[23bb000599] Bijlage 1 behorende bij 23bb598 over Bestemmingsplan Lidl Teldersweg
Tekst van het document
Lidl-supermarkt Teldersweg 76, Schiebroek Concept Ontwerpbestemmingsplan
Opgesteld door:
datum:
10Stadsontwikkeling Ruimte & Wonen, Bureau Bestemmingsplannen
Vastgesteld d.d.:
Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam
2 mei 2022
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1
Inleiding
5
1.1
Aanleiding
5
1.2
Gekozen planopzet
5
1.3
Ligging en begrenzing
5
1.4
Vigerende bestemmingsplannen
6
Beleid
8
2.1
Rijksbeleid
8
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
12
2.3
Gemeentelijk beleid
15
Beschrijving van het plangebied
21
3.1
Huidige situatie
21
3.2
Archeologie
21
3.3
Cultuurhistorie
24
Planbeschrijving
25
4.1
Inleiding
25
4.2
Opzet van het plan
25
4.3
Ontwikkelingen
27
4.4
Juridische planbeschrijving
30
Water
32
5.1
Beleidskader
32
5.2
Huidige watersysteem
33
5.3
De wateropgave
35
5.4
Conclusie
35
Milieu
36
6.1
Inleiding
36
6.2
Milieu effectrapportage
36
6.3
Milieuzonering
37
6.4
Geluid
39
6.5
Luchtkwaliteit
40
6.6
Bodem
42
6.7
Externe veiligheid
43
6.8
Natuur
48
Handhaving
52
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
Hoofdstuk 5
Hoofdstuk 6
Hoofdstuk 7
2
Financiële uitvoerbaarheid
53
8.1
Financieel economische uitvoerbaarheid
53
8.2
Kostenverhaal
53
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
54
9.1
Participatie
54
9.2
Vooroverleg
54
Hoofdstuk 8
Hoofdstuk 9
3
4
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Lidl is voornemens om in Schiebroek, Rotterdam de bestaande Lidl aan de Teldersweg 76 te slopen en onder te brengen in een nieuw pand. Door de geringe grootte sluit de huidige opzet van deze supermarkt niet meer aan bij de eisen van deze tijd, waarin grotere winkelformules gewenst zijn. Lidl heeft de ambitie de bestaande, gedateerde supermarkt te slopen en hiervoor een nieuwe, grotere supermarkt terug te bouwen, in combinatie met woningen en een parkeergarage. Ten behoeve van de gewenste uitbreiding en nieuwbouw wordt het huidige pand van Lidl gesloopt en wordt het perceel richting westzijde uitgebreid, de voormalige bebouwing hier is reeds gesloopt. De nieuwe supermarkt krijgt een bruto vloeroppervlak (bvo) van circa 1.926 m2. Naast de nieuw te bouwen supermarkt omvat het plan de ontwikkeling van maximaal 30 appartementen en de herinrichting van het omliggende openbare terrein, om de aantrekkelijkheid van het winkelplein te vergroten. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, zal er van het planologische regime afgeweken moeten worden middels een bestemmingsplanherziening.
1.2
Gekozen planopzet
Voor de uitbreiding van de supermarkt en de beoogde woningen geldt dat deze niet passen in het vigerende bestemmingsplan 'Schiebroek', zoals dat is vastgesteld op 27 juni 2019 door de gemeente Rotterdam. Derhalve is een (partiële) herziening van het bestemmingsplan noodzakelijk waarin alle ontwikkelingen worden meegenomen. Voorliggend bestemmingsplan betreft het nieuwe juridisch-planologische kader voor het gehele plangebied. Er wordt aangetoond dat het initiatief haalbaar is en dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
1.3
Ligging en begrenzing
Het plangebied ligt in het centrum van Schiebroek-Zuid, ten noorden van het centrum van Rotterdam. Het plangebied wordt begrensd door de Teldersweg, Wilgenplaslaan, Van Poeljeweg en het Wiardaplantsoen. Het gedeelte van de Teldersweg tussen Wilgenplaslaan en Van Poeljeweg vormt het centrum van Schiebroek-Zuid, met aan de noordzijde van oudsher een winkelstrip en aan de zuidzijde een combinatie van kerk, twee scholen en een supermarkt. Het plangebied is kadastraal bekend als Schiebroek sectie D, nummer 1278 en (ged.) 1889 en heeft een oppervlakte van circa 3.355 m2. De ligging en begrenzing van het plangebied is indicatief weergegeven in figuur 1.1. De exacte begrenzing volgt uit de verbeelding.
5
-i
Figuur 1.1 Begrenzing plangebied (Bron: Google Maps)
1.4
Vigerende bestemmingsplannen
De volgende geldende plannen zijn geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied van voorliggend bestemmingsplan gelegen. Bij elk plan is aangegeven wanneer het is vastgesteld door de gemeenteraad van Rotterdam.
6
4 4 T
4
4
4
Enke toestemming
4 4
4 + 4 4
4
4
4
4
4
4
4 4
Detailhandel 4
4'
En ke toestemming Verkeer - Verblijfsgebied
Dubbelbestemming Waarde - Archeologie:!
+T+ t
t t t hV4
4
4 4 4 4 4
4
4 4 4 4\r 1-4
4
4
4
4
4
I-
l4
4
4
4
4
4
4
4
1-4
4
4
4
4
4
4\4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
4
Gebiedsa an duiding wetgevingzone - wijzigingsgebied
4
4 4 4
4 4 4 4
4 4 4
4 4 4 4 4 4 4
r\4 4 4
t
Maatvoering
I - -I maximum bouwhoogte: 5 m
4 4 4 4 4 4
44444 4/t r 4 4/4 4 4 4 4 4,
4
4\ 4 4\ 4\4
4
4
4
4
4
4
4,
4
4
4
4 4 Figuur 1.2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (ruimtelijkeplannen.nl) Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Schiebroek', zoals vastgesteld op 27 juni 2019 door de gemeente Rotterdam (zie figuur 1.2). Ter plaatse van de huidige Lidl geldt de bestemming 'Detailhandel' met maatvoering maximum bouwhoogte: 5 meter. Daarnaast geldt de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 3' en de gebiedsaanduiding 'wetgevngszone - wijzigingsgebied'. Daarnaast geldt ter plaatse van het plangebied ook de bestemming 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Tuin-3' en tevens geldt hier de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 3'. Daarnaast gelden voor het gehele plangebied de volgende paraplubestemmingsplannen: » » »
Parapluherziening parkeernormering Rotterdam, vastgesteld op 14 december 2017 Parapluherziening biologische veiligheid, vastgesteld op 14 juni 2018; Parapluherziening evenementen, als ontwerp gepubliceerd op 7 april 2021.
De vigerende bestemmingen maken het niet mogelijk de gewenste ontwikkelingen te realiseren. Voorliggend bestemmingsplan stelt de nieuwe planologisch-juridische kaders voor het plangebied en vormt de partiële herziening van de vigerende bestemmingsplannen.
7
Hoofdstuk 2
Beleid
2.1
Rijksbeleid
2.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
In het kader van de invoering van de Omgevingswet, die nu gepland staat voor 1 januari 2023, heeft het Rijk de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) opgesteld. Welke op 11 september 2020 naar de Tweede Kamer gestuurd is. Met de Nationale Omgevingsvisie geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De intentie van het Rijk is om met de NOVI een perspectief te bieden om grote maatschappelijke opgaven aan te pakken. Bij die opgaven kan worden gedacht aan grote en complexe opgaven met betrekking tot klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw. Een centraal aspect van de NOVI is de focus op een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Werken op basis van integraliteit met betrekking tot verschillende vraagstukken in plaats van sectorale aanpakken voor individuele vraagstukken vormt de kern van deze nieuwe aanpak. Het streven naar integraliteit dat onderdeel is van de NOVI valt samen in vier verschillende prioriteiten waartussen een onderscheid wordt gemaakt in de NOVI, te weten: » » » »
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Binnen de NOVI worden drie afwegingsprincipes gehanteerd om te komen tot weloverwogen beleidskeuzes. Welke zouden moeten helpen bij het afwegen en prioriteren van verschillende belangen en opgaven. De drie afwegingsprincipes zijn: » » »
Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen.
Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provnciale niveau en vragen om nationale aandacht, welke 'nationale belangen' genoemd worden. De NOVI richt zich op 21 nationale belangen. Deze worden geografisch weergegeven va de Nationale hoofdstructuur.
Doorwerking plangebied De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen. Hierdoor kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Het onderhavige plan omvat geen ontwikkelingen die in strijd zijn met de nationale belangen en waar de NOVI op van invloed is.
2.1.2
Beleidsvisie Erfgoed en Ruimte
Vastgesteld op 15 juni 2011 In de beleidsvisie "Kiezen voor Karakter, Visie Erfgoed en ruimte" van juni 2011 schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. De beleidsvisie is complementair aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het ministerie van I&M. Daarnaast gaat het Rijk duidelijke prioriteiten stellen en aangeven welke cultuurhistorische gebieden en opgaven voor het Rijk van (inter)nationaal belang zijn en waar het Rijk voor zichzelf een rol ziet. De vijf in de vsie geschetste prioriteiten zijn: 1. Werelderfgoed: samenhang borgen, uitstraling vergroten;
8
2. 3. 4. 5.
Eigenheid en veiligheid: zee, kust en rivieren; Herbestemming als (stedelijke) gebiedsopgave: focus op groei en krimp; Levend landschap: synergie tussen erfgoed, economie, ecologie; Wederopbouw: tonen van een tijdperk.
2.1.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de juridische vertaling van nationaal ruimtelijk beleid. Het besluit bevat regels die doorwerken op gemeentelijk niveau, en dus relevant zijn voor bestemmingsplannen. Voorbeelden van zaken die geregeld zijn in het Barro zijn rijksvaarwegen, hoofdwegen, het 380 kV-netwerk en buisleidingen van nationaal belang.
Doorwerking plangebied Net als in de NOVI kenmerkt het Barro zich tot een hoog abstractieniveau en is het beleid van toepassing op specifieke locaties (bijvoorbeeld in de mainports of nabij de kust) of bij specifieke projecten. Het plangebied ligt niet in een dergelijk gebied en bevat ook een grootschalige ontwikkelingen die zijn opgenomen in het Barro. Zoals al in paragraaf bij de NOVI is aangegeven, is er geen sprake van nationale belangen in het plangebied. Het Barro bevat daarom ook geen kaderstellende uitspraken voor het plangebied.
2.1.4
Ladder voor duurzame verstedelijking
Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6 Bro) opgenomen. De ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: “De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.” Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn.ECLI:NL:RVS:2016:1503. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde Ladder in werking getreden.
Hierin is de tekst van de Ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” (artikel 3.1.6 lid 2 Bro).
Doorwerking plangebied De beoogde ontwikkeling van 30 woningen en uitbreiding van 710 m2 wvo detailhandel betreft een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Dit blijkt uit de volgende gegevens: »
«
«
Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan de bestemming detailhandel. Op basis van dit bestemmingsplan is wonen, maar ook de beoogde uitbreiding van detailhandel (totaal metrage) op de locatie niet toegestaan en is een wijziging van de bestemming noodzakelijk. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het besluit 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Het initiatief om woningen en detailhandel toe te voegen kan onder deze definitie worden geschaard. Bij een uitbreiding vanaf 12 woningen en planologische mogelijkheden vanaf 500 m2 bvo is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Aangezien het om de toevoeging gaat van 30 woningen en uitbreiding van 710 m2 detailhandel, kan het initiatief gekwalificeerd worden als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'.
9
De conclusies van de Laddertoets zijn hieronder samengevat. Voor meer informatie wordt verwezen naar het volledige onderzoeksrapport in de bijlagen.
Wonen Voor de onderbouwing van de woonbehoefte is gekeken naar de afbakening van de relevante regio, om zo de behoefte in beeld te brengen. Hiervoor wordt gekeken naar de regionale woningmarkt, die gedefinieerd wordt op basis van verhuisbewegingen. In dit behoefteonderzoek betreft de gemeente Rotterdam het primaire verzorgingsgebied en de regio Rotterdam het secundaire verzorgingsgebied. De regio is tevens het niveau waarop afspraken worden gemaakt ten aanzien van de woningbehoefte.
Kwantitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van 30 woningen voorziet in een kwantitatieve behoefte: «
»
Ingegeven door de verwachte bevolkings- en huishoudensgroei is er in de gemeente Rotterdam behoefte aan 26.530 extra woningen in de periode 2020-2030. Het afgelopen jaar zijn er in totaal 2.380 woningen aan de voorraad toegevoegd, waardoor er tot 2030 nog behoefte is aan 24.150 woningen in de gemeente Rotterdam. In de regio Rotterdam ligt de behoefte op 40.196 additionele woningen tot 2030. De huidige planvoorraad in de gemeente Rotterdam bestaat uit 49.711 plannen, waarvan 14.785 met de status 'hard'. Afgezet tegen de woonbehoefte is er sprake van een restopgave van 9.365 woningen tot 2030. In de regio Rotterdam is de inventarisatie van de plancapaciteit niet up-to-date, waardoor de cijfers van indicatieve aard zijn. Op basis van deze cijfers is sprake van een restopgave van 26.830 woningen tot 2030. Gezien de omvang van de behoefte is het aannemelijk dat er ook regionaal behoefte is aan de realisatie van extra woningen.
Kwalitatieve behoefte De beoogde ontwikkeling van 30 appartementen voorziet tevens in een kwalitatieve behoefte: » «
«
Vanwege de omvang van de kwantitatieve behoefte is er in beginsel behoefte aan toevoeging in vrijwel ieder kwalitatief segment. Vanwege het stedelijke karakter van Rotterdam en de opbouw van de woningvoorraad (voornamelijk huur), wordt verwacht dat het accent van de behoefte vooral zal liggen op de huurvoorraad. Daarbij ligt de nadruk op huurwoningen in midden en hogere segment. Tegelijkertijd blijft er ook behoefte aan goedkopere huurwoningen (deels als vervangingsopgave). Het plangebied behoort tot het (te ontwikkelen) groen-stedelijk woonmilieu. Door de verschuiving van behoeftes willen mensen steeds meer wonen in de wijken rondom het centrum, in de luwte van voorzieningen. Onder andere het groen-stedelijk woonmilieu is daardoor populair. Voor dit woonmilieu geldt dat er op regionaal niveau behoefte is aan toevoeging van zowel appartementen als grondgebonden woningen. De nadruk ligt op toevoeging van huurappartementen en eengezins koopwoningen.
Geen onaanvaardbare effecten De woningbehoefte in de gemeente en regio Rotterdam is dusdanig groot dat ook na het realiseren van het planinitiatief behoefte blijft bestaan voor het realiseren van nieuwe woningen. Daarmee wordt verwacht dat er geen sprake zal zijn van onaanvaardbare effecten. Daarnaast draagt het realiseren van woningen bij aan het creëren van een levendig woon- en leefklimaat in de gemeente Rotterdam.
Detailhandel Voor de onderbouwing van de behoefte aan dagelijkse detailhandel in het kader van de Ladder is vooraf het ruimtelijk verzorgingsgebied afgebakend, om zo de behoefte aan het initiatief in beeld te kunnen brengen. Voor dagelijkse boodschappen is de consument in toenemende mate lokaal georiënteerd. Supermarkten hebben dan ook overwegend een verzorgingsfunctie voor de eigen buurt, wijk. Het relevante verzorgingsgebied in het huidige onderzoek is het stadsdeel Hillegersberg-Schiebroek, waar buurtcentrum Teldersweg onderdeel van uitmaakt. Dit gebied is ruimtelijk afgebakend door harde fysieke
10
barrières, snelweg A20 en provinciale wegen N471 en N209.
Kwantitatieve behoefte De beoogde uitbreiding van Lidl voorziet in een kwantitatieve behoefte: »
»
»
In de huidige situatie functioneert het dagelijks winkelaanbod indicatief beneden het landelijk vijfjaargemiddelde. Het verschil is aanvaardbaar maar geeft wel een indicatie dat het functioneren onder druk staat. Het negatief functioneren heeft mede te maken met verouderd aanbod, waardoor relatief veel bestedingen afvloeien. Naar verwachting neemt het functioneren de komende jaren toe door modernisering van het aanbod en doordat de lokale oriëntatie van consumenten toeneemt. Ook de toevloeiing neemt naar verwachting toe als gevolg van een toename van het inwonertal in de directe omgeving. Het toekomstige economisch functioneren ligt nog altijd beneden het landelijk gemiddelde, maar neemt indicatief met 2 à 30Zo toe ten opzichte van de huidige situatie. Verdere modernisering van het aanbod (lees: supermarkten) biedt kansen om de binding verder te verhogen.
Kwalitatieve behoefte De beoogde uitbreiding van Lidl geeft nadrukkelijk invulling aan een kwalitatieve behoefte. »
»
»
»
»
Uitbreiding en modernisering van Lidl draagt bij aan de toekomstbestendigheid van de supermarkt en de consumentenverzorging in Hillegersberg-Schiebroek. Het assortiment wordt uitgebreid met meer verse en luxe artikelen en de winkelopzet wordt sterk verbeterd. Het initiatief speelt hiermee nadrukkelijk in op de hedendaagse consumentenbehoefte. Lidl wordt een volwaardige en toekomstbestendige supermarkt en kan daarmee de functie blijven vervullen als primaire drager van het boodschappencentrum Teldersweg. Andere winkels en voorzieningen profiteren van de trekkracht van Lidl. Uitbreiding van Lidl draagt daarmee niet alleen bij aan de toekomstbestendigheid van de supermarkt, maar ook van het centrumgebied als geheel. De toekomstbestendigheid van Teldersweg is van belang omdat het centrumgebied waardevol is als boodschappenlocatie, maar ook als centraal voorzieningencluster, ontmoetingsplek en in het verlengde daarvan de leefbaarheid voor de wijk. In de huidige vorm is de kans groot dat Lidl op termijn zal verdwijnen. Zonder supermarkt als voornaamste trekker zal het centrumgebied stevg onder druk komen te staan en ligt verloedering op de loer. De aanvullende parkeerbehoefte wordt opgelost met een parkeerkelder. Hierdoor neemt de parkeerdruk op straatniveau af en bovendien komt dit ten goede aan de aantrekkelijkheid van de openbare ruimte (o.a.
minder auto's, meer ruimte voor groen en verblijfskwaliteit).
Geen onaanvaardbare effecten De beoogde uitbreiding van Lidl heeft naar verwachting geen onaanvaardbare effecten voor de bestaande structuur. De kans op leegstand is naar verwachting beperkt. «
Het is niet de verwachting dat bestaand winkelaanbod zal verdwijnen als gevolg van het initiatief. Op basis van de distributieve benadering blijkt dat het economisch functioneren nagenoeg gelijk zal blijven of zelfs beperkt toeneemt als gevolg van een hogere binding en toevloeiing. Voor dagelijkse winkels in Hillegersberg-Schiebroek blijft voldoende omzet te behalen om gezond te functioneren. Bovendien blijft er ook ruimte om andere winkelgebieden in het verzorgingsgebied te versterken.
Het omzeteffect voor supermarkten en overige dagelijks aanbod is naar verwachting beperkt. »
« »
Supermarkten concurreren vooral met andere supermarkten. Het betreft in dit geval uitbreiding van een bestaande supermarkt met een bestaand klantenbestand. De concurrentieverhoudingen tussen bestaande supermarkten zullen hierdoor niet drastisch wijzigen. Daarbij is de uitbreiding tevens nodig om de winkelbeleving te verbeteren (bredere gangpaden, etc.). De extra winkelmeters zullen niet één-op-één resulteren in een hogere omzet van Lidl. Bovendien bedient Lidl als soft discounter deels een andere marktsegment dan de andere supermarkten in Hillegersberg-Schiebroek (full servce en hard discount). Het is niet de verwachting dat bestaande (vers)speciaalzaken verdwijnen. Supermarkten
11
»
concurreren in de eerste plaats met andere supermarkten en bovendien functioneren de (vers)speciaalzaken nu ook al in de aanwezigheid van Lidl. Het is ook niet de verwachting dat supermarkten buiten Hillegersberg-Schiebroek zullen verdwijnen als gevolg van het initiatief. Eventueel omzeteffect zal zich spreiden over een groot aantal supermarkten en per supermarkt beperkt zijn. Bovendien neemt in grote delen van Rotterdam het draagvlak de komende jaren toe.
Voor de onderbouwing via de Ladder is relevant of de ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt binnen of buiten het bestaand stedelijk gebied. » »
Het plangebied heeft in het vigerende bestemmingsplan de bestemming 'Detailhandel'. Dit betekent dat het plangebied een stedelijke functie heeft. Het plangebied wordt daarnaast omringd door andere stedelijke functies, waaronder 'Wonen' en 'Gemengd-2'.
Gezien het voorgaande is dus sprake van een ligging 'binnen bestaand stedelijk gebied' en is een verder motivering op dit punt niet nodig.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
Algemeen Op 20 februari 2019 heeft de provincie Zuid-Holland het Omgevingsbeleid vastgesteld. Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Uit de provinciale opgaven worden samenhangende beleidskeuzes gemaakt, die doorwerken naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen.
12
2.2.1
Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Zuid-Holland (2019)
13
Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Voor de bebouwde ruimte streeft de provincie naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied. De provincie zet ten eerste in op verdichting, concentratie en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Voor het versterken van een vitale, innovatieve en toekomstbestendige regionale economie en voor zorgvuldig ruimtegebruik is de concentratie en clustering van detailhandel in de centra van steden en wijken een kernpunt. Het provinciaal beleid maakt een grove beleidsmatige driedeling in soorten winkelgebieden: te versterken centra, de te optimaliseren centra en de overige centra. De overige centra vervullen een lokale functie, zijn belangrijk voor de bereikbaarheid van het dagelijks aanbod en hebben een meerwaarde voor de leefbaarheid van de kleine kernen, wijken en buurten. Het toekomstperspectief is divers: sommige centra functioneren goed, andere centra komen in aanmerking voor een facelift, herprofilering, (gedeeltelijke) transformatie of samenvoeging.
Voor deze categorie centra kan eventuele beperkte groei van het winkeloppervlak aan de orde zijn om de dynamiek in de dagelijkse sector te faciliteren. Leefbaarheid in en van kleine kernen hangt in veel gevallen samen met de beschikbaarheid en bereikbaarheid van dagelijks winkelaanbod. In deze sector zien we een tendens naar schaalvergroting van supermarkten. In de Verordening ruimte is aangegeven dat nieuwe detailhandel primair binnen of aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie moet worden gerealiseerd. Voor (ontwerp)bestemmingsplannen die nieuwe detailhandel groter dan 2.000 m2 bruto vloeroppervlak binnen de centra mogelijk maken, moet worden aangetoond dat het woon- en leefklimaat en de ruimtelijke kwaliteit niet onevenredig worden aangetast. Het gaat daarbij onder meer om het voorkomen van onaanvaardbare leegstand. Met het oog hierop is advies nodig van de Adviescommissie Detailhandel Zuid-Holland. Voor de beoogde nieuwbouw en uitbreiding is afstemming niet van toepassing, aangezien de ontwikkeling geen nieuwe detailhandel groter dan 2.000 m2 bruto vloeroppervlak mogelijk maakt, het betreft uitbreiding en nieuwbouw voor reeds bestaande detailhandel.
Doorwerking plangebied De beoogde modernisering en uitbreiding van Lidl zorgt voor een structuurverbetering van het winkelcentrum in Schiebroek-Zuid. Zo versterkt de consumentenverzorging (kwalitatief beter aanbod) en tevens worden het nieuwe winkelplein en de parkeergelegenheden heringericht. Algehele ontwikkeling zorgt voor een opwaardering van het winkelgebied en de openbare verblijfsruimte. De revitalisering van de winkelstrip aan de Teldersweg vormt de opmaat naar grootschalige vernieuwing van Schiebroek-Zuid. De winkelstrip - als nieuw hart van de wijk - moet kwaliteit krijgen en uitstralen. Dat is mede van belang omdat het de eerste ontwikkeling is in een reeks van ontwikkelingen om Schiebroek-Zuid te vernieuwen. Voor de toekomst wordt beoogd het bestaande buurtcentrum te behouden en te versterken door het faciliteren van een grotere supermarkt, het toevoegen van woningen en het verhogen van de verblijfskwaliteit van de buitenruimte. Zuid-Holland wil de woningbouw versnellen, met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit. Als verdichting plaatsvindt binnen de stad, dan draagt dit bij aan de versterking van de ruimtelijke karakteristiek. De ontwikkeling levert bovendien een bijdrage aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving door het transformeren van een bestaande locatie naar bebouwing die beter aansluit op de omgeving en aanslui op de woonvraag van Rotterdam.
Daarnaast is de onderhavige ontwikkeling met woningen en detailhandel in deze toelichting onderbouwd va de ladder duurzame verstedelijking. Hiermee is aangetoond dat het initiatief past binnen de kaders van de Omgevingsvisie Zuid-Holland.
14
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Omgevingsvisie Rotterdam
Op 2 december 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Rotterdam de Omgevingsvisie Rotterdam vastgesteld. Deze omgevingsvisie heeft de titel 'De Veranderstad. - Werken aan een stad voor iedereen.' gekregen. De omgevingsvisie is de integrale visie op de fysieke leefomgeving. Met fysieke leefomgeving wordt alles bedoeld dat nodig is om in Rotterdam Het omvat alle elementen die de ruimte bepalen zoals: bouwwerken, infrastructuur, watersystemen, water, bodem, lucht, landschappen, natuur, cultureel erfgoed en werelderfgoed. De ontwikkeling van de fysieke leefomgeving hangt sterk samen met de sociale leefomgeving en het economische domein. Daarom zijn ruimtelijke aspecten op het gebied van maatschappelijke ontwikkeling, milieu en economie ook onderdeel van deze visie. De omgevingsvisie beschrijft integrale, allesomvattende opgaven en keuzes voor Rotterdam. Tot de invoering van de Omgevngswet heeft dit document de status van structuurvisie onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Vanaf de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal de vsie officieel de juridische status van omgevingsvisie krijgen. De gemeente Rotterdam maakt in haar omgevingsvisie vijf hoofdkeuzes, te weten: I. Rotterdam zet in op prettig leven in de delta; II. III. IV. V.
Rotterdam gaat verstedelijken en verbinden; Rotterdam zet in op vitale wijken; Rotterdam zet de schouders onder de energie- en grondstoffentransitie; Rotterdam vernieuwt het verdienvermogen
Om tot een integrale blik te komen, wordt gewerkt met vijf langetermijndoelen die gezamenlijk richting geven aan de toekomst van de fysieke leefomgeving. Dit worden perspectieven genoemd. Ze vormen het kompas waarmee de koers van de gemeente bepaald wordt. Niet elk van de perspectieven kan altijd in even grote mate worden nagestreefd. Alle ontwikkelingen worden echter wel door de brillen van deze vijf perspectieven bekeken. Concreet gezien gaat het hierbij om de volgende perspectieven: 1. 2. 3. 4. 5.
compacte stad; inclusieve stad; duurzame stad; gezonde stad; productieve stad.
Doorwerking plangebied Met onderhavig plan wordt bijgedragen aan de vitaliteit van de omgeving van het plangebied. Door het realiseren van een nieuwe winkel met appartementen wordt een positive bijdrage geleverd aan het creëren van een prettigere leeromgeving. Ook zorgt het realiseren van de nieuwbouw voor een ruimtelijke kwaliteitsimpuls, mede aangezien oude, gedateerde bebouwing wordt vervangen door nieuwe bebouwing. Daarnaast wordt aangesloten bij de langetermijndoelen tot het creëren van een compacte, inclusieve, duurzame en productieve stad. Hiermee wordt bijgedragen aan het bereiken van de beleidsdoelstelling als neergelegd in de gemeentelijke omgevingsvisie. Geconcludeerd kan daarom worden dat de beoogde ontwikkelingen passen binnen de beleidskaders van de Omgevingsvisie Rotterdam.
15
2.3.2
Detailhandelsnota Rotterdam 2017
In juni 2017 is de Detailhandelsnota Rotterdam 2017 vastgesteld. De detailhandelsnota beschrijft hoe gemeente Rotterdam de toekomst ziet van winkels in de stad. De gemeente gebruikt deze nota als richtlijn bij beslissingen over detailhandel. In de toekomst neemt het aantal winkels in Rotterdam af. Dit komt bijvoorbeeld doordat mensen steeds vaker online kopen. Bepaalde winkelgebieden zijn zo aantrekkelijk voor het winkelend publiek dat daar altijd wel winkels zullen blijven. In andere gebieden zullen op den duur winkels verdwijnen. In de detailhandelsnota staat waar winkels nog succesvol kunnen blijven en waar een andere ontwikkeling logischer lijkt. Het verschil in toekomstperspectief voor detailhandel in verschillende gebieden betekent dat de gemeente ook op verschillende manieren met deze gebieden omgaat. In gebieden waar succesvolle winkels lijken te blijven, stimuleert en ondersteunt de gemeente vooral plannen om het winkelgebied te verbeteren. In gebieden waar een ontwikkeling in een andere richting logischer lijkt, zet de gemeente zich in om winkelpanden een andere functie te geven (transformatie). De gemeente Rotterdam zet in op een krachtige, toekomstbestendige winkelstructuur, waarbij de consument centraal staat. De focus ligt daarbij op concentratie van detailhandel in (of aansluitend aan) bestaande winkelconcentraties. » »
Een belangrijk uitgangspunt is het creëren en behouden van een compleet en aantrekkelijk pakket dagelijkse voorzieningen in de woonomgeving. Supermarkten hebben een belangrijke rol als trekker voor boodschappencentra en krijgen daarom een plek in of nabij bestaande centra.
De gemeente wil in principe meewerken aan nieuwe initiatieven onder de volgende voorwaarden: » « »
Aantonen dat het initiatief meerwaarde heeft voor de lokale en/of regionale detailhandelsstructuur. Aantonen dat het een versterking is voor bestaande winkelgebieden en anders aangeven waarom het initiatief niet in- of aangrenzend aan een bestaand winkelgebied wordt gefaciliteerd. Aantonen dat er geen (blijvende) negatieve effecten zijn voor de bestaande of beoogde detailhandelsstructuur.
Door middel van gebiedsgerichte uitwerkingen maakt Rotterdam de koers voor winkelconcentraties en ontwikkelingen per gebied inzichtelijk. In de gebiedskoers voor Hillegersberg-Schiebroek is Teldersweg aangeduid als een klein boodschappencentrum met een lokale functie. Deze functie kan worden behouden, indien wordt ingespeeld op gemak voor omwonenden.
Doorwerking plangebied De positie van de supermarkt Lidl aan de Teldersweg is essentieel voor behoud van de boodschappenfunctie voor de wijk. Momenteel worden de gebiedskoersen geactualiseerd voor de termijn 2021-2024. In de nieuwe gebiedskoers is de uitbreiding van Lidl aangeduid als een van de belangrijkste opgaven. Met dit bestemmingsplan wordt daar uitvoering aan gegeven. De ontwikkelingen zijn in lijn met de Detailhandelsnota Rotterdam 2017.
2.3.3
Woonvisie Wonen in Rotterdam
De woonvisie is een vergezicht op Rotterdam als aantrekkelijke woonstad in 2030. De belangrijkste onderwerpen zijn groei, balans, kwaliteit - nu en in de toekomst - en de basis op orde. In 2030: » »
»
Is er variatie in woningen. De diverse woningtypen passen bij de verscheidenheid van de bewoners en bij het karakter van de verschillende Rotterdamse wijken. Zijn de woningen van goede kwaliteit en energiezuinig. Kwaliteit betekent ook dat de woningen aansluiten bij de uiteenlopende woonwensen van Rotterdammers en dat ze flexibel aangepast kunnen worden als de woonwensen in de toekomst wijzigen. Is het aantal middeldure en dure woningen toegenomen. Rotterdammers kunnen hierdoor doorgroeien en hoeven niet langer voor een groter huis de stad uit te trekken.
16
«
Is het goed wonen in de stad. Ook voor de oudere Rotterdammer of de Rotterdammer die wat minder te besteden heeft.
In 2019 heeft de gemeenteraad een aanvulling op de Woonvisie vastgesteld: de nota 'Thuis in Rotterdam', Addendum op de Woonvisie. Met het Addendum wil de gemeente het woningaanbod in Rotterdam nog beter laten aansluiten op de behoeften van Rotterdammers. De gemeente spreekt in de woonvisie de ambitie uit om een breed scala aan aantrekkelijke woonmilieus met een duidelijk profiel en uitgebalanceerd woningbestand te hebben. Het woningbestand dient te bestaan uit kwalitatieve woningen met toekomstwaarde, zowel in energetische zin als door flexibiliteit in de woning en diversiteit in het woningbestand. Daarnaast dient 'de basis op orde' te zijn. Dat betekent dat de kwetsbaren in de maatschappij worden ondersteund in of naar een voor hun passende woonsituatie. Op basis van de voorgenoemde ambities zijn doelen en prioriteiten opgesteld. Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling zijn onderstaande doelen en prioriteiten relevant: » « »
Stadsbreed is de leidraad voor nieuwbouw: 20Zo sociaal segment, 30Zo middensegment, 30Zo hoger segment en 20Zo topsegment. Stadsbreed ligt de focus op het midden en hogere segment. De gewenste ontwikkelrichting voor het woonmilieu 'Groenstedelijk' (waartoe de planlocatie behoort) is het op peil houden van de leefbaarheid en het borgen van het woongenot. De wijze waarop dit vorm krijgt, verschilt per wijk. Zo is er voor Schiebroek-Zuid op korte termijn behoefte aan fysieke ingrepen en verbeteringen aan de woningvoorraad.
In de periode 2018-2021 zet de gemeente Rotterdam in op de startbouw van 18.000 nieuwe woningen (4.500 per jaar). Om dit te kunnen realiseren is volgens de gemeente een overmaat nodig van 400Zo in de plancapaciteit. Hiermee kan planuitval en vertraging opgevangen worden.
Doorwerking plangebied Met onderhavige ontwikkeling worden onder andere 30 appartementen gerealiseerd. De ontwikkeling sluit aan op de woonvisie, de bouw van appartementen voorziet in de behoefte aan appartementen en toekomstbestendige woningen. De gewenste ontwikkelrichting voor het woonmilieu 'Groenstedelijk' is het op peil houden van de leefbaarheid en het borgen van het woongenot. Aangegeven wordt dat de wijze waarop dit vorm krijgt, per wijk verschillend is. Met onderhavige ontwikkeling worden nieuwe, moderne woningen gerealiseerd. Door de huidige woningdruk en doordat de directe omgeving van de planlocatie bestaat uit ietwat gedateerde bebouwing (jaren '60), mag naar redelijkheid worden aangenomen dat de ontwikkeling een positieve bijdrage levert aan de leefbaarheid, de hedendaagse woningkwaliteit en het woongenot in de wijk.
2.3.4
Actieplan middenhuur (2019)
De gemeenteraad heeft in het voorjaar van 2019 het actieplan middenhuur vastgesteld. Rotterdam wil tot 2030 minstens 8.000 nieuwe huurwoningen bouwen voor Rotterdammers met een middeninkomen. Dit moet er mede voor zorgen dat deze groep mensen in de stad blijft wonen. Om het middensegment te behouden en uit te breiden zijn in het actieplan middenhuur onder andere de volgende concrete acties geformuleerd met betrekking tot nieuwbouw: » » «
«
Middenhuur wordt uitgevraagd in projecten; De gemeente gaat preventief een verordening middenhuur opstellen. Inhoudelijk bepaalt de verordening de bandbreedte van het middensegment en de (privaatrechtelijke) voorwaarden. Bij nieuwbouwplannen in middenhuur wordt er een koppeling gemaakt tussen gbo en aanvangshuur. De gemiddelde oppervlakte van alle huurwoningen in een project moet minimaal een bepaalde oppervlakte zijn. Tegelijkertijd mag de gemiddelde aanvangshuur van alle middenhuurwoningen in een project niet hoger zijn dan een bepaald bedrag; Inzet op meer ruimte voor corporaties bij nieuwbouw vrije sector;
Doorwerking plangebied
17
Met onderhavige ontwikkeling worden onder andere 30 appartementen gerealiseerd. Wanneer er met het planinitiatief woonproducten in het middensegment gerealiseerd worden is de gemeentelijk eis ten aanzien van middenhuur een aandachtspunt. Op basis van het groenstedelijke woonmilieu mag de gemiddelde aanvangshuur van woningen in dit segment maximaal C 900,- (prijspeil 1-1-19) bedragen. In de anterieure overeenkomst is een prijs vastgesteld van C 1.060 (prijspeil 2021). Tevens geldt er een gemiddelde oppervlakte van alle huurwoningen in een project. In de groenstedelijke gebieden is met een gemiddelde oppervlakte van ten minste 70 m2 ruimte voor meer differentiatie in het woningaanbod en daarmee voor verschillende doelgroepen, waaronder gezinnen. Met onderhavig plan is er met de gemeente geen gemiddeld oppervlakte van huurwoningen afgestemd. De doelgroep is kleine huishoudens, met ook ruimte voor ouderen en starters.
2.3.5
Gebiedsvisie Schiebroek 2030, tuinstad van de 21e eeuw
Eind november heeft de gemeenteraad de 'Gebiedsvisie Schiebroek 2030' vastgesteld. Schiebroek is een levendige wijk waar het prettig wonen is, met veel groen en sport- en welzijnsvoorzieningen. Dat is het toekomstbeeld dat de ‘Gebiedsvisie Schiebroek 2030, tuinstad van de 21e eeuw’ voor deze wijk laat zien. De visie gaat uit van drie belangrijke punten: » » »
meer en beter groen in Schiebroek betere leefbaarheid in Schiebroek-Zuid ontwikkeling van de spoorzone langs de metrostations Melanchtonweg en Meijersplein
Voorzieningen zijn cruciaal voor de leefbaarheid en levendigheid van een wijk. Ze vormen vaak een aanleiding om elkaar te ontmoeten. Denk aan een praatje op het winkelplein. Aan de Teldersweg wordt daarom ingezet op een kleinschalig aantrekkelijk woon-winkelcentrum, het nieuwe hart van Schiebroek-Zuid. Het wijkwinkelcentrum krijgt een forse impuls met de herontwikkeling van de kerk en de scholen naar woningen. De supermarkt wordt vergroot. Om en tussen de woningen en de supermarkt komt aantrekkelijke buitenruimte waarbij ook het groen langs het Wiardapad wordt meegenomen. Dit vernieuwde winkelcentrum vormt samen met het Wiardaplantsoen en het park aan de Donkersingel het nieuwe hart van Schiebroek-Zuid.
Doorwerking plangebied De herontwikkeling en opwaardering van het wijkwinkelcentrum aan de Teldersweg in Schiebroek worden expliciet genoemd in de 'Gebiedsvisie Schiebroek 2030'. De Teldersweg is een klein boodschappencentrum in Schiebroek-Zuid, met een specifieke functie voor direct omwonenden. Het is klein, maar levensvatbaar: het aantal ondernemers blijft constant en ze investeren ook in hun bedrijf. Veel bewoners maken voor de dagelijkse boodschappen gebruik van het winkelaanbod op de Teldersweg. Door de geringe grootte sluit de huidige opzet van deze supermarkt niet meer aan bij de eisen van deze tijd, waarin grotere winkelformules gewenst zijn. Lidl heeft de ambitie de bestaande, gedateerde supermarkt te slopen en hiervoor een nieuwe, grotere supermarkt terug te bouwen, in combinatie met woningen en parkeren. De uitbreiding van de supermarkt in het gebied is onderdeel van de gebiedsontwikkeling aan de Teldersweg die een impuls moet geven aan de algehele leefbaarheid in de wijk. De vernieuwde en vergrote supermarkt met appartementen en de herinchting van het winkelplein zorgt voor een opwaardering van het winkelgebied en de openbare verblijfsruimte. De ontwikkeling is in lijn met de 'Gebiedsvisie Schiebroek 2030'
18
2.3.6
Welstandsnota Rotterdam
Het welstandsbeleid is op 11 oktober 2012 door de gemeenteraad vastgelegd in de 'Welstandsnota Rotterdam'. Deze nota is een geactualiseerde versie van de 'Koepelnota Welstand Rotterdam' uit 2004 die hiermee is komen te vervallen. Op de kaart 'Welstandsniveaus' behorende bij deze nota is aangegeven welk welstandsregiem van toepassing is: vrij, regulier of bijzonder.
Doorwerking plangebied De locatie is in de Welstandsnota Rotterdam aangeduid als gebiedstype 'Stempel- en strokenbouw'. Dit betekent dat voor deze locatie naast de vaste criteria ook de aanvullende criteria beschreven in het gebiedstype 'Stempel- en strokenbouw' gelden. De commissie voor Welstand en Monumenten zal op basis daarvan de architectonische uitstraling en verschijningsvorm van het ingediende bouwplan toetsen. Het planvoornemen is op 3 mei 2021 reeds gepresenteerd aan commissie voor Welstand en Monumenten.
2.3.7
Duurzaamheid en Energie
Op 20 december 2020 heeft de gemeente Rotterdam het vernieuwde 'Duurzaamheidskompas Rotterdam' ('Duurzaamheidskompas') vastgesteld. Hierin staan alle ambities van de gemeente op het gebied van duurzaamheid op een rij. In het Duurzaamheidskompas is terug te vinden: 1.
Welke doelstellingen Rotterdam deze collegeperiode in 2030 en in 2050 nastreeft op het gebied van duurzaamheid;
2.
Hoe de transities op het gebied van duurzaamheid dichter bij elkaar worden gebracht en geïntegreerd, zodat ze elkaar versterken;
3.
Op welke manier met welk thema aan de slag wordt gegaan en hoe stap voor stap naar het realiseren van de duurzaamheidsdoelstellingen wordt gewerkt.
In het Duurzaamheidskompas zijn ambities opgenomen met betrekking tot vier thema's: I. II.
energietransitie; circulair;
III. klimaatbestendig; IV. gezonde leefomgeving.
De gemeente Rotterdam heeft (inter)nationale doelen ten aanzien van bovenstaande thema's vertaald naar Rotterdamse doelen. Hierbij is ook de belangrijkste indicator voor de komende periode benoemd. Zo is ten aanzien van het thema energietransitie als doel gesteld om in 2030 490Zo minder CO2 uit te stoten dan in 1990. In 2050 moet Rotterdam energieneutraal zijn. Ten aanzien van het thema klimaatbestendigheid is het doel om in 2025 volledig klimaatadaptief te zijn.
Verder hanteert de gemeente Rotterdam zeven verschillende uitgangspunten ten aanzien van het realiseren van de doelstellingen uit het Duurzaamheidskompas, beschreven vanuit het perspectief van de gemeente: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.
We doen het samen met Rotterdammers en onze partners; Als gemeente geven we zelf het goede voorbeeld; We doen het al lerend en faciliteren innovatie; We benutten koppelkansen; We stellen kaders en handhaven waar het moet; We zorgen dat we onze ambities betaalbaar, betrouwbaar en veilig realiseren; We communiceren op maat.
Het Bouwbesluit vormt het minimaal te realiseren kwaliteitsniveau in Nederland. De gemeente Rotterdam heeft daar boven op het document 'De Rotterdamse Woningkwaliteit' (RWK) opgesteld (meest recente versie maart 2005). Het RWK is een eenvoudig systeem van aanvullende kwaliteiten op het Bouwbesluit en bestaat uit zes thema's: oppervlakte, veiligheid, toegankelijkheid, duurzaamheid,
19
flexibiliteit en comfort. Het RWK is vrijblijvend te gebruiken.
Doorwerking plangebied Met onderhavig plan wordt aansluiting gezocht bij de ambities van de gemeente Rotterdam op het gebied van duurzaamheid. De supermarkt en de woningen zullen daarom aardgasloos worden gerealiseerd. Meer duurzame oplossingen op het gebied van de installaties, zoals vloerverwarming, ledverlichting en pv-panelen, verdienen de voorkeur. Tevens zal zoveel mogelijk worden gewerkt met natuurlijke materialen. De winkelruimte wordt gerealiseerd met duurzame materialen. Qua energiezuinigheid wordt uitgegaan van A+++++. Algemeen kan worden opgemerkt dat de supermarkt en de woningen worden gebouwd conform het Bouwbesluit 2012 en daarmee energiezuinig zullen zijn.
2.3.8
Afwegingskader Bezonning
Op 27 september 2021 heeft de gemeenteraad van Rotterdam een afwegingskader bezonning vastgesteld. De uitgangspunten voor een nieuw Rotterdams afwegingskader voor bezonning heeft als leidraad de (lichte) TNO-richtlijn, is vergelijkbaar met beleid in andere steden en sluit aan op de Rotterdamse context. Er wordt primair uitgegaan van de 2 uur benedengrens voor bezonning zoals bij de lichte TNO-richtlijn, maar de toetsingsdata worden gelijkgetrokken met die van de Hoogbouwvisie 2019. In de Hoogbouwvisie (2019) is als maatgevende periode 21 maart t/m 21 september gehanteerd en dit afwegingskader sluit daarbij aan. Bij het toevoegen van hoogbouw moet er in ieder geval duidelijk zijn in hoeverre het nieuwe volume extra schaduw in de stad geeft. Per plek kan de invloed van extra schaduw anders beoordeeld worden. Om onderscheid te maken in de eisen die worden gesteld aan plekken in de stad en hoeveel vermindering er mag optreden in zonuren, zijn twee typen ruimtes gedefinieerd. Op plekken die zijn aangewezen als zogenaamde sunspot, mag géén vermindering van zonuren optreden binnen de aangewezen tijden. Daarnaast zijn er representatieve ruimtes waar zon belangrijk is, maar waar wel enige vermindering in zonuren mag optreden.
Doorwerking plangebied In het kader van een goede ruimtelijke ordening is door BRO een bezonningsstudie uitgevoerd. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar de bijlagen. In het onderzoek naar de bezonning zijn de huidige planologische situatie en de nieuw voorgestelde planologische situatie met elkaar vergeleken. Door de planologische situaties met elkaar te vergelijken worden de werkelijk toegestane mogelijkheden onderzocht die bestemmingsplannen toelaten. Hiermee kan het verschil in bouwregels bij een maximale uitvoering worden onderzocht voor de twee situaties.Bij dit onderzoek zijn de percelen aan Van Poeljeweg 1 t/m 11 (oneven nummers) onderzocht. Verder is de bezonning van de gevelopeningen aan Teldersweg 1 t/m 11 (oneven nummers) bestudeerd. Op basis van het onderzoek naar bezonning van percelen als gevelopeningen kan gesteld worden dat er geen dermate grote achteruitgang van bezonning is dat er onredelijke afbreuk van woongenot plaatsvindt. Om die reden is het te verantwoorden de verandering van planologische situatie, en daarmee beoogde bebouwing, goed te keuren.
20
Hoofdstuk 3 3.1
Beschrijving van het plangebied
Huidige situatie
Het plangebied ligt in het centrum van Schiebroek-Zuid, ten noorden van het centrum van Rotterdam. Het plangebied wordt begrensd door de Teldersweg, Wilgenplaslaan, Van Poeljeweg en het Wiardaplantsoen. Het gedeelte van de Teldersweg tussen Wilgenplaslaan en Van Poeljeweg vormt het centrum van Schiebroek-Zuid, met aan de noordzijde van oudsher een winkelstrip en aan de zuidzijde een combinatie van kerk, twee scholen en een supermarkt. Al jaren mist de zuidkant van de Teldersweg levendigheid door leegstand van de kerk en scholen en de gedateerde opzet van de supermarkt. Opgave is het tij te keren door dit deel van de Teldersweg te transformeren tot het vitale 'hart-van-de-buurt', met een aantrekkelijk programma en een buitenruimte met hoge verblijfskwaliteit. Figuur 3.1 toont de Lidl-supermarkt aan de Teldersweg in de huidige situatie.
ĴL Bi
r- .
JÍ-
Figuur 3.1 Huidige situatie plangebied gezien vanaf de Teldersweg (Bron: Google Maps)
3.2
Archeologie
Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het Rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: » « »
te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden.
De gemeente Rotterdam heeft een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en
21
komt mede voort uit het Rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Door de ondertekening van het Verdrag van Malta (Valletta, 1992) heeft Nederland zich verplicht tot het beschermen van het archeologisch erfgoed. Uitgangspunt van het verdrag is het archeologisch erfgoed waar mogelijk te behouden. De Erfgoedwet (opvolger van de Wet op de archeologische monumentenzorg) is het eindresultaat van de implementatie van het Europese Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed in de Nederlandse wetgeving. De wet bevat 3 belangrijke uitgangspunten: » « »
het streven naar behoud ter plaatse van archeologische waarden; het tijdig betrekken van de archeologische waarden in de ruimtelijke ordening door het opnemen van harde juridische eisen in bestemmingsplannen; de verstoorder betaalt voor het onderzoek en de documentatie van archeologische waarden als behoud in de bodem niet tot de mogelijkheden behoort.
Doorwerking plangebied De gemeente Rotterdam heeft een archeologische waarden- en beleidsadvieskaart opgesteld. Deze kan als leidraad worden gebruikt voor de bescherming van archeologische waarden in het bestemmingsplan, en om vast te stellen welk archeologisch onderzoek nodig is bij voorbereiding van ruimtelijke plannen. Op de beleidsadvieskaart wordt onderscheid gemaakt in een aantal gebieden met verschillende verwachtingswaarden. Op de Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK) van de gemeente Rotterdam ligt het plangebied in een zone met een redelijke tot hoge verwachting direct onder maaiveld of dieper. Het gemeentelijk archeologisch beleid in deze is dat grondwerkzaamheden (inclusief heien) die een oppervlakte beslaan van meer dan 200 m2, afhankelijk van de verstoringsdiepte, dienen te worden getoetst op de noodzaak van archeologisch onderzoek. Conform het vigerend bestemmingsplan is ter plaatse van het plangebied de dubbelbestemming 'Waarde-Archeologie 3' opgenomen. Hiervoor geldt een bouwregeling en een omgevingsvergunning voor werken, geen bouwwerk zijnde, voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 0,5 meter beneden maaiveld en die tevens een oppervlakte groter dan 200 m2 beslaan.
In opdracht van Stadsontwikkeling Rotterdam heeft het team Onderzoek en Rapportage van Archeologie Rotterdam op 19 en 20 februari 2020 een verkennend inventariserend veldonderzoek uitgevoerd in het plangebied Teldersweg in de gemeente Rotterdam. In totaal zijn veertien boringen verspreid over het plangebied gezet, tot een maximale diepte van 4,0 m beneden het maaiveld. Voorafgaand aan het veldonderzoek is voor het gebied een bureauonderzoek uitgevoerd. Onderstaand worden de belangrijkste conclusies vermeld, voor de gehele onderzoeken wordt verwezen naar de bijlagen. Op basis van het bureauonderzoek geldt voor het plangebied een redelijk hoge tot hoge archeologische verwachting voor vindplaatsen uit het Mesolithicum, het Neolithicum en de Bronstijd, indien stroomgordelafzettingen van de Formatie van Echteld of kwelderafzettingen van het Laagpakket van Wormer aanwezig zijn. Er geldt een lage archeologische verwachting voor deze periode indien de ondergrond uit komafzettingen van de Formatie van Echteld of wadafzettingen van het Laagpakket van Wormer bestaat. Daarnaast geldt een lage archeologische verwachting voor vindplaatsen uit de Ijzer tijd tot en met de Nieuwe tijd.
Tijdens het veldonderzoek is gebleken dat de ondergrond van het plangebied uit een klei-veen pakket bestaat, waarbij wadafzettingen van het Laagpakket van Wormer afgewisseld worden met veen van de Formatie van Nieuwkoop. Op basis hiervan geldt voor het gehele plangebied een lage archeologische verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit het Mesolithicum, het Neolithicum en de Bronstijd. De top van het veen blijkt verdwenen. Er is geen kleilaag behorend tot een vroegere fase van het Laagpakket van Walcheren aanwezig. De lage verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de IJzertijd, de Romeinse tijd en de Middeleeuwen (tot midden 15e eeuw) wordt dan ook naar beneden, naar zeer laag bijgesteld.
22
In het plangebied is een bouwvoor herkend. In de bouwvoor zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten aangetroffen. De lage verwachting voor de aanwezigheid van vindplaatsen uit de Late Middeleeuwen (vanaf midden 15e eeuw) en Nieuwe tijd wordt op basis hiervan gehandhaafd. Op grond van het bureauonderzoek en het verkennend inventariserend veldonderzoek luidt het (selectie)advies voor het plangebied Teldersweg in Rotterdam dat er geen voorzieningen hoeven te worden getroffen om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Vervolgonderzoek in het kader van de Archeologische Monumentenzorg wordt niet aanbevolen. Op grond van de resultaten en het (selectie)advies is door het bevoegd gezag, in deze is de gemeente Rotterdam, vertegenwoordigd door het team Beheer en Beleid van Archeologie Rotterdam een (selectie)besluit genomen. Het selectiebesluit is opgenomen als bijlage bij deze toelichting, de conclusies is hiernavolgend opgenomen.
Selectiebesluit De gemeente Rotterdam ziet op basis van de resultaten geen reden tot nader archeologisch onderzoek. De locatie kan voor de voorgenomen ontwikkeling worden vrijgegeven zonder verdere archeologische verplichtingen. Er hoeven in het plangebied geen voorzieningen getroffen te worden om archeologische waarden te behouden of te ontzien. Het besluit geldt nadrukkelijk alleen het voorgelegde bouwplan. Bij wijzigingen dient het plan opnieuw ter beoordeling aan de afdeling Archeologie van de gemeente Rotterdam, team Beheer en Beleid, te worden voorgelegd. Er dient altijd rekening gehouden te worden met zogenaamde toevalsvondsten. Het is van belang de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de zogenaamde meldingsplicht bij toevalsvondsten. Conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 is het verplicht om archeologische vondsten te melden bij het bevoegd gezag, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. In de praktijk worden meldingen gedaan bij de lokale overheid, de gemeente Rotterdam. Op basis van de bovenstaande gegevens kan gesteld worden dat archeologie geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen.
23
3.3
Cultuurhistorie
Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, tweede lid, onderdeel a Bro) dient in het plan rekening gehouden te worden met cultuurhistorie. Cultuurhistorie heeft onder andere betrekking op de historische stedenbouwkundige en historisch geografische waarden in het gebied. In het plan moet beschreven worden hoe met de in het gebied aanwezige waarden en de aanwezige of te verwachten monumenten wordt omgegaan. De Erfgoedwet bevat de wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Het is op basis hiervan verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De cultuurhistorische kaart van Zuid-Holland geeft een overzicht van cultuurhistorische kenmerken en waarden in deze provincie. Het is een overzicht op hoofdlijnen, bijvoorbeeld van waardevolle verkavelingspatronen, gebieden met een archeologische verwachtingswaarde of monumentale boerderijlinten. Dit is het schaalniveau waarop de provncie beleid voert. De cultuurhistorische kaart ook aangeduid als Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS) - kent drie verschillende thema's: archeologie, historische stedenbouw en historisch landschap.
Doorwerking plangebied Ter plaatse van het plangebied komen geen Rijks- of gemeentelijke monumentale gebouwen, bouwwerken of bomen voor. Het plangebied is daarnaast niet gelegen binnen een cultuurhistorisch waardevol gebied of landschap. De ontwikkeling zorgt dan ook niet voor negatieve effecten voor cultuurhistorie. Het ontwerp van de nieuwe supermarkt en de appartementen zorgt voor een verfraaiing van het huidige straatbeeld. Het aspect 'cultuurhistorie' zorgt niet voor belemmeringen.
24
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van het voornemen. In navolgende paragraaf wordt ingegaan op de opzet van het plan en het bijhorende programma. In paragraaf 4.3 worden (toekomstige) ontwikkelingen in de nabijheid van het plangebied beschreven.
4.2
Opzet van het plan
4.2.1
Algemeen
In de nieuwe planopzet is gekozen voor een flexibel plan waarin de verschillende voorzieningen en (bouw)mogelijkheden voor de gewenste ontwikkeling juridisch is geborgd. Het bestemmingsplan sluit aan bij de gemeentelijke systematiek, waarbij het vigerende bestemmingsplan 'Schiebroek' als uitgangspunt is genomen. Er is daarom gekozen voor één woonbestemming binnen het gehele plangebied. Op grond van de bestemming is voorzien in ruimte voor in ieder geval aantal wezenlijke onderdelen van deze planontwikkeling: » » « »
woningen; supermarkt; (ontsluitings)wegen met bijbehorende (ondergrondse) parkeervoorzieningen; openbare ruimte
4.2.2
Verkeer en parkeren
De herontwikkeling van de bestaande situatie naar de realisatie van een vergrootte supermarkt en appartementen zorgt voor een verandering in verkeersstromen en parkeersituatie. In de Memo Verkeerskundige aspecten Lidl Teldersweg Rotterdam is de impact van extra verkeersbewegingen en de parkeerbehoefte in beeld gebracht. Deze memo is opgenomen als bijlage bij deze toelichting, onderstaand worden de belangrijkste conclusies vermeld.
4.2.2.1 Verk eersgeneratie De nieuwe functies zorgen voor extra verkeersbewegingen. Op basis van de CROW-kengetallen (publicatie 381) is de verkeersproductie van de toekomstige functies in beeld gebracht. Voor de berekening van de verkeersproductie is uitgegaan van de minimum CROW-normen. Deze gelden namelijk voor gebieden met de klasse zeer sterk stedelijk waar Rotterdam onder valt. Dit geeft het meest realistische scenario en sluit het best aan op de gehanteerde parkeernormen van de gemeente Rotterdam. Uit de berekeningen blijkt dat de herontwikkeling van het plangebied een verkeerstoename van 1.431 motorvoertuigbewegingen per etmaal genereert. Aangezien er op de locatie reeds een bestaande supermarkt staat is een groot gedeelte van deze ritten reeds aanwezig. De bestaande supermarkt geneert 476 mvt/etmaal. Deze worden in mindering gebracht op de nieuwe verkeersgeneratie zodat de netto verkeersgeneratie 955 mvt/etmaal bedraagt.
25
4.2.2.2 Verk eerseffecten De supermarkt heeft een belangrijke buurtfunctie en het (gemotoriseerde) verkeer zal voor een groot deel uit de aanliggende wijken komen om boodschappen te doen. De verkeersstromen zullen zich daarom evenredig verdelen over de aanliggende infrastructuur in de 30 km/u- zone. De gebiedsontsluitingswegen Wilgenplaslaan en de Ringdijk zijn te gebruiken voor bezoekers van de verder weg gelegen wijken. Deze gebiedsontsluitingswegen liggen langs het plangebied en hebben een maximumsnelheid van 50 km/u. De directe wegen in en rond het plangebied hebben een erftoegangsfunctie waarbij een maximumsnelheid geldt van 30 km/u. Deze wegen zijn aangeduid en ingericht middels verkeersdrempels en kruispuntplateaus om een lagere snelheid af te dwingen. De verkeersveiligheid in het plangebied is gewaarborgd omdat de wegen in en rond het plangebied in een 30 km/u zone liggen. Door de relatief lage maximumsnelheid van 30 km/u is de kans op een aanrijding klein. Mocht er onverhoopt toch een aanrijding plaatsvinden dan is vanwege de lage snelheid de kans op (ernstig) letsel gering. Er worden dan ook als gevolg van de beoogde ontwikkeling geen verkeerskundige problemen verwacht.