[23bb000977] Bijlage behorende bij 23bb000976 - Raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp eerste helft 202
Tekst van het document
1.025 370 150 409 3.230 4.746
996 376 153 433 3.510 5.010
1.017 413 152 487 3.505 5.088
944 376 160 539 3.464 5.015
Tabel 6.7 Aantal cliënten specialistische ondersteuning Jeugd – regionaal ingekochte hulp
De stijging van het aantal jeugdigen in opdracht D (Steun, hulp of behandeling overdag) komt mede door een nieuw Zorgonderwijscentrum en een toename van aanbod in daghulp. Ook een verzwaring van de doelgroep zorgt voor een verschuiving van jeugdigen (vanuit opdracht E) naar opdracht D. Ook de (soms) beperkte doorstroom richting de residentiële jeugdhulp (verblijf), onderwijs of kinderopvang zorgt voor een toename van het aantal jeugdigen in opdracht D.
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
28 van 41
De instroom en het aantal jeugdigen in opdracht B (Opname Bed & Behandeling) is afgenomen. Een verklaring hiervoor is de afbouw van de gesloten jeugdhulp. Het aantal jeugdigen in opdracht C (Langdurig verblijf) is redelijk stabiel, dit hangt samen met het aanbod.. Er is sprake van een lichte afname van de instroom, en een toename van het aantal jongeren in zorg. Mogelijk zijn beperkte doorstroommogelijkheden (Wmo, Wlz, woningnood) van invloed hierop. Een jeugdige kan zowel lokale als regionale ingekochte jeugdhulp ontvangen en dus zowel in tabel 6.6 als 6.7 voorkomen. Indien we alleen kijken naar het aantal unieke cliënten dat Jeugdhulp ontving in Rotterdam, dan komt dit uit op 7.091 cliënten in de eerste helft van 2022 t.o.v. 7.980 cliënten in de tweede helft van 2021. In deze totaalcijfers telt een client die zowel regionale als lokale hulp ontvangt, éénmaal mee. 6.4.2 Huidig cliëntenbestand Wmo voorzieningen In onderstaande tabel staat informatie over het aantal cliënten dat in een bepaald halfjaar een indicatie had voor een maatwerkvoorziening. Cliënten kunnen een indicatie hebben voor meerdere soorten maatwerkvoorzieningen. Zij worden dan zowel bij de ene als bij de andere soort(en) maatwerkvoorziening(en) meegeteld als cliënt.
Cliënten met tweedelijnsondersteuning Wmo
Aantal cliënten 1e halfjaar 2019
Aantal Aantal Aantal Aantal Aantal cliënten 1e cliënten 2e cliënten 1e cliënten 2e cliënten 1e halfjaar halfjaar halfjaar halfjaar halfjaar 2020 2020 2021 2021 2022
Totaal aantal unieke cliënten -waarvan ZIN
49.707 47.017
51.009 48.777
51.254 48.986
51.108 48.771
51.157 49.016
51.034 49.119
-waarvan PGB (totaal) -waarvan PGB (enkel Wmo-arrangementen) Bestaand uit:
5.399 4.389
5.261 4.204
5.310 4.234
5.335 4.244
5.129 4.003
4.498 3.813
- Wmo-arrangement
29.783
31.894
33.097
33.692
33.858
33.918
15.566 965
16.859 963
17.106 934
17.278 915
17.829 868
18.213 842
1.696 90 99 10.360 1.472 730 26.679 10.553 1.499
1.714 108 97 10.923 1.716 446 26.704 10.851 2.301
1.765 115 93 11.300 1.784 402 26.196 11.059 2.888
1.774 138 90 11.623 1.874 123 25.577 10.979 3.103
1.731 136 91 11.595 1.608 25.655 11.045 3.426
1.713 143 93 11.430 1.484 25.644 10.730 3.667
Waarvan per cliëntgroep * Ouderen/Somatiek * Lichamelijk Beperkten * Verstandelijk Beperkten extramuraal * Verstandelijk Beperkten intramuraal * Zintuiglijk beperkten * (O)GGZ extramural * (O)GGZ intramural - Overgangsrecht AWBZ-Wmo GGZ-C intramuraal - Vervoer - Hulpmiddel - Woningaanpassingen
Tabel 6.8 Informatie over cliënten met een Wmo-indicatie
Het aantal cliënten met een indicatie voor tweedelijnsondersteuning Wmo is met een kleine 2% gedaald tussen het 2e halfjaar 2021 (51.157 unieke cliënten) en het 1e halfjaar 2022 (51.024 unieke cliënten). Het overgrote deel ontvangt deze ondersteuning in natura (ZIN). Een beperkt aantal cliënten ontvangt een persoonsgebonden budget (PGB). Ook zijn er cliënten die een deel van de ondersteuning in natura en een deel via een persoonsgebonden budget ontvangen. Hierdoor is de optelsom van de uitsplitsing in ZIN en PGB groter dan het totaal aantal unieke cliënten.
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
29 van 41
De meeste cliënten hebben een indicatie voor een Wmo-arrangement, maar er zijn ook veel Rotterdammers met een indicatie voor een vervoersvoorziening, hulpmiddel of woningaanpassing. In het 1e halfjaar van 2021 waren er nog 123 cliënten met een indicatie voor Overgangsrecht AWBZWmo GGZ-C intramuraal. Deze indicaties zijn afgelopen vanwege de openstelling van de Wet Langdurige Zorg voor deze GGZ-doelgroep. Een Wmo-arrangement bestaat uit ondersteuning op één of meer van in totaal zeven resultaatgebieden. Onderstaande tabel geeft informatie voor welke resultaatgebieden cliënten geïndiceerd zijn. 1e
- Sociaal en persoonlijk functioneren
halfjaar 2019 14.858
2e halfjaar 2019 15.845
waarvan met opvoedingsondersteuning - Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden - Financiën
623 17.873 9.462
721 19.367 9.506
791 19.743 9.543
788 19.995 9.302
784 20.590 8.460
1.557 21.009 7.775
- Dagbesteding waarvan sociaal waarvan arbeidsmatig
6.105 5.022 1.083
5.828 4.859 969
5.678 4.768 910
5.651 4.765 886
5.048 4.255 793
4.785 4.044 741
- Ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid
3.824
4.242
4.391
4.580
4.177
3.961
- Nachtelijk Toezicht - Nachtelijk Toezicht en Huisvesting - Thuisplusflat Aantal indicaties dat bestaat uit
282 1.541 39
396 1.819 28
434 1.892
470 2.003
417 1.734 213
405 1.618 342
* één resultaatgebied
17.299
18.743
19.410
19.869
20.565
20.309
* twee resultaatgebieden * drie resultaatgebieden * vier resultaatgebieden * vijf resultaatgebieden
7.409 4.259 1.993 1.041
7.873 4.377 2.086 1.037
8.198 4.434 2.088 1.045
8.484 4.474 2.136 1.022
8.326 4.249 1.938 788
8.840 4.326 2.051 716
* zes resultaatgebieden
15
18
15
9
11
22
Aantal indicaties Wmo-arrangementen per resultaatgebied
2e halfjaar 1e halfjaar 2e halfjaar 1e halfjaar 2020 2021 2021 2022 16.343 16.844 15.810 14.979
Tabel 6.9 Aantal indicaties Wmo-arrangementen per resultaatgebied
De meeste cliënten met een Wmo-arrangement hebben een indicatie voor één resultaatgebied. Het resultaatgebied met de meeste indicaties is het resultaatgebied ‘Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden’. Het aantal indicaties hiervoor is de afgelopen jaren toegenomen. Een verklaring hiervoor is het abonnementstarief voor de eigen bijdrage dat per 1 januari 2019 geldt. Dit houdt in dat de eigen bijdrage van de cliënt is gemaximeerd, ongeacht inkomen of de mate waarin hulp wordt gebruikt. Naast de blijvende stijging op ‘Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden’, lijkt er ook een effect van het abonnementstarief te zien op ‘woningaanpassingen’. Het abonnementstarief is vastgesteld door het Rijk. Thuisplusflats In 2021 zijn zes Rotterdamse seniorencomplexen omgedoopt tot Thuisplusflats. De Thuisplusflats zijn door de gemeente Rotterdam ontwikkeld om een woonzorg-concept voor ouderen te creëren tussen zelfstandig thuis en het verpleeghuis in. In een Thuisplusflat vinden dagelijkse activiteiten plaats voor en door ouderen is één preferent zorgaanbieder actief die met een herkenbaar en aanspreekbaar team, zorg en ondersteuning biedt vanuit de drie zorgwetten (Wmo, Zvw (wijkverpleging) en Wlz (vpt/mpt)). In de Thuisplusflat wordt ingezet op preventie, vroegsignalering en het tegengaan van de versnippering in de zorg.
Zo zijn de activiteiten gericht op gericht op vitaliteit en ontmoeting (tegengaan van eenzaamheid). Er is (twee)wekelijks een signaleringsoverleg waarin medewerkers van wonen, ondersteuning en zorg signalen van eenzaamheid en raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
30 van 41
gezondheidsachteruitgang bespreken, zodat hier vroegtijdig op ingespeeld kan worden en de escalatie van zorgvragen kan worden voorkomen. En met de inzet op één preferent aanbieder wordt de versnippering in de zorg tegengaan en spelen we in op het groeiende tekort aan zorgpersoneel door de zorg efficiënter en effectiever te organiseren. De Thuisplusflat zijn in het landelijk programma Wonen en Zorg voor Ouderen (WOZO) benoemd als voorbeeld van een unieke samenwerking tussen zorgorganisaties woningcorporaties, welzijnspartijen en de gemeente. De uitbreiding van de Thuisplusflats met minimaal 14 complexen is een collegetarget waar gedurende de collegeperiode op wordt ingezet. De Thuisplusflats vallen onder het programma Rotterdam Ouder en Wijzer en het Langer Thuis Akkoord. 6.4.3 Jeugdbescherming Rijnmond (Rotterdamse cliënten) In de tabel staat informatie over het aantal jeugdigen dat een lopende jeugdbeschermingsmaatregel of crisisinterventie had.
Huidig bestand jeugdbescherming Ondertoezichtstelling
1e halfjaar 2021 1.373
2e halfjaar 2021 1.273
1e halfjaar 2022 1.173
526 358 561
491 352 365
473 444 426
Jeugdreclasseringsmaatregel Voogdij Crisisinterventies Tabel 6.10 huidig clientbestand jeugdbescherming
Doel van deze rapportage is om de afname van de inzet van maatregelen te kunnen volgen. Bij het formuleren van de doelstelling konden de data in dit overzicht alleen door JBRR gerapporteerd worden. Tot 2021 werden daarom alleen de gegevens van Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond (JBRR) gebruikt voor deze rapportage. In de rapportage over heel 2021 zijn voor het eerst ook de cijfers van William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering (WSSJBJR) en het Leger des Heils opgenomen. In deze rapportage over de eerste helft van 2022 wordt deze lijn doorgezet. Er worden cijfers gepresenteerd van de drie instellingen vanaf begin 2021. De GI’s hebben over 2021 een aangepaste telling aangeleverd voor het overzicht lopende unieke clienten. Het beeld blijft voor de inzet van Ondertoezichtstellingen gelijk. Er is sprake van een geleidelijke daling van het aantal Ondertoezichtstellingen. Dit was bij de nieuwe instroom al zichtbaar (6.3.4) en komt ook naar voren bij het totaal aantal OTS-en. Bij jeugdreclassering is ook een dalende trend zichtbaar. Tegelijkertijd zijn er veel signalen dat er spraken is van ernstiger feiten wanneer jeugdigen criminele handelingen plegen. De toename bij Voogdij komt door een administratieve aanpassing in verband met veranderingen in het woonplaatsbeginsel. Dit waren al jeugdigen waarvoor de voogdij bij deze GI’s was belegd.
6.5 Financieel beeld 6.5.1 Wmo
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
31 van 41
Wmo-maatwerk Raadsmonitor 1e halfjaar 2022
Realisatie 2021
(bedragen x € 1 mln)
Oorspronkelijke Begroting 2022
Begroting 2022 na 2e herziening
Prognose 2022
Afwijking
Wmo-arrangementen met verblijf (intramuraal)
62,8
70,0
72,8
72,8
0,0
Wmo-arrangementen zonder verblijf (extramuraal)
175,3
188,9
200,6
200,6
0,0
Overige maatwerkvoorzieningen Wmo
31,4
32,2
31,4
31,4
0,0
Totaal maatwerkvoorzieningen Wmo
269,5
291,1
304,8
304,8
0,0
Tabel 6.11 Financiën tweedelijns Wmo-ondersteuning
Bij de 2e Herziening 2022 is de begroting voor Wmo maatwerkondersteuning en maatwerkvoorzieningen in totaliteit naar boven bijgesteld. O.b.v. de realisatiecijfers t/m september is de verwachting dat de uitgaven binnen budget blijven.
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
32 van 41
6.5.2 Jeugdhulp Jeugdhulp Raadsmonitor 1e halfjaar 2022
Realisatie 2021
(bedragen x € 1 mln)
Oorspronkelijke Begroting 2022
Begroting 2022 na 2e herziening
Prognose 2022
Afwijking
Lokale Jeugdhulp
40,2
48,3
48,2
48,2
0,0
Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond
134,5
136,4
162,3
162,3
0,0
Totaal Jeugdhulp
174,7
184,7
210,5
210,5
0,0
Tabel 6.12. Financiën specialistische jeugdhulp
Vanwege de extra Rijksmiddelen jeugd is het mogelijk geweest de totale begroting voor Jeugdhulp fors op te hogen om de wachtlijsten op een acceptabel niveau te krijgen. Met deze extra middelen is de verwachting dat er binnen budget gebleven kan worden.
6.6 Wachttijden Goed toegankelijke en tijdige zorg is van groot belang. Daarom blijven we ons inzetten om de wachttijden tot het minimum te beperken. Wachttijden tweedelijns ondersteuning Jeugd retrospectieve wachttijd (GRJR Rotterdam), gemiddelde wachttijd in weken Treeknorm jeugdhulp (% clienten binnen 14 weken gehlopen) (GRJR Rotterdam) Wmo: Aantal cliënten met een overbruggingsarrangement Waarvan behorende tot cliëntgroep Verstandelijk Beperkten intramural Waarvan behorende tot cliëntgroep (O)GGZ intramural - Wmo: norm aanvang start zorg behaald
2e halfjaar 2020 15,9 weken
1e halfjaar 2021 14,0 weken
2e halfjaar 2021 13,0 weken
1e halfjaar 2022 11,0 weken
67% 437 75 362 77%
67% 448 81 367 80%
72% 448 82 366 77%
70% 421 80 341 76%
Tabel 6.13 Informatie over wachttijd Jeugd, aanvang zorgstart Wmo en overbruggingsarrangementen Wmo
De bovenstaande tabel toont bij jeugd de retrospectieve wachttijd. De gemiddelde wachttijd blijft dalen. In het eerste half jaar van 2022 nam de wachttijd ten opzichte van de tweede helft 2021 af met 2 weken tot gemiddeld 11 weken. De afname is vooral te danken aan de regionale aanpak wachttijden. Zo is er een kortere wachttijd voor ambulante jeugdhulp, waar de wachttijdaanpak effect lijkt te hebben en jeugdigen minder lang hoeven te wachten. Om de wachttijd voor jeugdhulp met verblijf te laten afnemen zijn er in 2022 tijdelijk extra bedden voor ‘Opname Bed & Behandeling’ gerealiseerd. Ook zijn er ambulante alternatieven voor verblijf ontwikkeld. De Treeknorm beschrijft de landelijk maximaal aanvaardbare termijn van wachten binnen de zorg, namelijk maximaal 14 weken. In de eerste helft van 2022 is het percentage met 2% gedaald t.o.v. de tweede helft van 2021. Het aantal Wmo-cliënten met een overbruggingsarrangement is in de eerste helft van 2022 iets gedaald ten opzichte van 2021. Binnen de plaatsingscommissie beschermd wonen wordt prioriteit gegeven aan cliënten die urgent wachtend zijn. Voor 76% van de nieuw gestarte indicaties koppelden de zorgaanbieders aan de gemeente op tijd terug dat de zorg voor een cliënt met een Wmo-arrangement is gestart. Dit percentage is vergelijkbaar met het vorig halfjaar.
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
33 van 41
6.7 Urgentieaanvragen In het 1e halfjaar van 2022 zijn er 698 urgentieaanvragen vanuit de zorgaanbieders ingediend bij de woningcorporaties, daarvan was een heel groot gedeelte compleet (95%). Qua toegekende aanvragen zien we dat er 524 positieve besluiten zijn genomen, dit is een afname van 12% ten opzichte van 2021. Het aandeel directe bemiddeling met huurzorgcontract is in 2022 gedaald naar 60%. In 2021 was dit nog 66% en in 2020 57%. Er is geen specifieke trend te ontdekken in de daling van dit percentage, wel is afgesproken in het Platform HKD om zoveel mogelijk te werken conform het principe van 100% directe bemiddeling. Dit zien we nog niet in de cijfers tot uiting komen. Onderstaande tabel bevat informatie over het aantal toegekende urgenties voor directe bemiddeling huurzorgcontract (zelfstandig wonen met begeleiding/nazorg) en het aantal toegekende reguliere urgenties (urgenties zonder huurzorgcontract). 2017
2018
2019
2020
2021
Totaal toegekend Directe bemiddelingen
875 493
966 581
885 505
973 554
1.208 773
1e half jaar 2022 524 314
Regulier
382
385
380
419
435
210
Urgenties
Tabel 6.16 Urgenties, uitgesplitst naar reguliere urgenties en directe bemiddelingen
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
34 van 41
7
Beschikbaarheidsvoorzieningen
7.1 De bedoeling van beschikbaarheidsvoorzieningen Het doel van de beschikbaarheidsvoorzieningen zoals dagopvang, nachtopvang en crisisopvang is het creëren van een vangnet voor Rotterdammers4. In het geval van huiselijk geweld betekent dit het bieden van bescherming, een veilige plek, om van daaruit toe te leiden naar zelfstandig wonen en/of passende Wmo ondersteuning. Die ondersteuning is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid. De gemeente zet zich samen met zorgaanbieders en andere ketenpartners in om dak- en thuisloze volwassenen, gezinnen, jongeren en slachtoffers van huiselijk geweld direct te helpen. Dak- en thuislozen verblijven doorgaans in hun netwerk. Opvang wordt ingezet als men niet (meer) in zijn netwerk terecht kan en acuut dakloos is. Crisisopvang voor slachtoffers van huiselijk geweld vindt plaats als er sprake is van acuut gevaar, danwel levensbedreigende situaties.
7.2 Huidige stand van zaken 7.2.1 Aantal toegekende CO-passen
Figuur 7.1 Het aantal nieuw toegekende CO-passen per maand 2020-20215
In de eerste helft van 2022 zijn in totaal 498 passen verstrekt. Dat zijn er 12 meer dan in de eerste helft van 2021. De instroom is hiermee vergelijkbaar met 2021. 7.2.2 Capaciteit en bezettingsgraad Aantal volwassenen in nachtopvang
4 5
NB, Rotterdam is een centrumgemeente Deze grafiek is dus van toepassing op de doelgroep vanaf 23 jaar
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
35 van 41
Figuur 7.2 Aantal unieke cliënten per maand in de nachtopvang 2020-2021
In de bovenstaande grafiek is te zien dat het aantal unieke slapers in de eerste zes maanden van 2022 langzaam afneemt. Gemiddeld sliepen in de eerste helft van 2022 338 (unieke) volwassenen in een maand in de opvang, tegenover 410 unieke slapers in de eerste helft van 2021. In de grafiek is het aantal unieke slapers in de maanden april, mei en juni afgenomen. Dit is echter een administratieve afname. Door de overgang naar een verbeterde versie van het registratiesysteem zijn minder unieke cliënten geregistreerd. We streven ernaar dat dit bij de Raadsmonitor over heel 2022 is gecorrigeerd.
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
36 van 41
Bezettingsgraad van de nachtopvang
Figuur 7.3 Capaciteit en bezetting per maand van de nachtopvang 2020-2021
Vanwege de uitbraak van het coronavirus is met ingang van eind maart 2020 de capaciteit van nachtopvanglocaties (tijdelijk) verhoogd naar ca. 350 bedden. Deze uitbreiding heeft ook geleid tot verschuiving in de capaciteit tussen de verschillende (nieuwe tijdelijke) nachtopvanglocaties, waarbij de maximaal in te zetten capaciteit door de tijd heen fluctueerde. Lopende 2021 zijn deze extra locaties afgebouwd. Door de vele wijzigingen in de capaciteit van de locaties en de stapsgewijze afbouw van tijdelijke locaties is er niet altijd sprake van eenduidige en betrouwbare bezettingscijfers. Sinds eind 2021 is de opvanglocatie Heer Vrankestraat voor de opvang van daklozen in gebruik genomen. Hiermee zijn er sinds begin 2022 in totaal 272 plekken beschikbaar in de nachtopvang. De gemiddelde bezettingsgraad over de eerste helft van 2022 is 87,5%. Onze inzet is erop gericht om de beschikbare capaciteit zo optimaal mogelijk in te zetten. Overigens is een bezettingscijfer van 100% niet reëel, gezien de aard van de doelgroep kwetsbare Rotterdammers. Crisisopvang jongeren Voor acuut dakloze jongeren hebben we in Rotterdam momenteel 33 plekken in de crisisopvang. Jongeren hebben hier na toewijzing een vast bed en zijn dus iedere avond verzekerd van onderdak. Overdag kunnen deze jongeren terecht in de in 2021 gerealiseerde dagopenstelling (dagopvang) ‘Post West’.
In de eerste helft van 2022 zijn in totaal 94 jongeren geplaatst in de crisisopvang. Als we dit vergelijken met de tweede helft van 2021, waarbij 81 jongeren zijn geplaatst, dan zien we een
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
37 van 41
toename van het aantal jongeren. Sinds mei 2022 zijn er twee plaatsen voor groepsongeschikten jongeren geopend, waardoor er nu 33 plekken beschikbaar zijn (in plaats van 31 voorheen). Crisisopvang jongeren
tweede helft 2021
eerste helft 2022
Aantal jongeren in de crisisopvang
81 jongeren 94 jongeren
Verblijfsduur crisisopvang
52 dagen
56 dagen
Aantal jongeren die langer dan 84 dagen in de crisisopvang zitten
9 jongeren
15 jongeren
Wachttijd voor een plek in de crisisopvang
4 dagen
12 dagen
De ketenafspraak is dat jongeren maximaal 6 weken (42 dagen) in de crisisopvang verblijven, met maximaal 1 verlenging van 6 weken (totaal 84 dagen). In de eerste helft van 2022 verbleven jongeren gemiddeld 56 dagen in de opvang. Vijftien jongeren verbleven meer dan 84 dagen in de crisisopvang. De reden hiervoor is dat er voor hen niet binnen 84 dagen een passende vervolgplek beschikbaar was en deze jongeren dus langer in de crisisopvang verbleven. De bezetting in de crisisopvang was nagenoeg 100%, waardoor een jongere na aanmelding niet direct geplaatst kon worden. De gemiddelde wachttijd in 2022 was 12 dagen. In de tweede helft van 2021 was de gemiddelde wachttijd 4 dagen. Dit is een flinke toename. Een wachttijd voor de crisisopvang is onwenselijk, maar een aantal jongeren weten in deze periode ergens nog een slaapplek te vinden (bij familie of vrienden). Uitgangspunt is dat jongeren niet op straat slapen. Bij gebrek aan een plek in de crisisopvang zijn jongeren daarom soms tijdelijk in een hotel geplaatst. Reden voor de toename van de wachttijd is onder andere de soms moeizame doorstroom van de crisisopvang naar een passende vervolgplek. Om ruimte te maken voor nieuwe jongeren wordt door de ketenregisseur en de Wmo-adviseurs tijdens de plaatsingscommissie en de actietafel samen met de zorgaanbieders hard gewerkt om de doorstroom te bevorderen.
Een andere reden voor de toename van de wachttijd is het grote verloop van Wmo-adviseurs eind 2021. Hierdoor liep de gemiddelde doorlooptijd voor het afhandelen van een melding op. Tegelijk wordt gekeken naar de uitbreiding van vervolgplekken en is in 2022 het aantal plekken van Project 010 uitgebreid naar 35 plekken. Daarnaast wordt een verkenning uitgevoerd naar de herinrichting van de (24-uurs) crisisopvang voor dakloze jongeren met als doel een efficiëntere en effectievere opvang. Volwassenen in crisisopvang huiselijk geweld
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
38 van 41
Figuur 7.4 Aantal unieke cliënten per maand in de crisisopvang 2020-2021
In Rotterdam zijn 40 crisisopvangplaatsen voor volwassen slachtoffers van huiselijk geweld. In de eerste helft van 2022 zijn 86 nieuwe cliënten (met en zonder kinderen) ingestroomd. Dit is lager dan de instroom in de eerste helft van 2021 (105 cliënten) en ongeveer gelijk aan de instroom in de tweede helft van 2021 (92 cliënten). De bezetting in de crisisopvang in de eerste helft van 2022 was hoog en vergelijkbaar met de bezetting in de tweede helft van 2021. Dit leek niet te maken te hebben met een verhoogde instroom, maar te worden veroorzaakt door verminderde door- en uitstroom. Dat gaf druk op de beschikbaarheid van de crisisopvangplaatsen, maar de druk bleef beheersbaar. Door flexibel om te gaan met de ruimtes binnen de crisisopvang kon aan alle slachtoffers van huiselijk geweld die een opvangplek nodig hadden een plek worden geboden. 7.2.3 Verblijfsduur in beschikbaarheidsvoorzieningen Indien een cliënt gedurende een half jaar meer dan 90 nachten gebruik heeft gemaakt van de nachtopvang is sprake van langdurig gebruik (langslaper).
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
39 van 41
Figuur 7.5 Percentage cliënten dat langdurig gebruik maakt van de nachtopvang per maand 2020-2021
In de eerste helft van 2022 is gemiddeld 50,5% van de volwassenen een langslaper. In vergelijking met dezelfde periode in 2021 is dit een lichte afname. De toename in het aandeel langslapers is gestart met name sinds de uitbraak van het coronavirus. Sinds het begin van 2021 neemt dit percentage langzaam af dankzij de operatie versnelde uitstroom uit de opvang waarbij 100 daklozen aan een (eigen) woning zijn geholpen. In de laatste periode van december zien we weer een toename van het aandeel langslapers, o.a. vanwege de stagnatie in de doorstroom naar een (eigen) woning. Ook in het eerste kwartaal van 2022 heeft om die reden een actie versnelde uitstroom uit de opvang naar zelfstandig wonen plaatsgevonden. We zijn voortdurend in gesprek met aanbieders en woningcorporaties over de uitstroom naar zelfstandig wonen en zetten continu maatregelen in om de verblijfsduur in de opvang te verkorten.
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
40 van 41
7.2.4 Buitenslapers
Figuur 7.6 Aantal buitenslapers per maand 2019/2021
Op basis van een maandelijkse signaallijst van veldwerkers wordt een inschatting gemaakt van het aantal mensen dat buiten slaapt (of in een niet voor bewoning geschikte plek). Het gaat hierbij zowel om mensen die voor langere tijd buitenslapen, als om mensen die de veldwerkers incidenteel zien. Veldwerkers van Stichting Ontmoeting en het Leger des Heils gaan dagelijks de straat op om contact te zoeken met buitenslapers en hen toe te leiden naar passende hulp of naar werk en/of land van herkomst in het geval van niet rechthebbende EU-migranten. Door het werk van de veldwerkers en contacten met andere partijen ontstaat een beeld van het aantal buitenslapers. Als gevolg van het coronavirus was conform de landelijke richtlijn in de periode van eind 2021 tot het eerste kwartaal van 2022 de noodopvang voor alle daklozen wederom geopend. In deze maanden zijn als buitenslaper enkel de mensen meegeteld die daadwerkelijk buiten zijn aangetroffen. Dit verklaart waarom de cijfers van de buitenslapers in deze periode lager uitvallen. Conform de landelijke richtlijn is de maatregel om iedereen op de vangen per 4 februari 2022 komen te vervallen, waardoor er geen noodopvang meer geboden is.
raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -
Datum
Pagina
januari 2023
41 van 41