CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb005369] Eindrapport Energietoeslag

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 20 maart 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken33.797 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Energietoeslag

69

De respondent vertelt verder een keer per ongeluk twee keer dezelfde toeslag te hebben aangevraagd, en zich hiervoor te schamen: “Ja, ze [contactpersoon uitkering van de gemeente] had mij ook opgestuurd van eenmalig €120. Ik was helemaal vergeten dat ik die al gehad had. Dus heb ik hem weer opnieuw aangevraagd. ‘Oh,’ ik denk: ‘oh’. En ik schaamde me gewoon. Ik denk: ‘oh nee’.” – Respondent 4 Ook zijn sommige respondenten wel eens tegen andere moeilijkheden aangelopen. Zo vertelt een respondent geld mis te zijn gelopen: “Bij mij ging het eerst van het kastje naar de muur (…). Terwijl een persoon zei dat ik recht had op aanvulling vanuit de rechtsbijstand en de ander zei van niet. Ik heb elke keer foute informatie gekregen, waardoor ik een aantal maanden geld heb misgelopen. (…) Dat kreeg ik ook niet terug.” – Respondent 2 Bij een paar respondenten werd de aanvraag voor een kwijtschelding (bijvoorbeeld voor de afvalstoffenheffing) geweigerd: de respondenten vonden dit onterecht of begrepen niet waardoor dit kwam. Een andere respondent vertelt dat het wat betreft de kwijtschelding afvalstoffenheffing ‘tricky’ is waar de grens ligt voor wie hier recht op heeft. Aan het begin van het jaar was het inkomen van deze respondent te hoog, waardoor de respondent hier geen recht op had.

Inmiddels is het inkomen echter lager, maar ontvangt de respondent de kwijtschelding dus niet: “Die lijn, zeg maar, is heel zwart wit,” (respondent 13). Een paar respondenten liepen tegen moeilijkheden aan bij de aanvraag van de bijzondere bijstand en hebben deze uiteindelijk ook niet ontvangen. Zo vertelt een respondent dat de aanvraag om een bank en gordijnen te kunnen kopen, werd afgekeurd. De respondent weet echter niet waarom dit werd afgewezen en geeft aan de spullen echt nodig te hebben: “Ik heb ook een keer gezegd dat ze kunnen langskomen bij mijn huis en zien. Sommige mensen liegen om geld te krijgen. Dat heb ik ook telefonisch gezegd, jullie kunnen naar mijn huis komen en het zien. Ik ben al twintig jaar in hetzelfde huis, ik ben gescheiden. De bank is kapot het gordijn is kapot, alle dingen zijn oud. Dan kunnen jullie nee zeggen.” – Respondent 11 Bij een ander verliep de aanvraag moeizaam: de respondent was bang was dat de aanvraag te lang zou duren en dat het bedrag terug betaald zou moeten worden, net als bij een lening. In het verleden had deze respondent ook al moeizame ervaringen gehad met de bijzondere bijstand: het duurde erg lang voordat het geld gestort zou worden, terwijl het geld snel nodig was voor de geboorte van een kindje.

“Maar volgens mij was [het] als je bijzondere bijstand aanvraagt, dat je meestal die gauw terug moet gaan betalen, omdat het eigenlijk een soort van lening is. Dus dat was voor mij altijd weer zoiets. En hun [bewindvoering] zeggen tegen mij: ‘nee, dat is niet zo’. En toen had ik zoiets van ‘ja, nou, oké’. Ik zeg: ‘nou, dat hoef ik niet’.” – Respondent 7 Een respondent met een IOAW-uitkering heeft het idee dat de gemeente geen goede informatie heeft gegeven over deze uitkering: “Ik heb met de gemeente gesprekken gehad en ik was daar zelfs bang voor, achteraf gezien, dat de gemeente zelf nog geen eens precies op de hoogte was van wat die [IOAW-uitkering] inhield en waar je je wel en waar je je niet aan mocht houden (…). En zelfstandig ondernemerschap hebben ze dan wat minder kaas gegeten, als voor gewone particulieren, dus ik weet niet of ik daar 100 procent juist in geïnformeerd ben door de gemeente.” – Respondent 10 Een gebrek aan geld kan ten slotte een belemmering vormen bij het gebruik van de Rotterdampas.

Een respondent geeft aan geen gebruik meer te maken van de Rotterdampas: dit komt onder andere komt doordat de respondent de reiskosten niet kan betalen om bij de locaties te komen waar de Rotterdampas kan worden gebruikt: “Bijvoorbeeld een restaurant, sommige restaurants zijn heel ver weg, ik moet zoveel betalen om daar te komen voor een kop koffie of voor een koekje, dat was niets voor mij. Alleen heb ik een keer de bioscoop gebruikt. Vroeger was ook een deel van de reiskosten vergoed en nu niet meer. Dus vroeger gebruikte ik het ook voor de vergoeding van de reizen.” – Respondent 11

70

Energietoeslag

Bijlage A

Responsanalyse

Steekproeven Voor het onderzoek werd tweemaal een enquête uitgevoerd onder ontvangers van de Energietoeslag in Rotterdam. Voor de eerste enquête werd in de laatste week van augustus 2022 een uitnodiging gestuurd aan een steekproef van 9.904 ontvangers van de Energietoeslag. Voor de tweede ronde werd in de laatste week van maart 2023 een uitnodiging gestuurd aan een steekproef van 10.000 ontvangers. Beide steekproeven werden a-select getrokken. Doordat de groep ontvangers in de periode tussen de twee metingen wat wijze van toekenning betreft van samenstelling veranderde, veranderde daarmee ook de opbouw van de tweede steekproef. In de periode van de eerste meting was de meerderheid van de toeslagen nog ambtshalve uitgekeerd. In de periode van de tweede meting waren inmiddels de toekenningen op aanvraag in de meerderheid. Dat is te zien in de onderstaande tabel. Tabel I.1

Soort toekenning in beide steekproeven en totale onderzoekspopulatie

Ambtshalve toekenning Toekenning op aanvraag N=

Steekproef 1

Steekproef 2

Populatie

62%

42%

44%

38%

59%

56%

100%

100%

100%

9.904

10.000

82.349

In de onderstaande tabel is te zien dat dit een effect heeft op de inkomensopbouw van de steekproeven. In de tweede meting zien we een grotere vertegenwoordiging van de ontvangers met een inkomen tussen de 120 en 140%. De verdeling van de tweede steekproef is representatief voor de gehele onderzoekspopulatie, terwijl we in de eerste meting een oververtegenwoordiging zien van de ontvangers in de laagste inkomensklasse. Tabel I.2

Verdeling over inkomensklassen in beide steekproeven en totale onderzoekspopulatie Steekproef 1

Steekproef 2

Populatie

tot 120%

92%

86%

86%

120-140%

8%

14%

14%

N=

100%

100%

100%

9.904

10.000

82.349

Er is voor sekse en leeftijd gecontroleerd of dit verschil in opbouw tussen beide steekproeven gevolgen heeft voor de verdeling in leeftijd en sekse. Dit is nauwelijks het geval. De vergelijkingen zijn te zien in de onderstaande tabellen. Tabel I.3

Verdeling over leeftijdsklassen in beide steekproeven en totale onderzoekspopulatie Steekproef 1

Steekproef 2

<27

4%

5%

Populatie 5%

27-45

25%

27%

26%

45-55

17%

17%

16%

55-65

24%

20%

21%

65-75

17%

17%

17%

75+ N=

Energietoeslag

13%

15%

15%

100%

100%

100%

9.904

10.000

82.349

71

Tabel I.4

Verdeling over seksen in beide steekproeven en totale onderzoekspopulatie Steekproef 1

Steekproef 2

Populatie

Man

43%

45%

44%

Vrouw

57%

55%

56%

100%

100%

100%

9.904

10.000

82.349

N=

Het verschil in opbouw tussen de steekproeven heeft uiteraard gevolgen voor de opbouw van de respectievelijke responsgroepen. Verrassend genoeg is door een relatief hogere respons van ontvangers in de hoogste inkomensklasse de verdeling in de eerste meting representatief voor de gehele populatie. Door datzelfde effect is de hoogste inkomensklasse in de tweede meting oververtegenwoordigd. In de onderstaande tabel staat hiervan een overzicht.

Tabel I.4

Verdeling van de inkomensklassen in de responsgroep over twee metingen en de totale onderzoekspopulatie Meting 1

Meting 2

Populatie

tot 120%

86%

83%

86%

120-140%

14%

18%

14%

100%

100%

100%

2.058

1.616

82.349

N=

In het navolgende gaan we verder in de op de respons op de enquêtes. Respons De enquêtes konden online worden ingevuld, terwijl op aanvraag ook een schriftelijke vragenlijst kon worden toegestuurd. Hiervan maakten in de eerste ronde 50 respondenten gebruik, in de tweede ronde (pm) respondenten. Van de eerste enquête werden 2.058 compleet ingevulde lijsten terugontvangen: een respons van 21%. De tweede enquête leverde 1.616 compleet ingevulde lijsten op: een respons van 16%. Dit heeft mede te maken met de kortere responstijd in de tweede ronde. In het voorgaande merkten we al op dat de ontvangers in de hoogste inkomensklasse beter respondeerden dan de ontvangers met een inkomen tot 120%. In de onderstaande grafiek is te zien dat in de eerste meting de respons onder de hoogste inkomensklasse veertien procentpunten hoger lag dan onder de laagste inkomensklasse. Ook in de tweede meting was de respons groter, maar is het verschil minder groot.

Figuur I.1

Respons op de enquête naar inkomensklasse over twee metingen

34%

21%

20%

21% 16%

15%

Meting 1

Meting 2 tot 120%

72

120-140%

Totaal

Energietoeslag

Bekijken we de respons over enkele persoonskenmerken, dan zien we dat in de eerste meting de vrouwen iets beter respondeerden dan de mannen. Het verschil is echter klein, en is geheel afwezig in de tweede meting. Figuur I.2

Respons op de enquête naar sekse over twee metingen

21%

20%

21% 16%

Meting 1

16%

Meting 2 Man

Vrouw

Totaal

Kijken we naar de leeftijd van de respondenten, dan zien we dat in beide metingen de respons van de 55plussers bovengemiddeld is. De respons van de 45- tot 65-jarigen ligt rond het gemiddelde, terwijl de respons Figuur I.3

16%

onder 27- tot 45-jarigen duidelijk lager ligt. De respons onder jongeren ligt met een netto respons van 11 en 10% in de eerste en tweede metng ver onder het gemiddelde.

Respons op de enquête naar leeftijd over twee metingen

26% 22%

23% 21%

20%

19%

17%

16%

20%

19% 16%

13% 11%

10%

Meting 1 <27

Meting 2 27-45

45-55

De respons per wijk wordt sterk beïnvloed door leeftijd. Gebieden met gemiddeld oudere bevolking

Energietoeslag

55-65

65-75

75+

Totaal

responderen beter. Vooral wijken in Rotterdam-West en -Zuid blijven achter in de respons.

73

Figuur I.4

Respons op de enquête per wijk over twee metingen Totaal

16%

21%

Hoek van Holland Nesselande Rozenburg Ommoord Hillegersberg Zevenkamp Lage Land-Prinsenland-'s-Gravenland Oosterflank Hoogvliet Schiebroek Lombardijen Groot-IJsselmonde en Oud-IJsselmonde Vreewijk Pernis Overschie Mathenesse Delfshaven-Schiemond Tarwewijk Bergpolder-Blijdorp-Liskwartier Heijplaat Crooswijk Pendrecht-Zuidwijk Agniesebuurt-Provenierswijk Kralingen Bloemhof Cool-Scheepvaartkwartier-Stadsdriehoek Katendrecht-Wilhelminapier Beverwaard Oud Charlois-Wielewaal Oude Noorden Feijenoord Dijkzigt-Oude Westen Entrepot-Noordereiland Middelland-Nieuwe Westen Bospolder-Spangen-Tussendijken Carnisse-Zuiderpark Hillesluis Afrikaanderwijk Kralingseveer Onbekend 0%

5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45%

Meting 1

Meting 2

De respons leidt tot een ondervertegenwoordiging van respondenten tot 55 jaar. Dit is te zien in de onderstaande tabel, waarin de opbouw van de responsgroep wordt vergeleken met die van de steekproef over de kenmerken sekse, leeftijd en inkomensklasse.

74

Ontvangers tot 45 jaar zijn ondervertegenwoordigd, terwijl de groep tussen de 55 en 75 jaar is oververtegenwoordigd. De afwijking van de steekproef op sekse en inkomensklasse zijn minimaal.

Energietoeslag

Tabel I.4

Opbouw van steekproef en responsgroep in de eerste en tweede meting naar sekse, leeftijd en inkomensklasse Meting 1

Meting 2

Totaal

Steekproef

Respons

Steekpoef

Respons

Steekproef

Respons

Man

43%

42%

45%

46%

44%

44%

Vrouw

57%

58%

55%

54%

56%

57%

100%

100%

100%

100%

100%

100%

<27

4%

2%

5%

3%

5%

3%

27-45

25%

20%

27%

21%

26%

21%

45-55

17%

16%

17%

16%

16%

16%

55-65

24%

25%

20%

22%

21%

24%

65-75

17%

22%

17%

20%

17%

21%

75+

13%

14%

15%

18%

15%

16%

Totaal

100%

100%

100%

100%

100%

100%

tot 120%

92%

86%

86%

83%

86%

85%

120-140%

8%

14%

14%

18%

14%

15%

Totaal

100%

100%

100%

100%

100%

100%

N=

9.904

2.580

10.000

1.616

19.904

3.674

Weging van de onderzoeksresultaten Vanwege de relatief sterke afwijking van de leeftijdsopbouw van de responsgroep, zijn de resultaten gewogen op leeftijdsklasse. Hierdoor vormt de responsgroep een representatieve afspiegeling van de verdeling in de steekproef. Om een betrouwbare vergelijking te kunnen maken tussen de onderzoeksresultaten van de eerste en de tweede meting, moeten beide responsgroepen niet teveel van elkaar verschillen. Om dit te controleren, zijn beide groepen met elkaar vergeleken over de kenmerken sekse, leeftijd, huishoudenstype, inkomensklasse en inkomensbron. In onderstaande tabel is te zien dat beide responsgroepen op alle kenmerken wel enigszins van elkaar afwijken. In de responsgroep van de tweede meting vinden we in vergelijking met die van de eerste meting meer mannen, meer 75-plussers, meer paren zonder kinderen en meer respondenten in de hogere inkomensklasse. Tenslotte zien we dat werkenden en pensioengerechtigden beter in de tweede meting zijn vertegenwoordigd dan bijstandsgerechtigden. De verschillen in sekse, inkomensklasse en soort inkomen zijn statistisch significant. Tabel I.5

Opbouw van steekproef en responsgroep in de eerste en tweede meting naar sekse, leeftijd en inkomensklasse

Sekse

Leeftijd

Man

Meting 1

Meting 2

42%

46%

Vrouw

58%

54%

Totaal

100%

100%

<27

2%

3%

27-45

20%

21%

45-55

16%

16%

55-65

25%

22%

65-75

22%

20%

75+

14%

18%

Totaal

100%

100%

Vervolg tabel op de volgende pagina

Energietoeslag

75

Vervolg tabel van de vorige pagina Huishoudenstype

Inkomensklasse

Bron van inkomen

Meting 1

Meting 2

Alleenstaand

59%

55%

Eenoudergezin

17%

16%

Paar zonder kinderen

11%

16%

Paar met kinderen

10%

9%

Anders

4%

5%

Totaal

100%

100%

tot 120%

86%

83%

120-140%

14%

18%

Totaal

100%

100%

Loondienst

7%

13%

Zelfstandige

2%

4%

WW

5%

4%

Bijstand

35%

24%

ZW/AO

7%

7%

AOW/Pensioen

29%

32%

Anders

6%

5%

Geen inkomen

1%

2%

Wil/kan niet zeggen

1%

1%

Combinatie van inkomens Totaal N=

8%

9%

100%

100%

2.580

1.616

Om de afwijking tussen beide responsgroepen te mitigeren, is besloten de onderzoeksresultaten naast leeftijd ook te wegen op bron van inkomen en sekse. De hieruit resulterende verdeling ziet er dan uit zoals in de tabel op de volgende pagina. Er wordt na weging op geen enkel kenmerk nog een significant verschil gemeten tussen beide responsgroepen.

76

Energietoeslag

Tabel I.5

Opbouw van responsgroep in de eerste en tweede meting naar sekse, leeftijd, huishoudenstype, inkomensklasse en bron van inkomen na weging van de onderzoeksresultaten op leeftijd, sekse en bron van inkomen

Sekse

Leeftijd

Huishoudenstype

inkomensklasse

Bron van inkomen

Meting 1

Meting 2

Populatie

Man

45%

45%

44%

Vrouw

55%

55%

56%

Totaal

100%

100%

100%

<27

4%

7%

5%

27-45

27%

26%

26%

45-55

17%

16%

16%

55-65

20%

19%

21%

65-75

18%

15%

17%

75+

15%

17%

15%

Totaal

100%

100%

100%

Alleenstaand

56%

54%

*)

Eenoudergezin

18%

19%

Paar zonder kinderen

11%

14%

Paar met kinderen

11%

9%

Anders

4%

5%

Totaal

100%

100%

tot 120%

87%

86%

86%

120-140%

13%

15%

14%

Totaal

100%

100%

100%

8%

9%

*)

Loondienst Zelfstandige

2%

2%

WW

6%

5%

Bijstand

35%

34%

ZW/AO

7%

7%

AOW/Pensioen

26%

27%

Anders

6%

6%

Geen inkomen

1%

1%

Wil/kan niet zeggen

1%

1%

Combinatie van inkomens Totaal

*) Dit kenmerk is onbekend in het registratiebestand van de hele populatie

77

8%

8%

100%

100%

2.035

1.651

82.349

Selectie respondenten interviews 933 deelnemers aan de eerste meting (45%) maakten in de vragenlijst desgevraagd kenbaar mee te willen doen aan een verdiepend interview over de Energietoeslag. Van deze respondenten is (na weging op leeftijd) een random selectie gemaakt om te benaderen voor een interview. Deze respondenten zijn door de onderzoekers opgebeld met de vraag of zij nog steeds mee zouden willen doen aan een verdiepend interview, waarvoor zij als bedankje een cadeaubon van 50 euro zouden ontvangen. Er zijn in totaal 78 respondenten gebeld: 17 respondenten hiervan hebben deelgenomen aan een interview, 61 respondenten zijn niet bereikt, weigerden deel te nemen, of hebben om andere redenen niet deelgenomen aan een interview. Uiteindelijk bleken 15 interviews bruikbaar voor de analyse. Deelname was geheel vrijwillig, en respondenten konden gedurende het interview ook nog aangeven hun deelname te willen beëindigen. Interviews: de onderzoeksmethode In het laatste kwartaal van 2022 is met 15 respondenten een interview gehouden aan de hand van een semigestructureerde vragenlijst. De interviews duurden gemiddeld rond de drie kwartier. Er werd onder andere gevraagd naar het inkomen, het energiecontract en de ervaringen met de energietoeslag. De meeste interviews zijn gehouden op een locatie van de gemeente, enkelen zijn afgenomen bij de respondent thuis.

Respondenten gaven toestemming voor het interview, voor een geluidsopname hiervan, en voor het vooraf inzien van de al ingevulde vragenlijst door de onderzoeker via een informed consent-formulier. Ook werd hierop vermeld dat antwoorden anoniem zouden worden verwerkt. Na afloop van het interview ontvingen respondenten een cadeaubon met een waarde van 50 euro, meestal direct, en een aantal keer achteraf via de post. Analyse van de interviews De interviews zijn anoniem opgeslagen met behulp van respondentnummers. De geluidsopnames van de interviews zijn getranscribeerd door een extern transcriptiebureau. De uitgeschreven interviews zijn vervolgens gecodeerd en geanalyseerd met behulp van het programma Atlas.ti 9. Het coderen is gedaan op basis van de thema’s in de topiclijst/vragenlijst.

Bijlage B Resultaat van de telefonische benadering van respondenten met een hulpvraag De respondenten kregen de mogelijkheid in de vragenlijst aan te geven of ze door een medewerker van de gemeente gebeld wilden worden voor ondersteuning bij een hulpvraag. In de eerste meting maakten 293 respondenten van deze mogelijkheid gebruik (=14% van het totaal aantal respondenten), in de tweede meting 264 respondenten (=16%). In de onderstaande grafiek is het percentage respondenten dat wilde worden gebeld vergeleken over een aantal kenmerken. Daaruit blijkt dat vooral respondenten zonder inkomen, respondenten die niet of moeilijk

Sekse Huishoudenstype Totaal

Figuur II.1

rondkomen en huishoudens met kinderen relatief vaak wilden worden benaderd. Het hoge percentage respondenten dat heel gemakkelijk rondkomt en wil worden gebeld, wordt veroorzaakt door het kleine absolute aantal van deze groep. Huishoudens met een inkomen tot 120% wilden vaker worden benaderd dan huishoudens met een inkomen tussen 120 en 140%. Respondenten in de leeftijd tot 55 jaar wilden vaker worden benaderd dan respondenten boven die leeftijd. Opvallend is tenslotte het hoge percentage zelfstandigen dat wil worden benaderd.

Percentage respondenten dat wilde worden benaderd voor ondersteuning bij een hulpvraag naar enkele kenmerken Meting 2 Meting 1 Anders Paar met kinderen Paar zonder kinderen Eenoudergezin Alleenstaand Vrouw Man Combinatie van inkomens Wil/kan niet zeggen

Soort inkomen

Geen inkomen Anders AOW/Pensioen ZW/AO Bijstand WW Zelfstandige Loondienst 75+

Leeftijd

65-75 55-65 45-55 27-45 <27

Rondkomen

Niet Heel moeilijk Moeilijk Redelijk Gemakkelijk

inkome nsklass e

Heel gemakkelijk 120-140% tot 120%

0%

5%

10%

15%

79

20%

25%

30%

35%

40%

Deze respondenten zijn door een belteam van de gemeente Rotterdam benaderd. 30% werd na een maximum van drie pogingen niet bereikt; dit percentage was in beide metingen even hoog. Dat betekent dat over

Tabel II.1

twee metingen uiteindelijk 389 respondenten werden bereikt. We meten bij het bereik geen significante verschillen over de verschillende kenmerken. In de onderstaande tabel staat een overzicht van de cijfers.

Benaderde en bereikte respondenten die in de vragenlijst aangaven te willen worden benaderd voor ondersteuning bij een hulpvraag Meting 1

Meting 2

Totaal

Bereikt

204

70%

185

70%

389

70%

Niet bereikt

89

30%

79

30%

168

30%

Totaal benaderd

293

100%

264

100%

557

100%

Procent respondenten

14%

16%

15%

N=

2.058

1.616

3.674

Uit de gesprekken met de bereikte cliënten bleek dat er vaak geen sprake was van een concrete hulpvraag. Vaak wilde de respondent alleen een luisterend oor, en soms had deze de vraag in de vragenlijst niet goed begrepen; taalproblemen speelden hier vaak een rol. Bij 42% van de bereikte klanten kwam het dan ook niet tot een verwijzing; de overig 58% werd doorverwezen naar een instantie. Dit percentage lig in de tweede meting

Tabel II.2

duidelijk hoger dan in de eerste meting, omdat het toen mogelijk werd om te verwijzen naar de bijzondere bijstand voor energiekosten. Over twee metingen bezien werd het meest verwezen naar de Energieklusser, de Vraagwijzer en naar de bijzondere bijstand. 4% van de bereikte respondenten werd doorverwezen naar het ETF. In de onderstaande tabel staat een overzicht van de verwijzingen die door het belteam werden gedaan.

Verwijzingen van de respondenten die telefonisch werden bereikt* Meting 1

Meting 2

Totaal

Aantal verwijzingen

Procent *

Aantal verwijzingen

Procent*

Aantal verwijzingen

Procent*

31

15%

61

33%

92

24%

Vraagwijzer

51

25%

48

26%

99

26%

Welzijnspartner

25

12%

9

5%

34

9%

ETF

5

2%

9

5%

14

4%

Energieklusser

Waterzijdig inregelen

6

3%

6

2%

Bijzondere bijstand

50

27%

50

13% 58%

Klanten met verwijzing

97

48%

127

69%

224

Klanten zonder verwijzing

107

52%

58

31%

165

42%

Totaal aantal bereikte respondenten

204

100%

185

100%

389

100%

*)

De percentages zijn berekend over alle bereikte respondenten. Eén respondent kan meerdere verwijzingen hebben; de percentages tellen daardoor niet op tot het totale percentage respondenten met een of meer verwijzingen.

81

€ 2.808 € 2.252

€ 2.141 € 2.919 € 3.558 € 4.754 € 6.477

€ 65 € 65 € 65 € 65 € 65 € 65 € 65

€ 241 € 241 € 241 € 241 € 241 € 241 € 241

Eigen w oning Huurw oning

€ 1.927 € 1.360

€ 1.366 € 2.000 € 2.105 € 2.633 € 3.234

Vast tarief Variabel tarief Euro/jaar Euro/kWh € 65 € 1.558

Appartement Tussenw oning Hoekw oning 2-onder-1-kapw oning Vrijstaande w oning

Totaal w oningen

Transporttarief Euro/jaar € 241

€ 66 € 66

€ 172 € 172

Eigen w oning Huurw oning

ELEKTRICITEIT:

€ 66 € 66 € 66 € 66 € 66

Vast tarief Variabel tarief Euro/jaar Euro/m3 € 66 € 2.446

€ 172 € 172 € 172 € 172 € 172

Transporttarief Euro/jaar € 172

Appartement Tussenw oning Hoekw oning 2-onder-1-kapw oning Vrijstaande w oning

Totaal w oningen

GAS:

€ 404 € 324

€ 308 € 420 € 512 € 684 € 932

€ 88 € 62

€ 62 € 91 € 96 € 120 € 147

€ 117 € 82

€ 83 € 121 € 128 € 160 € 196

ODE Energiebelasting Euro/kWh Euro/kWh € 71 € 94

€ 91 € 73

€ 69 € 95 € 115 € 154 € 210

ODE Energiebelasting Euro/m3 Euro/m3 € 79 € 352

-€ 743 -€ 743

-€ 743 -€ 743 -€ 743 -€ 743 -€ 743

Vermindering energiebelasting Euro/jaar -€ 743

€ 1.695 € 1.067

€ 1.074 € 1.775 € 1.892 € 2.476 € 3.140

€ 1.286

€ 3.541 € 2.887

€ 2.756 € 3.671 € 4.423 € 5.830 € 7.857

€ 3.115

Totaal

2.920 2.060

2.070 3.030 3.190 3.990 4.900

Verbruik 2021 kWh 2.360

1.010 810

770 1.050 1.280 1.710 2.330

Verbruik 2021 m3 880

Bijlage C Berekening van het gemiddeld gas- en elektriciteitsverbruik in 2021

Bijlage D

Berekening van de gemiddelde uitgaven aan energie op basis van verbruik

In de onderstaande tabel staan de gemiddelde verbruikscijfers gas en elektriciteit over verschillende woningtypen in Nederland en Rotterdam in 2021. Het gemiddelde energieverbruik ligt in Rotterdam lager dan in Nederland. Wel zien we bij de uitwerking van de verschillende woontypen dat het stroomverbruik van de huishoudens in Rotterdam gemiddeld hoger ligt dan in heel Nederland. Tenslotte is ook in de tabel weergegeven dat 20% van de woningen in Rotterdam is aangesloten op stadsverwarming, terwijl dit percentage over het hele land 6% bedraagt.

Tabel V.1

Energieverbruik particuliere woningen in Nederland en Rotterdam (2021) Nederland

Rotterdam

Gas

Gas

Elektriciteit

Elektriciteit

m3

kWh

m3

kWh

1.280

2.810

880

2.360

Appartement

850

2.040

770

2.070

Tussenwoning

1.200

2.870

1.050

3.030

Hoekwoning

1.420

3.000

1.280

3.190

2-onder-1-kapwoning

1.670

3.370

1.710

3.990

Vrijstaande woning

2.220

4.200

2.330

4.900

Eigen woning

1.490

3.300

1.010

2.920

Huurwoning

990

2.140

810

2.060

Stadsverwarming (%)

6,4

Totaal woningen

19,8

Bron: CBS

Leggen we de huidige energietarieven op de verbruikscijfers over 2021, dan ontstaat het volgende beeld. Gemiddeld betaalt een Rotterdams huishouden dan 367 euro aan energie. Bij huurwoningen ligt dit gemiddelde op 329 euro.

Tabel V.2

Gemiddelde maandelijkse kosten van energie in Rotterdam (oktober 2022) Gas

Stroom

Totaal per jaar

Totaal per maand

Totaal woningen

€ 3.115

€ 1.286

€ 4.401

€ 367

Appartement

€ 2.756

€ 1.074

€ 3.830

€ 319 € 454

Tussenwoning

€ 3.671

€ 1.775

€ 5.446

Hoekwoning

€ 4.423

€ 1.892

€ 6.315

€ 526

2-onder-1-kapwoning

€ 5.830

€ 2.476

€ 8.305

€ 692

Vrijstaande woning

€ 7.857

€ 3.140

€ 10.997

€ 916

Eigen woning

€ 3.541

€ 1.695

€ 5.235

€ 436

Huurwoning

€ 2.887

€ 1.067

€ 3.953

€ 329

*)

Bedragen zijn berekend op basis van het gemiddelde verbruik per woningtype in Rotterdam in 2021, en de in oktober 2022 geldende variabele tarieven. Bron: CBS Statline

Bijlage E

Ontwikkeling van de uitgaven aan energie oktober 2020-oktober 2022

In de onderstaande tabel staat de ontwikkeling van de maandelijkse energiekosten als we uitgaan van het huidige verbruik en de tarieven in oktober 2020 en 2021. In oktober 2020 bedroegen de gemiddelde kosten dan nog exact 100 euro. In oktober 2021 was dit al gestegen naar 131 euro, terwijl in 2022 het gemiddelde dus 367 euro bedroeg. Het betekent dat de gemiddelde kosten van energie voor alle woningtypen in twee jaar tijd bijna zijn verviervoudigd. Voor de gemiddelde energierekening betekent het verschil tussen een tarief vastgesteld in oktober 2021 en een tarief vastgesteld in 2022 een verschil van ruim 230 euro per maand.

Tabel VI.1

Kosten van energie op basis van de tarieven in oktober 2020, 2021 en 2022, uitgaand van het verbruik in oktober 2022 Oktober 2020

Oktober 2021

Oktober 2022

€ 100

€ 131

€ 367

Appartement

€ 87

€ 114

€ 319

Tussenwoning

€ 123

€ 161

€ 454

Hoekwoning

€ 140

€ 185

€ 526

2-onder-1-kapwoning

€ 181

€ 242

€ 692

Vrijstaande woning

€ 237

€ 317

€ 916

Eigen woning

€ 118

€ 155

€ 436

Huurwoning

€ 90

€ 118

€ 329

Totaal woningen

Bron: CBS. Bewerking OBI

83

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=fa887cd8-5fb5-4266-9933-651e3b043d9d