CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb001620] Bijlage behorende bij 23bb1623 - Ontwerpbestemmingsplan Pompenburg

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 5 april 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen30.482 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

POMPENBURG bestemmingsplan

1/2

2/2

DATUM IMRO-IDN

6 februari 2023 NL.IMRO.0599.Pompenburg2022-on01

PROJECT PROJECTLEIDER

Pompenburg ir. R.A. Sips

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Ontwikkelcombinatie Pompenburg 00285176.20191414001

AUTEUR STATUS

S. den Breejen MSc / drs. M. van der Meulen ontwerp

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

9

1.1

Aanleiding

9

1.2

Gekozen planopzet

10

1.3

Ligging en begrenzing

11

1.4

Vigerende bestemmingsplannen

12

Hoofdstuk 2

Beschrijving van het plangebied

15

2.1

Voorgeschiedenis en huidige situatie

15

2.2

Cultuurhistorie

19

2.3

Archeologie

23

Planbeschrijving Pompenburg

27

Visie op het gebied

27

Beleid

35

4.1

Rijksbeleid

35

4.2

Provinciaal en regionaal beleid

38

4.3

Gemeentelijk beleid

47

Hoofdstuk 5

Water

61

Hoofdstuk 6

Verkeer

65

Hoofdstuk 7

Milieu

69

7.1

Inleiding

69

7.2

Milieueffectrapportage

70

7.3

Schaduwwerking

70

7.4

Windhinder

74

7.5

Milieuzonering

78

7.6

Geur

83

7.7

Luchtkwaliteit

83

7.8

Bodem

86

7.9

Externe veiligheid

87

7.10

Geluid

94

7.11

Natuur

111

7.12

Trillingen

114

7.13

Niet gesprongen explosieven

116

Hoofdstuk 3 3.1

Hoofdstuk 4

3/174

7.14

Planologisch relevante boven- en ondergrondse infrastructuur

117

7.15

Duurzaamheid

117

Juridische planbeschrijving

119

8.1

Systematiek

119

8.2

Verbeelding

119

8.3

Regels

119

Hoofdstuk 9

Financiële uitvoerbaarheid

125

Hoofdstuk 10

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

127

10.1

Participatie

127

10.2

Vooroverleg

127

10.3

Zienswijzen

127

Hoofdstuk 8

4/174

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

135

Artikel 1

Begrippen

135

Artikel 2

Wijze van meten

141

Bestemmingsregels

143

Artikel 3

Centrum - 1

143

Artikel 4

Gemengd - 1

145

Artikel 5

Gemengd - 2

147

Artikel 6

Horeca

150

Artikel 7

Verkeer - Spoorverkeer

151

Artikel 8

Verkeer - Verblijfsgebied

152

Artikel 9

Wonen

153

Artikel 10

Waarde - Archeologie 1

155

Artikel 11

Waarde - Archeologie 2

157

Hoofdstuk 3

Algemene regels

159

Artikel 12

Anti-dubbeltelregel

159

Artikel 13

Algemene bouwregels

160

Artikel 14

Algemene aanduidingsregels

161

Artikel 15

Algemene afwijkingsregels

162

Artikel 16

Overige regels

163

Overgangs- en slotregels

165

Artikel 17

Overgangsrecht

165

Artikel 18

Slotregel

166

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 4

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

Staat van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 2

Situering dove gevels

Bijlage 3

Besluit hogere waarden Wgh (ontwerp)

5/174

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Voor u ligt het bestemmingsplan Pompenburg. Dit plan heeft betrekking op het gebied rondom het voormalige station Hofplein en maakt het mogelijk om dit gebied met nieuwbouw voor woningen, kantoren en publieke functies te transformeren tot een gebied dat een overgang vormt tussen enerzijds het stadscentrum en anderzijds de omliggende woonwijken. In het afgelopen decennium is dit gebied met de transformatie van de Hofbogen en het winnende stadsinitiatief voor de Luchtsingel uit 2012 al meer in de belangstelling komen te staan. Tegelijkertijd is het nog altijd een gebied waar een duidelijk profiel ontbreekt, door het ontbreken van samenhangende functies enerzijds en de vele infrastructuur door en rondom het gebied anderzijds. De Ontwikkelcombinatie bestaande uit J.P. van Eesteren, Synchroon en Dura Vermeer heeft in 2018 een visie opgesteld voor (her)ontwikkeling van het gebied. Belangrijke pijlers van deze visie zijn het toevoegen van programma (woningen, kantoren en publieke functies) aan het gebied, het realiseren van een aantrekkelijke buitenruimte en het bereiken van samenhang zowel binnen het gebied als met de omliggende wijken en het centrum.

De visie van de Ontwikkelcombinatie uit 2018 heeft als vertrekpunt gediend voor de Nota van Uitgangspunten (NvU) die de gemeente Rotterdam vervolgens heeft opgesteld voor de (her)ontwikkeling van het gebied en die op 24 mei 2022 is vastgesteld door het college van B&W. Daarin zijn de gemeentelijke kaders bepaald voor een kwalitatieve en passende (her)ontwikkeling van het gebied, aansluitend bij de gemeentelijke opgaven en beleidsdoelstellingen.

Figuur 1.1

9/174

Impressie uit de visie 'Verbinden door Verblijven'

De Ontwikkelcombinatie heeft haar visie vervolgens op onderdelen bijgesteld zodat voldaan wordt aan de Nota van Uitgangspunten die de gemeente voor het gebied hanteert. Nu daarmee de hoofdrichting is bepaald, is de volgende stap om een nieuw bestemmingsplan op te stellen. Daarmee wordt de ontwikkeling (juridisch-)planologisch mogelijk gemaakt. Dit is nodig omdat de verschillende bestemmingsplannen die nu binnen het gebied gelden, de beoogde herontwikkeling niet mogelijk maken. Die bestemmingsplannen zijn toegespitst op het bestaande gebruik, waardoor nieuwe functies en nieuwbouw op basis van die bestemmingsplannen niet mogelijk zijn. Met dit nieuwe bestemmingsplannen worden de nieuwe ruimtelijke mogelijkheden binnen het plangebied beschreven en op de relevante ruimtelijke onderwerpen en omgevingsaspecten getoetst en onderzocht op hun haalbaarheid.

1.2

Gekozen planopzet

Dit nieuwe bestemmingsplan dient drie doelen. Eerst wordt de beoogde ontwikkeling beschreven, zodat duidelijk wordt welk toekomstbeeld wordt nagestreefd. In de tweede plaats wordt die ontwikkeling in dit bestemmingsplan getoetst en onderzocht, waarbij zowel beleidskaders als omgevingsaspecten aan de orde komen. Tot slot wordt de beoogde ontwikkeling juridisch mogelijk gemaakt met de combinatie van planregels en verbeelding die onderdeel uitmaken van dit plan. Zij vormen samen het juridisch bindende deel waaruit blijkt welke functies en welke bebouwing straks - na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan - toegestaan zijn. Het bestemmingsplan is, anders dan de genoemde visie en Nota, een publiekrechtelijk instrument. Om tot vaststelling van dit bestemmingsplan te komen worden de daarvoor geldende wettelijke en gemeentelijke procedures gevolgd, met als hoofddoel om aan te tonen dat het plan haalbaar is en dat er sprake is van goede ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan richt zich op het vastleggen van de maximale bouwgrenzen en het maximale programma. Het programma is per deelgebied vastgelegd in het bestemmingsplan. Heer Bokelweg en Pompenburg hebben gemengde bestemmingen, Couwenburgplein een horecabestemming en Stroveer een woonbestemming. De openbare ruimte heeft een verkeersbestemming. De maximaal toegestane bouwhoogte is gedetailleerd vastgelegd per gebouwdeel.

Ook zaken als setbacks zijn gedetailleerd vastgelegd. Er wordt niet gewerkt met globale bestemmingsvlakken of percentages. Hierdoor ontstaat een zeer gedetailleerd bestemmingsplan dat een grote mate van rechtszekerheid biedt voor de omgeving. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld en in werking is getreden, kunnen de bouwplannen - al dan niet afzonderlijk van elkaar - verder worden uitgewerkt op zodanige wijze dat zij binnen de regels van dit bestemmingsplan passen. Via het aanvragen en afgeven van omgevingsvergunningen kan de ontwikkeling op dat moment concreet in gang worden gezet.

10/174

1.3

Ligging en begrenzing

Het plangebied ligt centraal in Rotterdam, nabij het huidige Hofplein en rondom het voormalige station Hofplein. Het gebied Pompenburg is globaal weergegeven in figuur 1.2. Dit gebied is overigens groter dan het exacte plangebied waar dit bestemmingsplan in technische zin betrekking op heeft.

Figuur 1.2

Globale begrenzing van het grotere gebied Pompenburg

Uit deze grotere weergave blijkt goed de centrale ligging nabij het Hofplein en de barriërewerking van het spoor dat hier vanuit de spoortunnel onder de Binnenrotte weer bovengronds komt richting Rotterdam Station. Binnen dit gebied heeft de Ontwikkelcombinatie drie ontwikkellocaties voor ogen die, gezamenlijk met ingrepen in de openbare ruimte, het gebied tot een aantrekkelijk en samenhangend geheel moeten maken. Het plangebied van dit bestemmingsplan is om die reden zo gekozen dat het in eerste instantie die drie locaties betreft. Gronden en bouwwerken van derden - zoals de Shell-toren, de Hofbogen en het spoortracé - vallen er zodoende buiten, daar vinden immers ook geen nieuwe ingrepen plaats. In aanvulling op de drie ontwikkellocaties, is de grens van het plangebied zo gekozen dat ook de Luchtsingel daarin valt. Die begrenzing is zodanig, dat ook de vernieuwing van de Luchtsingel, die samenhangt met de transformatie van het plangebied, daar binnen past. De begrenzing van dit bestemmingsplan die vanuit deze achtergrond is gekozen, is weergegeven in figuur 1.3.

11/174

Figuur 1.3

1.4

Begrenzing plangebied

Vigerende bestemmingsplannen

Dit bestemmingsplan vervangt de verschillende nu nog geldende bestemmingsplannen ter plaatse van het plangebied. Dit betreft:  bestemmingsplan Lijnbaankwartier-Coolsingel, vastgesteld op 3 februari 2022;  bestemmingsplan 'Provenierswijk-Bentincklaan', vastgesteld op 9 juli 2015;  bestemmingsplan 'Oude Noorden en Agniesebuurt', vastgesteld op 8 juli 2021. De planologische mogelijkheden uit deze drie bestemmingsplannen, zijn toegespitst op de bestaande functies en bebouwing. Het plangebied van dit nieuwe bestemmingsplan is daardoor in de huidige bestemmingsplannen grotendeels bestemd als Verkeer - Verblijfsgebied. Het schoolgebouw aan de Heer Bokelweg kent de bestemming Maatschappelijk.

12/174

In het plan Lijnbaankwartier - Coolsingel en het plan Provenierswijk - Bentincklaan, zijn over de daarin opgenomen bestemmingen ook diverse wijzigingsgebieden opgenomen met bijbehorende wijzigingsbevoegdheden om de bestemming ter plaatse te kunnen wijzigen. Deze wijzigingsbevoegdheden bieden mogelijkheden om - via een wijzigingsprocedure - nieuwbouw in het gebied te realiseren met een gemengd functieaanbod. Omdat deze mogelijkheden niet aansluiten bij de ontwikkeling die nu door de Ontwikkelcombinatie wordt beoogd, wordt geen gebruik gemaakt van die wijzigingsbevoegdheden. Zo ontbreekt onder meer de mogelijkheid voor woningen in de betreffende wijzigingsbevoegdheden, een belangrijke pijler in de ontwikkeling zoals die nu uitgewerkt is. De wijzigingsbevoegdheden uit de vigerende plannen, zijn overigens niet overgenomen in dit nieuwe bestemmingsplan, aangezien dit bestemmingsplan al voorziet in de nieuwe planologische mogelijkheden voor het plangebied. Naast deze integrale bestemmingsplannen voor verschillende delen van het plangebied, gelden er ook enkele thematische herzieningen. Dit zijn regelingen die voor het hele gemeentelijk grondgebied zijn vastgesteld en die betrekking hebben op één specifiek onderwerp.

Dit zijn de volgende plannen:  Parapluherziening parkeernormering Rotterdam, vastgesteld op 14 december 2017;  Parapluherziening biologische veiligheid, vastgesteld op 14 juni 2018;  Parapluherziening evenementen, vastgesteld 3 februari 2022. De inhoud en exacte ligging van deze bestemmingsplannen, is te vinden op ruimtelijkeplannen.nl

13/174

14/174

Hoofdstuk 2 2.1

Beschrijving van het plangebied

Voorgeschiedenis en huidige situatie

Het plangebied Pompenburg vormt de schakel tussen het stadscentrum en de stadswijken. Een door de geschiedenis getekend stuk stad, in tweeën gedeeld door de bestaande spoorlijn en vanaf het Hofplein aan het zicht onttrokken door de bebouwing aan het Hofplein. Het gebied wordt nog verder gefragmenteerd door de Hofbogen, is omsloten door grootschalige autoinfrastructuur en grenst aan wooncomplex Heliport. Het plangebied is opvallend leeg voor een gebied dat zo centraal in de stad ligt. En dat terwijl de plek vroeger zo’n belangrijke rol speelde als knooppunt van openbaar vervoer tussen enerzijds de spoorlijn Rotterdam-Dordrecht (het luchtspoor) en anderzijds de spoorlijn tussen Rotterdam Hofplein en Den Haag. De omgeving was voor de oorlog dicht bebouwd en het station Hofplein lag midden tussen de huizen. De Schiekade en de Coolsingel bestonden nog uit water en het Hofplein lag daar tussenin en werd beschouwd als centrum van de stad. Tot 1940 was Pompenburg dan ook een levendige stadswijk met een mix van wonen, uitgaan en kleine bedrijvigheid.

Figuur 2.1

15/174

Historische foto Station Hofplein en omgeving (bron: Nota van Uitgangspunten Pompenburg)

Op de foto die als figuur 2.1 is opgenomen, is centraal het vooroorlogse, halfronde stationsgebouw te zien van Station Hofplein. Daar achterlangs loopt in een boog het 'luchtspoor' tussen Rotterdam en Dordrecht en daarachter liggen in het kopstation de sporen van de spoorlijn naar Den Haag. Dit gebied is met het bombardement van Rotterdam uit de Tweede Wereldoorlog vernietigd. Nadien is er een geheel nieuwe infrastructuur ontstaan. Het huidige Hofplein ligt meer westelijk en de Coolsingel en Schiekade zijn in gedempte vorm belangrijke verkeersaders geworden voor het autoverkeer. Het ooit zo centraal gelegen Station Hofplein, waar na de oorlog wel een vervangend stationsgebouw voor is gebouwd dat inmiddels ook niet meer bestaat, kwam daarmee meer op de achtergrond te liggen. Het plangebied is daarna nooit meer integraal ontwikkeld, los van diverse ontwikkelingen langs de randen die allen afzonderlijk gerealiseerd zijn. In figuur 2.2. zijn twee topografische kaarten weergegeven waaruit dit verschil in positionering duidelijk wordt, met links de vooroorlogse situatie en rechts de situatie van vandaag de dag.

Figuur 2.2

Vooroorlogse (links) en actuele (rechts) situering van het plangebied (bron: topotijdreis.nl)

De gemeentelijke Nota van Uitgangspunten beschrijft het gebied in dit daglicht als volgt: 'Ten noorden van Pompenburg sluit het gebied aan op het fijnmazige netwerk van de historische stadswijken. Ten zuiden/ westen van het gebied is het grofmazige wederopbouwgrid aanwezig. Hiertussen ligt Pompenburg in een gebied dat gekenmerkt werd door infrastructurele reserveringen en waar bebouwing contextloos lijkt te zijn neergezet. (...) Veel bebouwing heeft blinde gevels of een parkeergarage op de begane grond. Ook de buitenruimte is versnipperd. Parkeerplaatsen, de vredestuin, het grasveld bij Stroveer en de benzinepomp hebben weinig samenhang.'

16/174

Figuur 2.3

Luchtfoto plangebied

In het plangebied In het plangebied van dit bestemmingsplan, bevinden zich twee gebouwde objecten, te weten het Heer Bokelcollege en de Luchtsingel. Van deze twee objecten is hieronder een beschrijving opgenomen. Keuchenius school / Heer Bokelcollege De Keuchenius school (nu Heer Bokelcollege) is een voorbeeld van modernistische wederopbouw architectuur uit de jaren 50. De hoofdbouwmassa van dit gebouw kent een langgerekte vorm van vier lagen hoog, parallel aan en georiënteerd naar de Heer Bokelweg. Aan de achterzijde bevindt zich de bij de school behorende buitenruimte en een lager bouwdeel. Luchtsingel De Luchtsingel is een 390 meter lange houten voetgangersbrug die het Schieblock met de Hofbogen verbind. Initiatiefnemer architectenbureau Z.U.S won in 2011 het 1e Stadsinitiatief van Rotterdam met dit project. In 2015 is de Luchtsingel officieel geopend met de bedoeling om het gebied tussen Rotterdam Central District en de Hofbogen te verbeteren. Project Luchtsingel bestaat uit vier onderdelen: de houten voetgangersbrug van 390 meter, de DakAkker op het Schieblock, een publiek terrein op het voormalig station Hofplein en een park bij Pompenburg. De bestaande luchtsingel gaat binnenkort vervangen worden. Daar is in dit nieuwe bestemmingsplan de bandbreedte voor weergegeven op de verbeelding.

17/174

Direct aangrenzend Buiten de begrenzing van het plangebied, maar direct aangrenzend aan het plangebied met de focus op het gebied tussen de infrastructuur van de Heer Bokelweg, het Stroveer, het Pompenburg en de Schiekade, bevindt zich nog een aantal gebouwen c.q. structuren: Treinspoor Rotterdam - Dordrecht Diagonaal door het plangebied loopt het spoortracé van Rotterdam naar Dordrecht. Dit spoor dat oorspronkelijk boven het maaiveld liep over een spoorviaduct, ligt tegenwoordig grotendeels ondergronds in de binnenstad van Rotterdam. Exact ter hoogte van het plangebied bevindt zich het punt waar het spoor ondergronds gaat. De voornamelijk betonnen constructie van de tunnelbak bepaalt ter plaatse van het plangebied de uitstraling van de spoorlijn.

Figuur 2.4

Aanzicht tunnelbak spoortracé Rotterdam - Dordrecht (bron: Visie Verblijven door Verbinden)

Hofpleinlijn / Hofbogen De Hofpleinlijn was een van de twee oorspronkelijke spoorverbinding naar Den Haag. De lijn had ter hoogte van het Hofplein een vooroorlogs en naoorlogs kopstation. Later werd dit afgebroken, toen het luchtspoor over de Binnenrotte werd vervangen door een ondergrondse verbinding. In 2006 raakte de Hofpleinlijn in onbruik door de aanleg van nieuwe metroverbinding. Sindsdien hebben de Hofbogen een nieuwe invulling gekregen met (horeca)voorzieningen. De Hofbogen worden herontwikkeld en het dak wordt grotendeels ingericht als park. Voor de herontwikkeling van de Hofbogen is in afstemming met diverse betrokken partijen een inrichtingsplan-proces doorlopen. Ter plaatse van Pompenburg wordt er aan de Heer Bokelweg een lift gerealiseerd om het dak te bereiken. Op het dak is ruimte voor horeca en terrassen beoogd. Deze ontwikkeling is nu nog niet concreet en daarom is hier in het bestemmingsplan geen rekening mee gehouden.

18/174

De herontwikkeling van de Hofbogen is geen onderdeel van de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, maar een goede afstemming tussen beide projecten is van groot belang. In paragraaf 3.1.4 wordt hier nader op ingegaan. Shell-gebouw I en II In de jaren ' 50 werd naar een ontwerp van architect Kees Abspoel Shellgebouw I gebouwd aan het Hofplein, bestaande uit negen verdiepingen met daaronder een benzinestation. Het gebouw is sindsdien meerdere malen gerenoveerd, meest recent in 2017. In de jaren ' 70 werd aangrenzend Shellgebouw II gerealiseerd naar een ontwerp van architect Piet Zanstra. Het gebouw is een 95 meter hoog kantoorgebouw aan het Hofplein. Na het vertrek van Shell uit het gebouw in de jaren negentig stond het gebouw lange tijd leeg. In 2015-2016 werd het gerenoveerd en omgedoopt tot Hofpoort. Beide gebouwen zijn voornamelijk georiënteerd richting het Hofplein en de Schiekade. Vanuit het plangebied wordt het beeld op maaiveld vooral bepaald door het nog steeds aanwezige benzinestation en de grote betonnen gevels van de parkeergarage. Heliport Heliport is het wooncomplex direct ten noordoosten van het plangebied, grenzend aan het Stroveer. Het complex is vernoemd naar het Heliport-terrein dat hier van 1953 tot 1965 gesitueerd was en dat als helikopterstation diende.

In de jaren zeventig werd besloten dat er weer nieuwe woningen moesten worden gebouwd op de lege plekken in de binnenstad. De woningen moesten in een hoge dichtheid gebouwd worden en geschikt zijn voor de lagere inkomens. Een van de plekken waar gebouwd werd was het oude Heliportterrein. In 1976 werd een prijsvraag uitgeschreven voor het terrein met de volgende voorwaarden: eigen identiteit, individuele woningen, geen gemotoriseerd verkeer op het terrein, relatie met natuur op het binnenterrein én veel woningen op de begane grond. Winnend architect Jan Verhoeven bedacht een ruitvormig plan, dat overwegend naar binnen gericht is rondom gezamenlijke binnenterreinen en een aftakkingen van de Rotte die hier tussen de huizen doorloopt. Op de begane grond bevindt zich de parkeergarage.

2.2

Cultuurhistorie

Beleidskader De toetsing aan het aspect cultuurhistorie volgt uit het Besluit ruimtelijke ordening, waarin voor nieuwe bestemmingsplan is vastgelegd dat er een beschrijving wordt gegeven van de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en hoe daar rekening mee wordt gehouden. In dat licht heeft de gemeente Rotterdam gemeentelijk beleid opgesteld ten aanzien van cultuurhistorie. Dit bestaat uit de 'Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020' en de Monumentenverordening Rotterdam 2010. In de beleidsnota Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020 wordt de visie op het Rotterdams gebouwde erfgoed en de hieruit voortvloeiende ambities beschreven. Rotterdam verbindt de zorg voor behoud van het gebouwd erfgoed met de hedendaagse opgaven van de stad. Ingezet wordt op bescherming, behoud en hergebruik, en instandhouding van erfgoed.

19/174

Aanvullend aan de genoemde beleidsdocumenten, hanteert de gemeente Cultuurhistorische verkenningen voor wijken c.q. delen van de stad, waarin nader ingegaan wordt op de cultuurhistorische waarden van een specifiek gedeelte van de stad. In dat verband wordt gewezen op de cultuurhistorische verkenningen 'Zomerhofkwartier, Pompenburg, Heliport en Rottekwartier' en 'Hofplein en Weena', die op respectievelijk 3-3-2020 en 21-9-2021 zijn vastgesteld door het college van B&W. Plangebied In de cultuurhistorische verkenning 'Zomerhofkwartier, Pompenburg, Heliport en Rottekwartier' en 'Hofplein en Weena' staat de ontstaansgeschiedenis en de beeldbepalende gebouwen omschreven. Door de sloop van het Hofpleinstation en de aanleg van de spoortunnel zijn er in het gebied een aantal braakliggende terreinen overgebleven. En dat terwijl de plek vroeger zo’n belangrijke rol speelde als knooppunt van openbaar vervoer tussen enerzijds de spoorlijn Rotterdam-Dordrecht (het luchtspoor) en anderzijds de spoorlijn tussen Rotterdam-Hofplein en Den Haag. De omgeving was voor de oorlog dicht bebouwd en het station Hofplein lag midden tussen de huizen. De Schiekade grensde nog echt aan water en het Hofplein werd beschouwd als centrum van de stad. Tot 1940 was Pompenburg dan ook een levendige stadswijk met een mix van wonen, uitgaan en kleine bedrijvigheid.

Na 1960 was er met name bedrijvigheid in het gebied gevestigd. Ook lag er een aantal infrastructurele reserveringen. De Heer Bokelweg moest een nieuwe uitvalsweg naar Utrecht worden en ook lag er een reservering voor een extra treintracé naar Utrecht. Na 1985 werden woningen toegevoegd door de bouw van Heliport, waarna de bedrijvigheid langzamerhand afnam. De infrastructurele reserveringen werden opgeheven en het spoor kwam in een tunnel te liggen, die ter hoogte van Pompenburg omhoog komt. Met de aanleg van de Willemsspoortunnel is de spoorlijn, veel meer dan het oude luchtspoor, een fysieke barrière tussen de binnenstad en het Zomerhofkwartier. In plaats van meerdere onderdoorgangen op maaiveld liggen de kruisingen met het spoor onder of boven het maaiveld, waardoor altijd een hoogteverschil overbrugd moet worden. Daarnaast is het spoor verdubbeld en wordt het beleid door zware keermuren en forse hekwerken in beton en staal, die de openbare ruimte eromheen domineren. In de gemeentelijke Nota van Uitgangspunten voor Pompenburg, is een overzicht opgenomen van cultuurhistorisch waardevolle objecten binnen en rondom het plangebied. Een overzicht daarvan is weergegeven in figuur 2.5.

Figuur 2.5

20/174

Overzicht cultuurhistorisch waardevolle objecten

Rond het plangebied zijn veel beeldbepalende gebouwen te vinden, het Technicon complex, het stadsarchief (voormalige RAC garage), het Schieblok, de twee Shell gebouwen en de woonbuurt op het voormalige heliport terrein. Cultuurhistorisch waardevolle objecten binnen plangebied Binnen het plangebied bevindt zich de Keuchenius school (nu Heer Bokelcollege). Dit is aangewezen als beeldbepalend gebouw en heeft daarom in het bestemmingsplan 'Provenierswijk-Bentincklaan' de dubbelbestemming 'Waarde – Cultuurhistorie 2' vanwege de cultuurhistorische waarde van het gebouw. Beschrijving De Keucheniusschool (Heer Bokelweg 260) is de eerste school die als onderdeel van de wederopbouw van het Zomerhofkwartier is gebouwd. Het hoofdgebouw bestaat uit vier bouwlagen met aan de achterzijde een éénlaagse uitbouw. Oorspronkelijk (tot 1968) waren het drie bouwlagen op grote betonnen portalen. Deze constructie was bedacht om de achterbouw van voldoende lichtinval te voorzien en om meer doorzicht voor het verkeer te verkrijgen. De gevel aan de zuidzijde bestond oorspronkelijk helemaal uit een stalen vliesgevel voorzien van transparant isolatieglas en zwarte glaspanelen ter hoogte van de verdiepingsvloeren. Er was een vliesgevel toegepast vanwege het lawaai vanaf de spoorweg. Om deze reden en vanwege het wegverkeerslawaai is het speelterrein ook verdiept aangelegd.

In 1968 is het gebouw uitgebreid met een vleugel met gymzaal aan de Raampoortstraat, tegelijk met het dichtzetten van de begane grond. Door de vele ingrepen die in de loop van de tijd zijn gedaan, is de architectonische kwaliteit en de cultuurhistorische waarde sterk aangetast. Hoewel het gebouw van cultuurhistorische waarde is, is de dubbelbestemming niet overgenomen in het nieuwe bestemmingsplan. Ter plaatse van de school maakt dit bestemmingsplan nieuwbouw mogelijk. Er heeft hierover een afweging plaatsgevonden die onder het volgende kopje beschreven is. Naar aanleiding daarvan is sloop van de huidige bebouwing als uitgangspunt gehanteerd in de bestuurlijk vastgestelde Nota van Uitgangspunten voor de ontwikkeling van het plangebied (vastgesteld door het college van B&W op 24 mei 2022). Afweging In het gebouw is momenteel het Heer Bokel College gehuisvest en het staat op nummer 18 van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2015-2019. Het pand voldoet niet meer aan de eisen als het gaat om technische kwaliteit, binnenklimaat en functionaliteit. Het gebouw zou ingrijpend gemoderniseerd moeten worden om het wel te laten voldoen. Daarnaast is een deel van de oorspronkelijke cultuurhistorische waarden verdwenen. Dit komt met name door het dichtzetten van de begane grond en aanpassingen aan de gevel.

De 'school op poten' zoals het gebouw bij oplevering werd genoemd, is daardoor niet meer. Ook de kenmerkende vliesgevel aan de achterzijde bestaat niet meer. Daarnaast is de plek van de school niet gunstig in de stedenbouwkundige situatie. De rooilijn ligt een stuk naar achteren ten opzichte van de omliggende bebouwing. Met een nieuw stedenbouwkundig plan kan de Heer Bokelweg een smaller profiel krijgen wat beter past bij het stedenbouwkundig geheel.

21/174

Tegelijkertijd ligt de school op een prominente plek binnen de gebiedsontwikkeling Pompenburg. Een binnenstedelijke locatie waar een fors woningbouwprogramma, verbetering van de verblijfskwaliteit en nieuwe verbindingen van het centrum naar de omliggende wijken kunnen worden gerealiseerd. In de ontwikkelvisie Pompenburg wordt uitgegaan van sloop van het pand aan de Heer Bokelweg en daarmee is alternatieve huisvesting voor de school elders noodzakelijk. Besloten is om voor het Heer Bokelcollege vervangende nieuwbouw in Prins Alexander te realiseren. De locatie aan de Heer Bokelweg komt daarmee beschikbaar voor de gebiedsontwikkeling. Door de dubbelbestemming niet over te nemen kan op deze locatie nieuwbouw gerealiseerd worden. Het plan daarvoor gaat uit van een basislaag van 20-30 meter met daarop twee hoogbouwvolumes van 74 en 125 meter hoog. Dit deelgebied is het programmatische zwaartepunt van de totale gebiedsontwikkeling Pompenburg: er komen maximaal 610 woningen, en daarnaast aanvullend programma in de vorm van kantoren, horeca, detailhandel en een filmhuis. Hiermee wordt een substantiële bijdrage geleverd aan het terugdringen van het Rotterdamse woningtekort. Door de herontwikkeling wordt de relatie tussen centrum en omliggende stadswijken versterkt. Ook de openbare ruimte krijgt een opwaardering.

Resumerend kan gesteld worden dat het belang van de gebiedsontwikkeling in dit specifieke geval prevaleert boven het behoud van de school, met name vanwege het terugdringen van het woningtekort. Hierbij weegt mee dat een deel van de oorspronkelijke cultuurhistorische waarden niet meer aanwezig is. Onderzoek heeft uitgewezen dat herontwikkeling met behoud niet mogelijk is. Cultuurhistorische waarden in de omgeving Rondom het plangebied zijn diverse andere objecten van cultuurhistorisch waarde aanwezig. Meest relevant voor de ontwikkeling die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, is de ligging van het Hofbogen-complex. De Hofbogen lopen vanaf het plangebied in noordelijke richting door tot aan de A20. Hierop lag het voormalige spoor van Rotterdam naar Den Haag. Het deel van de Hofbogen ter hoogte van het plangebied, betreft het deel waar zich vroeger de perrons bevonden van het voormalige station Hofplein. Het complex is aangewezen als Rijksmonument. Voorop staat dat dit complex buiten het plangebied valt. Met de beoogde ontwikkeling in het plangebied, vormen de Hofbogen en het park dat zich hier op het dak bevindt, een belangrijke schakel in de verbindingen in het gebied. In de Nota van Uitgangspunten is vastgelegd dat de architectuur van de nieuwbouw rekening moet houden met de cultuurhistorische waarden ter plaatse.

Deze wordt behalve door de Hofbogen met name gevormd door het aan de overzijde van de Heer Bokelweg gesitueerde Technicon-complex. De toegestane hoogte van de basislaag voor de nieuwbouw is daarom afgestemd op de hoogte van dat complex. Net als de Keucheniusschool heeft het Technicon gebouw een sterk horizontaal gelede gevel waarin verticale elementen zoals het trappenhuis de onderbreking vormen. De verschillende volumes worden steeds iets los van elkaar gehouden, waardoor de bovenbouw op de plint lijkt te zweven. Het uiteindelijke ontwerp voor de nieuwbouw moet hier rekening mee houden.

22/174

2.3

Archeologie

Beleidskader Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke Erfgoedverordening (2019). Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek.

De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen. Bewoningsgeschiedenis De oudst bekende vondsten uit (de omgeving van) het plangebied dateren uit de Nieuwe Steentijd (5300-2000 voor Christus). In die periode werden gunstige plekken in het landschap zoals rivierduinen en rivieroevers door de mens uitgekozen om te verblijven. Aardewerk en vuurstenen werktuigen uit deze periode zijn aangetroffen tijdens het archeologisch onderzoek in het tracé van de Willemsspoortunnel, tussen 1988 en 1992. De spoortunnel volgt min of meer de benedenloop van de gedempte Rotte tussen Pompenburg en Oude Haven. De spoortunnel doorkruist de afzonderlijke plandelen van het plangebied. Het plangebied maakte vanaf de late prehistorie deel uit van een omvangrijk moerasgebied waar veenvorming plaatsvond. Bewoningssporen uit de periode van het begin van de moerasvorming, de Bronstijd (2000-800 voor Christus), zijn uit het plangebied niet bekend. De Rotte is als afwateringsriviertje van het veengebied vermoedelijk ontstaan in de Ijzertijd (800 voor Christus - begin jaartelling). Op de oevers van het riviertje verbleven vanaf die tijd mensen.

Bij archeologisch onderzoek in de buurt van het Hofplein en het Pompenburg, en stroomafwaarts langs de Binnenrotte, zijn vondsten en bewoningssporen ontdekt uit de Ijzertijd (verspoeld materiaal), de Romeinse tijd (resten van een huis en een crematiegraf langs de Rotte, tegenover de Laurenskerk) en de Middeleeuwen (verspoeld materiaal uit 8e - 9e eeuw, bewoningssporen op diverse plekken uit de 10e -12e eeuw). De vondsten en sporen uit de 8e-12e eeuw kunnen gerelateerd worden aan de in 1028 en 1050 historisch vermelde nederzetting Rotte, die ook een kerk bezat. De pre-stedelijke nederzetting, die langs beide oevers van de benedenloop van de Rotte lag, werd in de 12e eeuw verlaten na overstromingen, die tot diep landinwaarts reikten.

23/174

In de 13e eeuw werd het overstroomde gebied door de aanleg van dijken van noord naar zuid stap voor stap weer bewoonbaar gemaakt. In het plangebied ligt een deel van het verlengde van de Hofdijk. Een klein deel van Kasteel Weena, gelegen langs de Hofdijk, valt nog net binnen het plangebied. Archeologische verwachting Het plangebied overlapt op twee locaties een terrein waarvan bekend is dat er belangwekkende archeologische waarden in de bodem aanwezig zijn. Een aantal van dergelijke terreinen staat op de 'Lijst van Archeologisch Belangrijke Plaatsen in de gemeente Rotterdam' en deze terreinen zijn beschermd op grond van de Erfgoedverordening Rotterdam 2019 (voorheen de Archeologieverordening 2009). Het gaat in dit geval om het terrein van het 13e-eeuwse Kasteel Weena aan de Hofdijk, dat tevens bescherming geniet op grond van art. 6.27 uit de provinciale Omgevingsverordening die in paragraaf 4.2.2 aan de orde komt. Tijdens het puinruimen na het bombardement zijn de meeste funderingen van gebouwen uitgebroken en werd de bovenste twee meter ter plaatse van nieuwe weg- en leidingcunetten puinvrij gemaakt. Delen van het plangebied zullen zijn opgehoogd of juist afgegraven. Bovendien werd het stratenpatroon voor een deel verlegd.

Ondanks de genoemde ingrepen, zo is door het archeologisch onderzoek aangetoond, kunnen vooral de dieper gelegen, in de slappe ondergrond weggezakte, ophogings- en bewoningslagen uit de stadsperiode nog intact in de bodem aanwezig zijn. Op sommige plaatsen bevinden die lagen zich tot wel 10 meter onder de oppervlakte. Dit betekent dat ook onder moderne gebouwen delen van het 'bodemarchief' intact in de bodem aanwezig kunnen zijn. Onder de middeleeuwse lagen met bewoningssporen vanaf de 8e eeuw, kunnen zich in de diepe ondergrond bewoningssporen uit de Romeinse tijd of uit de prehistorie (met name de Ijzertijd en de Steentijd) bevinden.

24/174

In figuur 2.6 is weergegeven hoe de archeologische (verwachtings)waarden in het gebied zijn gesitueerd. Onderstaand staat beschreven wat het beleid voor deze twee zone's is, wat via twee archeologische dubbelbestemmingen in de planregels van dit bestemmingsplan is vastgelegd.

Figuur 2.6

Archeologische (verwachtings)waarden plangebied (bron: BOOR)

Waarde - Archeologie 1 Voor Archeologisch Belangrijke Plaatsen geldt dat behoud van de archeologische waarden in de bodem voorop staat, conform de bepalingen in de Erfgoedverordening 2019 en de door het College van B&W vastgestelde Lijst van Archeologisch Belangrijke Plaatsen. Het gaat om nummer 15 van de lijst, de resten van kasteel Weena. Hiervoor geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden dieper dan 0,5 meter beneden het maaiveld, ongeacht de oppervlakte. Waarde - Archeologie 2 Voor de rest van het plangebied geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden dieper dan 1,0 meter beneden het maaiveld, ongeacht de oppervlakte.

25/174

26/174

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving Pompenburg

Visie op het gebied

3.1.1 Ontwikkelingsvisie 'Verbinden door Verblijven' De Ontwikkelcombinatie heeft bij het voorbereiden van haar plannen een visie opgesteld om het gesprek met de gemeente aan te gaan over de (her)ontwikkeling van het gebied. Deze visie, met de naam 'Verbinden door verblijven', heeft tot doel het overkoepelende idee te beschrijven waar de verschillende onderdelen van het plan binnen moeten passen en aan bij moeten dragen. De visie koestert de kwaliteiten van de Hofbogen en wil daaromheen een combinatie van een aantrekkelijk woongebied met interessante verblijfsplek realiseren. Dit moet gebeuren door het toevoegen van functies, het creëren van samenhang binnen het gebied en verbindingen met de omgeving, en de aanleg van een aantrekkelijke buitenruimte. Daarmee moet Pompenburg een plek worden waar het fijn wonen is, waar mensen graag naartoe komen en waar mensen op een natuurlijke wijze doorheen kunnen bewegen. Op deze manier wordt Pompenburg weer verbonden met zijn omgeving en kan dit vergeten stuk stad veranderen in een verleidelijk stuk stad. De bijbehorende visiekaart uit de visie 'Verbinden door verblijven' is weergegeven in figuur 3.1.

Figuur 3.1

Visiekaart Pompenburg uit de visie 'Verbinden door verblijven'

Om dit te bereiken moet er iets gebeuren aan het imago van Pompenburg als ‘een gebied met veel achterkanten’. Om Pompenburg werkelijk aantrekkelijk te maken, is een mix nodig van verblijfsgebieden, verbindingen en functies.

27/174

Het plan kent drie deelgebieden waar de Hofbogen als centraal en historisch element middenin liggen. De Hofbogen zijn eerder al gerestaureerd en getransformeerd en zijn bovendien als Rijksmonument aangewezen. Het blijft om die reden buiten de scope van dit bestemmingsplan, wat niet wegneemt dat het een belangrijk element vormt in de visie op het gebied als geheel. In figuur 3.2 is inzichtelijk gemaakt hoe de Hofbogen (en de spoortunnel) richting geven aan de drie deelgebieden. Uit deze visualisatie wordt duidelijk dat rondom de Hofbogen en door de ligging van de spoortunnel al op een logische wijze drie deelgebieden ontstaan met respectievelijk een ‘hoog stedelijk’, een ‘stads’ en een ‘buurt’ karakter. Hiermee wordt op de locatie Heer Bokelweg aansluiting gezocht bij de Agniesebuurt, op de locatie Stroveer met Heliport / Oude Noorden en op de locatie Pompenburg met Rotterdam Central District en de binnenstad van Rotterdam. De drie deelgebieden worden onderling met elkaar verbonden door samenhang te creëren in de inrichting van het openbaar gebied en door de Luchtsingel, die vernieuwd wordt. Zowel in het openbaar gebied als in de ontwerpen van de gebouwen, zal gespeeld worden met meerdere maaiveldniveaus. Op die manier wordt aansluiting gezocht bij het Hofbogenpark (dat in de toekomst nog verder uitgebreid zal worden) en de Luchtsingel.

Hierdoor ontstaat op meerdere niveaus een aantrekkelijk en samenhangend verblijfsgebied. Bovendien biedt dit kansen om op meerdere niveaus de verbinding met de omgeving tot stand te brengen en om het spoor over te steken.

Figuur 3.2 Hofbogen als structurerend element Waar aan de noordzijde van het spoor de Hofbogen al een kenmerkend element vormen om een prettig verblijfsgebied rondom te creëren, moet dit aan de zuidzijde van het spoor nog gecreëerd worden. Om die reden is op de locatie van het voormalige, vooroorlogse stationsgebouw van station Hofplein een horecagelegenheid voorzien in wat vooralsnog het Kopgebouw wordt genoemd.

28/174

Daar voor wordt een nieuw aan te leggen plein gerealiseerd, het Couwenburgplein. Via de Luchtsingel zal dit plein verbonden worden met Rotterdam Central District en de andere twee deelgebieden van het plan Pompenburg. 3.1.2 Programma Het programma bestaat uit een mix van de functies wonen, werken (kantoren), maatschappelijk en de publieksfuncties horeca, detailhandel en een filmhuis. In dit bestemmingsplan is voor ieder van de ontwikkellocaties vastgelegd welke functies ter plaatse gerealiseerd mogen worden en wat per functie het maximum is. Dit is uitgedrukt in aantallen woningen en in bruto vloeroppervlak voor de overige functies. Daarmee is niet gezegd dat per locatie alle functies tot aan hun maximum gerealiseerd kunnen worden. Tegelijkertijd moet immers ook voldaan worden aan de maxima die voor het plan als geheel gelden. Daarnaast zijn ook de toegestane bouwmassa's maatgevend. Het programma moet daarom gezien worden als de maximale keuzemogelijkheid van waaruit het project en de afzonderlijke deellocaties gevuld zullen worden. Dit maximum programma is opgenomen in tabel 3.1 met de specifieke locaties nog eens weergegeven in figuur 3.3. totaal

Heer Bokelweg

Couwenburgplein

Pompenburg

Stroveer

Woningen (aantallen)

1.100

510 (610 *)

-

450

140

Kantoren

7.500 m2

7.500 m2 *

-

-

-

Filmhuis

2.900 m2

2.900 m2 *

-

-

-

Hotel

7.500 m

7.500 m */ 260 kamers

-

-

-

Maatschappelijk

5.300 m2

5.300 m2 *

-

-

-

Detailhandel

600 m

2

600 m ** per vestiging: 200m2

-

-

--

Horeca

4.000 m2

1.850 m2 **

800 m2

1.100 m2

250 m2

2

2

2

woningen zijn in aantallen, overige functies in bruto-vloeroppervlakte (bvo)

*

Locatie Heer Bokelweg: hier geldt voor de functies kantoor, filmhuis, hotel en maatschappelijk een gezamenlijk maximum van 10.400 m2. Voor iedere 75 m2 van deze 10.400 m2 die niet benut wordt voor deze functies, mag 1 extra woning worden gerealiseerd in dit blok tot een maximum van 610.

Het absolute maximum van 1.100

woningen voor het hele plan blijft onverminderd van toepassing. Locatie Heer Bokelweg: hier geldt voor functies detailhandel en horeca een gezamenlijk maximum van 1.850 m2

**

Locatie Heer Bokelweg: hier geldt voor functies detailhandel en horeca een gezamenlijk maximum van 1.850 m2

Tabel 3.1

29/174

Maximum programma per ontwikkellocatie

Figuur 3.3

Overzichtstekening ontwikkellocaties

Met het programma voor de afzonderlijke ontwikkellocaties en gelet op de ligging ervan, is het project zo vormgegeven dat de verschillende ontwikkellocaties met de karakters van de omliggende wijken verbonden worden: locatie Heer Bokelweg met het Oude Noorden, de locatie Stroveer met het woongebied Heliport en de locaties Pompenburg en Couwenburgplein met Rotterdam Central District. Ten aanzien van de verschillende functies, geldt het volgende; Wonen Minimaal 50% van het woonprogramma wordt in het sociale en middensegment gerealiseerd. Het woonprogramma in de torens bestaat voor een groot deel uit twee- en driekamerappartementen. Naast betaalbare huurwoningen komen er ook betaalbare koopwoningen, waarvan een deel in het middensegment. In de sokkel van het blok aan de Pompenburg worden sociale huurwoningen gerealiseerd. Boven in de torens komen de duurdere koopwoningen. Kantoren In Pompenburg wordt vooral gericht aan creatieve doorgroeiers en scale-ups. Het totale kantoorprogramma beslaat maximaal 7.500 m² bvo. Hierbinnen is ruimte voor flexibele kantoorconcepten. Daarmee wordt ingespeeld op de veranderde ideeën over werken na COVID-19: flexibel, dichter bij huis, sociale interactie: het kantoor als ontmoetingsplek. Hotel Op de locatie Heer Bokelweg is de hotelfunctie toegestaan tot een maximum van 7.500 m2 (met maximaal 260 kamers).

30/174

Filmhuis Als aanvulling op het huidige programma in de Hofbogen is een filmhuis in het plan opgenomen. Dit als versterking van het creatieve milieu en de ondernemers in de Hofbogen. Een dergelijke voorziening kan een trekker zijn voor het hele gebied en ook in de avond bijdragen aan de levendigheid. Aan het filmhuis is een horecaruimte verbonden. Maatschappelijk Maatschappelijke voorzieningen staan onder druk in de binnenstad. Om de groei van het maatschappelijk voorzieningenaanbod gelijke tred te laten houden met de groei van het aantal inwoners, hanteert de gemeente referentiewaarden voor maatschappelijke voorzieningen. Dit betekent dat bij toevoeging van woningen, in de ontwikkeling ook ruimte geboden moet worden voor maatschappelijke voorzieningen. Volgens ‘de referentiewaarden maatschappelijke voorzieningen 2021’ wordt voor Pompenburg, gerefereerd aan het aantal nieuwe woningen, ruimte geboden aan maximaal 5.300 m2 maatschappelijke voorzieningen. Horeca In de Hofbogen bevinden zich in de huidige situatie al horeca- en culturele ruimtes. Deze hebben de trend gezet in het gebied en bepalen de sfeer. Nieuw programma in het gebied kan daarop aansluiten. Het nieuwe eigentijdse volume op de plek van het oude stationsgebouw heeft de potentie om, net als toentertijd het beroemde café-restaurant Loos, een extra dimensie te geven aan het gebied.

Detailhandel In de Nota van Uitgangspunten is beschreven dat de plinten een levendige en aantrekkelijke uitstraling moeten krijgen en een dubbele verdiepingshoogte moeten hebben. Voor de invulling zijn meerdere functies denkbaar. Een beperkt programma met kleinschalige detailhandel (maximaal 600 m² bvo) is mogelijk, naast functies als horeca en een filmhuis. Voorwaarde is wel dat de detailhandel geen concurrentie vormt voor de bestaande winkelgebieden. Daarom is het maximum oppervlak (bvo) gesteld op 200 m² per vestiging en zijn supermarkten niet toegestaan. Zie paragraaf 4.3.4 voor meer informatie. 3.1.3 Stedenbouwkundige kaders De stedenbouwkundige kaders voor de transformatie van het gebied Pompenburg zijn vastgelegd in de gemeentelijke Nota van Uitgangspunten. In dit document heeft de gemeente haar uitgangspunten richting de ontwikkelcombinatie vastgelegd, waaronder ook de stedenbouwkundige kaders. Zonder de inhoud van de Nota van Uitgangspunten nog eens te herhalen, kan met figuur 3.3 beknopt de hoofdopzet worden toegelicht.

31/174

Figuur 3.3.

Uitgangspuntenkaart uit de gemeentelijke Nota van Uitgangspunten

Te zien is dat rooilijnen en hoogteaccenten kaders zijn gegeven voor de drie afzonderlijke ontwikkellocaties. De samenhang binnen het gebied en met de omgeving komt aan de orde via de ingetekende straten, routes en uitgangspunten ten aanzien van maaiveld. Deze kaart is als basis gebruikt bij de verdere uitwerking en borging van de gebruiks- en bouwmogelijkheden in dit bestemmingsplan. Daarnaast geeft Nota van Uitgangspunten ook kaders voor de verdere uitwerking van de gebouwen, bijvoorbeeld ten aanzien van de opbouw en uitstraling van de hoogbouw. 3.1.4 Openbaar gebied Naast de bouwmassa's en de uiteenlopende functies per ontwikkellocatie, is er in de nieuwe situatie een belangrijke rol weggelegd voor de inrichting van de openbare ruimte om tot samenhang binnen het plangebied en tot verbinding met de omgeving te komen. Het huidige gebied Pompenburg is vrij onoverzichtelijk en weinig samenhangend. Dat wordt in de nieuwe opzet anders. Dankzij een goed doordacht samenspel tussen oude en nieuwe gebouwen en openbare ruimten, ontstaat er een logisch geheel van aan elkaar geschakelde, prettige ruimten waar mensen graag verblijven of doorheen wandelen. Zo komen er goede wandel- en fietspaden die aansluiten op de bestaande netwerken.

Twee belangrijke componenten die aan dit streefbeeld bij zullen dragen, zijn het autoluw maken van het gebied en het toepassen van twee maaiveldniveaus, wat met de Luchtsingel en het Hofbogenpark al deels bestaat. Dit komt ook tot uiting in de visualisatie die als figuur 3.4. is opgenomen.

32/174

Figuur 3.4

Verbindingen, groen en maaiveldniveaus

Deze twee concepten vormen samen de ruggengraat voor de inrichting van het openbaar gebied. Daarbij wordt opgemerkt dat het Hofbogenpark zich op dit moment nog uitsluitend boven op het voormalige station Hofplein bevindt. Met het Masterplan Hofbogen, wat een afzonderlijke ontwikkeling is, wordt dit dakpark verder ontwikkeld in noordelijke richting. Los van het groen dat op dit voormalige spoortracé zal worden gerealiseerd en waarmee het een prettige openbare ruimte wordt, zal het Hofbogenpark ook op structuurniveau een functie krijgen. In de eerste plaats doordat het niet langer een scheiding vormt tussen de aangrenzende wijken maar juist een verbindend element. En op het niveau van de stad zal het een belangrijke pijler zijn in de groenstructuur vanuit het centrum in noordelijke richting, die aan kan sluiten bij structuren als de singels in Rotterdam Noord.

33/174

Gelet op deze beoogde transformatie, zal het Hofbogenpark ook een belangrijke schakel vormen vanuit het plangebied van Pompenburg richting wijken als ZoHo, Agniesebuurt, Bergpolder en het Liskwartier.

3.1.5

Mobiliteit

Autoluw Binnen het gebied wordt ingezet op een zo autoluw mogelijke inrichting met ruimte voor fiets- en voetgangsverbindingen en een aantrekkelijk verblijfsgebied. De belangrijkste ingreep in dat verband is dat ieder van de ontwikkellocaties te ontsluiten op de meest nabij gelegen doorgaande verkeersas. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar hoofdstuk 6. Ontsluiting en autoluw karakter De locatie is ook in de bestaande situatie al uitstekend bereikbaar. Het Centraal Station, met toegang tot trein, metro en tram, ligt op loopafstand. Via de Schiekade is in noordelijke richting de A20 goed bereikbaar en via Goudsesingel / Oostplein is er een goede verbinding richting de A16. Het parkeren en stallen van auto’s en fietsen van de nieuwe bewoners wordt opgelost middels inpandige parkeervoorzieningen. Duurzame mobiliteit De groei van elektrische auto’s wordt gestimuleerd door voldoende laadinfrastructuur in de inpandige garages op te nemen. Het uitgangspunt is om in ieder geval alle garages geheel EV Ready uit te voeren.

34/174

Hoofdstuk 4

Beleid

In dit hoofdstuk wordt de ontwikkeling zoals die met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, getoetst aan de ruimtelijk relevante beleidskaders op zowel Rijksniveau, provinciaal niveau als gemeentelijk niveau. Met deze toetsing wordt beoordeeld of de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan de ruimtelijke beleidsdoelen op de verschillende overheidsniveau's. Andersom kan het ook zo zijn dat er uit deze beleidstoetsing criteria naar voren komen die in dit bestemmingsplan geborgd moeten worden, om ervoor te zorgen dat daar bij de uiteindelijke ontwikkeling van het gebied aan voldaan wordt. De betreffende beleidsdocumenten worden in dit hoofdstuk per overheidsniveau behandeld en per beleidsdocument is een conclusie opgenomen.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1 Nationale Omgevingsvisie Nederland staat voor een aantal urgente opgaven, die zowel lokaal, nationaal als wereldwijd spelen. Het betreffen opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Deze opgaven zullen Nederland flink veranderen en door goed in te spelen op deze veranderingen kan Nederland vooroplopen en kansen verzilveren. Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In de NOVI zijn de opgaven als volgt ingedeeld:  ruimte maken voor klimaatadaptatie en energietransitie;  verduurzamen van de economie en behouden van groeipotentieel;  sterker en leefbaarder maken van steden en regio's;  toekomstbestendig ontwikkelen van landelijk gebied. Toetsing Dit bestemmingsplan zet in op (her)ontwikkeling van het binnenstedelijk gebied Pompenburg. Daarmee wordt met een mix van functies ingezet op een aantrekkelijk gebied om te wonen, te werken en te verblijven. Dit sluit aan bij de doelstelling uit de NOVI om primair binnen bestaande steden en stedelijke regio's locaties te zoeken om te wonen en te werken. Daarnaast worden er ook fiets- en voetgangersverbindingen gerealiseerd die het gebied ook vanuit de omliggende wijken goed toegankelijk en doorkruisbaar maken.

Dit raakt aan de doelstelling uit de NOVI om een leefomgeving na te streven die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van wonen, bewegen, recreëren, ontmoeten en ontspannen. Dit gebeurt daarnaast doordat sprake is van een mix aan functies, waarmee bewoners in hun directe omgeving ook over voorzieningen op het gebied van horeca en cultuur beschikken. Het plan draagt daarnaast ook bij aan de doelstellingen op het gebied van klimaatadaptatie en energietransitie. Zo wordt de nieuwbouw minimaal als Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG) gerealiseerd waar het gaat om energie en wordt er in de gebouwontwerpen en in de openbare ruimte rekening gehouden met het (tijdelijk) vasthouden van neerslag.

35/174

Conclusie Gelet op het bovenstaande is dit bestemmingsplan in lijn met de NOVI. 4.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In werking getreden op 30 november 2011, laatste gewijzigd per 1 december 2020 Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridisch bindende vertaling van de Omgevingsvisie naar lagere overheden. Onder de vlag van de Omgevingswet wordt dit Besluit vervangen door zogenoemde instructieregels, maar vooralsnog geldt het Barro. Hiermee wordt de visie, waarmee op Rijksniveau een toekomstperspectief wordt geschetst, vertaald in bindende regels waar lagere overheden zich bij het opstellen en vergunnen van plannen aan te houden hebben. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn Rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk, buisleidingen en militaire objecten. Toetsing Bij de toetsing aan het Barro is de ligging van het plangebied het uitgangspunt. De zaken die in het Barro geregeld c.q. beschermd zijn, zijn namelijk veelal locatiegebonden. Uit de kaarten behorend bij het Barro, komen ter plaatse van het plangebied geen beschermde objecten of structuren naar voren. Conclusie Gelet op het bovenstaande is dit bestemmingsplan in lijn met het Barro.

4.1.3 Besluit ruimtelijke ordening In werking getreden op 1 oktober 2012, gewijzigd per 1 juli 2017 Uitbreiding of nieuwe functies zijn niet zonder meer mogelijk, omdat sprake moet zijn van 'zorgvuldig ruimtegebruik'. Ruimtelijke plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, moeten daarom worden getoetst aan Artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen moet de behoefte worden beschreven. Bij stedelijke ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied, moet worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk gerealiseerd kunnen worden. Wel of geen stedelijke ontwikkeling De vraag bij de ladder voor duurzame verstedelijking is of de ruimtelijke ontwikkeling moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in art. 3.1.6 lid 2 Bro. Uit jurisprudentie blijkt dat meer dan 11 woningen en andere stedelijke functies groter dan 500 m2 bvo doorgaans worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling in het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking. Wel of geen nieuwe stedelijke ontwikkeling Of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is afhankelijk van de huidige planologische mogelijkheden.

Wanneer er met een nieuw bestemmingsplan geen nieuw planologisch ruimtebeslag wordt mogelijk gemaakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet een bestemmingsplan in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening. Van dit uitgangspunt wordt afgeweken als de planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat toch sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Hierbij komt betekenis toe aan de ruimtelijke uitstraling van de in het nieuwe plan voorziene functies en die onder het vorige plan mogelijk was. 36/174

Wel of niet binnen bestaand stedelijk gebied In de algemene bepalingen van het Besluit ruimtelijke ordening (1.1.1 lid 1 onder h) is de volgende definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied: "bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur". De beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving. Het begrip is in de jurisprudentie nader ingevuld. Toetsing Onderstaand staat het programma nogmaals vermeld dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Naar deze functies is door middel van een ladderonderbouwing de behoefte in beeld gebracht. totaal

Heer Bokelweg

Couwenburgplein

Pompenburg

Stroveer

Woningen (aantallen)

1.100

510 (610 *)

-

450

140

Kantoren

7.500 m2

7.500 m2 *

-

-

-

Filmhuis

2.900 m

2.900 m *

-

-

-

Hotel

7.500 m2

7.500 m2 */ 260 kamers

-

-

-

Maatschappelijk

5.300 m2

5.300 m2 *

-

-

-

Detailhandel

600 m

2

600 m ** per vestiging: 200m2

-

-

--

Horeca

4.000 m2

1.850 m2 **

800 m2

1.100 m2

250 m2

2

2

2

woningen zijn in aantallen, overige functies in bruto-vloeroppervlakte (bvo)

*

Locatie Heer Bokelweg: hier geldt voor de functies kantoor, filmhuis, hotel en maatschappelijk een gezamenlijk maximum van 10.400 m2. Voor iedere 75 m2 van deze 10.400 m2 die niet benut wordt voor deze functies, mag 1 extra woning worden gerealiseerd in dit blok tot een maximum van 610.

Het absolute maximum van 1.100

woningen voor het hele plan blijft onverminderd van toepassing. Locatie Heer Bokelweg: hier geldt voor functies detailhandel en horeca een gezamenlijk maximum van 1.850 m2

**

Locatie Heer Bokelweg: hier geldt voor functies detailhandel en horeca een gezamenlijk maximum van 1.850 m2

Tabel 4.1

Maximum programma per ontwikkellocatie

Voor vrijwel alle functies, met uitzondering van de maatschappelijke voorzieningen, geldt dat de huidige bestemmingsplannen deze niet (rechtstreeks) mogelijk maakten. Daarom is de behoefte aan deze functies is onderzocht. De behoefte aan een hotel, detailhandel, horeca, woningen en kantoren blijkt uit het onderzoek 'Ladderonderbouwing functies Pompenburg te Rotterdam' zoals opgenomen in Bijlage 1. De behoefte aan een filmhuis is onderzocht in de 'ladderonderbouwing filmhuis', zoals opgenomen in Bijlage 2.

37/174

De beide onderbouwingen, komen gezamenlijk tot de conclusie dat er behoefte is aan:  Woningen: 900-1.650  Kantoren: 5.000 - 10.000 m2  Hotel: 7.500 m2  Detailhandel: 600 m2, met een maximum van 200 m2 per vestiging  Horeca: 3.025 - 5.320 m2  Filmhuis: ca. 3.200 stoelen, waarvan reeds 2.500 elders bestemd (Pathé Zuidplein), maakt 700 stoelen in Pompenburg Voor de maatschappelijke voorzieningen geldt dat er geen kwantitatieve (gemeentelijke) visies bestaan waarmee de behoefte aan maatschappelijke voorzieningen in beeld wordt gebracht. De behoefte wordt per project berekend aan de hand van de het rekenmodel Referentiewaarden Maatschappelijke Voorzieningen, vastgesteld door B&W. In de NvU voor het project Pompenburg is op basis van deze rekentool een behoefte van minimaal 4.200 m² berekend, op basis van 1.000 woningen. Op basis van de 1.100 woningen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, gaat het om minimaal 4.600 m². De behoefte is daarmee aangetoond. Conclusie Op basis van de beide ladderonderbouwingen, is de behoefte aan het programma uit dit bestemmingsplan aangetoond. Bovengenoemde maatvoeringen zijn in de regels van dit bestemmingsplan geborgd. Daarnaast is voor de functies hotel en filmhuis in de regels van het bestemmingsplan vastgelegd hoeveel kamers respectievelijk stoelen deze functies mogen omvatten.

Voor de functie detailhandel is vastgelegd dat er behalve een totale omvang, ook een maximum omvang per vestiging geldt van 200m2 bvo. Hiermee biedt het bestemmingsplan voldoende kaders dat het programma dat mogelijk gemaakt wordt, binnen de aangetoonde behoefte blijft.

4.2

Provinciaal en regionaal beleid

4.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland (geconsolideerd, maart 2022) Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in ons Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en –plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. De Omgevingsvisie omvat de volgende wettelijk verplichte plannen:  de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro);  het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm);  het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww);  het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer;  de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5cde40ac-b222-472d-87e2-2b05d5efd617