CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb005358] Bijlage 1 behorende bij 23bb5357 - ontwerpbestemmingsplan Hoogvliet Midden

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 12 september 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting ontwerpbestemmingsplan Hoogvliet Midden33.132 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

In 1951 werd slechts een deel van het plan uitgevoerd om direct tegemoet te komen aan het woningtekort. Het ging hierbij om wijk A (later de wijk Nieuw Engeland) dat ten noorden van het latere centrum was gesitueerd en huisvesting bood aan 8000 á 9000 inwoners. In datzelfde jaar nog werd

22

begonnen met de uitvoering. De eerste gebouwen in deze wijk, die in de volksmond werd aangeduid als de Oliebuurt, werden al in 1952 opgeleverd. Het ging hier om 928 portiekwoningen en 14 winkels. Later volgden nog eens 120 portiekwoningen. In 1953 werd een Plan in Hoofdzaak opgesteld dat in 1956 wettelijk werd aangenomen. In dit plan werd Hoogvliet omschreven als satellietstad voor 50.000 inwoners. Deze werden verdeeld over acht wijken die als een krans rondom het centrum waren gelegen. Brede groenstroken die tot diep in het centrum reikten zorgden onder andere voor de geleding van de hoofdstructuur. De centrumzone was meer opgerekt richting het oosten en werd gevouwen rondom de historische hoofddijk. Deze zou op termijn verdwijnen mocht het centrum meer ruimte nodig hebben. De Groene Kruisweg was uit het centrum verdwenen omdat deze als barrière werd gezien in de kern van de stad. Er werd een nieuwe weg geprojecteerd aan de noordzijde van Hoogvliet, parallel gelegen aan de Vondelingenweg. De satellietstad haakte met haar ringwegenstelsel bovendien in op de geprojecteerde zuidelijke Beneluxweg. De getijdenrivier werd gedempt zodat de acht woongebieden volgens de voorgestelde structuur uitgevoerd konden worden.

Nog voordat officieel werd aangenomen dat Hoogvliet de nieuwe satellietstad zou worden werd er al gebouwd aan de wijken op basis van de eerdere stedenbouwkundige ontwerpschets van Gorter uit 1952. De volgorde van uitvoering van de wijken werd bepaald door de beschikbaarheid van de bouwgrond. Verderop in het rapport volgt een overzicht van de verschillende deelplannen voor de wijken.

Centrum De vereenvoudiging gold in een later stadium ook voor de uitvoering van het centrum, dat werd uitgewerkt volgens het Plan in Hoofdzaak. Aanvankelijk ging men uit van een zeer omvangrijk centrum waarin alle voorzieningen die een zelfstandige stad van 50.000 inwoners nodig zou hebben waren ondergebracht, maar die ook de achterliggende regio bediende. naast een autovrije winkelpromenade bood het ruimte aan culturele voorzieningen als een schouwburg en museum en een stadion. De totale uitvoering van dit centrum zou echter vroegtijdig gestaakt worden vanwege de ontwikkeling van het nabijgelegen Spijkernisse met eigen centrumvoorzieningen. Midden jaren '70 was het westelijk deel van Hoogvliet bebouwd, maar stonden de afronding van de wijken Boomgaardshoek, Gadering en het centrum nog steeds op de Rotterdamse agenda. Inmiddels waren er nieuwe stedenbouwkundige inzichten, de verstedelijking had plaats gemaakt voor suburbanisatie. Men keerde zich af tegen modernistische woonvolumes en haar zakelijke indeling. Het resterende zuidelijke deel van het centrum werd omgevormd tot een woongebied met de naam Middengebied en werd volgebouwd met eengezinswoningen.

Door de keuze om het centrum om te vormen tot een woonwijk kwam de metro en het bijbehorende metrostation die beiden in 1974 gereedkwamen als onderdeel van een 9.3 kilometer lange uit Rotterdam-Zuid tussen twee woonwijken te liggen. De nog resterende historische dijkstructuur werd behouden. De Groene Kruisweg bleef liggen als belangrijkste regionale ontsluitingsader waardoor de woningen in het Middengebied. De historische dijkstructuur stopte abrupt bij de Groene Kruisweg. Voor Boomgaardshoek werd in 1972 een nieuw stedenbouwkundig plan ontworpen dat zich kenmerkte door kronkelige paden en woonervenstructuur, aansluitend op de toen heersende architectuur- en stedenbouwprincipes. Nog altijd onder invloed van de suburbanisatie werd in de jaren '90 de wijk Tussenwater gebouwd om de toenmalige vraag naar eengezinswoningen in het groen op te vangen. Het oude deelplan voor de wijk Gadering voldeed niet langer. De hoogbouwverkavelingen waren overbodig geworden en de stedenbouwkundige trends gingen uit van laagbouw-verkavelingen.

na 2012 Met de afronding van Tussenwater en de stedenbouwkundige bloemstructuur halverwege jaren '90 werd tegelijkertijd door de leidende woningcorporaties besloten om een deel van een deel van de woningen in de wijken Nieuw Engeland en Digna Johanna af te breken. Deze beslissing luidde een grootscheepse herstructureringsoperatie in voor Hoogvliet waarbij verouderde en leegstaande woningen werden vervangen door nieuwbouw, hoofdzakelijk in laagbouwverkavelingen. De herstructureringsoperatie in Hoogvliet kwam rond 2008 tot een halt als gevolg van de economische crisis. Veel van de locaties waar

23

in eerste instantie woningen voortvarend gesloopt werden langdurig leeg kwamen te liggen in afwachting van nieuwe bebouwing. Deze ontwikkeling is onder meer zichtbaar aan de lege vlekken op de kaart in de wijken in Nieuw Engeland, Oudeland en de noordelijke zone van Meeuwenplaat.

3.3

Stadsgezichten en Monumenten

Algemeen De gemeente Rotterdam kent een groot aantal panden en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd. Voor de bescherming wordt gebruik gemaakt van bestaand instrumentarium - Erfgoedwet (2016) en Monumentenverordening Rotterdam 2010. Daarnaast krijgen rijks beschermde stadsgezichten, wederopbouwaandachtsgebieden en beeldbepalende panden op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan de dubbelbestemming “Waarde - Cultuurhistorie”. Rijksmonumenten (RM) en Gemeentelijke monumenten (GM) Een rijks- of gemeentelijk monument kan zijn een gebouw, water, terrein of een ander object dat van nationaal belang is, of van algemeen belang voor Rotterdam is (gemeentelijk monument), vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Dit is vastgelegd in respectievelijk de Erfgoedwet (2016) en de Monumentenverordening Rotterdam 2010. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel buiten als van binnen. Voor een Rijksmonument geldt dat het object ten minste vijftig jaar oud moet zijn. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning. Beschermde stadsgezichten (BS) Rotterdam kent door haar stedelijke omgeving alleen beschermde stadsgezichten.

Een beschermd stadsgezicht is een groep van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens schoonheid, onderlinge ruimtelijke structurele samenhang of wetenschappelijke waarde. De bescherming richt zich op de stedenbouwkundige karakteristiek en op een samenhangend geheel van straten en bebouwing. Het gaat om gebieden van voor 1945. Na aanwijzing van een beschermd stadsgezicht dient er binnen twee jaar een bestemmingsplan beschikbaar te zijn waarin de historische kwaliteiten en de relatie tot eventuele toekomstige ontwikkelingen vastliggen. Wederopbouwaandachtsgebieden Naast de van rijkswege beschermde stadsgezichten kent Rotterdam twee wederopbouwaandachtsgebieden van nationaal belang. Verder heeft de gemeente in de binnenstad een aantal wederopbouwaandachtsgebieden met een waardevolle samenhang tussen het stratenplan, de invulling van de bouwblokken en de architectuur. Bij nieuwe ontwikkelingen dient bekeken te worden hoe deze historische kwaliteiten kunnen worden behouden. Betreffende gebieden hebben geen wettelijke bescherming. Beeldbepalende objecten (BO) In Rotterdam is een groot aantal gebouwen te vinden die geen status hebben als monument, maar wel cultuurhistorisch waardevol zijn, zogenaamde beeldbepalende objecten. Voor deze panden geldt geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich wel in om de waarden van deze panden te behouden.

Het plangebied Binnen het plangebied is geen beschermd stadsgezicht gelegen. Binnen het plangebied zijn de onderstaande gemeentelijke monumenten gelegen: » » « »

het tramhuis aan de Groene Kruisweg 819 (1941); de Nieuwe Hervormde kerk aan de Achterweg 10 (1660); de arbeiderswoningen aan de Jan de Raadtkade 13-17 (1906); Boerderij Dijkzicht aan de Dorpsstraat 326 (1850).

In 2021 is door Crimson historians and urbanists de Cultuurhistorische Quickscan Hoogvliet opgesteld. Op basis van deze CV is de cultuurhistorische waarde van de volgende beeldbepalende panden in dit bestemmingsplan geborgd:

24

« het winkelcentrum aan de Binnenban en omgeving (1960-1962); » de voormalige gemeentesecretarie Hoogvliet (1955); Deze beeldbepalende panden en ensembles hebben de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' gekregen.

3.4

Huidig gebruik

Het plangebied van het bestemmingsplan Hoogvliet Midden bestaat uit vier verschillende deelgebieden. Van west naar oost zijn dit Centrum, Middengebied, Boomgaardshoek en het middenstuk van Deeldijk. Hieronder volgt aan de hand van deze gebieden een beschrijving van het huidige gebruik in het plangebied.

3.4.1

Centrum

Het centrum van Hoogvliet is gelegen tussen de Groene Kruisweg, de Aveling en de Laning. In het midden van deze driehoek liggen De Binnenban en het Rijkeeplein, het hoofdwinkelcentrum van Hoogvliet. Boven en aan de rand van het winkelgebied zijn woningen in galerijflats en appartementengebouwen gelegen. Het Rijkeeplein, met daaraan de bibliotheek en woongebouwen met winkels en horeca op de begane grond, is enkele jaren geleden gerealiseerd. Ten westen, noorden en zuiden van het winkelgebied zijn parkeerterreinen gelegen. Middenbaan Noord fungeert naast als parkeerterrein ook als terrein waar de markt en evenementen worden gehouden. Aan de Laning is een cluster van lagere scholen en een sporthal gelegen. Tussen Kinheim en de Groene Kruisweg liggen een aantal rijen met eengezinswoningen. Aan de Achterweg is een kerk gelegen, het vroegere middelpunt van het oude dorp Hoogvliet.

3.4.2

Middengebied

De wijk Middengebied ligt tussen de Groene Kruisweg in het noorden, de Aveling in het zuidwesten en de bovengrondse metrolijn in het oosten. Het groene hart van deze wijk wordt gevormd door een groene zone tussen de Groene Kruisweg en de metrolijn. Hierin ligt, grotendeels op een dijktalud, een langzaamverkeersroute van het metrostation naar het centrum. Ten zuiden van de Groene Kruisweg bestaat dit groene hart uit de begraafplaats Oud Hoogvliet en de groengebieden daaromheen. De Dorpsstraat en de Achterweg met aangelegen bebouwing zijn onderdeel van de oude Hoogvlietse dorpskern. Achter de Dorpsstraat ligt aan de Groene Kruisweg Zwembad Hoogvliet. Middengebied bestaat hoofdzakelijk uit jaren zeventig eengezinswoningen, in een ruime groene opzet. Bij metrostation Hoogvliet bevindt zich ook een busstation. En een groot kantoorgebouw met daarachter een parkeerterrein. Aan de Stelle zijn, langs de Groene Kruisweg, drie kantoorgebouwen gelegen. Ook bevat het plangebied enkele scholen en andere maatschappelijke voorzieningen.

3.4.3

Boomgaardshoek

De wijk Boomgaardshoek wordt in het noorden begrensd door de Groene Kruisweg, in het westen door de bovengrondse metrolijn, in het zuiden door de Aveling en in het oosten door de Duifhuisweg. Boomgaardshoek is gerealiseerd in het tuinstad-concept met rijen eengezinswoningen, de wijk kent dan ook veel groen. Het meeste openbare groen bevindt zich aan de raad van de wijk, en vormt een groene buffer langs de drie bovengenoemde wegen en een groenstrook onder/langs de metrolijn. Karakteristiek voor Boomgaardshoek is de aanwezigheid van het oude dijklichaam Welhoeksedijk/ Hoogvlietsedijk. Met daaropgelegen een langzaamverkeersroute. In de hoek van de Welhoeksedijk en de Hoogvlietsedijke liggen een grote weide en een houtopstand. Van noord naar zuid loopt door Boomgaardshoek het vrijliggende fietspad Ariaansweg. Centraal in de wijk, aan weerszijden van de Ariaansweg en ten noorden van het water Sprank, liggen enkele voorzieningen. Aan de westkant liggen onder woningen een supermarkt en drogist, en daarnaast een zogenaamd multifunctioneel centrum met maatschappelijke voorzieningen en een sporthal. En aan de oostkant ligt een basisschool.

25

3.4.4

Middenstuk Deeldijk

Aan de oostkant van Hoogvliet ligt een langgerekte strook met hoofdzakelijk landelijk gebied. Dit betreft een reservering voor de eventuele aanleg van het snelwegtracé A4-zuid. Deze hele strook valt binnen het bestemmingsplan Deeldijk. Dit plangebied is nu verdeeld over de drie nieuwe bestemmingsplannen voor Hoogvliet, waarbij het middenstuk bij het bestemmingsplan Hoovliet Midden is gevoegd. Dit middenstuk wordt in het noorden begrensd door de Groene Kruisweg, in het westen door de dijk langs de Duifhuisweg, in het zuiden door de Welhoeksedijk en in het oosten door de gemeentegrens met Albrandswaard. Dit gebied bestaat grotendeels uit weidegronden. Aan de Welhoeksedijk zijn enkele dijkhuizen met tuin gelegen. Op de oude dijk aan de westkant ligt een fietspad.

26

Hoofdstuk 4

Planbeschrijving

4.1

Ontwikkelingen

4.1.1

Unielocatie/Vlietpark

Op de voormalige Unielocatie (tussen de Aveling en de Middenbaan-Zuid) wordt het woningbouwplan Vlietpark ontwikkeld. In het vorige bestemmingsplan Hoogvliet Stadshart heeft deze locatie de globale bestemming Woondoeleinden II, waar maximaal 100 woningen zijn toegestaan. Op basis van deze bestemming is een omgevingsvergunning verleend voor 54 eengezinswoningen. Deze woningen zijn verdeeld over twee hofjes en hebben een bouwhoogte van maximaal 10 meter. Unielokatie/Vlietpark betreft dus een vergunde ontwikkeling, en geen nieuwe ontwikkeling die met het bestemmingsplan Hoogvliet Midden mogelijk wordt gemaakt.

4.1.2

Woongebied-1 en 2

Woongebied-1 Op deze locatie zijn nu het voormalig deelgemeentekantoor (Middenbaan-Noord 47-55) en het parkeerterrein ten noorden daarvan, en het politiebureau gelegen. In het Woningbouwprogramma Hoogvliet 2019-2026 staat deze ontwikkeling te boek als herontwikkeling Middenbaan Noord fase 1. Er wordt uitgegaan van sloop van het deelgemeentekantoor, en later mogelijk van sloop van het politiebureau, en nieuwbouw van maximaal 300 woningen. Evenals in het geldende bestemmingsplan zijn 16 bouwlagen toegestaan (49 meter). Ook worden net als in het geldende bestemmingsplan op de begane grond maatschappelijke functies mogelijk gemaakt.

Woongebied-2 Deze locatie betreft het onbebouwde gebied ten zuiden van het politiebureau. Het nieuwe bestemmingsplan maakt op deze plek 150 woningen mogelijk. Evenals in het geldende bestemmingsplan zijn 16 bouwlagen toegestaan (49 meter). Ook worden net als in het geldende bestemmingsplan op de begane grond maatschappelijke functies mogelijk gemaakt. Er is nu op deze locatie een concrete ontwikkeling voorzien van 99 nieuwe appartementen, waaronder 82 sociale huurwoningen en 17 middenhuur woningen. Dit gebouw zal vier lagen hoog worden, met een hoogteaccent tot negen lagen. De benodigde parkeerplaatsen worden in het midden van het bouwblok gepositioneerd.

4.1.3

Woongebied-3

Op deze locatie ten zuiden van het winkelcentrum zijn maximaal 200 woningen toegestaan. De maximale bouwhoogte van zes bouwlagen (19 meter) is overgenomen uit het oude bestemmingsplan. De planvorming voor dit project is een langjarig proces en gaat uit van een mix van eengezinswoningen, appartementen tot drie lagen hoog en een aantal hoogte accenten. De uiteindelijke invulling van dit project hangt uiteraard samen met de parkeerdrukontwikkeling in en rondom het Stadshart.

27

4.1.4

Woongebied-4

Op de hoek van de Aveling en Endenhout/Holwinde is een schoolgebouw gelegen (adres Endenhout 3). In dit gebied wordt gekeken naar de mogelijkheid om tussen de 25 en 35 eengezinswoningen te bouwen. De woningen komen dan op de plek waar nu de voormalige school en gymzaal staan. De bestemming Woongebied-4 maakt de realisatie van maximaal 35 (eengezins)woningen mogelijk. De bouwhoogte van deze woningen mag maximaal 10 meter bedragen, zodat twee bouwlagen met kap of drie bouwlagen zijn toegestaan. De woningen zullen in een eigentijdse afronding van de naastgelegen wijk voorzien door te reageren op de naastgelegen structuren. Het voorliggende plantsoen aan de Endenhout wordt vergroot en het plan krijgt een autovrij groen woonhof waar kleine kinderen kunnen spelen. Verder wordt zo veel mogelijk rekening gehouden met de naastgelegen woningen door op een zorgvuldige manier om te gaan met het bestaande groen. Het bestaande speelveldje aan de achterzijde van de school krijgt een iets andere vorm, maar wordt grotendeels behouden vanwege de maatschappelijke functie die het nu vervuld.

4.1.5

Gemengd-1

Deze locatie betreft de bestemming Centrumdoeleinden IV in het geldende bestemmingsplan. Deze bestemming maakt het volgende programma mogelijk: 100 nieuwe woningen, 7.000 m2 maatschappelijk/kantoor en 1.000 m2 recreatief. Deze mogelijkheden zijn overgenomen in de bestemming Gemengd-1. Waarbij het bestemmingsvlak is verkleind, het bedrijf aan Leemkuil 11 heeft in het nieuwe bestemmingsplan de bestemming Bedrijf gekregen en valt daardoor niet langer deels binnen de gemengde bestemming. De geplande bebouwing krijgt een drielaags basement, zoals gebruikelijk is in het stadshart. Verder wordt ruimte geboden voor een enkel hoogteaccent tot 40 meter hoog, maar deze toren wordt waarschijnlijk een stuk lager (circa acht bouwlagen hoog). De benodigde parkeerplaatsen worden in het midden van het bouwblok gepositioneerd.

4.1.6

Gemengd-2

Deze locatie betreft Middenbaan Noord 210, waar nu een kantoorgebouw in 2/3 lagen aanwezig is. In het geldende bestemmingsplan is deze locatie een onderdeel van de bestemming Centrumdoeleinden II. De bestemming Gemengd-2 maakt zowel de huidige kantoren mogelijk als een ontwikkeling met maximaal 120 nieuwe woningen in 6 lagen en maatschappelijke voorzieningen op de begane grond.

4.1.7

Duurzaamheid

Algemeen Duurzaamheid is van fundamenteel belang voor de leefbaarheid in Rotterdam: nu en in de toekomst. Bij nieuwe initiatieven is duurzaam bouwen integraal onderdeel van de ontwerpopgave. In 2019 werd het Rotterdams Duurzaamheidskompas vastgesteld als overkoepeling voor al het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Rotterdam. Hierin geeft de gemeente de richting aan hoe de komende jaren wordt gewerkt aan een duurzame stad. Duurzaamheid is grofweg met ver thema’s te omschrijven: energietransitie, circulaire economie, klimaatbestendige stad en gezonde leefomgeving. Deze thema’s hebben invoed op elkaar en kunnen dus ook niet los van elkaar worden gezien.

Energietransitie Voor het alternatief op aardgas zet Rotterdam in op stadsverwarming. Grote delen van Rotterdam kennen nu al een warmtenet en in combinatie met de restwarmte die de regio heeft (industriële restwarmte) is dit een energetische en kostenefficiënte oplossing voor oa. het verwarmen van nieuwe maar ook bestaande woningen.

Circulaire economie De basis voor een circulaire economie ligt in principe van het voorkomen en het verminderen van het gebruik van primaire grondstoffen, het verlengen van levensduur van producten, het hergebruik van producten en onderdelen en het recyclen van materialen en grondstoffen. Oftewel: reduce, re-use and recycle.

Klimaatbestendige stad

28

Om hevge regenval, langdurige droogte en hitte, grondwater onder- en overlast en bodemdaling aan te pakken zijn ingrepen noodzakelijk in openbaar gebied en op particulier terrein. Klimaatadaptatie, het aanpassen van Rotterdam aan die verandering, is nodig. Door het klimaatadaptief ontwerpen van de buitenruimte (openbare en private ruimte) en gebouwen zijn er ook kansen om doelen voor natuurwaarden te koppelen (natuurinclusief bouwen en biodiversiteit). Voor de gebouwde omgeving in Hoogvliet zijn extreme hoosbuien de meest in het oog springende veroorzakers van schade en overlast. Deze overlast, overbelasting van de riolering door piekbelasting dient in de toekomst door een robuust systeem voorkomen te worden. Hoe dit plaatsvindt is onderdeel van nadere uitwerking. De gemeentelijke ambitie is om in de volgende volgorde met water om te gaan: water lokaal nuttig gebruiken, water vasthouden, water bufferen en water vertraagd afvoeren. Meer en langere periodes met hoge temperaturen kunnen leiden tot gezondheidsproblemen (hittestress), in het bijzonder voor kwetsbare inwoners (ouderen, zieken). In woningen en buitenruimtes moet voldoende verkoeling mogelijk zijn tijdens hittegolven. Schaduwrijke bomen en oppervlaktewater leveren een bijdrage aan de benodigde verkoeling.

Gezonde leefomgeving Een gezonde leefomgeving hangt af van verschillende factoren, onder andere: De milieukwaliteit (geluidhinder, luchtkwaliteit, geurhinder, bodemkwaliteit: zie hoofdstuk 6), de mate/kwaliteit van groen in de omgeving en hittestress (zie hierboven). Plangebied De ontwikkelmogelijkheden in het bestemmingsplan Hoogvliet Midden zijn voor het grootste deel overgenomen uit het geldende bestemmingsplan. Voor het bestemmingsplan zelf is duurzaamheid daarom geen sturend thema, daarvoor is de bouwplanfase het geëigende moment. Het Rotterdamse kwaliteitsbeleid wonen is van toepassing op nieuwbouwprojecten en bij transformaties, waarbij de functie wijzigt naar wonen. Het kwaliteitsbeleid zal initiatiefnemers van nieuwbouw- en transformatieplannen van tevoren duidelijk maken welke elementen de gemeente van belang acht voor het realiseren van woningbouw met toekomstwaarde. Voor de ontwikkelingen in Hoogvliet Midden zullen nota's van uitgangspunten worden vastgesteld (mits de gronden in eigendom van de gemeente zijn en/of een afwijking van het bestemmingsplan nodig is). Via de nota van uitgangspunten zal worden gestuurd op het realiseren van de duurzaamheidsambities.

4.2

Juridische planbeschrijving

4.2.1

Agrarisch

De agrarische percelen ten oosten van de Duifhuisweg hebben de bestemming Agrarisch gekregen. Op deze gronden is de uitoefening van het agrarisch bedrijf toegestaan. Ook zijn watergangen en ontsluitingswegen en -paden toegestaan. Gebouwen zijn binnen deze bestemming niet toegestaan, maar andere bouwwerken wel (als deze nodig zijn voor het agrarisch bedrijf, zoals afscheidingen). Een deel van de percelen met de agrarische bestemming heeft ook de functieaanduiding 'baggerspeciedepot' gekregen. Ter plaatse van deze aanduidingen is naast het agrarisch gebruik ook het gebruik als baggerdepot toegestaan.

4.2.2

Centrum

De bestemming Centrum is hoofdzakelijk gegeven aan het winkelcentrum van Hoogvliet. Binnen deze bestemming is op de begane grond detailhandel en dienstverlening toegestaan. En waar dit op de verbeelding met een aanduiding is aangegeven tevens een andere functie, bijvoorbeeld horeca. Op de verdiepingen (variërend van twee verdiepingen tot hoogbouw van 35 meter) zijn woningen toegestaan. Op een aantal plekken is op de verbeelding de aanduiding 'wonen uitgesloten' aangegeven. Woningen zijn binnen deze aanduiding niet toegestaan. Ter plaatse van deze aanduiding zijn detailhandel en dienstverlening, met de bijbehorende opslag en kantoren, ook op de verdiepingen toegestaan.

29

4.2.3

Evenementen

De gemeenteraad heeft op 9 juli 2019 het nieuwe 'Beleidskader Evenementen' vastgesteld. Rotterdam wil zijn positie als evenementenstad behouden en uitbouwen. Daarnaast is één van de doelen in het beleid een goede balans tussen levendigheid en leefbaarheid. Er is ingezet op een betere spreiding van evenementen over de stad om de lusten en de lasten gelijkmatig over de stad te verdelen. Op basis van het Nationaal Programma Rotterdam Zuid is vanwege de pijler Cultuur voor Rotterdam Zuid ingezet op verlevendiging. In dit bestemmingsplan is op basis van historische cijfers en toekomstige ambities afgewogen hoeveel evenementen binnen de bestemmingsplangrens kunnen plaatsvinden waarbij er een goede balans tussen rust en reuring is. In de regels is opgenomen hoeveel evenementen toegestaan zijn, de maximale duur van alle evenementen samen, de omvang en de maximale geluidbelasting.

4.2.4

Gemengde bebouwing

De bestemming Gemengd - 1 is een globale bestemming voor een ontwikkellocatie die nu grotendeels onbebouwd is. Hier kan nieuwbouw van voornamelijk woningen worden gerealiseerd. Binnen deze bestemming zijn 100 woningen toegestaan, 7.000 m2 aan maatschappelijke voorzieningen en/of kantoor en 1.000 m2 aan recreatieve voorzieningen. De bestemming Gemengd - 2 is een kantoorpand. In het oude bestemmingsplan is deze locatie onderdeel van een grotere locatie waar 120 woningen, 5.200 m2 aan kantoor, 2.500 m2 aan detailhandel en 300 m2 aan maatschappelijke voorzieningen zijn toegestaan. Behalve detailhandel (dat niet langer op deze locatie wordt toegestaan) wordt dit hele programma in het nieuwe bestemmingsplan toegestaan op deze kleinere locatie. De rest van de locatie in het oude bestemmingsplan heeft in het nieuwe bestemmingsplan de bestemming Woongebied-3 gekregen. Aan een aantal panden is de bestemming Gemengd - 3 gegeven. Deze bestemming maakt zowel op de begane grond als op de verdiepingen kantoren en (niet geluidsgevoelige) maatschappelijke voorzieningen mogelijk. De bestemming Gemengd - 4 is gegeven aan een pand in het zuidoosten van het plangebied, ten noorden van de Aveling.

Dit betreft een voorziening voor begeleid wonen, met daarbij gemeenschappelijke voorzieningen voor de bewoners zoals keuken- en horecafaciliteiten, recreatie- en verpleegruimten, ruimte voor dagbesteding, een kleine winkelruimte en inpandige bergingen, en een dienstencentrum ten behoeve van sociale en/of medische doeleinden.

4.2.5

Groen

Structurele groengebieden zijn bestemd als Groen. Binnen deze bestemming zijn ook voet- en fietspaden, en speeltoestellen toegestaan. Binnen deze bestemmingen is ook de aanleg van nieuwe waterpartijen, watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder planherziening (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming).

4.2.6

Horeca

Horeca definitie en afbakening In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken.

Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting. De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en

30

coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel.

Exploitatievergunning of niet? In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is. Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak. Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0. Basisvrijstelling

Geopend tussen 07:00 en 22:00 uur; alleen achtergrondmuziek aanbieden; alleen een gevelzitplaats (max. 1m uit de gevel over de breedte van de gevel) exploiteren; geen kansspelen, seks- en/of drugsgerelateerde activi­ teiten aanbieden en/of gelegenheid bieden tot het roken met gebruik van een waterpijp; de horeca-activiteiten passen binnen de bestemming van het object0; de openbare inrichting niet vergunningplichtig is op grond van de Drank- en Horecawet.

Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk. Vrijstelling met horecabestemming

* Geopend tussen 07:00 en 23:00 uur; * een gevelterras exploiteren tot max. 3m uit de gevel over de breedte van de gevel; * alcoholische drank schenken indien zij in het bezit zijn van een Drank- en Horecawetvergunning.

Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten: muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is.)

31

Vrijstelling voor bijzondere objecten ft instellingen * Geopend tussen 07:00 en 23:00 uur; * een gevelterras exploiteren tot max. 3m uit de gevel over de breedte van de gevel; * alcoholische drank schenken indien zij in het bezit zijn van een Drank- en Horecawetvergunning7.

Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. In die gevallen is dus altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren.

Exploitatievergunning Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten.

Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie).

Gebiedsgericht werken Een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van de Horecanota is gebiedsgericht werken; kennis uit de wijk is bepalend voor wat kan en wat niet. Deze werkwijze, waarbij maatwerk en flexibiliteit centraal staan, heeft in de afgelopen jaren reeds z'n vruchten afgeworpen op het gebied van horeca. Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, kunnen bekende en nog onbekende horeca-ontwikkelingen worden beoordeeld en gerealiseerd.

Terrassen Binnen de bestemming Verkeer - Verblijfsgebied zijn tevens ongebouwde terrassen toegestaan aangrenzend aan bestemmingen die horeca toelaten.

4.2.7

Leidingen

In het plangebied is drinkwaterleiding en een propyleen/ethyleenleiding gelegen. Deze leidingen zijn met een zone van 4 meter aan weerszijden van de hartlijn aangegeven op de verbeelding van het bestemmingsplan en bestemd met de dubbelbestemmingen Leiding - Water en Leiding - GT4/GT5. Ook is er een leidingstrook in het plangebied gelegen. Dit is een reservering voor meerdere kabels en leidingen, waarbinnen een aantal kabels en leidingen zijn gelegen en nieuwe zijn toegestaan. De leidingstrook is bestemd met de dubbelbestemming Leiding - Leidingstrook. Het bestemmingsplan gebruikt ter bescherming van deze leidingen en de leidingstrook een aanlegvergunningstelsel. In de regels is aangegeven welke werkzaamheden verboden zijn. Ook is aangegeven voor welke werkzaamheden een vergunning verleend kan worden na een positief advies van de leidingbeheerder.

32

4.2.8

Maatschappelijke voorzieningen

Onder maatschappelijke voorzieningen worden voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, cultuur, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening verstaan. Deze voorzieningen kunnen wel of niet geluidsgevoelig zijn volgens de Wet geluidhinder. Geluidsgevoelige voorzieningen zijn bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven, ziekenhuizen, terwijl buurthuizen of kerkgebouwen niet geluidsgevoelig zijn. In dit bestemmingsplan zijn in de bestemming Maatschappelijk - 1 zowel geluidsgevoelige als niet geluidsgevoelige maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Dit betekent dat een functie die past in deze definitie zonder planwijziging vervangen kan worden door een andere functie binnen deze definitie. In de bestemming Maatschappelijk - 2 zijn alleen de niet geluidsgevoelige maatschappelijke voorzieningen toegestaan.

4.2.9

Parkeerregeling

Dynamische verwijzing In december 2021 is het parkeerbeleid Rotterdam vastgesteld. Het betreft de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022" (hierna: de beleidsregeling). De beleidsregeling is op 1 januari 2022 in werking getreden. De beleidsregeling geeft normen voor parkeren van auto's én fietsen. Aan deze normen moet voldaan worden bij een omgevingsvergunning voor het bouwen of bij een omgevingsvergunning voor het gebruiken van gronden of bouwwerken. Om aan dit beleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan in artikel 48.1 Voorwaardelijke verplichting over parkeren een bepaling opgenomen waarin staat dat er alleen een omgevingsvergunning voor het bouwen of gebruiken van gronden of bouwwerken mag worden verleend als sprake is van voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen op basis van het geldende beleid ten aanzien van parkeren in de gemeente Rotterdam. De bepaling is vormgegeven als een zogenoemde dynamische verwijzing. Dat wil zeggen dat er alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's conform het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. In de bepaling wordt niet expliciet verwezen naar de hiervoor genoemde beleidsregeling. Dat is een bewuste keuze.

Op het moment van tot stand komen van dit bestemmingsplan is de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022" het geldende beleid waaraan getoetst moet worden. Dit beleid kan in de toekomst echter wijzigen. Om ook aan een eventuele wijziging van het beleid van de gemeente Rotterdam te toetsen, zonder dat het bestemmingsplan daarvoor aangepast moet worden, is de beleidsregeling niet expliciet genoemd of bijgevoegd. Met de bepaling is bedoeld dat er bij het verlenen van een omgevingsvergunning voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor auto's en fietsen op basis van parkeerbeleid van de gemeente Rotterdam dat geldt op het moment van verlenen van de omgevingsvergunning.

Beleidsregeling De op dit moment geldende "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022" is via de volgende link te raadplegen: https Y/lokaleregelgevi ng. overheid.nl/CVDR671029/1 De desbetreffende beleidsregeling geeft parkeernormen voor zowel auto's als fietsen. Bij de omgevingsvergunning voor het bouwen of voor het gebruiken van gronden of bouwwerken wordt een parkeereis gesteld conform de gebiedsindeling die bij de beleidsregeling als bijlage is opgenomen. De parkeereis moet in beginsel volledig op eigen terrein worden opgelost. Er kunnen aanvullende voorwaarden worden gesteld, bijvoorbeeld ten aanzien van de inpassing van de parkeervoorzieningen in het gebouw of de omgeving, het laden en lossen etc. Van de parkeereis kan (geheel of gedeeltelijk) worden afgeweken. Tevens kan er vrijstelling van de parkeereis worden verleend. In de beleidsregeling wordt beschreven onder welke omstandigheden daar sprake van is.

33

4.2.10

Uitbreiding/bebouwing op het achtererfgebied

Op 1 november 2014 is Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bijlage II Bor) gewijzigd. In dit besluit is onder meer het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied geregeld. De wijziging van 1 november 2014 heeft ertoe geleid dat het bouwen van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied (op grond van artikel 2 van Bijlage II Bor) is verruimd ten opzichte van de oude regeling. Dat betekent dat er bij een woning of ander hoofdgebouw meer aan- en uitbouwen, alsmede bijgebouwen vergunningvrij mogen worden gebouwd dan voorheen het geval was. De verruiming is mede het gevolg van een andere benadering voor het berekenen van de oppervlakte van vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Het vergunningvrije bouwen moet in samenhang gezien worden met de regels in het bestemmingsplan. Dat leidt ertoe dat het bestemmingsplan in beginsel geen invoed heeft op het vergunningvrij bouwen van bijbehorende bouwwerken op grond van artikel 2 Bijlage II Bor. Het bestemmingsplan kan alleen maar regelen wat er méér is toegestaan dan wat de regeling uit artikel 2 toelaat. Hoeveel er op grond van de nieuwe regeling aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken mag worden opgericht, is afhankelijk van de oppervlakte van het bebouwingsgebied. Het bebouwingsgebied maakt onderdeel uit van het achtererfgebied.

Hoe groter het bebouwingsgebied, hoe groter de oppervlakte aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken. Het komt erop neer dat maximaal 150 m2 aan vergunningvrije bijbehorende bouwwerken kan worden gebouwd. Dat is het geval bij grote percelen. Bij een doorsnee perceel zal deze oppervlakte veel beperkter zijn. In het voorliggende bestemmingsplan is ervoor gekozen om een regeling voor het bouwen van aan- en uitbouwen en [bijgebouwen] op te nemen.

4.2.11

Verkeers- en verblijfsgebied

De hoofdwegen in het plangebied hebben de bestemming Verkeer - Wegverkeer gekregen. Deze bestemming is bedoeld voor verkeerswegen met de bijbehorende bruggen, viaducten en parkeerplaatsen. En daarnaast natuurlijk ook voor wandel- en fietspaden en gebouwtjes en bouwwerken ten behoeve van deze functies. Binnen deze bestemming zijn doorgaans de 50-km wegen opgenomen. De bestemming Verkeer - Verblijfsgebied is opgenomen voor de ontsluitingswegen met de bijbehorende trottoirs. En daarnaast voor pleinen, snippergroen, speeltoestellen en dergelijke. Binnen deze bestemmingen is ook de aanleg van nieuwe waterpartijen en watergangen en waterberging mogelijk indien dit vanuit het oogpunt van waterbeheer wenselijk is. Dit betekent dat veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte kunnen worden doorgevoerd zonder planherziening (mits de veranderingen passen binnen deze bestemming).

4.2.12 Voorzieningen van openbaar nut Deze bestemming is toegekend aan gebouwen ten behoeve van de elektriciteitsvoorziening (trafohuizen). Kleine bouwwerken van openbaar nut zijn niet bestemd en kunnen in principe overal worden gerealiseerd. Het gaat hierbij om gebouwtjes met een inhoud van minder dan 80 m3 . In dit bestemmingsplan is een aantal voorzieningen van openbaar nut als Bedrijf - Nutsvoorziening bestemd.

4.2.13 Waarde - Cultuurhistorie In het plangebied zijn cultuurhistorische waarden gelegen. Hier indien nodig ter toelichting en aanvulling

op hoofdstuk 3 uitleggen hoe de juridische regeling werkt.

34

4.2.14 Woningen In een aantal bestemmingen zijn woningen toegestaan. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt in het type woningen, bijvoorbeeld laagbouwwoningen of gestapelde woningen/appartementen. De bestemming Wonen is gegeven aan bestaande woningen, waar wonen de enige bestemming is. In een aantal gevallen is binnen de bestemming Wonen met een aanduiding aangegeven dat naast het gebruik als woningen (op de begane grond) ook ander gebruik is toegestaan, bijvoorbeeld met de aanduiding 'maatschappelijk'. De bestemming Woongebied is toegekend aan vier locaties waar nieuwe woningen ontwikkeld gaan worden (zie bij paragraaf 4.2 Ontwikkelingen). In de regels is per locatie aangegeven hoeveel woningen maximaal mogen worden gebouwd. Waar de woningen binnen de betreffende bestemmingen worden gebouwd is flexibel. Behalve voor woningen zijn de woongebieden ook bestemd voor tuinen, verblijfsgebied en groen. En bij de woongebieden 1 en 2 is ook in totaal 2.500 m2 aan maatschappelijke voorzieningen toegestaan. Binnen de bestemming Centrum zijn op de verdiepingen woningen toegestaan, behalve ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten'. De bestemmingen Gemengd-1 en -2 maken woningen (ook op de begane grond) en een aantal andere functies mogelijk.

Werken aan huis In de Regels is, in alle artikelen die woningen toestaan, een regeling voor werken aan huis opgenomen. Deze regeling gaat uit van een zo groot mogelijke flexibiliteit in toegestane bedrijfsactiviteiten, mits de omgeving geen gevaar loopt en geen onevenredige hinder ondervindt van de activteit. De bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan in alle woningen, ongeacht het type woning of het gebied waar de woning staat. De belangrijkste voorwaarden zijn dat maximaal 30oZo van de woning voor beroeps-Zbedrijfsactiviteiten mag worden gebruikt en dat de woning er aan de buitenkant als woning uit blijft zien. Reclame-uitingen aan de buitenzijde van de woning zijn niet toegestaan. Verder worden detailhandelsactiviteiten en bedrijfsmatige reparatie en onderhoud aan motorvoertuigen nadrukkelijk uitgesloten.

35

Hoofdstuk 5

Water

5.1

Beleidskader

5.1.1

Rijksbeleid

In 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. Het Nationaal Waterplan (2016-2021) bevat de hoofdlijnen van het nationaal waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het ruimtelijk beleid. Op basis van de Waterwet is het Nationaal Waterplan voor de ruimtelijke aspecten tevens een structuurvisie. In het Nationaal Waterplan legt het Rijk onder meer de strategische doelen voor het waterbeheer vast.

5.1.2

Provinciaal beleid

De provincie ziet het als haar rol om te zorgen dat gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen een goede afweging maken van de hoogwaterrisico's. Het beleidskader is opgenomen in de Provinciale Visie ruimte en mobiliteit en in de Provinciale Verordening Ruimte.

5.1.3

Regionaal beleid

Het college van B&W heeft in februari 2019 het Rotterdams Weerwoord vastgesteld. Het Weerwoord is het Rotterdamse antwoord op de klimaatverandering. Als stad in de delta van Nederland met een dalende bodem is Rotterdam kwetsbaar voor de gevolgen van klimaatverandering. Klimaatadaptatie, het aanpassen van Rotterdam aan die verandering, is nodig. Want de gevolgen van extremer weer raken iedereen. Om hevige regenval, maar ook langdurige droogte en hitte, grondwater onder- en overlast en bodemdaling aan te pakken zijn sneller en meer ingrepen noodzakelijk in openbaar gebied en op particulier terrein. Door nu actie te ondernemen, kan schade in de toekomst worden beperkt. Tegelijk is flexibiliteit nodig om de aanpak bij te kunnen stellen op basis van nieuwe inzichten. Het Rotterdams Weerwoord richt zich vooral op maatregelen op wijkniveau. In 2019 wordt samen met de waterschappen gewerkt aan uitvoeringsafspraken.

5.2

Samenwerking met de waterbeheerder

De gemeente Rotterdam werkt in overleg met alle betrokken waterbeheerders aan een gemeenschappelijke procedurele en inhoudelijke invulling van de Watertoets en de waterparagraaf. Conform de Watertoets heeft de gemeente in algemene zin overleg gevoerd met de waterbeheerders. De beheerder van het oppervlaktewater in Hoogvliet is het waterschap Hollondse Delta. De gemeente Rotterdam (Stadsbeheer, afdeling Water) is de rioolbeheerder. Op basis van de Keur verlenen de waterschappen vergunningen voor werken op, in en rond watergangen en waterkeringen en voor werken die de waterhuishouding beïnvoeden.

5.3

Huidige watersysteem

5.3.1

Oppervlaktewater

Door Boomgaardshoek kronkelt het water Sprank, dat voor een deel een hoofdwatergang is. Ook in het agrarische gebiedten oosten van Boomgaardshoek is een hoofdwatergang gelegen. De beschermingszones langs de hoofdwatergangen hebben de dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterstaatkundige functie' gekregen. De hoofdwatergangen en de bredere watergangen hebben de bestemming 'Water' gekregen. Kleinere watergangen (sloten) zijn toegestaan in de bestemmingen 'Groen' en 'Agrarisch'. Door het plangebied loopt, van het zuidoosten naar de Groene Kruisweg, een oude dijk die geen

36

waterkerende functie meer heeft (Welhoeksedijk, Hoogvlietsedijk, Dorpsstraat). Ten zuiden van deze dijk is het peil van het oppervlaktewater 0,7-0,8 meter beneden NAP. Ten noorden van de dijk is het peil van het oppervlaktewater grotendeels 2,4 meter beneden NAP, en ten westen van de Boomgaardhoekseweg 1,8 meter beneden NAP. In het winkelgebied ten noorden van de Groene Kruisweg is het peil van het oppervlaktewater 1 meter á 1,35 meter beneden NAP.

5.3.2

Grondwater

Voor grondwater liggen er een groot aantal peilbuizen in het plangebied. Deze peilbuizen meten de ontwateringsdiepte (de afstand tussen het maaiveld en het grondwaterpeil). Uit de peilbuizen blijkt dat de kleinste ontwateringsdiepte in het plangebied 44 centimeter is. Een afstand tussen maaiveld en grondwaterpeil van meer dan 80 centimeter betekent dat (de kans op) grondwateroverlast beperkt zal blijven. Aangezien de ontwateringsdiepte in een groot deel van het plangebied kleiner is dan 80 centimeter is er een grote kans op grondwateroverlast in het plangebied.

5.3.3

Waterkering

Ten oosten van Boomgaardshoek ligt de Deeldijk Hoogvliet. Dit betreft een regionale waterkering. De waterkering en de beschermingszones aan weerszijden hebben in het bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waterstaat - Waterkering' gekregen.

5.3.4

Riolering

Het bestemmingsplangebied valt voor een deel binnen rioleringsdistrict 21 (Oudeland) en voor een deel binnen rioleringsdistrict 22 (Meeuwenplaat). In de westzijde van het plangebied ligt een gemengd stelsel, wat betekent dat het huishoudelijk afvalwater gezamenlijk met het hemelwater wordt afgevoerd naar de afvalwaterzuivering. In de oostzijde van het plangebied (het grootste deel van Boomgaardshoek) ligt een gescheiden stelsel. Dit betekend dat het hemelwater niet wordt afgevoerd naar een afvalwaterzuivering. Districten 21 en 22 voeren het afvalwater af naar afvalwaterzuivering Hoogvliet. Binnen het plangebied zijn een aantal vuilwateroverstorten aanwezig.

5.3.5

Klimaat

De verharding, gebouwen en het gebruik leiden in stedelijk gebied tot hogere temperaturen vergeleken met het omliggende platteland. Vergeleken bij grote delen van Rotterdam is in het plangebied het warmte-eilandeffect beperkt; circa 1 tot 1,6 oC hoger dan in landelijk gebied (ter vergelijk: in het centrum van Rotterdam is dit ongeveer 2,5 oC hoger). Dit komt door de grote oppervlakte aan grasveld centraal gelegen in het plangebied.

5.4

De wateropgave

5.4.1

Oppervlaktewater

In het plangebied als geheel is oppervlaktewater aanwezig en er is vrij veel onverhard oppervlak aanwezig. Dat is voornamelijk het geval in Boomgaardshoek en het agrarisch gebied ten oosten daarvan. In het woongebied ten westen van de metro is weinig oppervlaktewater aanwezig. En in het stadshart van Hoogvliet is beperkt oppervlaktewater aanwezig en ook weinig onverhard oppervlak. Het plangebied ligt in een gebied dat een wateropgave heeft. De waterberging voldoet niet aan de NBW-norm (minder dan 1 maal in de 100 jaar water op straat in bebouwd gebied). Volgens Herijking Waterplan 2 liggen er in herstructureringsgebieden kansen om bij ruimtelijke ontwikkelingen meer oppervlaktewater te realiseren. Binnen het bestemmingsplangebied is het dus wenselijk meer oppervlaktewater te realiseren en er liggen ook goede kansen om dat te doen. Bij Woongebied-2, waar de gronden nu grotendeels onverhard zijn, zal het verhard/bebouwd oppervlak toenemen door ontwikkeling. De andere ontwikkellocaties zijn thans grotendeels bebouwd/verhard. Bij ontwikkeling daarvan zal het verhard oppervlak ongeveer gelijk blijven. Bij de Unielocatie wordt langs de Aveling nieuw oppervlaktewater gerealiseerd. Het bestemmingsplan maakt daarnaast nieuw oppervlaktewater mogelijk binnen de bestemming Groen en binnen de verkeersbestemmingen en de bestemmingen woongebied.

37

5.4.2

Grondwater

Er vindt geen grootschalige toename van de verharding plaats en er zijn geen nieuwe ondergrondse objecten voorzien. Er worden geen effecten op de grondwaterstand verwacht.

5.4.3

Waterkering en waterveiligheid

Het plangebied ligt geheel binnendijks, binnen de primaire waterkeringen. De primaire waterkeringen worden zo ontworpen dat iedereen die achter de waterkering woont, kan rekenen op een beschermingsniveau van ten minste 10-5 per jaar (Hiermee wordt bedoeld dat de kans op overlijden als gevolg van een overstroming voor een individu niet groter is dan 1 op de 100.000 per jaar). De gevolgen van een overstroming binnendijks zijn afhankelijk van meerdere aspecten, zoals de locatie waar de overstroming plaatsvindt, de afstand tot de waterkering en de maaiveldhoogtes in het gebied. Om een indicatie van de risico’s te krijgen is er een landelijk informatiesysteem overstromingen. Doordat de berekening op een hoog abstractieniveau is uitgevoerd is het detailniveau van de kaarten beperkt. Wel kan uit de kaart worden opgemaakt dat bij een dijkdoorbraak in het plangebied een waterdiepte kan ontstaan van circa 1,5 tot 5,0 meter. Hoewel een overstroming met een dergelijke diepte tot veel schade zal leiden, is de kans op slachteroffers klein. Bij een overstroming is evacuatie noodzakelijk. De ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt hebben geen significante invloed op het veiligheidsrisico door overstromingen. Ook de economische waarde neemt niet significant toe.

5.4.4

Riolering

Afvalwater De ontwikkelingen in het bestemmingsplan zullen leiden tot vooral een toename van het aantal woningen. Na realisatie van alle ontwikkelingen heeft het rioolstelsel een flinke hoeveelheid afvalwater meer te verwerken dan nu. Maar de ontwikkelingen worden geleidelijk gerealiseerd. Problemen met de capaciteit van het rioolstelsel zijn daarom niet te verwachten.

Hemelwater Voor de nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen is het scheiden van schoon en vuil water verplicht, de gemeente Rotterdam eist daarbij het verwerken van hemelwater op het eigen terrein. Als uitgangspunt geldt hierbij het bergen van 70 mm regenwater in een uur en 80 mm regenwater in een dag. Dit leidt tot vermindering van vuilwateroverstorten, wat de waterkwaliteit ten goede komt, en zorgt ervoor dat er minder water wordt afgevoerd naar de afvalwaterzuivering. Na bergen op eigen terrein zal het water alsnog vertraagd afgevoerd moeten worden. Voor de ontwikkelingen in het plangebied kan dat bijvoorbeeld door te kiezen voor het laten afstromen van regenwater naar oppervlaktewater in de directe omgeving.

38

Hoofdstuk 6 6.1

Milieu

Inleiding

Rotterdam is een compacte stad. Compact bouwen biedt aan de ene kant grote voordelen voor milieu en duurzaamheid op een hoger schaalniveau (minder mobiliteit, minder aantasting van natuurlijk en landelijk gebied). Aan de andere kant kan door compact bouwen de milieubelasting in de stad toenemen. Dit wordt de paradox van de compacte stad genoemd. Rotterdam moet bovenal een leefbare stad zijn. Een woonomgeving met weinig milieuhinder is één van de aspecten die de leefkwaliteit bepalen naast bijvoorbeeld voorzieningen, bereikbaarheid, kwaliteit van de publieke ruimte en sociale veiligheid. Het milieubeleid in Rotterdam is erop gericht om ondanks de verdichting en intensivering van de stad toch de milieubelasting terug te dringen en de leefkwaliteit te verbeteren. In het bestemmingsplan moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging worden gemaakt van de wijze waarop milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen ten opzichte van elkaar moeten worden gesitueerd. De essentie en het gewicht van milieuonderwerpen is afhankelijk van het gebied, de opgave en eventuele wettelijke eisen. De gemeente Rotterdam is verplicht om bij de voorbereiding van het bestemmingsplan te onderzoeken welke (milieu)waarden bij het plan in het geding zijn en wat de gevolgen van het plan zijn voor deze waarden. Voor de meeste milieuthema's is er landelijk milieuwetgeving aanwezig.

Een voorbeeld hiervan is de Wet geluidhinder. Daarnaast is er voor sommige milieuthema's Rotterdams beleid aanwezig. De voor dit plan relevante thema's worden hieronder verder uitgewerkt.

6.2

Milieu effectrapportage

Het instrument milieueffectrapportage wordt gebruikt om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming. De basis hiervan ligt in de EU richtlijn m.e.r. De richtlijn is van toepassing op de milieueffectbeoordeling van openbare en particuliere projecten die aanzienlijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. De Europese regelgeving is in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). In de bijlagen behorende bij het Besluit m.e.r. zijn de m.e.r.-plichtige activiteiten (de C-lijst) en de m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten (de D-lijst) beschreven. Daarbij geldt een bandbreedte. Bovendien dienen bij de afweging ook nog andere factoren te worden betrokken en dient nagegaan te worden of er significant negatieve effecten te verwachten zijn op natuurgebieden.

Plangebied Om te bepalen of het bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, is het programma getoetst aan de Nederlandse en Europese wetgeving. Het bestemmingsplan Hoogvliet Midden maakt 905 nieuwe woningen mogelijk, verdeel over zes locaties. Deze mogelijkheden moeten worden gezien als een stedelijke ontwikkelingsproject zoals omschreven in het Besluit m.e.r. kolom 1, opgenomen in het onderdeel D 11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip

van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In Hoogvliet vinden verschillende ontwikkelingen plaats verspreid over de bestemmingsplannen Hoogvliet Midden, Hoogvliet Noordoost en Hoogvliet Zuidwest. Het gaat om verschillende ontwikkelende partijen. En de ontwikkelingen lopen uiteen in de tijd. Om deze redenen kan worden gesteld dat er geen sprake is van financiële, organisatorische of bouwkundige samenhang tussen de ontwikkelingen in de drie bestemmingsplannen. Ook is de realisatie van ontwikkelingen in het ene bestemmingsplan niet afhankelijk van de realisatie van de ontwikkelingen in de andere bestemmingsplannen. Daarom kan er een m.e.r.-beoordelingsbesluit per bestemmingsplan worden genomen in plaats van een gezamenlijk m.e.r.-beoordelingsbesluit. Zoals uit het bovenstaande blijkt is er voor het bestemmingsplan Hoogvliet Midden een m.e.r.-beoordeling nodig. Omdat de 905 woningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt onder de drempelwaarde ligt van 2.000 woningen en een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.00 m2 gaat het om een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Deze beoordeling is uitgevoerd. Het college heeft besloten dat er geen

39

MER hoeft te worden opgesteld, omdat er geen belangrijke nadelige gevolgen te verwachten zijn voor het milieu. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit ligt tegelijk met het ontwerpbestemmingsplan als afzonderlijk besluit ter inzage, en is als bijlage 3 bij de toelichting van dit bestemmingsplan gevoegd.

6.3

Milieuzonering

Bij goede ruimtelijke ordening hoort het voorkomen van voorzienbare hinder door bedrijven en andere activiteiten. Hiervoor bestaan voor nieuwe situaties geen wettelijke normen. In het Rotterdamse beleid voor milieuzonering wordt gebruik gemaakt van indicatieve gebiedstypen en een bedrijvenlijst die is opgesteld door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering). De VNG-uitgave geeft informatie over milieuhinder van vrijwel alle bedrijfstypen en andere activiteiten. Hierin zijn voor de milieuaspecten geur, stof (luchtkwaliteit), geluid en gevaar indicatieve afstanden bepaald. De aard van de hinder is bepalend voor de vraag in hoeverre tussen een belastende en een gevoelige functie verweving mogelijk is, dan wel ruimtelijke scheiding noodzakelijk is. De VNG-uitgave bevat een tabel met de indicatieve afstanden. Hiermee kan de vraag worden beantwoord welke afstand aanvaardbaar is tussen een nieuw bedrijf en woningen en tussen nieuwe woningen en bedrijven, of welke bedrijven aanvaardbaar zijn in een gebied met functiemenging. Bij gebieden met functiemenging kan gedacht worden aan stadscentra, winkelcentra, horecaconcentratiegebieden, zones langs stedelijke wegen, woongebieden met kleinschalige en ambachtelijke bedrijvigheid, gebieden nabij industrieterreinen. In deze gebieden is een combinatie van wonen en werken vaak mogelijk.

Vaak aanpandig, bij lichte bedrijvigheid, of naast elkaar, bij de iets zwaardere bedrijven en met aandacht voor de ontsluiting bij bedrijven met een verkeersaantrekkende werking. De gemeente Rotterdam bestemt in haar bestemmingsplannen de functies zoals agrarische doeleinden, kantoren, detailhandel, horeca, maatschappelijke voorzieningen, sport of recreatie als zodanig en niet als bedrijfsbestemming. In de bijgevoegde bedrijvenlijst zijn deze bestemmingen dan ook niet opgenomen. Voor het inpassen van die functies wordt echter wel gebruik gemaakt van de VNG-uitgave.

6.3.1

Plangebied

Bedrijven in of nabij het plangebied Boomgaardshoek en Hoogvliet Midden zijn woongebieden waar bedrijven in Milieucategorie 1 en 2 zijn toegestaan. Er zijn in deze gebieden geen bedrijven aanwezig. Het stadshart van Hoogvliet is een gemengd gebied met een combinatie van wonen en andere functies (met name detailhandel). In deze gebieden kunnen bedrijven in milieucategorie 3 als passend worden gezien, mits deze een redelijke afstand tot de woonbebouwing hebben. Er zijn hier echter geen bedrijven in milieucategorie 3 aanwezig, en deze worden ook niet mogelijk gemaakt. Wel zijn er hier enkele bedrijven in milieucategorie 2 aanwezig. In de praktijk laten deze bedrijven zich door de beperkte omvang in het algemeen zonder problemen combineren met woningen, of zijn problemen goed te voorkomen/verhelpen door het nemen van maatregelen. Op Duifhuisweg 1 is een tankstation zonder LPG aanwezig. Dit is een bedrijf in milieucategorie 2. De dichtstbijzijnde woningen liggen op voldoende afstand (meer dan 30 meter). Nabij het plangebied zijn geen bedrijven aanwezig die van invloed kunnen zijn op de nieuwe woningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt.

Overige activiteiten in of nabij het plangebied Het zwembad en de sportfaciliteiten op Middenbaan-Noord 400 zijn activiteiten die in milieucategorie 3.1 vallen. Aan de indicatieve afstand van 50 meter tot woningen wordt niet voldaan. Dit is echter een bestaande situatie. Nabij het plangebied zijn geen activiteiten aanwezig die van invloed kunnen zijn op de nieuwe woningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt.

6.3.2

Conclusie

In Hoogvliet Midden en de omgeving daarvan zijn geen bedrijfsactiviteiten en andere activiteiten aanwezig die gezien de indicatieve afstanden voor milieuhinder van invloed zijn op de locaties waar woningen kunnen worden gerealiseerd. Zodat de ontwikkeling van woningen niet door milieuzonering in de weg wordt gestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e9da50d3-ddf6-45f5-8d93-3f1750b534b0