CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb005370] Bijlage 2 behorende bij 23bb005368 over eindrapport Gezinsaanpak

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 17 januari 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken34.050 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Kinderen in armoede Evaluatie van een integrale, intensieve gezinsaanpak

Onderzoek en Business Intelligence

Wie zijn wij? Onderzoek en Business Intelligence is een afdeling binnen de gemeente Rotterdam. De afdeling verzamelt informatie en doet onderzoek voor het maken en uitvoeren van beleid door de gemeente Rotterdam. Het onderzoek gaat over onderwerpen als gezondheid, zorg, onderwijs, reintegratie, demografie, ruimtelijke ordening en veiligheid. Soms is de gemeentelijke organisatie het onderwerp, vaker gaat het over de stad en haar bewoners. Het doel is steeds om met deze verzamelde kennis het beleid en de bedrijfsvoering van de gemeente te verbeteren. Auteurs Annemarie Reijnen

Petra van de Looij

Toine Wentink

Colofon Gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en Business Intelligence (OBI) Datum:

17 november 2022

Projectnummer:

8118

Vragen:

onderzoek@rotterdam.nl

Meer informatie:

onderzoek010.nl

Afbeeldingen:

Iris van den Broek (Pag.42, 52)

Kinderen in armoede

1

Samenvatting. Achtergrond

3.

Ondersteunen van professionals

In Rotterdam staat het terugdringen van

(signaleerders) bij het signaleren en

kinderarmoede hoog op de maatschappelijke en

bespreekbaar maken van armoede door

politieke agenda. Ruim 20.000 kinderen in

voorlichting of ingekochte trainingen.

Rotterdam hebben met armoede te maken. Dat is ongeveer 1 op de 5 kinderen en in sommige wijken

In elke wijk zijn vier gezinsondersteuners actief.

zelfs meer dan 1 op de 3 kinderen. Eén van de

Twee gezinsondersteuners van een gemeentelijke

beleidsmaatregelen op het gebied van armoede is

uitvoeringsorganisatie (PPMO Frontlijn) en twee

het ontwikkelen en implementeren van de pilot

van een welzijnspartij (WMO Radar en DOCK).

integrale, intensieve gezinsaanpak kinderen in

Een projectteam stuurt de pilot aan. Dit team

armoede. De Gezinsaanpak moet ertoe leiden dat

bestaat uit een projectmanager, een projectleider

gezinnen in armoede vroegtijdig worden bereikt

(voor aansturing gezinsondersteuners), een

en met de juiste ondersteuning niet erger in de

methodiekontwikkelaar en een projectsecretaris.

problemen komen.

Opzet en uitvoering onderzoek Opzet pilot De pilot is november 2019 van start gegaan in de wijk Bospolder-Tussendijken. In 2020 volgden de wijken Crooswijk, en Tarwewijk/Carnisse. Doel van de pilot is om de ontwikkelingskansen voor kinderen uit 500 gezinnen met geldzorgen te versterken, zodat zij later minder risico op armoedeproblematiek lopen. Beoogde doelen voor ouders zijn bevorderen van financiële

Primair doel is zicht te krijgen op de opbrengsten en werkzame bestanddelen van de Gezinsaanpak en secundair om via tussentijdse terugkoppeling bij te dragen aan de ontwikkeling van de pilot. De onderzoeksvragen zijn als volgt geformuleerd: -

Gezinsaanpak Kinderen in armoede? -

sociale netwerk en ten behoeve van hun kinderen verbeteren van opvoedvaardigheden. Specifiek voor kinderen beoogt de gezinsaanpak hun sociaal-emotionele vaardigheden te verbeteren. De uitgangspunten van de Gezinsaanpak zijn beschreven in een plan van aanpak. Ze bestaan uit activiteiten binnen drie pijlers: 1.

Inzetten van gezinsondersteuners, die langduriger (ongeveer 18 maanden) en intensiever kunnen begeleiden dan regulier gebruikelijk is.

2.

Aansluiten bij of oprichten van een wijkcoalitie armoede met als doel dat elk gezin optimaal gebruik kan maken van het

Hoe wordt de Gezinsaanpak in de praktijk georganiseerd, ervaren, gewaardeerd en

stabiliteit, verminderen van stress, verbeteren van de omgang met armoede, en versterken van het

Wat is de interventietheorie van de

wordt de aanpak volgens plan uitgevoerd? -

Wat zijn de resultaten en de ervaren effecten van de Gezinsaanpak: de output en de outcome?

Het onderzoek is uitgevoerd van november 2019 tot mei 2022. De dataverzameling bestond uit documentenanalyse, vragenlijstonderzoek bij gezinsondersteuners over de (begeleiding van) gezinnen, interviews met projectleiding, gezinsondersteuners en netwerkpartners over de uitvoering van de aanpak, casusonderzoek gericht op de beleving en het hulpverleningstraject van gezinnen en reflectiesessies met gezinsondersteuners en het projectteam over de onderzoeksbevindingen.

ondersteuningsaanbod in de wijk.

2

Kinderen in armoede

Er is twee keer eerder over onderzoeksuitkomsten

vaardigheden in relatie tot instanties) zijn

gerapporteerd. De eerste deelrapportage betreft

doorgaans niet sterk ontwikkeld. Het sociale

de voorlopige interventietheorie van de

netwerk is vaak klein. De gezinnen combineren

Gezinsaanpak. Een interventietheorie geeft aan

een geschiedenis van hulpverlening met weinig

hoe de interventie naar verwachting werkt, bij wie

vertrouwen in de hulpverlening. Maar ook trots,

en onder welke voorwaarden. De tweede

schaamte en schuldgevoelens maken dat deze

deelrapportage gaat over de samenwerking met

gezinnen veelal pas in een laat stadium hulp gaan

en positionering van de Gezinsaanpak in de wijk.

zoeken.

De voorliggende eindrapportage gaat in op de

Financiële problemen zijn vaak de aanleiding voor

beantwoording van de onderzoeksvragen en integreert de uitkomsten van beide eerdere deelrapportages.

Conclusies

het eerste contact met de Gezinsaanpak. Vaak blijkt al snel dat de problematiek ingewikkelder is. Veel ouders kampen langdurig met stress, die overigens niet alleen of overwegend te maken heeft met de financiële situatie, maar ook met

Bereik en doelgroep

bijvoorbeeld huiselijk geweld of een dreigende

De Gezinsaanpak werkt met een dubbele

huisuitzetting. Een vijfde van de ouders maakt

doelgroep. Dit is de beoogde doelgroep van

zich daarnaast zorgen om de ontwikkeling van de

gezinnen met doorgaans meervoudige

kinderen.

problematiek die met een intensieve en integrale aanpak wordt ondersteund. Daarnaast is een

Gebleken is dat de bereikte doelgroep van de

groep gezinnen die een enkelvoudige vraag (of

Gezinsaanpak, en soms ook (deels) de aanpak,

een serie van enkelvoudige vragen) hadden met

overlapt met die van andere organisaties, zoals de

kortdurende ondersteuning geholpen.

wijkteams en de Children’s Zone. Dit betekent dat de Gezinsaanpak niet in een exclusieve ‘niche’

De Gezinsaanpak heeft 173 gezinnen met een

opereert en afstemming met andere organisaties

intensief traject begeleid en bijna 600 gezinnen

in een gebied noodzakelijk is.

met enkelvoudige hulpvragen ondersteund. Van de gezinnen met een enkelvoudige hulpvraag

Werkwijze

stroomt een klein deel op den duur door naar een

De Gezinsaanpak kenmerkt zich door een divers

intensief traject.

hulpaanbod voor de ouders én de kinderen in het gezin. Financiële en materiële hulp worden op

Kenmerken bereikte gezinnen met trajectbegeleiding

maat gecombineerd met (bemiddeling naar) hulp

Het merendeel van de gezinnen is via

instanties, en hulp voor de kinderen in de vorm

netwerkpartners aangemeld bij de Gezinsaanpak.

van materiële hulp, hulp bij participatie in clubjes,

Daarnaast zijn gezinnen bereikt met het houden

lichte opvoedingsondersteuning of ondersteuning

van spreekuren op belangrijke vindplaatsen als

bij de inschakeling van specialistische hulp.

van immateriële aard, hulp bij contacten met

scholen en (andere) plekken waar gezinnen met weinig geld komen.

De volgende kenmerkende principes zijn vastgesteld in de ondersteuning van de

De bereikte gezinnen kenmerken zich door een

gezinsondersteuners: Integraal en intensief,

lage sociaal-economische status en een migratie-

Present zijn, Werken aan een vertrouwensrelatie,

achtergrond. De vaardigheden om de weg te

Aansluiten bij behoeften en mogelijkheden,

vinden in de samenleving (Nederlandse taal,

Stress-sensitieve dienstverlening, en Versterken

digitale vaardigheden, communicatieve

van kennis en vaardigheden.

Kinderen in armoede

3

Gezinsondersteuners kunnen niet altijd gebruik

Netwerkpartners waarderen de Gezinsaanpak

maken van de instrumenten uit de Brug-

onder meer vanwege de toegankelijkheid, de

methodiek die bedoeld is om samen met ouders

integrale aanpak, het ‘neutrale’ imago en de

de te bereiken doelen en de voortgang van het

pragmatische werkwijze.

traject in kaart te brengen. De instrumenten zijn door de stress en beperkte vaardigheden van veel

Resultaten

ouders niet goed te gebruiken. Wel helpt de Brug

De Gezinsaanpak heeft in ruim twee jaar tijd ruim

bij de monitoring en evaluatie van het traject door

750 unieke gezinnen bereikt. Dat zijn voor een

gezinsondersteuners.

groot deel gezinnen met een enkelvoudige hulpvraag en een kortdurend contact. Het aantal

Het blijkt dat de voortgang van de trajecten

gezinnen uit de oorspronkelijk beoogde

vertraagd kan worden door factoren die moeilijk

doelgroep, met meervoudige problemen die een

te beïnvloeden zijn, zoals beperkte

intensief en integraal traject behoeven, bedraagt

basisvaardigheden, cognitieve beperkingen,

173. Dat aantal blijft ruim achter bij de target van

gebrek aan motivatie of ingrijpende

500 die in het plan van aanpak voor de

gebeurtenissen, maar ook door omslachtige

Gezinsaanpak is benoemd. Maar in het plan is

procedures bij andere organisaties,

destijds ook niet voorzien dat de Gezinsaanpak

tegenwerkende regelgeving en de corona-

een groot aantal gezinnen met een (vooralsnog)

maatregelen.

kortdurende of enkelvoudige hulpvraag zou bereiken.

Samenwerking Een belangrijke voorwaarde voor de signalering en toeleiding van gezinnen met geldzorgen naar de Gezinsaanpak is de participatie in ‘wijknetwerken’. Het aansluiten bij bestaande netwerken blijkt in de praktijk veel werkbaarder dan het zelf opzetten van een nieuwe ‘wijkcoalitie’. Van belang voor de samenwerking is het hebben van een onderscheidend verhaal over de meerwaarde en zicht op de continuïteit van de Gezinsaanpak. Privacy-issues, organisatiebelangen en uiteenlopende beroepsopvattingen kunnen nog wel eens een

de onderzoeksperiode beëindigd. De trajectduur was gemiddeld 9 maanden, ruim korter dan de maximale termijn van 18 maanden. Bij de helft van de ‘uitgestroomde’ gezinnen is sprake van behaalde doelen of overdracht naar andere hulpverleners. Bij de andere helft is het traject voortijdig beëindigd, zijn doelen niet of slechts gedeeltelijk behaald en is het maar de vraag of zij in staat zijn hun leven zelfstandig vorm te geven. De ‘uitgestroomde’ gezinnen lijken in sommige opzichten wat zelfredzamer (vaker in Nederland

belemmering vormen voor de samenwerking.

geboren, betere beheersing van de Nederlandse

Voor de ondersteuning van gezinnen met

financiële problemen) dan gezinnen die nog in

geldzorgen maken gezinsondersteuners gebruik van het ondersteuningsaanbod van lokaal opererende organisaties. Hiervoor hebben ze veel contacten met een diversiteit aan organisaties en professionals. Vaak zijn dat kortdurende contacten of is de rol van de Gezinsaanpak er een op de achtergrond. Incidenteel hebben gezinsondersteuners de casusregie op zich genomen en de bijdragen van de verschillende hulpverleners aan de gezinnen gecoördineerd.

4

Bij een derde van de gezinnen is het traject binnen

taal, iets hoger opgeleid, minder langdurig traject zijn, alhoewel ze vaker en hogere schulden hebben. De gezinnen die op de peildatum nog trajectbegeleiding krijgen, zijn gemiddeld langer in een traject dan de ‘uitgestroomde’ gezinnen: gemiddeld 15 maanden. Bij de gezinnen die op de peildatum nog trajectbegeleiding krijgen, zijn er ondanks het feit dat ze nog niet zijn uitgestroomd op diverse gebieden al wel positieve veranderingen in de gezinnen merkbaar. In algemene zin zijn dat

Kinderen in armoede

stabilisatie van vooral de financiële situatie van

externe factoren én de organisatiekenmerken van

gezinnen, verbetering van materiële

de gezinsaanpak. De organisatiekenmerken

leefomstandigheden, vermindering van stress,

kunnen worden beschouwd als randvoorwaarden

meer toekomstperspectief en een grotere

voor de uitvoering, zoals personeel (waaronder

zelfredzaamheid. Ook het welzijn van de kinderen

continuïteit, competenties, scholing), materieel

lijkt verbeterd door materiële ondersteuning, door

(zoals specifieke hulpmiddelen, gebouwen,

meer sociaal-recreatieve participatie, lichte

financiën) en communicatie (zoals intern overleg,

opvoedingsondersteuning en zo nodig hulp bij de

intervisie). De schematische weergave van de

aanmelding voor specialistische hulp. Tegenover

interventietheorie is te vinden op pagina 66.

deze positieve ontwikkelingen staat dat in sommige gezinnen persoonlijke kwetsbaarheden en precaire omstandigheden niet altijd gemakkelijk te veranderen zijn. Dit maakt de beslissing om een traject te beëindigen niet eenvoudig mede omdat ouders zich niet altijd zelfredzaam genoeg voelen om op eigen benen te staan.

Aanbevelingen Tot slot op basis van ons onderzoek zijn een aantal aanbevelingen geformuleerd. Ze gaan over het bereik van de gezinsaanpak, het contact dat gezinsondersteuners met kinderen hebben, de positie van de gezinsaanpak ten opzichte van andere organisaties met dezelfde thematiek en doelgroep, de effectiviteit van de uitstroom, de

Interventietheorie

uitwisseling van kennis over gezinsaanpakken

Op basis van recente onderzoeksbevindingen is

armoede, en over mogelijkheden voor

de voorlopige interventietheorie over de werking

vervolgonderzoek. De aanbevelingen zijn te

van de Gezinsaanpak voor gezinnen met

vinden op pagina 67.

trajectbegeleiding uit de eerste deelrapportage herzien. Een interventietheorie geeft de logische samenhang weer tussen de onderdelen waarmee de theorie is opgebouwd. Dit zijn de doelen, doelgroep, werkzame elementen, uitkomsten,

Kinderen in armoede

5

Inhoud. 1 Inleiding. 1.1 Achtergrond en aanleiding gezinsaanpak

8

1.2 Pilot gezinsaanpak

8

1.3 Doel onderzoek en onderzoeksvragen

9

1.4 Methoden van dataverzameling

9

1.4.1 Documentenanalyse

9

1.4.2 Vragenlijstonderzoek

9

1.4.3 (Groeps)interviews

9

1.5 Leeswijzer

2 Over kinderarmoede en de bestrijding daarvan

10

11

2.1 Kinderarmoede

11

2.2 Bestrijden van kinderarmoede

12

2.3 Gezinsaanpak informele organisaties Rotterdam

13

3 Bereikte gezinnen

15

3.1 Bereikte aantallen

15

3.2 Kenmerken bereikte gezinnen

17

3.2.1 Gezinnen met een enkelvoudige hulpvraag

17

3.2.2 Gezinnen met een meervoudige hulpvraag

18

3.2.3 Opgroeien in armoede

22

3.3 Conclusies

4 Gezinsaanpak in de praktijk

6

8

23

26

4.1 Het werkproces

26

4.2 Inzetten van hulp

26

4.2.1 Aanpak ouders

26

4.2.2 Aanpak kinderen tot 18 jaar

27

4.2.3 Aanpak volwassen kinderen

29

4.2.4 Afronden hulpverlening

30

4.3 Methodische uitgangspunten

31

4.3.1 Integraal en intensief

31

4.3.2 Present zijn in de wijk

32

4.3.3 Werken aan vertrouwensrelatie

33

4.3.4 Aansluiten bij behoeften en mogelijkheden

34

Kinderen in armoede

4.3.5 Werken aan stress-reductie / stress-sensitieve dienstverlening

34

4.3.6 Versterken van vaardigheden en kennis

35

4.3.7 Werken met de Brug-methodiek

37

4.4 Externe factoren van invloed op gezinsaanpak

39

4.4.1 Omstandigheden of oorzaken bij het gezin

39

4.4.2 Invloeden buiten het gezin

40

4.5 Conclusies

41

5 Samenwerking

43

5.1 Samenwerking in netwerken

43

5.2 Samenwerking voor de toeleiding naar de gezinsaanpak

45

5.3 Samenwerking bij de ondersteuning van gezinnen

46

5.4 Conclusies

47

6 Resultaten van de gezinsaanpak

48

6.1 Kwantitatieve resultaten

48

6.2 Ervaren veranderingen bij gezinnen met trajectbegeleiding

54

6.3 Conclusies

58

7 Conclusies en discussie 7.1 Conclusies

61 61

7.1.1 Bereik en doelgroep

61

7.1.2 Werkwijze

62

7.1.3 Samenwerking

63

7.1.4 Resultaten

63

7.1.5 Interventietheorie herzien

64

7.2 Aanbevelingen

67

8 Literatuur

69

Bijlage A Voorlopige interventietheorie (2021)

73

Bijlage A Brug naar een positieve toekomst

74

Kinderen in armoede

7

1 Inleiding. 1.1

Achtergrond en aanleiding

gezinnen met geldzorgen te versterken, zodat zij

gezinsaanpak

later minder risico op armoedeproblematiek

Armoede is een hardnekkig probleem dat veel gezinnen en opgroeiende kinderen raakt. In Nederland leeft 1 op de 13 kinderen in armoede, in Rotterdam is dat ongeveer 1 op de 5 kinderen. In sommige wijken van Rotterdam gaat het om meer dan 1 op de 3 kinderen. In absolute aantallen gaat het in Rotterdam om ruim 20.000 kinderen (Gemeente Rotterdam, 2021). Veel onderzoek is uitgevoerd naar de gevolgen van armoede voor kinderen. Hieruit komt naar voren dat het opgroeien in armoede negatieve effecten kan hebben op het welzijn, de ontwikkeling en maatschappelijke participatie

lopen. Beoogde doelen voor ouders zijn verbeteren van hun opvoedvaardigheden, bevorderen van financiële stabiliteit, verminderen van stress, verbeteren van de omgang met armoede, en versterken van het sociale netwerk. Specifiek voor kinderen beoogt de gezinsaanpak hun sociaal-emotionele vaardigheden te verbeteren. Voor de pilot is een plan van aanpak geschreven waarin een aantal uitgangspunten zijn uitgewerkt (Gemeente Rotterdam, 2019). De aanpak bestaat uit activiteiten binnen drie pijlers: 1.

gezinsondersteuners die als vast

van kinderen (NJI, 2020). Het voorkomen of

aanspreekpunt de inzet voor het gezin

verminderen van deze negatieve effecten van

coördineren en het gezin ondersteunen naar

armoede is daarom van groot belang. Het is

de voorzieningen. Het is de bedoeling dat het

tegelijkertijd een enorme uitdaging omdat er nog

gezin langduriger (ongeveer 18 maanden) en

weinig kennis is over wat werkt, voor wie en hoe. In Rotterdam staat het terugdringen van kinderarmoede hoog op de maatschappelijke en

intensiever wordt begeleid dan regulier mogelijk is. 2.

doel dat elk gezin optimaal gebruik kan

Rotterdamse armoedebeleid is het ontwikkelen

maken van het ondersteuningsaanbod in de

en implementeren van een integrale, intensieve opgroeien (Gemeente Rotterdam, 2019). (In het vervolg verder de Gezinsaanpak genoemd). Deze aanpak moet ertoe leiden dat gezinnen in armoede vroegtijdig worden bereikt en met de juiste ondersteuning niet erger in de problemen komen.

1.2

Pilot gezinsaanpak

Wijkcoalities armoede: Aansluiten bij of oprichten van een coalitie armoede met als

politieke agenda. Eén van de maatregelen van het

gezinsaanpak voor kinderen die in armoede

Gezinsondersteuners: Inzetten van

wijk. 3.

Signaleerders ondersteunen: Ondersteunen van professionals bij het signaleren en bespreekbaar maken van armoede door voorlichting of ingekochte trainingen.

De gezinsaanpak wordt uitgevoerd door gezinsondersteuners van PPMO Frontlijn en welzijnspartijen. In elke wijk zijn twee gezinsondersteuners vanuit Frontlijn betrokken

November 2019 is een start gemaakt met een

en twee vanuit een welzijnspartij (WMO Radar en

pilot van de Gezinsaanpak in de wijk Bospolder-

DOCK). De pilot wordt aangestuurd door een

Tussendijken. In 2020 volgden de wijken

projectteam bestaande uit een projectmanager,

Crooswijk (april) en Tarwewijk (maart) en vanaf

een projectleider (voor aansturing

november 2020 is de Gezinsaanpak ook in

gezinsondersteuners), een

Carnisse in uitvoering. Doel van de pilot is om de

methodiekontwikkelaar en een projectsecretaris.

ontwikkelingskansen voor kinderen uit 500

8

Kinderen in armoede

1.3

Doel onderzoek en

1.4.1

onderzoeksvragen

Voor inzicht in de pilot zijn diverse documenten

Documentenanalyse

De onderzoeksafdeling van de gemeente

geanalyseerd, zoals het plan van aanpak,

Rotterdam (OBI) voerde vanaf eind 2019 tot

beleidsplannen, voortgangsverslagen, verslagen

september 2022 onderzoek uit naar deze nieuwe

van digitale werkgroepbijeenkomsten en andere

aanpak. Doel van het evaluatieonderzoek is om

overleggen. Voor meer inzicht in kinderarmoede

het project gedurende haar looptijd te voorzien

en de bestrijding daarvan is een beknopte

van kennis en informatie over de uitvoering,

literatuurverkenning uitgevoerd.

werking en opbrengsten van de gezinsaanpak.

1.4.2 Vragenlijstonderzoek

De onderzoeksvragen zijn als volgt geformuleerd:

Gezinsondersteuners vulden bij elk gezin dat in

-

Wat is de interventietheorie achter de

trajectbegeleiding kwam een vragenlijst in met

Gezinsaanpak Kinderen in armoede?

vragen over de aanmelding, gezinskenmerken,

Hoe wordt de Gezinsaanpak in de praktijk

armoedeproblematiek, stresservaringen in het

georganiseerd, ervaren, gewaardeerd en

gezin en zorgen over de kinderen. Ook bij

wordt de aanpak volgens plan uitgevoerd?

afsluiting van de trajectbegeleiding van een gezin

Wat zijn de resultaten en de ervaren effecten

vulden de gezinsondersteuners een vragenlijst in.

van de Gezinsaanpak: de output en de

Daarin kwamen vragen aan de orde over het

outcome?

traject (bijvoorbeeld reden van afsluiting), inzet

-

-

Gedurende de looptijd van het project zijn twee deelonderzoeken uitgevoerd waar eerder over is gerapporteerd. In de eerste deelrapportage is een voorlopige interventietheorie van de gezinsaanpak beschreven. Deze voorlopige interventietheorie geeft aan hoe de interventie naar verwachting werkt, bij wie en onder welke voorwaarden. De voorlopige interventietheorie diende als uitgangspunt voor het vervolg van het onderzoek en is in onderliggend rapport verder aangescherpt. In bijlage A is de voorlopige interventietheorie schematisch weergegeven. Naar aanleiding van het eerste deelonderzoek is in overleg met de opdrachtgever besloten een vervolgonderzoek uit te voeren naar de samenwerking met en positionering van de gezinsaanpak in de wijk. Resultaten zijn beschreven in een tweede deelrapportage. In onderliggende eindrapportage gaan we in op de beantwoording van bovenstaande onderzoeksvragen en integreren we de uitkomsten uit de genoemde deelonderzoeken.

1.4

Methoden van dataverzameling

van interventies, gebruik van de brug-methodiek, resultaten en ervaringen met ondersteuning aan het gezin.

1.4.3 (Groeps)interviews Deelonderzoek interventietheorie Voor het deelonderzoek naar de interventietheorie zijn interviews gehouden met leden van het projectteam, de methodiekontwikkelaar, en in alle drie de wijken gezinsondersteuners, managers welzijn, gebiedsadviseurs, en wijkteamleiders. Ook interviewden we twee beleidsadviseurs armoede en schulden die in de voorbereiding betrokken waren bij het plan van aanpak. In totaal zijn 31 interviews afgenomen tussen november 2019 en september 2020. De interviews vonden plaats via Microsoft Teams of op een locatie in de wijk. In twee groepsgesprekken, één met projectleiding en methodiekontwikkelaars en één met gezinsondersteuners hebben we de voorlopige interventietheorie besproken. De gesprekken waren bedoeld om te achterhalen of de theorie wordt herkend en volledig is.

We maakten gebruik van verschillende methoden van dataverzameling.

Kinderen in armoede

9

Deelonderzoek naar samenwerking met en

De interviews met ouders en kinderen vonden

positionering van de gezinsaanpak in de wijk

plaats bij een Huis van de Wijk of bij het gezin

Voor het deelonderzoek naar de samenwerking

thuis. De interviews met de gezinsondersteuners

met netwerkpartners zijn interviews gehouden

vonden ofwel via MS Teams plaats op in een Huis

met een diverse groep sleutelinformanten, zowel

van de Wijk.

van formele als informele organisaties uit de betrokken wijken. Sleutelinformanten waren

Algemeen

wijknetwerkers, een wijkconciërge, een huisarts,

In augustus/september 2022 zijn twee

een participatiecoach, een voorlichter EU-

reflectiesessies gehouden: een reflectiesessie met

arbeidsmigranten, een ouderconsulent van een

zes gezinsondersteuners (twee uit elk gebied) en

school, schoolmaatschappelijk werkers, een

een reflectiesessie met leden van het projectteam

wijkpastor en medewerkers van de volgende

(projectmanager, projectleider, projectsecretaris)

organisaties of initiatieven: Vraagwijzer,

en een gezinsondersteuner.

wijkteam, House of Hope, Team Toekomst, project Gijsingflats, islamitische voedselbank, TOS, wijkgebouw De Bron, Van Veldhuizen Stichting (project Van Kansarm naar Kansrijk), afdeling Jeugd (gemeente), gebiedscommissie en armoedeplatform Delfshaven, Expertiseteam Financiën (gemeente), politie en NPRZ. Totaal zijn 33 interviews gehouden in de periode mei tot en met augustus 2021. De interviews vonden plaats via Microsoft Teams of op een locatie in de wijk. Naast de individuele interviews met sleutelinformanten is in oktober 2021 via MSteams een groepsinterview met vijf gezinsondersteuners gehouden. Casusonderzoek Voor het casusonderzoek zijn interviews gehouden met vijftien ouders en met de gezinsondersteuners die deze gezinnen begeleiden. De ouders zijn vooraf schriftelijk geïnformeerd over het onderzoek en vulden een toestemmingsformulier in. Zowel ouders als gezinsondersteuners zijn twee keer geïnterviewd, een keer na ongeveer een jaar begeleiding en nog een keer na ongeveer anderhalf jaar begeleiding. Daarnaast is ingezet op het interviewen van één van de kinderen (vanaf 8 jaar) uit het

Omgang en verwerking data Bij aanvang van het interview is aan betrokkenen toestemming gevraagd voor opname en verwerking van het gesprek. Alle respondenten gaven deze toestemming. De interviews zijn anoniem overgedragen aan en woordelijk uitgeschreven (getranscribeerd) door een extern transcriptiebureau. De uitgewerkte interviews zijn vervolgens door de onderzoekers gecodeerd en geanalyseerd met behulp van het programma ATLAS.ti. De uitspraken, die ter illustratie in deze rapportage zijn opgenomen, zijn niet herleidbaar tot individuele respondenten.

1.5

Leeswijzer

Dit rapport is na deze inleiding als volgt opgebouwd. Hoofdstuk 2 gaat over de gevolgen en de bestrijding van kinderarmoede. Hoofdstuk 3 beschrijft het bereik van de Gezinsaanpak. Hoofdstuk 4 geeft weer hoe de Gezinsaanpak in de praktijk wordt uitgevoerd. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de samenwerking met wijknetwerkpartners. Hoofdstuk 6 beschrijft de resultaten van de Gezinsaanpak. Hoofdstuk 7 sluit af met conclusies en aanbevelingen.

desbetreffende gezin. Zes interviews zijn afgenomen bij kinderen. Zowel ouders als kinderen kregen na afloop van het interview een cadeaubon.

10

Kinderen in armoede

2 Over kinderarmoede en de bestrijding daarvan Op basis van enkele overzichtsstudies, onder

kans dat kinderen te maken kunnen krijgen met

andere van het Nederlands Jeugdinstituut (2020),

criminaliteit is daardoor groter.

beschrijven we in dit hoofdstuk wat kinderarmoede inhoudt, wat de kenmerken zijn

Uit kwalitatieve onderzoeken komt naar voren dat

van kinderen die in armoede opgroeien en wat dat

kinderen uit arme gezinnen negatiever oordelen

voor hen betekent. Vervolgens gaan we in op de

over hun leven of zich vaker ongelukkig voelen

bestrijding van kinderarmoede aan de hand van

vanwege de armoede dan kinderen die daarmee

een rapport van het Verwey-Jonker Instituut

niet te maken hebben. Ze zijn vaker ontevreden

(2021), waarbij het gaat over drie vormen van

over de liefde, aandacht en steun van hun ouders

kinderarmoede. Als laatste besteden we aandacht

en hebben vaker te maken met spanningen en

aan enkele gezinsaanpakken kinderarmoede die

ruzies binnen het gezin. De kinderen maken zich

vanuit informele organisaties in Rotterdam

ook vaker zorgen. Hun bezorgdheid is vooral

worden uitgevoerd (Lusse e.a., 2021). We

gericht op geldproblemen, maar ook op de angst

beschrijven de werkwijze, de resultaten en de

om bijvoorbeeld het huis uitgezet te worden, geen

werkzame elementen van deze aanpakken.

eten of spullen te hebben of op nog meer schulden van het gezin. Bij kinderen kan deze ongerustheid

2.1

Kinderarmoede

Bij kinderarmoede gaat het om de gevolgen die kinderen kunnen ondervinden door het lage inkomen van hun ouders. Daarbij gaat het om negatieve gevolgen voor de fysieke, sociale en emotionele ontwikkeling, het welbevinden en de schoolprestaties van kinderen. De kans hierop is groter als een kind opgroeit in een eenoudergezin, een gezin met een niet-westerse achtergrond, een gezin met een bijstands-, arbeidsongeschiktheidsof werkloosheidsuitkering of een gezin met een laagopgeleide ouder. Kinderen uit arme gezinnen gaan minder vaak op vakantie dan kinderen uit gezinnen zonder geldzorgen. Ze doen minder vaak mee aan betaalde activiteiten, bijvoorbeeld als lid van een sportvereniging. Wel nemen ze in ongeveer gelijke mate deel aan uitstapjes van school of de kinderopvang als kinderen die niet in armoede opgroeien. Kinderen die in armoede groot groeien brengen hun vrijetijd vaker door met buiten spelen of op straat rondhangen. Ook wonen ze vaker in kwalitatief slechtere woningen in buurten die als slecht of onveilig worden beschouwd. De

Kinderen in armoede

leiden tot fysieke of psychische klachten zoals hoofdpijn, buikpijn of vermoeidheid. Tegenover dit alles staat dat de meeste kinderen uit arme gezinnen aangeven dat ze het thuis fijn hebben. Daarnaast blijkt dat kinderen uit arme gezinnen liever niet praten over de armoede van het gezin. Ze proberen hun omstandigheden vaak te verbergen door er niet met vriendjes over te praten. Ook praten ze zo weinig mogelijk met hun ouders over geld en laten ze niet merken dat ze iets graag willen hebben of iets willen doen dat geld kost. Kinderen kunnen zich wel gesteund voelen als ze een goed contact hebben met een volwassene buiten het gezin om over hun situatie thuis te praten, bijvoorbeeld een familielid of een schoolmaatschappelijk werker. Om met armoede om te gaan laten kinderen verschillende manieren zien (Snel e.a., 2021). Ze kunnen actief zoeken naar (financiële) oplossingen voor het gebrek aan geld (verzamelen van statiegeldflessen, kleding ruilen en dergelijke), passief reageren en berusten in de omstandigheden of confronterende situaties

11

vermijden en actief zoeken naar afleiding. Uit een

maatjes effectief, maar ook hulpverleners met een

zestal kinderportretten (De Beleidsonderzoekers,

migratieachtergrond. Daarnaast is het belangrijk

2021) blijkt dat kinderen vooral deze laatste

te zorgen voor inclusieve bejegening en

manier inzetten. Volgens de onderzoekers

aanpakken vanuit overheid en instituties.

proberen kinderen hiermee de psychologische gevolgen van armoede te vermijden, vooral ook

In tegenstelling tot generatie en migratiearmoede

om hun ouders te beschermen, te ontlasten en hen

zijn bij situationele armoede de patronen die

zo min mogelijk extra (geld)zorgen en stress te

armoede in stand kunnen houden nog niet

bezorgen.

ingesleten. De acute oplossingen zitten met name in het verhogen van inkomen, verlagen van kosten

2.2

Bestrijden van kinderarmoede

Een recent rapport van het Verwey-Jonker Instituut (2021) beschrijft de bestrijding van drie vormen van kinderarmoede, te weten generatiearmoede, migratiearmoede en situationele armoede. De twee laatstgenoemde vormen worden beschouwd als risicofactoren voor het ontstaan van langdurige armoede en generatie armoede. Bij generatie armoede gaat het om armoede die van generatie op generatie wordt doorgegeven. Bij migratiearmoede vormt de migratieachtergrond een belemmerende factor om uit de armoede te komen. Bij situationele armoede is de armoede gerelateerd aan een ingrijpende (levens)gebeurtenis, zoals echtscheiding, verlies van een baan, of onverwachte ziektekosten. Het bestrijden van kinderarmoede vraagt volgens de auteurs om een langdurige integrale inzet op het bestrijden van de gevolgen, de oorzaken en de in standhoudende factoren of mechanismen van kinderarmoede. Bij migratiearmoede zijn er specifieke factoren die de armoede in stand houden zoals het niet spreken van de Nederlandse taal, hebben van een lage opleiding, niet kennen van het Nederlandse onderwijs en zorgsysteem en het ontbreken van een sociaal netwerk. Genoemde factoren dragen eraan bij dat vooral de arbeidspositie van mensen met een migratieachtergrond en in het bijzonder van vrouwen met een migratieachtergrond over het algemeen zwakker is dan van mensen met een Nederlandse achtergrond.

Andere factoren zijn de traditionele rolverdeling tussen mannen en vrouwen en gebrek aan werkervaring. Voor deze vorm van armoede zijn intermediaire personen zoals ervaringsdeskundigen, sleutelpersonen of

12

en zorgen dat kinderen kunnen (blijven) meedoen op allerlei terreinen en niet worden uitgesloten. Ook het voorkomen van chronische stress bij kinderen is van belang. Voor de bestrijding van deze vorm van armoede is vroegsignalering en het doorbreken van schaamte van belang zodat tijdige actie mogelijk is. Om langdurige armoede te voorkomen en de armoedecyclus te doorbreken gaat het bij de aanpak van generatiearmoede én migratiearmoede om het aanpakken van acute problemen op verschillende domeinen en het tegelijkertijd aanpakken van vaak dieperliggende en meer maatschappelijke oorzaken. De dieperliggende oorzaken bij deze vormen van armoede vereisen onder meer om een goede samenwerking tussen gemeente en netwerkpartners in de wijk om armoede te signaleren, het doorbreken van stigma’s en discriminatie, gericht wijkenbeleid, kansengelijkheid in het onderwijs en op de arbeidsmarkt en het vergroten van bewustwording en kennis van armoedeproblematiek bij professionals en instanties. Om te komen tot een dergelijke integrale, meerjarige en multidimensionale aanpak is het belangrijk dat de samenwerking start vanuit een door alle betrokkenen gevoelde urgentie en een gezamenlijk gedragen visie op de preventie en bestrijding van kinderarmoede.

Vanuit die visie kunnen doelen worden opgesteld, waaraan een ieder een bijdrage kan leveren vanuit zijn eigen rollen, taken en verantwoordelijkheden. Ten aanzien van het signaleren van kinderarmoede is

Kinderen in armoede

met name een sterke sociale basis van belang, waarbij signaleerders een goed contact hebben

-

Professionele nabijheid (een presente en empowerende attitude)

met ouders en kinderen. Vervolgens gaat het om het toeleiden van mensen in armoede naar

Het hulpaanbod van de organisaties is breed:

passende hulp. Dat vraagt om samenwerking

naast individuele steun ook een inloop-, en

binnen en tussen domeinen. De gemeente kan

huiskamerfunctie, een ontmoetingsruimte en

daaraan bijdragen door de gewenste samenwer-

activiteiten voor ouders en kinderen en soms de

king te organiseren en ervoor te zorgen dat de

mogelijkheid om mee te kunnen werken als

randvoorwaarden voor samenwerking aanwezig

vrijwilliger. Ook doen de organisaties aan

zijn.

gemeenschapsvorming. Ze zijn beschikbaar als een tweede thuis. Vrijwilligers maken onderdeel

2.3

Gezinsaanpak informele

uit van het netwerk van de gezinnen. Als dit

organisaties Rotterdam

aanbod ontbreekt, wordt een warme overdracht

Vanaf 2019 zijn op initiatief van het Laurensfonds (Lusse e.a., 2021) in verschillende wijken negen

verzorgd naar organisaties die een dergelijk hulpaanbod wel bieden.

informele organisaties gestart met intensieve,

Van de gezinnen die de vijf organisaties

integrale projecten op het gebied van

gezamenlijk hebben bereikt, is ruim twee derde

kinderarmoede. De aanpakken zijn bedoeld om

een eenoudergezin. Een derde van de ouders

gezinnen in armoede duurzaam te versterken. Vijf

heeft geen startkwalificatie en eveneens een

deelnemende organisaties hebben een

derde heeft moeite met het spreken en begrijpen

christelijke grondslag en zijn op een breder thema

van de Nederlandse taal. Iets meer dan de helft

dan armoede actief. Ze bieden individuele

van de ouders heeft naast de zorg voor kinderen

begeleiding en ondersteuning in

geen dagbesteding in de vorm van een opleiding

groepsactiviteiten. De overige organisaties

of vrijwilligerswerk. De belangrijkste hulpvragen

richten zich specifiek op arme gezinnen. Zij

van de ouders gaan over financiën, wonen en

komen daarmee in contact komen via andere

gezondheid.

projecten die ze uitvoeren. Alle negen organisaties hebben deelgenomen aan onderzoek

Uit interviews met ouders blijkt dat veel gezinnen

naar de aanpak van de pilot van het Laurensfonds.

vooruitgang boeken op achterliggende

Bij het monitoronderzoek zijn vijf organisaties

problematiek. De ouders zijn bovendien meer

betrokken: vier organisaties met een christelijke

gaan participeren en doen meer vrijwilligerswerk.

grondslag én één doelgroepgerichte organisatie.

Echter niet alle ouders kunnen zelfstandig door.

Daarnaast is er met alle deelnemende

Soms is voorkomen dat ouders afglijden het

organisaties een leerkring gevormd, waarbij de

hoogste haalbare doel. Ouders zijn dankbaar voor

monitor als input diende. Het onderzoek duurde

de steun die ze krijgen en voor de rust die

van januari 2019 tot en met oktober 2021.

gerealiseerd is. Zij voelen zich serieus genomen, krijgen meer zelfvertrouwen en leven op als ze

De werkwijze van de vijf organisaties hebben een

deelnemen aan het netwerk van de organisatie.

aantal overeenkomende kenmerken: -

Toegankelijkheid (outreachend, informele

Op basis van de monitor en de leerkring zijn voor

toegang, vast contactpersoon, bereikbaar

de aanpak acht werkzame elementen in drie

buiten kantoortijden, inbedding in netwerk)

thema’s benoemd als succesfactor.

-

Integrale ondersteuning (steun op alle

-

Flexibele fasering (methodisch en gefaseerde

leefgebieden, gericht op alle gezinsleden) aanpak, die flexibel meebeweegt)

Kinderen in armoede

13

Toegankelijk voor gezinnen -

Laagdrempeligheid: een outreachende benadering en informele toegang. Geen formele voorwaarden of wachtlijst.

-

Continuïteit: vaste contactpersoon, ook buiten kantoortijden beschikbaar. Beschikbaar blijven als vangnet.

Aansluiten bij gezinnen -

Vertrouwen: positieve bejegening van, geloof in en regie bij het gezin.

-

Presentie: niet oordelend luisteren naar gezinnen. Vanuit relatie onvoorwaardelijk naast gezinnen staan.

-

Maatwerk: stress-sensitief, pragmatisch en flexibel aansluiten op behoeften en tempo van het gezin.

Duurzaam voor gezinnen -

Integraliteit: gerichtheid op alle leefgebieden en gezinsleden/generaties. Inbedding in het lokale netwerk.

-

Empowerment: aandacht voor en versterken van wat goed gaat, gericht op het opdoen van succeservaringen.

-

Gemeenschapsvorming: het versterken van het netwerk van gezinnen, de sociale gemeenschap en samenredzaamheid.

14

Kinderen in armoede

3 Bereikte gezinnen Dit hoofdstuk beschrijft de bereikte gezinnen. We

via familie of vrienden over de

gaan in op de bereikte aantallen, vindplaatsen en

gezinsondersteuners hoorden.

kenmerken van de gezinnen. Wat in algemene zin

Gezinsondersteuners zorgen ervoor dat deze

opvalt is dat er twee groepen zijn bereikt. Een vrij

mensen ‘warm’ worden overgedragen naar andere

grote groep die veelal met een enkelvoudige

hulpverleners omdat de doelgroep voor de

(financiële) hulpvraag kwam en een wat kleinere

Gezinsaanpak een binding moet hebben met de

groep met meerdere hulpvragen, waaronder

wijk, niet alleen in de vorm van wonen, maar ook

financiële vragen. Deze laatste groep is de

bijvoorbeeld in de vorm van werken, de school

beoogde doelgroep van de integrale, intensieve

van de kinderen of de huisarts.

trajectbegeleiding. Dat een relatief grote groep mensen met een enkelvoudige hulpvraag bij de

3.1

Bereikte aantallen

Gezinsaanpak terecht komt, heeft waarschijnlijk

In totaal bereikte de Gezinsaanpak in de

te maken met de outreachende, laagdrempelige

onderzoeksperiode 770 unieke gezinnen, waarvan

werkwijze van de gezinsondersteuners (geen

597 met een (in eerste instantie) enkelvoudige

wachtlijst, geen registratie, geen formeel kantoor,

hulpvraag en 173 gezinnen met een meervoudige

geen associatie met een overheidsinstantie; zie

hulpvraag: zie tabel 3.1. Laatstgenoemde groep

paragraaf 4.2).

zijn de gezinnen met trajectbegeleiding. Deze groep bestaat voor iets meer dan de helft (55%)

Wat verder opvalt is dat de outreachende, laagdrempelige werkwijze ook mensen aantrekt die buiten de pilotwijken wonen, vaak omdat ze

uit gezinnen die met een enkelvoudige hulpvraag zijn bereikt. De overige gezinnen zijn direct het traject ingestroomd.

Tabel 3.1. Bereikte aantallen gezinnen, hulpvragen en trajecten naar pilotwijk

Bereikte aantallen

Unieke gezinnen

Eerste hulpvraag*

Van eerste hulpvraag* naar traject

Trajecten

Afgeronde trajecten

Bospolder-Tussendijken

379

350

11%

69

33%

Crooswijk

210

190

9%

37

60%

Tarwewijk/Carnisse

181

152

25%

67

18%

Totaal / Gemiddeld

770

692

14%

173

33%

Bron: notitie Gezinsaanpak cijfers van start november 2019 tot 1 mei 2022, bewerking OBI * In dit verslag enkelvoudige hulpvraag genoemd.

Gezinsaanpak in deze wijk al in het najaar van

Vooral in Bospolder-Tussendijken zijn veel

2019 van start is gegaan en direct (door eerdere

gezinnen met een enkelvoudige hulpvraag bereikt, meer dan in de andere twee wijken . Dit is

aanwezigheid van Frontlijn in de wijk) kon

onder andere toe te schrijven aan het feit dat de

aansluiten bij bestaande wijknetwerken 2, waarbij

1

1 2

De wijken Tarwewijk en Carnisse beschouwen wij in dit onderzoek als één wijk. Vanuit het programma Veerkrachtig is een financiële bijdrage geleverd aan de Gezinsaanpak

Kinderen in armoede

15

het thema armoede al hoog op de agenda stond.

Gezinsaanpak wat later dan de andere wijken

De andere wijken zijn met de Gezinsaanpak in

goed op gang is gekomen en dus ook later

2020 gestart en waren genoodzaakt om eerst aan

trajecten afrondt. In Crooswijk daarentegen was

netwerkvorming te doen.

er vanaf de start een stabiel team van gezinsondersteuners.

Vanuit de gezinnen met een enkelvoudige hulpvraag is bijna 15 procent doorgestroomd naar

Vindplaatsen

de trajectbegeleiding. Vergeleken met de beide

De groep gezinnen met enkelvoudige hulpvragen

andere wijken is de doorstroom in

bestaat uit personen die zelf of op een spreekuur

Tarwewijk/Carnisse met 25 procent hoog. Een

in de wijk contact zochten met de Gezinsaanpak

mogelijke verklaring is dat de

of door een netwerkpartner zijn aangemeld. De

gezinsondersteuners in Tarwewijk/Carnisse een

belangrijkste vindplaatsen zijn de spreekuren en

iets andere procedure hanteren voor het

de wijknetwerkpartners: zie tabel 3.2). De mate

opstarten van een traject dan de

waarin de vindplaatsen een rol spelen, verschilt

gezinsondersteuners in de andere wijken.

echter per wijk. In Bospolder-Tussendijken zijn de

Van alle gezinnen met trajectbegeleiding is het traject op de peildatum van het onderzoek (1 mei 2022) bij ongeveer een derde afgesloten. Naar verhouding zijn veel dossiers gesloten in Crooswijk en weinig in Tarwewijk/Carnisse. Een verklaring is dat de uitvoering van de Gezinsaanpak in Carnisse veel later startte dan in de andere twee wijken en er in

spreekuren de belangrijkste vindplaats. Het gaat hier om de spreekuren op verschillende scholen, in het Huis van de Wijk en bij weggeefwinkel YESS!. In Crooswijk en in Tarwewijk/Carnisse is vooral de welzijnsorganisatie (collega, inloop, beldienst) een belangrijke vindplaats. In Crooswijk valt op dat er wat vaker verwijzingen zijn vanuit scholen of schoolmaatschappelijk werk, CJG, de activerings- of werkcoach, het

Tarwewijk/Carnisse ook nog veel

wijkteam, en de huisarts.

personeelswisselingen waren waardoor de Tabel 3.2 Vindplaatsen naar pilotwijk Vindplaatsen

BospolderTussendijken

Crooswijk

Tarwewijk/ Carnisse

Totaal

Spreekuren

219

63%

37

19%

53

35%

309

45%

Zelfmelders

47

13%

67

35%

13

9%

127

18%

Welzijnspartij

58

17%

23

12%

49

32%

130

19%

Scholen/SMW

8

2%

13

7%

1

1%

22

3%

CJG

1

0%

11

6%

3

2%

15

2%

Activerings/werkcoach

0

0%

9

5%

2

1%

11

2%

Huisarts

0

0%

8

4%

4

3%

12

2%

Wijkteam

3

1%

6

3%

1

1%

10

1%

Overige partners

14

4%

16

8%

26

17%

56

8%

Totaal gemiddeld

350

100%

190

100%

152

100%

692

100%

Bron: notitie Gezinsaanpak cijfers van start november 2019 tot 1 mei 2022, bewerking OBI

16

Kinderen in armoede

Van alle gezinnen met trajectbegeleiding, zo blijkt

wijken. Zo zijn de financiële hulpvragen (inclusief

uit ons vragenlijstonderzoek, is ongeveer de helft

die voor de kinderen) met iets meer dan 70

door een netwerkpartner aangemeld; veelal door

procent het hoogst in Bospolder-Tussendijken.

de welzijnsorganisatie, maar ook door scholen

Terwijl in Tarwewijk/Carnisse de

en/of het schoolmaatschappelijk werk, iets

huisvestingsproblemen met 20 procent het

minder vaak ook door huisartsen en het wijkteam,

hoogst scoren. Als het gaat om kindgerelateerde

en veel minder vaak door verschillende andere

vragen (over financiële steun voor spullen en

formele en informele partijen, zoals een

activiteiten of over opvoeding, scholen en

woningcorporatie, CJG, een werk- of

dergelijke) dan is de score met zo’n 30 procent het

activeringscoach, Iets meer dan 30 procent van

hoogst in Crooswijk.

de gezinnen zijn bereikt met een spreekuur in de wijk. De overige gezinnen zochten op een andere

In de gesprekken met gezinsondersteuners blijkt

manier contact: veelal telefonisch maar ook

dat mensen met een enkelvoudige hulpvraag vaak

bijvoorbeeld door een gezinsondersteuner aan te

op de spreekuren terugkomen. Soms ook blijkt na

spreken in het Huis van de Wijk.

verschillende gesprekken dat er veel meer problematiek aan de hand is. Ook kan het daarbij

3.2

Kenmerken bereikte gezinnen

3.2.1 Gezinnen met een enkelvoudige hulpvraag

gaan om problematiek waarbij de hulp volgens gezinsondersteuner niet meer als preventief kan worden beschouwd. Gezinnen die ervoor open staan worden dan warm overgedragen naar het

Bij een belangrijk deel van de gezinnen met een

wijkteam. Bij de gezinnen die dat niet willen

enkelvoudige hulpvraag betreft het eerste contact

blijven de gezinsondersteuners betrokken

met een gezinsondersteuner een financiële

vanwege het opgebouwde vertrouwen, echter niet

hulpvraag. Zo gaat de helft van de eerste

altijd met trajectbegeleiding. Sommige ouders

hulpvragen over inkomen, schulden, (financiële)

willen geen trajectbegeleiding vanwege eerdere

administratie en dergelijke. En bijna een vijfde

slechte ervaringen met hulpverleners en blijven

betreft financiële steun voor kinderen voor onder

liever op het spreekuur komen.

meer (sport)activiteiten en noodzakelijke spullen als een fiets of een bed. Een kleiner maar nog wel substantieel deel van de hulpvragen (15%) heeft met huisvesting te maken. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om het aanvragen van een urgentieverklaring, hulp bij bankslapen of woningoverlast. Hulpvragen ten behoeve van kinderen zoals over opvoeding, scholen en activiteiten zijn met iets meer dan 5 procent beperkt. Overige eerste hulpvragen variëren van lichte hulpvragen over (vrijwilligers)werk, opleiding, taalcursussen en gezondheidsproblemen (fysiek, mentaal, coronavirus), tot vragen over hulpmogelijkheden voor ernstiger problematiek zoals huiselijk geweld en zelfmoordneigingen. Ook in de hulpvragen zijn er verschillen tussen

Kinderen in armoede

Ik denk dat een deel van onze mensen die wij zien die dan niet uiteindelijk belanden in een traject, is ook omdat ze eerder in het wijkteam hebben gezeten. Heel vaak hoor je dat ze ergens een hulpverleningstraject hebben gehad en dan zijn ze niet tevreden daarover, dan willen ze ook niet terug naar hetzelfde. Maar het zijn mensen die je dan bijna altijd, je kunt bijna zeggen van die zullen altijd hulp nodig hebben op de een of andere manier. Die blijven gewoon terugkomen. Gezinsondersteuner, augustus 2022 Ook blijkt dat de gezinnen op de spreekuren vaak al een (lange) geschiedenis van hulpverlening kennen. Zo merkten de gezinsondersteuners dat een deel van de gezinnen met wie zij op een spreekuur contact hadden al eerder hulp hadden van het wijkteam, door het wijkteam waren afgeschaald of nog in een traject zaten bij het

17

wijkteam zonder dat te melden. Het gaat hier

is 18 jaar of ouder. In de meeste gevallen gaat het

bijvoorbeeld om ouders die niet bij het wijkteam

om gezinnen met twee kinderen. Maar gezinnen

durven aan te geven dat ze naast de hulp voor hun

met vier of vijf kinderen komen ook voor.

kind ook nog hulp nodig hebben voor financiële problemen uit angst dat ze hun kind kwijtraken.

Bij de meeste gezinnen is de moeder verantwoordelijk voor de verzorging en

3.2.2 Gezinnen met een meervoudige hulpvraag Armoedeproblematiek wordt doorgaans gekenmerkt door problemen op verschillende andere leefgebieden. Daarbij gaat het om sociaaleconomische kwetsbaarheid, psychosociale problematiek en een moeizame relatie met hulpverleners en organisaties. Uit ons onderzoek blijkt dat veel gezinnen met trajectbegeleiding aan deze kenmerken voldoen. Algemene kenmerken -

Gezinssamenstelling

Van de groep gezinnen met een meervoudige hulpvraag is iets meer dan 60 procent een éénoudergezin (vooral moeders met thuiswonende kinderen), bijna 30 procent een (echt) paar met thuiswonende kinderen. De overige gezinnen wonen vaak met familieleden samen, bijvoorbeeld met een oma en/of opa, een zus of broer, een neef enzovoorts. Bijna 80 procent van de ouders is niet in Nederland geboren. Relatief veel ouders zijn afkomstig uit Marokko en Antillen/Aruba. Daarna volgen ouders die Suriname, Bulgarije, of Kaapverdië als herkomstland hebben. De overige ouders zijn afkomstig uit verschillende andere niet-westerse en Oost-Europese landen. Van de ouders die in Nederland zijn geboren heeft een groot deel ook een migratie-achtergrond. De gemiddelde leeftijd van de ouders is 38 jaar. De thuiswonende kinderen zijn niet allemaal minderjarig. De kinderen variëren in ontwikkeling van baby tot jongvolwassene. Het grootste deel van de kinderen is jonger dan 18 jaar. Van alle thuiswonende kinderen is iets meer dan 25 procent jonger dan 5 jaar, 45 procent betreft 5- tot 13-jarigen en iets minder dan 20 procent 13- tot 18-jarigen. Ongeveer 10 procent van alle kinderen

18

opvoeding van de kinderen. Van alle gezinnen is bij bijna 75 procent van de gezinnen de moeder de hoofdopvoeder, bij circa 10 procent is dat de vader en bij iets meer dan 10 procent beide ouders. Bij iets minder dan 5 procent van de gezinnen ontfermt een andere volwassene (bijvoorbeeld een oma, een tante, een vriendin) zich over de opvoeding en verzorging van de kinderen. -

Sociaal-economische kenmerken

Het overgrote deel van de ouders behoort tot de lager- of middelbaar opgeleiden. Van de ouders is 70 procent laag opgeleid. Zij hebben geen onderwijs (10%) of lager onderwijs (15%) gevolgd of maximaal een vmbo-opleiding (45%) afgerond. Bijna 20 procent is middelbaar opgeleid. Zij hebben een afgeronde mbo-opleiding. Iets minder dan 10 procent van de ouders heeft een afgeronde hogere opleiding. Van alle gezinnen heeft 5 procent geen enkele inkomstenbron, ook geen uitkering. In een van de casussen weet een gezin te leven door een combinatie van alimentatie, structurele bijdragen/giften van familie en incidenteel leningen uit het sociaal netwerk. Bij iets meer dan driekwart van de gezinnen heeft één persoon een inkomen. Bij de overige gezinnen hebben meer personen een inkomen. Dit kunnen andere volwassenen of kinderen met studiefinanciering en/of een bijbaantje zijn. Zo is bij een gering deel van de gezinnen studiefinanciering ook een bron van inkomen, naast bijvoorbeeld een uitkering of werk. De meest voorkomende inkomensbron is een uitkering (75%). Daarvan is driekwart een bijstandsuitkering en een kwart een andere uitkeringsbron zoals een ziektewetuitkering, WIA-uitkering, Wajong-uitkering,

Kinderen in armoede

arbeidsongeschiktheidsuitkering of een

bijvoorbeeld de Belastingdienst, Wijkteam, De

werkloosheidsuitkering. Inkomen uit werk is een

Vraagwijzer, W&I of door de verhalen die hierover

beduidend minder vaak voorkomende

de ronde doen. In het casusonderzoek vertelt een

inkomensbron (30%), en komt soms voor in

moeder over haar eerdere ervaringen met de hulp

combinatie met een (aanvullende) uitkering. Dit

van het wijkteam.

betreft vooral mensen in loondienst en een enkele ZZP’er. De meerderheid van de groep in loondienst werkt in deeltijd, variërend van 8 tot en met 32 uur per week. Gemiddeld werken de gezinnen 27 uur per week. -

Beperkingen

Ongeveer een derde van de ouders heeft naar het oordeel van de gezinsondersteuners moeite met het spreken en begrijpen van de Nederlandse taal. Bijna de helft heeft moeite met lezen en schrijven. Bij ongeveer driekwart van de gezinnen voerden de gezinsondersteuners de gesprekken volledig in

Ik ben uiteindelijk weer naar dat wijkteam. Is die mevrouw weggegaan naar een andere baan, ik weet het niet, heeft ze iemand anders gelaten. Die vrouw die helpt mij ook niet. Die blijft alleen maar naar de kinderen vragen. Ik heb zoiets, hou de kinderen erbuiten alstublieft. De kinderen markeren niks. Als er wat is, zou de school dat doorgeven. De kinderen hebben goede rapporten. Ik vraag dat u mij aan dit en dit helpt. Maar dan ga ik elke keer op afspraak, dan geef ik aan, maar ik word niet geholpen, ik word niet serieus genomen. Ik heb zoiets, ik heb wel hulp nodig, maar bij sommige mensen kom ik dan daar en dan doen zij wat zij willen. Moeder, casus 13

het Nederlands en bij ongeveer 10 procent

Een ander motief dat ouders ervan weerhoudt om

grotendeels in een andere taal, onder meer in het

bij de overheid aan te kloppen zijn gevoelens van

Engels, Arabisch, Turks.

schaamte, schuld, én trots. Zo vertelt een van de

Uit het casusonderzoek blijkt dat het veel ouders ontbreekt aan basisvaardigheden. Ze zijn veelal niet goed in staat om hun financiën te ordenen, schriftelijke informatie (brieven, formulieren en dergelijke) te begrijpen, online informatie op te zoeken of om met instanties het gesprek aan te gaan. Ze hebben weinig inzicht in de mogelijkheden om hulp te krijgen, zoals sociale voorzieningen en de toegang tot hulp. Een andere beperking betreft het veelal kleine sociale netwerk of het gebrek daaraan. Ongeveer een vijfde van de ouders ervaart geen enkele sociale steun. Zo is er in het casusonderzoek een moeder die geïsoleerd met haar kinderen leeft. Ze

gezinsondersteuners dat sommige ouders liever niet met haar gezien willen worden, niet in de open ruimte van het wijkgebouw en ook niet in verband met een huisbezoek. Maar ook, wat ik merk bij ons in de wijk, iedereen kent een beetje iedereen daar. Het is echt ons kent ons. En als ik een afspraak heb bijvoorbeeld bij Pier80. ‘Ja, kan de deur dicht, niemand moet horen, ik wil niet dat iemand ziet dat ik hier ben’. Dus dan zijn ze ook best wel terughoudend om te lang bij je te zitten of alles te bespreken. Ze willen sowieso vaak niet dat je op huisbezoek komt op bepaalde tijden, want dat is iedereen thuis. Dat willen ze ook niet. Dus het is lastig. Het is heel lastig. Gezinsondersteuner, augustus 2022

is gescheiden, heeft geen vriendenkring, spreekt

Een geheel andere verklaring om niet bij de

geen Nederlands en komt alleen de deur uit voor

overheid om hulp te vragen is gebrek aan kennis

haar kinderen. Voor het sociale contact is ze

over de sociale voorzieningen en de toegang tot

volledig afhankelijk van de gezinsondersteuner.

overheidszorg. Zo is een moeder in een van de onderzochte casussen bang dat de

-

Afstand tot overheid

bijstandsuitkering, die de gezinsondersteuner

Een van de redenen dat gezinnen zich niet met

voor haar heeft geregeld, op een bepaald moment

hulpvragen bij overheidsinstanties melden, komt

stopt.

volgens de gezinsondersteuners voort uit wantrouwen door eigen negatieve ervaringen met

Kinderen in armoede

Laatst vroeg ze me ook van, wanneer gaat het geld stoppen? Omdat ze denkt dat haar uitkering ineens

19

stopgezet gaat worden. Ik zeg, nee. Zolang je doet wat van je verwacht wordt, je hoeft van hun (Prestatie010) niet te werken. Ik zeg, je kan rustig aan doen, het komt allemaal goed. Ik zeg, zolang je af en toe wat van je laat horen en ze zien dat je in beweging bent, prima, alles is oké. En dan kijkt ze me echt zo aan alsof ik volkomen gestoord ben. Ik zeg, nee. Niks gaat gebeuren, alles is oké. Dat moet je echt een paar keer tegen haar zeggen voordat het valt van, het is echt oké. Gezinsondersteuner, casus 9 Kenmerken armoedeproblematiek De hulpvragen van de ouders bij de start van het intensieve begeleidingstraject gaan volgens gezinsondersteuners vaak gepaard met stress waardoor de ouders minder goed in staat zijn om te denken en te functioneren. Uit het

een vechtscheiding, heeft ze samen met haar expartner schulden, kan ze met moeite haar vaste lasten betalen en leent ze geld bij vrienden. Moeder is depressief en mist de familie in haar thuisland. Ook heeft moeder fysieke klachten. Daarbij maakt ze zich zorgen over haar zoontje, die door de ruzies tussen zijn ouders soms tegen haar schreeuwt en verdrietig is als zijn vader hem alweer niet komt ophalen. Voor haar inkomen is moeder afhankelijk van de ziektewetuitkering. Ook uit de redenen voor de hulpverzoeken in het vragenlijstonderzoek blijkt dat er vaak al sprake is van meervoudige problematiek. Hieronder enkele voorbeelden die gezinsondersteuners noteerden: -

bij uitleg moeilijke brieven, graag praten over

casusonderzoek blijkt dat de stress niet altijd

haar (juridische) situatie met ex-partner en de

(alleen) het gevolg van de financiële problematiek

invloed op haar zoon. Cliënt heeft tevens

is. In een aantal gevallen domineert een andere stressbron, zoals angst voor partnergeweld, een verlopen verblijfsvergunning, dreigende

verslavingsproblematiek. -

opleiding volgen maar door haar thuissituatie

van een jong kindje.

verloopt dit moeizaam. Er is sprake van hoge schulden, Zoon van 13 kampt met epilepsie en

Vaak gaat de stress samen met psychosociale

heeft regelmatig aanvallen. Moeder weet niet

problemen, zoals angsten, somberte,

waar te beginnen met het vragen van hulp.

vermoeidheid, slecht slapen. Het gezinnen sprake is van langdurige stress. Twee derde van de ouders ervaart al minstens een jaar lang stress. Meest voorkomende soorten, die overigens naast elkaar kunnen bestaan, zijn: geldstress, mentale stress, en stress door ingrijpende levensgebeurtenissen. Bij het casusonderzoek is in alle gevallen sprake van meervoudige problematiek. Daarbij gaat het om psychosociale problemen, financiële problemen, partnergeweld, vechtscheidingen, materiële problemen, huisvestingsproblemen, opvoedproblemen en dergelijke. Een voorbeeld is een casus van een moeder die door haar huisarts is doorverwezen. Ze verkeert in grote stress omdat haar verblijfsvergunning is verlopen. Haar angst is dat zij zonder haar zoontje het land wordt

Moeder is vanuit werkcoach bij ons aangemeld. Ze wil graag werken en een

huisuitzetting of een levensbedreigende ziekte

vragenlijstonderzoek toont dat er bij de meeste

Cliënt wil graag begeleiding ondersteuning

-

Financiële problematiek

Bij veel gezinnen zijn er betalingsachterstanden en/of schulden. Soms zijn de schulden zo hoog dat schuldhulp of schuldsanering onontkoombaar is. Zo is de helft van alle gezinnen niet in staat om elke maand de vaste lasten te betalen. Bij de helft van deze groep bestaat dit probleem al langer dan een jaar. Bij 15 procent zelfs langer dan vier jaar. Ruim 60 procent van de gezinnen heeft schulden. De schulden variëren van €1.000 tot meer dan €50.000. Een meerderheid van de gezinnen met schulden heeft geen hulp om tot aflossing van de schulden te komen. Gezinnen die wel al hulp hebben, krijgen die bijvoorbeeld van de Kredietbank, Expertiseteam Financiën, bewindvoerder, welzijnsorganisatie of het wijkteam.

uitgezet. Tegelijkertijd is moeder verwikkeld in

20

Kinderen in armoede

Uit het casusonderzoek blijkt dat gebrek aan

meubels, witgoed of bedden). Zo noteerde een

inzicht in de financiële situatie en ook niet goed

gezinsondersteuner in het vragenlijstonderzoek:

weten hoe daar grip op te krijgen vaak een reden

De woning is via een urgentieverklaring

is voor de financiële problemen. Een andere reden

verkregen. Helaas is er geen budget om spullen

is de houding van de huidige of de ex-partner. In

aan te schaffen. Het gezin zit een aantal maanden

één casus zweeg een partner over zijn

zonder vloer en meubels thuis.

gokverslaving. In meer casussen wilde een expartner zich na de scheiding niet uitschrijven van

-

het woonadres, waardoor de vrouwen financieel

Ook zijn er vaak problemen met de huisvesting.

in de knel kwamen. Zij konden geen uitkering

Circa 10 procent van de gezinnen behoort tot de

noch andere toeslagen of kwijtscheldingen

categorie bankslapers: deze gezinnen hebben

aanvragen.

geen eigen woning. Van de overige gezinnen is

Huisvestingsproblematiek

circa 70 procent (enigszins) ontevreden over de Bij iets minder dan 10 procent van de gezinnen

woning. De problemen waar de gezinnen mee

blijken er geen financiële problemen te zijn. Zo

kampen zijn divers: te kleine woningen, hoge

was er in het casusonderzoek een gezin (een

huren, slechte staat van onderhoud, gehorigheid,

werkende moeder met een zoontje) die alleen

dreigende huisuitzetting. Uit het casusonderzoek

hulp nodig had bij het regelen van de

blijkt dat ouders bij krappe behuizing soms op de

echtscheiding en het zoeken naar woonruimte. De

bank in de huiskamer slapen en de kinderen in een

Gezinsaanpak rekent ook dit soort gezinnen tot

gedeelde slaapkamer. Ook blijkt dat gezinnen

haar doelgroep, omdat een scheiding en het

soms noodgedwongen met andere gezinnen

alleenstaand ouderschap risicofactoren zijn voor

(bijvoorbeeld een ander familielid, schoonouders)

het raken in armoede. Door preventief in te

een woning delen.

grijpen wil de Gezinsaanpak problemen in de toekomst voorkomen. Ongeveer 15 procent van de gezinnen is financieel kwetsbaar. De ouders hebben geen betalingsproblemen en ook geen schulden, maar kunnen hun kinderen door het lage inkomen niet bieden wat ze nodig hebben. In het

Hieronder volgen enkele voorbeelden van de huisvestingsproblematiek die verschillende gezinsondersteuners in het vragenlijstonderzoek noteerden: -

Te weinig slaapkamers, geen behang of stuc

-

Het huis is beschimmeld en er zijn veel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=9f759a14-30e5-4869-8dee-f78ab8637246