CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb005237] Bijlage 1 behorende bij 23bb5277 - Ontwerpbestemmingsplan Hoogvliet Noordoost

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 13 september 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen36.025 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Reptielen en amfibieën Het bestemmingsplangebied is ongeschikt voor soorten reptielen en amfibieën van de Habitatrichtlijn. Geschikt habitat voor rugstreeppad in de vorm van zand- of veengronden met ondiepe, visarme of visloze poelen of slootjes ontbreekt. Geschikt habitat voor zandhagedis, heikikker of kamsalamander in de vorm van zandgronden, ondiepe poelen, veenweidegebied met sterk begroeide oevers of bospoelen is afwezig. Het plangebied ligt tevens buiten het natuurlijk verspreidingsgebied van deze soorten. Het plangebied is redelijkerwijs ongeschikt voor Nationaal beschermde reptielen en amfibieën zowel vrijgesteld als niet vrijgesteld van ontheffing. Geschikte voortplantingswateren in de vorm van afgesloten poelen zijn afwezig en geschikte groenstructuren om te schuilen zijn nagenoeg afwezig. Tevens ligt het plangebied buiten het natuurlijk verspreidingsgebied van soorten als Alpenwatersalamander. Het plangebied is wel

55

geschikt voor Nationaal beschermde soorten die wel van ontheffing zijn vrijgesteld. Geschikt habitat is aanwezig voor bruine kikker, bastaardkikker, meerkikker, gewone pad en kleine watersalamander.

Overige soortgroepen Overige Habitatrichtlijnsoorten worden op basis van habitatvereisten en bekende verspreidingsgegevens niet verwacht binnen het bestemmingsplangebied. Overige Nationaal beschermde soorten worden op basis van habitatvereisten en bekende verspreidingsgegevens eveneens niet verwacht binnen het bestemmingsplangebied.

6.10.4 Ontwikkelingen Hieronder wordt beschreven welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn op de locaties waar het bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt. De gevolgen voor de aanwezige beschermde soorten door de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt dienen in de bouwplanfase (voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden) nader te worden onderzocht. Wellicht blijkt uit die onderzoeken dat een ontheffing van de Wet Natuurbescherming nodig is. Omdat het ontwikkelingen in een stedelijk gebied betreft wordt voor het bestemmingsplan aangenomen dat deze ontheffingen kunnen worden verkregen. NB: In het Flora en Fauna-onderzoek zijn 12 locaties onderzocht, deze zijn omgenummerd naar de huidige 8 ontwikkellocaties (zie voor de ligging van deze locaties hierboven bij 6.5 Geluid).

Locatie 1 Betreft bestaande bebouwing met detailhandel en een terrein waar reeds gewerkt wordt. In de bebouwing zijn potenties aanwezig voor vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger). Er zijn stenen muren met een luchtspouw en open stootvoegen aanwezig. Het plangebied is daarnaast geschikt voor algemene broedvogels en categorie 5 soorten vogels en Nationaal beschermde zoogdieren vrijgesteld van ontheffing. Negatieve effecten door werkzaamheden zijn op voorhand niet uitgesloten. Als gevolg van de herinrichting kunnen verblijfplaatsen en functionele leefgebieden verloren gaan, waardoor de Wet wordt overtreden. Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk om effecten te kunnen uitsluiten. Voor algemene vogels en categorie 5 soorten vogels geldt hetzelfde als wat bij locatie 1 is aangegeven, dit geldt ook voor de navolgende locaties.

Locatie 2 Betreft een appartementencomplex van 3 lagen met op de begane grond detailhandel. In de bebouwing zijn potenties aanwezig voor vaste rust- en verblijfplaatsen van veermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger). Er zijn stenen muren met een luchtspouw en open stootvoegen aanwezig. Het plangebied is daarnaast geschikt voor algemene broedvogels en categorie 5 soorten vogels en Nationaal beschermde zoogdieren vrijgesteld van ontheffing. Negatieve effecten door werkzaamheden zijn op voorhand niet uitgesloten. Als gevolg van de herinrichting kunnen verblijfplaatsen en functionele leefgebieden verloren gaan, waardoor de Wet wordt overtreden. Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk om effecten te kunnen uitsluiten.

Locaties 3 en 4 Betreft een grasveld met enkele lage bomen. In één van de bomen hangt een vleermuiskast. Het plangebied is geschikt voor algemene broedvogels en categorie 5 soorten vogels en Nationaal beschermde zoogdieren vrijgesteld van ontheffing. Grenzend aan het plangebied staat bebouwing die geschikt is voor vaste rust- en verblijfplaatsen in gebouwen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger). Indien binnen 10 meter van de bestaande bebouwing wordt gebouwd of de aanwezige bebouwing extra worden aangelicht dan in de referentiesituatie aanwezig is, is aanvullend onderzoek naar vleermuizen nodig. Indien de bomen dienen te worden gekapt, dient uitgezocht te worden onder welke voorwaarden de aanwezige vleermuiskasten geplaatst zijn en dienen de vleermuiskasten, al dan niet na goedkeuring van bevoegd gezag, verplaatst te worden of verwijderd te worden.

Locatie 5 Betreft een appartementencomplex van 5 lagen en de omringende ruimte waaronder een grasveld met

56

enkele solitaire bomen en een dubbele rij populieren langs een watergang. Aan de populieren hangen meerdere vleermuiskasten. In de bebouwing zijn potenties aanwezig voor vaste rust- en verblijfplaatsen van veermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger). Er zijn stenen muren met een luchtspouw en open stootvoegen aanwezig. Het plangebied is daarnaast geschikt voor algemene broedvogels en categorie 5 soorten vogels en Nationaal beschermde zoogdieren vrijgesteld van ontheffing. De rij populieren is geschikt als essentiële viegroute. Negatieve effecten door werkzaamheden zijn op voorhand niet uitgesloten. Als gevolg van de herinrichting kunnen verblijfplaatsen en een essentiële vliegroute verloren gaan, waardoor de Wet wordt overtreden. Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk om effecten te kunnen uitsluiten. Indien de bomen dienen te worden gekapt, dient uitgezocht te worden onder welke voorwaarden de aanwezige vleermuiskasten geplaatst zijn en dienen de vleermuiskasten, al dan niet na goedkeuring van bevoegd gezag, verplaatst te worden of verwijderd te worden.

Locatie 6 Betreft vier appartementencomplexen van 5 lagen en de ruimte daartussen en ten noorden daarvan, voornamelijk grasveld en braakliggend terrein. Hier zijn enkele sierbomen aanwezig. In de bebouwing zijn potenties aanwezig voor vaste rust- en verblijfplaatsen van veermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, laatvlieger). Er zijn stenen muren met een luchtspouw en open stootvoegen aanwezig. Het plangebied is daarnaast geschikt voor algemene broedvogels en categorie 5 soorten vogels en Nationaal beschermde zoogdieren vrijgesteld van ontheffing. Negatieve effecten door werkzaamheden zijn op voorhand niet uitgesloten. Als gevolg van de herinrichting kunnen verblijfplaatsen en functionele leefgebieden verloren gaan, waardoor de Wet wordt overtreden. Nader onderzoek naar vleermuizen is noodzakelijk om effecten te kunnen uitsluiten.

Locatie 7 Betreft in het noorden een braakliggend terrein dat wordt gebruikt voor de opslag van bouwmateriaal. Op het terrein staan enkele solitaire lage bomen. Langs de Toscalaan staan meerdere lindes. Het plangebied (begroeiing) is geschikt voor algemene broedvogels en Nationaal beschermde zoogdieren vrijgesteld van ontheffing. Ten zuiden daarvan bestaan de gronden voornamelijk uit grasveld met enkele solitaire (sier)bomen en een parkeerterrein. Hier zijn enkele bomen aanwezig (gewone es en paardenkastanje). De locatie is daarnaast geschikt voor algemene broedvogels en categorie 5 soorten vogels en Nationaal beschermde zoogdieren vrijgesteld van ontheffing. Recent zijn hier met een ontheffing van de Wet natuurbescherming twee appartementengebouwen gesloopt.

Locatie 8 Dit betreft een appartementencomplex van 7 lagen, waarin op de begane grond geen woningen aanwezig zijn maar wel mogelijk zijn. Negatieve effecten zijn uitgesloten. Er vnden geen fysieke werkzaamheden plaats, het betreft enkel een functiewijziging.

57

Hoofdstuk 7

Handhaving

In veel gevallen zijn illegale bebouwing en gebruik voor de gemeente niet direct kenbaar. Veelal komt de gemeente daar achter nadat door belanghebbenden is geklaagd over overlast. Inspectie ter plaatse en raadpleging van het ter plaatse geldende bestemmingsplan leert pas dan of er sprake is van strijd met de gegeven bestemming en of daartegen kan worden opgetreden. Op grond van gemeentebeleid, neergelegd in het “Handhavingsbeleidsplan Toezicht Gebouwen” uit 2009 wordt bij de huidige aanpak eerst gekeken of het gebruik/bouwwerk kan worden gelegaliseerd. Als legalisatie niet mogelijk of wenselijk is, zal de overtreder doorgaans met een dwangsom worden gesommeerd om binnen een bepaalde periode een einde te maken aan de overtreding.

58

Hoofdstuk 8

Financiële uitvoerbaarheid

De ontwikkelingen zijn opgenomen in de grondexploitatie Oudeland. Hierin zijn alle kosten voor de ontwikkeling van de betreffende woningen en eventuele planschade gedekt.

59

Hoofdstuk 9 9.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie

Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, zal een ieder gedurende zes weken, in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de periode van terinzagelegging zal een informatieavond georganiseerd worden waar een ieder vragen kan stellen met betrekking tot het terinzageliggende ontwerpbestemmingsplan.

Op .en op .. zijn er een informatiebijeenkomsten geweest waarop het ontwerpbestemmingsplan is toegelicht.

9.2

Vooroverleg

In het kader van het overleg ex. art. 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het concept-ontwerpbestemmingsplan "Hoogvliet Noordoost" toegezonden aan: 1.

Evides

2. 3.

Archeologie Rotterdam (BOOR); Gasunie;

4. 5.

Tennet; Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid;

6.

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond;

7.

Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland;

8.

Waterschap Hollandse Delta;

9. Kamer van Koophandel; 10. KPN Telecom; 11. Luchtverkeersleiding Nederland; 12. Ministerie van Defensie; 13. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat; 14. Ministerie van Landbouw; 15. NV Rotterdam Rijn Pijpleiding Maatschappij; 16. Pro Rail; 17. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed; 18. Rijksluchtvaartdienst; 19. Rotterdam-Antwerpen Pijpleiding; 20. Metropoolregio Rotterdam-Den Haag; 21. Stedin; 22. VWS Pipeline Control; 23. Havenbedrijf Rotterdam; 24. Warmtebedrijf Rotterdam; 25. Gemeente Nissewaard. 26. Gemeente Albrandswaard. Door de partijen vermeld onder de nummers 2, 3, 6, 8 is schriftelijk gereageerd. De opmerkingen van de VRR (6) zijn als bijlage 1 bij de toelichting gevoegd. Van de overige partijen is geen reactie ontvangen.

2

Archeologie

Er wordt over 'Archeologieverordening' gesproken. Deze is niet meer vigerend, wat er staat over wat voor archeologie geregeld is, staat nu in de Erfgoedverordening (2019).

60

Reactie De Archeologieverordening is in de teksten vervangen door de Erfgoedverordening. De bijlage archeologie verwijst nog naar Hoogvliet-Noord i.p.v. Hoogvliet Noordoost. Dit dient aangepast te worden na de naamswijziging van het bestemmingsplan.

Reactie De naamgeving van de in de bijlage opgenomen verbeelding Archeologie is aangepast conform de naam van het bestemmingsplan.

3

Gasunie

1. Gasunie merkt op dat de gasleiding op twee plekken in het plangebied een summier andere ligging kent dan op de verbeelding staat aangegeven.

Reactie De ligging van de gasleiding met bijbehorende zone is aangepast conform de opmerking van Gasunie. 2. Gasunie geeft aan dat de dubbelbestemming Leiding-Gas (de belemmeringenstrook) soms 4 meter breed op de verbeelding staat waar deze 5 meter breed moet zijn, en soms 5 meter breed waar deze 4 meter moet zijn.

Reactie De breedte van deze dubbelbestemming is aangepast zoals door Gasunie is aangegeven. 3. In dit plan valt de dubbelbestemming 'Leiding-Gas' samen met enkele andere (dubbel-)bestemmingen (zoals Waterstaat-Waterkering' en 'Leiding-Hoogspanningsverbinding'). Volgens de Gasunie dient op basis van de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een onderlinge rangorde te worden aangegeven. Dit is nu niet het geval. Gezien de veiligheidsaspecten die gelden om een veilige ligging van de aardgastransportleiding te waarborgen, verzoekt de Gasunie om een bepaling op te nemen, zodat de dubbelbestemming 'Leiding-Gas' bij samenvallen met andere bestemmingen voorrang krijgt.

Reactie In de bestemming "Leiding-Gas" is een bouwverbod opgenomen om te bouwen ten behoeve van de onderliggende bestemmingen. Alleen na afwijking, en dus na nadere afweging, kan er gebouwd worden conform de onderliggende bestemmingen. Teneinde afstemming met Gasunie te garanderen is de mogelijkheid om af te wijken van het genoemde bouwverbod als binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen, waarbij als randvoorwaarde geldt dat, alvorens de omgevingsvergunning wordt verleend, advies nodig is van de leidingbeheerder. Hierdoor is het niet nodig om een voorrangsbepaling op te nemen. 4. Gasunie vraagt om op de verbeelding rondom het gasdrukregelstation de aanduiding 'veiligheidszone - bedrijven' op te nemen. Op deze wijze wordt voorkomen dat binnen de uit het Activiteitenbesluit milieubeheer (artikel 3.12, 6e lid) voortvloeiende veiligheidsafstanden, kwetsbare objecten en/of beperkt kwetsbare objecten gerealiseerd kunnen worden.

Reactie Op de verbeelding is conform de vraag van Gasunie rondom het gasdrukregelstation de gebiedsaanduiding 'veiligheidszone-gasdrukregelstation' aangegeven. 5. Momenteel wordt vervangende nieuwbouw toegestaan binnen de belemmeringenstrook. Gasunie verzoekt om het artikel 31.2.2 'Leiding-Gas' zodanig aan te passen dat alleen bouwwerken ten behoeve van de leiding(en) mogen worden gebouwd en dat overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet zijn toegestaan.

Reactie

61

De gemeente gaat niet mee met het verzoek om het genoemde artikel op deze wijze aan te passen, omdat daarmee de eigenaren van de betreffende gronden bestaande rechten zouden worden ontnomen. 6. Gasunie verzoekt om binnen de huidige bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening' het gasontvangststation te bestemmen met aanduiding 'gasdrukmeet- en regelstation' of 'specifieke vorm van bedrijf - gasdrukmeet- en regelstation'. Het beleid van Gasunie is om deze stations, vanwege de uit het Activiteitenbesluit voortvloeiende veiligheidsaspecten, op een eenduidige en uniforme wijze te bestemmen.

Reactie Een gasdrukmeet- en regelstation is één van de invullingen die mogelijk is binnen de bestemming 'Bedrijf - Nutsvoorziening'. Een specifieke bestemming of aanduiding voor deze specifieke vorm van een nutsvoorziening heeft naar het oordeel van de gemeente geen meerwaarde, vormt een onnodige beperkt voor een andere invulling van deze bestemming in de toekomst. Daarom wordt niet meegegaan met dit verzoek.

8

Waterschap Hollandse Delta

Het waterschap vraagt hoe de waterkwaliteit in het plan geborgd gaat worden.

Reactie In een bestemmingsplan wordt de kwaliteit van het water niet geborgd.

62

Bijlagen

63

Bijlage 1

Afbeelding Archeologiel

64

433.200

84.100

84.300

84.500

84.700

84.900

85.100

85.300

85.500

85.700

85.900

86.100

432.600

432.800

433.000

83.900

431.600

431.800

432.000

432.200

432.400

Kf5n3 Slingerweg*

431.000

431.200

431.400

Ou del and

430.800

Hoogvliet

Waarde Archeologie 1

B o om g a aí d sh o ek

Waarde Archeologie 2 I

| Waarde Archeologie 3

I

I plangebied 0

A

429.800

430.000

430.200

430.400

430.600

^iftĩUļşŵeg;

100m Schaal 1:15.000

Kaart: Gemeente Rotterdam

Esri Nederland, Community Map Contributors 83.900

84.100

84.300

84.500

84.700

BP337 Hoogvliet Noordoost. Plankaart archeologie.

84.900

85.100

85.300

85.500

85.700

85.900

86.100

Bijlage 2 Advies VRR

66

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond

Directie Risico- en Crisisbeheersing Postadres

Postbus 9154 3007 AD Rotterdam Bezoekadres

Wilhelminakade 947 Rotterdam

Telefoon E-Mail Ons kenmerk Betreft Datum Behandeld door

06-21264458 Edwin van der Veer 21UIT31476/R&C/EV/ÖE

Gemeente Rotterdam College van Burgemeester en Wethouders T.a.v. dhr. J.H. Ekkelenkamp Postbus 6575 3002 AN ROTTERDAM

Hoogvliet Noordoost, Veiligheidsadvies: 3807/899. 28 december 2021 E. van der Veer

Geacht College, Op 7 december 2021 heeft de heer Ekkelenkamp namens mevrouw Van Bockxmeer, Algemeen directeur cluster Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam, in het kader van het vooroverleg bij bestemmingsplannen zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening, het concept ontwerpbestemmingsplan “Hoogvliet Noordoost” in Rotterdam vrijgegeven en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond (VRR) verzocht hierop een advies uit te brengen. De afdeling Risicobeheersing van de VRR brengt in het kader van fysieke veiligheid advies uit over de mogelijkheden voor effectieve hulpverlening, de zelf- en samenredzaamheid van de aanwezigen en de continuïteit van de samenleving. Dit wordt gedaan door middel van een analyse van de omgeving, waarbij risicobronnen, mogelijke scenario’s en hun effecten worden beschouwd. Uiteindelijk kan dit zich vertalen in omgevings-, bouwkundige, installatietechnische en/of organisatorische maatregelen. Onderstaand treft u ons advies aan. In bijlage 1 vindt u een toelichting op de risicobronnen. Graag verneemt de VRR uw besluit met betrekking tot de onderstaande adviespunten.

Situatiebeschrijving Het bestemmingsplan "Hoogvliet Noordoost" heeft naast het doel de nu geldende bestemmingsplannen te actualiseren een aantal ruimtelijke ontwikkelingen te faciliteren.

Advies Voor het bepalen van het effect en voor het bepalen van maatregelen met betrekking tot zeer kwetsbare bestemmingen wordt uitgegaan van de 1o0o letaliteitscontour (LC01) van het worst case scenario. Voor het bepalen van het effect en voor het bepalen van gewenste maatregelen voor (beperkt) kwetsbare bestemmingen wordt de 10 letaliteitscontour van het meest geloofwaardige scenario gebruikt. De VRR kan zich vinden in de voorgestelde maatregelen uit paragraaf 6.8 van de ruimtelijke onderbouwing. Aanvullend adviseert de VRR bij nieuwbouw en/of herontwikkeling rekening te houden met de volgende maatregelen.

- 1-

Omgevingsmaatregelen 1. Maak binnen de 100oZo letaliteitscontour (90 meter vanaf de rand van de weg) van de A15 geen (her)ontwikkeling van zeer kwetsbare bestemmingen mogelijk. 2. Maak binnen de 10007o letaliteitscontour (313 meter vanaf de leiding) van de hogedruk aardgasleiding A517 geen (her)ontwikkeling van zeer kwetsbare bestemmingen mogelijk. 3. Maak binnen de 10007o letaliteitscontour (190 meter vanaf de leiding) van de DOW Propyleen leiding geen (her)ontwikkeling van zeer kwetsbare bestemmingen mogelijk. 4. Maak binnen de PR 10-8 contour van Emplacement Pernis geen (her)ontwikkeling mogelijk van zeer kwetsbare bestemmingen. 5. De VRR adviseert rondom (her)ontwikkelingen binnen het gebied zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswatervoorzieningen zodat hulpdiensten bij een incident adequaat kunnen optreden. De regionaal vastgestelde ‘Handleiding advies bluswater en bereikbaarheid VRR’ biedt mogelijkheden om daar invulling aan te geven.

Bouwkundige maatregelen 6. Construeer de gebouwen bij (her)ontwikkelingen zodanig dat bij een toxische wolk, tot 400 meter van de A15, de mogelijkheden tot zelfredzaamheid van aanwezigen verbeterd worden (conform 2.10 van de Regeling Bouwbesluit 2012). Als deuren, ramen en ventilatieopeningen afsluitbaar zijn en het luchtverversingssysteem uitgeschakeld kan worden is een gebouw geschikt om enkele uren in te schuilen. 7. Zorg dat de (nood)uitgang(en) van de gebouwen bij (her)ontwikkelingen zodanig worden gesitueerd dat aanwezigen veilig in tegengestelde richting vanaf de A15 en buisleidingen, waardoor de zelfredzaamheid van aanwezigen wordt verbeterd en het aantal slachtoffers kan worden beperkt. 8. Voor de bouwwerken gelegen binnen het zogeheten plasbrandaandachtsgebied (30 meter vanaf de buitenste rijbaanstreep van de A15), geldt dat zij dienen te voldoen aan artikel 2.4 tot en met 2.10 van de Regeling Bouwbesluit 2012. 9. Realiseer eventuele (her)ontwikkeling van zeer kwetsbare bestemmingen binnen 230 meter vanuit het hart van de A15 zodanig dat deze beschermd zijn tegen brandoverslag als gevolg van een BLEVE. Hierbij kan voor de gevels en daken gericht naar de weg gedacht worden aan blinde gevels of het beperken van het glasoppervlak. De gevels, daken en/of glasoppervlakken die gericht zijn naar de weg, behoren bestand te zijn tegen een warmtestralingsflux > 35 kW/m2.

Bij de verlening van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen dient bij de brandpreventieve toets rekening te worden gehouden met de effecten van een BLEVE op de gevel/het dak. 10. Realiseer eventuele (her)ontwikkeling van (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen 15 meter vanuit het hart van de A517 zodanig dat deze beschermd zijn tegen brandoverslag als gevolg van een fakkelbrand. Hierbij kan voor de gevels en daken gericht naar de weg gedacht worden aan blinde gevels of het beperken van het glasoppervlak. De gevels, daken en/of glasoppervlakken die gericht zijn naar de buisleiding, behoren bestand te zijn tegen een warmtestralingsflux > 15 kW/m2. 11. Realiseer eventuele (her)ontwikkeling van (beperkt) kwetsbare bestemmingen binnen 515 meter vanuit het hart van de DOW propyleen leiding zodanig dat deze beschermd zijn tegen brandoverslag als gevolg van een fakkelbrand. Hierbij kan voor de gevels en daken gericht naar de weg gedacht worden aan blinde gevels of het beperken van het glasoppervlak. De gevels, daken en/of glasoppervlakken die gericht zijn naar de buisleiding, behoren bestand te zijn tegen een warmtestralingsflux > 15 kW/m2.

-2-

Organisatorische maatregelen 12. Stel het doen van een KLIC-melding in geval van werkzaamheden aan of rondom het object verplicht. De kans op een incident met een buisleiding (gelegen aan de westzijde van het object) hangt namelijk in sterke mate samen met graafwerkzaamheden in de nabijheid van de leiding. Als de ongestoorde ligging van de hogedruk aardgastransportleiding gegarandeerd kan worden, leidt dit tot een grote afname van de kans op een incident. 13. Doordat het merendeel van de incidenten met transportleidingen wordt veroorzaakt door graafwerkzaamheden zal er met de eigenaren van de leidingen en overige partijen die in de nabijheid van de transportleidingen graafwerkzaamheden kunnen uitvoeren, afspraken gemaakt moeten worden over het tijdstip van de graafwerkzaamheden. Ten van de graafwerkzaamheden is het niet wenselijk dat er mensen in de woningen verblijven 14. Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit. Op de website “www.rįjnmondveiNg.nľ vindt u meer informatie over wat te doen in geval van een incident.

Voor vragen of nadere toelichting kunt u contact opnemen met de heer E. van der Veer, beleidsmedewerker van de afdeling Risicobeheersing van de VRR. Zijn e-mailadres is: Edwin.vanderveer@vr-rr.nl. Met vriendelijke groet, het Bestuur van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, namens deze,

Mw. A. van Daalen, directeur Risico- & Crisisbeheersing

-3-

Bijlage 1: Achtergrond veiligheidsadvies ‘Hoogvliet Noordoost’ Kopie: * »

OVD-BZ, Directie Veiligheid, Bestuursdienst Rotterdam Clustercoördinator DCMR, adviesloket-ROGEM@dcmr.nl

-4-

Bijlage 1 Achtergrond veiligheidsadvies Hoogvliet Noordoost Maatgevende risicobronnen In de nabijheid van het plangebied zijn vijf relevante risicobronnen aanwezig: I. Transport van gevaarlijke stoffen over de A15 II. Transport van gevaarlijke stoffen via de buisleiding A517 III. Transport van gevaarlijke stoffen via de buisleiding DOW’6 IV. Transport van gevaarlijke stoffen via de buisleiding DPO V. Emplacement Pernis

Scenario’s Onderstaand zijn de worst case- en meest geloofwaardige scenario’s inclusief gehanteerde afstanden weergegeven. Worst case scenario’s Het plangebied is gelegen binnen het effectgebied van het worst case scenario. I. Toxisch incident op de A15 Scenario: transport toxische gassen (GT3) weg (WCS) Vrijkomen toxisch gas: Door het bezwijken van een tankwagen met toxische stoffen, komt de inhoud ervan vrij.

Mensen die worden blootgesteld aan de toxische stof kunnen hieraan overlijden of gewond raken. 1 LC100 Alle blootgestelde mensen komen te overlijden 100 meter 2

LC50

500Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

225 meter

3

LC01

1Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

400 meter

4

LBW

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

550 meter

5

AGW

Irreversibele gezondheidsschade is mogelijk

2200 meter

Uitgangspunten

-

Falen tankwagen gevuld met ammoniak Afstand vanuit de rechterzijde van de rechterrijstrook Blootstellingsduur van 600 seconde

II. Warme-BLEVE incident op de A15 Scenario: transport brandbare gassen (GF3) weg (WCS) Warme-BLEVE: Door verhitting van een tankwagen met LPG/propaan kan de tankwand bezwijken onder de

toegenomen druk. Het gevolg is een explosie in de vorm van een vuurbal met grote hittestraling. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1 35 kW/^12 LC100 Alle blootgestelde mensen komen te overlijden 90 meter 2

23 kW/^12

LC10

100Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

140 meter

3

12,5 kW/^12

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

230 meter

4

5 kW/^12

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

400 meter

Uitgangspunten

-

BLEVE met LPG-tankwagen Afstand vanuit het hart van de rijbaan Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 12 seconden

-5-

III. Fakkelbrand incident met buisleiding A517 Scenario: transport brandbare gassen: breuk hogedruk aardgastransportleiding (WCS) Fakkelbrand: Door breuk van een hogedruk aardgastransportleiding komt de inhoud vrij. Na ontsteking ontstaat een fakkelbrand met grote hittestraling als gevolg. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1 35 kWZm2 LC100 Alle blootgestelde mensen komen te overlijden 133 meter

2

23 kWZm2

LC10

100Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

3

12,5 kWZm2

LC01

1Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

313 meter

4

5 kWZm2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

500 meter

Uitgangspunten

IV.

-

210 meter

Breuk hogedruk aardgastransportleiding Dikte transportleiding: 30 inch Druk transportleiding: 66 bar Afstand vanuit het hart van de leiding Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden

Fakkelbrand incident met de DOW ethyleen buisleiding

Scenario: transport brandbare gassen: lekkage hogedruk propeen/etheenleiding (WCS) Jetfire: Door een breuk van een buisleiding met propeen/etheen komt de inhoud vrij. Na ontsteking ontstaat een jetfire met grote hittestraling als gevolg. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1 35 kWZm2 LC100 Alle blootgestelde mensen komen te overlijden 190 meter

2

23 kWZm2

LC10

100Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

260 meter

3

12,5 kWZm2

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

300 meter

4

5 kWZm2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

500 meter

Uitgangspunten

-

Breuk hogedruk propeenleiding Dikte transportleiding: 6 inch Druk transportleiding: 40 bar Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden

Meest geloofwaardig: Het plangebied is gelegen binnen het effectgebied van het meest geloofwaardige scenario. I. Toxisch incident op de A15 Scenario: transport toxische gassen (GT3) weg (MGS) Vrijkomen toxisch gas: Door lekkage van een tankwagen met toxische stoffen, komt de inhoud ervan vrij. Mensen

die worden blootgesteld aan de toxische stof kunnen hieraan overlijden of gewond raken. 1 LC100 Alle blootgestelde mensen komen te overlijden

40 meter

2

LC50

50Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

55 meter

3

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

120 meter

4

LBW

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

150 meter

5

AGW

Irreversibele gezondheidsschade is mogelijk

500 meter

Uitgangspunten

-

Lekkage tankwagen gevuld met ammoniak (15 mm lek) Afstand vanuit de rechterzijde van de rechterrijstrook Bronsterkte 3 kilogram per seconde

-6-

II. Plasbrand incident op de A15 Scenario: transport brandbare vloeistoffen (LF2) weg (MGS) Plasbrand: Door bezwijken van de tankwand van een tankwagen met brandbare vloeistoffen en ontsteking van de inhoud ervan, ontstaat een brandende vloeistofplas. Door de hittestraling overlijden mensen dichtbij en kunnen secundaire branden uitbreken. 1 35 kWZm2 LC100 Alle blootgestelde mensen komen te overlijden 20 meter

2

23 kWZm2

LC10

100Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

25 meter

3

12,5 kWZm2

LC01

1Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

35 meter

4

5 kWZm2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

70 meter

Uitgangspunten

-

Falen benzinetankwagen Afstand vanuit de rechterzijde van de rechterrijstrook Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden Duur hittestraling: 5 minuten

III. Vrijkomen van brandbaar gas uit de DOW buisleiding Scenario: transport brandbare gassen: lekkage hogedruk propeen/etheenleiding (MGS) Jetfire: Door een lekkage van een buisleiding met propeen/etheen komt de inhoud vrij. Na ontsteking ontstaat een jetfire met grote hittestraling als gevolg. In de omgeving van het incident zullen mensen overlijden; tot op grote afstand raken mensen gewond en breken secundaire branden uit. 1 35 kWZm2 LC100 Alle blootgestelde mensen komen te overlijden 40 meter

2

23 kWZm2

LC10

100Zo van blootgestelde mensen komt te overlijden

50 meter

3

12,5 kWZm2

LC01

1Z van blootgestelde mensen komt te overlijden

55 meter

4

5 kWZm2

Blootgestelde mensen kunnen overlijden

95 meter

Uitgangspunten

-

Breuk hogedruk propeenleiding Dikte transportleiding: 6 inch Druk transportleiding: 40 bar Overlijden op basis van een blootstellingsduur van 20 seconden

-7-

Bijlage 3

M.e.r.-beoordelingsbesluit

74

Bijlage 4

Onderzoek Geluid

75

Bijlage 5

Onderzoek Nestgeluid schepen

76

Bijlage 6

Ruimtelijke onderbouwing 150 kV-station Oudeland

77

Bijlage 7

Onderzoek Externe Veiligheid

78

Bijlage 8

Onderzoek Groepsrisico

79

Bijlage 9

Onderzoek Flora en Fauna

80

Regels

81

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

INLEIDENDE REGELS

Begrippen

Plan

Het bestemmingsplan Hoogvliet Noordoost met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP1133HvtNoord-on01 van de gemeente Rotterdam.

1.2

Bestemmingsplan

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

Aanbouw (uitbouw)

Een uitbreiding van het hoofdgebouw in één bouwlaag (hieronder wordt tevens een uitbouw begrepen).

1.4

Aanduiding

Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5

Aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6

Achtererfgebied

Erf aan de achterkant van het oorspronkelijke hoofdgebouw en aan de zijkant(en) ervan, op meer dan 1 meter van de erfgrens aan de zijde van het openbaar toegankelijke gebied, alsmede op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw.

1.7

Archeologisch deskundige

Het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam of een andere deskundige op het gebied van archeologie.

1.8

Archeologisch monument

Monument als bedoeld in artikel 1.1. van de Erfgoedwet.

1.9

Bebouwing

Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.10

Bebouwingspercentage

Een percentage dat aangeeft hoeveel van het oppervlak van een bestemmingsvlak door gebouwen mag worden ingenomen.

1.11

Bedrijfswoning

Een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon, wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of het terrein, noodzakelijk is.

1.12

Bedrijven

De bedrijven genoemd in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels.

1.13

Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond

Het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond" dat als bijlage 1 is gevoegd bij de regels van dit plan of een herziening of wijziging van dit beleidskader.

82

1.14

Belwinkel

Een inrichting waarvan de bedrijfsvoering onder welke benaming dan ook is gericht op het ter plaatse tegen betaling bieden van gelegenheid tot elektronische berichtenuitwisseling in de vorm van telefonie of door middel van toegang tot het internet. Een op de openbare weg geplaatste telefooncel wordt hier niet onder begrepen.

1.15 a. b. c.

Beperkt kwetsbare objecten

woningen, kantoorgebouwen, hotels, restaurants, winkels en bedrijfsgebouwen, voor zover deze objecten niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren; sporthallen, zwembaden, speeltuinen; sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren;

d.

andere objecten die met de onder a en b genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten niet tot de categorie Kwetsbare objecten behoren;

e.

objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.

1.16

Besluit externe veiligheid inrichtingen

Het Besluit externe veiligheid inrichtingen zoals dat luidt ten tijde van de ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.17

Bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak.

1.18

Bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.19

Bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.20

Bijgebouw

Vrijstaand gebouw dat door constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan een hoofdgebouw gelegen op hetzelfde perceel.

1.21

Bijzondere objecten

a. b.

bejaardentehuizen en verpleeginrichtingen (zoals ziekenhuizen en sanatoria); scholen en winkelcentra;

c. d.

hotels, kantoor- en bedrijfsgebouwen, bestemd voor meer dan 50 personen; objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals computer- en telefooncentrales, gebouwen met vluchtleidingsapparatuur; objecten die door secundaire effecten een verhoogd risico met zich brengen, zoals bovengrondse installaties en opslagtanks voor brandbare, explosieve en/of giftige stoffen; een recreatieterrein:

e. f.

1.

g.

een terrein voor langdurig verblijf van personen gedurende een gedeelte van een jaar, zoals camping; 2. een terrein voor kortstondig verblijf van grote groepen personen gedurende een gedeelte van de dag, zoals een speeltuin, een volkstuin, een sportveld of een openluchtzwembad; andere, met de bovengenoemde vergelijkbare objecten.

83

1.22

Bouwaanduidingen

Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken.

1.23

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.24

Bouwgrens

De grens van een Bouwvlak.

1.25

Bouwlaag

Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, vliering, zolder, souterrain, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als een afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw of dakkapel breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als een aparte bouwlaag geteld. NB: onder het "theoretisch profiel van een kap" wordt verstaan de ruimte binnen een kap met schuine zijden waarvan de hellingshoek ten minste 20 en maximaal 60 graden bedraagt, tenzij in de bestemmingsregels in hoofdstuk 2 anders is bepaald.

1.26

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.27

Bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel.

1.28

Bouwverordening

Bouwverordening Rotterdam 2010, zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.29

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.30

Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.31

Bruto vloeroppervlak (b.v.o.)

Het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeervoorzieningen worden niet tot het b.v.o. gerekend.

1.32

Dakterras

Een bouwkundige voorziening op het platte dak van een gebouw dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een hekwerk waarvan de bouwhoogte minimaal 1,2 meter bedraagt.

84

1.33

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.34

Dienstverlening

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten, waarbij het publiek rechtstreeks (al dan niet va een balie) te woord wordt gestaan en geholpen. Een belwinkel en een seksinrichting worden hier niet onder begrepen.

1.35 a.

b.

Dove gevel

een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A), alsmede, een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits deze niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte.

In dit verband wordt onder een geluidsgevoelige ruimte verstaan een ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon- of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2.

1.36

Effectgebied externe veiligheid

Het effectgebied van een risicobron geeft aan tot op welke afstand er directe gezondheidseffecten kunnen zijn als er een ernstig ongeval bij een risicobron plaatsvindt.

1.37

Erf

Terrein ten behoeve van de ontsluiting van de aanliggende bebouwing, voor parkeren, groenvoorzieningen, waterlopen en bouwwerken van lichte constructie (carports, slagbomen, fietsenstallingen e.d.).

1.38

Erfgoedwet

De Erfgoedwet (2016), zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.39

Evenementen

Een voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, zoals een feest of muziekvoorstelling, in de buitenruimte van het openbaar toegankelijk gebied met uitzondering van: a.

b.

c.

d. e.

kleinschalige evenementen onder de voorwaarden dat: 1. het aantal bezoekers niet meer bedraagt dan 250 personen; 2. het een evenement is dat plaatsvindt tussen 8.00 en 23.00 uur of op een zon- of feestdag tussen 13.00 uur en 23.00 uur; 3. het geluidsniveau op een afstand van 10 meter van enige geluidsbron niet meer bedraagt dan 80 dB(A) en 90 dB(C) waarbij de geluidbelasting maximaal 65 dB(A) en 75 dB(C) ter plaatse van de gevel van de dichtstbijzijnde geluidgevoelige objecten mag zijn; 4. slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van maximaal 25 m2 per object; 5. er geen ander evenement in de nabijheid plaatsvindt; verrichtingen van vermaak die plaatsvinden in de buitenruimte van een openbare inrichting waarbij: 1. een vergunning krachtens artikel 2:28 APV geldt; 2. de buitenruimte in het onderliggende bestemmingsplan bestemd of aangeduid is als behorend bij de openbare inrichting; markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet en markten die vallen onder de “Beleidsregel Evenementenmarkten: Braderieën, Rommelmarkten en Themamarkten Rotterdam 2018”; betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 (straatartiest) van de APV;

85

Bij optochten (niet zijnde een betoging als bedoeld in sub d), sportwedstrijden en wandeltochten.op openbare wegen en paden worden uitsluitend parcoursafZettingen waaronder start, finish en eventuele locaties langs de weg met podiumopstelling of versterkt muziek of tribunes meegerekend als evenement. Indien de gehele route het parcours is afgezet, telt het ook mee als evenement. Optochten (niet zijnde een betoging als bedoeld in sub d) sportwedstrijden of wandeltochten zonder parcourafzettingen of tribunes of versterkt geluid worden niet meegerekend als evenement.

1.40

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.41

Geluidniveau in dB(A)

LAeq (3 minuten): het equivalent geluidniveau in dB(A), zijnde het energetisch gemiddeld geluidniveau gedurende een beoordelingstijd van 3 minuten, uitgedrukt in dB(A).

1.42

Geluidniveau in dB(C)

LCeq (3 minuten): het equivalent geluidniveau in dB(C), zijnde het energetisch gemiddeld geluidniveau gedurende een beoordelingstijd van 3 minuten, uitgedrukt in dB(C).

1.43

Geluidsgevoelige objecten

Hieronder worden verstaan de in de Wet geluidhinder aangewezen objecten: woningen, onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven. NB: Delen van deze gebouwen kunnen worden uitgezonderd wanneer deze een bestemming krijgen voor een functie die niet als geluidsgevoelig kan worden beschouwd.

1.44

Gestapelde woningen

Woningen, gestapeld met woningen (soms ook gestapeld met andere functies, welke dan in de bestemmingsomschrijving vermeld dienen te zijn).

1.45

Gevaarlijke stoffen

Stoffen of preparaten die krachtens het Besluit verpakking en aanduiding milieugevaarlijke stoffen en preparaten zijn ingedeeld in een categorie als bedoeld in artikel 34, tweede lid van de Wet milieugevaarlijke stoffen, zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.46

GGD

Gemeentelijke Gezondheidsdienst Rotterdam-Rijnmond.

1.47

Grondgebonden woningen

Woningen met een eigen tuin.

1.48

Hoofdge bouw

Gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.49

Hoog-risico biologisch laboratorium

Een biologisch laboratorium met een biologische veiligheidsklasse 3 of hoger zoals bedoeld in het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond".

86

1.50

Horeca

Het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse te nuttigen voedsel en drank, het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie.

1.51

Hotel

Het bedrijfsmatig verstrekken van nachtverblijf en bijbehorende voorzieningen zoals ter plaatse nuttigen van voedsel en dranken en het bedrijfsmatig exploiteren van zaalaccommodatie.

1.52

Kap

Een afdekking van een gebouw met schuine zijden waarbij de hellingshoek ten minste 20 en ten hoogste 60 graden bedraagt.

1.53

Kantoren

Het bedrijfsmatig verlenen van diensten waarbij het publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks te woord wordt gestaan en geholpen.

1.54

Kleinschalige speeltoestellen

Speeltoestellen niet hoger dan 4 meter.

1.55 a.

Kwetsbare objecten

woningen, met uitzondering van: 1. 2.

b.

gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1. 2.

c.

verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare; dienst- en bedrijfswoningen van derden;

ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; scholen;

3. gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; gebouwen waarin doorgaans grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1. 2.

d.

kantoorgebouwen en hotels met een b.v.o. van meer dan 1500 m2 per object; complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk b.v.o. meer dan 1000 m2 bedraagt en winkels met een totaal b.v.o. van meer dan 2000 m2 per winkel, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen.

1.56

Laagbouw woningen

Woningen, niet gestapeld met woningen of andere functies. Woonwagens c.q. woonwagenstandplaatsen worden niet hieronder begrepen.

1.57

Maaiveld

De bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.

1.58

Maatschappelijke voorzieningen

Voorzieningen op het gebied van onderwijs, religie, gezondheidszorg, cultuur, maatschappelijke dienstverlening en publieke dienstverlening. Bioscopen en filmhuizen vallen hier niet onder.

1.59

Milieudeskundige

De DCMR Milieudienst Rijnmond of de daarvoor in de plaats tredende instantie.

87

1.60

NAP

Het Normaal Amsterdams Peil is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd.

1.61

Nieuw hoog-risico biologisch laboratorium

Nieuwvestiging van een hoog-risico biologisch laboratorium of uitbreiding van een bestaand (hoog-risico biologisch) laboratorium met een hoog-risico biologisch laboratorium.

1.62

Oorspronkelijke zij- resp. achtergevel

De zij- resp. achtergevel van een gebouw op het tijdstip van eerste oplevering van het gebouw.

1.63

Openbaar nutsvoorzieningen

Op het openbaar leidingen net aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, blokverwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt niet hieronder begrepen).

1.64

Openbaar toegankelijk gebied

Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b. van de Wegenverkeerswet 1994, openbaar water, alsmede ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van de zogenaamde brandpaden voor de achterontsluiting van tuinen voor langzaam verkeer.

1.65

Overige objecten

a. b. c. d.

een sporthal of een zwembad; een weidewinkel; een hotel, een kantoor- of bedrijfsgebouw, niet vallend onder de categorie bijzondere objecten; een schuur, opslagplaats, dierenverblijf, zomerhuisje, kas, weg en dergelijke;

e.

andere, met de bovengenoemde vergelijkbare objecten.

1.66 a. b.

Peil (straat-)

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de kruin van de weg; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang, na voltooiing van de aanleg van dat terrein.

Indien een bouwwerk aan meer dan één weg wordt gebouwd, is het peil van de hoogstgelegen weg maatgevend.

1.67

Praktijkruimte

Een gebouw of een gedeelte daarvan, dat dient voor het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief, architectonisch, kunstzinnig, juridisch, medisch, paramedisch, therapeutisch of een daarmee naar aard gelijk te stellen gebied.

1.68

Publieke dienstverlening

Bestuursorganen van de overheid en de daaraan gekoppelde ambtelijke diensten ten behoeve van de beleidsvoorbereiding en -uitvoering, alsmede politie, brandweer, reinigingsdiensten, gezondheidsdiensten.

1.69

Rijbaan

Elk voor rijdende voertuigen bestemd weggedeelte, met uitzondering van (brom)fietspaden.

1.70

Rijstrook

Gedeelte van de rijbaan van een weg (welke door middel van doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd is) van zodanige breedte dat bestuurders van motorvoertuigen op meer dan twee wielen daarvan gebruik kunnen maken.

88

1.71

Seksinrichting

De voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht.

1.72

Souterrain

Een gedeeltelijk onder het maaiveld gelegen gebruiksruimte van een gebouw.

1.73

Straatmeubilair

Voorzieningen ten behoeve van de weggebruiker, zoals verkeersborden, straatverlichting, zitbanken, plantenbakken e.d.

1.74

Toxische stoffen behorende tot categorie GT 4 en GT 5

Toxische stoffen behorende tot categorie GT 4 en GT 5 als bedoeld in het rekenmodel voor Externe Veiligheid (RBM-II). Het betreft een specifieke indeling van stoffen naar de aard van de voor externe risico's relevante stofeigenschappen, zoals vluchtigheid, brandbaarheid en toxiciteit.

1.75

Tuin

Terrein ten behoeve van de aanleg van groenvoorzieningen, met de daarbij behorende verharding (paden, terrassen) en vijvers en dat in overwegende mate niet voor bebouwing in aanmerking komt.

1.76

Uitstekende delen aan gebouwen

Erkers, luifels, balkons, galerijen e.d.

1.77

VRR

Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond.

1.78

Water

Waterlopen (sloten, singels, vijvers e.d.) ten behoeve van de waterberging, alsmede de aan- en afvoer van oppervlaktewater.

1.79

Wet geluidhinder

De Wet geluidhinder zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

1.80

Wet ruimtelijke ordening

De Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

1.81

Woningwet

De Woningwet zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

1.82

Zorgwoning

Een zorgwoning is een woning of wooneenheid, die bestemd is voor verzorgd wonen, die niet via de reguliere woningdistributie beschikbaar komt, maar waarvan minimaal een van de bewoners vanwege de beperkte zelfredzaamheid vanaf aanvang van bewoning- op basis van een ter zake van overheidswege gehanteerd systeem- is geïndiceerd voor zorg, waarbij die zorg beschikbaar is in de directe nabijheid van de woning en welke zorg door minimaal een van de bewoners ook daadwerkelijk wordt afgenomen.

89

Artikel 2

wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de dakhelling

Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vak.

2.2

de goothoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.3

de inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.4

de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.5

de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk.

2.6

de breedte van een gebouw

Van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.

2.7

de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens

Vanaf het punt van de gevel van een gebouw welke het dichtst bij de perceelsgrens is gelegen, haaks op de perceelsgrens.

90

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

BESTEMMINGSREGELS

Agrarisch

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de uitoefening van het agrarisch bedrijf, ontsluitingswegen en -paden en waterlopen, alsmede voorzieningen ten dienste van waterhuishouding zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op de voor 'Agrarisch' bestemde gronden mag niet worden gebouwd.

91

Artikel 4 4.1

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

bedrijven t/m categorie 2 in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels; ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - 2" voor bouwwerken, opslag-, en werkterreinen ten behoeve van Rijkswaterstaat en voor bedrijven t/m categorie 2 in de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels, met de daarbij behorende ontsluitingswegen en -paden, parkeerplaatsen en groenvoorzieningen.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Algemeen

Op de voor 'Bedrijf bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functie.

4.2.2 a. b.

Beb ouwingsnormen

de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" op de verbeelding is aangegeven; het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan met de aanduiding "maximum bebouwingspercentage (“/o)" op de verbeelding is aangegeven.

4.3

Specifieke gebruiksregels

4.3.1

Bedrijfsgeb onden k antoren

a. b.

bedrijfsgebonden kantoren mogen per bedrijf niet meer dan 50/ van het bruto vloeroppervlak innemen, met een maximum van 3.000 m2; in afwijking van het bepaalde onder a zijn ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf 2" geen bedrijfsgebonden kantoren toegelaten.

4.3.2

Hoog-risico biologisch laboratorium

Ten aanzien van het bepaalde in lid 4.1 geldt dat een nieuw hoog-risico biologisch laboratorium niet is toegestaan.

4.4

Afwijken van de gebruiksregels

4.4.1

Toegestane bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.1 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

4.4.2

Hoog-risico biologisch laboratorium

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.3.2; alvorens deze omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de VRR en de GGD, waarbij VRR en GGD hun advies baseren op het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond".

92

Artikel 5 5.1

Bedrijf - Nutsvoorziening

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

voorzieningen van openbaar nut.

5.2

Bouwregels

5.2.1

Algemeen

Op de voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies.

5.2.2

Beb ouwingsnormen

a.

de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" op de verbeelding is aangegeven;

b.

het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan met de aanduiding "maximum bebouwingspercentage (“/o)" op de verbeelding is aangegeven.

93

Artikel 6 6.1

Bedrijventerrein

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijventerrein' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.2" bedrijven t/m categorie 3.2 van de lijst van bedrijfsactviteiten behorende bij deze regels, alsmede voor de daarbij behorende opslag- en werkterreinen, ontsluitingswegen en -paden, groen en water;

b.

ter plaatse van de aanduiding "bedrijf tot en met categorie 4.2" bedrijven t/m categorie 4.2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels, alsmede voor de daarbij behorende opslag- en werkterreinen, ontsluitingswegen en -paden, groen en water;

c.

uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - 1" tevens voor een bouwmarkt met een bruto vloeroppervlak van maximaal 11.000 m2; uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bedrijfswoning" tevens voor een bedrijfswoning;

d. e.

uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "horeca" tevens voor een horecavestiging met een bruto vloeroppervlak van maximaal 1.200 m2.

6.2

Bouwregels

6.2.1

Algemeen

Op de voor 'Bedrijventerrein' bedoelde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functie.

6.2.2

Beb ouwingsnormen

a.

de bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding "maximum bouwhoogte (m)" op de verbeelding is aangegeven;

b.

het bebouwingspercentage mag niet meer bedragen dan met de aanduiding "maximum bebouwingspercentage (“/o)" op de verbeelding is aangegeven; de inhoud van een bedrijfswoning bedraagt ten hoogste 450 m3; de maximale bouwhoogte van een hekwerk bedraagt 2,2 m.

c. d.

6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1

Bedrijfsgeb onden k antoren

Bedrijfsgebonden kantoren mogen per bedrijf niet meer dan 50 /o van het bruto voeroppervlak innemen, met een maximum van 2.000 m2.

6.3.2 a. b.

Stapelen containers

het stapelen van containers is toegestaan tot een maximale hoogte van 8 m; in afwijking van het bepaalde onder a is het stapelen van containers niet toegelaten ter plaatse van de aanduiding "opslag uitgesloten".

6.3.3

Grote lawaaimak ers

Inrichtingen die in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken als bedoeld in de Wet geluidhinder zijn niet toegelaten.

6.3.4

Hoog-risico biologisch laboratorium

Ten aanzien van het bepaalde in lid 6.1 geldt dat een nieuw hoog-risico biologisch laboratorium niet is toegestaan.

6.4

Afwijken van de gebruiksregels

6.4.1

Toegestane bedrijfsactiviteiten

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.1 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

94

6.4.2

Hoog-risico biologisch laboratorium

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 6.3.4; alvorens deze omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de VRR en de GGD, waarbij VRR en GGD hun advies baseren op het "Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond".

95

Artikel 7 7.1

Gemengd - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd -1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f. g.

woningen, op de begane grond en op de verdiepingen; bedrijven t/m categorie 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels, uitsluitend op de begane grond en op de eerste verdieping; maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond en op de eerste verdieping; kantoren, uitsluitend op de begane grond en op de eerste verdieping; detailhandel, uitsluitend op de begane grond en op de eerste verdieping; ter plaatse van de aanduiding "onderdoorgang" tevens voor een overbouwde doorgang ten behoeve van de vrije doorgang van auto's, voetgangers en fietsers; bijbehorende berg- en stallingsruimten, al dan niet gebouwde parkeervoorzieniningen, alsmede tuinen, ontsluitingswegen en -paden.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen

Op de voor 'Gemengd - 1' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies.

7.2.2

Beb ouwingsnormen

De bouwhoogte van gebouwen mag niet meer bedragen dan met de aanduiding "maximum aantal bouwlagen" op de verbeelding is aangegeven.

7.3

Specifieke gebruiksregels

7.3.1

Algemeen

Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. b. c. d. e.

de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 300Zo mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf.

7.3.2

Realiseren woningen

Ten aanzien van het bepaalde in lid 7.1 geldt dat woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld in het Besluit hogere waarden Wet geluidhinder dat als bijlage 4 bij de regels is gevoegd, uitsluitend zijn toegestaan als wordt voldaan aan de in dit besluit opgenomen voorwaarden.

7.3.3

Hoog-risico biologisch laboratorium

Ten aanzien van het bepaalde in lid 7.1 geldt dat een nieuw hoog-risico biologisch laboratorium niet is toegestaan.

7.3.4

Onderdoorgang

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=acd62620-2655-4c3d-8a6d-501e8cb9f0db