CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb003391] Bijlage 2B behorende bij 23bb003399 over Nota van beantwoording zienswijzen Notitie Reikwijdte en Detailniveau A tot Z (voor MIRT-verkenning is die al eerder gepubliceerd)

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 20 september 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Ontwerp-partiële herziening omgevingsvisie Rotterdam - Oostflank19.265 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota van Beantwoording Zienswijzen en adviezen Notitie Reikwijdte en Detailniveau Aanvulling ROER Verstedelijking A tot Z

1

Inhoudsopgave 1. Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard (HHSK) 2. Provincie Zuid-Holland 3. GGD Rotterdam – Rijnmond 4. Stichting Golfbaan Kralingen 5. Evides 6. Gemeente Capelle aan den IJssel 7. Volkstuinverenigingen ATV Kweeklust, ATV Toepad, ATV Nut & Genoegen 8. Havenbedrijf Rotterdam ` 9. ProRail 10. Particuliere indiener 11. BBV Veranda Bewonersbelangen 12. Advies Commissie voor de m.e.r.

3 7 8 9 10 12 17 24 25 25 26 33

2

1.

Onderwerp

Zienswijze Hoogeheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard (HHSK)

Beantwoording bevoegd gezag

Bodem en water sturend

De gevolgen van klimaatverandering maken steeds meer duidelijk dat het veilig en zonder (water)overlast wonen, werken en recreëren in ons gebied op de door ons gewenste plekken, zoals diepe polders, niet zomaar vanzelfsprekend is. Niet voor niets is op Rijksniveau afgesproken dat water en bodem in het vervolg sturend zijn voor de ruimtelijke ordening. Dit impliceert dat grote en impactvolle keuzes voor de toekomstige inrichting en functies van gebieden gemaakt zullen moeten worden. Ook in bestaand stedelijk gebied en dus ook het A tot Z-gebied, zullen we rekening moeten houden met lange termijn effecten van klimaatverandering en de grenzen en (on)mogelijkheden van het bestaande watersysteem en de waterkeringen.

Klimaatscenario’s zijn als uitgangspunt genomen voor bodem, water en waterveiligheid. Er zijn bouwstenen ‘bodem en water sturend’ onderzocht en er zijn varianten onderzocht voor de zeer diepe polders: zonder verstedelijking en met klimaatadaptieve verstedelijking. Zie hiervoor de Aanvulling ROER A-Z Verstedelijking. Er wordt rekening gehouden met de noodzaak van gezonde bodems, (extra) ruimteclaims voor waterberging, ruimtereserveringen voor waterkeringen, uitgiftepeilen beleid, gebiedsgerichte adaptatie strategieën, klimaatadaptief bouwen en meerlaagse veiligheid. De ruimteclaims voor water worden kwantitatief inzichtelijk gemaakt door middel van een analyse van kansen en bedreigingen, en met behulp van een realiteitscheck op ruimteclaims. Hierbij is gekeken naar de claims versus kansrijke plekken en gebieden, op bouwplot niveau, in de openbare ruimte en in het ecologisch en in het landschappelijk raamwerk.

Afvalwater

De totale opgave voor woningbouw binnen de A tot Z-gebiedsontwikkeling is fors: 20.000 tot 30.000 woningen met bijbehorende voorzieningen. Het extra afvalwater dat hierbij vrijkomt, dient met het oog op de volksgezondheid te allen tijde te kunnen worden getransporteerd en gezuiverd. Binnen het HHSK beheergebied wordt het afvalwater van het A tot Z-gebied via bestaande riool eindgemalen en persleidingen getransporteerd naar de Afvalwaterzuiveringsinstallatie (awzi) Kralingseveer. Deze installatie is eind jaren '80 aangelegd ver weg van de bewoning maar inmiddels omgeven door hoogstedelijke bebouwing. Met het huidige afvalwateraanbod draait de awzi al op ca. 90% van zijn biologische ontwerp-capaciteit. Autonome ontwikkelingen zoals Brainpark I en Rivium zullen de belast-baarheidsgrenzen van de AWZI in zicht doen komen. Bij verdergaande verstedelijking moet daarom nu al worden nagedacht over de toekomstige behandeling van het afvalwater uit het A tot Z-gebied.

De groei van het afvalwater is in de Aanvulling ROER A-Z Verstedelijking indicatief inzichtelijk gemaakt door gebruik te maken van kentallen, en is gerelateerd aan de capaciteit van de AWZI's. Bij de inschatting van de ruimteclaims voor water wordt rekening gehouden met meer gescheiden riolering. Het is echter niet realistisch om te verwachten dat decentrale zuivering voldoende zal zijn om het toekomstige capaciteitsprobleem van AWZI's volledig op te lossen. Dit benadrukt dat er serieus moet worden nagedacht over de toekomstige behandelingsmogelijkheden van het afvalwater.

3

Mogelijk zijn extra maatregelen op de AWZI en/of decentrale oplossingen voor het zuiveren van afvalwater nodig om de gebiedsontwikkeling mogelijk te maken. 'Goede omgevingskwaliteit'

Geen peilverlagingen in het oppervlaktewatersysteem: om bodemdaling te voorkomen, is HHSK zeer terughoudend met het verlagen van waterpeilen in de sloten en singels. Uitgangspunt is dat huidige waterpeilen in stand blijven en dat waar mogelijk een flexibel peil (seizoensfluctuatie) wordt geïntroduceerd. Onderbemalingen (gebiedjes met een lager waterpeil dan de omgeving) welke met een aparte pomp worden bemalen, zoals rondom de volkstuinen langs de Boszoom, worden bij voorkeur opgeheven en samengevoegd met bestaande peilgebieden. Hierdoor wordt het systeem minder versnipperd en robuuster. Vasthouden en hergebruiken hemelwater: extreme droge periodes zoals afgelopen zomer zullen steeds meer voor gaan komen. De aanvoer van voldoende zoet water tijdens droogte wordt echter steeds lastiger. Daarom is het essentieel dat zoveel mogelijk regenwater dat in natte perioden valt, wordt vastgehouden en benut in het gebied zelf. Dit kan zelfs op gebouw-niveau ('regenwaterneutraal bouwen')- Dit vraagt ruimte en heeft daardoor impact op de stedelijke inrichting. Het is verstandig de gevolgen van de verstedelijking op dit punt in de MER-studie te onderzoeken.

Bij de hierboven genoemde analyse van ruimteclaims voor water wordt rekening gehouden met mogelijkheden voor meer flexibel peilbeheer, het opheffen van onderbemalingen in sportcirkels en volkstuinen, en het vasthouden van regenwater op verschillende niveaus (bouwplot, openbare ruimte, ecologisch en landschappelijk raamwerk) tijdens natte periodes. Bij deze analyse worden kansrijke plekken en gebieden benoemd voor (extra) waterberging, zowel nat als droog, en wordt er gekeken naar zowel de optimalisatie van bestaande watersystemen als mogelijke uitbreidingen daarvan. Dit wordt gedaan op basis van de kenmerken van de ondergrond.

Locaties en inrichting van waterbergingen: net als droge periodes, zal er ook steeds vaker een extreme neerslagsituatie op gaan treden als gevolg van klimaatverandering. Ook daarvoor moeten nieuw ingerichte gebieden gesteld staan. Het aanbrengen van watercompensatie in de vorm van open water impliceert ook dat ditzelfde water in droge tijden op peil moet worden gehouden, met alle gevolgen voor de watervraag van dien. Het is daarom realistisch om in het onderzoek de toepassing van 'droge' bergingen, die zich alleen vullen op het moment dat het nodig is, te onderzoeken. Dit biedt wellicht ook kansen voor dubbel ruimtegebruik. Tegelijkertijd moet hierbij worden aangetekend dat dit in de diepe polder Prins Alexander met de aanwezige kweldruk zeker niet zomaar altijd mogelijk is. Bij voorkeur wordt dit aspect kwantitatief

4

onderzocht, gezien de beperkt beschikbare open ruimte in het plangebied en de noodzaak om waterberging wel te accommoderen. Verbinding en verbetering van het watersysteem: de gebiedsontwikkeling A-Z biedt kansen om het bestaande watersysteem te optimaliseren. Dit door nieuwe verbindingen te creëren en het water meer ruimte te geven op plekken waar het nu krap is. De A16 is (ook) voor het water en de daarin levende organismen een barrière in het gebied. En het functioneren van het watersysteem in de polder De Esch kan worden verbeterd. Het is wenselijk om in het onderzoek de mogelijkheden en kansen daartoe mee te nemen. 'Veilige, gezonde fysieke leefomgeving’

Opwek duurzame energie op het terrein van de AWZI Kralingse Veer: in het onderzoek dient rekening te worden houden met de verschillende manieren waarmee, op het terrein van de AWZI Kralingseveer, duurzame energie (o.a. windturbine, zonnepanelen en groen/biogas) wordt opgewekt en de effecten hiervan op de omgeving. Het gaat daarbij onder andere om slagschaduw, geluid, externe veiligheid, schittering en ATEX (explosieveiligheid).

In de Aanvulling ROER is het energiegebruik en de bijbehorende emissies van broeikasgassen beoordeeld. Er is op het abstractieniveau van het te nemen besluit aandacht besteed aan de mogelijkheden voor duurzame energieopwekking. De onderzoeken naar de potentie van het terrein van de AWZI zullen in de vervolgprocedures aan bod komen, omdat deze niet passen bij het abstractieniveau van de Aanvulling ROER.

Geurhinder: de AWZI Kralingseveer behoort tot milieucategorie 4.2 of zelfs 5.2 zoals aangegeven in de VNG Brochure Bedrijven en Milieuzonering. Op basis van deze VNG brochure moet er rekening worden gehouden met een bepaalde zonering in meters rondom de AWZI. Het gaat hierbij dan met name om de aspecten: geur, stof, geluid en gevaar. Van de in de brochure genoemde afstanden kan men alleen gemotiveerd afwijken. Daarbij moet gekeken worden naar de maximale planologische invulling die HHSK op dit moment heeft. Het is noodzakelijk om dit aspect kwantitatief te beoordelen. In de bijlage is ter informatie een afbeelding opgenomen van de huidige vergunde geurcontouren van de AWZI.

Het aspect geur is onderzocht en uitgewerkt in de deelstudie Luchtkwaliteit van de Aanvulling ROER A-Z Verstedelijking. Daarbij is ook gekeken naar de vergunde geurcontouren van AWZI Kralingseveer.

Waterveiligheid: vanzelfsprekend is waterveiligheid een randvoorwaarde voor de A tot Z-ontwikkeling en dient altijd op orde te zijn. De dijken in Rotterdam vormen een integraal onderdeel van het stedelijk gebied en er is zodoende complexe samenhang met gebiedsontwikkeling. Binnen het samenwerkingsverband Alliantie Waterkracht lopen op initiatief van de gemeente Rotterdam momenteel verkennende

Waterveiligheid is inderdaad een randvoorwaarde voor A-Z. Dit aspect is onderzocht en uitgewerkt in de deelstudie Waterveiligheid van de Aanvulling ROER A-Z Verstedelijking. Er wordt rekening gehouden met ruimtereserveringen voor waterkeringen. Rotterdam werkt daarnaast samen met de

5

gesprekken tussen gemeente en waterschappen om te komen tot een 'ontwikkelkader' voor waterkeringen. Het is goed om daar in het vervolg van de planuitwerking voor A tot Z bij aan te sluiten. Dit laat echter onverlet dat vigerende wet- en regelgeving t.a.v. de waterkeringen in acht moet worden genomen. Adaptief bouwen en hoogteligging kwetsbare infrastructuur: een ander aspect van waterveiligheid is gevolgbeperking bij een eventuele dijkdoorbraak. Er dient 'adaptief' gebouwd te worden en kwetsbare infrastructuur en nutsvoorzieningen moeten zo hoog mogelijk (rekening houdend met optredende inundatiedieptes) worden aangelegd. Wij gaan ervan uit dat het convenant klimaatadaptief bouwen hierbij leidend is. De gevolgen van de verstedelijkingsopgave A tot Z voor dit aspect worden wat ons betreft ook in deze studie nader belicht.

‘Woonomgeving’

waterschappen in de Alliantie Waterkracht aan een ontwikkelkader voor de waterkeringen.

De bouwstenen "bodem en water sturend" zijn onderzocht, evenals varianten voor de zeer diepe polders, zowel zonder verstedelijking als met klimaatadaptieve verstedelijking. Deze informatie is te vinden in de Aanvulling ROER A-Z Verstedelijking. Naast deze onderzoeken hanteert Rotterdam ook een uitgiftepeilenbeleid, een strategie voor meerlaagse veiligheid en het Rotterdams Weerwoord, die allemaal van toepassing zijn op de geplande verstedelijking in A-Z. Rotterdam is bovendien een participant in het convenant Klimaatadaptief bouwen. In de Aanvulling ROER A-Z Verstedelijking is dit verder belicht.

Aanbod en verwerking van afvalwater: zoals eerder toegelicht, zal de grote verstedelijkingsopgave leiden tot een forse vergroting van het afvalwateraanbod. De gevolgen voor de AWZI Kralingseveer en eventuele opties voor decentrale zuivering dienen in het onderzoek te worden beoordeeld, bij voorkeur kwantitatief. Het is essentieel dat HHSK in het verdere vervolg tijdig op de hoogte wordt gebracht van wijzigingen in de netto woningbouwprognose.

De groei van het afvalwater is in de Aanvulling ROER A-Z Verstedelijking indicatief met kentallen inzichtelijk gemaakt en gerelateerd aan de capaciteit van AWZI’s. Als onderdeel van de watertoets is er overleg gestart met alle betrokken waterbeheerders over deze aspecten van het waterbeheer en andere genoemde aspecten met betrekking tot de gebiedsontwikkeling A-Z.

Bereikbaarheid van de AWZI: voor het goed functioneren van de zuivering dient deze altijd goed bereikbaar te blijven voor onderhoud, aanvoer van afvalwater per as, afvoer van slib en andere restproducten maar ook voor hulpdiensten bij een calamiteit. Indien de ontwikkeling hier impact op heeft is het goed die in de studie te benoemen.

Het uitgangspunt bij elke stedelijke ontwikkeling is dat de bereikbaarheid van AWZI's van groot belang is. Bij planonderzoek zal meer gedetailleerd onderzoek worden uitgevoerd om ervoor te zorgen dat de capaciteit van AWZI's voldoende is om het afvalwater te kunnen verwerken dat gegenereerd wordt door de nieuwe stedelijke ontwikkeling. De bereikbaarheid is onderdeel van de beoordeling van de woonomgeving. Dit onderzoek gaf geen bijzonderheden ten aanzien van de bereikbaarheid van de AWZI’s.

6

2.

‘Economische omgeving'

De aanwezigheid van nieuwe woningen en de AWZI biedt mogelijk kansen voor samenwerking. Denk hierbij aan meer benutting van de warmte van het influent en effluent of verwarming van de nieuwbouw door middel van warmte uit het oppervlaktewater. Hiervoor dient aandacht te zijn in het onderzoek.

De ontwikkelvisie A-Z benadrukt het belang van samenwerking en de kansen worden erkend. Bij de verdere uitwerking van de energievisie voor het gebied zal hier dan ook rekening mee worden gehouden.

Onderwerp

Zienswijze Provincie Zuid-Holland

Beantwoording bevoegd gezag

Externe veiligheid

In de NRD staat vermeld dat op het thema externe veiligheid het groepsrisico en het plaatsgebonden risico meegenomen wordt in de MER. In de gebieden aan de Nieuwe Maas is het belangrijk ook aandacht te hebben voor de veiligheidszonering van de Nieuwe Maas en Nieuwe Waterweg (art. 6.21). Vanwege de kenmerken van het gebied is het belangrijk aandacht te hebben voor alle mogelijke externe veiligheidsrisico's, dit zijn onder andere de spoorwegen, buisleidingen en basisnetroute van gevaarlijke stoffen nabij het plangebied. Daarnaast vragen wij u rekening te houden met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor omgevingsveiligheid is het daarom aan te bevelen ook rekening te houden met aandachtsgebieden.

Bij de beoordeling van het thema externe veiligheid is rekening gehouden met deze aspecten, waarbij ook de Provincie Zuid-Holland betrokken is geweest.

Woningbouw

De NRD geeft aan dat Rotterdam 20.000 tot 30.000 woningen wil toevoegen in een groot gebied van Alexanderknoop tot Zuidplein "voor diverse doelgroepen, verdeeld over verschillende soorten woonmilieus en gebieden met hun eigen karakteristieken". Meer informatie bevat het document niet over wonen. Over welke termijn van jaren worden deze woningen gerealiseerd? In dit gebied heeft Rotterdam al diverse woningprojecten gepland, hoe verhouden die zich tot de NRD? Wat wordt er toegevoegd of gewijzigd ten opzichte van het woningbouwprogramma dat door de provincie is aanvaard? Past het NRD binnen het recente bod van Rotterdam in het kader van het te actualiseren Regioakkoord Wonen?

De Aanvulling ROER beoordeelt de milieueffecten van de verstedelijkingsopgave van 20.000 tot 30.000 woningen in het gebied A tot Z. In de aanvulling zijn de referentiesituatie, een concentratievariant en een spreidingsvariant beoordeeld. Concrete plannen zijn opgenomen in de referentiesituatie, terwijl de concentratie- en spreidingsvariant extra woningbouwplannen zijn boven op de referentiesituatie. In hoofdstuk 4 van het rapport Aanvulling ROER A-Z Verstedelijking is een uitgebreide onderbouwing van de verschillende woningaantallen te vinden. Het Regioakkoord Wonen heeft betrekking op de periode tot 2030, terwijl de Ontwikkelvisie Oostflank zich richt op 2040 en daardoor nog meer woningen omvat.

7

3.

Autonome ontwikkelingen

HHSK ziet in de beschreven referentiesituatie bij autonome ontwikkelingen belangrijke Rotterdamse gebiedsontwikkelingen terug zoals Feijenoord City en Brainpark I. Hier vragen wij graag aandacht voor aansluiting op de situatie in Capelle aan den IJssel en ontwikkelingen daar, zoals Rivium.

De ontwikkeling van Rivium is opgenomen in de referentiesituatie. Momenteel vinden er gesprekken plaats met Capelle aan den IJssel over verdere ontwikkeling van het Rivium en hoe deze aansluiten op de ontwikkeling A-Z.

Onderwerp

Zienswijze GGD

Beantwoording bevoegd gezag

Algemeen

De ingrediënten zijn aanwezig om het gezondheidsbelang en de effecten op de gezonde leefomgeving goed te kunnen uitwerken in deze milieueffect-rapportage op het niveau van de gepresenteerde alternatieven/modellen en een vergelijk hiertussen mogelijk te maken. De GGD helpt hier graag aan mee. Vergelijkbaar met de ondersteuning die door de GGD recent is geleverd ten behoeve van de gezondheidsrapportages MIRT Oeververbindingen.

De GGD is betrokken bij de beoordeling van het gezondheidsbelang, bijvoorbeeld voor het thema gezond gedrag en geluid. Daarnaast is de GGD in de gelegenheid gesteld om feedback te geven op de stukken.

Detailniveau effectbepaling

In paragraaf 3.4.3 staat beschreven voor de belangrijkste aandachtspunten, veelal milieugezondheidskundig, dat in een vervolgtraject meer gedetailleerd onderzoek plaatsvindt. De GGD gaat er daarom voorlopig vanuit dat vergelijkbaar met het onderzoek MIRT Oeververbindingen als leemte in kennis blijft bestaan dat het in dit stadium niet mogelijk is om per locatie aan te geven in welke mate de milieugezondheidskundige kwaliteit verandert en welke maatregelen er precies getroffen kunnen worden om de gezondheid te verbeteren.

Het is correct dat het op dit moment niet mogelijk is om per locatie aan te geven in welke mate de milieugezondheidskundige kwaliteit verandert en welke maatregelen dit vraagt. In de Aanvulling ROER A-Z Verstedelijking worden een aantal generieke aanbevelingen gedaan (per deelgebied) om de gezonde leefomgeving te bevorderen. Deze aanbevelingen dienen in een latere fase (bij planvorming) nader te worden uitgewerkt.

Verstedelijkingsmodellen

In paragraaf 3.3 worden de twee mogelijke modellen/alternatieven die bij de huidige stand van zaken van de onderzoeken in beeld zijn beschreven. De GGD valt op dat bij model 1 de ‘autoluwe’ centra en de metrolijn wordt genoemd en bij model 2 de tramverbinding i.c.m. “autoverkeer houdt een plek in de verstedelijkingsvariant”. De plek die de auto precies krijgt in model 2 is minder concreet beschreven en daarom minder goed te plaatsen. Omdat de plek die de auto krijgt erg bepalend is voor de gezonde leefomgeving adviseert de GGD dit concreter te omschrijven voor een goed vergelijk tussen de modellen. Mogelijk maakt dit het ook gemakkelijker om te bepalen of een derde model nodig is of bij het puzzelen met de

In tegenstelling tot wat in de NRD is aangekondigd, is bij beide overwogen verstedelijkingsalternatieven uitgegaan van een nieuwe oeververbinding en openbaar vervoer zoals bestuurlijk vastgesteld in het kader van de MIRT-Verkenning Oeververbindingen regio Rotterdam. Het voorkeursalternatief voor de oeververbinding is een brug voor tram, fiets en (in beperkte mate) autoverkeer. Het overkoepelende rapport van de Aanvulling ROER beschrijft op hoofdlijnen welke overwegingen hebben geleid tot het voorkeursalternatief voor de oeververbinding en OV, en hoe de milieueffecten hierin zijn meegenomen.

8

bouwstenen.

Door het bestuurlijk vastgestelde voorkeursalternatief van oeververbinding en OV als uitgangspunt te nemen voor beide alternatieven voor de verstedelijking, kunnen de effecten van de verstedelijking worden onderzocht zonder bandbreedte in de effecten van de oeververbinding. Deze werkwijze is mogelijk omdat bij het onderzoek naar de effecten van de oeververbinding al rekening is gehouden met twee varianten voor de verstedelijking. Deze varianten voor de verstedelijking sluiten aan bij de varianten hoog en laag die al in het ROER voor de omgevingsvisie zijn beschouwd. Tussen de twee alternatieven is er wel een verschil: bij alternatief Spreiden wordt de tram doorgetrokken van Kralingse Zoom via de Boszoom en Het Lage Land naar de Alexanderknoop. Bij alternatief Concentreren loopt de tramverbinding van Zuidplein tot Kralingse Zoom.

4.

Onderwerp

Zienswijze Stichting Golfbaan Kralingen

Beantwoording bevoegd gezag

'Goede omgevingskwaliteit'

ln het vertrouwen dat de door de gemeente geformuleerde opgaven en ambities in goede groei, kracht wordt bijgezet met de toegevoegde waarden van ons buitengewoon mooie stukje Kralingse Bos. Dit sluit aan op de gesprekken die wij al sinds 2018 met gemeente Rotterdam voeren, waarbij multífunctionele inzet en het meer openstellen van het terrein met al haar faciliteiten en mogelijkheden voor alle Rotterdammers met behoud van de golfbaan, onderwerp van gesprek is. Zo ook de stedenbouwkundige wens om de Prinsenlaan voor voetgangers en fietsen te verbinden met het Kralingse Bos middels een oversteek dwars op de golfbaan. Het bestuur van de Stichting Golfbaan Kralingen heeft geprobeerd aan te sluiten op de clusters in het beoordelingskader om het op die manier ook voor de gemeente efficiënt en effectief werkbaar te maken.

Bedankt voor uw uitgebreide input, we hebben uw bijdrage met betrekking tot de verschillende clusters van het beoordelingskader zorgvuldig doorgenomen. We zijn het met u eens dat de golfbaan op een flink aantal criteria goed scoort, waaronder de opvang van regenwater bij hevige regenval, het groen dat bijdraagt aan verkoeling, de golfbaan als onderdeel van het stedelijk landschap, en de bevordering van biodiversiteit.

'Veilige, gezonde fysieke leefomgeving’

9

5.

Onderwerp

Zienswijze Evides

Beantwoording bevoegd gezag

Algemeen

Binnen en in de directe omgeving van het plangebied bevinden zich meerdere vitale leidingen (Transportleidingen) van Evides. Het gaat om Transportleidingen voor zowel ruwwater als drinkwater. Evides maakt zich zorgen over de gevolgen van de voorgenomen wijzigingen in het licht van haar wettelijke taak om tegen de laagst mogelijke maatschappelijke kosten een voldoende en duurzame uitvoering van de openbare drinkwatervoorziening zeker te stellen.

We herkennen uw zorg en onderschrijven dat een duurzame uitvoering van de openbare drinkwatervoorziening van cruciaal belang is, zeker ook in het licht van de voorgestelde ontwikkelingen. Bij de verdere uitwerking van de ontwikkelvisie wordt rekening gehouden met de belangen van de drinkwatervoorziening, waarbij ook de benodigde ruimte voor leidingen wordt meegenomen. Evides zal hierbij betrokken worden. Als blijkt dat leidingen verlegd moeten worden, worden er in de volgende fase afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten. Hierbij worden de gebruikelijke procedures gevolgd.

Belangen openbare drinkwatervoorziening

In de eerste plaats wijst Evides er op dat in de NRD geen aandacht wordt besteed aan de effecten van de voorgenomen wijzigingen op de aanwezige ondergrondse transportinfrastructuur de Transportleidingen en de Drinkwaterproductielocatie aan de Schaardijk. Er kan nu niet worden vastgesteld of - en zo ja, in hoeverre - die effecten zullen worden meegenomen in de in de NRD beschreven aanpak. Niet duidelijk is voorts hoe die effecten vervolgens zullen worden gewogen. Aldus is niet voldaan aan het bepaalde in artikel 2, tweede lid, van de Drinkwaterwet.

Eén van de vraagstukken dat bij de verdere uitwerking van de ontwikkelvisie aan bod komt, is de kwestie van de "drukte in de ondergrond", oftewel de ruimte die nodig is voor leidingen en kabels voor o.a. energie, drinkwater en afvalwater. Dit vraagstuk is nog niet onderzocht in de aanvulling ROER, omdat dit niet past bij het huidige abstractieniveau van het besluit dat genomen moet worden (de herziening van de omgevingsvisie). Voor de verdere uitwerking zal Evides worden betrokken.

Omdat de belangen van de openbare drinkwatervoorziening op dit moment nog niet bij de planvorming zijn betrokken, althans nu daarvan niet is gebleken, is op dit moment onduidelijk of de Transportleidingen, inclusief de zinkerconstructie in de Nieuwe Maas, en de Drinkwaterproductielocatie van Evides in of nabij de voorgenomen maatregelen zonder meer kunnen worden gehandhaafd, al dan niet na het treffen van voorzieningen.

De drinkwatervoorziening is een toenemend probleem, niet alleen in het plangebied, maar ook in de rest van Rotterdam en daarbuiten. Het uitgangspunt voor de aanvulling ROER en de ontwikkelvisie is dat het terrein van Evides behouden blijft. Bij de verdere uitwerking van de ontwikkelvisie worden onderwerpen zoals de drinkwatervoorziening in beschouwing genomen. Evides zal tijdig worden betrokken bij deze gebiedsgerichte en thematische uitwerking.

en Betrokkenheid planvorming

Het is voor Evides van essentieel belang dat voordat een voorkeursalternatief en een aanvulling van het ROER ter inzage worden gelegd, duidelijkheid bestaat over de betekenis van de voorgenomen maatregelen voor de drinkwaterinfrastructuur de Transportleidingen en de Drinkwaterproductielocatie van Evides en overeenstemming is bereikt over eventuele maatregelen die in dit verband dienen te worden

10

genomen. Evides gaat er daarbij primair van uit dat de bestaande Transportleidingen, inclusief de zinkerconstructie in de Nieuwe Maas en de Drinkwaterproductielocatie worden gehandhaafd. Gebruik terrein Drinkwaterproductielocatie

In de zienswijze gaat Evides er tevens van uit dat voor de beoogde multimodale oeververbinding Feijenoord - Kralingen geen gebruik zal worden gemaakt van (het terrein van) de Drinkwaterproductielocatie. De binnen de Drinkwater-productielocatie aanwezige infrastructuur laat dat niet toe.

Het klopt dat het uitgangspunt voor de Aanvulling ROER en de ontwikkelvisie is dat het terrein van Evides behouden blijft. In november 2022 is het voorkeursalternatief voor de oeververbinding bestuurlijk vastgesteld, namelijk een nieuwe multimodale brug op de locatie 'Bocht A' (Nesserdijk – Olympiaweg). Op dit moment wordt er geen impact op het terrein van de drinkwaterproductielocatie voorzien voor deze brug.

Fysieke en financiële waarborgen

Indienen voor zover zou blijken dat (delen van) de Transportleidingen onverhoopt niet kunnen worden gehandhaafd - al is daarvan gezien het voorgaande bepaald nog niet gebleken – verzoekt Evides de gemeente in ieder geval te waarborgen dat voldoende fysieke en financiele ruimte voorhanden is om de Transportleidingen te verleggen in die zin dat voldoende alternatieve locaties beschikbaar zullen zijn en hiervoor voldoende financiële middelen voorhanden zullen zijn. Evides gaat ervan uit dat de kosten van de mogelijke verleggingen (al dan niet als kosten van de grondexploitatie, vgl. art. 6.2.3 onder d Bro) zo niet volledig, dan toch in ieder geval in overwegende mate door de initiatiefnemers zullen (moeten) worden vergoed. Graag ontvangt Evides hiervan bevestiging. Ook ontvangt Evides graag bevestiging dat, voor zover nodig, voldoende fysieke ruimte aanwezig is voor een verlegging of aanpassing.

Bij de verdere uitwerking van de ontwikkelvisie wordt rekening gehouden met de belangen van de drinkwatervoorziening, waarbij ook de benodigde ruimte voor leidingen wordt meegenomen. Evides zal hierbij betrokken worden. Als blijkt dat leidingen verlegd moeten worden, worden er in de volgende fase afspraken gemaakt over de verdeling van de kosten. Hierbij worden de gebruikelijke procedures gevolgd.

Bestemmingsplannen

Onverminderd het voorgaande, wordt opgemerkt dat Evides ernaar streeft om in samenwerking met de gemeente Rotterdam de ligging van transportleidingen op te nemen in bestemmingsplannen (dubbelbestemming). Dit is van belang gezien de functie van het transportnet in het licht van de Drinkwaterwet en toetsing van het risico op de externe veiligheid in relatie tot naastliggende infrastructuur. In de nieuwe bestemmingsplannen dient opname en toetsing wederom geborgd te zijn. Evides verzoekt u om te bevestigen dat dit zal gebeuren.

Alle leidingen die van planologisch belang zijn, worden opgenomen in de bestemmingsplannen. Momenteel worden er geen bestemmingsplannen vastgesteld of gewijzigd. Wijzigingen in bestemmingsplannen (of in de toekomst omgevingsplannen) komen pas in een veel later stadium aan de orde. We willen niet vooruitlopen op de planvorming en zullen binnen de wettelijke kaders blijven opereren bij het opstellen van een omgevingsplan wanneer dat aan de orde is.

11

6.

Onderwerp

Zienswijze gemeente Capelle aan den IJssel

Beantwoording bevoegd gezag

Algemeen

Naast het geven van deze zienswijze op de NRD Aanvulling ROER, blijft Capelle als overlegpartner graag rechtstreeks betrokken bij vervolgstappen, verdere planvorming per deelproject en overige Rotterdamse planvorming in de directe omgeving. Een rechtstreekse benadering via ruimtelijkebesluiten@capelleaandenijssel.nl heeft de voorkeur. Actieve betrokkenheid is overigens ook een toezegging vanuit gesprekken die lopen met de gemeente Rotterdam vanuit het Afwegingskader Hoofdweggebied en de zoektocht waar Rotterdam en Capelle elkaar zouden kunnen aanvullen. Zo ook bij gesprekken rondom de samenwerkingsovereenkomst in het Rivium-gebied.

Rotterdam Oostflank en Capelle aan den IJssel zijn inhoudelijk met elkaar verbonden; de ontwikkeling van de ene locatie heeft een direct effect op de ander en vice versa. Daarom is het van groot belang dat we onze plannen goed op elkaar afstemmen voor alle relevante ontwikkelingen, zoals Oostflank, Rivium en Hoofdweggebied.

De vragen hebben betrekking op de diverse ontwikkelmodellen en gaan met name over de toekomstige verkeersdoorstroming en bereikbaarheid en daaraan verwante lucht- en geluidskwaliteit. Daarnaast mist Capelle in het onderzoeksgebied de opname van Capelse planvorming, Capelle-Rivium en het Hoofdweggebied, en de gevolgen door de beoogde ontwikkelingen daarop. Capelle maakt grote zorgen over de ontsluiting vanuit Capelle – Rivium (ruim 5000 woningen) via Toepad. De relatie met de beoogde plannen voor Capelle-Rivium vindt Capelle in de NRD onvoldoende in beeld gebracht. Het slagen van onze planvorming heeft een zeer grote relatie met de keuzes die in deze NRD worden gemaakt. Ditzelfde geldt voor de invloed van de beoogde plannen op het gebied Roer-Barbizon en Hoofdweg. Verstedelijkingsmodellen

Rivium is hierin opgenomen als onderdeel van de referentiesituatie. De ontwikkeling van Rivium is daarmee meegenomen in de onderzoeken rond de aanvulling ROER. Dit geldt voor zowel de verkeersonderzoeken als de gevolgen voor geluid en lucht. Hetzelfde geldt voor de plannen voor Hoofdweg en Roer-Barbizon, voor zover deze zijn opgenomen in het regionaal afgestemde verkeersmodel. We onderzoeken deze effecten op hoofdlijnen, passend bij de besluiten die we nemen in het kader van de herziening van de omgevingsvisie voor de Oostflank.

Een van de doelen van de Aanvulling ROER is het leveren van input voor een afweging tussen verschillende ontwikkelmodellen, richting een voorkeursalternatief (zoals keuzes rondom programma, raamwerk en/of fasering). Hiertoe worden de omgevingseffecten, de mate van doelbereik van mogelijke verstedelijkingsmodellen en de verdeling van het programma over deelgebieden in beeld gebracht. o Het is onduidelijk of dit dezelfde deelgebieden betreffen die in de NRD stadsbreed zijn benoemd (Alexanderknoop, Oosterflank en Zuidplein) of dat deze verder worden gespecificeerd?

We hanteren in de aanvulling ROER de volgende deelgebieden: Alexanderknoop Het Lage Land Boszoom Kralingse Zoom De Esch Feyenoord City Bloemhof & Hillesluis Hart van Zuid

Er is sprake van het toevoegen van voldoende goede voorzieningen. o Welke voorzieningen worden hier beoogd?

In de aanvulling ROER wordt niet verder gespecificeerd welke voorzieningen bedoeld worden. De ontwikkelvisie

12

geeft echter meer kleuring aan het pakket aan voorzieningen, variërend van dagelijkse (buurt)voorzieningen tot gebieds- en stedelijke voorzieningen zoals een middelbare school en een cultureel programma. De ontwikkelmodellen worden samengesteld aan de hand van een aantal variabelen, zoals: Samenhangend pakket van randvoorwaardelijke investeringen op het gebied van bereikbaarheid, groen, ecologie, recreatie en energie. Op basis van het onderzoek t.b.v. de Aanvulling ROER kan het pakket aan randvoorwaardelijke investeringen nog worden aangevuld en aangescherpt. o Voorstel voor investering in breder netwerk dan genoemde parameters, bijv. warmte en waternet.

Randvoorwaardelijke investeringen kunnen breder worden opgevat, waarbij investeringen in bijvoorbeeld de energietransitie ook onder die categorie kunnen worden geschaard.

Model 1 spreekt over: randvoorwaardelijke ingrepen/ kwaliteitsverbeteringen in het gebied zijn o.a. de aanleg van een nieuw rivierpark ter hoogte van de Esch. o Wat is de basis dan wel ruimtelijke onderlegger voor deze kwaliteitsverbetering en zit er per model nog verschil in de toevoeging van deze kwaliteit.

Bij de aanleg van de nieuwe brug zal een deel van Polder De Esch moeten worden afgegraven om een vlotte en veilige doorgang voor scheepvaart te garanderen. We proberen dit te compenseren door de realisatie van een aansluitend oeverpark tussen de Oude Plantage en Polder De Esch, met nieuw groen en een kwaliteitsimpuls.

De uitgangspunten voor de onderzoeken missen het effect van het aantal nieuwe woningen op het bestaande netwerk van stroom, warmte en water.

In dit stadium van de ontwikkeling is nog geen analyse uitgevoerd van eventueel noodzakelijke aanpassingen aan de nutsvoorzieningen netwerken. Er is wel gekeken naar het energie- en grondstoffengebruik en afvalwater.

Zoveel mogelijk gebruik maken van reeds verzamelde informatie met betrekking tot de effecten op de omgeving bij deze gebieds-ontwikkelingen is van belang. Detailonderzoek bij bestemmings- of omgevingsplan met betrekking bodemdaling en waterberging zijn zeer belangrijke aandachtspunten in relatie tot de laaggelegen polders.

In de aanvulling ROER is veel aandacht besteed aan de onderlaag (water en bodem) en aan de effecten van alternatieven voor bodem (waaronder bodemdaling) en water (zoals veiligheid en waterberging). Dit heeft geleid tot aanbevelingen voor verdere uitwerking.

De ontwikkeling woningtoevoeging 2016-2030 voor het hoge en lage scenario lijkt niet up-to-date, kijkend naar de kaarten in de planvoorraad van de regio/provincie.

Voor de ontwikkeling tot 2030 houden we in de referentiesituatie voor de aanvulling ROER rekening met een toename van iets meer dan 6000 woningen, omdat we hierin slechts uitgaan van de harde plannen (autonome ontwikkeling). Dit betekent niet dat er na 2030 niet meer woningen kunnen worden gerealiseerd. Integendeel, in de

13

ontwikkelingsvisie gaan we uit van een groter aantal gerealiseerde woningen tot 2030. Mobiliteit

In het beoordelingskader wordt bij het aspect Mobiliteit gesproken over bereikbaarheid en schone verplaatsingen. Met name het eerste begrip is zeer ruim. Is het mogelijk om een duiding te geven aan het begrip bereikbaarheid? Wij geven hieronder specifieke punten aan die voor Capelle relevant zijn nader te onderzoeken.

Voor de bereikbaarheidsindicator hebben we verschillende herkomst-bestemmingsrelaties binnen en buiten de Alexander tot Zuidplein-zone onderzocht. We hebben gekeken naar de reistijdveranderingen voor de vervoerswijzen auto, openbaar vervoer en fiets.

Voor de gemeente Capelle aan den IJssel wordt uit de NRD onvoldoende duidelijk hoe de plannen van Capelle – Rivium en Hoofdweggebied in de onderzoeken wordt meegenomen.

Verkeersintensiteiten in en rondom het plangebied zijn modelmatig bepaald om de effecten van de ontwikkelingen op het wegennet te beoordelen. Het verkeersmodel houdt rekening met zowel autonome ontwikkelingen als de voorgenomen projecten.

Capelle-Rivium zal worden ontsloten via diverse wegen, waaronder Toepad. Daarmee is de ontsluiting van Rivium afhankelijk van Toepad en de ontwikkelingen in de omgeving van Toepad. Op voorhand willen wij bij de plannen van A-Z meegeven dat wij ons zorgen maken over de ontsluiting vanuit Capelle – Rivium (ruim 5000 woningen) via Toepad. Graag vernemen wij van de gemeente Rotterdam hoe rekening wordt gehouden met de ontsluiting van Capelle-Rivium via Toepad.

Het Toepad blijft in de plannen van de ontwikkelvisie toegankelijk voor auto’s en fietsers. Gedetailleerde uitwerking hiervan is echter nog niet aan de orde in het kader van de ontwikkelvisie en de herziening van de omgevingsvisie voor de Oostflank. In de verdere uitwerking wordt er aandacht besteed aan de mogelijke effecten op het Toepad, uiteraard in goed overleg met de gemeente Capelle.

Naast de plannen van A-Z zijn er in de directe omgeving andere ontwikkelingen in voorbereiding, o.a. bij Capelle maar ook Brainpark I Rotterdam. Deze hebben direct effect op de omgeving en het verkeersnetwerk. o Wat zijn de plannen binnen A-Z om dit netwerk te verbeteren?

In de ontwikkelvisie wordt gekozen voor een mobiliteitspakket waarbij we meer inzetten op het openbaar vervoer en de fiets. Daarnaast worden nieuwe hubs geïntroduceerd om de auto ook een goede plek te geven. Uit de voorlopige resultaten blijkt dat het aantal inwoners fors zal toenemen, maar dat het autogebruik nauwelijks zal toenemen.

Zijn de mobiliteitsvoorzieningen (ov, fiets, voetganger) gerealiseerd voordat de bewoners er komen wonen? Dit in relatie tot Model 1 waarin het terugdringen van autoverkeer een onderdeel is en een direct effect heeft op de parkeernormen in het gebied en reducering hiervan. In het model met de tramverbinding (model 2) wordt uitgegaan van meer gespreide verstedelijking over het gebied, zoals in de Esch, een

De exacte fasering van de ingrepen zal in de volgende fase van de planvorming worden bepaald. Ja, het Capelse netwerk is onderdeel van het gehanteerde verkeersmodel.

14

nieuwe woonwijk op de kop van de Prinsenlaan langs de Boszoom en toevoeging van woningen in de bestaande woonwijken. o Worden de effecten op het (Capelse) wegennet meegenomen? Als gevolg van de verstedelijkingsopgave wordt de druk op het oostelijk stedelijke autowegennet groter. Een van de belangrijkste ontsluitingen tussen stad, de nieuwe gebiedsontwikkeling A-Z, autosnelweg en oostflank van de regio daarbij is het Kralingseplein. Het Kralingseplein wordt niet meegenomen binnen de MIRT. o In welke mate wordt dit plein meegenomen binnen de gebieds-ontwikkeling A-Z, ook kijkend naar de plannen voor verbeteren van het netwerk?

De aanpak van het Kralingseplein wordt niet meegenomen binnen A-Z. In het BO-MIRT najaar 2022 is hierover het volgende afgesproken: "Rijk en regio erkennen dat het Kralingseplein een knelpunt vormt in de toekomst, ook zonder de voorgenomen voorkeursalternatieven voor de A16 Van Brienenoordcorridor, Algeracorridor en Oeververbinding & OV. Rijk en regio erkennen dat de voorgenomen voorkeursalternatieven effect hebben op de doorstroming op het Kralingseplein en spreken af vervolgonderzoek te doen naar mogelijke oplossingsrichtingen." In de plannings- en studiefase, waarin de stadsbrug en de HOV-verbinding met tramkwaliteit verder worden uitgewerkt, wordt onderzoek gedaan naar de verkeerseffecten. Hierbij hoort ook het Kralingseplein.

Luchtkwaliteit

Stagnerend verkeer en hiermee opstartend en stilstaand verkeer is een grote luchtvervuilingsbron. Wat zijn de effecten van de planvorming op de luchtkwaliteit in omliggende gebieden?

Het aspect luchtkwaliteit is onderzocht en uitgewerkt in de deelstudie Luchtkwaliteit bij de aanvulling ROER A-Z Verstedelijking. Er is geconcludeerd dat in zowel de referentiesituatie als in de twee ontwikkelmodellen meer mensen worden blootgesteld aan luchtverontreiniging, hoewel dit verschilt per deelgebied. Verder wordt benadrukt dat de luchtkwaliteit verder moet worden verbeterd door de uitstoot van bronnen te verminderen en de luchtkwaliteit te blijven monitoren. Daarnaast zijn er een aantal aandachtspunten benoemd, zoals het zoveel mogelijk op afstand houden van de bron en zorgen voor een goede luchtdoorstroming. Deze aanbevelingen moeten bij verdere uitwerking van de verdichtingsopgave worden meegenomen.

Geluid

Er is behoefte aan het in beeld brengen van de gevolgen voor het akoestisch klimaat in Capelle. Daarbij zijn vooral van belang: toename verkeer op A16 met geluidseffecten op Rivium. En de toename van OV (metro) bewegingen met effecten op daarlangs gelegen woonwijken.

In de deelbeoordeling Geluid van de Aanvulling ROER A-Z Verstedelijking is de geluidsbelasting als gevolg van de verdichting in A-Z (inclusief de nieuwe oeververbinding)

15

inzichtelijk gemaakt door middel van geluidscontouren. Op deze kaart is ook het Rivium inzichtelijk gemaakt.

Relatie met andere plannen in de omgeving

In Kralingse Zoom zal ruimte blijven voor kantoren, hoe verhoudt zich dat tot de nieuwe plannen voor woningbouw in het gebied. Onlangs zijn enkele ontwerpbestemmingsplannen ter beoordeling aangeboden. o Graag specificeren per deelgebied of specifieker zijn op de inzet voor de ontwikkeling van dit deelgebied.

Brainpark 1 maakt deel uit van beide ontwikkelmodellen, zelfs van de referentiesituatie. Het parkeerterrein Capelsebrug is op dit moment geen direct onderdeel van de scope. In de Aanvulling ROER wordt duidelijk gemaakt welke locaties in welk model verstedelijkt worden, onder andere door middel van kaarten.

Zijn de ontwikkelprogramma’s van de beide modellen inclusief de huidige (ver gevorderde) plannen van Brainpark I ? Is het parkeerterrein bij metrostation Capelsebrug een locatie die onderdeel is van deze scope? Bijgaande kaart wordt wel in de referentiestudie gebruikt voor mobiliteit en voorzieningen. Maar er ontbreekt een overzichtskaart van toekomstige bebouwingen. Hoe wordt scherpte gehouden op ontwikkelingen in de omliggende gemeenten en deze ook mee te nemen in nadere studies. Planning en procedure

Op blz. 8 (aanvulling NRD) zijn in een overzicht de te nemen stappen uiteen gezet. De lopende onderzoeken voor het MIRT hebben een voorkeurs-alternatief bepaald. Het Rotterdamse college heeft op 27 september 2022 een besluit genomen over de oeververbinding: een brug met langzaam verkeer en HOV-tram en met beperkte auto capaciteit (onduidelijk wat dit laatste in de praktijk betekent). De 5 stappen als opgenomen in het overzicht zijn dus al doorlopen en de MER MIRT is eigenlijk afgerond. o Onduidelijk is in welke stap de gebieds-ontwikkeling A-Z zit in dat schema. Zijn de effectonderzoeken al beschikbaar? Op basis van de onderdelen 3.3 en 3.4 staan deze onderzoeken gepland uit te voeren. In dat geval lijkt er geen sprake te zijn van gelijk oplopende projecten.

Voor de gebiedsontwikkeling is een ontwikkelvisie voor de Oostflank (voorheen A-Z) en een herziene omgevingsvisie beschikbaar, die beide door het college zullen worden vrijgegeven. Daarbij zal ook de bijbehorende aanvulling op de Regionale Omgevingsagenda vrijgegeven worden. Vervolgens vindt er een zienswijzeprocedure en politieke besluitvorming plaats. In de herziene omgevingsvisie zal ook de stadsbrug met hoogwaardig openbaar vervoer (de uitkomst van de MIRTVerkenning) worden opgenomen. De aanvulling op de Regionale Omgevingsagenda bestaat uit drie onderdelen: een rapport over de verstedelijking, een rapport over de oeververbinding (gebaseerd op de MIRT-verkenning) en een

16

7.

Onderwerp

Duurzaamheid en ruimtelijke kwaliteit

o Op welk moment wordt het integrale MIRT beluit genomen? En wordt daarmee het MIRT besluit van de MIRT Oeververbindingen uitgesteld en is er geen sprake van ene besluit in het BO-MIRT van 10 november 2022?

overkoepelend rapport over de ontwikkeling van de Oostflank als geheel.

Zienswijze Volkstuinverenigingen ATV Kweeklust, ATV Toepad, ATV Nut & Genoegen, ondersteund door de Joodse Begraafplaats Toepad en de Rotterdamse Hockey Vereniging Leonidas.

Beantwoording bevoegd gezag

Wat is een goede groei? Zoals geformuleerd door het College van B&W gaat het allereerst over de economische, sociale en ruimtelijke meerwaarde en komt duurzaamheid achteraan. Dat is ook het opvallende in deze gehele notitie. De woorden duurzaamheid worden vaak gebruikt, maar aan welke criteria de gemeente zich in dit gebied wil gaan houden in het kader van duurzaamheid en de huidige klimaatcrisis is onduidelijk. Deze klimaatcrisis die vraagt om aanzienlijke CO² reductie wordt feitelijk genegeerd. In dit kader verwachten de bewoners en gebruikers van de volkstuinen, sportterreinen en de Joodse begraafplaats juist van de overheid minimaal handhaving, bescherming en versterking van de groene waarden van hun terreinen. De bouw van 20.000 tot 30.000 (max. 35.000) woningen in het A – Zgebied, betekent voor De Esch de bouw van 500 tot 5.000 woningen afhankelijk van de keuze die gemaakt gaat worden over de soort oeververbinding (zie de modellen 1 en 2 genoemd onder hoofdstuk Doel en aanpak van de Aanvulling ROER). Afgezien van het verdwijnen van de ruimtelijke kwaliteit van De Esch, gaat dit ten koste van de volkstuincomplexen en de sportterreinen. De volkstuinen die juist bijdragen aan de noodzakelijke biodiversiteit en de CO²-reductie als ze niet verplaatst worden.

En de sportvelden die in een groene omgeving een zeer belangrijke sociale - en gezondheidsfunctie hebben voor hun gebruikers.

Dank u wel voor uw input. Wij erkennen dat volkstuinen kunnen bijdragen aan verschillende indicatoren zoals opgenomen in het beoordelingskader. Dit kan bijvoorbeeld gaan om indicatoren zoals het stedelijk landschap, maar ook om de opvang van regenwater bij hevige regenval, het groen voor verkoeling en als onderdeel van het stedelijk landschap, en de bijdrage aan biodiversiteit. Daarnaast kan een volkstuin een functie hebben voor welzijn; mensen kunnen elkaar er ontmoeten en op die manier kan een volkstuin een plek zijn waar gebouwd wordt aan sociale cohesie. Bovendien kan groen bijdragen aan CO2-reductie.

De resultaten van de effectonderzoeken zullen beschikbaar komen op het moment dat het college deze vrijgeeft. In november 2022 is in het BO MIRT al gekozen voor een voorkeursalternatief van een brug met een hoogwaardige tramverbinding en een station bij het Stadionpark.

De uiteindelijke afweging om binnen de beschikbare ruimte ambities te realiseren en tegelijkertijd de huidige functies te behouden, maakt deel uit van de ontwikkelvisie Oostflank.

17

'Goede omgevingskwaliteit' en 'Veilige, gezonde fysieke leefomgeving’

De volkstuinverenigingen staan positief tegenover de ontwikkeling van het openbaar vervoer. Daarom staan ze achter een oeververbinding tussen De Esch en Feijenoord die rekening houdt met het behoud van de groene en ruimtelijke waarden van De Esch met het natuurpark Polder De Esch, het handhaven van de 3 volkstuinparken, de sportvelden en vanzelfsprekend de Joodse Begraafplaats aan het Toepad, geen extra autoverkeer in De Esch, geen brug die de wijk in 2-en splijt, geen toename van geluidsoverlast en luchtvervuiling, geen woningafbraak of woningaantasting en een veilig scheepvaartverkeer voor de deur. Aan deze eisen zou moeten worden voldaan, ongeacht de te maken keuze voor vorm en tracé van de oeververbinding. Momenteel wordt aan twee mogelijke alternatieven of ontwikkelmodellen gedacht in het “hoofdstuk 3.3 Alternatieven en referentie”. Model 1 heeft als basis een volledig onder tunnelde metroverbinding tussen Kralingse Zoom en Zuidplein en model 2 gaat in op een tramverbinding tussen Kralingse Zoom en Zuidplein. Zoals al eerder vermeld hebben beide modellen invloed op het aantal te bouwen woningen en (de wijze van) het voortbestaan van de volkstuinen en de sportvelden. De wens van de volkstuinverenigingen is echter om voor dit gebied te onderzoeken hoe verstedelijking niet ten koste kan gaan van groen ongeacht de keuze voor een brug of een tunnel.

Als opgaven en ambities worden in deze notitie ook de ongedeelde stad met een netwerk van groene verbindingen genoemd en vitale stadswijken met kansen voor bewoners, duurzame mobiliteit, prettige openbare ruimte en sport. Om dit te kunnen realiseren is het onontkoombaar dat De Esch groen moet blijven met zijn natuurpark Polder De Esch, zijn 3 volkstuinparken en sportvelden. Zeker als de sportcirkel versterkt moet worden met een groter aanbod van sportvelden in de nabijheid van de woonomgeving. Een deel van de huidige sportvelden aan de Kralingse Zoom en het Toepad wordt nu vooral gebruikt door studenten van de nabijgelegen Erasmus Universiteit en de Hogeschool Rotterdam.

Bedankt voor uw inbreng. We begrijpen uw wens goed. Hoewel we veel willen in de stad, is de ruimte beperkt. We streven ernaar om functies zoveel mogelijk te combineren, maar dit is niet altijd mogelijk. De varianten die we beoordelen in de aanvulling ROER zijn samengesteld op basis van eerdere besluiten die in de omgevingsvisie zijn vastgesteld. Dit is de context waarin we opereren. Bovendien is het voorkeursalternatief voor de oeververbinding in november 2022 bestuurlijk vastgesteld, namelijk een nieuwe multimodale brug op de locatie 'Bocht A' (Nesserdijk – Olympiaweg). In de aanvulling ROER worden de effecten van verschillende varianten getoetst op een aantal onderdelen. Deze toetsing dekt een groot deel van de thema's die u in uw zienswijze benoemt. Zo wordt er in de aanvulling ROER gekeken naar aspecten als natuur, water, landschap, gezondheid, maar ook naar indicatoren zoals hitte, sociale samenhang en CO2-uitstoot. Volkstuinen dragen bijvoorbeeld bij aan natuur en biodiversiteit, het verminderen van hittestress, het opvangen van water bij hevige regenval en het bevorderen van ontmoeting. Desondanks is ervoor gekozen om een aantal volkstuincomplexen op te heffen in de ontwikkelvisie. Met name de publieke toegankelijkheid en de intensiteit van gebruik spelen een belangrijke rol in deze afweging.

In de ontwikkelvisie zijn de waarden die deze volkstuincomplexen vertegenwoordigen zo goed mogelijk geprobeerd te compenseren door veel en divers groen op te nemen in de plannen, te zorgen voor voldoende capaciteit voor waterberging en door buurttuinen te realiseren om aan de behoefte aan tuinieren en ontmoeting te voldoen.

De Rotterdamse Hockey Vereniging Leonidas en buur van de volkstuinparken aan het Toepad wordt in het 3e Integrale Sport Huisvestingsplan Rotterdam gekenmerkt als een sportvereniging met het hoogste rendement van het terreingebruik. Een reden te meer om niet verplaatst te worden.

18

Eveneens wordt het versterken van de groenstructuur genoemd en klimaatbestendigheid. Juist dan spelen de volkstuinparken in De Esch een onmisbare rol en is het tegenstrijdig om de huidige 3 volkstuinparken die bij elkaar 224 tuinen tellen te verplaatsen of te laten verdwijnen. Dit gaat ten koste van de noodzakelijke biodiversiteit en de CO² reductie. Omgekapte bomen ten gunste van woningbouw berokkenen schade aan de groene leefomgeving en de leefkwaliteit. Dit compenseren met de aanplant van nieuwe bomen elders gaat pas na 30 jaar zijn aandeel in CO²-reductie opleveren, wat te laat is. Er zijn minimaal 10 jaar nodig om een gezonde, biologische en vruchtbare bodem te realiseren. Bovenstaande wordt bevestigd in het “Coalitieakkoord 2022 – 2026: één stad van de Gemeente Rotterdam”. Op p. 14/15 wordt het belang van een groenere stad aangegeven. Het vergroenen wordt een effectieve maatregel om extreme weersomstandigheden, als gevolg van de opwarming van de aarde, het hoofd te bieden. Rotterdam moet getransformeerd worden van een grijze stad naar een groene stad met minder eenzijdige groenaanplant en vóór ecologisch groenbeheer. De kosten moeten beheersbaar blijven en zelfbeheer van groen zal gefaciliteerd worden. Onderhoud van groen en onze parken is van cruciaal belang en daarom is investeren daarin belangrijk.

Kortom als men de stad wil vergroenen, dan gaat men het groen in een wijk als De Esch die hoort bij het stedelijk gebied, toch niet vernietigen? De volkstuinparken zijn openbaar gebied, voor iedereen toegankelijk om doorheen te wandelen en ze zijn kostenbesparend omdat het tuinonderhoud en de aanplant door bewoners zelf worden gedaan. Groene wijken zoals De Esch leveren een groot aandeel in de bestrijding van hittestress in stedelijke gebieden. De Nationale Hittestresskaart van “BOOT ingenieurs met een verhaal” laat zien dat De Esch tijdens hete dagen relatief koel is met name waar de volkstuinparken, de Joodse Begraafplaats en het natuurpark Polder De Esch liggen. Hittestress heeft invloed op onze gezondheid, vooral voor de kwetsbare groepen zoals ouderen, jonge kinderen en chronisch zieken. Uit een groot Europees onderzoek (COST Action TU1201 Urban Allotment Gardens in European Cities: study of urban allotment gardens and their relevance for urban sustainable development) waaraan

19

wetenschappers uit 31 landen deelnamen, blijken onder meer de volgende conclusies: • Vormen van samen tuinieren zoals volkstuinieren, zijn belangrijk voor de grootstedelijke samenleving vanwege de versterking van de sociale cohesie, voedselvoorziening, educatie, klimaatregeling en stedelijke biodiversiteit • Ze bieden ruimte voor vrije tijd, creëren ecologische zones (zoals in De Esch), verminderen het stedelijk hitte-eiland effect, beschermen bodem en water door infiltratie te vergroten en wegspoeling te verkleinen en houden bodemvruchtbaarheid en waterkwaliteit in stand. • De volkstuinparken vormen een belangrijk deel van het stedelijk groene netwerk, die versnipperde habitats in de stad aan elkaar linken (stepping stones) en stedelijke flora en fauna bevorderen. Het ervaren van biodiversiteit kan therapeutische effecten hebben en daarmee het menselijk welzijn vergroten. Dit sluit o.a. aan bij de plannen van de gemeente verwoord ïn o.a. het rapport “De Nieuwe Maas als stedelijk parklandschap: levendig, aantrekkelijk en natuurlijk: programma rivieroevers toekomstperspectief binnen stedelijke Nieuwe Maas uit 2019 en het huidige Programma Rivieroevers van wethouder Karremans” waar De Esch deel van uitmaakt. Ook de provincie Zuid-Holland toont hiervan het belang aan o.a.

“Visie Rijke Groenblauwe Leefomgeving: Zuid-Holland investeert in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving” uit 2019 • Samen tuinieren kan menselijke verscheidenheid en sociale interactie linken aan biodiversiteit. Daardoor vergroot tuinieren de biodiversiteits-gerelateerde gemeenschapswaarden in de stad. Dit alles wordt aangehaald in de reactie van de landelijke belangenvereniging Algemeen Verbond van Volkstuindersverenigingen in Nederland (AVVN) d.d. 17 augustus 2021 op de Ontwerp Omgevingsvisie van de Gemeente Rotterdam. Onderzoek heeft uitgewezen dat tuinders een belangrijke rol kunnen spelen in het bevorderen van de biodiversiteit. Biodiversiteit gaat over de verscheidenheid of variatie van plant- en diersoorten in een bepaald gebied. Het omvat alle dieren en organismen die samenwerken in een ecosysteem. Hoe groter die biodiversiteit is, hoe klimaatbestendiger de omgeving wordt. Dit geldt ook voor de Joodse Begraafplaats aan het Toepad die gelegen is tussen de volkstuinparken Kweeklust en Toepad. Met zijn ligging en begroeiing vormt deze ook een aandeel in de biodiversiteit en

20

CO²-reductie. Begraafplaatsen bevatten vaak verrassende natuurwaarden. In het gebied rondom deze begraafplaats zijn beschermde diersoorten gespot zoals vleermuizen en een bosuil. Daarom is het van groot belang om zowel bij de 3 volkstuinparken Kweeklust, Toepad en Nut & Genoegen als bij de Joodse begraafplaats een onderzoek te verrichten naar de beschermde natuurwaarden conform de Wet natuurbescherming (Natura 2000-gebieden, Soortenbescherming, Houtopstanden), Natuurnetwerk Nederland (NNN), andere provinciaal beschermde gebieden buiten het NNN en het gemeentelijk beleid.

Verstedelijkingsmodellen

In de modellen 1 en 2 genoemd op p. 9 en 10 wordt de verstedelijkings-opgave voor De Esch in relatie tot de gekozen oeververbinding toegelicht. Model 1 gaat uit van een metroverbinding tussen Kralingse Zoom en Zuidplein waarbij een deel van de verstedelijking zal landen in De Esch gekoppeld aan een metrostation in de wijk. De sportclubs aan het Toepad worden verplaatst naar het bestaande sportcluster Boszoom dat versterkt wordt. Dat brengt een transformatieopgave met zich mee voor de huidige sportverenigingen en volkstuincomplexen, met name rondom het Toepad. Er wordt gesproken over kwaliteitsverbetering in het gebied met o.a. de aanleg van een nieuw rivierenpark ter hoogte van De Esch. Maar dat ligt er al met natuurpark Polder De Esch, een beschermd NNN-gebied. Uit een nadere toelichting van projectmanager Gebiedsuitwerking Alexander – Zuidplein hebben wij begrepen dat het om de bouw gaat van ca. 5.000 woningen op alle niet bebouwde plekken in De Esch oftewel het verdwijnen van alle 3 de volkstuinparken en de sportvelden. Er wordt de volkstuinen geen enkel perspectief geboden. Met geen woord wordt gesproken over het bestaande groen en waar deze ingrepen in het groen toe zullen leiden. Dit volbouwen van De Esch en de daarmee gepaard gaande vernietiging van de groene ruimtelijke en ecologische wijk heeft te maken met de aanleg van een metrostation.

Het is namelijk niet rendabel om een metrostation te bouwen voor een wijk met ca. 2.690 woningen. Dit verandert als er 5.000 woningen bijgebouwd worden. Echter, de noodzaak van dit metrostation wordt in twijfel getrokken.

In de aanvulling ROER is ervoor gekozen om uit te gaan van twee varianten: een concentratievariant met hoogwaardige tram tussen Zuidplein en Kralingse Zoom, waarbij een groot deel van de verstedelijking ook in dat gebied landt. Daarnaast is een spreidingsvariant onderzocht, waarbij een hoogwaardige tramlijn loopt van Zuidplein via Kralingse Zoom en vervolgens door naar de Alexanderknoop. Hierbij is het verstedelijkingsprogramma iets lager dan in de concentratievariant, en is het programma wat meer uitgespreid. De concentratievariant heeft grote gevolgen voor de volkstuinen in De Esch, terwijl dat in de spreidingvariant in veel mindere mate geldt. De reden voor deze opzet is tweeledig: ten eerste willen we de effecten van verschillende keuzes in verstedelijking in beeld brengen, ten tweede was voorafgaand aan het doen van de onderzoeken in het kader van de aanvulling ROER een besluit genomen over een stadsbrug met een OV-verbinding met tramkwaliteit in het Bestuurlijk Overleg MIRT van november 2022. Een metro is daarom in de aanvulling ROER voor de verstedelijking niet verder onderzocht. Wel is de metro nadrukkelijk onderdeel geweest van het integraal verkenningenrapport en MER MIRT, waardin de verschillende alternatieven voor de oeververbinding onder de loep zijn genomen.

21

Model 2 gaat uit van een tramverbinding tussen Kralingse Zoom en Zuidplein. Ook in dit model is er sprake van een ontwikkel- en verplaatsingsopgave voor een aantal sportverenigingen en volkstuin-verenigingen in De Esch. Uit een nadere toelichting van projectmanager Gebiedsuitwerking Alexander – Zuidplein, hebben wij begrepen dat zou het gaan om de bouw van 500 tot 1.500 woningen. Alleen de omgeving van het Toepad zou worden onderzocht naar mogelijkheden inzake verplaatsing, andere ligging en/of fuseren van de VTV Kweeklust en VTV Toepad. De grote vraag die bij beide modellen naar voren komt is, waarom moeten de volkstuinparken met hun natuurwaarden en grote biodiversiteit juist op die plek vernietigd worden in een tijd van klimaatcrisis? Een stad als Rotterdam moet vooral klimaatbestendig gemaakt worden tegen lange droge periodes, hittestress en schaarse en in hevigheid toenemende regenbuien. Daar kan de huidige groene wijk als De Esch met o.a. zijn volkstuinparken een aanzienlijke bijdrage aan leveren. De volkstuinverenigingen weigeren te geloven dat de te maken keuzen beperkt zijn tot een keuze tussen model 1 of 2. Dit zou een eendimensionale kijk op de inrichting van de publieke ruimte in de Esch zijn. Een verenging tot een keuze tussen model 1 en 2 is feitelijk een valse keuze.

Het besluit tot een tunnel met metro dan wel een brug met tram behoeft niet automatisch tot de in de NRD ROER beschreven gevolgen voor volkstuinen en sportvelden te leiden. Los van de te maken keuze voor een oeververbinding met openbaar vervoer-variant, zou het behoud van de groene waarden van de Esch voorop moeten blijven staan. En dat kan ook! Participatie

Het doel van de procedure omtrent de Nota Reikwijdte & Detailniveau is dat vanuit de verstedelijkingopgave van Alexander tot Zuidplein en de MIRT-verkenning oeververbindingen regio Rotterdam toegewerkt wordt naar een integraal voorkeursalternatief en een integrale herziening van de omgevingsvisie. Het is echter onzorgvuldig dat de resultaten uit de participatietrajecten in de vorm van onder meer wandelingen en de Brede Omgevingsdialogen die gehouden zijn in 2021 en 2022 met alle betrokken bewoners en institutionele stakeholders, niet meegenomen zijn in het rapport en geheel worden genegeerd in deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=0250ea46-8bf9-48a4-aec3-0f13ada4d025