[23bb005358] Bijlage 1 behorende bij 23bb5357 - ontwerpbestemmingsplan Hoogvliet Midden
Tekst van het document
Hoogvliet Midden Ontwerpbestemmingsplan
Opgesteld door:
datum:
25 november 2022
Stadsontwikkeling Bouw- en Woningtoezicht, Bureau Bestemmingsplannen
Vastgesteld d.d.:
........
Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Ligging en begrenzing
5
Beleid
7
2.1
Rijksbeleid
7
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
8
2.3
Gemeentelijk beleid
10
Beschrijving van het plangebied
20
3.1
Archeologie
20
3.2
Cultuurhistorie
21
3.3
Stadsgezichten en Monumenten
24
3.4
Huidig gebruik
25
Planbeschrijving
27
4.1
Ontwikkelingen
27
4.2
Juridische planbeschrijving
29
Water
36
5.1
Beleidskader
36
5.2
Samenwerking met de waterbeheerder
36
5.3
Huidige watersysteem
36
5.4
De wateropgave
37
Milieu
39
6.1
Inleiding
39
6.2
Milieu effectrapportage
39
6.3
Milieuzonering
40
6.4
Geluid
41
6.5
Geur
47
6.6
Luchtkwaliteit
48
6.7
Bodem
50
6.8
Externe veiligheid
50
6.9
Natuur
53
Hoofdstuk 7
Handhaving
58
Hoofdstuk 8
Financiële uitvoerbaarheid
59
Hoofdstuk 9
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
60
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
2
9.1
Participatie
60
9.2
Vooroverleg
60
Bijlagen
63
Bijlage 1
Afbeeldin Archeologie
64
Bijlage 2
Advies VRR
66
Bijlage 3
Onderzoek Geluid
67
Bijlage 4
Onderzoek Nestgeluid schepen
68
Bijlage 5
Onderzoek Externe Veiligheid
69
Bijlage 6
Onderzoek Groepsrisico
70
Bijlage 7
Onderzoek Flora en Fauna
71
Regels
73
Hoofdstuk 1
INLEIDENDE REGELS
74
Artikel 1
Begrippen
74
Artikel 2
wijze van meten
81
BESTEMMINGSREGELS
82
Artikel 3
Agrarisch
82
Artikel 4
Bedrijf
83
Artikel 5
Bedrijf - Gemeentewerf
84
Artikel 6
Bedrijf - Nutsvoorziening
85
Artikel 7
Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen
86
Artikel 8
Centrum
87
Artikel 9
Gemengd - 1
89
Artikel 10
Gemengd - 2
91
Artikel 11
Gemengd - 3
92
Artikel 12
Gemengd - 4
93
Artikel 13
Groen
94
Artikel 14
Kantoor
95
Artikel 15
Maatschappelijk
96
Artikel 16
Maatschappelijk - 1
97
Artikel 17
Maatschappelijk - 2
98
Artikel 18
Maatschappelijk - Begraafplaats
99
Artikel 19
Tuin
100
Artikel 20
Verkeer - Erf
101
Artikel 21
Verkeer - Garagebox
102
Artikel 22
Verkeer - Metro/sneltram
103
Artikel 23
Verkeer - Verblijfsgebied
104
Artikel 24
Verkeer - Wegverkeer
105
Artikel 25
Water
106
Hoofdstuk 2
3
Artikel 26
Wonen
107
Artikel 27
Wonen - 2
108
Artikel 28
Wonen - Berging
109
Artikel 29
Woongebied - 1
110
Artikel 30
Woongebied - 2
112
Artikel 31
Woongebied - 3
114
Artikel 32
Woongebied - 4
116
Artikel 33
Leiding - GT4/GT5
118
Artikel 34
Leiding - Leidingstrook
120
Artikel 35
Leiding - Water
122
Artikel 36
Waarde - Archeologie 1
124
Artikel 37
Waarde - Archeologie 2
126
Artikel 38
Waarde - Archeologie 3
128
Artikel 39
Waarde - Archeologie 4
130
Artikel 40
Waarde - Cultuurhistorie
132
Artikel 41
Waterstaat - Waterkering
133
Artikel 42
Waterstaat - Waterstaatkundige functie
134
Hoofdstuk 3
ALGEMENE REGELS
135
Artikel 43
Anti-dubbeltelregel
135
Artikel 44
Algemene bouwregels
136
Artikel 45
Algemene gebruiksregels
137
Artikel 46
Algemene aanduidingsregels
138
Artikel 47
Algemene afwijkingsregels
139
Artikel 48
Overige regels
140
Hoofdstuk 4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
141
Artikel 49
Overgangsrecht
141
Artikel 50
Slotregel
142
Bijlagen
143
Bijlage 1
Toelichting lijst bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2
144
Bijlage 2
Lijst van bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2
145
Bijlage 3
Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria
150
Bijlage 4
Ontwerpbesluit hogere waarden
168
4
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
De nu geldende bestemmingsplannen voor Hoogvliet Midden (Boomgaardshoek, Hoogvliet Stadshart en Deeldijk) zijn aan vernieuwing toe. Het opstellen van het bestemmingsplan gebeurt in het kader van het Meerjarenprogramma actualisering bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan Hoogvliet Midden is hoofdzakelijk een conserverend bestemmingsplan, waarin de bestaande bestemmingen en bouwmogelijkheden behouden blijven.Veranderingen die zich in de afgelopen jaren hebben voorgedaan zijn verwerkt. En de ontwikkellocaties in het bestemmingsplan Hoogvliet Stadshart zijn aangepast aan de huidige inzichten.
1.2
Ligging en begrenzing
Het plangebied van het bestemmingsplan Hoogvliet Midden ligt in het gebied Hoogvliet, aan de zuidwestkant van Rotterdam. De begrenzing van het plangebied is afgestemd op de geldende en in voorbereiding zijnde bestemmingsplannen ten noorden en zuidwesten van het middengebied van Hoogvliet. Het plangebied wordt begrensd door de Groene Kruisweg en de Laning aan de noordzijde, de Aveling aan de zuidzijde en de gemeentegrens met Albrandswaard aan de oostzijde. In het midden van het plangebied ligt metrostation Hoogvliet, en van noord naar zuid de bovengrondse metrolijn.
ws 'WïM
- T ļr r ^ ilfts ì
hĮM GViļglįEįįfl®
MUI
■sMà
'přļpş
Binnen het plangebied van het nieuwe bestemmingsplan Hoogvliet Midden gelden nu de bestemmingsplannen Hoogvliet Stadshart, Boomgaardshoek en het middenstuk van Deeldijk, en daarnaast drie thematische parapluherzieningen. In het onderstaande overzicht is aangegeven wanneer deze plannen zijn vastgesteld door de gemeenteraad, en wanneer ze onherroepelijk zijn geworden.
5
Deze zes plannen zullen (voor het deel dat binnen de bovenstaande begrenzing ligt) worden vervangen door het bestemmingsplan Hoogvliet Midden.
Geldende bestemmingsplannen: Bestemmingsplan
Vastgesteld
Onherroepelijk
567
Boomgaardshoek
26-04-2007
05-10-2007
585
Deeldijk (het middenstuk)
20-11-2008
18-09-2009
621
Hoogvliet Stadshart
09-07-2009
12-07-2010
Parapluherziening
Vastgesteld
Onherroepelijk
1077
Terrassen
11-11-2014
25-04-2015
1097
Parkeernormering Rotterdam
14-12-2017
31-03-2018
1104
Biologische Veiligheid
14-06-2018
18-08-2018
Geldende parapluherzieningen:
6
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale omgevingsvisie (NOVI)
Vastgesteld op 11 september 2020 Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld: » » » »
ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie; verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel; sterker en leefbaarder maken van steden en regio's; toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied.
2.1.2
Beleidsvisie Erfgoed en Ruimte
Vastgesteld op 15 juni 2011 In de jaren 2012-2016 heeft de Rijksdienst in vijf programmalijnen uitvoering gegeven aan de beleidsnota Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter. In de beleidsnota schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. De beleidsvisie is complementair aan de Structuurvsie Infrastructuur en Ruimte van het ministerie van I&M. Het programma Erfgoed en Ruimte wordt met een paar jaar verlengd, tot aan de invoering van de Omgevingswet in (naar verwachting) 2019. De komende jaren werkt de Rijksdienst aan drie programmalijnen: » » »
Water en erfgoed Landschap: transformatie van het landelijk gebied Transformatie in de stad en in krimpgebieden
2.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Vastgesteld op 22 augustus 2011, geconsolideerde versie 5 juni 2014 Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridische vertaling van nationaal ruimtelijk beleid. Het besluit bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang.
Relevant beleid voor het plangebied Net als de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid alleen aan de orde op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten (zoals het project 'Randstad 380 kV). Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook geen grootschalige ontwikkelingen die opgenomen zijn in het Barro. Om die reden bevat het Barro geen concreet beleid voor het plangebied.
2.1.4
Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking)
In werking getreden op 1 oktober 2012, gewijzigd per 1 juli 2017 Het doel van de ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige
7
ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de omgeving. De ladder geeft daarmee invulling aan het nationaal ruimtelijk belang gericht op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij ruimtelijke besluiten. Dit belang staat beschreven in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte binnen een breder kader van een goede ruimtelijke ordening. Gemeenten moeten plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken motiveren volgens de Ladder. Concreet betekent dit dat het bestemmingsplan een beschrijving bevat van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling. Wanneer deze ontwikkeling buiten het bestaand stedelijk gebied gerealiseerd wordt, moet gemotiveerd worden waarom er niet binnen het stedelijk gebied voorzien kan worden in de behoefte. Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Bestemmingsplan Het bestemmingsplan kent een aantal gemengde bestemmingen waarin op de begane grond zowel woningen als kantoren en/of detailhandel en andere functies mogelijk zijn. Hierbij gaat het bijna altijd om een situatie waar nu geen woningen aanwezig zijn. Ook maakt het bestemmingsplan de transformatie van kantoren en scholen naar woningen mogelijk, en zijn er zeven onbebouwde locaties waar woningen kunnen worden gebouwd. De mogelijkheden tot transformatie naar en nieuwbouw van woningen moet worden gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder doorlopen moet worden (zie hieronder). Het bestemmingsplan voorziet niet in een toename van kantoren en detailhandel. De kantoorruimte zal afnemen door transformatie naar woningen. Bij detailhandel is het bestemmingsplan gericht op concentratie, en er zal mogelijk ook een afname plaatsvinden. Bij detailhandel en kantoren is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling waarvoor de ladder moet worden doorlopen. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar paragraaf.
Woningbouw De regiogemeenten hebben de woonvisie "Dat spreken we af! - Woningmarktstrategie Regio Rotterdam 2014-2020" (vastgesteld op 12 februari 2014 door de stadsregio Rotterdam) opgesteld ter uitwerking van het provinciale beleid. Deze Woonvisie is als regionale woonvisie te beschouwen en in april 2014 aanvaard door de provincie. Een actualisering van de regionale woonvisies is op 26 september 2017 aanvaard door Provinciale Staten. Uit de (acualisering van) de woonvisies blijkt dat er de komende jaren in de provincie vooral vraag is naar stedelijke woonmilieus: een relatief hoge dichtheid, goede bereikbaarheid, een hoog voorzieningenniveau en functiemenging. Het nieuwe bestemmingsplan maakt het mogelijk dat op zes (thans grotendeels onbebouwde) locaties maximaal 770 woningen kunnen worden gebouwd. Het nu geldende bestemmingsplan Hoogvliet Stadshart maakt deze ontwikkelingen al grotendeels mogelijk. Het is waarschijnlijk dat deze ontwikkelingen binnen de planperiode worden gerealiseerd.
Conclusie De woningen die dit bestemmingsplan mogelijk maakt voorzien in een actuele behoefte, liggen binnen bestaand stedelijk gebied en het gaat om nieuwbouw die grotendeels past binnen het geldende bestemmingsplan. Gezien het bovenstaande voldoet het bestemmingsplan aan de ladder voor duurzame verstedelijking.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
2.2.1
Omgevingsbeleid, omgevingsvisie en omgevingsverordening
Het provinciale omgevingsbeleid voor de fysieke leefomgeving bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Deze kaders zijn vastgesteld door provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 en zijn op 1 april 2019 in werking getreden. Naast de kaders maken uitvoeringsprogramma's en plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit, onderdeel uit van het provinciale omgevingsbeleid. In de uitvoeringsprogramma's
8
en plannen staan operationele doelstellingen opgenomen om zichtbaar te maken op welke wijze het beleid wordt gerealiseerd. De provincie zet in op een groenblauwe structuur als samenhangend stelsel van verschillende groene ruimtes met land- en waterroutes die stad en land met elkaar verbinden. Opgave daarbij is om de groene kwaliteiten zowel binnen als buiten de stad te versterken en de samenhang tussen stedelijke parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Zes richtingsgevende ambities zijn daarbij relevant: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
klimaatbestendige delta; een nieuwe, circulaire economie; een levendige meerkernige metropool; energievernieuwing, geen fossiele brandstoffen meer; bereikbare provincie, geen files; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Het Omgevingsbeleid krijgt vorm via een opgavegerichte aanpak. Vanuit maatschappelijke opgaven wordt er, samen met belanghebbenden, bepaald welke onderdelen van het omgevingsbeleid worden toegepast. Op deze wijze wordt er een uitnodigend perspectief geboden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050, maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. De ambities geven vorm aan de volgende provinciale 'Opgaven Omgevingskwaliteit': 1.
Landschap en cultuurhistorie, Beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische
2.
waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving; Gezondheid en veiligheid,
3.
Zorgen voor een gezonde en veilige leefomgeving en het beperken van hinder; Natuur en recreatie. Behouden en versterken van natuurwaarden en het ontwikkelen van voldoende, aantrekkelijk en beleefbaar groen en water, waar mensen met plezier recreëren;
4.
5.
Ruimte en verstedelijking, Zorgen voor een zorgvuldig ruimtegebruik en een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied; Wonen,
Bevorderen van de beschikbaarheid van voldoende passende woningen in een aantrekkelijke leefomgeving, aansluitend op de behoeften van verschillende doelgroepen; 6. Bodem en ondergrond, Zorgen voor een duurzaam, veilig en efficiënt gebruik van bodem en ondergrond; 7. Cultuurparticipatie en bibliotheken, Ondersteunen van cultuurparticipatie en bibliotheken; 8. Klimaatadaptatie, Bevorderen van een leefomgeving die de gevolgen van klimaatverandering en weersextremen kan opvangen; 9. Zoetwater en drinkwater, Duurzaam voorzien in de behoefte aan zoetwater en waarborgen van de beschikbaarheid van voldoende drinkwater; 10. Bereikbaarheid, Bevorderen van een goede en veilige bereikbaarheid, met een mobiliteitsnetwerk dat keuzevrijheid biedt en aansluit op de behoeften van reizigers en vervoerders; 11. Regionale economie, Versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie; 12. Energievoorziening, Bevorderen van een betrouwbare, duurzame en efficiënte energievoorziening met een minimale uitstoot van broeikasgassen.
9
2.2.2
Omgevingsverordening
De provinciale belangen zijn verankerd in de Omgevingsverordening. Op basis hiervan zijn in het kader van dit bestemmingsplan de volgende artikelen relevant: Ruimtelijke kwaliteit (art. 6.9 O.V) Indien een bestemmingsplan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt, is er sprake van een aantal toetsingscriteria. Op basis van de begripsbepalingen uit de VR kan een ruimtelijke ontwikkeling omschreven worden als 'nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van bebouwing en grond'. Wanneer hier sprake van is, dient de ruimtelijke ontwikkeling binnen de aard en schaal van het gebied te passen en te voldoen aan de richtpunten van de kwaliteitskaart.
Toetsing Het bestemmingsplan Hoogvliet Midden legt overwegend de bestaande situatie vast. Daarnaast biedt het plan de mogelijkheid om het centrum van Hoogvliet te verdichten door nieuwbouw van woningen. Zowel het bouwvollume, de persoonsdichtheid als de ruimtelijke kwaliteit nemen hierdoor toe. Artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen Voor de ladder voor duurzame verstedelijking wordt verwezen naar paragraaf 2.1.4 Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Voor het onderhavige bestemmingsplan is van belang dat het plangebied binnen het bestaande stads- en dorpsgebied ligt. Artikel 6.11 Kantoren Een bestemmingsplan mag alleen voorzien in nieuwe kantoren: binnen de grootstedelijke top- en centrumlocaties, binnen de OV-knooppuntlocaties en centrum- en (intercity)stationslocaties (mits is aangetoond dat de behoefte aan kantoren groter is dan de nog onbenutte plancapaciteit voor kantoren op de desbetreffende locatie), en op een aantal bijzondere locaties die zijn aangegeven op kaart 10 van de Omgevingsverordening. Er gelden een aantal uitzonderingen op deze regel. Onder anderen kleinschalige zelfstandige kantoren (tot 1.000 m2 per vestiging), en kantoren met een lokaal verzorgingsgebied, zijn wel toegestaan buiten de aangewezen gebieden.
Toetsing Het bestemmingsplan Hoogvliet Midden voorziet niet in grootschalige nieuwbouw van kantoren, en maakt geen kantoren mogelijk groter dan 1.000 m2. Artikel 6.13 Detailhandel Een bestemmingsplan voorziet uitsluitend in nieuwe detailhandel indien deze binnen een bestaande winkelconcentratie ligt of daar direct aan grenst. Verder is detailhandel uitsluitend toegestaan binnen een nieuwe wijkgebonden winkelconcentratie in een nieuwe woonwijk of binnen een nieuwe goed bereikbare en centraal gelegen winkelconcentratie met detailhandel die is verplaatst van andere locaties. In het tweede lid is bepaald dat eventuele nieuwe detailhandel daarnaast in overeenstemming moet zijn met het ontwikkelingsperspectief dat is beschreven in het Programma ruimte en de Omgevingsvisie. Bij nieuwe detailhandel met een oppervlak van 2.000 m2 b.v.o. of groter dient te worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat niet wordt aangetast en is een advies nodig van de adviescommissie detailhandel Zuid-Holland.
Toetsing Het bestemmingsplan Hoogvliet Midden voorziet niet in een toename van detailhandel. De huidige detailhandel, met name geconcentreerd in het winkelgebied Binnenban, is bestemd. De gemeente zet in dit winkelgebied in op vermindering en concentratie van het winkelvloeroppervlak.
2.3
Gemeentelijk beleid
Algemeen Met de komst van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 kunnen ook gemeenten hun gemeentelijk beleid
10
vastleggen in structuurvisies. Ter verwezenlijking van de doelen in het ruimtelijk beleid stelt de gemeente bestemmingsplannen op. In Rotterdam zijn er twee typen bestemmingsplannen te onderscheiden het zogenoemde gebiedsbestemmingsplannen en projectbestemmingsplannen. Gebiedsbestemmingsplannen worden opgesteld door het cluster Stadsontwikkeling naar aanleiding van een meerjarenplanning. Wanneer een bepaalde ontwikkeling buiten het opstellen van een gebiedbestemmingsplan valt, kan daar een projectbestemmingsplan voor opgesteld worden of een omgevingsvergunningprocedure voor doorlopen worden, door een initiatiefnemer.
2.3.1
Omgevingsvisie 'De Veranderstad, werken aan een wereldstad voor iedereen'
Vastgesteld door gemeenteraad op 2 december 2021 De omgevingsvisie beschrijft de stedelijke koers voor de ontwikkeling van Rotterdam. Het is een nieuwe stadsvisie die richting geeft aan de verdere ontwikkeling van Rotterdam. Deze Omgevingsvisie vervangt de in 2007 vastgestelde Stadsvisie Rotterdam 2030. Tot de datum van invoering van de Omgevingswet krijgt de Omgevingsvisie de status van structuurvisie onder het huidige regime van de Wet ruimtelijke ordening. Hoofdlijn van de Omgevingsvisie is dat Rotterdam kiest voor goede groei. Groei die bijdraagt aan het welzijn van de inwoners, aan een duurzame samenleving en aan economische vooruitgang. Groei die het Rotterdamse rijke erfgoed en de identiteit ondersteunt en versterkt. De omgevingsvisie gaat uit van 5 langetermijndoelen (perspectieven): compact, inclusief, duurzaam, gezond, productief. Mede aan de hand daarvan worden in de omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes benoemd waarmee invulling wordt gegeven aan de koers voor Rotterdam voor goede groei: »
Rotterdam zet in op prettig leven in de delta: Rotterdam wordt een gezonde, groene en aantrekkelijke stad in de grotere metropoolregio om te wonen, werken, recreëren, sporten en bewegen;
»
Rotterdam gaat verstedelijken & verbinden. Er wordt verstedelijkt binnen de bestaande stad om de stad te versterken. Verstedelijking gebeurt vooral bij en rondom bestaand of nieuw hoogwaardig openbaar vervoer;
»
Rotterdam zet in op vitale wijken met een divers aanbod aan woon- en werkruimte en passende maatschappelijke voorzieningen. Het moet niet uitmaken waar je opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. In de wijken komen een heleboel opgaven samen: deze worden in samenhang aangepakt om de wijken toekomstbestendig te maken;
»
Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie: Er wordt gewerkt aan een stad die klimaatneutraal is en waar w grondstoffen hergebruikt worden. Zo wordt een duurzaam Rotterdam gecreeërd met een bloeiende en innovatieve economie. Voor nu en toekomstige generaties;
»
Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen: Rotterdam heeft een sterke economische uitgangspositie. Tegelijkertijd is Rotterdam, onder meer door zijn uitstekende (internationale) bereikbaarheid, een middelpunt van innovatie en van kennisintensieve dienstverlening.
2.3.2
Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020
Vastgesteld op 15 december 2016 door de Rotterdamse gemeenteraad De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld. Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: »
de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen;
»
te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; en
11
«
woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid.
Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: » » «
een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad; ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden; en energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen.
De basis op orde houden door: » » « » »
het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; betaalbaarheidproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk; goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken; toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt; en woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning.
De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. De Woonvisie is een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambitie van de Stadsvisie te helpen realiseren.
2.3.3
Werklocaties 2030: kantoren en bedrijfsruimte
Vastgesteld op 12 maart 2020 door de Rotterdamse gemeenteraad Op 12 maart 2020 heeft de gemeenteraad de nota kantoren en de nota bedrijfsruimte vastgesteld.
Kantoren Doel van het beleid is om richting te geven aan de ontwikkeling van de Rotterdamse kantorenmarkt, door: «
» »
het versterken van de nieuwe economie door concentratie van kantoren op zes locaties met de beste bereikbaarheid en verblijfskwaliteit, en ontwikkeling van specifieke clusters op vijf andere locaties; een goede balans tussen vraag en aanbod door introductie van een Rotterdamse ladder (zodat snel duidelijk is of er een markttechnische onderbouwing is voor nieuwbouw); het stimuleren van verduurzaming van de kantorenvoorraad en -omgeving (minimaal energielabel C).
In de Hoogvliet Midden zijn geen kantorenconcentratiegebieden aanwezig. Dit betekent dat het plangebied van dit bestemmingsplan in het Rotterdamse kantorenbeleid als overig gebied is aangemerkt. Buiten de concentratiegebieden is de kantoorontwikkeling gericht op lokaal georiënteerde dienstverlening en kleinschalige bedrijvigheid, bijvoorbeeld in de vorm van een bedrijfsverzamelgebouw. Voor bedrijven die doorgroeien is het ondernemingsklimaat van de concentratiegebieden meer geschikt.
Bedrijfsruimte Doel van het beleid is om voldoende bedrijfsruimte in Rotterdam te waarborgen - en richting te geven aan de ontwikkeling van bestaande en nieuwe bedrijfslocaties: 1. Behouden en zo goed mogelijk benutten van bedrijfsruimte: a.
De totale omvang van de voorraad bedrijfsruimte wordt behouden en zo efficiënt mogelijk benut;
b.
Bedrijfsruimte in de wijken wordt zoveel mogelijk behouden;
c.
Nieuwe bedrijventerreinen krijgen een plek in de regio;
2. Functiemenging waar het kan, functiescheiding waar het moet: a.
Ruimte-extensieve en zware bedrijvigheid wordt ingepast aan de rand van de stad of in de regio, arbeidsintensieve en lichte bedrijvigheid behoudt een plek in de stad;
b.
Op bedrijventerreinen met een transformatieopgave wordt ingezet op woonwerkgebieden met behoud van (vervangende) werkgelegenheid.
3. Stadsgebonden bedrijvigheid:
12
a.
Focus op vestiging van bedrijven die vanwege hun klanten- en werknemerskring een directe relatie hebben met de stad, en op:
b.
Kleinschalige datacenters (digitalisering), city hubs en XS-warehouses (ecommerce), incubators en bedrijfsverzamelgebouwen ('de nieuwe economie').
4. Verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van bedrijventerreinen: a. b.
Focus op verduurzaming (energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie), en op: Verbetering van de gebruiks-, belevings- en toekomstwaarde en van de multimodale bereikbaarheid.
Het nieuwe Rotterdamse beleid sluit aan op de Strategie Werklocaties van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), waarin de regiogemeenten afspraken hebben gemaakt over de programmering van kantoren, bedrijfsruimte en detailhandel. De Nota Bedrijfsruimte vormt samen met de Nota Kantoren 2020 en de Nota Detailhandel 2017 een totaalbeleid voor werklocaties in Rotterdam. Dit samenhangende beleid dient onder meer als basis voor gemeentelijke investeringen in de lokale economie.
2.3.4
Stedelijk Verkeersplan Rotterdam 2017 - 2030+
Vastgesteld op 11 mei 2017 door de Rotterdamse Gemeenteraad Het Stedelijk Verkeersplan is een plan waarbij bereikbaarheid in dienst van een economisch sterk en gezond Rotterdam staat. Het Stedelijk Verkeersplan zet de lange termijnvisie neer, waarbij het uitgangspunt is dat mobiliteit geen doel op zich is, maar een belangrijke randvoorwaarde voor een economische sterk, gezond en aantrekkelijk Rotterdam. De Rotterdamse Mobiliteitsagenda kent een drietal vertrekpunten: » « »
de groei en stedelijke verdichting van Rotterdam naar 690.000 inwoners in 2035; de economische vernieuwing (Next Economy) en de daarbij horende energietransitie; de stedelijke mobiliteitstransitie naar meer fiets en ov-gebruik.
Bovengenoemde ontwikkelingen zijn vertaald in een verschillend aantal kansen en bereikbaarheidsmaatregelen die bijdragen aan Rotterdam als levendige en sterke economische stad. Een goede balans in modaliteiten, oftewel een nieuw evenwicht tussen fietsers, voetgangers, auto’s en het openbaar vervoer is daarbij vertrekpunt. Dit betekent dat de verdichting met woningen binnen het stedelijk gebied prioriteit krijgt en de transitie naar de Next Economy het regionaal en stedelijk vervoersnetwerk vorm geeft. Hierbij staat de gezondheid van de Rotterdammer voorop en wordt geïnvesteerd in slimme mobiliteit, waarbij de stad functioneert als proeftuin. De structuuringrepen binnen het Stedelijk Verkeersplan bieden de meeste kansen om een stedelijk en regionaal infrastructuur netwerk te vormen dat voldoende flexibel en genoeg adaptief is om de stad van de toekomst (Next City) vorm te geven. De mobiliteitsstrategie ontstaat vanuit de gewenste ruimtelijke en economische ontwikkeling van stad en regio en wordt -wanneer de bereikbaarheidsopgave in de toekomst verandertsteeds opnieuw aan de tijdgeest aangepast, omdat het geen volgordelijkheid kent. Dit leidt tot de volgende beleidskeuzen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
City Lounge versterkt: stimuleren van fiets en ov; een samenhangend regionaal en stedelijk netwerk: wegen en ov in evenwicht; regionale en stedelijke oeververbindingen: nieuwe en transformatie van bestaande; aantrekkelijke en levendige (Binnen)stad: de City Lounge versterkt; versterken nieuwe vervoerswijzen: vervoer over water en Last Mile; geen vervoersarmoede: sociale en maatschappelijke participatie versterkt; gezonde leefomgeving: versterken ruimtelijke kwaliteit, luchtkwaliteit en Zero Emissie; slimme mobiliteit: technologische innovatie en ict; gebieden Buiten de Ring: duurzaam verbinden.
2.3.5
Nota Detailhandel 2017
Vastgesteld op 22 en 29 juni 2017 door de Rotterdamse gemeenteraad De Nota Detailhandel uit 2013 is in 2017 geactualiseerd. De nota bestaat uit een algemeen deel dat de stedelijke ambities ten aanzien van dit onderwerp bevat en 13 separate gebiedsgerichte uitwerkingen,
13
die het detailhandelsbeleid per gebied beschrijven. De nota en de gebiedskoersen doen geen uitspraken over het centrum, hiervoor blijft de nota 'WNKLN N RTTRDM' het relevant beleidskader. Stedelijke ambities en spelregels ten aanzien van detailhandel Het detailhandelsbeleid bestaat in de basis uit een beleidskader, waarin op grond van de trends en ontwikkelingen de visie en ambitie van Rotterdam op de detailhandelsstructuur wordt uitgesproken. Met dit kader zet Rotterdam in op een krachtige, toekomstbestendige winkelstructuur, waarbij de consument centraal staat en sprake is van complete, compacte comfortabele en levensvatbare centra. Om deze ambities te realiseren, is een aantal spelregels onontbeerlijk en zijn vier stedelijke ambities geformuleerd: » « » »
Een evenwichtige detailhandelsstructuur (aantrekkelijk, levensvatbaar, complementair) Meer flexibiliteit en dynamiek ter versterking van de detailhandelsstructuur Detailhandelsbeleid als kader voor ruimtelijke ontwikkelingen Een bruisende Binnenstad!
De spelregels die nodig zijn om de ambities te behalen zijn: »
Nieuwe ontwikkelingen zijn alleen mogelijk in de winkelconcentratiegebieden zoals in de Gebiedskoersen Detailhandel zijn vastgesteld.
» « » » » «
Creëren van nieuwe winkelgebieden is enkel onder strikte voorwaarden mogelijk. Geen nieuwe solitaire vestiging van winkels buiten de detailhandelsstructuur van winkelgebieden. In kleine kernen kan maatwerk vereist zijn, om de kwaliteit van de leefomgeving te behouden. Vestiging van grootschalige detailhandel bekijken we kritisch. Geen nieuwe perifere concentratiegebieden. Tuincentra en bouwmarkten buiten de aangewezen winkelgebieden zijn onder voorwaarden bespreekbaar. Geen detailhandel op bedrijventerreinen. Winkels in tweedehandsgoederen vestigen we in winkelgebieden; uitzondering voor kringloopwinkels. Internetwinkels en -afhaalpunten met een (beperkte) bezoekersfunctie worden enkel toegestaan in de winkelgebieden en op trafficlocaties. Voor winkels geldt in de horecanota Rotterdam 2017-2021 de basisvrijstelling.
» » » »
Gebiedskoersen De stedelijke ambities zijn het uitgangspunt voor de gebiedsgerichte uitwerking voor detailhandel. In de gebiedskoersen detailhandel zijn de winkelgebieden ruimtelijk begrensd, zodat voor iedereen duidelijk is wat de winkelgebieden in de stad zijn en wat de gemeentelijke koers daarbij is. De keuzes op gebiedsniveau vormen de basis voor het gemeentelijk handelen ten aanzien van enerzijds het versterken van winkelontwikkelingen (door bijvoorbeeld mee te werken aan nieuwe winkelvestiging) en anderzijds de transformatieopgave.
2.3.6
Gebiedskoers Detailhandel 2021-2024 Hoogvliet
Vastgesteld in januari 2022 door het college van de gemeente Rotterdam Voor detailhandelsvestigingen en -ontwikkelingen in Rotterdam is de stedelijke detailhandelsnota “Detailhandel Rotterdam 2017 het geldende beleidskader. De ambities en spelregels uit de detailhandelsnota zijn op gebiedsniveau (per stadsdeel voor alle winkelgebieden) verder uitgewerkt in de Gebiedskoersen Detailhandel 2017-2020. Hierin zijn per gebied, op basis van lokale kennis en functioneren, keuzes gemaakt ten aanzien van de gewenste detailhandelsstructuur enerzijds en gebieden waar de detailhandelsfunctie een transformatieopgave heeft anderzijds. Deze gebiedskoersen zijn in 2021 tegen het licht gehouden en opnieuw geformuleerd.
Binnenban De Binnenban is het grootste centrumgebied in Hoogvliet. De afgelopen jaren is er sprake van een sterke afname van het aanbod zowel in omvang als aantal verkooppunten en de leegstand is fors. De Binnenban wordt getypeerd als een wijkcentrum. De komende jaren transformeert het gebied van een
14
winkelcentrum naar een gemengd stedelijk centrum door verdichting, programmatische versterking en vergroening. Voor detailhandel betekent dit vermindering van het winkelvloeroppervlak en een concentratie van het winkelprogramma in de Binnenban. Het streven is een compact winkelgebied met aan de flanken van het gebied niet-winkelfuncties (wonen, zorg, sport, onderwijs, cultuur, maatschappelijk, horeca en leisure) en gecombineerd met een prettige groene openbare ruimte.
Buurthubs In Hoogvliet zijn enkele verspreide concentraties aanwezig. Deze buurthubs vormen clusters van voorzieningen (waaronder winkels), maar worden nadrukkelijk niet gezien als winkelgebieden c.q. onderdeel van de hoofddetailhandelsstructuur. verplaatsing naar winkelgebieden is het uitgangspunt. Binnen het bestemmingsplan Hoogvliet Midden is één buurthub gelegen, de detailhandel tussen Erica en Akkerwinde.
2.3.7
Horecanota Rotterdam 2017-2021
Vastgesteld door B&W op 1 november 2016 In de Horecanota 2017-2021 staat de balans tussen levendigheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat centraal. De nota beschrijft het instrumentarium dat hieraan invulling geeft. Gebiedsgericht werken, een verdere vereenvoudiging van het vergunningstelsel, verfijning van het handhavingskader en stimulering van eigen initiatief door experimenten zijn hiervan de elementen.
Belang voor de stad Rotterdam is een levendige stad met een aantrekkelijke binnenstad, een groot cultureel aanbod en een gevarieerde samenstelling van bewoners, ondernemers en bezoekers. Horeca speelt een cruciale rol: een goede mix van kwaliteit en kwantiteit, een balans met andere stedelijke functies en openbare orde en veiligheid, bevordert de populariteit van Rotterdam. Bovendien levert de horecasector werkgelegenheid op en stimuleert het de lokale economie. De aantrekkingskracht van de stad is de afgelopen jaren toegenomen. Er wordt weer geld uitgegeven door bezoekers, Rotterdam voert de goede lijstjes aan en is in 2015 uitgeroepen tot beste binnenstad van Nederland. Tegelijkertijd verdicht de bewoning en is ruimte schaars. Het is dus van belang alles in goede banen te leiden en deze schaarse ruimte optimaal te benutten. De positieve ontwikkelingen van Rotterdam weten sommige delen van de stad onvoldoende te bereiken vanwege de aanwezigheid van malafide ondernemingen, georganiseerde criminaliteit en overlast. Dit vraagt om extra aandacht en stevig optreden.
Visie en ambities Met dit horecabeleid borduurt Rotterdam voort op de goede ontwikkelingen in onze stad. Met oog voor ondernemerschap en aandacht voor een prettig woon- en leefklimaat voor onze bewoners zijn aan de hand van een aantal uitgangspunten vier ambities bepaald waarmee Rotterdam invulling geeft aan de visie op horeca voor de komende jaren. De Horecanota 2017-2021 geeft invulling aan de visie van Rotterdam ten aanzien van de horeca voor de komende vijf jaar. De horecanota staat niet op zichzelf. Het is een kader dat samen met andere gemeentelijke kaders en visies moet zorgen voor het behoud en de verdere ontwikkeling van Rotterdam als aantrekkelijke stad om in te wonen, te werken en te verblijven. Op basis van de vsie en aan de hand van onderstaande uitgangspunten realiseert Rotterdam de ambities van balans in de wijk, een veerkrachtige binnenstad, verantwoord ondernemerschap en de stad als laboratorium. « » » » » » »
Rotterdam bruist!; de wijk is het uitgangspunt bij het bepalen van de mogelijkheden en onmogelijkheden; bewoners en ondernemers hebben inspraak en nemen gezamenlijk verantwoordelijkheid; ruimte voor innovatie en experimenten ter bevordering van het ondernemerschap en woon- en leefgenot; minder regels, minder lasten en een vereenvoudigd vergunningenstelsel; uitgaan van vertrouwen en sturen op naleving (high trust); wanneer regels en afspraken worden geschonden, dan wordt stevig opgetreden (high penalty).
Uiteenzetting horecastelsel (vergunningen)
15
In deze paragraaf is aangegeven wat in Rotterdam verstaan wordt onder horeca en voor welke vormen een exploitatievergunning noodzakelijk. Ook wordt een toelichting gegeven op bijzondere vormen van (tijdelijke) horeca en de andere zaken die bij het starten en/of overnemen van een horeca-inrichting komen kijken. Wat is horeca? Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam verstaan we onder horeca elk openbaar pand of openbare ruimte waar je structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting. De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen. Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen vanwege hun bijzondere karakter eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn eveneens geen onderdeel van dit beleid. Een restaurant in een hotel natuurlijk wel. Exploitatievergunning of niet? In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is.
Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Dit is de afgelopen jaren een duidelijke lastenverlichting gebleken en sluit aan bij de high trust (high penalty) aanpak. Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Alcoholwet nu eenmaal verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, onderscheiden we in Rotterdam drie varianten die vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht mogen exploiteren; exploitatiecategorie 0.
Basisvrijstelling * * *
Geopend tussen D7:0Ū en 22:ŪŪ uur; alleen achtergrondmuziek aanbieden: alleen een gevelzitplaats (max. lm uit de gevel over de
*
breedte van de gevel) exploiteren; geen kansspelen, seks- en/of drugsgerelateerde activi teiten aanbieden en/of gelegenheid bieden tot het roken
* *
met gebruik van een waterpijp: de horeca-activiteiten passen birnen de bestemming van het object: de openbare inrichting niet vergunningplichtig is op grond van de Drank- en Horecav;et.
Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden. De overige voorwaarden blijven gelijk.
16
Vrijstelling met horeca bestemming * * *
Geopend tussen 07:00 en 23:00 uur: een gevelterras exploiteren tot max. 3m uit de gevel over de breedte van de gevel; alcoholische drank schenken indien zij ir het bezit zijn van een Drank-en Horeca wet vergunning.
Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten (limitatief): muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is.)
Wijste Hing voor bijzondere objecten ä instellingen * *
Geopend tussen 07:00 en 23:00 uur; een gevelterras exploiteren tot max. 3m uit de gevel over de breedte van de gevel; * alcoholische drank schenken indien zij in het bezit zijn van een Drank- en Horeca wet vergunning^.
Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. Dit gebeurt door middel van een aanwijzingsbesluit dat voor bepaalde of onbepaalde tijd van kracht is. De aanwijzing wordt genomen op basis van het Horecagebiedsplan (zie ook paragraaf Horecagebiedsplan Hoogvliet 2019-2021) dat ter plaatse van kracht is, waarin ook gemotiveerd is waarom het gebied wordt aangewezen. In die gevallen is altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren, ook al is er sprake van één van de hierboven beschreven situaties. Exploitatievergunning Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten. Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt.
Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf. Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie).
Gebiedsgericht werken Een belangrijk, zo niet het belangrijkste onderdeel van de Horecanota is gebiedsgericht werken; kennis uit de wijk is bepalend voor wat kan en wat niet. Deze werkwijze, waarbij maatwerk en flexibiliteit centraal staan, heeft in de afgelopen jaren reeds z’n vruchten afgeworpen op het gebied van horeca.
17
Door per wijk of buurt een duidelijke visie en/of ambitie te hebben en daaraan vestigingsvoorwaarden te stellen, kunnen bekende en nog onbekende horeca-ontwikkelingen worden beoordeeld en gerealiseerd. Het horecagebiedsplan biedt het kader hiervoor.
2.3.8
Horecagebiedsplan Hoogvliet 2019-2021
Vastgesteld door B&W op 18 juni 2019 De horeca is in Hoogvliet beperkt vertegenwoordigd. Desondanks is er sprake van voldoende aanbod in elke categorie. De meeste cafés bevinden zich in en rondom het winkelcentrum De Binnenban. Daarnaast zijn er enkele horeca-inrichtingen in de kleinere winkelcentra en -straten. Het betreft dan vooral (afhaal)restaurants. Ook is er een feestgelegenheid die in een park buiten de bebouwing is gelegen. Met de verschillende horeca-inrichtingen worden met name lokale bewoners en werknemers in het Botlek- en Europoortgebied bediend. Een substantiële uitbreiding van het horeca-aanbod is in beginsel niet wenselijk. Dit neemt niet weg dat uitbreiding in bepaalde categorieën en op bepaalde locaties tot de mogelijkheden behoort.
Centrum Centrum is een wijk waar diverse functies samenkomen. Het Centrum is een winkelgebied omringd met woningen. In het winkelcentrum zijn de afgelopen jaren kleinere winkels weggevallen. Mogelijk zullen er ook winkels met grotere vloeroppervlakten vertrekken uit het gebied. De vastgoedmaatschappij die het grootste gedeelte van de panden in beheer heeft speelt hierop in door detailhandel op de eerste verdieping van de panden te transformeren naar woningen en winkelruimten te verkleinen om het vestigen voor kleine zelfstandige en startende ondernemers aantrekkelijker te maken. Dit zou ook in beperkte mate om horeca kunnen gaan. Het winkelcentrum De Binnenban heeft een open karakter met vooral aan de randen horecagelegenheden. Dat is de primaire horecalocatie. Bij de ontwikkeling van horeca moet rekening worden gehouden met de boven en nabij gelegen woningen. Momenteel is er een ruim aanbod van horeca. Er zijn een paar kroegen, eethuisjes, een eetcafé en een paar restaurants gevestigd. Het is wenselijk om het winkelgebied te concentreren en de buitenranden te transformeren naar andere functies, als vastgoedontwikkeling of groenvoorziening. Gezien de huidige aanwezige horeca, geldt de ontwikkelrichting voor dit gebied ontwikkelen. Tevens is vrijgesteld van de vergunningplicht toegestaan om ruimte te creëren voor lichte en/of ondersteunende horeca.
Om de balans de komende jaren tussen (enige) verlevendiging en de woonfunctie te behouden, zijn vormen van horeca die niet direct passen in dit gebied, en op dit moment ook niet worden geëxploiteerd, waaronder 24-uurs vergunningen en ochtendhoreca niet toegestaan.
Middengebied De bewoners van het Middengebied vinden het aantal voorzieningen toereikend. Een uitbreiding is niet gewenst. Er moet worden voorkomen dat het woon- en leefklimaat onnodig wordt belast en dat de (veiligheids)situatie verslechterd. De ontwikkelrichting voor dit gebied is consolideren. Exploiteren vrijgesteld van de vergunningplicht is niet toegestaan. Om de balans de komende jaren tussen (enige) verlevendiging en de woonfunctie te behouden, zijn vormen van horeca die niet direct passen in dit gebied, en op dit moment ook niet worden geëxploiteerd, waaronder 24-uurs vergunningen en ochtendhoreca niet toegestaan.
2.3.9
Erfgoedverordening 2020
Vastgesteld op 22 december 2016 en vastgesteld op 28 januari 2021 door de Rotterdamse gemeenteraad Rotterdam heeft een inmiddels volwassen monumententraditie. Er is sprake van een toenemend historisch bewustzijn in de stad. De karakteristieke vermenging van tijdlagen en de daarbij horende afwisseling van oud en nieuw zorgt voor een belangrijke en onderscheidende identiteit van het stadsbeeld. In de beleidsnota Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020 wordt de visie op het Rotterdams gebouwde erfgoed en de hieruit voortvloeiende ambities beschreven. Rotterdam verbindt de zorg voor behoud van het gebouwd erfgoed met de hedendaagse opgaven van de stad. Ingezet wordt op bescherming, behoud en hergebruik, en instandhouding van erfgoed. Steeds vaker wordt cultuurhistorie
18
gekozen als uitgangspunt voor (gebieds-)ontwikkelingen, waardoor de historische gelaagdheid van de stad behouden blijft voor toekomstige generaties. Het wettelijke instrumentarium hiervoor is de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van het planologisch instrumentarium.
19
Hoofdstuk 3 3.1
Archeologie
3.1.1
Beleidskader
Beschrijving van het plangebied
Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke Archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.
De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen.
3.1.2
Bewoningsgeschiedenis
Over de bewoningsgeschiedenis van het bestemmingsplangebied is weinig bekend. In het oostelijk deel van het plangebied bevinden zich vier vindplaatsen die dateren uit de Romeinse tijd (begin jaartelling-350 na Christus) en de Late Middeleeuwen A (1000-1250). De aanwezigheid van deze vndplaatsen geeft in elk geval de archeologische potentie van het gebied aan. Van het aangrenzende gebied rondom Poortugaal is veel meer bekend. Talrijke vindplaatsen met bewoningssporen uit de IJzertijd (800 voor Christus-begin jaartelling), de Romeinse tijd en de Vroege en Late Middeleeuwen zijn hier onderzocht. Aangezien het bestemmingsplangebied een vergelijkbare bodemkundige gesteldheid heeft als het gebied rond Poortugaal mogen ook in het plangebied en omgeving veel meer resten uit genoemde perioden verwacht worden. Het oostelijk deel van het plangebied hoorde bij het rond 1180 ingedijkte land Welhoek. De dijken in het gebied werden in ieder geval vanaf de 14e eeuw als woonplaats benut; in dit gebied gaat het specifiek om de Welhoeksedijk, het dijklichaam ter hoogte van de huidige Duifhuisweg, en een voormalig dijktracé (dijkzaat), genaamd Paddewei aan de westzijde van het ingedijkte land. In de 13e eeuw wordt de polder Hoogvliet (Oudevliet, Odevliet) gevormd tegen het ingedijkte land Welhoek aan. Aan de dijk langs de Oude Maas werd in ieder geval vanaf de 14e eeuw gewoond.
Voor de dijk lag het haventje van Hoogvliet. Binnendijks verrees in de jaren 1658-1660 een (NH) kerkgebouw.
3.1.3
Archeologische verwachting
Gelet op de archeologische rijkdom en de vergelijkbare bodemkundige gesteldheid van het nabijgelegen Land van Poortugaal is de archeologische potentie van het bestemmingsplangebied hoog. De reeds bekende vindplaatsen in het gebied onderstrepen dit. De bekende vindplaatsen bevinden zich onder en in de omgeving van de stortplaats langs de Welhoeksedijk (voorheen terrein van hoge archeologische waarde met monument nr. 6474). Een verhoogde kans op het aantreffen van archeologische relicten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe tijd geldt verder voor de dijktracé's, de dorpskern, de locatie van de haven van Hoogvliet, en het terrein van de NH-kerk met directe omgeving. De meeste van de bewoningssporen zullen zich ter plaatse van de bebouwing bevinden, zoals die voor het eerst exact is weergegeven op de oudste kadastrale kaart
20
van 1811-1832.
3.1.4
Regeling in bestemmingsplan
Om de archeologische waarden die in de bodem aanwezig kunnen zijn te beschermen zijn in de regel en op de verbeelding vier dubbelbestemmingen Waarde - Archeologie opgenomen. Op de kaart, die als Afbeeldin Archeologie in de toelichting is opgenomen, is een overzicht van deze vier gebieden gegeven. Waarde - Archeologie 1 Voor de stortplaats aan de Welhoeksedijk, voormalig monument nr 6474 (Waarde - Archeologie 1) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 8,0 meter beneden maaiveld, ongeacht het verstoringsoppervlak van de ingreep. Waarde - Archeologie 2 Voor de locaties met de bebouwing die op de kadastrale kaart van 1811-1832 zijn weergegeven (Waarde - Archeologie 2) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld, ongeacht het verstoringsoppervlak van de ingreep. Waarde - Archeologie 3 Voor het lager gelegen deel van het plangebied (Waarde - Archeologie 3) geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 verkante meter.
Waarde - Archeologie 4 Voor het hoger gelegen deel van het plangebied, oorspronkelijk het gebied dat buitendijks lag (Waarde Archeologie 4), geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,0 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte beslaan van meer dan 200 vierkante meter.
3.2
Cultuurhistorie
Stedenbouwkundige ontwikkeling
Situatie 16e eeuw Hoogvliet is gelegen op het westelijk deel van het eiland IJsselmonde. Dit eiland ligt ten zuidwesten van de stad Rotterdam en wordt aan de noordzijde begrensd door de Nieuwe Maas en ten westen door de river de Oude Maas. Tot aan het moment dat Hoogvliet halverwege de vorige eeuw veranderde in een Rotterdamse satellietstad met 35.000 inwoners was het niet meer dan eenvoudig dijkdorpje met een paar honderd inwoners. Hoogvliet maakte oorspronkelijk deel uit van een reeks dorpjes die op ruime afstand verspreid lagen op het eiland IJsselmonde en die alle in de vroege middeleeuwen gesticht werden door plaatselijke adellijke families. De structuur van deze dorpjes werd in hoofdzaak gedicteerd door de loop van de dijken. De aanleg van dijken was strikt noodzakelijk voor dit gebied, gezien de ligging ervan in de onstuimige Zuid-Hollandse delta. Dit was een grillig waterlandschap waarin grote en minder grote eilanden gelegen waren, alle ontstaan door eeuwenlange aanslibbingen en verzandingen. Door de directe verbinding met de zee waren overstromingen en vloeden tot ver in de 20e eeuw aan de orde an de dag. Deze dominantie van het water heeft de ontwikkeling van Hoogvliet maar ook de andere omliggende dorpjes in grote mate bepaald en geregeerd.
Situatie begin 20e eeuw Vanaf de jaren dertig van de vorige eeuw veranderde het dijkdorp als gevolg van de grootschalige havenontwikkelingen die verderop in Rotterdam gaande waren. Toen de noordelijke maasoever vrijwel volledig benut was met kleinschalige havens waagde Rotterdam de sprong naar de overkant van de Maas naar het eiland IJsselmonde. Dit gebied was vanwege de beperkte woningdichtheid aantrekkelijk voor de opslag van onder meer brandgevaarlijke producten. Het eiland Feijenoord werd na annexatie als eerste ingericht voor onder meer de opslag en handel van petroleum, één van de meest winstgevende producten van Rotterdam. Door daar een petroleum-etablissement in te richten kozen veel
21
(buitenlandse) bedrijven Rotterdam als vestigingsplaats. De komst van de Koninklijke Bataafsche Petroleum Maatschappij (het latere Shell) bevestigde de economische status van Rotterdam. Tussen 1887 en 1906 werden grootschalige havenprojecten als de Maashaven, Rijnhaven en Waalhaven aangelegd. Onder invloed van het Havenplan Pernis (1915) vond vervolgens een westwaartse koers plaats. Het plan bestond uit drie verschillende havens met verschillende functies die zich uitstrekten van de Waalhaven tot aan de Vondelingenplaat in het uiterste westen van het eiland IJsselmonde (ter hoogte van het dijkdorpje Hoogvliet). Het Havenplan Pernis werd deels uitgevoerd met slechts één petroleumhaven. Het leidde in 1933 wel tot de annexatie de gemeenten Pernis, Hoogvliet en delen van dijkdorpjes Rhoon en Poortugaal. De weilanden en akkers in deze dorpjes waren nodig om de tonnen baggerspecie die door de uitgraving van de petroleumhaven tevoorschijn kwamen te dumpen. Direct na de annexatie verhuisde de olieconcerns met hun installaties naar hiervoor ingerichte terreinen. Hiermee transformeerde het gehele gebied in een haven- en industriegebied ten behoeve van de petroleumindustrie.
In 1934 verhuisde het olieconcern de Koninklijke Bataafsche Petroleum Maatschappij (het latere Shell) samen met een aantal kleinere petrochemische bedrijven met haar installaties in westelijke richting naar de Vondelingenplaat, en richtte daar haar terrein voor de opslag en verwerking van petroleum langs de gloednieuwe haven in. Als gevolg hiervan was er een dringende eerste behoefte aan 2000 tot 4000 extra woningen in de nabijheid van de fabrieken. De BPM was met de voltooiing van de Eerste Petroleumhaven zelf al begonnen met het bouwen van enkele villa's ten westen van de oude dorpskern Hoogvliet, bestemd voor de directie van het bedrijf (Shelldorp). De opgave voor het creëren van een grotere hoeveelheid woningen in de nabijheid van de haven werd eerder al voorzien in het streekplan IJsselmonde (1938). In dit plan werden de eerste aanzetten gedaan tot het planmatig nadenken over het creëren van realistische woongelegenheden buiten de stad. De gemeente Rotterdam besefte dat er binnen enkele jaren een woongelegenheid gebouwd moest worden in die omgeving. Dit moest uiteindelijk leiden tot de bouw van een geheel nieuwe stad zodat niet alleen de havenarbeiders op de Vondelingenplaat gehuisvest konden worden maar ook de toekomstige havenarbeiders uit het Botlekgebied, een nieuw te ontwikkelen industriegebied ten westen van de Vondelingenplaat.
De voorkeur voor deze nieuwe woonnederzetting ging uit naar het middeleeuwse dijkdorpje Hoogvliet. Dit had een aantal redenen. Ten eerste omdat het in de directe omgeving van de industrie lag; de afstand per fiets naar het fabrieksterrein was slechts enkele kilometers. Ten tweede omdat er daar eind jaren '30 al een Shelldorp was gebouwd voor de directie van de Shell en er nog voldoende ruimte was om uit te breiden. En tenslotte omdat Hoogvliet al in 1933 volledig was geannexeerd door Rotterdam met als doel de twee petroleumhavens uit te kunnen graven.
na 1947 voor de ontwikkeling van de nieuwe satelietstad Hoogvliet is een serie ontwerpen gemaakt. De eerste studie werd in 1947 gemaakt door Lotte Stam Beese, een internationaal gerenommeerde stedenbouwkundige bij de Dienst Stadsontwikkeling en Wederopbouw. Zij was ook verantwoordelijk voor de stedenbouwkundige plannen die in de naoorlogse perioden in de Rotterdamse stadsdelen Zuidwijk en Pendrecht. Zij presenteerde een schetsontwerp voor een satellietstad met 60.000 inwoners. De stad had een ellipsvorm omdat het zich aanpaste aan de morfologische situatie van het dijkdorpje. Naast de lintstructuur vormde ook de getijdenrivier het uitgangspunt en langs deze rivier werd het centrum gesitueerd. Daaromheen waren wijken geprojecteerd die ontsloten werden door middel van ringwegennetwerk. Dit plan werd nooit uitgevoerd maar vormde een startpunt waarop de andere stedenbouwkundig ontwerpers van de Dienst Stadsontwikkeling en Wederopbouw in de periode 1947 tot en met 1952 op voortborduurden. Deze serie schetsen die volgden lieten zich kenmerken als een zoektocht naar een juiste vorm voor de satellietstad. In 1948-1949 maakte de stedenbouwer Charles een tweede ontwerp voor de satellietstad. Dit bestond in hoofdzaak uit drie forse wijken die rondom het centrum waren gelegd. En interne ringweg verbond de wijken onderling.