CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001739] Bijlage 1 behorende bij 23bb001738 over Voortgangsrapportage Onderwijsbeleid 2022

Commissie Werk & Inkomen, Onderwijs, Samenleven, Schuldhulpverlening & Armoedebestrijding, NPRZ 29 maart 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Onderwijs18.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Voortgangsrapportage Rotterdams Onderwijsbeleid 2022. Gelijke kansen voor elk talent.

Inhoud. Inleiding.

4

Leeswijzer.

5

Samenvatting.

6

1. Overgangsmomenten.

7

2. Kwaliteit en toegankelijkheid.

14

3. Aansluiting onderwijs-jeugdhulp.

21

4. Leraren.

27

5. Burgerschap.

32

6. Van onderwijs naar arbeidsmarkt.

34

7. Talentontwikkeling, excellentie en hoogbegaafdheid.

40

8. Veilig.

44

9. Ouders.

46

Bijlage jaarverslag Leerplicht 2021-2022.

48

3

Inleiding. Met het onderwijsbeleid ‘Gelijke kansen voor elk talent’ investeren we in kansen­ gelijkheid in het Rotterdamse onderwijs, zodat alle Rotterdamse kinderen het beste uit zichzelf kunnen halen. Door de coronacrisis en het lerarentekort zijn het zware jaren geweest voor het onderwijs. Er werd en wordt veel van het onderwijspersoneel gevraagd. Uit een Rotterdams onderzoek over de impact van twee jaar corona blijkt dat er een enorme veerkracht is onder leerlingen en docenten. Rotterdamse scholen laten een sterk herstel zien, sterker dan gemiddeld in Nederland. Een resultaat om trots op te zijn! In augustus 2021 is het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) van start gegaan om de ­gevolgen van corona binnen het onderwijs te herstellen. Met dat programma biedt de rijks­ overheid hulp aan alle scholen en leerlingen om de opgelopen leerachterstanden in te halen en aandacht te hebben voor het sociale welzijn van kinderen. Zowel scholen als gemeenten ­ontvingen hiervoor extra middelen. In Rotterdam is samen met het onderwijsveld (voor­ schoolse educatie, primair onderwijs en voortgezet onderwijs) een passende aanpak ont­ wikkeld. De extra rijksmiddelen waren oorspronkelijk bedoeld voor de schooljaren 2021-2022 en 2022-2023, maar de bestedingstermijn is verlengd tot het einde van het schooljaar 20242025.

Daarmee is geen extra geld beschikbaar gekomen, maar hebben scholen en gemeenten wel meer tijd gekregen het geld te besteden. In 2022 is de loonkloof tussen leraren op het primair en voortgezet onderwijs gedicht. En vanaf 2023 wordt de arbeidsmarkttoelage op scholen met het grootste risico op achterstanden structureel. Het lerarentekort in Rotterdam is in 2022 licht gedaald, maar blijft ondanks alle inspanningen groot. Het aanhoudend grote lerarentekort maakt de blijvende urgentie voor een structurele aanpak van het lerarentekort zichtbaar. Als gevolg van de oorlog in Oekraïne, die in februari 2022 uitbrak, heeft de gemeente ­Rotterdam Oekraïense vluchtelingen opgevangen. De gemeente Rotterdam biedt Oekraïense kinderen die gevlucht zijn voor de oorlog in hun land, onderwijs en educatieve en recreatieve activiteiten. De afgelopen maanden hebben ruim 750 kinderen en jongeren een vorm van onderwijs en/of educatieve activiteiten gevolgd. Vooral dankzij de grote inspanningen en creatieve oplossingen van scholen, kinderopvangorganisaties, welzijnsorganisaties en ­sportieve en culturele partnerorganisaties. Vanaf het schooljaar 2022-2023 is overgestapt van Oekraïens onderwijs op afstand naar instroom in het Nederlandse onderwijssysteem. Dit gaat via nieuwkomersonderwijs.

In het primair onderwijs is - als aanvulling op het reguliere nieuwkomersonderwijs in Rotterdam - een nieuwe tijdelijke onderwijsvoorziening gecreëerd voor zo’n 120 kinderen op schakelschool de Gaffel. Bovendien is er een taalklas op basisschool de Goede Herder. Naast het NPO en de inspanning voor de Oekraïense kinderen werkten we hard aan de uitvoering van ‘Gelijke kansen voor elk talent’. We richtten ons in 2022 op een succesvolle overgang tussen de verschillende onderwijssoorten, de aanpak van het lerarentekort en passende zorg en ondersteuning voor leerlingen. We werkten aan de dagprogrammering voor het primair en voortgezet onderwijs én aan een Rotterdamse werkwijze democratisch burgerschap, aan talentontwikkeling, veiligheid binnen het onderwijs en de verbinding tussen onderwijs en arbeidsmarkt.

4

Leeswijzer.

In deze voortgangsrapportage kijken we, na een korte samenvatting, terug op de voortgang van de beleidsthema’s. En we kijken vooruit naar 2023. Meer cijfers over het Rotterdamse onderwijs staan in het dashboard Staat van het Rotterdams Onderwijs op Onderzoek0101. Tot slot is in de bijlage het jaar­ verslag van Leerplicht opgenomen2.

1

https://onderzoek010.nl/dashboard/staat-van-het-onderwijs.

2 Volgens artikel 25, lid 1 van de leerplichtwet 1969, doet B&W jaarlijks verslag aan de raad.

Samenvatting. Met het programma ‘Gelijke kansen voor elk talent’ investeren we in kansengelijkheid in het Rotterdamse onderwijs, zodat alle Rotterdamse kinderen het beste uit zichzelf kunnen halen. Aan de hand van negen thema’s hebben we gewerkt aan de uitvoering van dit programma. •

• • • • • • • • • •

• •

• •

6

In samenwerking met po- en vo-besturen is in de professionele leergemeenschappen (PLG’s) gewerkt aan een proces om te komen tot een passend advies en een passende school voor alle Rotterdamse leerlingen, die de overstap van het po naar het vo maken. Gekeken is naar welke data op welk moment beschikbaar zijn, hoe een leerling handelingsgericht overgedragen kan worden en hoe het po en vo beter kunnen samenwerken en meer kennis kunnen uitwisselen. Met de OverstapRoute ondersteunden we ouders en leerlingen bij de overgang van het po naar het vo. We formuleerden met alle voor- en vroegschoolse educatieve partners (vve) afspraken over het verbeteren van de doorgaande lijn tussen de voor- en vroegschool om de kwaliteit van de doorgaande leerlijn te verbeteren. We zijn gestart met het opstellen van een nieuw Integraal Huisvestingsplan 2024-2027. We hebben in 2022 acht nieuwe schoolgebouwen opgeleverd en in gebruik genomen. De nieuwbouwprojecten uit het convenant Voortgezet onderwijs Rotterdam-Zuid zijn in voorbereiding. In 2022 testten en werkten we het PACT Jonge Kind uit in vier pilotgebieden: Kralingen-Crooswijk, Charlois, Delfshaven en Feijenoord. We richtten ons met de Rotterdamse aanpak leraren aan de hand van vier actielijnen op het beperken van het lerarentekort. Zo werken we actief samen met het onderwijsveld om zij-instromers te werven voor het onderwijs.

We hebben aan de hand van het Rotterdams Manifest Burgerschap samengewerkt met scholen aan een veilige oefenplaats voor burgerschap. Er is een nieuwe bbl-informatiemarkt georganiseerd. We hebben verder ingezet op de uitstroom van gediplomeerde mbo’ers naar de arbeidsmarkt via het Rotterdams ScholingsFonds (RSF) en de gelden die beschikbaar zijn gesteld vanuit de Rotterdamse aanpak Jeugdwerk­gelegenheid. Hierdoor zijn er minstens 1042 stages gestart binnen onze organisatie. We hebben een tweeledige aanpak opgesteld om beter in te zetten op Loopbaanoriëntatie en -Begeleiding (LOB) in de Leerwerkakkoorden (LWA's). We hebben de opbrengsten van de dagprogrammering laten onderzoeken en op basis hiervan zijn verbeter­ voorstellen gedaan. Binnen het NPRZ-gebied bieden 36 po-scholen en 8 vo-scholen dagprogrammering aan, waarbij leerlingen extra lesuren per week krijgen. We hebben het grenzenstellend jongerenwerk verder uitgebreid naar twintig onderwijslocaties, om de sociale veiligheid in het vo en mbo te blijven bevorderen. Met Rotterdamse onderwijsinstellingen hebben we een akkoord bereikt om onze aanpak seksuele straat­ intimidatie (SSI) op hun agenda’s te zetten.

1. Overgangsmomenten. De keuze- en overgangsmomenten in het onderwijs zijn cruciaal in de schoolloopbanen van leerlingen. Voor veel kinderen en jongeren zijn deze momenten lastig. Zeker voor leer­ lingen met ouders zonder startkwalificatie. In alle sectoren – van voorschool tot universi­ teit – zagen we dat kinderen van deze ouders minder succesvol zijn dan kinderen van ouders met een startkwalificatie. Ze zijn in het nadeel bij alle overgangsmomenten, maken minder succesvolle keuzes en vallen eerder uit. Het verschil tekent zich nog duidelijker af ten opzichte kinderen van ouders met een afgeronde opleiding in het hoger onderwijs. We zagen in alle sectoren dat de kansenongelijkheid van kinderen toenam3. In het Rotter­ damse onderwijsbeleid ‘Gelijke kansen voor elk talent’ spraken we af dat we de kansen­ gelijkheid willen bevorderen door de overgangen tussen de schoolsoorten te verbeteren.

Wat hebben we bereikt? Overgangsmomenten po-vo 1.1 Beleidsindicator: Percentuele verdeling advies groep 8, uitgesplitst naar opleidingsniveau van ouders van leerlingen.

samen met de oproep vanuit het ministerie van ­Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) om kansrijker te adviseren.

In schooljaar 2020-2021 kreeg 55% van de Rotterdamse basisschoolleerlingen een advies havo/vwo, 24% voor vmbo-g/tl, 20% voor vmbo-b/k en 1,4% voor praktijk­ onderwijs. Het percentage voor een havo/vwo-advies ligt hiermee 5% hoger dan in schooljaar 2019-2020. Ook voor vmbo-g/tl zien we een toename ten opzichte van schooljaar 2019-2020 (2%). Dit hangt mogelijk

We zien opnieuw een verband tussen het opleidings­ niveau van ouders en het schooladvies van hun kind (figuur 1). Rotterdamse leerlingen van ouders tot en met mbo-1-niveau krijgen vaker het advies voor praktijk­ onderwijs tot en met vmbo-k. Leerlingen van ouders met een hbo of wo opleidingsniveau krijgen vaker een advies voor vwo.

3 Beleid kansengelijkheid | Over het programma Gelijke Kansen | Gelijke kansen (gelijke-kansen.nl)

7

Figuur 1. Schooladvies van leerlingen wonend in Rotterdam, naar opleidingsniveau ouders, in 2020-2021 60% 51% 50%

Figuur 2: Schooladvies van leerlingen wonend in Rotterdam, naar opleidingsniveau ouders, in 2019-2020

40% 50%

30%

28%

40%

23% 20%

30% 23% 20%

27%

25% 21%

21% 26%

16% 11%

26% 18%

23%

15%

22% 25%

11%

23%

25%

16%

16%

5%

3%

2% 2% opleiding ouders

opleiding ouders t/m mbo-1 t/m mbo-1

opleiding ouders opleiding ouders mbo-2 t/m vwo

mbo-2 t/m vwo

13%

9%

12% 8% 7%

3%4%

16%

19% 15%

10%

25%

20%

21%

19%

10%

0% 0%

48%

31%

opleiding ouders opleiding ouders opleiding ouders hbo t/m wo onbekend

hbo t/m wo

praktijkonderwijs

gemengd t/m vmbo kl

gemengd t/m havo

gemengd t/m vmbo bl

gemengd t/m vmbo tl/gl

gemengd t/m vwo

opleiding ouders onbekend

Bron: CBS, SSB, bewerking Risbo/OBI, 2022

Bron: CBS, SSB, bewerking Risbo/OBI, 2021

Het schooladvies dat leerlingen in groep 8 van de basisschool ontvangen is van belang voor het verdere verloop van de schoolloopbaan. Om het primair (po) en voorgezet onderwijs (vo) dichter bij elkaar te brengen en het maximale uit de potentie van elke Rotterdamse leerling te halen, zijn twee Professionele Leergemeen­ schappen (PLG’s) aan de slag gegaan met het thema overgang po-vo. In een PLG komen mensen vanuit dezelfde mini-cultuur (hier het onderwijs) samen om een vraagstuk te verkennen en al lerend te zoeken naar mogelijke oplossingen. De eerste PLG onderzocht samen met leerkrachten op welke wijze een objectief advies in het po en de juiste plaatsing in het vo tot stand komt. De bevindingen worden getoetst in de praktijk tijdens een pilot in schooljaar 2022-2023. De uitkomsten van de verkenning en de pilot van de eerste PLG worden meegenomen in de tweede PLG. Ze moeten de leerkrachten van het po en vo meer inzicht geven in de factoren van het overgangsadvies die gebaat zijn bij de samenwerking tussen het po en vo voor een goede start in het vo.

van het proces om te komen tot een passend advies voor elke leerling. Daarbij worden de data van groep 6 tot en met de tweede klas vo gebruikt. Daarnaast moet het advies op een optimistische en realistische manier richting geven aan de potentie van de leerling en is daarmee per definitie kansrijk. Het advies wordt gegeven op het niveau waarop de leerling in klas 1 van het vo floreert en uitgedaagd wordt. Deze bevindingen hebben een plek gekregen in De OverstapRoute4 2022-2023.

De kwaliteitsmedewerkers van de schoolbesturen zijn in de tweede PLG aan de slag gegaan met het vormgeven

-

4

8

Gedurende de periode van groep 8 tot en met de 2e klas vo moet er gekeken worden naar de vorm van de overdracht van het po naar het vo die wenselijk is voor de leerling. Naast een overdracht naar het vo is het van belang om ook invulling te geven aan een terug­ koppeling vanuit het vo naar het po. Ook dit is een proces in plaats van één moment. Om hier vorm aan te geven is er een handreiking in de maak die tips en ondersteuning biedt bij: -

het succesvol organiseren van een warme overdracht. het succesvol invullen van het Onderwijskundig Rapport. het succesvol uitlezen van het Onderwijskundig Rapport.

In de OverstapRoute zijn de afspraken vastgelegd die de schoolbesturen in Rotterdam en omgeving hebben gemaakt over de overstap naar de middelbare school. De procedure is uitgewerkt voor scholen en voor ouders.

Het Onderwijskundig Rapport is voor schooljaar 20222023 aangepast en daarmee handelingsgerichter gemaakt. De vragen zijn gerichter gesteld en vragen meer naar de mogelijkheden van een leerling dan naar wat nog niet goed lukt of een uitdaging is. Om dat wat geleerd is in de PLG’s ook te delen met de onderwijsprofessionals, organiseerde de gemeente samen met de Federatie van Onderwijskoepel­ organisaties en Openbaar Onderwijs Rotterdam (FO­ KOR), Koers VO en Goed geschud op 12 oktober 2022 de POVO-conferentie. Het thema was ‘De overgang van po naar vo: een gezamenlijke overdracht’. Bij het Scheep­ vaart en Transport College (STC) werden rond de 200 professionals uit het po en vo bijgepraat over de uit­ komsten van de PLG’s. Er was ruimte om elkaar te ontmoeten en door middel van workshops werd kennis uitgewisseld. Louise Elffers5 gaf een inspirerende lezing over kansengelijkheid in het onderwijs. De OverstapRoute organiseerde in de week van 13 tot en met 17 juni 2022 in samenwerking met de gemeente Rotterdam en andere partners de Week van de Warme Overdracht po-vo. Deze week bedient alle scholen in de regio van Koers VO. Door een mediacampagne (flyers en poster) werd het belang van een warme handelings­ gerichte overdracht voor iedere leerling onder de aandacht gebracht.

Onderwijsprofessionals in het po en vo, die zich bezighouden met de overgang van leerlingen van het po naar het vo, ontvingen een ansichtkaart met een QR-code. Deze code gaf toegang tot een link naar een filmpje en een artikel van Noëlle Pameijer6 met uitleg over het belang van een warme handelingsgerichte overdracht en hoe die er uit kan zien. Om als leerkracht concreet aan de slag te kunnen is daarnaast een factsheet ontwikkeld.

In 2021-2022 zat 77,6% van de derdejaars vo-leerlingen in Rotterdam op het door de basisschool geadviseerde niveau (70,0%) óf een hoger niveau (7,6%) dan ­geadviseerd (zie figuur 2). Dit is ruim één procent lager dan in schooljaar 2020-2021 (78,9%). Het percentage dat is afgestroomd is echter ook afgenomen met 1,5% ten opzichte van schooljaar 2020-2021 van 12,2% naar 10,7%. De groep leerlingen waarvan onbekend is op welk niveau zij in het derde leerjaar van het vo zitten, is toegenomen met 2,6% ten opzichte van schooljaar 2020-2021 naar 11,6%. Van deze leerlingen zijn de gegevens niet juist ingevuld of zij zijn uit of naar Rotterdam verhuisd waardoor een link tussen de twee meetmomenten niet te maken is. De percentages zijn vergelijkbaar met die in Den Haag en Amsterdam. In Utrecht stromen minder leerlingen af (8%), meer leerlingen op (12%) en zit 66% van de leerlingen (ten opzichte van 70% in Rotterdam) in de derde klas vo op het in groep 8 geadviseerde niveau. In heel Nederland zijn de percentages van leerlingen die op- en afstromen vergelijkbaar. Ten opzichte van de 70% in Rotterdam zit landelijk 74% in de derde klas op het geadviseerde niveau. De effecten van het wegvallen van de eindtoets in 2020 en het advies om kansrijker te adviseren in 2020 en 2021 zijn in deze cijfers nog niet zichtbaar. We blijven dit monitoren.

Daarnaast wordt met de PLG overgang po-vo gewerkt aan het duiden van deze cijfers. Om zo gerichter te kunnen kijken naar wat nodig is om leerlingen passend te adviseren en inzicht te krijgen in de redenen van op- en afstroom.

Als leerlingen in het derde leerjaar van het vo op een hoger niveau zitten dan geadviseerd door de basisschool, dan noemen we dit ‘opstroom’. Zitten ze in het derde jaar op een lager niveau dan geadviseerd, noemen we dit ‘afstroom’.

5

Louise Elffers is lector Kansrijke Schoolloopbanen in een Diverse Stad aan de Hogeschool van Amsterdam, onderwijsonderzoeker aan de UvA en directeur van het Kenniscentrum Ongelijkheid. Zij richt zich in haar werk op de inrichting van onderwijs(stelsels) en de invloed van die inrichting op de schoolloopbanen van jongeren met verschillende onderwijs- en thuisachtergronden. Het vraagstuk van kansen(on)gelijkheid in het onderwijs vormt een rode draad in haar werk.

6

Noëlle Pameijer ondersteunt leerlingen, leerkrachten en ouders op het gebied van handelingsgerichte diagnostiek en werkt als trajectbegeleider volgens de principes handelingsgericht arrangeren. Zij schreef boeken over handelingsgericht werken in het basis- en voortgezet onderwijs en over handelingsgerichte diagnostiek in de jeugdzorg en het onderwijs.

9

Figuur 2. Positie van Rotterdamse leerlingen in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs ten opzichte van het schooladvies in groep 8, in 2021-2022

100%

9,3%

10,9%

13,9%

8,9%

10,5%

9,0%

11,6%

7,6%

8,1%

7,6%

80%

60% 62,6%

76,5%

67,4%

68,8%

76,3%

76,4%

70,8%

78,9%

70,0%

77,6%

40%

20%

0%

14,2%

12,8%

13,1%

12,2%

10,7%

2017-2018

2018-2019

2019-2020

2020-2021

2021-2022

niveau lager dan advies

op het niveau van advies

niveau hoger dan advies

onbekend

Bron: CBS, SSB, bewerking Risbo/OBI, 2022

1.2 Beleidsindicator: Op- en afstroom (vmbo, havo, vwo) van leer­ lingen in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs, uitgesplitst naar opleidingsniveau van ouders.

We zien dat leerlingen van ouders met een opleiding tot en met mbo-1-niveau en van mbo-2 tot en met vwo in het derde jaar van het voortgezet onderwijs vaker afstro­ men (14% en 13%) dan leerlingen met ouders met een hbo- of wo-opleiding (7%) (zie figuur 3). Dit beeld is vergelijkbaar met de andere grote steden en de rest van Nederland. In vergelijking met schooljaar 2020-2021 zien we dat het percentage afstroom voor de leerlingen met ouders met een opleiding van mbo-2- tot en met vwo-niveau is afgenomen van 17% naar 13%. En dat 71% van deze leerlingen op hetzelfde niveau zit als geadviseerd in groep 8, ten opzichte van 69% in schooljaar 2020-2021.

School- en eindexamens Op het moment van schrijven zijn de Rotterdamse slagingspercentages en examencijfers van 2021-2022 nog niet beschikbaar. Als we kijken naar de slagings­ percentages voor alle schoolsoorten en leerwegen in het schooljaar 2020-2021, blijken die gedaald ten opzichte

10

van het schooljaar 2019-2020. En ze liggen weer meer in lijn met de schooljaren voor corona (figuur 4). Alleen het percentage geslaagde leerlingen in het vmbo ligt nog 5% hoger dan in schooljaar 2018-2019. Dit beeld is in lijn met de overige G4 en de rest van Nederland. In schooljaar 2019-2020 is er vanwege corona geen centraal eindexamen afgenomen en waren de school­ examens bepalend voor het behalen van het vo-diploma. Het ministerie van OCW verruimde de regels voor het centraal examen 2020-2021. Zo werd het tweede tijdvak verlengd van vier naar tien dagen en konden leerlingen gespreid examen doen. Of, als zij in het eerste of tweede tijdvak door corona geen eindexamen of herkansing konden doen, gebruik maken van het derde tijdvak. Leerlingen mochten twee vakken herkansen in plaats van één. Daarnaast was er de mogelijkheid om een onvoldoende voor een niet-kernvak weg te strepen als daarmee het diploma alsnog behaald kon worden. De gemiddelde eindexamencijfers van het school­ examen in Rotterdam waren in 2020-2021: een 6,54 voor het vmbo, een 6,46 voor de havo en een 6,79 voor het vwo (zie figuur 4). Deze cijfers zijn in lijn met de cijfers voor corona en vergelijkbaar met de gemiddel­ de cijfers in de andere grote steden en de rest van Nederland.

Figuur 3. Op- en afstroom in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs ten opzichte van het advies van de basisschool, naar opleidingsniveau ouders in 2021-2022

100%

8%

10%

11%

8%

8%

27%

7%

80% 8% 60% 71%

67%

75%

40%

58%

20%

0%

14%

13%

opleidingsniveau ouders t/m mbo-1

opleidingsniveau ouders mbo 2, 3, 4, havo, vwo gelijk aan advies

afstroom

7%

8%

opleidingsniveau ouders hbo en wo

opleidingsniveau ouders onbekend

opstroom

onbekend

Bron: CBS, SSB, bewerking Risbo/OBI, 2022

Figuur 4. Geslaagden en gemiddelde schoolexamencijfers op Rotterdamse scholen

100%

100% 92% 92%

97%

99%

97% 85% 85%

86%

91% 90%

6,54

93%JAAR4 20202021

6,46 6,79

JAAR3

80%

6,61

2019-

6,60

JAAR2 2020

60%

JAAR1 40%

20%

6,88 6,51 6,50 6,70

20182019

6,35

20172018

6,35 6,64

0% vmbo 2017-2018

havo 2018-2019

vwo 2019-2020

2020-2021

0

1

2

3

4 vmbo

5

6 havo

7

8

vwo

Bron: Inspectie van het Onderwijs, bewerking gemeente Rotterdam, OBI 2022

11

Doorgaande lijn voor- naar vroegschool Om de kwaliteit van de doorgaande leerlijn te ver­ beteren, formuleerde de gemeente in 2021 met alle voor- en vroegschoolse (vve) partners afspraken voor het verbeteren van de doorgaande lijn tussen de voor- en vroegschool. Scholen werken hierdoor doel­ gericht aan het verder verbeteren van de kwaliteit van groep 1 en 2. Met bijna alle schoolbesturen zijn vervol­ gens in 2022 resultaatafspraken gemaakt. Omdat het binnen de vve belangrijk is dat de opbrengsten van de vve besproken worden tussen gemeente, school­ besturen en kinderopvang, heeft het Rijk in 2010 een wettelijke verplichting opgenomen7. Gemeenten en schoolbesturen maken resultaatafspraken voor vroeg­ schoolse educatie. De meerwaarde van het maken van resultaatafspraken is dat hiermee de dialoog over de opbrengsten van vve gevoerd kan worden. Om basisscholen en voorscholen te ondersteunen bij de uitvoering van de resultaatafspraken zijn best practices ontwikkeld en beschikbaar gesteld. Deze best practices zijn terug te vinden op www.onderwijs010.nl. De schoolbesturen delen in het eerste kwartaal van 2023 de eerste opbrengsten van de resultaatafspraken met de gemeente. Omdat het de eerste keer is dat de data aangeleverd worden, gaan we met de besturen evalueren of de opbrengsten het gewenste inzicht in de kwaliteitsontwikkeling laten zien van groep 1 en 2.

Doorstroom mbo - hbo - universiteit Tijdens schooljaar 2021-2022 konden leerlingen van het vo weer op grotere schaal fysiek kennis maken met hun vervolgopleiding. Onderwijsinstellingen voor mbo en hoger onderwijs hebben hierbij ervaringen uit de coronatijd benut waarin alleen online voorlichting mogelijk was. Dit resulteerde in schooljaar 2021-2022 in een divers aanbod van fysieke en online kennis­ makingen met mogelijke vervolgopleidingen voor scholieren.

12

7

Art. 160 WPO.

8

Talentenklassen – Sezer

Voor een soepele overgang van het vo naar het vervolg­ onderwijs werken de onderwijsinstellingen in Rotter­ dam samen aan de hand van convenanten en samen­ werkingsverbanden. Voorbeelden van acties zijn een gezamenlijke visie op de doorstroom van vmbo naar mbo, de inzet van een toolkit voor de overgang van het vo naar het hoger onderwijs, en het gebruik van data om doorstroom en studiesucces met elkaar te bespreken en te verklaren. Tot slot maakten het mbo en hbo door­ stroomafspraken.

Subsidie In 2021-2022 subsidieerden we - in cofinanciering met de schoolbesturen - de uitvoering van de OverstapRoute 2021-2022 door Koers VO. In de OverstapRoute zijn de afspraken vastgelegd voor de overstap naar de middel­ bare school. Alle schoolbesturen in Rotterdam en omgeving maken onderdeel uit van De OverstapRoute en wezen hun schoolontwikkelbudget op 54 scholen toe aan het thema overgangsmomenten. De gemeente verleende in 2021-2022 subsidie aan het project de Talentenklassen8. Basisscholen selecteerden zo'n 100 leerlingen uit groep 8, die een schooljaar lang op woensdagmiddag lessen volgden op havo- en vwo-scholen. Dit betrof lessen in Nederlandse taal en algemene ontwikkeling. Hun ouders werden ook betrokken bij dit project.

Organisatie en uitvoering 2023 In 2023 blijven we in samenwerking met het Rotterdam­ se onderwijsveld sturen op het verbeteren van onder­ wijsovergangen en continueren we de uitvoering van gemaakte afspraken. We houden een vinger aan de pols waar het gaat om de impact van corona op de door­ stroom en opstroom van leerlingen en studenten. Komend jaar werken we aan de volgende acties:

. Op basis van de verkregen inzichten vanuit onder­ .

. . . .

zoeken en de PLG’s, herijken we waar nodig de afspraken over goede opstroom- en doorstroom­ mogelijkheden van alle leerlingen. Zo blijven we ons inzetten om de kansengelijkheid te vergroten. We vertalen de uitkomsten van de professionele leergemeenschap (PLG) op de overgang po-vo naar concrete eindproducten op het gebied van data, overdracht en kennisuitwisseling. Deze producten helpen de onderwijsprofessionals te komen tot een passend advies en een passende school binnen een passend proces voor elke leerling, die de overstap van het po naar het vo maakt. We werken aan een duurzaam vervolg van de PLG overgang po-vo als de begeleiding van Goed geschud9 stopt. Daarbij denken we na over de wijze waarop we inzichtelijk maken of dat wat bedacht is, ook werkt in de praktijk (monitoring) en hoe we bijsturen waar nodig. We maken afspraken met De OverstapRoute over hoe scholen en ouders beter bereikt kunnen worden met alle ontwikkelde materialen, zodat alle leer­ lingen de juiste overstap van het po naar het vo maken. We verwerken de gevolgen van de Doorstroom­ toets10 (die vanaf schooljaar 2023-2024 van kracht is) in De OverstapRoute. Om het belang en het doel van een warme overdracht bij alle scholen onder de aandacht te blijven brengen, organiseert De OverstapRoute ook in schooljaar 2022-2023 de Week van de Warme Overdracht.

In 2023 organiseren we weer samen met FOKOR en Koers VO een POVO-conferentie om de samen­ werking tussen het po en vo te bevorderen en kennisuitwisseling mogelijk te maken.

. Scholen gaan de resultaatafspraken tussen de

.

. .

voor- en vroegscholen implementeren. Hiermee versterken we de doorgaande lijn van voor- naar vroegscholen, omdat zij werken met dezelfde kwaliteitsdomeinen. Denk hierbij aan afstemming over aanbod aan de kinderen, ouderbetrokkenheid, bijscholing van personeel et cetera. De kwaliteits­ domeinen zijn uitgewerkt in de resultaatafspraken. We brengen de best practices en de filmpjes over kwaliteit van de voor- en vroegschoolse educatie meer onder de aandacht van scholen en peuter­ speelzalen. We evalueren met de besturen of de filmpjes en het ondersteuningspakket de scholen en de voorscholen hebben geholpen bij het versterken van de educatieve kwaliteit. Om de samenwerking tussen het vo en het mbo te bevorderen en kennisuitwisseling mogelijk te maken, faciliteren we in 2023 een vo-mbo conferentie. We faciliteren kennisdelingsbijeenkomsten tussen de verschillende overgangen. Daar gaan we aan de slag met de antwoorden op de vragen: waar lopen de overgangen tegen dezelfde uitdagingen aan? Waar kunnen ze van elkaar leren? Welke concrete afspraken zijn hierover te maken?

. 

9

Goed geschud - Organisatieadviesbureau in Utrecht.

10 Eindtoets basisschool wordt doorstroomtoets | Schooladvies en eindtoets basisschool | Rijksoverheid.nl

13

2. Kwaliteit en toegankelijkheid. De gevolgen van corona op de leerprestaties van leerlingen zijn dit jaar nog zichtbaar. Ook zijn er in Rotterdam en in de rest van Nederland11 (grote) kwaliteitsverschillen tussen scholen. Scholen met vergelijkbare leerlingpopulaties bereiken niet dezelfde resultaten met hun leerlingen. Om de kwaliteit en toegankelijkheid van het onderwijs te verbeteren hebben we ingezet op vier sporen: 1. We nemen maatregelen op het gebied van de toegankelijkheid van de voorschool. 2. We stellen een kwaliteitskader en -monitor vast voor de vroegschool. 3. We zetten in op het verhogen van de onderwijskwaliteit en het verkleinen van schoolverschillen. 4. We maken afspraken over de optimalisatie en spreiding van het stedelijk onderwijsaanbod van primair, voortgezet en (voortgezet) speciaal onderwijs.

Wat hebben we bereikt? Voorschoolse educatie Tijdens de coronapandemie liep de deelname aan de Rotterdamse voorschoolse educatie door doelgroep­ peuters12 in 2020 aanzienlijk terug. In de afgelopen vier jaren schommelde het bereik van 3-jarige doelgroep­ peuters met de indicatie Extra spelen en leren rond de 80%. Het totale bereik van 2- en 3-jarige doelgroep­

peuters met de indicatie Extra spelen en leren nam namelijk af van 4.090 in 2019 naar 3.460 in 2020: een daling van 15%. Om het bereik onder doelgroeppeuters te verhogen is in het schooljaar 2021-2022 een campagne gevoerd met

11

Bronnen: Inspectie van het Onderwijs (2017). Staat van het onderwijs, 2017 en McKinsey (2020). Een verstevigd Fundament voor iedereen.

12

Een doelgroeppeuter is een peuter aan wie het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) de indicatie Extra aanbod spelen en leren afgeeft. Peuters krijgen een indicatie Extra aanbod spelen en leren als de ouder maximaal mbo-1 niveau heeft behaald, of als de thuistaal niet Nederlands is en de ouder maximaal mbo-4 niveau heeft behaald, of als uit de observatie van het CJG blijkt dat het kind een ontwikkelingsachterstand heeft. Peuters krijgen van

14

de houder een indicatie Gelijke kansen als hun ouders aantoonbaar gebruik maken van wettelijke schuldsanering.

een gratis en vrijblijvend kennismakingsaanbod voorschoolse educatie voor doelgroeppeuters. In het voorjaar van 2022 is deze campagne geëvalueerd. De actie had onvoldoende effect en is daarom in overleg met de kinderopvanginstellingen beëindigd. Vanuit de kinderopvanginstellingen blijven we signalen ontvangen dat de deelname aan voorschoolse educatie achterblijft. De angst voor corona en de negatieve publiciteit van de Toeslagenaffaire spelen hier waar­ schijnlijk mee.

Om het bereik te verbeteren werden in 2022 gebieds­ analyses gemaakt van aanbod en gebruik van voor­ schoolse educatie. In samenspraak met kinderopvang­ instellingen, basisscholen en sleutelfiguren uit de wijk willen we het belang van voorschoolse educatie nog beter voor het voetlicht brengen bij de ouders van peuters met een (risico op) taal- of ontwikkelingsachter­ stand.

Figuur 5. Totaal aantal driejarige Rotterdamse doelgroeppeuters en het bereikte aantal en percentage van deze driejarige doelgroeppeuters met het extra aanbod spelen en leren 3500 100% 86% 3.141

3000

80%

3.164

80%

81%

80%

79%

2018

2019

2020

2021

60% 2.722

2500

2.688

2.510

2.764 40%

2.560

2.330

20% 2.150

2000

2017

2018

2019

2020

2.190 2021

0%

totaal aantal 3-jarige doelgroeppeuters

2017

% bereikte 3-jarige doelgroeppeuters

bereikte aantal 3-jarige doelgroeppeuters 2021-00

Bron: Feitenkaart VVE-monitor, OBI, gemeente Rotterdam 2022.

15

Figuur 7: Percentage Rotterdamse basisschoolleerlingen op het streefniveau van de Figuur 6. Percentage Rotterdamse basisschoolleerlingen13 op het streefniveau14 van de referentieniveaus referentieniveaus taal,2015-2016 lezen en t/m rekenen van 2015-2016 t/m 2018-2019 taal, lezen en rekenen van 2020-2021¹⁵ 17

18

75%

Taal

50%

57,2%

54,4%

2015-2016

2016-2017

58,0%

57,4%

2017-2018

2018-2019

67,3%

69,7%

53,4%

25% 0%

2020-2021

75%

Lezen

65,2%

50%

60,4%

68,5%

25% 0%

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

37,7%

42,1%

42,6%

42,9%

2015-2016

2016-2017

2017-2018

2018-2019

2020-2021

75%

Rekenen

50% 25% 0%

40,9% 2020-2021

Bron: CBS, SSB, bewerking Risbo/OBI 2022

Bron: CBS, SSB, bewerking Risbo/OBI 2020, iconen: flaticon

Onderwijskwaliteit De referentieniveaus van taal, lezen en rekenen geven een beeld van het percentage leerlingen dat het streef­ niveau behaalt. De referentieniveaus worden bepaald aan de hand van de eindtoetsen. In schooljaar 2019-2020 is geen eindtoets afgenomen en in schooljaar 2020-2021 hebben de uitslagen geen officiële status. In het school­ jaar 2021-2022 zijn weer eindtoetsen afgenomen bij leerlingen van groep 8. Door de impact van corona en de verschillen in status van de eindtoetsen van afgelopen jaren is het moeilijk met elkaar te vergelijken en te duiden. Daarnaast is nog steeds de impact van corona terug te zien in de cijfers.

scholen gemiddeld in Nederland. Splitsen we het herstelvermogen uit naar de verschillende vakken, dan zien we dat met name spelling er in positieve zin uit­ springt. Rekenen en begrijpend lezen zitten weer op het niveau van voor corona. In oktober 2022 zijn twee scholen in het primair onder­ wijs als onvoldoende en twee als zeer zwak beoordeeld door de Inspectie van het Onderwijs. In het (voorgezet) speciaal onderwijs is één school als zeer zwak beoor­ deeld.

Optimalisatie onderwijsaanbod po en vo Uit landelijk onderzoek16 blijkt dat de leervertragingen bij rekenen, wiskunde en spelling nog steeds groot zijn. Begrijpend lezen gaat weer net zo goed als voor corona. In Rotterdam is onderzoek16 gedaan door een aantal schoolbesturen naar het herstel in de vakken rekenen, spelling en begrijpend lezen. Hierin komt naar voren dat in Rotterdam een sterk herstel te zien is, sterker dan op

13

De gemeente is verantwoordelijk voor het goed huis­ vesten van scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs en investeert daarom fors in onderwijshuis­ vesting. Onder andere om de kwaliteit van de huis­ vesting van scholen te verbeteren, maar ook om een evenwichtiger onderwijsaanbod in de stad te realiseren.

Het gaat hierbij om alle Rotterdamse leerlingen die op een bassischool zitten. Bij het opstellen van de targets is uitgegaan van cijfers over referentieniveaus van alle leerlingen op Rotterdamse scholen. In het dashboard Onderwijs staan ook de referentieniveaus van alle leerlingen op Rotterdamse basisscholen in vergelijking met de G4 en landelijk.

14 Bij taal en lezen is het streefniveau (1S) gelijk aan referentieniveau 2F. Bij rekenen zijn 1S en 2F samengevoegd sinds dit schooljaar. Daarom wijken de gepresenteerde cijfers iets af van de cijfers in de vorige voortgangsrapportage waarin alleen 1S was meegenomen. 15 DUO geeft aan dat door discrepantie in de normering de referentieniveaus voor schooljaren 2018-2019 en 2020-2021 niet volledig vergelijkbaar zijn over de gehele linie heen. Dit betekent niet dat de referentieniveaus onbruikbaar zijn geworden, maar dat we voorzichtig moeten zijn met conclusies. 16 Factsheet NCO leergroei mei 2022. Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs | Factsheets leergroei

16

16 Document RotterdamRaad - [22bb005066] Bijlage behorende bij 22bb5034 over Impact 2 jaar corona op kernvakken leerjaar 6-8 - iBabs RIS

Figuur 7. Inspectieoordelen scholen in het (speciaal) basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs op 1 september 2019, 2020, 2021 en 2022 Goed

Voldoende

Onvoldoende of (zeer) zwak

Zonder (actueel) oordeel

2022

18

52

4

127

2021

13

51

4

137

2020

11

51

5

139

2019

5

159

2

40

Goed

Voldoende

Onvoldoende of (zeer) zwak

Zonder (actueel) oordeel

2022

4

15

1

17

2021

4

15

0

19

2020

2

8

0

27

2019

2

33

0

6

(Speciaal) basisonderwijs

(Voortgezet) speciaal onderwijs

Bron: DUO, inspectieoordelen, 1 september 2019, 2020, 2021, 2022

2.1 Beleidsindicator: Gedragen afspraken over optimalisering van stedelijk aanbod in het primair onderwijs

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2020-2023 (IHP) In samenwerking met het Rotterdamse onderwijs is het Integraal Huisvestingsplan 2020-2023 (IHP)17 18 opgesteld. Hierin staat hoe de huisvesting van Rotter­ damse scholen in de komende jaren gerenoveerd of vernieuwd wordt. Het IHP kent twee centrale ambities die vooruitkijken naar 2035. Een evenwichtiger onder­ wijsaanbod en een betere kwaliteit van de huisvesting. Daarnaast is het IHP voor gymzalen vastgesteld. Er is een start gemaakt met een nieuw Integraal Huisvestingsplan voor 2024-2027. Daartoe is in 2022 een 0-meting uitgevoerd, om te komen tot een nieuwe lijst van panden die in aanmerking komen voor ver­ vangende nieuwbouw of renovatie. Het IHP Gym wordt hierin geïntegreerd. In 2022 zijn er 8 nieuwe school­ gebouwen opgeleverd.

Huisvestingsprogramma 2022 Op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs Rotterdam kunnen schoolbesturen jaarlijks voor 15 oktober een aanvraag indienen voor huis­ vestingsvoorzieningen via het gemeentelijk huis­ vestingsprogramma. Bijvoorbeeld voor de uitbreiding van een schoolgebouw, tijdelijke huisvesting, mede­ gebruik en ingebruikname. Schoolbesturen hebben 124 aanvragen ingediend, die zijn opgenomen in het huisvestingsprogramma 2022. Sinds 2021 kunnen schoolbesturen ruimte voor voorschoolse educatie aanvragen. Hierdoor is de huisvesting van voorschoolse educatie binnen de basisschool op veel plaatsen gegarandeerd. In 2021 is hiervan op grote schaal gebruikgemaakt. In 2022 betreft het nog slechts enkele aanvragen (6).

17 integraalHuisvestingsplanOnderwijsRotterdamDeel1.pdf 18 IHP-Onderwijs-Rotterdam-2020-2023-deel-2.pdf (onderwijs010.nl)

17

Figuur 8. Inspectieoordelen afdelingen in het voortgezet onderwijs op 1 september 2019, 2020, 2021 en 2022 Goed

Voldoende

Onvoldoende of (zeer) zwak

Zonder (actueel) oordeel

2022

19

21

0

83

2021

20

23

5

91

2020

19

44

2

81

2019

13

62

3

61

Voortgezet onderwijs

Bron: DUO, inspectieoordelen, 1 september 2019, 2020, 2021, 2022

Ventilatie in scholen Goede ventilatie is van belang voor een gezond binnen­ klimaat. De coronacrisis heeft het belang hiervan benadrukt. Het Rijk heeft hiervoor middelen beschikbaar gesteld door de Specifieke Uitkering Ventilatie In Scholen (SUVIS). Dit is een uitkering voor scholen om het binnenklimaat van bestaande schoolgebouwen te verbeteren. Landelijk is hiervoor 200 miljoen euro beschikbaar gesteld. Gemeenten konden in overleg met schoolbesturen een aanvraag indienen. Het gaat hierbij vooral om de financiering van de bouw- en installatie­ kosten. Tot 30 april 2022 was er de mogelijkheid om een aanvraag in te dienen. De gemeente heeft 51 aanvragen ingediend, waarvan er 45 door het Rijk zijn toegekend. Vanaf 18 juli 2022 is de Maatwerkregeling ventilatie op scholen beschikbaar (140 miljoen euro landelijk). Dit is een vervolg op de SUVIS-regeling en bedoeld om de meest urgente ventilatieproblemen bij scholen aan te pakken. Net als de SUVIS-regeling is deze regeling op basis van cofinanciering. 2.2 Beleidsindicator: Vastgestelde optimalisatie van spreiding en aanbod vo op Noord

Herontwerp voortgezet onderwijs op Zuid Doelen van het convenant Voortgezet onderwijs Rotterdam-Zuid zijn betere huisvesting, meer plek voor leerlingen, variatie in het onderwijsaanbod, spreiding van scholen en een betere doorstroming naar verschil­ lende onderwijsniveaus. De nieuwbouwprojecten uit het convenant zijn in voorbereiding. De verwachte op­ levering van scholen in het Stadionpark is in 2025.

18

Het Zuider Gymnasium is in het eerste kwartaal van 2022 opgeleverd en in gebruik genomen. Verder is in 2021 besloten dat de gemeente, stichting BOOR en Hogeschool Rotterdam samenwerken aan een nieuw schoolcomplex in het ontwikkelgebied Parkstad, de Onderwijslocatie Laan op Zuid. Een unieke samen­ werking tussen het voortgezet en hoger onderwijs en een verrijking van het onderwijsaanbod op Zuid. De nieuwbouw is naar verwachting in 2026 klaar. Dat er nu meer ruimte komt voor hoger onderwijs past ook bij de ambitie van de gemeente Rotterdam en de onder­ wijspartners voor meer hoger onderwijs op Zuid.

Afspraken vo op Noord In vervolg op de afspraken in het herontwerp VO op Zuid zijn in 2020 afspraken gemaakt tussen alle school­ besturen voor voortgezet onderwijs over het aanbod op Noord. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen 2021-2026. Er zijn een aantal inhoudelijke afspraken gemaakt over het verbete­ ren van kansengelijkheid, betere voorbereiding van leerlingen op de toekomst en gezamenlijke werving. Daarnaast zijn afspraken gemaakt over adequate huisvesting en maximumaantal leerlingen. Scholen die de laatste jaren meer aanmeldingen kregen dan er plaats was, krijgen meer ruimte door tijdelijke huisvesting te vervangen door permanente uitbreiding. Dat betreft het Laurens Lyceum, Montessori Lyceum en Rudolf Steiner College.

Figuur 9. Aanvraag schoolontwikkelingsbudget

taal en rekenen

208

training en/of ontwikkeling personeel

125

overig

75

mentorprogramma en/of huiswerkbegeleiding

30

12

ouderbetrokkenheid

0

50

100

150

200

250

Bron: Gemeente Rotterdam, afdeling Onderwijs, 2022

Subsidie Voor het verbeteren van de schoolprestaties, het verkleinen van de schoolverschillen en het wegwerken van coronavertragingen, zijn afspraken gemaakt met scholen. Het Rotterdams beleid biedt sterke scholen de ruimte om te doen waar ze goed in zijn: onderwijskansen vergroten. Over scholen waar de onderwijskwaliteit tekort dreigt te schieten, maakt de gemeente afspraken met de schoolbesturen. De subsidie aan deze scholen richt zich volledig op onderwijskwaliteit. Bij deze scholen denken experts ook mee in de plannen om de beoogde resultaten te behalen. Scholen die het schoolontwikkel­ budget alleen mochten inzetten voor verbetering van de onderwijskwaliteit, zetten het budget vooral in voor taal en rekenen en training en ontwikkeling van het

­personeel. Het vroegtijdig signaleren van problemen en de inzet van een verbeterplan, moeten voorkomen dat de scholen afglijden naar een onvoldoende inspectie­ oordeel. Het is positief dat schoolbesturen hierin samen met de gemeente optrekken. Schoolbesturen hebben op 226 scholen het school­ ontwikkelbudget ingezet op het thema kwaliteit en toegankelijkheid. Met dit budget organiseerden ­besturen ook activiteiten rondom taal en rekenen, training en ontwikkeling van personeel, mentorprogramma's, huiswerkondersteuning en ouderbetrokkenheid (zie figuur 9).

19

Organisatie en uitvoering 2023 Voor- en vroegschoolse educatie In 2023 zetten we onverminderd in op het bereiken van zo veel mogelijk doelgroeppeuters voor de voorschoolse educatie. We gebruiken de in 2022 gemaakte gebieds­ analyses om succesfactoren te benoemen en die te gebruiken in gebieden waar het bereik lager is dan gemiddeld. Daarbij brengen we samen met de kinderopvang­ instellingen, scholen, maatschappelijke partners en sleutelfiguren in de wijk het belang van voorschoolse educatie nog beter voor het voetlicht bij ouders van peuters met een (risico op) taal- of ontwikkelings­ achterstand.

Onderwijskwaliteit De verbetering van schoolprestaties en het verkleinen van schoolverschillen houdt ook in 2023 de focus. Het schoolontwikkelingsbudget wordt door scholen gebruikt om ingezette ontwikkelingen te versterken. Hierover maken we afspraken met de schoolbesturen.

Optimalisatie onderwijshuisvesting

.

Dit gaan wij doen: We starten en voeren zoveel mogelijk projecten uit die opgenomen zijn in de Integrale Huisvestings Plannen (onderwijs en gym). In 2023 verwachten we de oplevering van 17 projecten. De permanente uitbreiding van Laurens Lyceum, Montessori Lyceum en Rudolf Steiner College wordt in gang gezet. In 2023 wordt het Integraal Huisvestings Plan Onderwijs (2024-2027) opgeleverd. In het nieuwe IHP willen we gebruik maken van gebiedsanalyses (wijkindex). We vinden het belangrijk dat de investeringen in nieuwe school­ gebouwen ook een bijdrage leveren aan wat nog meer nodig is in de wijk.

. . .

20

3. Aansluiting onderwijs-jeugdhulp. In Rotterdam willen we de ontwikkelkansen voor alle Rotterdamse kinderen en jongeren vergroten. Ook voor de kinderen en jongeren voor wie extra ondersteuning, hulpverlening en zorg nodig is. Daarvoor werken we aan een dekkend ondersteuningsaanbod waarin het aanbod aan onderwijs en zorg op elkaar afgestemd is. Doel daarvan is dat er voor ieder kind een vorm van onderwijs (of in bredere zin ontwikkeling) beschikbaar is, waar nodig in combinatie met (jeugd)hulp. Voor kinderen en jongeren die geen onderwijs kunnen volgen op school, dragen we eraan bij dat zij op een zorglocatie ook een vorm van ­ontwikkelingsgericht aanbod krijgen. Bij de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp werken gemeente, samenwerkings­ verbanden voor passend onderwijs en scholen samen voor een goede afstemming tussen de hulp en ondersteuning die de school en de samenwerkingsverbanden bieden en die de gemeente biedt. Vanuit de gemeente gaat het om preventief aanbod, wijkteams en ­gecontracteerde zorg- en hulpverleningsinstanties. Aangezien het onderwijs en de gemeente handelen op basis van verschillende wet- en regelgeving is dit een complexe opgave. Maar onderwijsveld, (jeugd)zorgaanbieders en gemeente willen dit samen voor elkaar krijgen. Het onderwijs en de kinderopvang vormen samen belangrijke leefwerelden van ­kinderen.

Ze zijn daarmee ook de meest logische plekken om verbinding te leggen tussen de thuissituatie, talentontwikkeling en ondersteuning op maat. Dat vraagt om een goede ­organisatie van de aansluiting tussen school en jeugdhulp via de wijkteams en het CJG. Dan kunnen we eerder hulp bieden en verergering van problemen voorkomen.

Wat hebben we bereikt? Thuiszittersaanpak 3.1 Beleidsindicator: Eind 2020 zit geen kind langer dan drie maanden thuis zonder een passend aanbod van onderwijs en/of zorg19.

19

Deze doelstelling was opgenomen in de G4-aanpak thuiszitters.

In Rotterdam registreert de Taskforce Thuiszitters op basis van de cijfers van leerplicht het aantal thuiszitters (zonder vrijstelling), de redenen van thuiszitten en de uitstroom. Het totaal aantal leerlingen dat thuiszit, is gestegen van 340 leerlingen in schooljaar 2020-2021,

21

naar 429 leerlingen in het schooljaar 2021-2022. Van deze leerlingen zitten er 260 langer dan drie maanden thuis zonder een passend aanbod aan onderwijs en/of zorg. Het algemene beeld is dat corona heeft geleid tot een toename van mentale problematiek, die kan leiden tot schoolziekteverzuim en zelfs tot uitval en thuiszitten van leerlingen. Bij thuiszittende leerlingen is sprake van zeer complexe problematiek. Verschillende factoren op school, in de thuissituatie en bij de kinderen zelf spelen een rol. Maatwerk en combinaties van inzet vanuit onderwijs en zorg zijn nodig. Ondanks hoge prioriteit die aan aanwezigheid op school wordt gegeven, blijft het lastig om op korte termijn het juiste passende aanbod voor deze leerlingen te realiseren. Vaak kost dit meer tijd dan drie maanden. Het tweesporenbeleid dat we in Rotterdam volgen naar landelijk en internationaal voorbeeld is: inzetten op aanwezigheid (de preventieve aanpak) aanbieden van onderwijs en/of jeugdhulp die het kind nodig heeft om leren en ontwikkelen mogelijk te maken.

. .

In het kader van de preventieve aanpak wordt door het CJG, de interventie Preventieve Aanpak Terugdringen Schoolziekteverzuim (PATS) uitgevoerd op 40 vo scholen. In het po is op vier pilotscholen begonnen met het voeren van het ‘Oog voor de startgesprek’, ­geïnitieerd door de gemeente met PPO. Doel is bewust­ wording over aanwezigheid te vergroten en het gesprek te voeren over hoe de aanwezigheid van kinderen op school te bevorderen. Ook wordt in dit gesprek met de

school (directeur, intern begeleider) en de partners (CJG, smw, wijkteam, Leerplicht en de begeleider passend onderwijs van PPO) afspraken gemaakt wie wat doet bij verzuim om de kinderen, ouders en leerkracht optimaal te ondersteunen en te voorkomen dat het verzuim tot uitval leidt. Voor het tweede spoor, het tijdig aanbieden van onderwijs en/of jeugdhulp, zijn scholen, de samen­ werkingsverbanden en gemeente gezamenlijk aan zet. Zij werken samen in de Taskforce Thuiszitters. De Task­force komt driewekelijks bij elkaar en loopt de lijst van thuiszittende leerlingen door, die door Leer­ plicht wordt aangeleverd. De Taskforce heeft mandaat om kinderen op school te plaatsen. Daar waar kinderen jeugdhulp nodig hebben wordt het wijkteam als verbinder ingezet. Het oplossingspercentage van het kernteam voor het totaal (5-18 jaar) is 83 procent, één procent hoger dan vorig jaar. Voor ongeveer twintig thuiszittende Rotterdamse leerlingen bleek het Zorg Onderwijs Centrum het afgelopen jaar een goede oplossing. Deze zorg­ onderwijs­voorziening biedt trajecten aan thuiszittende leerlingen. In navolging van de huidige voorzieningen zijn in 2022 voorbereidingen getroffen voor ­ont­wikkelings- en onderwijsgerichte dagprogramma’s in de nieuwe inkoop jeugdhulp.

Verwacht wordt dat deze programma’s voorkomen dat leerlingen thuis komen te zitten en dat zij een plek bieden voor leer­ lingen die zijn uitgevallen.

Figuur 10. Totaal aantal Rotterdamse thuiszitters van 5 -18 jaar (opgelost en onopgelost) naar schooljaar 600 500 400 300

429

427 362

339

354

2017-2018

2018-2019

340

200 100 0 2016-2017 Bron: Gemeente Rotterdam, 2022

22

2019-2020

2020-2021

2021-2022

Leerrecht 3.2 Beleidsindicator: Het aantal leerplichtvrijstellingen in verband met fysieke en psychische beperkingen is in 2020 met minimaal 10% gedaald ten opzichte van schooljaar 2015-2016. Toen waren er 325 van deze vrijstellingen.

Dit heeft grotendeels te maken met het vergroten van de bekendheid van de mogelijkheden voor de inzet van de Beleidsregel Maatwerk in onderwijstijd voor leerlingen met een beperking20. Via deze beleidsregel kan een school voor leerlingen die vanwege een psychische of lichamelijke beperking tijdelijk of niet volledig naar school kunnen, een op maat gemaakt onderwijs­programma aanbieden door af te wijken van het minimumaantal uren onderwijstijd.

De stijgende lijn van deze vrijstellingen (in juridische termen: vrijstellingen 5 onder a) heeft zich ook in het afgelopen schooljaar doorgezet. De stijging ten opzichte van het vorig schooljaar is met name te zien in het mbo en bij kinderen die al voordat zij zich op school zouden moeten inschrijven een vrijstelling behoeven. Er wordt onderzocht waar deze groei vandaan komt. Een verklaring die voor de hand ligt is de onderbroken ontwikkeling van kinderen en jongeren door de corona­ maatregelen. Het aantal jongeren in het voortgezet onderwijs dat een vrijstelling nodig heeft is gedaald.

In de afgelopen jaren zijn er verschillende leerrecht­ pilots opgezet. Dit zijn onderwijs-zorgcombinaties, waarmee kinderen met een grote zorgbehoefte die niet binnen het regulier onderwijs gedijen en niet passen binnen het huidige gespecialiseerde onderwijsaanbod, toch een combinatie van zorg en onderwijs kunnen krijgen. In Rotterdam zijn er vijf leerrechtpilots: Goudse­ plein, ABA-Huis, Willeboerschool, Tyltylschool en de Dr. A. van Voorthuysenschool. In het jaar 2022 is een evaluatie over deze pilots gepubliceerd. Besloten is om deze pilots op te laten gaan in de nieuwe inkoop jeugdhulp, in de dagprogramma’s.

Figuur 11. Aantal leerplichtvrijstellingen in verband met fysieke en psychische beperkingen (vrijstelling 5 onder a)

560

2021-2022 498

2020-2021 415

2019-2020 386

2018-2019 350

2017-2018 2016-2017

312

0

100

200

300

400

500

600

Bron: Gemeente Rotterdam, Leerlingregistratie, 2022

20 Maatwerk in onderwijstijd voor leerlingen met een beperking | Onderwijstijd | Inspectie van het onderwijs (onderwijsinspectie.nl)

23

Onderwijs-zorgarrangementen (OZA) Voor kinderen met een psychische of mentale beperking is het niet altijd mogelijk om zonder extra hulp het onderwijs te kunnen blijven volgen. Met een onderwijs­ zorgarrangement (OZA) worden deze kinderen tijdelijk ondersteund. Daardoor kunnen zij weer, eventueel met ondersteuning vanuit het onderwijs, zelfstandig de lessen te volgen. Tot en met juli 2022 was het aanbod OZA op alle scholen ingekocht als overige voorziening. Dat wil zeggen dat de toegang tot deze vorm van jeugdhulp niet liep via het wijkteam, maar via de zorgonderwijsspecialist van MEE (ZOS). Daarnaast was collectief inzetten van OZA mogelijk, om negatief groepsgedrag aan te pakken of leerkrachten te versterken. Op deze manier zijn tussen januari en juli ruim 300 leerlingen bereikt, 161 met een individueel traject en circa 145 met een collectief aanbod. In 2022 heeft de inkoop van jeugdhulp plaatsgevonden. Voor de inzet van jeugdhulp op school is ervoor gekozen een samenhangend aanbod te realiseren met de jeugdhulp thuis. Het bieden van jeugdhulp op school kan daarmee nu via verschillende inkoopsporen ingezet worden. Van kort- tot langdurend, van weinig tot zeer intensief, van regulier onderwijs tot vormen van dagprogramma’s, waar zorg en onderwijs samenkomen. Dit zal vanaf 1 januari 2023 starten. Van 1 augustus tot en met 31 december 2022 gold daarom een overgangsregeling.

Daarin is zorgcontinuïteit gegarandeerd voor kinderen die doorlopend extra ondersteuning op school nodig hebben. Ook voor de meest urgente nieuwe problemen is een oplossing gevonden. Via deze regeling ontvangen kinderen in bijzondere groepen, zoals de Begeleiding en Onderwijsgroep (basisonderwijs, 30 kinderen) en de School2Care groep (voortgezet onderwijs, 18 kinderen) de ondersteuning die zij nodig hebben. Ook in het regulier onderwijs is zorgcontinuïteit mogelijk gemaakt en is nieuwe instroom mogelijk voor de meest urgente situaties. Hiervan maken circa 10 kinderen gebruik. Voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, het praktijk­ onderwijs en een klein deel van mbo-1 is op 1 september 2022 gestart met de uitvoering van OZA Specifiek. Met OZA Specifiek is beschikkingsvrije inzet van jeugdhulp mogelijk, binnen een vastgesteld jaarbudget voor de school. Het is aan school en de aanbieder, met de zorgonderwijsspecialist als adviseur, om te bepalen voor wie de hulp noodzakelijk is en ook om op tijd af te schalen. Op deze manier kunnen ook nieuwe trajecten gedurende het gehele jaar opstarten. Ook wordt actief

24

ingezet op het verminderen van handelingsverlegenheid van het schoolteam (leerkracht e.a.), zodat in de toekomst de scholen op meer vragen zelf een antwoord kunnen vinden. In de periode september – november zijn 145 kinderen een individueel traject gestart, zijn er circa 200 bereikt met een groepsgerichte aanpak en zijn 26 leerkrachten of schoolteams ondersteund met een training of coaching on the job.

Passende kinderopvang 3.3 Beleidsindicator: Eind 2022 zijn de beleidsplannen uit het plan ‘PACT Jonge Kind’, met afspraken tussen ­gemeente, zorginstellingen, het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG), de Gemeentelijke Gezondheidsdienst (GGD) en voorschoolse instellingen, uitgeprobeerd. En worden de condities ­gerealiseerd om de kinderen met zorgvragen te bereiken, te begeleiden en te plaatsen binnen de voor­scholen.

In het voorjaar van 2021 is het implementatieplan PACT Jonge Kind opgesteld. De acties in dit plan zijn bedoeld om jonge kinderen (in de leeftijd van kinderopvang en overgang naar het primair onderwijs) met zorgvragen goed te plaatsen. En om hen en hun ouder(s) de hulp te bieden die zij nodig hebben. In het plan beschrijven we vier actielijnen: 1. Multidisciplinaire intakecommissie kinderopvang­ Plus (KOPlus) 2. Jeugdhulp in de KOPlus 3. Versterken zorgstructuur reguliere kinderopvang 4. Samen met Ouders In 2022 is PACT Jonge Kind getest in vier pilotgebieden: Kralingen-Crooswijk, Charlois, Delfshaven en ­Feijenoord. Begin 2023 nemen we, mede op basis van onderzoek, een beslissing over stedelijke i­ mplementatie.

.

Verder werkten we in 2022 aan het: verbreden van draagvlak voor het plan, zowel stedelijk (ondertekend Startakkoord PACT Jonge Kind) als in de pilotgebieden (Kernteams PACT Jonge Kind en netwerkbijeenkomsten per pilot­ gebied) het monitoronderzoek bij de vier actielijnen door Onderzoeks- en adviesbureau Oberon verder uitwerken van de vier actielijnen, inclusief implementatie en doorontwikkeling in 2023

. .

Basisondersteuning op school Schoolzorgteams Kinderen in kwetsbare thuissituaties hebben het tijdens de coronacrisis extra zwaar gehad. Vanuit het NPO heeft de gemeente Rotterdam de ondersteuning en zorg voor kinderen op de scholen met een hoge tot zeer hoge weging verstevigd via schoolzorgteams. In jeugd gespecialiseerde wijkteammedewerkers werken daardoor minimaal vier uur per week vanuit de school. Zorgprofessionals in de school kunnen sneller en makkelijker in overleg met het wijkteam over de zorg voor deze kinderen. En de wijkteammedewerkers zijn beter aanspreekbaar voor de ouders die hulp zoeken voor hun kind of situatie. Op dit moment zijn er 45 schoolzorgteams actief in Rotterdam.

Inzet schoolmaatschappelijk werk Schoolmaatschappelijk werk (smw) in Rotterdam is een laagdrempelige en kortdurende voorziening, die problematiek in de ontwikkeling van leerlingen vroeg­ tijdig kan signaleren en aanpakken. Smw zet in op kortdurende hulpverlening, schoolondersteuning en toeleiding naar andere vormen van hulp. Goed en voldoende smw is een belangrijk onderdeel in de basis bij de aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp. Met de NPO-middelen is de capaciteit van het school­ maatschappelijk werk verder uitgebreid op scholen

waar een schoolzorgteam actief is. Hiermee kan beter en consequenter voorzien worden in preventie, vroeg­ signalering en lichtere vormen van hulpverlening op scholen

Herijking schoolmaatschappelijk werk In 2020 is gestart met de herijking van smw. Doel van de herijking is om de effectiviteit van de in te zetten uren smw op scholen te verbeteren. Daarvoor is het nodig dat de functie op iedere school op dezelfde manier wordt uitgevoerd. En dat er binnen de functie ruimte is om te differentiëren al naar gelang de behoefte en (gezins)problematiek van de leerlingen op de school. In maart 2022 is met de schoolbesturen uit het po de afspraak gemaakt voor gezamenlijk opdracht­ geverschap voor de aanbieders smw op basis van een gezamenlijk vastgesteld sturings- en kwaliteitskader. Dat houdt in dat de gemeente en schoolbesturen naast samen financieren, ook samen gaan sturen en ­monitoren op de beoogde resultaten van smw po.

Subsidie Op 38 scholen zetten schoolbesturen het school­ ontwikkelbudget in op het thema aansluiting onderwijs-­ jeugdhulp.

Figuur 12. Schoolmaatschappelijk werk primair onderwijs 2022

193

scholen

51.548

leerlingen

45.655 uren SMW per leerjaar

3.174.907

miljoen euro per jaar

Bron: Gemeente Rotterdam, Leerlingregistratie, 2022

25

Organisatie en uitvoering 2023 Thuiszittersaanpak

Passende kinderopvang

In 2023 blijven we nadrukkelijk inzetten op de ­preventieve aanpak van thuiszitters door: voortzetting van de interventie PATS op het vo en het speciaal onderwijs gesprekken en communicatieactiviteiten over stimuleren van aanwezigheid op het po

In 2023 ligt het accent op het uitvoeren van het actie­ plan ‘PACT Jonge Kind’ in alle gebieden van Rotterdam. De uitvoeringsfase loopt van februari tot en met december 2023. Per gebied worden kernteams Jonge Kind samengesteld. De stuurgroep en de project­ groepen volgen de ontwikkelingen binnen het kernteam Jonge Kind.

. .

Daarnaast blijft de Taskforce Thuiszitters zich inzetten om de kinderen weer snel naar school te helpen en bij zorgcasussen de verbinding te leggen met het wijkteam voor jeugdhulpaanbod door: versnellen van de zorgroute inzetten van zorg/onderwijsspecialisten bij de wijkteams

. .

Ook wordt het aanbod voor thuiszittende kinderen uitgebreid: in samenwerking met schoolbesturen en samen­ werkingsverband PPO starten vier aanvangsklassen po voor jonge kinderen om hen te behouden voor het regulier onderwijs er komt aanbod van onderwijs- en ontwikkelings­ gerichte daghulp vanuit de nieuwe inkoop jeugd­ hulp. Dit aanbod start vanaf juli 2023

. .

Leerrecht

. De vijf huidige leerrechtpilots worden verduurzaamd

.

26

in de nieuwe inkoop jeugdhulp. Vanuit NPO-middelen van het Rijk onderzoekt PPO waar kinderen (4-12 jaar) met een vrijstelling 5 onder a verblijven en hoe de inzet van PPO hier het meest effectief op kan worden afgestemd. Koers VO onderzoekt onder de noemer ‘Wel in Ontwikkeling’ wat nog mogelijk is aan het stimuleren van het leren en ontwikkelen van 12+ jeugdigen, die een vrij­ stelling 5 onder a hebben. Deze inzet wordt afge­ stemd met de gemeente. Het ministerie van OCW komt met een voorstel tot een wetswijziging verzuim. Deze stelt een andere verzuimprocedure voor. Bij het geven van een vrijstelling bij kinderen wordt het advies van de samenwerkingsverbanden meegenomen. De verwachting van het ministerie is dat het verzuim met de uitvoering van dit wetsvoorstel terug­ gedrongen wordt. De gemeente zal hier uitvoering aan geven.

Basisondersteuning op school In 2023 wordt verder gewerkt aan de invoering van schoolzorgteams op de resterende scholen in ­Rotterdam. Voor smw wordt in het eerste kwartaal van 2023 de nieuwe subsidieregeling smw 2024 opgesteld. De bedoeling is dat vanaf 2024 volgens de nieuwe bekostigingssystematiek en het nieuwe verdeelmodel aanbieders smw subsidies kunnen aanvragen voor de uitvoering van smw op de po scholen in hun ­werkgebied.

Vooruitblik Jeugdhulp in het onderwijs 2023 Vanaf 1 januari 2023 wordt jeugdhulp in het onderwijs ingezet via verschillende inkoopsporen. Daardoor wordt een passende combinatie van onderwijs en zorg ge­organiseerd voor alle kinderen die dat nodig hebben. Binnen het gespecialiseerd onderwijs en praktijk­ onderwijs en enkele zorgklassen in mbo-1 wordt OZA Specifiek ingezet. Voor kinderen die (nog) niet in staat zijn het onderwijs­ programma (geheel) te volgen zijn er dagprogramma’s. Daarbij werkt de gemeente samen met scholen, samenwerkingsverbanden en zorgaanbieders om deze dagprogramma’s te realiseren. In een dagprogramma wordt veel zorg geboden, maar er is altijd sprake van een vorm van onderwijs. Zodat de aansluiting op school behouden blijft en het kind zo snel als mogelijk kan instromen op een passende school. Voor sommige kinderen zal volledig instromen in het onderwijs misschien niet mogelijk zijn. Voor hen zijn er ontwikkelings­gerichte dagprogramma’s. Daardoor kan ook bij hen gewerkt worden aan het maximaal­ ­ontwikkelen van vaardigheden voor een zo optimaal mogelijke ontwikkeling.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=1441f45a-3d5d-4d5d-9d8d-10f7cef7cda7