problemen in de lokale democratie nog niet verdwenen is. Allereerst is dat het gebrek aan informatie over lokale politiek. Kennis over rechten en plichten als lokaal burger is maar beperkt aanwezig. En dat geldt zowel voor niet-stemmers als voor stemmers. Daarnaast blijft ook bij een hogere opkomst bij een deel van de inwoners gebrek aan vertrouwen in lokale politiek leven. En dat betreft niet alleen een deel van de niet-stemmers, maar ook een deel van de stemmers die juist gaan stemmen omdat ze weinig vertrouwen in (een deel van) de politiek hebben. Tot slot blijft bij een wat hogere opkomst de kans op ongelijke vertegenwoordiging nadrukkelijk aanwezig. Er zijn bepaalde groepen inwoners onder wie structureel niet-stemmen meer voorkomt. Hun achtergrondkenmerken en politieke opvattingen wijken deels af van mensen die wel stemmen. Ongelijkheid in opkomst kan ertoe leiden dat in gemeenteraden bepaalde groepen en/of standpunten structureel ondervertegenwoordigd of juist oververtegenwoordigd zijn. Daardoor kunnen bepaalde inwoners ook het gevoel krijgen dat hun groep en/of standpunt minder wordt vertegenwoordigd.

Of dat ook daadwerkelijk het geval is, hangt mede af of politieke partijen in de gemeenteraad zich in hun handelen vooral richten op (bepaalde groepen) stemmers, of zichtbaar opkomen voor alle inwoners van hun gemeente.

2.2 Casestudy's naar gemeenten met lage opkomst In diverse gemeenten met een lage opkomst is verdiepend kwalitatief onderzoek verricht. We gaan kort in op de bevindingen van onderzoek in vijf gemeenten verspreid over het land (Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022) en van onderzoek in Amsterdam (Vermeulen, Kaulingfreks en Redan 2023). Kwalitatief onderzoek in vijf gemeenten met een lage opkomst Van Bochove, Klarenbeek en Moors (2022) deden onderzoek in Almere (stadsdeel Poort), Den Haag (wijk Laakkwartier en Spoorwijk), Den Helder, Oldambt en Weert. Deze gemeenten zijn geselecteerd op basis van de relatief lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen (en/of een sterke daling ten

Conceptversie 22 mei 2023

P9

opzichte van 2018), spreiding over Nederland, omvang en bevolkingssamenstelling. Het onderzoek is gebaseerd op straatgesprekken met niet-stemmers en stemmers in gemeenten (en binnen grote steden in specifieke wijken) en diepte-interviews met wijkprofessionals en andere lokale sleutelfiguren. Centrale bevindingen uit het onderzoek: -

-

-

Drie overkoepelende motieven om niet te stemmen: In de grote verscheidenheid aan motieven van niet-stemmers, zijn drie hoofdmotieven te onderscheiden: (1) wantrouwen tegenover politici en politiek, in verschillende gradaties; (2) geen belangstelling voor politiek, in het bijzonder de lokale politiek; (3) gevoel niet gezien te worden door gemeente en lokale politici (vgl. Peeters e.a. 2020). Gelaagdheid van motieven: Vaak gaat het om een combinatie van motieven, waarbij bijvoorbeeld matige interesse samengaat met het gevoel dat het ‘toch niet uitmaakt wat je stemt’. Praktische belemmeringen als reden om niet te stemmen (zoals geen tijd, ziek, paspoort kwijt) worden ook vaak in combinatie genoemd met een geringe belangstelling voor de lokale politiek. Motieven zijn nog op een tweede manier gelaagd: bewoners noemen zowel lokale als landelijke kwesties, vooral als voorbeeld van de in hun ogen niet goed functionerende politiek. Lokale aangelegenheden, bijvoorbeeld rond afval op straat en financiële keuzes die een gemeente maakt, worden in één adem genoemd met de landelijke aanpak van de coronapandemie, het stikfstofbeleid, het woningtekort en de toeslagenaffaire. Niet-stemmen is niet hetzelfde als afgehaakt zijn: In het publieke debat worden mensen die niet stemmen regelmatig aangeduid als ‘afgehaakt’.

Deze term suggereert het niet (meer) meedoen aan belangrijke onderdelen van de samenleving. Uit het onderzoek in de vijf gemeenten blijkt echter dat er niet-stemmers zijn die zich op allerlei manieren inzetten voor hun buurt en dát de manier vinden om hun stem te laten horen.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

-

Veel stemmers begrijpen motieven van niet-stemmers: Het onderscheid tussen stemmers en niet-stemmers doet vermoeden dat het om heel verschillende groepen gaat met heel andere opvattingen. Maar een opvallende bevinding uit het onderzoek is dat onder mensen die wel stemmen vaak ook enig wantrouwen en gebrek aan interesse voorkomt. Zij zeggen dingen als: ‘Ik stem wel, maar tegen beter weten in’. Hoewel zij een andere keuze hebben gemaakt, begrijpen veel stemmers de afweging van niet-stemmers. De scheidslijn tussen stemmen en niet stemmen is minder scherp dan vaak gedacht.

Kwalitatief onderzoek onder specifieke kiezersgroepen in Amsterdam Vermeulen, Kaulingfreks en Redan (2023) hebben in Amsterdam gesprekken gevoerd met specifieke kiezersgroepen waarvan bekend is dat zij relatief vaak niet stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen: jongeren, mensen met een migratieachtergrond, en mensen met een praktisch opleidingsniveau. In de focusgroepen en diepte-interviews die voor dit onderzoek gehouden zijn, ging het net als in het onderzoek van Van Bochove, Klarenbeek en Moors (2022) om een breder vraagstuk dan alleen het wel of niet stemmen. Doel was om meer te weten te komen over de verschillende perspectieven op politiek in brede zin en de relatie tussen burgers en lokale politiek. Het onderzoek bevestigt het belang van de drie overkoepelende motieven om niet te stemmen uit het onderzoek in de vijf gemeenten: geen interesse, zich niet gezien voelen, wantrouwen. Andere centrale bevindingen uit het onderzoek: -

Toenemende participatieve ongelijkheid: De historisch lage opkomst in 2022 past in een patroon: de opkomst in Amsterdam schommelt al 30 jaar rond de 50 procent. Wat volgens de onderzoekers zorgwekkender is, is dat er sprake is van toenemende ongelijkheid in wie stemt en wie niet. Er is grote ongelijkheid die voor een belangrijk deel samenhangt met sociaaleconomische status: Amsterdammers met minder hulpbronnen stemmen significant minder. Deze ongelijkheid heeft ook een ruimtelijke dimensie: niet-stemmers wonen vaker in specifieke delen van de stad (buiten de ring of boven het IJ).

Conceptversie 22 mei 2023

P 10

-

-

Combinatie van achtergrondkenmerken: Jongeren met een praktisch opleidingsniveau zijn het minst geneigd om te stemmen. Een belangrijk deel van de niet-Nederlandse stemgerechtigden spreekt niet of nauwelijks Nederlands en ervaart een taalbarrière bij de berichtgeving over de lokale politiek.

toegenomen: zowel in wijken met eerst een hoge opkomst, als in wijken die al een lage opkomst hadden, is de opkomst gedaald (OBI 2022, p. 14). -

Vicieuze cirkel van niet-stemmen: Een lage opkomst in combinatie met ongelijke vertegenwoordiging kan tot een vicieuze cirkel leiden: ‘raadsleden richten zich vooral op mensen die wél stemmen, waardoor de niet-stemmers zich steeds minder gehoord voelen en zich verder afkeren van de politiek’ (Vermeulen, Kaulingfreks en Redan 2023, p. 4).

2.3 Onderzoek in Rotterdam: verkiezingen, burgerparticipatie en relatie overheid-burger In Rotterdam is kwantitatief onderzoek verricht naar de verkiezingsopkomst en -uitslag van maart 2022, en zijn diverse andere studies verricht naar participatie van bewoners in bredere zin. We bespreken kort enkele relevante inzichten. Kwantitatief onderzoek verkiezingsuitslag Rotterdam Direct na de verkiezingen heeft de afdeling Onderzoek en Business Intelligence van de gemeente Rotterdam de verkiezingsuitslag kwantitatief geanalyseerd (OBI 2022). Enkele voor ons onderzoek relevante bevindingen: -

Laagste opkomst ooit en sterke daling: Na een kleine stijging in 2018 ten opzichte van 2014, daalde de opkomst in 2022 naar het laagste percentage ooit in Rotterdam (38,9 procent). De opkomst lag daarmee 7,8 procentpunt lager dan in 2018 en het laagst van heel Nederland.

-

Ruimtelijke dimensie: Net als in Amsterdam (Vermeulen, Kaulingfreks en Redan 2023) is er in Rotterdam sprake van een ongelijke opkomst per wijk. In het noorden ligt de opkomst relatief hoog en in het zuiden relatief laag. Het verschil in opkomst tussen wijken is echter niet sterk

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Samenhang tussen opkomst en buurtkenmerken: Er is een geringe samenhang tussen opkomst en vertrouwen in het gemeentebestuur. Een hogere opkomst gaat ook samen met een hogere sociale index (gebaseerd op indicatoren zelfredzaamheid, samenredzaamheid, participatie en binding), een hoger percentage bewoners dat tevreden is met de levenskwaliteit en/of de woonsituatie. Er is ook een (geringe) positieve samenhang tussen opkomst en de fysieke index (gebaseerd op indicatoren wonen, openbare ruimte, voorzieningen en milieu) en tussen opkomst en het aandeel huishoudens met een hoog inkomen (OBI 2022, p. 14).

Participatie in bredere zin Lokale participatie bestaat uit meer dan stemmen bij de lokale verkiezingen. Net als bij politieke participatie hangt burgerparticipatie (bijv. vrijwilligerswerk doen of je inzetten voor een buurtinitiatief) samen met achtergrondkenmerken van bewoners. In zijn proefschrift The New Divided City (‘De nieuw verdeelde stad’, 2021) onderzocht socioloog Gijs Custers de relatie tussen sociaaleconomische ongelijkheid en burgerparticipatie in Rotterdam. Enkele opvallende bevindingen: -

-

Sociaaleconomische ongelijkheid: Mensen in rijkere buurten participeren meer in vrijwilligerswerk en buurtinitiatieven, dan mensen in armere wijken. Anders dan verwacht had economische achteruitgang (onderzocht voor de periode 2008-2013) niet tot gevolg dat het verschil in participatie groter werd. De participatie in armere wijken nam zelfs iets toe. Volgens Custers (2021) kan dit verschillende verklaringen hebben, o.a. dat armere wijken in gemeentelijke bezuinigingen op buurtinfrastructuur zo veel mogelijk werden ontzien. Rol van buurtorganisaties in arme buurten: Buurtorganisaties vervullen belangrijke functies. Ze bieden toegang tot sociale netwerken en tot hulpbronnen als advies en ondersteuning. En ze

Conceptversie 22 mei 2023

P 11

vormen een brug tussen overheid en individu. Uit het onderzoek blijkt dat de onderzochte religieuze, welzijns- en vrijwilligersorganisaties opkomen voor verschillende typen behoeften van burgers en dat ze allemaal een belangrijke verbinding vormen tussen individu en overheid. Vertrouwen in de lokale overheid Het onderzoek De maatschappelijke impact van Covid-19 onderzocht de gevolgen van de coronacrisis in heel Nederland, met specifieke aandacht voor de steden Rotterdam, Den Haag en Amsterdam (zie o.a. Engbersen e.a. 2020; Engbersen e.a. 2021; Van Bochove e.a. 2022b). De verbinding tussen burgers en (landelijke en lokale) overheid was een van de kernthema’s. Enkele bevindingen op basis van het surveyonderzoek en verdiepende focusgroepen: -

Vertrouwen in de lokale overheid gedurende pandemie gedaald: Het vertrouwen in de lokale en landelijke overheid kreeg aan het begin van de coronapandemie een positieve impuls. Gaandeweg nam dit vertrouwen af: van 66 procent met (veel) vertrouwen in de Rotterdamse lokale overheid in april 2020, tot 42 procent in september 2021 (Engbersen e.a. 2021, p. 21). Het vertrouwen in de landelijke en lokale overheid daalde sneller dan het vertrouwen dat mensen in het coronabeleid hadden. ‘Dit is een aanwijzing dat het verminderde vertrouwen niet alleen met het coronabeleid te maken heeft, maar ook met andere zaken zoals bijvoorbeeld de toeslagenaffaire en de moeizame [landelijke] formatie’ (Engbersen e.a. 2021, p. 23). Ook tijdens protesten in de coronaperiode lieten verschillende groepen burgers van zich horen; groepen die normaal gesproken tegenover elkaar stonden, vonden elkaar in hun onvrede over het overheidsbeleid (Van Bochove, Moors en Schijvenaars 2022; Moors 2023). Recent landelijk onderzoek laat zien dat het vertrouwen

-

in politici in het laatste kwartaal van 2022 het laagste niveau in vijf jaar bereikte.7 Pandemie heeft dieperliggende problemen blootgelegd maar bood ook kansen: In focusgroepen met (vertegenwoordigers van) groepen die bovenmatig geraakt werden door de coronamaatregelen, zoals jongeren, zzp’ers en arbeidsmigranten, kwam naar voren dat burgers en professionals een kloof ervaren tussen hun dagelijkse realiteit (vaak aangeduid als ‘de leefwereld’) en het beleid op gemeentelijk niveau (‘de systeemwereld’). Tegelijkertijd liet de aanpak van de pandemie – landelijk en in de gemeente – zien dat er onder bijzondere omstandigheden veel mogelijk is. Zo vielen bepaalde schotten weg en was er meer aandacht voor een integrale aanpak in plaats van mensen door de gemeentelijke ‘patatsnijder’ te halen, zoals een Rotterdamse beleidsmedewerker het verwoordde (Van Bochove e.a. 2022b, p. 17).

2.4 Kortom, Onderzoek naar de lage opkomst bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 – landelijk en in verschillende gemeenten – laat zien dat zowel stemmers als niet-stemmers diverse groepen vormen. Ze zijn divers wat betreft achtergrondkenmerken en opvattingen. Wel zijn bepaalde groepen oververtegenwoordigd onder de groep niet-stemmers, zoals mensen met een praktische opleiding, jongeren en mensen met een (eerste generatie) migratieachtergrond. Dat is belangrijk voor het duiden van de lage opkomst in Rotterdam, omdat relatief veel Rotterdammers tot deze groepen behoren. Verder laat onderzoek zien dat de lage opkomst niet per se een kwestie is van ‘afhaken’. Mensen kunnen op allerlei manieren ‘aangehaakt’ zijn bij de (lokale) samenleving, en toch niet stemmen. Diverse studies concluderen dat vooral gekeken moet worden naar de onderliggende problemen van een lage opkomst, zoals kwesties rond vertrouwen, kennis en ongelijke representatie.

7 https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2023/19/minste-vertrouwen-in-tweede-kamer-in-10-jaar-tijd.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 12

3. Wel of niet stemmen, nu en in de toekomst Algemene patronen in de vier wijken In de vier wijken met variërend opkomstpercentage zijn we de straat opgegaan om met voorbijgangers het gesprek aan te gaan over wel of niet stemmen. Zijn bewoners gaan stemmen bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022? Waarom wel of niet? En hoe kijken bewoners naar deelname aan de volgende gemeenteraadsverkiezingen? Onder welke omstandigheden zouden nietstemmers in de toekomst wel gaan stemmen?

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 13

3.1 Gelaagde motieven en voor velen geen grote gebeurtenis De wijken hebben hun eigen karakter. Verhalen die we hoorden in Beverwaard verschilden van die in Hillegersberg, bijvoorbeeld. Die verscheidenheid is belangrijk en hier gaan we in hoofdstuk 4 nader op in. Tegelijkertijd zien we ook overeenkomsten, niet alleen tussen de vier wijken, maar ook tussen dit onderzoek en eerder verricht onderzoek (Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022; Vermeulen, Kaulingfreks en Redan 2023; Vollaard e.a. 2022). In dit hoofdstuk bespreken we de algemenere patronen die we vinden in de opvattingen over wel of niet stemmen onder bewoners van de vier wijken. Twee opmerkingen vooraf. Allereerst: de motieven om wel of niet te stemmen die we hier bespreken komen vaak in combinatie met elkaar voor. Motieven zijn meestal gelaagd. We laten dit zien – ook in de kaders met citaten van bewoners – maar maken daarnaast een analytisch onderscheid tussen motieven om deze beter te kunnen duiden. Ten tweede: toen we de straat op gingen in oktober en november van 2022, waren de gemeenteraadsverkiezingen van maart voor veel bewoners gevoelsmatig al lang geleden. Vooral voor mensen die soms wel en soms niet stemmen bij de lokale verkiezingen was het vaak even diep graven wat ze ook alweer hadden gedaan en waarom.

Dat heeft invloed op de betrouwbaarheid van de bevindingen (als we het vlak na de verkiezingen hadden gevraagd, was het antwoord nauwkeuriger geweest), maar het is op zichzelf ook een interessante bevinding. Waar stemmen voor sommigen het feest van de democratie is, is het voor anderen geen belangrijke gebeurtenis. In totaal hebben we met 90 bewoners van de vier wijken gesproken; 44 van hen hebben niet gestemd bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022, 46 wel.8 In overeenstemming met de opkomstcijfers per wijk zijn we vooral in Beverwaard en Carnisse-Zuiderpark veel niet-stemmers tegengekomen en in

Impressie uit de wijk: opeenstapeling van redenen We voeren gesprekken met voorbijgangers en winkeliers in de Bergse Dorpsstraat, een bekende winkelstraat in Hillegersberg die de afgelopen jaren met leegstand te kampen had. We spreken met een man van 29, die werkt als verkoper. Hij is in Engeland geboren en woont nu drie jaar in deze buurt. Op de vraag of hij gestemd heeft, antwoordt hij van niet. Hij noemt verschillende redenen. Hij vindt dat er te veel partijen zijn, landelijk en lokaal. Er zat voor hem ook niks bij. ‘Het is drowning or burning. Als je niets lekkers ziet bij de winkel, koop je niks.’ Verder ziet hij de urgentie van stemmen niet zo. ‘Als je geen problemen hebt, ga je niet stemmen. Hillegersberg is een mooie buurt, dus het is niet zo belangrijk voor mij.’ En of hij nu wel of niet stemt, het maakt toch niet uit, denkt hij. Hij vertrouwt politici niet. ‘Ze zijn niet zo independent. Ze zijn afhankelijk van externe invloeden.’ Hij vindt lokale politici niet zichtbaar in Hillegersberg. ‘Als ze zouden komen, zou ik gaan. Kom langs bij het lokale café.’ Hillegersberg veel stemmers; Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek neemt een tussenpositie in. Zie Bijlage 6.2 voor een uitgebreide toelichting van de straatgesprekken.

3.2 Niet stemmen: bekende motieven, met grootstedelijke bijzonderheden De hoofdmotieven ‘geen interesse’ en ‘geen vertrouwen’, die in eerder kwantitatief en kwalitatief onderzoek naar niet-stemmers naar voren kwamen, horen we ook vaak terug in de vier Rotterdamse wijken. Net als in het Amsterdamse onderzoek (Vermeulen, Kaulingfreks en Redan 2023), noemen bewoners ook taalbarrière als reden om niet te stemmen.

8 Daarnaast hebben we met 20 ‘gebruikers’ van de wijken gesproken: we spraken hen in de

geselecteerde wijken, maar ze woonden elders in Rotterdam. Van deze 20 hadden er 12 niet gestemd en 8 wel.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 14

Weinig of geen vertrouwen: 'er verandert toch niks’ Uit eerder onderzoek in vijf gemeenten (Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022) bleek dat veel mensen niet stemmen, omdat ze ‘er’ geen vertrouwen in hebben of ‘het’ niet vertrouwen. Het ging om verschillende invullingen van hetgeen waar mensen geen vertrouwen in hebben: in stemmen als manier om invloed uit te oefenen, in bepaalde politici en partijen, in de landelijke en/of de lokale politiek, en in het hele politieke systeem. In Rotterdam zien we deze gradaties van wantrouwen ook, net als de verschillende personen en instanties waar het wantrouwen zich op richt. Vooral het gebrek aan vertrouwen dat stemmen zin heeft valt op. Veel nietstemmers zien stemmen als een vergeefse moeite, omdat ze denken dat het niet uitmaakt voor wat er gebeurt in hun wijk, de stad, en/of het hele land. Vaak zijn deze bewoners structurele niet-stemmers. ‘Ik ga nooit stemmen, omdat er toch niet veel verandert.’ (vrouw, 59, verzorgende in ziekenhuis, Beverwaard) ‘Ik heb nooit gestemd, het heeft geen zin, er gebeurt toch niks. In de afgelopen vier jaar is er niks veranderd.’ (man, 37, werkt in bakkerij, Beverwaard) ‘They don’t help the people.

They get power from us, but they don’t use it to help us, they use it for their own benefit.’ (vrouw, 35, volgt taalles, Carnisse-Zuiderpark) ‘Ik ging de politiek actief volgen en merkte toen dat er niets veranderde, beloftes werden niet nagekomen. Ik vind Nederland eigenlijk niet echt meer een democratie. Je kan wel stemmen op basis van beloftes die politici maken, maar die komen niet uit. Praatjes vullen geen gaatjes.’ (man, 19, hbo-student, geïnterviewd in CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek, woont in Rotterdam-Zuid)

Impressie uit de wijk: kleine mensen versus de rijken In het winkelgebied aan de Pleinweg spreken we een vrouw van 70+, die 23 jaar in de wijk Carnisse-Zuiderpark woont. Ze is geboren in Suriname. Ze voelt zich verbonden met de wijk, mensen kennen elkaar. Maar ze ziet veel onvrede, en deelt die onvrede ook. ‘Er wordt heel weinig voor ons gedaan. Er wordt veel voor asielzoekers gedaan. Er is hier veel armoede, maar er wordt niks gedaan.’ Volgens de vrouw is dat een reden waarom mensen niet zijn gaan stemmen: ‘er gebeurt toch niks.’ En: ‘Rutte is voor de rijken. Wij zijn maar kleine mensen, we kunnen niks doen.’ Ze geeft aan dat er in de buurt veel mensen in één huis wonen. Ze heeft haar hoop op de jongere generatie gevestigd, om verandering te brengen. ‘De oudere generatie zegt: ach ja…’ De vrouw geeft aan dat ze niet pro-Wilders is, ‘want hij is gek.’ Maar zijn gedachten vindt ze eigenlijk wel goed. Ze stemt altijd. Het viel haar op dat het bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen rustig was in het stemlokaal. Wat volgens haar zou helpen, is dat in ‘wijken die niks hebben’, zoals haar eigen wijk, mensen op pad worden gestuurd om te kijken wat ze kunnen doen. ‘Ze doen toch wat ze willen. Ze luisteren niet naar de mensen.

Praten, praten, praten, maar er komt niets uit de bus.’ (vrouw, 70+, gepensioneerd, Hillegersberg) Onder niet-stemmers in alle wijken komen we dit motief om niet te stemmen tegen. Vooral in wijken met een relatief lage opkomst (Carnisse-Zuiderpark en Beverwaard) wordt de redenering ‘stemmen verandert toch niets’ gecombineerd met de opvatting dat de politiek er niet voor ‘ons soort mensen’ is. Zie voor een voorbeeld het kader waarin een bewoonster van Carnisse-Zuiderpark onderscheid maakt tussen ‘de rijken’ waar de politiek voor opkomt, en ‘wij kleine mensen’. Dit komt overeen met eerder onderzoek in stadswijken zoals Laakkwartier en Spoorwijk in Den Haag en Poort in Almere (Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022). Enkele niet-stemmers die in het verleden wel stemden maar nu niet meer, leggen uit wat voor hen het keerpunt was.

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Conceptversie 22 mei 2023

P 15

‘Stemmen doen we niet meer sinds de dood van Pim Fortuyn [politicus van Leefbaar Rotterdam en Lijst Pim Fortuyn]. Daar hebben we geen vertrouwen meer in.’ (vrouw, leeftijd onbekend, ondernemer, Beverwaard) ‘Ik stem niet meer sinds de jaren tachtig toen Joop den Uyl [politicus van de Partij van de Arbeid] stierf. Ook niet voor de gemeenteraadsverkiezingen. Hij hield altijd zijn woord.’ (vrouw, 60, geen betaald werk, Beverwaard) Dergelijke – in hun ogen – daadkrachtige politici zijn er op dit moment niet meer. Weinig of geen belangstelling: niet in verdiept en lokale politiek minder belangrijk Gebrek aan belangstelling in de gemeentelijke politiek komt ook veel voor onder de geïnterviewde Rotterdammers, opnieuw in verschillende varianten. Sommige mensen vinden elke vorm van politiek oninteressant, of het nu lokaal is of landelijk. Dit zijn vaak algehele niet-stemmers. Andere mensen stemmen wel voor de Tweede Kamerverkiezingen, maar vinden de lokale verkiezingen minder belangrijk. ‘Ik stem nooit, ik heb geen interesse in de politiek, ik heb me er niet in verdiept.’ (man, 43, in ziektewet, Beverwaard) ‘Ik was het vergeten, ik weet niet meer hoe dat kwam, het was wel de bedoeling om te stemmen. Voor het kabinet stem ik wel. Maar de lokale politiek vind ik niet interessant’.

(man, 38, ondernemer, CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) ‘Ik heb niet gestemd, daar houd ik me niet mee bezig. Ik weet er te weinig vanaf om te stemmen, dan zou ik me eerst moeten inlezen.’ (vrouw, 33, werkt bij bloemist, Hillegersberg)

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Diverse bewoners zeggen dat zij onvoldoende informatie hadden over de verkiezingen of wat de gemeenteraad doet. Het belang van het maken van een ‘geïnformeerde keuze’, en anders thuisblijven, kwam ook naar voren in landelijk kwantitatief onderzoek naar de lokale niet-stemmer (De Blok, Den Ridder en Boogers 2022). Tegelijkertijd blijkt uit de gesprekken die wij voerden dat argumenten als ‘ik heb me er niet voldoende in verdiept’ en ‘ik heb er te weinig over gehoord’ vaak samengaan met geringe interesse (zie ook Vollaard e.a. 2022). ‘Er was niet veel informatie beschikbaar over de gemeenteraadsverkiezingen en voor mij niet duidelijk wat de gemeente doet. Twee jaar geleden heb ik bij de landelijke verkiezingen op Baudet gestemd. Het voelt ook een beetje vreemd om nog op je gemeente te stemmen als je al landelijk hebt gestemd, een beetje dubbelop.’ (man, 20, hb0-student, geïnterviewd in Beverwaard, woont in Lombardijen) ‘Gesprek met man van 23, geboren en getogen in de wijk, werkt in een winkel en bij een fastfoodketen. Heeft niet gestemd, hij heeft nog nooit gestemd. Volgens hem zou er meer reclame voor gemaakt moeten worden, bijvoorbeeld door middel van reclameborden. Hij wist wel wanneer het stemmen was.

Hij geeft aan dat hij van huis uit niet heeft meegekregen dat het belangrijk is.’ (gespreksnotities, Carnisse-Zuiderpark) Niet stemmen vanwege gebrek aan urgentie Geringe belangstelling voor de lokale politiek komt bij sommige bewoners ook voort uit tevredenheid. Zij hebben niet gestemd, omdat zij in hun directe omgeving niets zien dat dringend moet veranderen. Dit motief kwamen we alleen tegen in de wijken met een hoge of gemiddelde opkomst (Hillegersberg, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek), niet in de wijken met een lagere opkomst (Carnisse-Zuiderpark, Beverwaard). ‘Ik heb niet gestemd, ik heb geen interesse in politiek. Er is ook niets dringends dat moet veranderen. Als ik wel dat gevoel zou hebben, zou

Conceptversie 22 mei 2023

P 16

ik misschien wel stemmen.’ (man, 23, hb0-student, CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek)

gemeenteraadsverkiezingen is een Nederlands paspoort geen vereiste), minder interesse in de lokale politiek en een taalbarrière.

‘Ik heb niet gestemd, want er is weinig om ontevreden over te zijn in deze wijk. Het is een fijne wijk, netjes en een goede locatie.’ (vrouw, rond de 50, werk onbekend, Hillegersberg)

Ervaren praktische belemmeringen kunnen ook invloed hebben op het stemmen in de toekomst. Een vrouw, in Turkije geboren en sinds haar 18e in Nederland, zegt:

Wel willen maar niet kunnen: taalbarrière en onduidelijkheid over stemrecht Sommige bewoners noemen praktische redenen die hen ervan hebben weerhouden om te gaan stemmen. Voorbeelden zijn tijdelijk verblijf elders, ziekte en tijdgebrek vanwege een verhuizing. Vaak zeggen deze bewoners dat ze stemmen wel belangrijk vinden en het normaal gesproken (bijna) altijd doen, ook lokaal. Het gaat in dit geval om incidentele barrières. Andere bewoners noemen obstakels die structureler van aard zijn. Net als in het onderzoek in Amsterdam (Vermeulen, Kaulingfreks en Redan 2023) zien we dat bewoners met een eerste generatie migratieachtergrond soms een taalbarrière ervaren. Ook bestaat er bij bewoners zonder Nederlands paspoort soms verwarring over het hebben van stemrecht bij de lokale verkiezingen. Een vrouw van 36 woont sinds 10 jaar in Nederland, ze komt uit Polen. Ze voelt zich niet zo verbonden met de wijk. Poolse mensen zijn meer in zichzelf gekeerd, zegt ze. We spreken haar, in het Engels, als ze bij de basisschool van haar kind staat te wachten. Ze geeft aan niet gestemd te hebben, omdat ze geen Nederlands paspoort heeft, alleen een Pools paspoort. Ze heeft wel interesse in het nieuws, maar de gemeentelijke politiek staat ver van haar af, zegt ze, ze is daar alleen in geïnteresseerd als het zaken betreft die met haar kind aangaan.

Ze vindt de communicatie rondom de politiek lastig, als je, net als zij, de Nederlandse taal niet goed beheerst. Maar zelfs voor Nederlanders is het moeilijk, denkt ze. (gespreksnotities, Carnisse-Zuiderpark) Bovenstaand fragment toont de eerdergenoemde gelaagdheid van nietstemmen. Het gaat hier om een combinatie van factoren: onduidelijkheid over het wel of niet hebben van stemrecht (voor stemmen bij de

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

‘Voor de gemeenteraadsverkiezingen heb ik mijn stemkaart nooit ontvangen. Ik heb daar de gemeente een brief over gestuurd maar nooit een reactie gekregen. Dat was wel een drempel doordat ik niet zo goed kan schrijven in het Nederlands. Wel raar dat ik daar nooit reactie op heb gekregen. Ik wil wel stemmen maar ik laat het er nu even bij, ik heb het voor nu opgegeven, misschien komt het nog over een jaar of twee jaar.’ (vrouw, rond de 30, werk onbekend, Beverwaard) Ook een andere deelnemer aan de straatgesprekken noemt problemen rondom de stemkaart, in combinatie met de taalbarrière. ‘Mijn vriend is Argentijns met een Nederlands paspoort en ik heb in Rotterdam veel vrienden met een migratieachtergrond, ook uit Argentinië. Die hebben geen stemkaart ontvangen en toen ze die wilden aanvragen was het te laat. Buitenlanders worden door de gemeente niet bereikt. Mijn vrienden zijn hoogopgeleid en vragen dan aan mij op wie ze moeten stemmen, ze zijn er niet mee bezig verder. Er is ook geen informatie in het Engels beschikbaar.’ (vrouw, leeftijd onbekend, beroep onbekend, Hillegersberg)

3.3 Wel stemmen: je stem gebruiken en je recht koesteren Veel van de stemmers die we spraken vinden stemmen vanzelfsprekend. Deze mensen zeggen vaak volmondig ‘ja’ op de vraag of ze hebben gestemd, of geven antwoorden als ‘tuurlijk’ en ‘altijd’. In plaats van de wedervraag te stellen ‘waarom zou je stemmen?’, zoals veel niet-stemmers doen, vragen veel stemmers zich juist af: ‘waarom zou je het niet doen?’ Naast de vanzelfsprekendheid noemen zij verschillende motieven.

Conceptversie 22 mei 2023

P 17

Letterlijk je stem laten horen In eerder onderzoek in vijf gemeenten was een veelgehoorde uitspraak onder stemmers: ‘Als je niet stemt, mag je ook niet klagen’ (Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022). Door te stemmen maak je onderdeel uit van de politieke arena en mag je politici en bestuurders ter verantwoording roepen, als je niet stemt, plaats je jezelf buitenspel. Ook in Rotterdam horen we deze redenering vaak. ‘Ik stem altijd, anders gaat je stem naar de grootste partij. Mijn vader zegt ook dat ik moet stemmen, anders zou ik het waarschijnlijk niet doen. Ik denk altijd: mensen die niet stemmen, mogen ook niet klagen.’ (man, 38, afgekeurd voor werk, Beverwaard) ‘Veel mensen klagen, maar als je er zelf niet aan meewerkt, heb je eigenlijk niets te zeggen. Als je niet stemt ben je deel van het probleem. Zo kunnen er geen oplossingen gevonden worden waar mensen behoefte aan hebben.’ (man, 33, wetenschapper, CarnisseZuiderpark) ‘Als je niet gaat stemmen, moet je ook niet klagen. Samen sta je sterker.’ (vrouw, 61, afgekeurd voor werk, Beverwaard) Sommige bewoners voegen eraan toe dat ze op een bepaalde partij stemmen om ‘een signaal af te geven’. Het gaat dan bijvoorbeeld om een kleine of nieuwe partij, om tegen de status quo in te gaan. Of om een ‘gematigde’ partij tegenover een ‘extreme’ partij. ‘Ik stem altijd, anders gaat je stem naar de grootste partij.

Bij de gemeenteraadsverkiezingen heb ik op Leefbaar gestemd, maar landelijk stem ik de laatste jaren op de Partij voor de Dieren. Ik ben het niet eens met andere partijen en deze komt op voor de dieren en het klimaat.’ (vrouw, 45, uitkering, Beverwaard) ‘Als je niet stemt, heb je ook niets te zeggen. Ik heb op de VVD gestemd. Ik stem ook om ervoor te zorgen dat er niet iemand als

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Impressie uit de wijk: heel makkelijk gemaakt We houden gesprekken in de omgeving van Huis van de Wijk De Kip, in Stadsdriehoek. Een vrouw van 27, die in Rotterdam geboren is en nu een tijdje in deze buurt woont, vertelt dat ze gestemd heeft bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. ‘Niet gaan was geen optie, om meerdere redenen. Doordat je op meerdere dagen kon gaan stemmen, werd het wel heel makkelijk gemaakt. En je kan op meerdere manieren een signaal afgeven als je geen vertrouwen hebt in de politiek. Door niet te gaan stemmen of door juist te gaan stemmen op partijen zoals BIJ1 of DENK. Ik doe liever het tweede.’ Mensen in haar omgeving stemmen ook, ze denkt op verschillende partijen, maar ze heeft het er niet over met haar familie. Met andere studenten – ze volgt een bacheloropleiding aan de Erasmus Universiteit – praat ze wel over wat er in de stad gebeurt, maar niet per se over partijen of de verkiezingen. Baudet aan de macht komt. We hebben een uitstekende burgervader, die moet blijven. Geen Baudet!’ (vrouw, 60+, vrijwilliger, Hillegersberg) Stemrecht moet je koesteren Hoewel stemmen voor veel van de stemmers die we spraken vanzelfsprekend is, iets wat je volgens hen ‘gewoon’ hoort te doen, is het tegelijkertijd ook iets bijzonders. Verschillende stemmers maken vergelijkingen met landen en tijden waarin stemmen niet (of niet voor iedereen) mogelijk is of was.

Je ervan bewust zijn dat het bijzonder is dat we stemrecht en een democratie hebben is belangrijk, vinden zij. Vergelijking met andere landen: ‘Ik ken ook mensen die niet stemmen. Ik vind mensen die zeggen “ik vertrouw het niet” kortzichtig. Als je zegt ik vertrouw ze niet, dan is het alternatief dat we een autocratie krijgen, met iemand als Orbán.’ (man, 45, docent, gesproken in Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek, woont in Hillegersberg)

Conceptversie 22 mei 2023

P 18

‘Ik stem altijd. Mensen hebben hun leven gegeven voor stemmen, het is een gunst. In andere landen heb je een dictatuur. Daarom moet je altijd stemmen.’ (vrouw, 75+, gepensioneerd, CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) Vergelijking met vroeger: ‘Ik vind het een burgerplicht. Als vrouw hebben we voor kiesrecht gestreden. Het liefst zou ik nog meer doen, maar dat kan niet met gezin en werk.’ (vrouw, 39, zzp’er, gesproken in CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek, woont in Blijdorp) In het onderwijs zou hier meer aandacht voor moeten zijn, in de hoop dat we dit verworven recht meer gaan koesteren, vinden verschillende stemmers. Wel stemmen, geen vertrouwen Onder niet-stemmers zagen we bij een grote groep dat gebrek aan vertrouwen een belangrijk motief is om niet te stemmen. Ook een deel van de stemmers zegt er eigenlijk weinig vertrouwen in te hebben (zie ook Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022; Van Bochove en Moors 2022). Achter de ‘als je niet stemt mag je niet klagen’ en ‘het is een verworven recht’ volgt vaak een ‘maar’. De hierboven geciteerde vrouw die aangeeft dat stemmen een gunst is en dat je daarom altijd moet stemmen, voegt daar bijvoorbeeld in één adem aan toe: ‘Maar het is wel een loterij, er is een kleine kans dat het [stemmen] uitmaakt. Ik heb geen vertrouwen in de gemeenteraad, het is corrupt.

Nu met het Euromast Park, dat is ook corrupt, anders was het nooit doorgegaan. Ze zijn tegen de adviezen ingegaan, dan moet er wel iets aan de hand zijn.’ (vrouw, 75+, gepensioneerd, CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) Ook andere stemmers delen hun twijfels:

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

‘Ik twijfelde eerlijk gezegd wel om te stemmen, of het wel zin heeft.’ (vrouw, rond de 40, leidinggevende, Hillegersberg) Ik blijf stemmen. Ik vertrouw de tellingen niet altijd, maar ik blijf gewoon stemmen. (vrouw, rond de 70, gepensioneerd, Hillegersberg) Slechts een enkeling noemt vertrouwen in de politiek als motief om wel te gaan stemmen. ‘Ik heb op Volt gestemd, een vriend van me was tweede op de lijst dus mijn hele vriendengroep en ik hebben op hem gestemd. Ik stem altijd, ik heb wel vertrouwen in de politiek.’ (man, 33, werkzaam in bedrijfsleven, Hillegersberg)

3.4 Stemmers en niet-stemmers: geen compleet gescheiden werelden We hebben het vaak over stemmers en niet-stemmers, ook in dit rapport. Dat wil echter niet zeggen dat dit homogene categorieën zijn: onder nietstemmers zien we uiteenlopende motieven, en onder stemmers ook. Bovendien delen niet-stemmers en stemmers vaak opvattingen over het (gebrek aan) nut van stemmen. Mensen die dezelfde opvatting hebben (‘stemmen heeft geen zin’), kunnen ander gedrag vertonen: de een stemt wel, de ander niet. En mensen die hetzelfde gedrag vertonen, kunnen daar heel andere motieven voor hebben (vgl. De Koster 2022). Ook de sociale werelden van stemmers en niet-stemmers overlappen deels. We hebben in de straatgesprekken aan Rotterdammers gevraagd of mensen in hun omgeving wel of niet stemmen. In veel gevallen zeggen mensen die stemmen dat de meeste mensen in hun omgeving (familie, vrienden) ook stemmen. Zo zegt een man, die zelf een wetenschappelijke opleiding heeft gevolgd: ‘Die stemmen ook, veel van mijn vrienden zijn universitair geschoold’ (man, 33, wetenschapper, Carnisse-Zuiderpark). En veel mensen die niet stemmen, hebben ook niet-stemmers in hun omgeving. ‘Mijn familie en vrienden houden zich ook niet bezig met politiek, zij hebben ook niet gestemd’ (man, 22, werkt in de bouw, Beverwaard). Maar in veel andere

Conceptversie 22 mei 2023

P 19

gevallen, zien we dat stemmers en niet-stemmers wel met elkaar in contact zijn. ‘In mijn omgeving stemmen mensen op Wilders, PvdA, ook wel VVD. Maar eigenlijk ken ik meer mensen die niet stemmen, zij hebben geen vertrouwen meer in de politiek of houden zich er niet mee bezig.’ (vrouw, 45, werkzoekend, Beverwaard, heeft zelf gestemd) ‘Een paar vrienden stemmen wel, die zeggen ook altijd tegen me dat ik moet gaan stemmen, dan raken we in een discussie. Verder nog een paar kennissen, maar ik ken meer mensen die niet stemmen dan wel stemmen.’ (vrouw, 37, werkt bij bakkerij, Beverwaard, heeft zelf niet gestemd) Sommige stemmers proberen mensen in hun omgeving over te halen om tóch te gaan stemmen. ‘Mijn schoonmoeder twijfelde of ze zou gaan stemmen, daar heb ik met haar over gesproken, uiteindelijk is zij ook gaan stemmen.’ (vrouw, 39, zzp’er, gesproken in Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek, woont in Blijdorp) Andere stemmers zijn zelf overgehaald om te gaan stemmen, ze geven aan het vooral te hebben gedaan omdat een ander het belangrijk vond. Zoals uit het onderstaande citaat blijkt, gaat het hier niet altijd om een ‘geïnformeerde keuze’. ‘Ik heb gestemd, maar ik heb geen idee waarop ik heb gestemd, het was dezelfde partij als waar een vriendin op had gestemd. Ik heb zelf helemaal geen interesse in de politiek.

Bij de landelijke verkiezingen heeft mijn vader voor me gestemd, hij had geen stembiljet ontvangen, die was niet op tijd aangekomen. Voorlopig ga ik ook niet stemmen, denk ik.’ (vrouw, 22, hbo-student, Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek)

EMMA, De Haagse Hogeschool & Universiteit Utrecht

Enkele mensen hebben iemand gemachtigd. Zij vinden stemmen zelf niet belangrijk, maar een naaste – meestal hun partner – wel. ‘Ik stem zelf nooit, want er gebeurt toch nooit iets mee. Maar ik geef een volmacht aan mijn man, omdat hij dat zo graag wil. Hij vindt dat wel belangrijk en vindt niet stemmen een verloren stem.’ (vrouw, 45, werk onbekend, Beverwaard)

3.5 Wel of niet stemmen zegt weinig over lokale betrokkenheid Het onderscheid tussen wel- en niet-stemmers moet op nog een manier genuanceerd worden. Niet alleen overlappen de opvattingen en sociale werelden van stemmers en niet-stemmers, ook zien we dat het wel of niet stemmen weinig zegt over de lokale betrokkenheid van bewoners, en over hun participatie in bredere zin. We komen lokaal betrokken en actieve stemmers én niet-stemmers tegen. Niet-stemmers worden vaak geassocieerd met ‘afgehaakt zijn’, maar zoals in eerder onderzoek al aangekaart (Van Bochove, Klarenbeek en Moors 2022; Van Bochove en Moors 2022), suggereert dit ten onrechte dat ze op allerlei vlakken niet ‘meedoen’. Sommige bewoners doen allebei: ze stemmen en zetten zich actief in voor de wijk. De geïnterviewde wijkraadsleden en bewoners die verbonden zijn aan een bewonersorganisatie zijn hier een voorbeeld van, onder hen bevonden zich geen niet-stemmers. Andere bewoners zijn op informelere wijze actief in de wijk. Zo vertelt een bewoner die altijd stemt ‘omdat dat normaal is’: ‘Ik heb samen met mijn vrouw een container geadopteerd.

Ik houd in de gaten of mensen er geen vuil naast zetten en houd de omgeving van de container netjes.’ (man, 73, gepensioneerd, CarnisseZuiderpark) Onder niet-stemmers bevinden zich bewoners die geen binding ervaren met de gemeente als geheel en met de gemeentelijke politiek, maar die zich juist wel betrokken voelen bij de wijk.

Conceptversie 22 mei 2023

P 20

‘Een man van 30, die werkt als manager in de horeca, vertelt dat hij niet stemt omdat hij geen kennis heeft van politiek. Desondanks ziet hij het als zijn eigen verantwoordelijkheid om meer kennis op te doen. Hij heeft hier echter geen tijd voor want hij werkt 7 dagen per week en hij praat er ook niet over met familie en vrienden. Hij voelt zich verder betrokken bij de wijk waar hij woont, in Rotterdam-Zuid. Dat komt door de buurtmoestuin waar hij aan mee doet en buurtetentjes die georganiseerd worden door bewoners.’ (notities van gesprek in CoolScheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) Onder zowel stemmers als niet-stemmers zijn de meeste bewoners niet actief in de wijk. Vaak noemen ze gebrek aan tijd als reden: ze zijn druk met werk en/of gezin. Maar ook gebrek aan binding met de wijk speelt een rol. ‘Een man van 25, kunstenaar, heeft wel gestemd want hij vindt het belangrijk. Vooral de ontwikkeling van de stad en het klimaat vindt hij belangrijke punten om voor te stemmen. In zijn omgeving stemmen mensen ook en rondom de verkiezingen praat hij ook actief over de politiek met zijn omgeving. Hij woont in Feijenoord, maar voelt zich niet erg betrokken bij de wijk. Hij werkt niet in de wijk en participeert ook niet veel.

Meer betrokkenheid zou vanuit hemzelf moeten komen, vindt hij.’ (notities van gesprek in Cool-ScheepvaartkwartierStadsdriehoek) ‘Ik volg de politiek en het nieuws niet, daar heb ik geen tijd voor. Ik werk 6 dagen in de week. We hebben geen tv thuis. Als er iets gebeurt, dan hoor ik het wel. Ik heb nog nooit gestemd. Ik hou me bezig met mijn gezin en met sport. Ik zou op zich wel willen stemmen, maar dan zou ik eerst meer informatie nodig hebben. Het is belangrijk om te stemmen, dat moet ik eigenlijk wel doen, ik woon hier.’ (man, 49, verkoper, Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek) De straatgesprekken laten zien dat wel of niet stemmen weinig zegt over burgerparticipatie in bredere zin. Je hebt lokaal actieve stemmers én niet-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=0e50073a-8815-4541-afe6-3ea2e5774de6