CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb000599] Bijlage 1 behorende bij 23bb598 over Bestemmingsplan Lidl Teldersweg

Commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (2022-2026) 8 februari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Bouwen en Wonen26.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Vluchtroutes dienen duidelijk te worden aangeduid. Ook kan een optimalisatie van de ontvluchting plaatsvinden door de (nood)uitgangen op zo groot mogelijke afstand van de risicobronnen te projecteren. Instructie met betrekking tot de juiste handelswijze in geval van een incident is noodzakelijk voor een effectieve zelfredzaamheid door middel van de campagne 'Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand'. Schuilen dient bij voorkeur plaats te vinden in dat deel van het gebouw dat zo ver mogelijk van het incident af is gelegen. Op de website 'www.rijnmondveilig.nl' staat meer informatie over wat te doen in geval van een incident.

6.7.3

Conclusie

Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied maar niet binnen de 200-meterzone van de A20 en Spoorlijn Rotterdam CS-Gouda. Ten gevolge van de beoogde ontwikkeling zal het groepsrisico van de risicobronnen niet relevant toenemen. Uit de beknopte verantwoording blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied als voldoende worden beschouwd. Zorggedragen zal worden voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen. Verder zijn in of nabij het plangebied geen risicovolle bronnen aanwezig die een belemmering vormen. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft gereageerd en advies uitgebracht. Met betrekking tot dit plan zijn geen relevante externe veiligheidsaspecten geconstateerd. Er worden een aantal bouwkundige maatregelen geadviseerd voor de parkeergarage en er wordt geadviseerd om zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswawtervoorzeiningen. Initiatiefnemer heeft kennisgenomen van de adviezen. De brief met het advies van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Het aspect externe veiligheid zorgt niet voor belemmeringen.

6.8

Natuur

De bescherming van de natuur is vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming (Wnb) geeft het wettelijke kader voor de bescherming van natuurgebieden en voor soortenbescherming. Bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan dient onderzocht te worden of de Wnb ten aanzien van de bescherming van dier- en plantensoorten en gebieden de uitvoering van het plan niet in de weg staan. De provincie is bevoegd gezag voor de toetsing van handelingen met mogelijke gevolgen voor beschermde dier- en plantensoorten (de soortenbeschermingsbepalingen) én voor Natura 2000-gebieden (de gebiedenbeschermingsbepalingen). Alleen bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk bevoegd gezag. Daarnaast vndt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Ook in dit kader zijn de provincies het bevoegd gezag.

48

6.8.1

Plangebied

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. Er is een verkennend floraen faunaonderzoek (quickscan) uitgevoerd voor het plangebied van de totaal ontwikkeling aan de Teldersweg, inclusief de vrijkomende ontwikkelingslocatie ten westen van onderhavig plangebied. Met het verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) is een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. In deze toelichting worden de belangrijkste conclusies vermeld die van toepassing zijn voor onderhavig plangebied, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlagen.

6.8.1.1 Gebiedsbescherming vanuit de Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000-gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Oude Maas”, bevindt zich op 12,5 kilometer afstand ten zuiden van het plangebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Ten behoeve van de instandhouding van de natuurgebieden dienen negatieve effecten te worden uitgesloten, waardoor onder andere onderzoek plaats dient te vinden naar de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden.

Bij een projecteffect kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol/ha/jaar zorgt het beoogde plan niet voor een significante toename in stikstofdepositie en worden negatieve effecten uitgesloten. Op 1 juli 2021 is de Wet Stikstofreductie en natuurherstel in werking getreden. Hierin is geregeld dat voor tijdelijke deposities vanwege de bouwfase geen vergunning vanwege Wet Natuurbescherming nodig is. Er geldt dus een vrijstelling voor de bouwfase. Een berekening van de gebruiksfase is wel noodzakelijk. De supermarkt en woningen worden gasloos opgeleverd. De relevante emissies tijdens de gebruiksfase vinden plaats door de verkeersbewegingen van en naar het plan. Om op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uit te sluiten is een AERIUS-berekening uitgevoerd. Uit deze berekening blijkt dat bij de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. In de bijlage is de notitie Stikstof met de door AERIUS gegenereerde rapportage voor de gebruiksfase opgenomen. Uit de uitgevoerde berekeningen blijkt dat bij de gebruiksfase geen rekenresultaten hoger zijn dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

49

6.8.1.2 Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd 'Natuurnetwerk Nederland'. Zij wijzen daartoe in hun provncie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNN. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN op minstens 2.3 afstand van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet worden aangetast.

Vervolgonderzoek in het kader van het NNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

6.8.1.3 Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien het plangebied zich binnen de bebouwde kom bevindt is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

6.8.1.4 Toetsing beschermde soorten De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën: « » »

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wet natuurbescherming) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wet natuurbescherming)

Per beschermingsregime is aangegeven welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting. Uit de quickscan flora en fauna is gebleken dat de te slopen panden en bomen met holten potentieel geschikt zijn voor verblijfplaatsen van veermuizen. Tevens maakt het projectgebied mogelijk deel uit van de functionele leefomgeving van de huismus. Vaste verblijfplaatsen van vleermuizen zijn beschermd conform artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming. De functionele leefomgeving van de huismus is beschermd conform artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het verstoren, beschadigen of vernietigen van deze verblijfplaatsen en/of de functionele leefomgeving is niet toegestaan. Op basis van

50

de quickscan flora en fauna zijn overtredingen van de Wet natuurbescherming op overige beschermde soorten uitgesloten. Aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van vleermuizen en huismus in het projectgebied is noodzakelijk om vast te stellen of vleermuizen en/of huismus aanwezig zijn en of verdere vervolgstappen en mitigatie in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd moeten worden. Derhalve is door By Nature advies onderzoek uitgevoerd naar de functionele leefomgeving van huismus en vleermuizen in het projectgebied Teldersweg te Rotterdam. De aanleiding van het onderzoek is de geplande sloop van de panden ten bate van de nieuwbouw van appartementencomplexen en een supermarkt. Het nader onderzoek is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. In het huidige pand van de Lidl zijn geen verblijfplaatsen van veermuizen aanwezig. Uit dit nader onderzoek blijkt dat voor het uitvoeren van de geplande werkzaamheden een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is voor het verstoren, beschadigen en vernielen van vier verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis (lid 2 en 4, artikel 3.5 Wnb). Derhalve is er op 16 oktober 2019 bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland een aanvraag gedaan om ontheffing als bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, van de Wet natuurbescherming.

De aanvraag ziet op het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis alsmede het vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soort. De ontheffing Wnb is verleend en geldig tot en met 30 maart 2025. De beschikking is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Bij het uitvoeren van werkzaamheden dient te worden voldaan aan de bij de beschikking opgenomen algemene voorschriften.

6.8.2

Conclusie

Het aspect soortenbescherming vormt geen belemmering voor onderhavig planvoornemen. Middels een AERIUS-berekening wordt inzichtelijk gemaakt dat het projecteffect op de Natura 2000-gebieden kleiner is dan of gelijk is aan 0,00 mol/ha/jaar. Vervolgonderzoek ten behoeve van het NNN en/of toetsing aan het onderdeel houtopstanden (voormalige Boswet) is bij dit plan verder niet aan de orde.

51

Hoofdstuk 7

Handhaving

In veel gevallen zijn illegale bebouwing en gebruik voor de gemeente niet direct kenbaar. Veelal komt de gemeente daar achter nadat door belanghebbenden is geklaagd over overlast. Inspectie ter plaatse en raadpleging van het ter plaatse geldende bestemmingsplan leert pas dan of er sprake is van strijd met de gegeven bestemming en of daartegen kan worden opgetreden. Op grond van gemeentebeleid, neergelegd in het “Handhavingsbeleidsplan Toezicht Gebouwen” uit 2009 wordt bij de huidige aanpak eerst gekeken of het gebruik/bouwwerk kan worden gelegaliseerd. Als legalisatie niet mogelijk of wenselijk is, zal de overtreder doorgaans met een dwangsom worden gesommeerd om binnen een bepaalde periode een einde te maken aan de overtreding.

52

Hoofdstuk 8 8.1

Financiële uitvoerbaarheid

Financieel economische uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening de verplichting ontstaan om, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld.

8.2

Kostenverhaal

Op grond van afdeling 6.4. van de Wro geldt voor de gemeente de verplichting tot kostenverhaal in de gevallen die zijn aangewezen in het Bro. Het Bro stelt kostenverhaal verplicht in geval er sprake is van een van de volgende bouwplannen: » « » «

«

de bouw van één of meer woningen en andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een gebouw met ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte of met één of meer woningen; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van één of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 bruto-vloeroppervlakte bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2 bruto-vloeroppervlakte.

Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de nieuwbouw van een bestaande Lidl-supermarkt met ondergrondse parkeergarage en de realisatie van 30 appartementen. De gemeente gaat de locatie niet zelf ontwikkelen of bouw- en woonrijp maken. Voor de locatie wordt de ontwikkeling dus volledig bij de ontwikkelende partij neergelegd. De gemeente heeft met de ontwikkelende partij een ontwikkelovereenkomst met kostenverhaal afgesloten.

53

Hoofdstuk 9 9.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie

Er heeft reeds een eerste overleg plaatsgevonden met de buurt I omwonenden. Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, zal een ieder gedurende zes weken, in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende de periode van terinzagelegging zal een informatieavond georganiseerd worden waar een ieder vragen kan stellen met betrekking tot het terinzageliggende ontwerpbestemmingsplan.

9.2

Vooroverleg

Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. Zowel het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, TenneT en LVNL hebben gereageerd en aangegeven geen opmerkingen te hebben op het plan. De Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond heeft gereageerd en advies uitgebracht. Met betrekking tot dit plan zijn geen relevante externe veiligheidsaspecten geconstateerd. Er worden een aantal bouwkundige maatregelen geadviseerd voor de parkeergarage en er wordt geadviseerd om zorg te dragen voor toereikende bereikbaarheid en bluswawtervoorzeiningen. Initiatiefnemer heeft kennisgenomen van de adviezen. De brief met het advies van de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. De DCMR Milieudienst Rijnmond heeft gereageerd op het concept ontwerpbestemmingsplan en aangegeven dat het plan op een aantal milieuaspecten dient te worden aangevuld.

De opmerkingen van de DCMR Milieudienst Rijnmond zijn waar mogelijk verwerkt in het bestemmingsplan.

54

Inhoudsopgave

Regels

3

Hoofdstuk 1

INLEIDENDE REGELS

4

Artikel 1

Begrippen

4

Artikel 2

wijze van meten

8

Hoofdstuk 2

BESTEMMINGSREGELS

9

Artikel 3

Gemengd

9

Artikel 4

Waarde - Archeologie 3

10

Hoofdstuk 3

ALGEMENE REGELS

12

Artikel 5

Anti-dubbeltelregel

12

Artikel 6

Algemene bouwregels

13

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

14

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

15

OVERGANGS- EN SLOTREGELS

16

Hoofdstuk 4

Artikel 9

Overgangsrecht

16

Artikel 10

Slotregel

17

Bijlagen

19

Bijlage 1

Parkeernormen

20

Bijlage 2

Lijst van bedrijfsactiviteiten categorie 1

22

2

Regels

3

Hoofdstuk 1 Artikel 1 1.1

INLEIDENDE REGELS

Begrippen

plan:

Het bestemmingsplan Lidl-supermarkt Teldersweg 76 met identificatienummer NL.IMRO.0599.BP81044-0001 van de gemeente Rotterdam.

1.2

bestemmingsplan:

De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen.

1.3

Aanbouw (uitbouw)

Een uitbreiding van het hoofdgebouw in één bouwlaag (hieronder wordt tevens een uitbouw begrepen).

1.4

aanduiding

Een geometrisch bepaald vak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden.

1.5

aanduidingsgrens

De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft.

1.6

Achtererfgebied

Erf aan de achterkant van het oorspronkelijke hoofdgebouw en aan de zijkant(en) ervan, op meer dan 1 meter van de erfgrens aan de zijde van het openbaar toegankelijke gebied, alsmede op meer dan 1 meter van de voorkant van het hoofdgebouw.

1.7

Archeologisch deskundige

Het Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam of een andere deskundige op het gebied van archeologie.

1.8

Archeologisch monument

Monument als bedoeld in artikel 1 onder c. van de Monumentenwet 1988.

1.9

Bebouwing

Een of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

1.10

Bebouwingspercentage

Een percentage dat aangeeft hoeveel van het oppervlak van een bestemmingsvlak door gebouwen mag worden ingenomen.

1.11

bestemmingsgrens

De grens van een bestemmingsvlak.

1.12

bestemmingsvlak

Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming.

1.13

Bouwaanduidingen

Alle aanduidingen met betrekking tot de wijze van bouwen en de verschijningsvorm van bouwwerken.

4

1.14

Bouwen

Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats.

1.15

Bouwgrens

De grens van een Bouwvlak.

1.16

Bouwlaag

Het tussen twee opeenvolgende vloeren (of tussen een vloer en plat dak) gelegen, voor verblijf geschikt deel van een gebouw. Een kap, vliering, zolder, souterrain, alsmede een dakopbouw binnen het theoretisch profiel van een kap, worden niet als een afzonderlijke bouwlaag beschouwd. Alleen ingeval een dakopbouw breder is dan tweederde van de pandbreedte, wordt dit als een aparte bouwlaag geteld. NB: onder het "theoretisch profiel van een kap" wordt verstaan de ruimte binnen een kap met schuine zijden waarvan de hellingshoek ten minste 20 en maximaal 60 graden bedraagt.

1.17

Bouwperceel

Een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.18

Bouwperceelgrens

De grens van een bouwperceel.

1.19

Bouwverordening

Bouwverordening Rotterdam 2010, zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan.

1.20

Bouwvlak

Een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegelaten.

1.21

Bouwwerk

Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond.

1.22

Bruto vloeroppervlak (b.v.o.)

Het vloeroppervlak van een bouwwerk, inclusief de niet direct voor het hoofddoel bruikbare ruimten (bijvoorbeeld bij een productiebedrijf of winkel, de magazijn-, expeditie-, kantoorruimten). Gebouwde parkeervoorzieningen worden niet tot het b.v.o. gerekend.

1.23

Bijbehorend bouwwerk

Uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak.

1.24

Bijgebouw

Vrijstaand gebouw dat door constructie en/of afmetingen ondergeschikt is aan een hoofdgebouw gelegen op hetzelfde perceel.

1.25

Dakterras

Een bouwkundige voorziening op het platte dak van een gebouw dat bestaat uit een te betreden vlak, geheel of gedeeltelijk omgeven door een hekwerk zoals voorgeschreven in het Bouwbesluit.

5

1.26

Detailhandel

Het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder de uitstalling ter verkoop, verkopen, verhuren en leveren van goederen aan personen die die goederen kopen of huren voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.27

Gebouw

Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.

1.28

Hoofdgebouw

Een of meer panden, of een gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer panden of bouwwerken op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is.

1.29

Kleinschalige speeltoestellen

Speeltoestellen niet hoger dan 4 meter.

1.30

Maaiveld

De bovenkant van het aansluitende, afgewerkte terrein dat een bouwwerk omgeeft, met dien verstande dat in geaccidenteerd terrein het gemiddelde van die bovenkanten wordt aangehouden.

1.31

NAP

Het Normaal Amsterdams Peil is de referentiehoogte waaraan hoogtemetingen in Nederland worden gerelateerd.

1.32

Ondergronds bouwwerk

Een (gedeelte van) een bouwwerk, waarvan de bovenkant van de vloer is gelegen op ten minste 1,75 meter beneden peil.

1.33

Openbaar nutsvoorzieningen

Op het openbaar leidingen net aangesloten voorzieningen op het vlak van gas-, water-, elektriciteitsdistributie, blokverwarming, (riool)gemalen (een gasdrukregelstation wordt niet hieronder begrepen).

1.34

Openbaar toegankelijk gebied

Weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid onder b. van de Wegenverkeerswet 1994, openbaar water, alsmede ander openbaar gebied dat voor publiek algemeen toegankelijk is, met uitzondering van de zogenaamde brandpaden voor de achterontsluiting van tuinen voor langzaam verkeer.

1.35

Overig bouwwerk

Een bouwkundige constructie van enige omvang, geen pand zijnde, die direct en duurzaam met de aarde is verbonden.

1.36 a. b. c. d. e.

Overige objecten

een sporthal of een zwembad; een weidewinkel; een hotel, een kantoor- of bedrijfsgebouw, niet vallend onder de categorie bijzondere objecten; een schuur, opslagplaats, dierenverblijf, zomerhuisje, kas, weg en dergelijke; andere, met de bovengenoemde vergelijkbare objecten.

1.37

Pand

De kleinste bij de totstandkoming functioneel en bouwkundig-constructief zelfstandige eenheid die direct en duurzaam met de aarde is verbonden en betreedbaar en afsluitbaar is.

6

1.38 a. b.

Peil (straat-)

voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van de kruin van de weg; voor een bouwwerk waarvan de hoofdtoegang niet aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter plaatse van die hoofdtoegang, na voltooiing van de aanleg van dat terrein.

Indien een bouwwerk aan meer dan één weg wordt gebouwd, is het peil van de hoogstgelegen weg maatgevend.

1.39

Straatmeubilair

Voorzieningen ten behoeve van de weggebruiker, zoals verkeersborden, straatverlichting, zitbanken, plantenbakken e.d.

1.40

Uitstekende delen aan gebouwen

Erkers, luifels, balkons, brandtrappen, gevelversieringen, gevel- en kroonlijsten, galerijen e.d.

1.41

Water

Waterlopen (sloten, singels, vijvers e.d.) ten behoeve van de waterberging, alsmede de aan- en afvoer van oppervlaktewater.

1.42

Wet geluidhinder

De Wet geluidhinder zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

1.43

Wet ruimtelijke ordening

De Wet ruimtelijke ordening zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

1.44

Winkelvloeroppervlakte

Het oppervlak van een (winkel)unit dat voor publiek vrij toegankelijk is, danwel zichtbaar is inclusief de ruimten die direct met de verkoop samenhangen.

1.45

Woningwet

De Woningwet zoals deze luidt op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp voor dit bestemmingsplan.

7

Artikel 2

wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

de inhoud van een bouwwerk

Tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen.

2.2

de bouwhoogte van een bouwwerk

Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen.

2.3

de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk.

2.4

de breedte van een gebouw

Van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte.

2.5

de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens

Vanaf het punt van de gevel van een gebouw welke het dichtst bij de perceelsgrens is gelegen, haaks op de perceelsgrens.

8

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

BESTEMMINGSREGELS

Gemengd

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b.

c. d. e.

detailhandel met de bijbehorende opslag- en administratieruimten, met dien verstande dat de bruto vloeroppervlakte niet meer dan 1.926 m2 mag bedragen; wonen, uitsluitend op de verdieping(en), met dien verstande dat: 1. entrees en andere voorzieningen ten behoeve van wonen (zoals bergingen) op de begane grond en kelder zijn toegestaan; 2. maximaal 30 woningen zijn toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' tevens voor een ondergrondse parkeergarage; voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals berg- en stallingsruimten, groen, water, tuin, parkeervoorzieningen, ontsluitingswegen en -paden en hellingbanen; 'Waarde - Archeologie 3', voor zover de gronden mede als zodanig zijn bestemd.

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen

Op de voor 'Gemengd' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies.

3.2.2

Medeb estemming

Voor zover de gronden mede zijn bestemd voor 'Waarde - Archeologie 3', is voor het bouwen het bepaalde terzake in genoemde bestemming mede van toepassing.

3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Algemeen

Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. b. c. d. e.

3.4

de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 300Zo mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf.

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3.1 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

9

Artikel 4 4.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Rapport archeologisch deskundige

In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) welke voldoen aan de oppervlakte- en dieptematen welke genoemd zijn in 4.3.1.

4.2.2

Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen

Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden;

b. c.

de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

4.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.3.1

Verbod

In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 4.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 1 meter beneden maaiveld die tevens een terreinoppervlak groter dan 100 m2 beslaan.

4.3.2

Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden

a. b.

grondbewerkingen (van welke aard dan ook); het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen;

c. d. e. f.

het indrijven van voorwerpen in de bodem; het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen.

4.3.3

Uitgezonderde werkzaamheden

Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.

4.3.4

Vergunning

Vergunning wordt verleend, nadat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld.

10

4.3.5

Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning

Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. b. c.

de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

11

Hoofdstuk 3 Artikel 5

ALGEMENE REGELS

Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

12

Artikel 6 6.1

Algemene bouwregels

Afdekking van gebouwen

Ingeval noch de regels, noch de verbeelding (plankaart) duidelijkheid verschaffen over de wijze van afdekking van gebouwen, mogen gebouwen zowel met een kap als plat worden afgedekt.

6.2

Bouwvlak

Indien voor gronden welke voor bebouwing in aanmerking komen op de verbeelding een bouwvlak is opgenomen, komen uitsluitend de gronden binnen het bouwvlak voor bebouwing in aanmerking, met dien verstande dat: a. b.

c.

6.3

bouwwerken geen gebouwen zijnde, ook buiten het bouwvlak zijn toegestaan. brandtrappen en luifels ook buiten het bouwvlak zijn toegestaan, mits de overschrijding niet meer dan 3 meter bedraagt en overige uitstekende delen aan gebouwen, mits de overschrijding niet meer dan 1 meter bedraagt; ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage' tevens een ondergrondse parkeergarage is toegestaan.

Dakterrassen

Indien de maximum bouwhoogte van een gebouw is bereikt, dan is ten behoeve van het realiseren van een dakterras voor de daktoegang op het dak een gebouwde voorziening toegestaan, met een maximum oppervlak van 6 m2 en een maximum hoogte van 2,5 meter. Deze voorziening dient minimaal 2,5 meter uit de dakrand te liggen. Het hekwerk dient minimaal 1,5 meter uit de daktrand te staan, met een maximum hoogte van 1,2 meter.

6.4

Maximum bebouwingspercentage

Ingeval voor gronden welke voor bebouwing in aanmerking komen noch in de regels, noch op de verbeelding een maximum bebouwingspercentage is vermeld, mogen deze gronden volledig worden bebouwd.

6.5 a.

Maximum bouwhoogte voor zover in de regels geen bepalingen zijn opgenomen terzake van de maximum toegestane bouwhoogte, gelden de maatvoeringsaanduidingen terzake op de verbeelding;

13

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

7.1

Voorwaardelijke verplichting over parkeren

7.1.1

Parkeergelegenheid

Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen en het gebruik van gronden of bouwwerken op grond van de regels in hoofdstuk 2, alsmede voor het laden en lossen van goederen, kan uitsluitend worden verleend wanneer het aantal parkeerplaatsen op eigen terrein gerealiseerd kan worden om bewoners en gebruikers in voldoende parkeerruimte te voorzien, overeenkomstig het in gemeente Rotterdam geldende "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018" zoals bedoeld in Bijlage 1 Parkeernormen of rechtsopvolgers hiervan.

7.1.2

Afwijken van de regels

Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van de bepalingen omtrent parkeren op eigen terrein en van de parkeernormen zoals op genomen in de "Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018" of rechtsopvolgers hiervan, mits voldaan wordt aan de in deze parkeerbeleidsregeling of de rechtsopvolgers daarvan opgenomen regels en voorwaarden.

14

Artikel 8 8.1

Algemene afwijkingsregels

Afwijking toegestane afmetingen, maten en percentages

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan voor afwijkingen van toegestane afmetingen, maten (waaronder minimale en maximale afstanden) en percentages tot niet meer dan 100Zo van die afmetingen, maten en percentages, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken en de milieusituatie.

8.2

Afwijking toegestane bouwhoogte techniek

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van de regels van dit bestemmingsplan ten aanzien van de maximum toegestane bouwhoogte van een gebouw, ten behoeve van technische voorzieningen op het dak, welke noodzakelijk zijn voor het doelmatig functioneren van het bouwwerk, zoals liftopbouwen, lichtkoepels, schoorstenen, antennemasten, luchtverversingsapparatuur, glazenwas installatie e.d., mits de overschrijding van de maximum bouwhoogte niet meer dan 5 meter bedraagt, indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld en de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.

15

Hoofdstuk 4 Artikel 9

OVERGANGS- EN SLOTREGELS

Overgangsrecht

9.1

Overgangsrecht bouwwerken

9.1.1

Aanwezige bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. b.

gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.

9.1.2

Afwijking

Burgemeester en wethouders kunnen eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10 0Zo.

9.1.3

Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken

Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

9.2

Overgangsrecht gebruik

9.2.1

Bestaand gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet.

9.2.2

Strijdig gebruik

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind.

9.2.3

Verboden gebruik

Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten.

9.2.4

Uitzonderingen op het overgangsrecht gebruik

Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.

16

Artikel 10

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Lidl-supermarkt Teldersweg 76'

17

18

Bijlagen

19

Bijlage 1

Parkeernormen

20

Bijlage 1, behorend bij regels parapluherziening ‘Parkeernormering Rotterdam’

Parkeerbeleid, actueel De op dit moment geldende “Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018” is via de volgende link te raadplegen: http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xhtmloutput/Historie/Rotterdam/486392/486392 1.html

Bijlage 2

Lijst van bedrijfsactiviteiten categorie 1

22

Bedrijfsactiviteiten obv VNG-lijst 2009 aangepast 2014at 1 t/m 3.2(a)

Bestemmingsplan xx 1 Z 6

SBI-2008

OMSCHRIJVING

05

03

05

03

0501.2

0312

Binnenvisserijbedrijven, productiecapaciteit

0502

032

Vis- en schaaldierkwekerijen

0502

032

- oester-, mossel- en schelpenteeltbedrijven < 1000 ton vis per jaar

3.2

0502

032

- visteeltbedrijven productiecapaciteit van < 1000 ton vis per jaar

3.1

15

10, 11

15

10, 11

151

101, 102

Slachterijen en overige vleesverwerking:

151

101, 102

- slachterijen en pluimveeslachterijen, productiecapaciteit van < 25.000 ton vlees Z jaar

3.2

101

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: productieoppervlak > 1000 m2 en productiecapapaciteit < 10.000 ton Z jaar

3.2

101

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: productieoppervlak « 1000 m2 en productiecapaciteit < 10.000 ton Z jaar

3.1

151

101

- vleeswaren- en vleesconservenfabrieken: productieoppervlak « 200 m2 en productiecapaciteit < 10.000 ton Z jaar

3.1

151

101, 102

- loonslachterijen, productiecapaciteit < 25.000 ton vlees Z jaar

3.1

151

108

- vervaardiging snacks en vervaardiging kant-en-klaar-maaltijden met productieoppervlak < 2.000 m2

3.1

152

102

Visverwerkingsbedrijven:

152

102

- verwerken anderszins: productieoppervlak « 1000 m2 en productiecapaciteit < 10.000 ton Z jaar

3.2

152

102

- verwerken anderszins: productieoppervlak « 300 m2 en productiecapaciteit < 10.000 ton Z jaar

3.1

1531

1031

Aardappelproducten fabrieken:

1531

1031

- vervaardiging van snacks met productieoppervlak < 2.000 m2

1532, 1533

1032, 1039

Groente- en fruitconservenfabrieken:

1532, 1533

1032, 1039

- jam productiecapaciteit < 10.000 ton Z jaar

3.2

1532, 1533

1032, 1039

- groente algemeen productiecapaciteit < 10.000 ton Z jaar

3.2

1532, 1533

1032, 1039

- met koolsoorten productiecapaciteit < 10.000 ton Z jaar

3.2

1551

1051

Zuivelproducten fabrieken:

1551

1051

- melkproducten fabrieken verdampingscapaciteit < 30.000 tonZjaar

3.2

1552

1052

- consumptie-ijsfabrieken: productieoppervlak « 200 m2 en productiecapaciteit < 30.000 ton Z jaar

2

1581

1071

Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen:

1581

1071

- verdampingscapaciteit < 7.500 kg meerweek, bij gebruik van charge-ovens

2

1581

1071

- verdampingscapaciteit ^ 7.500 kg meeľweek

3.2

1582

1072

Banket, biscuit- en koekfabrieken

3.2

1584

10821

Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

1584

10821

- cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken, productieoppervlak « 200 m2

2

1584

10821

- suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: productieoppervlak « 200 m2 en productiecapaciteit < 15.000 ton Z jaar

2

1586

1083

Theepakkerijen:

1586

1083

- theepakkerijen

1589.2

1089

Soep- en soeparomafabrieken:

1589.2

1089

- zonder poederdrogen, productiecapaciteit < 10.000 tonZjaar

1592

110102

Vervaardiging van ethylalcohol door gisting:

1593 t/m 1595

1102 t/m 1104

Vervaardiging van wijn, cider e.d.

2

1598

1107

Mineraalwater- en frisdrankfabrieken, productiecapaciteit < 16.000.000 literZjaar

3.2

17

13

CATEGORI

SBI-1993

151 151

—m— VISSERIJ- EN VISTEELTBEDRIJVEN 3.1

VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN

3.1

3.2 3.2

VERVAARDIGING VAN TEXTIEL

17

13

171

131

Bewerken en spinnen van textielvezels

172

132

Weven van textiel:

172

132

- aantal weefgetouwen < 50

3.2

173

133

Textielveredelingsbedrijven

3.1

174, 175

139

Vervaardiging van textielwaren

3.1

176, 177

139, 143

Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen en artikelen

3.1

18

14

3.2

18

14

VERVAARDIGING VAN KLEDING; BEREIDEN EN VERVEN VAN BONT

181

141

Vervaardiging kleding van leer

3.1

182

141

Vervaardiging van kleding en kledingtoebehoren (excl. van leer)

2

183

142, 151

Bereiden en verven van bont; vervaardiging van artikelen van bont indien afvalwaterstroom van < 2.500 inwonerequivalenten

3.1

19

19

19

15

VERVAARDIGING VAN LEER EN LEDERWAREN (EXCL. KLEDING)

192

151

Lederwarenfabrieken (excl. kleding en schoeisel)

3.1

Bedrijfsactiviteiten obv VNG-lijst 2009 aangepast 2014at 1 t/m 3.2(a)

Bestemmingsplan xx 2 7 6

152

Schoenenfabrieken

20

16

HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D.

2010.1

16101

Houtzagerijen

2010.2

16102

Houtconserveringsbedrijven:

2010.2

16102

- met zoutoplossingen

3.1

202

1621

Fineer- en plaatmaterialenfabrieken

3.2

203, 204, 205

162

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout

3.2

203, 204, 205

162

Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, productieoppervlak < 200 m2

3.1

205

162902

Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken

2

21

17

21

17

2112

1712

Papier- en kartonfabrieken:

2112

1712

- productiecapaciteit < 3 ton/uur

3.1

212

172

Papier- en kartonwarenfabrieken, productiecapaciteit < 100 ton per dag

3.2

2121.2

17212

Golfkartonfabrieken:

2121.2

17212

- productiecapaciteit < 3 ton/uur

22

58

22

58

UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUCTIE VAN OPGENOMEN MEDIA

2221

1811

Drukkerijen van dagbladen

3.2

2222

1812

Drukkerijen (vlak- en rotatie-diepdrukkerijen)

3.2

2222.6

18129

Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen

2

2223

1814

Grafische afwerking

1

2223

1814

Binderijen

2

2224

1813

Grafische reproductie en zetten

2

2225

1814

Overige grafische activiteiten

2

223

182

Reproductiebedrijven opgenomen media

1

23

19

23

19

AARDOLIE-/STEENKOOLVERWERK. IND.; BEWERKING SPLIJT-/KWEEKSTOFFEN

2320.2

19202

Smeeroliën- en vettenfabrieken

24

20

24

20

2442

2120

Farmaceutische productenfabrieken:

2442

2120

- formulering en afvullen geneesmiddelen

3.1

2442

2120

- verbandmiddelenfabrieken

2

2462

2052

Lijm- en plakmiddelenfabrieken:

2462

2052

- zonder dierlijke grondstoffen

3.2

2464

205902

Fotochemische productenfabrieken

3.2

2466

205903

Chemische kantoorbenodigdhedenfabrieken

3.1

25

22

25

22

2512

221102

Loopvlakvernieuwingsbedrijven:

2512

221102

- vloeroppervlak < 100 m2

3.1

2513

2219

Rubber-artikelenfabrieken

3.2

252

222

Kunststofverwerkende bedrijven:

252

222

- productie van verpakkingsmateriaal en assemblage van kunststofbouwmaterialen

26

23

26

23

VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUCTEN

261

231

Glasfabrieken:

261

231

- glas en glasproducten, productiecapaciteit < 5.000 ton/jaar

3.2

2615

231

Glasbewerkingsbedrijven

3.1

262, 263

232, 234

Aardewerkfabrieken:

262, 263

232, 234

- vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW en productiecapaciteit < 100 ton / dag

2

262, 263

232, 234

- vermogen elektrische ovens totaal ^ 40 kW en productiecapaciteit < 100 ton / dag

3.2

2661.2

23612

Kalkzandsteenfabrieken:

2661.2

23612

- productiecapaciteit < 100.000 ton/jaar

3.2

2662

2362

Mineraalgebonden bouwplatenfabrieken

3.2

2663, 2664

2363, 2364

Betonmortelcentrales:

2663, 2664

2363, 2364

- productiecapaciteit < 100 ton/uur

2665, 2666

2365, 2369

Vervaardiging van producten van beton, (vezel)cement en gips:

2665, 2666

2365, 2369

- productiecapaciteit < 100 ton/dag

267

237

Natuursteenbewerkingsbedrijven:

267

237

- zonder breken, zeven en drogen: productieoppervlak > 2.000 m2

3.2

267

237

- zonder breken, zeven en drogen: productieoppervlak « 2.000 m2

3.1

2681

2391

Slijp- en polijstmiddelen fabrieken

3.1

2682

2399

Minerale productenfabrieken niet elders genoemd

3.2

28

25

193

3.1

20 3.2

VERVAARDIGING VAN PAPIER, KARTON EN PAPIER- EN KARTONWAREN

3.2

3.2

VERVAARDIGING VAN CHEMISCHE PRODUCTEN

VERVAARDIGING VAN PRODCTEN VAN RUBBER EN KUNSTSTOF

3.1

3.2 3.2

Bedrijfsactiviteiten obv VNG-lijst 2009 aangepast 2014at 1 t/m 3.2(a)

Bestemmingsplan xx 3 Z 6

28

25, 31

VERVAARD. EN REPARATIE PRODUCTEN VAN METAAL (EXCL. MACH./TRANSPORTMIDD.)

281

251,331

Constructiewerkplaatsen

281

251,331

- gesloten gebouw

3.2

281

251,331

- gesloten gebouw, productieoppervlak < 200 m2

3.1

2821

2529, 3311

Tank- en reservoirbouwbedrijven:

284

255, 331

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2 3.1

284

255, 331

Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., productieoppervlak < 200 m2 of productiecapaciteit 15.000 ton per jaar

2851

2561,3311

Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven:

2851

2561,3311

- algemeen, productieoppervlak < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2561,3311

- metaalharden, productieoppervlak < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2561,3311

- lakspuiten en moffelen, productieoppervlak < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2561,3311

- scoperen (opspuiten van zink), productieoppervlak < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2561,3311

- thermisch verzinken, productieoppervlak < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2561,3311

- thermisch vertinnen, productieoppervlak < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2561,3311

- mechanische oppervlaktebehandeling (slijpen, polijsten), productieoppervlak < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2561,3311

- anodiseren, eloxeren, productieoppervlak < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2561,3311

- chemische oppervlaktebehandeling, productieoppervlak < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2561,3311

- emailleren, productieoppervlak < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2561,3311

- galvaniseren (vernikkelen, verchromen, verzinken, verkoperen ed), productieoppervlak < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2852

2562, 3311

Overige metaalbewerkende industrie < 10.000 m2 op industrieterrein of < 5.000 m2 op ander terrein, of productiecapaciteit < 15.000 ton per jaar

3.2

2852

2562,3311

Overige metaalbewerkende industrie, inpandig, productieoppervlak < 200 m2

3.1

287

259, 331

Grofsmederijen, anker- en kettingfabrieken:

287

259, 331

Overige metaalwarenfabrieken niet elders genoemd

3.2

287

259, 331

Overige metaalwarenfabrieken niet elders genoemd; inpandig, productieoppervlak < 200 m2

3.1

29

27, 28, 33

2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851 2851

VERVAARDIGING VAN MACHINES EN APPARATEN

29

27, 28, 33

29

27, 28, 33

Machine- en apparatenfabrieken incl. reparatie:

29

27, 28, 33

- productieoppervlak < 2.000 m2

30

26, 28, 33

3.2

30

26, 28, 33

VERVAARDIGING VAN KANTOORMACHINES EN COMPUTERS

30

26, 28, 33

Kantoormachines- en computerfabrieken incl. reparatie

31

26, 27, 33

31

26, 27, 33

VERVAARDIGING VAN OVER. ELEKTR. MACHINES, APPARATEN EN BENODIGDH.

314

272

Accumulatoren- en batterijenfabrieken

3.2

316

293

Elektrotechnische industrie niet elders genoemd

2

32

26, 33

32

26, 33

321 t/m 323

261,263, 264, Vervaardiging van audio-, video- en telecom-apparatuur e.d. incl. reparatie

3210

2612

33

26, 32, 33

2

VERVAARDIGING VAN AUDIO-, VIDEO-, TELECOM-APPARATEN EN -BENODIGDH. Fabrieken voor gedrukte bedrading

33

26, 32, 33

VERVAARDIGING VAN MEDISCHE EN OPTISCHE APPARATEN EN INSTRUMENTEN

33

26, 32, 33

Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten e.d. incl. reparatie

34

29

34

29

VERVAARDIGING VAN AUTO'S, AANHANGWAGENS EN OPLEGGERS

341

291

Autofabrieken en assemblagebedrijven

343

293

Auto-onderdelenfabrieken, productiecapaciteit ^.000 automobielen of automobielmotoren per jaar

35

30

3.1 3.1

2

3.2

35

30

VERVAARDIGING VAN TRANSPORTMIDDELEN (EXCL. AUTO'S, AANHANGWAGENS)

351

301,3315

Scheepsbouw- en reparatiebedrijven:

351

301,3315

- houten schepen

3.1

351

301,3315

- kunststof schepen

3.2

352

302, 317

Wagonbouw- en spoorwegwerkplaatsen:

352

302, 317

- algemeen, productieoppervlak < 50.000 m2 in een gesloten gebouw of < 10.000 m2 buiten een gesloten gebouw

353

303, 3316

Vliegtuigbouw en -reparatiebedrijven:

354

309

Rijwiel- en motorrijwielfabrieken

3.2

355

3099

Transportmiddelenindustrie niet elders genoemd

3.2

3.2

Bedrijfsactiviteiten obv VNG-lijst 2009 aangepast 2014at 1 t/m 3.2(a)

Bestemmingsplan xx 4 Z 6

36

31

36

31

VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN niet elders genoemd

361

310

Meubelfabrieken

361

9524

Meubelstoffeerderijen bedrijfsoppervlak < 200 m2

1

362

321

Fabricage van munten, sieraden e.d.

2

3.2

363

322

Muziekinstrumentenfabrieken

2

364

323

Sportartikelenfabrieken

3.1

365

324

Speelgoedartikelenfabrieken

3.1

3663.1

32991

Sociale werkvoorziening

2

3663.2

32999

Vervaardiging van overige goederen niet elders genoemd

3.1

40

35

40

35

40

35

bio-energieinstallaties elektrisch vermogen < 50 MWe:

40

35

- covergisting, verbranding en vergassing van mest, slib, GFT en reststromen voedingsindustrie

3.2

40

35

- vergisting, verbranding en vergassing van overige biomassa

3.2

40

35

Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen:

40

35

- < 10 MVA

2

40

35

- 10 - 100 MVA

3.1

40

35

- 100 - 200 MVA

3.2

40

35

Gasdistributiebedrijven:

40

35

- gas: reduceer-, compressor-, meet- en regelinst. cat. A

1

40

35

- gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), cat. B en C

2

40

35

- gasontvang- en -verdeelstations, cat. D

3.1

40

35

Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt:

40

35

- stadsverwarming, thermisch vermogen < 200 MW

3.2

40

35

- blokverwarming

2

40

35

windmolens:

40

35

- wiekdiameter 20 m, ^5 MW gezamenlijk vermogen of < 10 windturbines

41

36

41

36

WINNING EN DISTRIBUTIE VAN WATER

41

36

Waterwinning-/ bereiding- bedrijven:

41

36

- bereiding met chloorbleekloog e.d. en/of straling

41

36

Waterdistributiebedrijven met pompvermogen:

41

36

- < 1 MW

2

41

36

- 1 - 15 MW

3.2

PRODUCTIE EN DISTRIBUTIE VAN STROOM, AARDGAS, STOOM EN WARM WATER

3.2

3.1

45

41,42, 43

45

41,42, 43

45

41,42, 43

Bouwbedrijven algemeen: bedrijfsoppervlak > 2.000 m2

3.2

45

41,42, 43

- bouwbedrijven algemeen: bedrijfsoppervlak « 2.000 m2

3.1

45

41,42, 43

Aannemersbedrijven met werkplaats: bedrijfsoppervlak > 1000 m2

3.1

45

41,42, 43

- aannemersbedrijven met werkplaats: bedrijfsoppervlak 1000 m2

2

50

45, 47

BOUWNIJVERHEID

HANDEL/REPARATIE VAN AUTO'S, MOTORFIETSEN

50

45, 47

501,502, 504

451,452, 454 Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven

2

501

451

Handel in vrachtauto's (incl. import en reparatie)

3.2

5020.4

45204

Autoplaatwerkerijen

3.2

5020.4

45204

Autospuitinrichtingen

3.1

51

46

51

46

GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING

5121

4621

Grth in akkerbouwproducten en veevoeders

5122

4622

Grth in bloemen en planten

2

5123

4623

Grth in levende dieren

3.2

5124

4624

Grth in huiden, vellen en leder

3.1

5125, 5131

46217, 4631

Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen

3.1

5132, 5133

4632, 4633

Grth in vlees, vleeswaren, zuivelproducten, eieren, spijsoliën

3.1

5134

4634

Grth in dranken

2

5135

4635

Grth in tabaksproducten

2

5136

4636

Grth in suiker, chocolade en suikerwerk

2

5137

4637

Grth in koffie, thee, cacao en specerijen

2

5138, 5139

4638, 4639

Grth in overige voedings- en genotmiddelen

2

514

464, 46733

Grth in overige consumentenartikelen

2

5151.1

46711

Grth in vaste brandstoffen:

5151.1

46711

- klein, lokaal verzorgingsgebied

5151.2

46712

Grth in vloeibare en gasvormige brandstoffen:

5151.3

46713

Grth minerale olieproducten (excl. brandstoffen)

5152.1

46721

Grth in metaalertsen:

5152.2 /.3

46722, 46723 Grth in metalen en -halffabrikaten

3.1

3.1 3.2 3.2

Bedrijfsactiviteiten obv VNG-lijst 2009 aangepast 2014at 1 t/m 3.2(a)

Bestemmingsplan xx 5 Z 6

5153

4673

Grth in hout en bouwmaterialen:

5153

4673

- algemeen: bedrijfsoppervlak > 2000 m2

3.1

5153

4673

- algemeen: bedrijfsoppervlak « 2000 m2

2

5153.4

46735

zand en grind:

5153.4

46735

- algemeen: bedrijfsoppervlak > 200 m2

3.2

5153.4

46735

- algemeen: bedrijfsoppervlak « 200 m2

2

5154

4674

Grth in ijzer- en metaalwaren en verwarmingsapparatuur:

5154

4674

- algemeen: bedrijfsoppervlak > 2.000 m2

5154

4674

- algemeen: bedrijfsoppervlak < = 2.000 m2

2

5155.1

46751

Grth in chemische producten

3.2

5155.2

46752

Grth in kunstmeststoffen

2

5156

4676

Grth in overige intermediaire goederen

2

518

466

Grth in machines en apparaten:

518

466

- machines voor de bouwnijverheid

3.2

518

466

- overige

3.1

519

466, 469

Overige grth (bedrijfsmeubels, emballage, vakbenodigdheden e.d.

2

52

47

52

47

DETAILHANDEL EN REPARATIE T.B.V. PARTICULIEREN

5261

4791

Postorderbedrijven

3.1

527

952

Reparatie t.b.v. particulieren (excl. auto's en motorfietsen)

1

55

55

55

55

LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING

5551

5629

Kantines

1

5552

562

Cateringbedrijven

2

60

49

60

49

6021.1

493

Bus-, tram- en metrostations en -remises

6022

493

Taxibedrijven

2

6023

493

Touringcarbedrijven

3.2

6024

494

Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks): bedrijfsoppervlak > 1000 m2

3.2

6024

494

- Goederenwegvervoerbedrijven (zonder schoonmaken tanks) bedrijfsoppervlak « 1000 m2

3.1

603

495

Pomp- en compressorstations van pijpleidingen

2

63

52

3.1

VERVOER OVER LAND

63

52

DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER

6311.2

52242

Laad-, los- en overslagbedrijven t.b.v. binnenvaart: - stukgoederen, oppervlakte bedrijf < 25 hectare

3.2

3.2

6311.2

52242

6312

52102, 52109 Distributiecentra, pak- en koelhuizen

6312

52109

Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte)

6321

5221

Autoparkeerterreinen, parkeergarages, met een oppervlakte van 100 ha of meer of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m3 of meer

2

6321

5221

Stalling van vrachtwagens (met koelinstallaties)

3.2

64

64

3.1 2

POST EN TELECOMMUNICATIE

64

53

641

531,532

Post- en koeriersdiensten

2

642

61

Telecommunicatiebedrijven

1

642

61

zendinstallaties:

642

61

- LG en MG, zendervermogen < 100 kW (bij groter vermogen: onderzoek!)

3.2

642

61

- FM en TV

1

642

61

- GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig)

1

71

77

71

77

711

7711

Personenautoverhuurbedrijven

2

712

7712, 7739

Verhuurbedrijven voor transportmiddelen (excl. personenauto's)

3.1

713

773

Verhuurbedrijven voor machines en werktuigen

3.1

714

772

Verhuurbedrijven voor roerende goederen niet elders genoemd

2

72

62

72

62

COMPUTERSERVICE- EN INFORMATIETECHNOLOGIE

72

62

Computerservice- en informatietechnologie-bureaus e.d.

1

72

58, 63

Datacentra

2

74

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82

74

63, 69tm71, 73, 74, 77, 78, 80tm82

747

812

Reinigingsbedrijven voor gebouwen

3.1

7481.3

74203

Foto- en filmontwikkelcentrales

2

7484.4

82992

Veilingen voor huisraad, kunst e.d.

1

VERHUUR VAN TRANSPORTMIDDELEN, MACHINES, ANDERE ROERENDE GOEDEREN

OVERIGE ZAKELIJKE DIENSTVERLENING

Bedrijfsactiviteiten obv VNG-lijst 2009 aangepast 2014at 1 t/m 3.2(a)

Bestemmingsplan xx 6 Z 6

90

37, 38, 39

90

37, 38, 39

MILIEUDIENSTVERLENING

9001

3700

RWZI's en gierverwerkingsinrichting, met afdekking voorbezinktanks:

9001

3700

rioolgemalen

2

9002.1

381

Vuilophaal-, straatreinigingsbedrijven e.d., met een capaciteit van 50 ton per dag of meer

3.1

9002.1

381

Gemeentewerven (afval-inzameldepots), met een capaciteit van 50 ton per dag of meer

3.1

9002.2

382

Afvalverwerkingsbedrijven:

9002.2

382

- pathogeen afvalverbranding (voor ziekenhuizen), met een capaciteit van 50 ton per dag of meer

3.1

9002.2

382

- oplosmiddelterugwinning, verwerkingscapaciteit < 50 ton/dag

3.2

9002.2

382

- verwerking fotochemisch en galvano-afval

2

9002.2

382

Composteerbedrijven:

9002.2

382

- belucht verdampingscapaciteit < 20.000 ton/jaar DREMPEL capaciteit < 50 ton per dag

93

93

93

96

OVERIGE DIENSTVERLENING

9301.1

96011

Wasserijen en strijkinrichtingen

3.1

9301.1

96011

Tapijtreinigingsbedrijven

3.1

9301.2

96012

Chemische wasserijen en ververijen

2

9301.3

96013

Wasverzendinrichtingen

2

9301.3

96013

Wasserettes, wassalons

1

9302

9602

Kappersbedrijven en schoonheidsinstituten

1

9305

9609

Dierenasiels en -pensions

3.2

9305

9609

Persoonlijke dienstverlening niet elders genoemd

1

3.2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a9476f31-c658-4360-8e94-f4fb5e53a6ed