CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb005242] Bijlage 1 behorende bij 23bb5269 - Ontwerpbestemmingsplan RIVA

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 13 september 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen38.210 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

53

beschut gelegen gebouwen, hoogte 15 tot 30 m -> specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is; onbeschut gelegen gebouwen, hoogte tot 30 m -> specialist beoordeelt of windonderzoek nodig is. 6.13.1 Plangebied Voor de beoogde ontwikkeling is een onderzoek naar windhinder en windgevaar uitgevoerd (zie Bijlage 11 Windhinderonderzoek). De resultaten uit het onderzoek hebben het volgende laten zien: In de toekomstige situatie treden vergelijkbare windcondities op als in de bestaande situatie, welke overwegend gekenmerkt worden door windhinderklasse A en B. Deze condities lenen zich uitstekend voor verschillende activiteiten op voetgangersniveau (doorlopen, slenteren en langdurig zitten); In de toekomstige situatie treden verbeterde windcondities op in de Wijnbrugstraat vergeleken met de bestaande situatie. De windcondities worden overwegend gekenmerkt door windhinderklassen B, met een minimale zone windhinderklasse C; De windcondities rondom de hoofdentree (zijde Scheepmakershaven) worden gekenmerkt door windhinderklasse A, welke een veilige situatie creëert voor het gebruik van de entree; Op het parkeerdek gelden windcondities gekenmerkt door windhinderklassen A en B, welke vergelijkbaar zijn met de bestaande situatie.

Deze condities voldoen aan het gewenste gebruik van het parkeerdek, namelijk als verkeersfunctie; In de toekomstige situatie treden vergelijkbare windcondities op als in de bestaande situatie in relatie tot de balkons van de belendingen aan de Scheepmakershaven en Bierstraat. De windcondities worden gekenmerkt door windhinderklasse A, welke langdurig verblijf mogelijk maakt op deze buitenruimten; Het bovenbouw volume in de toekomstige situatie zorgt voor beschutting van de dakopbouw van de belending aan de Scheepmakershaven. Deze beschutting zorgt ervoor dat de windcondities aanzienlijk verbeteren ten opzichte van de bestaande situatie, gekenmerkt door windhinderklassen A en B. De windcondities in de toekomstige situatie op het dek van de belending aan de Bier straat worden overwegend gekenmerkt door windhinderklassen A en B. In vergelijking met de bestaande situatie is de zone gekenmerkt door windhinderklasse C lokaal toegenomen, echter blijft deze ruim binnen de gestelde marge van 25%. Hierdoor voldoet deze buitenruimte aan de gestelde criteria; In en rondom het plangebied, en op de beschouwde private buitenruimten geldt geen risico voor windgevaar. 6.13.2 Conclusie De ontwikkelingen die het bestemmingsplan RIVA mogelijk maakt, leiden over het algemeen tot vergelijkbare of verbeterde windcondities ten opzichte van de huidige situatie.

Alleen de windcondities in de toekomstige situatie op het dek van de belending aan de Bier straat verslechtert iets. Aangezien deze verslechtering ruim binnen de gestelde marge valt wordt voldaan aan de gestelde criteria. Hiermee vormt windhinder geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan RIVA.

6.14

Duurzaamheid

Rotterdam ambieert een duurzame ruimtelijke ontwikkeling van de stad, de regio en de haven. Binnen de stad speelt het streven naar duurzaamheid op alle schaalniveaus een rol, zowel op het niveau van de stad als geheel, als op het niveau van de verschillende stadsdelen: de binnenstad, wijken en buurten en op het niveau van een gebouw. Deze duurzaamheidsambitie is uitgewerkt in een aantal beleidsplannen, zoals het Programma Duurzaam, Rotterdamse Woningkwaliteit (RWK), het Waterplan Rotterdam, Gezond in de stad, de Rotterdamse aanpak luchtkwaliteit (RAL) en het Rotterdam Climate Initiative (RCI). Duurzame energie

54

Eén van de meest ambitieuze doelstellingen is om de CO2-uitstoot in 2025 met 50% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Ook wordt in 2025 gestreefd naar een energie neutrale gebouwde omgeving. Om een substantiële bijdrage aan deze doelstelling te leveren en energie te besparen, is het beleid van de gemeente Rotterdam er op gericht zoveel mogelijk woningen, bedrijven en voorzieningen aan te sluiten op een collectief warmtenet. Dit warmtenet omvat een stelsel van leidingen waardoor warm water wordt gepompt voor verwarming en warm tapwater. Daarbij wordt als warmtebron gebruik gemaakt van industriële restwarmte. Bij grootschalige toepassing, op gemeentelijk niveau, wordt een grote milieuwinst behaald op het gebied van het broeikaseffect (CO2) en de lokale luchtkwaliteit (NOx). Dankzij de in 2007 doorgevoerde aanpassing van de bouwverordening wordt aansluiting op het warmtedistributienet bevorderd. Indien ter plaatse een warmtedistributienet aanwezig is, dan dient een te bouwen bouwwerk te worden aangesloten op dat net. Dit is aan de orde als het bouwwerk minder dan 40 meter van de dichtstbijzijnde leiding ligt, of als de kosten van de aansluiting niet hoger zijn dan bij een afstand van 40 meter. De gemeente bevordert het opwekken van duurzame energie in de gebouwde omgeving.

Kleine windmolens ('urban wind') en photovoltaïsche zonnepanelen (PV) zijn nu nog niet concurrerend met netstroom, maar dat wordt in de nabije toekomst wel verwacht. Naast bovengenoemde maatregelen moeten nieuw op te richten gebouwen of gebouwen die gerenoveerd worden daarom wat betreft daklast ook geschikt zijn voor het (na)plaatsen van zonnepanelen, zonneboiler of een groen dak. Om een bijdrage te kunnen leveren aan het klimaatprogramma van Rotterdam dient bij het ontwerp van gebouwen rekening te worden gehouden met duurzaam bouwen principes en de energieprestatie eisen. Zo is het reeds langer het verplicht om een EPC-berekening (EnergiePrestatieCoëfficiënt) in de dienen in het kader van het aanvragen van een omgevingsvergunning. Duurzaam bouwen Bij duurzaam bouwen is de insteek om er zorg voor te dragen dat tijdens de hele kringloop van bouwen, renoveren en beheren van bouwwerken, het milieu en de menselijke gezondheid zo min mogelijk negatieve effecten ondervinden. Het Bouwbesluit geeft aan welk kwaliteitsniveau ten minste is vereist. In Rotterdam geldt daarnaast 'De Rotterdamse Woningkwaliteit' (RWK). Het RWK is een eenvoudig systeem van aanvullende kwaliteiten op het Bouwbesluit en bestaat uit zes thema's: oppervlakte, veiligheid, toegankelijkheid, duurzaamheid, flexibiliteit en comfort.

Een aantal van de duurzaam bouwen maatregelen kunnen worden toegepast bij nieuwe ontwikkelingen in het Laurenskwartier: Afkoppeling van hemelwater, zodat regen en afvalwater niet in hetzelfde riool terecht komen. Het schone regenwater kan in het gebied zelf worden vastgehouden. Geen zink gebruiken voor bijvoorbeeld dakgoten. Zink heeft de eigenschap uit te logen waarbij neerslag zink oplost in het regenwater. Een alternatief is stalen dakgoten. Gebruik hout met een milieukeur, bijvoorbeeld FSC. Het keurmerk FSC geeft aan dat het hout uit een goed beheerd bos afkomstig is. Pas waterbesparende maatregelen toe, bijvoorbeeld een waterbesparende douchekop of een waterbesparend toilet. Maak gebruik van zonne-energie zoals een zonneboiler of zonnecellen. Bekijk of nieuwe gebouwen uitgevoerd kunnen worden met een groen dak. Groene daken De gemeente Rotterdam stimuleert de aanleg van groene daken in Rotterdam. Zo is er een aantrekkelijke subsidie voor huiseigenaren en heeft de stad inmiddels een aantal gemeentelijke gebouwen voorzien van een groen dak. Wanneer groene daken op grote schaal worden toegepast dragen ze bij aan een duurzame en gezonde stad. Groene daken vangen regenwater op en voeren het vertraagd af. Hierdoor wordt het riool minder belast als het hard regent. Groene daken nemen stofdeeltjes op uit de atmosfeer en vormen zo een buffer tegen luchtvervuiling.

Daarmee leveren groene daken een bijdrage aan de vermindering van CO2-uitstoot. Een beplant dak isoleert het pand eronder. Daardoor blijft het vooral in de zomer koeler in huis. Bovendien stralen groene daken bij hogere temperaturen minder warmte uit waardoor het ook een gunstige invloed heeft op de omgevingstemperatuur. En natuurlijk wordt de stad groener, waardoor er

55

meer kansen komen voor flora en fauna en de leefbaarheid wordt verbeterd. 6.14.1 Plangebied Het gebouw wordt op het warmtenet worden aangesloten. Dit is in overeenstemming met het gemeentelijke beleid om zoveel mogelijk woningen, bedrijven en voorzieningen aan te sluiten op een collectief warmtenet en daarmee een substantiële bijdrage te leveren aan de doelstelling om de CO2-uitstoot in 2025 met 50% te verminderen ten opzichte van het niveau van 1990. Daarnaast wordt hiermee energie bespaard. Het dak van de nieuwbouw zal worden uitgevoerd met een sedum dak. Tevens wordt groen toegepast aan de gevels en op de vijfde verdieping. Dit draagt bij aan de opvang van regenwater en stofdeeltjes. Daarnaast wordt in het kader van waterberging in het plan een retentie dak gerealiseerd op het achterdek van de huiskamerlaag (5e verdieping). Het retentie dak heeft een buffercapaciteit van 40,75 m3 (= waterbergingscapaciteit gebaseerd op volume van 5cm over gehele kaveloppervlak). Het retentie dak wordt gevoed door hemelwater op het voor- en achterdek op de huiskamerlaag als ook door hemelwater vanaf het dak van de bovenbouw op de 20e verdieping. Voor de lediging wordt gebruik gemaakt van een Smart Flow Control (SFC).

Dit is een computergestuurd systeem, dat via een internetverbinding kennis neemt van gepatenteerde weersvoorspellingen en het systeem bij verwachte regenval voortijdig naar rato ledigt zodat er weer bergingscapaciteit beschikbaar is bij regenval. Op die manier wordt het water zo lang mogelijk vastgehouden en pas geloosd als er nieuwe bergingscapaciteit benodigd is (meest duurzaam). 6.14.2 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling die voorliggend bestemmingsplan mogelijk maakt wordt gerealiseerd in lijn met het gemeentelijke duurzaamheidbeleid.

56

Hoofdstuk 7

Handhaving

In veel gevallen zijn illegale bebouwing en gebruik voor de gemeente niet direct kenbaar. Veelal komt de gemeente daar achter nadat door belanghebbenden is geklaagd over overlast. Inspectie ter plaatse en raadpleging van het ter plaatse geldende bestemmingsplan leert pas dan of er sprake is van strijd met de gegeven bestemming en of daartegen kan worden opgetreden. Op grond van gemeentebeleid, neergelegd in het Beleidsplan Naleving Omgevingsrecht 2017-2021, wordt bij de huidige aanpak eerst gekeken of het gebruik/bouwwerk kan worden gelegaliseerd. Als legalisatie niet mogelijk of wenselijk is, zal de overtreder doorgaans met een dwangsom worden gesommeerd om binnen een bepaalde periode een einde te maken aan de overtreding.

57

Hoofdstuk 8

Financiële uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan maakt ontwikkelingen vanuit de markt mogelijk. Voor de gemeente zijn hieraan geen kosten verbonden. Eventuele kosten voor aanpassing buitenruimte en inzet gemeente zal middels gesloten anterieure overeenkomsten worden vastgelegd.

58

Hoofdstuk 9 9.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie

Om een nieuwbouwproject draagvlak te geven in zijn omgeving is het participatietraject in toenemende mate van belang. Input uit de omgeving kan meegenomen worden in de vervolgfases van het ontwerp of er kan rekening mee worden gehouden bij de realisatie van het project. De voorgenomen ontwikkeling maakt deel van het Maritiem district. Aangezien het Maritiem district een dynamisch stukje Rotterdam is met veel nieuwbouwontwikkelingen is de gemiddelde bewoner goed op de hoogte van het bestemmingsplan, aankomende nieuwbouwontwikkelingen en zijn of haar rechten in dit kader. Hoewel bewoners op de hoogte zijn, wordt ten behoeve van de ontwikkeling RIVA nog nader aandacht besteedt aan het participatietraject. Gezien het karakter van het Maritiem district organiseert de gemeente elk jaar een grootschalige inloopavond waarin alle nieuwbouwprojecten worden getoond door de initiatiefnemers en de gemeente het totaalbeeld laat zien. Ontwikkelaar Stebru is van 2019 t/m 2022 met het project RIVA aanwezig geweest bij dit event te tonen, behalve in 2021 toen het event wegens COVID-19 geen doorgang vond. In hoofdzaak waren de reacties veelal positief vanwege het spraakmakende ontwerp en de beperkte hoogte van RIVA. Dit komt mede doordat een deel van de aanwezige personen geïnteresseerd was.

Af en toe was er een specifieke terugkoppeling zoals overlast tijdens de bouw, de bereikbaarheid van de wijk of het parkeren op straat. De parkeerbehoefte is aangetoond met een mobiliteitsonderzoek en de parkeerplaatsen worden inpandig gerealiseerd. Naast deze events zijn alle directe buren rondom RIVA benaderd voor een één-op-één gesprek. Zo zijn gesprekken gevoerd met afgevaardigden van de VvE's van Harbour Village (Vestia), Waterstadtoren (particulier), Terraced Towers (CBRE) en de eigenaren van beide buurpanden aan de Scheepmakershaven (Sipkema respectievelijk Woonstad). Ook hier waren er veel positieve reacties op het ontwerp. Daarnaast waren er ook vragen over bezonning en wind. Deze onderwerpen zijn onderzocht en toegestuurd naar de directe buren die hier behoefte aan hadden. Andere gesprekken spitsten zich toe op specifieke onderdelen, zoals de bereikbaarheid van het eigen pand tijdens de realisatie van RIVA of de fysieke aansluiting van RIVA op hun eigen bezit. Dit heeft een hoop informatie opgeleverd die gebruikt kan worden tijdens de realisatie van RIVA. Daarnaast zal ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, zal een ieder gedurende zes weken, in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan.

Gedurende de periode van terinzagelegging zal een informatieavond georganiseerd worden waar een ieder vragen kan stellen met betrekking tot het terinzageliggende ontwerpbestemmingsplan.

9.2

Vooroverleg

Het concept van het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het (voor)overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) voorgelegd aan de aan de gebruikelijke vooroverlegpartners van de gemeente Rotterdam. De Veiligheidsregio Rotterdam-Riijnmond, Luchtverkeersleiding Nederland en de afdeling monumenten van de gemeente Rotterdam hebben hierop gereageerd. Hierbij hebben zij aangegeven geen opmerkingen te hebben op het bestemmingsplan RIVA. De overige vooroverlegpartners hebben geen opmerkingen op het plan kenbaar gemaakt.

59

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=ec674761-f849-422c-a61c-04b84261b54c