CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001739] Bijlage 1 behorende bij 23bb001738 over Voortgangsrapportage Onderwijsbeleid 2022

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 29 maart 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs18.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4. Leraren. Goed onderwijs en goede kinderopvang maak je samen. Goede (voor)scholen hebben vaak een hecht team van pedagogisch medewerkers of onderwijsgevend personeel, en een bevlogen (school)leider. De afgelopen jaren is er echter een tekort aan pedagogisch medewerkers en onderwijsgevend personeel (in het kort een lerarentekort) ontstaan. Het tekort is nu zo groot dat de kwaliteit en kwantiteit van de kinderopvang en het onderwijs in gevaar dreigt te komen. Het tekort daalde het afgelopen jaar van 13% naar 11,8%. Maar het tekort is in 2022 nog steeds hoger dan in 2020, het eerste jaar van de meting, en blijft daarmee groot. Het tekort in het primair onderwijs (inclusief sbo en so/vso) vraagt vanwege de hoge aantallen om extra aandacht. Met de Rotterdamse Aanpak zetten we in op het lokaal terugdringen van het lerarentekort, want we willen niet dat de onderwijskwaliteit in Rotterdam hieronder lijdt. Om dit te bereiken zijn vier actielijnen vastgesteld. 1. 2. 3. 4.

Het vergroten van de instroom van onderwijzend personeel en studenten Het beperken van de uitstroom van onderwijzend personeel Het professionaliseren en binden van onderwijzend personeel aan de stad Het anders organiseren van het onderwijs (duurzame inzetbaarheid van onderwijzend personeel)

Naast de Rotterdamse Aanpak, lobbyen we in samenwerking met de G4 en Almere bij de rijksoverheid voor struc­ turele maatregelen. Een van de gewenste structurele verbeteringen is gehonoreerd. De loonkloof tussen po en vo wordt gedicht. Ook wordt in de cao een toelage opgenomen voor leraren die werken op scholen met een relatief hoge achterstandsscore.

27

Wat hebben we bereikt? Lerarentekort 4.1 Beleidsindicator: De prognose van het aantal fte leraren dat we in Rotterdam tekortkomen in het primair onderwijs en voortgezet onderwijs neemt 20% af ten opzichte van de meerjarenprognose van 2018.

een (tijdelijke) functie in de randgemeenten, waar de grootstedelijke problematiek minder speelt. School­ besturen geven aan dat een deel van de leraren vertrekt door extra vacatures die ontstaan vanuit de middelen van het Nationaal Programma Onderwijs.

Helaas blijkt het lerarentekort een nog groter probleem dan bij het vaststellen van de beleidsindicator was voorzien. De verwachting is dat het tekort niet wordt opgelost in de nabije toekomst. Corona zorgde eind 2020 voor een kleine daling van het tekort, maar daarna zijn in heel Nederland de tekorten weer toegenomen. Deze grote tekorten in het onderwijs en kinderopvang staan niet op zichzelf. Er is sprake van een grote krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt.

Sinds februari 2020 worden op locatieniveau de tekorten in het Rotterdamse basisonderwijs, speciaal basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs zichtbaar gemaakt. Door de tekorten op deze manier te monitoren, krijgen we inzicht in de ontwikkeling van zowel de openstaande vacatures als de 'verborgen' vacatures21. De meest recente cijfers van oktober 2022 laten in Rotterdam een lichte daling van het leraren­ tekort zien ten opzichte van een jaar eerder. Dit jaar hebben echter 182 scholen in plaats van 206 scholen gegevens aangeleverd, waardoor de absolute aantallen lager uitvallen. Figuur 13 laat de relatieve tekorten zien. Het totale tekort in 2022 is 443 fte (11,8%), waarvan 378 fte (11,5%) in het basisonderwijs, 26 fte (20,6%) in het speciaal basisonderwijs en 40 fte (11,4%) in het (voortgezet) speciaal onderwijs. In oktober 2021 was er een tekort van 518 fte (13%), waarvan 425 fte (12,3%) in het basisonderwijs, 15 fte (9,3%) in het speciaal basis­ onderwijs en 78 fte (20,7%) in het (voortgezet) speciaal onderwijs.

De extra middelen die vanaf zomer 2021 uit het ­Nationaal Programma Onderwijs beschikbaar zijn, hebben verschillende effecten op de inzet van leraren in de stad. Enerzijds is er de salaristoelage voor leraren op scholen met veel achterstanden. Deze toelage maakt het werken voor leraren in de stad aantrekkelijker. De toelage wordt vanaf zomer 2023 onderdeel van de leraren-cao. Aan de andere kant is er tijdelijk meer geld voor scholen om extra personeel in te zetten. Dit kan ervoor zorgen dat personeel uit Rotterdam kiest voor

Figuur 13. Percentage lerarentekort op basis van openstaande en verborgen vacatures (inclusief vervanging) in het (speciaal) basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs oktober 2020, oktober 2021 en oktober 2022 25% 20,7%

20,6% 20%

14,5%

15% 12,3%

10%

11,5%

11,4% 9,3%

8,6%

10,0%

5%

0%

Basisonderwijs

speciaal basisonderwijs oktober 2020

oktober 2021

(voortgezet) speciaal onderwijs oktober 2022

Bron: OBI, 2022 21

28

Verborgen vacatures zijn vacatures die op schoolniveau anders zijn ingevuld dan wenselijk is. Voor februari 2020 werd er niet op locatieniveau gemeten, maar op bestuursniveau en bovendien werden toen de verborgen tekorten niet gemeten. Sinds februari 2020 zijn de data meer volledig.

Figuur 14. Prognose van het relatieve lerarentekort in het primair onderwijs in fte

Figuur 15. Prognose van het relatieve lerarentekort in het voortgezet onderwijs in fte

10%

6%

8%

5%

6%

4%

4%

3%

2%

2%

2021

2022

2023

2024

Landelijk

Drechtsteden

Rijnmond

Gorinchem

2025

2026

Rotterdam

2021

2022

2023

2024

Landelijk

Drechtsteden

Rijnmond

Gorinchem

Bron: Centerdata, De arbeidsmarkt voor

Bron: Centerdata, De arbeidsmarkt voor

leraren primair onderwijs 2021-2026

leraren voortgezet onderwijs 2021-2026

2025

2026 Rotterdam

Prognoses personeelstekort kinderopvang en onderwijs Vanaf zomer 2021 liepen de tekorten in de kinder­ opvang snel op. Het tekort is onder andere gegroeid door een toename van de vraag naar kinderopvang en door aanbod van werk met aantrekkelijke voorwaarden buiten de sector. Door de invoering van de Wet innovatie Kwaliteit Kinderopvang (IKK) is het maximaal aantal baby’s per pedagogisch medewerker verlaagd, waar­ door er meer pedagogisch medewerkers nodig zijn. Met de sector is in Rotterdam in een Denktank Personeels­ tekort Kinderopvang nagedacht over maatregelen om het tekort te beperken.

. . . . .

Acties die hieruit zijn voortgekomen zijn onder meer: extra bijeenkomsten van de sector om de zij-in­ stroom van personeel te vergroten het veel beter ontsluiten van informatie over opleidingen en werken in de sector intensivering van de samenwerking UWV/WSPR en gemeente om personeel te zoeken bundeling van krachten van de Rotterdamse stakeholders voor de landelijke lobby uitbreiding van de capaciteit om projecten te organiseren Het kabinet heeft het voornemen het stelsel van de kinderopvang ingrijpend aan te passen. Hierdoor groeit de vraag naar kinderopvang vanaf 2025 naar alle waarschijnlijkheid sterk, met de daarbij horende zeer

grote extra vraag naar personeel, bovenop het huidige tekort. De tekorten in het primair onderwijs (inclusief ver­ borgen tekorten) zijn, zoals figuur 13 laat zien, in werkelijkheid veel hoger dan de prognoses eerder hadden voorspeld. Ook de laatste prognoses van Centerdata laten voor de komende jaren een stijging van het lerarentekort zien (zie figuur 14). Deze ligt in Rotterdam hoger vanwege de sterkere toename van de leerlingenpopulatie ten opzichte van andere steden en de rest van Nederland. Andere grote steden laten een vergelijkbaar beeld zien. Onderzoeksbureau Centerdata heeft in december 2021 een nieuw rapport met prognoses voor het lerarentekort in het voortgezet onderwijs gepubliceerd22. Daaruit blijkt dat het relatieve tekort in het voortgezet onderwijs in Rotterdam de komende jaren toe zal nemen van 3,5% in 2021 tot ruim 4,5% vanaf 2023 (zie figuur 15). Zorgelijk voor het voortgezet onderwijs is dat het tekort zich met name concentreert rond Nederlands, Duits, Frans, Informatica, Natuurkunde, Scheikunde, ­Wiskunde en op langere termijn ook Klassieke Talen. Bij het vak Wiskunde zullen zich naar verwachting van Centerdata in absolute zin de grootste tekorten ­ oordoen. v

22 Centerdata, De arbeidsmarkt voor leraren voortgezet onderwijs 2021-2026 Regio Zuid-Holland Zuid, december 2021.

29

Rotterdamse aanpak leraren De gemeente en de schoolbesturen kregen samen het lerarentekort hoog op de landelijke agenda. De Aanpak leraren is geïntensiveerd en er zijn extra rijksmiddelen voor besturen via het Rotterdamse noodplan Slim organiseren en het plan Zij-instroom. Besturen in primair en speciaal onderwijs hebben hierdoor sinds 2020-2021 meer financiële en wettelijke mogelijkheden. Ook zijn er sinds begin 2020 extra middelen ­beschikbaar vanuit het Nationaal Programma ­Rotterdam Zuid voor de aanpak van het lerarentekort voor basisscholen in Children's Zone en het (voortgezet) speciaal onderwijs in Rotterdam. Met de Rotterdamse aanpak leraren richten we ons op het beperken van het lerarentekort. De aanpak is opgebouwd uit vier actielijnen.

1. Vergroten instroom De afgelopen jaren groeide het aantal zijinstromers in het primair onderwijs snel, maar inmiddels lijkt er een stabilisatie op te treden. In schooljaar 2020-2021 waren er 188 zijinstromers in opleiding, waarvan 86 nieuwe. In schooljaar 2021-2022 volgen 165 leraren de opleiding via zijinstroom (eerste-en tweedejaars). In schooljaar 2022-2023 volgen 153 leraren de opleiding via een zij­instroomtraject. Deze zij-instromers kunnen veelal binnen een jaar zelfstandig voor de klas staan. In 2022 volgden 128 onderwijsassistenten een traject om door te groeien naar leraarondersteuner of bevoegd docent. Voor het voortgezet onderwijs en mbo ging het project 'Leraarvanbuiten.nl' door met de werving van leraren voor tekortvakken. In september 2022 begonnen 933 nieuwe studenten op een van de Rotterdamse pabo's. Dit zijn er ruim 130 meer dan in september 2021. Het aantal nieuwe studenten op de Rotterdamse pabo’s laat hiermee vanaf 2018 een gestage groei zien.

2. Beperken uitstroom en 3. professiona­ liseren en binden aan de stad We werken enerzijds aan het behouden van leraren en anderzijds aan het duurzaam inzetten en binden van leraren aan het Rotterdamse onderwijs. Bijna alle vo-besturen en grote mbo-instellingen zijn aangesloten bij de Opleidingsschool Rotterdam (OSR). Hier werken scholen en lerarenopleidingen nauw samen om

30

­studenten voor te bereiden op de onderwijspraktijk. Het aantal opleidingsplaatsen op Rotterdamse vo-scholen is iets gegroeid van 830 in schooljaar 2020-2021 naar 858 in schooljaar 2021-2022. Inmiddels nemen ruim 75 schoollocaties deel aan de OSR. Om de keuze voor Rotterdam aantrekkelijker te maken, kunnen leraren onder bepaalde voorwaarden voorrang krijgen bij een huis in de stad. Tussen 1 januari en 1 november 2022 zijn er 96 woningen met voorrang toegewezen aan maat­ schappelijke beroepsgroepen.

4. Anders organiseren en opleiden We zetten in op het anders en duurzaam organiseren van onderwijs en tegelijkertijd stimuleren we nieuwe vormen van opleiden. In het kader van anders organiseren kijken we naar andere vakbekwame professionals, die een bijdrage kunnen leveren aan het onderwijs. Denk aan onderwijsassistenten die verantwoordelijkheden delen met bevoegde docenten. Of aan een medewerker buitenschoolse opvang, die in de ochtend een groep begeleidt bij een project. Maar ook aan kunstvak­ docenten die meer tijd en verantwoordelijkheid krijgen, zodat leraren meer ruimte hebben voor andere werk­ zaamheden. Bijzonder is het project van het Kennis­ centrum Cultuureducatie en SKVR. Daarbij geven kunstvakdocenten met extra pedagogisch-didactische scholing inmiddels op acht scholen invulling aan een deel van de reguliere lestijd. Een win-winsituatie. Een aan­ trekkelijker contract voor de medewerker én het onder­ wijs krijgt op een andere manier vorm. Het noodplan Slim organiseren geeft scholen de mogelijkheden om maat­ regelen sneller in te voeren. In het schooljaar 2022-2023 gaan 182 scholen hiermee aan de slag. Van de elf mogelijke maatregelen in het noodplan zetten scholen het meeste in op taakdifferentiatie, extra ondersteunend personeel, bovenschoolse/externe coaching en ­begeleiding en de inzet van vakleerkrachten.

Subsidie In 2022 kenden we subsidies toe aan projecten, gericht op het verminderen van de werkdruk, het begeleiden van starters en stagiair(e)s en het anders organiseren van het onderwijs in Rotterdam. Verder is er subsidie verleend aan de Opleidingsschool Rotterdam. Mede hierdoor lukte het om voor alle studenten van de leraren­ opleiding een stageplaats te vinden. Verder kenden we ruim 510 lerarenbeurzen toe en reikten we 9.980 gratis Rotterdampassen uit.

Organisatie en uitvoering 2023 Het tekort is in 2022 Rotterdam weliswaar iets af­ genomen, maar blijft verontrustend groot. In 2023 werken we dan ook verder aan de vier actielijnen: vergroten instroom, beperken uitstroom, professiona­ liseren en anders organiseren. Dit is hét moment om in te zetten op duurzame oplossingen voor het l­ ­eraren­tekort. In het schooljaar 2022-2023 handhaven we de huidige subsidiemogelijkheden en zetten we specifiek in op: maatregelen op scholen waar: . de tekorten procentueel het grootst zijn . de schoolweging (zeer) hoog is . er mogelijkheden zijn om nieuw personeel duurzaam op te leiden . het onderwijs duurzaam anders is te organiseren het verbeteren en verduurzamen van de zijinstroom­trajecten binnen het primair en speciaal onderwijs. Dit doen we door maatwerk te bieden binnen de opleiding en te zorgen voor voldoende begeleidingscapaciteit. het faciliteren van het anders organiseren van onderwijs. Onder andere via ondersteuning aan schoolleiders, teambeurzen en door cofinanciering van de maatregelen uit het convenant Slim ­organiseren, dat in 2020 met OCW en de G5 gesloten is. het vergroten van de instroom van onderwijzend personeel. In 2022 startten minimaal 53 nieuwe zij-instromers in het primair en speciaal onderwijs. Ook ronden minimaal 53 zij-instromers hun ­opleiding af.

het beperken van lerarenuitval door het subsidiëren van projecten van schoolbesturen gericht op het verlagen van de werkdruk. Denk aan extra onderwijs­assistenten en coaching en begeleiding van startende docenten. het verder professionaliseren van de Opleidingsschool Rotterdam. Hiermee zorgen we voor voldoende opleidings- en stageplaatsen voor studenten aan de lerarenopleidingen.

.

.  . 

.  .  . 

31

5. Burgerschap. Het onderwijs heeft de opdracht om kinderen, jongeren en jongvolwassenen te helpen weerbare, verantwoordelijke burgers te worden. In het coalitieakkoord en ons beleid ­‘Gelijke kansen voor elk talent’ is afgesproken dat we, samen met scholen, schoolbesturen en kinderopvangorganisaties, een Rotterdamse werkwijze Democratisch burgerschap ­ontwikkelen. Hierbij draait het om de manier waarop we gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen en een klimaat scheppen waarin iedereen zich veilig en gehoord voelt en ­lastige onder­werpen bespreekbaar zijn. Juist in deze tijden van polarisatie kan burgerschap dienen als de verbindende schakel door verbreding van kennis, het ontwikkelen van vaardigheden en het oefenen op een veilige plek met het bepreken van lastige ­ nderwerpen. o

Wat hebben we bereikt?

. Op 14 juni 2022 heeft een conferentie Burgerschap & Inclusie plaatsgevonden. Deze conferentie is georganiseerd samen met de Hogeschool Rotterdam en ROC Zadkine. De conferentie is goed bezocht en positief beoordeeld door de aanwezigen. Met name de contacten met collega’s, de sprekers en de workshops waren voor bezoekers de belangrijkste pluspunten. In 2022 is voor het eerst in Rotterdam een kinderburgemeester gekozen. Het hele schooljaar 2022 – 2023 zal hij burgemeesterstaken verrichten. Naast de burgemeester is er ook een kinderraad23. In 2022 zijn door de griffie debattrainingen gegeven aan leerlingen van diverse mbo’s in samenwerking met de afdeling onderwijs. Ook is afgelopen jaar aan de hand van het ­Rotterdams Manifest Burgerschap24 samen­

. 

.  .

. .

gewerkt met het scholenveld aan ‘een veilige oefenplaats voor burgerschap’. Er is ruimte voor lastige gesprekken en het behandelen van moeilijke onderwerpen in de klas. De gemeente faciliteert scholen bij hun soms ingewikkelde opdracht. We ondersteunen scholen door middel van subsidie voor deskundigheidsbevordering en goede burger­ schapsinitiatieven. Er is een beleidsevaluatie uitgevoerd op het burgerschapsmanifest en -beleid. De resultaten van deze evaluatie worden begin 2023 verwacht. Daarnaast is er in november een onderwijs­ conferentie georganiseerd over slavernij en kolonialisme25. Deze conferentie is (ook) voor leerkrachten bedoeld, om hen te helpen deze onderwerpen bespreekbaar te maken in de klas.

23 https://www.rotterdam.nl/meedenken-doen/kinderburgemeester/. 24 Rotterdams Manifest Burgerschap (onderwijs010.nl)

32

25 Onderwijsconferentie 'koloniaal Rotterdam-het verhaal in de klas' - Onderwijs010.

Afspraken in het manifest In het manifest staan zes afspraken over de veilige oefenplaats voor burgerschap: 1. Leraren en leerlingen weten wat er van hen wordt verwacht. 2. Leraren zijn ertoe in staat dit te doen. 3. Leraren worden hierin gesteund. 4. Dit mag tijd kosten. 5. Leraren en leerlingen blijven dit samen onderzoeken en ontwikkelen. 6. Leerlingen krijgen ondersteuning bij het ontmoeten van elkaar. 5.1 Beleidsindicator: De Rotterdamse werkwijze democratisch burgerschap is uitgewerkt en in werking.

Organisatie en uitvoering 2023 De subsidies burgerschap voor schooljaar 2022-2023 zijn aangevraagd door het scholenveld. In deze ­subsidies zien we zowel schoolactiviteiten als ­trainingen en professionalisering voor leerkrachten. De activiteiten zijn erop gericht dat in de klas ‘het goede gesprek’ gevoerd kan worden volgens het manifest burgerschap. Het project Slavernij en Kolonialisme wordt komend schooljaar verder uitgerold bij de verschillende scholen en onderwijssectoren. Er komen speciale videoclips en een stadswandeling met AR- en VR- elementen ­be­schikbaar. De lerarenopleiding en de pabo van de Hogeschool Rotterdam gaan nascholing geven voor docenten over het koloniale en slavernijverleden van Rotterdam.

Subsidies Schoolbesturen hebben op 64 scholen hun school-­ ontwikkelbudget ingezet op het thema burgerschap.

. . . .

Voorbeelden van burgerschapsinitiatieven: bezoek stadhuis en Tweede Kamer bezoeken aan verschillende godshuizen (moskee, tempel, kerk, synagoge) opzetten en trainen van een leerlingenraad kanjertrainingen voor leerlingen en leerkrachten. Kanjertraining gaat over het bevorderen van onderling vertrouwen in groepen uitwisseling tussen verschillende vo-scholen om elkaars etnische en levensbeschouwelijke achter­ gronden beter te leren kennen en begrijpen bezoeken aan en uitwisseling tussen verschillende culturen en religies (grootstedelijke context) bezoek kamp Vught

. . .

33

6. Van onderwijs naar arbeidsmarkt. Een belangrijk doel van het beleidsthema van onderwijs naar de arbeidsmarkt is dat de Rotterdamse jongeren in staat worden gesteld bewuster te kiezen voor een ­passende opleiding en arbeidssector. Dit draagt bij aan zelfredzaamheid en veerkracht van jongeren en zorgt voor gelijke kansen in opleidings- en arbeidsmarktkeuzes. We zijn in gesprek met onder­wijsinstellingen om tot een flexibel en modulair aanbod van mbo- en hbo-­opleidingen te komen. Opleidingen die aansluiten bij de behoefte van werkgevers en bij de veranderende economie en arbeidsmarkt. Hiermee dragen we bij aan duurzame uitstroom naar werk.

Wat hebben we bereikt? Beroepsbegeleidende leerweg (bbl) De beroepsbegeleidende leerweg (bbl) in het mbo is een goede opmaat naar werk en naar verdere doorstroom op de arbeidsmarkt en levert daarmee een bijdrage aan de economie. De bbl staat voor het combineren van leren en werken. De student is gedurende zijn of haar opleiding een groot deel van de week aan de slag bij een leer­ bedrijf. Het is een vorm van een leven lang ontwikkelen (LLO). Het percentage mbo-studenten dat de bbl volgt, nam in 2021/2022 licht af van 17% in 2020/2021 naar 16% in 2021/2022 (zie figuur 15). De jaarlijkse bbl-infomarkt heeft in 2022 weer fysiek plaats kunnen vinden. Ruim 80 leerbedrijven, werk­ gevers, mbo's én vakscholen waren hier aanwezig. Deze

34

markt schept een mooie mogelijkheid voor studie­ kiezers om kennis te maken met de verschillende branches en beroepen. De bbl-infomarkt maakt deel uit van een bredere ambitie waarin we samen met onderwijs en bedrijfs­ leven werken aan een toekomstbestendige en ­inclusieve arbeidsmarkt in de regio Rotterdam-Rijnmond. Andere belangrijke onderdelen binnen deze samen­ werking zijn: De ontwikkeling van een LLO-desk (Leven Lang Ontwikkelen). Daardoor is er één toegankelijk loket voor de afstemming van vraag en aanbod van

.

Figuur 16. Mbo-studenten per leerweg, totaal en tot 27 jaar, wonend in Rotterdam

20%

18% 16%

17%

16%

14%

15% 12% 10%

8%

8%

2016-2017

2017-2018

10%

10%

10%

2018-2019

2019-2020

2020-2021

9%

5%

bbl totaal

2021-2022

bbl tot 27 jaar

Bron: CBS, SSB, bewerking Risbo/OBI, 2022

. . .

LLO-opleidingen in de techniek in de regio ­Rijnmond. Dit initiatief is voortgekomen uit het LWA (Leerwerkakkoord) Energietransitie, Bouw en Techniek Het Rotterdams Scholingsfonds, waardoor Rotterdammers ook in 2022 een voucher konden krijgen om zich om- of bij te scholen in kansrijke sectoren, zoals de zorg, bouw, techniek en IT. Tot aan augustus 2022 zijn er 816 schooladviezen gegeven en 406 vouchers verstrekt. De flexibilisering van opleidingen en doorstroming naar bbl stimuleren via subsidies vanuit de LWA. De Verbeteragenda Entree om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt voor entree­ studenten (MBO niveau 1 studenten) te verbeteren. Dit is een samenwerking tussen onderwijs, werk­ gevers en gemeente.

Vanwege de coronacrisis kwam de afgelopen jaren in een aantal sectoren de invulling van een stage en de uitstroom van gediplomeerde mbo'ers naar de arbeids­ markt onder druk te staan. Omdat het aantal stageplek­ ken verminderde, kregen veel studenten een studie­ vertraging en konden zij niet doorstromen naar betaald werk. De studenten kregen in deze periode ook meer te maken met stagediscriminatie. Stagediscriminatie is onacceptabel en raakt aan de kern van kansengelijkheid voor jongeren. Een maatschappelijk probleem waarbij onderwijs, bedrijfsleven, regio’s/gemeenten en het Rijk hand in hand met elkaar op moeten trekken. Ook de gemeente heeft hierin haar verantwoordelijkheid genomen. Dit leidde o.a. tot de volgende resultaten:

. Binnen de gemeentelijke organisatie zijn vanaf 1 januari tot en met 31 december 2022 1042 stages gestart. In 22% van het aantal aangevangen stages

.

in 2022 betreft het stagiairs van een mbo-opleiding. Dit voldoet voor dit moment bijna aan de ambitie van 25% van het aantal aangeboden plaatsen. Het Stagebureau van de gemeente houdt extra aandacht voor de mbo-stages. Het Regionaal Actieplan Stages, sinds eind 2020 ingezet door mbo’s[4], bedrijfsleven[5], Samen­ werkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfs­ leven (SBB) en gemeente, is in 2022 in een ­afgeslankte vorm verdergegaan met een stuurgroep. Het tekort aan stages en leerbanen in de regio Rotterdam-Rijnmond wordt hiermee doorlopend gemonitord en acties bijgesteld. De impact van corona op stages liep sterk terug, het beeld van SBB is dat er nog nauwelijks tekorten zijn. De energie­ crisis kan echter zeker ook gevolgen hebben voor de beschikbaarheid van stages en leerbanen en heeft dus ook de aandacht van de stuurgroep.

Toekomstbestendig onderwijs 6.1 Beleidsindicator: Grotere deelname aan techniek- en IT-opleidingen. Door de ontwikkelingen in de economie en op de arbeidsmarkt zien we in Rotterdam een groeiend tekort aan talent in de techniek en IT-sectoren. Er is veel behoefte aan goed geschoolde, technische vakmensen. Het aantal Rotterdamse hbo- en wo-studenten dat een techniekopleiding volgt, neemt sinds 2015-2016 licht toe. Bij het mbo zien we na een aantal jaren van daling een lichte stijging ten opzichte van het vorige schooljaar (zie figuren 17-18). Ook zien we dat steeds meer hbo- en wo-studenten een opleiding natuurkunde, wiskunde of informatica volgen (zie figuren 18-19).

. [4] Albeda, Zadkine, STC [5] Vertegenwoordigd door VNO-NCW en MKB-RR

35

IT Campus Rotterdam

Techmission010

De IT Campus Rotterdam investeert in de digitale wenden weerbaarheid van jonge Rotterdammers met kansengelijkheid en inclusiviteit als uitgangspunten. In 2022 is een initiatief gestart om hier ook de ouders van jonge Rotterdammers meer bij te betrekken (Veilig010 online). Binnen het project Rotterdamse Jeugd op Voorsprong richt de IT Campus zich specifiek op digitalisering in het Rotterdamse po, vo en so. Met als doel jonge Rotterdammers voldoende voor te bereiden om digitaal geletterd en cyberweerbaar hun plek in de maatschappij en op de arbeidsmarkt te vinden. Dit doen zij in nauwe samenwerking met onderwijsbesturen, kennis­partners, bedrijven en de gemeente Rotterdam.

Techmission010, het onderwijsinitiatief van ­Rotterdamsche Droogdok Maatschappij (RDM) Rotter­ dam, laat techniek en haven leven voor Rotterdamse scholieren. In 2022 hebben 1500 scholieren deel kunnen nemen aan een betekenisvolle ervaring in een onderzeebootloods op RDM Rotterdam. Hierdoor kunnen de leerlingen ontdekken waar ze goed in zijn, wat ze leuk vinden en of een techniekprofiel bij hen past. Op dit moment volgen 20 middelbare scholen het LOB-programma (Loopbaanoriëntatie en -Begeleiding) en dit breidt elk jaar verder uit.

Digitale geletterdheid De gemeente leverde verder een bijdrage aan het kennismaken met IT en techniek en het vergroten van de digitale geletterdheid van leerlingen via de Stimulerings­regeling ICT & Media. Dit betreft een stimuleringsregeling binnen de dagprogrammering in het kader van het NPRZ voor po en vo. Hierbij maakt programmeren voor 25% onderdeel uit van het totale aanbod van het programma digitale vaardigheden. Vier po-scholen en een vo-school maakten gebruik van deze lessen.

Daarnaast hield de IT Campus Rotterdam zich in 2022 bezig met het ontwikkelen van digitale kennisclips voor (toekomstige) werknemers in de sectoren Maritieme logistiek, Mobiliteit, Energietransitie, IT (Next Maritime Professional) en voor het midden- en klein bedrijf (mkb).

Figuur 17. Aantal Rotterdamse mbo-studenten tot 27 jaar, per sector op een mbo-instelling 19.499 20.000 1.303

3.519

873 3.488

733

3.298

717

670

931 3.219

3.228 3.132

15.000 2.225

10.000

5.000

0

2.248

2.054

1.876

1.666

1.492

18.198 1.230 3.086 1.439

5.431

6.334

6.336

6.031

6.016

4.220

4.346

4.246

4.294

4.175

1.829

1.944

1.963

2.042

2.203

1.913

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

2019-2020

2020-2021

6.153

5.714

4.156 4.105

2.648 2021-2022

zorg

economie

welzijn, verzorging

overig

techniek

vervoer, transport en logistiek

groen

totaal

Bron: CBS, SSB, bewerking Risbo/OBI, 2022

36

17.486

Loopbaanoriëntatie en -begeleiding

zij in 2022 16.225 po- en vo-leerlingen. Ze richten zich daarbij op het enthousiasmeren voor banen en ­beroepen. En op het leren kennen en (door)ontwikkelen van de eigen vaardigheden, talenten en mogelijkheden. Ook de ouders worden hierbij betrokken. In deze projecten is extra aandacht voor kansrijke beroepen en sectoren.

De gemeentelijke aanpak hierop is tweeledig: 1.

Subsidieregeling Rotterdams Onderwijsbeleid (ROB) 2022-2023, van onderwijs naar arbeidsmarkt. Het doel van deze subsidie is scholen ondersteunen door activiteiten in te zetten, die eraan bijdragen dat jongeren een bewuste keuze maken voor beroepen, branches of beroepssectoren. En voor het verbeteren van de doorstroming van jongeren naar hogere onder­ wijsniveaus en de arbeidsmarkt. De activiteiten zijn veelal gericht op begeleiding, coaching, voorlichting en Loopbaanoriëntatie en -Begeleiding (LOB) richting kansrijke banen en s­ ectoren. Ook wordt de subsidie ingezet om docenten hier verder in te professionaliseren.

De JINC Techniekdagen hebben begin april 2022 plaatsgevonden. Tijdens deze twee dagen heeft het bedrijfsleven 394 bassischoolleerlingen kunnen enthousiasmeren voor het werken in de techniek. In 2022 is JINC gestart met een onderzoek naar hoe ze ouders nog beter kunnen betrekken bij de beroeps­ oriëntatie van hun kinderen. Daarnaast heeft Petje Af26 afgelopen jaar talent­ verkennende en beroepsoriënterende activiteiten aangeboden op diverse basisscholen. In 2022 zijn in totaal 4 groepen op 3 locaties en 64 kinderen bereikt.

2. Financieren van stedelijke projecten. Jongeren INCorporated (JINC) biedt aan alle scholen beroepsoriënterende projecten aan. Hiermee bereikten

Figuur 18. Aantal Rotterdamse studenten per opleidingssector op een hbo-instelling

20.000

18.447 1.438

15.000

3.680

1.497

3.745

1.334

1.399

902

971

1.465

1.651

791

755

3.654

3.650

1.516

1.591

1.188

1.201

6.699

6.041

5.838

1.588

3.852

1.441 1.136

19.735

19.765

1.811

1.881

752

691

3.783

3.889

1.687

1.658

1.295

1.299

5.869

5.762

10.000 6.820

6.866

5.000

0

1.725

1.772

1.666

1.716

1.868

2.013

2.100

2.519

2.522

2.427

2.384

2.260

2.500

2.454

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

onderwijs

sociale wetenschappen, bedrijfskunde en rechten

techniek, industrie en bouwkunde

gezondheidszorg en welzijn

onbekend

taalwetenschappen, geschiedenis en kunst

natuurwetenschappen, wiskunde en informatica

landbouw en diergeneeskunde

persoonlijke dienstverlening, vervoer, milieu en veiligheid

totaal

Bron: CBS, SSB, bewerking Risbo/OBI, 2022 26 www.petjeaf.nl/rotterdam

37

Figuur 19. Aantal Rotterdamse studenten per opleidingssector op een wo-instelling

19.254

20000

2.556 14.649

2.506

15000

2.384 2.465 813 575

1.027

2.407

956

1.384 983

2.734

1.528 1.057

818

956 896

1.226

2.632

19.987

789

743

10000

10.578

9.773

11.386

11.647

11.837

9.209

9.238

1.076

1.210

1.359

1.555

1.703

1.799

1.818

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

5000

0

onderwijs

sociale wetenschappen, bedrijfskunde en rechten

techniek, industrie en bouwkunde

gezondheidszorg en welzijn

onbekend

taalwetenschappen, geschiedenis en kunst

natuurwetenschappen, wiskunde en informatica

landbouw en diergeneeskunde

persoonlijke dienstverlening, vervoer, milieu en veiligheid

totaal

Bron: CBS, SSB, bewerking Risbo/OBI, 2022

Studenten in Rotterdam

Subsidie

De studenten aan de mbo- en ho-instellingen zijn de toekomst van onze stad. Als stad heten we hen graag welkom. We vinden het belangrijk dat studenten bijdragen aan de stad, dat zij zich welkom en trots voelen over het onderwijs in de stad. Samen met de mbo- en ho-onderwijsinstellingen is de welkomstcampagne voor nieuwe studenten Rotterdam Staat Om Je Te Springen (RSOJTS) uitgevoerd. Hiermee heten we de nieuwe studenten welkom in de stad aan het begin van het studiejaar. Rondom de documentaire Onmisbaar mbo (2021), waarin Karim Amghar het imago van het mbo onderzoekt met studenten, zijn in 2022 twee meet-ups georganiseerd. En er is lesmateriaal (voor vo en mbo) ontwikkeld om met leerlingen en studenten verder te praten over het imago van het mbo.

Er kwamen 40 subsidieaanvragen binnen vanuit het vo en mbo voor het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Verder zagen we dat schoolbesturen vanuit het schoolontwikkelbudget diverse activiteiten organiseerden. Op 39 scholen betrof het activiteiten rondom ICT, programmeren en techniek. Op 26 scholen waren het activiteiten rondom loopbaan­ leren en/of arbeidsmarktperspectieven.

. .

38

Organisatie en uitvoering 2023 Een goede springplank naar de arbeidsmarkt

Toekomstbestendig onderwijs

De verschillende opleidingstrajecten in het mbo en hbo zijn een goede opmaat naar werk en verdere door­ stroom op de arbeidsmarkt en leveren daarmee een bijdrage aan de economie. Deze trajecten bieden daarnaast de infrastructuur voor een leven lang ontwikkelen (LLO).

We blijven met de IT Campus inzetten op het ­programma-aanbod vanuit de Rotterdamse Jeugd op Voorsprong, waaronder Expeditie digitaal (uitbreiding naar 30 scholen), en professionaliseren van docenten. We zetten ook in 2023 in op het onder de aandacht brengen van kansrijke beroepen en sectoren via verschillende projecten, zoals bijvoorbeeld ­ echmission010. T

. .

Ondersteunen van onderbouwde keuze(s) Loopbaanoriëntatie en -Begeleiding LOB

In 2023 wordt opnieuw ingezet op: de BBL-infomarkt. Waarbij vo-scholen meer worden betrokken, o.a. via het decanenoverleg. het Rotterdams Scholingsfonds. Daardoor kunnen Rotterdammers een voucher krijgen om zich om- of bij te scholen in kansrijke sectoren, zoals de zorg, bouw of techniek. (door)ontwikkelen van opleidingen, die passen bij en aansluiten op de behoeften van de veranderende arbeidsmarkt. het stage-aanbod van de gemeente: minimaal 25% van het totale aanbod is voor mbo-leerlingen. Het organiseren van een warm welkom voor ­studenten in Rotterdam samen met de onderwijs­ instellingen. De Verbeteragenda Entree wordt met een jaar verlengd. Dit is een samenwerking tussen onderwijs (Scheepvaart en Transport College, Zadkine en Albeda), werkgevers en gemeente. Daardoor wordt de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt voor entreestudenten geoptimaliseerd.

. . . .

1. Subsidieregeling Rotterdams Onderwijsbeleid (ROB) 2022-2023 van onderwijs naar arbeids­ markt voortzetten. Samen met de scholen richten we ons op: . keuze opleiding/werk . doorstroom naar vervolgopleiding en ­aan­sluiting werk . voorbereiding overgang naar vo-mbo 2. Stedelijke projecten beroepsoriëntatie en talentver­ kenning voortzetten (JINC, Petje Af).

39

7. Talentontwikkeling, excellentie en hoogbegaafdheid. Dé uitdaging voor het onderwijs is om het talent van ieder kind te ontwikkelen. Er zijn ­kinderen die van huis uit weinig ruimte, aanmoediging of ondersteuning krijgen, ­waardoor talent onbenut blijft. Dit speelt in verschillende delen van Rotterdam, maar vooral in de Children’s Zone (CZ) op Zuid. Om deze talenten beter te benutten, werken we in het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) collectief aan tien uur dag­ programmering. Uren waarin we extra activiteiten aanbieden op het gebied van taal, rekenen, techniek, ontwikkeling, loopbaanoriëntatie, sport, kunst, cultuur en natuur. Kortom, een breed palet aan verrijkingsuren. Dagprogrammering komt tot stand in nauwe samenwerking met de rijksoverheid, onderwijsinstellingen en andere partners.

Wat hebben we bereikt? Binnen het NPRZ-gebied bieden 36 po-scholen en 8 vo-scholen dagprogrammering (zie figuur 20). De po-scholen tien uur en de vo-scholen bieden aan een derde van de leerlingen zes extra uren per week (zie figuur 20).

40

Dagprogrammering 7.1 Beleidsindicator: In 2019 wordt begonnen met de uitbreiding van zes uur extra les naar tien uur extra les en dag­ programmering in alle 7 CZ-wijken. Daarnaast wordt dagprogrammering ook ingezet op/in een aantal scholen/wijken buiten de focuswijken27. De uitval door corona bleef beperkt in 2022. Het lukt vrijwel alle basisscholen om 10 uur dagprogrammering per week te realiseren en de helft van de scholen in het voortgezet onderwijs om 6 uur per week te bieden. Dit heeft er onder andere mee te maken dat scholen in het vo nog in de pilotfase zitten, de dagprogrammering niet verplicht is en scholen zoeken naar hoe ze leerlingen meer kunnen motiveren om deel te nemen aan dit programma. Scholen hebben een brede programmering

(zie figuur 21) gericht op talentontwikkeling, maar ook op taal, rekenen en huiswerkbegeleiding en sociaal­emotionele ontwikkeling. Deze programmering hangt samen met het reguliere programma. Scholen die bijvoorbeeld binnen dagprogrammering vooral inzetten op talentontwikkeling, kunnen binnen hun reguliere onderwijs meer tijd besteden aan basisvaardigheden. Net voor de zomer van 2022 is samen met het onderwijs een onderzoek gestart naar de relatie tussen de doelen, de inzet en de opbrengsten van dagprogrammering. Hierbij is gekozen voor een intensief onderzoek, een schouw. Hiervoor zijn op zes scholen28 met ­verschillende betrokkenen29 binnen de dagprogrammering ­gesprekken gevoerd. Naar aanleiding van de c­ ­on­clusies30 uit de schouw wordt in overleg met het onderwijs het programma van eisen dagprogrammering aangepast.

Figuur 20. Dagprogrammering 2022 Primair onderwijs

Voortgezet onderwijs

Leerlingen

8.402

1.247

Scholen

36

8

Groepsuren per leerjaar

3.360.800

299.200

Euro per jaar

12.535.784

1.116.016

Bron: Gemeente Rotterdam, afdeling Onderwijs, 2022

27 Deze indicator is aangepast. In de beleidsindicator zoals opgenomen in het onderwijsbeleid ‘Gelijke kansen voor elk talent’ stond dat buiten CZ de dagprogrammering in beperkte vorm wordt ingezet. De Stuurgroep Children’s Zone heeft besloten dat de dagprogrammering binnen en buiten CZ hetzelfde zal zijn. 28 3 basisscholen, 1 school voor speciaal onderwijs en 2 scholen voor voortgezet onderwijs. 29 Directie, ondersteuner dagprogrammering, leerkrachten / docenten, aanbieders van dagprogrammeringsactiviteiten, leerlingen, ouders, eventueel schoolzorgteam/zorgcoördinator, PO: intern begeleider / onderwijsassistenten, VO: eventueel afdelingsleider(s). 30 De raad wordt begin januari 2023 geïnformeerd over de uitkomsten van de schouw dagprogrammering.

41

Figuur 21. Top 5: programmering binnen de dagprogrammering, januari – zomer 2022

Po

Vo

Sport, bewegen en gezondheid

Taal, rekenen en huiswerkbegeleiding

Taal, rekenen en huiswerkbegeleiding

Sport, bewegen en gezondheid

Kunst en cultuur

Wetenschap en techniek

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Sociaal-emotionele ontwikkeling

Wetenschap en techniek

Democratisch burgerschap

Bron: Gemeente Rotterdam, afdeling Onderwijs, 2022

Excellentie en hoogbegaafdheid Er zijn meerdere hoogbegaafdheidshubs in Rotterdam. Dit zijn scholen die gespecialiseerd zijn in het onder­ wijzen van hoogbegaafde leerlingen. De schoolbesturen bieden in samenwerking met de samenwerkings­ verbanden Primair Passend Onderwijs Rotterdam (PPO) en Koers VO een aanbod voor hoogbegaafden aan.

. In 2022 is de Hub Zuider Gymnasium verder . ontwikkeld. Drie schoolbesturen zijn op eigen initiatief gestart . .

42

31

met fulltime regulier onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen. Deze scholen ontvangen middelen om als inclusieve school ook leerlingen met een speciaal onderwijs-profiel passend onderwijs aan te bieden. PPO Rotterdam biedt leerlingen met een hoog ontwikkelpotentieel basisondersteuning met het ­project Rotterdam Gaaf31. In samenwerking met PPO Rotterdam en Koers VO worden activiteiten georganiseerd die zich richten op een verbetering van de overstap van po naar vo. En er wordt voorzien in een begeleide overstap aan de hand van een STAP-coach.

PPO2102-Ondersteuningsplan_1.pdf (pporotterdam.nl).

. Er wordt gewerkt aan de verdere professionalisering .

van leerkrachten, het zichtbaar maken van de onderwijsbehoeften en een passend onderwijs­ aanbod. Er zijn in 2022 op meerdere scholen bijeenkomsten georganiseerd voor ouders van kinderen in de leeftijdscategorie van 3,2 t/m 6 jaar met een ontwikkelings­voorsprong. Professionals en ouders zijn met elkaar in gesprek gegaan over thema’s als signalering, opvoeding en executieve functies.

Subsidie Schoolbesturen zetten het schoolontwikkelbudget op 142 scholen vooral in op het thema talentontwikkeling. Verder zetten zij het budget in voor activiteiten gericht op kunst en cultuur, voeding en beweging, excellente en hoog­ begaafde leerlingen en natuur en milieu (zie figuur 22).

Figuur 22. Aanvraag schoolontwikkelingsbudget

brede talentontwikkeling

142

kunst en cultuur

62

voeding en beweging

39

programma voor excellente of hoog-begaafde leerlingen

33

natuur en milieu

10

0

25

50

75

100

125

aantal scholen Bron: Gemeente Rotterdam, afdeling Onderwijs, 2022

Organisatie en uitvoering 2023 Dagprogrammering In 2023 werken we verder aan de kwaliteitsverbetering van de dagprogrammering. Dit doen we onder meer door: als vervolg op de eerste schouw een tweede schouw uit te laten voeren naar de relatie tussen doelen, inzet en opbrengsten van de dagprogrammering. Hiermee willen we meer inzicht krijgen in hoe de dagprogrammering loopt, wat de opbrengsten zijn en hoe we de kwaliteit ervan verder kunnen verster­ ken. scholing aan te bieden aan vakleerkrachten om hun pedagogische en didactische vaardigheden, en daarmee de kwaliteit van de dagprogrammering, te vergroten.

.

.

Daarnaast vindt een onderzoek plaats naar kans­ bevordering op schoolsucces door middel van inzet van een SEM-model. Dit is een wetenschappelijk model om beter met hoogbegaafdheid om te gaan. Dit model wordt al toegepast in Amerika. De resultaten die voortvloeien uit dit onderzoek worden, samen met de hernieuwde visie op (hoog)begaafdheid vanuit PPO Rotterdam, tijdens de conferentie GAAF gepresenteerd. De gemeente neemt kennis van de uitkomsten en onderzoekt of er aanvullende inzet noodzakelijk is om een dekkend aanbod te organiseren.

Excellentie en hoogbegaafdheid Samenwerkingsverbanden PPO en Koers VO zetten de samenwerking voort om te zorgen voor een dekkend aanbod voor hoogbegaafdheid en de vroege signalering ervan. Op 13 april 2023 organiseren zij in Ahoy ­Rotterdam de conferentie GAAF voor professionals in de regio die werken met (hoog)begaafde leerlingen.

43

8. Veilig. Schoolgaande jongeren kunnen slachtoffer zijn of worden van grensoverschrijdend gedrag, zoals (online) agressie, pesten, seksuele intimidatie, middelengebruik, radicalisering, etc. Daarbij neemt het dragen van en bedreiging met messen onder jongeren toe. Reden temeer om in 2022 het actieplan Veiligheid in en om het onderwijs voort te zetten en om gevoelens van onveiligheid op scholen terug te dringen. Het actieplan ondersteunt onderwijsinstellingen, daar waar nodig, in hun wettelijke taak om zorg te dragen voor sociale veiligheid. De regie ligt nadrukkelijk bij de school.

Wat hebben we bereikt? Jongerenwerk

Persoonsgerichte aanpak

Naar aanleiding van de veiligheidsschouw32 gaf de gemeente in 2020 opdracht om extra grenzenstellend jongerenwerk mogelijk te maken in en rond vijftien onderwijslocaties in de stad. Deze inzet van jongeren­ werk blijft gehandhaafd en is verder uitgebreid naar twintig onderwijslocaties in 2022. Het grenzenstellend jongerenwerk opereert in het onderwijs, in de online­ wereld van jongeren, in de wijk en bij jongeren thuis. Hierbij zoekt het jongerenwerk regelmatig contact met ouders om de betrokkenheid bij hun kind te vergroten.

Het Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam Rijnmond (ZVHRR) coördineert de persoonsgerichte aanpak voor jongeren die betrokken zijn bij steekincidenten. Afgesproken is dat het ZVHRR de school informeert als jongeren betrokken zijn geweest bij een steekincident. Daarnaast vraagt het ZVHRR de school mee te werken aan een intensief plan van aanpak voor de betreffende jongere.

32 Op tien vo- en mbo-locaties in de stad is in 2020 een veiligheidsschouw rond en op de locaties uitgevoerd. De onderwijsbesturen hadden de locaties geselecteerd. Aan de hand van die schouwen is per locatie een maatwerkplan gemaakt om de sociale veiligheid te vergroten. Hierbij kan het bijvoor-

44

beeld gaan om: cameratoezicht, extra toezichthouders, inzet van jongerenwerkers, fouilleren of voorlichting.

Subsidie Het vo zet de gezamenlijke subsidie voor veiligheid in op een meerjarig project33. Hierin wordt door onderwijs en betrokken partnerorganisaties een gezamenlijke aanpak uitgewerkt op het versterken van sociale veiligheid in het Rotterdamse voortgezet (speciaal) onderwijs. In 2022 is de conferentie ‘Agressie en wapenbezit onder Rotterdamse jongeren’ georganiseerd, met als doel de (lokale) samenwerking tussen Rotterdamse onderwijs­ professionals in het voortgezet (speciaal) onderwijs en partnerorganisaties te versterken. Ook is een werk­ wijzer ‘samenwerken met ouders’ gelanceerd ter ondersteuning van het v(s)o bij het contact en de samen­ werking met ouders bij agressie en wapenbezit. Mbo-instellingen zetten de gezamenlijke subsidie in om een indicator te implementeren. Aan de hand van deze indicator kunnen onderwijsprofessionals in een vroeg stadium ondermijnende gedragingen onder studenten signaleren. De indicator ondersteunt onderwijs­ professionals vervolgens bij het zetten van vervolg­ stappen en het betrekken van partners in het netwerk.

Veilig op school-certificaat Naast het vo zijn ook mbo-instellingen aan de slag gegaan met de aanpak Veilig op school (VOS). 25 mbo-locaties hebben het VOS-certificaat behaald. Veilig op school ondersteunt scholen om veiligheid structureel onderdeel van de organisatie te laten zijn. De terug­ kerende audits helpen om de gemaakte afspraken weer scherp te krijgen bij het team en waar nodig het veiligheidsbeleid aan te vullen.

Organisatie en uitvoering 2023 Wij willen de sociale veiligheid in en om scholen verder versterken. Daarom zetten we in 2022 in op het volgende:

. We evalueren de geïmplementeerde methode van . . .

. . .

de indicator op mbo-scholen. Deze indicator heeft als doel te signaleren, het bewustzijn bij onderwijs­ professionals te bevorderen en ondermijnende activiteiten aan te pakken. We continueren de inzet van grenzenstellend jongerenwerk (JOZ) op en rond scholen die te maken hebben met een populatie die vatbaar is voor grensoverschrijdend gedrag. We bespreken de borging van de inzichten en opbrengsten uit het meerjarig project sociale veiligheid in het v(s)o. Scholen, veiligheidspartners en gemeente werken aan een convenant Veiligheid in en om het onderwijs. Dit convenant heeft als doel samen­ werkingsafspraken vast te leggen, preventief en betekenisvol te kunnen interveniëren, vroeg te ­signaleren en de onderlinge informatiepositie te verbeteren. We continueren de stedelijke expertsessies Veilig op School (VOS). Deze interactieve bijeenkomsten hebben wisselende thema's, zoals de ­drillrap-cultuur, informatiedeling en seksueel grensoverschrijdend gedrag. We continueren en evalueren de VOS-­ audittrajecten voor het behalen en behouden van het ­VOS-certificaat. Met schoolbesturen bespreken we de voortgang van het actieplan Veiligheid in en om het onderwijs.

Aanpak seksuele straatintimidatie Rotterdamse onderwijsinstellingen hebben een intentieverklaring ondertekend en toegezegd mee te doen met de aanpak seksuele straatintimidatie (SSI) van de gemeente en dit binnen hun organisatie op de agenda te zetten.

33 ‘De krachten bundelend naar sociale veiligheid in het Rotterdamse voortgezet (speciaal) onderwijs’ (2020-2023).

45

9. Ouders. Het beste onderwijs voor alle kinderen en jongeren in Rotterdam kunnen we alleen behalen door hieraan samen te werken met alle onderwijsinstellingen, leraren en ouders. De betrokkenheid van ouders is dan ook verweven in de verschillende thema’s van het Rotterdams onderwijsbeleid.

Wat hebben we bereikt? Po- en vo-scholen zetten de gemeentelijke subsidie in om het educatief partnerschap tussen scholen en ouders te vergroten. Het stimuleren van onderwijs­ ondersteunend gedrag van ouders blijft onverminderd belangrijk na roerige coronajaren. Om dit de komende jaren te verstevigen is het afgelopen jaar door onder­ wijs, gemeente en stakeholders gewerkt aan een

46

aangescherpte visie en een beleidskader. Hierin zijn verschillende ontwikkelingsfases van educatief partnerschap tussen ouders en school uitgewerkt. Daarnaast is een handvat ontwikkeld dat bedoeld is als hulpmiddel en praatpapier voor scholen om na te gaan waar zij staan in het educatief partnerschap met ouders.

Zoals eerder genoemd in deze voortgangsrapportage, voerden we gezamenlijk met het onderwijsveld de volgende activiteiten uit met en voor ouders:

. Om ouders meer te betrekken bij het proces van de

. . . . .

overstap van po naar vo, is vanuit de OverstapRoute een digitale toolbox ontwikkeld. Deze bestaat uit online tools, waaronder een filmpje met uitleg voor ouders, die scholen op hun websites en social media kunnen plaatsen. Zo worden ouders bij iedere actuele stap van de OverstapRoute betrokken. Het toekennen van individuele onderwijs­ zorgarrangementen (OZA’s) bij kinderen tot 16 jaar - in het kader van het bieden van passend onderwijs - gebeurt altijd in overeenstemming met de ouders. Meer aandacht voor ouderbetrokkenheid bij LOB-activiteiten, zoals weekendschool Petje Af. Relatief veel basisscholen betrokken ouders actief bij hun burgerschapsopdracht. Via de medezeggenschapsraad betrekken scholen ouders bij de dagprogrammering, zodat ze kunnen meepraten wanneer scholen kiezen voor een andere dag- en weekindeling. Het grenzenstellend jongerenwerk opereert in de wijk, bij jongeren thuis en in de online leefwereld van de jongeren. Hierbij zoekt het jongerenwerk regelmatig contact met ouders om de betrokkenheid bij hun kind te vergroten.

Organisatie en uitvoering 2023 In 2023 blijft het college investeren in het vergroten van onderwijskansen van kinderen door het versterken van educatief partnerschap tussen school en ouders. We zetten samen met het onderwijsveld de activiteiten voort die we met en voor ouders uitvoeren.

47

Bijlage jaarverslag Leerplicht 2021-2022.

Volgens artikel 25 lid 1 van de Leerplichtwet 1969, doet B&W verslag aan de raad van het gevoerde leerplichtbeleid. In dit jaarverslag zetten we de inspanningen en resultaten van Leerplicht uiteen. Leerlingen van 18 tot 23 jaar maken geen deel uit van het jaarverslag Leerplicht, omdat ze niet leerplichtig zijn.

Inhoud. 1. Inschrijvingen leerplichtige leerlingen.

50

2. Absoluut verzuim.

50

3. Relatief verzuim.

51

4. Vrijstellingen van inschrijving.

52

5. Extra Verlof.

52

6. Maatregelen.

53

7. Bemiddelingen.

53

49

Jaarverslag Leerplicht 2021-2022

1. Inschrijvingen leerplichtige leerlingen. Op 1 oktober 2021 – de peildatum voor het onderwijs – telde Rotterdam 91.711 leerplichtige en kwalificatieplichtige kinderen; bijna 600 minder dan vorig schooljaar. Van alle leerplichtigen stonden er 1.201 (1,3% van het totaal) niet ingeschreven op een reguliere school. Deze kinderen volgen (ander) particulier onderwijs, hebben een vrijstelling van leerplicht of worden door Leerplicht begeleid in hun terugkeer naar school. Niet opgenomen in de tabel zijn 1.082 jongeren die nog geen 18 zijn, maar al wel een startkwalificatie behaalden. Zij zijn niet meer leerplichtig.

Inschrijving leerplichtige leerlingen op peildatum 01-10-2021 2020-2021

Voortgezet Primair onderwijs onderwijs (incl. SBO) (incl. PRO)

4 jaar

6.361

5 t/m 11 jaar

44.627

12 t/m 15 jaar

1.187

16 - 17 jaar Totaal

52.175

(Voortgezet) Middelbaar beroepsspeciaal onderwijs onderwijs

Overig

Totaal

94

254

6.709

826

1.441

532

47.426

23.191

980

183

5.901

407

5.312

208

11.828

29.918

2.922

5.495

1.201

91.711

207 25.748

Bron: Gemeente Rotterdam, leerplichtregistratie, 2022

2. Absoluut verzuim. Staan kinderen of jongeren niet ingeschreven bij een onderwijsinstelling, terwijl zij geen vrijstelling hebben voor deze verplichting? Dan spreken we van absoluut verzuim. Bij vermoedelijk absoluut verzuim start de leerplicht­ ambtenaar een onderzoek. In het schooljaar 2021-2022 waren er 540 leerlingen met vermoedelijk absoluut verzuim. Uiteindelijk bleek er bij 265 leerlingen sprake van daadwerkelijk absoluut verzuim. Van de 265 leerlingen met absoluut verzuim zijn 173 kinderen in de loop van het schooljaar weer ingeschreven op een school. Voor 47 kinderen is een onderzoek bij het Basis Registratie Personen (BRP) gestart. Zij bleken te zijn vertrokken uit Rotterdam, zonder dat de ouders hen hadden uitgeschreven uit het BRP. Bij de resterende groep leerlingen (45) is sprake van begeleiding van leerplicht op een traject richting zorg (vrijstelling van de Leerplichtwet) of (speciaal) onderwijs.

50

Jaarverslag Leerplicht 2021-2022

3. Relatief verzuim. Wanneer een leerling staat ingeschreven bij een opleiding en zonder toestemming wegblijft van school, is er sprake van relatief verzuim (spijbelen). In het schooljaar 2021-2022 waren er 9.064 meldingen van ongeoorloofd relatief verzuim. Bij deze meldingen gaat het om 4.749 leerlingen. Van een aantal leerlingen komen dus twee of meer meldingen. We zien dit jaar een stijging ten opzichte van vorig jaar. De schooljaren waarin de coronamaatregelen golden vormden een trendbreuk. Het aantal verzuimmeldingen is dit schooljaar gestegen, maar ligt nog onder het aantal meldingen voor corona.

Aantal meldingen relatief verzuim 12.000

10.737

10.606

10.000

9.064

8.000

7.446

7.673

2019-2020

2020-2021

6.000 4.000 2.000 0 2017-2018

2018-2019

2021-2022

Bron: Gemeente Rotterdam, leerplichtregistratie, 2022

Verdeling aantal meldingen Relatief verzuim naar onderwijssoort 2017-2018

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

PO

1.171

1.201

965

989

1.142

VO

4.225

4.105

2.384

2.978

3.578

(V)SO

1.269

1.094

516

523

527

MBO

4.072

4.206

3.581

3.181

3.815

Eindtotaal

10.737

10.606

7.446

7.673

9.064

Bron: Gemeente Rotterdam, leerplichtregistratie, 2022

51

Jaarverslag Leerplicht 2021-2022

4. Vrijstellingen van inschrijving. Er zijn drie gronden voor vrijstelling van de Leerplichtwet. Ouders kunnen een beroep doen op vrijstelling van de verplichting tot schoolinschrijving wals: een jongere op lichamelijke of psychische gronden niet geschikt is om op een school te worden toegelaten (Art. 5 onder a) ouders bezwaar hebben tegen de richting van het onderwijs (Art. 5 onder b) een jongere onderwijs volgt op een school buiten Nederland (Art. 5 onder c)

.  . .

Aantal vrijstellingen

5 onder a

5 onder b

5 onder c

2017-2018

350

36

261

2018-2019

386

44

179

2019-2020

415

47

146

2020-2021

498

53

140

2021-2022

560

53

209

Bron: Gemeente Rotterdam, leerplichtregistratie, 2022

5. Extra Verlof. Leerplichtige leerlingen moeten elke schooldag aanwezig zijn op school. Kan een leerling wegens bijzondere omstandigheden tijdelijk niet naar school, dan moeten ouders hier toestemming voor vragen. Bij een verlof van tien dagen of minder, behandelt de school deze aanvraag op basis van de Leerplichtwet. Bij een aanvraag voor extra verlof van meer dan tien schooldagen, wordt deze door de leerplichtambtenaar behandeld. Leerplicht Rotterdam is terughoudend in het toekennen van extra verlof. Er wordt altijd gekeken of de omstandigheden van het verlof zwaarder wegen, dan het onderwijsbelang van het kind. In het schooljaar 2020-2021 waren er 84 aanvragen, waarin ouders voor meer dan tien dagen verlof aanvroegen bij de leerplichtambtenaar. Hiervan zijn er 18 gehonoreerd. De gemeente hanteert al jaren een streng beleid ten aanzien van extra verlof. Extra verlof wordt alleen toegekend als er sprake is van ‘gewichtige omstandigheden’. Dit zijn omstandigheden die buiten de wil of invloedsfeer van de ouders of leerling liggen. In de toegekende 18 gevallen was er sprake van gewichtige omstandigheden.

52

Jaarverslag Leerplicht 2021-2022

6. Maatregelen. Wanneer de leerling of (een van) de ouders of verzorgers zich niet houdt aan de Leerplichtwet, kan de leerplicht­ ambtenaar een proces-verbaal opmaken. Bij extra verlof en absoluut verzuim gebeurt dit tegen de ouders. Bij relatief verzuim kan de leerplichtambtenaar een proces-verbaal opmaken tegen de ouders, maar ook tegen de leerling, mits deze twaalf jaar of ouder is. In het schooljaar 2021-2022 maakten leerplichtambtenaren 469 keer een proces-verbaal op, een sterke stijging ten opzichte van vorig schooljaar (179 keer). Net als bij de stijging in het relatief verzuim, heeft dit te maken met de tijdelijke sluiting van de scholen in de voorgaande schooljaren. Naast het proces-verbaal, maakten we afgelopen schooljaar ook 110 keer gebruik van de mogelijkheid om een Haltstraf op te leggen. Dit bleek in de meeste gevallen effectief. Bij 14 jongeren moest Leerplicht alsnog een proces-­ verbaal opmaken, omdat de jongeren bleven verzuimen of de Haltstraf niet goed uitvoerden. Een andere sanctiemogelijkheid van de leerplichtambtenaar is het stopzetten van de kinderbijslag (AKW) bij verzuim van 16- en 17-jarigen. Hiervoor waarschuwt Leerplicht ouders en leerlingen van tevoren in het verzuim­ gesprek. Heeft deze waarschuwing geen effect, dan wordt de kinderbijslag stopgezet. In het schooljaar 2021-2022 is deze sanctie zes keer aangezegd en één keer uitgevoerd.

7. Bemiddelingen. De leerplichtambtenaar helpt ook regelmatig bij problematiek, waarbij niet direct sprake is van meldwaardig schoolverzuim. In deze gevallen werkt de leerplichtambtenaar preventief om (verder) verzuim te voorkomen. Bijvoorbeeld wanneer er een conflict is tussen de school en de leerling of ouders. Of wanneer een leerling hulp nodig heeft bij het vinden van een andere opleiding.

53

Colofon. Colofon Deze voortgangsrapportage 2022 geeft de resultaten van het Rotterdams onderwijsbeleid 2019-2022 ‘Gelijke kansen voor elk talent’ weer.

Vormgeving EndureDesign

Beeld Al het beeldmateriaal is van Jan van der Meijde, met uitzondering van het beeld op de pagina's 14, 27, 32, 34, 44 en 46 (Levien Willems). Foto’s in dit rapport zijn illustratief. De modellen staan los van de inhoud.

Informatie Gemeente Rotterdam, Cluster Maatschappelijke Ontwikkeling, afdeling Onderwijs Mail: onderwijs@rotterdam.nl Internet: www.onderwijs010.nl Uitgave: Februari 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=1441f45a-3d5d-4d5d-9d8d-10f7cef7cda7