[23bb001620] Bijlage behorende bij 23bb1623 - Ontwerpbestemmingsplan Pompenburg
Tekst van het document
90/174
Groepsrisico spoor Het groepsrisico in de referentiesituatie 2022, plansituatie 2022 en Doorkijk 2032 is weergegeven in de onderstaande tabel. Tabel 7.9.1 Groepsrisico per beschouwde situatie
Uit tabel 7.9.1 blijkt dat het groepsrisico ten gevolge van het plan toeneemt van 1,33 maal de oriëntatiewaarde in de referentiesituatie tot 4,76 maal de oriëntatiewaarde in de plansituatie. De hoogte van het groepsrisico is in de plansituatie hoger dan 1.0 maal de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat voor het plan een verantwoording van de categorie zwaar doorlopen dient te worden. Een zware verantwoording is uitgewerkt in een verantwoordingsdocument waarvan het bestuur in het kader van de besluitvorming expliciet op de hoogte wordt gebracht (zie paragraaf 7.9.4). In 2006 is een bestuurlijke afspraak is gemaakt tussen het Rijk en de gemeente Rotterdam over de stijging van het groepsrisico vanwege de ontwikkelingen in het Rotterdam Central District-gebied (destijds een nationaal Sleutelproject). Afgesproken is dat het groepsrisico voor het RCD-gebied niet hoger zal zijn dan 5,4 maal de oriëntatiewaarde. Het berekende groepsrisico past binnen deze afspraken. Verder blijkt uit tabel 7.9.1 dat na realisatie van de overige nog niet vastgestelde plannen (The Rise, ASR en Lumiere), het groepsrisico toeneemt tot 4,79 maal de oriëntatiewaarde. Ook dit past binnen de bestuurlijke afspraak. 7.9.2 Leidingen Het plangebied bevindt zich niet in het invloedsgebied van een buisleiding.
7.9.3 Inrichtingen Uit de inventarisatie van de risicokaart.nl blijkt dat het plangebied nabij de risicovolle inrichting David Lloyd Sport & Health Club aan het Benthemplein 10 te Rotterdam. De Sport & Health Club is niet verder in het onderzoek betrokken, omdat die volgens risicokaart.nl geen BRZO of BEVI inrichting is. 7.9.4 Verantwoording groepsrisico Conform het Beleidskader groepsrisico Rotterdam is een zware verantwoording van het groepsrisico noodzakelijk, omdat na uitvoering van bestemmingsplan Pompenburg het groepsrisico toeneemt van 1.33 maal de oriëntatiewaarde in de huidige situatie naar 4,76 maal de oriëntatiewaarde in de plansituatie en 4.79 maal de oriëntatiewaarde wanneer ook de projecten in de omgeving worden gerealiseerd. Het rapport met de verantwoording van het groepsrisico is opgenomen in bijlage 25.
91/174
Ten behoeve van de verantwoording is advies gegeven door de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond (VRR) omtrent onder andere de aspecten hulpverlening en zelfredzaamheid. De geadviseerde maatregelen zijn in onderstaand overzicht opgenomen. De maatregelen zijn een samenvoeging van de geadviseerde maatregelen uit de MER RCD en de geadviseerde maatregelen in het kader van het bestemmingsplan Pompenburg. 1. De gemeente draagt zorg dat alle bluswatervoorzieningen in Pompenburg integraal worden ontworpen en afgestemd op andere voorzieningen. 2. Binnen de 140 meter vanuit het spoor zal de gemeente het niet mogelijk maken om 'zeer' kwetsbare bestemmingen binnen het plangebied te realiseren. Dit overeenkomstig het beleid van de VRR. Dit beleid is opgenomen in bijlage 11. Onder zeer kwetsbare objecten wordt verstaan: Woonfunctie voor niet zelfredzame bewoners Kinderdagverblijf / Buitenschoolse opvang Penitentiaire inrichting Gezondheidszorgfunctie (kliniek, verpleeg- en verzorgingstehuis) Gezondheidszorgfunctie voor aan bed gebonden patiënten Onderwijsfunctie voor basis- en/of speciaal onderwijs (<12 jr) 3. Nieuwe gebouwen binnen het plangebied moeten zodanig worden geconstrueerd dat personen hier enkele uren in kunnen schuilen (“safe haven” principe). Hiervoor dienen deuren en ramen afsluitbaar te zijn.
Een nieuw gebouw zal conform de bouwregelgeving voorzien moeten zijn van een brandbeveiligingsinstallatie. Tevens moet het mechanische luchtverversingssysteem uitschakelbaar zijn. Voor nieuwe gebouwen zal de luchtinlaat van het ventilatiesysteem aan de luwe zijde (van het spoor af gericht) geplaatst worden en zal deze worden voorzien van een mogelijkheid om de inlaat in geval van nood te kunnen afsluiten. Bij de selectie van het te gebruiken ventilatiesysteem zal hiermee rekening worden gehouden. De gevels van toekomstige ontwikkelingen die gericht zijn naar het spoor worden gesloten uitgevoerd. 4. Een ongeluk met (zeer) brandbare vloeistoffen kan in een zone van 30 meter langs het spoor tot slachtoffers leiden. De gemeente zal bij ruimtelijke ontwikkelingen in dergelijke gebieden in het bestemmingsplan verantwoorden waarom binnen deze zone bouwen toch mogelijk wordt gemaakt. 5. Om de effecten van een plasbrand te beperken zullen bij de nieuwe gebouwen binnen het plangebied maatregelen worden getroffen aan de gevels die gericht zijn naar het spoor. Binnen een afstand van 30 meter (1% letaliteitcontour plasbrand) vanuit de rand van het spoor zullen de gebouwen zodanig gerealiseerd worden dat deze beschermd zijn tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO).
Door de gevel te beschermen tegen WBDBO kunnen personen langer in een gebouw verblijven en hebben hierbij mee gelegenheid het gebouw veilig te ontvluchten. Voor de gevels gericht naar het spoor kan gedacht worden aan blinde gevels of het beperken van het glasoppervlak. De gevels en of het glasoppervlak die gericht zijn naar het spoor behoren bestand te zijn tegen een warmtestralingsflux > 15 kW/m2. 6. De gemeente zal ervoor zorgen dat er overleg plaatsvindt met ProRail over de uitwerking en de realisatie van brandputten bij het spoor door ProRail. Hierbij zal de gemeente ook zorgdragen voor de bereikbaarheid van de brandputten voor bestrijding en voor hulpverlening. 7. De gemeente zal er voor zorg dragen dat de alle bluswatervoorzieningen in het plangebied integraal worden ontworpen en afgestemd worden met andere voorzieningen. 8. Voor nieuwe gebouwen in het plangebied zal gelden dat buiten het gebouw voldoende vluchtroutes moeten zijn waarlangs snel en veilig het effectgebied kan worden ontvlucht en dat het ontruimingsplan (aanvullend) moet voorzien in maatregelen om de gebruikers van de gebouwen op de gewenste wijze te laten vluchten.
92/174
9. De gemeente zal alvorens een omgevingsvergunning te verlenen aan een nieuwe ontwikkeling verlangen dat de initiatiefnemer een rapport overlegt waarin wordt beschreven wat de mogelijke vluchtroutes zijn (van de risicobron af) tot een veilig verzamelpunt buiten het effectgebied van een warme BLEVE en of plasbrand. In dat rapport moet ook worden vermeld binnen hoeveel tijd na alarmering deze verzamelpunten zijn bereikt in geval van een calamiteit. Aan de hand van het rapport zal de gemeente beoordelen of de gebruikers van het nieuw te bouwen gebouw (waarvoor planologische medewerking is vereist) in staat moeten worden geacht om tijdig op een veilige afstand van de (dreigende) warme BLEVE en of plasbrand te geraken. 10. De gemeente zal met de planontwikkelaars overeenkomen dat het wettelijke voorgeschreven ontruimingsplan zal worden aangevuld/aangepast zodat het tevens voorziet in de situatie dat buiten het gebouw een warme BLEVE en/of plasbrand dreigt. Vluchtwegen worden van het spoor af gericht, zodat het effectgebied veilig kan worden ontvlucht. 11. Kantoren en verblijfsfuncties (niet zijnde woningen) dienen voorzien te zijn van minimaal een alarmeringssysteem met gesproken woord. Zodat bij een (dreigend) incident op het spoor verteld kan worden wat werknemers en/of bezoekers moeten doen (“schuilen” of “ontruimen”). 12.
De gemeente zal de gebruikers van bestaande gebouwen in het plangebied actief benaderen en advies en begeleiding aanbieden bij het opstellen van een aanvulling op een ontruimingsplan. Dat betekent dat de gemeente samen met deze gebruikers o.a. in kaart zal brengen welke vluchtroutes beschikbaar zijn, welke aanpassingen wenselijk zijn, wat veilige verzamelpunten zijn en op welke wijze een effectieve ontruiming in en buiten de gebouwen kan worden georganiseerd. In de planregels zijn verschillende voorwaarden opgenomen om te borgen dat de benodigde maatregelen worden getroffen. Ten aanzien van de onder punt 2 genoemde maatregel (het uitsluiten van zeer kwetsbare bestemmingen binnen 140 meter van het spoor) is van belang dat het bestemmingsplan geen ruimte biedt voor zeer kwetsbare bestemmingen, ook niet op meer dan 140 meter van het spoor. De maatregelen onder punt 3 en 5 zijn vastgelegd in de planregels. De overige maatregelen lenen zich niet voor borging in de planregels, maar zullen worden meegenomen bij de verdere uitwerking van het ontwerp van de gebouwen en de openbare ruimte. 7.9.5 Conclusie Het plangebied bevindt zich niet in een PR 10-6 contour. Wel is een gedeelte van het plangebied gelegen in het plasbrandaandachtsgebied van spoorweg Rotterdam CS - Rotterdam Lombardijen.
Hiervoor gelden voor nieuwbouw van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aanvullende maatregelen (met betrekking tot brandwerendheid) die zijn opgenomen in paragraaf 2.3 van de Regeling bouwbesluit. Uit de groepsrisicoberekening voor het spoor blijkt dat in de referentiesituatie reeds sprake is van een overschrijding van de oriëntatiewaarde en het groepsrisico door de ontwikkeling verder toeneemt. Om te komen tot een aanvaardbare risicosituatie zullen diverse maatregelen worden getroffen. Met in achtneming van deze maatregelen kan het bestuur gelet op het grote sociaal-economische belang van de ontwikkeling van het plangebied en omdat het groepsrisico voldoet aan de uitvoeringsovereenkomst voor de gebiedsontwikkeling in de omgeving van het station Rotterdam Centraal een positief besluit nemen over de aanvaarding van het groepsrisico van 4,76 maal de oriëntatiewaarde. Dit besluit is door het college van B&W genomen bij de vrijgave van het ontwerpbestemmingsplan.
93/174
7.10 Geluid Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De basis voor het beoordelen van geluid is de Wet geluidhinder en de Luchtvaartwet. In deze wetten liggen normen vast voor geluid afkomstig van de industrie, weg-en spoorwegverkeer en luchtvaartverkeer. Volgens de Wet ruimtelijke ordening dient in het kader van goede ruimtelijke ordening sprake te zijn van een goede leefkwaliteit, of leefomgevingskwaliteit. Deze begrippen zijn niet duidelijk omlijnd en kennen vele invalshoeken. Met betrekking tot geluid betekent het echter dat niet alleen gekeken wordt naar de geluidsbronnen genoemd in de Wet geluidhinder, maar ook naar niet wettelijke geluidsbronnen zoals scheepvaart, tramverkeer, 30 km/uur wegen, parkeervoorzieningen. Hierbij wordt het geluidsniveau in beeld gebracht. In de Wet geluidhinder staan de geluidsgevoelige bestemmingen genoemd waarvoor maximaal toelaatbare geluidsbelastingen gelden maar ook hier geldt dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening gekeken moet worden naar bestemmingen, die in de Wet geluidshinder niet als geluidsgevoelig zijn aangemerkt, maar dit wel kunnen zijn.
Rotterdams beleid In het bestemmingsplan wordt een opsomming van geluidsgevoelige bestemmingen en eventueel nieuwe bronnen, of aanpassingen van bestaande bronnen weergegeven. Onderzocht wordt of de maximaal toelaatbare geluidsbelasting (ook wel voorkeurswaarde genoemd) overschreden wordt. Is dit het geval, dan is onderzoek noodzakelijk naar maatregelen die genomen kunnen worden om de geluidsbelasting terug te dringen. Indien het niet haalbaar blijkt de geluidsbelasting terug te dringen tot de maximaal toelaatbare waarde biedt de Wet geluidhinder de mogelijkheid een hogere maximaal toelaatbare geluidsbelasting vast te stellen. Dit heet het nemen van een Besluit hogere waarden. De motivering van dit besluit moet voldoen aan het Rotterdamse Ontheffingsbeleid Wet Geluidhinder. Dit beleid is erop gericht het aantal geluidsgehinderden zoveel mogelijk terug te dringen. 7.10.1 Wegverkeerslawaai Het akoestisch onderzoek voor wegverkeerslawaai is opgenomen in bijlage 12. Het doel van het onderzoek is het toetsen van het plan aan het wettelijk kader voor wegverkeerslawaai. Tevens maakt dit onderzoek inzichtelijk of en zo ja welke maatregelen effectief zijn om een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde en/of de maximaal toelaatbare geluidbelasting te voorkomen. Het onderzoek gaat uit van de verkeersprognoses voor het jaar 2033.
In de verkeerscijfers is rekening gehouden met de nog niet gerealiseerde/vastgestelde plannen Rotterdam Central District, Schiekadeblok, The Rise, Zomerhofkwartier, Katshoek en Lumiere. In de verkeerscijfers zijn ook de plannen om de lay-out van het Hofplein te wijzigen en de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (RMA) opgenomen.
94/174
Het deelgebied Couwenburgplein bevat geen geluidgevoelige functies. De overige deelgebieden bevatten wel geluidgevoelige functies (wonen). Er is momenteel nog niet exact bekend waar in deze deelgebieden woningen worden gerealiseerd. Enkel is een maximale hoogte per bouwvlak bepaald. Daarom is in dit onderzoek als uitgangspunt gehanteerd dat overal binnen de deelgebieden Heer Bokelweg, Pompenburg en Stroveer woningen mogelijk zijn, waar de functies gemengd of wonen zijn weergegeven. In figuur 7.10.1 zijn de bouwvlakken met mogelijke woningen weergegeven (HB_A t/m HB_D, P_A t/m P_D en ST_A t/m ST_C). Mede naar aanleiding van de resultaten van de akoestisch onderzoeken is in het ontwerpbestemmingsplan vastgelegd dat op een aantal locaties geen woningen mogen worden gerealiseerd. Hierop wordt naar ingegaan in paragraaf 7.10.4.
Figuur 7.10.1 Bouwvlakken met geluidsgevoelige functies per deelgebied Resultaten In de tabel 7.10.1 is de maximale geluidbelasting per bouwvlak (inclusief aftrek artikel 110g) weergegeven. Uit deze tabel blijkt dat op geen enkel bouwvlak de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt overschreden. Tabel 7.10.1 Maximale geluidbelasting ten gevolge van gezoneerde wegen per bouwvlak
95/174
Deelgebied Heer Bokelweg Uit tabel 7.10.1 blijkt dat op geen enkel bouwvlak de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt overschreden. Wel wordt op drie van de vier bouwvlakken binnen het deelgebied Heer Bokelweg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden ten gevolge van de wegen Schiekade en Heer Bokelweg (beiden maximaal 61 dB). In figuur 7.10.2 zijn de locaties weergegeven waar overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van de wegen Schiekade en Heer Bokelweg optreden. In de bijlagen IV en V zijn de overschrijdingen voor respectievelijk de wegen Schiekade en Heer Bokelweg op verschillende hoogten weergegeven.
Figuur 7.10.2 Bouwvlakken Heer Bokelweg - Maximale geluidbelasting per ontvanger Met een stiller wegdek kan de geluidbelasting niet worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde. Tevens is het toepassen van geluidreducerend asfalt ter hoogte van kruisingen en rotondes niet wenselijk in verband met wringend verkeer. Dit betekent dat slechts over een zeer beperkte lengte geluidreducerend asfalt kan worden toegepast, waardoor geluidreducerend asfalt onvoldoende doeltreffend is en waarschijnlijk kan rekenen op bezwaren vanuit beheer en onderhoud. Met hoge schermen langs de wegen Schiekade en Heer Bokelweg kan de geluidbelasting op een aantal verdiepingen, maar niet allemaal, worden gereduceerd tot onder de voorkeursgrenswaarde. Hoge schermen langs deze wegen zijn vanuit stedenbouwkundig en ruimtelijk oogpunt ongewenst. Rekening houdend met de hiervoor benoemde punten blijken geluidreducerend asfalt en schermen geen realistische optie om de geluidbelasting te beperken tot de voorkeursgrenswaarde. Voor het deelgebied Heer Bokelweg dienen daarom hogere waarden te worden vastgesteld.
96/174
Deelgebied Pompenburg Uit tabel 7.10.1 blijkt dat op geen enkel bouwvlak de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt overschreden. Wel wordt op alle bouwvlakken binnen het deelgebied Pompenburg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden ten gevolge van de weg Pompenburg (maximaal 62 dB). Ook wordt op twee van de vier bouwvlakken binnen het deelgebied Pompenburg de voorkeursgrenswaarde overschreden ten gevolge van de wegen Haagseveer en Weena (beiden maximaal 50 dB). In figuur 7.10.3 zijn de locaties weergegeven waar overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van de wegen Haagseveer, Pompenburg en Weena optreden. In de bijlagen VI, VII en VIII zijn de overschrijdingen voor respectievelijk de wegen Haagseveer, Pompenburg en Weena op verschillende hoogten weergegeven.
Figuur 7.10.3 Bouwvlakken Pompenburg - Maximale geluidbelasting per ontvanger Met een stiller wegdek op de wegen Weena en Pompenburg kan de geluidbelasting niet worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde. Tevens is het toepassen van geluidreducerend asfalt ter hoogte van kruisingen en rotondes niet wenselijk in verband met wringend verkeer. Dit betekent dat er slechts over een zeer beperkte lengte geluidreducerend asfalt kan worden toegepast, waardoor geluidreducerend asfalt onvoldoende doeltreffend is en waarschijnlijk kan rekenen op bezwaren vanuit beheer en onderhoud. De weg Haagseveer daarentegen is voorzien van klinkers. Wanneer deze klinkers worden vervangen door bijvoorbeeld Dicht Asfalt Beton (DAB), dat wel toegepast kan worden ter hoogte van kruisingen, wordt voor deze weg voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De geluidbelasting door het verkeer op de weg Haagseveer is in vergelijking met de geluidbelasting door het verkeer op de weg Pompenburg echter dermate beperkt dat het toepassen van DAB op het Haagseveer niet tot een verlaging van de totale geluidbelasting ter plaatse van de beoogde woningen leidt.
97/174
Met hoge schermen langs de weg Pompenburg kan de geluidbelasting op een aantal verdiepingen, maar niet allemaal, worden gereduceerd tot onder de voorkeursgrenswaarde. Hoge schermen langs deze wegen zijn vanuit stedenbouwkundig en ruimtelijk oogpunt ongewenst. Afscherming van het geluid ten gevolge van de wegen Weena en Haagseveer is door middel van schermen niet mogelijk. Rekening houdend met de hiervoor benoemde punten blijken schermen geen realistische optie om de geluidbelasting te beperken tot de voorkeursgrenswaarde. Ook geluidreducerend asfalt is geen realistische optie voor de wegen Pompenburg en Weena. Enkel voor de weg Haagseveer is het vervangen van de klinkers door DAB een mogelijkheid om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Voor het deelgebied Pompenburg dienen daarom hogere waarden te worden vastgesteld. Deelgebied Stroveer Uit tabel 7.10.1 blijkt dat op geen enkel bouwvlak de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 63 dB wordt overschreden. Wel wordt op alle bouwvlakken binnen het deelgebied Stroveer de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden ten gevolge van de weg Pompenburg (maximaal 59 dB). Ook wordt op twee van de drie bouwvlakken binnen het deelgebied Stroveer de voorkeursgrenswaarde overschreden ten gevolge van de Goudsesingel (maximaal 50 dB).
In figuur 7.10.4 zijn de locaties weergegeven waar overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde ten gevolge van de wegen Pompenburg en Goudsesingel optreden. In de bijlagen VII en IX zijn de overschrijdingen voor respectievelijk de wegen Pompenburg en Goudsesingel op verschillende hoogten weergegeven.
Figuur 7.10.4. Bouwvlakken Stroveer - Maximale geluidbelasting per ontvanger
98/174
Met een stiller wegdek kan de geluidbelasting niet worden teruggebracht tot de voorkeursgrenswaarde. Tevens is het toepassen van geluidreducerend asfalt ter hoogte van kruisingen en rotondes niet wenselijk in verband met wringend verkeer. Dit betekent dat er slechts over een zeer beperkte lengte geluidreducerend asfalt kan worden toegepast, waardoor geluidreducerend asfalt onvoldoende doeltreffend is en waarschijnlijk kan rekenen op bezwaren vanuit beheer en onderhoud. Met hoge schermen langs de weg Pompenburg kan de geluidbelasting op een aantal verdiepingen, maar niet allemaal, worden gereduceerd tot onder de voorkeursgrenswaarde. Hoge schermen langs deze wegen zijn vanuit stedenbouwkundig en ruimtelijk oogpunt ongewenst. Afscherming van het geluid ten gevolge van de Goudsesingel is door middel van schermen niet mogelijk. Rekening houdend met de hiervoor benoemde punten blijken geluidreducerend asfalt en schermen geen realistische optie om de geluidbelasting te beperken tot de voorkeursgrenswaarde. Voor het deelgebied Stroveer dienen daarom hogere waarden te worden vastgesteld. Gevolgen omliggende woningen In het akoestisch onderzoek in bijlage 16 is ook ingegaan op de mogelijke gevolgen van het plan voor de geluidbelasting ter plaatse van bestaande woningen in de omgeving. Het plan zorgt lokaal voor een afname van het geluid ten gevolge van het wegverkeer.
Dit treedt vooral op ter hoogte van de bestaande bebouwing aan Stroveer. Ter plaatse wordt de weg Stroveer afgesloten voor wegverkeer en schermt het plan geluid afkomstig van de weg Pompenburg af. Ook een toename van het geluid door wegverkeer (door reflectie op de nieuwe bebouwing) treedt op. Deze toename van geluid ten gevolge van reflectie treedt op op de tegenover het plan gelegen geluidgevoelige objecten langs de weg Pompenburg. De toename ten gevolge van reflectie bedraagt 1 à 2 dB. Wanneer de verkeersintensiteiten van de huidige situatie worden vergeleken met de toekomstige situatie met plan en herinrichting Hofplein neemt de geluidbelasting af met ongeveer 25%. Dit komt overeen met een afname van ongeveer 1 dB. Dus netto gezien ten opzichte van de huidige situatie neemt de geluidbelasting inclusief plan en herinrichting Hofplein niet waarneembaar toe (0 à 1 dB). Langs de wegen Schiekade en Heer Bokelweg is de toename van het geluid door reflectie nihil. Naast reflectie en afscherming zorgt het plan nog voor een effect ter hoogte van Stroveer. Dit komt door de nieuwe aansluiting op de bestaande en nieuwe parkeergarages. Om de parkeergarages te kunnen ontsluiten wordt een weg tussen de parkeergarages en Pompenburg aangelegd. De exacte ligging van deze weg is momenteel nog niet bekend.
Het effect van de nieuwe aansluiting is hieronder kwalitatief besproken: Voor de bestaande woningen die vooral op de weg Pompenburg gericht zijn, is het geluid van het doorgaande verkeer maatgevend. Hef effect van de nieuwe aansluiting zit hem vooral in het feit dat de aansluiting dichter op de woningen komt te liggen. Hierdoor neemt het geluid waarschijnlijk met ongeveer 1 dB toe op de woningen die zijn gelegen aan de nieuwe aansluiting. Voor de bestaande woningen die vooral gericht zijn op het pleintje aan het eind van de bestaande weg Stroveer, geldt dat er ter plaatse al 2 entrees van bestaande parkeergarages zijn. Een extra aantakking voor blok Stroveer zal naar alle waarschijnlijkheid niet tot wezenlijk grotere geluidhinder leiden. Tot slot wordt meegewogen dat met deze nieuwe inrichting, de bestaande weg Stroveer komt te vervallen. Voor de bestaande woningen die daarlangs liggen, is er een verbetering. Wat weer opweegt tegen de woningen die straks langs de nieuwe ontsluiting liggen.
99/174
7.10.2 Railverkeer Door Movares is een onderzoek verricht naar railverkeerslawaai ter hoogte van Pompenburg in het centrum van Rotterdam. Dit onderzoek is toegevoegd in bijlage 13. Het doel van het voorliggend onderzoek is het toetsen van het plan aan de wettelijke kaders voor railverkeerslawaai. Tevens maakt dit onderzoek inzichtelijk of en zo ja welke maatregelen effectief zijn om een overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidbelasting en de voorkeursgrenswaarde te voorkomen. Het deelgebied Couwenburgplein bevat geen geluidgevoelige functies. De overige deelgebieden bevatten wel geluidgevoelige functies (wonen). Er is momenteel nog niet exact bekend waar in deze deelgebieden woningen worden gerealiseerd. Enkel is een maximale hoogte per bouwvlak bepaald. Daarom is in het onderzoek als uitgangspunt gehanteerd dat overal binnen de deelgebieden Heer Bokelweg, Pompenburg en Stroveer woningen mogelijk zijn, waar de functies gemengd of wonen zijn weergegeven. In figuur 7.10.5 zijn de bouwvlakken met mogelijke woningen weergegeven (HB_A t/m HB_D, P_A t/m P_D en ST_A t/m ST_C).
Figuur 7.10.5 Bouwvlakken met geluidgevoelige functie per deelgebied In de tabel 7.10.2 is de maximale geluidbelasting per bouwvlak weergegeven. Uit deze tabel blijkt dat op alle bouwvlakken de voorkeursgrenswaarde van 55 dB op minimaal één toetspunt wordt overschreden. Daarnaast blijkt uit de tabel dat op bijna alle bouwvlakken de maximaal toelaatbare geluidbelasting van 68 dB op minimaal één toetspunt wordt overschreden.
100/174