CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb000937] Brief van de Rekenkamer Rotterdam over Rapport ‘Targets tellen’

Commissie Bestuur, Organisatie, Financiën en Veiligheid (2022 - 2026) 29 juni 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bestuur16.348 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Meent 94 t 010 • 267 22 42

Postbus 70012

info@rekenkamer.rotterdam.nl

3000 KP Rotterdam

www.rekenkamer.rotterdam.nl

Gemeente Rotterdam Gemeenteraad d.t.k.v. de griffie Coolsingel 40 3011 AD ROTTERDAM

datum 8 februari 2023

ons kenmerk

RR/ 23.02/MvA/YF/CL

pagina

betreft

1 van 1

RO2204 rapport ‘Targets tellen’

Geacht raadslid, Hierbij zend ik u het door de Rekenkamer Rotterdam vastgestelde rapport ‘Targets tellen, beoordeling opzet collegetargets 2022-2026’. Het rapport is vandaag gepubliceerd en is digitaal op onze website beschikbaar. Een exemplaar inclusief het persbericht treft u aan in de bijlage. Op dinsdag 7 maart 2023 zal ik het rapport in een technische sessie van de commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR) toelichten.

Met vriendelijke groet,

prof. dr. ir. Marjolein van Asselt directeur

bijlagen

1

Rekenkamer komt met verbeterpunten voor collegetargets Naar goede Rotterdamse gewoonte heeft het nieuwe college van burgemeester en wethouders haar politieke ambities vertaald naar vijftien collegetargets. De Rekenkamer Rotterdam heeft onderzocht in hoeverre deze doelstellingen bruikbaar zijn om jaarlijks verantwoording over af te leggen aan de gemeenteraad. Zeven van de vijftien targets moeten worden aangepast, concludeert de rekenkamer in haar rapport ‘Targets tellen’. Targets zijn doelstellingen die het college van burgemeester en wethouders in Rotterdam aan het begin van elke collegeperiode vastlegt. Het zijn geen vrijblijvende politieke ambities maar juist doelen die meetbaar zijn zodat erop afgerekend kan worden. Al sinds 1998 heeft elk Rotterdams college zulke targets vastgelegd. Sinds 2002 is de rekenkamer betrokken bij het meetbaar maken van collegetargets. De targets zijn een belangrijk instrument voor de gemeenteraad en Rotterdamse burgers om te beoordelen of het college haar doelen heeft bereikt. Rekenkamerdirecteur Marjolein van Asselt geeft aan dat het moed vraagt om op deze manier verantwoording af te leggen. “Ook dit Rotterdamse college heeft dus dat lef,” zegt Van Asselt. De rekenkamer is op verschillende momenten betrokken bij de collegetargets. Aan het begin van de collegeperiode kijkt de rekenkamer mee of de targets wel goed bruikbaar zijn.

Tussentijds wordt beoordeeld of het college op schema ligt. Aan het eind van de collegeperiode wordt de balans opgemaakt: welke targets zijn gehaald en welke niet? In het rapport 'Targets tellen' beoordeelt de rekenkamer de bruikbaarheid van de doelen van het college, dat in juni 2022 aantrad. toetsing op bruikbaarheid De vijftien targets van het college gaan over grote onderwerpen als veiligheid, jeugdpreventie en het terugbrengen van CO2 uitstoot, maar ook om heel concrete zaken als het aantal afvalzakken dat naast de container terechtkomt of het aantal mensen in de bijstand. De rekenkamer heeft voor elk van deze targets gekeken naar de formulering van de doelen (is deze specifiek, meetbaar en tijdsgebonden?), de nulmeting (beginsituatie waar vanaf gerekend wordt) en de controleerbaarheid (is er een goed registratiesysteem?). Voor het eerst heeft de rekenkamer ook beoordeeld of het college goed uitlegt wat ze gaat doen om de doelstelling te bereiken. De rekenkamer heeft niet onderzocht of de targets haalbaar zijn. Over het algemeen is de rekenkamer positief over de nieuwe collegetargets. In haar vorige rapport, ‘Tijd voor targets’, had de rekenkamer aangegeven dat het college het beste ongeveer vijftien targets kan aanwijzen en dat is nu precies het aantal waar het college mee komt.

Ook vindt de rekenkamer dat de targets goed verdeeld zijn over de burgemeester en wethouders: iedereen gaat over minimaal één en maximaal drie targets. Vier van de vijftien targets worden overgenomen uit de vorige collegeperiode. Dat is handig, want dan staat al vast dat ze goed te controleren zijn. verbeterpunten Volgens de rekenkamer zijn zeven van de vijftien targets nog niet goed bruikbaar. De rekenkamer komt in die gevallen met verbeterpunten. Voor een aantal targets ligt het startpunt te ver in het verleden. De rekenkamer raadt aan om de begindatum te verplaatsen zodat er een duidelijk onderscheid komt tussen de prestaties van dit college en het vorige. De target schuldhulpverlening had nog helemaal geen duidelijke begindatum, dus die moet er komen. De target woningbouw vindt de rekenkamer te ingewikkeld, omdat deze uit vijf verschillende meetpunten bestaat. Ook de target voor CO2-reductie is volgens de rekenkamer verwarrend: het college haalt de landelijke norm voor 2030 erbij, terwijl de targets zelf maar tot 2026 lopen. Verder

adviseert de rekenkamer om de kwaliteit van registratiesystemen te controleren. Ook zou het college bij sommige targets duidelijker moeten uitleggen welke maatregelen genomen worden om dat doel te bereiken, of wat de relatie is tussen een maatregel en de beoogde doelstelling.

-----------De rekenkamer licht dit rapport toe in een technische sessie van de commissie tot Onderzoek van de Rekening (COR) van 7 maart 2023. Dit rapport is het eerste in een reeks rekenkamerrapporten over de collegetargets 2022-2026. contact Het rapport is digitaal beschikbaar op https://rekenkamer.rotterdam.nl/onderzoeken/targets-tellen/. Voor meer informatie of als u beeldmateriaal uit het rapport wilt gebruiken, kunt u contact opnemen met media@rekenkamer.rotterdam.nl.

over de rekenkamer De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het beleid, het financieel beheer en de organisatie van het gemeentebestuur. De Rekenkamer Rotterdam doet dat ten behoeve van de gemeenteraden van Rotterdam, Barendrecht, Lansingerland, Capelle aan den IJssel, Krimpen aan den IJssel en Albrandswaard. Hiermee draagt de rekenkamer bij aan het versterken van de lokale democratie en de kwaliteit van het gemeentebestuur.

targets tellen beoordeling opzet collegetargets 2022-2026

Rekenkamer

Rotterdam

targets tellen beoordeling opzet collegetargets 2022-2026

Rekenkamer

Rotterdam

voorwoord

De nieuwe raad heeft zich in de motie Tijd voor targets nadrukkelijk uitgesproken als voorstander van het werken met collegetargets. En dit college heeft er inderdaad voor gekozen om te werken met collegetargets en is daarmee het zesde college dat dit instrument inzet. Dat is bijzonder, want het vergt moed om het collegeprogramma te vertalen naar specifieke en meetbare doelen, om ambities expliciet te maken en de mogelijkheid te bieden om verantwoording af te leggen over de resultaten die wel of niet zijn geboekt. Ook dit Rotterdamse college heeft dus dat lef. Elke gemeente heeft een planning-en-control-cyclus en allerlei instrumenten om die te ondersteunen. Maar de Rotterdamse collegetargets zijn geen planning-en-controlinstrument. Collegetargets gaan over politieke doelen, over sturen op hoofdlijnen en politiek en maatschappelijk verantwoording afleggen. Het is een instrument voor het college en de raad. Het biedt de raad, ook de kleinere fracties, de mogelijkheid te sturen op de hoofdlijnen van het collegeprogramma en zich een oordeel te vormen over wat er met het collegebeleid wel of niet wordt bereikt in Rotterdam. Om na te gaan wat het college realiseert, is een “nulmeting” belangrijk. Nulmeting is jargon voor het beginmoment. Om te kunnen zien of er vooruitgang wordt geboekt, moet je weten waar je vertrekt en hoe het er toen voorstond.

Welke data neem je als vertrekpunt? Omdat de collegetargets gaan over de prestaties van dit college, is het belangrijk dat de nulmeting zo veel mogelijk samenvalt met de start van dit college. Dan is er nog discussie te voeren of dat 16 maart is (de dag van de gemeenteraadsverkiezingen), 16 juni (de installatie van de wethouders in de gemeenteraad) of 1 juli (de eerste van de maand van het nieuwe college). Vanuit het perspectief van een instrument voor college en raad dateert een goede nulmeting dus van half maart – 1 juli 2022. Als collegetargets worden opgevat als een planning- encontrol-instrument, dan is het risico dat voor andere beginpunten wordt gekozen. Vandaar dat de rekenkamer nadrukkelijk aandacht vraagt voor de datum van de nulmeting. Ook wij leren. Als toezichthouder op de collegetargets horen wij ook responsief te zijn, om ervoor te zorgen dat het instrument meegroeit met de tijd. Al jaren werden samengestelde indicatoren gedoogd, terwijl in het normenkader stond dat een target enkelvoudig moest zijn. De tijd was rijp om het normenkader aan te passen. Daarnaast hebben wij een nieuwe norm in ons normenkader opgenomen over de toelichting op de inspanningen, omdat juist die toelichting nodig is voor een goed debat tussen raad en college. Een goed begin is het halve werk. In dit rapport toetst de rekenkamer de bruikbaarheid van de voorgestelde collegetargets.

Met het definitieboekje worden in feite

3

targets tellen

de spelregels vastgelegd. Het is belangrijk dat de raad zich daarover buigt. We zullen halverwege en aan het einde van de collegeperiode de voortgang en de realisatie van de collegetargets toetsen. Voor deze raadsperiode is dit rapport dus de eerste in een reeks van drie. Marjolein van Asselt directeur

4 targets tellen

1

2

3

4

5

voorwoord

3

beoordeling opzet collegetargets 2022-2026

7

inleiding

9

inleiding

9

aanleiding onderzoek

9

doelstelling onderzoek

10

onderzoeksaanpak en afbakening

10

normenkader

11

aanpassing criterium enkelvoudige target

12

nieuwe norm inspanningen

12

algemene bevindingen targets

13

output versus outcome

14

leeswijzer

14

beoordeling opzet collegetargets 2022-2026

15

inleiding

15

algemene bevindingen collegetargets

15

verdeling collegetargets

15

meervoudige targets

16

verdeling bestaand en nieuw

16

bevindingen per collegetarget

17

target 1: veiligheid

17

target 2: naastplaatsingen en zwerfafval

18

target 3: groen

19

target 4: schil om de school

20

target 5: schuldhulpverlening

21

target 6: bijstand

23

target 7: woningbouw

23

target 8: verkeersveiligheid

25

target 9: CO2-reductie

26

target 10: woon(zorg)concepten

28

target 11: jeugdpreventie

29

target 12: sportdeelname

30

target 13: bedrijfsruimte

30

target 14: tevredenheid concerndienstverlening

32

target 15: wijk aan zet

32

overzicht beoordeling opzet collegetargets

34

conclusies en aanbevelingen

35

conclusies en toelichting

35

aanbevelingen

37

collegereactie

39

targets tellen

5

6 targets tellen

nawoord: aandachtpunten gemeenteraad

45

bijlagen

47

onderzoeksverantwoording

49

normenkaders collegetargets

50

beoordeling opzet collegetargets 2022-2026

1

inleiding

inleiding Naar goede Rotterdamse gewoonte heeft het nieuwe college haar politieke ambities vertaald naar vijftien collegetargets. Dit rapport is het resultaat van een beoordeling van de opzet van deze collegetargets door de Rekenkamer Rotterdam. We beschrijven in hoeverre de vijftien doelen bruikbaar zijn om op te sturen aan de hand van de normen die de rekenkamer hanteert ten aanzien van collegetargets. Daarnaast reflecteren we op de ervaringen van de rekenkamer, zowel wat betreft onze observaties als onze aanpak van de beoordeling van targets. Twintig jaar ervaring met collegetargets maakt duidelijk dat het belangrijk is om te blijven leren en reflecteren, zodat de praktijk zich blijft ontwikkelen.

aanleiding onderzoek Collegetargets zijn een Rotterdams instrument: voor het college om op hoofdlijnen te sturen op de doelstellingen en voor de raad om het collegeprogramma in zijn geheel te kunnen beoordelen. Met de targets formuleert het college kwantitatieve doelstellingen die aansluiten bij de ambities van het college. Tijdens de collegeperiode verantwoordt het college zich over de resultaten aan de burgers en de gemeenteraad. De gemeenteraad kan de collegetargets vervolgens gebruiken in het debat over de prestaties van het college en zo nodig kan de raad bijsturen. Sinds het bestaan van de collegetargets is de rekenkamer betrokken als medevormgever en controleur. Bij de eindbeoordeling van de collegetargets 2018 – 2022 heeft de rekenkamer in het rapport ‘Tijd voor targets’ gereflecteerd op het gebruik van het instrument.

rekenkamerrapport ‘Tijd voor targets’ In januari 2022 publiceerde de rekenkamer het rapport ‘Tijd voor targets’, met daarin lessen over 20 jaar collegetargets. In het rapport concludeerde de rekenkamer dat het Rotterdamse targetsysteem een uniek instrument voor de gemeenteraad is geworden om het collegeprogramma, de voortgang en de realisatie daarvan, op hoofdlijnen en in samenhang te controleren. 1 Het is onontkoombaar om een score te hangen aan de mate waarin de collegetargets zijn gerealiseerd. In het rapport concludeerde de rekenkamer dat het belangrijk is om bij de formulering en het gebruik van collegetargets oog te houden voor het verhaal achter de cijfers. Het gaat uiteindelijk om de verantwoording over het al dan niet behalen van de doelstellingen en welke inzet het college hiervoor heeft gepleegd.

1 Rekenkamer Rotterdam, ‘Tijd voor targets, beoordeling eindverantwoording 2018-2022, lessen 20 jaar collegetargets’, februari 2022, p. 43.

9

targets tellen

Het is van belang dat het college zorg draagt voor een goede opzet van targets, door ze een afspiegeling te laten zijn van politiek-strategische prioriteiten. Daarnaast is het belangrijk dat de raad aandacht heeft voor de collegetargets en het instrument gebruikt bij het uitoefenen van haar controlerende taak. Tot slot is het belangrijk dat de targets jaarlijks integraal worden verantwoord. Voor de controle van targets is het belangrijk dat de onafhankelijke toetsing en controle wordt gewaarborgd.

Bij het debat over het coalitieakkoord in juni 2022 heeft de gemeenteraad de rekenkamer, middels een motie aan het college, 2 verzocht om opnieuw betrokken te zijn bij het meetbaar maken van de collegetargets. Het college heeft vijftien collegetargets geformuleerd en de gemeenteraad heeft deze collegetargets vastgesteld in de Begroting 2023. De technische uitwerking van de targets is aan de raad gezonden in de vorm van een zogeheten definitieboekje (in paragraaf 1-4 wordt het definitieboekje in het kader nader toegelicht). Met de beoordeling van het definitieboekje in dit rapport komt de rekenkamer tegemoet aan het verzoek van de raad.

doelstelling onderzoek Met dit onderzoek beoogt de rekenkamer vast te stellen of de collegetargets voldoen aan de technische normen zoals geformuleerd in het normenkader (bijlage 2). Als de targets aan deze normen voldoen, is het mogelijk om de prestaties van het college tijdens de collegeperiode te meten. Het onderzoek levert daarmee input voor een politiek-bestuurlijk debat over de keuzes ten aanzien van collegetargets.

onderzoeksaanpak en afbakening De beoordeling van de opzet van de collegetargets 2022 – 2026 heeft in de periode september tot en met november 2022 plaatsgevonden. Hierbij heeft de rekenkamer, naast het definitieboekje 2022 – 2026, vergelijkbare collegetargets uit voorgaande periodes en aanvullende informatie van ambtenaren gebruikt. De rekenkamer heeft een eerste toets gedaan op de conceptversies van de targets. De bevindingen en vragen uit deze toets zijn middels een memo aan de ambtelijke contactpersoon gecommuniceerd. Vervolgens heeft het college het conceptdefinitieboekje op een aantal onderdelen bijgesteld, waarna de targets in de begroting zijn gepubliceerd. In het definitieboekje zijn de targets nog op een aantal punten aangepast. Dit is toegelicht in een raadsinformatiebrief over het definitieboekje. 3 Op 31 oktober 2022 heeft de rekenkamer de definitieve versies ontvangen. In dit rapport staan de resultaten van de beoordeling van deze definitieve versie.

2 Motie Tijd voor targets, nummer 22bb4568, met algemene stemmen aangenomen in de raadsvergadering van 23 juni 2022.

10

targets tellen

gebruik definitieboekje De rekenkamer onderzocht de collegetargets zoals beschreven in het ‘definitieboekje’ van het college. In het definitieboekje werkt het college de doelen uit het collegeprogramma of collegeakkoord verder uit. In dit document wordt een definitie gegeven van kernbegrippen in de collegetarget. Daarnaast beschrijft het college de inspanningen om de doelstellingen te realiseren. Ook staan belangrijke gegevens beschreven over de voortgang van de target en de manier waarop die wordt bijgehouden, zoals de nulmeting, peildata en mijlpalen, de gegevensbron, de berekening en de beschikbaarheid van gegevens.

De rekenkamer heeft zich beperkt tot een technische toets van de opzet van de collegetargets. Dat betekent dat de rekenkamer bijvoorbeeld niet heeft beoordeeld of de targets realiseerbare doelstellingen bevatten.

normenkader Om te toetsen of de targets technisch bruikbaar zijn voor verantwoording, gebruikt de rekenkamer normen. Deze normen hebben betrekking op de volgende onderdelen: • Doelformulering: hierbij wordt getoetst op de volgende normen, te weten specifiek (het is duidelijk wat de prestatie precies inhoudt); meetbaar (er kan worden vastgesteld hoe groot de prestatie is) en tijdgebonden (het is duidelijk op welke momenten de prestatie moet zijn behaald). • Nulmeting: 4 hierbij wordt getoetst op de volgende normen, te weten relevant (de nulmeting is naar aard gelijk aan de target) en tijdspecifiek (het is duidelijk op welke periode de nulmeting betrekking heeft). • Controleerbaarheid: 5 de registratiesystemen die de verantwoordingsinformatie moeten verstrekken dienen in opzet adequaat te zijn vormgegeven om de juiste informatie op tijd te kunnen leveren. • Inspanningen: de inspanningen om de doelstellingen te bereiken zijn toegelicht (zie paragraaf 1-5-2 ‘nieuwe norm inspanningen’ ). De volledige normen en alle criteria staan in bijlage 2. Bij de meeste targets heeft de rekenkamer de nulmeting en het registratiesysteem nog niet kunnen beoordelen, omdat de informatie nog niet beschikbaar was en/of deze systemen nog niet waren geïmplementeerd. Deze onderdelen worden op een later moment door de rekenkamer gecontroleerd.

4 Dit is afhankelijk van de doelstelling. Bij een target waarbij wordt gestreefd naar een absoluut eindpunt is een nulmeting technisch gezien niet noodzakelijk. Bij een relatieve toename is een nulmeting wel noodzakelijk. 5 In het verleden werd de nulmeting beoordeeld op tijdigheid (criterium: ‘de nulmeting is actueel’). Vanwege de overlap met de norm tijdgebonden is dit criterium geschrapt en is aan het criterium ‘de targets hebben een begindatum of nulmeting in of vlak voor de collegeperiode’ de cursieve tekst toegevoegd.

11

targets tellen

aanpassing criterium enkelvoudige target De norm specifiek is nader uitgewerkt in een vijftal criteria. Eén van deze criteria was ‘de target is naar aard enkelvoudig’. In de afgelopen collegeperioden heeft de rekenkamer bij alle toetsingen deze norm toegepast. De praktijk vraagt echter om een aanpassing van deze norm en meer nuance bij de toetsing. De afgelopen collegeperioden zijn er namelijk altijd meervoudige targets geweest: targets die bestaan uit twee of meer onderdelen die apart worden gemeten. Het meten van meerdere onderdelen heeft als voordeel dat er meer inzicht wordt geboden. De collegetarget schuldhulpverlening biedt bijvoorbeeld inzicht in zowel de instroom bij schuldhulp (het aantal intakes) als het aantal burgers dat vervolgens wordt geholpen (het aantal schuldregelingen). Het is begrijpelijk dat er door het college meervoudige targets worden opgesteld, als die meer recht doen aan de complexiteit van maatschappelijke vraagstukken en de bijbehorende ambities van het college. Het gebruik van meervoudige targets kent echter ook nadelen. Allereerst betekent een meervoudig target dat de target enkel wordt gehaald als alle onderdelen worden gehaald. Daarnaast is het risico groter dat een target niet controleerbaar is.

Als een registratiesysteem van één van de subdoelen niet de juiste informatie oplevert, leidt dit er namelijk toe dat de hele target oncontroleerbaar is. Er kan dan geen volledige verantwoording over de target plaatsvinden. aangepaste norm meervoudige targets De rekenkamer heeft in de afgelopen collegeperioden meervoudige targets ‘gedoogd’ en als bruikbaar beoordeeld. In aansluiting op de praktijk en om recht te doen aan de complexiteit van maatschappelijke vraagstukken past de rekenkamer het criterium van ‘de target is naar aard enkelvoudig’ aan naar ‘de target is naar aard enkelvoudig of beperkt meervoudig’. Bij deze wijziging van het criterium horen de volgende criteria: • meervoudige targets bestaan uit hooguit drie onderdelen; • het aantal meervoudige targets is beperkt. De rekenkamer heeft bij de eerste toets van de targets de nog ongewijzigde norm ‘target is naar aard enkelvoudig’ gebruikt en bij een aantal targets opgemerkt dat de target enkel gehaald wordt als alle bijbehorende onderdelen worden gehaald. Zoals blijkt uit de collegebrief over het definitieboekje zijn de targets sportdeelname en bedrijfsruimte aangepast van meervoudige targets naar enkelvoudige targets. Daarmee is de kans groter dat de targets controleerbaar zijn en gehaald worden.

De keerzijde is echter dat de targets minder inzicht geven in de sportdeelname en het in stand houden van werkgelegenheid in bepaalde sectoren. nieuwe norm inspanningen Ook hanteert de rekenkamer voor de beoordeling van de targets in de collegeperiode 2022 – 2026 een nieuwe norm. Die heeft betrekking op de toelichting op de inspanningen van het college om de doelstellingen te bereiken. Hiermee toetst de rekenkamer of het college voldoende toelicht (zie ook tabel 1-1): • welke maatregelen en activiteiten de gemeente uitvoert om de target te realiseren; • wat de eventuele rolverdeling tussen de gemeente en andere partijen is; • waarom het college verwacht dat de maatregelen voldoende effect hebben op de realisatie van de target.

12

targets tellen

Op deze manier krijgt de raad betere handvatten om het debat aan te gaan over de doelstellingen van het college. De rekenkamer heeft geen inhoudelijke toetsing gedaan van de toelichting op de beleidstheorie. Met andere woorden, de rekenkamer toetst wel of een beleidstheorie wordt verschaft, maar niet of de beleidstheorie klopt.

tabel 1-1: norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen* norm

criteria

de inspanningen om de doelstelling te

• er is toegelicht welke maatregelen en activiteiten het college neemt om de target te realiseren;

bereiken zijn voldoende toegelicht

• de eventuele rolverdeling tussen de gemeente en andere partijen is toegelicht; • de beleidstheorie is expliciet gemaakt (er is toegelicht waarom het college verwacht dat de maatregelen voldoende effect hebben op de realisatie van de target).

*deze norm is enkel van toepassing bij de beoordeling van de opzet van de collegetargets. van de

d

ll

Alle normen met bijbehorende criteria waar de rekenkamer op heeft getoetst, staan in bijlage 2 van dit rapport.

algemene bevindingen targets Naast een beoordeling van de afzonderlijke targets, kijkt de rekenkamer ook naar het totaal van de door het college gestelde meetbare doelen. Hierbij gaat het over het aantal targets, de verdeling over het begrotingsprogramma en het gebruik van bestaande en nieuwe targets. In het rapport ‘Tijd voor targets’ constateerde de rekenkamer dat het optimaal aantal targets ongeveer vijftien is. Ook schreven we dat een goede verdeling over collegeleden belangrijk is. Een te groot aantal targets zorgt voor veel bureaucratie. Bij een te klein aantal komt de representativiteit van de politieke prioriteiten in het geding. 6 Het voordeel van hergebruik van targets, is dat de registratie- en meetsystemen op orde zijn. Ook is bij sommige targets een vergelijking met andere collegeperioden mogelijk. Daarom is het zeker raadzaam om bestaande collegetargets opnieuw te gebruiken. Om de targets representatief te laten zijn voor maatschappelijke ontwikkelingen en de politieke ambities van het college, is het echter belangrijk dat er ook nieuwe targets worden gesteld bij aanvang van een nieuwe collegeperiode. Het college merkt dit ook op in de collegebrief over de collegetargets.

7 Nieuwe targets leveren het nodige werk op voor de ambtelijke organisatie, omdat er andere data nodig zijn, nieuwe registratiesystemen moeten worden opgezet, monitoring moet worden ontworpen, een nulmeting veel voeten in de aarde kan hebben en/of andere of innovatieve methoden moeten worden gebruikt om data te verzamelen en te analyseren. Met het kiezen van nieuwe targets neemt het college risico, omdat de

6 Rekenkamer Rotterdam, ‘Tijd voor targets: beoordeling eindverantwoording 2018 – 2022, lessen 20 jaar collegetargets’, februari 2022, p. 43. 7 Gemeente Rotterdam, ‘Collegebrief Tijd voor targets’, 1 november 2022.

13

targets tellen

kans aanwezig is dat het niet lukt om het randvoorwaardelijke werk snel genoeg uit te voeren. Echter zonder nieuwe targets wordt het instrument collegetargets sleets en gedateerd.

output versus outcome Zoals geconstateerd in het rapport ‘Tijd voor targets’, is het kwantificeren van maatschappelijke effecten in collegetargets niet eenvoudig. Met collegetargets sturen op maatschappelijke effecten kan zowel door het maatschappelijk effect te meten (outcome) als door de prestaties te meten (output). Soms is het een grijs gebied en is het niet helder of het een output of outcome gerelateerde target betreft. Bij alle targets is het van belang dat het college duidelijk maakt op welke manier de inspanningen bijdragen aan de doelstelling. De rekenkamer beoordeelt hier niet of een ‘output-’ of ‘outcometarget’ beter is, omdat er geen technische toets voor bestaat. Daarmee is de keuze voor een 'output-' of 'outcometarget' een politieke keuze. Bij ‘outputtargets’ is het van belang dat er een gedegen onderbouwing is van de maatregelen die worden ingezet. Dat kan middels de beleidstheorie of door het inzetten van maatregelen waarbij het maatschappelijke effect bewezen is. Bij bijvoorbeeld de target jeugdpreventie wordt de output gemeten, namelijk het aantal afgeronde interventies. Doordat het college ervoor heeft gekozen om interventies te meten die goed onderbouwd of bewezen effectief zijn, is er een duidelijke relatie tussen de collegetarget en het bedoelde maatschappelijke effect. Ook bij ‘outcometargets’ is het van belang dat de beleidstheorie goed is onderbouwd.

Als de relatie tussen inspanningen en doelstelling niet duidelijk is, dan is het namelijk niet goed vast te stellen of de resultaten toe te schrijven zijn aan beleid en inspanningen van het college of aan externe ontwikkelingen. In de komende hoofdstukken zal de rekenkamer bij sommige targets, indien van toepassing, een reflectie geven.

leeswijzer In hoofdstuk 2 staan de algemene bevindingen over de collegetargets en de bevindingen per target. In hoofdstuk 3 bevinden zich de conclusies en aanbevelingen. De reactie van het college hierop staat in hoofdstuk 4. Het nawoord van de rekenkamer is opgenomen in hoofdstuk 5. De onderzoeksverantwoording staat in bijlage 1 en bijlage 2 bevat het normenkader.

14

targets tellen

2

beoordeling opzet collegetargets 2022-2026

inleiding In paragraaf 2-2 staan de bevindingen van de rekenkamer wat betreft de verdeling van targets, het aantal onderdelen en de bestaande en nieuwe targets. In paragraaf 2-3 staat de beoordeling van de afzonderlijke targets op de normen ten aanzien van de doelformulering, de nulmeting, de controleerbaarheid en de toelichting op de inspanningen. Een overzicht van de beoordeling van de vijftien targets staat in paragraaf 2-4.

algemene bevindingen collegetargets verdeling collegetargets In deze collegeperiode sluit het college met vijftien targets goed aan bij het optimale aantal. De verdeling van de collegetargets over de tien collegeleden en de achttien begrotingsprogramma’s is weergeven in tabel 2-1. tabel 2-1: verdeling targets over collegeleden en begrotingsprogramma Collegelid

collegetarget

begrotingsprogramma

burgemeester Aboutaleb

1. veiligheid

openbare orde en veiligheid

wethouder Achbar

11. jeugdpreventie

zorg, welzijn en wijkteams

12. sportdeelname

sport en recreatie

wethouder Buijt

10. woon(zorg)concepten

zorg, welzijn en wijkteams

wethouder Karremans

2. naastplaatsingen en zwerfafval

beheer van de stad

3. groen

stedelijke ontwikkeling

8. verkeersveiligheid

stedelijke ontwikkeling

wethouder Kasmi

4. schil om de school

onderwijs

wethouder Simons

13. bedrijfsruimte

stedelijke ontwikkeling

15. wijk aan zet

dienstverlening

wethouder Struijvenberg

14. concerndienstverlening

dienstverlening

wethouder Versnel

6. bijstand

werk en inkomen

wethouder Yigit

5. schuldhulpverlening

armoede, schuldhulpverlening,

wethouder Zeegers

7. woningbouw

stedelijke ontwikkeling

9. CO2

energietransitie

inburgering en samenleving

Het college bestaat uit tien collegeleden en ieder collegelid heeft minimaal één en maximaal drie targets in zijn/haar portefeuille. Daarmee zijn de targets goed verdeeld. Ook zijn de targets verdeeld over tien van de achttien begrotingsprogramma’s. 8 De

8 De volgende acht begrotingsprogramma’s hebben geen collegetarget: Algemene middelen, Belastingen, Bestaande stad, Bestuur, Cultuur, Economische ontwikkeling, Overhead, Volksgezondheid.

15

targets tellen

targets zijn redelijk goed verspreid over het begrotingsprogramma qua financiële

omvang. 9 Zo heeft het begrotingsprogramma met de grootste financiële omvang, zorg,

welzijn en wijkteams, twee targets en de overige begrotingsprogramma’s één of twee targets. Opvallend is wel dat er voor het begrotingsprogramma stedelijke ontwikkeling

vier targets zijn opgesteld. De uitvoering van een collegetarget heeft soms ook te maken met andere begrotingsprogramma’s dan waaronder de target valt, zoals bijvoorbeeld bij de collegetarget Wijk aan zet. meervoudige targets Van de vijftien collegetargets zijn er elf enkelvoudig. Dat betekent dat met deze targets één onderdeel wordt gemeten. Drie targets zijn meervoudig, maar voldoen wel aan het criterium ‘de target is naar aard enkelvoudig of beperkt meervoudig’, omdat er twee onderdelen worden gemeten. De target woningbouw voldoet niet aan het criterium omdat deze target uit vijf onderdelen bestaat (zie paragraaf 2-3-7). verdeling bestaand en nieuw Van de vijftien collegetargets zijn er vier overgenomen uit de vorige collegeperiode. Dit zijn targets waarvan zowel het onderwerp als de meetmethode ook in de vorige collegeperiode werden gehanteerd. Sommige targets zijn vergelijkbaar met die uit de vorige collegeperiode, maar verschillen op bepaalde aspecten. Bijvoorbeeld de target CO2, waarbij de definitie van de uitstoot verschilt van die van de vorige collegeperiode. Toen werd alle CO2-uitstoot binnen de gemeentegrenzen meegerekend, terwijl in deze collegeperiode het gaat om de stedelijke uitstoot.

tabel 2-2: overzicht van het aantal onderdelen per target en verdeling ‘bestaand of nieuw’ Target

aantal onderdelen

bestaand of nieuw

1. veiligheid

2

bestaand

2. naastplaatsingen en zwerfafval

1

nieuw

3. groen

1

bestaand

4. schil om de school

1

nieuw

5. schuldhulpverlening

2

nieuw bestaand

6. bijstand

1

7. woningbouw

5

deels bestaand, deels nieuw

8. verkeersveiligheid

1

nieuw

9. CO2

1

bestaand

10. woon(zorg)concepten

2

nieuw

11. jeugdpreventie

1

nieuw

12. sportdeelname

1

nieuw

13. bedrijfsruimte

1

nieuw

14. tevredenheid dienstverlening

1

nieuw

15. wijk aan zet

1

nieuw

9 Voor de financiële omvang van de programma’s verwijst de rekenkamer naar de begroting 2023, zie: Gemeente Rotterdam, Financieel beeld 20232026, beschikbaar op: https://watdoetdegemeente.rotterdam.nl/apps/begroting2023/hoofdlijnen/04-financiele-hoofdlijnen/.

16

targets tellen

bevindingen per collegetarget target 1: veiligheid

collegetarget 2026: veiligheid De veiligheidsindex (VI) binnen het Wijkprofiel heeft in 2026 een gemiddelde score die gelijk of hoger is dan de gemiddelde score op de VI in 2022 (110). De 5 laagst scorende wijken op de VI van 2022 (Carnisse, Hillesluis, Tussendijken, Tarwewijk, Lombardijen) laten in 2026 een stijging van tenminste 5 punten zien t.o.v. 2022.

doelformulering De collegetarget voldoet aan de norm specifiek. Deze target is meervoudig, want er worden twee doelen gesteld en twee indicatoren gemeten: de gemiddelde score in de stad en de score van de vijf laagst scorende wijken. Dit betekent dat de target enkel gehaald wordt als beide onderdelen worden gehaald. De target voldoet aan de norm meetbaar. De target voldoet deels aan de norm tijdgebonden. De nulmeting is niet van in of vlak voor de collegeperiode. De nulmeting bestaat namelijk uit de veiligheidsindex 2022, die samengesteld is uit data van november 2020 tot en met oktober 2021. Ook heeft de target geen jaarlijkse mijlpalen doordat de veiligheidsindex in het wijkprofiel tweejaarlijks wordt geactualiseerd. De vroege nulmeting en het ontbreken van mijlpalen zijn verklaarbaar, want vaker meten door middel van enquêtes kan negatieve consequenties hebben voor de kwaliteit van de metingen. Vaker meten zorgt namelijk voor een afname van de respons en is daarnaast kostbaar. Nadeel van het ontbreken van jaarlijkse mijlpalen is dat de gemeenteraad tijdens de collegeperiode beperkte informatie heeft om op te sturen, namelijk alleen de veiligheidsindex in 2024 en de eindbeoordeling in 2026. nulmeting Bij de selectie van de vijf laagst scorende wijken laat het college net als in de vorige collegeperiode ‘atypische wijken’ met ‘relatief veel bezoekers’ buiten beschouwing.

Het college baseert het aantal bezoekers op het aandeel werkenden die een wijk in komen. In tabel 2-3 staan de negen wijken met de laagste score op de veiligheidsindex, inclusief de vier wijken die niet meegenomen worden in de target.

17

targets tellen

tabel 2-3: laagste scorende wijken veiligheidsindex 2022 wijk

score veiligheidsindex 2022

onderdeel collegetarget

Zuiderpark en Zuidrand

72

nee, atypische wijk

CS-kwartier

80

nee, atypische wijk

Cool

80

nee, atypische wijk

Carnisse

85

Ja

Zuidplein

86

nee, atypische wijk

Hillesluis

88

Ja

Tussendijken

89

Ja

Tarwewijk

89

Ja

Lombardijen

90

Ja

De nulmeting zoals opgenomen in het definitieboekje is gecontroleerd door de rekenkamer en komt overeen met het wijkprofiel. controleerbaarheid Net zoals in de vorige collegeperiode wordt de veiligheidsindex als betrouwbaar beschouwd. inspanningen Het college heeft toegelicht dat de inzet van veel verschillende onderdelen van de gemeentelijke organisatie moet bijdragen aan de realisatie van de target. In de vijf laagst scorende wijken worden op basis van nog uit te voeren analyses maatregelen genomen. Het college noemt verschillende voorbeelden van maatregelen die genomen kunnen worden. Bij de maatregelen worden burgers, ondernemers en andere organisaties betrokken. De collegetarget voldoet daarmee aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. redactionele opmerking In de laatste kolom van de eerste tabel op pagina 3 van het definitieboekje staan verkeerde jaartallen. In plaats van “Veiligheidsindex 2022 (gaat over 2021)” moet hier staan “Veiligheidsindex 2026 (gaat over 2025)”. target 2: naastplaatsingen en zwerfafval

collegetarget 2026: naastplaatsingen en zwerfafval We verminderen naastplaatsingen en zwerfafval in de 20 wijken die het slechtst scoren. Doel in deze collegeperiode is een stijging van de CROW-score op naastplaatsingen en zwerfafval met gemiddeld 5 procentpunt over alle 20 wijken.

doelformulering De collegetarget voldoet aan de normen specifiek, meetbaar en tijdgebonden. De nulmeting gaat over het jaargemiddelde van 2021 en heeft daarmee een begindatum die voor de collegeperiode ligt. Omdat de scores die vergeleken worden jaargemiddelden zijn, is dat voldoende actueel.

18

targets tellen

nulmeting Voor de nulmeting gebruikt het college de gemiddelde score over 2021 op naastplaatsingen en zwerfafval over de 20 slechtste wijken. De nulmeting voldoet in opzet aan de normen ten aanzien van een nulmeting. De nulmeting zelf is nog niet door de rekenkamer gecontroleerd. controleerbaarheid De target is in opzet controleerbaar. De metingen worden volgens de landelijke CROW-systematiek uitgevoerd door een onafhankelijk bedrijf en worden door de rekenkamer als betrouwbaar beschouwd. Bij de beoordeling van de nulmeting zal de rekenkamer de registratie verder toetsen aan de normen ten aanzien van de controleerbaarheid. inspanningen Het college heeft toegelicht dat de inzet van meerdere onderdelen van de gemeentelijke organisatie moet bijdragen aan de realisatie van de target. In de 20 slechtst scorende wijken worden maatregelen genomen die door het college in de target zijn toegelicht. Bij deze maatregelen worden burgers betrokken. De collegetarget voldoet daarmee aan norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. target 3: groen

collegetarget 2026: groen In deze collegeperiode wordt 20 ha groen erbij gerealiseerd of wordt de planvorming afgerond en start de uitvoering ervan uiterlijk in 2026.

doelformulering De collegetarget voldoet aan de normen specifiek en meetbaar. De target voldoet deels aan de norm tijdgebonden. Volgens deze norm ligt de begindatum waarop gestart wordt met meten “in of vlak voor de collegeperiode”. Het college telt projecten vanaf 1 december 2021 mee als ze nog niet zijn meegeteld bij de collegetarget groen in de vorige collegeperiode. Daardoor worden projecten meegeteld van ruim voor deze collegeperiode, terwijl het bij de gebruikte meetmethode mogelijk is om op ieder moment te starten met de meting. nulmeting Voor het onderdeel groene daken wordt een nulmeting gedaan met een analyse van een luchtfoto van het voorjaar van 2022. De gebruikte methode voor de nulmeting voldoet in opzet aan de normen voor de nulmeting (relevant en tijdspecifiek), omdat de methode dezelfde is als bij de collegetarget in de vorige collegeperiode. De rekenkamer heeft de nulmeting voor groene daken nog niet gecontroleerd. controleerbaarheid De registratie van inrichtings- en onderhoudsplannen en de analyse van luchtfoto’s beschouwt de rekenkamer als betrouwbare meetsystemen, net zoals in voorgaande collegeperiode. De methoden zijn in de vorige collegeperiode gecontroleerd en bleken toen controleerbaar.

19

targets tellen

Bij het beoordelen van de realisatie zal de rekenkamer ook controleren hoe het college nagaat dat plannen uit de vorige collegeperiode niet opnieuw meegeteld worden in de realisatie. 10

inspanningen Het college heeft toegelicht welke maatregelen genomen worden om groen toe te voegen in de gemeente. Het gaat met name om het toevoegen van groen in inrichtings- en onderhoudsplannen. De collegetarget voldoet daarmee aan norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. target 4: schil om de school

collegetarget 2026: schil om de school In het schooljaar 2025/2026 hebben 100 basis- en voortgezet onderwijs scholen, met een achterstandsscore hoger dan 0, een schil om de school waarin minimaal 1 van onderstaande interventies is opgenomen: • Tutoren • Mentoren • Schoolzorgteams PO • Preventief Jongerenwerk op school • Slim organiseren met Kunstvakdocenten • Expeditie Digitaal

doelformulering De collegetarget voldoet aan de normen specifiek, meetbaar en tijdgebonden. In het definitieboekje geeft het college aan dat er een deelmeting wordt gedaan naar de effectiviteit en efficiëntie van de inzet van jongerenwerk op scholen. De rekenkamer ziet dit als een aparte indicator die geen onderdeel is van de collegetarget. Daarom beoordeelt de rekenkamer dit onderdeel niet. nulmeting De nulmeting voldoet in opzet aan de normen ten aanzien van een nulmeting. De rekenkamer heeft nog niet gecontroleerd hoeveel scholen een achterstandsscore hebben en welke interventies al worden ingezet op scholen ten behoeve van het beoordelen van de nulmeting. controleerbaarheid Omdat een nieuw meetsysteem ontwikkeld zal worden, heeft de rekenkamer de meetmethode nog niet kunnen controleren. inspanningen Het college heeft toegelicht dat de interventies via inkoop en subsidie bij scholen worden ingezet. Ook heeft het college toegelicht wat de interventies zijn en dat door inzet van deze interventies het schoolpersoneel wordt ontzorgd waardoor verbetering

10 De rekenkamer beoordeelt in het onderzoek naar groene buitenruimte (opzet gepubliceerd in mei 2022) ook welke waarde de groene buitenruimte heeft voor klimaatadaptatie en bewoners.

20

targets tellen

van de kwaliteit en effectiviteit van het onderwijs mogelijk wordt. De collegetarget voldoet daarmee aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. De rekenkamer merkt op dat met deze target een sterke nadruk ligt op het meten van output (het aantal scholen waarop een maatregel is ingezet) en minder op de maatschappelijke effecten (bijvoorbeeld de verbetering van achterstandsscores). target 5: schuldhulpverlening

collegetarget 2026: schuldhulpverlening In deze collegeperiode vergroten we de instroom in de schuldhulpverlening door in totaal 15.750 intakes af te nemen en pakken we schulden aan door in totaal 8.200 schuldregelingen te starten.

doelformulering De collegetarget voldoet aan de norm specifiek en is een meervoudige target. Er worden namelijk twee variabelen gemeten: de instroom in de schuldhulpverlening en de start van schuldregelingen. Dit betekent dat de target enkel behaald wordt als beide onderdelen worden gehaald. De collegetarget voldoet aan de norm meetbaar en deels aan de norm tijdgebonden. De begindatum staat namelijk niet in het definitieboekje. Het college noemt wel ‘deze collegeperiode’ als periode, maar het is niet duidelijk welke datum hiermee wordt bedoeld. nulmeting Er is geen nulmeting van toepassing, aangezien het gaat om intakes en regelingen in de collegeperiode. Bij de start van de collegeperiode was dit aantal dus nul. controleerbaarheid Allegro wordt als bronsysteem voor de registratie van deze target in opzet als betrouwbaar beschouwd, net zoals in voorgaande collegeperiode bij de target schuldenaanpak. In de vorige collegeperiode ging het om de registratie van ondersteuningsplannen, nu gaat het om de registratie van intakes en schuldregelingen. De rekenkamer gaat de meetmethode hiervan beoordelen. inspanningen Het college heeft toegelicht welke inspanningen het neemt om de instroom in de schuldhulpverlening te verhogen. Het college wil inzetten op samenwerking met partijen in de stad om ervoor te zorgen dat meer Rotterdammers de weg naar de gemeentelijke ondersteuning vinden.

Daarnaast blijft het in de stad communiceren over het gemeentelijk ondersteuningsaanbod. De collegetarget voldoet daarmee aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. redactionele opmerkingen • In tabel A staat in de kolom van 2025 in het vakje eronder “15.750 (cumulatief) 5.550 in 2024”. Dit moet zijn: “15.750 (cumulatief) 5.550 in 2025”; • Het laatste gedeelte over “rapportage en verantwoording” ontbreekt.

21

targets tellen

Rekenkamer

Rotterdam

22

targets tellen

target 6: bijstand

collegetarget 2026: bijstand Minder Rotterdammers in de bijstand: in deze collegeperiode (eind 2025) daalt het aantal bijstandsuitkeringen in Rotterdam naar 30.000.

doelformulering De collegetarget voldoet aan de normen specifiek en meetbaar. De nulmeting komt niet overeen met de begindatum in de target, namelijk “deze collegeperiode”. Daarmee is de target deels niet tijdgebonden (zie nulmeting). nulmeting Het college wil over vier volledige jaren rapporteren en gebruikt daarom de stand van het aantal bijstandsuitkeringen op 31 december 2021 als nulmeting. Met het gebruikte registratiesysteem (Socrates) is het mogelijk om op ieder moment een overzicht te geven van het aantal bijstandsuitkeringen. Het is daarom mogelijk om een nulmeting te doen bij de start van de collegeperiode. In de Eerste Herziening 2022 staat

bijvoorbeeld al een recenter cijfer, namelijk 34.218 per eind april. 11 De nulmeting sluit dus niet aan op de formulering in de target (“in deze collegeperiode”) en is dus niet actueel. De nulmeting van 31 december 2021 is gecontroleerd. Het aantal bijstandsuitkeringen van 34.624 komt overeen met de verantwoording. controleerbaarheid Socrates wordt als bronsysteem voor de registratie van uitkeringen als betrouwbaar beschouwd, net zoals in de vorige collegeperiode. inspanningen Het college heeft deels toegelicht welke (extra) inspanningen het neemt om het aantal bijstandsuitkeringen te verlagen. Van een aantal maatregelen is de financiering namelijk nog onzeker. Ook blijkt uit de toelichting dat het halen van de target voor een groot deel afhankelijk is van externe factoren zoals de economische conjunctuur. Het Rotterdams Arbeidsmarktperspectieffonds (RAP010) wordt uitgevoerd in samenwerking met scholen en bedrijven. Deze partijen financieren de helft van de ontwikkeltrajecten uit het fonds. De collegetarget voldoet daarmee deels aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. target 7: woningbouw

collegetarget 2026: woningbouw Het college start in de komende vier jaar met de bouw van 14.000 – 16.000 nieuwe woningen. Van deze woningen (uitgezonderd tijdelijke woningen) behoort 20% (tussen de 2.800 - 3.200 woningen) tot het sociale segment en 35% (4.900 - 5.600 woningen) tot het middensegment.

11 Gemeente Rotterdam, ‘Eerste herziening 2022, Inkomensregelingen – Inkomen’, geraadpleegd op 12 oktober 2022 via: https://watdoetdegemeente.rotterdam.nl/eersteherziening2022/programmas/werk-en-inkomen/inkomensregelingen-inkome/

23

targets tellen

doelformulering Deze target voldoet deels aan de norm specifiek, omdat het uit vijf onderdelen bestaat, namelijk: a de start bouw van het totaal aantal woningen (14.000); b het absolute aantal woningen in het sociale segment (2.800); c het aandeel woningen in het sociale segment (20%); d het absolute aantal woningen in het middensegment (4.900); e en het aandeel woningen in het middensegment (35%). Voor de beoordeling van de collegetargets 2022 – 2026 heeft de rekenkamer de norm

specifiek aangepast, zodat ook meervoudige targets binnen deze norm kunnen vallen. Het is volgens de rekenkamer echter aan te raden om niet meer dan drie subonderdelen te hanteren. Uit ambtelijke toelichting blijkt dat de target alleen wordt gehaald als alle vijf de onderdelen zijn behaald. De rekenkamer zal de target dan ook zo beoordelen. De target voldoet aan de norm meetbaar. De target voldoet deels aan de norm tijdgebonden, omdat het college woningen meetelt vanaf 1 januari 2022. Die datum ligt niet in of vlak voor de collegeperiode, terwijl het bij de gebruikte meetmethode mogelijk is om op ieder moment te starten met de meting. o ve rige o pm e rkin ge n do e lfo rm ule rin g • De prijscategorieën die worden gehanteerd voor de segmenten sociaal en midden worden conform de woonvisie jaarlijks bijgesteld en in een factsheet opgenomen. De informatie in de factsheet is dermate uitgebreid dat het verklaarbaar is dat die niet in het definitieboekje is opgenomen. • Het college wil starten met de bouw van 1.600 studentenwoningen. De rekenkamer merkt op dat de zelfstandige studentenwoningen volgens het definitieboekje meetellen in het aantal én het aandeel woningen (subdoelstellingen b t/m e) dat het college wil realiseren in het betaalbare segment, als ze in deze prijsklasse vallen. Dit deel van de woningen is dus bestemd voor een beperkte doelgroep.

• De rekenkamer gaat ervanuit uit dat de target is behaald als de onderkant van de bandbreedte is behaald. nulmeting Een nulmeting is niet van toepassing omdat het hier gaat om het aantal nieuwe of vernieuwde woningen, dat wil zeggen nieuwbouw, transformatie en vernieuwbouw, sinds de peildatum. controleerbaarheid Voor de registratie van de start bouw wordt het systeem BoPro gebruikt, waarbij fysieke waarnemingen worden gedaan. Bopro wordt als bronsysteem voor start bouw als betrouwbaar beschouwd, net zoals in de vorige collegeperiode. De rekenkamer heeft nog niet kunnen vaststellen of de target controleerbaar is op de onderdelen ‘tijdelijke woningen’ en ‘prijssegmentering’. Het college wil namelijk tijdelijke woningen bouwen. In het definitieboekje is niet toegelicht hoe deze woningen worden geregistreerd. Uit ambtelijke toelichting blijkt dat de gemeente

24

targets tellen

registreert als er sprake is van een tijdelijke vergunning voor een woning. Omdat deze woningen niet meetellen voor subdoelstellingen b tot en met e, is het voor de target van belang dat deze registratie juist en volledig is. De rekenkamer heeft deze registratie nog niet beoordeeld. Ook heeft de rekenkamer nog niet gecontroleerd of de prijssegmentering (huur en koop) juist en volledig wordt geregistreerd in BoPro. inspanningen De collegetarget voldoet aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. Het college heeft toegelicht welke inspanningen het neemt om de komende vier jaar te starten met de bouw van 14.000 – 16.000 nieuwe woningen. Het college wil onder meer nieuwe afspraken maken met de bouwsector en heeft € 25 mln. gereserveerd om onrendabele investeringen van betaalbare woningen af te dekken. Bij deze inspanningen worden onder andere Rotterdammers en de bouwsector betrokken. target 8: verkeersveiligheid 12

collegetarget 2026: verkeersveiligheid We verbeteren de verkeersveiligheid in Rotterdam door effectieve maatregelen te treffen op de dertig meest verkeersonveilige locaties in de stad.

doelformulering Volgens de formulering van de target worden er maatregelen getroffen op de dertig meest verkeersonveilige locaties in de stad. De lijst met ‘meest verkeersonveilige locaties’ is het uitgangspunt bij de selectie, maar uit de toelichting blijkt dat hier een aantal uitzonderingen op worden gemaakt. Dit zijn de context van een locatie, afstemming met andere werkzaamheden en technische uitvoerbaarheid en kostenefficiency. Omdat het gaat om onderbouwde uitzonderingen is de target naar het oordeel van de rekenkamer voldoende specifiek. De target voldoet aan de norm meetbaar. De target voldoet aan de norm tijdgebonden. De werkwijze bij de target wijkt wel af van de meeste collegetargets. Volgens het definitieboekje wordt de nulmeting voor het vaststellen van de dertig meest verkeersonveilige situaties jaarlijks uitgevoerd. De eerste meting is in de eerste helft van 2023. Uit de lijst van dertig verkeersonveilige locaties worden vervolgens, op basis van een puntensysteem, tien plekken geselecteerd voor interventie. Voorafgaand aan de interventie doet het college een schouw van de verkeerssituatie. Deze schouw geldt als gedetailleerde nulmeting van de verkeersonveilige locatie. De lijst met dertig meest verkeersonveilige situaties wordt jaarlijks geactualiseerd. Gezien de aard van de target, is dat logisch.

De context kan er namelijk voor zorgen dat de verkeersveiligheid op een locatie verandert, waardoor een locatie van de lijst met de meest verkeersonveilige locaties afvalt. Uit deze lijst worden locaties geselecteerd die worden aangepakt, waarbij de tekst in het definitieboekje er op lijkt te duiden dat dit niet op volgorde van één tot dertig gebeurt. De vraag is hoe de

12 De rekenkamer zal in 2023 een onderzoek starten naar de verkeersveiligheid. Bevindingen uit dit onderzoek kunnen gebruikt worden bij de tussentijdse en eindbeoordeling van deze target.

25

targets tellen

geactualiseerde lijst van verkeersonveilige situaties zich gaat verhouden tot het aantal locaties die worden aangepakt en de locaties die al zijn aangepakt. Als er bijvoorbeeld al tien locaties zijn aangepakt en er worden opnieuw 30 locaties geselecteerd dan kunnen ook locaties worden gekozen die niet bij de top dertig horen, maar in dit voorbeeld bij de top veertig. Verder is de vraag hoe wordt omgegaan met reeds geselecteerde locaties die in de volgende ronde niet meer in de top 30 staan, bijvoorbeeld omdat andere locaties onveiliger zijn geworden. De rekenkamer adviseert het college hierbij stil te staan en zal er bij de tussentijdse beoordeling op terug komen. nulmeting De rekenkamer heeft de nulmeting nog niet gecontroleerd (zie controleerbaarheid). controleerbaarheid Bij de target wordt gebruikgemaakt van een nieuw meetsysteem dat bestaat uit drie onderdelen, namelijk: • de selectie van de lijst met verkeersonveilige locaties op basis van beoordeling van de weginrichting, een verkeersveiligheidsenquête en registratie van ongevallen; • de registratie van de uitzonderingen op de lijst van meest onveilige verkeerslocaties op basis van de context van een locatie, afstemming met andere werkzaamheden en technische uitvoerbaarheid en kostenefficiency; • de registratie van de effectiviteit van maatregelen op basis van een schouw en meeten analysemethoden.

Omdat er een nieuw meetsysteem ontwikkeld wordt, heeft de rekenkamer de meetmethode nog niet kunnen controleren. inspanningen Uit de toelichting op de inspanningen blijkt dat de gemeente maatregelen neemt die bij de verkeerssituatie passen. De effectiviteit van deze maatregelen wordt gemeten of blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. De collegetarget voldoet daarmee aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. target 9: CO2-reductie

collegetarget 2026: CO2-reductie We leveren de Rotterdamse bijdrage aan de landelijke reductienorm van 55% in 2030 en daarvoor zetten we voor het stedelijk gebied in op minimaal 25% CO2-reductie in 2025, gemeten ten opzichte van 1990.

doelformulering Deze target voldoet niet aan de norm specifiek. Door de formulering in het definitieboekje is het onduidelijk of de doelstelling voor 2030 al dan niet onderdeel is van de target. Uit ambtelijke toelichting blijkt dat de target zich enkel richt op de reductie voor het stedelijke gebied in 2025. Omdat het eerste deel van de target niet wordt gemeten, raadt de rekenkamer aan dat deel achterwege te laten en zal de rekenkamer dat in de tussentijdse en eindbeoordeling van de target ook doen om verwarring over het oordeel, zoals die bij de vorige eindbeoordeling ontstond, te voorkomen.

26

targets tellen

Daarnaast merkt de rekenkamer op dat de definitie van CO2-uitstoot in het stedelijk gebied in het definitieboekje ingewikkeld is geformuleerd. Uit ambtelijke toelichting blijkt dat het in de target gaat om de volgende onderdelen: a gebouwde omgeving: CO2 die direct vrijkomt binnen de grenzen van de stad door het verbranden van aardgas bij gebouwen; b brandstoffen mobiliteit: CO2 die direct vrijkomt binnen de grenzen van de stad door het verbranden van brandstoffen in het vervoer; c elektriciteitsgebruik mobiliteit: CO2 die indirect vrijkomt door het opwekken van de elektriciteit voor het elektrische vervoer in de stad; d elektriciteits- en warmtegebruik gebouwde omgeving: CO2 die indirect vrijkomt door het opwekken van de elektriciteit en de stadswarmte voor de gebouwen in de stad. De target voldoet wel aan de norm meetbaar. Het college noemt in de target de CO2uitstoot in 1990 als referentie, maar de uitstoot in 2021 wordt als nulmeting gehanteerd. Het college wil dat de CO2-uitstoot in 2025 is gedaald naar 2,58 Mton (25% daling ten opzichte van 1990) ten opzichte van de CO2-uitstoot in 2021 (3,09 Mton, 10% daling ten opzichte van 1990). De geambieerde daling in deze target in de periode 2021 – 2025 is dus 16,5% ofwel 0,51 Mton. De target voldoet ook aan de norm tijdgebonden.

De nulmeting heeft betrekking op het jaar 2021, maar een meer recentere meting is niet beschikbaar, omdat de DCMR de uitstoot achteraf berekent. In de target ontbreken de mijlpalen. Uit het definitieboekje blijkt dat die later worden toegevoegd, omdat er nog enkele onzekere factoren zijn over de inspanningen. De mijlpalen worden toegevoegd na doorrekening van de DCMR in het voorjaar van 2023. Dit is voldoende toegelicht en daarmee is de target voldoende meetbaar. nulmeting De nulmeting is gecontroleerd en wordt door de rekenkamer als betrouwbaar beschouwd (zie ook controleerbaarheid). In tabel 2-4 staat de uitstoot uitgesplitst naar de verschillende onderdelen zoals hierboven beschreven. tabel 2-4: stedelijke CO2 uitstoot conform DCMR-rapportage Onderdeel

CO2-uitstoot 2021 in kton

gebouwde omgeving

919

brandstoffen mobiliteit

1.024

elektriciteitsgebruik mobiliteit

77

elektriciteits- en warmtegebruik gebouwde omgeving

1.068

Totaal

3.088

controleerbaarheid De gegevens van de DCMR worden door de rekenkamer als betrouwbaar beschouwd, net als in de voorgaande collegeperiode bij de target CO2. inspanningen Het college heeft niet voldoende toegelicht met welke inspanningen de reductie van 25% CO2 moet worden behaald. Dit komt volgens het college door onduidelijkheid over

27

targets tellen

de financiering en randvoorwaarden. De collegetarget voldoet daarmee niet aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. target 10: woon(zorg)concepten

collegetarget 2026: woon(zorg)concepten In de collegeperiode 2022-2026 realiseren we minimaal 14 Thuisplusflats voor ouderen en starten we met de bouw van nieuwe woon(zorg)complexen voor ouderen, zodat in totaal 24 voorzieningen beschikbaar komen.

doelformulering De target voldoet aan de norm specifiek. De target is meervoudig, want er worden twee variabelen gemeten, namelijk de realisatie van het aantal thuisplusflats (14) en het totaal aantal voorzieningen voor ouderen dat beschikbaar komt (optelsom thuisplusflats en nieuwe woon(zorg)complexen, totaal 24). Dit betekent dat de target enkel gehaald wordt, als beide onderdelen worden gehaald. De collegetarget voldoet aan de normen meetbaar en tijdgebonden. nulmeting Een nulmeting is niet op de target van toepassing. controleerbaarheid Omdat er een nieuw meetsysteem ontwikkeld wordt, heeft de rekenkamer de meetmethode nog niet kunnen controleren. Bij de controle van de realisatie van de thuisplusflats moet worden gecontroleerd of de overeenkomsten en aanbestedingsdocumenten van alle thuisplusflats overeenkomen met de definitie van thuisplusflats in het definitieboekje. Bij de controle van de start bouw van woon(zorg)concepten moet worden gecontroleerd of de nieuwe woon(zorg)concepten voldoen aan de definitie zoals opgenomen in het definitieboekje. Voor de registratie van de start bouw wordt het systeem BoPro gebruikt, waarbij fysieke waarnemingen worden gedaan. BoPro wordt als bronsysteem voor start bouw als betrouwbaar beschouwd, net zoals bij de target woningbouw in de vorige collegeperiode.

inspanningen Volgens het definitieboekje is het college initiator van de thuisplusflats en heeft de gemeente een faciliterende en stimulerende rol. Uit de omschrijving wordt niet duidelijk hoe deze rol ingevuld wordt en welke maatregelen en activiteiten de gemeente uitvoert om de target te realiseren. De nieuwe woon(zorg)complexen zijn al in voorbereiding, aangezien de voorbereidingstijd volgens het college zeven tot tien jaar is. De gemeente geeft per project een andere invulling aan haar rol. Het is niet duidelijk of de gemeente extra inspanningen doet om dit deel van de target te realiseren.

28

targets tellen

Omdat slechts deels duidelijk is welke maatregelen en activiteiten de gemeente inzet om de doelstelling te bereiken, voldoet de target deels aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. target 11: jeugdpreventie

collegetarget 2026: jeugdpreventie Vanaf 2023 ronden jaarlijks gemiddeld 5000 kinderen en jongeren (en/of hun ouders/verzorgers) een goed onderbouwde of bewezen effectieve preventieve jeugdinterventie af.

doelformulering De collegetarget voldoet aan de normen specifiek en meetbaar. Het college registreert de 5.000 interventies (in totaal 15.000 interventies in de periode 2023 – 2026), niet het aantal deelnemers. Dit betekent dat deelnemers mogelijk meerdere keren worden meegeteld. De target voldoet ook aan de norm tijdgebonden. Hoewel de begindatum van de target (1 januari 2023) na de start van de collegeperiode valt, is een eerdere datum niet mogelijk. Dat komt omdat subsidievaststellingen jaarlijks worden gedaan. nulmeting Een nulmeting is niet op de target van toepassing. controleerbaarheid De meetmethode van de target is in opzet controleerbaar. De eindrapportages van 2023 en 2024 worden door een accountant gecontroleerd. De rekenkamer acht een tussentijdse rapportage voor de eerste helft van 2025 zonder accountantscontrole betrouwbaar als de rapportages van 2023 en 2024 betrouwbaar zijn en hetzelfde registratiesysteem wordt gebruikt. De manier van extrapoleren wordt door de rekenkamer beoordeeld bij de controle van de eindrealisatie van de target. In de toelichting staat dat de benodigde informatie uit de eindrapportages van de aanbieders handmatig in een Exceloverzicht wordt gezet en dat er geen geautomatiseerd systeem voor beschikbaar is. In dit kader zal de rekenkamer ook de aansluiting tussen de eindrapportages en het Exceloverzicht controleren.

inspanningen De collegetarget voldoet aan de norm ten aanzien van de toelichting op de inspanningen. Deelnemers worden gekoppeld aan verschillende preventieve jeugdinterventies, gericht op onder meer opvoedvaardigheden van ouders/verzorgers, het voorkomen van middelengebruik en gaming bij kinderen en jongeren en het versterken van sociaal-emotionele vaardigheden. Bij deze inspanningen worden onder anderen jeugdpreventie-aanbieders betrokken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=82a493ce-bfc2-472d-8e0b-c9aeee89ccd3