CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[23bb000304] Collegebrief over monitor Evaluatieprogramma Haven

Commissie Mobiliteit, Haven, Economie en Klimaat (2022-2026) 8 februari 2023, gemeente RotterdamBij agendapunt: Haven25.337 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

38,2

49,3

50

ZIP22 Brielse Gat

39,1

49,3

50

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 6 Geur |

73

Q

BBerg ..

se

5.1 Geluidbelasting - Waal- Eemhaven Toetsing

In 2021 zijn er nieuwe toetspunten opgenomen voor Waal- Eemhaven, deze zijn gedefinieerd in het Programmaplan Actualisatie Geluidmanagement (PAG). Toetsing vindt plaats aan deze nieuwe meetpunten. Daarnaast wordt er getoetst aan het convenant geluidruimte Waalen Eemhaven. Dit convenant is opgesteld omdat in dit gebied de bedrijvigheid van de haven en de ambitie voor nieuwe woningen in één gebied wordt samengebracht. De nieuwe meetpunten zijn nog niet geactualiseerd in het convenant, maar de waarden zullen (mogelijk

[ŚŢŌ6] ļ|Ĩ2|] Įstōs]

De Vaan

met kleine nuances) in het convenant komen te staan. Voor de MTG worden de waarden behorend bij de nieuwe meetpunten aangehouden. - Er zijn geen overschrijdingen van de convenantwaarden. - Er zijn geen overschrijdingen van de MTG. - Er zijn geen overschrijdingen van de voorspellingen van het VKA 2025 uit het MER. Dit zijn echter niet meer exact dezelfde punten als die in het MER zijn geselecteerd.

Vrijenburg

Rotterdam Poortugaal

Rhoon Barenorecht

Geluidbelasting 2020

VKA-2025 WEH

Convenant

MTG

Mayflowerstraat/Bartel Wiltonkade

53,1

59

58

62

Lloydkade 601-865 (oneven)

56,8

56,8

58

61

Zuidhoek/Voornsestraat

56,7

57,4

61

66

Schulpplein 50-466 (even)

56

58,7

61

68

Kleidijk 190 (Rhoon) Poortugaalseweg 86 (Poortugaal)

57,1

62,2

65

66

59,1

64,2

65

66

Pastoriedijk 83 (Pernis)

56,2

60,5

63

63

Kop Merwehaven (W) (Schiedam)

52,1

58,1

58

60

Rondolaan 47-53/Rondoplein 1 (Heijplaat)

55,1

64,3

64

64

Sirrahstraat 1 (O) (Heijplaat)

57

67,9

64

64

Rondolaan 143-153 (Heijplaat)

61,7

73

65

65

Rimonpad 2-8 (Heijplaat)

57,2

65,1

64

64

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 6 Geur |

74

5.2 Geluidhinder Onderwerp: Geluid

Het voorspelde effect is voorat gekoppeld aan

gevolgd om een indruk te krijgen van de ont­

deze melding aan een veroorzakend bedrijf

Parameter: Geluidhinder

1. ontwikkelingen op kavels (1.1):

wikkeling van de hinder door industrielawaai.

te koppelen. Wanneer dat niet lukt wordt de

Spoor: 2

2. ontwikkeling van de geluidbelasting in

De cijfers hebben betrekking op een kalen­

melding toegewezen aan een gebied. De tabel

derjaar en zijn ingediend door bewoners die

geeft aan hoeveel klachten zijn gekoppeld aan

geluidhinder hebben ervaren van het havenge­

(bedrijven in) de diverse industriegebieden.

Bron: DCMR

het plangebied (5.1);

Tijdsperiode: 2011 t/m 2020

3. ontwikkelingen in woningbouw (1.4).

bied (bedrijven). De cijfers zijn geaggregeerd tot

Binnen bandbreedte MER-studie?

O Toetsing niet mogelijk

Toelichting

één getal per industriegebied.

De ontwikkeling van de geluidhinder, in

Wanneer een melding wordt ontvangen, pro­

de vorm van aantallen meldingen, wordt

beert de Meldkamer DCMR in eerste instantie

Vraag: Hoe ontwikkelt de geluid­

O

hinder zich als gevolg van de ont­ wikkelingen in het havengebied?

De meeste geluidmeldingen over het

2500

havengebied in de afgelopen tien jaar worden veroorzaakt door (bedrijven)

2000

Botlek Rotterdam

in het Botlekgebied.

Europoort Rotterdam

1500

Toetsing

Maasvlakte Rotterdam

De uitkomst kan niet getoetst worden aan de MER-studies. Er zijn geen

1000

Pernis Rotterdam

voorspellingen in de MER-studies gedaan.

Waal- & Eemhaven 500 Vondelingenplaat Rotterdam 0 2011

| Naar hoofdstukoverzicht |

2012 2013 2014 2014 2015 2016 2017 2018 2019

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 6 Geur |

75

Q

5.3 Geluidproductieplafonds Onderwerp: Geluid

De ontwikkeling van de geluidbelasting transport heeft

of spoorweg aan. Geluidproductieplafonds gelden

Parameter: Geluidproductieplafonds

gevolgen voor:

op referentiepunten langs wegen en spoorwegen.

Spoor: 2

1. ontwikkelingen in woningbouw ( 1.4);

Referentiepunten zijn virtuele punten die zich aan

Bron: DCMR

2. geluidhinder meldingen ( 5.2);

weerszijden van de weg bevinden. Voor ieder referentiepunt

Tijdsperiode: 2020

3. ontwikkeling van de geluidbelasting in

Binnen bandbreedte MER-studie?

het plangebied (5.1).

is een GPP vastgesteld en wordt jaarlijks de geluidproductie berekend.

O Toetsing niet mogelijk Toelichting

Als uit de jaarlijkse monitoring blijkt dat de geluidproductie

Vanuit de Wet milieubeheer geldt er een

langs bepaalde trajecten de plafonds dreigt te overschrijden

geluidproductieplafond langs de rijksweg en spoorweg.

wordt onderzocht of de overschrijding met financieel

Vraag: Hoe ontwikkelt zich de geluidbelasting

Rijkswaterstaat (weg) en ProRail (spoor) zijn als

doelmatige maatregelen kan worden voorkomen. Als

als gevolg van vervoersbewegingen op

bronbeheerders verantwoordelijk voor de naleving van de

maatregelen niet mogelijk zijn kan het bevoegd gezag de

gevoelige bestemmingen langs de hoofdtrans-

geluidproductieplafonds. Ieder jaar moeten zij met een

geluidproductieplafonds verhogen. De beheerder moet daar

port-assen (weg en spoor)?

rapportage aantonen in hoeverre de plafonds zijn nageleefd.

een verzoek voor indienen.

Een geluidproductieplafond geeft de toegestane geluidproductie (geluidwaarden in Lden) van een weg

MAER5K

ääíäŭŚL-.

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 6 Geur |

76

5.3 Geluidproductieplafonds weg SoAťvřW- ^

tip4t(IŐUi.tţn

Geluidruimte tussen 0,5 en 0 dB (dreigende overschrijding) Geluidruimte 0 dB Geluidruimte kleiner dan 0 dB (plafondoverschrijding)

ŕn irohtçtbi.-t

, Äz*fJo'.ír

S*Mr«Ian-

----

-■•t*.

OSM/ĎfeMR 2021/7353.

GPP weg

RWS rapporteert jaarlijks over de (dreigende) knelpunten. (Dreigende) knelpunten zijn punten waar de getuidproductieptafonds (bijna) overschreden worden. De kaart is een uitsnede van de knelpunten in de rapportage ‘Natevingsverstag getuidproductieptafonds Rijkswegen 2020'. Uit de kaart blijkt dat de meeste overschrijdingen worden geconstateerd in het havengebied Maasvtakte, bij de aanstuiting van de N15 naar de A15.

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 6 Geur |

77

O

5.3 Geluidproductieplafonds spoor Geluidruimte groter dan 0,5 dB Vrijstelling van nalevingsplicht Geluidruimte kleiner dan of gelijk aan 0,5 dB Overschrijding gpp Overschrijding gpp, veroorzaakt door modelverschil gpp en naleving

e OSM.DCBP 2022U358

GPP Spoor

Toetsing

Over de getuidproductieptafonds op spoorwegen rapporteert

In atte MER-studies wordt geen of een verwaartoosbaar effect voorspetd, zowet voor weg- ats voor spoorverkeer. Dat is

ProRait in het ‘Natevingsverstag getuidproductieptafonds

gebeurd op basis van berekeningen van de getuidbetasting en voorspettingen daarop, uitgedrukt in Lden. Deze zijn niet

spoorwegen 2020'. De kaart toont de getuidruimte op de

eenvoudig te reproduceren, daarom is gekozen voor het votgen van de GPP's.

havenspoortijn. Hieruit btijkt dat er aantat overschrijdingen rondom de Maasvtakte zijn. Deze overschrijdingen worden

De GPP overschrijdingen voor weg en spoor zijn in 2020 voornametijk aangetroffen bij Maasvtakte.

veroorzaakt door een nieuwe rekenmethode en niet door daadwerketijke veranderingen op het spoor. Voor het

Wijziging getuidproductieptafond omgeving havengebied

Theemswegtracé is er een vrijstetting van de natevingspticht

In 2020 is er één getuidproductieptafond gewijzigd middets een definitief bestuit. Dit is bij de A15 ter hoogte van Ridderkerk.

afgegeven (Tracébestuit). Een daadwerketijke overschrijding

Voor de overige ptafondoverschreidingen is niet bekend of er at wijzigingen voor de getuidproductieptafonds zijn ingediend.

is geconstateerd bij de Waathaven.

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 6 Geur |

78

Hoofdstuk 6: Geur Geur dringt vanuit diverse bronnen onze leefomgeving

geurrelevante bedrijvigheid mogelijk maakt.

binnen. Overmatige belasting met geuren wordt vaak

Door de kavel- en segmentwijzigingen ten opzichte van het

omschreven als stank en kan leiden tot hinder. Geurhinder

vigerende bestemmingsplan bij te houden wordt inzichtelijk

is een belangrijke hinderfactor in de leefomgeving. Geur in

of er kans is op extra geurbelasting veroorzaakt door

de leefomgeving wordt over het algemeen veroorzaakt door

bedrijvigheid in het havengebied (6.1).

bedrijvigheid. DCMR berekent geurhinder, die verwacht wordt van de Er is sprake van (onaanvaardbare) geurhinder als geur

grote industrie. Uit deze berekeningen volgt of er op een

waarneembaar is gedurende meer dan 175 uur binnen

locatie sprake is van geurhinder of van ernstige geurhinder.

een jaar tijd (20/) van de tijd). Als geur minder uren

Informatie uit de vergunningen van grote bedrijven, die

waarneembaar is dan wordt dit als aanvaardbaar gezien

mogelijk geurhinder kunnen veroorzaken in de regio

door de overheid.

Rijnmond wordt gebruikt bij deze berekeningen. Indien een vergunning aangepast wordt of er komt dan wel verdwijnt

De ontwikkeling van de geurhinder, in de vorm van

een bedrijf dan worden deze gebieden opnieuw bepaald.

aantallen meldingen, wordt gevolgd om een indruk te

Bij het berekenen van de totale geurhinder wordt de

krijgen van de ontwikkeling van de hinder door

geurbijdrage per bedrijf bij elkaar opgeteld. Het resultaat

geuroverlast in het havengebied (6.2)

is een zogenaamde gecumuleerde 98 percentiel contour,

6.1 Kavels geur

waarbij de berekende geurwaarde 20Zo van de tijd kan worden Voor het aspect geur zijn bepaalde segmenten als

waargenomen.

maatgevend gekwalificeerd op basis van de Nederlandse

De geurhinderkaart was ten tijde van het opstellen van

Emissierichtlijn lucht (NeR) (zie ook 6.1). In de MER-studies

deze datarapportage nog niet geüpdatet en achterhaald. In

is onderzocht in hoeverre de bestemmingsplannen nieuwe

6.2 Geurhinder

de volgende datarapportage (2021) zal de geurhinderkaart worden opgenomen (6.3).

| Naar hoofdstuk 5 Getuid |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 7 Licht |

79

6.1 Kavels geur Onderwerp: GeurbeĮasting

Het voorspelde effect is voorat gekoppeld aan:

Voor het aspect geur zijn de volgende seg­

Het segment van kavel 54 (WEH) en 18 (EUR)

Parameter: Aantal kavels

1. de ontwikkeling van de kavels in het

menten als maatgevend gekwantificeerd op

is gewijzigd ten opzichte van het vigerende

basis van de Nederlandse Emissierichtlijn

bestemmingsplan. Echter waren de kavels

lucht (NeR):

al als maatgevend voor geur bestempeld

waarop geurbelastende activiteiten uitgevoerd worden

havengebied (1.1); 2. de daadwerkelijk ontwikkeling van

Spoor: 1

de geurhinder (gemeten als klachten

Droog massagoed (agribulk)

in het huidige bestemmingsplan. Er wordt

Bron: Havenbedrijf Rotterdam N.V

over geur, 6.2).

Chemie & biobased industrie

geen extra geurbelasting verwacht door

Ruwe olie en raffinage

deze wijziging.

Tijdsperiode: 2020

Onafhankelijke tankoverslag

Binnen bandbreedte MER-studie?

Toelichting

O Toetsing niet mogelijk

In deze parameter worden de kavel- en

Vraag: Hoe ontwikkelt de geurbe­

O

lasting zich als gevolg van de ont­

Op de volgende pagina zijn de wijzigingen

segmentwijzigingen ten opzichte van het

Er hebben segmentwijzigingen plaatsgevon

vigerende bestemmingsplan bijgehouden.

den ten opzichte van het vigerende bestem­

Hierbij wordt er gekeken of er wijzigingen

mingsplan in het havengebied Waal-Eemha

plaats hebben gevonden die extra geurbe­

ven en Europoort (zie ook 1.1.).

weergegeven.

lasting kunnen veroorzaken.

wikkelingen in het havengebied en blijft dit binnen de berekeningen uit de MER-studies? (wat is de kavelontwikkeling in het plan­ gebied, zijn er kavels toegewezen aan inrichtingen die geurbelastende activiteiten uitvoeren?)

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 7 Licht |

80

6.1 Kavels geur

Toetsing Kavel 65 Oost

De uitkomst kan niet getoetst worden aan de MER-studies. Er zijn geen voorspellingen in de MER-studies gedaan over mogelijke wijzigingen in het bestemmingsplan. Monitoring van deze gegevens is van belang om optredende effecten te kunnen verklaren.

BP: empty depots Oppervlakte in ha: 5.4 Huidig: distributie Geen geurproducerend kavel

Sciiiedam

Kavel 1 BP: Minerale olieproducten, chemsche producten en raffinaderijterminals Oppervlakte in ha: 14.5 Huidig: overig stukgoed Geen geurproducerend kavel

" 'nis

rlànd

Kavel 18 BP: Biobased industrie, chemische

■'oortugaai

Kavel 27

industrie, minerale olieproducten

BP: Andere havengerelateerde

en chemische producten

activiteiten, emtyp depots en

Oppervlakte in ha: 17.5

maritieme dienstverlening

Huidig: distributie

Oppervlakte in ha: 5.4

Wel geurproducerend kavel (cf. bestemmingsplan)

Huidig: distributie Geen geurproducerend kavel

Kavel 19 BP: Maritieme dienst­ verlening en andere , ftOflí'CÍH!

havengerelateerde activiteiten Oppervlakte in ha: 2 Huidig: alleen ligplaatsen Kavel 28 BP: Maritieme dienst­

Igeen [andzijdige gebruiksfunctie! Geen geurproducerend kavel Kavel 54

verlening en andere

BP: Overig droog massagoed

havengerelateerde activiteiten

Oppervlakte in ha: 2.8

Oppervlakte in ha: 11

Huidig: distributie

Huidig: walstroomvoorziening

Wel geurproducerend kavel

Heerema

(cf. bestemmingsplan)

Geen geurproducerend kavel

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 7 Licht |

81

6.2 Geurhinder Onderwerp: Geur

De ontwikkeling van geurhinder heeft

ling van de hinder door geuroverlast uit de

dat niet lukt wordt de melding toegewezen

Parameter: Aantal geurhinder-

relaties met:

verschillende industriegebieden.

aan een gebied. De tabel geeft aan hoeveel

meldingen over de industrie

1. ontwikkelingen op de kavels (sommige

klachten zijn gekoppeld zijn aan óf individuele

Spoor: 2

sectoren hebben een grotere kans om

De cijfers hebben betrekking op een kalen­

bedrijven in de verschillende havengebieden

Bron: DCMR

geurhinder te veroorzaken dan andere

derjaar; het betreft klachten die zijn inge­

of aan de havengebieden zelf.

Tijdsperiode: 2011 t/m 2020

sectoren) (1.1);

diend door bewoners die geurhinder hebben

Binnen bandbreedte MER-studie?

2. ontwikkelingen in woningbouw (1.4);

ervaren van bedrijven in het havengebied. De

O Toetsing niet mogetijk

3. geurbelasting door kavels in het

cijfers zijn geaggregeerd tot één getal per

plangebied (6.1).

O

industriegebied.

Vraag: Hoe ontwikkelt de geur-

Toelichting

Wanneer een melding wordt ontvangen, pro­

inder zich als gevolg van de

De ontwikkeling van de geurhinder, in de

beert de Meldkamer van de DCMR in eerste

ontwikkelingen in het haven­

vorm van aantallen meldingen, wordt gevolgd

instantie deze melding aan een veroorzakend

gebied?

om een indruk te krijgen van de ontwikke­

bedrijf of activiteit te koppelen. Wanneer

De meeste geurmeldingen over het havengebied

2500

in de afgelopen tien jaar worden veroorzaakt door (bedrijven in) het Botlekgebied.

— Botlek Rotterdam

2000

— Europoort Rotterdam

C

Toetsing

O) í

De uitkomst kan niet getoetst worden aan de

3

ro

MER-studies. Er zijn geen voorspellingen in de MER-studies gedaan met betrekking tot deze parameter.

1500

— Maasvlakte Rotterdam — Pernis Rotterdam

1000 CD

— Waal- & Eemhaven 500

— Vondelingenplaat Rotterdam

0 2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 7 Licht |

82

Hoofdstuk 7: Licht Nederland behoort bij de drie meest verlichte landen

Voor het aspect licht zijn in de MER-studies geen aparte

ter wereld. Ook het Rijnmondgebied en specifiek het

lichtberekeningen uitgevoerd, maar zijn bepaalde

havengebied draagt hier aan bij. Er wordt onderscheid

segmenten als maatgevend gekwantificeerd (zie ook 7.1).

gemaakt tussen:

In de MER-studies is onderzocht in hoeverre de nieuwe

Lichtvervuiling: de som van alle negatieve effecten van

bestemmingsplannen nieuwe lichtrelevante bedrijvigheid

kunstlicht op de omgeving. Dit kan een negatieve invloed

mogelijk maakt. Door de kavel- en segmentwijzigingen ten

uitoefenen op mens en dier.

opzichte van het vigerende bestemmingsplan bij te houden

Lichthinder: het ontstaan van overlast bij mens, plant of dier door het licht van een verlichtingsinstallatie.

WSVf

wordt inzichtelijk of de kans bestaat dat extra lichtbelasting veroorzaakt wordt door bedrijvigheid in het havengebied

i

'«s.

(7.1). Bedrijven dienen te voldoen aan wetgeving met betrekking tot licht, echter staat er in de wetgeving geen definitie van

De ontwikkeling van de lichthinder en -overlast veroorzaakt

het begrip 'lichthinder'. Lichthinder wordt grotendeels

door de haven wordt gevolgd door het bijhouden van de

geregeld via de zorgplicht. Daarnaast wordt er gebruik

aantallen meldingen over lichthinder die zijn ontvangen door

gemaakt van de ''Richtlijn lichthinder' van de Nederlandse

de meldkamer van DCMR. (7.2).

7.1 Lichtproducerende kavels

Stichting voor Verlichtingskunde (NSVV).”

O

| Naar hoofdstuk 6 Geur |

| Inhoudsopgave |

7.2 Lichthinder

| Naar hoofdstuk 8 Water |

83

7.1 Lichtproducerende kavels Onderwerp: Zichtbaarheid

Het voorspelde effect is voorat gekoppeld aan:

Parameter: Aantal kavels waarop Licht

1. de ontwikkeling van de kavels in het

producerende activiteiten uitgevoerd worden

havengebied (1.1); 2. de ontwikkelingen in de omgeving

Spoor: 1

(woningbouw, 1.4).

Bron: Havenbedrijf Rotterdam N.V

In deze paramater worden de kavel- en segmentwijzigingen ten opzichte van het vige­

den ten opzichte van het vigerende bestem­

rende bestemmingsplan bijgehouden. Hierbij

mingsplan in het havengebied Waal-Eemsha-

wordt er gekeken of er wijzigingen plaats hebben gevonden die een extra lichtwaas

ven en Europoort (zie ook 1.1.).

kunnen veroorzaken.

geen extra invloed op de lichtwaas. De kavels

Tijdsperiode: 2020

Er hebben segmentwijzigingen plaatsgevon­

De wijzigingen bij WEH en EUR hebben echter

waren in het bestemmingsplan al bestemd

Binnen bandbreedte MER-studie?

Toelichting

Voor het aspect licht zijn in de MER-studies

voor bedrijvigheid die als relevant voor licht is

O Toetsing niet mogeLijk

Voor het aspect zichtbaarheid is vooral de

HBP en MV2 de volgende segmenten als

bestempeld.

omvang van de ontwikkel-/veranderloca-

maatgevend gekwantificeerd:

ties van belang. Het aspect zichtbaarheid is

Non bulk

kwalitatief beoordeeld en heeft betrekking

Nat massagoed

op de horizonvervuiling en hemelhelderheid. Zichtbaarheid is op grotere afstanden van

Droog massagoed

zichtbaarheid (lichtwaas) zich als gevolg van de ontwikkelingen in

toepassing dan het aspect directe lichtinval,

Containers

het havengebied?

dat vooral op korte afstand hinder kan geven.

Chemie & biobased industrie

Vraag: Hoe ontwikkelt de

O

Dienstverlening

Distributie en dienstverlening

« '•H'M '*ŕ

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 8 Water |

84

7.1 Lichtproducerende kavels

Kavel 65 Oost Schiedam

Toetsing

De uitkomst kan niet getoetst worden aan de MER-studies. Er zijn geen voorspellingen in de MER-studies gedaan over mogelijke wijzigingen in het bestemmingsplan. Monitoring van deze gegevens is van belang om optredende effecten te kunnen verklaren.

Kavel 1

■4 BP: Minerale olieproducten,

BP: empty depots

chemsche producten en

Opslag ha: 3

raffinaderijterminals

Huidig: distributie

Opslag ha: 14,5

Geen lichtproducerende kavels

Huidig: overig stukgoed Geen lichtproducerende kavelsl

" 'nis Kavel 18 BP Biobased industrie, chemische industrie, minerale olieproducten en chemische producten Opslag ha: 17,5 Huidig: distributie

Kavel 27

Geen lichtproducerend kavel

■4 BP: Andere havengerelateerde activiteiten, emtyp depots en maritieme dienstverlening Kavel 19

Opslag ha: 5,4

BP: Maritieme dienst­

Huidig: distributie

verlening en andere

Geen lichtproducerende kavels

havengerelateerde activiteiten Opslag ha: 2 Huidig: alleen ligplaatsen

Igeen [andzijdige gebruiksfunctie!

Kavel 28

Geen lichtproducerende kavels

BP: Maritieme dienst­ Kavel 54

verlening en andere

■4 BP: Overig droog massagoed

havengerelateerde activiteiten

Opslag ha: 2,8

Opslag ha: 11

Huidig: distributie

Huidig: Walstroomvoorziening

Geen lichtproducerend kavel

Heerema Geen lichtproducerende kavels

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 8 Water |

85

7.2 Lichthinder Onderwerp: Lichthinder

De ontwikkeling van de lichthinder heeft relaties met:

havengebied. De cijfers zijn geaggregeerd tot één getal

Parameter: Aantal tichthindermetdingen over de

1. ontwikkelingen op de kavels (1.1);

per industriegebied.

industrie

2. ontwikkelingen in de woningbouw (1.4);

Spoor: 2 (regionale míLieukwaLiteit)

3. ontwikkeling van de zichtbaarheid (7.1).

Wanneer een melding wordt ontvangen, probeert de

Toelichting

veroorzakend bedrijf of activiteit te koppelen. Wanneer dat niet

Tijdsperiode: 2011 t/m 2020

Meldkamer DCMR in eerste instantie deze melding aan een

Binnen bandbreedte MER-studie?

O Toetsing niet mogetijk

De ontwikkeling van de lichthinder, in de

lukt wordt de melding toegewezen aan een gebied. De tabel

vorm van aantallen meldingen, wordt gevolgd om een indruk

geeft aan hoeveel klachten zijn gekoppeld zijn aan of indivi­

te krijgen van de ontwikkeling van de hinder door lichtover-

duele bedrijven in de verschillende havengebieden of aan de

Vraag: Hoe ontwikkelt de zichtbaarheid (licht­

last uit industriegebieden. De cijfers hebben betrekking op

havengebieden zelf.

waas) zich als gevolg van de ontwikkelingen in

een kalenderjaar; het betreft klachten die zijn ingediend door

het havengebied?

bewoners die geurhinder hebben ervaren van bedrijven in het

120

De meeste geurmeldingen over het havenge­

100

bied in de afgelopen tien jaar worden veroor­ zaakt door (bedrijven in) het Botlekgebied.

— Botlek Rotterdam

80

— Europoort Rotterdam

C

O)

Toetsing

De uitkomst kan niet getoetst worden aan de MER-studies. Er zijn geen voorspellingen in de MER-studies gedaan met betrekking tot deze parameter.

ra į? CTJ

60

— Maasvlakte Rotterdam — Pernis Rotterdam

40

— Waal- & Eemhaven — Vondelingenplaat Rotterdam

20

0

2011 2012 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 8 Water |

86

Hoofdstuk 8: Water

De emissies van de bedrijven en schepen zijn van invloed

In het havengebied zijn er bedrijven die koelwater lozen op

op de waterkwaliteit. Lozingen van bedrijven zijn gebonden

de rivieren en half-open havenbekkens. Hierdoor kan de

aan vergunningen van Rijkswaterstaat in het kader van de

temperatuur van het water stijgen, wat gevolgen heeft voor

Waterwet. Bedrijven rapporteren jaarlijks hun emissies via

de biodiversiteit. Ook voor grote koelwaterlozingen verleent

de elektronische milieujaarverslagen. Emissies van schepen

Rijkswaterstaat de vergunningen (op grond van de Waterwet).

zijn afkomstig van de Emissieregistratie. Binnen dit thema worden de chemische emissies, de De chemische waterkwaliteit wordt door Rijkswaterstaat

thermische lozingen en de thermische en chemische

gemeten en getoetst aan de normen van Kaderrichtlijn

waterkwaliteit gevolgd voor het havengebied.

Water. Rijkswaterstaat heeft hiervoor meetpunten op verschillende plaatsen in de rivier.

3.1 Chemische waterkwaliteit emissies

Voor de MER-studies is het meetpunt Maassluis als maatgevend beschouwd. Dit is tevens het meetpunt dat Rijkswaterstaat gebruikt in de rapportages over de staat van

3.2 Chemische waterkwaliteit

het Waterlichaam Nieuwe Waterweg.

8.3 Warmtelozingen

| Naar hoofdstuk 7 Licht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 9 Gezondheid |

87

8.1 Chemische waterkwaliteit emissies Onderwerp: Chemische waterkwaliteit:

De ontwikkeling van de chemische emissies van bedrijven

emissies naar water

en schepen naar water heeft gevolgen voor de chemische

Parameter: Emissies chemische stoffen

waterkwaliteit (8.2).

door bedrijven [Lozingen] en scheepvaart Spoor: 1

Toelichting

Tijdsperiode: 2018 t/m 2020 emissies bedrijven

De emissies van bedrijven op het water komen uit de

en 2010, 2015, 2018 ã 2019 voor emissies schepen

elektronische milieujaarverslagen (emjv). Voor scheepvaart

Binnen bandbreedte MER-studie?

is de Emissieregistratie (ER) als basis gebruikt.

mJa Rechter tabel geeft een overzicht van de geselecteerde

B(a)P

Benzo(a)pyreen

BghiPe

Benzo(g,h,i)peryLeen

Kobalt

Co

Koper

Cu

Dibutyltin Lood

DC4ySn Pb

Tributyltin

TC4ySn

Trifenyltin

TFySn

Zink

Zn

aandachtsstoffen in de diverse MER-studies. Vraag: Hoe ontwikkelen de chemische emissies van bedrijven en schepen naar water zich in het havengebied?

O

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 9 Gezondheid |

88

O

8.1 Chemische waterkwaliteit emissies - Bedrijven Emissies Bedrijven in kg: De emissies worden per havengebied getoond. In de

Europoort

Botlek/ Vondelingenplaat

infographic is met groen aangegeven waar een (sterk) dalende trend wordt gezien, en met oranje waar de trend

BI

wisselend, dan wel licht stijgend is.

B(a)P

Kobalt

Maasvlakte

®

BgWe

r

ţįľy

Kobalt

2018

m 2019 m 2020

O

* Sterk dalende trend « Wisselend/ licht stijgend trend

Maasvlakte 2 & Waal-Eemhaven:

Geen lozingen volgens EMJV

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 9 Gezondheid |

89

O

8.1 Chemische waterkwaliteit emissies - Scheepvaart Scheepvaart: Voor de emissies van de binnenvaart en zeescheepvaart zijn geen cijfers beschikbaar per havengebied. Het onderzoeksgebied is het deetstroomgebied Rijn-West. Zie kaart.

De cijfers op de volgende pagina hebben voorat betrekking op anodes voor kathodische bescherming tegen corrosie en anti-fouting stoffen. Huishoudelijk afvat e.d. is buiten beschouwing gelaten. Ook zijn de getallen voor het Nederlands Continentaal Ptat (NCP) buiten beschouwing gelaten.

Er komen niet veet emissies van aandachtsstoffen uit de MER-studies naar voren in de emissies van de schepen. Om een compteet beetd te hebben zijn hier atte emissies die uit de Emissieregistratie naar voren zijn gekomen gepresenteerd.

-

De met kteur gemarkeerde stoffen zijn de aandachtstoffen.

In de tabet zijn de getatten van 2010, 2015, 2018 en 2019 opgenomen. Cijfers voor 2020 zijn nog niet beschikbaar. De

dũ —

Emissieregistratie presenteert de oudere getatten per 5 jaar en de nieuwere per jaar.

O

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 9 Gezondheid |

90

O

8.1 Chemische waterkwaliteit emissies - Binnenvaart

9 2010

9 2018

9 2015

9 2019

jļļĮt

W

A a n ta l k ilo g ra m

Q

«6S« h3S

I4ļl q

®©

o©

*

0()(D "OOOO" Anthraceen

Benzo(ghi) Peryleen

O

| Naar hoofdstukoverzicht |

Fluorantheen

Loodverb.

Naftaleen

(als Pb)

| Inhoudsopgave |

NMVOS

PAK (4 van PRTR)

Zinkverb. (als Zn)

| Naar hoofdstuk 9 Gezondheid |

91

O

8.1 Chemische waterkwaliteit emissies - Zeevaart en toetsing

9 2010

9 2018

9 2015

9 2019

Toetsing

In de MER-studies is geen specifieke voorspeUing gedaan over de ontwikkeling van de chemische emissies van bedrijven en schepen naar water. Er zijn voorspellingen gedaan aan de hand van kentallen over de chemische waterkwaliteit in het oppervlaktewaterlichaam per stofsoort. Dit betreffen emissies in kg per jaar voor verschillende sectoren (bedrijven) en emissies in kg/jaar per scheepsbezoek (scheepvaart).

Omdat kengetallen en vaarbewegingen dan wel kengetallen per bedrijvensector per hectare lastig te reproduceren zijn, is er geen één op één toetsing mogelijk met de voorspellingen uit de MER-studies. In de volgende alinea's is een vergelijking met de algemene

A a n ta l k ilo g ra m

voorspellingen van de MER-studies gemaakt.

Emissie bedrijven:

«3039 ffip

In Botlek-Vondelingenplaat is de emissie van lood gedaald ten opzichte van 2018, maar gestegen ten opzichte van 2019. De emissies vertonen over het algemeen een dalende trend en sommige probleemstoffen worden niet (meer) geloosd. De conclusie is daarom dat er geen knelpunten zijn.

Emissie scheepvaart: Ten opzichte van 2010 zijn de emissies van de scheepvaart gedaald of komen niet meer voor.

^14463B4ē6p

Dit is een gunstige ontwikkeling.

OOqo Cadmiumverb.

Naftaleen

(als Cd)

O

| Naar hoofdstukoverzicht |

NMVOS

Zinkverb. (als Zn)

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 9 Gezondheid |

92

O

8.2 Chemische waterkwaliteit Onderwerp: Chemische waterkwaliteit

De ontwikkeling van de chemische waterkwa­

de diverse MER-studies. Per stof wordt het

B(a)P

jgm

Parameter: Jaargemiddelde of max

liteit heeft relaties met de ontwikkeling van

jaargemiddelde (jgm) of de max concentratie

BghiPe

max

concentraties chemische stoffen in

de chemische emissies naar water (8.1).

(max) gerapporteerd. De (eventuele) mate van

Kobalt

max

Koper

jgm

Dibutyltin

het water

overschrijding is hierdoor inzichtelijk.

Spoor: 2

Toelichting

Tijdsperiode: 2017 t/m 2020

Voor het beoordelen van de kwaliteit van het

Binnen bandbreedte MER-studie?

O Toetsing niet mogetijk

Het meetpunt Maassluis is maatgevend voor

Lood

jgm jgm

water worden normen uit de Kaderrichtlijn

de beoordeling van de waterkwaliteit van het

Tributyltin

jgm

Water gebruikt. Deze normen zijn gepubli­

oppervlaktewaterlichaam het gehele havenge­

Trifenyltin

jgm

ceerd in de Richtlijn Prioritaire Stoffen (ook

bied. In onderstaande tabel vind je de resultaten

Zink

jgm

EU-norm) en geïmplementeerd in de het Be­

voor het meetpunt Maassluis van 2017 tot en

sluit Kwaliteitseisen en monitoring Water. Per

met 2020.

havengebied is in MER-studies een selectie Vraag: Hoe ontwikkelt de chemische

O

van de prioritaire stoffen gekozen.

De stof Trifenyltin wordt vanaf 2020 niet meer gemeten. Er is geen norm voor deze parameter.

waterkwaliteit zich op de toets­ punten van Rijkswaterstaat?

De tabel hier naast geeft een totaaloverzicht van de geselecteerde prioritaire stoffen in

i Jinn

. -akBt».

MéVKwee

nsm

O

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 9 Gezondheid |

93

O

8.2 Chemische waterkwaliteit m 2017

Alleen zink vertoont een verbetering vanaf 2017.Trifenyltin wordt niet meer gemeten. Voor de

Niet toetsbaar

overige stoffen blijft het patroon van voldoen of niet voldoen stabiel.

m 2018 Voldoet niet

Toetsing

m 2019

De uitkomst kan niet getoetst worden aan de MER-studies.Er zijn geen exacte voorspellingen in de MER-studies gedaan met betrekking tot deze parameter.

Voldoet

M ic ro g ra m p e r lite r

rn 2020

B(a)P

Benzo(ghi

Kobalt

Dibutyltin

Lood

Tributyltin

Norm: ^0,09

Norm: ^1,48

Norm: ^,0002

Trifenyltin

Peryleen Norm: ^,00017

O

Norm: ^,00082

| Naar hoofdstukoverzicht |

Norm: <=0,30

Norm: <=1

| Inhoudsopgave |

Norm: ^3,90

| Naar hoofdstuk 9 Gezondheid |

94

O

8.3 Warmtelozingen Onderwerp: Thermische lozingen

Het voorspelde effect is voorat gekoppeld aan de ontwikkeling

Warmtelozingen kleiner dan 50 MW zijn geregeld in het

Parameter: Vergunde en werkelijke warmtelozingen

van de kavels (1.1) en heeft een relatie met de thermische

Activiteitenbesluit milieubeheer. Lozingen van koelwater

Spoor: 1

waterkwaliteit temperatuur (8.4).

met een grotere warmtevracht zijn vergunningplichtig.

Tijdsperiode: 2017 t/m 2020 Binnen bandbreedte MER-studie?

v|Ja

Toelichting

In MEP Haven worden alleen de (vergunde) warmtelozingen

De tabel geeft de jaarlijkse lozingen door bedrijven aan, zoals

groter dan 50 MW gemonitord.

die door de bedrijven zijn opgegeven in de elektronische milieujaarverslagen (werkelijke lozingen conform opgave Vraag: Hoe ontwikkelen de thermische lozingen

emjv). De vergunde lozingen worden door RWS bijgehouden

zich als gevolg van de ontwikkelingen in het

en jaarlijks opgevraagd. In het plangebied WEH vinden geen

havengebied?

koelwaterlozingen op oppervlaktewater plaats.

#J : ţĩ: -•W , .į*i

o

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 9 Gezondheid |

95

O

8.3 Warmtelozingen

Toetsing Voor MV2 werd bij een chemiescenario in referentiesituatie 1 een negatief effect voorspeld. Maximale voorspelde lozing is 1.850 MW per jaar bij het worst case scenario. Bij HBP werd een licht negatief effect voorspeld. Voor het totale plangebied is uitgegaan van een maximale lozing van 7.095 MW. Er zijn geen bedrijven in het WEH-gebied die warmte lozen. Maasvlakte Rotterdam

ą

De daadwerkelijke en vergunde lozingen blijven ruimschoots

jiwyļ jfooooa .otterdam

9

steenoi|Kpoi

5

MIS

onder de maximaal voorspelde lozingen.

M

-m

Krv

lergors CSU

Oos*

W

2

NH Bridle

fbiui Botlek Rotterdam

•ţJJ

(sĩō

'•"cenisse

Werkelijke lozingen in MegaWatt (MW)

2010

2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2019 vergund

1.117

1.107

1.151

1.113

986

937

997

932

922

872

2.039

Europoort

91

85

76

56

68

71

54

44

45

49

128

Maasvlakte 1

4

216

49

119

539

635

783

888

818

847

1.466

-v Maasvlakte 2

1.566

1.582

1.791

1.819

1.782

2.089

2.234

1.855

1.415

1.120

1.790

Totaal

2.778

2.989

3.067

3.107

3.374

3.731

4.068

3.720

3.201

2.888

5.422

Botlek-Vondelingeplaat

O

| Naar hoofdstukoverzicht |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 9 Gezondheid |

96

O

Hoofdstuk 9 Gezondheid Gezondheid wordt bepaald door een complex van factoren:

knelpunten te signaleren en is niet om een absoluut oordeel

persoonsgebonden (erfelijk, verworven), exogene factoren

te geven over gezondheidsrisico's binnen een bepaald gebied

(fysieke omgeving, leefstijl, sociale omgeving, economische positie) en gezondheidszorg (curatief en preventief).

In dit hoofdstuk wordt het thema gezondheid verder uitgewerkt voor het thema Externe Veiligheid, Lucht en

De meeste milieuaspecten hebben grenswaarden op

■TĩlätfltJk

Geluid. Voor alle parameters is er een GES-score berekend.

basis van EU- of nationale wet- en regelgeving. Echter

Bij lucht is de kwantitatieve methode Years of Life Lost extra

ook beneden de wettelijke grenswaarden kunnen

toegepast.

gezondheidseffecten optreden, maar de kans erop zal kleiner zijn en/of de mate van effect zal kleiner zijn. Om

Toekomstige ontwikkelingen

de doorwerking van ruimtelijke plannen via beïnvloeding

Het hoofdstuk gezondheid is in samenspraak met GGD

van de milieukwaliteit op de gezondheid van de bevolking

opgezet. Toetsing aan de GES-scores van de MER-studies

inzichtelijk te kunnen maken, is de zogenaamde

blijkt in de praktijk zeer lastig. Deze editie is er gewerkt

Gezondheidseffectscreening Stad & Milieu (GES) ontwikkeld

met de GES-score en het beoordelingskader uit 2018. In de volgende datarapportage wordt er onderzocht (samen met

In alle drie de MER-studies zijn de effecten op de

GGD) of er een betere meetmethode gezondheid opgezet

gezondheid in beeld gebracht door gebruik te maken

kan worden. Het RIVM is ten tijde van het opstellen van

van de Gezondheidseffectscreening (GES). Deze is

deze datarapportage bezig met opstellen van een nieuw

in 2000 ontwikkeld voor GGD'en in opdracht van de

beoordelingskader voor gezondheid. Deze voortgang wordt

ministeries van VWS en VROM. De GES-systematiek is een

gevolgd. MEP Haven wordt hier te zijner tijd op aangepast.

9.1 Gezondheid externe veiligheid

9.2 Gezondheid Lucht

screeningsinstrument om mogelijke gezondheidskundige 9.3 Gezondheid Geluid

I4

| Naar hoofdstuk 8 Water |

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 10 Natuur |

97

9.1 Gezondheid externe veiligheid Onderwerp: Externe veiligheid

Het voorspelde effect is voorat gekoppeld aan:

De gezondheid externe veiligheid wordt in de monitoring

Parameter: Aantal adressen binnen een

1. de ontwikkelingen in externe veiligheid in

gevolgd aan de hand van het aantal woonadressen binnen een

GES-klasse

het plangebied (3.1 t/m 3.5);

Spoor: 2

bepaalde GES-score. Zie de resultaten en het beoordelingska­

2. ontwikkelingen in de woningbouw (1.4).

der op de volgende pagina.

Bron: DCMR & Basisregistratie Adressen

en Gebouwen (BAG)

Toelichting

Tijdsperiode: 2020

Het studiegebied voor externe veiligheid wordt voor de stati­

Binnen bandbreedte MER-studie?

onaire inrichtingen bepaald door de maximale PR-contouren

O Toetsing niet mogelijk

rondom de risicovolle activiteiten binnen het plangebied. Externe veiligheidsrisico's kunnen negatieve gevolgen hebben op de gezondheid van mensen. In de monitoring worden alleen

Vraag: Hoe ontwikkelt de gezondheid in relatie tot

de woningen binnen de PR10-8 contour meegenomen. Als een

externe veiligheid zich als gevolg van de ontwik­

woning buiten het invloedgebied van de haven ligt, wordt deze

kelingen in het havengebied en blijft dit binnen de

niet meegenomen in de monitoring.

voorspelling uit de MER-studies?

mjįWwm

-

O

| Naar hoofdstukoverzicht |

ĶW*.

M

"I

| Inhoudsopgave |

| Naar hoofdstuk 10 Natuur |

98

O

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=c6e3a032-fcd1-4936-b59a-976f1e318eb3