[23bb005367] Bijlage 2 behorende bij 23bb005366 over ontwerpbestemmingsplan Zomerhofkwartier - planboekje
Tekst van het document
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend binnen het bestemmingsvlak toegestaan; de bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen.
4.3
Specifieke gebruiksregels
4.3.1
Algemeen
Woningen, als bedoeld in artikel 4.1 onder a, mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. b. c. d.
de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 3007o mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen;
12
e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 4.3.2
Woningen
Woningen, als bedoeld in artikel 4.1 onder a zijn uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. b. c.
het maximum aantal woningen in het plangebied bedraagt 600 woningen, waarbij het totale oppervlakte van de woningen niet meer dan 54.140 m2 b.v.o. mag bedragen; het gebruiksoppervlakte (g.o.) van de woningen bedraagt minimaal 50 m2; minimaal 156 woningen zijn groter dan 85 m2 b.v.o.
4.3.3
Niet-woonfuncties
De functies als bedoeld in artikel 4.1 onder b tot en met k zijn uitsluitend toegestaan onder de volgende voorwaarden: a.
b.
c.
d. e.
f.
g. h. i. j.
bedrijven en kantoren, als bedoeld in artikel 4.1 onder b en c, zijn toegestaan met een maximale oppervlakte van 10.000 m2 b.v.o. in totaal binnen de bestemmingen 'Gemengd' en 'Kantoor' waarbij geldt dat kleinschalige zelfstandige kantoren tot een bruto vloeroppervlak van 1.000 m2 per vestiging zijn toegestaan; een gemakswinkel, als bedoeld in artikel 4.1 onder d, is toegestaan met een oppervlakte van ten hoogste 550 m2 b.v.o. op de begane grond en eerste verdieping en ten hoogste 395 m2 w.v.o. op de begane grond; ondergeschikte detailhandel, als bedoeld in artikel 4.1 onder e, is enkel toegestaan in de vorm van: 1. detailhandel bij sport-, culturele, medische, onderwijs, recreatie- en vrije tijdsvoorzieningen, alsmede andere locaties met veel bezoekers of passanten, met een assortiment dat aansluit op de aard van deze voorzieningen of locaties; 2. ondergeschikte detailhandel ten behoeve van ter plaatse vervaardigde goederen bij een productiebedrijf; 3. ondergeschikte detailhandel bij een beroep aan huis of bij een ambachtelijk of dienstverlenend bedrijf, met een assortiment dat aansluit bij de hoofdbestemming; 4. kringloopwinkels; dienstverlening, als bedoeld in artikel 4.1 onder f, is toegestaan met een maximale oppervlakte van 1.000 m2 b.v.o. in totaal; horeca, als bedoeld in artikel 4.1 onder g, is toegestaan met een maximale oppervlakte van 2.300 m2 b.v.o.
in totaal binnen de bestemmingen 'Gemengd' en 'Kantoor', een hotel en/of appartementenhotel daarbij niet inbegrepen; een hotel en/of appartementenhotel met bijbehorende voorzieningen, als bedoeld in artikel 4.1 onder h, is toegestaan met maximaal 4.700 m2 bvo en maximaal 120 kamers in totaal binnen de bestemmingen 'Gemengd' en 'Kantoor'; maatschappelijke voorzieningen, als bedoeld in artikel 4.1 onder i, zijn toegestaan met een maximale oppervlakte van 2.000 m2 b.v.o. in totaal; een woonzorgvoorziening, als bedoeld in artikel 4.1 onder j, is toegestaan met een maximale oppervlakte van 2.600 m2 b.v.o.; sportvoorzieningen, als bedoeld in artikel 4.1 onder k, zijn toegestaan met een minimale oppervlakte van 1.200 m2 bvo in totaal binnen de bestemmingen ''Gemengd' en 'Kantoor'; de functies zoals genoemd in lid 4.3.3 onder sub a t/m g, maar met uitzondering van 1.500 m2 aan horeca zoals genoemd in lid 4.3.3 onder sub e, mogen gezamenlijk ten hoogste 15.860 m2 b.v.o. bedragen.
4.3.4
Toegestane bedrijven
Uitsluitend bedrijven t/m categorie 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels zijn toegestaan. 4.4
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan als bedoeld in 4.2.2 onder j, ten aanzien van het toestaan van bebouwing ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 6', mits:
13
1. 2. 3. 4.
de minimale afstand tussen de gevels van gebouwen op maaiveldniveau ten minste 6,40 meter bedraagt; het beoogde bouwwerk vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; de bouwhoogte maximaal 23 meter bedraagt; het woon- en leefklimaat ter plaatse van het beoogde bouwwerk en omliggende percelen niet onevenredig wordt geschaad.
4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1
Ontheffing toegestane bedrijven
Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.3.1 en 4.3.4 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn. 4.6
Voorwaardelijke verplichting
Het gebruik van de gronden ten behoeve van horeca en daarbij behorende terrassen is uitsluitend toegestaan indien: a.
b.
voor activiteiten die vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer: 1. is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van bestaande en geprojecteerde woning(en) voldoet aan de geluidgrenswaarden uit het eerste lid van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een hogere geluidgrenswaarde zoals vastgesteld bij maatwerkvoorschriften; voor alle relevante horecaterrassen die niet onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen: 1. is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van de bestaande en geprojecteerde woning(en) maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde bedraagt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau én de geluidbelasting in de woning(en), bij gesloten ramen en deuren, maximaal 35 dB(A) etmaalwaarde bedraagt.
14
Artikel 5 5.1
Kantoor
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Kantoor1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c.
d. e.
kantoren; bedrijven t/m categorie 2 uit de Staat van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels, uitsluitend op de begane grond, 1e verdieping en 2e verdieping; horeca in de categorieën 'Horeca 1 (daghoreca)' en 'Horeca 2 (avondhoreca zonder geluid)' ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van kantoor - horeca', uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping; hotel en/of appartementenhotel; terrassen ten behoeve van een horecavestiging die is toegelaten op grond van deze bestemming, ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven functieaanduidingen 'specifieke vorm van gemengd horeca' en 'specifieke vorm van gemengd - horeca 2';
met daaraan ondergeschikt: f. berg- en stallingsruimten; g. daktuinen; h. groen en water; i. openbaar nutsvoorzieningen; j. ontsluitingswegen en -paden alsmede verblijfsgebied; k. kleinschalige voorzieningen voor verkeer en vervoer. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Op de voor 'Kantoor' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 5.2.2
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. b. c. d.
gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; parallel aan de aanduiding 'gevellijn' dienen de onderste horizontale bouwlagen van een gebouw tot een hoogte van minimaal 6,5 meter vanaf (straat)peil, gebouwd te worden in de gevellijn; ter plaatse van 'specifieke bouwaanduiding - uitkraging' is bebouwing toegestaan vanaf een hoogte van 10 meter; uitstekende delen, zoals balkons, zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan en mogen niet dieper zijn dan 2 meter en ten minste 10 meter boven maaiveld.
5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. b. 5.3 a.
b. c.
bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan; de bouwhoogte mag niet meer dan 3 m bedragen. Specifieke gebruiksregels kantoren en bedrijven, als bedoeld in artikel 5.1 onder a en b, zijn toegestaan met een maximale oppervlakte van 10.000 m2 b.v.o. in totaal binnen de bestemmingen 'Gemengd' en 'Kantoor' waarbij geldt dat kleinschalige zelfstandige kantoren tot een bruto vloeroppervlak van 1.000 m2 per vestiging zijn toegestaan; horeca, als bedoeld in artikel 5.1 onder c, is toegestaan met een maximale oppervlakte van 2.300 m2 b.v.o. in totaal binnen de bestemmingen 'Gemengd' en 'Kantoor'. een hotel en/of appartementenhotel met bijbehorende voorzieningen, als bedoeld in artikel 5.1 onder d, is toegestaan met een maximaal oppervlakte van 4.700 m2 bvo en maximaal 120 kamers in totaal binnen de bestemmingen 'Gemengd' en 'Kantoor'.
15
5.4
Voorwaardelijke verplichting
Het gebruik van de gronden ten behoeve van horeca en daarbij behorende terrassen is uitsluitend toegestaan indien: a.
b.
voor activiteiten die vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer: 1. is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van bestaande en geprojecteerde woning(en) voldoet aan de geluidgrenswaarden uit het eerste lid van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een hogere geluidgrenswaarde zoals vastgesteld bij maatwerkvoorschriften; voor alle relevante horecaterrassen die niet onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen: 1. is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van de bestaande en geprojecteerde woning(en) maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde bedraagt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau én de geluidbelasting in de woning(en), bij gesloten ramen en deuren, maximaal 35 dB(A) etmaalwaarde bedraagt.
16
Artikel 6 6.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.
k.
voorzieningen ten behoeve van wandelen, cultuur en ontspanning, verblijven en spelen, zoals trottoirs, voetpaden en trappen; voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, fietspaden, parkeerplaatsen en parkeergarages; groenvoorzieningen, waterpartijen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen; bouwwerken voor openbaar nutsvoorzieningen, verkeer en vervoersvoorzieningen; geluidswerende voorzieningen; sportvoorzieningen; cultuur en ontspanning; uitstekende delen aan gebouwen, balkons en galerijen niet inbegrepen, die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming; brugverbinding uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van verkeer brugverbinding'; terrassen ten behoeve van een horecavestiging die is toegelaten op grond van een aangrenzende bestemming, uitsluitend grenzend aan de op de verbeelding aangegeven functieaanduidingen 'specifieke vorm van gemengd - horeca', 'specifieke vorm van gemengd - horeca 2' en/of 'specifieke vorm van kantoor - horeca'; 'Waarde - Archeologie 1' voor zover de gronden mede als zodanig zijn bestemd.
6.2
Bouwregels
6.2.1
Algemeen
Op de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens het volgende: a.
b.
in de bestemming passende bouwwerken (geen gebouwen zijnde), zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers (al dan niet ondergronds) niet groter dan 10 m3, abri's, alsmede niet voor bewoning bestemde kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, welke gebouwen niet groter mogen zijn 80 m3, zijn toegestaan, met dien verstande dat bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van terrassen eveneens zijn toegestaan; een brugverbinding als bedoeld in lid 6.1 onder i is toegestaan, waarbij sprake dient te zijn van een onderdoorgang met een hoogte van ten minste 5 meter.
6.2.2
Medebestemming
Voor zover de gronden mede zijn bestemd voor 'Waarde - Archeologie 1', is voor het bouwen het bepaalde terzake in de genoemde bestemmingen mede van toepassing. 6.3
Afwijken van de bouwregels
Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.1 sub a, voor de bouw van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van terrassen, tot een maximum hoogte van 1,50 meter. Bij de afweging betrekken burgemeester en wethouders de op dat moment van toepassing zijnde en door hen vastgestelde kwaliteitseisen voor terrassen. 6.4
Voorwaardelijke verplichting
Het gebruik van de gronden ten behoeve van bij horeca behorende terrassen is uitsluitend toegestaan indien: a. voor activiteiten die vallen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer: 1. is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van bestaande en geprojecteerde woning(en) voldoet aan de geluidgrenswaarden uit het eerste lid van artikel 2.17 van het Activiteitenbesluit milieubeheer of een hogere geluidgrenswaarde zoals vastgesteld bij
17
maatwerkvoorschriften; b. voor alle relevante horecaterrassen die niet onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen: 1. is aangetoond dat de geluidbelasting op de buitengevel van de bestaande en geprojecteerde woning(en) maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde bedraagt voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau én de geluidbelasting in de woning(en), bij gesloten ramen en deuren, maximaal 35 dB(A) etmaalwaarde bedraagt.
18
Artikel 7 7.1
Waarde - Archeologie 1
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 7.2
Bouwregels
7.2.1
Rapport archeologisch deskundige
In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 7.3.1. 7.2.2
Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen
Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1
Verbod
In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (omgevingsvergunning) van burgemeester en wethouders de hierna onder 7.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 1,0 meter beneden maaiveld, ongeacht de terreinoppervlakte van de ingreep. 7.3.2
Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden
a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diep wortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodem verlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen. 7.3.3
Uitgezonderde werkzaamheden
Het vergunningvereiste geldt niet voor bedoelde activiteiten gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.
19
7.3.4
Vergunning
Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft voorgelegd van een archeologisch deskundige, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 7.3.5
Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning
Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
20
Artikel 8 8.1
Waarde - Archeologie 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 8.2
Bouwregels
8.2.1
Rapport archeologisch deskundige
In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 8.3.1. 8.2.2
Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen
Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1
Verbod
In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning (omgevingsvergunning) van burgemeester en wethouders de hierna onder 8.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 1,0 meter beneden maaiveld die tevens een terreinoppervlakte groter dan 100 m2 beslaan. 8.3.2
Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden
a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diep wortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodem verlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen. 8.3.3
Uitgezonderde werkzaamheden
Het vergunningvereiste geldt niet voor bedoelde activiteiten gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.
21
8.3.4
Vergunning
Vergunning wordt verleend nadat de aanvrager een rapport aan burgemeester en wethouders heeft voorgelegd van een archeologisch deskundige, waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 8.3.5
Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning
Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. b. c.
de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.
22
Artikel 9 9.1
Waarde - Cultuurhistorie - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' aangewezen gronden zijn behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor het behoud van de aan het gebied eigen zijnde cultuurhistorische waarden. Bouwregels
9.2
In aanvulling op de bouwregels voor de andere aldaar voorkomende bestemmingen, geldt: a.
voor de als 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' bestemde gronden, die ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van dit bestemmingsplan afgedekt zijn met een kap, voor zover deze kap vanaf de straatzijde zichtbaar is, bij herbouw afgedekt dienen te worden met een kap in de oorspronkelijke vorm (d.w.z. de kapvorm zoals die was ten tijde van de eerste oplevering van het gebouw).
9.3
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
9.3.1
Verbod
Op de voor 'Waarde - Cultuurhistorie - 2' bestemde gronden is het verboden om zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders bouwwerken geheel of gedeeltelijk te slopen. 9.3.2
Uitzondering op verbod
In afwijking van het bepaalde in lid 9.3.1 is geen vergunning vereist ingeval van: a. een aanschrijving van burgemeester en wethouders op grond van de Woningwet (hoofdstuk III); b. bouwwerken waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is; c. een vergunning voor het slopen van een bouwwerk vereist is ingevolge een provinciale of gemeentelijke monumentenverordening en deze vergunning verleend is; d. sloopwerkzaamheden die reeds in uitvoering zijn ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan; e. gebouwen die ten gevolge van een calamiteit verloren zijn gegaan. 9.3.3
Vergunning
Vergunning wordt verleend, indien: a. b.
sprake is van zwaarwegende maatschappelijke, technische, dan wel economische overwegingen, en nieuwbouw mogelijk is en aanvrager aannemelijk heeft gemaakt dat op de plaats van het (gedeeltelijk) te slopen bouwwerk nieuwbouw zal plaatsvinden met inachtneming van de vanuit cultuurhistorisch oogpunt van belang zijnde stedenbouwkundige, bouwkundige, architectonische en ensemble waarden, die onder andere worden gevormd door de situering, schaal, vorm en geleding van de bebouwing.
9.3.4
Advies
Alvorens te beslissen op een aanvraag, winnen burgemeester en wethouders het advies in van de commissie voor Welstand en Monumenten.
23
Hoofdstuk 3 Artikel 10
Algemene regels
Antidubbeltelbepaling
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
24