[23bb005370] Bijlage 2 behorende bij 23bb005368 over eindrapport Gezinsaanpak
Tekst van het document
op de muren, kapotte deuren en kapotte vloer. lekkages in de woning. Daarnaast kampt één
casusonderzoek vertelt een moeder dat ze wel
van de hoofdopvoeders met ernstige
weet rond te komen, maar dat ze niet iets speciaals voor haar kinderen kan kopen of doen. Je kan er wel mee leven, maar je kan niet voor je kinderen iets. Ja, we kunnen wel. Je kan niet iets veel dinges gaan halen voor je kinderen of ergens naar toegaan. Moeder, casus 8 -
Materiële problematiek
De casussen laten zien dat veel gezinnen als gevolg van de financiële problemen of zorgen kampen met materiële armoede, ook de gezinnen die net weten rond te komen. Het gaat daarbij om gebrek aan noodzakelijke spullen voor ouders én kinderen (bijvoorbeeld bedden, kleding, fietsen,
gezondheidsproblemen door hun woning. -
De hoofdopvoeder (de moeder) heeft een malafide huurbaas. Deze huurbaas heeft meerdere mensen (Bulgaren en Poolse mensen) in huis gestald. Moeder was niet op de hoogte van dat er meerdere mensen in het huis kwamen wonen. Deze mensen hebben glasscherven en een mes laten rondslingeren waardoor het kind verwondingen opliep. Handhaving en politie waren bij deze case betrokken. Moeder gaf aan dat zij zich niet veilig voelt in haar huis omdat zij bang is dat haar huurbaas iedere moment kan
laptops) en huisraad (zoals vloerbedekking,
Kinderen in armoede
21
binnenkomen om andere mensen in het huis
ging met depressieve klachten nadat haar ex haar
te laten wonen.
bedreigde. En er zijn casussen (zoals al eerder aangegeven) waarbij ook andere volwassenen in
-
Zorgen om kinderen
het huishouden hulp nodig hebben. Er is een casus
Bij iets minder dan 20 procent van de gezinnen
van een jong gezin met een pasgeboren baby dat
maken ouders zich veel zorgen en bij iets meer
inwoont bij (schoon)ouders. De gezinnen worden
dan 40 procent een beetje zorgen om één of meer
met huisuitzetting bedreigd. Later in het traject
kinderen. Bij 20 tot 25 procent van de gezinnen
blijkt dat de (schoon)moeder ook hulpvragen
hebben de zorgen betrekking op emotionele,
heeft. In een andere casus heeft niet alleen de
sociale of gedragsproblemen bij kinderen. Daarbij
moeder maar hebben op een gegeven moment
kan het onder meer gaan om angsten, depressieve
ook haar twee jongvolwassen dochters met LVB
gevoelens, pesten, geen vriendjes hebben,
problematiek behoefte aan hulp. Ook is er een
onrustig of agressief gedrag. Bij ongeveer de helft
casus waarin de moeder, die net uit een
van die gezinnen bestaan die zorgen al langer dan
schuldhulpverleningstraject komt, te maken krijgt
een jaar.
met een nieuwe schuld door nalatigheid van een bewindvoerder.
Ook in het casusonderzoek zien we dat een aantal ouders zorgen heeft over één of meer kinderen.
-
Zorgen kunnen te maken hebben met een
Een deel van de casussen betreft complexe
ontwikkelingsstoornis, zoals een licht
problematiek. Het gaat hierbij om problemen die
verstandelijke beperking (LVB), een
zich niet makkelijk laten oplossen. Het zijn
aandachtstekort of hyperactiviteitsstoornis
trajecten die aanzienlijk meer tijd vergen dan de
(ADHD) of autisme, maar ook met
anderhalf jaar die er volgens het plan van aanpak
gedragsproblemen als gevolg van de
voor staat. De volgende factoren lijken een casus
problematiek binnen het gezin.
complex te maken, waarbij ervan uit kan worden
Complexe problematiek
gegaan dat hoe meer factoren hoe complexer de Bij een klein deel van de gezinnen (ongeveer 15%)
problematiek. Het gaat hier om casussen waarbij
was of is er voor kinderen contact met
sprake is van twee of meer van de volgende
specialistische hulpverlening: vooral met het
zaken:
wijkteam en Jeugdbescherming en Veilig Thuis,
-
maar ook met Jeugd GGZ, Specialistische opvoedhulp, en Hulp voor jeugd met een beperking. -
Nieuwe problemen
Uit het casusonderzoek blijkt dat bij een deel van de gezinnen er na verloop van tijd nieuwe problemen zijn. Dit komt omdat de ouders niet altijd onmiddellijk bij de start van het traject openlijk over al hun problemen praten, maar ook
22
Voor verschillende urgente problemen is onmiddellijk een oplossing nodig
-
Na verloop van tijd doen zich nieuwe problemen voor
-
Collega’s of netwerkpartners zijn nodig om tot oplossing(en) te komen
-
Externe factoren bemoeilijken het oplossen van de problemen
-
Er is sprake van problematische schulden
omdat de situatie zich ineens voordoet. Zo zijn er
3.2.3 Opgroeien in armoede
casussen waarbij op een gegeven moment het
In figuur 3.1 is te zien dat bij iets meer dan 60
vermoeden bestaat dat een kind een leer- of
procent van de gezinnen de kinderen soms niet
ontwikkelingsprobleem heeft. Ook zijn er
krijgen wat ze nodig hebben, zoals schoenen,
casussen waarbij er zich gebeurtenissen
kleding, schoolspullen of andere spullen. Bij circa
voordoen die tot een nieuwe crisis leiden. Zo
20 procent krijgen de kinderen soms niet genoeg
kampt een vrouw met wie het aanvankelijk goed
te eten. Ook ontberen kinderen door geldgebrek
Kinderen in armoede
activiteiten op sociaal en cultureel gebied. Zo
sport- of hobbyclub. Bij zo’n 40 procent gaan
komt het bij 85 procent van de gezinnen voor dat
kinderen soms niet naar een verjaardagsfeestje.
het gezin niet dagjes uit of op vakantie kan gaan.
Bij zo’n 30 procent nemen kinderen soms niet deel
Bij circa 60 procent zijn kinderen geen lid van een
aan een uitstapje van school of de kinderopvang.
Figuur 3.1 Opgroeien in armoede Komt het voor dat het gezin door geldgebrek: niet op vakantie of dagjes uit kan gaan?
86%
Komt het voor dat kinderen door geldgebrek: soms niet de dingen krijgen die ze nodig…
63%
geen lid zijn van een sport- of hobbyclub?
59%
soms niet naar een verjaardagsfeestje gaan?
39%
soms niet deelnemen aan een uitstapje? soms niet genoeg te eten en te drinken krijgen?
31% 19%
Uit het casusonderzoek blijkt hoe oudere kinderen
hun eigen problemen, in de huishouding te helpen,
(tussen 8 en 18 jaar) de situatie thuis beleven. Zo
of zich te ontfermen over jongere broertjes of
zijn er kinderen die gestrest zijn, slecht slapen,
zusjes en dergelijke.
verdriet hebben, snel boos worden, ruzie zoeken of zich juist afzonderen. Soms werkt dit door in slechter presteren op school. Voor kinderen die in een gehorig huis wonen en/of een kamer moeten delen is het maken van huiswerk soms een probleem. Ook ontstaan er soms ruzies tussen kinderen over wie er in zijn eentje van de kamer gebruik mag maken. Maar er zijn daarentegen ook kinderen die van dit alles geen last hebben, die doorgaans vrolijk zijn en op school goed (blijven) presenteren. Voor een aantal kinderen belemmert de situatie thuis de omgang met leeftijdgenoten, waardoor ze sociaal geïsoleerd raken. Er zijn kinderen die
Het gaat beter, alleen wat ik nog steeds vooral bij de oudste merkt, is dat hij zijn moeder blijft ontlasten. Er was een voorval gebeurd op school. En zij hoorde van een andere moeder van, wat heftig wat die leerkracht tegen jouw zoon zei. Zij wist niet waar dat over ging. Maar dat komt dus omdat hij het niet heeft verteld, omdat hij niet wilde dat zijn moeder daar nog meer zorgen of stress van kreeg. En dat blijft wel een beetje spelen, maar daar hebben ze (moeder en zoon) wel een goed gesprek over gehad daardoor. Ik heb hem daar ook nog even over gesproken. En hij zegt ook van, ja, maar er gebeurt zo veel en ja, ik kan dit eigenlijk wel zelf oplossen. Gezinsondersteuner, casus 8
met vrienden over de problemen thuis praten en
3.3
er zijn er ook die dat beslist niet doen. Sommigen
Anders dan in het Plan van Aanpak was bedacht
willen dat niet uit schaamte. Anderen willen niet
werkt de Gezinsaanpak met een dubbele
steeds aan de problemen thuis denken. Ze willen
doelgroep. Dit zijn de gezinnen met meervoudige
vooral met vrienden chillen of iets dergelijks.
problemen die met trajectbegeleiding worden
Opvallend is dat sommige met name oudere
ondersteund en gezinnen met een in eerste
kinderen hun moeder proberen te ontzien. Ze
instantie enkelvoudige hulpvraag. Van deze
proberen hun moeder zo min mogelijk stress te
laatste groep stroomt een klein deel (bijna 15%)
bezorgen door bijvoorbeeld niet te praten over
door naar de trajectbegeleiding.
Kinderen in armoede
Conclusies
23
In totaal heeft de Gezinsaanpak 770 unieke
Het komt voor dat het wijkteam gezinnen bij de
gezinnen ondersteund: 597 gezinnen zijn met
Gezinsaanpak afschaalt, aanmeldt, en soms ook
enkelvoudige hulpvragen geholpen en 173
terwijl ze zelf het gezin in een trajectbegeleiding
gezinnen met trajectbegeleiding. De groep met
hebben. Ook komt het voor dat ouders uit
trajectbegeleiding bestaat voor meer dan de helft
ontevredenheid over of uit angst voor het
(55%) uit gezinnen die in eerste instantie een
wijkteam zich bij de Gezinsaanpak melden.
enkelvoudige hulpvraag hadden. De overige gezinnen zijn direct het traject ingestroomd.
De hulpvragen van de gezinnen (ook van de groep met een enkelvoudige vraag) zijn voor het
De belangrijkste vindplaatsen van de groep met
overgrote deel financieel. Maar er zijn ook
enkelvoudige hulpvragen zijn de spreekuren van
gezinnen die geen financiële problemen of zorgen
de gezinsondersteuners en de netwerkpartners in
hebben en enkel hulp vragen voor andere
de wijken. In Bospolder-Tussendijken zijn dat
problemen waaronder voor huisvesting. En er zijn
vooral de diverse spreekuren, in de andere twee
gezinnen die financieel kwetsbaar zijn. Dit zijn
wijken de netwerkpartners. De belangrijkste
gezinnen die met weinig geld weten rond te
vindplaats van gezinnen met trajectbegeleiding
komen, maar geen geld hebben voor onvoorziene
zijn de netwerkpartners. Zowel voor de gezinnen
uitgaven.
met enkelvoudige vragen als de gezinnen met intensieve trajectbegeleiding zijn de
Bij aanvang van een traject is bij ouders vaak
welzijnsorganisaties (via collega’s, inloop of
sprake van stress. De financiële problemen of
beldienst) binnen de groep van netwerkpartners
zorgen zijn daarvan niet altijd alleen de oorzaak.
de belangrijkste vindplaats.
Vaak zijn dat urgentere problemen, bijvoorbeeld huiselijk geweld, een dreigende huisuitzetting. In
De bereikte gezinnen met trajectbegeleiding zijn
veel gevallen gaat het bij deze gezinnen om
vooral laagopgeleide alleenstaande ouders met
meervoudige en/of complexe problematiek. Ze
een migratieachtergrond. De meeste ouders zijn
hebben te maken met een combinatie van
afhankelijk van een bijstandsuitkering. Onder de
problemen die zich niet makkelijk laten oplossen.
werkende ouders zijn er die ook een (aanvullende)
In die zin is er overlap met de doelgroep van het
bijstandsuitkering hebben. Veelal hebben de
wijkteam met dat verschil dat ook kinderen tot de
ouders een gebrekkige beheersing van de
doelgroep van de Gezinsaanpak behoren.
Nederlandse taal, vooral als het om lezen en schrijven gaat. Ook beschikken ze in beperkte
Bij de groep met enkelvoudige hulpvragen vragen
mate over digitale, communicatieve en financiële
ouders voor hun kinderen vooral om materiele
vaardigheden. Het sociale netwerk is in veel
ondersteuning. Hulpvragen ten behoeve van
gevallen beperkt.
kinderen zoals over opvoeding, scholen en kinderactiviteiten zijn beperkt. Bij de
Factoren die het zoeken van hulp belemmeren zijn
trajectbegeleiding komen dit soort hulpvragen
trots, schuld- en schaamtegevoelens en gebrek
vaak pas later (soms als nieuwe problemen) aan
aan vertrouwen in de overheid. Vaak is er al een
de orde als de (financiële) situatie van het gezin
lange geschiedenis van hulpverleners en
enigszins is gestabiliseerd.
verwijzingen in combinatie met negatieve ervaringen. Een andere factor waardoor de
Bijna een op de vijf ouders met trajectbegeleiding
gezinnen niet bij de overheid aankomen is gebrek
maakt zich veel zorgen om de ontwikkeling of het
aan kennis van de mogelijkheden tot hulp.
gedrag van een kind. Bij ongeveer de helft van die gezinnen bestaan die zorgen al langer dan een
24
In een aantal gevallen is het wijkteam ook
jaar. Bij 15 procent van alle gezinnen was er in een
betrokken bij de gezinnen van de Gezinsaanpak.
voorgaande maand contact met een
Kinderen in armoede
specialistische hulporganisatie, vooral met het wijkteam. Meer dan de helft van de kinderen van de gezinnen met trajectbegeleiding moeten het door gebrek aan geld doen zonder gezinsuitjes, zonder een sport of hobbyclub, en/of krijgen soms niet de dingen (schoenen, kleding, schoolspullen) die nodig zijn. Een minderheid kan soms niet naar een verjaardagsfeestje of deelnemen aan een uitstapje van school of de kinderopvang. Bijna een op de vijf kinderen krijgt soms niet genoeg te eten. Kinderen tussen de 8 en 18 jaar beleven de gezinsproblematiek ieder op hun eigen manier. Sommigen hebben er geen last van, anderen duidelijk wel. Ze zijn dan wat moeilijker in de omgang met anderen en/of doen het slechter op school. Praten met vrienden over de situatie thuis is onder andere door schaamte niet iets wat vanzelfsprekend is. Sommige kinderen proberen hun moeder te ontzien, door bijvoorbeeld niet over hun eigen problemen te praten.
Kinderen in armoede
25
4 Gezinsaanpak in de praktijk Dit hoofdstuk gaat in op het werkproces
compensatie in bij gezinnen (zie 4.3.2). In
(Gemeente Rotterdam, 2022), de hulp die
afwijking van het plan, gebruiken
gezinsondersteuners inzetten en de wijze waarop
gezinsondersteuners de Brug-methodiek
ze de hulpverlening afronden. Daarna volgt een
alleen bij gezinnen die functioneel getraind
beschrijving van de methodische uitgangspunten
kunnen worden. Bij een groot deel van de
die de gezinsondersteuners hanteren om de
gezinnen bleek dit niet mogelijk of was de
gezinnen te bereiken, vast te houden, te
Brug-methodiek moeilijk in te zetten.
stabiliseren en te versterken, zodat zij kunnen
-
Monitoring: gezinsondersteuners sluiten het
werken aan een positieve toekomst. Het
traject nog niet af als de doelen zijn behaald,
hoofdstuk sluit af met een overzicht van externe
maar houden nog een tijdje contact met de
factoren die van invloed zijn op de effectiviteit
gezinnen om zo nodig in te kunnen grijpen bij
van de Gezinsaanpak.
terugval.
4.1
Het werkproces
-
Nazorg of overdracht: na afsluiting van het traject nemen gezinsondersteuners na een
Voor het werkproces van de Gezinsaanpak is de
bepaalde periode contact op met de gezinnen
praktijk leidend. Dat betekent dat de werkwijze
om te kijken of alles goed gaat. In andere
wordt aangepast als dat in de praktijk nodig blijkt.
gevallen vindt er een warme overdracht plaats met een andere organisatie binnen het
De Gezinsaanpak onderscheidt de volgende
wijknetwerk om te achterhalen of het gezin de
fasen:
juiste hulp krijgt.
-
Signaleren en actief werven: gezinsondersteuners zijn fysiek aanwezig op
4.2 Inzetten van hulp
vindplaatsen om zo contact te kunnen leggen
4.2.1 Aanpak ouders
met gezinnen en contacten te leggen en onderhouden met netwerkpartners. -
Intake en analyse: gezinsondersteuners sturen niet gelijk aan op een intakegesprek met bijbehorende formulieren, maar plannen dat in overleg met ouders in.
-
Stressreductie: gezinsondersteuners houden zich de eerste maanden bezig met het reduceren van stress. Als de stress niet gereduceerd is, zijn ouders niet goed in staat om vaardigheden aan te leren.
-
Ondersteuningsfase: gezinsondersteuners gaan aan de slag met gezinnen op basis van de doelen die uit de intake- en analysefase naar voren komen. Hoewel vooraf bedacht was dat het daarbij zou gaan om het aanleren van functionele vaardigheden, bleek dat niet alle ouders daarin getraind konden worden. In de praktijk zetten gezinsondersteuners daarom ook strategische training en
26
Om de situatie van de gezinnen te verbeteren bieden gezinsondersteuners vanuit een brede blik hulp op verschillende leefgebieden. De volgorde van de verschillende interventies die gezinsondersteuners inzetten blijkt afhankelijk van de urgentie van de problematiek. In sommige casussen gaat de aandacht in het begin vooral uit naar het oplossen van één urgent probleem, zoals het regelen van inkomen, het voorkomen van een dreigende huisuitzetting, of de ouder bijstaan in een vechtscheiding. Later in het traject pakken gezinsondersteuners dan andere zaken op en is er meer aandacht voor bijvoorbeeld de opvoeding en ontwikkeling van kinderen of het vinden van werk, een opleiding of andere vorm van dagbesteding. In andere casussen wordt de aanpak vooral bepaald door achtereenvolgende incidenten en gebeurtenissen binnen het gezin, waardoor de gezinsondersteuner niet toekomt aan de
Kinderen in armoede
interventies die ze eigenlijk wil inzetten. In weer
conflicten (zoals met ex-partner, oudere kinderen,
andere casussen gaan gezinsondersteuners aan
winkelier), behartigen van belangen (zoals bij
de slag met alle zaken die op dat moment spelen.
W&I, IND, woningcorporatie), hulp bij aanmelden/inschrijven bij organisaties (zoals
Nou, de concrete hulpvraag waarbij ze kwam, was problemen met moeilijke brieven, dat ze niet helemaal doorhad van wat er nou echt daadwerkelijk in de brief staat. Want mevrouw kan op zich lezen, maar om vervolgens ook de brief te begrijpen, dat is vaak een, het moeilijkste gedeelte. Dus daar kwam ze voor. En ze kwam echt letterlijk met de hulpvraag “Ja, en ik kan wel wat hulp gebruiken voor mijn kinderen, want het gaat thuis niet helemaal goed.” Gezinsondersteuner, casus 4 Gezinsondersteuners bieden hulp bij financiële en materiële zaken en in verschillende contactsituaties met hulpverlenende instanties. De financiële en materiële hulp die gezinsondersteuner bieden betreft onder meer het regelen van inkomen, aanpakken van schulden, bieden van overzicht in de financiële situatie, treffen van betalingsregelingen, toeleiden naar ETF of Kredietbank, aanvragen van inkomensvoorzieningen, indienen van bezwaarschriften, aanvragen van fondsen, aanleren van financiële vaardigheden, regelen van een budgetmaatje, inzetten van het paniekbudget en het regelen van budget voor vloerbedekking, huisraad, bedden en dergelijke. Overigens niet in alle casussen waar schulden zijn, was het nodig om het gezin naar ETF of de Kredietbank toe te leiden.
Dit was bijvoorbeeld aan de orde bij een gescheiden vrouw die door de geleerde digitale en financieel administratieve vaardigheden voldoende zelfredzaam en zeer
BRP gemeente, woningurgente, voedselbank, Rotterdampas), functioneren als tolk. Verder zijn ouders praktisch geholpen bij het lezen en begrijpen van brieven en formulieren van overheidsinstanties, bij het ontwikkelen van kennis over hulporganisaties en het ontwikkelen van digitale vaardigheden, zoals inloggen met DigiD. De intensiteit van en de wijze waarop er contact is tussen ouders en gezinsondersteuners varieert. In de beginperiode is veelal sprake van intensief contact tussen ouders en gezinsondersteuners: vaak meer keren per week, soms dagelijks. Bij een aantal casussen duurde die periode wel een half jaar. Over het algemeen neemt de contactfrequentie af tot bijvoorbeeld enkele keren per maand als de situatie van het gezin stabieler wordt. Het initiatief tot contact ligt dan vaak bij de ouder, afhankelijk van wat er speelt. Dat kunnen grotere problemen zijn omdat er op dat moment een nieuwe onvoorziene vervelende gebeurtenis is of het kan gaan om kleinere zaken, bijvoorbeeld hulp bij een brief of een organisatie. Bij enkele casussen daarentegen zien we dat het contact frequent bleef, veelal wekelijks, omdat er sprake was van veel en/of complexe problemen of nieuwe problemen.
gemotiveerd was om zelf haar schulden af te
Als de frequentie van het contact afneemt, wijzigt
lossen.
ook de vorm van het contact. In het begin is er
Voorbeelden van de ondersteuning bij contactsituaties zijn het voeren van gesprekken met en begeleiden of meegaan naar instanties (zoals naar ziekenhuis, huisarts, rechtbank, school, Ikea), toeleiden of overdragen naar hulpinstanties (zoals naar wijkteam, GGZinstelling, welzijnspartij), inschakelen van instanties bij crisissituaties (zoals wijkagent, zedenpolitie, GGZ-instelling), bemiddelen bij
Kinderen in armoede
vaak fysiek contact in het Huis van de Wijk en/of bij de ouder thuis. Later in het traject is er vaker telefonisch contact en contact via tekst- en/of spraakberichten.
4.2.2 Aanpak kinderen tot 18 jaar Bij de hulp die gezinsondersteuners bieden voor het welzijn en de ontwikkeling van kinderen gaat het om materiële hulp, hulp bij opvoeding, en hulp gericht op de sociaal-emotionele ontwikkeling, de
27
cognitieve ontwikkeling en de taalontwikkeling. Uit het casusonderzoek blijkt dat het bij een deel van de gezinnen niet altijd nodig was om interventies voor kinderen in te zetten maar ook dat de aanpak van urgentere problemen dat soms niet toeliet. Materiële hulp De kinderen zijn door aangevraagde fondsen voorzien van spullen die ze nodig hebben. Daarbij gaat het om kleding, fietsen, laptops. Daarnaast zorgden gezinsondersteuners via organisaties zoals Jarige Job, Actie pepernoot, Linda foundation voor cadeauboxen voor feest- en verjaardagen en voor kledingbonnen die kinderen zelf konden besteden. Hulp bij opvoeding In verschillende casussen is aandacht besteed aan problemen bij de opvoeding van kinderen. Het gaat daarbij om tips of gerichte adviezen en gesprekken over de omgang met ongewenst gedrag, zoals met de moeder van een opstandige zoon die vanwege de scheiding boos is op zijn moeder of de moeder van een ziek kindje dat na een langdurig verblijf in het ziekenhuis weer thuis is maar niet altijd even makkelijk is. Ja, onze laatste gesprekken gaan echt puur om die opvoedingstips en ook advies voor aanmelding voor opvoedingsondersteuning hiernaast. Als het allemaal zo loopt, ook met bepaalde gesprekken, ik merk dat moeder het heel graag wil. Maar soms door taal loopt ze een beetje vast. Hij (zoon) wordt steeds ouder en heeft een sterke wil, geeft ze dan aan.
En als hij dan niet de zin krijgt, dan kan hij soms een beetje opstandig gaan doen. Ja, dat. Dus daar praten we ook best wel vaak over van, is het gedrag, hoe vaak komt het voor? Wanneer komt het dan? En op school, doet hij dat dan ook? En hoe gaat het dan bij opa en oma? En wat zou je dan vervolgens doen? Gezinsondersteuner, casus 7 Dus iedereen gaat dan heel voorzichtig met haar (een jong ziek kind) om. Dus als ze boos werd dan was het van, oh en kom maar. Oh nou, wil je dit? Nou vooruit dan krijg je het nu. Maak haar maar niet boos, laat haar maar niet verdrietig zijn. En dat zag ik al een beetje gebeuren destijds. Dat ik zei van, let daar wel op, want dit is wel de tijd waarin je normaal
28
je best heel erg bezig bent met grenzen aan geven. Gezinsondersteuner, casus 8 In één van de casussen was de gezinsondersteuner van plan om opvoedingsondersteuning te geven. Dit zou ze overnemen van de schoolmaatschappelijk werker die met pensioen ging. De gezinsondersteuner kwam er echter niet aan toe omdat andere hulpvragen van moeder veel tijd in beslag namen. Met het wijkteam is toen de afspraak gemaakt dat zij de opvoedingsondersteuning oppakken, met name omdat de oudste dochter al bij het wijkteam kwam voor diagnostisch onderzoek. In een andere casus is voor de tweede jongste kinderen een sociaal medische indicatie voor kinderopvang aangevraagd. Voor de oudste twee kinderen heeft de gezinsondersteuner een aantal keren contact gehad met de basisschool, onder andere over concentratie en het aanpakken van dingen die op school speelden. Ook in andere casussen was er contact over het gedrag of leerprestaties van kinderen met een intern begeleider of een schoolmaatschappelijk werker. Hulp voor sociaal-emotionele ontwikkeling Bij verschillende casussen is de leefwereld van kinderen verruimd met een passende sport of een andere sociale activiteit, bijvoorbeeld voor een zoon waarbij moeder het gevoel had dat het niet goed met hem ging, voor een zwakbegaafde zoon en voor een zoon die buitenschooltijd veel tijd doorbracht bij zijn grootouders.
In een casus heeft de gezinsondersteuner samen met de schoolmaatschappelijk werker ervoor gezorgd dat een kind dat vanwege huiselijk geweld naar een andere wijk was verhuisd van zijn moeder mocht deelnemen aan een weerbaarheidstraining. Deze moeder was niet alleen voor zichzelf maar ook voor haar kinderen erg voorzichtig met andere contacten uit angst dat haar ex-partner te weten zou komen waar het gezin woont. In verschillende casussen zijn er door de gezinsondersteuners met kinderen gesprekken gevoerd over wat er thuis aan de hand is. Zo is er een casus waar de gezinsondersteuner met
Kinderen in armoede
kinderen sprak over de afwezigheid van hun
komen. Voor een kind, dat net als haar moeder
moeder die langdurig bij hun zieke zusje in het
moeite met taal heeft, is online voorlezen
ziekenhuis verbleef en over (de ernst van) de
geregeld bij een organisatie (Voorleesexpress) die
ziekte. En ook heeft ze met de oudste zoon
jonge kinderen met een taalachterstand online of
aangesproken over het feit dat hij zijn moeder niet
thuis voorleest.
over zijn eigen problemen op school had verteld. In een andere casus sprak de gezinsondersteuner
4.2.3 Aanpak volwassen kinderen
met kinderen over de thuissituatie, nu hun vader
In een tweetal casussen was er ook
ergens anders woont.
ondersteuning voor kinderen boven de 18. Dit
Ik heb hem daar ook nog even over gesproken. En hij zegt ook van, ja maar er gebeurt zo veel en ja, ik kan dit eigenlijk wel zelf oplossen. En zij (de moeder) zegt van, ja maar ik wil er ook gewoon voor jou zijn. En ze heeft ook meteen een gesprek op school aangevraagd zelf. Dat soort dingen doet ze heel goed zelf eigenlijk, om met de leerkracht te zitten en wat uit te leggen. Gezinsondersteuner, casus 8
betrof een gezin met vier kinderen waarvan de twee oudste kinderen (21 en 19 jaar) allebei zwakbegaafd zijn en een gezin met drie kinderen waarvan één van de twee oudste kinderen (21 en 18 jaar) adhd en autisme heeft. In het eerste gezin heeft de gezinsondersteuner zich samen met verschillende hulpverleners, waaronder een GGZ-psycholoog, een huisarts, Veilig Thuis, ingezet om de oudste dochter op een
Dus ik praat met de kinderen, ze gaan gewoon naar school. En ik ben daar een paar keer thuis geweest, ik heb hun slaapkamers gezien, dat ziet er allemaal picobello uit. En de kinderen hebben gewoon rust, vooral die oudste kon daar heel goed woorden aan geven. Ze (dochter) zegt mevrouw, nu mijn vader hier niet is, hebben wij gewoon rust in huis. We hebben echt rust. Ik kan me focussen op school, er zijn geen ruzies meer, ik ben niet bang dat papa mama gaat slaan. Dus dat is echt best wel ook wel heftig. En het is terug te zien in de resultaten, zowel van dochter als van zoon. De schoolresultaten zijn een stuk beter dan vorig jaar, dan in 2019.’ Gezinsondersteuner, casus 10
project niet bedoeld is voor moeders met
Hulp voor cognitieve en taalontwikkeling
gezinsondersteuner ook de vriend van de
In verschillende casussen was er aandacht voor
zwangere dochter. Hij heeft adhd en autisme en
de cognitieve en/of taalontwikkeling van
regelmatig last van woedeaanvallen. Mede door
alternatieve plek te huisvesten, nadat het bij een eerder begeleid-wonen project niet goed met haar ging. De ondersteuning voor de zwanger geraakte jongste dochter betrof het zoeken naar tijdelijke en permanente huisvesting, extra kraamzorg en veel overleg met allerlei instellingen daaromheen, onder meer Middin, Leger des Heils, Pameijer, Prezorg, Moeders van Rotterdam, Veilig Thuis. De jongste dochter woonde bij de start van het traject in een begeleid wonen-project, maar moest daar weg, omdat het kinderen. Behalve de dochters ondersteunde de
kinderen. Dit betrof onder meer kinderen met
de gezinsondersteuner is voor hem passende
cognitieve en leerproblemen, kinderen bij wie het
therapeutische begeleiding gevonden en met
vermoeden bestaat dat ze dyslectisch zijn en
behulp van het Jongerenloket een (beschutte)
kinderen met een taalachterstand. Zo zijn ouders
baan.
met hun kinderen voor diagnostiek toegeleid naar het wijkteam en andere diagnostische centra
In het tweede gezin waren er problemen met de
(Auris, Mentaal Beter) en ondersteund bij hun
zoon van 18 jaar. Hij heeft ADHD en autisme. Met
contacten daarover. Voor de betreffende
de jongen ging het niet goed (schooluitval,
gezinsondersteuners was het van belang dat er
verkeersboetes en slecht in zijn vel). Sinds de
een diagnose vastgesteld zou worden, zodat de
scheiding was hij thuis niet gezeglijk. Hij zette
kinderen de juiste behandeling kunnen krijgen
zich tegen zijn moeder af en was loyaal met zijn
en/of op de juiste plek (speciaal onderwijs)
vader. Moeder kon hem niet aan. De
Kinderen in armoede
29
gezinsondersteuner zocht contact met zoon en
gezinsondersteuners met ouders naar de plek
won zijn vertrouwen. De oplossing werd gezien in
waar spreekuren in de wijk worden gehouden,
een verhuizing van de zoon naar een vorm van
zodat ze dan weten waar ze terecht kunnen als ze
begeleid wonen-project. Ook de zoon zag dit wel
weer hulpvragen hebben. Sommige
zitten. Samen met de zoon onderhoudt de
gezinsondersteuner spreken met de ouders
gezinsondersteuner contact met het
daarom ook liever van nazorgfase in plaats van
Jongerenloket voor het vinden van geschikte
trajectafsluiting.
huisvesting. Hij woont nu tijdelijk bij zijn neef.
4.2.4 Afronden hulpverlening Als ouders hun doelen hebben bereikt en voldoende zelfredzaam worden geacht, sluiten gezinsondersteuners niet onmiddellijk het traject af, zoals eerder beschreven. Ze gaan dan over tot monitoren. Dat houdt in dat ze het gezin nog een half jaar volgen om er zeker van te zijn dat het goed blijft gaan. Het initiatief tot contact wordt dan aan de ouders overgelaten, waarbij de gezinsondersteuner als ze een tijdje niets meer van de ouder heeft gehoord, informeert of alles nog goed gaat.
Ik heb laatst geprobeerd haar aan te geven dat de begeleiding langzamerhand ten einde komt. Ze begon meteen te huilen. Ze zegt, ik heb zoveel aan je gehad en ik moet het alleen. Maar echt huilen, huilen, tranen met tuiten, ze vond het echt verschrikkelijk. Gezinsondersteuner, casus 9 Verschillende gezinnen zijn na ongeveer achttien maanden begeleiding (de tijd die in het plan van aanpak bedacht was voor de duur van de trajectbegeleiding) nog niet aan afsluiting toe. Een aantal is wel zo ver dat er gemonitord kan worden. Andere gezinnen zijn daar nog ver vandaan. In die gevallen kunnen de ouders volgens hun gezinsondersteuner (nog) niet zonder
Ik had haar een half jaar geleden kunnen afsluiten. En dan waren de grootste hulpvragen opgepakt. Maar de kans dat ze dan terug zou komen, zou een stuk groter zijn dan wat we het nu rustig konden afbouwen. Dus dat laatste half jaar zelfstandige fase, dat vind ik heel erg belangrijk en dat mist heel vaak in andere trajecten en vormen van hulpverlening. Dus daar ben ik heel blij mee geweest, dat we daar toch nog even de tijd voor hadden. Ja, één keer in de twee maanden bellen, dat doen we eigenlijk nu al in die zelfstandige fase. Dat is ook iets wat je in de nazorgfase uit jezelf doet. Dat ik haar één keer in de twee maanden bel is belangrijk om te kijken hoe het met haar gaat. Gezinsondersteuner, casus 8
ondersteuning, wordt overdracht naar een andere
De fase van monitoren is niet alleen van belang
voor gezinsondersteuners vaak wel een moment
om te kijken of ouders op eigen kracht verder
om de balans op te maken; om te beoordelen of
kunnen, maar blijkt ook nodig als voorbereiding
meer tijd nodig is om het gezin te begeleiden. In
op afsluiting van het begeleidingstraject. Want
principe kunnen gezinsondersteuners hierover
veel ouders zien daar tegenop. Als de
zelf beslissen, alhoewel dat nog niet voor iedere
gezinsondersteuners de afsluiting bespreekbaar
gezinsondersteuner duidelijk is. Bij twijfel is er de
willen maken, levert dit namelijk bij veel ouders
mogelijkheid om de betreffende casus in het
stress en angst op. Onzekerheid over eigen
team- of in het casuïstiekoverleg te bespreken.
(specialistische) hulpverlening niet wenselijk gevonden en soms ook niet geaccepteerd. Ze doet nog wel wat ze moet doen, maar je hoort dan wel als ik met haar praat en vraag hoe het gaat en hoe voel je je? Dat ze zegt, nog niet helemaal lekker, mevrouw [naam gezinsondersteuner]. Dan is ze niet helemaal in een huilbui, maar je ziet gewoon dat het niet lekker gaat. En dat is dan wel jammer, want het ging juist heel goed. Echt dat ik dacht van, we gaan nu dus juist richting afronden, maar nu ben ik heel voorzichtig om een datum te prikken. Gezinsondersteuner, casus 7 Het bereiken van anderhalf jaar begeleiding is
kunnen en de gedachte dat ze dan helemaal geen hulp meer kunnen krijgen spelen daarbij een belangrijke rol. Om die reden gaan sommige
30
Kinderen in armoede
Dat we te maken hebben met die anderhalf jaar. Nou, dat is iets wat wij zelf in het aankomende teamoverleg eventjes bespreekbaar moeten gaan maken. En misschien ook wel even moeten gaan vragen bij de projectleiders van de gemeente, wat zij daarvan vinden. Mogen we een uitzondering maken in de zin van deze mevrouw zit eigenlijk wel aan haar anderhalf jaar? Maar moet het nou echt noodzakelijk zijn dat zij met haar volledige hebben en houden en casus en wat er allemaal bij komt kijken, dan overstappen voor anderhalf jaar naar een andere teamgenoot? Of mag ze blijven waar ze zit, gezien de situatie? Want het komt eigenlijk bijna nooit voor. Kijk, moeten we dat met iedere casus gaan doen, kan ik me voorstellen, dan wordt het lastig. Gezinsondersteuner, casus 5
kennis en praktijkervaringen van de
Afsluiten van het traject houdt, zoals eerder
Een uitgangspunt van de Gezinsaanpak is dat de
aangegeven, in dat het dossier gesloten wordt,
trajectbegeleiding integraal en intensief is. Een
maar niet dat de ouders aan hun lot worden
integrale aanpak houdt in dat de hulp en
overgelaten. De nazorg houdt in dat de ouders
ondersteuning gericht is op alle gezinsleden. Ook
altijd contact kunnen zoeken met de eigen of een
houdt het in dat de hulp niet alleen gericht is op
andere gezinsondersteuner als er vragen of
financiële problemen maar ook op hiermee
problemen zijn en dat de gezinsondersteuner na
samenhangende problemen op andere
gezinsondersteuners ontwikkeld. Op basis van onze analyse onderscheiden we de volgende uitgangspunten: integraal en intensief, present zijn in de wijk, werken aan een vertrouwensrelatie, aansluiten bij behoeften en mogelijkheden van de cliënt, werken aan stressreductie / stress-sensitieve dienstverlening, versterken van vaardigheden en kennis, en werken met de Brug-methodiek. 3 We gaan in de hiernavolgende subparagrafen nader in op de ervaringen met deze uitgangspunten.
4.3.1 Integraal en intensief
verloop van tijd nog even contact zoekt om te
leefgebieden. De brug-methodiek (zie
horen of alles nog goed gaat. Dit is ook hoe
subparagraaf 4.3.7) is hierbij een hulpmiddel om
gezinsondersteuners dit (vaak meermaals) met de
naar de (samenhang tussen de) leefgebieden te
ouders bespreken. Voor de ouders is het veelal
kijken. Een integrale aanpak houdt tevens in dat
een geruststellende gedachte dat ze altijd kunnen
alle betrokken partijen in de keten samenwerken
terugvallen op een gezinsondersteuner.
om te zorgen dat de gezinnen sneller en op de
4.3 Methodische uitgangspunten Deze paragraaf gaat in op de methodische uitgangspunten van de Gezinsaanpak. Het plan van aanpak benoemt een aantal uitgangspunten, zoals stress-sensitieve dienstverlening en het werken met de Brug-methodiek, maar het was aan de betrokken methodiekontwikkelaars en gezinsondersteuners om de methodiek in de pilot verder vorm te geven en te kijken wat daarin al dan niet werkt. Met andere woorden, de methodiek stond niet vooraf vast, maar is met
juiste plek aankomen (zie hoofdstuk 5). Daarnaast gaat het bij de aanpak om gezinnen die intensieve begeleiding nodig hebben (lees: een relatieve lange trajectduur) vanwege de hoeveelheid tijd die gemoeid is met het opbouwen van een vertrouwensrelatie, het regelen van praktische zaken en het contact leggen met en het inschakelen van hulp door netwerkpartners. De Gezinsaanpak gaat bij de trajectbegeleiding uit van een traject van ongeveer 18 maanden.
bestaande wetenschappelijke en professionele
3
Bij deze analyse maakten we ook gebruik van de beschrijving van werkzame elementen die door bij de Gezinsaanpak betrokken methodiekontwikkelaars en gezinsondersteuners is opgesteld: De kracht van de Gezinsaanpak. De werkzame elementen in de pilot integrale, intensieve aanpak kinderen in armoede. Gemeente Rotterdam, afdeling PPMO Frontlijn (2022). In grote lijnen komt onze analyse overeen met de werkzame elementen uit deze beschrijving.
Kinderen in armoede
31
4.3.2 Present zijn in de wijk We beschreven eerder al dat de doelgroep van de Gezinsaanpak niet makkelijk te bereiken is omdat vaak sprake is van schaamte en wantrouwen en hiermee samenhangend een ervaren afstand tot instanties. De Gezinsaanpak werkt volgens het principe van ‘present zijn’, wat inhoudt dat gezinsondersteuners outreachend werken en laagdrempelige hulp bieden. Doel is om gezinnen op een laagdrempelige manier te bereiken en vertrouwen op te bouwen. Ik denk als mensen op een gegeven moment regelmatig je gezicht zien, dat ze je op een gegeven moment wel herkennen. En ze denken oh, weet je, die is er altijd wel, die kan ik benaderen. En dat je ook gewoon iets vertrouwder voor ze wordt en niet iemand die af en toe een keer langskomt. Gezinsondersteuner, augustus 2020 Waar ik zag dat het aan het schorten was, was een partij die die mensen ook op straat of waar dan ook, op verschillende vindplaatsen ophaalt en hen van daaruit begeleidt naar die eerste of tweede lijn. Want vaak zie je dat de mensen die de weg weten te vinden wel bij de tweede lijn terechtkomen. Maar juist de mensen waarvan we het vermoeden hebben, maar die niet de weg weten, die komen nergens. En daar is echt een grote groep van. En dan heb je dus partijen nodig die die mensen weten te vinden.
Dan bedoel ik echt een outreachende aanpak van partijen of een partij die op de plekken komt waar die mensen zich ophouden. Op de scholen, in de supermarkt, op straat, bij activiteiten, noem maar op. En dat zou wat mij betreft de kracht zijn van dit project, door de nulde, de eerste lijn, te koppelen aan de tweede lijn. Manager welzijn, juni 2020 Outreachend werken Om de doelgroep te bereiken werken de gezinsondersteuners zoveel mogelijk vanuit een vaste, laagdrempelige locatie in de wijk, zoals een Huis van de Wijk. Achterliggende gedachte is dat mensen makkelijker bij een welzijnspartij naar binnen stappen dan bij een gemeentelijke instantie. Dit heeft te maken met het wantrouwen en de ervaren afstand van de beoogde doelgroep ten opzichte van gemeentelijke instellingen.
32
Daarnaast zijn gezinsondersteuners aanwezig bij locaties en activiteiten waar de beoogde doelgroep vaak te vinden is. Door aanwezig te zijn op laagdrempelige plekken in de wijk waar ouders komen, zijn gezinsondersteuners zichtbaar en zijn ze makkelijker bereikbaar. Dit verlaagt de drempel voor ouders om contact te zoeken met een gezinsondersteuner. Een goed voorbeeld in Bospolder-Tussendijken is de aanwezigheid van de Gezinsaanpak bij weggeefwinkel Yess! Enkele gezinsondersteuners houden er op vaste tijden (inloop)spreekuur. De klanten van deze winkel blijven vaak ook wat langer hangen, omdat ze er ook met allerlei vragen om advies of informatie terecht kunnen. De gezinsondersteuners zijn een bekend gezicht en vrijwilligers van de weggeefwinkel verwijzen bewoners ter plekke naar de gezinsondersteuners, waar ze in een aparte ruimte rustig een gesprek kunnen voeren. Andere voorbeelden zijn: inloopspreekuren op scholen (Bospolder-Tussendijken), spreekuren van DOCK (Crooswijk en Tarwewijk), taallessen en wijkmaaltijden (Tarwewijk) en een bijeenkomst over opvoedingsondersteuning (Crooswijk). Niet alle vindplaatsen bleken even geschikt. Zo geven ze niet altijd toegang tot de doelgroep die wordt beoogd. Een voorbeeld daarvan is het project rond de renovatie van de Gijsingflats in Bospolder-Tussendijken.
Het idee was om ook de sociale problematiek van de bewoners in kaart te brengen: een uitgelezen mogelijkheid voor de Gezinsaanpak om contacten te leggen. Door ‘doorknocking’ en koffie-ochtenden in de centrale hallen werden bewoners benaderd. Als snel bleek dat het veelal ouderen en alleenstaanden betrof. Na een tijdje heeft de Gezinsaanpak haar actieve participatie in het project beëindigd. Daarnaast biedt de vindplaats mogelijk ook niet altijd de juiste context om goed contact te leggen. Eveneens in Bospolder-Tussendijken had de Gezinsaanpak zich aangesloten bij een voedselbank. Hoewel er voldoende gezinnen cliënt waren, kwamen weinig contacten tot stand.
Kinderen in armoede
Mensen bleken vluchtig, soms wat beschaamd,
Present zijn (zie vorige paragraaf) draagt bij aan
hun voedselpakket te komen halen en niet in de
een vertrouwensrelatie, maar we zien in de
stemming om gesprekken te voeren. Later is de
Gezinsaanpak ook andere factoren die bijdragen
Gezinsaanpak aangesloten bij de
aan het opbouwen van een vertrouwensrelatie
intakegesprekken van de voedselbank – niet
met een cliënt. Het gaat dan om de houding van
bekend is of dit meer contacten heeft opgeleverd.
de gezinsondersteuner die als ‘menselijk’ wordt gezien. Ook persoonlijke kenmerken van de
De kwaliteit van de vindplaatsen doet ertoe.
gezinsondersteuners en het directe handelen
Uiteraard moet de doelgroep daar te vinden zijn.
dragen bij aan de vertrouwensrelatie.
Belangrijk is ook dat het methodische principe van ‘presentie’ in de omgeving kan worden
Persoonsgerichte benadering
uitgevoerd: door continue aanwezigheid, op een
Uit het casusonderzoek komt naar voren dat
plek waar een kennismakingsgesprek rustig
ouders de benadering van de
gevoerd kan worden, doordat de plek niet sociaal
gezinsondersteuners als persoonlijk zien. Het gaat
‘besmet’ is, door samenwerking met andere
dan bijvoorbeeld om goed kunnen luisteren,
professionals of vrijwilligers ter plekke.
empathie tonen, niet veroordelend zijn, de cliënt serieus nemen, transparant zijn (bijvoorbeeld
Laagdrempelige hulp
duidelijk zijn in wat je wel of niet kan betekenen
Gezinnen worden direct met hun hulpvraag
voor je cliënt) en geen 9- tot-5-mentaliteit hebben.
geholpen zonder ingewikkelde aanmeld- of intakeprocedure en zonder wachtlijst. Dit maakt de hulp laagdrempelig, wat ook blijkt uit het grote aantal gezinnen met een ‘eerste enkelvoudige hulpvraag’ (zie hoofdstuk 3). Mond-tot-mond reclame bleek hierbij een bevorderende factor. En wat goed werkt is, dat we juist ook met kleine vragen, kleine praktische vragen, heel snel kunnen helpen en dan vervolgens het traject kunnen aanbieden. Wat ik zelf heel belangrijk vind is dat we met praktische financiële hulpvragen heel snel kunnen handelen, omdat bijna alle gezinnen op financiële vragen bij ons binnenkomen. En doordat we daar heel snel in kunnen handelen, bouwen we heel snel vertrouwen op waardoor we zo’n gezin heel goed bij ons houden. Want er komen meer mensen binnen op financiële vragen dan opvoedvragen. En juist doordat je dan thuis bij ze komt en de financiële zaken zo snel mogelijk goed regelt, zie je ook hoe het in de thuissituatie gaat en kan je kijken of je wat tips kan geven bijvoorbeeld over de opvoeding. Gezinsondersteuner, mei 2020
4.3.3 Werken aan vertrouwensrelatie Bij de doelgroep van de Gezinsaanpak is vaak sprake van een gebrek aan vertrouwen in mensen of wantrouwen tegen instanties, zoals we eerder beschreven. Het werken aan een vertrouwensrelatie is om die reden van belang.
Kinderen in armoede
Bij haar is het ook, als iets niet lukt, dan raakt het haar ook. Dat zie ik bij haar. En dan wil ze ook mij op andere manier toch ook gaan helpen. Zij helpt uit haar hart, echt. Zij is meer ook een iemand die echt wel een beetje psycholoog lijkt. Ze begrijpt ook mensen. Ik weet het niet. Maar bij anderen had ik eerder van, ze begrijpen het gewoon niet. Alsof je aan het bedelen bent of zij dat uit hun zak moeten geven. Is iets van de gemeente. Moeder, casus 13 Direct handelen Ouders krijgen ook vertrouwen als ze zien dat gezinsondersteuners direct (praktische) hulp bieden. Het vertrouwen dat hierdoor ontstaat kan er vervolgens ook voor zorgen dat ouders zich meer open gaan stellen en hun andere problemen durven te bespreken. In de casussen zien we voorbeelden van direct handelen zoals het voorkomen van een huisuitzetting, inzetten van het maatwerkbudget voor boodschappen, ontzorgen van een moeder met een ziek kind, regelen van een verblijfsvergunning. Ik ging haar nog meer vertrouwen, toen ik merkte dat op alles wat wij aan haar vroegen of vertelden, ze direct reageerde. Ze belde onmiddellijk, gaf directe antwoorden. En ook toen die problemen met het huis begonnen met die grote rekeningen, belde ze direct, stuurde ze e-mails, schreef ze naar mij, ook
33
als was het op zondag. Als ze schreef of belde het waren altijd directe antwoorden. Het was nooit van ik heb nu geen tijd, ik doe het later. Ik was verbaasd. Moeder, casus 9 Persoonlijke kenmerken gezinsondersteuner Naast factoren die met de aanpak van de gezinsondersteuners te maken hebben gaat het ook om persoonlijke kenmerken van de gezinsondersteuner die bevorderend kunnen werken bij het opbouwen van een vertrouwensrelatie. Het kan daarbij gaan om dezelfde culturele achtergrond of het spreken van dezelfde taal, maar ook om leeftijd of het delen van soortgelijke ervaringen. Ouders benoemen dat ze zich door dergelijke kenmerken vertrouwd voelen en herkenning vinden. Een voorbeeld is een cliënt die in haar eigen taal (Berbers) met de gezinsondersteuner kan communiceren en daar erg blij mee is.
4.3.4 Aansluiten bij behoeften en mogelijkheden
we gewoon doen. Maar daar was zij duidelijk nog niet klaar voor. Dus daar moet ze ook de ruimte krijgen om daar zelf klaar voor te zijn en om daar zelf gemotiveerd voor te zijn. Dus ik probeer wel echt in te gaan op de wens van de cliënt en het tempo van de cliënt. Gezinsondersteuner, casus 1 Over het tempo vertelt een gezinsondersteuner dat ze bij een cliënt sneller wilde gaan dan de cliënt, maar zich wel is gaan realiseren dat het dan niet gaat werken. Het is soms ook belangrijk om kleine stapjes te nemen. Een gezinsondersteuner vertelt daarover: Het is altijd een heel verhaal waarom het dan niet kan. En zo iemand is er eigenlijk nog niet echt toe aan verdere hulp. Dus daarom, heb ik ook gewoon gezien bij haar, is het ook gewoon kleine stapjes te nemen. Ik zit er nog in, ik kan haar nog wel helpen met kleine dingetjes en hopelijk kan ik haar toeleiden naar meer. Gezinsondersteuner, casus 13 Soms hebben cliënten behoefte om hun hart te luchten door alles wat ze meemaken. Gezinsondersteuners nemen daar dan ook de tijd
Om ouders (intrinsiek) te motiveren en hun
voor. Zo vertelt een gezinsondersteuner dat haar
vertrouwen te behouden is het van belang om bij
cliënt af en toe behoefte heeft aan een ‘shoulder
de ondersteuning aan te sluiten bij de behoeften
to cry on’. Ze legt uit dat haar cliënt behoefte heeft
en mogelijkheden van de ouder. We zien in de
aan iemand die naast haar staat en laat zien dat ze
casussen dat gezinsondersteuners aansluiten bij
er niet alleen voor staat en dat ze het kan. Het
vragen, wensen of mogelijkheden van ouders en
naast iemand staan, zagen we ook terug bij de
soms ook van de kinderen. Het gaat dan vaak om
houding van de gezinsondersteuner om daarmee
vragen die op dat moment spelen. Wat opvalt is
een vertrouwensrelatie op te bouwen (zie
dat gezinsondersteuners de cliënten niets
paragraaf 4.2.2).
opdringen. Ze stellen inzichtgevende vragen en dragen verschillende oplossingen aan om de
Dat er ook een grens kan zitten aan het aansluiten
cliënt daaruit vervolgens zelf een keuze te laten
bij behoeften van de ouder, zien we in één van de
maken. Daarbij sluiten ze ook aan bij het tempo
casussen terug. In deze casus is als voorwaarde
van een cliënt. Een voorbeeld is een casus waarin
gesteld dat de client een bewindvoerder neemt,
sprake is van schulden en de cliënt het in eerste
omdat anders de hulp van de gezinsondersteuner
instantie allemaal zelf wil oplossen, maar
op dat (financiële) vlak gaat stoppen. Voor deze
uiteindelijk toch tot inzicht komt dat ze
casus was er op dat moment geen andere
schuldhulpverlening nodig heeft. De
mogelijkheid meer.
gezinsondersteuner vertelt daarover: Ja, nou ja, zeker door gewoon te kijken naar hoe zij zelf als persoon is en wat zij nodig heeft. Niet, weet je, ik had bijvoorbeeld kunnen zeggen vanaf het begin, jij moet de Kredietbank in. Dat is gewoon zo. Dat is voor mij de meest logische optie, dus dat gaan
34
4.3.5 Werken aan stress-reductie / stress-sensitieve dienstverlening Bij gezinnen die bij de Gezinsaanpak terecht komen is sprake van veel stress. We beschreven eerder al dat er niet alleen stress is over financiën
Kinderen in armoede
(bijvoorbeeld schulden, moeite met rondkomen),
-
Bemiddelen of contact leggen met andere
maar ook over andere zaken, zoals een dreigende
instanties/hulpverleners wanneer cliënten het
huisuitzetting, een vechtscheiding of een niet
contact als een bron van stress ervaren.
goed lopende omgangsregeling met een ex-
-
partner.
bijvoorbeeld door uitleg te geven over de rechten en plichten van een ouder bij een
Onderzoek laat zien dat mensen die langdurig met schulden of in een situatie van armoede leven, chronische stress kunnen ontwikkelen. Dit kan grote impact hebben op hoe iemand zich gedraagt en wat die persoon op dat moment aankan (Jungmann, e.a., 2020). Door rekening te houden met de doorwerking van stress op de cliënt, begrijpen hulpverleners mensen beter en kunnen ze beter en sneller helpen. Dit wordt stress-
Zorgen dat er meer duidelijkheid komt,
omgangsregeling. -
Bieden van perspectief, bijvoorbeeld door met een ouder op zoek te gaan naar bezigheden waar de ouder weer energie van krijgt.
4.3.6 Versterken van vaardigheden en kennis
sensitieve dienstverlening genoemd. In de
Door (chronische) stress, waar gezinnen met
Gezinsaanpak houden de gezinsondersteuners op
geldzorgen vaak mee te maken hebben, kan
verschillende manieren rekening met de
sprake zijn van een vermindering van executieve
aanwezigheid van stress en dragen ze bij aan het
vaardigheden, zoals focussen, impulsen
reduceren van (financiële) stress:
beheersen of problemen oplossen. Deze
-
Direct handelen, door bijvoorbeeld regelingen
vaardigheden hebben mensen nodig om
te treffen met beslagleggers, een
zelfredzamer te worden en uit hun situatie van
verblijfsvergunning aan te vragen of het
armoede te komen. Het versterken van deze
probleem met een malafide huisbaas aan te
vaardigheden maakt om die reden onderdeel uit
pakken.
van de Gezinsaanpak.
-
-
In financiële zin iets regelen voor het gezin, bijvoorbeeld door een check op recht op
In veel casussen zien we dat gezinsondersteuners
voorzieningen/fondsen (‘Check op recht’),
het belang benoemen om zelfredzamer te worden.
inzet van maatwerkbudget (‘paniekbudget’) in
Soms benadrukken ze ook dat hun hulp van
situaties waarin er tijdelijk geen geld is voor
tijdelijke aard is of benoemen ze expliciet dat ze
bijvoorbeeld boodschappen, of het regelen
verwachten dat het gezin zelf dingen gaat
van inkomen.
oppakken.
Bieden van overzicht, bijvoorbeeld door het maken van een overzicht van inkomsten, uitgaven en schulden.
-
Gezamenlijk oppakken of eventueel het tijdelijk overnemen van dingen die er spelen.
-
Rekening houden met belastbaarheid van een ouder, door per keer een beperkt aantal onderwerpen te bespreken.
-
Zorgen voor nabijheid en bereikbaarheid; op verschillende manieren (vaak via app) en soms ook buiten kantoortijden (avond, weekend). Voor ouders geeft de gedachte aan
Ik moest ook heel erg duidelijk aangeven van, ik ben er voor jullie, om jou te ondersteunen, om jullie te ondersteunen en niet om alles voor jullie te doen. Want wij willen natuurlijk ook vaardigheden aanleren en niet alles voor hen doen. Maar soms verwachten ze dat van jou, dus dat jij iets doet voor hen. Dus echt de verwachtingen bespreken, heb ik gedaan in het begin. Maar alsnog hebben ze dat niet zo begrepen. Maar elke keer duidelijk maken van, ik ga jullie ondersteunen, ik ben ervoor zodat jullie straks zonder mij ook verder gewoon zelfstandig aan de slag kunnen. Gezinsondersteuner, casus 3
de nabije aanwezigheid van een
Wanneer een ouder een vaardigheid niet of
gezinsondersteuner rust.
onvoldoende bezit, kunnen de gezinsondersteuners (een combinatie van)
Kinderen in armoede
35
verschillende strategieën inzetten (Penraat, e.a.,
Compenseren
2018):
Wanneer zowel functioneel trainen als strategisch trainen niet lukt, wordt compensatie ingezet. Bij
Functionele training
compensatie gaat het om (tijdelijk) iets uit handen
Deze training zetten gezinsondersteuners in als ze
nemen. Dat kan bijvoorbeeld op één leefgebied
denken dat een ouder in staat is om de
zijn (voorbeeld bewindvoering). (Tijdelijke)
vaardigheid eigen te maken. Een ouder gaat met
compensatie komt voor bij stresssituaties of de
instructies gericht aan de slag met korte en lange
inschatting dat een ouder zelf niet in staat is de
termijn doelen. Door dit steeds in kleine stapjes
financiën te regelen. Een voorbeeld is de
op te delen, leert de ouder om overzicht te houden
verwijzing van een ouder naar een welzijnspartij
en te werken aan verschillende vaardigheden om
voor ondersteuning bij haar administratie.
problemen zelf het hoofd te kunnen bieden. De gezinsondersteuners kunnen hiervoor de Brugmethodiek inzetten (zie subparagraaf 4.2.7). Een voorbeeld is een casus van een moeder die in de schuldhulpverlening zit en leert om te budgetteren. In eerste instantie doet ze dat met een weekbudget en later met een maandbudget. Strategische training Deze training wordt ingezet als een ouder moeite heeft met het oefenen en eigen maken van vaardigheden, maar zaken deels wel op kan pakken. De gezinsondersteuner werkt dan vanuit het principe: voordoen, samendoen, zelf doen. In de casussen zien we veel voorbeelden van strategische training. Het gaat dan om het zelf
Naast het aanleren van vaardigheden gaat het ook om kennisoverdracht. Een voorbeeld is een gezinsondersteuner die een digitaal vaardige moeder kennis laat maken met voor haar onbekende regelingen/websites die voor het gezin van belang zijn, zoals de website MijnOverheid waarmee burgers hun overheidszaken via het internet kunnen regelen.
voorbereiden van gesprekken, laten een ouder
Nu begint ze beetje bij beetje erachter te komen waar ze recht op heeft. Als ze denkt van, volgens mij kan ik dat krijgen, dan belt ze. Zegt ze van, Rotterdampas. Geld op de pas? Ik zei, ja, klopt. Gezinsondersteuner, casus 9
zelf het gesprek voeren (nemen het gesprek
In de aanpak zien we dat stress een
contact laten leggen met instanties en gesprekken laten voeren of zelf iets uit laten zoeken. Gezinsondersteuners helpen met het
eventueel over indien nodig), en bespreken het gesprek na. En ik probeer daarin ook zo min mogelijk in te vullen. Dus ik vraag haar, wat denk jij dat het beste is om te doen? En dan komt zij met opties en dan zeg ik, oh ja, probeer dat maar en als je hulp nodig hebt, dan weet je me te vinden. Dus ze heeft het eigenlijk zelf uitgedacht. En ze voert het zelf uit. Ja, ik zit eigenlijk als adviseur ergens achter in een hoekje te wachten. Dus ik probeer zoveel mogelijk in de achtergrond te verdwijnen. En dat is wel fijn. We zeggen altijd, voordoen, samendoen, alleen doen of zelf doen. Gezinsondersteuner, casus 8
36
Tegelijkertijd is ook geconstateerd, en daar is mevrouw het mee eens, dat ze eigenlijk langdurig een backup nodig heeft; iemand die haar kan helpen met brieven en (andere) bureaucratische of administratieve problemen op het moment dat ze er zelf niet uitkomt. Gezinsondersteuner, casus 4
belemmerende factor is bij het aanleren van vaardigheden. Daarnaast zien we bij veel casussen dat ouders onzeker zijn of weinig vertrouwen hebben in eigen kunnen. Dit heeft bijvoorbeeld te maken met negatieve ervaringen uit het verleden, niet bekend zijn met het zelf regelen van bankzaken of beperkte beheersing van de Nederlandse taal. Gezinsondersteuners ondersteunen ouders dan bij die onzekerheid door ze positief te bekrachtigen. Zo vertelt een moeder dat de gezinsondersteuner haar heeft ondersteund bij haar onzekerheid en dat ze steeds meer zelf is gaan doen.
Kinderen in armoede
Zij doet het niet voor jou, zij doet het met jou. En ook bijvoorbeeld het bellen naar instanties met het wijkteam en andere hulpverlening, dan ging zij het woord doen en dan snapte ik soms ook niet wat er allemaal geregeld werd, want ik was dan aanwezig maar je kreeg niet veel mee. Maar [naam gezinsondersteuner] liet mij soms zelf bellen, al wilde ik dat niet en het zweet brak me uit. Ze zei, doe het en als het niet lukt, neem ik het over. En de eerste paar keren lukte het niet en nam zij het halverwege over of gelijk in het begin, maar ze gaf niet op. Ze liet mij elke keer proberen. En ze zei ook tegen mij, ik zie dat jij heel slim bent ik weet dat jij het ook kan. En ik zie dat je verantwoordelijk bent en dingen goed wil doen en dat had ik echt nodig. Moeder, casus 14
uitgegaan van doelen die de ouder zelf bepaalt. Dit zorgt voor intrinsieke motivatie wat een belangrijke factor is voor gedragsverandering. Ook het mentaal contrasteren, ofwel de discrepantie tussen de gewenste situatie en de huidige situatie zichtbaar maken, helpt bij het vergroten van intrinsieke motivatie (Jungmann en Wesdorp, (2017). De gezinsondersteuners zijn bij aanvang van de pilot getraind in het werken met de instrumenten van de Brug-methodiek. 4 In de praktijk blijken de gezinsondersteuners het toepassen van de Brug-methodiek te zien als het inzetten van de ondersteunende instrumenten (Brug naar een Positieve Toekomst, het Bouwplan en het Werkplan; zie kader).
We zien in de casussen dat veel ouders vorderingen maken in het zelf regelen van zaken,
Uit het casusonderzoek en ook uit de gesprekken
maar er zijn ook ouders die het moeilijk blijven
met de gezinsondersteuners blijkt dat het eerder
vinden (en soms in paniek raken), en behoefte
uitzondering dan regel is om de Brug-methodiek
houden aan een klankbord om te bespreken of ze
in de begeleiding bij ouders toe te passen zoals
de juiste dingen doen.
bedoeld is, dus als een instrument vóór ouders. Gezinsondersteuners noemen verschillende
Ze durft nog niks alleen, dat niet. Dat durft ze nog niet, ondanks dat ze het nu aardig door begint te krijgen. Ze weet prima hoe ze haar bankieren moet openen, noem maar op. Ze wil gewoon echt nog graag even die controle, die houvast hebben en dat samen doorlopen. Hetzelfde als met CJIB. Niet dat ze er heel veel mee te maken heeft gehad, maar om de een of andere reden weet ze oké, CJIB, daar moeten we niet mee gaan etteren, moeten we nu gaan regelen. Gezinsondersteuner, casus 5
4.3.7 Werken met de Brug-methodiek
redenen om de instrumenten van de Brugmethodiek niet toe te passen. Ze hebben te maken met de aanwezigheid van stress, mentale problemen, beperkte kennis van de Nederlandse taal of beperkte cognitieve vaardigheden. Bij ouders met stress of mentale problemen is weinig ruimte om na te denken over de toekomst. Bij ouders met een beperkte kennis van de Nederlandse taal of ouders met een licht verstandelijke beperking (LVB) zijn de instrumenten van de Brug-methodiek minder
De integrale aanpak houdt in dat
toepasbaar omdat de gezinsondersteuners de
gezinsondersteuners vanuit een brede blik
instrumenten als erg talig vinden De Brug kan
ondersteuning bieden op verschillende
ouders afschrikken omdat er veel tekst bij de
leefgebieden (zie subparagraaf 4.2). Het plan van
afbeelding van de Brug staat. De taligheid van de
aanpak benoemt voor het verkennen van de
Brug-methodiek kwam ook uit eerder onderzoek
wensen en behoeften van de gezinnen expliciet
naar voren (Dorenbos en Heemskerk, (2019).
het gebruik van de Brug-methodiek (zie kader). De methodiek is bedoeld als een instrument voor
Een gezinsondersteuner vertelt over het gebruik
ouders om inzicht te krijgen in hun situatie en in
van de Brug bij een ouder met een LVB: ‘Ik heb
de vaardigheden die ze voor een betere toekomst
ook een casus gehad waar LVB was en dan moet
verder moeten ontwikkelen. Hierbij wordt
je de metafoor [Brug naar Positieve Toekomst]
4
De training werd gegeven door een methodiekontwikkelaar die betrokken was bij de Gezinsaanpak. Vanwege de coronacrisis vond de training voor de meeste gezinsondersteuners geheel of gedeeltelijk online plaats.
Kinderen in armoede
37
gaan uitleggen en dan kijken ze je aan ‘Ja ja ja, ik
basis en Ontwikkeling), Grip op je geld (Inkomen
begrijp het helemaal’ en dan moeten ze de
en Omgaan met geld) en Werken aan je toekomst
volgende keer de Brug meenemen en even
(Beroepsontwikkeling en Werk/dagbesteding).
herhalen waar we het over hebben gehad. ‘Ja,