[23bb004628] Bijlage 2.2 behorende bij 23bb004630 over Advies Code Rood Brede Raad 010
Tekst van het document
ADVIES Code Rood
Armoede in Rotterdam
Colofon Door Jacqueline van Drunen Bert Feikens Hans Goosen Meriem Laamairi Willem Lawant Lia Schop John Stoop Karin Treffers Marleen van Zijp Ondersteuning Gerda Huijssen Charlotte van der Kooij Contact Brede Raad 010 info@brederaad-010.nl m. 06 - 27 27 93 60
De Brede Raad 010 is het adviesorgaan van de gemeente Rotterdam voor beleid in het sociaal domein: de Jeugdwet, Wmo, Participatiewet, Armoedebeleid en Schulddienstverlening. Op basis van de ervaringen van Rotterdammers maakt de Brede Raad 010 adviezen voor het college van B&W. Door de stem van Rotterdammers te laten horen, is de ambitie van de Brede Raad 010 het beleid beter te laten aansluiten op de praktijk.
1
CODE ROOD Pagina Voorwoord
3
Samenwerking met Warm Rotterdam
4
Gezamenlijke conclusies Brede Raad 010 en Warm Rotterdam
4
1. Ervaringsverhaal Janet
7
2. De adviezen op een rij
8
3. Inleiding
11
4. Bestaanszekerheid
12
5. Effectief beleid
17
5.1 Vertrouwen
17
5.2 Toegang tot ondersteuning
19
5.3 Bejegening
22
5.4 Preventie
23
5.5 Maatwerk
25
6. Mensen met een beperking
27
7. Klimaatcrisis
29
8. Conclusie
31
Bijlagen Bijlage 1 - Hoofddoelstellingen gemeente Rotterdam Bijlage 2 - Geïnterviewden
32 34
2
Voorwoord Armoedzaaier. Armoe troef. In arren moede. Het woord armoede levert alleen negatieve associaties op. Jammer genoeg beïnvloedt dit hoe mensen aankijken tegen mensen die in armoede leven. Voor het overgrote deel van de bevolking geldt dat ze hooguit drie maandsalarissen van zijn eigen faillissement vandaan is. Dat betekent dat armoede vrijwel ieders lot kan bezegelen. Als we dat besef bij iedere Rotterdammer kunnen laten indalen, komt er hopelijk ooit een einde aan het vooroordeel dat je je zou moeten schamen voor het niet hebben van voldoende financiële middelen om in je onderhoud en dat van je kinderen te voorzien. De ellende is daarbij dat armoede vrijwel nooit alleen komt. Stress, schaamte, werkloosheid of een te slecht betalende baan, een verbroken relatie, dreigende huisuitzetting, problemen met Jeugdzorg, oplopende schulden, een teruglopende gezondheid en een sociaal isolement zijn slechts de bijkomende problemen die ook vaak direct verband hebben met de financiële situatie. Er is vrijwel altijd sprake van multi-problematiek, tot en met klimaatrechtvaardigheid. De Brede Raad 010 baseert zijn adviezen op de verhalen van Rotterdammers. Onze leden kennen niet één Rotterdammer die alléén arm is. Dat betekent dan ook dat iemand alleen uit de schulden helpen, of alleen aan een goede baan te helpen, de armoede nooit zal oplossen.
Rotterdam is een stad waar ook mensen in een kwetsbare positie de gelegenheid moeten krijgen om een gezond leven te leiden, zonder stress en met de mogelijkheden om naar vermogen te participeren en een bijdrage te leveren. Op dit moment hebben deze Rotterdammers die kansen en mogelijkheden niet. Jaren van bezuinigingen en decentralisaties waarbij welzijn is verschraald, buurthuizen verdwenen zijn en de toegang tot (financiële) hulp steeds ontoegankelijker en onbereikbaarder is geworden, laten hun sporen na. Bij vrijwel alle gesprekken kwam terug hoezeer die verschraling en toegenomen afstand van de gemeente tot haar burgers hebben bijgedragen aan het niet bereiken van mensen. Hoe de verkokering, de verschillende loketten, de onbekendheid en complexiteit van het aanvragen van regelingen en wachttijden zorgen voor wanhoop en het niet oplossen van problemen. De verantwoordelijkheid van de gemeente om haar burgers – gelijkwaardig – te ondersteunen is dan ook groot. Een integrale aanpak is vereist. Met Warm Rotterdam hebben wij het bijvoorbeeld gehad over het stimuleren en faciliteren van burgerinitiatieven. Beschikbaar maken van stimuleringsfondsen in samenwerking met andere organisaties in de stad. Dit niet alleen als symptoombestrijding maar vooral voor langdurige oplossingen. En dat is nog maar een onderdeel van een integrale benadering.
Die begint voor kinderen al in het vooronderwijs, voor jongeren voordat zij in de verleiding komen voor het snelle geld te gaan, en voor volwassenen voordat zij noodgedwongen besluiten de betaling van de huur maar een maandje uit te stellen. Het gaat daarbij niet om betuttelen, maar vooral om het mensen in staat stellen op tijd de regie over het eigen leven te (her)nemen. Het adviesteam heeft zijn adviezen geconcentreerd op de doelstellingen waarover de gemeente ons om advies heeft gevraagd. Heel graag zouden we daarnaast in de toekomst met het college in gesprek gaan over de integrale benadering van het veelkoppige monster dat armoede heet. Een structurele en grondige aanpak van het armoedevraagstuk in Rotterdam moet als állerhoogste prioriteit, gedragen door álle betrokken wethouders, gesteld worden.
Koen van Dijk, Directeur-voorzitter 3
Samenwerking Warm Rotterdam en Brede Raad 010 De gemeente Rotterdam heeft in haar hoofdlijnennotitie aan Warm Rotterdam en de Brede Raad 010 input gevraagd over de doelstellingen die zij formuleert. Naar het antwoord op die vragen gingen Warm Rotterdam en de Brede Raad 010 met elkaar op zoek. Warm Rotterdam concentreerde zich daarbij op informele organisaties en ervaringsdeskundigen. De Brede Raad 010 legde de nadruk op Rotterdammers die met dit thema te maken hebben en een aantal organisaties in de stad. Samen organiseerden zij enkele bijeenkomsten waar (informele) organisaties en Rotterdammers met ervaring met deze problematiek hier met elkaar over van gedachten konden wisselen. Warm Rotterdam werkte een opdracht van de gemeente Rotterdam uit, de Brede Raad 010 leverde een gevraagd advies op. Dat deden zij in samenwerking. Dit advies is dan ook gebaseerd op beider input. De samenwerking tussen Warm Rotterdam en de Brede Raad 010 concentreerde zich rond de bijeenkomsten met (informele) organisaties en ervaringsdeskundigen die beide partijen uit hun eigen netwerk uitnodigden.
Gezamenlijke conclusies Brede Raad 010 en Warm Rotterdam Welke knelpunten signaleren Rotterdammers als het gaat om beleid met betrekking tot armoede en schulden? Hoe kan de gemeente haar beleid zo vormgeven dat het beter aansluit op de behoeften van Rotterdammers? De Brede Raad 010 en Warm Rotterdam voerden in de afgelopen periode vele gesprekken in de stad over dit onderwerp, ieder vanuit een eigen perspectief. We hoorden van professionals en vrijwilligers dat veel Rotterdammers op dit moment niet genoeg inkomsten hebben om van rond te komen. Er is te weinig geld voor de boodschappen, te weinig geld voor hun energierekening en te weinig geld om de huur te betalen. Dit gebrek aan bestaanszekerheid heeft effecten op hun gezondheid, zorgt voor isolement en zorgt ervoor dat mensen niet mee kunnen doen in de stad. Dit veroorzaakt veel stress en gezondheidsproblemen. Daarom is het van belang goed te kijken naar wat bewoners nodig hebben, hun behoeften te kennen en maatwerk te bieden met een stresssensitieve werkwijze. Op hoofdlijnen zijn de Brede Raad 010 en Warm Rotterdam het eens over deze conclusies. In de rapportage van Warm Rotterdam is de rol en bijdrage van informele organisaties nader uitgewerkt. Het advies van de Brede Raad 010 is gericht op wat Rotterdammers nodig hebben van het beleid van de gehele gemeente Rotterdam.
Ons gezamenlijk advies is om in te zetten op het versterken dan wel bouwen van netwerken in de wijken waar ze niet zijn. Bewoners willen met hun vragen naar plekken die veilig voelen. Zorg dat de gemeentelijke kennis zich door de stad beweegt in plaats van dat bewoners naar de gemeente moeten voor informatie. De gemeente zou er goed aan doen minimaal één informele organisatie per wijk meerjarig te ondersteunen. Een organisatie die al veel werk verzet en erkend en vertrouwd wordt door bewoners. Zij zijn aanvullend op formele organisaties. Er is meer tijd voor bewoners en zij blijven langer betrokken, want ze bieden een breed palet aan activiteiten. Informele organisaties hebben
4
meer mogelijkheden om praktische hulp te bieden: voedsel, kleding, speelgoed, sportspullen. Ze zijn het voorportaal voor de reguliere hulpverlening, bemiddelen en vullen de gaten in de reguliere hulpverlening. Deze informele organisaties zijn gebaat bij structurele financiering en gelijkwaardige samenwerking in een netwerk. Zorg per wijk voor een (1) loket voor hulpverleners dat ondersteuning biedt, ook aan (de intermediairs van) informele organisaties. Informeer hen goed over hoe regelingen voor bewoners uitpakken, wat er op een bepaald moment nodig is. Als gemeentelijke informatie en procedures overzichtelijker zijn, kunnen informele organisaties gemakkelijker het voortouw nemen. Stel in een subsidieregeling eisen aan de dienstverlening o.a. over wijze waarop zij hun doelgroep informeren en de hulp die zij bieden, en vraag verantwoording achteraf. Rotterdammers zijn gebaat bij een duurzaam beleid over meerdere collegeperiodes. Om armoede bespreekbaar te maken, hulp te kunnen bieden, is vertrouwen dé cruciale factor. Vertrouwen van Rotterdam in haar inwoners. Doen wat je zegt. Hulp bieden als het erop aankomt, in plaats van bewoners wegsturen om dat ene ontbrekende papiertje te gaan zoeken. Zonder vertrouwen melden Rotterdammers zich niet of te laat met vragen. Duurzame hulpverlening betekent continuïteit. Daarvoor is een vertrouwenspersoon nodig die de regie voert.
Dat kan een ervaringsdeskundige of een professional zijn, als er maar een vertrouwensband is. Een juiste bejegening van bewoners is cruciaal. Ervaringsdeskundigen zijn vertrouwenspersonen en spelen een rol in de contacten tussen bewoners en formele organisaties. Er is meer bewustwording bij hulpverleners nodig, zij moeten hulpvragers serieus nemen en zich realiseren dat hulp vragen een grote stap is. Dat jongeren die om hulp vragen worden weggestuurd als er geen sprake is van ernstige risicofactoren zoals druggebruik, geweld o.i.d., is zorgelijk. Sowieso is er meer aandacht voor jongeren nodig: de overgang van 18- naar 18+ en financiële educatie op scholen. Voor bewoners met een beperking zijn extra inkomensondersteunende maatregelen nodig. Zij hebben (meer)kosten die bewoners zonder een beperking niet hebben. Als er al weinig geld is om van te leven, is de val in armoede des te nijpender. Ook voor hen is het in de eerste plaats van belang dat hun kwetsbare positie wordt verbeterd. Hulp aan kwetsbare bewoners moet niet alleen op de financiële situatie gericht zijn, omdat er vaak ook sprake is van sociale problematiek. Daarom is de koppeling met welzijn, zorg en (arbeids)participatie belangrijk. Creëer en versterk hulp- en steunstructuren in de wijken waar bewoners deelnemen aan activiteiten die eenzaamheid tegengaan en waar ze een netwerk opbouwen.
Kinderen zijn daarbij een belangrijke doelgroep, je wilt voorkomen dat ze littekens oplopen door hun jeugd in armoede en de vicieuze armoedecirkel doorbreken. Ervaringsdeskundigen en professionals vertellen ons hoe belangrijk communicatie is, het juist informeren van mensen, vroegtijdig signaleren en het trainen van vrijwilligers. Samenwerking tussen organisaties zoals de Vraagwijzer, de wijkteams, welzijnsaanbieders en informele organisaties. Rotterdam is rijk aan talloze informele netwerken en organisaties die dagelijks bewoners weten te vinden en hen benaderen die hulp nodig hebben. Organiseer professionele, gemeentelijke kennis en dienstverlening daaromheen. Tenslotte hebben bewoners die in armoede leven meer last van hoge energieprijzen. De klimaatcrisis en armoede zijn sterk met elkaar verbonden. Huiseigenaren met geld kunnen subsidies aanvragen en hun huis isoleren en zo hun energierekening omlaag brengen. Bewoners zonder geld kunnen dit niet en moeten het met de inzet van energieklussers doen.
5
Samengevat pleiten we voor het versterken van organisaties die toegankelijke praktische hulp (voedsel, kleding) bieden, verbindende plekken zijn, sociale steun/samenredzaamheid organiseren met professionals en vrijwilligers die het vertrouwen van bewoners hebben en die als intermediair kunnen bemiddelen en ondersteunen.
6
1. Ervaringsverhaal Janet “Enkele jaren geleden ben ik blind geworden. Ook heb ik het syndroom van Behçet. Dit is een aandoening van het immuunsysteem, wat kan leiden tot reumaklachten en ontstekingen in mijn gewrichten. Mijn huur is dit jaar verhoogd van 782 euro naar 814 euro. Mijn energiekosten zijn ook gestegen, van 72 euro per maand aan het begin van dit jaar naar 242 euro. Dit betekent nu dat als ik naast mijn vaste lasten 50 euro per maand reserveer om boodschappen van te doen, ik maandelijks in totaal 376 euro tekortkom. Het is zo stressvol, om al je lasten te zien stijgen en te weten dat je het niet kunt betalen. Ik bid dat er niks onverwachts gebeurt. Dat ik ziek word. Of iets in huis het niet meer doet. Ik maak vaak soep. Dat stop ik dan in porties in de vriezer. Soms ga ik naar de markt. Dan haal ik vissenkoppen. Daar trek ik soep van: dan krijg ik toch de vitaminen en vetten van vis binnen. Ik zou heel graag een keer iets anders eten. Maar dat is heel duur, dat kan niet. Sinds ik in Nederland ben, heb ik geen kleding gekocht. Al mijn kleding is nog de kleding die ik uit Aruba heb. Ik merk dat de naden van mijn kleding beginnen los te laten. En mijn kleren zijn niet dik genoeg voor het weer in Nederland. Vaak heb ik het heel erg koud. Ik heb eigenlijk dikke kleren nodig, ook vanwege mijn gewrichten. Kou is daar heel slecht voor.
Ik wil soms zo graag ontspannen, in warmte in huis zijn. Maar dat kan niet. Mijn ogen moet ik elk uur druppelen, omdat ze anders te droog worden. Ik moet mijn ogen ook ’s morgens en ’s avonds schoonmaken met speciale doekjes, omdat ik staar en glaucoom heb. De druppels krijg ik vergoed. De doekjes kosten tussen de 33 en 44 euro per maand. Die moet ik zelf betalen. Vanwege de kosten heb ik ze een keer niet meer gekocht. Maar ik kreeg een erge ontsteking, waarmee ik naar het ziekenhuis moest. Ik moet ze gebruiken, maar eigenlijk kan ik het niet betalen. Ik heb hiervoor Bijzondere Bijstand aangevraagd, maar dat is afgewezen. Het argument was dat ik genoeg kreeg. Ik kan geen zware dingen tillen vanwege de gewrichten in mijn schouder. Een standaard blindengeleidenstok is te zwaar. Vroeger kreeg ik van de zorgverzekering een ultraflex: die is veel lichter. Maar die kost wel 200 euro meer. Die wordt niet meer vergoed. Mijn oude is nu zeven jaar oud en het elastiek is kapot. Ik maak me veel zorgen hierover. Straks kan ik helemaal niet meer naar buiten. Voor corona al ben ik gestopt met naar de kerk gaan. Ik moest elf euro betalen om heen en weer te gaan. Dat heb ik niet. Ik heb Trevvel, maar daarvoor is een beperkte hoeveelheid ritten. En ik moet ook nog naar de tandarts en ik wil heel graag af en toe eens naar mijn kinderen.
Dus luister ik naar ‘Hour of Power’, vanuit mijn appartement. Maar daardoor heb ik ook minder contacten. En ik mis dat heel veel. Dat doet zo’n pijn. Ik wil dit niet. Ik wil mijn eigen geld verdienen. Maar het kán niet. Ik wil niet in pijn leven. Ik kóós er niet voor om blind te zijn! Om niet lastig te zijn, zeg ik vaak dat het goed gaat.”
7
2. De adviezen op een rij Uit het adviestraject komen drie overkoepelende adviezen voort.
Ga uit van vertrouwen en sluit aan op de leefwereld van mensen in armoede. Stimuleer en faciliteer de samenwerking tussen professionals informele netwerken in de wijken. Zij zijn op de hoogte en bereiken de mensen om wie het gaat. Sluit aan, luister en neem niet over. Bied zo snel en effectief mogelijk integrale hulp: armoedebestrijding, opvoedingsondersteuning en alles wat erbij komt kijken om structureel uit de armoede te komen. Over specifieke doelstellingen in het beleidskader van de gemeente heeft de gemeente om advies gevraagd. Per doelstelling geven de leden van het AT Armoede de volgende adviezen, die zij in de volgende hoofdstukken onderbouwen.
In de ondersteuning aan Rotterdammers met financiële problemen hebben we oog voor het individu. • • • • •
Sluit in taal aan op de leefwereld van Rotterdammers. Train ambtenaren op stress- en cultuursensitiviteit. Zorg dat ambtenaren mensen met financiële problemen respectvoller bejegenen, zowel verbaal als non-verbaal, luister en schep een vertrouwensband. Gebruik mensen met ervaringskennis om in contact te komen met Rotterdammers en om schaamte weg te nemen. Zorg voor goede nazorg, bijvoorbeeld door een brugfunctionaris.
We benaderen meer Rotterdammers met financiële problemen proactief. •
•
• •
Wees meer zichtbaar in de stad. Mensen moeten op rollator-/buggyafstand ergens in de wijk kunnen binnenlopen om hun problemen/zorgen te bespreken. Dit kan helpen om vertrouwen op te bouwen. Zet mensen met ervaringskennis in om de kloof tussen gemeente en Rotterdammers te overbruggen. Op termijn zal dit het wantrouwen van Rotterdammers in de gemeentelijke diensten doen afnemen. Werk meer samen met informele initiatieven en kleinere welzijns- en vrijwilligersorganisaties in de wijken, omdat Rotterdammers deze wel vertrouwen. Focus in het eerste gesprek dat je als gemeentemedewerker hebt met een Rotterdammer in een kwetsbare positie - dit gaat niet alleen over armoede - op vertrouwen geven. Dat kan door te vragen wat iemand nodig heeft, te luisteren, naast iemand te staan en de regie bij de persoon te laten.
We maken het hebben van financiële problemen actief bespreekbaar in de stad. •
Er moet een grens zijn aan hoe lang iemand in armoede leeft. De gemeente moet niet accepteren dat iemand langer dan drie jaar in armoede leeft.
8
• •
•
Benader Rotterdammers met financiële problemen vanuit gelijkwaardigheid. Maak duidelijk dat iedere Rotterdammer te maken kan krijgen met financiële problemen en maak dus ook de schaamte hierover bespreekbaar. Dit moet gebeuren in de intakegesprekken. Train gemeentemedewerkers hierop. Zij kunnen een voorbeeld nemen aan hoe vrijwilligers dit in de wijken al doen. En stimuleer die plekken waar dit al gebeurt. Voer vanaf het basisonderwijs financiële educatie in.
Hoe kan de gemeente het leven in armoede verzachten voor mensen voor wie nog geen perspectief is. De mogelijkheden om hieraan iets te doen, zijn legio. Enkele adviezen volgen hieronder. • Hanteer de stoplicht-aanpak. De stoplicht-aanpak gaat uit van drie fasen in de hulpverlening. o Rood: de gemeente ledigt de acute nood; dus voldoende eten, warmte en een dak boven je hoofd. o Oranje: is de cliënt eenmaal in iets rustiger vaarwater, dan komt het aan op schulden in kaart brengen en financieel plan maken. o Groen: op basis van het financieel plan kan de cliënt starten met het oplossen van schulden en regie over eigen leven terugkrijgen. In deze fase is er sprake van stabiliteit in het huishouden. • Definieer het oplossen van armoede als nummer één prioriteit gemeentebreed. • Bied als gemeente echt een helpende hand, bijvoorbeeld door voor een x-periode de huur over te nemen over tot er perspectief is. Een dak boven je hoofd vermindert stress. • Geef mensen in financiële problemen een Beter Eten pas waarmee ze goede voeding kunnen kopen, naar voorbeeld van Geloven in de wijk. • Zorg dat tips over besparingen op energiegebruik in verschillende vormen, niet alleen digitaal, bij de mensen terechtkomen. • Dring er bij woningcorporaties op aan dat zij woningen van mensen in armoede versneld verduurzamen.
Het adviesteam heeft aanvullend op de onderstaande doelstelling enkele adviezen geformuleerd.
Elke Rotterdammer die recht heeft op een inkomensondersteunende regeling, maakt daar gebruik van. • • •
• •
Ken Bijzondere Bijstand ruimhartig toe en versnel de toekenningsprocedure. Zorg wanneer iemand bij de gemeente aanklopt voor hulp, dat eerst de bestaanszekerheid gegarandeerd is: voldoende eten, warmte en een dak boven je hoofd. Zorg voor maximale inzet van de regelvrije ruimte binnen de Wmo, de Participatiewet en de Jeugdwet. Als de situatie maar schrijnend genoeg is, zoals nu, moet de gemeente zich genoodzaakt zien in te grijpen en motiveer dat bij de afrekening met de Rijksoverheid. Voer het aloude BRUG-boekje1 weer in. Verbeter de financiële positie van mensen met een beperking zoals bepleit in ons advies ‘Geen geld maakt niet gelukkig’.
1
Hierin stonden vroeger alle regelingen waarvoor mensen in aanmerking konden komen, overzichtelijk op een rijtje.
9
De adviezen van de Brede Raad 010 gaan in dit advies specifiek over de vragen die de gemeente heeft gesteld. De Brede Raad 010 is ervan overtuigd dat alleen een integrale aanpak mensen structureel uit de financiële problemen kan helpen. Dus stem de gemeentelijke organisatie af op multi-problematiek van Rotterdammers. De Brede Raad 010 biedt met dit advies slechts deeloplossingen terwijl we de noodzaak benadrukken Rotterdammers bij alle problemen te ondersteunen. De roep om een integrale aanpak leeft niet alleen bij de Brede Raad 010, maar ook bij tal van maatschappelijke organisaties die oplossingen voor deze problematiek aandragen. Belangrijk advies is dan ook: maak gebruik van de beschikbare kennis in de samenleving, bij professionals, (maatschappelijke) organisaties en ervaringsdeskundigen.
10
3. Inleiding In 2019 adviseerde de Brede Raad 010 het college van B&W over het Beleidsplan ‘Uit de Knoop’ en het Deltaplan Schulden. Nu is de Brede Raad 010 opnieuw gevraagd te adviseren over het nieuw op te stellen Beleidsplan Armoede. In de tussentijd heeft het onderwerp ‘armoede’ de Brede Raad 010 beziggehouden. Wij adviseerden over de Bijzondere Bijstand2, stelden een ongevraagd advies op over de financiële positie van mensen met een beperking3 en zijn sinds het najaar van 2021 begonnen met het ophalen van signalen in de stad over armoede. Daaruit volgde een signaalbrief over de energiekosten4, een gesprek met toenmalig wethouder Grauss én een consultatie op de Hoofdlijnennotitie Armoede. Vraag van de gemeente is specifiek te adviseren over de doelstellingen 1, 4, 6 en 8 van de Hoofdlijnennotitie (zie bijlage bij dit advies). De Brede Raad 010 heeft naast deze doelstellingen de volgende centrale vraag gehanteerd als uitgangspunt voor de interviews: Welke knelpunten signaleren Rotterdammers als het gaat om beleid over armoede en schulden? Hoe kan de gemeente haar beleid zo vormgeven dat het beter aansluit op de behoeften van Rotterdammers? Dit advies vloeit voor uit deze centrale vraag en is daarmee ten dele breder dan de vier genoemde doelstellingen. In het voorjaar van 2022 stelde de Brede Raad 010 een vraag over armoede op ‘De Stem van Rotterdam’.
Dit online panel bestaat uit ruim 500 Rotterdammers die hun ervaringen en meningen op specifieke vragen delen met de Brede Raad 010. Ongeveer een derde van de respondenten die reageerde op de vraag over armoede, leeft zelf in armoede. Hun ervaringen en verhalen zijn meegenomen in dit advies. Ten tijde van het opstellen van dit advies over het beleidskader Armoede werkt(e) de Brede Raad 010 aan adviezen over de Lokale Agenda Toegankelijkheid 5, het beleidskader Participatiewet en het beleidskader Samenleven. Armoede komt in al onze adviezen terug en is prioriteit nummer 1 op alle beleidsterreinen. Onze dank gaat uit naar alle Rotterdammers die wij spraken en die ons hun kwetsbare verhalen durfden te vertellen, en naar de verschillende organisaties die zich op allerlei manieren keihard inzetten om armoede in Rotterdam te verminderen, tegen te gaan of aan de kaak stellen. En hulp te bieden aan hen die dat keihard nodig hebben. Want het is Code Rood in Rotterdam.
2
Brede Raad 010 (2019) Advies Wijzigingen beleidsregels Bijzondere Bijstand. Brede Raad 010 (2020) Geen geld maakt niet gelukkig. 4 Brede Raad 010 (2022) Signaalbrief over energiekosten 5 Brede Raad 010 (2023) De LAT moet hoger 3
11
4. Bestaanszekerheid Voor Rotterdammers in armoede gaat het niet meer om ‘krap moeten leven’. Voor Rotterdammers in armoede gaat het om de dagelijkse realiteit dat de inkomsten te laag zijn om een menswaardig bestaan te hebben. “Honger is niet iets wat alleen kindjes in Afrika hebben”, verwoordde één van de Rotterdammers die wij spraken het. “Honger is in Rotterdam dagelijkse realiteit.” “Armoede is een enkeltje. Je komt er gemakkelijk in terecht, maar komt er niet gemakkelijk uit. Een retourtje is zeldzaam”, zei een andere Rotterdammer. Dat ziet ook Nita Wissink, directeur van Fonds Bijzondere Noden Rotterdam: “Armoede is een groeiend monster in de stad. Het gaat niet zo goed met mensen aan de onderkant van de samenleving. Het sociaal minimum is nu niet meer toereikend om van rond te komen. Is je koelkast kapot? Vergeet het maar. Mensen hebben daar het geld niet voor en hebben niet kunnen sparen van het weinige dat ze hebben. Alle buffers uit het verleden zijn weg.” Daar komen vaak extra kosten bij, zodra iemand een betalingsachterstand heeft: “Een betalingsachterstand is al erg genoeg, waarom daar een geldboete bij doen? De gemeente moet veel sneller mensen helpen in armoede en ze extra ondersteunen met financiële middelen.” (Isaak en de Schittering) Dat het sociaal minimum niet (meer) toereikend is, ondervindt Merel (38) aan den lijve. “Ik kan nu totaal niet rondkomen.
Ik heb nauwelijks genoeg voor de vaste lasten. Ik heb de verwarming afgesloten. Dat kan ik niet betalen. Ik ben daardoor nu wel voortdurend ziek: het is steenkoud in huis. Per maand houd ik maximaal 50 euro over om van te leven: eten, kleding, ritten met Trevvel, medicijnen. En dan heb ik mazzel, want soms houd ik maar 30 euro over.” Rotterdammers in armoede maken zich zorgen: of zij die dag wel te eten hebben. Of zij hun kinderen te eten kunnen geven. Of zij hun medische kosten kunnen betalen. Of zij in hun huis kunnen blijven wonen. Waar wij jaren terug hoorden dat armoede vooral effect had op participatie, gaan de verhalen die wij nu horen nog een stap verder: ze gaan over basisnoodzakelijkheden als een dak boven je hoofd, te eten hebben en je warm kunnen houden. Dat Merel geen energieaansluiting meer heeft, is geen geval op zich. De problemen met de stijgende energiekosten ziet Nita Wissink vaak. “Laatst was hier een aanvraag voor een oudere meneer. Hij was afgesloten van energie. Hij stookte een vuurtje in een metalen emmer om zich nog een beetje warm te houden. Of een andere meneer, die kaarsjes brandde voor een beetje warmte. Er wordt wel gezegd dat er niet wordt afgesloten van gas en elektra, maar dat gebeurt wel degelijk.
En als mensen bij ons komen, zijn ze vaak al een tijdje afgesloten.” De Brede Raad 010 hoopt dat het Tijdelijk Noodfonds Energie dat begin februari 2023 door de Rijksoverheid is ingesteld een positieve ontwikkeling zal zijn.
12
Ook bij kinderen neemt de armoede toe, zoals de verhalen in het nieuws over kinderen die flauwvallen in de klas6 van de honger al lieten zien. Een herkenbaar beeld voor een docent die wij spraken: “Ik zie nu meer signalen van armoede dan bijvoorbeeld twee jaar geleden. Zo vragen kinderen voor Sinterklaas een woordenboek of schriften: basisbenodigdheden op school. Kinderen hebben nu echt een winterjas nodig, maar ik zie nog veel kinderen in een zomerjas. Ook weet ik dat een aantal leerlingen ’s morgens en ’s middags niet eet. Dat zijn er best veel: zo’n vijf per klas. En dan is er ook nog een groot gedeelte dat ’s morgens ontbijt met alleen een stukje chocola. Dat heeft wel effect: je kunt je niet goed concentreren en leren als je geen voedingsstoffen binnenkrijgt.” De inkomsten van mensen die moeten leven van de bijstand zijn vaak simpelweg niet voldoende. De bijstand groeit niet mee met de verhoging van de kosten voor de boodschappen, inflatie, verzekeringen, en energieprijzen. Mensen zijn daardoor afhankelijk van anderen, van de voedselbank of van fondsen en kunnen niet meer zelf in hun levensonderhoud voorzien. En de inkomsten zijn al helemaal niet voldoende om te kunnen sparen, wat wel een veronderstelling is in de Bijzondere Bijstand. Hierover later meer bij 5.2 ‘Toegang tot ondersteuning’ (blz. 22). Armoede raakt niet alleen mensen met een (bijstands)uitkering.
Wij horen ook verhalen van mensen die wel werken, maar doordat de toeslagen en tegemoetkomingen daardoor zijn vervallen, per saldo nog minder overhouden: werkende armen. Van belang is daarom dat werken moet lonen. Mensen hebben perspectief nodig. Gevolgen van het hebben van onvoldoende middelen om van te leven liggen voor de mensen die de Brede Raad 010 heeft gesproken in gezondheid, eenzaamheid, mate van participatie en stress.
Gezondheid In de consultatie voor de hoofdlijnennotitie Armoede in 2022 schreef de Brede Raad 010 dat een regelmatig terugkerend signaal is de relatie tussen het gebrek aan financiën en de gevolgen van keuzes die mensen (moeten) maken voor de gezondheid: ouders moeten kiezen tussen (gezonde) voeding en een bril of het aanmeten van een beugel voor hun kind, of tussen voeding en het kopen van maandverband. Die zorgen kwamen het afgelopen half jaar veel terug. “Ik maak me vaak zorgen over de ziektekosten. Eenmaal per jaar zou ik een groot onderzoek moeten krijgen voor mijn hart en aangeboren aderafwijkingen, maar dat doe ik nooit omdat we zoveel geld niet kunnen missen. Mijn cardioloog weet dat, daarom kom ik om de twee jaar langs. Ik weet dat het gevaarlijk kan zijn voor mijn gezondheid, maar ik moet keuzes maken.” (De Stem van Rotterdam) “Mijn zoon groeit heel hard en eet veel. Dat heeft hij nodig. Daarom eet ik zelf minder. Ik wil dat hij nu hij in groei is niets tekortkomt. Hij zit op de middelbare school. Ik wil niet dat hij gepest wordt en dat hij genoeg eten bij zich heeft.” (Moeder uit het Cultuurhuis) Ook Nita Wissink van Fonds Bijzondere Noden Rotterdam ziet hoe gezondheid onder druk is komen te staan:
6
NRC De leerling viel om van de honger. 09-09-2022
13
“Eén van de grootste uitgavenposten is voor ons de medische kosten, zoals voor de tandarts. Het probleem zit erin dat tandzorg niet in de basisverzekering zit. Daarom wordt het door de gemeente ook niet als noodzakelijke kosten gezien. En veel mensen hebben het geld niet voor een aanvullende (tandarts)verzekering. Mensen komen dan met verwaarloosde mondklachten. Van een tandarts begreep ik dat verwaarlozing van het gebit dodelijk kan zijn. Daarnaast heeft een verwaarloosd gebit veel impact: mensen durven niet te lachen, durven niet te solliciteren.” Soms zijn het ‘logische’ overwegingen, maar vaak horen wij hoezeer de angst voor schulden, angst voor oplopende kosten mensen verlamt of hulp laat weigeren. Niet omdat het niet nodig is of omdat ze het niet willen, maar uit pure angst voor de mogelijke kosten.
Participatie Uit het verhaal van Janet bleek al hoeveel effect het niet hebben van geld heeft op de mate van participatie. Ook uit ons eerdere advies ‘Geen geld maakt niet gelukkig’ over de financiële positie van mensen met een beperking bleek hoeveel effect het gebrek aan geld heeft op de mate van participatie en eenzaamheidsgevoelens. De verhalen die wij nu ophaalden benadrukken dat opnieuw. “Om te participeren moet je de deur uit. Cliënten zijn afhankelijk van Trevvel en Valys. Hun dienstverlening staat erg onder druk. De kosten van de taxi kunnen daarnaast oplopen en hebben dus direct invloed op wat je wel - en niet kan doen.” (Ambulant woonbegeleider bij Bartiméus) Armoede heeft niet alleen effect op de participatie van volwassenen of mensen met een beperking, ook jongeren ervaren de effecten van armoede op de participatie: “Het is ontzettend lastig om met andere jongeren mee te doen als je hoge schulden hebt. Je gaat natuurlijk niet tegen vrienden zeggen dat je geen geld hebt voor McDonalds. De stress die geldproblemen oplevert, is niet te onderschatten. Deze jongeren zijn murw geslagen, denken dat het allemaal toch geen zin heeft.” (Josine Strörmann, coördinator JIP7) Dit signaleert ook het trajectbureau van het Albeda college. Op jezelf gaan wonen is bijna niet mogelijk.
Ook de psychische problemen nemen momenteel flink toe, zoals depressies en zelfmoordgedachten onder studenten. “Deze groep jongeren wordt niet leuk volwassen en loopt op verschillende gebieden vast. Over vijf jaar als zij starten op de arbeidsmarkt zijn ze mentaal op en hebben hoge studieschulden.” Het Albeda College heeft zelf een studentenfonds. Dit is voor studenten die de leermiddelen niet kunnen betalen. De aanvragen voor het studentenfonds zijn de laatste tijd enorm toegenomen: “Ze gaan door het dak heen”. Opvallend is dat er sinds 2022 meer aanvragen zijn van studenten waarvan de ouders boven het minimumloon verdienen. Door de gestegen energieprijzen kunnen ook zij niet meer rondkomen. De voorwaarde voor uitkering van het studentenfonds is dat studenten lenen bij DUO. Het aanvragen van de aanvullende beurs is voor veel studenten ingewikkeld. Ouders schrikken snel van het logo van DUO, er heerst zeker sinds de toeslagenaffaire veel wantrouwen naar de overheid bij het aanvragen en ontvangen van tegemoetkomingen. De angst dat er iets misgaat, waardoor mensen geld moet terugbetalen, is groot. Het gebeurt dat studenten hierdoor uitvallen.
7
JIP: Jongeren Informatie Punt
14
“Het voelt heel krom om studenten aan de ene kant te helpen met de financiële problemen en aan de andere kant aan een lening bij DUO te helpen. Je weet dat ze met schulden hun opleiding zullen afronden.” De kosten voor het reizen vormen voor jongeren een obstakel om mee te doen aan activiteiten voor school of om stage te lopen. “Eén ding zou een oplossing zijn, als kinderen bijvoorbeeld van het vmbo komen en naar het mbo gaan, ze gelijk gratis laten reizen met het OV. En de Wajongers ook een gratis Rotterdampas geven. Zij worden overal buitengesloten. Ook moeten de bewonersorganisaties mensen sneller kunnen helpen met problemen zoals huisuitzettingen wat nog steeds gebeurt.” (Wijkraad Vreewijk)
Stress In armoede leven veroorzaakt stress. Er is constante angst. Merel: “Ik wil echt niet in de schulden komen. Dan moet ik mijn huis uit. Dan sta ik in mijn rolstoel op straat. En dan?! Ik kan niet naar de daklozenopvang. Ik kan niet naar het Leger des Heils. De constante angst sloopt me. Het zorgt ervoor dat ik voortdurend in een overlevingsstand sta.” Nico van Splunter van Stichting Geloven in de Wijk vergelijkt het met een rouwproces: “Mensen raken in shock en worden apathisch. Stress verlamt. Dit kan je vergelijken met een rouwproces.” Wijkraden, de oren en ogen van de wijk, herkennen de angst en zorgen: “In bijna alle gesprekken die we met bewoners en organisaties hebben gehad, komt de zorg en angst voor armoede naar voren. Wij hebben gesproken met kerkgenootschappen, wijkbewoners, basisscholen, maatschappelijk, moeders en vaders, cultuurinstellingen, woningcorporaties.” (Wijkraad Tarwewijk) Ook Anneke de Goede, verbonden aan het Cultuurhuis in Feijenoord, benadrukt de stress en wat dit met mensen doet: “Er is niet alleen materiële armoede, maar ook veel sociale armoede. Er is veel verdriet. Vrouwen hebben veel stress, sommigen zijn depressief. Vrouwen klagen over hoofdpijn. Er wordt bij armoede vaak over geld gepraat en minder over de gevolgen. Weinig geld is niet mee kunnen doen en buitengesloten zijn.” De stress van geen geld hebben raakt niet alleen de ouders.
Het werkt ook door op hun kinderen: “Ik sta er als moeder alleen voor. Mijn man is gok- en drugsverslaafd. Daardoor is er nooit geld over voor de kinderen. Het afgelopen jaar is alles zo duur geworden. Geld dat ik overhield voor boodschappen is nu niet meer genoeg. Ik kan geen eten meer kopen voor mijn kinderen. Ik ben verdrietig en vaak somber en dat voelen mijn kinderen. Mijn kinderen doen het daardoor minder op school. Ik wil niets meer over mijn kinderen vertellen. Dit doet mij te veel verdriet.” (Aicha, 39)
15
Stress beïnvloedt het rationele denkvermogen en lange termijnperspectief. Mensen kunnen vaak niet kiezen, of moeten uit twee kwaden kiezen. Positief vindt de Brede Raad 010 het dan ook dat de gemeente Rotterdam in doelstelling zes inzet op stress-sensitief werken:
In de ondersteuning aan Rotterdammers met financiële problemen hebben we oog voor het individu. ➢ We gaan verder met het versimpelen van onze aanvraagformulieren. ➢ We blijven inzetten op stress-sensitieve dienstverlening en hebben oog voor de mentale gezondheid van Rotterdammers.
16
5. Effectief beleid In de consultatie voor de Hoofdlijnennotitie pleitte de Brede Raad 010 voor een duurzaam beleid: Belangrijk is dat het nieuwe beleid effectieve en duurzame oplossingen biedt: een meerjarig armoedebeleid dat over collegeperiodes heen gaat. Nu de inflatie hoog is, de energieprijzen stijgen en verschillende kostenposten voor Rotterdammers oplopen, bestaat het risico dat de focus op deze factoren komt te liggen. Maar ook zonder de inflatie en stijgende energiekosten is er een grote groep Rotterdammers die leeft in armoede. Wij pleiten daarom voor effectieve oplossingen in een duurzaam armoedebeleid, waarin stappen worden gezet om Rotterdam armoedevrij te maken. Na alle verhalen van Rotterdammers kunnen we dit alleen nog maar meer benadrukken. Een visie waarin niet alleen naar de komende vier jaar wordt gekeken, maar naar minstens tien jaar. De Hoofdlijnennotitie lijkt nog erg gericht op maatregelen om armoede te verzachten. In een echt effectief en duurzaam beleid staan preventie en veerkracht voorop, vertrouwt de gemeente haar inwoners, neemt de gemeente haar inwoners serieus, biedt hun maatwerk en krijgt daar vertrouwen voor terug. Vandaar een van onze overkoepelende adviezen op pagina 7. In een duurzaam beleid is werk daadwerkelijk lonend en zijn er voldoende kansen voor diegenen die het lastig hebben.
En in een duurzaam beleid wordt armoede niet als losstaand thema gezien, maar is dit verweven met alle andere beleidsterreinen: gezondheid, Wmo, Jeugdwet, betaalbare en beschikbare woningen. Dat bedoelen we met integraliteit. “Bij de gemeente mist samenhangend beleid. SROI8, SDG, Armoede: deze afdelingen maken los van elkaar beleid, terwijl samenwerken meer oplevert en bijvoorbeeld SDG een gezamenlijke taal zou kunnen zijn“ (Linda van der Windt, de Rotterdamse Uitdaging) De Brede Raad 010 ziet dat verschillende van deze onderdelen in de Hoofdlijnennotitie de aandacht hebben en dat de gemeente de knelpunten serieus neemt. Neem gemeentebreed de Sustainable Development Goals (SDG) als uitgangspunt voor beleid. Waar zij in 2021 een duidelijke betekenis hebben gekregen in o.m. het armoedebeleid van de gemeente Rotterdam zouden ze nu het startpunt moeten vormen van het maken van nieuw beleid.9
5.1
Vertrouwen
Vrijwel alle geïnterviewde mensen benoemen een gebrek aan wederzijds vertrouwen. Het is een bekend probleem, zo blijkt uit doelstelling 1 van de Hoofdlijnennotitie Armoede:
We benaderen meer Rotterdammers met financiële problemen proactief. ➢ Rotterdammers melden zich, onder andere vanwege wantrouwen tegenover de gemeente, niet altijd bij de gemeente voor ondersteuning. Daarom moeten we samenwerken met partners om deze Rotterdammers te vinden en benaderen.
8
SROI: Social Return On Investment.
9
https://www.watdoetdegemeente.rotterdam.nl/begroting2021/paragrafen/sustainable-goals/
17
Rotterdammers vinden het belangrijk dat zij niet met achterdocht benaderd worden, maar met vertrouwen. Het wantrouwen in de overheid is groot door inefficiënt werken, geen antwoord op vragen, niet geholpen worden, kastje naar de muur, lange wachttijden, slechte bejegening, boetes, sancties en de toeslagenaffaire. Het zorgt voor een angstcultuur, die grote gevolgen heeft. “Ik vertrouw de overheid niet zo goed. Ik ben bang dat ik door de overheid nog meer schulden krijg. Pas als ik een band met iemand opbouw durf ik over mijn situatie te vertellen.” (Aicha, 39) “Wij zijn al bij voorbaat verdacht. Ik ben geen dief. Ga eens uit van vertrouwen in plaats van wantrouwen.” (Sara, leeftijd onbekend) Die omslag benadrukt ook Josine Strörmann van het JIP: “Ga uit van vertrouwen in plaats van wantrouwen als je als gemeente contact hebt met jongeren. Het zit me dwars dat jongeren zó weinig perspectief zien. Ik snap het wel, maar het maakt zo treurig. Als je bijvoorbeeld een indicatie voor begeleid wonen of noodopvang wilt, hoor je de indicatiesteller vooral vragen stellen om te ontdekken of een jongere nog ergens anders terecht kan. ‘Oh, je hebt dus wel contact met een tante? Dan kun je daar toch heen?’ Die teneur in vragen stellen wijst op het niet willen helpen van een jongere. Dan krijg je als jongere vanzelf het idee dat de samenleving niet op je zit te wachten.
Wat zouden we niet winnen als we uitgingen van vertrouwen. Wat daarvoor nodig is, is dat je accepteert dat een klein percentage dat vertrouwen zal beschamen. Wat je wint, is dat jongeren weer zin krijgen mee te doen en wat van hun leven te maken.” Het vertrouwen van mensen winnen staat centraal voor vrijwillige wijkinitiatieven. In Delfshaven zijn veel spreekuren vaak vanuit informele organisaties georganiseerd. Zij redeneren vanuit de leefwereld van de Rotterdammer, zijn laagdrempelig en nemen de tijd om te luisteren. Hen lukt het wél om stapje voor stapje het vertrouwen van mensen die hulp nodig hebben te winnen: “Een mooi voorbeeld zijn de promoteams van de gemeente. Die weten helemaal niet waar de bewoners zijn die ze willen bereiken. Daarom is het zo belangrijk dat mensen uit de wijk worden ingezet. Je moet bij de wijk laten wat de wijk zelf kan en als gemeente moet je dat ondersteunen. Een netwerk regisseur uit het gebied kan hier een belangrijke taak in vervullen.” (Armoedeplatform Delfshaven) Deze informele organisaties missen de aansluiting met formele organisaties, terwijl samenwerking daarmee essentieel is. Ook komt de informatiestroom van de gemeente niet of nauwelijks op gang. Het gaat om verbinding, netwerkoverleggen en korte lijntjes.
Het winnen van vertrouwen is ook het uitgangspunt bij de pilot met medewerkers kansengelijkheid, die op enkele scholen van de Rotterdamse Vereniging voor Katholiek Onderwijs plaatsvindt. Beleidsmedewerker Jeanne van Berkel: “Zij zijn drempelloos aanwezig op school, ze houden zelfs geen spreekuur. Ze zijn er gewoon en werken constant aan de relatie versterken en behouden; vertrouwen winnen. Sommigen staan net buiten het schoolplein om in contact te komen met ouders die niet eens het schoolplein durven te betreden. Alleen zo kun je aan vertrouwen bouwen. Het begint en gaat daarna ook steeds over zien en gezien worden. Dat is een ervaring die de ouder in het hart moet – kan – voelen, in plaats van een rationeel iets. Nabijheid, er zijn en blijven, stabiliteit, is een van de sleutels om tot mensen in armoede door te dringen. Als er eenmaal een zeker vertrouwen ontstaat, kun je beginnen met steunen, stutten, doorontwikkelen en doorverwijzen. Zo laat je samenhang ontstaan.”
18
Snelheid is een cruciale factor om vertrouwen in de gemeente te creëren. Wanneer Rotterdammers bij een aanvraag bij de gemeente talloze formulieren in moeten vullen en maanden moeten wachten, helpt dat niet. Zeker, omdat in die tijd schulden blijven toenemen. Andersom werkt het ook, vertelt Josine Strörmann: “Het Fonds Bijzondere Noden Rotterdam is snel: binnen 24 uur weet je of iets wordt toegekend of niet. Het effect daarvan is groot. Een hulpverlener vertelde dat die directe actie ook iets doet in de relatie die zij zelf had met een jongere: het schept perspectief en toekomst. Een jongere neemt daarna ook sneller andere adviezen aan. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld een aanvraag voor Bijzondere Bijstand, waar een aanvraag zo twee maanden kan duren.”
Adviezen: Kijk bij het uitrollen van beleid naar wat er in de wijk al gebeurt en sluit daarbij aan. Vraag daar wat er specifiek nodig is en zet informele initiatieven in hun kracht. Verbind informeel en formeel door middel van netwerkregie. Zet mensen in met ervaringskennis, die uit het gebied/de wijk zelf komen. Informeer (in)formele initiatieven en organisaties. Kijk per individu wat er nodig is en organiseer dit snel.
5.2
Toegang tot ondersteuning
Positief is dat de gemeente Rotterdam inzet op een goede toegang tot ondersteuning. In de Hoofdlijnennotitie is het tweede doel hierop gericht:
Iedere Rotterdammer die recht heeft op een inkomensondersteunende regeling, maakt daar gebruik van. ➢ Om het bereik te laten toenemen werken we aan de toegankelijkheid van regelingen. ➢ We onderzoeken of we nog meer regelingen automatisch kunnen toekennen. ➢ We zetten extra in op het bereik van regelingen voor kinderen, zodat zij beter mee kunnen doen in de maatschappij.
Voorwaarde voor veel Rotterdammers om de stap naar hulp te zetten, is dat zij erop kunnen vertrouwen dat hun probleem opgelost zal worden. Als Rotterdammers nu die stap zetten, ervaren zij de regelingen als beperking. Dat komt door de (on)bekendheid ervan, de hoeveelheid onduidelijke en ingewikkelde formulieren, de wirwar aan regels en de toekenning.
(On)bekendheid Volgens een woonbegeleider van Bartiméus weten veel mensen de toegang tot hulp niet te vinden: “Voor de ‘mondige’ Rotterdammer is er toegang tot hulp. Ik maak mij zorgen over de Rotterdammers die minder goed voor zichzelf kunnen zorgen/opkomen. Voor deze mensen is de toegang tot zorg niet toegankelijk. Digitale toegankelijkheid is ook een thema dat meer aandacht
19
verdient, met als doel dat alle mensen met visuele beperking ook toegang hebben tot digitale systemen/websites van de gemeente.” Joany van Delsen, specialist armoede bij WMO Radar, ziet dat vooral laaggeletterden en statushouders tussen wal en schip vallen: “Dat komt door terughoudendheid enerzijds en niet weten waar zij hulp kunnen krijgen anderzijds, waardoor armoede meer en meer toeneemt. Net was hier een man uit Iran. Hij heeft een beperking en woont alleen in een zwaar vervuilde woning. De brieven van de gemeente snapt hij niet, dus reageert hij er ook niet op.” Ook vanuit wijkraden ontvangen wij deze signalen: “Zorg dat mensen weten waar ze terecht kunnen voor extra financiële ondersteuning. Voor kinderen, ouderen, mensen met een laag inkomen. Doe dat niet alleen digitaal, maar ook via flyers, via scholen, via wijkhubs etc. Er zijn best veel regelingen, maar weten de mensen voor wie het bestemd is?” (Wijkraad Tarwewijk) Linda van der Windt, manager bij de Rotterdamse Uitdaging: “Belangrijkste is eten en toegang tot de juiste kennis. Die toegang moet laagdrempelig zijn, zeker voor nieuwkomers.” Nuno Gomes da Silva Neto, voorzitter van Young010, is zelf opgegroeid in armoede. De overstap van 18- naar 18+ vond hij spannend. Bij zijn eerste belastingaangifte twijfelde hij of hij het allemaal goed had ingevuld.
“Het is niet iets waar je op school les in krijgt.” Hoe ingewikkeld de overgang van 18- naar 18+ is, is afhankelijk van je informatiepositie. Bij Young 010 merken ze dat weinig jongeren genoeg informatie hebben om het allemaal goed te regelen. En het Jongerenloket verwijst vaak niet goed door. Voor jongeren die 18 jaar worden, geeft de gemeente een boek met daarin informatie over waar de jongeren rekening mee moeten houden. Nuno heeft dit boek zelf nooit ontvangen. Hij vraagt zich ook af hoe aantrekkelijk dit is voor jongeren en hoe up to date de informatie hierin is. Die onbekendheid met regelingen – voor jong en oud – kan grote consequenties hebben: “Jongeren weten gewoon niet dat zij vanaf hun 18de gemeentelijke heffingen moeten gaan betalen, een inboedelverzekering en een zorgverzekering moeten afsluiten. Toeslagen durven zij niet aan te vragen, omdat het algemene idee is dat je die op termijn moet gaan terugbetalen of dat je als fraudeur wordt geoormerkt. Alleen hierdoor al beginnen de schulden zich op te stapelen.” (Josine Strörmann, Coördinator JIP) Nuno Gomes da Silva Neto benoemt in dit verband ook de eenzaamheid die hij ondervond in zijn zoektocht uit de armoede te komen. “Je kunt vaak niet terugvallen op je ouders. Een ontmoetingsplek in de wijk is heel belangrijk voor jongeren.
Hier kunnen ze veilig ergens binnen zijn, hun verhaal kwijt, informatie vragen en werken aan hun talenten. Sporten en talentontwikkeling dragen bij aan veerkracht en brengen jongeren in contact met de juiste mensen. In een Huis van de Wijk voelen jongeren zich vaak niet welkom en de openingstijdens sluiten niet aan op het leven van jongeren.”
20
Zoals Stem zonder gezicht en de Rotterdamse Armoede Beweging (RAB) benadrukken in hun brief10 aan wethouder Yigit, moet hulpverlening voor mensen in armoede dichterbij en laagdrempeliger worden georganiseerd. Op wijkniveau, waarbij een vertrouwenspersoon hun de weg kan wijzen. Een ambulant woonbegeleider van Bartiméus beaamt dat: “Mensen kunnen de extra kosten niet dragen om er fysiek te komen, ze hebben een beperkte energie/belastbaarheid en ze zijn moe van alle instanties, regels en procedures.” Stefan van Hees, Rotterdams wijktheater, noemt nabijheid als voorwaarde maar ook als middel om het wantrouwen in de overheid te omzeilen. Hij benadrukt dat er meer professionals in de wijknetwerken aanwezig moeten zijn met actuele kennis en informatie over regelingen en hulpverlening. Zij zouden de verbindingen moeten leggen tussen informele en formele hulp.
Wirwar aan regels Het is belangrijk om de hulp toegankelijk te maken en duidelijk te zijn in wat wel en niet kan. Volgens Wijkraad Ommoord moeten de mogelijkheden, rechten en plichten duidelijker en inzichtelijker zijn: “Het systeem van zorgtoeslagen, naheffingen, eigen risico en afrekeningen is dusdanig complex dat mensen, en vooral nieuwkomers die veelal de taal nog niet goed beheersen, snel schulden maken. Geldzorgen kunnen de verdere integratie van statushouders in de weg staan.” (Wijkraad Ommoord) Ook de Kinderombudsman benoemt de complexiteit van de gemeentelijke regelingen in haar onderzoek naar de gemeentelijke regelingen voor kinderen in armoede.11 Zij stelt dat veel ouders en kinderen de regelingen niet kennen. De vindbaarheid via de website is slecht, de taal te moeilijk en de informatie is gericht op de ouders en niet op de kinderen zelf. Ook zijn er te veel verschillende potjes en de aanvraagprocedure is te moeilijk. Het aanvragen is zo omvangrijk en complex, dat het risico bestaat dat ouders geen aanvraag doen of afhaken. De Brede Raad 010 onderschrijft daarom de aanbeveling van de Kinderombudsman om één eenvoudige aanvraagprocedure voor meerdere aanvragen te maken en daarbij een heldere inkomensgrens en een hardheidsclausule te hanteren. Niemand mag daarvan worden uitgesloten en hulp is noodzakelijk in de wijk of op school bij het doen van een aanvraag.
De huidige wirwar aan regels is niet alleen voor Rotterdammers onduidelijk; zelfs professionals weten soms de weg niet te vinden. “Fonds Bijzonder Noden Rotterdam (FBNR) wordt ook gebeld door hulpverleners die zelf de weg kwijt zijn in wat waar aangevraagd kan worden. Met weemoed wordt vaak teruggedacht aan het ‘BRUG-boekje’. Daarin stond een overzicht met regelingen. Nu staat dat wel op de website van de gemeente Rotterdam en Rotterdam doet haar best om het zichtbaar te maken, maar veel mensen zijn niet zo digitaal vaardig. Zeker ouderen niet. Dan ga je de weg niet kunnen vinden.” (Nita Wissink) Linda van der Windt van de Rotterdamse Uitdaging ziet enorm veel kapitaal in de stad, maar het lukt door regelgeving niet om dit aanbod goed aan te laten sluiten op de vragen die er zijn.
10
Stem zonder gezicht en RAB (2022) Brief Goede raad, hoop en solidariteit Gemeentelijke Kinderombudsman (2021) Wie, wat, waar? Onder de loep: gemeentelijke regelingen voor kinderen in armoede. 11
21
“De huidige armoede problemen in Rotterdam vragen om slim te kijken naar de mogelijkheden. Als binnen SROI meer opties komen voor maatschappelijke activiteiten, zal het aantal bedrijven dat zich maatschappelijk inzet toenemen.”
Toekenning Bij de informele initiatieven zoals Stichting Voedselcentrum Isaak en de Schittering kloppen mensen wél aan voor hulp. “Dat komt omdat iedereen die hulp nodig heeft, ook daadwerkelijk hulp krijgt. We hanteren geen inkomensgrens en we stellen geen vragen.” Dat is ook wat de Wijkraad Tarwewijk adviseert: “Laat niet iedereen moeten bewijzen dat hij een laag inkomen heeft. Iedereen kan het moeilijk hebben in deze tijd.” Verschillende professionals en Rotterdammers kaarten de Bijzondere Bijstand aan als belangrijk knelpunt: “De gemeente Rotterdam is restrictief in haar beleid van de Bijzondere Bijstand. Vaak wordt een aanvraag voor de Bijzondere Bijstand afgewezen ‘omdat men had moeten sparen’. Maar dat kan vaak helemaal niet. Dan komen mensen bij het Fonds Bijzondere Noden. Ik vind dat er een omslag in de Bijzondere Bijstand moet komen: de bedragen moeten omhoog; het principe van ‘u had moeten sparen’ moet weg en er moet een verruiming in de mogelijkheden komen.” (Nita Wissink) Ook worden mensen bij een aanvraag voor Bijzondere Bijstand verwezen naar een lening bij de Gemeentelijke Krediet Bank (GKB). Als je schuldhulpverlening hebt, mag je niet lenen.
Afgezien daarvan kaarten verschillende professionals en Rotterdammers aan hoezeer zo’n lening mensen in de problemen kan brengen: “Het is geen oplossing, maar eerder het vergroten van de problematiek.” (Ambulant woonbegeleider Bartiméus) Deze tendens, waarbij mensen steeds meer op fondsen en anderen aangewezen zijn om in hun bestaan te kunnen voorzien, vat Jonas treffend samen: “Het Fonds Bijzondere Noden is bijna de Bijzondere Bijstand geworden.”
5.3
Bejegening
Als mensen het vertrouwen hebben en de toegang tot hulp weten te vinden, is het enorm belangrijk dat zij zich serieus genomen voelen. De gemeente Rotterdam vindt het belangrijk dat het gesprek met mensen kan plaatsvinden over armoede. Doelstelling 4 uit de Hoofdlijnennotitie gaat over het bespreekbaar maken van armoede. We maken het hebben van financiële problemen actief bespreekbaar in de stad. ➢ Er heerst nog steeds veel taboe en schaamte rondom financiële problemen. Door het onderwerp bespreekbaar te maken, durven Rotterdammers zich eerder te melden met hun problemen. Om dit te bereiken, werken we intensief samen met partners in de stad aan communicatie en dialoog.
22
Voor Rotterdammers is het belangrijk dat zij iemand kunnen vertrouwen. Dat er iemand naar hen luistert als zij hun vaak kwetsbare verhaal vertellen. En wees eerlijk in wat wel en niet kan. Ga de wijk in, luister écht naar mensen. “Focus in de ondersteuning niet op wat fout gaat, maar op wat goed gaat en waar verbetering kan komen. Denk in oplossingen.” (De Stem van Rotterdam) Rotterdammers vertellen dat zij gezien worden als fraudeur, of als bedelaar. Dit heeft grote consequenties voor het gevoel van eigenwaarde. De Brede Raad 010 vindt het uiterst belangrijk dat Rotterdammers in armoede weer als mens gezien worden. Dat zij gelijkwaardig zijn. En zo weer hun kracht terugkrijgen om uit de armoede te komen én eruit te blijven. Stem zonder gezicht en de Rotterdamse Armoede Beweging (RAB)12 hielden 1 oktober 2022 een burgerberaad over Rotterdamse kinderen in armoede. Ook zij benadrukken hoe belangrijk het is dat de gemeente haar eigen handelen onder de loep neemt en ervoor zorgt dat zij alle Rotterdammers, ook zij die zich in een kwetsbare positie bevinden en arm zijn, constructief benadert en met respect behandelt, waardoor mensen zich gezien en gehoord voelen. Dit hoort de Brede Raad 010 in vrijwel alle verhalen terug.
5.4
Preventie
Preventie en vroegsignalering zijn uiterst belangrijk om te voorkomen dat mensen in de schulden komen. Wanneer iemand eenmaal in schulden is geraakt, is het veel moeilijker (en kostbaarder) om hier uit te komen. In de consultatie over de Hoofdlijnennotitie beschreef de Brede Raad 010 preventie als breed thema: voorkomen van het leven in armoede, goede voorlichting over geldzaken, (meer) mogelijkheden tot betaald werk voor wie kan. Drie belangrijke elementen daarin waren: • communicatie, • signalering • en samenwerking. Daar voegen wij naar aanleiding van de gesprekken in de stad een vierde element aan toe: • trainingen en voorlichting over omgaan met geld.
Communicatie Het is belangrijk mensen op tijd te bereiken met informatie, advies en ondersteuning om te voorkomen dat mensen in armoede blijven of komen. Informatie over (en bij) het aanvragen van vergoedingen, over rechten en plichten. Heldere communicatie, ook voor mensen die de Nederlandse taal niet (goed) beheersen, is belangrijk. “Informeer mensen over de mogelijkheden die er zijn en de toeslagen die kunnen worden aangevraagd. Houd bijvoorbeeld spreekuren in de Huizen van de Wijk, of andere locaties waar Rotterdammers komen.” (Stem van Rotterdam) “Ik denk dat scholen meer informatie zouden moeten geven. Want de informatie is niet bekend. Ook helpt het om dat in de buurt zelf te doen. Want hoe minder geld je hebt, hoe minder snel je ergens komt. Voor veel kinderen is Zuidplein de stad. Naar het stadhuis of de gemeente gaan is een drempel.” (Docent) In het Albeda College is er in het trajectbureau specifieke aandacht voor financiële problemen. Uit eigen onderzoek blijkt dat financiële problemen bij veel studenten spelen, en dat studenten 12
https://rutgerhenneman.com/rab-rotterdamse-armoedebestrijdings-beweging/
23
behoefte hebben aan een laagdrempelige plek waar zij hun vragen kunnen stellen zonder gelijk doorverwezen te worden. De medewerkers van het trajectbureau merken dat het veel jongeren ontbreekt aan inzicht: “Bij het vak burgerschap wordt wel lesgegeven in budgetteren maar er zou ook lesgegeven moeten worden in trends als crypto, kopen op afbetaling, geld-ezelen, wat geldzorgen met je doen. Als school probeer je jongeren toch vaardigheden aan te leren om je te redden in de wereld?” Bij het geven van informatie is begrijpelijkheid cruciaal. Veel mensen die wij spraken, begrijpen niet goed wat er in de brieven van de gemeente staat. Ofwel vanwege een gebrek aan kennis van de Nederlandse taal, ofwel omdat de brieven te ingewikkeld geschreven zijn. Met alle gevolgen van dien: “Wanneer er een brief komt, durf ik hem niet open te maken. Vaak staan er dingen in die niet goed zijn, over dingen die ik niet begrijp.” (Moeder uit het Cultuurhuis) In het Cultuurhuis Feijenoord worden mensen geholpen of verteld waar ze terecht kunnen. Maar ook daar beamen ze hoe ingewikkeld en moeilijk te begrijpen de regels zijn. Veel vrouwen zijn bang dat ze iets fout doen of verkeerd aanvragen. De (on)bekendheid met de regels over de kostendelersnorm komt veelvuldig terug.
“Ook al is de leeftijdsgrens voor de kostendelersnorm inmiddels 27 jaar, bij vrijwel iedereen zit het in het hoofd dat die grens 18 jaar is. Dit betekent dat ouders met een uitkering hun kinderen nog steeds massaal de deur wijzen als zij 18 jaar worden. Met de huidige huisvestingsproblematiek betekent dit dat zij zijn aangewezen op bankslapen of de opvang die nauwelijks toegankelijk is. Wat jongeren en hun ouders ook niet weten, is dat een jongere een briefadres bieden geen consequenties heeft voor de uitkering en de toeslagen van de hoofdbewoner.” (Josine Strörmann) Over de communicatie over de kostendelersnorm adviseerde de Brede Raad 010 in 2021.13 Wij adviseerden onder meer de regels rond ontheffing van de kostendelersnorm eenvoudiger te maken, waardoor eerder duidelijk is wie waarop aanspraak kan maken. Dat is eenvoudiger te communiceren.
Signalering Heb burgers met armoede sneller in beeld en pas daar ondersteuning in maatwerk goed op aan. Het is essentieel om de signalen van de verschillende organisaties, zoals belangenorganisaties en organisaties actief in het sociaal domein te gebruiken voor het verbeteren van het aanbod en de uitvoering, zodat Rotterdammers de ondersteuning kunnen krijgen waar zij recht op hebben en die ook daadwerkelijk leidt tot een duurzame verbetering in de situatie. Daarbij zijn juist de professionals én vrijwilligers in de wijk cruciaal. Meer professionals, maatschappelijk werkers, welzijnswerkers in de wijk die vakkundig kunnen helpen en de informele initiatieven kunnen ondersteunen. Die een netwerk hebben, een vertrouwensband kunnen opbouwen, op de juiste manier kunnen helpen en doorverwijzen. “De vroegsignalering zou veel beter moeten. Mensen komen op dit moment onnodig in de schulden en ontstaat er onnodig meer armoede. De vroegsignalering wordt vooral belemmerd
13
Brede Raad 010 (2021) Communicatie over de Kostendelersnorm : Rechten praten wat krom is.
24
door de AVG. Bijvoorbeeld: Energiemaatschappijen en zorgverzekeraars mogen nu niet zomaar een melding doen bij hulpverlenende organisaties als zij zien dat er bij iemand een betalingsachterstand ontstaat. Oplossingen hiervoor moeten vooral door gespecialiseerde juristen worden aangedragen, maar als wijkraad zien wij ook een oplossing in een meldpunt betalingsachterstanden bij de gemeente, zodat de gemeente de bewoner met een betalingsachterstand kan benaderen en hulp door de bestaande organisaties kan aanbieden.” (Wijkraad Ommoord)