CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb000937] Brief van de Rekenkamer Rotterdam over Rapport ‘Targets tellen’

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 29 juni 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bestuur16.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

29

targets tellen

Rekenkamer

Rotterdam

30

targets tellen

target 12: sportdeelname

collegetarget 2026: sportdeelname We realiseren in de collegeperiode 2022-2026 een 10% toename in de sportdeelname.

doelformulering De collegetarget voldoet aan de normen specifiek en meetbaar. De target voldoet niet aan de norm tijdgebonden omdat de mijlpalen van seizoenen 2022/23 en 2023/24 ontbreken in het definitieboekje. Er zijn dus geen tussendoelstellingen, maar alleen een doelstelling voor eind 2025. nulmeting Voor de nulmeting neemt het college het gemiddelde van november 2021 en april 2022. De nulmeting voldoet daarmee in opzet aan de normen ten aanzien van een nulmeting. De rekenkamer heeft de nulmeting nog niet gecontroleerd (zie controleerbaarheid). controleerbaarheid Op basis van de beschrijving in het definitieboekje gaat de rekenkamer ervan uit dat er sprake is van een bestaand meetsysteem, namelijk de halfjaarlijkse vragenlijst met Sportdeelname Index (SDI) van NOC*NSF voor Rotterdam. Het gaat hierbij om een bestaande meetmethode van een extern onderzoeksbureau. De rekenkamer heeft nog geen toelichting ontvangen op deze index, zoals op de grootte en representativiteit van de steekproef. De rekenkamer beoordeelt deze meetmethode in opzet als controleerbaar. Op basis van een verdere toelichting op de meetmethode kan de rekenkamer de controleerbaarheid definitief beoordelen. inspanningen Het college heeft toegelicht welke (extra) inspanningen het neemt om sportdeelname te verhogen. Niet alle maatregelen zijn uitgewerkt, omdat bepaalde onderzoeken nog lopen.

Er is voldoende toegelicht met welke partners het college wil samenwerken om de doelstelling te behalen. De collegetarget voldoet daarmee deels aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. In november 2021 waren er coronamaatregelen die ook consequenties hadden voor deelname aan sport. In het definitieboekje is niet duidelijk gemaakt of deze maatregelen eventuele gevolgen hebben voor de nulmeting, terwijl dat niet ondenkbaar is. target 13: bedrijfsruimte

collegetarget 2026: bedrijfsruimte De doelstelling voor deze collegeperiode is voldoende bedrijfsruimte door te zorgen dat de omvang m2 bedrijfsruimte gelijk blijft aan het huidige niveau.

doelformulering De collegetarget voldoet aan de normen specifiek en meetbaar.

31

targets tellen

De target voldoet deels aan de norm tijdgebonden. De begindatum waarop gestart wordt met meten is namelijk niet in of vlak voor de collegeperiode. Het college wil over vier volledige jaren rapporteren en gebruikt daarom de stand van de omvang m2 bedrijfsruimte op 31 december 2021 als nulmeting. Bij de gebruikte gemeentelijke Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG) is het mogelijk om op ieder moment een overzicht te geven van de omvang m2 bedrijfsruimte. Het is daarom mogelijk om een nulmeting te doen bij de start van de collegeperiode. nulmeting De nulmeting voldoet in opzet aan de normen voor de nulmeting. De rekenkamer heeft de nulmeting nog niet gecontroleerd (zie controleerbaarheid). controleerbaarheid Volgens de toelichting wordt BAG als bronsysteem voor de registratie van de omvang m2 bedrijfsruimte gebruikt, net zoals in de collegeperiode 2014-2018 voor het meten van de collegetarget inzake aanpak van de kantorenvoorraad. Destijds ging het om de omvang m2 kantorenvoorraad, nu gaat het om de registratie van de omvang m2 bedrijfsruimte. Volgens de toelichting zal het in gebruik zijnde metrage bedrijfsruimte dat geregistreerd staat op de functie industrie gemeten worden. De rekenkamer beoordeelt deze meetmethode in opzet als controleerbaar. De rekenkamer gaat de meetmethode hiervan nog beoordelen.

inspanningen Het college heeft nog niet toegelicht welke inspanningen het neemt om de omvang m2 bedrijfsruimte op het huidige niveau te houden. Wel wordt in de toelichting een actieplan bedrijfsruimte genoemd dat eind eerste kwartaal 2023 gaat verschijnen. In de toelichting staat dat het instrumentarium zich richt op vier sporen, maar het college maakt niet duidelijk welke instrumenten worden ingezet. De collegetarget voldoet daarmee deels aan de norm ten aanzien van de toelichting op de beleidsinspanningen. redactionele opmerking In het definitieboekje dat naar de raad is gestuurd is, is de onderstaande tekst onder het kaartje weggevallen. De rekenkamer heeft deze tekst wel meegenomen in haar beoordeling van de target. “Voor het meten van het collegetarget bedrijfsruimte wordt gebruik gemaakt van de gegevens in de BAG (basisadministratie adressen en gebouwen). De BAG is de officiële en gemeentelijke databron voor het meten van het target. De feitelijke meting vindt plaats op peildata 1 januari 2022 en 1 januari 2026. Om de voortgang op het target te monitoren zal op 1 januari van elk tussenliggende jaar een uittreksel uit de BAG gehaald worden. Gemeten wordt het in gebruik zijnde metrage bedrijfsruimte dat geregistreerd staat op de functie industrie.

Het collegetarget richt zich op de stedelijke economie en is daarom exclusief havengebied (met uitzondering van de Sluisjesdijk waar stedelijke functies voorzien zijn in de toekomst), alle objecten binnen het uitgelichte gebied op de kaart worden daarin meegenomen.”

32

targets tellen

target 14: tevredenheid concerndienstverlening

collegetarget 2026: tevredenheid concerndienstverlening We willen dat aan het eind van de collegeperiode 2023-2026 minder Rotterdammers ontevreden (≤6) zijn over hun contact met de gemeente Rotterdam. In 2025 is het percentage Rotterdammers dat ontevreden is over hun contact met de gemeente met 30% gedaald ten opzichte van 2021.

doelformulering De collegetarget voldoet aan de normen specifiek, meetbaar en tijdgebonden. In de toelichting staat dat het aantal contactopties gedurende de collegeperiode mogelijk wordt uitgebreid en dat dit geen invloed heeft op het ambitieniveau of de meetsystematiek. De rekenkamer merkt op dat het college niet heeft aangegeven of dit mogelijk invloed heeft op de resultaten. Het is namelijk niet ondenkbaar dat het per contactoptie verschilt hoe tevreden klanten zijn over het contact, door bijvoorbeeld de manier van contact of het type vraag per contactoptie. nulmeting De nulmeting is de gemiddelde realisatie van de indicator Algemene (on)tevredenheid in 2021. In 2021 was 86% van de Rotterdammers tevreden over het contact met de gemeente (algemene tevredenheid) en 14% was ontevreden. De rekenkamer heeft de nulmeting van de mate van ontevredenheid (14%) nog niet gecontroleerd. De nulmeting voldoet in opzet aan de normen ten aanzien van een nulmeting. controleerbaarheid De controleerbaarheid van het meet- en registratiesysteem is nog onbekend. De rekenkamer gaat de meetmethode hiervan nog beoordelen. inspanningen Uit de toelichting op de inspanningen blijkt dat het college maatregelen neemt die gebaseerd zijn op het Programma Dienstverlening 2018-2022 en de daaropvolgende opgave Dienstverlening 2023-2026.

Deze maatregelen zijn gericht op het verhogen van de tevredenheid van Rotterdammers over hun contact met de gemeente en daarmee het verlagen van de ontevredenheid. De collegetarget voldoet daarmee aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. target 15: wijk aan zet

collegetarget 2026: Wijk aan Zet Het college realiseert (in deze collegeperiode) naar het oordeel van de wijkraad 75% van de acties die opgenomen zijn in de wijkplannen.

doelformulering De collegetarget voldoet aan de normen specifiek en meetbaar. De begindatum is de eerste meting van de mate waarin de acties zijn gerealiseerd aan het eind van 2023. De meting kan niet eerder worden gedaan omdat de wijkplannen

33

targets tellen

pas in 2023 door de gemeenteraad worden vastgesteld. Daarmee is de target niet tijdgebonden. Vanwege de context is dit wel verklaarbaar. Met de target wijk aan zet kiest het college voor een target in een context die nog in ontwikkeling is, waarbij het meetsysteem nog opgezet moet worden. Enerzijds stimuleert dit vernieuwing, anderzijds is hiervan het gevolg dat er pas ruim na de start van de collegeperiode gemeten kan worden. nulmeting Een nulmeting is hier niet van toepassing. controleerbaarheid De controleerbaarheid van het meet- en registratiesysteem DigiWap is nog onbekend. De rekenkamer gaat de meetmethode hiervan nog beoordelen. inspanningen Uit de toelichting op de inspanningen blijkt dat de maatregelen onderdeel zijn van allerlei beleidsprogramma’s die uitmonden in een wijkakkoord. Een wijkakkoord raakt veel beleidsterreinen en kent een grote diversiteit aan doelen, resultaten en acties die (kunnen) leiden tot het verbeteren van de verschillende opgaven in de wijk. Gezien de aard van de target is het logisch dat de afzonderlijke maatregelen niet worden beschreven. De collegetarget voldoet daarmee aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. De rekenkamer merkt wel op dat de target sterk is gericht op prestaties (output) en minder op maatschappelijke effecten (outcome).

34

targets tellen

overzicht beoordeling opzet collegetargets In de onderstaande tabel is per target weergegeven of is voldaan aan de gehanteerde normen. tabel 2-5: overzicht toetsing collegetargets aan normen collegetarget

specifiek

meetbaar

Tijdgebonden

nulmeting

controleerbaar

inspanningen

1. veiligheid

ja

ja

deels (slechts één

ja (gecontroleerd)

ja

ja

mijlpaal, nulmeting ruim voor collegeperiode) 2. naastplaatsingen en

ja

ja

ja

ja, in opzet *

ja, in opzet *

ja

ja

ja

deels (begindatum

ja, in opzet *

ja

ja

ruim voor

(onderdeel groene

collegeperiode)

daken)

ja

ja, in opzet *

nog niet te

ja

zwerfafval 3. groen

4. schil om de school

ja

ja

beoordelen 5. schuldhulpverlening

ja

ja

6. bijstand

ja

ja

deels (geen

n.v.t.

ja, in opzet *

ja

ja (gecontroleerd)

ja

deels

n.v.t.

nog niet te

ja

begindatum) deels (begindatum ruim voor collegeperiode) 7. woningbouw

deels (te veel

ja

onderdelen)

deels (begindatum ruim voor

beoordelen

collegeperiode) 8. verkeersveiligheid 9. CO2

ja nee (voor

ja

ja

nog niet te

nog niet te

beoordelen

beoordelen

ja

ja

ja

ja (gecontroleerd)

Ja

nee

nog niet te

deels

meerdere uitleg vatbaar) 10. woon(zorg)concepten

ja

ja

ja

n.v.t.

11. jeugdpreventie

ja

ja

ja

n.v.t.

ja, in opzet *

ja

12. sportdeelname

ja

ja

nee (mijlpalen

ja, in opzet *

nog niet te

deels

13. bedrijfsruimte

ja

ja

deels (begindatum

ja, in opzet *

ja, in opzet *

deels

ja, in opzet *

nog niet te

ja

beoordelen

ontbreken)

beoordelen

ruim voor collegeperiode) 14. tevredenheid

ja

ja

ja

dienstverlening 15. wijk aan zet

beoordelen ja

ja

nee (wijkplannen komen in 2023)

n.v.t.

nog niet te beoordelen

*In opzet controleerbaar. De betrouwbaarheid van de metingen wordt op een later moment daadwerkelijk getoetst door de rekenkamer.

35

targets tellen

ja

Rekenkamer

Rotterdam

36

targets tellen

3

conclusies en aanbevelingen

conclusies en toelichting 1 De rekenkamer heeft voor de beoordeling van de collegetargets 2022 – 2026 het normenkader aangepast op twee onderdelen. De eerste wijziging is dat targets die bestaan uit maximaal drie onderdelen nu ook aan de norm voldoen (meervoudig). Volgens de oude norm moesten targets bestaan uit één onderdeel (enkelvoudig). De tweede wijziging is de toevoeging van een nieuwe norm om de toelichting op de inspanningen van het college te beoordelen (zie conclusies 7 en 8). 2 De collegetargets veiligheid, schuldhulpverlening, woningbouw en woonzorgconcepten zijn meervoudig. Er worden twee of meer onderdelen gemeten. Dit betekent dat deze targets enkel worden gehaald als alle onderdelen worden gehaald. 3 De tien collegeleden hebben ieder minstens één collegetarget in hun portefeuille. De collegetargets zijn daarmee goed verdeeld over de collegeleden. De targets zijn verdeeld over tien van de achttien begrotingsprogramma’s. Wel vallen relatief veel collegetargets onder het programma ‘stedelijke ontwikkeling’, namelijk vier. Met deze verdeling is een integraal debat op hoofdlijnen mogelijk. 4 De volgende targets zijn in hun huidige opzet niet goed bruikbaar als collegetargets, omdat ze op belangrijke onderdelen niet voldoen aan de normen:

3. groen; 5. schuldhulpverlening; 6. bijstand; 7. woningbouw; 9. CO2; 12. sportdeelname; 13. bedrijfsruimte. a De begindata van de collegetargets groen, bijstand, woningbouw en bedrijfsruimte liggen ruim voor de start van de collegeperiode. Bij deze targets is het echter mogelijk om een nulmeting te nemen die op of dichterbij de start van de collegeperiode ligt. Daarmee zijn deze targets niet tijdgebonden. Dit kan het college nog corrigeren. Targets waarbij de begindatum ruim voor de collegeperiode ligt, geven een minder goed zicht op de prestaties van het college, omdat er prestaties worden meegeteld van de vorige collegeperiode. Zo was het aantal bijstandsuitkeringen eind april 2022 (34.218) lager dan op 31 december 2021 (34.624). Een langere periode meetellen betekent in dit geval ook dat de ambitie van het college lager is dan wanneer de begindatum op of dichtbij de start van de collegeperiode ligt. Ook wekt de formulering van de targets de indruk dat de begindatum wel op of rond de start van de collegeperiode ligt. In de targets groen en bijstand staat ‘deze

37

targets tellen

collegeperiode’, in target woningbouw staat ‘komende vier jaar' en in de target bedrijfsruimte staat ‘huidige niveau’. Bij de targets groen, bijstand en woningbouw was er in de vorige collegeperiode een vergelijkbaar collegetarget. Door een begindatum te nemen die direct aansluit op de einddatum van de collegetarget in de vorige collegeperiode, biedt een target inzicht in de doorlopende realisatie. Er is dan geen ‘gat’ tussen de twee collegetargets. De collegetargets zijn echter expliciet een instrument voor de gemeenteraad om te sturen op de prestaties binnen een collegeperiode. Het meenemen van een langere periode biedt mogelijk een beter inzicht in de lange termijn, maar zorgt er ook voor dat het instrument collegetargets minder bruikbaar wordt als sturingsinstrument voor de gemeenteraad. Voor zicht op de doorlopende realisatie kunnen andere indicatoren in bijvoorbeeld de planning- en controlcyclus worden gebruikt. Bij target veiligheid ligt de nulmeting ook ruim voor de collegeperiode. De veiligheidsindex is namelijk samengesteld uit data van november 2020 tot en met oktober 2021. De rekenkamer maakt hierbij een uitzondering, omdat het vanwege de meetmethode (tweejaarlijkse enquêtering) niet mogelijk is om een nulmeting te hebben dichterbij de start van het college. b Collegetarget schuldhulpverlening is niet bruikbaar omdat de begindatum ontbreekt.

Daardoor is het niet duidelijk welke periode gemeten wordt. Het college kan dit nog corrigeren. c Collegetarget woningbouw bestaat uit vijf onderdelen. Daarmee is de target niet voldoende specifiek. De rekenkamer geeft hiermee een signaal af. Mocht de target niet aangepast worden, dan zal de rekenkamer in de tussentijdse en eindbeoordeling wel de vijf onderdelen beoordelen, omdat het aanpassen van de norm niet eerder bekend was bij het college. d Collegetarget CO2 is in zijn huidige formulering niet bruikbaar, omdat het door de formulering in het definitieboekje onduidelijk is of de doelstelling voor 2030 al dan niet onderdeel is van de target. Daarmee is de target onvoldoende specifiek. Door de doelstelling uit de target te halen wordt de target wel bruikbaar. De lange termijn doelstelling kan vanzelfsprekend wel een kader bieden voor de gemeenteraad voor verantwoording op andere momenten, dan middels collegetarget. e Collegetarget sportdeelname is niet bruikbaar omdat de target geen jaarlijkse mijlpalen heeft. Daardoor is het onduidelijk of de realisatie op koers ligt. Ook biedt de target daarmee onvoldoende informatie aan de gemeenteraad om bij te sturen. Het college kan dit nog corrigeren. Ook bij een tweetal andere targets ontbreken jaarlijkse mijlpalen. Bij de target veiligheid is er slechts één mijlpaal in 2024.

De rekenkamer maakt bij deze target een uitzondering, omdat het vanwege de meetmethode (enquêtering) niet wenselijk is om jaarlijks te meten. Bij de target CO2 heeft het college toegelicht dat de mijlpalen in het voorjaar van 2023 worden toegevoegd nadat maatregelen zijn doorgerekend door de DCMR.

38

targets tellen

5 Collegetarget wijk aan zet is niet tijdgebonden omdat de begindatum pas eind 2023 is. Daarmee biedt de target beperkt informatie aan de gemeenteraad om bij te sturen. De rekenkamer beoordeelt de target echter wel als bruikbaar, omdat het vanwege de context van de target verklaarbaar is dat de begindatum pas eind 2023 is. Eerder meten is niet mogelijk omdat de wijkplannen pas in 2023 worden vastgesteld. Met de target wijk aan zet kiest het college voor een target in een context die nog in ontwikkeling is, waarbij het meetsysteem nog opgezet moet worden. Enerzijds stimuleert dit vernieuwing, anderzijds heeft dit tot gevolg dat er pas ruim na de start van de collegeperiode gemeten kan worden. 6 De rekenkamer heeft de nulmeting van de targets veiligheid, bijstand en CO2 gecontroleerd en juist bevonden. Bij de targets naastplaatsingen, groen, schil om de school, verkeersveiligheid, sportdeelname, bedrijfsruimte en tevredenheid dienstverlening is de nulmeting nog niet gecontroleerd. 7 Bij de collegetargets CO2, woon(zorg)concepten en bedrijfsruimte is de inzet van maatregelen onduidelijk of afhankelijk van externe factoren. Bij de collegetarget CO2 heeft het college niet voldoende toegelicht met welke inspanningen de reductie van 25 % CO2 moet worden behaald. Dit komt volgens het college door onduidelijkheid over de financiering en randvoorwaarden.

Bij de collegetarget woon(zorg)concepten beschrijft het college wel de rol van de gemeente (faciliterend en stimulerend), maar in het definitieboekje staat niet welke maatregelen en activiteiten de gemeente uitvoert om de target te realiseren. Bij de collegetarget bedrijfsruimte schrijft het college dat er in het eerste kwartaal van 2023 een actieplan bedrijfsruimte komt. In het definitieboekje is dus nog niet concreet gemaakt welke instrumenten worden ingezet. 8 Bij de target bijstand licht het college niet goed toe hoe de inspanningen bijdragen aan de beleidsdoelstellingen. Daardoor is het onduidelijk of het al dan niet behalen van de target kan worden verklaard door de inspanningen van het college. Bij de target bijstand zijn wel de inspanningen beschreven, maar is het niet duidelijk of zij voldoende bijdragen om de doelstellingen te realiseren. • Uit de toelichting op de target bijstand blijkt dat het halen van de target voor een groot deel afhankelijk is van externe factoren zoals de economische conjunctuur en de financiering van maatregelen.

aanbevelingen 1 Verbeter de collegetargets die in hun huidige opzet niet bruikbaar zijn: a Pas de begindata van de collegetargets groen, bijstand, woningbouw en bedrijfsruimte aan naar een datum in of vlak voor de collegeperiode, zodat er goed zicht is op de collegeprestaties in deze collegeperiode. b Verduidelijk de begindatum bij de collegetarget schuldhulpverlening.

39

targets tellen

Rekenkamer

Rotterdam

c Voeg jaarlijkse mijlpalen toe aan de collegetarget sportdeelname. d Overweeg het aantal onderdelen van de collegetarget woningbouw aan te passen naar maximaal drie. e Schrap de doelstelling voor 2030 uit de collegetarget CO2 zodat duidelijk is dat dit geen onderdeel is van de target. 2 Controleer de kwaliteit van meet- en registratiesystemen die nog niet controleerbaar zijn zo snel mogelijk. 3 Maak bij de collegetargets CO2, woon(zorg)concepten en bedrijfsruimte zo snel mogelijk duidelijk welke maatregelen genomen worden. 4 Verduidelijk de relatie tussen de inspanningen en de doelstelling bij de collegetarget bijstand.

40

targets tellen

4

collegereactie

Met veel belangstelling hebben wij kennisgenomen van de beoordeling van de opzet van de door ons gekozen collegetargets zoals opgenomen in het definitieboekje. Eerst en vooral willen wij u danken voor het meedenken aan de voorkant met de formulering van de targets door middel van een voorlopige toets. Dat heeft ons geholpen de collegetargets scherper te formuleren en de meting te verbeteren. Bovendien helpt het rapport ‘Tijd voor targets’ om richting te geven aan de formulering van een representatieve set van collegetargets en het sturen op de realisatie daarvan. Uit uw bevindingen blijkt dat het is gelukt om de collegetargets (redelijk) goed te verdelen over de portefeuilles en de begrotingsprogramma’s. Daarbij hebben we gekozen voor een aantal nieuwe collegetargets dat onze ambities representeert, met het risico dat er nog niet altijd een kant en klaar meetsysteem ligt dat ook moet worden gecontroleerd of aan de normen van de rekenkamer wordt voldaan. Zo is het zoals u aangeeft nodig om te blijven leren, reflecteren en verbeteren, zodat de praktijk zich blijft ontwikkelen en het instrument van collegetargets niet sleets en gedateerd wordt en de meetsystemen betrouwbare informatie opleveren. De collegetargets zijn te zien als concrete meetbare doelstellingen die prioriteit hebben in het geheel van de doelen, inspanningen en middeleninzet per begrotingsprogramma.

Voor de collegetargets is het belangrijk dat de meting de complexe werkelijkheid zo goed mogelijk representeert, zodat een betrouwbaar en voor iedereen acceptabel beeld kan worden gegeven van doelbereik. Daarom is het begrijpelijk dat u het criterium van enkelvoudige formulering loslaat. Het is zoals u constateert een nadeel dat een meervoudige target enkel wordt gehaald als alle onderdelen worden gehaald. We gaan ervan uit dat u in de rapportages het doelbereik per onderdeel inzichtelijk maakt voor een goede beoordeling door de raad. Uit het overzicht van de bevindingen voor alle collegetargets blijkt dat op de meeste criteria positief wordt gescoord, maar dat er nog werk is te verrichten. De eerste aanbeveling is om de collegetargets die in hun huidige opzet niet goed bruikbaar zijn te verbeteren. Die aanbeveling wordt grotendeels overgenomen. Onderdeel van die aanbeveling is om de begindata van collegetargets aan te laten sluiten op de collegeperiode. Deze aanbeveling wordt overgenomen, behalve als dat tot problemen in de uitvoering en/of rapportage leidt. Dat betekent dat de nulmeting voor de targets bijstand en groen wordt aangepast naar 1 juli, maar die voor de targets woningbouw en bedrijfsruimte niet. Nadere toelichting wordt hieronder per collegetarget gegeven.

Verder zal de begindatum bij de collegetarget schuldhulpverlening worden verduidelijkt en worden jaarlijkse mijlpalen aan de collegetarget sportdeelname toegevoegd. De formulering van de collegetargets woningbouw en CO2 worden aangepast conform de uw aanbevelingen: • Collegetarget woningbouw: de formulering wordt aangepast, zodat de target nu bestaat uit drie elementen in plaats van vijf. De target wordt als volgt geformuleerd:

41

targets tellen

“Het college start in de komende vier jaar met de bouw van 14.000 – 16.000 nieuwe woningen. Van deze woningen (uitgezonderd tijdelijke woningen) behoort 20% tot het sociale segment en 35% tot het middensegment.” • Target CO2: voor de duidelijkheid wordt de formulering van target wordt aangepast: “We zetten in op minimaal 25% CO2-reductie in 2025 voor het stedelijk gebied, gemeten ten opzichte van 1990.” Daarmee is de target gericht op de bijdrage die de gemeente levert aan de reductie van CO2 uitstoot in het stedelijk gebied. Bij nieuwe targets, zoals de targets wijk aan zet en verkeersveiligheid, wordt het meetsysteem zo snel als mogelijk ingericht en voor beoordeling door de rekenkamer voorgelegd. Dat geldt ook voor de resterende controles van nulmetingen en targets. Daarmee wordt uw tweede aanbeveling overgenomen. De derde aanbeveling om zo snel mogelijk duidelijk te maken bij de collegetargets CO2, woon(zorg)concepten en bedrijfsruimte welke maatregelen genomen worden wordt overgenomen. Ook de vierde aanbeveling over het verduidelijken van de relatie tussen de inspanningen en de doelstelling bij de collegetarget bijstand wordt overgenomen. Zie voor een nadere toelichting de onderstaande reactie per collegetarget. Alle verbeteringen die u heeft geconstateerd en uw aanbevelingen die we overnemen worden verwerkt in een geactualiseerd definitieboekje.

Daarin worden ook de bij brief van 1 november 2022 (kenmerk M2206-4707 - 22b06123) aangekondigde wijzigingen verwerkt. Dat gebeurt na publicatie van het rekenkamerrapport, de inmiddels geplande technische sessie over de definiëring van de collegetargets op 7 maart 2023 in de COR en de bespreking van het rekenkamerrapport in de raad. Wijzigingen in de formulering van collegetargets op basis uw aanbevelingen (en de bij brief van 1 november aangekondigde wijzigingen) worden alvast verwerkt in het jaarverslag en bij eerste herziening. Hieronder volgt daar waar u opmerkingen heeft gemaakt of een aanbeveling heeft gedaan zo nodig een (aanvullende) toelichting per collegetarget: Collegetarget 1, Veiligheid De redactionele opmerking “In plaats van “Veiligheidsindex 2022 (gaat over 2021)” moet hier staan “Veiligheidsindex 2026 (gaat over 2025)” wordt verwerkt in het definitieboekje. Collegetarget 3, Groen De begindatum voor buitenruimteprojecten wordt aangepast naar 1 juli 2022. We tellen projecten vanaf 1 juli 2022 mee als ze nog niet zijn meegeteld bij de collegetarget groen in de vorige collegeperiode. Collegetarget 5, Schuldhulpverlening U geeft aan dat de begindatum voor de target onduidelijk is. Dat is 1 januari 2023. In het definitieboekje is de tekst weggevallen over de rapportage en verantwoording.

Naast rapportage in de P&C cyclus wordt uitgebreid gerapporteerd in de jaarlijkse monitor schuldenaanpak. Collegetarget 6, Bijstand De nulmeting voor de target bijstand wordt conform uw aanbeveling aangepast naar de stand aan het begin van de collegeperiode. Daarvoor wordt 1 juli 2022

42

targets tellen

aangehouden. De nulmeting is daarmee 34.028 uitkeringen (eindstand juni 2022). Het aangepaste startpunt heeft geen gevolgen voor onze ambitie, die blijft staan op 30.000 eind 2025. De aangepaste nulmeting wordt verwerkt in het jaarverslag en in de begroting bij de eerste herziening en in een geactualiseerde versie van het definitieboekje. Verder geeft u aan dat deels is toegelicht welke (extra) inspanningen worden genomen om het aantal bijstandsuitkeringen te verlagen. Dit omdat voor een aantal maatregelen de financiering onzeker is en het behalen van deze target sterk afhankelijk is van externe omstandigheden (o.a. economische conjunctuur). Ons College herkent dat er verschillende onzekerheden zijn, maar blijft zich volop inzetten om (juist nu) iedereen vooruit te helpen. Begin december 2022 heeft ons college de strategie toegelicht hoe het aantal bijstandsuitkeringen terug te brengen tot 30.000 eind 2025 (kenmerk: 22bb008320). Dit is uitgewerkt in een vijftal actielijnen: (1) bestendige uitstroom stimuleren, (2) de ontwikkeling van mensen bevorderen, (3) een schaalsprong in passend werk realiseren, (4) het versterken van de arbeidsmarktregio, (5) zorgen voor rechtmatige inkomensvoorziening. Met deze brief is tevens aan de Raad een oproep gedaan om mee te denken over de nadere invulling van de ingezette actielijnen.

Deze brief, samen met het gesprek met de Raad, is de aanzet voor het nieuwe beleidskader Participatiewet 2023-2026 dat in het voorjaar van 2023 wordt opgeleverd. Hierin worden de inspanningen om deze collegetarget te behalen nader geconcretiseerd. Ons college neemt uw aanbeveling over door de toelichting in het te actualiseren definitieboekje hiermee aan te vullen. Collegetarget 7, Woningbouw We hebben een collegetarget voor woningbouw voorgesteld die bestaat uit vijf onderdelen, omdat we het van belang vinden dat zowel het aantal woningen in totaal, maar ook het aantal woningen per categorie binnen de afgesproken percentages worden gerealiseerd. Wij volgen uw aanbeveling om met drie onderdelen te werken voor deze target gericht op het monitoren van de totale bouwproductie en de onderlinge verdeling van het te realiseren programma in percentages. Het absolute aantal woningen per segment kan hieruit dan worden afgeleid. De target wordt als volgt geformuleerd: “Het college start in de komende vier jaar met de bouw van 14.000 – 16.000 nieuwe woningen. Van deze woningen (uitgezonderd tijdelijke woningen) behoort 20% tot het sociale segment en 35% tot het middensegment.” De aanbeveling om de nulmeting voor de collegetarget woningbouwproductie aan te passen aan het begin van de collegeperiode nemen we niet over.

De bouwproductie wordt niet gelijkelijk in de tijd gerealiseerd en de cijfers worden regionaal en landelijk gedeeld. Dan zou verwarring kunnen ontstaan over verschillen in cijfers en achterliggende definities in de communicatie tussen de overheidslagen en wat we aan de gemeenteraad rapporteren. Collegetarget 8, Verkeersveiligheid We zijn verheugd dat de target specifiek, meetbaar en tijdgebonden is bevonden en dat de inspanningen passend zijn. Het meetsysteem, dat controleerbaarheid moet garanderen, wordt uitgewerkt en is daarna beschikbaar voor de Rekenkamer. U plaatst enkele kanttekeningen bij het uitgangspunt dat er jaarlijks op basis van actuele informatie een nieuwe lijst van 30 meest verkeersonveilige locaties zou worden opgesteld, waarvan er 10 voor aanpak worden geselecteerd. Het klopt dat de lijst met verkeersonveilige locaties jaarlijks wordt geactualiseerd. De lijst kan daardoor gevoed

43

targets tellen

blijven met de meest actuele informatie over de verkeersveiligheid. De lijst is niet gelimiteerd tot 30 locaties, maar bevat alle locaties waar in de prioriteringssystematiek 1 tot maximaal 3 punten aan zijn toegekend. Van deze lijst worden voortdurend, beginnend bij de hoogste categorie, locaties geselecteerd die kunnen worden aangepakt, met als doel dat er jaarlijks 10 locaties zijn aangepakt en op effectiviteit getoetst. Dit kan ertoe leiden dat een locatie die nog in aanpak is, na de actualisatie van gegevens lager op de lijst staat dan andere locaties. Voor de werkwijze van het college is bepalend dat de locatie in de hoogste categorie valt op het moment dat de aanpak wordt gestart. Collegetarget 9, Reductie CO2 We omarmen uw advies om het gedeelte over 2030 weg te laten. Daarmee formuleren we de target meer specifiek. De formulering van target wordt aangepast in: “We zetten in op minimaal 25% CO2-reductie in 2025 voor het stedelijk gebied, gemeten ten opzichte van 1990.” Wij blijven sturen en monitoren op de inzet voor 2030, inclusief haven, en zullen de raad hierover ook blijven informeren. De gemeentelijke inspanningen voor de collegetarget 2025 en doelstelling 2030 komen terug in de volgende doorrekening en is terug te lezen in het programma energietransitie.

We actualiseren het definitieboekje op deze punten en lichten de opbouw van de stedelijke CO2-uitstoot nader toe. Collegetarget 10, Woon(zorg)concepten U vraagt om een toelichting op de faciliterende en stimulerende rol van de gemeente t.a.v. de uitbreiding van het aantal Thuisplusflats in de stad. De gemeente initieert de omvorming van bestaande seniorencomplexen naar Thuisplusflats door dit d.m.v. een aanbesteding in de markt te zetten, hierbij stelt de gemeente de kaders en vereisten waaraan de Thuisplusflats moeten voldoen en stuurt de gemeente op o.a. het aantal. De gemeente is financier en opdrachtgever van het concept en stuurt na de gunning van de opdracht op de kwaliteit en uitvoering van de Thuisplusflats volgens de overeenkomsten. Tevens faciliteert de gemeente een uitwisseling tussen de gecontracteerde en betrokken partijen door periodieke overleggen. Ook werkt de gemeente vanuit beleid aan de doorontwikkeling van het woonzorg-concept. Opgemerkt wordt dat u spreekt over de realisatie van 14 Thuisplusflats in plaats van minimaal 14 Thuisplusflats (onder het kopje ‘doelformulering’). Ten aanzien van de nieuwe woon(zorg)complexen geeft u aan dat het niet duidelijk is of de gemeente extra inspanningen levert om dit deel van de target te realiseren, aangezien de nieuwe woon(zorg)complexen al in voorbereiding zijn.

De extra inspanning van de gemeente bestaat uit het actief in de markt zetten van gemeentelijke grondposities en de inzet van het (publiekrechtelijk) instrumentarium dat tot de beschikking staat om de realisatie van nieuwe woon(zorg)complexen beter mogelijk te maken. Daarbij horen afspraken met de bouwsector en de corporaties over locaties en aantallen. Dat nieuwe (woon)zorgcomplexen al in voorbereiding zijn, wil niet zeggen dat daarmee verzekerd is dat realisatie daadwerkelijk plaats vindt of zonder grote vertraging plaatsvindt. Zeker gezien de huidige marktomstandigheden is extra inspanning is nodig om daadwerkelijke realisatie concreter te maken dan wel vertraging te voorkomen.

44

targets tellen

Collegetarget 12, Sportdeelname U merkt op dat de target niet voldoet aan de norm tijdgebonden omdat de mijlpalen van seizoenen 2022/23 en 2023/24 ontbreken in definitieboekje. De maatregelen die worden ingezet zullen niet direct resultaat opleveren, dit heeft enige aanlooptijd nodig. We verwachten daarom: • in het eerste jaar (seizoen 2022/23) een 1% relatieve toename: van 61% naar 61,6% (62%) • in het tweede jaar (seizoen 2023/24) een 2% relatieve toename: van 61,6% naar 62,8% (63%) • in het laatste jaar (seizoen 2024/25) uiteindelijk de relatieve toename van 10%: van 62,8 naar 67,1% (67%) Deze verwachting is afgestemd met NOC*NSF die de Sportdeelname Index voor heel Nederland en Rotterdam en Amsterdam uitvoert. Het gaat om een inschatting waarbij zij zich baseren op landelijke ontwikkelingen en trends en ervaringen van vóór Corona. Deze mijlpalen worden verwerkt in het definitieboekje en de begroting en jaarverslag. Verder merkt u op dat er in november 2021 coronamaatregelen waren die ook consequenties hadden voor deelname aan sport. In het definitieboekje is niet duidelijk gemaakt of deze maatregelen eventuele gevolgen hebben voor de nulmeting, terwijl dat niet ondenkbaar is. De reactie hierop is dat de sportdeelname zoals gemeten voor de nulmeting bestaat uit het gemiddelde van de november meting uit 2021 en de aprilmeting uit 2022.

Natuurlijk is er een Corona-effect, in 2020 is de sportdeelname gedaald, in 2022 is die nog niet onder alle leeftijdsgroepen hersteld. De jaargemiddelden waren:

2019 2020 2021

65% 58% 59%

Sportdeelname is niet onder Rotterdammers van alle leeftijden en opleidingsniveaus evenveel gedaald. Ook zijn niet alle groepen weer hersteld tot op het niveau van vóór de Corona pandemie. Dit vergt inspanningen en specifieke maatregelen. We streven ernaar om met de 10% verhoging terug te komen op minstens het niveau van vóór Corona.

Verschillen in sportdeelname tussen leeftijdsgroepen Sportdeelname onder de jongsten en oudsten is het meest gedaald tijdens Corona en daarna het minst hersteld. Maatregelen om sportparticipatie te verhogen zullen daarom naast de speerpunten uit de sportnota speciale aandacht hebben voor deze groepen.

45

targets tellen

Ter illustratie een grafiek van de sportdeelname naar leeftijd in de jaren 2019 t/m 2021:

Collegetarget 13, Bedrijfsruimte De aanbeveling om de nulmeting voor de collegetarget bedrijfsruimte aan te passen aan het begin van de collegeperiode nemen we niet over. De monitoring van het target is gebaseerd op bewerkte gegevens van het BAG. Deze gegevens worden jaarlijks geleverd via het CBS met de peildatum 1 januari. Voor de statistiekfunctie is het gebruikelijk om de stand van de voorraad op 1 januari te volgen waarmee gegevens landelijk vergelijkbaar zijn. Daarmee zijn de gegevens consistent en betrouwbaar. Vooralsnog beschikken wij dus niet over een voorraadbestand van alle objecten uit de BAG op een andere peildatum dan 1 januari. Bij het collegetarget is opgenomen een actieplan op te stellen met daarin de acties die de gemeente zal uitvoeren om het target te behalen. Dit actieplan is dit voorjaar gereed. Onderdeel van het actieplan is onder meer het verkrijgen van regelmatigere en actuelere inzichten in de voorraad bedrijfsruimte. Dit helpt om te sturen op de voortgang en maakt het mogelijk om de eindmeting op een andere peildatum uit te voeren. Andere acties in het actieplan behelzen gericht inzetten van ruimtelijk juridisch instrumentarium (bestemmingsplannen, erfpachtcontracten, gebiedsplannen) om ruimte voor bedrijven te behouden.

46

targets tellen

5

nawoord: aandachtpunten gemeenteraad

Op 3 februari 2023 ontving de rekenkamer de bestuurlijke reactie van het college op dit rapport. Hierin geeft het college aan de conclusies van het rapport grotendeels te herkennen. Ook geeft het college aan dat alle aangedragen verbeteringen en aanbevelingen die het college overneemt verwerkt zullen worden in een geactualiseerd definitieboekje.

reactie college op aanbevelingen aanbevelingen

reactie college

1 Verbeter de collegetargets die in hun huidige opzet niet bruikbaar zijn: a Pas de begindata van de collegetargets groen, bijstand,

Het college neemt deze aanbeveling

woningbouw en bedrijfsruimte aan naar een datum in of vlak

gedeeltelijk over: voor collegetargets

voor de collegeperiode, zodat er goed zicht is op de

groen en bijstand wel; voor woningbouw

collegeprestaties in deze collegeperiode.

en bedrijfsruimte niet.

b Verduidelijk de begindatum bij de collegetarget

Het college neemt deze aanbeveling over.

schuldhulpverlening. c Voeg jaarlijkse mijlpalen toe aan de collegetarget

Het college neemt deze aanbeveling over.

sportdeelname. d Overweeg het aantal onderdelen van de collegetarget

Het college neemt deze aanbeveling over.

woningbouw aan te passen naar maximaal drie. e Schrap de doelstelling voor 2030 uit de collegetarget CO2

Het college neemt deze aanbeveling over.

zodat duidelijk is dat dit geen onderdeel is van de target. 2 Controleer de kwaliteit van meet- en registratiesystemen

Het college neemt deze aanbeveling over.

die nog niet controleerbaar zijn zo snel mogelijk. 3 Maak bij de collegetargets CO2, woon(zorg)concepten en

Het college neemt deze aanbeveling over.

bedrijfsruimte zo snel mogelijk duidelijk welke maatregelen genomen worden. 4 Verduidelijk de relatie tussen de inspanningen en de

Het college neemt deze aanbeveling over.

doelstelling bij de collegetarget bijstand.

Omdat het college vrijwel alle aanbevelingen overneemt, heeft de rekenkamer weinig aandachtspunten voor de raad. Wel wil de rekenkamer ingaan op de toelichting van het college bij collegetargets 7 woningbouw en 13 bedrijfsruimte om daar de begindatum niet aan te passen (aanbeveling 1a). Ook voldoet collegetarget 5 met de nieuwe begindatum (aanbeveling 1b) niet aan de norm ‘tijdgebonden’. collegetarget 7 woningbouw Bij de target woningbouw stelt het college dat “de bouwproductie niet gelijkelijk in de tijd wordt gerealiseerd en de cijfers regionaal en landelijk worden gedeeld”. Dat de

47

targets tellen

bouwproductie niet gelijkmatig is, maakt de target niet principieel anders dan andere collegetargets. Ook bij andere targets kan de realisatie per periode verschillen, bijvoorbeeld door seizoensinvloeden. Als dit het ambitieniveau beïnvloedt, dan kan het college de doelstelling daarop aanpassen. Daarnaast is er voor zover bekend bij de rekenkamer geen enkele regionale of landelijk monitor die rapporteert over cijfers per collegeperiode. Regionale en landelijke monitoren sluiten in het algemeen aan op de planning-en-control-cycli. Dus ook voor andere collegetargets geldt dat cijfers uit de planning-en-control-cycli gedeeld worden ten behoeve van een regionaal en landelijk beeld, maar dat staat niet in de weg dat de datum van de nulmeting aansluit op het begin van de collegeperiode. De vraag is of het tot verwarring buiten Rotterdam leidt, want het is goed uitlegbaar waarom aan een nulmeting voor een collegetarget andere eisen worden gesteld dan aan input voor regionale en landelijke monitors. Eventuele verwarring buiten Rotterdam is dus geen reden om van de norm binnen Rotterdam af te wijken. Bovendien gaat het bij deze target om toevoeging van woningen door dit college. Door woningen mee te tellen vanaf 1 januari 2022 wordt de toename van woningbouw in de maanden voorafgaand aan deze collegeperiode ook meegeteld.

De rekenkamer constateert dat de toelichting van het college geen aanleiding geeft om de conclusies en aanbevelingen aan te passen. De rekenkamer adviseert de gemeenteraad om conclusie 4 en conclusie 4a voor het onderdeel over de collegetarget woningbouw wel te onderschrijven en in aanbeveling 1a het gedeelte over de collegetarget woningbouw wel over te nemen. Concreet betekent dit dat ook voor de collegetarget woningbouw het moment van de nulmeting wordt gekoppeld aan de start van het college. collegetarget 13 bedrijfsruimte Bij de target bedrijfsruimte is de toelichting van het college begrijpelijk en navolgbaar, omdat uit de toelichting van het college blijkt dat de gemeente niet beschikt over gegevens op een andere peildatum dan 1 januari. De rekenkamer adviseert de gemeenteraad daarom om in conclusie 4 en conclusie 4a de tekst over de collegetarget bedrijfsruimte niet te onderschrijven en in aanbeveling 1a het gedeelte over de collegetarget bedrijfsruimte niet over te nemen. Op basis van de aanvullende toelichting van het college oordeelt de rekenkamer namelijk dat de collegetarget bedrijfsruimte wel voldoet aan de norm ‘tijdgebonden’. Daarmee is de target wel bruikbaar. collegetarget 5 schuldhulpverlening Tot slot plaatst de rekenkamer een kanttekening bij de toelichting van het college op aanbeveling 1b over de collegetarget schuldhulpverlening.

Het college geeft aan dat de begindatum van de target 1 januari 2023 is. Deze datum ligt niet in of vlak voor de start van deze collegeperiode. Het college geeft bovendien geen motivatie voor het afwijken van de norm ‘tijdgebonden’. De rekenkamer kan daardoor niet vaststellen of de afwijking van de norm op zijn plaats is. Op basis van de informatie die de rekenkamer middels de collegereactie heeft ontvangen, beoordeelt de rekenkamer de target voorlopig als niet bruikbaar. De rekenkamer adviseert de gemeenteraad om een toelichting voor de genoemde begindatum te vragen aan het college en eventueel de begindatum aan te laten passen naar een datum in of vlak voor de collegeperiode. Op die manier kan de raad goed zicht krijgen op de collegeprestaties in deze collegeperiode.

48

targets tellen

bijlagen

onderzoeksverantwoording onderzoeksmethoden Voor de beoordeling van de eindverantwoording van de collegetargets heeft het onderzoeksteam de normenkaders (zie bijlage 2) toegepast en aangepast en nader toegelicht in paragraaf 1-4 onderzoeksaanpak. samenstelling onderzoeksteam en interne procedure/organisatie Het onderzoek is uitgevoerd door mevrouw Nikki Catlender (onderzoeker), de heer Geerd Struik (onderzoeker) en mevrouw Yiman Fung (projectleider). Binnen de rekenkamer heeft inhoudelijke afstemming plaatsgevonden met de directeur (mevrouw Marjolein van Asselt) over alle onderdelen van het rapport. Alle stukken zijn intern op de kwaliteit getoetst (conform interne richtlijnen zoals opgenomen in het onderzoekshandboek voor een zogeheten Quality Assurance) voordat zij voor bestuurlijk wederhoor werden aangeboden. externe procedures De beoordeling van de opzet van de collegetargets 2022 - 2026 is niet opgenomen in de onderzoeksprogrammering van de rekenkamer. Maar middels een motie aan het college heeft de raad de rekenkamer verzocht om opnieuw betrokken te zijn bij het meetbaar maken van de collegetargets. Met de beoordeling van het definitieboekje in dit rapport komt de rekenkamer tegemoet aan het verzoek van de raad. Het conceptrapport is op 19 december 2022 voor bestuurlijk wederhoor voorgelegd aan het college van B en W.

Op 3 februari 2023 heeft de rekenkamer de reactie van B en W ontvangen. De reactie van B en W is opgenomen in het rapport. Het definitieve rapport wordt door toezending aan de gemeenteraad en B en W openbaar op 8 februari 2023.

51

targets tellen

normenkaders collegetargets tabel A: normen ten aanzien van de doelformulering Norm

criteria

Specifiek

• de target is naar aard enkelvoudig of beperkt meervoudig* • alle relevante termen in de target zijn gedefinieerd • de target is niet voor meerdere uitleg vatbaar • de jaarlijkse mijlpalen zijn relevant (in lijn met de target) • de mijlpaal van het laatste jaar is gelijk aan de target voor de gehele periode

meetbaar

• er is sprake van een gekwantificeerd streven in de target • het streven is cijfermatig uitgedrukt • er is een nulmeting indien nodig (zie hiervoor tabel B)

tijdgebonden

• de targets hebben een begindatum of nulmeting in of vlak voor de collegeperiode • jaarlijkse mijlpalen hebben een tussendatum • jaarlijkse mijlpalen zijn naar aard gelijk aan de target • de target heeft een einddatum in de collegeperiode

*de target bestaat uit één tot maximaal drie onderdelen.

tabel B: normen ten aanzien van een nulmeting norm

criteria

relevant

• de nulmeting is naar aard gelijk aan de target • de nulmeting dekt alle onderdelen van de target

tijdspecifiek

• duidelijk is op welke periode de nulmeting betrekking heeft

Tabel C: norm ten aanzien van de controleerbaarheid norm de controleerbaarheid van de te verantwoorden resultaten is geborgd

criteria • er is tijdig (vanaf nulmeting) een registratiesysteem • er is een registratiesysteem voor de gehele collegeperiode • het bronbestand is betrouwbaar • er zijn waarborgen voor relevante, juiste, volledige en tijdige verantwoording

de opzet van de collegetargets.

52

targets tellen

Tabel D: norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen* norm

criteria

de inspanningen om de doelstelling te

• er is toegelicht welke maatregelen en activiteiten het college neemt om de target te realiseren

bereiken zijn voldoende toegelicht

• de eventuele rolverdeling tussen de gemeente en andere partijen is toegelicht • de beleidstheorie is expliciet gemaakt (er is toegelicht waarom het college verwacht dat de maatregelen voldoende effect hebben op de realisatie van de target)

*deze norm is enkel van toepassing bij de beoordeling van de opzet van de collegetargets. van de

d

ll

tabel E: norm ten aanzien van de toelichting bij de realisatie* norm de realisatie van het

criteria • er is een toelichting

collegetarget is

• er is voldoende toegelicht waarom de target wel/niet is gehaald

voldoende toegelicht

• er is voldoende toegelicht wat men heeft gedaan om het beoogde doel te halen • er is toegelicht wat men van plan is om te doen om het doel in de toekomst wel te halen (alleen van toepassing op mijlpalen)

*deze norm is enkel van toepassing bij de beoordeling van de realisatie van de collegetargets.

53

targets tellen

de rekenkamer De gemeenteraad van Rotterdam heeft in december 1997 de Rekenkamer Rotterdam ingesteld. Sinds 14 juni 2021 is mevrouw prof.dr.ir. Marjolein van Asselt directeur. Zij is door de gemeenteraad voor zes jaar benoemd en beëdigd.

doel De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het beleid, het financieel beheer en de organisatie van het gemeentebestuur. Zij doet dat ten behoeve van de gemeenteraad. Met interdisciplinair onderzoek en beleidsevaluatie draagt de rekenkamer bij aan het versterken van de lokale democratie en de kwaliteit van het gemeentebestuur.

onafhankelijk De rekenkamer is net als de gemeentelijke Ombudsman onafhankelijk. Haar taken en bevoegdheden staan in de Gemeentewet en de verordening Rekenkamer Rotterdam. De rekenkamer bepaalt zelf waar ze onderzoek naar doet en heeft vergaande bevoegdheden om informatie te verzamelen. De raad en/of het college van B en W kunnen de rekenkamer wel vragen om onderzoek te doen. De rekenkamer stuurt hen jaarlijks haar onderzoeksplan en jaarverslag toe.

openbaar Het onderzoek resulteert in openbare rapporten die de rekenkamer ter behandeling aan de raad aanbiedt. Zij bevatten tevens de reacties van de onderzochte organen en instellingen op de conceptrapporten (ambtelijk en bestuurlijk wederhoor). De rapporten worden toegelicht in (commissies van) de gemeenteraad.

voor Rotterdam en regio Vijf regiogemeenten hebben zich in de loop der jaren aangesloten bij de Rekenkamer Rotterdam, namelijk Albrandswaard, Barendrecht, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Lansingerland.

Rekenkamer Rotterdam Postbus 70012 3000 kp Rotterdam telefoon 010 • 267 22 42 info@rekenkamer.rotterdam.nl www.rekenkamer.rotterdam.nl basisontwerp dewerf•com, Zuid-Beijerland fotografie Rekenkamer Rotterdam uitgave Rekenkamer Rotterdam februari 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=82a493ce-bfc2-472d-8e0b-c9aeee89ccd3