CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb003517] Bijlage 2 behorende bij 23bb003525 over Bijlagenboek ontwerpbestemmingsplan Waterside III

Subcommissie bestemmingsplannen Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 20 juni 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Hoorzitting ontwerpbestemmingsplan Waterside III29.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

een zodanige situering van

de

bestemming dat het veilig en

doelmatig gebruik van

het

oppervlaktewaterlichaam gewaarborgd blijft; b.

geen feitelijke belemmering voor de vergroting van de afvoercapaciteit van de rivier;

c.

een zodanige situering van de bestemming dat de waterstandverhoging of de afname van het bergend vermogen zo gering mogelijk is, en

d.

een zodanige situering van de bestemming dat de ecologische toestand van het oppervlaktewaterlichaam niet verslechtert.

Pagina | 10

AM21251

aeres «milieu

2.

Bij toepassing van het eerste Lid worden resterende waterstandeffecten of afname van het bergend vermogen gecompenseerd.

3.

In een bestemmingsplan wordt vastgeLegd hoe de effecten op de waterstand en de afname van het bergend vermogen worden gecompenseerd.

Hiermee dient rekening gehouden te worden.

Door de buitendijkse Ligging van het plangebied wordt hoog water niet tegengehouden door een waterkering. De kans dat een buitendijks gelegen Locatie Last krijgt van hoog water, wordt bepaald door de terugkeertijden van hoge waterstanden in de Nieuwe Maas tegenover de maaiveLdhoogte van het plangebied. Door de doorgaans relatief hoge Ligging van het buitendijks gebied is de kans op grote waterdieptes relatief klein. De kans op slachtoffers in het buitendijks gebied is dan ook gering. Bovendien gaat het overstromen van buitendijks gebied in het algemeen Langzaam en is het goed voorspelbaar. De kans op verdrinking is daardoor kLein.

Door de gemeente Rotterdam zijn uitgiftepeiLen voor het buitendijks gebied opgesteLd. Voor het pLanvoornemen geldt een uitgiftepeiL van +3,60 m NAP voor de basisfuncties en een uitgiftepeiL van NAP + 3,90 m voor kwetsbare functies. Tevens zaL rekening gehouden moeten worden met de eventuele dijkversterkingen die voortvloeien uit de deLtabesLissingen. Het Maatgevend hoogwaterpeiL (M.H.W.) Ligt ter plaatse vooralsnog op +3,40 m NAP. Door hiermee rekening te houden is geen wateroverlast te verwachten binnen het perceel.

Afbeelding 4: Uitsnede Legger primaire waterkering. Bron: WSHD

Pagina | 11

AM21251

aeres «milieu

3.

PLANVOORNEMEN EN AFWEGING

Langs de Nieuwe Maas wil. men een nieuwe woontoren realiseren onder de project naam Waterside Oost III. De woontoren zal beschikken over 21 woonlagen met een bouwhoogte van 70 meter. Onder de toren zullen twee lagen met parkeervoorzieningen gerealiseerd worden voor auto's en fietsen. Momenteel is het plangebied grotendeels verhard en relatief hoog gelegen binnen het buitendijks gebied. De parkeerkelder dient geheel waterdicht te worden aangelegd om eventuele waterschade te vermijden. Door het maaiveld aan te sluiten op het bestaande wegpeil van ca. 3,9 m +NAP en het hogere woonniveau is ter plaatse een lage overstromingsrisico aanwezig. Dit is zo reeds opgenomen in het planontwerp met de onderliggende parkeerkelder. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied of een waterwingebied. Bij de nieuwbouw zal net als bestaand een gescheiden stelsel aangelegd worden. Door te voldoen aan de juiste milieuhygiënische maatregelen (zie ook hoofdstuk 3) levert de gescheiden aanlevering een positieve hydrologische bijdrage aan het uiteindelijk ontvangende oppervlaktewater. Potentieel vervuild water dat in de parkeerkelder instroomt wordt bij voorkeur naar het afvalwaterstelsel verpompt om vervuiling van het oppervlaktewater te vermijden.

Door de flinke toename in wooneenheden en de aanwezige horeca op de begane grond zal de afvalwaterstroom sterk toenemen vanuit het plangebied. Naar verwachting zal de afvalwaterstroom toenemen naar circa 52 m3 per dag. Dit is een flinke toename die mogelijk niet onder aanpassingen verwerkt kan worden. Voor de wijziging aan de aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel dient te zijner tijd een aanvraag ingediend te worden bij de gemeente Rotterdam. Voor buitendijkse ontwikkelingen is er geen verplichting om verharding te compenseren. Aanvullende duurzame maatregelen die toepasbaar zijn, zijn hergebruik voor koeling of besproeiing, daktuinen, berging in de openbare ruimte of vertraging van de afvoer door toepassing van waterpasserende bestrating. Bij toepassing dient zorg gedragen te worden voor afdoende noodoverlaten en een goede maaiveldprofilering richting het oppervlaktewater. In het planvoornemen zijn enkele waterbergingen in de groenvoorzieningen opgenomen waardoor het hemelwater langer kan worden vast gehouden. Het bergend vermogen van deze voorzieningen is in het huidige ontwerpplan nog niet beschikbaar. Daarnaast wil men de slagregen opvangen in kleine groenvoorzieningen tussen de woonlagen, waardoor veel kleine ruimtes gebruikt worden voor een uiteindelijk groot oppervlak aan hemelwaterbergingen.

Dit draagt bij aan een robuust watersysteem en zal tevens de hittestress verminderen. Het plangebied ligt in het Rivierbed en ter plaatse van de Oostdijk is een primaire waterkering aanwezig. De zuidzijde van het perceel ligt aan de buitendijkse zijde binnen de beschermingszone van de waterkering. Gezien de afstand tot het dijklichaam en de geplande dubbel-laagse parkeergarage (onderzijde vloer ca. 3,6 m-mv.) vormt de planontwikkeling geen belemmering voor de waterkering. Hierdoor is het wel noodzakelijk om een watervergunning aan te vragen voor de bouw. Tevens zal voorafgaand een aanvullende onderbouwing samen met een funderingsonderzoek aangeleverd worden zodat de ontwikkeling de stabiliteit van de waterkering zeker niet aangetast. Concrete bouwplannen dienen nader afgestemd te worden met Waterschap Hollandse Delta.

Pagina | 12

AM21251

aeres «milieu

Door rekening te houden met deze aandachtspunten vormt het gewijzigde gebruik gezien de bestaande situatie door het pianvoornemen met een hoogbouw ter plaatse van de bestaande bebouwing en verharding, geen verslechtering voor het rivierbed. De afname aan bergend vermogen is gezien de bestaande hoogteiigging beperkt. Door net ais bestaand een gescheiden steisei aan te leggen en rekening te houden met de genoemde aandachtspunten bij de verdere pianuitwerking is door het pianvoornemen geen wateroveriast te verwachten. Voor het bestemmingspian zijn de reievante wateraspecten in beeid gebracht. Bij de nadere uitwerking van het bouwpian dient o.a. het omiiggend terrein zo aangeiegd te worden dat excessief water kan afstromen naar het openbaar gebied of het opperviaktewater. Voorafgaand aan de vergunningsaanvraag dienen de tekeningen aangevuid te worden met het maaiveidverioop en de toekomstige voorzieningen met een ontwerp I iigging van ieidingwerk. Op basis hiervan kunnen de benodigde vergunningen aangevraagd worden. Eventueei benodigde vergunningen worden niet middeis deze waterparagraaf geregeid en zuiien via daarvoor bedoeide procedures verkregen moeten worden. In zijn aigemeenheid geidt dat voor aanpassingen aan het bestaande waterhuishoudingsysteem een watervergunning aangevraagd dient te worden (via het Omgevingsioket).

Pagina | 13

AM21251

aeres «milieu

4.

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN

AfkoppeĮen/niet aankoppelen staat voor het scheiden van hemelwater- en afvalwaterafvoer, op een afgewogen manier zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: ^

Hellende daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met EPDM rubber.

^

Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur tevens geen gecoate bouwmaterialen.

^

Ontsluitingspaden Z wegen Z terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.

Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet ten alle tijden worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een infiltratie- en/of bergingsvoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.

Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen. Pagina | 14

AM21251

aeres «milieu

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart

Pagina | 15

AM21251

aeres «milieu

n Brienenoordbrug 994 Mīĩchthā

FF42

.Oùdgjsselm

RPĘ19

IJsselmondeh ^jiřĵphĩfí&yi

Ter laffe

in

1 f 1:6000

11

X: 97058-64. Y: 435188.88!

BEBOUWING

SPOORWEGEN

a bebouwd gebied b gebouwen c hoogbouw d kas

spoorweg; enkelspoor spoorweg: meersporig a station b spoorweg in tunnel tramweg a sneltram b sneltramhalte a metro bovengronds b metrostation

WEGEN

autosnelweg hoofdweg met gescheiden rijbanen hoofdweg regionale weg met gescheiden rijbanen regionale weg lokale weg met gescheiden rijbanen lokale weg weg met losse of slechte verharding onverharde weg straat/overige weg voetgangersgebied fietspad pad, voetpad weg in aanleg viaduct aquaduct tunnel vaste brug beweegbare brug brug op pijlers

OVERIGE SYMBOLEN

a d-

b #

c

t

dO

e

#

f 34c

„rx rJ

HYDROGRAFIE

waterloop: smaller dan 3 m waterloop: 3-6 m breed waterloop; breder dan 6 m a schutsluis b stuwen c koedam a duiker b grondduiker c afsluitbare duiker

Sch sl b

a Îb Tc f d iľ a Ŵ) *ċ T d "f

BODEMGEBRUIK

Xb c „ĩ r „ţ f „ĩ ÍWd ' V» ĶVf ■yy. \ 1 fi i

1

tyt i

k

l

m 0Î T

p

a grasland met sloten b akkerland met greppels c boomgaard d fruitkwekerij e boomkwekerij f grasland met populierenopstand g loofbos h naaldbos i gemengd bos j griend k heide l zand m drasland, moeras n rietland o dodenakker, begraafplaats p overig bodemgebruik

aY b ľ cT a ä b İ. ci

ai. b © c (9

a religieus gebouw b toren, hoge koepel c religieus gebouw met toren d markant object e watertoren f vuurtoren a gemeentehuis b postkantoor c politiebureau d wegwijzer a kapel b kruis c vlampijp d telescoop a windmolen b waterradmolen c windmotor d windturbine a oliepompinstallatie b seinmast c zendmast a hunebed b monument c gemaal a kampeerterrein b sportcomplex c ziekenhuis a paal b grenspunt c boom schietbaan afrastering hoogspanningsleiding met mast muur geluidswering

Pagina | 16

AM21251

aeres «milieu

Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen

Pagina | 17

AM21251

LfciBL

BS JL

|fļlļ ŗrg-ns

rp -1Į[ļj|Sraļiiľ

1UjLI|| . jį* p

'|

r.., lip. Sįįļ '~Ţļ m.. JŕJ í jjjļij

feįū JPI ftf. rirn

; * * » ' ř' ; ‘ * .

ŗ*.

:'

'JSĖāįifå&ž’igi ------

- -

‘ * ‘i - *» ** mŚį mm .1_______ __ Ē » M ‘ ï

■r SP ğ

ERS DE DRAWINGSE!Mļ APRIL 2021

jurfsi

BARCODE: ARCHITECTS .

.

BARCODE ARCHITECTS

PROJECT

Waterside III, Rotterdam ARCHITECT

BARCODE Architects Scheepmakershaven 56 3011 VD Rotterdam T: +31W10 425 66 50 E: info@barcodearchitects.com

mm

* * *

Gevel nader uit te werken in VO fase Oppervlaktes indicatief, maatgevende input ontbreekt nog Landschap nader uit te werken door Felixx Landscape in VO fase

Omtrek parkeergarage

ca

\ \ f'

Parceel grens (03}

w

\'A iy

\ \ecW'c \\ sţoTa9e

TEKENING

situatie begane grond FASE VAN PROJECT

schetsontwerp SCHAAL

1:500 TEKENINGNUMMER

001

DATUM

02/04/2021 FORMAAT

A3

aaaas

ARCHITECTS

PROJECT

Waterside III, Rotte^am architect

BARCODE Architects Scheepmakershaven 56 3011 VD Rotterdam T +3110110 425 66 50 E: info@barcodearchitects.com

*

OpVpeeÄsUindícWÄfe input ontbreekt nog Landschap nader uit te werken door Felixx Landscape in VO fase

Omtrek parkeergarage Parceel grens

TEKENING

situatie begane grond DATUM

FASE VAN PROJECT

schetsontwerp SCHAAL

1:500 TEKENINGNUMMER

ra

002

'

02/04/2021 FORMAAT

A3

BARCODE ARCHITECTS

V’

A 1900

lí3)

1900

8100

iiì)

([))

((;) 10800

8100

(l^

(F■ix

1900 1900

PROJECT

Waterside III, Rotterdam P+70.00m

ARCHITECT

BARCODE Architects 21e verdieping P+64980

Scheepmakershaven 56 3011 VD Rotterdam T: t31(0)10 425 66 50 E: info@barcodearchitects.com

20e verdieping P+61980

19e verdieping P+58980

18e verdieping P+55980

17e verdieping P+52980

16e verdieping P+49980

15e verdieping P+46980

* *

14e verdieping P+43980

Gevel nader uit te werken in VO fase Oppervlaktes indicatief, maatgevende input ontbreekt nog

13e verdieping P+40980

12e verdieping P+37980

11e verdieping P+34980

10e verdieping P+31980

09e verdieping P+28980

08e verdieping P+25980

07e verdieping P+22980

06e verdieping P+19980

05e verdieping P+16980

04e verdieping P+13980

03e verdieping P+10980

02e verdieping P+7980

01e verdieping P+4800

begane grond P-0.00

technical

storage

A

01 verdieping P-3350 B

storage

02 verdieping P-6700

TEKENING

doorsnede A-A FASE VAN PROJECT

schetsontwerp SCHAAL

1:200 TEKENINGNUMMER

200

DATUM

02/04/2021 FORMAAT

A1

BARCODE ARCHITECTS

1900

1900

8100

8100

8100

1900 1900

PROJECT

Waterside III, Rotterdam P+70.00m

ARCHITECT

BARCODE Architects 21e verdieping P+64980

Scheepmakershaven 56 3011 VD Rotterdam T: +31(0)10 425 66 50 E: info@barcodearchitects.com

20e verdieping P+61980

19e verdieping P+58980

18e verdieping P+55980

17e verdieping P+52980

16e verdieping P+49980

15e verdieping P+46980

* *

14e verdieping P+43980

Gevel nader uit te werken in VO fase Oppervlaktes indicatief, maatgevende input ontbreekt nog

13e verdieping P+40980

12e verdieping P+37980

11e verdieping P+34980

10e verdieping P+31980

09e verdieping P+28980

08e verdieping P+25980

07e verdieping P+22980

06e verdieping P+19980

05e verdieping P+16980

04e verdieping P+13980

g

03e verdieping

A

-01 verdieping P-3350 B

storage

storage

storage

-02 verdieping P-6700

TEKENING oo

doorsnede B-B FASE VAN PROJECT

schetsontwerp SCHAAL

1:200 TEKENINGNUMMER

201

DATUM

02/04/2021 FORMAAT

A1

BARCODE ARCHITECTS

PROJECT

Waterside III, Rotterdam P+70-OOm T

ARCHITECT

BARCODE Architects Scheepmakershaven 56 3011 VD Rotterdam T: +31(0)10 425 66 50 E: info@barcodearchitects.com

ļnlmlll mil IIJH!!!! imi IIII,ll-l III! I I 11I I lljuumlUUWmnm | imi »ļļ ļ iiiqqii | ļjpļļļ * *

mm

mm

I I

Gevel nader uit te werken in VO fase Oppervlaktes indicatief, maatgevende input ontbreekt nog

m

m 05e verdieping P+16980

v__________

WÊÊÊĒĒ

mm

03e verdieping P+10980

T__________

01e verdieping P+4800

N

T___________

4 O

W ^

begane grond P-0.00

Z

TEKENING

gevel zuid FASE VAN PROJECT

schetsontwerp SCHAAL

1:200 TEKENINGNUMMER

250

DATUM

02/04/2021 FORMAAT

A1

BARCODE ARCHITECTS

PROJECT

Waterside III, Rotterdam P+70-OOm ARCHITECT

BARCODE Architects Scheepmakershaven 56 3011 VD Rotterdam T: +31(0)10 425 66 50 E: info@barcodearchitects.com

OOffliffl * *

Gevel nader uit te werken in VO fase Oppervlaktes indicatief, maatgevende input ontbreekt nog

nr

RE

1

1

nr pc

“ļHfHEBI II ItH-H-HBBI I IMf ü ÍK

0 )5e verdiep ing 3+16980 v_______

1 CCBBIÜUyCCBBIUÜCC 3e verdieping

Í +10980

1e verdieping +4800

N

4 O

W ^

begane grond '-0.00

Z

TEKENING

gevel west FASE VAN PROJECT

schetsontwerp SCHAAL

1:200 TEKENINGNUMMER

251

DATUM

02/04/2021 FORMAAT

A1

BARCODE ARCHITECTS

PROJECT

Waterside III, Rotterdam P+70-OOm T

ARCHITECT

BARCODE Architects Scheepmakershaven 56 3011 VD Rotterdam T: +31(0)10 425 66 50 E: info@barcodearchitects.com

* *

Gevel nader uit te werken in VO fase Oppervlaktes indicatief, maatgevende input ontbreekt nog

05e verdieping P+16980

03e verdieping P+10980

01e verdieping P+4800

N

4 O

W ^

begane grond P-0.00

Z

00.0

00.0

TEKENING

gevel noord FASE VAN PROJECT

schetsontwerp SCHAAL

1:200 TEKENINGNUMMER

252

DATUM

02/04/2021 FORMAAT

A1

BARCODE ARCHITECTS

PROJECT

Waterside III, Rotterdam P+70-OOm T

ARCHITECT

BARCODE Architects Scheepmakershaven 56 3011 VD Rotterdam T: +31(0)10 425 66 50 E: info@barcodearchitects.com

00

n

* *

Gevel nader uit te werken in VO fase Oppervlaktes indicatief, maatgevende input ontbreekt nog

00 n

05e verdieping P+16980

03e verdieping P+10980

—

01e verdieping

N

4 O

W ^

begane P-0.0

Z

TEKENING

gevel oost FASE VAN PROJECT

schetsontwerp SCHAAL

1:200 TEKENINGNUMMER

253

DATUM

02/04/2021 FORMAAT

A1

aeres «milieu

Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur en Watertoets Wet- en regelgeving ^

Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025, Gemeente Rotterdam;

^

Herijking waterplan 2 Rotterdam;

^

Waterprogramma 2016-2021, Waterschap Hollandse Delta;

^

Keur en Legger, Waterschap Hollandse Delta;

^

Provinciaal waterplan en Waternota provincie Zuid-Holland;

^

Landelijke Handreiking Watertoets;

^

Waterbeleid voor de 21e eeuw, Commissie Waterbeheer 21e eeuw;

^

Nationaal Bestuurakkoord Water, 2003 en actueel 2008;

•

Waterwet;

^

Het Nationaal Waterplan, 2016-2021;

•

Kader Richtlijn Water;

^

Wet en Besluit op de ruimtelijke ordening.

Overige literatuur ^

Handleiding alternatieve materialen voor bouwmetalen, DuBo Consulenten, 2006;

^

Ruimtelijke plannen Nederland;

^

Kaarten Hollandse Delta en provincie Zuid-Holland.

Internet ^

www.dewatertoets.nl

^

www.rotterdam.nl

^

www.wshd.nl

^

www.zuid-holland.nl

^

www.dinoloket.nl

^

www.ahn.nl

^

www.pdok.nl

Pagina | 18

AM21251

datum 8-6-2021 dossiercode 20210608-39-26747 Uitgangspuntennotitie AM21251 Waterside Oost III, Rotterdam-IJsselmonde Oude IJsselmondsehoofd 49 Rotterdam Deze uitgangspuntennotitie bevat de waterhuishoudkundige streefbeelden, strategieen en randvoorwaarden van waterschap Hollandse Delta en dient als hulpmiddel voor de eerste aanzet van een waterparagraaf. De relevante randvoorwaarden voor het plan AM21251 Waterside Oost III, Rotterdam-IJsselmonde zijn gerangschikt onder acht streefbeelden ingedeeld op basis van de drie waterthema s Veiligheid, Voldoende Water en Schoon Water en het thema wegen. Van streefbeeld naar randvoorwaarde vindt u de strategie, die erop gericht is het streefbeeld te verwezenlijken. U krijgt op deze manier een goed overzicht van de randvoorwaarden en kan eveneens herleiden waarop deze gebaseerd zijn. Deze dienen als goed uitgangspunt voor gesprek. De strategie en randvoorwaarden worden alleen vermeld als dit voor het plan relevant is. Veiligheid Streefbeeld Hoog water vanuit zee en de rivier vormt een reele bedreiging voor de veiligheid op de Hollandse eilanden. Waterkeringen beschermen tegen deze bedreiging. Het waterstap wil de veiligheid ook in de toekomst blijven waarborgen. Door te werken aan veilige, robuuste en duurzame waterkeringen anticipeert het waterschap op sociale ruimtelijke, economische en klimatologische ontwikkelingen.

Strategie toekomstige ontwikkeling In de Nota Ruimte (2005) is, anticiperend op toekomstige ontwikkelingen,een beperking voor bebouwing rond waterkeringen aangekondigd, die moet worden geconcretiseerd in vrijwaringzones. De Nota geeft een richtlijn voor de omvang van deze zones, en een proces voor de uitwerking ervan. Hollandse Delta heeft in de Beleidsnota Waterkeringen (2009) deze richtlijn ingevuld. Het waterschap gebruikt daarbij niet de term vrijwaringzones, omdat het niet van plan is zones ruimtelijk op slot te zetten c.q. letterlijk te vrijwaren , maar gebruikt het profiel van vrije ruimte. Het profiel van vrije ruimte is of wordt vastgelegd in de legger. Om veiligheid te bieden, stelt het waterschap onder meer beperkingen aan het realiseren van werken en het verrichten van werkzaamheden op en nabij de waterkeringen. Daarvoor zijn de kering en zijn omgeving in zones opgedeeld en heeft het waterschap in de Keur een verbod opgenomen. Op dit verbod kan het waterschap ontheffing (vergunning) verlenen. Randvoorwaarden In de Nota Ruimte is aangegeven dat de zone met beperkingen voor bebouwing ook in structuurvisies en bestemmingsplannen dient te worden verankerd. De zones met een (bouw)beperking zijn de kern- en beschermingszones langs waterkeringen.

Het waterschap hanteert het uitgangspunt dat in structuurvisies en bestemmingsplannen minimaal een verwijzing (op de plankaart en in de toelichting) naar Keur en legger van het waterschap nodig is. Zonder vergunning van het waterschap is het verboden gebruik te maken van een waterstaatswerk en beschermingszone anders dan in overeenstemming met de functie. De belangrijkste voorwaarde is dat het waterkeringbelang en het beheer en onderhoud niet in het geding komen. Daarbij zal het vaak nodig zijn dat de initiatiefnemer door middel van onderzoek aantoont dat de ontwikkeling de stabiliteit van de waterkering niet aantast. Voldoende water - wateroverlast Streefbeeld Een robuust watersysteem dat de effecten van toekomstige klimaatveranderingen en bodemdaling kan opvangen. Zo n systeem kan het water, conform de daarvoor vastgestelde normen en zonder overlast te veroorzaken, verwerken tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten. Voldoende water - Goed functionerend watersysteem Streefbeeld Het watersysteem zorgt in normale situaties voor een goede doorstroming en afwatering in het beheergebied en maakt het realiseren van het (maatschappelijk) Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime (GGOR) mogelijk. Hollandse Delta streeft er naar dat de feitelijke situatie van het watersysteem overeenkomt met de legger.

Op die manier kan het waterschap weloverwogen anticiperen op en reageren in extreme situaties. Strategie

Het waterschap beheert het watersysteem en tracht daarbij de aan- en afvoer van water soepel te laten verlopen en ervoor te zorgen dat het water fysisch-chemisch en ecologisch goed van kwaliteit is en er geen problemen ontstaan van wateroverlast of wateronderlast. Een van de taken is het beheer van het oppervlaktewaterpeil. Een goed peilbeheer is een middel om de bovenstaande situatie te faciliteren. De keuze van het oppervlaktewaterpeil en het peilregime wordt in eerste instantie ingegeven door de gebruiksfunctie van het gebied. Daarnaast wordt er rekening gehouden met andere belangen in het betreffende gebied. Alvorens tot een peilbesluit te komen worden belanghebbende in de gelegenheid gesteld om hun wensen kenbaar te maken. Indien hieraan tegemoet kan worden gekomen zonder het algemeen belang te schaden zal het waterschap de wensen proberen te honoreren. In de afweging spelen een aantal uitgangspunten een rol: In zetting gevoelige gebieden streeft het waterschap naar vertragen van de maaivelddaling door het zo hoog mogelijk instellen van het peil. Het waterschap probeert zoveel mogelijk om onnodige versnippering van peilgebieden te voorkomen.Waar mogelijk en wenselijk streeft het waterschap naar het zoveel mogelijk vasthouden van het gebiedseigen water. Waar mogelijk wordt hiertoe een zo natuurlijk mogelijk flexibel peilregime gehanteerd.

Het systeem moet robuust genoeg zijn om hevige neerslag binnen het peilgebied te kunnen opvangen alvorens af te wentelen op naburig gebied. Voor de oevers langs open water wordt gestreefd naar een onderhoudsvriendelijke inrichting (inclusief bereikbaarheid). Randvoorwaarden

Met het oog op ongewenste kwel of inzijging dient de bodemgesteldheid bekeken te worden. In bepaalde situaties kan de goede kwaliteit van kwelwater benut worden. Bij het ontwikkelen van een nieuw peilbesluit voor nieuw aan te leggen stedelijk gebied gelden enkele randvoorwaarden. Dit zal nog verder worden uitgewerkt. Bij de peilstelling wordt rekening gehouden met het risico op te hoge of te lage grondwaterstanden. Het in te stellen peil mag geen reden zijn voor problemen met de grondwaterstand. Er vindt altijd vooraf overleg plaats tussen projectontwikkelaar en waterschap. Gebieden die al een hoge grondwaterstand hebben moeten voor de nieuwbouw worden opgehoogd en/of gedraineerd worden. In gebieden waar op langere termijn sprake kan zijn van aanzienlijke bodemdaling moeten vooraf maatregelen worden genomen om problemen in de toekomstige situatie te voorkomen. Voldoende water - anticiperen op watertekort Streefbeeld Het waterschap wil een robuust watersysteem dat voorbereid is op de effecten van toekomstige klimaatveranderingen. Tot nu toe ligt de nadruk bij klimaatveranderingen met name op meer extreme neerslag en stijging van de zeespiegel. Ook extreem droge periodes zullen echter vaker voor komen. Het robuuste watersysteem dat het waterschap nastreeft moet hier ook op anticiperen.

Schoon water - goede inrichting/structuurdiversiteit van het watersysteem Streefbeeld Het waterschap streeft naar goede leef, verblijf- en voortplantingsmogelijkheden voor de aquatische flora en fauna in het beheergebied. Schoon water - goede oppervlaktewaterkwaliteit Streefbeeld Het grond- en oppervlaktewater biedt leef-, verblijf-, en voortplantingsmogelijkheden voor de (aquatische) flora en fauna in het beheergebied. De chemische toestand van deze wateren vormt hier geen belemmering voor.

Schoon water - goed omgaan met afvalwater Streefbeeld

Menselijke activiteiten hebben een negatief effect op de kwaliteit van het water doordat ze water verontreinigen. Het waterschap zorgt met de behandeling van afvalwater dat zo veel mogelijk van deze effecten teniet worden gedaan. Wegen Streefbeeld Het waterschap streeft naar een afdoende bereikbaarheid van alle bestemmingen binnen het beheersgebied. Een optimale verkeersveiligheid en een goede doorstroming op de wegen die bij het waterschap in beheer en onderhoud zijn daar bij essentieel.

www.dewatertoets.nl

Bijlage 3 Bedrijven en milieuzonering

e

Roever

OMGKVIN GSADV IE S

ONDERZOEK BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING APPARTEMENTENCOMPLEX OOSTDIJK TE ROTTERDAM

rOjE Roever 0MGEV1NGSADV1ES

De Roever Omgevingsadvies Heidebloemstraat 15 Postbus 64 5480 AB Schijndel T 073 594 10 11 F 073 594 11 20 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 NL21 INGB 0001 0833 26 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01

Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:

Onderzoek bedrijven en milieuzonering Oostdijk Rotterdam 20200613.v01 1 juli 2021 BRO

Onderzoek bedrijven en milieuzonering Oostdijk Rotterdam Datum: 1 juli2021; Referentie: 20200613.v01

2

rOjE Roever 0MGEV1NGSADV1ES

INHOUDSPGAVE 1. 2.

INLEIDING........................................................................................................................................4 UITGANGSPUNTEN........................................................................................................................5

2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5.

Onderzoeksvragen............................................................................................................................. 5 Uitwaartse of inwaartse milieuzonering.............................................................................................5 Omgevingstypen..................................................................................................................................5 Richtafstanden.....................................................................................................................................5 Gebied met functiemenging................................................................................................................6

3.

ONDERZOEKBEDRIJVEN EN MILIEUZONERING........................................................................7

3.1. 3.2. 3.3.

Omgevingstype....................................................................................................................................7 Uitwaartse milieuzonering..................................................................................................................7 Richtafstanden.................................................................................................................................... 7

4.

CONCLUSIE.....................................................................................................................................8

BIJLAGE

I.

KAART RICHTAFSTANDEN..................................................................................... 9

Onderzoek bedrijven en milieuzonering Oostdijk Rotterdam Datum: 1 juli2021; Referentie: 20200613.v01

3

rOjE Roever 0MGEV1NGSADV1ES

1.

INLEIDING

De initiatiefnemer heeft het voornemen een appartementengebouw te ontwikkelen aan de Oostdijk te Rotterdam. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een wijziging van het bestemmingsplan noodzakelijk. Onderdeel van de bestemmingsplanwijziging is dit onderzoek bedrijven en milieuzonering. Het plangebied is aangegeven op afbeelding 1.

rplangėbieď

Afbeelding 1. Plangebied

Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Dit wordt milieuzonering genoemd. In dit rapport wordt de milieuzonering ten aanzien van het ruimtelijk plan beschreven. Hierbij is gebruik gemaakt van de handreiking Bedrijven en milieuzonering1. In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten toegelicht. In hoofdstuk 3 beschrijven wij richtafstanden ten aanzien van de verschillende functies in de omgeving. Ten slotte volgen in hoofdstuk 4 de conclusies.

1 Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), 2009

Onderzoek bedrijven en milieuzonering Oostdijk Rotterdam Datum: 1 juli2021; Referentie: 20200613.v01

4

rOjE Roever 0MGEV1NGSADV1ES

2.

UITGANGSPUNTEN

2.1.

Onderzoeksvragen

Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: - is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? - worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Om een antwoord te geven op deze vragen is een inventarisatie gemaakt van de milieubelastende en milieugevoelige functies in de omgeving.

2.2.

Uitwaartse of inwaartse milieuzonering

Ruimtelijke scheiding kan tot stand komen door uitwaartse of inwaartse milieuzonering. Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies. In een zone rondom de milieubelastende functies worden woningen geweerd. Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieugevoelige functies. In een zone rondom de milieugevoelige functies zijn bepaalde milieubelastende functies niet toelaatbaar.

2.3.

Omgevingstypen

In de handreiking Bedrijven en milieuzonering worden twee omgevingstypen beschreven: Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook een lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied.

2.4.

Richtafstanden

Voor alle typen bedrijven zijn in bijlage 1 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering richtafstanden opgenomen. Het betreft de richtafstanden voor de vier ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; b. de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten.

Onderzoek bedrijven en milieuzonering Oostdijk Rotterdam Datum: 1 juli2021; Referentie: 20200613.v01

5

rOjE Roever 0MGEV1NGSADV1ES

De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en rustig buitengebied. Ten opzichte van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (behalve voor het aspect gevaar). Dit is toegelicht in tabel 1. Tabel 1. Richtafstanden Milieucategorie

afstand tot rustige woonwijk Z buitengebied

afstand tot gemengd gebied

1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m

0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m

2.5.

Gebied met functiemenging

Het begrip ‘gemengd gebied’ wordt gebruikt om de richtafstanden tussen milieubelastende functies (bedrijven) en een gebied met een variatie aan functies (zoals wonen, horeca en kleine bedrijvigheid) aan te geven. Het begrip ‘gebied met functiemenging’ wordt gebruikt om aan te geven welke functies binnen een gebied met functiemenging toelaatbaar zijn. Binnen een gebied met functiemenging zijn milieubelastende en milieugevoelige functies op korte afstand van elkaar gesitueerd. De richtafstanden uit tabel 1 zijn dan niet toepasbaar. In bijlage 4 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering zijn bedrijfsactiviteiten opgenomen waarvan geacht wordt dat deze toelaatbaar zijn binnen een gebied met functiemenging. Voor deze activiteiten gelden geen richtafstanden, maar wordt de toelaatbaarheid beoordeeld aan de hand van de volgende categorieën: - categorie A: toelaatbaar aanpandig aan woningen, de eisen uit het Bouwbesluit voor de scheiding tussen milieugevoelige en milieubelastende functies zijn toereikend; - categorie B: toelaatbaar indien bouwkundig afgescheiden van woningen, vanwege de iets grotere milieubelasting dan categorie A; - categorie C: toelaatbaar indien gesitueerd aan een hoofdweg, vanwege de grotere verkeersaantrekkende werking dan categorieën A en B.

Daarnaast gelden voor de toelaatbaarheid de volgende randvoorwaarden: - het gaat om kleinschalige bedrijvigheid; - productie en/of laad- en loswerkzaamheden vinden alleen in de dagperiode plaats; - de activiteiten (inclusief opslag) geschieden hoofdzakelijk inpandig; - activiteiten uit categorie C beschikken over een goede aansluiting op de hoofdinfrastructuur.

Onderzoek bedrijven en milieuzonering Oostdijk Rotterdam Datum: 1 juli2021; Referentie: 20200613.v01

6

rOjE Roever 0MGEV1NGSADV1ES

3.

ONDERZOEK BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING

3.1.

Omgevingstype

In de omgeving van het plangebied is geen sprake van bedrijvigheid en andere functies direct naast woningen. Het plangebied moet worden aangemerkt als gelegen in het omgevingstype rustige woonwijk.

3.2.

Uitwaartse milieuzonering

Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies in de omgeving. In een zone rondom de milieubelastende functies worden milieugevoelige functies (de te bestemmen gevoelige functies) geweerd. De woningen zelf vormen geen milieubelastende functie. Een analyse van inwaartse milieuzonering is niet nodig.

3.3.

Richtafstanden

Op basis van de vigerende bestemmingsplannen zijn de milieubelastende functies in de omgeving in beeld gebracht. Hierbij zijn alle milieubelastende functies binnen 1.500 meter (de maximale mogelijke richtafstand, die hoort bij bedrijven van milieucategorie 6) van het plangebied betrokken. De milieubelastende functies en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op de kaart in bijlage I. Het betreft de richtafstanden tot een rustige woonwijk behorend bij de maximale planologische mogelijkheden per locatie. Uit de kaart in bijlage I blijkt dat er geen richtafstanden worden overschreden. De richtafstand die het dichtst bij het plangebied in de buurt komt is de richtafstand behorende bij de scheepswerf aan de IJsseldijk. Het bestemmingsplan staat een scheepswerf (niet nader beperkt) toe. Een scheepswerf heeft maximaal milieucategorie 5.1 en daarmee een richtafstand van maximaal 500 meter. Deze richtafstand wordt niet overschreden. Ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en de omliggende inrichtingen worden niet in hun belangen geschaad.

Onderzoek bedrijven en milieuzonering Oostdijk Rotterdam Datum: 1 juli2021; Referentie: 20200613.v01

7

rOjE Roever 0MGEV1NGSADV1ES

4.

CONCLUSIE

In dit onderzoek zijn de richtafstanden van de milieubelastende functies rondom het plangebied aan Oostdijk te Rotterdam onderzocht. In hoofdstuk 3 is toegelicht dat ter plaatse van de woningen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en dat de omliggende inrichtingen niet in hun belangen worden geschaad. Bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het plan.

Onderzoek bedrijven en milieuzonering Oostdijk Rotterdam Datum: 1 juli2021; Referentie: 20200613.v01

8

rOjE Roever 0MGEV1NGSADV1ES

BIJLAGE

I. Kaart richtafstanden

Onderzoek bedrijven en milieuzonering Oostdijk Rotterdam Datum: 1 juli2021; Referentie: 20200613.v01

9

Bijlage I - Kaart richtafstanden

Schaal 1 : 5.000

e

1 juli 2021

Roever

OMGEVINGSADVIES

V7 r? plangebied

30m30rņ

į50mV 3Qm

o ŽŽ 50m

VJT/,

•i'i'IW.f,,

bron: PDOK - Kadaster - OSM - RO-online

De Roever Omgevingsadvies ^ www.deroever.nl ^ 073 - 594 10 11

Bijlage 4 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

B U R O_________

BOUWFYSICA Adviseurs voor akoestiek, bouwfysica, brandveiligheid en duurzaamheid

Akoestisch onderzoek wegverkeers- en scheepvaartlawaai "Waterside III te Rotterdam" Opdrachtgever Contactpersoon Referentie Datum

Oostvliet Vastgoed BV De heer T. van Oosten 18306.08v3 19 april 2022

Behandeld door

ir. J. Hardlooper Z ing. R.R.J.W. Liebrechts

Status

Definitief Buro Bouwfysica B.V.

Cypresbaan 45 2908 LT Capelle aan den IJssel +31 (10) 760 0049 info@burobouwfysica.nl www.burobouwfysica.nl kvk-nummer 64325660

B U R O_________

BOUWFYSICA 3.3.3

Inhoudsopgave

Toetspunten........................................................................................ 8

1

Inleiding.......................................................................................................... 3

4

Berekeningsresultaten .................................................................................... 9

2

Wettelijk kader................................................................................................4

4.1

Geluidbelastingen....................................................................................... 9

2.1

Algemeen.................................................................................................... 4

4.2

Toetsing A16 en Oostdijk............................................................................9

2.2

Wet geluidhinder........................................................................................4

4.3

Beoordeling 30 km/uur weg.......................................................................9

2.2.1

Omvang zones langs wegen ............................................................. 4

4.4

Beoordeling scheepvaartlawaai................................................................. 9

2.2.2

Grenswaarden .................................................................................. 4

4.5

Conclusie geluidbelastingen........................................................................9

2.3

Reductie geluidsbelastingenwegverkeerslawaai........................................ 5

4.6

Geluidreducerende maatregelenvolgens systematiek Wgh....................... 9

2.4

Cumulatie.................................................................................................... 5

4.6.1

Algemeen........................................................................................... 9

2.5

Niet gezoneerde wegen en scheepvaartlawaai..........................................5

4.6.2

Bronmaatregelen ............................................................................. 10

2.5.1

Niet gezoneerde wegen..................................................................... 5

4.6.3

Overdrachtsmaatregelen..................................................................10

2.5.2

Scheepvaartlawaai............................................................................. 6

4.6.4

Conclusie...........................................................................................10

2.6

Bouwbesluit 2012........................................................................................6

4.7

Toetsing gemeentelijk beleid....................................................................10

2.7

Stad en Milieu benadering......................................................................... 6

4.8

Mogelijkheden binnen regulier wettelijk kader........................................11

2.8

Gemeentelijk beleid hogere grenswaarde..................................................6

4.9

Compenserende maatregelen...................................................................11

5

Conclusie....................................................................................................... 12

2.8.1

Algemeen ......................................................................................... 6

2.8.2

Voorwaarden bij het verlenen van een hogere waarde.................... 6

3

Uitgangspunten geluidberekeningen..............................................................7

3.1

Stukken....................................................................................................... 7

3.2

Verkeersgegevens...................................................................................... 7

3.3

Geluidmodel............................................................................................... 8 3.3.1

Berekeningsmethode ........................................................................ 8

3.3.2

Ruimtelijke omgeving........................................................................ 8

19 april 2022 18306.08v3 Waterside III te Rotterdam - Akoestisch onderzoek wegverkeers- en scheepvaartlawaai

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3

Verkeersgegevens stedelijke wegen prognose 2031 Geluidbelastingen gevels grens woonbestemming Geluidbelastingen gevels ontwerp

2

B U R O_________

BOUWFYSICA 1 Inleiding In opdracht van Oostvliet Vastgoed BV is voor het project "Waterside III te Rotterdam" een akoestisch onderzoek wegverkeers- en scheepvaartlawaai uitgevoerd met als doel het vaststellen van de optredende geluidbelastingen op de gevels van het plan.

^

Het bepalen van de geluidbelastingen op de grens van de woonbestemming. Als grens van de woonbestemmming is uitgegaan van de projectie van de eerste en tweede verdieping op het horizontale vlak. Op deze rekenresultaten worden de vast te stellen hogere waarden in het kader van Stap 3 gebaseerd.

^

Om het VO te toetsen en de uitvoerbaarheid te onderbouwen zijn tevens de geluidbelastingen op de gevels van de werkelijke vorm van de toren bepaald. Vanaf de derde verdieping versmalt deze t.o.v. de grens van de woonbestemming.

De voorliggende rapportage is een actualisatie van rapport 18306.08v2 d.d. 11 januari 2022 van Buro Bouwfysica. De volgende wijzigingen zijn doorgevoerd: ^

Het geluidmodel voor het wegverkeerslawaai is naar aanleiding van afstemming met de DCMR op 13 april 2022 bijgewerkt t.a.v. hoogtelijnen A16 t.h.v. onderdoorgangen en bodemgebieden onder de A16 t.h.v. Eiland van Brienenoord.

Om het beoogde bouwplan in ruimtelijke zin mogelijk te maken wordt een bestemmingsplan wijziging voorbereid. De hogere waarden bij het ruimtelijk besluit worden vastgesteld door middel van een Stap-3 besluit in het kader van Stad en Milieu. Het plan omvat de realisatie van een woontoren van ca. 70 meter op een gebouwde parkeervoorziening aan het Oud-IJsselmondehoofd gelegen op korte afstand van de A16 nabij de Van Brienenoordbrug. In bijgaande is de situering alsmede beoogde invulling plangebied aangegeven. Het plan is gelegen binnen de geluidzone van de A16 en de Oostdijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn ook de binnen het plan aanwezige 30 km/uur wegen en het scheepvaartlawaai op de Nieuwe Maas in het onderzoek betrokken. Bij het opstellen van dit onderzoek is gebruik gemaakt van de volgende stukken: ^

In de volgende hoofdstukken worden achtereenvolgens de uitgangspunten, het wettelijk kader, de berekeningsresultaten, de maatregelen, de hogere waarden en de conclusies voor het aspect omgevingslawaai beschreven. A16

(Van Brienenoordbrug)

plangebiei

Oostdijk

Sotings

) 2 iř^„ Ķ»

Figuur 1: Bestaande situatie en impressie ontwerp d.d. april 2021

"Drawingset april 2021" van Barcode Architects.

De inhoud van het onderzoek richt zich op de volgende aspecten:

19 april 2022

18306.08v3 Waterside III te Rotterdam - Akoestisch onderzoek wegverkeers- en scheepvaartlawaai

3

B U R O_________

BOUWFYSICA 2 Wettelijk kader 2.1

Algemeen

Bij het ruimtelijk mogelijk maken van geluidgevoelige bestemmingen binnen de zone van verschillende geluidbronnen is nader onderzoek naar de milieueffecten vereist, waaronder omgevingslawaai. Het plan gelegen is binnen de zone van de A16 en de Oostdijk. Daarnaast is sprake van een 30 km/uur weg, te weten de Flying Dutchmanstraat. Ook het geluid van scheepvaart op de Nieuwe Maas is in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht. Vanwege de verschillende geluidbronnen is het omgevingsgeluid een relevant punt van aandacht bij de ruimtelijke onderbouwing en bij het ontwerp. Om woningbouw op de locatie mogelijk te maken zullen de eisen uit de Wet geluidhinder (hierna te noemen: Wgh) en het gemeentelijk geluidbeleid in acht moeten worden genomen. De Wgh beoogt de burger te beschermen tegen hoge geluidbelastingen. In deze wet zijn onder meer de normen voor geluid vanwege wegverkeerslawaai vastgelegd.

2.2

Wet geluidhinder

2.2.1 Omvang zones langs wegen Op grond van artikel 74 uit de Wgh bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen deze zone kunnen worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de grenswaarden van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). De definities van stedelijk en buitenstedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 Wgh. Deze definities luiden: ^

stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom (bepaald door komgrensborden) met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg;

19 april 2022 18306.08v3 Waterside III te Rotterdam - Akoestisch onderzoek wegverkeers- en scheepvaartlawaai

•

buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de bebouwde kom dat is gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.

De A16 heeft een zonebreedte van 600 m (autosnelweg met vijf of meer rijstroken in buitenstedelijk gebied) en de Oostdijk een zonebreedte van 200 m (een of twee rijstroken in stedelijk gebied). Deze zone wordt gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. Binnen deze zone moet de geluidsbelasting op de gevel van nieuwe woningen worden getoetst aan de grenswaarden op grond van artikel 82 en 83 uit de Wgh.

2.2.2 Grenswaarden In het geval er nieuwe woningen worden gerealiseerd binnen de zone van een weg, mag de geluidsbelasting niet meer bedragen dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er in principe maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Rotterdam bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. Bij overschrijding van de maximale ontheffingswaarde is in principe geen woningbouw op de locatie mogelijk. In tabel 1 op de volgende pagina is aangegeven wat de voorkeursgrenswaarde en de maximale ontheffingswaarde is voor nieuwe woningen binnen de zone van een weg en industrieterrein overeenkomstig de Wgh. Tabel 1: Grenswaarden wegverkeerslawaai nieuwe woningen Voorkeursgrenswaarde/maximale ontheffingswaarde Situatie Nieuwe woning

Binnenstedelijk (Oostdijk)

Buitenstedelijk (A16)

48/63 dB

48/53 dB

4

B U R O_________

BOUWFYSICA •

Reductie geluidsbelastingen wegverkeerslawaai

2.3

Op grond van de verwachting dat de geluidproductie van motorvoertuigen in de toekomst afneemt, mogen de berekende geluidbelastingen op de gevels worden gereduceerd. Volgens artikel 110g Wgh is deze reductie variërend van 2 dB tot maximaal 4 dB bij wegen met een rijsnelheid van 70 km/h en hoger en 5 dB bij wegen met een rijsnelheid van lager dan 70 km/h.

de resultaten van de overige wegen en wegdelen zijn gereduceerd met 5 dB.

Omdat in het rekenprogramma per weg maar één waarde voor de aftrek kan worden ingevoerd, worden de geluidbelastingen vanwege de A16 in de rekenplotten zoals opgenomen in bijlage 2 gepresenteerd zonder aftrek. De voorkeursgrenswaarde voor de A16 dient derhalve gelezen te worden als 50 dB en

Deze hogere geluidbelasting veroorzaakt extra belemmeringen voor nieuwbouwplannen. Met de toekomstige invoering van Swung-2 wordt de maximale waarde voor geluidgevoelige bestemmingen langs wegen met een snelheid vanaf 70 km/h versoepeld. De versoepeling heeft als gunstig effect dat daarmee ook de hiervoor genoemde extra belemmeringen voor de woningbouw door de hogere berekende geluidniveaus met het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (hierna te noemen: RMG 2012) grotendeels worden voorkomen. Deze eventuele belemmeringen zijn dus tijdelijk van aard en daarom ongewenst. De tijdelijke extra belemmeringen worden zoveel mogelijk voorkomen door een aanpassing van de aftrek artikel 110g Wgh. Dit gebeurt door de toe te passen aftrek, voor wegen met een snelheid vanaf 70 km/h, bij een geluidbelasting van 1 of 2 dB boven de maximale ontheffingswaarde, respectievelijk 1 en 2 dB te verhogen. Zo werkt deze aanpassing in de praktijk hetzelfde als het verhogen van de maximale waarde. Het betreft een aanpassing van artikel 3.4 uit het RMG 2012 die vanaf 20 mei 2014 van kracht is geworden. In het onderstaande overzicht is aangegeven welke reductie is toegepast: ^

de resultaten van de A16 zijn met 2 dB gereduceerd voor zover de geluidbelasting zonder correctie kleiner of gelijk is aan 55 dB of groter is dan 57 dB;

^

de resultaten van de A16 zijn met 3 dB gereduceerd voor zover de geluidbelasting zonder correctie 56 dB is;

^

de resultaten van de A16 zijn met 4 dB gereduceerd voor zover de geluidbelasting zonder correctie 57 dB is;

19 april 2022 18306.08v3 Waterside III te Rotterdam - Akoestisch onderzoek wegverkeers- en scheepvaartlawaai

de maximale ontheffingswaarde bedraagt dan s 57 dB (doof is 58 dB en hoger).

2.4

Cumulatie

Bij het vaststellen van hogere waarden moet rekening worden gehouden met eventuele cumulatie van geluidsbelastingen (artikel 110a, zesde lid, Wgh) en worden beoordeeld door college van burgemeester en wethouders. Van cumulatie is sprake als een geluidgevoelige bestemming door meerdere geluidbronnen wordt belast, bijvoorbeeld door meerdere wegen. Bij de berekening worden alleen die bronnen in de beoordeling betrokken, waarvan de geluidbelasting de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Voor de cumulatieve geluidbelasting (alle geluidbronnen opgeteld) gelden vanuit de Wgh geen grenswaarden. De cumulatie dient uitgevoerd te worden conform hoofdstuk 2 van bijlage I van het RMG 2012, waarbij de gecumuleerde waarde wordt omgerekend naar het spectrum van de maatgevende bronsoort. Voor het wegverkeer wordt de aftrek ingevolge artikel 110g van de Wgh bij deze berekening niet toegepast.

2.5

Niet gezoneerde wegen en scheepvaartlawaai

2.5.1 Niet gezoneerde wegen Wegen met een 30 km/uur snelheidsregime hebben volgens artikel 74 van de Wgh geen zone. Op het geluid van dergelijke wegen zijn grenswaarden uit de Wgh niet van toepassing. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de Flying Dutchmanstraat met een snelheidsregime van 30 km/uur wel in het onderzoek betrokken.

5

B U R O_________

BOUWFYSICA Daar voor 30 km/uur wegen geen wettelijke normen zijn vastgelegd is het vaststellen van een hogere waarde voor deze wegen niet mogelijk en noodzakelijk, maar wel - bij de ruimtelijke inpassing van nieuwe woningen langs de weg - tot een oordeel of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

2.5.2 Scheepvaartlawaai Voor scheepvaartlawaai zijn zowel vanuit de Wgh als het gemeentelijk geluidbeleid geen wettelijke normen voor de geluidbelasting op de gevel van toepassing. Volgens opgave van DCMR en zoals ook beschreven in het vastgestelde bestemmingsplan "Oud-IJsselmonde" in 2017 varen er langs Oud-IJsselmonde alleen binnenvaartschepen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het scheepvaartlawaai afkomstig van binnenvaartschepen op de Nieuwe Maas in het onderzoek betrokken. Voor zover bekend is geen sprake van een relevante bijdrage van watertaxi's aan het geluid van scheepvaartlawaai. De geluidbelasting t.g.v. watertaxi's is naar verwachting ondergeschikt aan de overige bronnen zoals het wegverkeer en de binnenvaartschepen. Omdat voor het scheepvaartlawaai geen wettelijke normen zijn vastgelegd leidt dit niet tot het vaststellen van hogere waarden, maar wel - bij de ruimtelijke inpassing van nieuwe woningen langs de vaarwegen - tot een oordeel of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat.

2.6

Bouwbesluit 2012

In het Bouwbesluit 2012 is aangegeven wat de karakteristieke geluidwering moet zijn om een binnenwaarde, bij gesloten ramen, te garanderen voor verblijfsgebieden van nieuwe woningen. Deze karakteristieke geluidwering moet minimaal gelijk zijn aan de vastgestelde hogere waarde minus de toegestane binnenwaarde van 33 dB voor het wegverkeerslawaai. Een toetsing op dit aspect valt buiten de opzet van het voorliggend onderzoek.

2.7

doormiddel van een zogenaamd Stap-3 besluit. Voor een stap-3 besluit is een zorgvuldige motivering nodig waarbij het belangrijkste aspect is dat afgewogen moet worden of de mogelijkheden binnen het reguliere wettelijk kader leiden tot optimaal en doelmatig ruimtegebruik. In het Stap-3 besluit worden maatregelen vastgelegd waarmee de beoogde compenserende leefomgevingskwaliteit wordt bereikt. De onderbouwing van het Stap 3-besluit valt buiten het voorliggende onderzoek. Wel zijn akoestische onderzoeksresultaten en overwegingen aangegeven voor het stap 3-besluit.

2.8

Gemeentelijk beleid hogere grenswaarde

2.8.1

Algemeen

De gemeente Rotterdam heeft een beleidsnota opgesteld waarin is omschreven onder welke voorwaarden de gemeente Rotterdam medewerking verleent aan het vaststellen van een hogere waarde. Deze voorwaarden zijn vastgesteld in het rapport 'Ontheffingsbeleid Wet geluidhinder; Voor bouwen bestemmingsplannen in de gemeente Rotterdam' van december 2006. Met het plan moet een goede leefomgevingskwaliteit voor bewoners worden gerealiseerd. Het ontwerp van het plan moet zodanig zijn dat er sprake is van een minimalisering van het aantal gehinderden. In het proces tot het verlenen van een hogere waarde wordt eerst bezien of bron- of overdrachtsmaatregelen effectief en uitvoerbaar zijn.

2.8.2

Voorwaarden bij het verlenen van een hogere waarde

Bij een geluidbelasting boven de voorkeursgrenswaarde maar onder de maximaal te verlenen ontheffingswaarde is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Wel zal aangetoond dienen te worden dat maatregelen (schermen, geluidreducerend asfalt, etc.) om de geluidbelasting te verlagen niet mogelijk zijn en stelt de gemeente aanvullende voorwaarden (harde criteria) die betrekking hebben op de per woning aanwezigheid van een geluidluwe gevel en geluidluwe buitenruimte.

Stad en Milieu benadering

De Stad & Milieubenadering maakt het mogelijk om af te wijken van de grenswaarden van de Wet geluidhinder. Een dergelijke afwijking vindt plaats 19 april 2022 18306.08v3 Waterside III te Rotterdam - Akoestisch onderzoek wegverkeers- en scheepvaartlawaai

6

B U R O_________

BOUWFYSICA Onder een geluidluwe gevel (of geluidluwe zijde) wordt verstaan: een gevel die

3

Uitgangspunten geluidberekeningen

3.1

Stukken

niet (of in beperkte mate) door externe bronnen met geluid wordt belast (max. 53 dB voor het totaal van alle wegen, na aftrek conform artikel 110g Wgh). De geluidluwe gevel dient ten minste een breedte van 1,8 meter te beslaan. Een buitenruimte is een ruimte buiten de woning met een oppervlakte van tenminste 4 m2 en een breedte van tenminste 1,5 meter, die bestemd is voor het verblijven van personen in de buitenlucht. De geluidbelasting op de buitenruimte wordt bepaald op een hoogte van 1,5 meter ten opzichte van de bovenkant vloer. Een Stad en Milieubenadering maakt het mogelijk om ook gemotiveerd af te wijken van het gemeentelijk geluidbeleid. Hierin spelen de beoogde leefomgevingskwaliteit en de compenserende maatregelen een belangrijke rol.

^

Voor de bepaling van de geluidbelastingen vanwege scheepvaartlawaai is gebruik gemaakt van de door de DCMR aangeleverde geluidmodel "Scheepvaart - MV2 zeevaart en binnenvaart Plan-25-04-2017" waarbij de vaarlijnen zijn uitgebreid en verder gedetailleerd op basis van het Nationaal Wegen Bestand Vaarwegen WMS.

^

Drawingset april 2021" van Barcode Architects.

^

Vastgesteld bestemmingsplan "Oud-IJsselmonde", d.d. 1 juni 2017 met kenmerk "NL.IMRO.0599.BP1020OudIJsselmo-va01".

Verkeersgegevens

3.2 ^

^

Actuele verkeers- en weggegevens van de A16 (bijgewerkt 26 mei 2021) conform het geluidregister van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Verkeersgegevens binnenstedelijke wegen prognosejaar 2030 verstrekt door de gemeente Rotterdam afdeling Stadsontwikkeling Verkeer en Vervoer, d.d. 15 november 2018, zie bijlage 1. In overleg met de gemeente Rotterdam is voor een prognose in 2031 uitgegaan van 1,5% groei per jaar.

In de verkeersgegevens zijn alle voor het onderzoek benodigde gegevens opgenomen waaronder de verkeersintensiteit, de verdeling van het verkeer in de dag-, avond- en nachtperiode, de verdeling van het verkeer in de categorie lichte, middelzware en zware motorvoertuigen, rijsnelheid en wegdektype. De verkregen informatie alsmede de ligging van de wegen en een tabel met de verkeersgegevens is opgenomen in bijlage 1 van dit rapport. In tabel 2 volgt een beknopt overzicht van de verkeersgegevens voor de maatgevende wegvakken.

19 april 2022 18306.08v3 Waterside III te Rotterdam - Akoestisch onderzoek wegverkeers- en scheepvaartlawaai

7

B U R O_________

BOUWFYSICA Tabel 2: Beknopt overzicht verkeersgegevens zichtjaar 2031 (stedelijke wegen). Weg Etmaalintensiteit Snelheid Wegdekverharding

3.3.2

Ruimtelijke omgeving

De ligging van de bestaande gebouwen is gebaseerd op de BGT (bron: PDOK). De hoogte van deze gebouwen is bepaald op basis van google maps. In het

A16

216.281 mvt

Oostdijk (link 17066)

14.109 mvt

100 km/uur 50 km/uur

ZOAB

rekenmodel

is

als

uitgangspunt

een

akoestisch

harde

bodem

gekozen

Asfalt (ref. wegdek)

(absorptiefractie van 0,0). Alle akoestische zachte gebieden (absorptiefractie van

Klinkers in

ingevoerd. Voor de A16 met een wegdektype dat significant absorberende

keperverband

eigenschappen heeft (zoals ZOAB), is overeenkomstig bijlage 3 van het RMG 2012

1,0) zoals gras en bermen zijn als specifieke bodemgebieden in het rekenmodel Flying Dutchmanstraat

1.250 mvt

30 km/uur

een absorptiefractie van 0,5 aangehouden.

3.3

Geluidmodel

3.3.1

Berekeningsmethode

3.3.3

Toetspunten

In het rekenmodel zijn op de gevels van het plan toetspunten gekozen waarop de

Voor het bepalen van de geluidsbelasting door het wegverkeerslawaai is gebruik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d1cb5560-dfce-40f6-b11d-a7c453ab65fe