[23bb001472] Bijlage behorende bij 23bb001471 over Nationaal Programma Rotterdam Zuid
Tekst van het document
De gemeente heeft de inzet voor Zuid geïntensiveerd, vooruitlopend op dit uitvoeringsprogramma als onderdeel van de aanbesteding van het welzijnswerk. Met
A. Werken aan een zinvolle dagbesteding (school en werk) › Voor de Jeugd investeert Welzijn in participatie, in het ondersteunen en/of vinden van bijbaantjes, in het meedoen aan sport en cultuur en het succesvol kunnen volgen van onderwijs. Welzijn is aanvullend op Dagprogrammering. › Voor volwassenen die niet op eigen kracht aan het werk komen, biedt Welzijn gelegenheid tot re-integratie en ondersteunt op het gebied van taal (de gemeentelijke clusters Maatschappelijke Ondersteuning en Werk & Inkomen zijn verantwoordelijk voor het formuleren van de gewenste re-integratietrajecten). B. Werken aan toekomstperspectief Welzijn maakt gebruik van en zoekt aansluiting bij het lob-programma van het NPRZ (loopbaanoriëntatie en begeleiding). C. Extra ondersteuning voor ouders Welzijn ondersteunt ouders zodat zij hun kinderen kunnen begeleiden tot zelfredzame volwassenen. De school is hierin voor welzijn altijd een partner. Welzijn geeft invulling aan een ondersteunende relatie met de scholen. D. Werken aan een zinvolle dagbesteding (re-integratie en taal) Alle wijknetwerkpartners zijn erop gericht om bewoners te helpen om school en werk mogelijk te maken (‘Werk is de beste zorg’).
Welzijn houdt hierbij rekening met de CZ-studententeams die op Zuid actief zijn en heeft een focus op het preventieve aanbod dat past in de pijlers van de methodiek van De Brug (zie afbeelding op pagina 26). Ook willen we met de wijkpreventieketen in het medisch en sociaal domein gezamenlijk de ‘beweging naar voren’ stimuleren; een beweging ‘de zorg uit’ in plaats van ‘de zorg in’. De interventies Welzijn op Recept en extra inzet op de Gecombineerde Leefstijl Interventie zijn onderdeel van de wijkpreventieketen. De gemeente, de welzijnspartijen (verenigd in Win010) en Rijnmond Dokters werken in 2023 Welzijn op Recept stedelijk gezamenlijk uit. Huisartsen kunnen via Welzijn op Recept bewoners met psychosociale problematiek doorverwijzen. Welzijn kijkt dan welke hulp/onder-
steuning of interventie nodig of zinvol is en informeert de huisarts. Met extra inzet op de Gecombineerde Leefstijl Interventies en Welzijn op Recept wordt gezamenlijk ingezet op de beweging ‘de zorg uit’ in plaats van ‘de zorg in’. Een goede preventieve infrastructuur is voor deze beweging onontbeerlijk. Als professionals in de nulde, eerste en tweede lijnszorg elkaar beter weten te vinden en met een brede, preventieve blik naar Rotterdammers kijken, wordt inzet van (te) zware zorg voorkomen. Zo kunnen meer Rotterdammers met een zorg- of ondersteuningsvraag stappen zetten naar een gezonder, zelfstandiger en gelukkiger leven.
Afspraak: In 2023 maken we afspraken in het kader van de (Integrale) ondersteuning en preventie in de wijken voor Zuid. Afspraken over hoe we bestaande pilots, (gezins)aanpakken en activiteiten van de welzijnsaanbieders met elkaar verbinden en bij voorkeur integreren. Afspraken ten aanzien van wijkteams op Zuid: › De capaciteit van de reguliere wijkteams wordt mede op basis van kenmerken van gebieden/ wijken bepaald. Voor het NPRZ-gebied is de capaciteit momenteel 42% van de totale Rotterdamse capaciteit; › De wijkteams in het NPRZ-gebied zorgen dat er geen wachtlijst voor de wijkteams is. Dit betekent: geen werkvoorraad die langer dan 14 dagen blijft liggen. Daar is voor nodig dat de capaciteit binnen de wijkteams zowel kwantitatief als kwalitatief op orde is; › De CZ-teams werken volgens de methodiek “Brug naar een Positieve Toekomst” (zie figuur 1, pagina 26). De intentie is om de CZ-aanpak uit te breiden naar het hele NPRZ-gebied. De aanpak wordt aangescherpt en beter verankerd en toegepast. Afspraken ten aanzien van inzet welzijnswerk op Zuid: › We verbinden kinderwerk, tienerwerk en jongerenwerk aan alle scholen op Zuid en gaan samen experimenteren met nieuwe aanpakken; › Wij streven ernaar dat de Vraagwijzers in de verschillende Huizen van de Wijk, bij voorkeur wekelijks, spreekuur houden; › Welzijn op Recept wordt ook in de NPRZ wijken uitgevoerd.
Op basis van de uitvoeringspraktijk zal worden bepaald of er extra inzet nodig is.
NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 25
↓ F iguur 1: De brug naar een positieve toekomst.
Children’s Zone De brug
Om de brug naar een positieve toekomst over te kunnen steken, moeten alle pijlers stevig zijn. Daar is een stevige basis voor nodig.
Zelfstandig, positief en stabiel – Inspiratie Positief, redelijk stabiel, steun – Cursus of training Kantelpunt, instabiel – Preventieve coaching Instabiel, problemen – Hulpverlening Veel problemen, crisis – Spoed, (specialistische) hulp
Toekomst voor je kind
Lekker in je vel
Een fijn huis
Werken aan je toekomst
Grip op je geld
Huis
Huishouden
Geestelijk
Lichamelijk
Stevige basis
Ontwikkeling
Inkomen
Omgaan met geld
Beroepsontwikkeling
Werk/dagbesteding
Wij hebben een fijn huis dat wij goed kunnen betalen (niet meer dan een derde van ons netto inkomen).
Ons huis is schoon en opgeruimd. Wij hebben de huishoudelijke taken goed verdeeld over de gezinsleden.
Wij voelen ons goed. Wij hebben zelfvertrouwen en kunnen omgaan met tegenslagen. Wij doen regelmatig leuke dingen.
Wij zien er netjes en schoon uit. Wij hebben een vast dagritme. Wij eten gezond en doen aan sport. Iedereen voelt zich gezond en heeft geen klachten.
Ons gezin is veilig, gezellig en liefdevol. Wij praten ruzies uit en hebben duidelijke regels.
Wij helpen ons kind. Wij leren ons kind nieuwe dingen die bij de leeftijd passen. Wij vinden sport en spel belangrijk. Wij leren ons kind over zichzelf en omgaan met anderen. Wij hopen dat ons kind later het net zo doet als wij.
Wij hebben genoeg geld om alles te betalen wat wij nodig hebben. Wij sparen voor extra dingen of onverwachte kosten. Wij ontvangen onze toeslagen.
Wij weten hoeveel geld wij binnen krijgen en uitgeven. Wij hebben geen schulden (behalve hypotheek of studie). Wij betalen alle rekeningen en houden geld over. Wij hebben spaargeld waar wij drie maanden van kunnen leven.
Ik heb een opleiding afgemaakt met grote kans op een baan. Ik leer altijd bij. Ik kan goed leren. Ik spreek en schrijf goed Nederlands.
Ik heb een vaste baan waar ik tevreden over ben. Of ik heb een eigen zaak waarmee ik voldoende geld verdien.
Wij hebben een geschikt huis, het past alleen niet in ons budget (meer dan een derde van netto inkomen).
Ons huis is meestal opgeruimd en schoon. De huishoudelijke taken kunnen wij wel beter verdelen over de gezinsleden.
Wij voelen ons meestal goed. Soms niet, maar dat lossen wij zelf op. Wij doen soms leuke dingen.
Wij hebben een dagritme. Wij zien er meestal netjes en gezond uit. Soms eten wij gezond en bewegen wij, maar soms ook even niet. Wij hebben wel eens lichte lichamelijke klachten, maar dit lossen wij zelf op.
Ons gezin is veilig en gezellig. Wij hebben weinig ruzie. Als er ruzie is, praten wij dat niet altijd uit. De regels in ons gezin zijn niet zo duidelijk.
Wij helpen ons kind nieuwe dingen te leren, maar dit past niet altijd bij de leeftijd. Sport en spel vinden wij leuk. Wij leren ons kind over zichzelf en omgaan met anderen. Wij hopen dat ons kind het later ongeveer zo doet als wij.
Wij hebben genoeg geld om rekeningen en boodschappen te betalen. Wij houden geld over voor onverwachte kosten. Wij ontvangen onze toeslagen.
Wij weten ongeveer hoeveel geld wij binnen krijgen en uitgeven. Bij een schuld praten wij over een oplossing. Wij hebben geen schulden of lossen deze af en maken geen nieuwe schulden. Wij hebben spaargeld waar we een maand van kunnen leven.
Ik heb een opleiding afgemaakt met goede kans op een baan. Ik kan best goed leren. Ik spreek best goed Nederlands maar schrijf minder goed.
Ik heb een tijdelijke of vaste baan waar ik best tevreden over ben. Of ik heb een eigen zaak die redelijk loopt.
Wij hebben een eigen woonplek, maar moeten iets anders zoeken. Wij hebben een eigen woonplek, maar de huur is veel te hoog (meer dan de helft van ons netto-inkomen). Wij hebben problemen met de verhuurder.
Wij maken soms schoon en ruimen wel eens op.
Wij kunnen moeilijk met tegenslagen of stress omgaan. Soms voelt iemand zich alleen en somber. Wij doen weinig leuke dingen.
Ons gezin heeft niet veel dagritme. Wij hebben regelmatig lichamelijke klachten. Wij eten niet zo gezond en bewegen weinig, dit proberen wij te verbeteren.
Ons gezin is soms veilig en gezellig. Wij hebben vaak ruzie en praten dit niet uit. De zorg voor het gezin is ons soms te veel. Er is weinig aandacht voor elkaar. De regels zijn onduidelijk. Wij willen dit veranderen.
Wij proberen ons kind te helpen. Wij vinden het lastig ons kind nieuwe dingen te leren die bij de leeftijd passen. Wij doen weinig aan sport en spel., maar willen dat wel. Wij leren ons kind weinig over zichzelf en omgaan met anderen. Wij hopen dat ons kind niet alles doet zoals wij.
Wij hebben niet genoeg geld om onze rekeningen en boodschappen te betalen. Het lukt ons niet een uitkering en toeslagen aan te vragen of de toeslagen worden ingehouden.
Wij weten niet goed hoeveel geld wij binnen krijgen en uitgeven en hebben schulden. Wij hebben hulp nodig deze op een rijtje te zetten en op te lossen. Wij hebben spaargeld maar kunnen hier geen maand van leven.
Ik heb een opleiding afgemaakt met kans op een baan. Ik probeer bij te leren. Om mijn kans op werk te vergroten doe ik vrijwilligerswerk. Ik vind leren lastig. Ik spreek voldoende Nederlands.
Ik heb een tijdelijke of vaste baan, maar ben er niet tevreden mee. Of een eigen zaak waarvan de toekomst onzeker is. Ik heb problemen met elke dag naar mijn werk gaan. Ik probeer dit op te lossen.
Wij wonen in een maatschappelijke opvang. Wij wonen niet zelfstandig. Wij hebben geen huurcontract of heb ernstige problemen met verhuurder.
Ons huis is niet opgeruimd. Wij kunnen het huishouden niet goed aan. Met de noodzakelijke spullen in ons huis kunnen wij ons net redden.
Wij hebben veel zorgen en stress. Dagelijkse dingen zijn moeilijk. De behandeling die wij krijgen helpt niet (genoeg).
Ons gezin heeft nauwelijks een dagritme. Iemand heeft regelmatig ernstige klachten of is verslaafd. Wij krijgen geen hulp of behandeling. Dit zorgt voor problemen.
Ons gezin is vaak niet veilig. Wij hebben veel ruzie en praten dit niet uit. Wij kunnen de zorg voor het gezin niet aan. Wij hebben weinig aandacht voor elkaar. Er zijn geen regels. Ons gezin heeft niet genoeg hulp.
Wij hebben weinig tijd ons kind te helpen. Wij leren ons kind geen nieuwe dingen die passen bij de leeftijd. Wij doen niet aan sport en spel. Wij leren ons kind te weinig over zichzelf en omgaan met anderen. Wij zijn geen goed voorbeeld.
Wij hebben geen geld, maar wij mogen wel een uitkering aanvragen. Wij weten niet of wij recht hebben op toeslagen.
Wij weten niet hoeveel geld wij binnen krijgen en uitgeven en hebben hoge schulden. Wij praten hier niet over en weten niet wat we kunnen doen. Er komen nieuwe schulden bij. Wij hebben geen spaargeld.
Wij hebben (binnenkort) geen onderdak meer.
Ons huis is niet schoon en niet opgeruimd. Noodzakelijke spullen ontbreken in ons huis.
Wij hebben erg veel zorgen en stress. Er komen steeds meer problemen. Iemand in ons gezin is een gevaar voor zichzelf of anderen.
Iemand in ons gezin heeft direct medische hulp nodig: ernstige medische klachten / een verslaving die voor problemen zorgt.
Ons gezin is niet veilig. Er is sprake van (lichamelijk of geestelijk) geweld. Er is veel ruzie en wij praten dit niet uit. Wij hebben dringend hulp nodig.
Wij weten niet hoe we ons kind kunnen helpen bij het leren van dingen die bij de leeftijd passen. Ons kind (4+) gaat niet naar school. Wij zijn een slecht voorbeeld voor ons kind.
Wij hebben geen inkomen en geen toeslagen. Wij hebben geen recht op een uitkering of ander inkomen.
Wij openen onze post niet. Wij hebben hoge schulden die steeds hoger worden. Wij weten niet wat wij moeten doen. Wij raken ons huis en spullen kwijt. Wij hebben geen spaargeld.
Ik heb geen opleiding of weinig kans op een baan. Ik leer niet bij en heb weinig ervaring. Ik spreek en schrijf niet goed Nederlands.
Ik heb geen opleiding en geen werkervaring. Ik heb geen kans op een baan. Ik spreek en schrijf geen Nederlands.
Ik werk zwart of doe vrijwilligerswerk. Of ik heb een eigen zaak die verlies lijdt. Door problemen lukt het mij niet om naar mijn werk te gaan of te leren.
Ik heb geen werk en zit thuis. Ik kom op illegale manieren aan geld. Door problemen lukt het mij niet om in actie te komen en iets te gaan doen.
De basis: Denk, Zoek, Plan, Doe, Hulp Zie achterkant
Geïnspireerd op EMPath's Bridge to Self-Sufficiency®
26
NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 27
Interventie indicatoren onder andere: › ontwikkeling van wachtlijsten; › aanwezigheid van CZ-teams in alle wijken van Zuid; › aanwezigheid van jeugdwerk op scholen op Zuid; › vindplaats aantallen. b. Schoolzorgteams Op alle basisscholen met een hoge of zeer hoge schoolweging in NPRZ-gebied (56 van de 59) worden schoolzorgteams ingericht. Schoolzorgteams bestaan uit de leiding van de school, de intern begeleider, de schoolmaatschappelijk werker, de medewerkers van Passend Primair Onderwijs en de school-wijkteammedewerker. Begin 2023 zijn op Zuid 34 schoolzorgteams actief om sneller en effectiever te kunnen handelen bij kinderen met zorgvragen. Het doel van de schoolzorgteams is tweeledig: › Kinderen en gezinnen worden eerder, efficiënter en effectiever geholpen bij problemen. Hierdoor kan beter en consequenter worden voorzien in preventie, vroegsignalering en lichtere vormen van hulpverlening op scholen en kan ook zware hulpverlening sneller worden ingezet indien noodzakelijk; › Het schoolteam zelf wordt ontzorgd waardoor de onderwijsprofessionals zich op hun eigen taken kunnen richten en aan betere onderwijsresultaten kunnen werken.
Daarom geven schoolzorgteams invulling aan de volgende zes criteria: › Er is structurele aandacht voor het sociaal-emotioneel leren van alle kinderen; › Er is een intensieve aanpak ouderbetrokkenheid; › Er is extra schoolmaatschappelijk werk (conform afgesproken norm); › Er is een wijkteammedewerker aan de school verbonden die zijn/haar werk in de school uitvoert; › Er zijn goede samenwerkingsafspraken die periodiek worden geëvalueerd; › De inzet van het schoolzorgteam wordt gemonitord door een opgaveteam.
Afspraken: › De schoolzorgteams in het basisonderwijs zijn een samenwerking van gemeente, de scholen, het Samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs (PO) en aanbieders van schoolmaatschappelijk werk. Op alle (speciaal) basisscholen (met hoog of zeer hoog gewicht) zijn uiterlijk eind 2023 schoolzorgteams ingericht (56 scholen). Met een stuurgroep en opgaveteam wordt de uitvoering georganiseerd. › We gaan in de loop van schooljaar 2023/2024 in gesprek met het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs op Zuid over wat daar nodig is ten aanzien van de samenwerking zorg en school.
Interventie indicatoren: Momenteel wordt in opdracht van de stedelijke Stuurgroep schoolzorgteams, waaraan ook het NPRZ deelneemt, onderzocht welke indicatoren reeds beschikbaar zijn of meetbaar zijn. Op basis van de afspraken en doelen wordt nagedacht over indicatoren op het gebied van: › Aantal basisscholen met een compleet en actief schoolzorgteam; › Ontwikkeling (toe-/afname, tijdigheid, passendheid) in hulpverlening in de NPRZ-gebieden met schoolzorgteams ten aanzien van bijvoorbeeld preventieve hulp, aanbod in de wijk of wijkteam, specialistische jeugdhulp; › Sociaal-emotionele vaardigheden bij de kinderen zijn vergroot; ingezette interventies per school; › Ontwikkeling onderwijsondersteunend gedrag van ouders; Ingezette interventies per school; › Stijging van tevredenheid van de leerkrachten/overig schoolpersoneel. De definitieve keuze van indicatoren wordt in 2023 bepaald. c. Werk is de beste zorg: verbeteren samenwerking tussen wijkteams en werkbemiddelaars Binnen de Thuisbasis op Orde werkt het wijkteam vanuit het principe ‘Werk is de beste zorg’ en heeft daarmee de taak een cliënt te begeleiden totdat school en werk in een huishouden voldoende duurzaam is georganiseerd. Het daadwerkelijk begeleiden naar school en werk wordt natuurlijk door collegaprofessionals uitgevoerd.
28
Dit doen zij deels door het organiseren van doorbraken op specifieke casussen door als team te sturen op gezamenlijke doelen voor werkzoekenden in de wijk (zie pijler Werk pagina 69).
↑ Werk is de beste zorg.
In 2023 wordt een voorstel voor een experiment in Vreewijk uitgewerkt waarbij het wijkteam met alle cliënten die nu geen werk of andere zinvolle dagbesteding hebben tijdens het hulpverleningstraject actief in gesprek gaat over een dagbesteding. Dit moet leiden naar een passende doorverwijzing naar team Mens en Arbeidsontwikkeling (Werk en Inkomen), Prestatie010 of een opleiding. De medewerkers van het domein arbeid zorgen voor een snelle en correcte bemiddeling. Tevens zal het team Mens en Arbeidsontwikkeling snel het wijkteam kunnen inschakelen om belemmeringen bij hun klanten op te heffen, zodat zij snel verder kunnen met de bemiddeling naar werk. De samenwerking tussen wijkteams en werkcoaches rondom een uitkeringsgerechtigde wordt via Hand in Hand georganiseerd. Het is een set samenwerkingsafspraken over onder andere wie regie heeft (zie pijler Werk pagina 63). Welzijn heeft de opdracht in samenwerking met Prestatie010, werkzoekenden van Prestatie 010 toe te leiden en te begeleiden naar vrijwilligerswerk of een aanbod op gebied van gezondheid, bewegen, taal etc. Dit vergroot de participatie in de samenleving van bewoners met een lange afstand tot de arbeidsmarkt en vergroot de kans dat een deel van deze kandidaten uitstromen naar betaald werk.
In wijkwerktafels werken wijkteams en welzijnsaanbieder, werkcoaches, activeringscoaches, inkomensconsulenten, jongerenconsulenten samen met en onder regie van de wijkmanager en wijknetwerker aan het ondersteunen van de Rotterdammers in de bijstand op het gebied van werk, inkomenshulpverlening en de benodigde overige hulpverlening.
Afspraken: De aanpak Hand in Hand breder in uitvoering brengen, de inzet van wijkwerktafels wordt uitgebreid. De afspraken in het kader van ‘Werk is de beste zorg’ zullen via de pijler Werk worden gerapporteerd in de jaarlijkse voortgangsrapportage.
Interventie indicatoren: › P lan van aanpak voor de uitvoering van Hand in Hand; ›A antal wijken met wijkwerktafels.
3.3.2 V ergroting basisvaardigheden en zelfredzaamheid van Rotterdammers op Zuid Veel Rotterdammers op Zuid staan op achterstand omdat ze bijvoorbeeld de weg naar voorzieningen niet vinden, laaggeletterd zijn of een licht verstandelijke beperking hebben. Dit geldt in heel Nederland maar komt op Zuid relatief meer voor. Ook hebben veel inwoners van Zuid schulden of leven in armoede. Deze mensen hebben stress, zijn daardoor minder in staat de juiste beslissingen te nemen, beschikken nauwelijks over een functionerend netwerk en zijn tijdelijk of permanent niet goed in staat hun eigen boontjes te doppen. In de NPRZ-interventielijn Vergroting basisvaardigheden en zelfredzaamheid van Rotterdammers op Zuid, continueren en verbeteren we de afspraken van het vorige uitvoeringsplan om deze Rotterdammers op Zuid te ondersteunen: a. Aanpak Basisvaardigheden taal, rekenen en digitale vaardigheden;
↓ Tabel 5.
Aandeel laaggeletterden beroepsbevolking (16-65 jaar); taalspiraal 2018
Rotterdam
Charlois
Feijenoord
IJsselmonde
21%
34%
36%
30%
NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 29
b. Ondersteuning aan mensen met een Licht Verstandelijk Beperking (lvb); c. Aanpak Armoede en schulden. a. Aanpak Basisvaardigheden taal, rekenen en digitale vaardigheden Basisvaardigheden zijn belangrijk om mee te kunnen doen in de samenleving. Het hebben van Basisvaardigheden is belangrijk om mee te kunnen doen in de samenleving. Het hebben van goede basisvaardigheden zorgt ervoor dat mensen zich zelfstandig kunnen redden. Taal (lezen, schrijven, spreken en luisteren), rekenen en digitale vaardigheden (omgaan met computers, mobiele telefoons en internet) dragen bij aan het bereiken van levensdoelen. Het goed beheersen van basisvaardigheden heeft invloed op onderwijsresultaten en kansen op de arbeidsmarkt. Zo is taal en taalstimulatie voor verschillende doelgroepen cruciaal: kinderen hebben een grotere woordenschat, werkzoekenden hebben meer kans op een baan en mensen vinden het gemakkelijker om informatie over gezondheid, zorg en informatie in het algemeen te begrijpen en toe te passen. De trajecten die door de gemeente Rotterdam worden ingekocht en aangeboden richten zich op vier belangrijke thema’s uit het leven: ontwikkeling van kinderen, gezondheid, werk en geld. Het uiteindelijk lange termijn doel is dat we preventief werken aan het voorkomen van laaggeletterdheid en dat een nieuwe generatie opgroeit zonder een taalachterstand.
Het aantal laaggeletterden op Zuid is het grootst van de hele stad: meer dan 30 procent van de inwoners is daar laaggeletterd (zie tabel 5). Met de formele trajecten voor Basisvaardigheden behalen zoveel mogelijk mensen een diploma gericht op het kunnen volgen van een beroepsopleiding of het verbeteren van hun positie op de arbeidsmarkt.
De non-formele trajecten zijn gericht op: basisvaardigheden gericht op de thema’s ontwikkeling, gezondheid, werk en geld; op NT1’ers (mensen met Nederlands als eerste taal); analfabeten; en op het bevorderen van digitale vaardigheden en rekenvaardigheden. De komende jaren worden aan de trajecten de overige vaardigheden toegevoegd. Om basisvaardigheden op niveau te krijgen en houden is het belangrijk om ze in de praktijk te blijven toepassen. We hanteren daarvoor een doorlopende leerlijn: inburgeringstrajecten, informele activiteiten basisvaardigheden, non-formele trajecten en formele trajecten basisvaardigheden sluiten op elkaar aan en op naar school gaan en re-integratie van uitkering naar werk. Dat hoeft niet altijd in die volgorde, maar kan ook naast elkaar plaatsvinden. Dit vereist samenwerking tussen verschillende organisaties die werkzaam zijn in de wijken op Zuid.
Afspraak: Vanuit het beleidskader Basisvaardigheden in Rotterdam wordt 55% van zowel het nonformele als formele aanbod ‘basisvaardigheden’ beschikbaar gesteld voor de Zuidoever (NPRZ, Hoogvliet en Pernis). De gemeente maakt verder afspraken met aanbieders basisvaardigheden om deze proportioneel in de wijken van Zuid te laten landen en houdt daarbij rekening met behoeften in de wijk en opgaven in het kader van het NPRZ. Het aanbod wordt laagdrempelig georganiseerd op de plekken waar de mensen zijn die behoefte hebben aan deze specifieke trajecten. Er wordt samengewerkt met andere partijen in de wijk om enerzijds doorlopende lijnen te creëren en anderzijds directer bij te dragen aan het behalen van doelen op school en werk.
Interventie indicator: › (Relatief) inzet (taal)trajecten op Zuid en wijkniveau.
↑ Digitale vaardigheden zijn belangrijk voor deelname aan de maatschappij.
30
b. Ondersteuning aan mensen met een Licht Verstandelijke Beperking (lvb) In Rotterdam wonen bijna 100.000 mensen met een lvb en we schatten in dat een aanzienlijk deel op Zuid woont. Licht verstandelijk beperkt zijn betekent niet dat mensen niet kunnen functioneren in onze samenleving. Veel mensen met lvb kunnen prima kinderen opvoeden en aan het werk zijn. Wel lopen ze door hun lvb verhoogde kans niet de goede weg te kunnen vinden, of in geval van administra-
tieve handelingen fouten te maken en vatbaar te zijn voor ondermijning/criminaliteit. Dat maakt deze mensen extra kwetsbaar. Het is voor professionals lastig om mensen met een lvb (tijdig) te herkennen en dat is ook niet makkelijk. Vaak wordt pas na wat langere gesprekken en goed doorvragen duidelijk of inwoners de informatie echt tot zich hebben genomen en ook kunnen omzetten in handelingen. Dat is geen tekortkoming van inwoners, maar een tekortkoming van hoe wij met geen of beperkte kennis en expertise van lvb beleid maken en ondersteuning verlenen. De gemeente schrijft in 2023 een vervolg op het plan ‘Kijk op lvb’ waarbij wordt gezorgd voor: 1. Onderhoud en vergroting van deskundigheid om mensen met een lvb te herkennen; 2. Werkprocessen die worden aangepast aan de capaciteiten van mensen met een lvb. Er zijn stedelijk acht actiepunten vastgesteld: 1. Vergroten en behouden van deskundigheid om mensen met een lvb te herkennen; a. Deskundigheidsbevordering (voortdurend nieuwe) medewerkers; b. lvb-expert(s) in team aanwezig; c. Inzet Expertiseteam Zorg; d. Instrument(en) om mensen met een lvb te herkennen; e. Ambassadeur lvb. 2. Werkprocessen aanpassen aan de capaciteiten van mensen met een lvb; a. Begrijpelijk communiceren (o.a. schrijven op B1 en/ of A2 niveau); b. Hulpmiddelen bij dan wel andere vormen van communicatie; c. Aangepaste werkprocessen.
Dit vervolgplan van de gemeente richt zich vooralsnog met name op de gemeentelijke dienstverlening en de daarbij betrokken professionals. Afspraken met andere organisaties zijn nog slechts beperkt gemaakt, maar ook het OM, de Rechtbank, en Reclassering Nederland werken hieraan. Vanuit het NPRZ-gebied gaan we bekijken of het gemeentelijk actieplan voor Zuid kan worden aangevuld met secties vanuit de andere partners. Vooruitlopend daarop heeft de partners van het Veiligheidsdomein zich al gecommitteerd (zie hoofdstuk 7 Veilig pagina 110).
Afspraak: Voor de hulp en ondersteuning aan mensen met een lvb willen we Zuid als vliegwiel laten fungeren om voor deze doelgroep de begeleiding en ondersteuning te verbeteren. We zorgen voor deskundigheidsbevordering van een bredere groep van professionals (van onderwijs t/m politie), instrumenten om mensen met een lvb te herkennen en op aangepaste werkprocessen en communicatie. Hiervoor werken we in 2023 met het gemeentelijk kernteam lvb en andere partners een plan uit waarbij we beschrijven welke van de acht actiepunten op welke manier in het NPRZ-gebied worden opgepakt en welke resultaten worden geambieerd.
c. Aanpak armoede en schulden Armoede- en schulden zijn complexe en hardnekkige problemen, waar niet één effectieve oplossing voor is. Het is daarom belangrijk om in een zo vroeg mogelijk stadium daar waar nodig ondersteuning te bieden. Om op de langere termijn mensen uit armoede en schulden te helpen, is het belangrijk perspectief op een betere toekomst te bieden, bijvoorbeeld door werk als dit nog niet het geval is. Dit is de enige weg uit armoede. Omdat deze problematiek met zo veel verschillende factoren samenhangt, is er bijna altijd een integrale aanpak nodig. In dat kader is de aanpak voor inkomenszekerheid onder de pijler Werk ook voor de aanpak van armoede van groot belang. Op basis van de Wet Gemeentelijk Schuldhulpverleningsdata-signalen weten we heel precies op welke adressen sprake is van betalingsachterstanden in de vaste lasten, denk aan huur, energie, water en zorgverzekering. We gaan op zoek naar manieren om deze informatie effectiever te gebruiken en zo een gerichtere aanpak te ontwikkelen, in samenwerking met andere partijen in de stad zoals welzijn en informele vindplaatsen om meer mensen te bereiken. Ook zou het nuttig zijn, met name voor jongeren, als we de data-signalen kunnen uitbreiden met bijvoorbeeld telefoongegevens of DUO-onderwijsinformatie. We gaan op zoek naar experimenteerruimte om Rotterdam-Zuid hiervoor een proeftuin te laten zijn.
↓ Tabel 6.
Aantal huishoudens met geregistreerde problematische schulden
Rotterdam
Aandeel NPRZ
NPRZ
51.340
22.160
34%
NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 31
In 2019-2022 hebben de gemeente en NPRZ in het kader van de armoede- en schuldenproblematiek afspraken gemaakt waarbij de stedelijke aanpak proportioneel naar problematiek op Zuid is uitgevoerd. In oktober 2022 heeft de gemeente in een hoofdlijnen-notitie de basis voor armoede- en schuldenaanpak 2023-2026 vastgesteld. Dit wordt in de maanden november 2022 tot aan het voorjaar van 2023 met input van partners, ervaringsdeskundigen en wetenschappers uitgewerkt. NPRZ is uiteraard een van de partners. Er zal in de aanpak worden gekeken naar de korte termijneffecten (symptoombestrijding)en langetermijn effecten (uit de armoede raken) van het verminderen van armoede en schulden. In de Rotterdamse aanpak is de komende vier jaar ook extra aandacht voor kinderen die opgroeien in armoede.
het deze helpt in hun ontwikkeling (taal, sociaal, motorisch). Een belangrijk element van gratis kinderopvang is dat ook de administratieve lasten en risico’s sterk worden verminderd, zo niet weggenomen. Als de systematiek voor de kinderopvangtoeslag wordt aangepast, zouden alle/ meer ouders in aanmerking komen voor een volledige vergoeding van de opvangkosten en hoeft die vergoeding niet meer te worden aangevraagd. Ook krijgen kinderen net als op de basisschool al vroeg goede uren en hun ouders krijgen maximaal de ruimte om zich te concentreren op school of werk dat bij hen past. De relevante partners van het NPRZ (ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, gemeente voor werk en school, kinderopvang en peuterspeelzalen) zijn met elkaar in gesprek om gratis kinderopvang mogelijk te maken . ↑ Er start een aanpak zodat kinderen sterk op de basisschool starten.
Afspraak: Voor het uitvoeringsplan 2023-2027 wordt pas in het voorjaar van 2023 duidelijke welke specifieke afspraken we voor NPRZ maken. Dit is afhankelijk van het nieuwe beleidsplan armoede en schuldenaanpak 2023-2026. We zorgen minimaal voor continuering van de afspraken uit 2019-2022 waarbij we streven naar afspraken om de inzet op deze aanpakken ook proportioneel in de wijken van Zuid te laten landen. Het is van belang om daarbij rekening te houden met behoeften in de wijk en het aanbod wordt laagdrempelig georganiseerd op de plekken waar mensen zijn.
Interventie indicatoren: De indicatoren worden nog nader afgesproken maar gedacht kan worden aan: › Deelname, uitval en afronding van de diverse trajecten waaronder begeleiding Expertise Team Financiën, Budgetbeheer en kredietbank. › Aantal aanvragen inkomensondersteunende regelingen en tegemoetkomingen.
3.3.3 Kansrijk opgroeien: programmatische aanpak 0-4 jaar In 2023 werken we samen met partners een programmatische aanpak van 0-4 jaar uit zodat kinderen taalvaardig, motorisch goed ontwikkeld en mentaal gezond op de basisschool komen. Alle partners onderschrijven hiermee
32
het belang om de komende jaren ook te investeren in het jonge kind. Wanneer er achterstanden zijn of ontstaan voordat kinderen naar school gaan, wordt het moeilijker om die in het basisonderwijs en verdere schoolloopbaan in te halen. Op 1 januari 2022 woonden op Zuid 10.109 kinderen tot 4 jaar. Dat is 36.2% van alle kinderen in Rotterdam van die leeftijd. Ambitie Kinderen die op Zuid geboren worden krijgen een zo goed mogelijke start zowel thuis als op de voorschool, peuterspeelzaal of kinderopvang. Hoe we deze omzetten naar doelen en hoe we die gaan verwezenlijk zal nader worden uitgewerkt. We maken daarbij gebruik van de kennis van de reeds bestaande relevante samenwerkingsverbanden als Moeders voor Rotterdam, Rotterdamse coalitie Stevige Start en Pact Jonge Kind. Interventies De NPRZ-aanpak voor 0-4-jarigen staat nog in de kinderschoenen. We stellen begin 2023 een kwartiermaker aan die deze aanpak en organisatie samen met de relevante partners uit gaat werken.
Er is een personeelstekort in de kinderopvang. Het gebeurt al dat er groepen sluiten. In de pijler Werk wordt gewerkt aan mogelijkheden om werkzoekenden op te leiden voor werk in de kinderopvang. In de pijler School (zie pagina 43) werken de NPRZ partners aan 16 uur gratis voorschoolse educatie (ve) voor 2- en 3-jarige peuters die opgroeien in gezinnen in armoede (inkomen tot 130% wettelijk sociaal minimum) conform het gemeentelijk aanbod. Jonge kinderen met een risico op een taalachterstand en/of andere ontwikkelingsachterstand kunnen een betere start maken op de basisschool wanneer ze op jonge leeftijd naar de voorschool gaan. De ontwikkeling van peuters wordt op de voorscholen met educatieve programma’s gestimuleerd. Peuters zijn dan spelenderwijs bezig met taal, voorbereidend rekenen, motoriek en sociaal-emotionele vaardigheden. Via de pijler School wordt tevens wijkgericht gewerkt aan de verhoging van deelname van (doelgroep) peuters. b. Vergroten bereik opvoedondersteuning inclusief bereik voorzieningen We willen op Zuid ouders beter ondersteunen in de opvoeding van 0-4-jarigen, zowel thuis (via thuisprogramma’s) als in de omgeving (bijvoorbeeld via kinderopvang, ve, scholen en eventueel andere laagdrempelige ontmoetingsplekken in de wijk/binnen voorzieningen om andere ouders te ontmoeten).
Vanuit het Welzijn wordt verbinding gelegd met de inzet op effectieve preventieve interventies voor jeugd (0-18) en ouders vanuit het subsidiekader jeugdpreventie. Ook voor kinderen van 0-4 jaar en hun ouders worden preventieve interventies aangeboden. Deze kunnen een bijdrage leveren aan de nog te ontwikkelen programmatische aanpak 0-4 jaar. c. Min-9-maanden aanpak We zien voor de programmatische aanpak 0-4 voor Zuid ook een verbinding met het stedelijke actieprogramma Stevige Start en de coalitie Stevige Start dat inzet op een gezonde, veilige en kansrijke start. Kinderen in kwetsbare omstandigheden wordt een stevige start geboden: een gezonde geboorte en een veilige en kansrijke plek om op te groeien. De coalitie Stevige Start wil alle zwangeren in kwetsbare omstandigheden in beeld hebben en hulp bieden. Er is al vanuit het actieprogramma programma Stevige Start al heel veel bekend over deze doelgroep. In de uitwerking van de programmatische aanpak gaan we daarom na of én wat er aanvullend op het stedelijke actieprogramma Stevige Start voor de zwangeren van Zuid nodig is.
Afspraak: In 2023 werkt een kwartiermaker samen met relevante partners een programmatische aanpak 0-4 voor Zuid uit waarin bovengenoemde elementen verder worden uitgewerkt. De te ontwikkelen aanpak is aanvullend op het stedelijk beleid.
3.4 Governance In het eerste kwartaal van 2023 werken we de governance uit voor de pijler Thuisbasis op orde. We richten een stuurgroep in en sluiten voor de uitvoering van onze opgaven daar waar mogelijk aan bij bestaande structuren, zoals opgaveteam schoolzorgteam.
De volgende elementen worden in ieder geval uitgewerkt: a. Gratis toegankelijke kinderopvang en 16 uur gratis voorschoolse educatie Gratis kinderopvang voor kinderen van 0-4 jaar in NPRZ-gebied is een belangrijk onderdeel van de programmatische aanpak waar we een doorbraak op willen realiseren. Kinderopvang is goed voor economische participatie van ouders en goed voor kinderen, omdat
Naast het Centrum Jeugd en Gezin (CJG) wordt kinderopvang, ve-locaties en peuterspeelzalen als plek/locaties ingezet waar moeders en vaders bereikt kunnen worden voor het aanbieden van opvoedondersteuning of andere hulpverlening voor thuis. We maken per wijk inzichtelijk (ook in relatie tot stedelijke inzet) wat de deelname is en of deze verbetering behoeft.
NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 33
WERKERS OP ZUID
Nederland vrij zijn, gaat het onderwijs bij Sterrenschool De Globetrotter in die weken gewoon door. ‘Bij ons in de Afrikaanderwijk, een van de acht Children’s Zones in Rotterdam-Zuid, kunnen de kinderen wel wat extra onderwijs gebruiken. De vakantieschool is een van de manieren waarop wij dat aanbieden. Net als de verlengde leerweek waarbij de kinderen per week 10 extra uren naar school gaan. De kinderen hebben elke dag van 8.30 tot 15.30 uur school, ook op woensdag.’
Yoga en filosofie
TINEKE VISSER, DIRECTEUR BASISSCHOOL STERRENSCHOOL DE GLOBETROTTER
‘De verlengde leerweek is een enorme kans voor kinderen.’ Door de partners van het NPRZ wordt dagelijks hard gewerkt om het op Zuid beter te maken voor de huidige en de nieuwe bewoners. Wie zijn die werkers op Zuid? Tineke Visser merkt als directeur van Sterrenschool de Globetrotter dat de verlengde leerweek zorgt voor kansen voor de kinderen. ‘Zoiets is onvergetelijk voor ze en belangrijk voor hun zelfvertrouwen.’ Het is dinsdagmiddag en warm buiten. Wie niet naar buiten hoeft, blijft binnen met de gordijnen dicht. In de gangen van Sterrenschool De Globetrotter, waar 240 kinderen uit de Afrikaanderwijk naar school gaan, loopt de temperatuur ook op. Directeur Tineke Visser beent heen en weer, zweetdruppeltjes parelen op haar voorhoofd. ‘Het
34
is hier altijd druk, maar nu, met de zomervakantie voor de deur, is het nog hectischer.’ Ja, Sterrenschool De Globetrotter gaat dicht in de zomer, want veel van de leerlingen gaan dan voor zes weken met hun families naar Turkije of Marokko. Dat is wel anders in de herfst-, de voorjaars- en de helft van de meivakantie: terwijl bijna alle kinderen in
Over de verlengde leerweek was discussie: de ‘lange dagen’ zouden te veel vragen van zowel leerlingen als leerkrachten, stelden tegenstanders. Jonge kinderen zouden in slaap vallen op school. Visser erkent dat het intensief is voor alle betrokkenen, en zeker voor de leerkrachten, die op Sterrenschool De Globetrotter toch al zoveel extra taken hebben: ‘Leerkrachten moeten bij ons meer signaleren en hebben regelmatig te maken met een taalbarrière. Maar,’ vervolgt ze, ‘we zien de verlengde leerweek vooral als een enorme kans voor de kinderen. We hebben als team een prachtig aanbod georganiseerd voor de Dagprogrammering. Tijdens de 10 uur extra activiteiten is er niet alleen aandacht voor rekenen en taal, maar ook voor vakken als filosofie, yoga, techniek. Twee keer in de week mogen de kinderen een activiteit kiezen die bij hun interesse past. Daarnaast gaan ze ook regelmatig op stap om ervaringen op te doen. Van paardrijden tot een bezoekje aan de bibliotheek. Ervaringen die niet alle ouders in Zuid hun kinderen kunnen bieden, omdat ze de middelen er niet voor hebben of niet op het idee komen.’
‘Hun ideeën mochten ze presenteren aan de wethouder op het Stadhuis. Zoiets is onvergetelijk voor ze en belangrijk voor hun zelfvertrouwen.’
Tijdens de vakantieschool heeft Sterrenschool De Globetrotter een project gedaan met het thema Rotterdam. Visser: ‘Namen we de kinderen mee naar Miniworld en naar de Euromast, om de stad van bovenaf te bekijken. Terug op school zijn ze met elkaar gaan praten over de stad en hebben de kinderen ideeën ontwikkeld om de stad nog leuker te maken. Die ideeën mochten ze vervolgens presenteren aan de wethouder op het Stadhuis. Zoiets is onvergetelijk voor ze en belangrijk voor hun zelfvertrouwen.’
Naar de bakker Alles uit de kinderen halen wat erin zit. Dat is de motivatie achter de vakantieschool en de verlengde leerweek. Sterrenschool De Globetrotter doet nog veel meer om dat doel te bereiken. ‘We investeren in verschillende netwerken, zoals De Verre Bergen, het Educatiefonds en de ABN Amro foundation, die onze kinderen in staat stellen nog meer ervaringen op te doen. Daarnaast ontplooien we tal van loopbaanoriëntatie (lob)-activiteiten, om kinderen te laten nadenken over hun toekomst. We werken samen met Eisvrij, die de kinderen meeneemt op excursie. Gaan ze met zijn allen naar de bakker, om te kijken wat het beroep van bakker inhoudt. Met groep 7 bezoeken we onder de noemer Werken als een Paard ook allerlei bedrijven. Gaan we een kijkje nemen op het gemeentehuis of bij de Roteb, en laten we de kinderen vlogs maken over wat ze daar allemaal zien. Vinden ze fantastisch.’
Samen met ouders Sterrenschool De Globetrotter doet veel om ouders te betrekken bij de school. ‘Want,’ zegt Visser, ‘voor een aantal van onze leerlingen is het verschil tussen thuis en op school groot, vanwege de taal en de andere culturele achtergrond.’ Visser benadrukt dat de betrokkenheid van de ouders op Sterrenschool De Globetrotter heel hoog is. ‘Wij heten ouders van harte welkom op school. Ze mogen het eerste kwartier in de klas, om mee te kijken en mee te doen. Daarnaast organiseren we koffie-ochtenden, waar ouders elkaar kunnen ontmoeten en wij ze handvaten geven om leerzame dingen te doen met hun kinderen. Hierbij stimuleren we de interactie: hier heb je een eierdoosje, wat aarde en zaadjes, ga maar aan de slag met je kind om er een plantje te laten groeien. Ook hebben we speltasjes voor thuis, waarmee ouders en kind samen aan de slag kunnen. Hiermee hopen we te bereiken dat de kinderen ook ná schooltijd met interessante dingen bezig zijn. Want na school leer je soms meer dan op school, mits je een beetje wordt gestimuleerd.’
NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 35
4. Pijler School
De pijler School draagt bij aan een betere toekomst voor de bewoners van Zuid. Immers: een goede opleiding vergroot de kansen op een goed leven. Op Zuid hebben we verspreid over de verschillende wijken: › 124 locaties voor peuteropvang of kinderdagopvang waarvan 105 voorschoolse educatie uitvoeren; › 61 basisscholen; › 5 scholen voor speciaal basisonderwijs; › 8 scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs; › 19 scholen voor voortgezet onderwijs. Het verband tussen sociale ontwikkeling van kinderen en jongeren en hoe zij het op school en het hun latere werkzame leven doen, is voor een deel afhankelijk van de thuissituatie. Hoe meer kinderen en jongeren te maken hebben met armoede, taalachterstanden, zorg- en hulpverlening en een onveilige omgeving, hoe meer ze in hun ontwikkeling worden belemmerd. Dat gaat ten koste van individuele kansen van kinderen en drukt op de onderwijsresultaten. Bij de beoordeling van leerresultaten van basisscholen houdt de onderwijsinspectie daarom ook rekening met de leerlingensamenstelling via de zogenaamde schoolweging.
Het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) heeft onderzocht welke kenmerken het risico op een onderwijsachterstand van een leerling het best voorspellen: › het opleidingsniveau van de ouders; › het gemiddeld opleidingsniveau van alle moeders op school; › het land van herkomst van de ouders; › de verblijfsduur van de moeder in Nederland; › of de ouders in de schuldsanering zitten. Het CBS berekent de schoolweging van een school aan de hand van deze vijf kenmerken. Hoe hoger de school-
weging hoe complexer en kwetsbaarder de leerlingensamenstelling en hoe lager de verwachte leerresultaten voor de school zijn. Uit onderzoek van Risbo/OBI blijkt dat scholen op Zuid staan voor grotere opgaven dan de gemiddelde school van Nederland en de G4 (zie tabel 7). De afgelopen tien jaar is dat nog niet veranderd: 92% van de basisscholen op Zuid hebben de categorie hoge of zeer hoge schoolweging. De schoolweging wordt bepaald op basis van de verwachte onderwijsscores van alle leerlingen op de school op peildatum 1 oktober. De inspectie rondt de scores lager dan 20 af naar 20 en de scores hoger dan 40 naar 40. Het landelijke gemiddelde van de schoolweging van basisscholen is 30, voor Rotterdam is dat 32. In Rotterdam-Zuid ligt de gemiddelde schoolweging boven de 35, met in de focuswijken een nog hoger gemiddelde van 37,7. Juist voor deze leerlingen is het van belang om hen voor te bereiden op een succesvolle toekomst (bron Po-Raad, 2021). De verschillen komen met name door opleiding vader, herkomst kind, schuldsanering en schulden. Sociale ontwikkeling van kinderen is ook deels afhankelijk van hun vaardigheden en competenties. Gemiddeld krijgen jongeren van Zuid op dat vlak niet hetzelfde mee van huis als leeftijdgenoten elders. Als we inzoomen, zien we dat relatief weinig jongeren een vergelijkbare invulling van vrije tijd hebben dan jongeren in de rest van Nederland.
Het gaat dan bijvoorbeeld om sport en cultuur, maar ook om huiswerk maken. Ook komen ze minder in aanraking met de Nederlandse taal buiten schooltijd. We zien dat kinderen uit gezinnen met een lage sociaaleconomische status (SES) en met een migratie-achtergrond een risico hebben op een achterstand in de ontwikkeling van hun woordenschat bij het begin van de basisschool. Hier-
↓ T abel 7.
Verschil in ontwikkeling onderwijsachterstand-indicatoren in de afgelopen tien jaar tussen Zuid en de G4 Opleiding moeder
Geen duidelijk verschil
Opleiding vader
Daling van aandeel laagopgeleide vaders minder snel op Zuid
Herkomst van het kind
Het aandeel leerlingen met een Nederlandse herkomst in Rotterdam-Zuid neemt sterker af met een grotere groei van het aandeel leerlingen uit de nieuwe EU-landen.
Schuldsanering
Geen daling op Zuid
Problematische schulden
Veel hoger op Zuid (geen trend onderzoek uitgevoerd)
Verblijfsduur moeder
Geen duidelijk verschil
Onderzoek Midterm 2022 RISBO/OBI
36
↑ De zorg is een van de kansrijke studierichtingen met een goed arbeidsperspectief.
door hebben zij kans op problemen bij het leren lezen en schrijven gedurende hun schoolloopbaan1. Daarnaast is het werken in het onderwijs op Zuid de afgelopen vier jaren complexer geworden. Er is sprake van een personeelstekort, dat ook nog eens groter is dan in de rest van de stad en de regio. Er zijn te weinig leraren, schoolleiders, klassenassistenten, conciërges, onderwijsassistenten, pedagogisch medewerkers en directies. Alle (onderwijs)sectoren hebben een tekort aan personeel van de kinderopvang tot het mbo. Hierdoor staan de kwaliteit van het onderwijs en de resultaten sterk onder druk. Het lerarentekort op Zuid in het primair onderwijs (po) is in 2021 toegenomen (121 fte’s in 2020 naar 212 fte’s in 2021). Voor 2022 is dit 184 fte’s. Het aandeel van Zuid in het stedelijke tekort is 45,5%. De centrale vraag binnen het NPRZ is wat we hieraan kunnen doen en hoe we, ondanks dit alles, kunnen zorgen dat deze kinderen zich tóch goed kunnen ontwikkelen? Onze inzet is gericht op het bieden en vergroten van kansen voor leerlingen en om hen voor te bereiden op een goede toekomst. Daarbij is het belangrijk om scholen te ontzorgen zodat schoolteams zich kunnen richten op de kwaliteit en inhoud van het onderwijs.
Om de kansen op een passende baan en een duurzame arbeidscarrière te vergroten, is het belangrijk leerlingen structureel te begeleiden bij het kiezen voor opleidingen in sectoren die niet alleen bij hun ambities en competenties aansluiten, maar ook voldoende perspectief op werk bieden. De kansen op een duurzame arbeidscarrière voor de jongeren op Zuid worden bevorderd door het verhogen
1)
van de onderwijsresultaten en hiermee een schoolloopbaan richting het hbo en wo te bevorderen. Maar ook door het verhogen van de kansen voor jongeren door het NPRZ-programma ‘Kiezen voor Vakmanschap’. Hiermee wordt het kiezen voor mbo-opleidingen in de kansrijke sectoren gestimuleerd. Van Rijn adviseert om ambities binnen de pijler School te blijven kiezen vanuit het perspectief van het kind: kansrijk opgroeien van geboorte tot volwassenheid, óndanks dat het veel vraagt van de scholen. Hierbij hoort ook het ontzorgen van scholen met zorg in de scholen en de doorontwikkeling van de wijkteams. Daarnaast wordt geadviseerd het bondgenootschap met bewoners verder vorm te geven en wijkgerichter te werken. In navolging van het advies van Van Rijn kiezen we er voor het NPRZ-programma aan te vullen met interventies voor de leeftijdsgroep van 0-4 jaar. We starten de komende vijf jaren met hier inhoud aan te geven, dit zal gebeuren onder de pijler Thuisbasis op orde. De interventie om het bereik van 2 en 3- jarigen in de voorschoolse educatie (ve) te vergroten is gemeentelijk beleid en opgenomen binnen de pijler School. Voor wijkgericht werken hebben we een mooie basis: we werken immers op én om de scholen, de plek waar kinderen en hun ouders zijn. Het bondgenootschap met de ouders wordt versterkt voor het verder ontwikkelen van onderwijsondersteunend gedrag richting hun kinderen.
De pijler School bestaat uit twee onderdelen: 1. De Children’s Zone aanpak De Children’s Zone (CZ) is met name gericht op het
Bron: het effect van ’Taallijn’ op de woordenschatontwikkeling van peuters, L. van Druten-Frietman, M. A. R. Gijsel, E. Denessen en L. Verhoeven, 2014)
NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 37
basis- en het voortgezet onderwijs. Met een integrale benadering van de drie leefwerelden (thuis, school en vrije tijd/wijk) van een kind wordt gezorgd voor maximale leerprestaties en de sociale ontwikkeling van de kinderen van Zuid. De Children’s Zone aanpak is begonnen in de focuswijken maar nu op meer plekken in heel Zuid te vinden. 2. Kiezen voor Vakmanschap In hun weg naar een succesvolle toekomst kunnen kinderen optimaal profiteren van hun maximale leerprestaties als zij kiezen voor een studierichting met goed arbeidsperspectief in de regio rond Rotterdam-Zuid. In het mbo gaat het daarbij vooral om zorg, haven en techniek. Werk bij NPRZ-partners in de kinderopvang, het onderwijs en de politie zijn ook kansrijke richtingen. Leerlingen en hun ouders worden begeleid bij het keuzeproces tijdens hun schoolcarrière.
4.1 Children’s Zone 4.1.1 Ontwikkelingen Children’s Zone Leerprestaties leerlingen Sinds de start van het NPRZ monitoren we op verschillende momenten de voortgang van de onderwijsresultaten. Voor de uitgebreide rapportage van de pijler School verwijzen we naar de NPRZ-voortgangsrapportage. Deze is te vinden op de website van het NPRZ. We doen het op veel indicatoren goed, maar nog niet goed genoeg. Bij de meeste effectindicatoren zitten we wel op of boven schema, maar bij een aantal belangrijke indicatoren niet, zoals schooladviezen aan het einde van het primair onderwijs (po). Onder invloed van het lerarentekort en toename van hogere schoolwegingen in het po was er voor de uitbraak van corona reeds een grotere daling opgetreden in het percentage leerlingen dat uitstroomt van de basisschool op fundamenteel niveau voor rekenen en taal. Deze daling is in het eerste jaar na corona doorgezet maar betreft wel een vergelijkbare daling met die in de andere gebieden van Rotterdam. Ten aanzien het percentage leerlingen op streefniveau was voor corona een verbetering ingezet. Op Zuid echter langzamer dan in de andere gebieden. Na corona is ook op dit vlak een terugval opgetreden die ongeveer even groot is als in de andere gebieden. Scholen Zowel in het vo als het po wordt gewerkt aan de profilering van de scholen.
In het vo zijn de afspraken uit het convenant ‘Herontwerp voortgezet onderwijs op Zuid tussen BOOR, LMC, CVO en de gemeente Rotterdam (de zogenaamde scholenschuif) volop in uitvoering. Hierin
38
zijn afspraken gemaakt om te komen tot een gevarieerd en sterk voortgezet onderwijs (vo) op Zuid dat voldoende aantrekkelijk onderwijs te bieden heeft voor de huidige en toekomstige bewoners. Onderdeel hiervan zijn o.a. nieuwbouw en samenvoegen van scholen. Ook in het po wordt hiervoor gezorgd via het Integraal Huisvestingsplan (IHP) onderwijs. Het aanbieden van extra uren via Dagprogrammering is na de coronasluitingen weer grotendeels opgepakt. Ook op de acht pilot scholen in het voortgezet onderwijs. Het versterken van de kwaliteit is nu het motto. Een mooie ontwikkeling, die ook de komende jaren wordt doorgezet, is dat de schooldirecteuren van het basisonderwijs op Zuid gestart zijn met het Meesterlab CZ. Dit netwerk van schoolleiders uit de verschillende besturen van Zuid ontwikkelt én onderzoekt met partners hoe je kansengelijkheid in het onderwijs zo effectief mogelijk en vanuit ieders expertise en verantwoordelijkheid kunt creëren. Hiertoe is bijvoorbeeld in samenwerking met kennis- en opleidingsinstituten de kennisagenda Rotterdam Children’s Zone gestart waarvan taal het leidende thema is. Daarnaast zetten zij zich gezamenlijk in voor de uitvoering van bewezen effectieve interventies die bijdragen aan het verkleinen van leerachterstanden in relatie tot vakmanschap en kansengelijkheid.
Door samen te werken ontstaan nieuwe ideeën die bijdragen aan de gezamenlijke missie in Rotterdam-Zuid. De invoering van schoolzorgteams en tutoren in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) zijn hier mooie voorbeelden van. Thuis en vrije tijd Hoewel de eerder aangehaalde onderwijsachterstandenindicatoren voor een belangrijk deel niet direct te beïnvloeden zijn, kunnen de gevolgen die zij met zich meebrengen wel worden gecompenseerd. Met de Dagprogrammering wordt enerzijds gezorgd voor benutten van uren in de dag van de kinderen met activiteiten die elders in het land door ouders ingevuld worden. Anderzijds wordt met de tijdelijke (NPO)-middelen geïnvesteerd in schoolzorgteams. Deze hebben als doel om kinderen en gezinnen met sociale problemen eerder, efficiënter en effectiever te helpen. Maar ook om scholen te ontzorgen zodat ze zich kunnen richten op hun verantwoordelijkheid voor het onderwijs. De schoolzorgteams zijn een essentieel component van de Children’s Zone. De uitwerking en afspraken over schoolzorgteams zijn te vinden bij de pijler Thuisbasis op Orde (zie pagina 28).
↑ De Children’s Zone komt beschikbaar voor alle wijken op Zuid.
4.1.2 A ansprekende ambities Children’s Zone Als ambitie handhaven we dat we in twintig jaar gaan naar een vergelijkbare situatie als een gemiddelde grote stad (G4). De cognitieve en sociaal emotionele competenties van kinderen en jongeren van Zuid zijn dan op hetzelfde niveau als bij leeftijdgenoten elders. Hiervoor is niet alleen de inzet nodig van de onderwijs- en zorgpartners maar zijn ook de beoogde verbeteringen op het vlak van de andere pijlers essentieel. Om de ontwikkelingen te meten gebruiken we verschillende indicatoren: › Referentieniveau-scores po; › schooladviezen; › afstroom; › behaalde diploma’s vo en vervolgonderwijs. Verder worden, naast indicatoren rond het mbo en voortijdige uitval, ook indicatoren in aanloop naar de doelen in de gaten gehouden. Voorbeelden hiervan zijn: het aantal leerlingen in het derde leerjaar van het voortgezet onderwijs op de havo of het vwo en het aandeel herziene schooladviezen op het totaal aantal definitieve adviezen. Om de inspanning van de scholen in perspectief te bezien worden indicatoren in de Basismonitor Onderwijs ook vergeleken met de G4 en gebieden/scholen met vergelijkbare schoolwegingen.
4.1.3 Interventies Children’s Zone De ambities die we gezamenlijk hebben voor het onderwijs aan de kinderen en jongeren van Zuid vragen weer volop inzet in de komende vijf jaar. De voorwaarden om Zuid de komende vijf jaar substantieel verder te brengen zijn zoals aangehaald niet per se gunstig, maar door de samenwerking die binnen het NPRZ-gebied is ontwikkeld, zien we tegelijkertijd nog volop ruimte. Het onderwijs, gemeente en andere betrokken partners in en om de school zetten zich dus ook voor 2023-2027 in op de kwaliteit en de kwantiteit van onderwijs, in samenhang met de wijk en het op orde krijgen of houden van de thuisbasis van hun leerlingen. We breiden de Children’s Zone uit naar alle wijken op Zuid. We gaan door met onder andere het verbeteren van de onderwijshuisvesting, het aanbieden van Dagprogrammering in het po en vo, de aanpak voor het personeelstekort en de schoolzorgteams (zie Thuisbasis op Orde pagina 25). We voegen nieuwe elementen toe, zoals het creëren van financiële ruimte voor extra capaciteit om te sturen in het po en het komen tot stabiele begrotingen van scholen. We gaan een aanpak voor het voorkomen of tegengaan van segregatie ontwikkelen en een aanpak voor bondgenootschap/ educatief partnerschap met ouders.
Bovendien wordt met een programmatische aanpak voor 0-4 jarigen gewerkt aan een betere start op de basisschool (zie pijler Thuisbasis op orde pagina 32).
NPRZ Uitvoeringsplan 2023-2027 | 39
We werken met de volgende interventielijnen: 1. Kwaliteit van het onderwijs (inclusief de aanpak van het personeelstekort); 2. Vergroten bereik Voorschoolse Educatie als onderdeel van programmatische aanpak 0-4 -jarigen (Thuisbasis op Orde); 3. Dagprogrammering.
4.1.3.1 Kwaliteit van het onderwijs Goed onderwijs, van de voorschoolse educatie tot en met de universiteit, is voor ieder kind van belang om zich te kunnen ontwikkelen. We werken hier met elkaar aan op verschillende manieren maar de belangrijkste inzet wordt gedaan door de scholen en hun teams. In het NPRZ-uitvoeringsplan werken we onder de noemer kwaliteit aan de onderstaande thema’s: Segregatie op de scholen Binnen het programma NPRZ is er tussen de pijler School en de pijler Wonen een duidelijke verbinding: NPRZ wil met de acties op het gebied van wonen de gezinnen die sociaal stijgen behouden voor Zuid. Maar ook nieuwe bewoners met midden en hogere inkomens aantrekken. Met het ontstaan van een meer diverse samenstelling is het noodzakelijk het risico op segregatie op scholen te verkleinen, want zonder gericht beleid is de kans hierop reëel. Het keuzeproces voor een school door ouders en leerlingen speelt een belangrijke rol. Een belangrijk onderdeel van de aanpak zal dus ook gebaseerd moeten zijn op de kennis die wordt opgedaan met gesprekken met ouders.
Afspraak: We willen in het NPRZ-gebied segregatie op scholen tegengaan. We gaan met partners uit de andere pijlers verkennen of we een plan van aanpak hiervoor kunnen ontwikkelen en uitvoeren, zeker op plekken waar de woningvoorraad verandert.
Passend en kansrijk adviseren én begeleiden In het onderzoek ‘Schooladviezen basisonderwijs nader bekeken, NPRZ ‘ (mei 2022) zien we een onderbouwing van de bevinding dat op Zuid veel minder kinderen (in vergelijking met de rest van de G4 en Nederland) een hoger advies krijgen dan ze uiteindelijk op de eindtoets halen. De literatuur toont aan dat onder leerlingen met een lage sociaal SES het proces van advisering anders
40
verloopt dan onder leerlingen met een hoge ses. In de handreiking ‘Schooladvisering van po naar vo’ (okt 2020) van het Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO), het landelijk expertisecentrum voor het curriculum zien we dat hoge verwachtingen van leerlingen door de gehele schoolloopbaan belangrijk zijn om leerlingen een ‘rijk’ onderwijsaanbod te bieden en te komen tot een goed schooladvies. Het loont om optimistisch te zijn in de schooladviezen en in de plaatsing in het vo, zeker wanneer er twijfel is bij een leerling vanwege de thuissituatie. Volgens De Overstaproute 2022-2023 adviseren basisscholen conform de handreiking van het SLO, maar zijn er voor de regio van Koers VO een aantal aanvullende, concrete afspraken gemaakt. Naar aanleiding van bovenstaande heeft de gemeente Rotterdam in samenwerking met de FOKOR (vereniging voor samenwerkende schoolbesturen voor (speciaal) basis- en (speciaal) voortgezet onderwijs Rotterdam) een professionele leergemeenschap (plg) opgericht. Deze plg focust op het proces van advisering en plaatsing, door stapsgewijs aan de slag te gaan met vier gedefinieerde thema’s: data, overdracht, ouders en omgeving en informatie-uitwisseling. We spreken de ambitie uit om de overgang van po naar vo te verbeteren voor de leerlingen in Rotterdam Zuid. Waar kansrijk adviseren het uitgangspunt wordt.
Hoe dit in de praktijk gaat en kan, wordt stedelijk gevolgd en verbeterd via de PLG Overgang po-vo. Van groot belang hierbij is dat we de leerlingen in het vo ondersteunen en begeleiden met gerichte inzet van de Dagprogrammering vo, zodat eventuele afstroom meer kan worden voorkomen. Maar ook de ondersteuning in de Dagprogrammering po, door bijvoorbeeld het aanbieden van structureel extra taallessen, kan hier een onderdeel van zijn. Verder zijn warme overdracht van leerlingen, kennis en informatie-uitwisseling tussen de scholen, het koppelen van de zorg en ondersteuning van medewerkers, (bijvoorbeeld de maatschappelijk werkers op het po en het vo) onderwerpen die een belangrijke rol spelen in een goede overgang van po naar vo.
↑ Gezocht: sterke, bevlogen docenten voor Zuid.
Afspraak: Verkennen van de mogelijkheden om met het Professionele Leergemeenschap (PLG) tot een plan van aanpak te komen voor de scholen in Rotterdam-Zuid voor de advisering. Zodoende de geleerde lessen uit de plg versneld op Zuid inzetten, gebruik makend van de beschikbare infrastructuur binnen het NPRZ, waaronder Dagprogrammering. Via gerichte inzet van de Dagprogrammering in het vo de afstroom zoveel mogelijk voorkomen.
Bondgenootschap/ Educatief Partnerschap Bondgenootschap tussen ouders/verzorgers en school draagt bij aan betere leerprestaties. Educatief partnerschap gaat over samenwerking tussen ouders en school rond leren en opvoeden, gericht op het stimuleren van de (brede) ontwikkeling van de leerling. Deze samenwerking is wederkerig: het betreft betrokkenheid van ouders bij school en van school bij ouders. Ouders (of andere verzorgers) hebben informatie en inzichten over hun kind, die van toegevoegde waarde is voor de school om hun leerlingen goed te kunnen begeleiden en vice versa. Beide partijen kunnen elkaar hierin versterken waardoor er een gelijkwaardige samenwerking ontstaat, ten behoeve van alle leerlingen.