[23bb006001] Bijlage 1 behorende bij 23bb5998 - ontwerpbestemmingsplan Katendrecht
Tekst van het document
Katendrecht Ontwerpbestemmingsplan
Opgesteld door: Diederik Harteveld
datum:
24 januari 2023
Stadsontwikkeling Bouw- en Woningtoezicht, Bureau Bestemmingsplannen
Vastgesteld d.d.:
........
Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Ligging en begrenzing
5
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
5
Beleid
7
2.1
Rijksbeleid
7
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
8
2.3
Gemeentelijk beleid
11
Beschrijving van het plangebied
23
3.1
Archeologie
23
3.2
Cultuurhistorie
24
3.3
Stadsgezichten en Monumenten
28
3.4
Huidig gebruik
29
Planbeschrijving
31
4.1
Algemeen
31
4.2
Ontwikkelingen / projecten
32
4.3
Juridische planbeschrijving
35
Water
42
5.1
Beleidskader
42
5.2
Samenwerking met de waterbeheerder
42
5.3
Huidige watersysteem
43
5.4
De wateropgave
44
Hoofdstuk 6
Milieu
46
6.1
Inleiding
46
6.2
Milieu effectrapportage
46
6.3
Milieuzonering
47
6.4
Geluid
49
6.5
Luchtkwaliteit
55
6.6
Bodem
57
6.7
Externe veiligheid
57
6.8
Natuur
59
Hoofdstuk 7
Handhaving
61
Hoofdstuk 8
Financiële uitvoerbaarheid
62
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
2
Hoofdstuk 9
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
63
9.1
Participatie
63
9.2
Vooroverleg
63
Bijlagen
67
Bijlage 1
Afbeelding Archeologie
68
Bijlage 2
Onderzoek Geluid
70
Bijlage 3
Onderzoek nestgeluid schepen
71
Bijlage 4
Onderzoek Externe Veiligheid
72
Regels
87
Hoofdstuk 1
INLEIDENDE REGELS
88
Artikel 1
Begrippen
88
Artikel 2
wijze van meten
95
BESTEMMINGSREGELS
96
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Bedrijf
96
Artikel 4
Gemengd - 1
97
Artikel 5
Gemengd - 2
99
Artikel 6
Gemengd - 3
101
Artikel 7
Gemengd - 4
103
Artikel 8
Gemengd - 5
105
Artikel 9
Groen
107
Artikel 10
Horeca
108
Artikel 11
Maatschappelijk - 1
109
Artikel 12
Maatschappelijk - 2
110
Artikel 13
Recreatie
111
Artikel 14
Tuin
112
Artikel 15
Verkeer - Erf
113
Artikel 16
Verkeer - Parkeergarage
114
Artikel 17
Verkeer - Verblijfsgebied
115
Artikel 18
Verkeer - Wegverkeer
116
Artikel 19
Water
117
Artikel 20
Wonen
118
Artikel 21
Wonen - Berging
120
Artikel 22
Leiding - Warmte
121
Artikel 23
Leiding - Water
123
Artikel 24
Waarde - Archeologie 1
125
Artikel 25
Waarde - Archeologie 2
127
Artikel 26
Waarde - Archeologie 3
129
Artikel 27
Waarde - Cultuurhistorie
131
3
Artikel 28 Hoofdstuk 3
Waterstaat - Waterkering
ALGEMENE REGELS
132 133
Artikel 29
Anti-dubbeltelregel
133
Artikel 30
Algemene bouwregels
134
Artikel 31
Algemene gebruiksregels
135
Artikel 32
Algemene aanduidingsregels
136
Artikel 33
Algemene afwijkingsregels
139
Artikel 34
Overige regels
140
Hoofdstuk 4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
141
Artikel 35
Overgangsrecht
141
Artikel 36
Slotregel
142
Bijlagen
143
Bijlage 1
Lijst van bedrijfsactiviteiten
144
Bijlage 2
Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria
153
Bijlage 3
Ontwerpbesluit hogere waarden geluidhinder
171
4
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De drie nu geldende bestemmingsplannen voor Katendrecht (Katendrecht - Kern, Katendrecht Zuid en Katendrecht-Pols) zijn niet meer actueel. Het opstellen van het nieuwe bestemmingsplan gebeurt in het kader van het Meerjarenprogramma actualisering bestemmingsplannen. Katendrecht Zuid en Katendrecht-Pols zijn hoofdzakelijk globale bestemmingsplannen bedoeld om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Deze ontwikkelingen zijn in Katendrecht Zuid grotendeels, en in Katendrecht-Pols voor een deel gerealiseerd. Omdat er verschillende grote ontwikkelingen in Katendrecht spelen is bij de start van het bestemmingsplan de inzet geweest om één bestemmingsplan te maken voor zowel het bestaande gebied als alle ontwikkelingen. Het concept-ontwerpbestemmingsplan is het vooroverleg ingegaan als actualisering van de bestemmingsplannen voor het bestaande gebied én als planologisch kader voor nieuwe ontwikkelingen. Daarna is gebleken dat de procedures van de verschillende ontwikkelingen en van het bestemmingsplan te ver uiteen gingen lopen om nog één bestemmingsplan voor zowel het bestaande gebied en de nieuwe ontwikkelingen te kunnen maken. Voor deze ontwikkelingen worden afzonderlijke ruimtelijke procedures per ontwikkeling gevoerd.
De locaties van de meeste ontwikkelingen zijn buiten het bestemmingsplan Katendrecht gelaten in plaats van deze locaties met de huidige bestemming in het bestemmingsplan op te nemen. Dit aangezien deze ontwikkelingen sterk verschillen van hoe deze locaties in de geldende bestemmingsplannen zijn bestemd, en de geldende bestemming daardoor geen juist beeld meer geeft van wat de gemeente de juiste invulling van deze locaties vindt. Het ontwerpbestemmingsplan Katendrecht is zo een conserverend bestemmingsplan geworden in plaats van een bestemmingsplan dat ook ontwikkelingen mogelijk maakt. In het bestemmingsplan worden de gerealiseerde ontwikkelingen bestemd conform de huidige situatie, en worden de vergunde ontwikkelingen meegenomen conform de verleende vergunning.
1.2
Ligging en begrenzing
Het plangebied betreft het grootste deel van het schiereiland Katendrecht. Het plangebied wordt in het oosten begrensd door de Hillelaan en de Maashaven Oostzijde. In het zuiden en westen loopt de plangrens door de Maashaven, en in het noorden ligt de plangrens in de Nieuwe Maas en ten zuiden van de Rijnhaven. Door de plangrens van het nieuwe bestemmingsplan Katendrecht op de oever van de Rijnhaven te leggen vallen zowel de Rijnhavenbrug als de ontwikkelingen die in beeld zijn voor de oostkant van de Rijnhaven geheel binnen het nieuwe bestemmingsplan Rijnhaven. Het deel van de Maashaven waar het Nelson Mandelapark is voorzien wordt buiten het bestemmingsplan gelaten. Dit geldt eveneens voor het terrein van het bedrijf Codrico en de andere ontwikkellocaties in het gebied Pols-noord, en voor de Scharnierlocatie in het westen van Katendrecht. Voor de ontwikkelingen die niet in het bestemmingsplan worden meegenomen worden eigen ruimtelijke procedures (een projectbestemmingsplan of een omgevingsvergunning) gevoerd. Het kleine bestemmingsplan Woningbouw Kaappark uit 2016 wordt eveneens niet meegenomen. Het bestemmingsplan Katendrecht heeft zodoende 'binnenplangrenzen' rondom het bestemmingsplan Woningbouw Kaappark, in het gebied Pols-noord en bij de Scharnierlocatie.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
De volgende geldende plannen zijn geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied van het bestemmingsplan gelegen. Bij elk plan is aangegeven wanneer het is vastgesteld door de gemeenteraad en wanneer het onherroepelijk is geworden: De huidige bestemmingsplannen voor het plangebied zijn: 569
Katendrecht - Kern
5
Vastgesteld 586
14-05-2009
Onherroepelijk
23-10-2009;
09-09-2010
Onherroepelijk
10-12-2010;
Onherroepelijk
18-04-2012;
Katendrecht-Pols
Vastgesteld 6008
01-05-2008;
Tarwewijk
Vastgesteld 1007
Onherroepelijk
Katendrecht Zuid
Vastgesteld 631
29-11-2007
29-09-2011
Bananenstraat, Katendrecht (wijzigingsplan van Katendrecht-Pols)
Vastgesteld
21-03-2017.
6
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Vastgesteld op 11 september 2020 Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld: ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel; sterker en leefbaarder maken van steden en regio's; toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied. 2.1.2
Beleidsvisie Erfgoed en Ruimte
Vastgesteld op 15 juni 2011 In de jaren 2012-2016 heeft de Rijksdienst in vijf programmalijnen uitvoering gegeven aan de beleidsnota Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter. In de beleidsnota schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. De beleidsvisie is complementair aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het ministerie van I&M. Het programma Erfgoed en Ruimte wordt met een paar jaar verlengd, tot aan de invoering van de Omgevingswet in (naar verwachting) 2019. De komende jaren werkt de Rijksdienst aan drie programmalijnen: Water en erfgoed; Landschap: transformatie van het landelijk gebied; Transformatie in de stad en in krimpgebieden. 2.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Vastgesteld op 22 augustus 2011, geconsolideerde versie 5 juni 2014 Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridische vertaling van nationaal ruimtelijk beleid. Het besluit bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang. Relevant beleid voor het plangebied Net als de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid alleen aan de orde op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten (zoals het project 'Randstad 380 kV'). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied. 2.1.4
Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking)
In werking getreden op 1 oktober 2012, gewijzigd per 1 juli 2017 Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder
7
kader van een goede ruimtelijke ordening. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de Ladder. Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wanneer deze ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt, moet gemotiveerd worden waarom er niet binnen het stedelijk gebied voorzien kan worden in de behoefte. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Bestemmingsplan Het bestemmingsplan Katendrecht is een conserverend bestemmingsplan dat geen nieuwbouw van woningen mogelijk maakt. Wel kent het bestemmingsplan een aantal gemengde bestemmingen waarin op de begane grond zowel woningen als andere functies zoals bedrijven, kantoren en horeca mogelijk zijn. Hierbij gaat het bijna altijd om een situatie waar nu geen woningen aanwezig zijn. Dit kan niet worden gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder moet worden doorlopen. Het bestemmingsplan maakt nieuwe kantoorruimte mogelijk in plaats van andere functies (voornamelijk) op de begane grond van de gemengde bestemmingen. Het gaat hierbij echter om een beperkte toevoeging van kleine kantoren.
Er is bij kantoren geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder moet worden doorlopen. Detailhandel wordt in het bestemmingsplan Katendrecht alleen mogelijk gemaakt waar dit aanwezig of vergund is. Omdat er geen nieuwe detailhandel mogelijk wordt gemaakt is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder moet worden doorlopen. Conclusie Aangezien het bestemmingsplan Katendrecht geen stedelijke ontwikkelingen mogelijk maak hoeft het bestemmingsplan niet te worden getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
2.2.1
Omgevingsbeleid, omgevingsvisie en omgevingsverordening
Het provinciale omgevingsbeleid voor de fysieke leefomgeving bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Deze kaders zijn vastgesteld door provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 en zijn op 1 april 2019 in werking getreden. Naast de kaders maken uitvoeringsprogramma's en plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit, onderdeel uit van het provinciale omgevingsbeleid. In de uitvoeringsprogramma's en plannen staan operationele doelstellingen opgenomen om zichtbaar te maken op welke wijze het beleid wordt gerealiseerd. De provincie zet in op een groenblauwe structuur als samenhangend stelsel van verschillende groene ruimtes met land- en waterroutes die stad en land met elkaar verbinden. Opgave daarbij is om de groene kwaliteiten zowel binnen als buiten de stad te versterken en de samenhang tussen stedelijke parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Zes richtingsgevende ambities zijn daarbij relevant: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
klimaatbestendige delta; een nieuwe, circulaire economie; een levendige meerkernige metropool; energievernieuwing, geen fossiele brandstoffen meer; bereikbare provincie, geen files; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Het Omgevingsbeleid krijgt vorm via een opgave gerichte aanpak. Vanuit maatschappelijke opgaven wordt er, samen met belanghebbenden, bepaald welke onderdelen van het omgevingsbeleid worden toegepast. Op deze wijze wordt er een uitnodigend perspectief geboden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel
8
ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De ambities geven vorm aan de volgende provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit': 1. Landschap en cultuurhistorie, Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving. 2. Gezondheid en veiligheid, Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder 3. Natuur en recreatie. Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren. 4. Ruimte en verstedelijking, Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. 5. Wonen, Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen. 6. Bodem en ondergrond, Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond. 7. Cultuurparticipatie en bibliotheken, Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken. 8. Klimaatadaptatie, Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen. 9. Zoetwater en drinkwater, Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater. 10.
Bereikbaarheid, Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders. 11. Regionale economie, Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie. 12. Energievoorziening, Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen. 2.2.2
Omgevingsverordening
De provinciale belangen zijn verankerd in de Omgevingsverordening. Op basis hiervan zijn in het kader van dit bestemmingsplan de volgende artikelen relevant: Ruimtelijke kwaliteit (art. 6.9 O.V) Indien een bestemmingsplan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, is er sprake van een aantal toetsingscriteria. Op basis van de begripsbepalingen uit de VR kan een ruimtelijke ontwikkeling omschreven worden als 'nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van bebouwing en grond'. Wanneer hier sprake van is, dient de ruimtelijke ontwikkeling binnen de aard en schaal van het gebied te passen en te voldoen aan de richtpunten van de kwaliteitskaart. Toetsing Het bestemmingsplan Katendrecht maakt de afronding mogelijk van een lopende transformatie van haven-/industriegebied naar stedelijk gebied met woningen en voorzieningen. Zowel het bouwvollume, de persoonsdichtheid als de ruimtelijke kwaliteit nemen hierdoor toe. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Voor de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 2.1.4 Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Voor het onderhavige bestemmingsplan is van belang dat het plangebied binnen het bestaande stads- en dorpsgebied ligt.
9
Artikel 6.11 Kantoren Een bestemmingsplan mag alleen voorzien in nieuwe kantoren: binnen de grootstedelijke top- en centrumlocaties, binnen de OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties (mits is aangetoond dat de behoefte aan kantoren groter is dan de nog onbenutte plancapaciteit voor kantoren op de desbetreffende locatie), en op een aantal bijzondere locaties die zijn aangegeven op kaart 10 van de Omgevingsverordening. Er gelden een aantal uitzonderingen op deze regel. Onder anderen kleinschalige zelfstandige kantoren (tot 1.000 m2 per vestiging), en kantoren met een lokaal verzorgingsgebied, zijn wel toegestaan buiten de aangewezen gebieden. Toetsing Het bestemmingsplan Katendrecht voorziet niet in grootschalige nieuwbouw van kantoren, en maakt geen kantoren mogelijk groter dan 1.000 m2. Artikel 6.12 Bedrijven Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een bedrijventerrein laat bedrijven toe uit de hoogst mogelijke milieucategorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten passend bij de omgeving van het bedrijventerrein, waarbij rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen die zijn opgenomen in een onherroepelijk bestemmingsplan of het Programma ruimte. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een watergebonden bedrijventerrein laat in hoofdzaak watergebonden bedrijven toe.
Als een aangewezen bedrijventerrein transformeerd naar andere bestemmingen dan moet in het bestemmingsplan worden aangegeven op welke wijze in de regio compensatie hiervoor zal plaatsvinden. Toetsing Binnen het plangebied is het grote bedrijf Provimi gelegen. Ook zijn aan de noordkant van de Brede Hilledijk een aantal kleine bedrijven gelegen. Het bestemmingsplan Katendrecht neemt deze bedrijven op met dezelfde milieucategorie die deze bedrijven in de geldende bestemmingsplannen hebben. Artikel 6.13 Detailhandel Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel indien deze binnen een bestaande winkelconcentratie ligt of daar direct aan grenst. Verder is detailhandel uitsluitend toegestaan binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk of binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie met detailhandel die is verplaatst van andere locaties. In het tweede lid is bepaald dat eventuele nieuwe detailhandel daarnaast in overeenstemming moet zijn met het ontwikkelingsperspectief dat is beschreven in het Programma ruimte en de Omgevingsvisie. Bij nieuwe detailhandel met een oppervlak van 2.000 m² b.v.o. of groter dient te worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast en is een advies nodig van de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland.
Toetsing De gemeente wil in het Rijnhavenkwartier (de buurten rondom de Rijnhaven, te weten Katendrecht, Zuidkade, Rijnhaven, en Wilhelminapier) in totaal maximaal 21.000 m2 bvo detailhandel toevoegen in een nieuw te realiseren detailhandelsconcentratie rond een aantal reeds vergunde, in realisatie zijnde projecten in Pols Noord: 18.000 m2 in Pols Noord en 3.000 m2 in de Rijnhaven. Een groot deel van de detailhandelsmeters in deze concentratie zal in het dagelijkse segment zitten en is reeds vergund/planologisch mogelijk gemaakt (circa 13.000 m2 vergund, incl. 3.000 m2 voor de Rijnhaven). De resterende circa 8.000 m2 worden gebrancheerd (non-food), op unitgrootte gemaximaliseerd in afstemming met marktpartijen en zullen gefaseerd worden gerealiseerd met afzonderlijke RO-procedures. Hierdoor kan de gemeente blijven sturen op een marktconforme invulling. Artikel 6.21 Veiligheidszonering oevers Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas In verband met de risico's van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water moet, langs de Nieuwe Waterweg en Nieuwe Maas, een zone van 25 meter worden vrijgehouden van nieuwe bebouwing. In het gebied tussen de 25 en 40 meter vanaf de kade is nieuwe bebouwing slechts mogelijk als sprake is van een groot maatschappelijk of bedrijfseconomisch belang én is advies nodig van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond.
10
Toetsing Tussen de Rijnhaven en de Maashaven ligt Katendrecht aan de Nieuwe Maas, en zijn veiligheidszones van 25 meter en 40 meter vanaf de oever van toepassing. Het bestemmingsplan Katendrecht voorziet niet in nieuwbouw binnen deze zones. Artikel 6.23 Buitendijks bouwen Een bestemmingsplan voor gronden binnen het buitendijks gebied dat nieuwe bebouwing mogelijk maakt, een toelichting bevat op het slachtofferrisico bij een eventuele overstroming. Ook dient een afweging gemaakt te worden voor het toelaten van nieuwe bebouwing op deze gronden. Toetsing Het hele plangebied van bestemmingsplan Katendrecht is buitendijks gelegen. Om inzicht te krijgen in de toekomstbestendigheid van dit buitendijkse gebied ten aanzien van de waterveiligheid zijn de maaiveldhoogtes in Katendrecht vergeleken met zeer hoge waterstanden die volgens prognoses voor kunnen komen in het jaar 2100. Daaruit blijkt dat Katendrecht met de huidige maaiveldhoogtes op de lange termijn kwetsbaar is voor hoog water. Bij nieuwe ontwikkelingen is het daarom zaak deze op een hoger peil te realiseren dan het huidige maaiveld. Om aan de provinciale veiligheidsnorm voor lokaal individueel risico te voldoen geldt voor ontwikkelingen een uitgiftepeil van ten minste 3,30 meter boven NAP. De gemeente adviseert om buitendijks een uitgiftepeil te hanteren van 3,60 meter boven NAP (voor kwetsbare functies 3,90 meter boven NAP).
2.3
Gemeentelijk beleid
Algemeen Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 kunnen ook gemeenten hun gemeentelijk beleid vastleggen in structuurvisies. Ter verwezenlijking van de doelen in het ruimtelijk beleid stelt de gemeente bestemmingsplannen op. In Rotterdam zijn er twee typen bestemmingsplannen te onderscheiden het zogenoemde gebiedsbestemmingsplannen en projectbestemmingsplannen. Gebiedsbestemmingsplannen worden opgesteld door het cluster Stadsontwikkeling naar aanleiding van een meerjarenplanning. Wanneer een bepaalde ontwikkeling buiten het opstellen van een gebiedbestemmingsplan valt, kan daar een projectbestemmingsplan voor opgesteld worden of een omgevingsvergunningprocedure voor doorlopen worden, door een initiatiefnemer. 2.3.1
Omgevingsvisie 'De Veranderstad, werken aan een wereldstad voor iedereen'
Vastgesteld door gemeenteraad op 2 december 2021 De omgevingsvisie beschrijft de stedelijke koers voor de ontwikkeling van Rotterdam. Het is een nieuwe stadsvisie die richting geeft aan de verdere ontwikkeling van Rotterdam. Deze Omgevingsvisie vervangt de in 2007 vastgestelde Stadsvisie Rotterdam 2030. Tot de datum van invoering van de Omgevingswet krijgt de Omgevingsvisie de status van structuurvisie onder het huidige regime van de Wet ruimtelijke ordening. Hoofdlijn van de Omgevingsvisie is dat Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en de identiteit ondersteunt en versterkt. De omgevingsvisie gaat uit van 5 langetermijndoelen (perspectieven): compact, inclusief, duurzaam, gezond, productief. Mede aan de hand daarvan worden in de omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes benoemd waarmee invulling wordt gegeven aan de koers voor Rotterdam voor goede groei: Rotterdam zet in op prettig leven in de delta: Rotterdam wordt een gezonde, groene en aantrekkelijke stad in de grotere metropoolregio om te wonen, werken, recreëren, sporten en bewegen; Rotterdam gaat verstedelijken & verbinden. Er wordt verstedelijkt binnen de bestaande stad om de stad te versterken.
Verstedelijking gebeurt vooral bij en rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer; Rotterdam zet in op vitale wijken met een divers aanbod aan woon- en werkruimte en passende
11
maatschappelijke voorzieningen. Het moet niet uitmaken waar je opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. In de wijken komen een heleboel opgaven samen: deze worden in samenhang aangepakt om de wijken toekomstbestendig te maken; Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie: Er wordt gewerkt aan een stad die klimaatneutraal is en waar w grondstoffen hergebruikt worden. Zo wordt een duurzaam Rotterdam gecreeërd met een bloeiende en innovatieve economie. Voor nu en toekomstige generaties; Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen: Rotterdam heeft een sterke economische uitgangspositie. Tegelijkertijd is Rotterdam, onder meer door zijn uitstekende (internationale) bereikbaarheid, een middelpunt van innovatie en van kennisintensieve dienstverlening. 2.3.2
Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020
Vastgesteld op 15 december 2016 door de Rotterdamse gemeenteraad De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld. Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen; te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; en woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid. Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad; ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden; en energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen.
De basis op orde houden door: het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; betaalbaarheidproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk; goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken; toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt; en woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning. De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. De Woonvisie is een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambitie van de Stadsvisie te helpen realiseren. 2.3.3
Hoogbouwvisie 2019
Vastgesteld door de gemeenteraad op 12 december 2019 In de Hoogbouwvisie 2019 is de hoogbouwzone aangegeven die loopt van het Centraal Station tot aan de Wilhelminapier. Pompenburg en de omgeving van de Rijnhaven (waaronder Katendrecht-Pols) horen er ook bij. Binnen de hoogbouwzone is hoogbouw mogelijk tot maximaal 250 meter hoog. Er zijn ook drie andere gebieden waar hoogbouw is toegestaan (tot maximaal 150 meter): Feyenoord City, Hart van Zuid en de Alexanderknoop. Hoogte De benedenverdieping en daarmee de Rotterdamse laag van de hoogbouw is essentieel. De
12
programmering van de Rotterdamse laag moet een bijdrage leveren aan de stedelijke dynamiek en de continuïteit van het stadsbeeld. Denk hierbij aan lobby's voor kantoren, entrees voor woningen, commerciële en maatschappelijke functies. De hoogte van de Rotterdamse laag verschilt per plek in de stad. Door de Rotterdamse laag onderdeel te maken van het gebouw, is er een goede aansluiting op de aangrenzende gebouwen en stimuleert dit de continuïteit van wanden, straten en pleinen. De omvang van de bovenbouw wordt door twee invalshoeken bepaald:een percentage voor de maximale oppervlakte van hoogbouw en een absolute maat, gebaseerd op het programma (wonen of kantoren). Naar boven toe zal de hoeveelheid oppervlakte afnemen. Door beperkingen op te leggen aan hoogbouw, gerelateerd aan de maximale omvang van de bouwkavel, is er meer ruimte in de onderbouw om de utilitaire zaken een goede plek te geven in het gebouw. Hierdoor is er meer ruimte om de ambitie van de stad op ooghoogte goed vorm te geven. Boven de Rotterdamse laag (onderbouw grofweg tussen 15 tot 25 meter) mag maximaal 50 procent van de totale onderbouw als toren bebouwd worden. Boven de Rotterdamse laag mag de diagonaal van de toren niet groter zijn dan 56 meter. Door een diagonaal te gebruiken, wordt gestimuleerd dat er daadwerkelijk torens worden gemaakt in plaats van andere gebouwvormen.
Bij gebouwen tussen de 70 en 150 meter heeft de toren vanaf 70 meter een diagonaal van 42 meter. De diagonaal wordt berekend over de verst van elkaar afliggende hoeken. Balkons ingesloten door ten minste drie geveldelen worden meegerekend. Wind Om ervoor te zorgen dat het windklimaat binnen de grenzen blijft, zijn aan de voorkant van het ontwerpproces oriënterende windonderzoeken verplicht. Deze metingen worden op basis van volumestudies gedaan en geven een eerste beeld waar zich mogelijke knelpunten bevinden. Vorm, materiaal en hoogte kunnen op deze manier in een vroegtijdig stadium onderzocht worden en de uitkomsten kunnen worden meegenomen in het ontwerpproces. De finale check gebeurt door middel van een windonderzoek op basis van het definitief ontwerp. Voor het windonderzoek moet de norm NEN-8100 worden gebruikt. Zon Bij het toevoegen van hoogbouw moet er in ieder geval duidelijk zijn in hoeverre het nieuwe volume extra schaduw in de stad geeft. Per plek kan de invloed van extra schaduw anders beoordeeld worden. Om onderscheid te maken in de eisen die worden gesteld aan plekken in de stad en hoeveel vermindering er mag optreden in zonuren, zijn twee typen ruimtes gedefinieerd. Op plekken die zijn aangewezen als zogenaamde sunspot, mag géén vermindering van zonuren optreden binnen de aangewezen tijden.
Daarnaast zijn er representatieve ruimtes waar zon belangrijk is, maar waar wel enige vermindering in zonuren mag optreden. 2.3.4
Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 - 2030+
Vastgesteld op 11 mei 2017 door de Rotterdamse Gemeenteraad Het Stedelijk Verkeersplan is een plan waarbij bereikbaarheid in dienst van een economisch sterk en gezond Rotterdam staat. Het Stedelijk Verkeersplan zet de lange termijnvisie neer, waarbij het uitgangspunt is dat mobiliteit geen doel op zich is, maar een belangrijke randvoorwaarde voor een economische sterk, gezond en aantrekkelijk Rotterdam. De Rotterdamse Mobiliteitsagenda kent een drietal vertrekpunten: de groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035; de economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie; de stedelijke mobiliteitstransitie naar meer fiets en ov-gebruik. Bovengenoemde ontwikkelingen zijn vertaald in een verschillend aantal kansen en bereikbaarheidsmaatregelen die bijdragen aan Rotterdam als levendige en sterke economische stad. Een goede balans in modaliteiten, oftewel een nieuw evenwicht tussen fietsers, voetgangers, auto’s en het openbaar vervoer is daarbij vertrekpunt. Dit betekent dat de verdichting met woningen binnen het stedelijk gebied prioriteit krijgt en de transitie naar de Next Economy het regionaal en stedelijk
13
vervoersnetwerk vorm geeft. Hierbij staat de gezondheid van de Rotterdammer voorop en wordt geïnvesteerd in slimme mobiliteit, waarbij de stad functioneert als proeftuin. De structuuringrepen binnen het Stedelijk Verkeersplan bieden de meeste kansen om een stedelijk en regionaal infrastructuur netwerk te vormen dat voldoende flexibel en genoeg adaptief is om de stad van de toekomst (Next City) vorm te geven. De mobiliteitsstrategie ontstaat vanuit de gewenste ruimtelijke en economische ontwikkeling van stad en regio en wordt -wanneer de bereikbaarheidsopgave in de toekomst verandertsteeds opnieuw aan de tijdgeest aangepast, omdat het geen volgordelijkheid kent. Dit leidt tot de volgende beleidskeuzen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
City Lounge versterkt: stimuleren van fiets en ov; een samenhangend regionaal en stedelijk netwerk: wegen en ov in evenwicht; regionale en stedelijke oeververbindingen: nieuwe en transformatie van bestaande; aantrekkelijke en levendige (Binnen)stad: de City Lounge versterkt; versterken nieuwe vervoerswijzen: vervoer over water en Last Mile; geen vervoersarmoede: sociale en maatschappelijke participatie versterkt; gezonde leefomgeving: versterken ruimtelijke kwaliteit, luchtkwaliteit en Zero Emissie; slimme mobiliteit: technologische innovatie en ict; gebieden Buiten de Ring: duurzaam verbinden.
Een verdere uitwerking van dit beleid is beschreven in de Rotterdamse MobiliteitsAanpak (RMA) dat de gemeenteraad begin 2020 heeft vastgesteld. De RMA is een aanpak om te werken aan een betere bereikbaarheid van onze groeiende stad. Een aanpak die vanuit mobiliteit een aantal uitdagingen in Rotterdam ondersteunt. Want de stad groeit, de ruimte wordt schaarser, de economie verandert, het klimaat vraagt om andere keuzes én we willen de stad gezonder en inclusiever maken. De RMA faciliteert de groei van de stad door met verschonen en verbeteren van de mobiliteit bij te dragen aan de bereikbaarheid van 18.000 nieuwe woningen tot 2022 en 50.000 nieuwe woningen tot 2040. Ook biedt de RMA kansen voor het accommoderen van een vitale economie met efficiënte schone en nieuwe vervoerswijzen, inclusief nieuwe arbeidsplaatsen en maatschappelijke voorzieningen. Daarnaast draagt de RMA bij aan het vergroenen van de buitenruimte, onder andere met de vijf grote buitenruimte projecten. 2.3.5
Nota Detailhandel 2017
Vastgesteld op 22 en 29 juni 2017 door de Rotterdamse gemeenteraad De Nota Detailhandel uit 2013 is in 2017 geactualiseerd. De nota bestaat uit een algemeen deel dat de stedelijke ambities ten aanzien van dit onderwerp bevat en 13 separate gebiedsgerichte uitwerkingen, die het detailhandelsbeleid per gebied beschrijven. De nota en de gebiedskoersen doen geen uitspraken over het centrum, hiervoor blijft de nota 'WNKLN N RTTRDM' het relevant beleidskader. Stedelijke ambities en spelregels ten aanzien van detailhandel Het detailhandelsbeleid bestaat in de basis uit een beleidskader, waarin op grond van de trends en ontwikkelingen de visie en ambitie van Rotterdam op de detailhandelsstructuur wordt uitgesproken. Met dit kader zet Rotterdam in op een krachtige, toekomstbestendige winkelstructuur, waarbij de consument centraal staat en sprake is van complete, compacte comfortabele en levensvatbare centra.
Om deze ambities te realiseren, is een aantal spelregels onontbeerlijk en zijn vier stedelijke ambities geformuleerd: Een evenwichtige detailhandelsstructuur (aantrekkelijk, levensvatbaar, complementair) Meer flexibiliteit en dynamiek ter versterking van de detailhandelsstructuur Detailhandelsbeleid als kader voor ruimtelijke ontwikkelingen Een bruisende Binnenstad! De spelregels die nodig zijn om de ambities te behalen zijn: Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk in de winkelconcentratiegebieden zoals in de Gebiedskoersen Detailhandel zijn vastgesteld. Creëren van nieuwe winkelgebieden is enkel onder strikte voorwaarden mogelijk. Geen nieuwe solitaire vestiging van winkels buiten de detailhandelsstructuur van winkelgebieden.
14
In kleine kernen kan maatwerk vereist zijn, om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden. Vestiging van grootschalige detailhandel bekijken we kritisch. Geen nieuwe perifere concentratiegebieden. Tuincentra en bouwmarkten buiten de aangewezen winkelgebieden zijn onder voorwaarden bespreekbaar. Geen detailhandel op bedrijventerreinen. Winkels in tweedehandsgoederen vestigen we in winkelgebieden; uitzondering voor kringloopwinkels. Internetwinkels en -afhaalpunten met een (beperkte) bezoekersfunctie worden enkel toegestaan in de winkelgebieden en op trafficlocaties. Voor winkels geldt in de horecanota Rotterdam 2017-2021 de basisvrijstelling. 2.3.6
Gebiedskoers Detailhandel 2022-2025: Feijenoord
Vastgesteld door het college van B&W op 25 januari 2022 Voor detailhandel in Rotterdam is de stedelijke 'Nota Detailhandel 2017' het geldende beleidskader. De ambities en spelregels zijn per stadsdeel voor alle winkelgebieden verder uitgewerkt in gebiedskoersen. voor 2017-2020. De bestaande gebiedskoersen zijn in 2021 tegen het licht gehouden en opnieuw geformuleerd. Na vaststelling door de gemeenteraad zijn deze onderdeel van het detailhandelsbeleid. In vergelijking met de rest van Rotterdam en andere stadsdelen is het dagelijks en niet-dagelijks winkelaanbod per 1.000 inwoners in Feijenoord ondergemiddeld. De leegstand is relatief gemiddeld, al is er nauwelijks structurele leegstand. Uit koopstroomgegevens blijkt dat het dagelijks winkelaanbod in Feijenoord ruim onder het landelijk gemiddelde functioneert. Ook het niet-dagelijks winkelaanbod functioneert ondergemiddeld. De komende jaren laat de bevolkingsprognose voor Feijenoord een sterke groei zien. In de periode 2020-2030 is de verwachting dat het aantal inwoners toeneemt met 14,3%. Feijenoord is een dynamisch gebied met een grote diversiteit aan woon- en werkmilieus. Het is een omvangrijk gebied met veel eigenheid en historische vestigingen. De centrumgebieden in Feijenoord voorzien in zijn algemeenheid grotendeels in de eigen behoefte en zijn daarmee complementair aan elkaar.
De structuur van Feijenoord wordt grotendeels bepaald door het grootste centrumgebied, Boulevard Zuid. Dit gebied voorziet in dagelijkse artikelen en in een breed aanbod aan niet-dagelijks assortiment. Naast dit gebied wordt de structuur bepaald door de boodschappencentra en verschillende gebieden met een gemixte functie, waar naast winkels ook andere voorzieningen een plek hebben. Door de ontwikkeling van de Kop van Zuid en in het bijzonder het Rijnhavenkwartier (eerst met kantoren, diverse culturele voorzieningen later met hotels en bijvoorbeeld de cruiseterminal, Fenixloodsen en Deliplein) is het centrum van de stad Rotterdam steeds meer op twee oevers komen te liggen. Het Rijnhavenkwartier wordt gevormd door de Wilhelminapier, de zone aan de Posthumalaan en Katendrecht, met de Rijnhaven als het centrale element. Met de verdere invulling van het Rijnhavenkwartier als onderdeel van de binnenstad op twee oevers is aanleiding, momentum en noodzaak ontstaan voor een complementair binnenstadsmilieu met winkelprogramma. Rijnhavenkwartier In de huidige structuur vormt de Wilhelminapier en Katendrecht een relatief (geografisch) groot gebied met beperkte winkelvoorzieningen. Er zijn een paar verspreide winkels in de kern van Katendrecht, een vestiging van Jumbo in de Pols van Katendrecht, Boon's minimarket aan de Brede Hilledijk en een mini Albert Heijn op de Wilhelminapier.
Richting het westen ligt een voor Rotterdam redelijk uniek foodaanbod (Fenix Food Factory) in combinatie met het Deliplein, waar overwegend horeca is gevestigd. Het detailhandelsaanbod op vooral de Wilhelminapier is zeer beperkt, mede door de beleidsmatige keuze om solitaire winkels te ontmoedigen en in te zetten op concentratie in toekomstbestendige centrumgebieden. In het Rijnhavenkwartier worden in de toekomst ruim 6.000 woningen toegevoegd plus overige centrumstedelijke functies. Het aanbod detailhandel voor de dagelijkse boodschappen is in de huidige situatie onvoldoende om te voorzien in de behoeften van de toekomstige bewoners in het
15
Rijnhavenkwartier. Ook is ontwikkeling onderdeel van de beleidsmatig beoogde sprong van de binnenstad over de rivier naar Zuid, inclusief bijbehorend gemengd programma. In de Omgevingsvisie behoort Rijnhaven tot de binnenstad. De ontwikkeling van het Rijnhavenkwartier tot binnenstadsgebied vraagt om een stedelijke mix van programma en voorzieningen. Deels is dit bestemd, vergund en in realisatie. Belangrijke uitgangspunten zijn: Een nieuw te ontwikkelen winkelconcentratie in de Pols van Katendrecht beantwoordt minimaal de vraag vanuit het primaire verzorgingsgebied ten aanzien van dagelijkse boodschappen. Het primaire verzorgingsgebied daarvoor is Katendrecht, de Wilhelminapier en een deel van de Afrikaanderwijk. Opgave is daarom een goede ruimtelijke verbinding te maken met deze gebieden; Een tweede grote supermarkt naast de reeds gevestigde supermarkt, kan een complementaire werking hebben met positief effect voor consumenten; Vanuit de ambities voor Katendrecht en de Kop van Zuid is aanvullend niet-dagelijks aanbod een mogelijkheid. Belangrijk is dat een helder profiel wordt ontwikkeld voor deze winkelconcentratie; Als nieuw centrumgebied is aanhaking op en complementariteit met de binnenstad essentieel. Het Rijnhavenkwartier wordt gekenmerkt als een binnenstadsrandgebied.
De ontwikkelingen die Katendrecht, de Wilhelminapier en de Rijnhaven doormaken, in combinatie met het veranderend profiel van de winkelconcentratie Afrikaanderplein, zijn aanleiding voor een nieuwe moderne winkelconcentratie in de Pols van Katendrecht en in aansluiting hierop in het zuidoostelijke bouwblok van de gebiedsontwikkeling Rijnhaven. Uitgangspunt is dat in het Rijnhavenkwartier een geconcentreerd en goed geprofileerd gebied ontwikkeld wordt dat de locale en Rotterdamse detailhandelsstructuur versterkt. Aanvullend op de dagelijkse behoefte is de ambitie om de overige retail in Pols Noord (kansgebied) te ontwikkelen als onderdeel van een mixed-used gebied (met niet-dagelijks aanbod, aanvullend op de binnenstad). Het binnenstadsmilieu met retail in het Rijnhavenkwartier moet complementair zijn aan het kernwinkelgebied en de andere binnenstadsmilieus, zoals Meent, Witte de With en Nieuwe Binnenweg.
Uitsnede Overzichtskaart Gebiedskoers Detailhandel 2022-2025 Feijenoord
16
Uitsnede Gebiedskoers Detailhandel 2022-2025 Feijenoord Overig Katendrecht Het Deliplein wordt gezien als 'gemengde stadsstraat - speciaal'. Het Deliplein blijft (samen met de Fenix Food Factory) een ontmoetingsplek en smaakmaker in het gebied, gericht op met name horeca aangevuld met maatschappelijke en commerciële voorzieningen/bedrijfsruimten en in beperkte mate detailhandel passend bij het karakter van het gebied. Er is hier wel ruimte voor toevoeging van horeca, maar nieuwe winkels zijn hier niet gewenst kijkend naar de ontwikkelingen in de omgeving. 2.3.7
Werklocaties 2030: kantoren en bedrijfsruimte
Vastgesteld op 12 maart 2020 door de Rotterdamse gemeenteraad Op 12 maart 2020 heeft de gemeenteraad de nota kantoren en de nota bedrijfsruimte vastgesteld. Kantoren Doel van het beleid is om richting te geven aan de ontwikkeling van de Rotterdamse kantorenmarkt, door: het versterken van de nieuwe economie door concentratie van kantoren op zes locaties met de beste bereikbaarheid en verblijfskwaliteit, en ontwikkeling van specifieke clusters op vijf andere locaties; een goede balans tussen vraag en aanbod door introductie van een Rotterdamse ladder (zodat snel duidelijk is of er een markttechnische onderbouwing is voor nieuwbouw); het stimuleren van verduurzaming van de kantorenvoorraad en -omgeving (minimaal energielabel C).
17
Op Katendrecht zijn geen kantorenconcentratiegebieden aanwezig. Dit betekent dat het plangebied van dit bestemmingsplan in het Rotterdamse kantorenbeleid als overig gebied is aangemerkt. Buiten de concentratiegebieden is de kantoorontwikkeling gericht op lokaal georiënteerde dienstverlening en kleinschalige bedrijvigheid, bijvoorbeeld in de vorm van een bedrijfsverzamelgebouw. Voor bedrijven die doorgroeien is het ondernemingsklimaat van de concentratiegebieden meer geschikt. Bedrijfsruimte Doel van het beleid is om voldoende bedrijfsruimte in Rotterdam te waarborgen - en richting te geven aan de ontwikkeling van bestaande en nieuwe bedrijfslocaties: 1. Behouden en zo goed mogelijk benutten van bedrijfsruimte: a.
De totale omvang van de voorraad bedrijfsruimte wordt behouden en zo efficiënt mogelijk benut;
b.
Bedrijfsruimte in de wijken wordt zoveel mogelijk behouden;
c.
Nieuwe bedrijventerreinen krijgen een plek in de regio;
2. Functiemenging waar het kan, functiescheiding waar het moet: a.
Ruimte-extensieve en zware bedrijvigheid wordt ingepast aan de rand van de stad of in de regio, arbeidsintensieve en lichte bedrijvigheid behoudt een plek in de stad;
b.
Op bedrijventerreinen met een transformatieopgave wordt ingezet op woonwerkgebieden met behoud van (vervangende) werkgelegenheid.
3. Stadsgebonden bedrijvigheid: a.
Focus op vestiging van bedrijven die vanwege hun klanten- en werknemerskring een directe relatie hebben met de stad, en op:
b.
Kleinschalige datacenters (digitalisering), city hubs en XS-warehouses (ecommerce), incubators en bedrijfsverzamelgebouwen ('de nieuwe economie').
4. Verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen: a. b.
Focus op verduurzaming (energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie), en op: Verbetering van de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde en van de multimodale bereikbaarheid.
Het nieuwe Rotterdamse beleid sluit aan op de Strategie Werklocaties van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), waarin de regiogemeenten afspraken hebben gemaakt over de programmering van kantoren, bedrijfsruimte en detailhandel. De Nota Bedrijfsruimte vormt samen met de Nota Kantoren 2020 en de Nota Detailhandel 2017 een totaalbeleid voor werklocaties in Rotterdam. Dit samenhangende beleid dient onder meer als basis voor gemeentelijke investeringen in de lokale economie. 2.3.8
Horecanota Rotterdam 2017-2021
Vastgesteld door B&W op 1 november 2016 In de Horecanota 2017-2021 staat de balans tussen levendigheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat centraal. De nota beschrijft het instrumentarium dat hieraan invulling geeft. Gebiedsgericht werken, een verdere vereenvoudiging van het vergunningstelsel, verfijning van het handhavingskader en stimulering van eigen initiatief door experimenten zijn hiervan de elementen. Belang voor de stad Rotterdam is een levendige stad met een aantrekkelijke binnenstad, een groot cultureel aanbod en een gevarieerde samenstelling van bewoners, ondernemers en bezoekers. Horeca speelt een cruciale rol: een goede mix van kwaliteit en kwantiteit, een balans met andere stedelijke functies en openbare orde en veiligheid, bevordert de populariteit van Rotterdam. Bovendien levert de horecasector werkgelegenheid op en stimuleert het de lokale economie. De aantrekkingskracht van de stad is de afgelopen jaren toegenomen. Er wordt weer geld uitgegeven door bezoekers, Rotterdam voert de goede
18
lijstjes aan en is in 2015 uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijkertijd verdicht de bewoning en is ruimte schaars. Het is dus van belang alles in goede banen te leiden en deze schaarse ruimte optimaal te benutten. De positieve ontwikkelingen van Rotterdam weten sommige delen van de stad onvoldoende te bereiken vanwege de aanwezigheid van malafide ondernemingen, georganiseerde criminaliteit en overlast. Dit vraagt om extra aandacht en stevig optreden. Visie en ambities Met dit horecabeleid borduurt Rotterdam voort op de goede ontwikkelingen in onze stad. Met oog voor ondernemerschap en aandacht voor een prettig woon- en leefklimaat voor onze bewoners zijn aan de hand van een aantal uitgangspunten vier ambities bepaald waarmee Rotterdam invulling geeft aan de visie op horeca voor de komende jaren. De Horecanota 2017-2021 geeft invulling aan de visie van Rotterdam ten aanzien van de horeca voor de komende vijf jaar. De horecanota staat niet op zichzelf. Het is een kader dat samen met andere gemeentelijke kaders en visies moet zorgen voor het behoud en de verdere ontwikkeling van Rotterdam als aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken en te verblijven.
Op basis van de visie en aan de hand van onderstaande uitgangspunten realiseert Rotterdam de ambities van balans in de wijk, een veerkrachtige binnenstad, verantwoord ondernemerschap en de stad als laboratorium. Rotterdam bruist!; de wijk is het uitgangspunt bij het bepalen van de mogelijkheden en onmogelijkheden; bewoners en ondernemers hebben inspraak en nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid; ruimte voor innovatie en experimenten ter bevordering van het ondernemerschap en woon- en leefgenot; minder regels, minder lasten en een vereenvoudigd vergunningenstelsel; uitgaan van vertrouwen en sturen op naleving (high trust); wanneer regels en afspraken worden geschonden, dan wordt stevig opgetreden (high penalty). Uiteenzetting horecastelsel (vergunningen) In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken. Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij.
In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting. De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel. Exploitatievergunning of niet? In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is. Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak.
Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden
19
we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0.
Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk.
Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten (limitatief): muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is.)
Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. Dit gebeurt door middel van een aanwijzingsbesluit dat voor bepaalde of onbepaalde tijd van kracht is. De aanwijzing wordt genomen op basis van het Horecagebiedsplan (zie ook paragraaf 2.3.9) dat ter plaatse van kracht is, waarin ook gemotiveerd is waarom het gebied wordt aangewezen. In die gevallen is altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren, ook al is er sprake van één van de hierboven beschreven situaties. Exploitatievergunning
20
Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten. Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie). Gebiedsgericht werken Een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van de Horecanota is gebiedsgericht werken; kennis uit de wijk is bepalend voor wat kan en wat niet.
Deze werkwijze, waarbij maatwerk en flexibiliteit centraal staan, heeft in de afgelopen jaren reeds z’n vruchten afgeworpen op het gebied van horeca. Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, kunnen bekende en nog onbekende horeca-ontwikkelingen worden beoordeeld en gerealiseerd. Het horecagebiedsplan biedt het kader hiervoor. 2.3.9
Horecagebiedsplan Feijenoord 2022-2024
In het horecagebiedsplan wordt er meer ingezoomd op het gebied zelf. Op deze manier wordt invulling gegeven aan het uitgangspunt dat een wijk bepalend is voor wat mogelijk is qua horeca-ontwikkeling. Meer concreet, in dit plan wordt de gewenste ontwikkeling van horeca in het gebied Feijenoord van de gemeente Rotterdam beschreven en op hoofdlijnen uitgewerkt. Over de wijk Katendrecht staat in het Horecagebiedsplan Feijenoord 2022-2024 het volgende: Het Schiereiland Katendrecht heeft zich in een paar jaar tijd ontpopt tot een van de meest bruisende zones van de stad. De (horeca)voorzieningen passen bij de behoefte van de bewoners, ondernemers en werkenden waardoor zij elkaar versterken. De ambitie is om de wijk verder te ontwikkelen tot een aantrekkelijk (groot)stedelijk gebied, waar wonen en bedrijvigheid hand in hand gaan. Om die ambitie te bereiken, wordt onder meer ingezet om het imago van Katendrecht, in de vorm van cultuur, culinair en creatie, te versterken met de herontwikkeling. Door de nieuwbouw op Katendrecht zal het inwonersaantal verder toenemen. Hierdoor zal de horeca ook mee moeten groeien. Het doel is de levendigheid, maar ook de leefbaarheid in balans te brengen met de nieuwe bewoners van het gebied. De ontwikkeling van horeca is van invloed op het woon- en leefklimaat, zowel positief als negatief.
Om een nadelige invloed op het woon- en leefklimaat te voorkomen is in het algemeen voor Katendrecht de ontwikkelrichting consolideren van toepassing en is het niet toegestaan om vrijgesteld van de vergunningplicht te exploiteren. Locaties op Katendrecht die afwijken van deze algemene ontwikkelrichting worden hieronder specifiek beschreven. NB: In het bestemmingsplan Katendrecht wordt horeca alleen mogelijk gemaakt waar dit aanwezig of vergund is. Horeca rond het Deliplein Het grootste deel van de horeca-inrichtingen op Katendrecht zijn geconcentreerd aan het Deliplein. Het Deliplein wordt omringd door de Delistraat, de Sumatraweg en de Veerlaan (Theater Walhalla en Fenix II). Het pand Fenix II wordt momenteel ontwikkeld. In het pand zal onder andere het Landverhuizersmuseum zich vestigen en zal er ruimte zijn voor culturele voorzieningen en horeca. In het pand van Theater Walhalla bevindt zich een kelderruimte die op dit moment nog niet wordt gebruikt. Om dit deel bij de exploitatie te trekken, is het voor Theater Walhalla toegestaan uit te breiden binnen de huidige vergunning met inpandige vierkante meters. Momenteel is er voldoende horeca aanbod op het Deliplein. Om die reden is de vestiging van nieuwe horecazaken niet wenselijk. Wel hebben de bestaande horeca inrichtingen aan het plein de mogelijkheid te ontwikkelen tot en met categorie 2, mits
21
de bestemming van het pand dit toelaat. Om grip te houden op het horeca aanbod is vrijgesteld van de vergunningplicht niet toegestaan. Havenkwartier en Scharnierlocatie Het Havenkwartier ligt aan de zuidkant van Katendrecht. Het gebied wordt begrensd door de Maashavenkade, Wodanstraat, Brede Hilledijk en Sumatraweg. Het bestemmingsplan staat in de zuidoosthoek horeca toe, waar de ontwikkeling van daghoreca mogelijk is. Op de Scharnierlocatie tussen het Rivierkwartier en het Parkkwartier (begrensd door de Walhallalaan en Maashavenkade) is de ontwikkeling vanwoningen, een school en kinderdagopvang voorzien (NB: deze ontwikkeling wordt niet mogelijk gemaakt met dit bestemmingsplan). In de plint van de Scharnierlocatie zal ruimte komen voor daghoreca. Katendrecht Polsgebied Noord Dit gebied wordt begrensd door de Hillelaan, Brede Hilledijk, tot gebouw Fenix 1 en de Rijnhavenkade. Op dit moment zijn er nog geen horecagelegenheden in het gebied gevestigd. De ontwikkeling van het gebied is echter in volle gang, waarbij het ook mogelijk is om horeca te ontwikkelen. Het gebied maakt tevens onderdeel uit van de focusgebiedsbeschrijving Rondje Rijnhaven. Deze ontwikkelrichting is tevens van toepassing op de Rijnhavenontwikkeling. Katendrecht Polsgebied Zuid Dit gebied wordt begrensd door de Hillelaan, Maashaven Noordzijde, Maashavenstraat en de Brede Hilledijk.
In dit gedeelte zijn alle projecten gerealiseerd met uitzondering van het Wigblok. In de woongebouwen De Groene Kaap, Cobaba en Musa zijn horeca ontwikkelingen (uitsluitend op de begane grond) een mogelijkheid. In het bestemmingsplan Katendrecht is horeca alleen mogelijk gemaakt waar dit nu aanwezig of voorzien is (op de verbeelding aangegeven met de functieaanduiding 'horeca' op vijf plekken binnen De Groene Kaap). Om de overlast voor de bovengelegen woningen te beperken, is enkel daghoreca toegestaan. Om grip te houden op de horeca ontwikkeling is vrijgesteld van de vergunningplicht niet toegestaan.
22
Hoofdstuk 3 3.1
Archeologie
3.1.1
Beleidskader
Beschrijving van het plangebied
Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam heeft een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die deel uitmaakt van de gemeentelijke monumentenverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het "Verdrag van Malta" is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.